CConstaterende datAlmere
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel PM 15 april

Politieke Markt 15 april 2021, gemeente Almere27.018 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het doel van dit plan is om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en minder vrijblijvend te maken, op basis van afspraken over de doelen, de werkwijze en de monitoring van de uitvoering. Daarvoor wordt de methodiek van 'weten, willen, werken' gehanteerd conform de werkwijze die in 2014 in de deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie is afgesproken: in beeld brengen wat de kwetsbaar heden zijn (weten), vervolgens ambities formuleren (willen) en aan de slag gaan om onze leefomgeving klimaatbestendig en waterrobuust te maken (werken). Specifiek voor Almere: Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken en groot onderhoud meenemen van maatregelen, die onze stad stap voor stap bestendig maken tegen extreme neerslag en hitte. Bij elke nieuwe ontwikkeling of herontwikkeling moet rekening worden gehouden met de effecten van het veranderende klimaat, zoals vastgesteld in het Raadsbesluit Waterplan 2017-2022, d.d. 30-03-2017. Er mag geen verslechtering optreden ten opzichte van de huidige situatie. Denk aan groene daken, regenwater waar nodig gebruiken als verkoeling (beperking van hittestress), waterberging op eigen terrein (zie ook waterwet), voldoende schaduwplekken op warme gevels(beperking van hittestress), warmtewerende bouwmaterialen en het tegengaan van verdroging van de ondergrond (beperking van verdroging). Het project past binnen de kaders van het rijksbeleid.

4.4 Provinciaal en regionaal beleid

Omgevingsvisie FlevolandStraks (2019) De Omgevingsvisie FlevolandStraks is op 8 november 2017 vastgesteld door Provinciale Staten een geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van Flevoland. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities er zijn voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de provincie vormt de basis voor de visie. In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Het toont waar Nederland groot in is: land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. Gelijktijdig wordt de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders gekoesterd. Flevoland draait in 2030 grotendeels op duurzame energievoorziening. Kansen van de veranderende economie, waaronder circulaire economie, worden benut. In 2030 en verder onderscheidt Flevoland zich bovenregionaal met een aantal voorzieningen, die van excellente kwaliteit is, bijvoorbeeld excellente woonmilieus in Almere en groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de randen van de Flevopolders. In de Omgevingsvisie staat niet precies beschreven wat, waar en wanneer moet komen. Met de Omgevingsvisie wordt de koers voor de lange termijn uitgezet.

Hierbij worden de bovenlokale opgaven met een provinciaal belang en met een langetermijnperspectief gedefinieerd. De visie is richtinggevend

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 24

voor alle andere - deels verplichte - provinciale programma's en plannen. Omgevingsprogramma Flevoland Het Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden. De realisatie van een datacenter past binnen het Omgevingsprogramma Flevoland. Omgevingsverordening Flevoland (2019) In de Omgevingsverordening van provincie Flevoland zijn alle regels vastgelegd die de provincie hanteert op het gebied van onder andere wegen, water, milieu, bodem, natuur, wonen en ruimte. Dit kunnen zowel regels zijn voor burgers of bedrijven als (instructie-)regels voor andere overheden. De realisatie van een datacenter past binnen de regels van de Omgevingsverordening Flevoland. Beleidsregel archeologie en ruimtelijke ordening (2008) In deze beleidsregel hebben GS aangegeven op welke wijze zij omgaan met de uitgangspunten in het Omgevingsplan met betrekking tot archeologie. Hierbij maken GS onderscheid tussen behoudenswaardige en niet behoudenswaardige archeologische waarden.

Voor zover in een gebied behoudenswaardige archeologische waarden en/of hoge archeologische verwachtingen liggen, mogen deze in principe niet als gevolg van de uitvoering van het ruimtelijk plan worden beschadigd of vernietigd. Met dien verstande dat een archeologische verwachting vervalt op het moment dat de archeologische waarden hierbinnen zijn gelokaliseerd en begrensd. Het project is in overeenstemming met de beleidsregel. In paragraaf 5.8wordt hier nader op ingegaan. Waterbeheerplan Waterschap Zuiderzeeland 2016-2025 (2015) De Wet op de waterhuishouding verplicht waterbeheerders eens in de vier jaar een waterbeheerplan op te stellen. In dit plan geven zij aan hoe zij het rijks- en provinciebeleid op het gebied van water vertalen naar concrete doelen en maatregelen voor hun beheergebieden. Momenteel is het Waterbeheerplan 2016-2021 van het Waterschap Zuiderzeeland van kracht. Het Waterbeheerplan beschrijft welke doelen het waterschap zichzelf stelt en welke maatregelen worden genomen om die doelen te bereiken in de periode 2010-2015. Voor het waterschap is het Waterbeheerplan een belangrijk strategisch document dat een leidraad voor de organisatie is. Waterschap Zuiderzeeland streeft ernaar om samen te werken aan integraal waterbeheer voor een veilige, kwalitatief goede en aantrekkelijke leefomgeving op een open en verantwoorde werkwijze.

Deze missie is vertaald naar vier belangrijke doelen: waterveiligheid, schoon water, voldoende water en water en ruimte. Waterveiligheid Hoog water is een reële bedreiging voor de veiligheid in Flevoland. De primaire keringen beschermen Flevoland tegen deze bedreiging. In 2017 komen er nieuwe wettelijke veiligheidsnormen voor primaire waterkeringen. Die houden rekening met de kans op overstromingen en met de schade die daardoor kan ontstaan. Het waterschap wil ook in de toekomst de veiligheid blijven waarborgen door zich voor te bereiden op sociale, ruimtelijke, economische en klimatologische ontwikkelingen. Ook worden de primaire waterkeringen getoetst aan de nieuwe normen en zonodig versterkt. De veiligheid van Flevoland tegen overstromingen wordt binnendijks ondersteund door een compartimenteringsdijk (de Knardijk). Ook de Knardijk wordt onderzocht om te kijken of versterking nodig is. De buitendijkse gebieden worden door middel van regionale keringen beschermd tegen de dreiging van hoog water. Maatschappelijk is er vraag naar bebouwing van of op de waterkeringen aan de randen van de polder. Technisch kan het en daarom werkt het waterschap aan ruimtelijke oplossingen mits de veiligheid

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 25

gewaarborgd kan worden. Schoon water Samen met gebiedspartners wordt gewerkt aan een ecologisch gezond watersysteem in het stedelijk en landelijk gebied. Goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden (structuurdiversiteit) voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied zijn noodzakelijk. Zo worden natuurvriendelijke oevers en vispassages aangelegd. Tegelijk wordt vestiging en verspreiding van exoten tegengegaan. Het Waterschap streeft naar een goede oppervlaktewaterkwaliteit waarbij de aanwezigheid van schadelijke stoffen in het water en de waterbodems geen probleem is. Veel menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat water wordt verontreinigd. Door goed om te gaan met afvalwater zorgt het Waterschap ervoor dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Het waterschap zet de 1e stappen naar een duurzaam afvalwatersysteem: door energie en grondstoffen terug te winnen uit afvalwater wordt de uitstoot van broeikasgassen verminderd en wordt zuinig omgegaan met schaarse nutriënten. Voldoende water Het Waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige Klimaatveranderingen. Dit betekent dat het watersysteem zo is ingericht dat wateroverlast wordt voorkomen tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

De andere kant van de verwachte klimaatveranderingen is dat ook extreem droge periodes vaker voor zullen komen. Het robuuste watersysteem dat het Waterschap nastreeft zal dan ook in staat moeten zijn om te anticiperen op watertekort tijdens extreme droogte. Daarbij is de feitelijke situatie van het watersysteem ook daadwerkelijk zoals in de legger is beschreven. Het beheer en onderhoud richt zich op het goed functioneren van het watersysteem, daarnaast is het ook afgestemd op het ter plekke gewenste ecologische functioneren van de watergang. Grondwaterbeheer (uitgezonderd drinkwaterwinning, grote industriële onttrekkingen van meer dan 500.000 m³ per jaar en koude-warmte opslag) ligt vanaf 2009 bij het Waterschap. De verschillende eisen die gebruiksfuncties stellen aan het peil, de voorraad en de kwaliteit van het grondwater zullen goed moeten worden afgestemd. Water en ruimte Samen met gemeenten gaat het waterschap op zoek naar nieuwe maatregelen om overlast van hevige neerslag of extreme droogte te voorkomen. De ruimtelijke ambities zijn groot (uitbreiding in Almere met 60.000 woningen) en het watersysteem biedt prachtige kansen. Daarom wil het waterschap vroeg bij nieuwe ontwikkelingen worden betrokken.

Waterk ader Zuiderzeeland 2013 Om aan te geven wat er voor het waterbeheer in, maar ook ná het watertoetsproces belangrijk is, heeft Waterschap Zuiderzeeland dit Waterkader opgesteld. Het Waterkader geeft richting en houvast voor waterzaken binnen ruimtelijke plannen. Partiële herziening omgevingsplan Flevoland water 2015 De provincie koppelt ontwikkelingen zoals toenemende verstedelijking en klimaatverandering aan provinciale opgaven als versterking van de economie, natuur, landschap, wonen en recreatie. Daarbij zoeken we naar synergievoordelen tussen binnen- en buitendijks en ruimtelijke ordening en economie. De provinciale ontwikkeldoelen zijn als 'Stip op de horizon' vastgelegd in de Ontwikkelingsvisie 2030 van het Omgevingsplan. Bij het bereiken van deze doelen wordt niet gewerkt volgens een blauwdruk, want gebiedsontwikkeling nieuwe stijl betekent constant zoeken naar maatwerk. Flevoland onderschrijft de uitkomst van het Deltaprogramma dat een klimaatbestendige inrichting van stad en land een prominentere plek dient in De partiële herziening omgevingsplan Flevoland water 2015 richt zich op: • het voorkomen van overlast door overschot of tekort aan water, waarbij de gebieden waar de bodem

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 26

daalt bijzondere aandacht vragen; • het ontwikkelen en beschermen van een goede waterkwaliteit (chemisch/ecologisch) voor alle wateren; • de bescherming tegen buitendijks overstromingsgevaar; • het 'klimaatbestendig' maken van de ruimtelijke inrichting van Flevoland. 4.5 Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Almere (2017) Volgens plan is Almere uitgegroeid tot een moderne tuinstad van stadsdelen in een groen-blauw raamwerk. De omgevingsvisie is erop gericht dit te behouden, maar ook de vele uitdagingen aan te kunnen gaan. Deze visie is gebaseerd op twee principes: organische ontwikkeling (spontaan, geen vast eindbeeld) en adaptief beleid (inspelen op verrassingen, geen blauwdrukken). Deze principes liggen ten grondslag aan vier uitgangspunten:

a. ontwikkel en onderhoud het goede. b. van tuinstad naar growing green city: de bestaande afwisseling van groen-blauw en bebouwing moet worden behouden, maar in de growing green city staan de vele betekenissen van groen centraal: Almere is op termijn een stad die gezond eten, schone energie en zuiver water produceert, waar afval wordt hergebruikt met een grote rijkdom aan planten en dieren. c. onderscheidende positie in metropolitaan netwerk: Almere levert aan de noordelijke randstad als sterke, aantrekkelijke regio een grote bijdrage met een gedifferentieerd, anders (dan in de regio) woningaanbod én de unieke ligging aan bijzondere landschappen. De as Haarlemmermeer-Schiphol -Amsterdam-Almere staat centraal en de groei met 60.000 inwoners en 100.000 arbeidsplaatsen. d. uitnodiging aan iedereen: met eigen initiatieven bijdragen aan de ontwikkeling van Almere. De gemeente stimuleert en ondersteunt initiatieven en stelt de kaders waarbinnen initiatieven mogelijk zijn, om prioriteiten te stellen en om opgaven van algemeen belang te kunnen realiseren. Daarvoor is een ruimtelijke hoofdstructuur vastgelegd. Dit toont per laag aan wat waardevol is en welke kaders gelden bij initiatieven: e.

polderlaag (water, cultuurhistorie, natuurontwikkeling): kwaliteit water omhoog, meer waterberging, bescherming grondwater, recreatieve waarde van het water verbeteren, optimaal profiteren van de natuur bij projecten, blauw-groene buffers versterken, toegankelijkheid/ herkenbaarheid van de grote bossen verbeteren, aandacht voor de gebieden Oosterwold, Trekwegzone en Duin; f. netwerklaag (wegen, spoor, busbanen, fietsroutes): functionaliteit van infrastructuur (IJmeerlijn, Stichtselijn, nieuw Station centrum en fiets-auto-openbaarvervoer), focus op duurzame energie, kwaliteit ICT-netwerken, 'slimmer maken van de stad (automatische afvalverwerking); g. stedelijke laag (meerkernige opzet, bijbehorende voorzieningen, diversiteit): 'mensen maken de stad': inwoners en bedrijven geven zelf vorm aan de eigen toekomst en met betrekking tot voorzieningen.

Wonen en werken Functiemenging, meer betaalbare woningen voor senioren, kleine huishoudens voor beter evenwicht, transformatie, negen focusgebieden (zie programmaplan wijkgericht werken). Wonen en zorg Zo lang mogelijk zelfstandig wonen door voldoende geschikte woningen waar zorg geleverd kan worden, bv. (groeps)woningen voor begeleid wonen. Centrale voorzieningen Versterking Almere centrum, functiemenging in stads(deel)centra

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 27

Detailhandel Complementariteit van winkelcentra versterken, met name Poort, Buiten en Haven. Sociaal-maatschappelijke voorzieningen In alle stadsdelen gezondheidscentra, basisscholen en buurtontmoetingscentra. Culturele voorzieningen Bevorderen vraag en faciliteren. Onderwijs Versterken leer- en werkomgeving, opstellen integraal Huisvestingsplan Onderwijs (stadscentrum als campus, gezamenlijk ruimtegebruik), groenonderwijs. Toerisme en recreatie Ruimte bieden voor kansrijke initiatieven, versterken kust-Duin en Nationaal Park. Sport Clusteren van voorzieningen, direct in woonomgeving, uitnodigende groen-blauwe structuur.

Afbeelding: ruimtelijk e hoofdstructuur Ruimtelijk e reserveringen Met deze eerder gemaakte beleidskeuzes dient rekening te worden gehouden bij (ruimtelijke) initiatieven: 1. ontwikkeling Eemvallei: strook in Oosterwold, gereserveerd voor landschapsontwikkeling en landbouw vanwege de vroegere rivier de Eem. 2. Stichtselijn en IJmeerlijn: toekomstige openbaar-vervoerslijnen naar Utrecht en Amsterdam. Dit hangt af van verdere woningbouwontwikkeling en dient nog onderzocht te worden qua haalbaarheid, modaliteiten en grondbeslag.

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 28

3. diverse infrastructurele reserveringen: A6, A27, hoogspanningslijn, autowegen, fietspaden. 4. reservelocaties voor ontwikkelingen op de lange termijn: Almere Stad (2F7, Oostkavels, delen Vaart 4), Almere Poort (Pampushout I, II, III), Almere Hout (Overgooi, Stichtsekant, Vogelhorst, Twentsekant). 5. Almere Pampus inclusief buitendijks gebied: voor de lange termijnontwikkeling na 2025-2030, na positief besluit IJmeerlijn en na bouw van 25.000 woningen in Almere. 6. Buitendijkse ontwikkeling Almere Haven. De gereserveerde locaties of andere gebieden die nog niet ontwikkeld zijn, kunnen tijdelijk gebruikt worden voor bv. het opwekken van duurzame energie (zonnevelden) of verbouw van gewassen.

Afbeelding: reserveringen Het onderhavige project is aangewezen als werklocatie. Hieronder vallen bedrijventerreinen, kantoorlocaties en centrumgebieden (binnenstedelijk, regulier, industrie, kantoren en agrarisch). Het project is in overeenstemming met de omgevingsvisie. Gemeentelijke Visie Werklocaties (2016) Met dit beleidskader wil de gemeente op heldere en beknopte wijze aangeven waar in Almere ruimte is voor welke economische activiteiten en welke randvoorwaarden daarbij gelden. De opgave is het faciliteren/mogelijk maken van voldoende werkgelegenheid voor de beroepsbevolking in Almere én de regio en versterking van het bestaande bedrijvenlandschap. Onderhavige locatie is aangewezen als een werklocatie. Een datacenter past hier goed en is dan ook in lijn met het beleid. Archeologienota 2016 (vastgesteld door de raad op 21 april 2016) Almere voert Almere voert een actief Archeologisch Monumentenzorg (AMZ) beleid, gericht op • het veiligstellen van de meest waardevolle vindplaatsen in de gemeente; • het zoveel mogelijk integreren van deze locaties in de diverse inrichtingsplannen; • het kenbaar en herkenbaar maken van de bijzondere geschiedenis van Almere aan het publiek. Het beleid is een uitwerking van de Erfgoedwet. De hoofdlijnen van het beleid inzake de archeologische

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 29

monumentenzorg in Almere staan beschreven in de Archeologienota 2016. Op 21 april 2016 heeft de raad de uitgangspunten van dit beleid vastgesteld, evenals de Archeologieverordening en de toelichting daarop. Dit beleid, de Archeologieverordening en toelichting zijn op 29 april 2016 in werking getreden. De Archeologische Beleidskaart Almere (ABA; zie afbeelding hieronder) is als onderdeel van de door de raad vastgestelde beleidsuitgangspunten gelijktijdig in werking getreden.

Afbeelding: uitsnede Archeologische Beleidsk aart Almere 2016 Het projectgebied valt voor het grootste deel binnen de zone 'Vrijgesteld'. Onderzoek is hier niet nodig. Daarnaast bevinden zich hier ook kleinere gebieden, aangewezen als 'Waarde – 5'. Werkzaamheden zijn hier altijd vergunningplichtig en gaan gepaard met archeologisch onderzoek. In het project wordt rekening gehouden met de 'Waarde – 5 ' gebieden, zodat geen archeologische waarden verstoord worden (zie paragraaf 5.8). Welstandsnota 2018 Op 12 juli 2018 heeft de gemeenteraad ingestemd met de nieuwe Welstandsnota, waarbij de vorige nota uit 2014 is ingetrokken. Net als in die vorige nota zijn grote delen van de stad welstandsvrij, omdat de kwaliteit van de bebouwing bij bewoners in goede handen is en het stadsbeeld hiermee levendiger en verrassender kan worden. In deze gebieden behoeven bouwplannen niet meer preventief getoetst te worden op het welstandsaspect. Ten opzichte van de vorige nota zijn het Floriadegebied en Duin Etalagebieden geworden in plaats van vallend onder respectievelijk het groenblauw raamwerk en welstandsvrij en is de contour van centrum poort aangepast.

De verplichte welstandstoets blijft gehandhaafd voor de een aantal gebieden en thema's, omdat daar het bewaken van het gemeenschappelijk belang (identiteit en gezicht van de stad en kwaliteit van de collectieve ruimte van de stad) van groot gewicht is. Op onderstaande kaart is aangegeven in welke gebieden het welstandsbeleid van toepassing is.

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 30

Afbeelding: uitsnede welstandsk aart De projectlocatie bevindt zich in een welstandsvrij gebied. Energie Werkt! (2015) In Almere wordt vanaf 2008 gewerkt aan de ambitie om in 2025 energieneutraal te zijn. De Almere Principles (2008) vormen de basis van een aantal opvolgende afspraken. Met het Rijk en de Provincie Flevoland zijn energie afspraken vastgelegd in het Integraal Afspraken Kader (IAK Almere 2.0, 2010) en meer specifiek uitgewerkt in de Afspraken Duurzaam Almere 2012-2014. Daarin is onder andere afgesproken dat de gemeente Almere streeft naar energieneutraliteit in 2025. Almere heeft de ambitie om in 2022 al energieneutraal te zijn (exclusief mobiliteit). Om dit te bereiken is het noodzakelijk om focus te brengen in de vereiste gezamenlijke inspanning met, door en voor de stad, om een versnelling in hernieuwbare energievoorziening te realiseren. Dit is aanleiding geweest om te komen tot (en tevens het doel van) het Programmaplan Energie Werkt! Het programmaplan richt zich op de periode 2015 - 2018. Het programma bevat een werkwijze langs 5 inhoudelijke werklijnen: Werklijn 1 Zon In deze werklijn wordt langs vier speerpunten ingezet op het vergroten van hernieuwbare (elektrische) energieopwekking uit zon. Het stimuleren van extra panelen op particuliere daken en daken van gemeentelijk vastgoed, scholen en verenigingen wordt in deze werklijn vormgegeven.

Ook wordt gekeken hoe we grootschalige panelen kunnen realiseren op huurwoningen en wordt onderzocht hoe en waar zonnevelden op (braakliggende) gronden kunnen ontstaan. Werklijn 2 Warmte Deze werklijn legt de focus op het verduurzamen van het bestaande warmtenet en het aanleggen en voeden van eventuele nieuwe warmtevoorziening op hernieuwbare energiebronnen. Voor het bestaande net wordt in het programma een beeld gegeven van de mogelijke opties om het net te verduurzamen en welke investeringen daarbij horen. Er wordt verkend of en hoe met partner Nuon samengewerkt gaat worden. Het bespreken van de hoogte en differentiatie in aansluittarieven maakt deel uit van deze verkenning. Voor nieuwe gebieden wordt ingezet op innovatieve technieken. Werklijn 3 Wind Windenergie kan zowel binnen als buiten Almere opgewekt worden. De keuze in deze werklijn is dat Almere binnen de gemeentegrenzen initiatieven faciliteert als bewoners of bedrijven daarom vragen.

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 31

Binnen deze werklijn zijn hiervoor strikte criteria opgesteld en worden initiatieven daarin begeleid. Voor investeringen in windenergie buiten Almere wordt verkend hoe op passende wijze aangesloten kan worden op lopende ontwikkelingen binnen de Provincie Flevoland. In deze werklijn is opgenomen dat in elk nieuw bestemmingsplan kleinschalige windinstallaties mogelijk worden gemaakt via binnenplanse afwijking van de bouwregels, waarbij de windinstallatie op het hoofdgebouw of aan de gevel van het hoofdgebouw geplaatst moet worden. De toegestane bouwhoogte voor hoofdgebouwen mag met maximaal 3 meter worden overschreden en de rotordiameter van de windinstallaties mag maximaal 2 meter bedragen (zie Programmaplan Energie werkt!, pagina 26). Werklijn 4 Scholen en verenigingen In deze werklijn worden Almeerse scholen en verenigingen aangezet tot het nemen van duurzame energiemaatregelen en worden deze brandpunten in de Almeerse wijken en buurten benut om de ambitie energieneutraal in 2022 onder de aandacht te brengen en zichtbaar vorm te geven. Door inzicht te verschaffen in mogelijke maatregelen en daarbij financieringsarrangementen aan te bieden wil deze werklijn in deze doelgroep hernieuwbare energie als standaard neerzetten. Werklijn 5 Bewoners en bedrijven Bewoners worden vanuit deze werklijn ondersteund om stappen te (blijven) zetten naar een energieneutraal Almere.

Via diverse stimuleringsmaatregelen wordt hierop ingezet. Door inzicht en advies te verschaffen maar ook financieringsmogelijkheden te geven draagt deze werklijn binnen deze doelgroep bij aan een versnelling in de duurzame energietransitie. Voor bedrijven wordt ingezet op meer inzicht in rendabele investeringen en maatregelen die samenhangen met energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking. Het onderwerp duurzaamheid wordt uitvoerig in paragraaf 5.13 behandeld. Waterplan Almere 2017-2022 Dit plan is een samenhangende visie voor alle wateraspecten, opgesteld door gemeente en waterschap met meerdere betrokkenen. De ambitie is om Almere verder te versterken als een 'stad van het zuiverste water': een ondernemende, veelzijdige waterstad. Almere beschikt over een royaal, gezond watersysteem in een groene en waterrijke omgeving, dat door de inwoners wordt gewaardeerd. Maar door klimaatverandering is er vaker extreme neerslag, hitte en droogte, is er overlast door de overmatige waterplantengroei en de biodiversiteit blijft achter bij de potentie. Bij vaststelling is tevens besloten dat “Bij de ontwikkeling van nieuwe wijken en groot onderhoud meennemen van maatregelen, die onze stad stap voor stap bestendig maken tegen extreme neerslag en hitte.” Ook is er vraag naar innovaties op watergebied door de bodemdaling en grondstoffenschaarste.

Bovendien biedt elk (bouw)project kansen voor duurzame oplossingen en een aantrekkelijke leefomgeving. Dit is een groeiende stad waardevol. Vanuit vier doelstellingen wordt daarom gewerkt aan: Slim waterbeheer; Een aantrekkelijke waterstad; Levend water: biodiversiteit versterken in en langs het water, waterkwaliteit verbeteren ten behoeve van mens en dier; Een stad zonder afval(water). Bij de uitvoering richt de gemeente zich op: 1. wat we nu al doen: waterschap en gemeente spannen zich in voor het goed functioneren van alle waterketens middels het beheer en onderhoud van de blauwe infrastructuur (riolen, zuiveringsinstallaties, sloten en gemalen) 2. wat we anders gaan doen: de wereld verandert snel en dat vraagt om nieuwe oplossingen: a. Almeerders en hun water: activiteiten organiseren samen met inwoners, ondernemers en organisaties, betere dienstverlening, meer en gerichter contact over actuele onderwerpen en het sluiten van 'blue deals' b. richtlijnen voor beheer en ontwikkeling: activiteiten om waterbeheer op orde te brengen en water optimaal te integreren in gebiedsontwikkelingen (water is een aantrekkelijk element en de

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 32

leefomgeving verbetert door de aanwezigheid van water c. innovatietrajecten: samen met kennispartners werken aan drie toekomstopgaven: een toekomstbestendige blauwe infrastructuur (riool in een slappe bodem), het innoveren met nieuwe meren (monitoren gebruik) en het verwaarden van de waterkringlopen (vinden van afzetmarkten en experimenteren met nieuwe technologieën) In het kader van de watertoets zal overleg plaatsvinden met het waterschap en het advies is verwerkt in de voorliggende onderbouwing (zie paragraaf 5.8). 4.6 Conclusie

De bestemmingsplanherziening past binnen de beleidskaders van alle overheden.

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 33

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten In het kader van de milieuwetgeving zijn diverse wetten van toepassing op het gebruik van de gronden en de bouwmogelijkheden. Het betreft hier veelal zones die van belang zijn of milieuvoorwaarden waaraan voldaan moet worden. 5.1 Bodemkwaliteit

In de 'Wet bodembescherming' zijn bepalingen opgenomen ter behoud en verbetering van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het beoogde gebruik van het perceel is in overeenstemming met de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (zone Industrie). Wanneer (graaf-) werkzaamheden worden uitgevoerd is een (verkennend) bodemonderzoek aan de orde om te bepalen of het nodig is om eventuele vervuilde grond te saneren. Een bodemonderzoek dient aan te tonen dat de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse geen belemmering vormt voor het beoogde gebruik als datacenter. In april 2019 is door onderzoeksbureau BK ingenieurs een (water)bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 1). Over het algemeen kan gesteld worden dat de bodem geen verontreinigingen bevat. Incidenteel worden licht verhoogde concentraties van de generieke achtergrondwaarden in de grond en in het grondwater aangetroffen. Asbest wordt niet aangetroffen. Hiermee is aangetoond dat er geen milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de in dit bestemmingsplan beoogde ontwikkelingen. 5.2 Milieuzonering / Geluid

De herziening van het bestemmingsplan voorziet erin om een gedeelte van het bedrijventerrein te zoneren, in dit geval de kavel van de datacenter. Hierbij wordt voldaan aan artikel 40 van de Wet geluidhinder. In het kader van het geldende bestemmingsplan is het geluid van alle mogelijke bedrijfsvestigingen op het bedrijventerrein samen, uitgebreid beschouwd in de mer-beoordeling behorende bij het vaststellen van het vigerende bestemmingsplan. Het datacenter is volgens de regelgeving een grote lawaaimaker vanwege het stroomverbruik (opgesteld vermogen) en niet vanwege de geluidsbronnen of bedrijfscategorisering. De activiteiten van het datacenter passen wat betreft geluid/activiteiten naar de omgeving in hetgeen nu is toegestaan, namelijk categorie 4.2. Planologisch en naar letter van de wet moet een geluidszone worden vastgesteld vanwege het opgesteld vermogen. De rest van het bedrijventerrein sluit expliciet bedrijven behorende tot de categorie van inrichtingen zoals opgesomd in Onderdeel D van Bijlage 1 Bor uit. Cumulatie geluid Ten opzichte van de eerdere planologische situatie is niets ingrijpends gewijzigd. De categorisering van de bedrijven bleef hetzelfde. De geluidsbelasting van het bedrijventerrein terrein was middels een akoestisch onderzoek beschouwd in de mer.

Het nu voorziene datacenter past qua functie en karakter binnen de huidige type bedrijven die zijn toegestaan (categorie), is er geen noodzaak om cumulatie opnieuw te beschouwen. Het enige wat nu planologisch geregeld moet worden is dat de geluidsuitstraling van het bedrijf vanwege de wetgeving in een geluidszone vastgelegd moet worden. Qua categorie bedrijf wordt verder in de planologische afwijking een verandering naar een hogere categorie bedrijf niet mogelijk gemaakt. Dit is niet nodig daar het bedrijf nu qua categorie ook al past binnen de huidige toelatingseisen. Met de camping is ook destijds rekening mee gehouden bij het toestaan van de categorieën aan bedrijven. Geluid datacenter In juni 2020 is door onderzoeksbureau Arup BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 2). Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de vast te stellen geluidzone niet over geluidgevoelige

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 35

bestemmingen valt en binnen de grenzen van bedrijventerrein Stichtsekant Noord valt. Er hoeven geen Hogere Grenswaarden te worden aangevraagd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet tevens beoordeeld worden in hoeverre de optredende geluidbelastingen aansluiten bij de grenswaarden op basis van gebiedstypering conform de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. De toekomstige woningen in Almere Oosterwold kunnen worden getypeerd als 'Woonwijk nabij drukke verkeersweg'. De grenswaarden voor deze gebiedstypering zijn 5dB(A) hoger dan de grenswaarden ter plaatse van de geluidzone. Een goed woon- en leefklimaat is daarom geborgd. De nabijgelegen camping Chamavi is niet geluidgevoelig in de zin van de Wet geluidhinder. Echter, gezien op de camping met een zekere regelmaat en gedurende langere tijd personen zullen verblijven betekent dit niet dat de camping in z'n geheel geen bescherming tegen geluidhinder toekomt. De optredende geluidniveaus ter plaatse van de zonegrens voldoen aan de wettelijke grenswaarden conform de Wet geluidhinder (50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode).

Deze geluidniveaus zijn vergelijkbaar met de wettelijk toegestane geluidniveaus van geprojecteerde inrichtingen aan de westzijde van industrieterrein Stichtsekant Noord en welke veelal vallen onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit Milieubeheer (toegestane milieucategorie 3.2 en 4.1). Er kan daarom worden gesteld dat er ter plaatse van de camping sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Natuurgebieden van het NatuurNetwerk Nederland zijn eveneens op voldoende afstand gelegen (Natuurgebied Voorland direct naast de A27 en Huizerhoef in het Eemmeer beide >1,2km afstand).

5.3 Trillingen

De transformatoren zijn meegenomen in de akoestische studie ten behoeve van het complex, hieruit is geconcludeerd dat deze een verwaarloosbaar effect hebben op de omgeving (zie Bijlage 3). Desalniettemin worden de transformatoren op absorberend pads geplaatst. De absorberende voorzieningen zullen per transformator en cooler worden geschouwd en zodanig geselecteerd dat de levensduur tenminste gelijk is aan de levensduur van de transformator of cooler. Daarbij worden tevens externe factoren als contact met olie meegenomen. Zoals bij andere projecten van initiatiefnemer wordt gebruik gemaakt van regelgeving omtrent vibraties tijdens het bouwen van het datacenter. Er wordt hierbij uitgegaan is van het volgende: h. 1.3mm/s - waarschuwing tijdens het bouwen. i. 2.0mm/s stopzetten van de bouw en onderzoeken van alternatieve methoden. Het effect is dus verwaarloosbaar.Er bevindt zich verder geen spoortraject binnen 200 meter, zodat dit aspect in dit kader niet relevant. 5.4 Elektromagnetische comptabiliteit

De transformatoren zijn hoge stroom, hoge voltage componenten binnen de elektrische infrastructuur van het data center. Artikel 12 van de IEC 60076-1 beschouwd transformatoren als passive elementen in de context van het produceren van elektromagnetische velden, en stelt daarbij de volgende aandachtspunten: De transformatoren dienen te voldoen aan de Europese Regelgeving betreffende EMC en beide toegepaste fabricaten (Schneider Electric en Siemens) voldoen aantoonbaar aan deze regelgeving. Electromagnetische velden van industriele facliliteiten zijn geen onderdeel van Nederlandse regelgeving. Alleen voor bovengrondse kabels zijn benoemd in Nederlandse regelgeving. Gemeenten en netbeheerders worden geadviseerd nieuwe situaties te voorkomen waarin kinderen langdurig worden blootgesteld aan een veldsterkte die (jaargemiddeld) hoger is dan 0,4 microtesla (zie Bijlage 3).

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 36

5.5 Luchtkwaliteit

In Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer worden normen gesteld aan de luchtkwaliteit wat betreft een zestal stoffen. Voor de normen voor zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood geldt dat overschrijding daarvan in Nederland nauwelijks valt te verwachten. Binnen Almere zijn er op dit moment geen locaties waar luchtkwaliteitsnormen worden overschreden. Voor het plangebied zijn wat dat betreft geen problemen te verwachten. In de Wet milieubeheer is een koppeling gelegd met ruimtelijke plannen. Deze koppeling houdt in dat bij het voorbereiden van ruimtelijke plannen de gevolgen voor de luchtkwaliteit moeten worden onderzocht. De gevolgen hangen direct samen met de eventuele verkeersaantrekkende werking van het plan ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Bij de start van een project moet onderzocht worden of het effect relevant is voor de luchtkwaliteit. Het project kan doorgang vinden indien de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van het project per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft of niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in een grenswaarde is opgenomen. In februari 2020 is door onderzoeksbureau DGMR een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 4).

Uit het onderzoek is gebleken, dat de berekende concentraties NO2 en PM10 voldoen aan de grenswaarden zoals opgenomen in de Wet milieubeheer. Er is geen sprake van een nadere overschrijding van de grenswaarden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 5.6 Externe veiligheid

Afbeelding: uitsnede risicokaart Inrichtingen: In en rond de projectlocatie zijn geen risicovolle inrichtingen en/of overige inrichtingen aanwezig waarvoor vaste afstanden gelden of waarvoor ten aanzien van het niveau van het plaatsgebonden risico grens- en/of richtwaarden van 10-6/jaar gelden. Ook liggen nabij de projectlocatie geen inrichtingen die onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Barim) met bijbehorende veiligheidsafstanden vallen. Er wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden ter plaatse van beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten en daarmee aan het wettelijk vereiste beschermingsniveau voor burgers. De verantwoording groepsrisico en hulpverlening is niet van toepassing.

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 37

Transport: Rijk sweg A27 Op een afstand van minimaal rond 750 meter ligt de A27. De A6 heeft volgens de Regeling Basisnet een veiligheidsafstand van '0 m'. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer bedraagt dan 10-6 per jaar. Verder heeft deze weg geen plasbrandaandachtsgebied. Het plangebied ligt buiten de zone van 200 meter van deze transportroute, zodat de verantwoording groepsrisico niet van toepassing is. Provincialeweg Waterlandseweg Over de Waterlandseweg worden incidenteel gevaarlijke stoffen vervoerd. Op basis van tellingen uit 2006 is bekend, dat deze weg geen plaatsgebonden risico van 10-6/jaar heeft. Het plangebied ligt buiten de 200 m van deze weg, zodat ook hierop de verantwoording groepsrisico niet van toepassing is. Het plangebied ligt binnen invloedsgebied (voor toxische vloeistof LT2, vervoerd over A27) is dit ca. 880 meter. Over de Waterlandseweg worden alleen GF3 en LF2 vervoerd met een maximaal invloedsgebied voor GF3 van ca. 380 meter . Het plangebied ligt dus buiten het invloedsgebied van de Waterlandseweg. De verantwoording hulpverlening is wel van toepassing. Buisleidingen: Er bevinden zich geen buisleidingen binnen de invloedsfeer van dit project. Datacenter: De inrichting is niet BRZO-plichtig en ook het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is niet van toepassing.

Binnen de inrichting zijn dieseltanks aanwezig, maar er wordt in totaal duidelijk onder de grens van 2.500 ton/ca. 2.900 m3 dieselopslag gebleven (zie Bijlage 5). De opslag van brandstof is conform PGD-30. Blusmiddelen zijn in voldoende mate aanwezig. De blusmiddelen zijn op gemakkelijk te bereiken plaatsen aangebracht en worden periodiek gecontroleerd. Ook zijn de diverse loop- en vluchtroutes duidelijk aangegeven. De vergunninghouder beschikt over een bedrijfsnoodplan. Binnen de inrichting zijn kleine hoeveelheden schoonmaak en onderhoudsmiddelen aanwezig. Deze worden opgeslagen in een opslag conform de PGS-15. Overstroming: In oktober 2019 is door onderzoeksbureau Tauw een overstromingsrisicoanalyse uitgevoerd (zie Bijlage 6). Hieruit is gebleken, dat het overstromingsrisiconiveau van de primaire waterkering een overschrijdingskans van 1/1.000 per jaar aan de Oostkant van de Flevopolder heeft en de rest van het waterkeringensysteem een overschrijdingskans van 1/10.000 per jaar heeft. Als door extreme belasting vanuit het Markermeer, IJmeer, Gooimeer, Eemmeer, Wolderwijd, Veluwemeer, Ketelmeer en IJsselmeer een dijk doorbreekt, dan kunnen waterstanden op de projectlocatie van 2,1 en 1,84 meter hoog voorkomen. Sinds de inpoldering van de Flevopolder hebben er zich geen overstromingen voorgedaan. Het is aannemelijk dat het risico op overstromen, significant lager ligt.

Vanwege de te verwachte hoge waterstanden bij een dijkdoorbraak van het primaire watersysteem, zijn deze moeilijk te mitigeren. Op regionaal niveau zijn er meerdere mogelijkheden, een aantal opties is hieronder gegeven: Verhoging van het terrein met ten minste 2,5 meter; Plaats essentiële, kwetsbare infrastructuur op de eerste verdieping; Het aanbrengen van een simpele overstromingsbescherming rondom de projectlocatie. Watersystemen zijn in Nederland meestal zo ontworpen om wateroverlast door regenval met een overschrijding van 1/100 per jaar te weerstaan. Om hiervoor te zorgen dienen ontwikkelaars extra bergingsoppervlakte te realiseren. In het geval van extremere regenval (gelimiteerd) kan wateroverlast ontstaan, omdat niet al het regenwater meteen kan worden afgevoerd. De volgende maatregelen kunnen worden genomen om ervoor te zorgen dat er geen schade ontstaat door deze extreme gebeurtenissen:

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 38

Zorg ervoor dat de ingang van het gebouw iets hoger ligt dan het rondom gelegen gebied, zodat als er een overstroming plaatsvindt het water niet naar binnen stroomt. Ontwerp de locatie zo dat het water opgeslagen kan worden op het oppervlak eromheen zonder negatieve gevolgen, bijvoorbeeld door de grasvelden lager te dimensioneren dan de stoepen en gebouwen. Zie ook paragraaf 4.3. Aan de hand van het hiervoor beschreven onderzoek is het bouwpeil bepaald waarbij rekening is gehouden met een bepaald risico van een overstroming. Het ontwerp is zodanig uitgevoerd dat er voldoende capaciteit is voor de volgende regenvalintensiteiten: Een storm die eens per 2 jaar voorkomt (met intensiteit van 19,80 mm / uur); Het systeem is ook getest voor een storm die eens per 100 jaar voorkomt, waarbij rekening is gehouden met klimaatverandering. Dit is gedaan omdat water tijdens een overstroming het terrein niet kan verlaten. Tijdens een storm van 1/100 jaar blijkt dat alleen op laaggelegen delen beperkte oppervlakte-plasvorming optreedt. De afvoer is op het terrein aanwezig en heeft geen invloed op het vloerniveau van het gebouw." Explosieven: In mei 2019 is door onderzoeksbureau IDDS een Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven uitgevoerd (zie Bijlage 7). Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied onverdacht op CE.

Het is niet noodzakelijk om vervolgstappen te ondernemen in de CE-opsporing voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden. Echter, wanneer (water)bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd worden binnen de grenzen van het onderzoeksgebied wordt geadviseerd het protocol 'spontaan aantreffen CE' te volgen. Het advies is om voor aanvang van de graafwerkzaamheden een toolboxmeeting te houden, waarin het protocol spontaan aantreffen CE wordt toegelicht en alle betrokkenen worden ingelicht over de te nemen stappen bij het aantreffen van een object dat een CE zou kunnen zijn. In het geval er één CE wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden, dan kan dit worden aangemerkt als een incidentele vondst. De EODD dient hierbij te worden ingeschakeld voor de ruiming van de vondst. Indien er bij het vervolg van de werkzaamheden een tweede of meer CE worden aangetroffen, dan worden de stappen uit het protocol 'Spontaan aantreffen CE' gevolgd en is het advies om wel vervolgstappen te ondernemen, uitgevoerd door een WSCS-OCE gecertificeerd bedrijf. Advies Veiligheidsregio Flevoland: Het bestemmingsplan is voorgelegd aan de Veiligheidsregio Flevoland voor advies. In het advies wordt aangegeven, dat het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de toxische vloeistof LT2, dat wordt vervoerd over de A27 ( ca. 880 meter).

Daarbij zal bij een (plas)brand met dieselverlading (voor de noodaggregaten in het plangebied) veel rookontwikkeling zijn, dat gevolgen kan hebben voor de aanwezige personen in de kantoren op eigen terrein. De veiligheidsregio adviseert in het kader van verantwoording hulpverlening de volgende aanvullende voorziening voor het plangebied/datacenter: Voor in het kantoorgedeelte een voorziening te treffen om de mechanische ventilatie uit te kunnen schakelen bij een incident, met gevaarlijke stoffen, op snelweg A27 en bij rookontwikkeling van een (plas)brand, bij dieselverlading. De aanwezige personen op eigen terrein worden hiermee tegen deze toxische stoffen (tijdelijk) beschermd. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 5.7 Verkeer en parkeren

Ontsluiting

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 39

Ten behoeve van de ontsluiting van de eerste fase van Stichtsekant is een gedeelte van de hoofdontsluiting van het gebied, de Nederstichtselaan, aangelegd. In de gedeelten fasen 1A en 1B zijn de bedrijfsontsluitingswegen aangelegd die uitkomen op de Wittevrouwen en de Lijsterweg die weer in verbinding staan met de Nederstichtselaan. De Lijsterweg fungeert tevens als een weg voor langzaam verkeer en landbouwverkeer en staat in verbinding met de Meesweg aan de westzijde. Aan de oostzijde is de Lijsterweg aangesloten op het Stichtsepad dat aan de zuidzijde aansluit op de Stichtsebrug of het Huizerpad dat weer aansluit op de Gooimeerdijk Oost. Aan de noordzijde sluit het Stichtsepad aan op het Priempad. De aansluiting op en toestroom vanaf de Waterlandseweg wordt geregeld met verkeerslichten. Aan de voet van het talud van de A27 ligt een secundaire weg die zich splitst in twee wegen, waarbij de ene weg aansluit op de Gooimeerdijk en de andere over de Stichtsebrug voert richting Huizen. Het terrein Stichtsekant is met openbaar vervoer bereikbaar met de bus. De streekbussen naar Almere, het Gooi en Zeewolde lopen via de Waterlandseweg. Ter hoogte van gebied fase 1A en in de uiterste noordoosthoek van het gebied (ter hoogte van de fase 1B) zijn bushaltes voor deze (regionale) buslijnen.

Aan de noordzijde buiten het plangebied loopt de Waterlandseweg die in de komende jaren verder zal worden verdubbeld. Onder de A27, buiten het plangebied, is een parkeerplaats aangelegd met name voor carpoolgebruik. Verk eersgeneratie Het bestemmingsplan voorziet ter plaatse in bedrijven tot en met categorie 4.2 van de bij het bestemmingsplan horende staat van bedrijfsactiviteiten. Hierbij horen naast datacenter ook logistieke bedrijven. Deze hebben een duidelijk groter verkeersgeneratie dan het nu voorziene datacenter, zodat er geen negatief effect op het verkeer wordt verwacht. Momenteel zijn op het bedrijventerrein enkele bedrijven gevestigd, waaronder een pakketsorteercentrum van PostNL, enkele logistieke bedrijven en distributeurs. Een groot gedeelte van het bedrijventerrein dient voor de uitbreiding nog bouwrijp te worden gemaakt. Het totaal te ontwikkelen bedrijventerrein heeft een netto omvang van ca. 130 ha. De gehele ontwikkeling heeft een oppervlakte van rond 80.000 m2 bvo. Ondanks de grote omvang van het gehele datacenter, zullen er relatief gezien weinig werknemers werken. In het beoogde datacenter zelf zullen maximaal 30 personen (tegelijk) aanwezig zijn en in de kantoren zijn dat er 60 werknemers (van klanten). Het totaalaantal werknemers dat maximaal gelijktijdig aanwezig is bedraagt dan 90 werknemers personen tegelijk.

Buiten kantorenuren is er ook altijd een bezetting in het datacenter aanwezig voor beveiliging e.d.. Onderzoeksbureau RAinfra concludeert in zijn rapport (zie bijlage), dat de ontwikkeling van een datacenter op bedrijventerrein de Stichtsekant tot een marginale verkeerstoename op de omliggende wegen leidt uitgaande van een volledige ontwikkeling van het bedrijventerrein. De wegen in de directe omgeving zijn gemaakt voor bedrijfsverkeer, zodat het verkeer op veilige en zonder problemen afgewikkeld kan worden (zie ook Bijlage 8). Park eerbalans Zowel het bestemmingsplan als het parkeerbeleid van Almere voorzien niet in bij datacenters passende parkeernormen. De norm voor opslag komt het dichtst bij, maar is met 1 parkeerplaats per 100 m2 bvo veel te hoog. Bij toepassing van deze norm en een omvang van het datacenter van rond 80.000 m2 bvo zal dat resulteren in 800 parkeerplaatsen. Voor een datacenter betekent deze norm het realiseren van een substantieel aantal overbodige parkeerplekken, hetgeen het beeld en het gebruik van het gebied niet te goede komt. In Nederland wordt voor datacenters eerder een norm van 0,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo toegepast (zoals in het parkeerbeleid van de gemeente Haarlemmermeer).

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 40

Zoals hiervoor aangegeven zullen er maximaal 90 personen tegelijk aanwezig zijn wanneer het datacenter volledig gerealiseerd en operationeel is. dGmR heeft in haar notitie onderbouwd, dat voor dit project afgeweken kan worden van de norm van 1 parkeerplaats per 100 m2 bvo (zie bijlage) en dat de toepassing van een minimale norm van 0,5 parkeerplaats per 100 m2 kantoor BVO realistisch is. Ook een eventuele toepassing van de CROW-norm van 1,6 voor het kantoorgedeelte inclusief een beperkte marge voor eventuele bezoekers van de datahallen is hierbij een geschikt uitgangspunt. Uit ervaring met andere projecten is gebleken dat deze normen namelijk beter aansluiten bij de parkeerbehoefte van een datacenter. Omdat DN13 van plan is om 142 parkeerplaatsen te realiseren wordt hiermee ruimschoots aan beide normen voldaan (zie ook Bijlage 9). 5.8 Waterhuishouding

In het kader van de Watertoets van het ter plaatse geldende bestemmingsplan is tijdens het ruimtelijk ontwerpproces in opdracht van gemeente Almere, het waterstructuurplan bedrijventerrein Stichtsekant opgesteld. Dit is gebeurd in nauwe samenwerking met het waterschap Zuiderzeeland. Het waterstructuurplan heeft als doelstelling om een WB21 (waterbeheer 21e eeuw) proof watersysteem te realiseren dat een oppervlakkige afvoer en oppervlakkige berging kent en daarnaast een belangrijke meerwaarde heeft ten aanzien van de waterkwaliteit en ecologie. De waterparagraaf is een samenvatting van het rapport 'Waterstructuurplan bedrijventerrein Stichtsekant te Almere' met als kenmerk 076640928: 0.18 - Definitief van februari 2013 (bijgevoegd als bijlage 10 bij de toelichting van het bestemmingsplan). De waterparagraaf toont aan dat het herziene plangebied geen problemen oplevert ten aanzien van het functioneren van het huidig en benodigd watersysteem, gelet op de fasering en de uiteindelijke eindfase. Regenwaterafvoer Bureau Arcadis heeft onderzoek uitgevoerd om aan te tonen dat met de ontwikkeling van het bedrijventerrein Almere Stichtsekant (zie Bijlage 10): 1. geen verslechtering van het watersysteem ontstaat buiten de ontwikkeling om. Het ontwerp mag geen negatieve invloed hebben op het watersysteem buiten het projectgebied; en dat 2.

geen wateroverlast ontstaat bij een T=100 neerslaggebeurtenis in het ontwerpgebied zelf. In beide gevallen kan geconcludeerd worden dat met de oppervlaktewatermodellering van de huidige en de ontwerpsituatie bij de T=100 maatgevende neerslaggebeurtenis voor het landelijke gebied aangetoond is dat de ontwerpsituatie niet leidt tot hogere piekwaterstanden en een hogere afvoer naar het omliggende gebied. Hierdoor ontstaat er geen afwenteling en verslechtering van het watersysteem door de realisatie van het ontwerp Almere Stichtsekant. Met de oppervlaktewatermodellering van de ontwerpsituatie bij de T=100 maatgevende neerslaggebeurtenis voor het stedelijke gebied van Almere is tevens aangetoond dat er in de ontwerpsituatie geen wateroverlast ontstaat op de verharde en bebouwde delen. Dit toont aan dat het ontwerp watersysteem voldoende robuust is om aan de wateroverlastnormen van het waterschap Zuiderzeeland te voldoen. Het onderhavige project past qua bebouwing binnen het bestemmingsplan en voorziet niet in ondergrondse bebouwing. Het project heeft hierdoor geen ander effect op de waterhuishouding dan in het hiervoor genoemde Waterstructuurplan is vastgelegd. Veiligheid De locatie van het plan is gelegen in een gebied met een mogelijk risico op opbarsten van de grond bij circa 1 meter ontgraving. Voordat word overgegaan op het ontgraven van de grond adviseert het

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 41

waterschap om gericht onderzoek te doen naar het opbarstrisico ter plaatse. Opbarsten of (bijna) aansnijden van het pleistocene zandpakket dient voorkomen te worden vanwege de kans op instabiliteit van de bodem, grondwater van slechte kwaliteit of inzijging. Voldoende Water De bebouwing van het datacenter past binnen de bebouwingsregels van het bestemmingsplan. Er wordt dus niet met de nu voorliggende herziening niet meer bebouwing en verharding mogelijk gemaakt dan in het bestemmingsplan reeds is voorzien en dus ook door Waterschap Zuiderzee is goedgekeurd. Kortheidshalve wordt hier verwezen naar het bestemmingsplan Stichtsekant Noord en de hierbij horende Bijlage 10 Waterstructuurplan bedrijventerrein Stichtsekant te Almere 2013 en Bijlage 11 Memo wijzigingen ten opzichte van het Waterstructuurplan (2015). Schoon Water Bij de keuze voor een koelsysteem dient ook rekening te worden gehouden met de consequenties hiervan voor de oppervlaktewaterkwaliteit. Wanneer een koelwatersysteem (open of gesloten koeltorens) wordt toegepast is bij een afvalwaterlozing mogelijk sprake van een warmtevracht en van diverse verontreinigende stoffen die mogelijk niet toegestaan kunnen worden. Wanneer men ook oppervlaktewater wil onttrekken zal ook dit beoordeeld moeten worden voor wat betreft de waterkwantiteit (thema Voldoende water).

Initiatiefnemer zal spoedig in contact te treden met het waterschap om nadere informatie aan te leveren en deze informatie te verwerken in de ruimtelijke onderbouwing. Maatregelen in het bouwplan zullen moeten voorkomen dat verontreinigingen in het oppervlaktewater geraken. Deze maatregelen zullen zowel materiaalvoorschriften in de bouw betreffen als het voorkomen dat verontreinigingen via de verharding(en) in het water belanden. Hierbij kan worden gedacht aan infiltratiebermen, wadi's en andere zuiveringsvoorzieningen. Gestreefd wordt om schoon hemelwater in bestaand gebied af te koppelen van het rioolstelsel. Het hemelwater afkomstig van schone oppervlakken wordt geïnfiltreerd of direct afgevoerd naar open water. Onder schone hemelwaterafvoer wordt verstaan: • Hemelwater van verhardingen met een verkeersintensiteit < 1000 vervoersbewegingen per etmaal. • Hemelwater van parkeerplaatsen met < 50 parkeerplaatsen Hemelwaterafvoer wat niet voldoet aan de criteria voor schone hemelwaterafvoer wordt gekwalificeerd als verontreinigd en dient gezuiverd te worden alvorens het tot afstroming komt op het oppervlaktewatersysteem. Het toepassen van niet-uitloogbare bouwmaterialen voorkomt dat het hemelwater, dat wordt afgekoppeld naar het oppervlaktewater, wordt vervuild. In verband hiermee worden eisen gesteld aan de bij de daken, goten en leidingen te gebruiken materialen.

Er dienen zo min mogelijk uitloogbare materialen zoals koper, lood, zink, teerhoudende dakbedekking of geïmpregneerde beschoeiingen gebruikt worden op delen die met hemelwater in contact komen, zoals de dakbedekking, goten en pijpen of er moet voorkomen worden dat deze materialen kunnen uitlogen (bijvoorbeeld door het coaten van loodslabben). De uitwerking van het bouwplan zal hieromtrent worden afgestemd met het waterschap. 5.9 Ecologie

Op grond van de Wet natuurbescherming is het verboden beschermde planten te vernielen of te beschadigen, beschermde dieren te verstoren, verwonden of te doden.

In maart 2019 is door BK Bouw- & Milieuadvies B.V. een ecologische quickscan uitgevoerd (zie Bijlage 11). Tijdens het veldonderzoek zijn geen zwaar beschermde soorten aangetroffen. Gezien het terreintype worden zwaar beschermde soorten niet verwacht. Op basis van het literatuuronderzoek wordt

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 42

een diversiteit aan (algemeen voorkomende) soorten verwacht. Hiervoor geldt dat deze niet ontheffingsplichtig zijn, mits de zorgplicht in acht wordt gehouden.

Binnen het plangebied zijn wél broedvogels te verwachten. Voor alle beschermde inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren beschadigen of verstoren. In de praktijk betekent dit dat storende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden. Handelingen die een vaste rust- of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren, zijn eveneens niet toegestaan. Nestlocaties van boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, oehoe, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw worden gezien als jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaats. Voor de verstoring van deze verblijfplaatsen en belangrijk leef- of foerageergebied is ook buiten het broedseizoen een ontheffing noodzakelijk. Met de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied worden echter geen jaarrond beschermde nestlocaties verstoord of verwijderd. Gezien de grootte van de planlocatie en het ontbreken van de nestlocatie op of in de directe omgeving van het plangebied, kan worden geconcludeerd dat de voorgenomen plannen geen effect hebben op het functionele leefgebied ten opzichte van de nestlocatie. Nader onderzoek of de aanvraag tot ontheffing voor (één van) deze soorten noodzakelijk is, is dan ook niet aan de orde.

Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 5.10 Stikstofdepositie

De provincie Flevoland is bevoegd gezag inzake de oprichting van de inrichting en voor aanvragen op grond van de Wet natuurbescherming. Zij beoordelen vanuit die positie ook de effecten ten aanzien van de stikstofdepositie. Hierin zal zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de inrichting worden beoordeeld. Voor de gebruiksfase is door onderzoeksbureau DGMR een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden uitgevoerd (zie Bijlage 12). Uit het onderzoek is gebleken, dat noodstroomaggregaten zonder een SCR-systeem een depositie van ten hoogste 0,04 mol/ha/jaar veroorzaken. Er is daarom ervoor gekozen om maatregelen te nemen om de stikstofemissie met een voorverwarmde SCR-systeem te reduceren. Door deze maatregelen voldoet de bedrijfssituatie van het datacenter aan de grenswaarde van 0,00 mol/ha/jaar. Voor de gebruiksfase kan dus, onder bovengenoemde voorwaarden, akkoord worden gegeven op het aspect stikstofdepositie. Aan het in kaart brengen van de gegevens voor de aanlegfase wordt nog gewerkt. Deze dient te voldoen aan de geldende eisen ten behoeve van de beperking van de stikstofdepositie in de voor stikstofgevoelige natuurgebieden. De emissie mag geen relevante stikstofdepositie (0.00 mol/ha/jaar berekend met de laatste versie van Aerius Calculator) veroorzaken op de voor stikstof gevoelige natuurgebieden.

Gezien het feit dat de provincie de vergunning uitsluitend kan verlenen als ook voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase wordt voldaan wordt aan de laatste inzichten en kaders ten aanzien van de stikstofdepositie is dit onderdeel geborgd en kan niet leiden tot onacceptabele milieueffecten. 5.11 Archeologie en cultuurhistorie

Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid van het Besluit ruimtelijke ordening moet een beschrijving worden gegeven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Archeologische waarden Het plangebied ligt in een gebied dat op de Archeologische Beleidskaart Almere (ABA) staat aangegeven als 'Vrijgesteld'. Onderzoek is hier niet nodig. Aan de westrand van hal A bevindt zich een

Gemeente Almere bestemmingsplan Stichtsekant Noord, 1e partiële herziening 43

locatie archeologische vindplaats die aangewezene is als 'Waarde – 5'. Werkzaamheden zijn hier altijd vergunningplichtig en gaan gepaard met archeologisch onderzoek. Juist deze locatie wordt niet bebouwd en valt buiten het projectgebied. Archeologie vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. Nader onderzoek is niet nodig. Op het moment dat tijdens graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke plicht deze vondsten te melden bij de bevoegde overheid (gemeente Almere, op grond van de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10).

Afbeelding: locatie die valt binnen zone 'Waarde-5' Cultuurhistorische waarden In en rond de projectlocatie zijn geen beschermde monumenten, stads- of dorpsgezichten of andere cultuurhistorische waarden aanwezig.

5.12 Kabels en leidingen c.a.

Er bevinden zich geen hoofdkabels en leidingen binnen het plangebied die belemmerend voor de uitvoerbaarheid van de voorziene ontwikkeling zijn. 5.13 Duurzaamheid

Datacenters algemeen Volgens recente studies in Science (februari, 2020) en van het Internationaal Energie Agentschap (IEA, juni, 2020) steeg het elektriciteitsverbruik van datacenters wereldwijd met slechts 5 procent tussen 2010-2018, terwijl het dataverkeer vertienvoudigde en de dataopslag 25 keer groeide. Schaalgrootte en professionalisering van datacenters en de verhoging van efficiëntie heeft hierbij een

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9996745/1