CConstaterende datAlmere
Koppel je AI →
Document · PDF

Bundel

Politieke Markt 10 juni 2021, gemeente Almere30.921 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Een eerste doorkijk op de kosten voor gemeentelijke bijplaatsing van parkeerplaatsen in de bestaande openbare ruimte wordt ingeschat op € 450 aanlegkosten en aanvullende beheerlasten van ongeveer € 20 per openbare parkeerplaats. Dit betreffen de kosten voor aanleg en onderhoud van de parkeerplaats zelf. Dit bedrag is exclusief opslagen, zoals kosten van planning en uitvoering, klimaatadaptatie (hittestress en watermanagement), aanleg verhardingen richting parkeerplaatsen, communicatie en participatiekosten. Inclusief alle opslagen schatten wij dat de gemiddelde kosten voor de eerste aanleg op € 900 en € 25 structurele onderhoudskosten per parkeerplaats uit komt. Deze bedragen zijn op basis van de veronderstelling dat de grond waarop een parkeerplaats wordt gerealiseerd in bezit van de gemeente is. De precieze aanlegkosten zullen ook locatie afhankelijk zijn. In de begroting zijn nu geen middelen voor uitbreiding van parkeerplaatsen opgenomen. Als uit het verdere proces van de parkeervisie blijkt dat op dit vlak interventies nodig zijn, zullen we moeten afwegen of we hiervoor geld vrij willen maken. Dit zou bijvoorbeeld (gedeeltelijk) bij het MIPA kunnen.

Scenario’s 1. Almere volgt het uitgangspunt vraagvolgend Met vraagvolgend bedoelen wij dat de vraag naar parkeerplaatsen leidend wordt gemaakt bij afwegingen in de openbare ruimte. In principe treedt de gemeente hierin niet beperkend op. Parkeernormen zijn indicatief en vormen een basis waarop bijgestuurd kan worden. Een vraaggestuurde werkwijze hanteert

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

autobezit als norm voor de bepaling voor het aantal parkeerplaatsen. Bij dit principe is er afwegingsruimte met welke prioriteit en bij welke beschikbaarheid van parkeerplaatsen er tot bijplaatsing van parkeervoorzieningen wordt overgegaan. Om vraagvolgend te kunnen worden is het aan uw raad om daarbij de normen te stellen op welke afstand en bij welke bezetting er parkeergelegenheid bij moet komen.

Als het aantal auto’s blijft groeien moet de keuze gemaakt worden of en op welke voorwaarden er extra parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Dit zorgt voor druk op de openbare ruimte, waarbij de spanning tussen parkeervoorzieningen, openbaar groen en andere invullingen van de openbare ruimte continu om de prioriteit strijden. Andersom geldt ook dat bij een daling van autobezit de vraag naar parkeerkeerplaatsen kan afnemen en dat het vraagvolgende principe (dus) leidt tot vermindering van het aantal openbare parkeerplaatsen. Hoeveel ruimte er is om in bestaande gebieden parkeerplaatsen bij te plaatsen, hangt af van hoeveel middelen we dan hebben of vrij willen maken (uit bijvoorbeeld het MIPA). Op dit moment is de financiële ruimte heel beperkt.

Bij dit uitgangspunt wordt het bijplaatsen van parkeervoorzieningen een prioriteit bij keuzes over inzet van de openbare ruimte. Om in gebieden met een hoge mate van verstedelijking (een hoog aantal huishoudens per vierkante km) te kunnen voldoen aan het vraagvolgende principe, is het bijplaatsen van gestapelde parkeervoorziening (parkeergarages) de eerste logische optie in verband met de beschikbare ruimte. De bijplaatsing van parkeervoorzieningen is momenteel niet budgettair voorzien.

De prioritering van maatregelen bij dit scenario is voor de meeste wijken: - Bijplaatsen parkeervoorzieningen; - Stimuleren overgang naar andere mobiliteitsvormen; - Inzet op gedragsbeïnvloeding; - Parkeerregulering toepassen; - Accepteren parkeersituatie

Voor de centrumgebieden in Almere is de prioritering afwijkend: • Parkeerregulering toepassen/uitbreiden; • Inzet op gedragsbeïnvloeding; • Stimuleren overgang naar andere mobiliteitsvormen; • Bijplaatsen parkeervoorzieningen; • Accepteren parkeersituatie

We volgen wel de vraag, die sterker dan in andere wijken is beïnvloed door het gegeven van gereguleerd parkeren en de aanwezigheid van goede alternatieve vervoerwijzen. Fysieke ruimte is hier echter veel schaarser om vraagvolgend parkeerplaatsen bij te kunnen bouwen en het is niet vreemd dat in een centrumgebied van een grote stad een zekere mate van parkeerregulering geldt, zoals betaald parkeren of vergunningen.

2. Almere hanteert het uitgangspunt vraagsturend Bij het uitgangspunt vraagsturend gaat de gemeente actief beleid voeren op de beschikbare parkeerplaatsen en daarmee op het aantal auto’s dat in een openbaar gebied kan staan. Om zodoende voorrang te geven aan ruimtelijke kwaliteit en/of het autobezit (of de groei ervan) verlagend te willen beïnvloeden om de druk op het lokale en regionale wegennet te verminderen en gebruik andere (duurzamere) vervoerwijzen te willen stimuleren. Vraagsturend te werk gaan kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door vergunningsplicht in te stellen in wijken en buurten waar parkeerdrukte problematiek speelt. Hierbij kan ook nog gekozen worden voor een progressief regime, dat wil zeggen dat een vergunning voor een 2 e auto duurder is dan de 1e etc. Of door dat bij parkeerdrukte het bijplaatsen van extra parkeerplaatsen als geen of de laatste optie te zien. En/of door sterk in zetten op het faciliteren van deelmobiliteit.

In dit scenario stapt de gemeente eerder over op regulering van de parkeervoorziening, indien er meldingen of signalen van drukte zijn. In de afwegingen over de inzet van de openbare ruimte is het bijplaatsen van parkeervoorzieningen de laagste prioriteit. Hiermee wordt uitgesproken dat er andere aspecten zijn die prioriteit krijgen bij de borging van de kwaliteit van de openbare ruimte en omgeving. Bij een vraagsturende benadering wordt er actief gekozen om beleid te formuleren waarbij de huidige parkeervoorraad toereikend moet zijn en eventueel zelfs geïntensiveerd zou kunnen worden om het aantal auto’s (en daarmee benodigde parkeervoorzieningen) terug te dringen. De prioritering van maatregelen bij dit scenario is: - Inzet op gedragsbeïnvloeding;

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

- Stimuleren overgang naar andere mobiliteitsvormen; - Parkeerregulering toepassen; - Accepteren parkeersituatie - Bijplaatsen parkeervoorzieningen

Ter overweging op interventieladder bij beide scenario’s: Omgaan met “vertuining” Met vertuining wordt bedoeld dat bewoners de parkeergelegenheid op eigen terrein (illegaal) hebben omgebouwd tot tuin of andere bestemming waardoor er niet meer op geparkeerd kan worden. Dit leidt tot extra druk op parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Vraag is hoe u hiermee om wil gaan. Er is onderscheid in twee soorten situaties met daarbij de opties. Dit wel onder voorbehoud van lopend onderzoek naar wat de juridische mogelijkheden van de gemeente precies zijn. Bestaande situaties Bij bestaande woningen kan vertuining zowel door de huidige bewoner zijn uitgevoerd maar ook (vele) bewoners voor hen. Het is de vraag of in dat laatste geval er nog wel (juridisch) geëist kan worden om de situatie aan te passen opdat er weer op het eigen terrein geparkeerd kan worden of dat er te lang gedoogd is. Keuzes om hier tegen op te treden kunnen zijn: 1. Altijd eisen dat de parkeergelegenheid op eigen terrein hersteld wordt (indien juridisch mogelijk) 2. Als 1 maar alleen als er parkeerdrukte problematiek in de straat speelt 3. Als 1 of 2 maar alleen indien huidige bewoners vertuining hebben toegepast 4. Niet (meer) tegen optreden 5. Aanvullend op 4, bij parkeerdrukte problematiek in de straat geen nieuwe parkeerplaatsen bijplaatsen.

Nieuwe situaties Met nieuwe situaties van vertuining bedoelen wij: de eerste bewoners van een nieuwbouw woning, waarbij (illegaal) vertuining plaats vindt. Hier is het juridisch meestal eenvoudiger tegen op te treden. Advies is om dit ook altijd te doen om huidige of toekomstige parkeerdrukte problematiek in de straat te voorkomen.

Advies Wij adviseren u uit te gaan van scenario 1. Voor de korte termijn verwachten wij dat het principe vraagsturend tot grotere overlast leidt in, met name, de woonwijken van Almere. De opzet van de stad maakt dat er een verscheidenheid aan woonmilieus zijn ontstaan, waarbij de leeftijd van de buurten en wijken onderling verschilt. Dit vraagt een wijk-specifieke aanpak, waarbij zo efficiënt mogelijk gebruik wordt gemaakt van beschikbare openbare ruimte. In Almere Centrum is belangrijk dat we de woningbouwopgave daar moeten kunnen realiseren. Zowel het vraagvolgende als het vraagsturende principe leidt tot een gebiedsafhankelijke differentiatie van de benodigde/vereiste parkeerplaatsen. Bij een vraagvolgende benadering werkt dat als volgt. We zien dat de combinatie van gereguleerd parkeren in het centrum en de aanwezigheid van goede alternatieven (OV-stations, fiets-infrastructuur ) zorgt voor een lager autobezit. (Nieuwe) bewoners van hoogstedelijke gebieden (h)erkennen dit principe ook c.q. stellen zich daar op in. Als we dit in de praktijk zien, leggen we bij een vraagvolgende benadering daadwerkelijk minder parkeerplaatsen aan. Het knooppuntbeleid is hier ook op toegespitst. Dit is ook verwerkt in de (tussentijdse) Nota Parkeernormen waar de parkeernorm in A+ gebieden lager ligt dan in B of C.

In Almere Centrum hebben we de meeste zorg over hoe de ambities uit de parkeervisie te combineren zijn met andere beleidsdoelstellingen.Het risico hier is dat niet alle ambities op het gebied van leefbaarheid, dichtheid en parkeren gerealiseerd kunnen worden, zowel inhoudelijk als financieel. We verwachten dat dit bij elke ontwikkeling maatwerk zal vragen om alle ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, economische aantrekkelijkheid en leefbaarheid zo goed mogelijk in te vullen. Soms zullen we daarin keuzes moeten maken, als niet alle ambities bij een project gelijktijdig te realiseren zijn. Dit vraagt van ons dat we onze analyse op twee punten aanscherpen. Ten eerste moeten we bij de uitwerking van de parkeervisie een scherper beeld krijgen van de omvang van de parkeerbehoefte vanuit een vraagvolgend principe. Ten tweede moeten we bij de verdere ontwikkeling van het centrum een scherper beeld krijgen van de ruimtelijke en financiële (on)mogelijkheden voor het aanleggen, bouwen en behouden van parkeerplaatsen.

Deze werkwijze kan in hoogstedelijke/centrum gebieden tot een overloop in schilgebieden leiden. Dit zien wij nu bijv. in gebieden rondom het betaald parkeren gebied bij Almere Centrum en in mindere mate rondom het centrum van Almere Buiten. De regulering van parkeren leidt tot overloop en mogelijke parkeerdrukte- en overlast in omliggende woonwijken. Voor deze schilgebieden is een vorm van gereguleerd parkeren dan ook noodzakelijk. Waarbij uitgangspunt/wens is deze schilgebieden zo klein mogelijk te houden. Scenario 1 prioriteert hierin de aanleg van parkeervoorzieningen, maar dit kan niet ongelimiteerd gebeuren door de druk die hiermee op de openbare ruimte ontstaat. Wij verwachten dat de leefbaarheid

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

van woonwijken onder druk komt te staan als een groot deel van de openbare ruimte ingezet wordt voor parkeervoorzieningen. Bij de keuze voor het eerste scenario adviseren wij u om, in lijn met dilemma 2, een definitie te hangen aan onderwerpen als parkeerdruk. Een uitspraak over wat u acceptabel acht, in combinatie met de principiële uitgangspunten bij dit dilemma, zullen in de parkeervisie leiden tot uitwerkingen waar als eerste interventie nodig en wenselijk is. Ter verdere bespreking van ons advies vindt u hieronder een aantal stellingen die wij passend vinden bij de uitwerking van scenario 1.

a. De normen voor aanleg van parkeerplaatsen bij nieuwe ontwikkelingen volgen de trend van autobezit in het desbetreffende gebied (ze zijn dus gebied specifiek) b. Het is mogelijk om bij nieuwe wijk(her)ontwikkeling een deel van de benodigde parkeerplaatsen op een centrale locatie in of langs de wijk te realiseren. In de centrum gebieden is dit wenselijk vanwege de beperkte openbare ruimte. Wij geven de ruimte om dit als concept in (nieuwe) woonwijken toe te passen. c. Wij hanteren het uitgangspunt dat bij (her)ontwikkeling van woningen in een [bepaalde prijsklasse] de parkeerplaatsen zoveel mogelijk op eigen terrein worden gerealiseerd, zodat de belasting op de openbare ruimte evenredig wordt verdeeld. d. Nieuwbouw en transformatie plannen in wijken met parkeerdrukte mogen geen aanvullende druk leggen op de beschikbare openbare parkeerplaatsen. Parkeerruimte moet in deze plannen op eigen terrein worden gerealiseerd. a. Plannen waarmee de parkeerdruk op openbare parkeerplaatsen verkleind wordt krijgen de voorkeur. e. Indien deze benodigde parkeerplaatsen via een boven/ondergrondse parkeervoorziening (moeten) worden voorzien dan dienen deze gefinancierd te worden via toerekening van de opbrengsten uit deze ontwikkeling (directe verrekening met het saldo van de betreffende GREX). a.

Indien dit geen of een onvoldoende optie is, wordt gereguleerd parkeren ingesteld ter financiering van de parkeervoorziening. f. Bij het bijplaatsen van parkeervoorzieningen wordt er niet ongelimiteerd bijgeplaatst, er moet in de openbare ruimte plaats blijven voor groen. g. Er wordt, in de individuele buurten/gebieden, als laatste oplossing gekozen voor de invoering van (betaald parkeren. In de omliggende gebieden kunnen er, in samenspraak met de inwoners, maatregelen genomen worden om het waterbedeffect te voorkomen. h. Inwoners/werknemers van het postcodegebied met gereguleerd parkeren zijn de enige mogelijke aanvragers voor een parkeervergunning in dat gebied, om te voorkomen dat inwoners/werknemers van buiten dit gebied de beschikbare parkeervoorzieningen onder druk zetten (belangrijk voor voorkomen problemen in schilgebieden). i. Bij een lage parkeerdruk, geen overlast en bij indicaties van een stabiel autobezit kan parkeerruimte, in overleg met belanghebbenden, anders worden ingezet, bijvoorbeeld als openbaar groen j. Vraagvolgend principe is het uitgangspunt. Op projectniveau of in specifieke situaties kunnen uitgangspunten vanuit parkeren en andere beleidsvelden conflicteren, op bijvoorbeeld het gebied van financiën, duurzaamheid, klimaatadaptie, ecologie etc. Dit laatste zal met name spelen in Almere Centrum, waar je al snel hoge kosten krijgt door gebouwd parkeren.

Indien dit aan de orde is, zullen we steeds per geval moeten afwegen wat mogelijk is om onze verschillende beleidsdoelen zo veel mogelijk te realiseren.

Dilemma 2: Wat is de definitie van parkeerdruk en wat is parkeeroverlast?

Toelichting Naar mate de stad en de wijken ouder worden krijgt de gemeente steeds meer meldingen van parkeerdrukte en parkeeroverlast. Momenteel is er geen vastgestelde norm voor parkeerdrukte. Dit wil zeggen dat er geen uitspraken van raad of college zijn, waaraan de situatie in een straat of buurt getoetst kan worden. Wij voeren nu een parkeerdrukmeting uit bij meldingen van parkeerdrukte of bij aanpassingen en onderhoud van de openbare ruimte. Hierbij wordt er gekeken naar het aantal auto’s en het aantal beschikbare parkeervakken op drie momenten gedurende een week. Op basis van de resultaten wordt beoordeeld of er sprake is van parkeerdruk en of de aanpassingen nodig en uitvoerbaar zijn.

Parkeerdrukte ontstaat door een stijgend autobezit in een straat of buurt ten opzichte van de normen waarmee bij de aanleg van de wijk is gerekend. Parkeeroverlast is vaak het gevolg van gedrag of onduidelijkheid over het gebruik van openbare parkeervakken. Hier moet bijvoorbeeld gedacht worden aan fout parkeren, oneigenlijk gebruik van parkeervakken (bijv. aanhangers op parkeervakken) of uitwijk

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

gedrag uit de omgeving, zoals bijvoorbeeld rondom het centrum. De definitie en norm voor parkeeroverlast willen wij onderdeel maken van de parkeervisie. Wij zien dat parkeeroverlast en parkeerdrukte in bepaalde mate subjectief kan zijn. Dit vinden wij niet wenselijk. Met dit dilemma leggen wij u de principiële vraag voor: ‘wanneer vindt u dat er sprake is van parkeerdruk?’.

Scenario’s 1. Wij maken de meldingen en ervaring van onze inwoners leidend en passen aan behoefte aan Bij dit scenario stellen we de beleving van onze inwoners centraal. Op het moment dat inwoners parkeerdrukte of overlast ervaren kunnen zij dit melden bij de gemeente. Op het moment dat dit het geval is beoordelen wij als gemeente welke interventies passend zouden zijn. Dit faciliteert een maximaal vraagvolgend systeem, maar geeft tegelijkertijd het risico de verwachting te schetsen dat er altijd parkeerplaatsen bij geplaatst worden. Dit scenario is daarnaast gevoelig voor de belevenis van onze inwoners. Hierbij wordt het zwaartepunt van de visie geplaatst bij autobezitters en de beschikbaarheid van parkeervoorzieningen dicht in de buurt. Met dit scenario verplaatst de gemeente zich maximaal in de ‘leefwereld’ van onze inwoners. Autobezitters krijgen hierbij wel een bepaalde mate van voorkeur in het gebruik van (een deel van) de openbare ruimte. Bij parkeerdrukte wordt er altijd overgegaan tot het bijplaatsen van parkeergelegenheid/voorzieningen. Het definiëren van overlast is daarbij niet strikt noodzakelijk. Iedere melding is in dit scenario een melding van parkeeroverlast.

2. Als gemeente definiëren wij een norm en toetsen daaraan Voor het objectiveren van parkeerdrukte stelt de gemeente een norm op. Met de norm toetsen we de vraag vanuit een wijk aan het gebruik van de voorzieningen. Er kan gekozen worden voor een norm op basis van bezetting, een norm waarbij afstand woning tot parkeervoorziening wordt gehanteerd of een combinatie van beiden. Hierbij kunt u zich uitspreken wat u een wenselijke bezettingsgraad vindt en of u aanvullende voorwaarden/criteria aan de norm wilt toevoegen.

Het voordeel van het stellen van een norm is dat er een objectief gegeven gebruikt kan worden. De beleving van parkeerdrukte en overlast neemt hiermee echter niet mee af. Op basis van de normen wordt er besloten of er wel of niet tot interventie moet worden overgegaan. Dit zorgt wel voor een eenduidige manier van benadering bij parkeeroverlast en drukte.

a. We definiëren de huidige situatie als norm (parkeerschaarste) Een alternatief binnen dit tweede scenario is om in aansluiting met de (niet geadviseerde) keuze om vraagsturend te acteren is er een optie om parkeerdrukte niet zo te omschrijven, maar wordt het gezien als schaarste. Het huidige aantal parkeerplaatsen wordt als gegeven gezien. “Daar moet het mee gedaan worden”. De inzet hierbij is de leefbaarheid van een wijk te garanderen door bijv. handhavend op te treden. Bij een groot verschil tussen vraag en aanbod van parkeervoorzieningen wordt er regulerend opgetreden. Er worden, in principe, geen extra parkeervoorzieningen in straten gerealiseerd. Eventuele extra voorzieningen worden aan de randen van buurten en wijken gerealiseerd, waarbij het uitgangspunt is dat de parkeerschaarste uitwijkmogelijkheden vraagt. Inherent aan het principe parkeerschaarste worden extra parkeervoorzieningen alleen gerealiseerd als oplossing voor overlast die de leefbaarheid van de wijk onder druk zet. Parkeerhandhaving speelt in deze aanpak een grote rol.

Advies Wij adviseren u om een percentagenorm in te voeren in combinatie met een afstandsnorm tot de woning (scenario 2). De invoering van een norm geeft ons de mogelijkheid inzichtelijk te maken welke straten, buurten of wijken momenteel het zwaarste onder druk staan en biedt tegelijkertijd de mogelijkheid de situatie in onze woonwijken te monitoren. Wij stellen ons bijvoorbeeld een norm voor als dat we het acceptabel vinden als er uit de meting blijkt dat op de drukste momenten er nog minimaal 1 op de 20 parkeerplaatsen beschikbaar is (=95% bezetting). Bij de parkeervisie zullen wij een voorstel doen voor hoe de norm exact luidt. De drukste momenten zijn meestal in de avond/nacht wanneer iedereen thuis is. Het gaat hier nadrukkelijk om (dagelijkse) structurele drukte en geen incidentele die b.v. slechts 10 minuten duurt rondom opening scholen of die enkele keren per jaar voorkomt. In de gevallen van incidentele parkeerdrukte kan er echter wel sprake zijn van parkeeroverlast, inzet van handhaving behoeft. Wij vinden dit scenario de passende combinatie tussen vraagvolgend werken en de belangenafweging van al onze inwoners voor het gebruik van de openbare ruimte (niet enkel de autobezitters).

Het plotseling invoeren van parkeerschaarste (scenario 3) levert niet alleen weerstand op, maar leidt tot een belemmering van de grote groep inwoners die buiten Almere werkt, zeker op de korte termijn.

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

Dilemma 3: Wanneer grijpt de gemeente in?

Toelichting Voor het oplossen van parkeerdruk of parkeeroverlast zijn er een beperkt aantal momenten voor het gemeentelijk ingrijpen. Het aanpassen van de openbare ruimte is een afweging tussen de belangen van onze inwoners en ambities en doelstellingen die er zijn bij het gebruik van de openbare ruimte. Het dilemma hierbij is de afweging tussen de verschillende belangen in de openbare ruimte en de beschikbare middelen (geld, capaciteit en ruimtelijke mogelijkheden) om een aanpassing te realiseren.

Het dilemma wat ter bespreking met u voorligt is in welke mate u een voorkeur/prioriteit wilt uitspreken over de type en volgorde van de interventies, waarbij u direct ook een uitspraak kunt doen over uw voorkeur voor de inrichting van participatie met omwonenden. De keuze die u hierin maakt heeft effect op de benodigde middelen (capaciteit en financieel).

Scenario’s 1. Informatie gestuurde interventies Bij deze vorm van proactieve benadering zal de gemeente, op basis van de metingen, starten met het proces (waaronder participatie) voor de aanpassing van de parkeervoorzieningen. Afhankelijk van de keuze voor het principe achter het parkeerbeleid kan dit bijplaatsing van voorzieningen, handhaving of invoering van betaald parkeren/vergunningsplicht zijn. Hierbij werkt de gemeente voor meldingen uit en wordt o.a. op basis van prognoses en inzicht in ontwikkeling van bijv. autobezit jaarlijks een voorspelling gedaan op welke locaties in Almere interventie nodig is. Door informatie gestuurde interventies kunnen leiden tot een grote(re) financiële claim, zeker bij een spontane grote verschuiving op het gebied van aantal auto’s in een buurt. De exacte uitwerking van deze informatie gestuurde benadering is afhankelijk van uw keuze voor prioriteit van parkeren, de mate van vraagvolgendheid en de normstelling van o.a. parkeerdrukte. Indien u de prioriteit legt bij het volledig vraagvolgend zijn komt de prioriteit van gebruik van de openbare ruimte volledig op parkeren te liggen.

Deze proactieve benadering werkt vanuit het principe: ‘wij willen overlast en klachten voor zijn.’

2. Melding gerichte interventies Het grootste onderscheid met de proactieve benadering zit hem hierbij in dat er pas tot de opstart van interventie wordt overgegaan op het moment dat de buurt overlast meldt, of dat er geconstateerd wordt dat er overlast en parkeerproblematiek aan het ontstaan is. De reactieve benadering kan daarmee tegelijkertijd een mate van efficiëntie opleveren, we starten ten slotte pas op wanneer een buurt of straat aangeeft zelf overlast te hebben. De reactieve benadering zal, naar onze verwachting, een minder grote belasting op financiële middelen geven.

Advies Wij adviseren u het melding gerichte interventiemodel over te nemen (scenario 2). Het risico dat hiermee een te grote mate van subjectiviteit in de interventies zou kunnen optreden (“alleen wie klaagt krijgt oplossingen”) zien wij als erg klein, omdat er altijd met een objectieve parkeerdruktenorm wordt gewerkt om te bepalen of er inderdaad rechtvaardiging in de klacht(en) zit. We kiezen met deze benadering bewust voor het geven van prioriteit aan de gebieden waarvan objectief vast te stellen is dat er parkeerdrukte is, in combinatie met de gebieden waar de bewoners problematiek ondervinden aan de parkeerdrukte. Parkeeroverlast-en drukte oplossen kan leiden tot een herinrichting van de openbare ruimte. Dit kan knellen met de wensen van omwonenden en de gemeentelijke ambities voor de openbare ruimte. Wij adviseren u inwonerparticipatie een belangrijk onderdeel te laten zijn van de maatwerkaanpak, maar om als gemeente vooraf te definiëren welke interventies passend zouden kunnen zijn. De (verwachte) levensloop van de wijk betrekken wij hierbij.

a. Wij kiezen voor het melding gerichte model, om de signalen en wensen van onze inwoners centraal te stellen. i. Op voorspraak van omwonenden kan er worden afgeweken van de prioritering van maatregelen (zoals genoemd bij dilemma 1); ii. Afwijken van de prioritering van maatregelen is altijd gekoppeld aan beschikbare ruimte en financiële middelen iii. Wij starten pas met bewonersparticipatie als financiële middelen voor de uitvoering ook beschikbaar zijn; we willen geen valse verwachtingen scheppen. Op het moment zijn er geen financiële middelen beschikbaar voor de uitvoering. Binnen de integrale

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

afweging van de begroting, maar ook binnen producten als het MIPA, kunnen deze voornemens worden afgewogen. b. Vanuit efficiency overwegingen is het streven om eventuele werkzaamheden zoveel mogelijk te combineren met gepland (groot) onderhoud. Aanpassingen op andere momenten zullen veel duurder zijn.

Dilemma 4: Betaald parkeren: mag de gemeente wel of geen winst maken uit betaald parkeren?

Toelichting Betaald parkeren is een vaak terugkeren onderwerp. In Almere zijn er twee gebieden waar op dit moment betaald parkeren van kracht is. Daarnaast is er in 2006 een besluit genomen om op termijn betaald parkeren in te voeren in Almere Poort. De motivatie hiervoor is het hoogstedelijk karakter van Almere Poort, waarbij het betaald parkeren gebied zich richt rondom het station. Het invoeren van betaald parkeren moet ervoor zorgen dat het P&R terrein goed gebruikt wordt en moet voorkomen dat omwonenden overlast ervaren van o.a. forenzen. In principe wordt parkeergeld gevraagd op locaties waar parkeervoorzieningen relatief schaars zijn en waar een relatief grote groep mensen gebruik van de openbare ruimte (rondom OV-knooppunten, winkels, hoog verdichte woningbouw etc.). Volgens de huidige systematiek van de gemeente komen de parkeeropbrengsten ten gunste van de algemene middelen. In totaal is er een begroting van 14 miljoen euro met het betaald parkeren gemoeid. De netto opbrengsten (na aftrek van alle parkeerkosten), op dit moment gemiddeld 4 miljoen euro, zijn onderdeel van de integrale afweging bij de (vaststelling van de) begroting.

Bij dit dilemma speelt het principiële vraagstuk of een gemeente opbrengsten mag hebben uit parkeren en zo ja, wat er met de parkeeropbrengsten gedaan wordt. Hierbij zijn een drietal scenario’s ter discussie voorbereid.

Scenario’s 1. Afschaffen van betaald parkeren Het compleet afschaffen van betaald parkeren leidt tot, in ieder geval, een financieel knelpunt van 4 miljoen euro (de huidige winst van het parkeerbedrijf). Dit betekent het afschaffen van betaald parkeren in Almere Stad en Almere Buiten. In Almere Poort wordt er geen betaald parkeren ingevoerd. Enkele kosten (o.a. onderhoud en afschrijvingen parkeergarage) komen vervolgens ook nog ten laste van het perspectief, waarmee het financieel knelpunt met nog vele miljoenen extra verder zal stijgen.

Binnen dit scenario kan er worden gekozen voor het geheel of gedeeltelijk afschaffen van betaald parkeren. Bij het afschaffen van betaald parkeren verwachten wij een grotere belasting op de parkeervoorzieningen in de stad, waarmee het risico op overbelasting van de centrumgebieden ontstaat. Hierdoor komt de bereikbaarheid van deze gebieden onder druk te staan en verwachten wij een groei van parkeeroverlast. Het kan het gebruik van OV en fiets verminderen. Al deze effecten zijn in strijd met de ambities en doelstellingen van de mobiliteitsvisie.

2. Alleen afschaffen betaald parkeren in Almere Buiten In dit scenario wordt betaald parkeren alleen in Almere Buiten afgeschaft, in Centrum en toekomstig in Poort blijft het gehandhaafd. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de wens bij enkele ondernemers in Buiten. Nadeel ook in dit scenario is dat dit een miljoenen gat in de begroting creëert en dat het tot “scheve ogen” bij de ondernemers in Almere Centrum kan leiden waar betaald parkeren wel blijft bestaan.

3. Betaald parkeren blijft van kracht: een pragmatische benadering In dit scenario blijft het betaald parkeren in Almere Stad en Almere Buiten van kracht. In Almere Poort wordt er, op termijn, betaald parkeren ingevoerd. De meeropbrengsten vloeien af naar de algemene middelen. De parkeeropbrengsten zijn daarmee integraal afweegbaar. Ontwikkelingen en verdichting in centrumgebieden kunnen leiden tot het verdwijnen van parkeervelden/voorzieningen om ruimte te maken voor wonen, winkels en voorzieningen. Hierbij moeten we rekening houd met lagere parkeerresultaten. De verdere ontwikkeling van het centrum vraagt continu zorg en aandacht. Voor het aanleggen en ontwikkelen van nieuwe of andersoortige (ondergrondse) parkeervoorzieningen is nu geen geld gereserveerd. Dit terwijl deze in aanleg en onderhoud duurder zijn dan parkeerplaatsen voor straatparkeren. En zoals eerder bij dilemma 1 is geschetst, is het uitgangspunt dat de parkeerbalans voldoende ruimte blijft bieden om alle parkeervraag van bezoekers en bewoners te faciliteren.

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

4. De parkeeropbrengsten moeten maximaal winstgevend worden In dit beleid wordt er gekozen voor een gemaximeerde winstgevend van de parkeeropbrengsten. Hiermee wordt er naar een marktconform tarief per gebied gekeken en de kosten worden zoveel mogelijk geminimaliseerd. Dit kan tarief verhogend werken (bij een marktconform tarief. Verder kunnen er ingrepen worden gedaan om de kosten op het gebied van de (kwaliteit van) dienstverlening te verlagen. In dit scenario is het doel om de afdracht aan de algemene middelen zo hoog mogelijk te maken. Subversies binnen dit scenario zijn natuurlijk denkbaar waarbij het doel geen maximale winst is, maar wel winsten die duidelijk hogere liggen dan bij scenario 2.

Aanvullend Een alternatief bij scenario’s 3 & 4 is dat de parkeeropbrengsten (gedeeltelijk) worden geoormerkt voor mobiliteitsdoelstellingen en parkeermaatregelen. Hierdoor zou de afdracht aan de algemene middelen, zeker bij scenario 2, dalen waardoor er een financieel knelpunt, naar rato, ontstaat.

Advies Wij adviseren u te kiezen om het huidige beleid aan te houden (scenario 3) en de opbrengsten volledig ten gunste van de algemene middelen te laten komen. De opbrengsten blijven hiermee onderdeel van de integrale afweging. Het afschaffen van betaald parkeren (scenario 1 en 2) leidt tot een financieel knelpunt dat leidt tot bezuinigingen of lastenverzwaringen. Verder verwachten we dat het afschaffen van betaald parkeren in de toekomst tot extra kosten leidt door overlast en bereikbaarheidsproblemen. Specifiek voor het centrum van Almere Buiten investeren we in stedelijke vernieuwing. Dat doen we in nauwe samenwerking met de ondernemers. We denken hiermee al een belangrijke bijdrage te leveren aan het aantrekkelijker maken van het centrumgebied daar.

Het maximeren van de parkeeropbrengsten vinden wij niet passend bij het karakter van Almere. Scenario 4 leidt daarbij tot een grote verschuiving en mogelijk hoge extra kosten voor bewoners, bezoekers en ondernemers. Bij dit advies vinden wij de volgende stellingen/uitgangspunten passend:

1. Betaald parkeren dient ter regulering van de parkeervoorzieningen en heeft als doel parkeerproblemen/overlast te voorkomen/verhelpen. 2. Betaald parkeren blijft van kracht binnen de stadscentra van Almere Stad (Almere Centrum) en Buiten. 1. En op termijn wordt betaald parkeren in Almere Poort ingevoerd. 3. Oplossingen om parkeer(drukte) problematiek aan te pakken worden gefinancierd vanuit de algemene middelen en zijn daarmee onderdeel van de integrale afweging. Zoals eerder vermeld is momenteel geen geld gereserveerd voor aanpassingen van de openbare ruimte, op basis van parkeerbeleid. a. De afdracht aan de algemene middelen moet gelijk blijven. Zeker zolang de financiële positie van de gemeente zorgelijk is, is er geen ruimte voor lagere tarieven. b. Op basis van de integrale afweging kan er besloten worden tot aanpassingen met gevolgen voor de afdracht aan de algemene middelen. De parkeeropbrengsten zijn de afgelopen jaren gestegen door het gebruik van de betaald parkeervoorzieningen, dit kan door een afname van gebruik dalen (zoals wij nu zien bij de coronacrisis). c. De herontwikkeling van terreinen in de centrumgebieden is maatwerk en draagt bij aan de kwalitatieve (door)ontwikkeling van Almere centrum en Almere Buiten. De herontwikkeling kan leiden tot het verdwijnen van parkeercapaciteit of tot een vermindering van het financiële resultaat.

Dilemma 5: Betaald parkeren: wel of geen tariefdifferentiatie?

Toelichting Dit dilemma gaat over de tariefstelling in de gebieden met betaald parkeren. Tussen de gebieden is er verschil in tarieven, waarvoor in het verleden is gekozen op basis van de aantrekkingskracht van de twee centra. Het dilemma gaat niet over differentiatie tussen de gebieden met betaald parkeren, dit gebeurt op basis van marktconformiteit. Op de locaties met betaald parkeren zijn er verschillende vormen van differentiatie mogelijk. Het dilemma hierbij is of differentiatie binnen een tarief (in een gebied) gewenst is, waarbij de aanvullende vraag is wat hier (financieel) bij acceptabel is. Differentiatie kan voor verschillende doelstellingen worden ingezet, bijvoorbeeld voor het ontmoedigen of aanmoedigen van bepaald gedrag. Daarnaast kan het een instrument zijn om o.a. het gebruik van een parkeervoorziening meer te spreiden d.m.v. dal- en piektarieven.

Scenario’s

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

1. Er wordt niet gedifferentieerd binnen de tarieven De tarieven worden op basis van een marktconforme prijs per gebied vastgesteld. Er wordt geen onderscheid gemaakt voor mogelijk doelgroepen als werknemers, ondernemers of andere belanghebbenden. Hiermee blijven de systemen voor de inregeling van tarieven eenvoudiger. Er kan wel onderscheid worden gemaakt op basis van een abonnementen structuren.

2. Er kan gedifferentieerd worden in tarieven Er zijn verschillende vormen van differentiatie. Bij een keuze voor differentiatie is de afweging of het wordt ingezet als sturingsinstrument voor een efficiënter gebruik van parkeervoorzieningen, om bepaalde doelgroepen een lager (of hoger) tarief te laten betalen of een combinatie van bovenstaand.

Voor de inregeling van gedifferentieerde tarief is het van belang om een keuze te maken of differentiatie ten koste mag gaan van parkeeropbrengsten of dat de opbrengsten gelijk moeten blijven. Voor de discussie hebben wij enkele varianten voorbereid, waarlangs wij de discussie rondom differentiatie willen laten verlopen.

Variant a: Differentiatie op moment in de week (piek en daluren) Een variant van differentiatie waarbij op basis van de gemiddelde bezetting (vraag naar parkeervoorzieningen) de prijzen gedurende een week verschillend zijn. Een voorbeeld bij deze variant is het gebruik van een lager tarief op momenten dat het gebruik lager is, bijvoorbeeld op een dinsdag om 11:00 uur t.o.v. de zaterdag om 14:00 uur. Het doel kan hierbij zijn de differentiatie als sturingsmiddel te gebruiken om op specifieke momenten een grotere aanzuigende werking te creëren door de tarieven om die momenten lager te maken en/of op de drukke momenten een verlaging van de druk te bereiken. Uit onderzoek blijkt overigens dat het (beperkt verlagen/verhogen van parkeertarieven niet tot meer/minder totaal aantal bezoekers leidt. Belangrijkste factor om een centrum te bezoeken is het voorzieningenaanbod. De differentiatie is dus vooral gericht op het proberen te spreiden van dit bezoek over tijdstippen heen. Monitoring zal moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk optreedt.

Variant b: Differentiatie op basis van locatie in garage / stad Er is eerder gesproken over differentiatie op parkeerlocatie in stad en zelfs in de garage. Hierbij zou bijvoorbeeld gedacht kunnen worden aan een relatief lager tarief naar mate men hoger parkeert of verder van de voorzieningen in de stad parkeert. De haalbaarheid van deze variant moet onderzocht worden, via deze consultatie willen wij vooral bij u aftasten of dit een wenselijk uitzoekrichting is.

Variant c: Differentiatie voor doelgroepen Differentiatie kan toegepast worden om bepaalde doelgroepen een lager (of hoger) tarief te laten betalen. Voorbeelden van differentiatie voor doelgroepen is bijvoorbeeld een lager tarief voor werknemers in een betaald parkeren gebied, bezoekers van het ziekenhuis of andere doelgroepen. Differentiatie voor doelgroepen is in de kern specifiek doelgroepenbeleid.

Advies Wij adviseren u te kiezen om gedifferentieerde tarieven, op basis van een mengvorm (scenario 2, variant a en c) mogelijk te maken en de nog niet toegepaste vormen nader uit te gaan werken. De motivatie hiervoor is tweeledig. Een gespreid gebruik van de parkeervoorzieningen kan mogelijk zorgen voor een efficiënter gebruik van de parkeervoorzieningen, een lager tarief kan een aanzuigende werking hebben op de centrum gebieden gedurende de week. Wij adviseren u terughoudend te zijn met het aantal doelgroepen waarvoor gedifferentieerde tarieven worden toegepast. Behoudens bewoners van het centrum, via parkeervergunningen, vinden wij differentiatie vooral logisch voor nood-en zorgdiensten. Met bijvoorbeeld het ziekenhuis is er een overeenkomst gesloten over het gebruik van een (afgesloten) parkeerterrein. Daarnaast kunnen werknemers van het ziekenhuis bij de gemeente een abonnement aanvragen voor de gemeentelijke parkeergarages. Wij blijven alert op de benodigde parkeervoorzieningen en (aanvullende) differentiatie voor (medewerkers) van de nooddiensten. Waar mogelijk differentiëren wij daar naar behoefte van het personeel. Verder adviseren wij u, ondanks differentiatie, de parkeeropbrengsten gelijk te houden zodat er geen financieel knelpunt ontstaat voor de begroting.

Hoe meer doelgroepen een voorkeursbehandeling krijgen, hoe meer dit dus betekent dat andere bezoekers van het centrum meer moeten betalen.

1. Er kan differentiatie worden toegepast in de parkeertarieven, zolang de afdracht aan de algemene middelen gelijk blijft. a. Er kan een piek en daluren tarief worden ingesteld; b. De nieuwe vormen van tariefdifferentiatie worden nader uitgewerkt, eerst als pilot ingevoerd en geëvalueerd.

AGENDAVOORSTEL POLITIEKE MARKT

DOEL BESPREKING Deze bespreking heeft de volgende doelstellingen: - De gemeenteraad wordt geïnformeerd over de keuzes die te maken zijn in de Parkeervisie. - De gemeenteraad wordt geconsulteerd over haar visie over de stellingen waarlangs de Parkeervisie wordt gevormd. o Het consulteren van de gemeenteraad over de gewenste ambities en oplossingsrichtingen in de Parkeervisies (doelstellingen); o Het standpunt van de gemeenteraad over de rol van parkeren en de prioriteit bij de daarbij behorende pijlers: leefbaarheid, duurzaamheid en bereikbaarheid; o De financiering van de ambities en doelstellingen en de inzet van de opbrengsten vanuit het parkeerbedrijf (inclusief locaties en tariefmogelijkheden van betaald parkeren).

BESCHRIJF WANNEER DE BESPREKING NAAR UW MENING SUCCESVOL IS VERLOPEN De bespreking is geslaagd als de gemeenteraad zich voldoende geïnformeerd voelt en zich heeft kunnen uitspreken over de dilemma’s en stellingen bij de Parkeervisie.

NB. Aan de informatieverstrekking en de informatie- uitwisseling worden geen besluitvormende of bindende uitspraken ontleend.

GESPREKSWIJZER | KEUZES EN DELEN

ONDERWERP NUMMER DATUM BIJEENKOMST

Raadsvoorstel Uitgangspunten Stedelijk Woningbouwprogramma Almere 2021-2024 (Vervolg) RV-41/2020 10 juni 2021

INITIATIEFNEMER GESPREKSVORM TOELICHTING OP GESPREKSVORM

INW ONERS INFORMEREN

VERKENNEN Behandelwijze RAAD VAN ALMERE • Tweede termijn van de fracties KEUZES EN DELEN • Conclusie voorzitter over vervolg PRESIDIUM VAN DE RAAD DEBATTEREN

COLLEGE B&W BESLUITEN

SAMENVATTING OBSERVATIES PRESIDIUM

Op 2 juli 2020 heeft de gemeenteraad kennisgenomen van de Woonvisie ‘Thuis in De eerste bespreking van dit raadsvoorstel was op 20 mei. Op 3 juni is de Almere’ 2020-2030 en hiervan de hoofdlijnen vastgesteld. De raad heeft besloten bespreking hervat met de beantwoording van de vragen door het college. De raad dat er 24.500 woningen gerealiseerd moeten worden in de periode tot 2030, heeft aangegeven nog behoefte te hebben te reageren op de bijdrage van de verdeeld over de diverse inkomensgroepen. De raad heeft het college opdracht wethouder (de zgn. tweede termijn). Hiervoor is nu de gelegenheid. gegeven een Stedelijk Woningbouwprogramma Almere op te stellen waarin dit woningbouwprogramma van 24.500 woningen verder wordt uitgewerkt. Het Enkele fracties hebben al wijzigingsvoorstellen aangekondigd. Die worden niet werken met een woningbouwprogramma is nieuw voor Almere. Het college stelt vanavond besproken, maar een volgende keer. De raad rond eerst het gesprek met voor van start te gaan met een doorlopend proces van monitoring en bijstelling het college over het raadsvoorstel af. van het woningbouwprogramma. Eens per twee jaar stelt het college het woningbouwprogramma opnieuw vast. Zij vraagt de gemeenteraad dan in te stemmen met de belangrijkste uitgangspunten. Zo kan de raad tijdig bijsturen op de woonopgave.

ROLLEN VAN DE DEELNEMERS i DOCUMENTEN / DOSSIERS / HISTORIE

LUISTEREN INFORMEREN INSPREKEN BEVRAGEN MEESPREKEN UITSPREKEN

INWONER

RAADSLEDEN

COLLEGE

DOCUMENTEN / DOSSIERS / HISTORIE

ONDERWERP

Raadsvoorstel Uitgangspunten Stedelijk Woningbouwprogramma Almere 2021-2024

INHOUD

4-2-2021 Agendavoorstel college: Actieplan betaalbaarheid (RG-56)

2-10-2020 Raadsbrief ‘Uitvoering woonvisie’

2-7-2020 Raadsvoorstel en –besluit Woonvisie ‘Thuis in Almere’ 2020 – 2030 (RV-37)

25-6-2020 Woonvisie ‘Thuis in Almere’ 2020 – 2030

9-4-2020 Raadsbrief Concept-woonvisie

6-2-2020 Coalitieakkoord Almere 2020-2022 ‘Een frisse start’

30-1-2020 Agendavoorstel Partij voor de Dieren: Uitblijven woonvisie (RG-25)

7-11-2019 Motie AP/OPA, ChristenUnie, Partij voor de Dieren, SP en PVV: Aanpak woningnood (RG-319)

24-9-2020 Beantwoording schriftelijke vragen VVD, SP, AP/OPA, Partij voor de Dieren, PvdA, ChristenUnie en D66 over Financiële implicaties RIGO raming woningbehoefte Almere

16-7-2019 Schriftelijke vragen VVD, SP, AP/OPA, Partij voor de Dieren, PvdA, ChristenUnie en D66: Financiële implicaties RIGO raming woningbehoefte Almere

9-7-2020 Raadsbrief Woningbehoefteprognose Almere 2020-2030

14-3-2019 Agendavoorstel Woonvisie Almere (RG-36)

ROLLEN VAN DE DEELNEMERS

LUISTEREN INFORMEREN INSPREKEN BEVRAGEN MEESPREKEN UITSPREKEN

De feitelijke informatie Inwoners laten de raad Inwoners vertellen kort, Inwoners praten mee of de verschillende weten wat er leeft of bondig en ongehinderd over het geagendeerde politieke standpunten aan de hand is iets aan de raad onderwerp horen Aanmelden is nodig INWONERS uiterlijk op de dag van bespreken voor 12.00 uur via: raadsgriffie@almere.nl

Nog zonder oordeel (Debat) Raadsleden delen hun feiten, meningen, Raadsleden belangenafweging, opvattingen e.d. proberen anderen politieke overtuiging verzamelen van hun mening en/of keuze RAADSLEDEN te overtuigen

Kennisnemen van In openheid laten weten Het college Collegeleden proberen Het college neemt een inzichten en waar het om gaat of wat legt de raad dilemma’s anderen van hun standpunt in over het standpunten er aan de hand is voor mening te overtuigen geagendeerde inwoners/raadsleden onderwerp COLLEGE

GESPREKSWIJZER | INFORMEREN

ONDERWERP NUMMER DATUM BIJEENKOMST

Raadsvoorstel Campuslocatie in de Binnenstad, technische toelichting (DEELS BESLOTEN) RV-47/2021 10 juni 2021

INITIATIEFNEMER GESPREKSVORM TOELICHTING OP GESPREKSVORM

INW ONERS INFORMEREN Behandelwijze VERKENNEN • Technische toelichting (vanavond) RAAD VAN ALMERE • Politieke bespreking (vanaf volgende week) KEUZES EN DELEN PRESIDIUM VAN DE RAAD DEBATTEREN Wilt u inspreken? Dat kan bij de start van de politieke bespreking volgende week. Voor BESLUITEN COLLEGE B&W meer informatie, zie: https://gemeenteraad.almere.nl/invloednu.

SAMENVATTING OBSERVATIES PRESIDIUM

Het college legt de locatie voor een campus in de binnenstad ter besluitvorming Over de campusontwikkeling in het stadscentrum van Almere is eerder in de raad voor aan de raad. De realisatie van studentenwoningen op het Festivalplein, de gesproken in september 2020 en december 2020. De raad heeft bij besluitvorming hoofdvestiging Hogeschool Windesheim op de locatie Voetnoot en het aanpassen over het raadsvoorstel Campus in de Binnenstad (RV-73) op 17 december 2020 het van de Landdrostdreef daartussenin. De raad heeft op 17 december 2020 het college college via een amendement gevraagd de beste alternatieve locatie voor de campus opdracht gegeven ook een tweede plek uit te werken. De locatie die het college als in de binnenstad uit te werken. In het amendement (RG-370/2020) is gevraagd om alternatief het meest kansrijk acht. Die uitwerking is er nu. Het gaat om een campus een uitwerking tot het niveau van RV-73, inclusief een technische toelichting. met onderwijs- en studentenhuisvesting en ondersteunende faciliteiten op Blok Deze toelichting vindt vanavond plaats, en bestaat uit een inhoudelijke toelichting 5.2|Hospitaalgarage. Dit alternatief is op hetzelfde niveau uitgewerkt als het en een financiële toelichting bij beide locatievoorstellen. Een deel van de financiële voorstel Voetnoot. Deze uitwerking maakt een keuze mogelijk.

Naast de uitwerking toelichting vindt in beslotenheid plaats, vanwege opgelegde geheimhouding. van een alternatief is na december 2020 de Kosten Baten Analyse (KBA) voor de LEES MEER Voetnoot verder uitgewerkt tot een basis voor een sluitende begroting. Volgende week start de politieke bespreking van het raadsvoorstel.

ROLLEN VAN DE DEELNEMERS i DOCUMENTEN / DOSSIERS / HISTORIE

LUISTEREN INFORMEREN INSPREKEN BEVRAGEN MEESPREKEN UITSPREKEN

INWONER

RAADSLEDEN

COLLEGE

DOCUMENTEN / DOSSIERS / HISTORIE

ONDERWERP

Raadsvoorstel Campuslocatie in de Binnenstad, technische toelichting (DEELS BESLOTEN)

INHOUD

02-02-2021 Raadsbrief ‘Uitwerking amendementen Campus in de Binnenstad’

17-12-2020 Raadsvoorstel en besluit Campus in de Binnenstad (RV- 73) (GEAMENDEERD)

17-12-2020 Amendement Partij voor de Dieren, PvdA, AP/OPA, SP, PVV, Respect Almere: Geef de raad keuzes! (RG-370)

02-10-2020 Brief aan de raad de Alliantie, Goede Stede en Ymere: Aanbod studentenwoningen

17-09-2020 Gesprekswijzer presidium bij Raadsvoorstel Campus in de binnenstad (RV-52)

21-07-2020 Brief aan de raad: Voorstel “Campus in de Binnenstad”

25-06-2020 MeerJarenPerspectief FVA 2021-2025

28-05-2020 Visie en Programma Almere Centrum ‘de eeuwig jonge binnenstad’ 2020-2030

16-05-2019 Visie en Aanpak Stationskwartier Almere Centrum

11-04-2019 Motie VVD: Studentenwoningen ook voor Almeerse studenten (RG-82/2019)

ROLLEN VAN DE DEELNEMERS

LUISTEREN INFORMEREN INSPREKEN BEVRAGEN MEESPREKEN UITSPREKEN

De feitelijke informatie Inwoners laten de raad Inwoners vertellen kort, Inwoners praten mee of de verschillende weten wat er leeft of bondig en ongehinderd over het geagendeerde politieke standpunten aan de hand is iets aan de raad onderwerp horen Aanmelden is nodig INWONERS uiterlijk op de dag van bespreken voor 12.00 uur via: raadsgriffie@almere.nl

Nog zonder oordeel (Debat) Raadsleden delen hun feiten, meningen, Raadsleden belangenafweging, opvattingen e.d. proberen anderen politieke overtuiging verzamelen van hun mening en/of keuze RAADSLEDEN te overtuigen

Kennisnemen van In openheid laten weten Het college Collegeleden proberen Het college neemt een inzichten en waar het om gaat of wat legt de raad dilemma’s anderen van hun standpunt in over het standpunten er aan de hand is voor mening te overtuigen geagendeerde inwoners/raadsleden onderwerp COLLEGE

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN T E V U L L E N D O O R D E R A A D S G R I F F I E RV-NUMMER PROCEDURE PAGINA

1 R V -47 /20 21 Car rou sel 10 ju n i 202 1

ONDERWERP

Campuslocatie in de Binnenstad

BELEIDSVELD PORTEFEUILLEHOUDER Ru i mt e lij ke & E c on o m is ch e On tw ikk e lin g en M. V een in ge n Vas t go ed We lzi jn , J eu gd , O n d er wi js , Ou d er en en R. Bos ch G ezon d h e id VRAGEN BIJ TELEFOON P. W ilh e l mu s 06 - 20 40 51 1 6 VOORGESTELD RAADSBESLUIT 1. Kennis te nemen van: a. De Notitie ‘Uitgangspunten Ontwikkelingsplan Blok 5.2 |Hospitaalgarage’ b. De Kosten Baten Analyse ‘Blok 5.2 |Hospitaalgarage’. 2. In te stemmen met het herontwikkelen van locatie en gebouw De Voetnoot tot uitgeefbaar gebied voor de permanente hoofdlocatie van Hogeschool Windesheim in Almere. 3. In te stemmen met de hernieuwde versie Kosten Baten Analyse ‘Noord Oost kwadrant’ met een positieve eindwaarde van € 5,9 miljoen en deze uit te werken in een grondexploitatie. 4. Op grond van artikel 25 lid 3 van de Gemeentewet juncto artikel 10 lid 2 sub b en g van de Wet Openbaarheid van bestuur (WOB) de door het college opgelegde geheimhouding aan de geel gearceerde delen van de geheime update ‘Kosten Baten Analyse Noord Oost kwadrant’ en de geheime ‘Kosten Baten Analyse ‘Blok 5.2 |Hospitaalgarage’ te bekrachtigen.

WAT IS DE ESSENTIE VAN DIT VOORSTEL EN WAT WORDT VAN DE RAAD GEVRAAGD? De essentie van het voorstel Met dit voorstel wordt de campuslocatie in de binnenstad gekozen. De plek in de binnenstad voor 6.000 studenten, 1.500 studentenwoningen en werk-, studie- en ontmoetingsplekken die daarbij passen. Ook na de uitwerking van het meest kansrijke alternatief vinden we de locatie De Voetnoot, in combinatie met het Festivalplein en de herinrichting van de Landdrostdreef hiervoor het meest geschikt.

Het beste alternatief verplaatst meer dan de locatie Windesheim De raad heeft opdracht gegeven om naast de locatie De Voetnoot een alternatief te onderzoeken. De beste alternatieve locatie voor een hogeschool blijkt een geïntegreerde campus met plek voor studentenwoningen en Windesheim samen boven het parkeerveld aan de Esplanade en Wandellaan. Over de keuze dit te combineren en de planning is de raad in februari 2021 geïnformeerd in de raadsbrief ‘Uitwerking amendementen Campus in de Binnenstad’. Deze meest kansrijke tweede keuze, Blok 5.2|de Hospitaalgarage (hierna Blok 5.2), is in dit raadsvoorstel terug te vinden onder het onderdeel Alternatieven.

Het alternatief is net zo uitgewerkt als het voorstel met de Voetnoot Voor deze plek is ook een Notitie Uitgangspunten Ontwikkelingsplan opgesteld. Met dezelfde stijl en omvang als het voorstel Voetnoot-Landdrostdreef-Festivalplein. De verschillen komen aan bod in dit raadsvoorstel en staan iets uitgebreider in de bijlage Afwegingskader. De twee locaties staan hierin naast elkaar geplaatst. Zo kan de raad op basis van gelijkwaardige informatie een keuze maken.

Een betere binnenstad is het doel De blijvende verlevendiging van de binnenstad is belangrijk en hard nodig. De coronacrisis raakt de binnenstad stevig maar vooral veranderingen in consumentengedrag noodzaken tot het kleiner maken van het kernwinkelgebied. Meer woningen en voorzieningen, zoals hoger onderwijs, zijn essentieel voor de levendigheid en de vitaliteit van de binnenstad. (Visie De Eeuwig Jonge Binnenstad 2020-2030). Het trekt mensen aan en zorgt voor een betere mix van functies. Ook is de behoefte aan meer studentenwoningen groot.

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN T E V U L L E N D O O R D E R A A D S G R I F F I E RV-NUMMER PROCEDURE PAGINA

2 R V -47 /20 21 Car rou sel 10 ju n i 202 1

Elke keuze kent zowel voor- als nadelen Het college van BenW weet dat nieuwbouw van de onderwijsinstelling op de locatie Voetnoot grote impact heeft op de huidige gebruikers. Het is dan ook geen gemakkelijk besluit om te nemen. Het college zal zich maximaal inzetten om een goed alternatief te zoeken voor de huidige gebruikers. Op dit moment is praktijkgericht beleid gericht op het realiseren van informele creatieve werkmilieus, waaronder broedplaatsen, in afronding. Dit heeft als direct uitvoeringsgebied Almere Centrum en omgeving. Het beleidskader wordt nagenoeg gelijktijdig met dit voorstel voor locatiekeuze campus aangeboden ter besluitvorming. De gesprekken met vastgoedeigenaren over een langjarige pilot zijn hierover gaande.

Het alternatief is een integrale campus op een andere locatie in het centrum: Blok 5.2| De Hospitaalgarage. Deze locatie staat hieronder beschreven. In de ogen van het college is dit een mindere optie, omdat de bijdrage aan het stadscentrum op deze plek geringer is. De verbinding met het Stationskwartier, stevige verlevendiging van het Stadhuisplein, het betrekken van de Landdrostdreef zijn enkele van de punten die beter naar voren komen in bij de Voetnoot/Festivalplein dan bij de Blok 5.2 | De Hospitaalgarage. Toch is het een serieus alternatief.

Elke ontwikkeling in het centrum waar huidig parkeren een onderdeel van is, is financieel niet sluitend te krijgen binnen onze huidige financiële kaders Vooral ons systeem van parkeren en begroten maken dit lastig. In dit raadsvoorstel wordt daar meermaals naar verwezen. Het college realiseert zich dat dit niet de juiste wijze en moment is om dat (systeem)gesprek in detail te voeren. Maar mede omdat er in december 2020 besloten is tot het toewerken naar een sluitende begroting voor dit project kan het onderwerp niet onbesproken blijven. Het college zal dit onderwerp in ieder geval terug laten komen in de parkeervisie later dit jaar.

Alternatief Hospitaalgarage zorgt voor impuls Centrum Zuid De locatie Hospitaalgarage is het beste alternatief. De locatie is een impuls voor centrum-zuid. Het rondt de Esplanade af met Windesheim als trekker. Deze locatie was eerder niet in beeld omdat er een programma voor in ontwikkeling was. Over deze verkenning met Unibail Rodamco Westfield en het beëindigen hiervan bent u op 2 februari 2021 geïnformeerd in een raadsbrief over de Campus. Zo kwam deze plek beschikbaar voor een alternatieve ontwikkeling. Met een Campus op deze plek ontstaat meer reuring op de Esplanade die sinds de herinrichting al druk bezocht wordt. De toegevoegde waarde voor de beweging (looproutes) in de hele binnenstad is naar verwachting minder dan bij de Voetnoot/Festivalplein locatie. Er is meer sprake van de ontwikkeling van een mooie campus binnen de Binnenstad dan van ontwikkeling van de Binnenstad als campus. Terwijl we vanuit de visie op het centrum en hoger onderwijs juist dit laatste nastreven.

Het college is van mening dat De Voetnoot met Festivalplein de beste papieren houdt De ontwikkeling maakt het Stadhuisplein levendig en laat het uitgroeien tot een kennisplein. Het neemt aanpassing van de Landdrostdreef mee en verbindt zo het Stadhuisplein aan Festivalplein. Het plan vraagt om een nieuw onderkomen voor de ondernemers in de Voetnoot, een oplossing voor een café maar maakt ook de groei van Almeerse cultuurmakers met nationaal belang (Bonte Hond en Suburbia) in het KAF mogelijk. Op het Festivalplein passen circa 1.500 studentenwoningen. De afstand tot het station is klein, net als tot het uitgaansplein de Grote Markt. Alles opgeteld vindt het college een Campus op Voetnoot en Festivalplein het beste plan. Met deze locatie wordt voldaan aan de raadskaders voor de realisatie van 1.500 woningen en een kostendekkende businesscase.

Ook ontstaan met de herontwikkeling van de Voetnootlocatie binnen de financieel positieve businesscase andere mogelijkheden waaronder: - De totale herinrichting van de Landdrostdreef tot stadsstraat Bij keuze voor het alternatief is voor alsnog enkel gedeeltelijke aanpassing ter hoogte van het Station en de Highnote mogelijk en noodzakelijk. Zo wordt de dreef alleen versnipperd aangepakt. - Een impuls voor onze belangrijkste culturele dragers in de stad. Het samen huisvesten van KAF, Bonte Hond en Suburbia. De partijen zijn hier enthousiast over. Door het samengaan van een grotendeels presentatie-instelling (KAF) met productiehuizen (Bonte Hond En Suburbia) ontstaat een in de regio uniek geheel. - De positieve businesscase betekent dat er voor nu ruimte overblijft in de besteding van het FVA budget Kenniscampus Stadshart. De exacte inzet van deze middelen zal bij het FVA Jaarplan 2023 zijn uitgewerkt en in meer detail inzichtelijk zijn voor de raad. Het doel van deze middelen vanuit het

VOORSTEL AAN DE GEMEENTERAAD

IN T E V U L L E N D O O R D E R A A D S G R I F F I E RV-NUMMER PROCEDURE PAGINA

3 R V -47 /20 21 Car rou sel 10 ju n i 202 1

Meerjarenprogramma FVA 2021-2025 blijft onveranderd: “De bijdrage uit het FVA zal ingezet worden voor het bouwen van ruimtes voor: een economische broedplaats in het nieuwe gebouw van Windesheim, studiefaciliteiten, community-vorming en een programmering van congressen, onderwijsactiviteiten en webinars op de campus (plint), met een sterke verbinding met de binnenstad en het Almeers bedrijfsleven.” (Meerjarenprogramma FVA 2021-2025)

HOE LUIDT HET VASTGESTELDE WETTELIJKE EN BELEIDSKADER? ZIJN ER EERDERE RAADSBESLUITEN OF -BESPREKINGEN DIE RELEVANT ZIJN TE NOEMEN? Visie Stationskwartier (vastgesteld 16-05-2019) Visie en Programma Almere Centrum ‘De Eeuwig Jonge binnenstad’ 2020-2030’ (vastgesteld 28-05-2020) Meerjarenperspectief FVA 2021-2025 (vastgesteld 25-06-2020) Campus in de Binnenstad (vastgesteld 17-12-2020)

WAAROM WORDT DIT BESLUIT AAN DE RAAD VOORGELEGD? De raad gaf de opdracht tot het bieden van een alternatief Op 20 december 2020 is bij ‘RV-73 Campus in de Binnenstad’ een amendement aangenomen. Hiermee besloot de raad tot het “herontwikkelen van de huidige locatie met gebouw De Voetnoot tot uitgeefbaar gebied aan Windesheim voor de realisatie van hun permanente hoofdlocatie in Almere, met dien verstande dat een tweede locatie, welke volgens het college het meest kansrijk is, nader wordt uitgewerkt tot het niveau van dit voorliggende voorstel, inclusief een technische toelichting, zonder het commitment vooraf van de externe partner, en dit uiterlijk in het eerste kwartaal van 2021 aan de raad wordt voorgelegd opdat de raad op dat moment kan kiezen tussen de twee locaties.” (RG-370, Geef de raad keuzes). Hiermee wordt ook invulling gegeven aan de toezegging door wethouder Veeningen op 10 december 2020 om deze keuze inzichtelijk te maken.

Raad geeft inhoudelijke kaders en gaat over financiën Een campus is een belangrijke ontwikkeling voor de stad. De raad geeft de inhoudelijke kaders mee. Dat is al gedaan in RV-73 (2020). De definitieve keuze voor de locatie is toen uitgesteld. Deze locatiekeuze vanuit de raad is nodig voor de verdere uitwerking. De vastgestelde Kosten Baten Analyse (KBA) is geactualiseerd voor de locatie Voetnoot en opgesteld voor de locatie 5.2. Daarnaast is een businesscase voor beide locaties uitgewerkt. (zie kopje financiën). De KBA wordt na besluitvorming uitgewerkt in een grondexploitatie (Grex). Met de inhoudelijke kaders wordt gelijktijdig het ontwikkelingsplan opgesteld. Deze set (Grex + Ontwikkelingsplan) voor de door de raad vastgestelde locatie wordt later in 2021 voorgelegd aan de raad. Daarna kan de locatie met een overeenkomst worden gereserveerd voor dit doel (verkocht). Dit is de volgorde die past in het Almeerse gebiedsontwikkelingsproces IAGO. Bij de keuze voor het alternatief zal de route overigens anders en langer zijn omdat dit eerst vraagt om nieuwe gesprekken, uitwerkingen en besluitvorming met en bij de betrokken partners. Hier is vooraf, zoals ook aangegeven staat in het amendement dat leidde tot deze uitwerking, geen uitsluitsel over te geven.

WAT IS HET DOEL EN HET BEOOGD EFFECT VAN HET VOORGESTELD BESLUIT? Een sterkere en levendige binnenstad is nodig Een nieuwe campus is een belangrijke voorziening voor Almere. Het is een manier om mensen aan Almere te binden en hier een thuis te geven. Het versterkt kennis, innovatie en ondernemerschap. De binnenstad heeft dit - en de levendigheid dit het met zich meebrengt - hard nodig. Meer bewoners en gebruikers. Het aantal studenten in Almere groeit en daarmee de behoefte aan studentenhuisvesting. De schaarste aan studentenwoningen neemt met dit plan in één keer stevig af. Ook internationale studenten zijn als bewoners van onze binnenstad van toegevoegde waarde voor Almere als studentenstad. Het plan zorgt ook voor een lange termijn verbintenis van Windesheim als onderwijsinstelling en werkgever aan Almere. Dat heeft Almere Centrum nodig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10228810/1