CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Verordening maatschappelijke ondersteuning - getekend

Raad 15 april 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 202513.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 5.3 Criteria kwaliteit zorg (zorgplan) 1. Het college beoordeelt of de ondersteuning die de cliént met het Pgb wenstin te kopen van voldoende kwaliteit is. Hieronder wordt verstaan dat de voorziening veilig, doeltreffend en

cliéntgericht is. De kwaliteit van de ondersteuning wordt door hetcollege getoetst door middel van een zorgplan

en bewijsstukken waaruitblijkt dat aan de vereiste kwaliteits- en opleidingseisen wordt voldaan

(zoals een diploma passend bij de functie en een VOG). Het format van het zorgplan wordt door het college ter beschikking gesteld. De cliént is verplicht het door het college ter beschikking gestelde format te hanteren.

De Pgb-aanbieder stelt samen met de cliént, en eventueel zijn Pgb-beheerder, ten aanzien van

>~oao0o09

het waarborgen van de kwaliteit van de ondersteuning het zorgplan op. In het zorgplan staat onder andere omschreven: Welke Pgb-aanbieder de zorg gaat verlenen; Wie de directe zorgverlener is;

Wat de deskundigheid is van de directe zorgverlener(s);

Wie de directe zorgverlener(s) kan vervangen bij afwezigheid; Welke (SMART geformuleerde) doelen behaald moeten worden; Welke concrete acties ingezet worden om de gestelde doelen te bereiken;

g. Waar en wanneer de ondersteuning gaat plaatsvinden. Het zorgplan dient aan te sluiten op de doelen (resultaten) die in het ondersteuningsplan zijn geformuleerd.

Bij de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb verstrekt de cliëntbij inzet van een professionele hulp bewijsstukken waaruit blijkt dat directe en vervangende uitvoerder van de zorg

aan de vereiste kwaliteitseisen voldoet (zoals een diploma passend bij de functie en een VOG), zoals opgenomen in bijlage 2 van deze verordening. Als de ondersteuning wordt geboden door

een persoon uit het sociale netwerk, kan het college ervoor kiezen om geen VOG te vragen.

Onverminderd het bepaalde in lid 3 tot en met 5 en het bepaalde in artikel 4.1 van de verordening

en bijlage 1 van de verordening, voldoet de kwaliteit van de met het Pgb ingekochte

ondersteuning minimaal aan de eisen die de gemeente stelt aan de gecontracteerde

zorgaanbieders die vergelijkbare ondersteuning leveren, hierbij moeten Pgb-aanbieders minimaal: a. Ingeschreven staan in de Kamer van Koophandel; b. Adequaat opgeleid personeel in dienst hebben. Hieronder wordt verstaan dat de directe en vervangend zorgverlener moet voldoen aan de kwaliteitseisen van de in te kopen/geleverde c. d.

8.

voorziening zoals opgenomen in bijlage 2 van deze verordening;

Een VOG van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) kunnen overleggen; en Beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem en/of kwaliteitshandboek dat

voldoet aan de landelijke eisen.

Een cliënt krijgt, bij de beoordeling van een aanvraag voor een Pgb, in totaal twee mogelijkheden om een zorgplan in te dienen. Indien het zorgplan niet voldoet aan de vereisten van dit artikel en daarmee naar het oordeel van het college niet geborgd kan worden dat de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht zal worden verstrekt, zal de aanvraag voor ondersteuning in de vorm van een Pgb worden afgewezen. Het college kan de criteria ten aanzien van de kwaliteit van zorg en het zorgplan nader uitwerken.

Artikel 5.4 Onderscheid professionele hulp en informele hulp 1. Van professionele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de cliënt;

a.

b.

2.

Personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister, en die beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken; of Personen die aangemerktzijn als zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten

aanzien van de voor het Pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister en beschikken over de relevante diploma's die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.

Als de hulp wordt verleend door een ander persoon dan beschreven in het eerste lid, onder a of b

3.

is er sprake van informele hulp. Indien de hulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad of iemand uit

4.

Het college kan het onderscheid professionele en informele hulp nader uitwerken.

het sociaal netwerk van de cliënt en/of het huishouden is er altijd sprake van informele hulp.

Artikel 5.5 Criteria informele hulp 1. Alvorens de cliént een aanvraag doet voor een voorziening, wordt van hem/haar verwachtdat hij/zij eerst een beroep doetopzijn/haar sociaal netwerk. Er wordt geen Pgb verstrekt voor hulp oo2oom

waarvan het gebruikelijk is dat de activiteiten door het sociaal netwerk worden verricht, zoals: (Sociale) activiteiten ondernemen met de cliënt;

Het doen van de boodschappen; Lichte huishoudelijke taken;

Eenvoudige hulp bij de administratie; Het maken van afspraken en/of het meegaan naar afspraken met bijvoorbeeld specialisten,

huisarts, kapper of fysiotherapeut;

f. Vervoer naar afspraken met bijvoorbeeld specialisten huisarts, kapper of fysiotherapeut. Het college kent, onverminderd het bepaalde in lid 1, een Pgb voor informele hulp alleen toe als: a. Wordt gemotiveerd waarom de inzet van informele hulp leidt tot een gelijk of beter resultaat dan de inzet van professionele hulp; en b. De persoon die de informele hulp verleent, voldoet aan de minimale kwaliteitseisen die zijn opgenomen in bijlage 2 van deze verordening; en

c.

De persoon die de informele hulp verleent, beschikt over de voor de hulpvraag benodigde

competenties, kennis en vaardigheden om adequate hulp te bieden; en

d. e.

f.

g.

3.

De persoon die de informele hulp verleent geen deel uitmaakt van de problematiek waarvoor de ondersteuning ingezet wordt, en Ergeen sprake is van het creëren of in stand houden van een afhankelijkheidsrelatie;, en

Het zorgplan voldoet aan de eisen zoals bepaald in artikel 5.3 van de verordening; en

De ondersteuning aan de cliënt niet leidt tot overbelasting bij de persoon die de informele hulp verleent.

Het college kan de criteria voor informele hulp nader uitwerken.

Artikel 5.6 Hoogte Pgb

1.

De hoogte van een Pgb bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie

goedkoopst adequate in de gemeente beschikbare maatwerkvoorziening in natura. Onder de

goedkoopste adequate maatwerkvoorziening wordt ook verstaan (gebruikte) hulpmiddelen die op het moment van de melding beschikbaar zijn bij de daartoe gecontracteerde aanbieder. Het betreft daarbij de maximale kostprijs. De hoogte van het Pgb, bij dienstverlenging, wordt voor de professionele aanbieder bepaald op basis van 80%van het tarief voor de goedkoopst compenserende voorziening in natura door een daartoe opgeleide beroepskracht werkzaam bij een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Het betreft een all-in tarief.

De hoogte van het Pgb voor informele hulp is gelijk aan:

a.

b.

Bij de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning: het uurloon van de hoogste

periodiek behorende bij de hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT (Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren;

Bij individuele begeleiding: het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende CAO

UVT, ter vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Het Pgb wordt uitbetaald op basis van declaratie van het aantal geleverde uren of dagdelen. Uitbetaling in de vorm van een maandloon is niet toegestaan. Het Pgb bevat geen vrij besteedbaar deel. Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken om betalingen uit het Pgb voor ten hoogste 13 weken geheel of gedeeltelijk op te schorten als het vermoeden bestaat dat de cliënt het Pgb in die periode anders ten onrechte kan inzetten. Artikel 5.7 Besteding en verantwoording Pgb

2. 3.

De (professionele) aanbieder zorgt voor een goede en controleerbare cliéntenadministratie ten aanzien van de geleverde ondersteuning conform de daartoe gestelde wettelijke bewaartermijnen. De cliënt en/of Pgb-beheerder zorgt voor een goede en controleerbare administratie en houdt deze gedurende vijf jaar beschikbaar vanaf de ingangsdatum van de toekenning van het Pgb. De cliënt en/of Pgb-beheerder moet kunnen aantonen dat het Pgb is besteed aan het doel waarvoor het is verstrekt. Daarbij moet de cliënt en/of Pgb-beheerder controleren of de ondersteuning voldoet aan de kwaliteitseisen zoals gesteld in artikel 2 van de verordening.

De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een Pgb:

sa*o9a00m

1.

i. j.

Kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; Kosten voor het voeren van een Pgb-administratie;

Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een Pgb; Kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag; Kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; Huur;

Bijdragen in de kosten voor levensonderhoud;

Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo, kosten voor het volgen van cursussen over het Pgb en kosten voor het bestellen van informatiemateriaal;

Zorg en ondersteuning die onder een collectieve en/of algemene en/of voorliggende voorziening vallen en/of niet binnen de reikwijdte van de Wet vallen;

Ondersteuning afgenomen buiten Nederland, tenzij hiervoor vooraf toestemming wordt

verleend door het college. Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen 6

maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.

Het college kan de criteria rondom verantwoording en besteding van het Pgb nader uitwerken.

Artikel 5.8 Terugvordering Pgb bij de Pgb-aanbieder

1.

2.

3.

4.

Het college kan tot terugvordering van het Pgb bij de Pgb-aanbieder overgaan indien: a. De Pgb-aanbieder geld heeft ontvangen voor zorg die (gedeeltelijk) niet is verleend of niet (geheel) conform de gestelde voorwaarden is verleend en hij/zij niet binnen 72 uur melding

heeft gedaan bij de Pgb-beheerder om dit te crediteren; b. Een maatwerkvoorziening voor een ander doel is ingezet, dan waarvoor het is toegekend; c. Een maatwerkvoorziening zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet. In geval van terugvordering stuurt het college een factuur naar de Pgb-aanbieder, die binnen 4

weken moet worden voldaan. Het college kan het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel invorderen.

De hoogte van de terugvordering is de gehele of de gedeeltelijke geldwaarde van het (ten

onrechte) bestede Pgb.

Hoofdstuk 6 Evalueren, controle, klachten, inspraak en meldingsregeling calamiteiten en geweld, voorkoming misbruik en oneigenlijk gebruik Artikel 6.1 Evalueren ondersteuning 1. Het college kan de ingezette maatwerk voorziening (tussentijds) evalueren met de cliënt en/of de 2.

(Pgb-)aanbieder of zorgverlener. ledere 6 maanden vindt er een evaluatiegesprek plaats tussen de (PGB-)aanbieder en de cliënt

en eventueel de Pgb-beheerder waarin de geboden ondersteuning en daaraan verbonden doelen wordt geëvalueerd.

3.

Van dit evaluatiegesprek wordt een evaluatieverslag opgesteld.

5.

Het evaluatieverslag wordt opgestuurd naar het college.

4.

Het college kan voorwaarden stellen aan het evaluatieverslag.

Artikel 6.2 Controle 1.

2.

Het college onderzoekt, al dan niet steekproefsgewijs, of de verstrekte voorzieningen worden

gebruikt dan wel besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze verstrektzijn. Hetcollege kan regels met betrekking tot controle nader uitwerken.

Artikel 6.3 Klachtbehandeling

1.

2.

Het college behandelt klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze waarop een

bestuursorgaan zich in een bepaalde aangelegenheid jegens hem/haar of een ander heeft gedragen, overeenkomstig de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en

Klachtenregeling gemeente Almelo 2013. Desgewenst kan men hierna de klacht voorleggen aan de Nationale Ombudsman.

(Professionele) aanbieders stellen intern een regeling vast voor de afhandeling van klachten van ondersteuningsvragers ten aanzien van alle maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015

en maken duidelijk kenbaar aan de cliënt hoe zij een klacht kunnen indienen.

Artikel 6.4 Overleg met (Pgb-)aanbieders en cliëntervaringsonderzoek 1. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de kwaliteit en de naleving van de nadere eisen door periodieke overleggen met de (Pgb-)aanbieders van

2.

maatwerkvoorzieningen en het zo nodig in overleg met de inwonerter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.

Het college ziet toe op een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek naar de ervaringen van cliënten over de verstrekking van maatwerkvoorzieningen.

Artikel 6.5 Meldingsregeling calamiteiten en geweldsincidenten 1.

2.

Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet door een (Pgb-)aanbieder en

wijst een toezichthoudend ambtenaar aan.

(Pgb-)aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan

3.

tijdens de uitvoering van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar. De toezichthoudend ambtenaar doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en

4.

Het college kan de meldingsregeling nader uitwerken.

adviseert het college en de (Pgb-)aanbieder over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweldsincidenten.

Artikel 6.6 Maatregelen ter voorkoming en bestrijding van misbruik of oneigenlijk gebruik 1. Het college treft de nodige maatregelen om het oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen en Pgb’s te voorkomen enfraudete bestrijden. Tot deze maatregelen behorenin ieder geval: a.

b.

c.

d.

e. f.

g.

h.

Het college zoekt waar mogelijk samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen;

Het college verricht zo nodig onderzoek bij (Pgb-) aanbieders van voorzieningen die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente Almelo onderhouden of die ondersteuning

verlenen op grond van een Pgb aan cliënten van Almelo en die verplicht zijn om kosteloos hun medewerking te verlenen;

Het college screent aanbieders van voorzieningen die een subsidie- of contractrelatie met de gemeente Almelo (willen) onderhouden door middel van het KIT. KIT staat voor Kwaliteit en Integriteitsinstrument Twente waarmee de gemeenten kwalitatieve zorg kunnen inkopen en zorgfraude steviger aangepakt kan worden. KIT bestaat onder andere uit het uitvoeren van een Bibob-onderzoek. Indien mogelijk zal KIT ook toegepast worden bij de screening van (Pgb-)aanbieders; Het college maakt afspraken met (Pgb-) aanbieders van voorzieningen over de facturatie,

resultaatsturingen, accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in

overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties;

Het college controleert, al dan niet steekproefsgewijs, of de gemaakte afspraken zoals genoemd in het voorgaande lid worden nagekomen; _Hetcollege beperkt de looptijd van de indicaties of voert periodiek controles uit bij langlopende indicaties;

Het college voert een grondige toets aan de voorkant uit bij de verstrekking van een Pgb op: e De regiemogelijkheden en Pgb-vaardigheden van de cliënt of degene die de cliënt als vertegenwoordiger wenstin te schakelen conform artikel 5.2 van de verordening; e De kwaliteit van de in te kopen ondersteuning conform artikel 5.3 van de verordening.

Het college monitort het gebruik van het Pgb en verstrekte maatwerkvoorziening (zowel zorg in natura als Pgb) en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen.

Artikel 6.7 Medewerkingsplicht en verstrekken van inlichtingen 1. Decliént is verplicht aan het college en aan de (Pgb-)aanbieders desgevraagd de medewerking te

verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de Wet, daaronder begrepen het onderzoek gericht op besluitvorming over en de doelmatige inzet van ondersteuning. Onder

medewerking wordt ook verstaan het naleven van het ondersteuningsplan/zorgplan, huis- en gedragsregels (afspraken) en/of omgangsvormen met (Pgb-)aanbieders. Als de cliënt naar het oordeel van het college niet of onvoldoende meewerkt, kan de aard en

omvang van de benodigde ondersteuning niet worden vastgesteld of is de ondersteuning niet effectief dan kan door het college worden besloten geen maatwerkvoorziening te verstrekken, een lagere omvang vastte stellen of een eerder toegekende maatwerkvoorziening in te trekken. Als een maatwerkvoorziening eenmaal is toegekend geldt een inlichtingenplicht voor de cliënt. Dit houdt in dat de cliënt, en/of zijn/haar wettelijke vertegenwoordiger, op verzoek of onverwijld uit

eigen beweging mededeling moet doen van alle feiten en omstandigheden waarvan het hem/haar redelijkerwijs duidelijk moetzijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van de verstrekking van een maatwerkvoorziening. Concreet betekent dit dat een cliënt het college actief moet informeren over onder meer:

a. b.

ATS

apa

c.

Een wijziging in zijn/haar beperking(en) die van invloed is op het gebruik van de voorziening; Een gewijzigde gezinssituatie in de gevallen waardoor er sprake is/kan zijn van eigen kracht;

Verbetering in de (gezondheids-)situatie waardoor de voorziening niet langer of in mindere mate noodzakelijk is;

Het niet ontvangen van kwalitatieve ondersteuning;

Indien ondersteuning wordt ingezet voor een ander doel dan waarvoor deze wordt verleend; Indien zorg wordt gedeclareerd voor ondersteuning die niet (juist) is verleend;

Als tijdelijk geen gebruik kan worden gemaakt van de voorziening door detentie, behandeling in een instelling of opname in een ziekenhuis, verpleegtehuis of revalidatiecentrum:; Het wijzigen van zorgverlener; Het toe- of afnemen van verleende mantelzorg of hulp uit het sociaal netwerk; Een verhuizing; Een vakantie of verblijf in het buitenland van meer dan 4 weken;

4.

|. Het niet langer gebruikmaken van een voorziening. Hetniet of niet volledig nakomen van de medewerkingsplicht kan leiden tot beéindiging,

5.

Het niet of niet volledig nakomen van de inlichtingenplicht kan leiden tot beéindiging, intrekking of

intrekking, opschorting of herziening van de maatwerkvoorziening. herziening van een maatwerkvoorziening.

Hoofdstuk 7 Toezichthouders Artikel 7.1 Toezichthouders

1.

Zopa

2.

Het college wijst toezichthoudende ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaaldebij of krachtens de Wet. De aangewezen toezichthouderis belast met: De bevoegdheid van het inzien van dossiers:

De bevoegdheid om inlichtingen te vorderen;

De bevoegdheid om de (cliénten)administratie/dossiers te vorderen bij de (Pgb-)aanbieder;

De bevoegdheid om de administratie te vorderen van de cliént of de Pgb-beheerder; Het vorderen van inzage in een identificatiebewijs;

Inzage van documenten en toegang tot gegevens; Het betreden van plaatsen (met uitzondering van woningen); Controleren of de (Pgb-)aanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking, de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft;

Ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de cliënt of de Pgbbeheerder heeft gesloten of deze voldoen aan de bij de aanvraag geleverde gegevens en

j. 3.

k.

informatie;

Controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd; De bevoegdheid om (Pgb-)aanbieders te screenen.

Eenieder is verplicht om mee te werken aan het onderzoek van de toezichthouder.

Hoofdstuk 8 Bijdragen en tarieven maatwerkvoorzieningen

Artikel 8.1 Bijdrage algemeen gebruikelijke kosten

1.

De (Pgb-)aanbieder kan aan decliént een bijdrage vragen ter gehele of gedeeltelijke compensatie van de algemeen gebruikelijke kosten die onderdeel uitmaken van de algemene en/of collectieve of maatwerkvoorziening, voor zover dat tussen college en (Pgb-)aanbieder is afgesproken.

Het gaat hierbij in ieder geval om algemeen gebruikelijke kosten voor: a. Het gebruik van Collectief Aanvullend Vervoer; b. Het gebruik maken van de wasverzorging. De (Pgb-)aanbieder kan, aanvullend op de wettelijke eigen bijdrage, aan de cliënt een bijdrage

vragen in de extra kosten voor uitstapjes, consumpties en maaltijden die niet inbegrepen zijn bij

het gebruik van de algemene of maatwerkvoorziening, voor zover dat tussen college en (Pgb-)

aanbieder is afgesproken.

Het niet willen of kunnen betalen van de bijdrage in de extra kosten bedoeld in het vorige lid, mogen het gebruik van de voorziening niet in de weg staan, dat wil zeggen dat de (Pgb-) aanbieder op verzoek van de gebruiker verantwoordelijk is voor het realiseren van een gratis alternatief aanbod. De bijdragen, bedoeld in de vorige leden, worden vastgesteld op basis van objectieve criteria, zoals richtlijnen van het NIBUD en hettarief van het openbaar stadsvervoer en bedragen niet

meer dan de kostprijs voor de (Pgb-)aanbieder van de voorziening. De (Pgb-)aanbieder brengt de verschuldigdheid en hoogte van de bijdrage vooraf duidelijk bij de

cliënt onder de aandacht.

Artikel 8.2 Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen

1.

2.

Voor een maatwerkvoorziening is de cliënt de maximale bijdrage in de kosten, zoals bepaald in de Wet en het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, verschuldigd. De bijdrage in de kosten bedraagt maximaal de kostprijs van de voorziening waarbij: a. De kostprijs van een eenmalige Pgb per periode gelijk is aan de hoogte van het toegekende b. c.

Pgb gedeeld door de afschrijvingstermijn;

De kostprijs van een periodiek verstrekte Pgb gelijk is aan de hoogte van het Pgb dat per periode is toegekend; De kostprijs van een eenmalig verstrekte maatwerkvoorziening per periode gelijk is aan de

vergoeding die de gemeente hiervoor verschuldigd is gedeeld door de afschrijvingstermijn;

d.

3. 4.

5.

6.

De kostprijs van een periodiek verstrekte maatwerkvoorziening gelijk is aan de vergoeding die de gemeente hiervoor per periode verschuldigd is.

Een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening is verschuldigd zolang van deze voorziening gebruik wordt gemaakt of korter, bij een eenmalige Pgb of verstrekking, als eerder het bedrag van de kostprijs is bereikt. Geen eigen bijdrage is verschuldigd voor rolstoelen, het collectief vervoer en een doventolk.

De bijdragen voor maatschappelijke opvang worden vastgesteld en geïnd door de instelling waar

de cliënt verblijft en bedraagt maximaal het bedrag genoemd in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

Bij de verstrekking van een woningaanpassing voor een cliënt boven de 18 jaar kan een bijdrage

in de kosten worden opgelegd.

Artikel 8.3 Bijdrage in de kosten van algemene en collectieve voorziening 1. In het algemeen wordt geen bijdrage in de kosten gerekend voor gebruikmaking van een algemene voorziening. Uitgangspunt van het gemeentelijk beleid is dat het gebruik van voorliggende en algemene voorzieningen zoveel mogelijk wordt gestimuleerd. Het is echter

mogelijk dat de instelling een kleine vergoeding vraagt voor de kosten van materialen die worden

gebruikt voor de activiteiten. Ook de kosten voor eten en drinken komen voor rekening van de 2.

deelnemer, tenzij door de instelling anders is bepaald.

In afwijking van artikel 8.3 eerste lid wordt wel een besparingsbijdrage in de kosten in rekening gebracht voor de wasverzorging: a. Voor een cliënt die zelfstandig in staat is zijn/haar kleding, linnengoed of beddengoed op orde te houden is de hoogte van de besparingsbijdrage per kledingstuk gelijk aan het

3. 4.

kostendekkend tarief. De cliënt die gebruik maakt van de wasverzorging als algemene voorziening is aan de aanbieder een tarief verschuldigd van € 6,46 (prijspeil 2025) per waszak, en de daarna geldende tarieven die jaarlijks opnieuw worden vastgesteld; Jaarlijks wordt de bijdrage per waszak geïndexeerd met maximaal het percentage zoals vastgesteld in de prijsindex CPI Huishoudens van het CBS. Het geïndexeerde bedrag wordt vanaf

2025 vastgelegd in het Financieel besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo.

Hoofdstuk 9: Waardering mantelzorgers

Artikel 9.1 Jaarlijkse waardering Het college regelt de jaarlijkse blijk van waardering voor mantelzorgers van inwoners in de gemeente. Hoofdstuk 10: Inspraak en zeggenschap (burgerparticipatie) Artikel 10.1 Betrekken van inwoners bij het beleid 1.

2.

Het college betrekt inwoners van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun

vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende

maatschappelijke ondersteuning en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen

3. 4.

vervullen. Het college zorgt ervoor dat cliënten kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij

onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden en dat zij worden voorzien van de voor een

adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. Het college regelt de uitvoering van het tweede en derde lid.

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Evaluatie

Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt elke twee jaar na inwerkingtreding van deze verordening geëvalueerd. Het college zendt hiertoe aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening en de beleidsregels in de dagelijkse praktijk.

Artikel 11.2 Hardheidsclausule 1.

2.

In gevallen, de uitvoering van deze verordening betreffend, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Het college kan beleidsregels stellen over de uitvoering van deze verordening.

3.

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening als de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 11.3 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1.

2.

De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2019 en alle voorgaande wijzigingsbesluiten worden hiermee ingetrokken. Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente

Almelo 2019 en waarop nog nietis beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening (Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente

Almelo 2025), tenzij dit nadelige gevolgen heeft voor de aanvrager.

3.

Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2019, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken dan wel

4.

Op bezwaarschriften tegen een besluit dat op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2019 is genomen, wordt beslist met inachtneming van die

gewijzigd.

verordening.

Artikel 11.4 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025.

Ondertekening Gedaan ter openbare vergadering van 15 april 2025, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=05ff6249-ddb8-4b43-be61-91d176731587