CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Verklaring van geen bedenkingen voor het wijzigen van het zonnepanelenveld Aadijk fase 2 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing initiele omg

Raad 28 mei 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor het wijzigen van het zonnepanelenveld Aadijk fase 226.457 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maatregelen om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren: Rondom het zonnepark wordt veel aandacht besteed aan het opwaarderen van een groen raamwerk, waarbinnen het park zo goed mogelijk wordt ingepast. De bestaande sloten blijven behouden zodat de herkenbare opstrekkende verkaveling gehandhaafd blijft. Uitgangs-

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 25

punt voor de inpassing is het behoud van de waardevolle beplanting in het gebied. Deze beplanting is meestal een relict van de erven die aan de Aadijk hebben gestaan. De erven, in combinatie met een brede strook langs de Aadijk zorgen voor enige afstand van het zonnepark tot de openbare weg. De invulling, met nieuwe bomen en bloemrijke grasmengsels, ondersteunen de bijen en andere insecten in het gebied, en zorgen voor een vergroting van de ecologische waarde. Aan de zijde van de Aadijk wordt een brede groenstrook van 150 m breed en bijna 800 meter lang gerealiseerd, die in nader overleg met de omwonenden wordt ingericht. Daarbij wordt gedacht aan een wilde parkachtige inrichting, met kruidenrijk grasland, bomen, struinpaden, kikkerpoelen, banken of picknicktafels, en eventuele simpele speelaanleidingen. De beplanting die wordt toegevoegd in de parkstrook bestaat uit verschillende gebiedsspecifieke boom- en struweelsoorten. De groenblauwe invulling van het plangebied beslaat 31% van het totaal en 25% van de gronden in eigendom van de initiatiefnemer. De wijze waarop de panelen worden geplaatst en uitgelijnd, zorgen ervoor dat de doorzichten behouden blijven en niet worden verstoord. Langs de hekwerken wordt aan de zijde van de bebouwing een 15 meter brede groenstrook aangeplant zodat het park volledig uit het zicht wordt ontnomen.

Ook rondom het experimentgebied wordt een aantrekkelijk bloeiende en gebiedsspecifieke haag aangeplant. Door de afstand tot de bestaande bebouwing en de invulling van de parkstrookstrook en overige maatregelen, blijft de ruimtelijke impact als gevolg van het zonnepark beperkt maar bestaat voor geïnteresseerden tegelijkertijd de mogelijkheid het park van ‘binnenuit’ te beleven. c.

De mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied: Voor dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 2.2, 3.2.3 en 3.3.2.

d.

De bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen: Het zonnepark levert een evidente bijdrage aan de noodzakelijke energietransitie. Bij de ontwikkeling van het zonnepark wordt bovendien voorzien in diverse vormen van participatie, zowel bij de totstandkoming van het ontwerp (procesparticipatie) als bij de instandhouding van het park (financiële participatie). Zo hebben bewoners niet alleen de lasten maar ook de lusten van de aanleg van een zonnepark. Bovendien is één van de belangrijke rode draden van de provincie de ‘sociale kwaliteit’, waarbij het onder andere van groot belang wordt geacht dat burgers worden betrokken bij nieuwe ontwikkelingen. Daar wordt met de diverse vormen van participatie aan voldaan.

Aanvullend op het bovenstaande wordt vermeld dat de gemeente Almelo op 7 april 2020 de ‘Duurzame Energieladder Almelo’ (Energieladder) heeft vastgesteld. Op basis van de Energieladder is de projectlocatie gelegen binnen clustergebied 1, waar opstellingen voor grootschalige zonne-energie onder voorwaarden mogelijk worden geacht. Dit clustergebied is het gevolg van gedegen landschappelijke analyses van landschappelijke waarden binnen Almelo als geheel, en de locatie in Almelo Noord in het bijzonder. Aan de voorwaarden die in dat kader worden gesteld wordt met dit project voldaan. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3.2 van voorliggende onderbouwing. Conclusie Hoewel de locatie formeel onderdeel uitmaakt van het bestaand bebouwd gebied, is de verwachting dat de gronden op korte termijn weer toe zullen komen aan de agrarische sector. In het kader van deze ruimtelijke onderbouwing en ten behoeve van de motivering aan de hand van het provinciale beleid, wordt

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 26

daarom uitgegaan van het landelijk gebied (Groene Omgeving). Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is de provinciale Zonneladder doorlopen. Aan alle voorwaarden wordt voldaan. De ontwikkeling is daarmee in lijn met het provinciale beleid ten aanzien van zonneparken in de Groene Omgeving. Omgevingsverordening Overijssel 2017 De Omgevingsverordening richt zich - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie dus niet in nieuw beleid. De verordening wordt door de provincie ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie er waarde aan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. In eerste instantie zijn de bepalingen ten aanzien van de sturing op duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit relevant (titel 2.1 van de Omgevingsverordening). Daarnaast bevat Omgevingsverordening specifieke regels ten aanzien van de oprichting van zonneparken en zijn er locatiespecifieke onderwerpen aan de orde. Onderstaand zijn de voor dit project/deze locatie relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening per onderdeel opgenomen.

Na de weergave van het betreffende onderdeel wordt de koppeling met het geplande zonnepark gelegd. Artikel 2.1.1 Begripsbepalingen Bestaand bebouwd gebied: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro;  Groene Omgeving: de gronden die niet vallen onder het bestaand bebouwd gebied. 

De projectlocatie maakt onderdeel uit van een gebied waarvoor het bestemmingsplan “Waterrijk_Almelo_fase1” geldt. Op basis van dat bestemmingsplan is het mogelijk de gronden ten delen benutten voor de realisatie van een luxe woonwijk. Binnen het projectgebied geldt een uit te werken woonbestemming en een maatschappelijke bestemming. Voor het overige geldt een agrarische bestemming. De ontwikkeling van de woonwijk ‘Waterrijk’, waarvoor het huidige bestemmingsplan was vastgesteld, is gestaakt. Het planologisch kader ligt er echter nog wel. Daarmee kunnen de gronden formeel worden aangemerkt als bestaand bebouwd gebied. Gelet op de beschikbare achtergrondinformatie (zie paragraaf 3.2.2 en 3.3.1) wordt in deze ruimtelijke onderbouwing evenwel uitgegaan van de realisatie van een zonnepark in de Groene Omgeving. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.

In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. Gemeenteraden mogen gemotiveerd afwijken van het ontwikkelingsperspectief dat voor het betreffende gebied geldt, wanneer:  er sprake is sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen; en  voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 27

6.

7.

8.

9.

Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken normerende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsregeling conform deze normerende uitspraken. Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden waarvoor in de Catalogus Gebiedskenmerken richtinggevende uitspraken worden gedaan voorzien voor zover deze uitspraken zich daarvoor lenen, in een bestemmingsregeling conform deze richtinggevende uitspraken. Van normerende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken zoals bedoeld in lid 6 mag gemotiveerd worden afgeweken wanneer: 1. er sprake is van zwaarwegende sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen en 2. voldoende verzekerd is dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de provinciale ambities zoals aangegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken. Van richtinggevende uitspraken in de Catalogus Gebiedskenmerken zoals bedoeld in lid 7 mag worden afgeweken mits voldoende gemotiveerd is dat de kwaliteitsambitie zoals aangegeven in de Catalogus Gebiedskenmerken in gelijke mate gerealiseerd wordt.

Dit artikel ziet op de sturing op de ruimtelijke kwaliteit, waarbij veelvuldig verwezen wordt naar het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’ en de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’. Ontwikkelingen dienen daaraan te worden getoetst. Voor deze toetsing wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. Artikel 2.1.8 Kwaliteitsimpuls zonnevelden Artikel 2.1.8.1 Begripsbepalingen In deze titel wordt verstaan onder: a. Zelfstandige opstelling van zonnepanelen: installatie voor de opwekking van zonne-energie die niet gecombineerd wordt met bebouwing, maar zelfstandig opgesteld is in het vrije veld. Artikel 2.1.8.2 Realisatie zelfstandige opstelling zonnepanelen 1. In de Groene Omgeving mogen zelfstandige opstellingen van zonnepanelen uitsluitend worden toegestaan als tijdelijk (mede)gebruik van de gronden. 2. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in de opstelling van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen in de Groene Omgeving als de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond én is aangetoond dat het verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. 3. De maatschappelijke meerwaarde als bedoeld in lid 2 dient te worden onderbouwd vanuit de volgende criteria: a. de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; b.

maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren; c. de mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied; d. de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen. 4. In aanvulling op het gestelde onder 2 geldt voor nieuwe ontwikkelingen die plaatsvinden op gronden die vallen binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water en die niet zijn aangeduid als Natuurnetwerk Nederland (NNN), geldt de voorwaarde dat de compensatie door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving gericht dienen te zijn op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap.

Zoals eerder aangegeven wordt uitgegaan van de realisatie van een zonnepark in de Groene Omgeving. Dit betekent dat aan bovenstaande voorwaarden dient te worden voldaan. In het kader van de Overijsselse Zonneladder, heeft een uitgebreide motivering ten aanzien van de noodzaak en locatiekeuze plaatsgevonden. Daarin zijn tevens bovenstaande voorwaarden meegenomen. Verwezen wordt naar paragraaf 3.2.1. Geconcludeerd kan worden dat aan de provinciale voorwaarden wordt voldaan. Artikel 2.1.9 Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 28

Met het oog op de sociale kwaliteit in de fysieke leefomgeving dient te worden aangetoond op welke wijze de omgeving betrokken is geweest bij de planvorming. Voor dit project vindt participatie plaats via twee sporen:  Procesparticipatie: betrekken van burgers bij de totstandkoming van het ontwerp, en;  Financiële participatie: de wijze waarop burgers ook na realisatie van het zonnepark betrokken blijven. Voor een nadere toelichting op participatie wordt verwezen naar paragraaf 5.2 voor voorliggende rapportage, waarin de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan wordt besproken. Overig Naast bovenstaande onderwerpen zijn ook een aantal locatiespecifieke onderwerpen aan de orde. Welke dit zijn, is te zien door raadpleging van de provinciale webviewer. Niet alle onderwerpen zijn relevant voor de ontwikkeling van een zonnepark. Hieronder is een opsomming van de onderwerpen opgenomen1, maar wordt niet in detail op de onderwerpen ingegaan. Een uitsnede van de kaart is opgenomen in figuur 16. 1. Regionale verdringingsreeks onttrekking Twentekanalen/Overijsselse Vecht. 2. Vrijstelling van de vergunningplicht voor gebiedsbescherming voor de uitvoering van Natura 2000herstelwerkzaamheden. 3. Glastuinbouw niet toegestaan. 4. Mogelijkheden voor nieuwe recreatiewoningen onder voorwaarden. 5. Windturbines onder voorwaarden toegestaan. 6.

Verbod op nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderijen. figuur 16. Kaartweergave Omgevingsverordening Overijssel 2017 (bron: overijssel.tercera-ro.nl/mapviewer)

1

In bovenstaande weergave van de kaartlagen ontbreken de verschillende kaartlagen als onderdeel van de gebiedscatalogus (behandeling van ‘hoe’ een ontwikkeling plaats kan vinden in het kader van het Uitvoeringsmodel). Dit is bewust gedaan omwille van de overzichtelijkheid van voorliggende rapportage. Deze kaarten en onderwerpen komen aan bod in de navolgende paragraaf als onderdeel van de toetsing aan het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 29

De locatie ligt in een gebied aangeduid als ‘regionale verdringingsreeks onttrekking Twentekanalen/Overijsselse Vecht. Op basis van de provinciale Omgevingsverordening worden binnen dit gebied veiligheidsnormen en regels gesteld ten aanzien van waterkeringen en dergelijken. De ontwikkeling van het zonnepark heeft geen (negatieve) invloed op de waterveiligheid ter plaatse. Bovendien maakt de locatie geen onderdeel uit van een (beschermingszone van een) waterkering. Relatie tot de ontwikkeling Voor de ontwikkeling is getoetst aan de relevante bepalingen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, waarbij is uitgegaan van de realisatie van een zonnepark binnen het landelijk gebied. Daarnaast is de ontwikkeling beoordeeld aan de hand van de voorwaarden inzake sociale kwaliteit. Voor de ruimtelijke kwaliteit en de wijze waarop dit is meegenomen in het ontwerp van het zonnepark, wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3, waarin de ontwikkeling wordt getoetst aan de hand van het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’. Voor sociale kwaliteit wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van deze ruimtelijke onderbouwing. De behandeling van beide onderdelen leidt tot de conclusie dat de ontwikkeling past binnen de ambities en randvoorwaarden van de provincie. Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening Overijssel 2017.

Voor het overige is de ontwikkeling daarmee niet in strijd. Toets Uitvoeringsmodel: of, waar en hoe Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities, wordt het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’ gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen ‘of’, ‘waar’ en ‘hoe’ centraal. Of een initiatief mogelijk is, wordt allereerst bepaald door de vraag of er een opgave is. Dat hangt af van de vraag of de behoefte aan een ontwikkeling kan worden aangetoond, maar ook of de ontwikkeling niet in strijd is met provinciale generieke beleidskeuzes. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan waar wat ontwikkeld kan worden. In de visie op de ruimte in Overijssel onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven: drie voor de Groene en drie voor de Stedelijke Omgeving. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief ingepast kan worden. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken verstaan van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor het bovenstaande vormen de kwaliteitsambities op het gebied van duurzaamheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit de rode draden.

Een en ander is weergegeven in onderstaand schema.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 30

figuur 17. Schema Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel)

Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de sturing waarbij sprake is van drie niveaus: normstellend, richtinggevend en/of inspirerend. OF: Generieke beleidskeuzes In eerste instantie is het de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. De provinciale beleidskeuzes zijn vastgelegd in de Omgevingsvisie. Deze generieke beleidskeuzes zijn in de regel normstellend en zijn opgenomen in de omgevingsverordening. Generieke beleidskeuzes vanuit de EU of het Rijk zijn opgenomen in eigen beleid. In Overijssel zijn beleidskeuzes gesteld die voor het gehele provinciale grondgebied gelden en daarnaast beleidskeuzes die gebiedsspecifiek zijn. De beleidskeuzes die voor het gehele grondgebied gelden geven samen vorm aan de Overijsselse Ladder vuur duurzame verstedelijking, welke een nadere invulling geeft aan de stappen die gemeenten in de onderbouwing van nieuwe stedelijke ontwikkelingen op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening) moeten doorlopen.

De gebiedsspecifieke beleidskeuzes borgen zwaarwegende publieke belangen en gaan in op:  reserveringen voor waterveiligheid en beperking wateroverlast;  drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden;  het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waaronder de Nationale Parken en een groot deel van de Natura 2000-gebieden in Overijssel);  de Nationale Landschappen;  het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. Relatie tot ontwikkeling Aan de hand van het kaartmateriaal behorende bij de geconsolideerde Omgevingsverordening Overijssel 2017 kan worden bepaald welke gebiedsspecifieke onderwerpen ter plaatse van een projectlocatie spelen. Deze toets heeft reeds plaatsgevonden in paragraaf 3.2.2. Hieruit is gebleken dat de onderwerpen die

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 31

ter plaatse spelen, niet van belang zijn voor dan wel geen invloed hebben op de ontwikkeling van een zonnepark. Dit betekent dat de onderwerpen die spelen geen belemmering vormen voor de ontwikkeling van een zonnepark aan de Aadijk te Almelo. De of-vraag is daarmee positief beantwoord. WAAR: Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de Omgevingsvisie onderscheidt de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleidsen kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Daarbij geldt dat er drie ontwikkelingsperspectieven zijn gesteld voor de Groene Omgeving, en drie voor de Stedelijke Omgeving. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend, waardoor er ruimte bestaat voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen een andere invulling kiezen. Daarbij geldt dat die wel dient te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel, zie hierna).

Relatie tot ontwikkeling Het projectgebied is gelegen binnen de Groene Omgeving. In de Groene Omgeving gaat het vooral om behoud en versterking van de kwaliteit van natuur en landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. De drie ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving zijn:  de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW)  agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap  wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Op de overzichtskaart Ontwikkelingsperspectieven van de geconsolideerde Omgevingsvisie Overijssel 2017 zijn de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving globaal weergegeven.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 32

figuur 18. Overzichtskaart Ontwikkelingsperspectieven (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Relatie tot projectlocatie De projectlocatie is aangewezen als ‘agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’, direct grenzend aan gebieden aangewezen als ‘binnensteden met stedelijke netwerken’ (rood op de kaart) met langs de oostgrens tevens ‘stads- en dorpsranden’ alsmede ‘wonen en werken in een kleinschalig mixlandschap’. Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap en stads- en dorpsranden Het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer routes. De projectlocatie sluit direct aan op de bestaande bebouwde omgeving. Direct ten zuiden zijn gronden gelegen die onderdeel uitmaken van het stedelijk netwerk. Ten westen is bovendien fase I van Zonnepark Aadijk gelegen. De aanleg van een zonnepark leidt tot een tijdelijk gebruik van agrarische gronden (voor de duur van 25 jaar). Na de gebruiksperiode wordt het zonnepark ontmanteld en komen de gronden weer toe aan het de agrarische sector.

De gronden blijven zonder meer geschikt als landbouwgrond. Onderzoek wijst zelfs uit dat het tijdelijk gebruik als zonnepark een positief effect kan hebben op de gronden ter plaatse. De bodem krijgt gedurende 25 jaar rust, biodiversiteit neemt toe. Daarom kan geconcludeerd worden dat de aanleg van een zonnepark de gebruiksmogelijkheden voor de landbouw niet beperken. Een deel van de locatie ligt bovendien in een gebied aangewezen als ‘stads- en dorpsrand’. Recreatieve functies en culturele voorzieningen kunnen op specifieke plekken in de stads- en dorpsrandgebieden de kwaliteit en aantrekkelijkheid verhogen. In de stads- en dorpsrandgebieden liggen ook kansen om beleidsambities op het gebied van natuur, water, en energie te realiseren én om de functie als ‘uitloop’-gebied voor de stad te versterken door verdichting van het routenetwerk voor langzaam verkeer.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 33

De locatie biedt daarmee kansen voor het realiseren van de beleidsambities ten aanzien van de energietransitie en het grootschalig opwekken van (zonne-)energie. Daarmee wordt tevens het waardevolle contrast tussen stad en land versterkt. Daarnaast kan een koppeling worden gelegd met recreatie en het versterken van het routenetwerk voor langzaam verkeer, waardoor de gronden ook een belangrijke functie krijgen als uitloopgebied. Dit komt tot uiting in de versterking van bestaande en aanleg van nieuwe recreatieve routes rondom de locatie. Zo wordt onder andere het Bleskolkgebied gekoppeld aan het struingebied langs het Lateraalkanaal, krijgt het Bleskolkgebied een upgrade en worden ook in de zuidelijke parkstrook van het zonnepark recreatieve routes aangelegd. Dit levert een impuls op voor de beleving van de locatie als geheel en het zonnepark in het bijzonder. Zo kan ook de overgang van stad naar landschap van binnenuit worden beleefd. Voor de ontwikkeling geldt enerzijds dat deze formeel plaatsvindt binnen een gebied dat nog te typeren is als bestaand stedelijk gebied. Anderzijds is nu al bekend dat de betreffende gronden uiteindelijk teruggegeven zullen worden aan de agrarische sector. Op grond van het provinciale beleid wordt binnen dit gebied ruimte gezien voor voorzieningen in het kader van de energietransitie.

Daarnaast biedt de ontwikkeling kansen voor het versterken van het contrast tussen stad en land alsmede recreatie en de langzaam verkeersroutes. Dit maakt de locatie een geschikte locatie voor de ontwikkeling van een zonnepark. Voor het overige geldt dat de realisatie van een zonnepark het verwezenlijken van de kwaliteitsambities in de Groene Omgeving niet in de weg staat en dat zij andersom een zonnepark op deze locatie niet bemoeilijken. Daarmee is de waar-vraag eveneens positief beantwoord. HOE: Gebiedskenmerken De provincie wil nieuwe ruimtelijke opgaven verbinden met bestaande gebiedskenmerken. Op die manier spelen gebiedskenmerken een belangrijke rol over hoe een initiatief invulling kan krijgen. De gebiedskenmerken die de provincie van provinciaal belang acht, heeft zij opgenomen in de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’. Voor alle gebiedstypen in Overijssel wordt omschreven welke kwaliteiten en kenmerken binnen de vier aangegeven lagen behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden. De vier kaartlagen zijn: I. Natuurlijke laag II. Laag van het agrarisch cultuurlandschap III. Stedelijke laag IV. Laag van de beleving Aan de hand van de gebiedskenmerken behorende bij elk van de kaartlagen kan de provincie sturing geven op haar provinciale belangen. De hardheid van de sturing komt tot uiting in het stellen van normen, het geven van richting of het bieden van inspiratie.

Bij elk gebiedstype is aangegeven wat de norm, richting en inspiratie voor dat specifieke gebied inhoudt. De normen zijn normstellend, daar dienen ontwikkelingen aan te voldoen. Richting en inspiratie sturen, maar zijn niet normstellend. Daar kan gemotiveerd van worden afgeweken indien de gemeente dit noodzakelijk acht voor het verwezenlijken van haar doelstellingen. Relatie tot de ontwikkeling Onderstaand wordt de projectlocatie aan de hand van elk van de kaartlagen in kaart gebracht. Daarbij wordt een korte samenvatting van de kenmerken en ambities gegeven en worden ingegaan op de norm, richting en inspiratie. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze dit is meegenomen in het ontwerp van het zonnepark.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 34

I.

Natuurlijke laag Toets De locatie ligt overwegend in een in cultuur gebracht hoogveengebied (1). Daarnaast bestaat de natuurlijke laag deels uit beekdalen en natte laagtes (2). Ten zuiden loopt het hoogveengebied over in dekzandvlakte, deze natuurlijke laag overlapt in slechts in zeer beperkte mate met de plancontour.

Norm (1) 

Hoogveenrestanten: instandhouding van levend hoogveen, de waterkwaliteit, waterkwantiteit en de natuurkwaliteit. Overige delen hoogveengebied: behoud van het nog resterende veenpakket; het waterpeil is hier op afgestemd.

Richting (1)

Inspiratie (1)

Ontwikkelingen in de nabijheid van hoogveenrestanten dragen bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.

Beheer gericht op het in stand houden van de variatie en de vitaliteit van het hoogveen. Extensief recreatief medegebruik bevorderen.

Norm (2)

Richting (2)

Inspiratie (2)

Het waterpeil is niet lager dan voor graslandgebruik noodzakelijk is.

De onderdelen vanuit een perspectief op het geheel van het lineaire beeksysteem inrichten en beheren. De oeverlanden komen onder invloed van de waterdynamiek. (Broek)bos op hogere randen.

II.

Instandhouding van het watersysteem, waterkwaliteit en voldoende ruimte voor water. Ontwikkelingen in de nabijheid van beekdalen en natte laagtes dragen bij aan extra ruimte voor dynamiek van het stromende water, versterking samenhang beeksysteem en vergroting zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water.

Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het projectgebied ligt grotendeels binnen een gebied waar hoogveenontginningen hebben plaatsvonden. Ten zuiden loopt het gebied over in een maten en flierenlandschap. Gezien de beperkte mate van overlap met het plangebied zijn de hoogveenontginningen leidend binnen deze kaartlaag. Hierbinnen geldt de ambitie de resterende oude hoogveenontginningslandschappen als ruimtelijk zelfstandige eenheden herkenbaar en beleefbaar te maken.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 35

Norm

Richting

Inspiratie

Hoogveenontginningen dienen beschermd te worden, bescherming gericht op instandhouding van de kenmerkende afwisseling in de mate van openheid, elzensingels, reliëf, verkavelings- en slotenpatroon met een relatief grillig patroon van wegen en paden.

Ontwikkelingen dienen bij te dragen aan behoud en versterking van het kleinschalige karakter en kenmerkende weg- en kavelgrensbeplanting en diverse bebouwingslinten.

III.

Toevoegen bebouwing aan bestaande linten en erven. Handhaven van nog aanwezige variatie en verschillen in grondgebruik

Stedelijke laag Op basis van de kaart Stedelijke laag kent het gebied zowel de aanduiding ‘verspreide bebouwing’ (1) als ‘informele trage netwerk’ (2). De eerste gaat in op de gevolgen en kansen van het vrijkomen van erven in het landschap, wat steeds vaker zal gaan gebeuren. De robuuste ensembles kunnen door het bieden van ruimte voor extra (vervangende) bebouwing een alternatief bieden voor een deel van de woningbouw en bedrijvenopgave. Het ‘informele trage netwerk’ is het langzaam verkeernetwerk, zoals wandelpaden, ruiterpaden en vaarroutes. De ambitie is hier een verschuiving te doen plaatsvinden in de verplaatsingsdrang van auto naar fiets. Het fiets- en wandelpadennetwerk van de regio dient tot een compleet systeem te worden uitgewerkt. Erfgoed langs het informele trage netwerk dient te worden benut om de toeristische aantrekkelijkheid te vergroten.

Norm (1)

Richting (1)

Inspiratie (1)

Ontwikkeling van nieuwe erven draagt bij aan behoud en ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit overeenkomstig de handreiking ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’.

Indien ontwikkelingen plaatsvinden op erven dragen ze bij aan behoud en versterking van de kenmerkende structuur en volumematen, blijft er een duidelijke voor- en achterkant en vindt koppeling van het erf aan het landschap plaats.

 

Norm (2)

Richting (2)

Inspiratie (2)

Bescherming gericht op continuïteit van routes. Bij ontwikkelingen in de nabijheid van routes worden discontinuïteiten van de routes voorkomen.

Indien ontwikkelingen plaatsvinden in de nabijheid van stad en dorp, dragen ze bij aan behoud en verkleining van de maaswijdte van het padennetwerk. Nieuwe mogelijkheden voor lange afstands- wandel- en fietsroutes worden benut.

Langs informele routes worden de aardkundige, archeologische en cultuurhistorische waarden zichtbaar en kenbaar gemaakt.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Reanimatie agrarisch erfgoed Kwaliteitsadvies bij transformatie kan bijvoorbeeld via een ‘ervenconsulent’ van het Oversticht.

Pagina | 36

IV.

Laag van de beleving De laatste kaartlaag toont dat de locatie aan de oostzijde overlapt met de begrenzing van ‘stads- en dorpsranden’ (1). Daarnaast is een (voormalige) eendenkooi aangeduid als baken in de tijd (2). Stads- en dorpsranden vormen een overgangsgebied. De randen zijn bepalend voor zowel steden en dorpen als het omliggende landschap. Woon-, werk- en recreatiemilieus dienen verbonden te worden. Daarbij dient tevens verrommeling te worden tegengegaan. Bakens in de tijd zijn relicten van diverse aard uit verschillende perioden van de wordingsgeschiedenis van Overijssel. De ambitie is hier verbindingen te creëren tussen bestaande bakens die onderdeel van een groter geheel zijn maar nu verloren of geïsoleerd in het landschap liggen. Daarnaast is het doel bakens van deze tijd toe te voegen.

Norm (1)

Richting (1)

Inspiratie (1)

n.v.t.

 Behoud, herstel en aanleg van landschappelijke recreatieve routes.  Verminder barrières tussen stad en land. Leg ook geen grondwegen meer aan die de twee scheiden.  Bied plaatselijk ruimte voor ontwikkelingen, mits ze voortbouwen op stad-land relatie.  Neem de richting van randen op in grondexploitatie.  Creëer mooie uitnodigende entrees.

n.v.t.

Norm (2)

Richting (2)

Inspiratie (2)

n.v.t.

Behoud, benut en versterk bakens in de tijd.

Voeg bij nieuwe ontwikkelingen bakens van deze tijd toe en verbind ze met bestaande bakens.

Kenmerken projectgebied De locatie voor zonnepark Aadijk II ligt aan de noordkant van Almelo en raakt aan de noordelijke ‘Groene Long’. Het veenontginningsgebied wordt gekenmerkt door sterke landschapsstructuren en door de openen rechtlijnigheid. In 1900 domineerde de herkenbare opstrekkende verkaveling het open landschap. Daarnaast was er in het verleden een eendenkooi aanwezig. De zuidelijk gelegen Bleskolk heeft lange tijd drooggelegen, en heeft dienst gedaan als stortplaats. Door ruilverkaveling in de jaren ’50 is het landschap veranderd. De verkavelingsrichting van het plangebied is wel grofweg hetzelfde gebleven. Ook de openheid is behouden gebleven. Door de recente aanleg van het Lateraalkanaal heeft het gebied een duidelijke noordgrens gekregen. Voormalige erven aan de Aadijk en aan de Almeloseweg zijn verdwenen, alleen de beplanting is blijven staan als relicten in het landschap.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 37

Relatie tot ontwikkeling Bij het maken van het inrichtingsvoorstel is rekening gehouden met het landschap waarin het zonnepark is gelegen. Voor een uitgebreide omschrijving wordt verwezen naar paragraaf 2.2 (projectplan) en bijlage 1 (landschappelijk inpassingsplan) van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Uitgangspunten voor de inrichting zijn het behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijk kwaliteiten in het gebied. Rondom het zonnepark wordt veel aandacht besteed aan het opwaarderen van een groen raamwerk, waarbinnen de ontwikkeling zo goed mogelijk wordt ingepast. De bestaande sloten die door het park lopen blijven behouden. Het zonnepark wordt in de bestaande structuren geïntegreerd. Hierdoor blijft de opstrekkende verkaveling gehandhaafd. De uitlijning van de panelen in lijn met de sloten zorgt er bovendien voor dat ook de openheid behouden blijft. De voormalige eendenkooi is in het huidige landschap niet meer te herkennen. Daar tegenover staat het behoud van de waardevolle beplanting in het gebied, een relict van de erven die aan de Aadijk hebben gestaan. Het zonnepark biedt kansen voor het versterken van recreatie, met in het bijzonder langzaam verkeerroutes langs bestaande structuren alsook nieuwe routes door de te creëren parkzone ten zuiden van het projectgebied.

Een zone tussen Aadijk I en Aadijk II wordt vrijgehouden en blijft daarmee gereserveerd voor de Groene Long. Door bestaande en nieuwe routes met elkaar te verbinden, wordt het aantrekkelijk om een ommetje door het gebied te maken. De voorgestelde inrichting heeft een directe meerwaarde voor omwonenden, maar biedt als uitloper van de groene long tegelijkertijd meerwaarde voor de stad als geheel. Conclusie In deze paragraaf is de ontwikkeling getoetst aan de hand van het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’. Daarbij is beoordeeld of, waar en hoe de ontwikkeling plaats kan vinden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling ter plaatse past binnen het provinciale beleid, omdat:  er geen generieke beleidskeuzes zijn die aan de ontwikkeling in de weg staan en de ontwikkeling bovendien bijdraagt aan het behalen van de nationale, provinciale en gemeentelijke beleidskeuzes ten aanzien van de energietransitie (Of);  de projectlocatie geschikt is voor de oprichting van een zonnepark en de oprichting ervan bovendien geen belemmering vormt voor het verwezenlijken van de overige ontwikkelingsperspectieven in de Groene Omgeving (Waar), en;  bij het opstellen van het landschappelijk inpassingsplan voldoende rekening is gehouden met de geldende gebiedskenmerken en deze waar mogelijk zijn versterkt of ontwikkeld (Hoe).

3.3

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020 – 2040

Op 29 september 2020 heeft de gemeenteraad van Almelo de ‘Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020 – 2040’ (de Omgevingsvisie) vastgesteld. Deze omgevingsvisie is vastgesteld vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2022. In Omgevingsvisie staat hoe in Almelo ook in de toekomst prettig kan worden gewoond en gewerkt. Almelo bestaat uit verschillende gebieden, met elk hun eigen karakter. Daarom is de Omgevingsvisie in vier gebieden verdeeld. Per gebied wordt duidelijk wat de gemeente daar wil bereiken: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken en dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die in alle gebieden spelen en daarmee gebiedsoverstijgend zijn. De visie voor Almelo als geheel en de gebiedsspecifieke visies, zijn tot stand gekomen in samenspraak met de inwoners van Almelo. De Omgevingsvisie zal worden gebruikt voor het toetsen van initiatieven binnen Almelo.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 38

Relatie tot ontwikkeling Het projectgebied is gelegen in het buitengebied van Almelo (zie figuur 19). De gemeente is zuinig op het buitengebied en juicht elke ontwikkeling aan die meer water en/of natuur toevoegt. Ontwikkelingen dienen te passen bij de Almelose maat en schaal. Enerzijds is rust een belangrijke pijler voor buitengebied. Tegelijkertijd is dit het ideale decor voor allerlei activiteiten. Zoals verblijfsrecreatie voor dagjesmensen en vakantiegangers. Of grootschalige energie-opwek, omdat er te weinig geschikte zonnedaken zijn en nauwelijks radar- en vliegverkeervrije plekken voor windmolens. Voor grootschalige energie-opwek geldt de ‘Duurzame Energieladder Almelo’ (zie paragraaf 3.3.2.). Indien aan de daarin gestelde voorwaarden wordt voldaan, biedt het buitengebied ruimte aan dergelijke initiatieven. figuur 19. Uitsnede kaart gebiedsindeling Omgevingsvisie Almelo (bron: omgevingsvisie.almelo.nl)

De gemeente stuurt op een krachtig buitengebied, mits rekening wordt gehouden met de kwetsbaarheden. Het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en versterking van biodiversiteit versterkt het buitengebied. Daarnaast wordt onder andere de duurzame ontwikkeling van (agrarische) bedrijvigheid gestimuleerd. Ook onderwerpen zoals waterberging en recreatie zijn van belang voor het buitengebied. Het voorliggende initiatief omvat de realisatie van een zonnepark van ca. 49,5 ha in het buitengebied. Zolang de ontwikkeling past binnen de Almelose maat en schaal, alsook binnen de kaders van de ‘Duurzame Energieladder Almelo’, is de ontwikkeling in lijn met de toekomstige Omgevingsvisie. In het buitengebied van Almelo ziet de gemeente de mogelijkheid om ca. 100 ha grootschalige duurzame energie op te wekken, waarvoor geldt dat de eerste stap reeds is gezet met het zonnepark langs de Aadijk (fase I) van 40 ha. Op dit moment loopt er een aanvraag voor een zonnepark van ca. 22 ha in het Leemslagengebied. Met het onderhavige zonnepark van ca. 49,5 ha komt de productie weer een stevige stap dichter bij de gemeentelijke doelstellingen op dit gebied. In paragraaf 3.3.2 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt getoetst aan de ‘Duurzame Energieladder’, waaruit zal blijken dat de ontwikkeling past binnen dat beleidskader.

Naast de grootschalige opwekking van duurzame energie, draagt de ontwikkeling bij aan een aantal andere doelstellingen. Zo geldt dat met het gekozen ontwerp en de groeninrichting, ruimte ontstaat voor het versterken van de biodiversiteit. Tevens worden maatregelen getroffen waarmee het toevoegen van recreatieve meerwaarde van het zonnepark integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Het project draagt daarmee op meerdere gebieden bij aan maatschappelijke doelstellingen.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 39

Conclusie De ontwikkeling is getoetst aan de Omgevingsvisie van Almelo. Geconcludeerd wordt dat het geplande initiatief past binnen de gemeentelijkje visie. Het zonnepark draagt op diverse manieren bij aan het behalen van (maatschappelijke doelstellingen), onder andere op het gebied van recreatie, versterking van de biodiversiteit en natuurlijk duurzaamheid. Duurzame Energieladder Almelo Op 7 april 2020 heeft de gemeenteraad van Almelo de ‘Duurzame Energieladder Almelo’ (de Energieladder) vastgesteld. Middels de Energieladder brengt de gemeente de opgave voor Almelo in kaart ten aanzien van de energietransitie en geeft zij richting aan het bereiken van de gestelde beleidsdoelstellingen. Initiatieven voor de grootschalige opwek van duurzame energie, dienen te passen binnen dit beleidskader. Opgave De energietransitie in zijn algemeenheid is een zeer grote opgave. De opgave is verdeeld over meerdere klimaattafels: Elektriciteit, Mobiliteit, Industrie, Landbouw en landgebruik en Gebouwde omgeving. Vanuit de klimaattafel Elektriciteit moet er duurzame elektriciteit opgewekt worden (daar ziet deze Duurzame Energieladder op toe). Vanuit de klimaattafel Gebouwde Omgeving moet de CO2 uitstoot in de gebouwde omgeving omlaag. Het doel is om in 2050 aardgasvrij te zijn. Deze opgaven worden in verschillende sporen opgepakt: 1. Regionale Energie Strategie (RES); 2.

Duurzame Energieladder Almelo; 3. Warmtevisie (separaat beleid, nog in ontwikkeling); 4. Wijkuitvoeringsplannen (separaat beleid, nog in ontwikkeling). Trias Energetica De Trias Energetica is van oorsprong een strategie voor verduurzaming van de gebouwde omgeving. Deze strategie heeft ook een bredere, algemene toepassing en bestaat uit drie stappen: De eerste stap van de Trias Energetica is isoleren. Met isolatie wordt de meeste winst behaald. Wat niet verbruikt wordt hoeft ook niet opgewekt te worden. De tweede stap is het maximaal gebruik maken van energie uit duurzame bronnen. Er is behoefte aan duurzame hernieuwbare elektriciteit. Om (grootschalige) duurzame energieopwekking in Almelo in goede banen te leiden is de Duurzame Energieladder opgesteld. Hierin komen een aantal sporen samen. De derde stap is het zo zuinig en efficiënt mogelijk gebruik maken van fossiele brandstoffen om in de resterende energiebehoefte te voorzien. Uiteindelijk dient dit in 2050 afgebouwd te zijn tot nul. De Duurzame Energieladder De Duurzame Energieladder van Almelo vormt een beleidskader dat ingezet wordt voor de stimulering en facilitering van de opwek van hernieuwbare energie. Voorheen beschikte de gemeente over de zonneladder, die inmiddels is geïntegreerd in de Duurzame Energieladder van Almelo.

Het geeft de kaders voor het plaatsen van zonnepanelen op daken van woningen en bedrijven en op grote zonneparken op locaties die daarvoor geschikt zijn. Een belangrijk onderdeel daarbij is de stimulering van de opwek en allocatie van duurzame energie met zonneparken in en rond Almelo. De gemeente Almelo hanteert een voorkeursvolgorde voor de grootschalige opwekking van zonne-energie. Deze voorkeursvolgorde biedt de treden van de Duurzame Energieladder Almelo. De voorkeursvolgorde is als volgt: 1. Zon in de kernen (hoofdzakelijk op dak) heeft op zich geen belemmeringen en geniet de grootste voorkeur. De ambitie is dat alle daken benut worden. Bij nieuwbouw dient zon op dak te worden gerealiseerd.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 40

2.

3. 4.

Zon op bedrijventerreinen (op dak/bouwblok/ braakliggend terrein) geniet ook een grote voorkeur. Enige voorwaarden zijn hierbij van toepassing. Ook hier geldt dat bij nieuwbouw zon op dak dient te worden gerealiseerd. Zon in het landschap is mogelijk onder bepaalde voorwaarden, afhankelijk van de context. De groene longen van Almelo en N2000-gebieden zijn uitgesloten voor de opwek van grootschalige zonne-energie.

De voorkeursvolgorde is gevisualiseerd op een visiekaart. Figuur 20 betreft een uitsnede van de kaart. De projectlocatie is aangeduid in het rood. figuur 20. Visiekaart voorkeursvolgorde zonne-energie (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

De locatie maakt onderdeel nuit van het landschap. Daarmee bevindt de beoogde ontwikkeling zich op de derde trede van de zonneladder. De opwekking van zonne-energie is hier onder voorwaarden mogelijk. Landschapstypen en ‘groene longen’ Een nadere studie van de verschillende landschapstypen en het landgebruik rond de stad geeft meer inzicht in de locaties die voor grootschalige opwek geschikt zijn. Gemeente Almelo wil met de energietransitie de huidige kwaliteiten van het landschap zoveel mogelijk respecteren, en vanuit een gebiedsgerichte benadering een extra kwaliteit geven aan het landschap en het landgebruik, zogenaamde ‘meepakkers’. Groene longen De Gemeente Almelo heeft een grote diversiteit en fijnmazigheid aan landschappen. Om de kenmerkende landschappelijke structuur van de gemeente Almelo te beschermen heeft de gemeente Almelo de zogenaamde ‘groene longen’ aangewezen. Deze vier gebieden met een landelijk karakter reiken tot diep in de stad. De projectlocatie grenst direct aan één van de gebieden aangeduid als ‘groene long’. Het gaat om de noordelijke groene long, met een minder sterke identiteit dan de andere groene longen. Het gebied herbergt meerdere functies, zoals een manege, landbouw en sportfaciliteiten.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 41

figuur 21. Groene longen en landschapstypen (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

Landschapstype Almelo kent daarnaast drie typen landschappen. Het gaat om de volgende drie, waarbij de nummering correspondeert met de nummering op de kaart in figuur 21. 1. Oud ontginningslandschap: Hoevenlandschap. 2. Jong ontginningslandschap: Heide- en broekontginninglandschap. 3. Veenontginninglandschap. De locatie is gelegen binnen het veenontginninglandschap. Daarbij vormt de Aadijk een oude ontginningskade en de grens van het veen- en broeklandschap. Clustergebieden De gemeente kiest ervoor om clustergebieden vast te stellen voor grootschalige energieopwekking. Dat betekent dat: 1. de opwek geclusterd (dicht bij elkaar) zal plaatsvinden; 2. de opwek een zekere mate van grootschaligheid krijgt 3. de gemeente gebieden wil aanwijzen waar dat het beste kan plaatsvinden op basis van de kansenen belemmeringenkaart en de landschapsanalyse. Daarbij geldt dat onder andere het veenontginninglandschap zich door zijn openheid en rechtlijnigheid leent als kansrijk clustergebied. In het kader van de concept-Duurzame Energieladder Almelo is een nadere analyse uitgevoerd en zijn clustergebieden aangewezen. Vier gebieden zijn onderzocht, waarvan er twee direct zijn aangewezen als clustergebied (groen op de kaart). De projectlocatie ligt in zoekgebied 1.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 42

figuur 22. Clustergebieden grootschalige opwek duurzame energie (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

Zoekgebied 1 ligt aan de noordkant van Almelo en raakt aan de noordelijke groene long. Het veenontginningsgebied wordt gekenmerkt door sterke landschapsstructuren en door de open- en rechtlijnigheid. De grootschalige opwek van duurzame energie biedt nieuwe kansen voor ontwikkeling en medegebruik van het gebied. Daarom is het gebied aangewezen als clustergebied Almelo Noord. De relatie met de noordelijke groene long is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Waardenkaart Almelo Noord Vanuit de (cultuur)historie en gebiedskenmerken is de waardenkaart opgesteld. Het geeft een beeld van de belangrijke en betekenisvolle structuren in het gebied. Het doel is de kernkwaliteiten zichtbaar te maken en te definiëren. Bij de ontwikkeling van grootschalige opwek dient rekening te worden gehouden met deze waarden. Figuur 23 toont deze waardenkaart. De projectlocatie is aangeduid in het rood.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 43

figuur 23. Waardenkaart Almelo Noord (bron: Duurzame Energieladder Almelo)

De Aadijk en Aaboer De Aadijk is een belangrijke historische structuur. Deze dijk uit de 15e eeuw had een belangrijke waterkerende functie en is het startpunt geweest van de veenontginningen in noordelijke richting. De boerderij de Aaboer aan de Almeloseweg is een laatste herinnering aan die tijd en is daarom een belangrijk en markant punt. De Aadijk heeft nu zijn primaire functie verloren en staat onder druk: het industrieterrein is tot aan de dijk gebouwd en verderop is de Aadijk in tweeën geknipt. Ook staan de meeste erven aan de dijk leeg of zijn verdwenen. Om het karakter van de dijk te behouden en de kwaliteit te versterken, dient een bepaalde zone langs de dijk (de stippellijn), vrij te blijven van pv-panelen. Hierdoor blijft het ook voor recreanten een aantrekkelijke route. Kansen en randvoorwaarden zonne-energie Almelo Noord Naar aanleiding van de bovenstaande analyses kunnen randvoorwaarden worden benoemd voor de aanleg van een zonnepark. Voor onderhavig project gelden onder andere de volgende randvoorwaarden. Het zonnepark dient een zekere afstand te bewaren tot de Aadijk, wat een belangrijke structuur vormt in de omgeving. Daar is in onderhavig plan gehoor aan te geven door een brede zone vrij te houden van panelen en in te richten als (ruig) parkenzone. De exacte invulling van deze zone wordt nader bepaald in overleg met omwonenden.

Groenaanleg en de aanleg van nieuwe recreatieve wandel- en fietspaden maakt hier een belangrijk onderdeel van uit. Op die manier krijgen ook recreanten een plek in de ontwikkeling. Tussen fase 1 en fase 2 dient bovendien voldoende afstand te worden gehouden, zodat het past bij de maat en schaal van het omliggende landschap. De afstand tussen fase I en II bedraagt volgens het huidige ontwerp ca. 400 meter. De tussenliggende ruimte blijft gereserveerd voor de Groene Long.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 44

De kavelstructuur dient te worden gevolgd en er dient te worden voorzien in een versterking van de kernkwaliteiten van het gebied. Met de beoogde ontwikkeling blijven de bestaande structuren in het gebied behouden. De in dit geval opstrekkende verkaveling blijft zichtbaar in het landschap. Daarnaast zorgt de gekozen uitlijning van panelen langs de bestaande watergangen ervoor dat openheid en daarmee zicht over deze structuren behouden blijft. Meepakkers Het ontwikkelen van grootschalige opwek van duurzame energie heeft veel impact op de ruimte. Naast de noodzakelijke landschappelijke inpassing van een zonnepark of windmolen zijn meekoppelkansen, of ‘meepakkers’ zoals Almelo dat noemt, vereist. Zodat zonneparken en windmolens hierdoor meer kunnen betekenen voor andere opgaven, het gebied en omwonenden. De volgende meepakkers worden onderscheiden:     

Multifunctionaliteit Landschapsstructuren Landschapselementen Waterberging Routes en dooradering

    

Biodiversiteit Energieopslag Voedsel Educatie Bewustwording

Zonnepark Almelo Aadijk – fase 2 Binnen Almelo Noord bieden specifieke meepakkers kansen voor ontwikkeling. Daarnaast gelden specifieke randvoorwaarden. In onderstaande tabel worden alle randvoorwaarden en meepakkers benoemd en wordt aangegeven op welke wijze hier in het ontwerp rekening mee wordt gehouden. Daarmee wordt een totaaloverzicht geboden. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling aan de voorwaarden voldoet. Randvoorwaarden (normen) Afstand tot Aadijk Voldoende afstand tussen fase 1 en fase 2 Korrelgrootte passend Richting passend Hoogte passend

Dichtheid passend

Locatie trafo’s passend

Dooradering toereikend

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Relatie tot project Ca. 150 Ca. 400 meter De omvang van het zonnepark past binnen de maat en schaal van het landschap en sluit aan op het reeds bestaande park ten westen van Aadijk II. Bestaande kavelrichting wordt gerespecteerd en benut voor de landschappelijke inpassing. 2,0 meter, iets lager dan Aadijk I maar passend binnen het geheel. Voor de experimenteerruimte wordt vooralsnog maximaal 3,5 meter aangehouden, zodat voldoende ruimte blijft voor teelt onder panelen. Goede balans tussen groen/blauw en zonneveld, waarbij is gezocht naar een zo optimaal mogelijke invulling van het gebied zonder hierbij een onevenredige verdichting van het gebied en de bodem te creëren. Dichtheid past bij de Gedragscode Zon op Land van Holland Solar en laat ruimte voor de verdere ontwikkeling van het bodemleven, biodiversiteit en waterberging. De omvormers in het park worden steeds in het verlengde van een rij opgesteld, zodat ook deze elementen geen verstoring van de doorzichten tussen de panelenrijen vormen. Er wordt voorzien in diverse wandel- en struinpaden, met name langs de zuidzijde. Daarnaast wordt gezocht naar versterking van bestaande paden en aansluiting middels nieuwe paden. Daarnaast is door de bestaande watergangen te respecteren tevens sprake van een blauwe dooradering in het gebied en tevens is sprake van behoud en versterking van groenstructuren.

Pagina | 45

Hekken ingetogen

Routes toegevoegd Randen met kwaliteit

Participatie

Kernkwaliteiten versterkt

Meepakkers (kansen) Multifunctionaliteit en meervoudig ruimtegebruik Stadslandbouw en lokale voedselproductie Routes en recreatieve dooradering Versterken biodiversiteit

Educatie en bewustwording.

Het hekwerk rond het zonneveld is gelijkvormig aan het hekwerk bij het eerdere zonnepark langs de Aadijk. Dat betekent dat er een staafmathekwerk wordt geplaatst waar het hek in het zicht ligt, en een gaashekwerk waar het hek niet in het zicht ligt. Hekwerk krijgt een donkere kleurstelling. Zie ‘dooradering toereikend’ Rondom het zonnepark wordt veel aandacht besteed aan het opwaardering van een groen raamwerk. Langs het hek wordt een brede groenstrook aangeplant van 15 meter breed. De zuidzijde wordt in overleg met de omgeving ingericht als ruige parkstrook. De bestaande route langs het Lateraalkanaal wordt ter hoogte van het zonnepark begeleid door struweel. Binnen het project wordt voorzien in maatschappelijke participatie en financiële participatie. Voor nadere informatie en omschrijving van het proces wordt verwezen naar paragraaf 5.2 van voorliggende ruimtelijke onderbouwing. Er wordt rekening gehouden met gebiedskenmerken en kernkwaliteiten. Opstrekkende verkaveling en openheid blijft behouden, evenals bestaande beplanting als relicten van de voormalige erven. Het uitloopgebied met recreatieve functie wordt versterkt. Relatie tot project Versterking biodiversiteit, recreatie en combinatie agrarisch gebruik met opwek zonne-energie.

Experimenteerruimte in de vorm van combinatie van agrarisch gebruik met opwek zonne-energie, bijvoorbeeld door zacht fruitteelt onder panelen. Bestaande structuren worden versterkt en nieuwe worden aan het gebied toegevoegd. Daarnaast ontstaat de kans om te investeren in het omliggende gebied. De invulling, met nieuwe bomen en bloemrijke grasmengsels, ondersteunen de bijen en andere insecten in het gebied, en zorgen voor een vergroting van de ecologische waarde. Het padenstelsel wordt aangevuld met enkele picknicktafels of banken, en informatiepanelen. Deze panelen geven info over het zonnepark, maar ook over de gebruikte beplanting, en bijvoorbeeld de flora en fauna in het gebied.

Conclusie Aan de randvoorwaarden wordt voldaan en de diverse ‘meepakkers’ zijn in het initiatief meegenomen. De ontwikkeling is in lijn met de gemeentelijke ‘Duurzame Energieladder Almelo’.

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 46

4

Omgevingsaspecten

4.1

Analyse van verkeer- en parkeeraspecten

Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient de verkeers- en parkeersituatie beoordeeld te worden om er voor te zorgen dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en een goede ontsluiting alsook om ongewenste verkeerssituaties zoals een te grote verkeersdruk op een weg, te voorkomen. Relatie tot ontwikkeling In dit geval is sprake van de aanleg van een zonnepark. Een dergelijke ontwikkeling brengt in beginsel nagenoeg geen parkeerbehoefte of met zich mee, omdat het een functie is die over het algemeen geen bezoekers of publiek aantrekt. Hierdoor is ook de verkeersaantrekkende werking ook laag. Uitzondering hierop vormen enkele verkeersbewegingen ten behoeve van beheer en onderhoud (en tijdens de aanlegen ontmantelingsfase). De entree van het zonnepark wordt gekoppeld aan het voormalig erf aan de oostzijde langs de Almeloseweg, zodat er geen nieuwe wegen het gebied in hoeven te worden gemaakt. Het wegprofiel van de Almeloseweg is afdoende uitgerust om de zeer beperkte toename aan verkeersgeneratie te kunnen controleren. Conclusie Verkeer- en parkeeraspecten vormen gelet op het bovenstaande geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie

Het Verdrag van Valletta was geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988 en de Wet op de monumentenzorg, tot de inwerkingtreding van de Erfgoedwet op 1 juli 2016. De Erfgoedwet bundelt bestaande weten regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is een primair gemeentelijke opgave. In het proces van ruimtelijke ordening moet tijdig rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor de overweging van archeologievriendelijke alternatieven. Rijk, provincies en gemeenten (laten) bepalen welke archeologische waarden bedreigd worden bij ruimtelijke plannen. Tijdens de voorbereiding van deze plannen is (vroeg)tijdig archeologisch (voor)onderzoek belangrijk. De keuze voor een andere bouwlocatie voorkomt de verstoring van belangrijke bodemvondsten. Als dit geen optie is, bestaat de mogelijkheid om binnen de bouwlocatie zelf naar een archeologievriendelijke aanpak te streven. In het uiterste geval wordt een archeologische opgraving uitgevoerd. Relatie tot ontwikkeling Het plan is zorgvuldig ingepast in de omgeving, waarbij recht wordt gedaan aan bestaande landschappelijke kenmerken en structuren.

De kenmerkende opstrekkende verkaveling en openheid in het gebied blijft gehandhaafd. Relicten van voormalige erven, bestaande uit waardevolle beplanting in het gebied, blijven behouden. Het plangebied kent op basis van het vigerende planologisch regime geen dubbelbestemming ten behoeve van archeologie of cultuurhistorie. In het kader van de, inmiddels gestaakte, ontwikkelingen in Almelo Noord, zijn die archeologische onderzoeke uitgevoerd, waaruit is gebleken dat geen waarden te

Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2

Pagina | 47

vewachten zijn. In een selectiebesluit is het gebied daarom in 2008 vrijgegeven. De projectlocatie is bovendien niet aangewezen als een rijksmonument of een gemeentelijk monument en dergelijke monumenten zijn in de directe omgeving ook niet gesitueerd. Ten behoeve van de planologische procedure geldt op dit vlak geen onderzoeksplicht. Geconcludeerd wordt dat het plangebied een lage archeologische verwachting kent. Het plaatsen van zonnepanelen op schroefpalen heeft daarnaast slechts een beperkte impact op het kwetsbare bodemarchief, voor zover aanwezig. Het verwijderen van de zonnepanelen na de genoemde termijn van 25 jaar, gebeurt op zodanige wijze dat zo min mogelijk schade aan het bodemarchief wordt aangericht. Conclusie Er treden geen belemmeringen op ten aanzien van de aspecten archeologie en cultuurhistorie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=648cfc49-2613-48b2-a033-376653980a74