Verklaring van geen bedenkingen voor het wijzigen van het zonnepanelenveld Aadijk fase 2 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing initiele omg
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
PROJECT
Zonnepark Aadijk fase 2 / Aaboer te Almelo
OPDRACHTGEVER
SolarEnergyWorks (Solar-EP III B.V.)
STATUS
Definitief 2.0
PROJECTNUMMER
20065
DATUM
27 september 2021
AUTEUR
R. (Robin) Droogendijk LLB
CONTROLE
I.M.E.(Ingrid) Hazeleger
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 085 – 744 08 37
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 2
Inhoudsopgave 1
Inleiding
pagina 4
2
Planbeschrijving 2.1 Projectlocatie 2.2 Projectplan 2.3 Vigerend planologisch regime
5 5 5 15
3
Beleidskaders 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 22 38
4
Omgevingsaspecten 4.1 Analyse van verkeer- en parkeeraspecten 4.2 Archeologie en cultuurhistorie 4.3 Bodem 4.4 Water 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Externe veiligheid 4.7 Elektromagnetische straling 4.8 Lichtreflectie 4.9 Geluidhinder 4.10 Luchtkwaliteit 4.11 Natuur 4.12 M.e.r-beoordeling
47 47 47 48 48 50 51 51 52 53 54 55 57
5
Beschrijving uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
59 59 59
6
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
61
Bijlagen Landschappelijk inpassingsplan, Feddes | Olthof, september 2021 Quickscan Wet natuurbescherming, Van der Goes & Groot, d.d. 30 juli 2020 Berekening stikstofdepositie, Cauberg-Huygen, d.d. 9 juli 2021 Participatieplan, SolarEnergyWorks, 8 juli 2020
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 3
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Nederland bevindt zich middenin de transitie van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Deze energietransitie is noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen voor de korte, middellange en lange termijn te kunnen verwezenlijken. Ook binnen de gemeente Almelo is het faciliteren en opwekken van duurzame energie één van de uitgangspunten van het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. Gelet daarop is het van belang dat burgers, bedrijven en overheden de nodige inspanningen leveren deze transitie mogelijk te maken. Vele duurzame energie-initiatieven zijn inmiddels in voorbereiding, ontwikkeling of reeds gerealiseerd. Daarmee is echter nog maar een fractie gerealiseerd van wat nodig is. SolarEnergyWorks ontwikkelt zonneparken in heel Nederland en heeft als doel een zonnepark te ontwikkelen in Almelo. Ten westen van de betreffende projectlocatie is door dezelfde ontwikkelaar reeds een zonneveld gerealiseerd. Het onderhavige zonnepark ligt dusdanig in de buurt van het bestaande zonneveld, dat in ruimtelijke zin gesproken kan worden van een uitbreiding of tweede fase. Gemakshalve wordt het onderhavige zonnepark daarom ‘Aadijk fase 2’ of ‘Aadijk II’ genoemd. De gronden van fase 2 bestaan uit een aantal percelen van in totaal ca. 49,5 ha, waarbinnen ruimte wordt geboden voor zonne-energie, groen en biodiversiteit, recreatie en een nader in te vullen experiment.
Het netto zonneveld beslaat 36,2 ha waarop een geïnstalleerd vermogen van ca. 39,3 MWp kan worden gerealiseerd (exclusief opbrengst experimenteerruimte). De hiermee op te wekken duurzame stroom, kan vergeleken worden met het verbruik van ongeveer 10.783 huishoudens. De ontwikkeling heeft naar verwachting een CO2-reductie van ca. 15.860 ton op jaarbasis als gevolg en zet daarmee een grote stap richting de verdere verduurzaming van de gemeente in het bijzonder en Nederland als geheel.
1.2
Planologische procedure
De beoogde ontwikkeling is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om het zonnepark mogelijk te maken, dient dan ook een planologische procedure doorlopen te worden. In opdracht van SolarEnergyWorks heeft Mees Ruimte & Milieu daartoe voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld. De planologische procedure zal worden doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Aan de hand van die omgevingsvergunning kan van het vigerende regime worden afgeweken. Op grond van art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o van de Wabo dient de motivering van het besluit een Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO) te bevatten. Voorliggend document vormt deze GRO.
1.3
Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Het projectgebied en functionele omschrijving en de situatie na planontwikkeling worden daarin besproken. Hoofdstuk 3 voorziet vervolgens in de beleidskaders van de verschillende bestuurslagen, zowel ten aanzien van ruimtelijk beleid alsmede beschikbaar duurzaamheidsbeleid. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de relevante omgevingsaspecten, beschouwingen van de aspecten worden waar nodig voorzien van een onderbouwing aan de hand van sectoraal onderzoek. Hoofdstuk 5 gaat in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. Hoofdstuk 6 tot slot, geeft een algehele conclusie van de ruimtelijke en functionele inpasbaarheid van het plan.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 4
2
Planbeschrijving
2.1
Projectlocatie
De projectlocatie beslaat een gebied van 49,5 ha en is gelegen aan de Aadijk te Almelo. De Aadijk ligt aan de noordzijde van de stad. Omliggende gronden betreffen in hoofdzaak agrarische gronden, met aan de zuidzijde het bebouwd gebied van Almelo. Ten westen van de locatie is een bestaand zonnepark aanwezig. Dit betreft het project Aadijk te Almelo, dat opgeleverd is in 2019. Het voorliggende initiatief omvat fase 2. Figuur 1 toont de contouren van de projectlocatie. figuur 1. Aanduiding projectlocatie (bron: afbeelding opgemaakt in QGIS)
Het projectgebied raakt aan de noordelijke ‘Groene Long’ van Almelo. Hoewel dit formeel geen onderdeel uitmaakt van het projectgebied, wordt de zuidelijk gelegen Bleskolk als onderdeel van de Groene Long bij de planontwikkeling betrokken door de recreatieve belevingswaarde te vergroten. Middels een nieuwe recreatieve verbinding tussen het Lateraalkanaal (noordgrens projectlocatie) en de Groene Long, worden de twee elementen met elkaar verbonden. Een zone ingeklemd tussen Aadijk I en Aadijk II blijft vrij van ontwikkeling en wordt gereserveerd als Groene Long. Deze gronden behoren daarmee niet tot het projectgebied zoals weergegeven op figuur 1, maar worden wel bij de planontwikkeling betrokken.
2.2
Projectplan
De ontwikkeling behelst de realisatie van een zonnepark ter plaatse van de hierboven weergegeven projectlocatie. In aanvulling daarop wordt in dit park experimenteerruimte geboden, waarbinnen gezocht wordt naar een combinatie van agrarisch gebruik en de opwekking van zonne-energie. Een zonnepark bestaat uit een aantal technische onderdelen, die op zorgvuldige wijze dienen te worden ingepast in het landschap. Hiertoe is door landschapsarchitecten Feddes | Olthof een landschappelijk inpassingsplan op-
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 5
gesteld, waarin rekening is gehouden met de bestaande kwaliteiten van het landschap en deze waar mogelijk worden versterkt door het toevoegen van recreatieve meerwaarde en maatregelen ter versterking van de biodiversiteit ter plaatse. In figuur 2 is het ontwerpvoorstel uitgewerkt in een plankaart voor het gebied, dat aan de hand van de ontwerpprincipes van onderhavig park nader wordt toegelicht. Voor een volledige weergave van het inpassingsplan van september 2021 wordt tevens verwezen naar bijlage 1 bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. figuur 2. Plankaart landschappelijke inpassing (bron: landschappelijke inpassing Feddes | Olthof, juni 2021)
Ontwerpprincipes zonnepark Uitgangspunt voor de inrichting is zoals aangegeven het behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijke kwaliteiten in het gebied. Voor zonnepark Aadijk II komt dit tot uiting in die lagen, of ontwerpprincipes, aan de hand waarvan het inpassingsplan is opgesteld: groenblauw raamwerk; recreatieve aanvullingen; technische inrichting van het zonneveld, inclusief experimenteerruimte. De drie ontwerpprincipes die tezamen hebben geleid tot het voorstel voor de landschappelijke inpassing worden hierna per onderdeel nader toegelicht. figuur 3. Ontwerpprincipes in beeld
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 6
Groenblauw raamwerk Rondom het zonnepark wordt veel aandacht besteed aan de opwaardering van een groen raamwerk, waarbinnen de ontwikkeling zo goed mogelijk wordt ingepast. De bestaande sloten die door het park lopen blijven behouden. Hierdoor blijft de opstrekkende verkaveling gehandhaafd. Uitgangspunt voor de inpassing is het behoud van de waardevolle beplanting in het gebied. Deze beplanting is meestal een relict van de erven die aan de Aadijk hebben gestaan. De erven, in combinatie met een brede strook langs de Aadijk zorgen voor enige afstand van het zonnepark tot de openbare weg figuur 4. Principe groenblauw raamwerk
De invulling, met nieuwe bomen en bloemrijke grasmengsels, ondersteunen de bijen en andere insecten in het gebied, en zorgen voor een vergroting van de ecologische waarde. Aan de zijde van de Aadijk wordt een brede groenstrook van 150 m breed en bijna 800 m lang gerealiseerd, die in nader overleg met de omgeving wordt ingericht. Hierbij wordt gedacht aan een wilde parkachtige inrichting, met kruidenrijk grasland, bomen, struinpaden, kikkerpoelen, banken of picknicktafels, en eventuele simpele speelaanleidingen. De toe te voegen beplanting in de parkstrook bestaat uit verschillende gebiedsspecifieke boomen struweelsoorten. Voor de invulling van de groenstrook is overleg gevoerd met bewoners die zich hebben verenigd in de Bewonerscommissie Aaboerlaan. De overeengekomen invulling is nader uitgewerkt in het document ‘Inrichting en beheer groenstrook Aadijk II – Almelo’. Dit document is als bijlage opgenomen bij het landschappelijk inpassingsplan. Het overleg met omwonenden heeft geleid tot een aantal uitgangspunten voor de groenstrook tussen toekomstig zonnepark en de Aadijk. De groene strook: Heeft een natuurlijke uitstraling, en grote ecologische waarde, Is ook toegankelijk voor mensen, maar biedt geen ruimte voor intensieve recreatie, Is zo ingericht dat de zonnepanelen vanaf de woningen aan de Aaboerlaan niet zichtbaar zijn.
Deze uitgangspunten is vertaald in drie bouwstenen voor het ontwerp van de groenstrook.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 7
1. Park als ecologische corridor Tussen Aadijk en het hek van het zonnepark blijft een strook van 150 meter diepte vrij. Deze strook krijgt een groene invulling, met ruimte voor dier en mens. Bij de inrichting, aanleg en beheer van deze zone wordt rekening gehouden met de waarde van het gebied als ecologische corridor. 150 m afstand tussen zonnepark en stad. Het gebied behoudt waarde voor kleine en grotere dieren, zoals bijvoorbeeld de reeën die nu al veel in het gebied voorkomen. De nieuwe invulling van de groenstrook draagt bij aan het gebied als ecologische corridor. Een natuurlijke zone met inheemse en streekeigen beplanting. De beplanting bestaat uit verschillende vruchtendragende soorten. Overgangen van natte naar droge delen geeft variatie en poelen bieden ruimte voor amfibieën. Voor het grootste deel bestaat de strook uit bloem- en kruidenrijk grasland met grote waarde voor insecten. 2. Maken van nieuwe waterstructuren Om de ecologische waarde te vergroten, maar ook om de toegankelijkheid van het gebied voor gemotoriseerde voertuigen te beperken wordt voorgesteld om de bestaande waterstructuren uit te breiden. Langs de Aadijk wordt een lagere natte zone gecreëerd. Op deze plek heeft in het verleden een rivier gelopen; de Vriesche Aa. Bestaande sloten in het gebied sluiten hierop aan.
Versterken ecologische waarde van het gebied door gradienten toe te voegen tussen droog en nat. Waterrijke strook functioneert als barriëre tussen Adijk en groenstrook, om onrust in de vorm van brommers/auto’s te voorkomen. NB. Het voorstel leidt tot uitbreiding van de waterstructuren binnen het zonnepark. De waterstructuren maken geen deel uit van de belangrijke oppervlaktewateren binnen het beheergebied van het Waterschap Vechtstromen. Het creëren van de nieuwe waterstructuren in de vorm van plasdras en kikkerpoelen, is niet aan een watervergunning gebonden. Zie voor een verdere toelichting paragraaf 4.4 van voorliggende onderbouwing.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 8
3. Landschappelijke kamers De bestaande sloten in het veld blijven behouden waardoor de opstrekkende verkaveling gehandhaafd blijft. Deze sloten delen het toekomstige zonneveld, maar ook de groenstrook op in landschappelijke kamers. Dit effect wordt nog versterkt doordat langs enkele sloten al bomen of struiken staan. Deze “kamerstructuur” wordt versterkt doordat langs de rand van het zonneveld een brede strook met beplanting wordt aangelegd. Hierdoor blijft het zonneveld uit het zicht vanaf de Aadijk. De landschappelijke kamers vormen ook een aanleiding om de de verschillende wensen en functies van de groenstrook te structureren. Zonnepanelen uit het beeld door een heestwerwal langs zonnepark Kamers geven aanleiding voor accentverschillen in de groenstrook, natuurkamer, kamer met aanleiding voor spelen, kamer met boomgaard. Recreatieve toevoegingen De ligging van het plangebied aan de noordelijke Groen Long van Almelo biedt kansen voor recreatie. Met de komst van het zonnepark kan ook worden geïnvesteerd in het opwaarderen van de recreatieve waarde van het gebied. In het landschappelijk inpassingsplan worden daartoe een aantal voorstellen gedaan, die hieronder nader worden toegelicht. figuur 5. Principe recreatieve toevoegingen
De nieuwe parkachtige groenstrook direct aan de Aadijk kan aantrekkelijk worden ingericht, waardoor een directe waarde ontstaat voor omwonenden, maar ook voor de stad als uitloper van de Groene Long. Binnen die groenstrook zullen enkele eenvoudige paden worden aangelegd, waarbij ook rekening gehouden wordt met mensen die wat slechter te been zijn. Het padenstelsel wordt aangevuld met enkele picknickta-
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 9
fels of banken, en informatiepanelen. Deze panelen geven info over het zonnepark, maar ook over de gebruikte beplanting, en bijvoorbeeld de flora en fauna in het gebied. De exacte inrichting is nog een uitwerking die wordt gedaan in overleg met omwonenden en de gemeente. In overleg met de gemeente wordt daarnaast voorgesteld om ook buiten het directe plangebied recreatieve paden aan te leggen. Gedacht wordt aan enkele routes door het Bleskolkgebied. Door deze routes ontstaat de mogelijkheid om ook ommetjes door het gebied te maken. figuur 6. Struinpad Bleskolk
Langs de oostelijke zijde van het plangebied kan een eenvoudig struinpad voor een verbinding zorgen met het noordelijke pad langs het Lateraalkanaal. De bestaande route langs het Lateraalkanaal wordt ter hoogte van het zonnepark begeleid door struweel. Deze route kan worden doorgezet tot aan de Van Rechteren Limpurgsingel. figuur 7. Struinpad Lateraalkanaal met landschappelijke haag
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 10
Intensief en experimenteel Binnen het zonnepark wordt een deel van de gronden intensief ingericht met panelen. Dit deel beslaat ca. 32,5 ha van het totale plangebied. Daarnaast wordt ruimte gereserveerd voor experimenteerruimte. Dit plandeel is tot stand gekomen in samenspraak met de omgeving en omvat een samenspel van agrarisch gebruik in combinatie met de opwekking van zonne-energie. figuur 8. Principe intensief en experimenteel
Intensief zonneveld Voor het intensieve deel van het zonnepark wordt aansluiting gezocht bij de opstelling zoals is gerealiseerd binnen Aadijk I, echter wordt de hoogte van de opstelling iets lager. De volgende ontwerpkeuzes zijn daarbij gemaakt: De paneelhoogte bedraagt 2,0 meter. De panelen hebben allemaal dezelfde oriëntatie op het zuiden en staan in strakke rijen. De rijen staan door het hele plan heen in het verlengde van elkaar, zodat er doorzichten tussen de panelen mogelijk blijven. De rijen vormen een rechte rand langs de sloten, zodat er heldere doorzichten tussen Aadijk en Lateraalkanaal mogelijk zijn. Dit betekent dat elke rij verspringt ten opzichte van de vorige rij, waardoor de afstand tussen strekkende sloot en panelen continu gelijk is. figuur 9. Uitlijning panelen
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 11
De omvormers in het park worden steeds in het verlengde van een rij opgesteld, zodat ook deze elementen geen verstoring van de doorzichten tussen de panelenrijen vormen. De bestaande bomen midden in het plangebied blijven gehandhaafd. figuur 10. Visualisatie in plan
De entree van het zonnepark wordt gekoppeld aan het voormalig erf aan de oostzijde langs de Almeloseweg, zodat er geen nieuwe wegen het gebied in hoeven te worden gemaakt. De ruimte voor de hoofdaansluiting, met hoofdtrafo en eventuele andere bebouwing ligt achter bestaande beplanting, en wordt zo ingericht dat het zo min mogelijk in het zicht valt. Aan de zuidzijde van het gebied wordt vanaf de Aadijk een tweede entree toegankelijk gemaakt ten behoeve van de brandweer. Hiervoor wordt een pad gebruikt dat in eerste instantie een recreatieve functie heeft, en dat de uitstraling heeft van een ‘karrespoor’. Het hekwerk rond het zonneveld is gelijkvormig aan het hekwerk bij het eerdere zonnepark langs de Aadijk. Dat betekent dat er een staafmathekwerk wordt geplaatst waar het hek in het zicht ligt, en een gaashekwerk waar het hek niet in het zicht ligt. De kleur van het hekwerk, maar ook van de benodigde bouwwerken, transformatoren dient zo donker mogelijk te zijn. Door een donkere kleurstelling zullen de transformatoren minder opvallen in het landschap. figuur 11. Referentie trafo en staafmathekwerk in donkere kleurstelling
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 12
Experimenteerruimte Langs de Almeloseweg wordt een strook ingericht waar agrarisch gebruik en energieopwekking samengaan. Ruimtelijk zou het interessant zijn als dit erf, en het stukje grond ten noorden daarvan onderdeel gaan vormen van een soort nieuw erf, gecombineerd met het zachte fruit, een boomgaard en bijvoorbeeld een winkeltje. figuur 12. Plot experimenteerruimte
De concrete inrichting van dit perceel zal nog nader moeten worden afgestemd met de toekomstige gebruiker van het stuk grond. Hieronder worden wel enkele ontwerpprincipes beschreven die richting geven aan de invulling ter plaatse van de experimenteerzone. Deze ontwerpuitgangspunten zijn o.a. tot stand gekomen in samenspraak met de omgeving. - De ruimte wordt zo ingericht dat er een serieuze combinatie ontstaat tussen teelt en energiewinning. - Indien de panelen dakjes vormen boven bijvoorbeeld zacht fruit, dan dienen de panelen maximaal 3,5 m hoog te zijn, maar liever lager. Met de bewonerscommissie is overeengekomen dat zij worden betrokken bij het onderzoek naar de verdere invulling en opbouw van deze velden. Daarnaast is overeengekomen dat dat een extra groenstrook wordt aangelegd tussen de reguliere panelen en het experimenteerdeel op het moment dat de panelen hoger worden dan de reguliere panelen. Indien de panelen hoger dan 2 meter worden, is bovendien overeengekomen dat ze uit het zicht zullen worden onttrokken. - Indien de panelen dakjes vormen boven bijvoorbeeld zacht fruit, dan dienen deze dakjes zo opgesteld te zijn dat ze parallel aan de Almeloseweg staan. - De entree voor dit gebied wordt gevormd door dezelfde bestaande oprit van het voormalige erf aan de Almeloseweg.
- Rondom het experimentgebied wordt een aantrekkelijk bloeiende en gebiedsspecifieke haag aangeplant.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 13
figuur 13. Referentie fruitteelt onder zonnepanelen (Zacht fruitbedrijf Albers, Babberich)
Cijfermatige beschrijving zonnepark Binnen dit zonnepark is sprake van een aantal componenten die het meest duidelijk worden aan de hand van een cijfermatige beschrijving. Denk daarbij aan de uitleg met betrekking tot het op te wekken vermogen, equivalent huishoudens, oppervlakte en percentage groen/blauw ten opzichte van zon. Deze beschrijving wordt hieronder gegeven. Plangebied De gronden binnen het projectgebied bedragen in totaal 49,5 ha en zijn grotendeels in eigendom van de initiatiefnemer (45,5 ha) en voor een beperkt deel van de gemeente Almelo (4 ha). Voor de duiding van het projectgebied, wordt in voorliggende rapportage uitgegaan van het totaal. Netto zonneveld en opgesteld vermogen Het netto zonneveld, de oppervlakte binnen de hekken, bedraagt in totaal 36,2 ha. 32,5 ha hiervan wordt ingezet voor het intensieve zonneveld zoals hierboven omschreven en omvat een geïnstalleerd vermogen van 39,3 MWp. De gronden waarop de experimenteerruimte wordt geboden, beslaan een oppervlakte van 3,7 ha. De extra opbrengst van het experiment is sterk afhankelijk van de uitkomst van de invulling van het experiment. Omdat de opbrengst en opstelling maximaal gelijk is aan het reguliere deel, kan aan de hand van de oppervlakte binnen de hekken van het experiment verhoudingsgewijs het onderstaande worden geëxtrapoleerd.
Dit betekent dat bij een maximale invulling van het experimentdeel het geïnstalleerd vermogen met nog ca. 2,9 MWp kan worden uitgebreid. Verhoudingen groenblauw vs. zon Voor de verhoudingen tussen het netto zonnepark enerzijds en het groenblauwe raamwerk anderzijds, geldt het volgende. Van het totale projectgebied, wordt ca. 15,3 ha groenblauw ingericht. Dit bestaat uit 13,3 ha rondom het netto zonnepark en ca 2 ha binnen het netto zonnepark, bestaande uit sloten en ruimte rondom bomen. Dit betreft 31% van het geheel. Uitgaande van het projectgebied exclusief de gemeentegronden, geldt een groenblauwe invulling van 11,3 ha. 11,3 ha staat gelijk aan 25% van de gronden in eigendom van de initiatiefnemer.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 14
tabel 1.
Verhoudingen groenblauw vs. zon
Oppervlakte Netto zon Waarvan intensief Waarvan experiment Groenblauwe invulling
Eigen grond 45,5 36,2 32,5 3,7 25%
Gemeente grond 4 6%
Totaal 49,5 36,2 3,7 31%
Gegevens ruimtelijke onderbouwing Voor het vervolg van voorliggende rapportage, wordt van de volgende gegevens uitgegaan: - duiding plangebied: totaal; - duiding netto zonnepark: totaal; - geïnstalleerd vermogen: intensief; - verhouding groenblauw vs. zon: eigen grond.
2.3
Vigerend planologisch regime
De gronden van de projectlocatie maken onderdeel uit van het bestemmingsplangebied “Waterrijk_Almelo_fase1”, vastgesteld door de gemeenteraad van Almelo op 17 januari 2012. Dit bestemmingsplan is vastgesteld ten behoeve van de ontwikkeling ‘Waterrijk’, één van de destijds prioritaire woningbouwprojecten binnen de gemeente met als doel een gefaseerde realisatie van luxe woningbouw. De plannen zijn echter gestaakt, waardoor ruimte bestaat voor een andere invulling van de gronden. Figuur 3 toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. De projectlocatie is aangeduid in het rood. figuur 14. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Waterrijk_Almelo_fase1” (bron: QGIS)
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 15
Enkelbestemmingen: De gronden kennen de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Groen’, ‘Verkeer’, ‘Water’ en ‘Woongebied – Uit te werken’. Deze bestemmingen zijn opgenomen om de woonwijk op het water en omgeven door groen verder uit te werken en mogelijk te maken. Het in gebruik nemen van de gronden ten behoeve van een zonnepark is strijdig met de bestemmingsomschrijving van de verschillende bestemmingen. Dubbelbestemmingen: In het uiterste noordoostelijke puntje van het projectgebied geldt de dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Dezelfde dubbelbestemming is net buiten de contouren van het zonnepark opgenomen langs de Aadijk, wat de zuidgrens van het projectgebied vormt. Op grond van deze dubbelbestemming mogen geen bouwwerken worden opgericht, tenzij deze de gasleiding dienen. Ook voor werken en werkzaamheden, zoals diepploegen, aanleggen van verhardingen of het plaatsen van straatmeubilair gelden beperkingen. Daar wordt binnen de planontwikkeling rekening mee gehouden. Daar waar de gasleiding binnen de contouren van het zonnepark is gelegen, worden geen ingrepen voorzien die in strijd zijn met de betreffende beschermingsregeling. Naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ‘afwijken bestemmingsplan’, heeft afstemming plaatsgevonden met de leidingbeheerder omtrent de afspraken over de inrichting rondom de gasleiding.
Functieaanduidingen: Globaal ten midden van het beoogde zonnepark geldt op basis van de bestemming ‘Agrarisch’ tevens de functieaanduiding ‘houtwal’. Ter plaatse is in de huidige situatie bos/struweel aanwezig. Bestaande landschappelijke waarden in het gebied dienen ten minste behouden te blijven. Mede in verband met de landschappelijke waarde alsook de potentiële ecologische waarden (zie paragraaf 4.11 van voorliggende onderbouwing) blijft de houtwal in stand.
Met het oog op het creëren van een maatschappelijke meerwaarde door recreatief medegebruik aan het park te koppelen, bestaat het voornemen om ook gronden buiten de contouren van het projectgebied op te waarderen. Bestaande recreatieve voorzieningen rondom het gebied worden versterkt en waar nodig uitgebreid, zodat een verbinding kan worden gelegd tussen het noordelijke Lateraalkanaal en het zuidelijk gelegen Bleskolkgebied. Rondom de Bleskolk kan de recreatieve meerwaarde worden vergroot door de aanleg van een struinpad en een recreatieve steiger. De voorgestelde maatregelen worden gerealiseerd ter plaatse van de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Water’. Binnen de bestemming ‘Groen’ zijn de gronden onder meer bestemd voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en bos met daaraan ondergeschikt (brom)fiets, voet- en onderhoudspaden. De aanleg van wandel-/fietspaden en rustplekken zoals bakjes past binnen deze bestemming. Daarnaast zijn ook waterhuishoudkundige voorzieningen, voor zover ondergeschikt binnen de bestemming ‘Groen’, toegestaan. Ter plaatse van de bestemming ‘Water’, mogen vlonders en (aanleg)steigers worden gerealiseerd. De voorgestelde maatregelen zijn derhalve passend binnen het huidige bestemmingsplanregime en behoeven niet mee te worden genomen in de vergunning om af te mogen wijken van het bestemmingsplan, waar voorliggende rapportage in voorziet.
Conclusie De aanleg van een zonnepark vindt plaats binnen de gronden behorende tot het bestemmingsplangebied “Waterrijk_Almelo_fase1”. Binnen de plancontour zijn diverse bestemmingen vigerend. Het beoogde gebruik is strijdig met deze bestemmingen. Om deze strijdigheden weg te nemen wordt een planologische procedure doorlopen. Voorliggende rapportage maakt onderdeel uit van de aanvraag.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 16
3
Beleidskaders
3.1
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie
Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. figuur 15. Afwegen met de NOVI. (Bron: Nationale Omgevingsvisie)
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 17
Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3. Afwentelen voorkomen Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling voorziet in de realisatie van duurzame energievoorziening voor de gemeente Almelo. Duurzame energie vormt een van de 21 nationale belangen zoals verwoord in het NOVI: “Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarvoor benodigde hoofdinfrastructuur”. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Om de afgesproken doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs te halen en 95 procent minder uitstoot van broeikasgassen te realiseren in 2050 (ten opzichte van 1990), is een transitie naar een CO2-arme energievoorziening noodzakelijk.
De opgave is dan ook het waarborgen van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen (inclusief besparing), de aanpassing van de netwerken voor warmte, gas en elektriciteit en het inpassen en zoveel mogelijk beperken van de ruimtebehoefte voor opwekking, conversie, opslag en transport van energie. De rol van het Rijk is tweeledig. Ten eerste gaat het om de voorwaarden te scheppen waaronder winning, opwekking, transport, conversie, opslag en gebruik van energie, alsmede het afvangen en opslaan van CO2, betrouwbaar, betaalbaar en veilig kunnen plaatsvinden. Ten tweede om het tot stand brengen van de energietransitie zeker te stellen. Het Rijk werkt hierbij nauw samen met de decentrale overheden, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het nationale Klimaatakkoord. De rol van het Rijk uit zich onder meer in het vastleggen van doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen en het stellen van voorwaarden en aanwijzen van gebieden voor energie-activiteiten, na afweging met andere belangen. De uiteindelijke uitvoering van projecten die gezamenlijk beantwoorden aan de landelijke doelstellingen op het gebied van energietransitie en CO2-reductie, is aan gemeenten, RES-regio’s en provincies.
Alleen wanneer een ontwikkeling zodanig van omvang is dat deze op grond van de Elektriciteitswet 1998 wordt aangemerkt als grootschalige ontwikkeling van nationaal belang, dient het Rijk aan te haken en is een Rijksinpassingsplan noodzakelijk. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien met een zonnepark een opgesteld vermogen van 50 MW of meer wordt gerealiseerd. Conclusie Het beoogde initiatief draagt bij aan de verwezenlijking van het nationale belang ten aanzien van de energietransitie. Gelet op het vermogen van onderhavige productie-installatie (39,3 MWp) wordt de grens van 50 MWp niet overschreden. Vanuit het decentralisatieprincipe wordt door de decentrale overheden verdere invulling aan het beleid gegeven. Dit beleid wordt in de navolgende paragrafen behandeld. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.
In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relatie tot ontwikkeling Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 18
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld in het overkoepelende hoofdstuk Omgevingsaspecten. Voor de Ladder voor duurzame verstedelijking geldt het volgende. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op basis hiervan dient bij de realisatie van nieuwe stedelijke ontwikkelingen de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Daarnaast dienen deze stedelijke ontwikkelingen in hoofdzaak binnen het bestaand stedelijk gebied plaats te vinden. Indien een ontwikkeling buiten stedelijk gebied plaatsvindt, dient dit gepaard te gaan met een stevige motivering van de reden waarom naar het buitengebied wordt uitgeweken.
Relatie tot ontwikkeling In de eerste plaats dient te worden beoordeeld of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. Indien de ontwikkeling niet kan worden getypeerd als stedelijke ontwikkeling, is de Ladder namelijk niet van toepassing op het project. Dit laat overigens onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening alsnog de nut en noodzaak van het project dient te worden aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in januari 2019 uitspraak gedaan in een zitting waarin onder andere aan de orde was of een zonnepark in het buitengebied als stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro dient te worden getypeerd (zie uitspraak van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:178). De Afdeling overweegt hierover het volgende: “Uit overweging 6.2 van de uitspraak van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, blijkt dat de Afdeling diverse voorzieningen op het gebied van energieopwekking en -distributie niet als stedelijke ontwikkeling heeft aangemerkt. Genoemd worden: een hoogspanningsverbinding, een windturbinepark en een transformatorstation. Naar het oordeel van de Afdeling is er geen aanleiding voor een andere benadering met betrekking tot een zonnepark, dat naar zijn aard niet wezenlijk verschilt van een windturbinepark.
Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat een zonnepark, net als een windturbinepark, zich bij uitstek niet goed leent om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. De toepasselijkheid van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro op een dergelijke voorziening zou daarentegen juist tot gevolg hebben dat het bevoegde bestuursorgaan telkens zou moeten motiveren waarom deze voorziening niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Dit vindt de Afdeling in het licht van het doel en de strekking van de ladder voor duurzame verstedelijking een onlogische consequentie.” Conclusie De uitspraak maakt duidelijk waarom voor de ontwikkeling van zonneparken geen Laddertoets doorlopen hoeft te worden. De ontwikkeling kan niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op onderhavig project. De nut en noodzaak van de ontwikkeling dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening alsnog aangetoond te worden. Uit de behandeling van het duurzaamheidsbeleid in dit hoofdstuk blijkt de behoefte aan de realisatie van het zonnepark.
Energieakkoord voor duurzame groei In 2013 hebben in totaal 47 veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuuren milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei. Daarin is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. In het akkoord zijn tien
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 19
pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt als tweede pijler onderdeel van het programma. Het versnellen van de productie is nodig omdat Nederland met een aandeel van 4% achterloopt op de rest van Europa. Een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking is daarom noodzakelijk. De lokale opwekking van energie, zoals zonne-energie, vormt daarbij één van de mogelijkheden, die eventueel gecombineerd kan worden ingezet met andere vormen van energieopwekking. Relatie tot ontwikkeling Met een geïnstalleerd vermogen van ca. 39,3 MWp op jaarbasis, kunnen ongeveer 10.738 inwoners worden voorzien van duurzame stroom. Het zonnepark draagt daarom bij aan de doelstellingen de energieproductie op te schalen. Energierapport 2016 Vanuit het Klimaatakkoord van Parijs is op mondiaal niveau afgesproken dat vanaf 2050 sprake moet zijn van klimaatneutraliteit. Dat betekent dat er een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikassen. Gelet daarop is het nodig de nodige inspanningen te leveren de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 na te leveren, evenals de afspraken uit het hiervoor besproken Energieakkoord.
Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland en geeft aan dat Nederland de broeikasgassen drastisch terug dient te dringen. Om deze uitdaging te behalen, stelt het kabinet voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie, drie uitgangspunten centraal: 1. sturen op CO2-reductie; 2. verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt; 3. integreren van energie in het ruimtelijk beleid. De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen op Europees niveau. Op dit moment is Nederland voor onze energievoorziening nog voor bijna 95% afhankelijk van fossiele brandstoffen. De energietransitie heeft alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd. Relatie tot ontwikkeling Het doel is een zonnepark op richten dat met een netto oppervlakte van ca.
36,2 ha een geïnstalleerd vermogen van minimaal 39,3 MWp (exclusief experiment) kent. De daarmee op te wekken duurzame energie levert een CO2-reductie van ongeveer 15.860 ton op jaarbasis op. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Het genoemde energiedialoog vindt in dit geval plaats middels procesparticipatie en financiële participatie, alsmede een verdeling van lokale lusten en lasten. Verwezen wordt naar hoofdstuk 5, waar onder andere de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan wordt gemotiveerd. Nationaal Klimaatakkoord Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren (sectortafels gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit) denken mee over concrete plannen.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 20
Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op de leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd.
Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Relatie tot ontwikkeling Met de realisatie van het zonnepark wordt de landelijke productie van zon op land verder uitgebreid. Met een vermogen van ca. 39,3 MWp komt deze productie weer een stapje dichterbij de noodzakelijke 35 TWh voor zonne-energie. Het park kent daarnaast een efficiënte benutting van de ruimte, doordat sprake is van meervoudig ruimtegebruik. Dit is terug te zien in de toe te passen maatregelen ter versterking van de biodiversiteit en de geboden experimenteerruimte voor het combineren van agrarisch gebruik en duurzame opwekking op dezelfde gronden. De ontwikkeling is daarmee in lijn met het Nationaal Energieakkoord. Klimaat- en Energieverkenning 2019 en policy brief ‘Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten’ De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2019 geeft een geactualiseerd beeld van de nationale broeikasgasuitstoot en het energiesysteem tot en met 2030. De KEV verschijnt jaarlijks conform de Klimaatwet uit 2019 en komt in de plaats van de eerdere Nationale Energieverkenningen (NEV).
De KEBV 2019 is de eerste KEV die in het kader van de Klimaatwet is uitgevoerd. De KEV 2019 hanteert net als eerdere NEV’s de standaard peildatum van 1 mei voor het vastgestelde of voorgenomen beleid. Beleid dat na deze datum wordt aangekondigd, kan niet in de KEV worden opgenomen. Daarnaast gelden enkele andere criteria voor het opnemen van beleidsvoornemens in de KEV. Zo moet het beleid in openbare stukken zijn gepubliceerd en moet het voldoende concreet zijn uitgewerkt. De nieuw aangekondigde maatregelen in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 waren derhalve te laat om nog in de KEV 2019 te kunnen worden meegenomen. Bovendien voldoen nog niet alle aangekondigde maatregelen aan de criteria om in de KEV doorgerekend te kunnen worden. Gelet daarop heeft het kabinet het Planbureau voor de Leefomgeving gevraagd nog een separate, aanvullende analyse uit te voeren, waarin de in juni 2019 gepresenteerde maatregelen wel kunnen worden meegenomen. De policy brief ‘Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten’ geeft invulling aan dit verzoek, door in te gaan op twee hoofdvragen. Enerzijds onderzoekt de studie of met Klimaatakkoord meer emissiereductie kan worden gerealiseerd dan met het ontwerp Klimaatakkoord. Het antwoord daarop is bevestigend. Anderzijds geeft de studie antwoord op de vraag of het doel van 49% emissiereductie bij uitvoering van het akkoord bereikt wordt.
Ondanks het grotere effect is het antwoord op deze vraag negatief. De studie concludeert dan met het akkoord een reductie van 43% - 48% bereikt kan worden.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 21
Relatie tot ontwikkeling De oprichting van het beoogde zonnepark brengt de emissiereductie weer eens tap verder richting het behalen van de gestelde doelen. Een verwachte CO2-recutie van ca. 15.860 ton op jaarbasis is aan de orde, zodoende levert het park een waardevolle bijdrage aan de verwezenlijking van de nationale doelstellingen.
3.2
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel 2017
De Omgevingsvisie Overijssel 2017 (hierna: De Omgevingsvisie) is vastgesteld op 12 april 2017 en in november 2019 geactualiseerd. In de Omgevingsvisie schetst de provincie een visie op de fysieke leefruimte in Overijssel en de wijze waarop zij hier vorm en kleur aan wil geven. In de Omgevingsvisie heeft de provincie negen centrale beleidsthema’s geformuleerd. De negen centrale beleidsthema’s zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Woonomgeving Economie en vestigingsklimaat Natuur (Binnen-)steden en landschap Mobiliteit
6. Regionaal waterbeheer 7. Veiligheid en gezondheid 8. Energie 9. Ondergrond
Deze beleidsthema’s worden elk worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden ‘duurzaamheid’, ‘sociale kwaliteit’ en ‘ruimtelijke kwaliteit’. Bij elk van de rode draden zijn daarnaast kwaliteitsambities gesteld. In hoofdstuk 10 van de Omgevingsvisie zijn bovenstaande beleidsthema’s nader uitgewerkt in beleidskeuzes. Duurzaamheid Mede door de klimaatverandering dringt het besef door dat verduurzaming noodzakelijk is. Overijssel ziet meerdere kansen en opgaven voor verduurzaming. Een van deze opgaven is dat er een transitie noodzakelijk is naar (vooral ook) decentrale opwekking van hernieuwbare energie, hergebruik van grondstoffen en energie-efficiëntie. De provincie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke keuzen die samenhangen met de opwekking van hernieuwbare energie en het bij elkaar brengen van partijen. Overijssel heeft vier kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van de sturing op duurzaamheid. 1. Een klimaatbestendig Overijssel. 2. Een duurzame energiehuishouding. 3. Kringlopen sluiten, ofwel: toegroeien naar een circulaire economie. 4. Beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Voor de voorgenomen ontwikkeling is met name de tweede ambitie van toepassing.
Een duurzame energiehuishouding: hernieuwbare energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar Overijssel wil om dit te behalen inzetten op het vergroten van het aandeel energie uit bronnen als zon, wind, biomassa en ondergrond. Overijssel stimuleert de opwekking van duurzame energie. Bio-energie of energie uit wind, zon of warmte: de provincie Overijssel wil dat in 2023 20% van het totale energieverbruik duurzaam geproduceerd wordt. De ambitie voor 2030 ligt op 30%. De doelstelling voor duurzame energie zal voor ongeveer 60% worden behaald door bio-energie en voor het overige uit andere energiebronnen. Zonne-energie In hoofdstuk 10 zijn de beleidskeuzes nader uitgewerkt die vorm geven aan het behalen van de centrale
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 22
beleidsambities. Voor ‘Energie’ zijn een aantal keuzes uitgewerkt, waaronder specifieke keuzes ten aanzien van zonne-energie. Aangegeven wordt dat installaties voor de opwekking van zonne-energie onmisbaar zijn om de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie te halen. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wil de provincie Overijssel zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur met bebouwing. Hiertoe hanteert de provincie de zogenoemde ‘Zonneladder’, waarbij voor een beoogde ontwikkeling eerst dient te worden onderzocht of er binnenstedelijke opties zijn, voordat gebruik wordt gemaakt van het buitengebied. Daarom is de eerste trede van de zonneladder dat zonnepanelen in principe geplaatst worden op gronden die bebouwd zijn (dus op daken) of bebouwd kunnen worden (zoals braakliggende bedrijventerreinen). Op grond van het provinciaal beleid wordt onder bebouwd gebied verstaan: Gronden die op grond van geldende bestemmingsplannen benut kunnen worden voor stedelijke functies.
o Stedelijke functies: functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen; Daarnaast wordt daartoe gerekend die gebieden die in een voorontwerp-bestemmingsplan bestemd worden voor stedelijke functies voor zover daarover schriftelijk een positief advies is uitgebracht door de provinciale diensten. De provincie Overijssel kiest voor een tekstuele aanduiding van het bestaand bebouwd gebied en geeft die niet zelf op kaart aan. Daarmee wordt ruimte geboden voor lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding slechts een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van het bestaand bebouwd gebied. Nu is echter al te voorzien dat daarmee op korte termijn – gelet op technische en fiscale beperkingen – slechts in een deel van de opgave ten aanzien van de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie kan worden voorzien. Realisatie van zonneparken in het buitengebied is daarom eveneens noodzakelijk. De provincie staat daarom onder voorwaarden ook zonneparken in de Groene Omgeving toe. Onder Groene Omgeving (GO) wordt verstaan: Gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
Voor zonneparken in de GO heeft de provincie de ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden’ ontwikkeld, waarin de voorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit voor zonneparken buiten het bestaand bebouwd gebied worden gegeven. De aanvullende voorwaarden voor de ontwikkeling van zonneparken in de GO omvatten onder andere het voorzien in meervoudig ruimtegebruik, tijdelijkheid van een zonnepark en het toevoegen van maatschappelijke meerwaarde. Ruimtelijke kwaliteit Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit staat daarmee voor functioneel, mooi en toekomstbestendig en is een optelsom van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. De provincie heeft zeven kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van de sturing op de ruimtelijke kwaliteit: 1. Natuur als ruggengraat. 2. Een continue en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel. 3. Voortbouwen aan kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen. 4. Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur. 5. Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap. 6. Het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken. 7. Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel.
De provinciale ambitie is dat elk project en elk initiatief bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Onderdeel van de Omgevingsverordening (zie navolgende paragraaf) vormt daarom de ‘Catalogus gebiedskenmerken’ (november 2019). Deze beschrijft voor alle gebiedstypen in
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 23
Overijssel welke kwaliteiten en kenmerken behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden. De gebiedstypen en kenmerken zijn vertaald op een viertal kaartlagen: I. Natuurlijke laag II. Laag van het agrarisch cultuurlandschap III. Stedelijke laag IV. Laag van de beleving Aan de hand van de kaartlagen kan worden beoordeeld welke gebiedstypen en kenmerken voor een specifieke locatie gelden. Hier dient rekening mee te worden gehouden in het ontwerpproces. Naast de catalogus beschikt de provincie ook over het werkboek ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving voor het buitengebied van Overijssel’ (KGO, september 2010). Specifiek voor zonneparken heeft zij ook de ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonneparken’ opgesteld. Ook deze handreiking voorziet in richtlijnen en voorwaarden voor zonneparken in de GO. Sociale kwaliteit De rode draad sociale kwaliteit gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens. In de Omgevingsvisie beperkt de provincie zich tot het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer over leefbaarheid in brede zin, over binding met de buurt en betrokkenheid bij de eigen leefomgeving. Drie kwaliteitsambities staan daarbij centraal: 1. Het Overijssels ‘naoberschap’ koesteren. 2. Stimuleren van culturele identiteit. 3.
Verbinden van de lokale kennis en energie met de ontwikkeling van provinciaal beleid en de uitvoering van ruimtelijke opgaven Relatie tot de ontwikkeling Om de beoordelen of de beoogde ontwikkeling aansluit op de provinciale ambities, zijn twee zaken van belang. In eerste instantie dient de ontwikkeling te worden gemotiveerd aan de hand van de Zonneladder. Daarnaast dient te worden getoetst aan het provinciale Uitvoeringsmodel. Voor de toetsing aan het uitvoeringsmodel wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. Behandeling van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening is immers noodzakelijk voor een groot deel van de toetsing aan het Uitvoeringsmodel. De Zonneladder wordt hieronder behandeld. Motivering Zonneladder provincie Overijssel Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling aansluit bij de ambitie om het aandeel van energie uit onder andere de zon te vergroten. De behoefte aan onderhavige ontwikkeling is evident. In het kader van de Zonneladder dient nu te worden beoordeeld een beoogde locatie voor grondgebonden opstellingen voor zonne-energie onderdeel uitmaakt van het bestaand bebouwd gebied, of gelegen is in de Groene Omgeving. Op het moment dat de locatie gelegen is binnen een gebied aangeduid als GO, is een stevigere motivering nodig van de noodzaak gebruik te maken van de locatie.
Dit omdat in eerste instantie wordt ingezet op het benutten van gronden waarop gebouwd is of mag worden (eerste en tweede trede van de ladder). Pas als dat niet mogelijk of ontoereikend blijkt, kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de GO (derde trede). In dat geval moet gemotiveerd worden dat voor de ontwikkeling geen binnenstedelijke mogelijkheden bestaan en bovendien dient de locatiekeuze goed onderbouwd te worden. Daarbij gelden aanvullende regels met het oog op de kwaliteitsverbetering van de GO (KGO) en de kwaliteitsverbetering specifiek in het geval van zonneparken (Kwaliteitsimpuls Zonnevelden).
Situering projectgebied: Gelet op de definities die de provincie hanteert, kan de projectlocatie formeel worden beschouwd als bestaand bebouwd gebied. Dit omdat ter plaatse een bestemmingsplan vigerend is op basis waarvan een nieuwe woonwijk gerealiseerd kan worden. De ontwikkelplannen waar destijds het bestemmingsplan voor is opgesteld, zijn om diverse redenen stopgezet. Bekend is echter ook dat de gemeente voornemens is de gronden terug te geven aan de agrarische sector, waarmee de gronden als landelijk gebied weer tot het grondgebied van de provincie behoren. Hiertoe zal de
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 24
gemeente, naast de andere (juridische) voorbereidingen die daarvoor nodig zijn, een nieuw bestemmingsplan vast stellen. Gelet op de locatie zelf en het omliggende gebied, alsmede op basis van de achtergrondkennis over de locatie mag er daarom vanuit worden gegaan dat het gebied beschouwd wordt als landelijk gebied. Daarmee behoren de gronden tot de Groene Omgeving, waardoor het project zich op de derde trede van de ladder bevindt. Motivering noodzaak: Met het zonnepark wordt een significante bijdrage geleverd aan de benodigde energietransitie. In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. De Rijksoverheid heeft daarom met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2) in Nederland in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. Om daar nader invulling aan te geven, wil de provincie Overijssel dat in 2023 20% van het totale energieverbruik duurzaam geproduceerd wordt. Het uiteindelijke doel is een energieneutrale samenleving in 2050. Om dit te bereiken dienen de nodige inspanningen te worden geleverd. Grootschalige opwek van duurzame energie is, naast een significante energiebesparing, noodzakelijk.
De realisatie van zonneparken biedt daarin uitkomst. Motivering locatie: De voorkeur gaat uit naar zon op daken en zon op (bijvoorbeeld) braakliggende terreinen en andere beschikbare binnenstedelijke locaties. Bekend is echter, en dat onderschrijft de provincie ook, dat met zon op dak alleen de doelstellingen niet bereikt kunnen worden. Het is daarom noodzakelijk tevens te voorzien in grotere zonneparken, waarvoor bij uitstek het landelijk gebied, ofwel de Groene Omgeving, de benodigde ruimte biedt. Om die reden biedt de provincie Overijssel onder voorwaarden ruimte voor de realisatie van zonneparken binnen de GO. Deze voorwaarden zijn als volgt: 1. Het zonnepark is tijdelijk: voorliggende ontwikkeling voldoet daaraan. Het zonnepark wordt voor de duur van 25 jaar opgericht, waarna het zonnepark wordt ontmanteld en de gronden weer beschikbaar komen voor agrarisch gebruik, of ander op dat moment gewenst gebruik. 2. Compensatie van verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden door versterking van de ruimtelijke kwaliteit: voor het landschappelijk ontwerp van het zonnepark is bureau Feddes | Olthof gevraagd een landschappelijk inpassingsplan op te stellen. Dit inpassingsplan is reeds besproken in paragraaf 2.2 van voorliggende onderbouwing en is daarnaast opgenomen in de bijlagen.
Bij het opstellen van het inpassingsplan is rekening gehouden met de gebiedskenmerken van de locatie, waarbij toepassing is gegeven aan de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’ van de provincie. De wijze waarop dit in het ontwerp is meegenomen, wordt omschreven in paragraaf 3.2.3, waarin een toetsing plaatsvindt aan het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’ en in het kader daarvan ook aan voornoemde catalogus. Van verlies van ecologische of landschappelijke waarden is geen sprake. Tegelijkertijd wordt met het gebruik van de gronden voor het zonnepark geïnvesteerd in onder meer een versterking van biodiversiteit en de recreatieve waarde van het gebied. 3. De maatschappelijke meerwaarde dient te worden aangetoond: a. De mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik: Het meervoudig ruimtegebruik binnen dit project komt tot uiting via drie principes: het versterken van de recreatieve waarde van het zonnepark en de directe omgeving, het bieden van experimenteerruimte voor gecombineerde inzet van agrarisch gebruik en opwekking van zonne-energie en tot slot het versterken van de biodiversiteit ter plaatse. In paragraaf 2.2 is het projectplan uitgebreid omschreven, waarin de additionele waarde van het zonnepark eveneens is behandeld. Op basis van de kenmerken van het voorliggende project kan worden geconcludeerd dat sprake is van een meervoudige maatschappelijke meerwaarde. b.