CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen Nota kapitaalgoederen openbare ruimte 2026-2029 - bijlage 1 - nota kapitaalgoederen 2026-2029

Raad 30 september 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststellen Nota kapitaalgoederen openbare ruimte 2026-202911.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2026-2029

Versie: D2.1 Datum: 08 juli 2025

Inhoudsopgave SAMENVATTING ................................................................................................................................... 1 1. INLEIDING .................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................. 3 1.2 Afbakening ................................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer ................................................................................................................................. 4 2. ACHTERGRONDEN ..................................................................................................................... 5 2.1 Wat zijn kapitaalgoederen? ..................................................................................................... 5 2.2 Wat verstaan we onder onderhoud? ...................................................................................... 5 2.3 Wat zegt het BBV over het financieren van onderhoud en vervanging? ............................ 6 2.4 Assetmanagement ...................................................................................................................

7 2.5 Hoe verhoudt de Nota Kapitaalgoederen zich tot andere plannen? ................................... 7 3. KWALITEIT VAN DE KAPITAALGOEDEREN ............................................................................. 9 4. FINANCIËLE SITUATIE KAPITAALGOEDEREN ....................................................................... 11 5. RISICO’S EN ONZEKERHEDEN ................................................................................................ 16 6. TAAKVELD VERKEER EN VERVOER ........................................................................................ 18 6.1 Verhardingen .......................................................................................................................... 18 6.2 Civiele kunstwerken ............................................................................................................... 21 6.3 Openbare Verlichting ............................................................................................................. 23 6.4 Verkeersregelinstallaties........................................................................................................ 25 6.5 Taakveld Beeldende Kunst(werken) in de openbare ruimte .............................................. 28 7. TAAKVELD OPENBAAR GROEN EN OPENLUCHT RECREATIE ............................................

30 7.1 Openbaar groen ..................................................................................................................... 30 7.2 Speelvoorzieningen ............................................................................................................... 31 8. TAAKVELD BLAUW ................................................................................................................... 33 9. TAAKVELD HAVENS ................................................................................................................. 35 10. TAAKVELD GEBOUWEN (ROOD) ............................................................................................ 37 11. CONCLUSIE ............................................................................................................................... 38 BIJLAGEN............................................................................................................................................. 39 1. Financiële onderbouwingen per taakveld ............................................................................ 39

SAMENVATTING In 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Kapitaalgoederen openbare Ruimte 2019-2022 vastgesteld, Deze nota is in 2021 geactualiseerd (Nota kapitaalgoederen openbare ruimte Actualisatie 2021-2024) en voor u ligt de Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte voor de periode 2026-2029. De Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte biedt inzicht in en grip op het beheer van de kapitaalgoederen. Inzicht in de omvang en de gemeten kwaliteit van het te beheren areaal en in de financiële middelen die nodig zijn om de kapitaalgoederen op het door de raad vastgestelde of wettelijk verplichte kwaliteitsniveau te houden. De kaders voor het beheer van de openbare ruimte zijn vastgelegd in de beleidsnota IBOR van 2014 die dient als beheerinstrument. Deze nota is in 2020 geëvalueerd. In 2022 zijn de kwaliteitsniveaus opnieuw vastgesteld. Deze kwaliteitsniveaus en de wettelijke verplichtingen zijn de kaders voor het beheer en onderhoud en de basis van de benodigde onderhoudsbudgetten. De benodigde budgetten voor dagelijks en groot onderhoud en vervangingen zijn opnieuw berekend en gespiegeld aan de beschikbare middelen. Hierbij is rekening gehouden met de druk op de financiële middelen en bekeken hoe (aan de hand van inspectieresultaten) de inspanningen op onderhoud en vervanging geminimaliseerd kunnen worden. De besparingen zijn via de perspectiefnota 2026-2029 in de begroting verwerkt.

De nota kapitaalgoederen dient als basis voor het opstellen van de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ in de begroting en de jaarrekening. De beheerplannen voor bijv. wegen, civiele kunstwerken, bomen, speelvoorzieningen en groen zijn ter onderbouwing van de onderhoudsstrategieën en benodigde middelen gebruikt. De beheerplannen dateren van 2019 en worden de komende periode geactualiseerd. De nota kijkt over een aantal jaren. De daadwerkelijke uitgaven van met name grootonderhoud en vervanging kan per jaar afwijken van de in de nota geraamde kosten, omdat de uitvoering altijd wordt afgestemd met andere taakvelden, programmasturing en wijksturing. Deze jaarlijkse fluctuaties worden meegenomen in het jaarlijkse proces van begroten en verantwoorden (P&C-cyclus).

De afgelopen jaren is gewerkt aan het beter in beeld krijgen van de kapitaalgoederen: • Inventarisaties en inspecties worden op basis van landelijke richtlijnen met regelmaat jaarlijks of meerjaarlijks uitgevoerd. • Er is een integraal beheersysteem aangeschaft en gevuld. Dit geeft meer inzicht in de omvang van het te beheren areaal. • Met de kwaliteitsimpuls van 2022 en bijbehorende financiële middelen is de kwaliteit van de kapitaalgoederen is in het algemeen licht verbeterd. De komende periode wordt ingezet om dit te handhaven. • Met de vervanging van kapitaalgoederen wordt, in combinatie met projectbudgetten, bijgedragen aan bestuurlijke ambities en maatschappelijke opgaven, zoals bij het project Binnenstad. Bij vervanging van en verbeteringen in het rioolstelsel worden klimaatmaatregelen gelijktijdig meegenomen. • De verwachting is dat op de lange termijn, vanaf 2030, de vervangingsbehoefte zal toenemen. Met behulp van de gegevens uit het beheersysteem en de inspecties wordt de komende jaren gebruikt om hierop te anticiperen.

1 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Ten aanzien van de financiële situatie van de kapitaalgoederen wordt het volgende geconcludeerd: • We realiseren de komende 4 jaar een besparing op het onderhoud van 1,6 miljoen, deze is verwerkt in de perspectiefnota 2026-2029. De flexibiliteit om projecten in tijd naar voren of achteren te schuiven neemt hiermee af. De ruimte om binnen onderhouds- en vervangingsprojecten aanvullende ambities en wensen van inwoners te realiseren minimaliseert. • De onderhoudsbehoefte per taakveld vraagt om een kleine herschikking van de budgetten. • De noodzakelijke investeringen voor de komende periode passen binnen de beschikbare financiële middelen. • De kosten voor groot onderhoud van met name wegen en civiele kunstwerken fluctueren, maar deze is niet zodanig groot dat er nu een voorziening groot onderhoud nodig is.

2 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

In 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Kapitaalgoederen openbare Ruimte 2019-2022 vastgesteld, Deze nota is in 2021 geactualiseerd (Nota kapitaalgoederen openbare ruimte Actualisatie 2021-2024) en voor u ligt de Nota Kapitaalgoederen openbare ruimte voor de periode 2026-2029. De Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte biedt inzicht in en grip op het beheer van de kapitaalgoederen. Inzicht in de omvang en de gemeten kwaliteit van het te beheren areaal en in de financiële middelen die nodig zijn om de kapitaalgoederen op het door de raad vastgestelde of wettelijk verplichte kwaliteitsniveau te houden. De kaders voor het beheer van de openbare ruimte zijn vastgelegd in de beleidsnota IBOR van 2014 die dient als beheerinstrument. Deze nota is in 2020 geëvalueerd. In 2022 zijn de kwaliteitsniveaus opnieuw vastgesteld. Deze kwaliteitsniveaus en de wettelijke verplichtingen zijn de kaders voor het beheer en onderhoud en de basis van de benodigde onderhoudsbudgetten. De benodigde budgetten voor dagelijks en groot onderhoud en vervangingen zijn opnieuw berekend en gespiegeld aan de beschikbare middelen. Hierbij is rekening gehouden met de druk op de financiële middelen en bekeken hoe (aan de hand van inspectieresultaten) de inspanningen op onderhoud en vervanging geminimaliseerd kunnen worden. De besparingen zijn via de perspectiefnota 2026-2029 in de begroting verwerkt.

De nota kapitaalgoederen dient als basis voor het opstellen van de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ in de begroting en de jaarrekening. De beheerplannen voor bijv. wegen, civiele kunstwerken, bomen, speelvoorzieningen en groen zijn ter onderbouwing van de onderhoudsstrategieën en benodigde middelen gebuikt. De beheerplannen dateren van 2019 en zullen de komende periode geactualiseerd worden. De nota kijkt over een aantal jaren. De daadwerkelijke uitgaven in enig jaar kunnen afwijken van de in de nota geraamde kosten, omdat de uitvoering altijd wordt afgestemd met andere taakvelden, programmasturing en wijksturing. Deze jaarlijkse fluctuaties worden meegenomen in het jaarlijkse proces van begroten en verantwoorden (P&C-cyclus).

1.2

Afbakening

De Nota kapitaalgoederen 2026-2029 richt zich op de volgende kapitaalgoederen. • Taakveld Verkeer en Vervoer o Verharding, o Civiele kunstwerken, o Openbare verlichting o Verkeersregelinstallaties. o Beeldende kunst(werken) • Taakveld Openbaar groen en openluchtrecreatie o Groen o Speelvoorzieningen • Taakveld Havens o Jachthavens o Bedrijfshavens • Taakveld Blauw o Water o Riolering • Taakveld Gebouwen (rood) o Vastgoed

3 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

1.3

Leeswijzer

In deze nota worden allereerst in hoofdstuk 2 kort de achtergronden weergegeven: wat zijn kapitaalgoederen en hoe gaan we daarmee om. Hoofdstuk 3 beschrijft de algemene kwaliteit van de Almelose kapitaalgoederen van dit moment, gevolgd door de financiële situatie in hoofdstuk 4. Enkele risico’s en onzekerheden bij de uitvoering van de onderhoudsopgave zijn beschreven in hoofdstuk 5. In de daaropvolgende hoofdstukken 6 tot en met 10 worden de kapitaalgoederen per taakveld toegelicht en beschreven. Per taakveld wordt de omvang/areaal, de beleidskaders, de staat van onderhoud, de investeringsbehoefte en financiële vertaling van het betreffende kapitaalgoed benoemd. De conclusie die volgt uit deze nota kapitaalgoederen worden beschreven in hoofdstuk 11.

4 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

2. ACHTERGRONDEN 2.1

Wat zijn kapitaalgoederen?

Kapitaalgoederen zijn fysieke activa die essentieel zijn voor de levering van diensten aan de gemeenschap. Dit omvat infrastructuur zoals wegen, bruggen, rioleringen en openbare verlichting. Het beheer van deze activa is cruciaal voor het waarborgen van de veiligheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van de openbare ruimte. Kenmerkend voor kapitaalgoederen is dat het gaat om objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt en waarin de gemeente voor meerdere jaren geld (‘kapitaal’) heeft vastgelegd. Deze kapitaalgoederen staan bij de gemeente als investering op de balans en hierop wordt gedurende de gebruiksduur ieder jaar afgeschreven.

2.2

Wat verstaan we onder onderhoud?

Onderhoud omvat alle activiteiten die noodzakelijk zijn om kapitaalgoederen in optimale staat te houden. Dit omvat zowel preventief onderhoud, gericht op het voorkomen van defecten, als correctief onderhoud, gericht op het herstellen van defecten. Bij onderhoud aan de openbare ruimte onderscheiden we dagelijks/verzorgend en technisch onderhoud. Het dagelijks of verzorgend onderhoud betreft het onderhoud om de openbare ruimte schoon te houden, zoals o.a. het vegen, onkruid verwijderen, afvalbakken legen en zwerfafval verwijderen. De kaders voor het schoon ligt vast in het gewenste kwaliteitsniveau dat vastgesteld is in 2015 en geactualiseerd in 2022, met onderscheid op gebiedsniveau en/of beheerobject (zie onderstaande tabel).

Het technisch onderhoud wordt uitgevoerd binnen de levensduur van een bepaald object. Hiermee wordt dat object op een bepaald afgesproken of voorgeschreven kwaliteitsniveau gehouden. Bij achterstanden kan een extra onderhoudsinspanning nodig zijn om een object weer op het gewenste niveau terug te krijgen. Door een systematische benadering van onderhoud kan de levensduur van kapitaalgoederen worden verlengd en de totale eigendomskosten worden verlaagd. De verschillende onderhoudstype die we hanteren zijn:

Dagelijks/verzorgend onderhoud:

Onderhoudsmaatregelen om de openbare ruimte op het gewenste beeldkwaliteitsniveau te houden. Activiteiten zoals vegen, onkruidbeheer in beplanting en op verhardingen, afvalbakken legen, zwerfvuil ruimen, borden wassen e.d.

5 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Klein onderhoud: Planmatige onderhoudsactiviteiten (snoeien) en plaatselijke reparaties (verzakking in tegelwerk) die jaarrond moeten worden uitgevoerd.

Groot onderhoud, niet levensduur verlengend: Grotere onderhoudsactiviteiten die eens in de paar jaar worden uitgevoerd om slijtage na een langere periode van gebruik te verhelpen. Groot onderhoud betreft vaak grotere oppervlakken en wordt daarom doorgaans projectmatig aangepakt.

Vervangingen Is een object aan het eind van zijn levensduur, dan moet het worden vervangen of vernieuwd. Het bereiken van het einde van de levensduur kan een technische reden hebben (geheel versleten), maar kan ook economisch (niet meer functioneel) of maatschappelijk (niet meer aantrekkelijk genoeg) zijn. De berekening van het vervangingsbudget is gestoeld op het 1 op 1 vervangen van een object, voor aanpassingen dient aanvullend budget aangevraagd te worden.

2.3

Wat zegt het BBV over het financieren van onderhoud en vervanging?

Voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening gelden wettelijke eisen. Deze zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV bevat richtlijnen voor het financieren van onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen. Deze richtlijnen helpen bij het waarborgen van een transparante en verantwoorde financiële planning. De BBV stelt dat met ingang van 2017 alle voorzieningen in de openbare ruimte moeten worden geactiveerd en gedurende de levensduur worden afgeschreven. Voor de kapitaallasten van deze investering (rente en aflossing) dient dekking te worden gevonden binnen de exploitatiebegroting.

6 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen vaak door elkaar gebruikt. Het onderscheid tussen onderhoud en vervanging is echter van belang in verband met de regels die het BBV stelt aan de dekking van de kosten. Wanneer groot onderhoud tot een significante kwaliteitsverbetering leidt qua verwachte levensduur of qua functionaliteit, dan is er volgens de definitie van het BBV geen sprake van onderhoud, maar van een investering, die geactiveerd moet worden.

2.4

Assetmanagement

De gemeente Almelo is bezig met het integreren van de principes van assetmanagement voor het beheer van haar kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Assetmanagement is een strategische benadering, gericht op het maximaliseren van waarde door het in balans houden van kosten, prestaties en risico’s gedurende de gehele levenscyclus van de activa. Dit sluit ook aan bij de aanbevelingen van de rekenkamercommissie. Verder zorgt Assetmanagement voor: 1. Verbeterde besluitvorming 2. Kostenbesparing 3. Risicobeheer 4. Verhoogde efficiëntie 5. Duurzaamheid 6. Transparantie en verantwoording. Door de voordelen van assetmanagement te benutten, kan het beheer van de kapitaalgoederen effectiever en efficiënter plaatsvinden. Dit komt uiteindelijk ten goede aan de gemeenschap en de duurzaamheid van de openbare ruimte. De Nota Kapitaalgoederen is geïntegreerd met andere strategische plannen en beleidsdocumenten. Dit zorgt voor een allesomvattende benadering van het beheer van kapitaalgoederen, waarbij rekening wordt gehouden met bredere doelstellingen zoals duurzaamheid, veiligheid en economische ontwikkeling. Samenwerking met verschillende afdelingen en belanghebbenden vergroot de effectiviteit en samenhang van de assetmanagement-strategie.

2.5

Hoe verhoudt de Nota Kapitaalgoederen zich tot andere plannen?

Beleidsplannen In beleidsplannen worden de ambities van de gemeente uitgewerkt. Beleidsplannen worden door de gemeenteraad vastgesteld.

Beheerplannen In een beheerplan per taakveld wordt vertaald welke maatregelen nodig zijn voor de kapitaalgoederen om de beleidsambities te realiseren en aan wetgeving te voldoen. De beheerplannen worden door het college van B&W vastgesteld. Wanneer een gemeente een voorziening wil vormen om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen (egaliseren) over meerdere begrotingsjaren, is een recent beheerplan vereist. De beheerplannen zijn voor de nota kapitaalgoederen 2019-2022 opgesteld en worden de komende jaren geactualiseerd.

7 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Meerjaren onderhoud en investeringsplan In de beheerplannen is voor de kapitaalgoederen per taakveld in beeld gebracht welke maatregelen nodig zijn om de beleidsambities te realiseren en aan wetgeving te voldoen. Hierbij valt onderscheid te maken in “onderhoud”, en “vervanging/herinrichting”. Jaarlijks wordt een integraal uitvoeringsplan vastgesteld voor projecten die de komende 4 jaar opgestart en/of uitgevoerd worden. Het onderhoud wordt gefinancierd uit de begroting van de diverse taakvelden. Voor de investeringen stelt de gemeenteraad jaarlijks middelen beschikbaar middels het Meerjaren investeringsplan (MIP) wat wordt vastgesteld in de programmabegroting.

8 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

3. KWALITEIT VAN DE KAPITAALGOEDEREN Stand van zaken eind 2024 Naar aanleiding van de nota kapitaalgoederen 2022-2024 en de impuls op kwaliteitsniveau is er extra geïnvesteerd in onderhoud en vervanging. Dit heeft een effect gehad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen. De beeldkwaliteit (verzorgend onderhoud) voldoet in algemene zin aan het gewenste niveau. De technische kwaliteit van de kapitaalgoederen is in het algemeen stabiel gebleven. Een lichte verbetering is duidelijk zichtbaar bij de verhardingen, de civieltechnische kunstwerken en de verkeersregelinstallaties. Op de middellange (5-10 jaar) en lange termijn (>10jaar) neemt de vervangingsbehoefte toe. Dit heeft vooral te maken met de veroudering van het areaal en de omvang van de uitbreidingen in de jaren ‘70 en ’80 zoals de wijken Schelfhorst en Windmolenbroek, waar veel areaal aan verharding en groen ligt.

Figuur 3.1Vervangingsopgave verhardingen o.b.v. aanlegjaar en levensduur 60 jaar (oppervlakte)

Voor de havens is afgelopen periode meer inzicht verkregen in de omvang en eigendom van het areaal. De kwaliteit van de kades, onderdeel van civiele kunstwerken wordt in 2025 opnieuw in beeld gebracht door middel van inspecties, waarna het meerjarenplan voor het regulier en groot onderhoud wordt geactualiseerd. Op basis van de huidige inspecties zijn er voldoende middelen beschikbaar en worden er geen grote wijzigingen verwacht. Het grote risico zit hem in het veranderende gebruik van de bedrijfshavens. Na de verruiming van het Twentekanaal (2023) worden de havens grotendeels gebruikt door schepen met een hogere vaarklasse. De inrichting en de kademuren zijn hiervoor nog niet overal aangepast. In het kader van de opwaardering van het Twentekanaal zijn twee van de zes havens aangepast aan dit veranderend gebruik en geschikt gemaakt voor de grotere schepen die ook op het Twentekanaal toegestaan zijn. Voor de overige vier havens wordt momenteel bepaald wat het toekomstig gebruik moet zijn. De kosten voor de aanpassingen betreffen geen instandhouding maar nieuwe ontwikkeling en maken geen onderdeel uit van de NKG. Daarnaast laten de verkregen inzichten in de eigendomssituatie zien dat verantwoordelijkheden voor het beheer en onderhoud niet altijd helder belegd zijn.

9 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Voor de speelvoorzieningen is in 2023 en 2024 uitvoering gegeven aan de “Kwaliteitsslag speelvoorzieningen”. Hiermee is een inhaalslag gemaakt om het kwaliteitsniveau van bestaande speelplaatsen weer op orde te brengen en waar mogelijk een verbetering aan te brengen. Bij de openbare verlichting is een inhaalslag gemaakt met de vervanging van armaturen. Hierbij zijn de conventionele lampen grotendeels vervangen door Led-lampen, waarmee tevens een energiebesparing wordt behaald. De vervanging van masten en overig armaturen wordt komende periode opgepakt.

Bij de vervanging van kapitaalgoederen kan gelijktijdig invulling gegeven worden aan bestuurlijke ambities zoals economie, binnenstad, duurzaamheid en veiligheid en de maatschappelijke opgaven voor klimaat en energie. Bij de uitvoeringsprojecten voor groot onderhoud en vervangingen wordt de afstemming met deze ambities nadrukkelijk gezocht. Wanneer de invulling van de ambities leidt tot hogere kosten, zal aanvullende budget aangevraagd moeten worden. De beschikbare vervangingsbudgetten zijn bepaald op basis van 1 op 1 vervanging van de huidige situatie en bieden geen dekking voor de invulling van de ambities.

10 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

4. FINANCIËLE SITUATIE KAPITAALGOEDEREN De budgetten die in de Nota kapitaalgoederen zijn opgenomen, bevatten de middelen voor het uitvoeren van het noodzakelijk dagelijks/verzorgend onderhoud voor het behouden van de beeldkwaliteit en de het klein en groot onderhoud voor het in standhouden van het kapitaalgoed. Voor vervangingen zijn kapitaallasten opgenomen op basis van de geplande investeringen, opgenomen in het meerjaren investeringsplan dat jaarlijks aan de raad wordt aangeboden. De onderhoudsbudgetten voor dagelijks/verzorgend en klein onderhoud zijn bepaald op basis van het gewenste kwaliteitsniveau en voor groot onderhoud en vervangingen op basis van technische inspecties. De gevolgen van de kostenstijging uit de afgelopen periode zijn opgenomen in de onderhoudsbudgetten. Met het oog op de besparingen is er strak geraamd en geen ruimte meer voor aanvullende werkzaamheden en meerkosten voor invulling ambities.

Besparingsopgave perspectiefnota en gevolgen voor de openbare ruimte In 2025 is met het oog op de financiële verwachtingen van na 2026 (ravijnjaar) een perspectiefnota opgesteld die ook gevolgen heeft voor de budgetten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De besparingen op de openbare ruimte die in de perspectiefnota zijn opgenomen, zijn: 1. Verlagen stelpost areaaluitbreiding (€ 370K structureel) 2. Verlagen budget voor onderhoud en vervangingen (€ 1.300K kapitaallasten) 3. Besparing op onderhoud wegen en civiele kunstwerken (300K voor 4 jaar (2026-2029))

Kleine verschuivingen binnen taakveld grijs, Havens en beeldende kunst Op basis van de gemeten kwaliteit (inspecties) en de onderhoudsverwachting is er de komende 4 jaar een positief saldo te zien op wegen (300K) en civiele kunstwerken (132K). Het saldo van wegen is opgevoerd voor de perspectiefnota, het saldo van Civiele kunstwerken wordt ingezet om een deel van de extra benodigde budgetten op de andere taakvelden te dekken. De aanvullend benodigde budgetten ontstaan door extra werkzaamheden (zoals schilderen VRI en stabiliteitsmetingen OVL) en kostprijsontwikkeling. In onderstaand overzicht de verschillen ten opzichte van de beschikbare middelen.

Taakveld Verhardingen Civiele kunstwerken Openbare verlichting Verkeersregelinstallaties Beeldende kunst Groen en bomen Speelvoorzieningen Riolering Vastgoed Havens TOTAAL Bedrag x €1.000

2026

2027 0 132 -30 -50 -10 -25 0 0 0 -17 0

2028

0 132 -30 -50 -10 -25 0 0 0 -17 0

0 132 -30 -50 -10 -25 0 0 0 -17 0

2029 0 132 -30 -50 -10 -25 0 0 0 -17 0

11 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Middellange termijn onderhoud: Deze nota beslaat een periode van 4 jaar, 2026 - 2029. Onderstaand is per taakveld een korte doorkijk gegeven. Taakveld

Middellange termijn (tot 2030)

Verhardingen

Bedragen zijn gebaseerd op de gemiddelde behoefte aan onderhoud en vervanging in de periode 2026-2029. Minder noodzakelijk groot onderhoud op verhardingen leidt tot een (tijdelijke)verlaging van het budget groot onderhoud. Dit betekent dat deze bedragen tot en met 2029 actueel zijn en in 2030 weer aangevuld moeten worden. Met 2 jaarlijkse inspectie wordt kwaliteit gemonitord en worden eventuele financiële gevolgen inzichtelijk gemaakt Minder noodzakelijk groot onderhoud op civiele kunstwerken leidt tot een (tijdelijke)verlaging van het budget groot onderhoud. Dit betekent dat deze bedragen tot en met 2029 actueel zijn en in 2030 op basis van actuele inspecties geactualiseerd moeten worden. De jaarlijkse investeringslasten stijgen in verband met noodzakelijke vervanging van masten en armaturen naar € 468.000. Om het vervangingsbudget te nivelleren is voor de planning het vervangingstermijn van masten geoptimaliseerd naar 50 jaar waardoor het ritme beter past in de levensduur van de armaturen (25 jaar) en (led)lampen. Om risico op omvallen te minimaliseren dient 10K per jaar geïnvesteerd te worden in het meten van de stabiliteit van de masten. De kosten voor energie en netwerkkosten maken onderdeel van de vaste lasten en zo geen onderdeel van de NKG. De kosten hiervan zijn in 2025 sterk gestegen.

Civieltechnische kunstwerken

Openbare verlichting

Verkeers(regel-)installaties

Vanaf 2028 is de dringend benodigde achterstallige vervanging ingelopen. De jaarlijkse kosten voor vervangingen lopen daardoor met ingang van 2029 terug.

Groen en bomen

Er bestaat nog een achterstand in de reguliere vervanging van groen en bomen. Dit door aanvullende noodzakelijke vervangingen als gevolg van ziekten en droogte. De planning wordt ook beïnvloed door de integrale aanpak. Soms worden bomen of groen iets eerder vervangen als het kan samenlopen met bijvoorbeeld rioolwerkzaamheden en soms juist wat later vervangen. Door het nieuwe beheersysteem kunnen we ook steeds beter planmatig vervangen met een doorkijk naar de komende jaren. Voor bomen zijn de veiligheidsinspecties een belangrijke sturingsfactor evenals het waardecijfer, hoe staat de boom er bij.

Speelvoorzieningen

De kwaliteitsslag van de speelvoorzieningen is in 2024 afgerond, de reguliere vervangingsopgave loopt de komende jaren verder door. Voor de vervangingsopgave is het gemiddelde voor de jaren 2021 t/m 2030 berekend. Dit betekent dat met het beschikbare krediet is voorzien in de opgave tot en met 2030. Nieuw onderwerp in de NKG. Meerjaren inzicht moet nog verkregen worden met behulp van de inspecties van de kunstwerken. De komende jaren nemen de onderhoudskosten aan de havenvoorzieningen verder toe. Op de middellange termijn zal ook meer onderhoud nodig zijn aan de recreatieve havens, Met de inspecties van 2025 krijgen we de opgave beter in beeld.

Beeldende kunstwerken

Havens

Gebouwen

In 2025 wordt de beleidsnota vastgoed opgesteld de gevolgen hiervan nemen we mee voor de lange termijn prognose.

12 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Investeringsopgave Voor vervangingen in de openbare ruimte en gebouwen zijn onderstaande investeringen opgenomen. De onderbouwing van deze investeringen zijn verwerkt in het meerjaren investeringsprogramma dat jaarlijks aan de raad verstrekt wordt. Op basis van de geplande en lopende projecten is de investeringsopgave voor 2026 lager dan de opvolgende jaren. Taakveld

2026

2027

2028

2029

Verhardingen

1.532

3.535

3.535

3.535

Civiele Kunstwerken

1.4780

750

853

819

Verlichting

468

468

468

468

Verkeersregelinstallaties

816

948

820

511

Groen

695

1.195

1.445

1.445

Speelvoorzieningen

438

438

438

438

Riolering inv. verbetervoorstellen

1.594

1.594

1.594

1.594

Riolering vervanging

6.127

6.127

6.127

6.127

Vastgoed

2.100

2.100

2.100

2.100

Totaal investering

15.248

17.155

17.380

17.037

Bedrag x €1.000 Middellange termijn: doorkijk naar na 2030 Deze nota beslaat een periode van 4 jaar, 2026 - 2029. Aanvullend wordt per taakveld een korte doorkijk gegeven voor de lange termijn >2030. Hieronder is deze samengevat: Taakveld Doorkijk na 2030 Verhardingen

Civieltechnische kunstwerken

Openbare verlichting

Verkeers(regel-)installaties

Groen en bomen

Speelvoorzieningen

Bedragen voor de periode 2026-2029 zijn gebaseerd op de gemiddelde behoefte aan onderhoud en vervanging. Dit betekent dat deze bedragen tot 2030 actueel zijn maar langere termijn nog onzeker zijn. De verwachting is dat, gezien de ouderdom van het areaal, de vervangingsopgave zal toenemen. Op langere termijn neemt het benodigd budget naar verwachting toe, aangezien er meer onderhoud nodig is, maar dit lijkt zich pas te manifesteren na 2030. Dit wordt beter zichtbaar na uitvoering van de inspectie in 2025. De verwachting is dat op de lange termijn de kosten voor klein onderhoud als gevolg van de vernieuwing van het areaal en verdere toename van led lampen zullen dalen. De investeringen blijven redelijk stabiel. Vanaf 2028 is de benodigde achterstallige vervanging ingelopen. De jaarlijkse kosten voor vervangingen lopen daardoor met ingang van 2029 terug naar ca € 500.000 per jaar. Voor de middellange termijn is de doelstelling gericht op inlopen van achterstand en via deze vervangingen zorgen voor meer diversiteit en kwalitatief beter groen. Voor de lange termijn kijken we naar een meer klimaatbestendige vervanging en het voldoen aan de 3-30-300 regel. Hierbij ligt de focus op het ontwikkelen van boomkroonvolume en minder op het aantal: niet meer bomen, maar meer boom.

De kwaliteitsslag van de speelvoorzieningen is in 2024 afgerond, de reguliere vervangingsopgave loopt de komende jaren verder door. Voor de vervangingsopgave is het gemiddelde voor de jaren 2021 t/m 2030 berekend. Dit betekent dat met het beschikbare krediet is voorzien in de opgave tot en met 2030. De komende periode zal met de actualisatie van het beheerplan spelen meer zicht komen op de omvang van de werkzaamheden en vervangingen voor de lange termijn.

13 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Beeldende kunstwerken

De monitoring van de kunstwerken door een gespecialiseerd bedrijf zorgt voor meer grip op de planning en onderhoudskosten

Havens

De komende jaren nemen de onderhoudskosten aan de havenvoorzieningen verder toe. Op de middellange termijn zal ook meer onderhoud nodig zijn aan de recreatieve havens, op de lange termijn (na 2030) zullen er ook vervangingen moeten plaatsvinden

Gebouwen

In 2025 wordt het beleidsplan vastgoed opgesteld. De gevolgen van wijzigingen het beleid worden bij de actualisatie van deze nota meegenomen.

De kosten voor onderhoud fluctueren, maar er is geen voorziening nodig De kosten van onderhoud fluctueren, als gevolg van de leeftijdsopbouw van het areaal en de kwalitatieve toestand. De geplande uitgaven sluiten daardoor niet altijd aan bij een vast jaarbudget. De fluctuaties zijn echter niet zo groot dat een voorziening voor groot onderhoud nu nodig is. Onderhoud wordt zoveel als mogelijk uitgevlakt over de jaren, grote pieken en dalen in de benodigde middelen per jaar worden meegenomen in het jaarlijkse proces van begroten en verantwoorden (P&C-cyclus).

figuur 4.1: Cyclische vervangingsopgave verhardingen op kosten

Onderhoudsbehoefte per taakveld De benodigde budgetten voor dagelijks en groot onderhoud en vervangingen zijn opnieuw berekend en gespiegeld aan de beschikbare middelen. Hierbij is rekening gehouden met de druk op de financiële middelen en bekeken hoe we (aan de hand van inspectieresultaten) de inspanningen op onderhoud en vervanging geminimaliseerd kan worden. De besparingen (€1,6 miljoen) zijn via de perspectiefnota 2026-2029 in de begroting verwerkt. De berekeningen laat opnieuw kleine verschuivingen zien in de actuele budgetbehoeftes per taakveld. Voorgesteld wordt een herverdeling door te voeren van de budgetten tussen de taakvelden, zodat deze aansluiten op de behoefte. Met de invoering van het nieuwe financieel systeem wordt gekeken hoe de indeling van de kostenposten binnen de taakvelden beter aan kan sluiten op de uitvoering en budgethouder, waardoor er beter financieel gestuurd kan worden. 14 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Onderstaande tabel laat de wijzigingen per taakveld en de aanpassingen voor de begroting 2026 zien.

Taakveld Verhardingen Civiele kunstwerken Openbare verlichting Verkeersregelinstallaties Beeldende kunst Groen en bomen Speelvoorzieningen Riolering Vastgoed Havens TOTAAL

2026

2027

2028

2029

0 -132 30 50 10 25 0 0 0 17

0 -132 30 50 10 25 0 0 0 17

0 -132 30 50 10 25 0 0 0 17

0 -132 30 50 10 25 0 0 0 17

0

0

0

0

Bedrag x € 1.000

15 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

5. RISICO’S EN ONZEKERHEDEN Klimaatverandering: klimaatmitigatie Bij klimaatmitigatie staan we voor de opgave om de klimaatverandering te stoppen of te beperken. Dit betekent dat de beheeropgave anders moet worden uitgevoerd, resulterend in vooral minder CO2-uitstoot en hogere circulariteit. We gebruiken producten met een lagere milieubelasting, en vooral uitstoot. Cementloos beton is hier een voorbeeld van. Maar ook dwingt het ons tot inzet van ander materieel, zoals elektrisch of waterstof aangedreven motoren. Ook dwingt het ons tot meer hergebruik en minder primaire grondstoffen. Dat leidt in het algemeen tot andere levensduren van producten dan in de afgelopen decennia. Het leidt ook tot volledig nieuwe producten met nieuwe levensduren en onderhoudsbehoeften. Dit alles kan leiden tot hogere kosten.

Klimaatverandering: klimaatadaptatie Bij klimaatadaptatie ligt de focus op het aanpassen aan de klimaatverandering. Concreet betekent dit voor Almelo het omgaan met hitte en regenwater. In zekere mate bij groot onderhoud en grote mate bij vervanging, vraagt dit om aandacht. De openbare ruimte als leefomgeving krijgt, als gevolg van klimaatadaptatie, een hele andere invulling. De aanpassingen in de openbare ruimte die dit vraagt, kan leiden tot meerkosten in de vervanging en in het beheer. Ook vraagt dit meer in de voorbereiding van projecten, zoals oplopende kosten voor ontwerp en communicatie. De veranderende weersomstandigheden hebben ook tot gevolg dat de openbare ruimte andere schades krijgt. Denk aan kwakkelwinters, met als gevolg schade aan asfalt, of langere natte periodes die de groenvoorzieningen en daarmee de biodiversiteit aantasten.

Energietransitie en aanleg, vervanging kabels en leidingen Als gevolg van energietransitie, een groeiende vraag naar energie en een net dat dat niet aan kan, zijn grootschalige vervangingen en verzwaringen noodzakelijk. Het openbreken van verharding en/of groen voor kabel- en leidingwerkzaamheden leidt altijd tot kwaliteitsverlies en hogere beheerkosten. Dit wordt slechts ten dele vergoed door de kabel- en leidingbedrijven. Hoe omvangrijker de werkzaamheden van de nutspartijen, hoe groter ook de gevolgkosten voor de gemeente. Daarnaast wordt het steeds drukker in de ondergrond waardoor ook bovengronds de gevolgen hiervan zichtbaar en voelbaar worden, zoals het gebrek aan ondergrondse ruimte voor het planten van bomen.

Investeringsbehoefte groeit op lange termijn Bij een ongewijzigde maatschappelijke situatie zal de investeringsbehoefte in de openbare ruimte op de middellange en lange termijn toenemen. Vrijwel alle Nederlandse gemeenten krijgen in de komende decennia te maken met grote vervangingsopgaven als gevolg van naoorlogse uitbreidingen, die de steden flink hebben laten groeien, en die inmiddels het einde van hun levensduur naderen. Voor een flink aantal objecten ligt de vervanging verder in de toekomst. Die vallen buiten de scope van deze nota. Door vervangingsopgave voor langere termijn (5-10jaar)te plannen krijgen we hier beter grip op. Dit is een doorontwikkeling van het meerjaren investeringsprogramma.

16 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Voorspelbaarheid kosten op langere termijn minder betrouwbaar Onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen is voor de korte termijn (1 tot 4 jaar) goed te begroten. Als we verder vooruitkijken, neemt de voorspelbaarheid en daarmee de betrouwbaarheid van de begrotingen af. De gemiddelde degradatie van de kapitaalgoederen kan voor de middellange termijn (5 tot 10 jaar) redelijk worden voorspeld. Op basis van een cyclische afschrijving kan hiervoor budget worden gereserveerd. De noodzakelijke investerings- en onderhoudsbehoefte van kapitaalgoederen op lange termijn (verder dan 10 jaar) is echter erg onzeker. Enerzijds, omdat de kapitaalgoederen continu blootstaan aan veranderlijke invloeden van buitenaf zoals weer en gebruik. Anderzijds, omdat moeilijk te voorspellen is welke functionaliteit van de objecten in de toekomst gevraagd zal worden. Veranderingen waaraan onze maatschappij momenteel onderhevig is als klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteit-switch zullen fors impact hebben op de openbare ruimte. Dit is een risico, maar biedt ook kansen.

Databeheer In 2025 is volop gewerkt aan de overgang naar een nieuw beheerpakket voor de voorzieningen in de openbare ruimte. De komende periode (2026-2027) staat in het teken van verdere actualisatie van de data ten behoeve van het nieuwe beheerpakket. De gegevens waarop deze NKG is gebaseerd, zijn vastgesteld op 15 januari 2025 en afkomstig uit de overgangsperiode van de oude naar het nieuwe beheerpakket.

17 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

6. TAAKVELD VERKEER EN VERVOER 6.1

Verhardingen

Verharding vormt de basis voor een goede en veilige bereikbaarheid van de stad. Goed onderhouden verharding draagt daarnaast bij aan het comfort en veiligheid van de weggebruikers en de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Beleidskader: • Nota Kapitaalgoederen 2021 -2024 • Beleidsnota (IBOR) Integraal Beheer Openbare Ruimte (2015) • Beleidsnota Integraal Verzorgend Onderhoud Plan (2015), actualisatie 2022 Voor het technisch onderhoud (heel en veilig) is geen beleidskader vastgesteld, wel hanteren we vanaf 2023 een werkwijze voor wegen waarin we ons blijven verbeteren en aanpassen aan actualiteit (onderhoudswijzen, kosten per eenheid, standaardisering en dergelijke). Het wettelijk minimum is leidend, op basis van de landelijke systematiek van het CROW. De aanpak van de gemeente is gericht op: minimale inzet en kosten, om veiligheid en functionaliteit te borgen, kapitaalvernietiging te voorkomen en hergebruik te optimaliseren, kortom kwaliteitsniveau Basis. Deze aanpak is vastgelegd in het beheerplan dat eind 2019 is opgesteld en momenteel geactualiseerd wordt. Strategie In 2022 is een Strategieplan opgesteld dat invulling geeft aan de strategie op het wegbeheer. Het vertaalt de landelijke standaard wegbeheersystematiek naar de specifieke situatie van Almelo.

Bij het opstellen van de planningen 2026-2029 is de wegbeheersystematiek specifiek pasgemaakt op de situatie (ouderdom areaal, ondergrond en huidige staat verhardingen) van Almelo. Op basis van de tweejaarlijkse technische kwaliteitsmeting van de wegen, de visuele weginspectie in combinatie met de cyclische maatregelen wordt een kwalitatieve planning gemaakt worden voor de periode van 5 jaar. Dit geeft inzicht in de pieken en dalen rond het cyclusbudget, afhankelijk van de leeftijd en kwaliteit van het areaal en is input voor de groot onderhoud en vervangingsprojecten. Omvang areaal: Areaaltype Asfalt Elementen Beton Half en onverhard

Hoeveelheid 2.294.100 2.642.200 47.400 48.700 5.032.400

eenheid m² m² m² m² m²

Kwaliteit van het areaal In het najaar van 2024 heeft de visuele inspectie plaatsgevonden. Dit levert het volgende beeld op:

18 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

De integrale aanpak blijft de basis om de opgave aan te pakken. Het kwaliteitsniveau Basis blijft het uitgangspunt, waarbij door de extra inzet op groot onderhoud en vervanging de kwaliteit naar verwachting verder toeneemt. De kwaliteitsverdeling in onderstaande tabel uitgewerkt en afgezet tegen de geadviseerde normaalverdeling van het CROW en een globale vertaling naar beeldkwaliteit: Met de 90%-waarde regel vanuit de beeldkwaliteitssystematiek voldoet het areaal krap aan B kwaliteit. Kwaliteit

Almelo 2020

Almelo 2022

Almelo 2024

Verdeling CROW

Advies verdeling Strategie Almelo

Beeld kwaliteit

Planperiode

Voldoende

83%

83%

88%

85%

78-85%

A/A+

>5 jaar

Matig

5%

5%

3%

10%

5-15%

B

3-5 jaar

Onvoldoende

3%

2%

3%

5%

4-7%

C

1-2 jaar

Achterstallig

9%

10%

6%

0%

<5%

D

Jaar 1

Tabel 1 Kwaliteitsverloop 2020-2024 en vergelijk geadviseerde kwaliteitsverdeling

Financiën Verhardingen Vervangingen

2026 €

1.532.000

Kapitaalslasten Groot onderhoud

2027

2028

2029

€

3.535.000

€

3.535.000

€

3.535.000

€

54.000

€

177.000

€

301.000

€

2.575.000

€

2.575.000

€

2.575.000

€

2.575.000

€

- 300.000

€

- 300.000

€

- 300.000

€

- 300.000

klein onderhoud

€

1.149.000

€

1.149.000

€

1.149.000

€

1.149.000

Schoonhouden

€

1.232.000

€

1.232.000

€

1.232.000

€

1.232.000

totaal benodigd

€

4.656.000

€

4.709.000

€

4.833.000

€

4.957.000

Totaal beschikbaar

€

4.655.000

€

4.709.000

€

4.833.000

€

4.957.000

Bezuinigingsopgave*

Saldo € 0 € 0 € 0 € *De bezuinigingsopgave is opgenomen in de perspectief nota en meegenomen in de conceptbegroting 2026. Met het onderhoudsbedrag minus de bezuiniging is gerekend in de NKG.

0

Op basis van de gemeten kwaliteit en de daaruit volgende onderhoudsplanning is er voor de periode 2026-2029 een besparing mogelijk van € 300.000 per jaar. Aan de hand van de 2 jaarlijkse inspecties wordt de kwaliteit gemonitord. Op basis van de kwalitatieve planning wordt het wegwerken van de onderhoudsachterstand in het eerste jaar gepland. Voor een betere verdeling van het werk en de budgetten is de onderhoudsbehoefte evenredig verdeeld over de 4 planjaren.

19 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Doorkijk 2030-2060 Vrijwel alle Nederlandse gemeenten krijgen in de komende decennia te maken met grote vervangingsopgaven als gevolg van naoorlogse uitbreidingen, die de steden flink hebben laten groeien, en die inmiddels het einde van hun levensduur naderen. We gebruiken de cyclische planning om zicht te krijgen op de opgave voor groot onderhoud en vervangingen voor de lange termijn (>5 jaar). De cyclische vervangingsopgave van verhardingen is hieronder opgenomen.

Figuur 6.1Vervangingsopgave verhardingen o.b.v. aanlegjaar en levensduur 60 jaar (oppervlakte)

Specifieke risico’s Verwachtingen bereikbaarheid Wegbeheer wordt vanuit allerlei kanten beïnvloed. Die invloeden hebben impact op de kosten. Als gevolg van gewenste bereikbaarheid en doorstroming wordt het werk anders uitgevoerd. De gevolgen zijn uitgebreidere fasering, omleidingen en nachtwerk. Dit alles werkt kostenverhogend. Deze aspecten zijn niet voorzien in de huidige beschikbare middelen en niet in de gebruikte normkosten verwerkt. Veranderd/veranderend gebruik De maatschappij verandert en ook mobiliteit verandert. De impact van verhardingen is daarmee groter dan ‘verplaatsen’ alleen. Vanuit het verleden zijn veel straten ingericht vanuit een hiërarchisch systeem en gescheiden functies: rijbanen, voetpaden, fietsstroken, parkeerstroken hebben allemaal een eigen plek in het ontwerp. Hierdoor is een situatie ontstaan die leidt tot ruimtegebrek. Andere ontwerpideeën zijn nodig om juist invulling te geven aan de andere doelen dan verplaatsen of verkeersstromen alleen. Voor met name de woonbuurten, wat een groot deel van het areaal vormt, zijn principes al ‘leefstraten’ en ‘omgekeerd ontwerpen’ noodzakelijk om de winst op de meerwaarde van de leefomgeving daadwerkelijk te kunnen boeken. Dit maakt dat de huidige invulling van veel straten niet meer toereikend is en dat normaal onderhoud, of één op één vervang niet het gewenste effect hebben.

En dan is mobiliteit ook aan het veranderen. Auto’s worden elektrisch en ook stadbussen zijn inmiddels elektrisch. Een elektrische stadsbus weegt zo’n 18 ton, tegen 12 ton van een traditionele bus. Een elektrische auto weegt gemiddeld 2.000kg, een traditionele auto ongeveer 1.400kg. Bij een gelijkblijvende verkeersintensiteit zorgt dit in de loop van de tijd tot ca. 50% meer belasting. Deze belasting heeft, afhankelijk van het type weg, enige tot grote impact op de levensduur.

20 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

6.2

Civiele kunstwerken

Civiele kunstwerken zijn belangrijke en kostbare objecten in de openbare ruimte. Bruggen, viaducten en sluizen moeten betrouwbaar functioneren om de stad goed en veilig bereikbaar te houden zowel over de weg als over het water. Beleidskader: Het verzorgend onderhoud (schoon) is gericht op een basis- of lage kwaliteit, op basis van het IBOR-plan dat vastgesteld is in 2015 en de actualisatie in 2022. Er is geen beleidskader voor het technisch beheer van civieltechnische kunstwerken. Omdat veel van de kunstwerken echter deel uitmaken van het wegennet, geldt ook hier de wettelijke zorgplicht. Om vast te stellen welk onderhoud minimaal nodig is, maakt Almelo gebruik van de landelijk gehanteerde normen voor conditiemetingen (NEN 2767-4 1). Omvang areaal: De gemeente Almelo is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van ruim 471 kunstwerken met een totale vervangingswaarde van ruim 200 miljoen Euro. Deze kunstwerken lopen uiteen van bruggen en viaducten tot grotere overkluizingen (gemetseld of beton). Ook de kademuren en lichtere oeverconstructies zijn hierin meegenomen. Tabel met omvang areaal: Areaaltype Bruggen Onderdoorgangen Geluidsschermen Waterkerende constructies

Aantal 132 33 15 2.635 291 15.742

Eenheid stuks stuks stuks meter stuks meter

Kwaliteit van het areaal Als gevolg van meerdere incidenten in binnen- en buitenland is de aandacht voor het beheer en onderhoud van kunstwerken de afgelopen jaren gegroeid. In 2015 heeft Almelo de “impactvisie” opgesteld en zijn voor de 31 grootste en meest kwetsbare kunstwerken aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld. Inmiddels zijn 29 van deze kunstwerken in goede conditie gebracht en zijn de laatste 2 projecten in voorbereiding. In 2025 zijn, op basis van de vijf jaarlijkse cyclus, alle kunstwerken geïnspecteerd conform de NEN2767 en de richtlijn van de CUR 167 De resultaten worden verwerkt in een meerjaren onderhoudsprogramma. Het onderhoudsprogramma dat is verwerkt in deze NKG is gebaseerd op de inspectie van 2020 en wordt later in 2025 geactualiseerd. Naast de maatregelen voor het in stand houden van de kunstwerken vindt er verzorgend onderhoud (schoon en heel) plaats. De kwaliteit hiervan wordt gemeten met behulp van de beeldsystematiek. Uit onderstaande weergave uit 2024 is te zien dat dit moment opnames zijn wat het resultaat sterk kan beïnvloeden (net geveegd of wordt er morgen geveegd).

1

De norm NEN 2767 is conditiemeting het instrument voor het objectief en uniform meten van de fysieke kwaliteit van bouw- en installatiedelen van gebouwen en/of infrastructuur.

21 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

o Mei 2024

o Juni 2024

Bovenstaand de resultaten van de inspecties, kunnen we een dermate groot verschil in één maand verklaren, mogelijk heeft het weer hier een invloed.

Financiën Civiele kunstwerken Benodigd vervangingen

€

2026 1.478.000

Kapitaallasten

2027 € 750.000

2028 € 853.000

2029 € 819.000

€

52.000

€

78.000

€

108.000

Onderhoud

€

791.000

€

791.000

€

791.000

€

791.000

Besparing onderhoud

€

- 132.000

€

- 132.000

€

- 132.000

€

- 132.000

Pompen en fonteinen

€

42.000

€

42.000

€

42.000

€

42.000

Benodigd

€

701.000

€

753.000

€

779.000

€

809.000

Beschikbaar CK

€

833.000

€

885.000

€

911.000

€

941.000

Saldo

€

132.000

€

132.000

€

132.000

€

132.000

Vervangingsopgave is op basis van de bijgestelde planning. De maatregelen voor het onderhoud zijn gelijkmatig verdeeld over de jaren. Specifieke risico’s Onderbouwing van de risico bij verlaging van kwaliteitsniveau of budget zijn; 1. Structurele Degradatie: Gebrek aan regelmatig onderhoud kan leiden tot versnelde slijtage en structurele degradatie van bruggen, tunnels en andere kunstwerken. Dit kan de levensduur van deze constructies aanzienlijk verkorten. 2. Veiligheidsrisico's: Onvoldoende onderhoud kan leiden tot veiligheidsrisico's voor gebruikers. Bijvoorbeeld, scheuren in bruggen of verzakkingen in tunnels kunnen gevaarlijke situaties veroorzaken 3. Hogere Herstelkosten: Uitstel van onderhoud kan uiteindelijk leiden tot hogere kosten. Kleine reparaties die niet tijdig worden uitgevoerd, kunnen uitgroeien tot grote problemen die veel duurder zijn om op te lossen. 4. Verlies van Functionaliteit: Civiele kunstwerken die niet goed worden onderhouden, kunnen hun functionaliteit verliezen. Dit kan leiden tot verkeersopstoppingen, omleidingen en andere ongemakken voor de gemeenschap. 5. De inzichten dateren van 2020, omdat destijds de laatste inspecties uitgevoerd zijn. Dit jaar worden actuele inzichten verkregen die van invloed zullen zijn op de planning/opgave

22 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

6.3

Openbare Verlichting

Gedurende de nacht draagt de openbare verlichting bij aan het waarborgen van de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid. De verlichtingsobjecten kunnen worden opgedeeld in masten, armaturen en lampen. Beleidskader: • Nota Kapitaalgoederen 2021 -2024 • Beleidsnota (IBOR) Integraal Beheer Openbare Ruimte (2015) • Beleidsnota Integraal Verzorgend Onderhoud Plan (2015), actualisatie 2022 Er is geen actueel specifiek beleidskader voor de openbare verlichting. Het huidige beleidskader stamt uit 2007 en wordt in 2025 geactualiseerd. Het beheer is gebaseerd op het beschikbare budget, waarbij het minimale onderhoud wordt uitgevoerd om de veiligheid en functionaliteit te borgen. Verzorgend onderhoud zoals reinigen en schilderen wordt beperkt uitgevoerd. Omvang areaal: Areaaltype Lichtmasten Tunnelverlichting Armaturen RBT lichtmasten (businesspark XL) RBT armaturen (businesspark XL) ANWB vlaggen

Hoeveelheid 16.145 291 16.329 191 210 97

eenheid st st st st st st

Aantallen zijn exclusief verlichting van derden, woningbouwcorporaties, provincie en sportclubs en exclusief MUPI’s, ABRI’s, stadsplattegronden e.d Kwaliteit van het areaal Afgelopen jaren hebben we een inhaalslag gemaakt bij de vervanging van de armaturen. Hierbij zijn ruim 11.000 armaturen vervangen voor LED. Daardoor zijn er geen achterstanden meer bij de vervangingsopgaaf van de armaturen. Bij de lichtmasten is nog een achterstand in de vervangingen. De vervangingen worden op basis van risico’s en cyclische planning (levensduur 50 jaar)opgepakt. Hiervoor is een vervangingsbudget benodigd van € 468.000 per jaar en €10.000 om de risico’s op omvallen te beheersen (stabiliteitsmetingen). Financiën Openbare verlichting Vervanging OVL benodigd

2025 €

468.000

kapitaalslasten

2026

2027

2028

€

468.000

€

468.000

€

468.000

€

20.000

€

41.000

€

61.000

klein onderhoud

€

194.000

€

194.000

€

194.000

€

194.000

Schades

€

26.000

€

26.000

€

26.000

€

26.000

Totaal benodigd

€

220.000

€

240.000

€

261.000

€

281.000

Totaal beschikbaar

€

190.000

€

210.000

€

231.000

€

251.000

Saldo

€

-30.000

€

-30.000

€

-30.000

€

-30.000

23 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Doorkijk tot 2030 Afgelopen jaren is geïnvesteerd in het vervangen van armaturen en zijn geringe hoeveelheid masten vervangen. De jaarlijkse investeringslasten worden hierdoor hoger € 468.000 per jaar. Dit is een gevolg van de, in het verleden, ontstane achterstand in het vervangen van de masten en de hoge materiaalprijzen. Deze achterstand wordt maar langzaam ingelopen. De extra middelen zijn nodig voor gestegen kosten voor het klein onderhoud als gevolg van gestegen aannemersprijzen en materiaalkosten hoger (€10.000), uitvoeren van stabiliteitsmetingen (€ 10.000) en de toename van de niet te verhalen schades (€ 10.000), totaal € 30.000. Investeringsbehoefte De investeringsbehoefte ligt nu met name in bij het vervangen van masten en resterende deel van de armaturen. De behoefte is op basis van ouderdom en afschrijvingstermijnen van 50 jaar (masten) en 25 jaar (armaturen) gepland en begroot. De vervangingen vinden risico-gestuurd en cyclisch plaats. De omvang van de investering is de komende jaren hoger door gestegen kosten voor materiaal en arbeid en hogere netwerkkosten. De investeringsbehoefte voor de komende periode bedraagt € 468.000 per jaar. Specifieke risico’s Afschrijving van de masten naar 50 jaar (was 40) en armaturen naar 25 jaar(was 20). Gevaar bij masten is omvallen. Masten van 8 en 10 meter en ouder dan 40 jaar controleren met stabiliteitsmetingen.

Lagere masten hebben beperkt risico. Bij de armaturen zou er minder lichtopbrengst kunnen zijn. De armaturen branden bij installatie niet op 100% en deze zouden bij lichtterugval omhoog geschroefd kunnen worden om lichtopbrengst op oude niveau terug te brengen.

24 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

6.4

Verkeersregelinstallaties

Met de verkeersregelinstallaties (VRI’s) en (dynamische) verkeerssystemen wordt het verkeer actief in goede banen geleid. Goed functioneren is van groot belang voor de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid. In het onderhoud wordt onderscheid gemaakt in de regelautomaat zelf, wegmeubilair/bekabeling en de verkeerssystemen (regelprogramma’s en verbindingen). Beleidskader: Bij vervanging van verkeersregelinstallaties geldt dat niet alle onderdelen even lang meegaan. Er is bij vorige NKG al gekozen voor een logische staffeling. Een verkeersregelinstallatie kent een levensduur van 18 jaar. De bekabeling en wegmeubilair hebben een levensduur van 36 jaar. Nieuw in deze NKG is het vervangen van camera’s (detectiemiddel). Deze hebben een levensduur van 9 jaar. Op deze wijze worden tussentijdse gedeeltelijke vervangingen voorkomen.

Huidige beleid. Het huidige beleid op gebied van verkeersregelinstallaties is gebaseerd op het GVVP 2008. Uitgangspunt is goede doorstroming en goede verkeersveiligheid. Daarbij geldt dat er op de interwijkweg prioriteit ligt bij het gemotoriseerde verkeer. Op de binnenring geldt dat langzaam verkeer prioriteit heeft. Op alle kruispunten hebben hulpdiensten de hoogste prioriteit en daarna het openbaar vervoer. Daarnaast heeft de gemeenteraad gevraagd om daar waar mogelijk verkeersregelinstallaties te vervangen door andere verkeersoplossingen. Een bijdrage vanuit het vervangingsbudget aan een reconstructie is daarmee mogelijk.

Geldende wetgeving en richtlijnen. Landelijke wetgeving op het gebied van verkeersregelinstallaties liggen vast in de Regeling verkeerslichten. Daarnaast zijn RVV, BABW, wegenverkeerswet en het handboek verkeerslichtenregelingen (CROW) van toepassing om een adequate inrichting van een kruispunt met verkeerslichten te realiseren. Omvang areaal:

Areaaltype Vri’s DRIPS PVS Hoogtedetectie Busstation

Aantal 46 8 2 1 1

eenheid stuks stuks systemen stuks systeem

Bij vervanging van installaties wordt nadrukkelijk gekeken naar meeliften met onderhoud weg, vervanging riolering en meeliften met realisatie van projecten. Dit kan ertoe leiden dat vervanging van een vri eerder of later dan volgens aangegeven norm plaats vindt. Het goed functioneren van een vri speelt daarin een doorslaggevende rol. Het dynamisch busstation is sterk verouderd. De provincie neemt de vervanging van dit systeem over. Door een mislukte aanbesteding loopt dit proces vertraging op.

25 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Kwaliteit van het areaal Onderbouwing kwaliteit - Beoogde en behaalde kwaliteit. Via 1e en 2e lijn onderhoudscontracten zijn kwaliteitseisen t.a.v. functioneren van vri’s afgesproken. Daarbij is onderscheid gemaakt in goud (hoog verkeersveiligheidsrisico), zilver (matig verkeersveiligheidsrisico) en brons (laag verkeersveiligheidsrisico). De reactietijden van de onderhoudspartijen is afhankelijk van het verkeersveiligheidsrisico. - Technische kwaliteit (heel en veilig). Jaarlijks vindt er in kader van 2e lijnonderhoud preventief onderhoud plaats. Onderdelen waar de kwaliteit onder de norm ligt, worden dan preventief vervangen. - Beeldkwaliteit (schoon). Het reinigen en schilderen van wegmeubilair is niet geborgd. Binnen bestaande onderhoudsmiddelen is hier onvoldoende geld voor beschikbaar. Voorstel is om in 2025 een plan van aanpak hiervoor op te stellen en nu alvast vanaf 2026 structureel € 20.000,- te reserveren. - Onderhoudsachterstand. Bestaande vri’s vallen allen in onderhoudscontracten, waardoor er geen achterstand in onderhoud aanwezig is. - Aanpassing onderhoud. Door toepassing van camera’s nemen de onderhoudskosten per jaar toe. Vanuit wegbeheer levert deze toepassing veel voordelen op. Op deze camera’s wordt een onderhoudscontract afgesloten. Kosten daarvan bedragen ca. € 20.000,-. Deze kosten zijn in onderstaande tabel verwerkt.

De komende jaren worden de taken op gebied van verkeersregelinstallaties steeds meer bij onze partners van DAES (Doorstroming als een service) neergelegd. Dit geldt ook voor onderhoud, aanpassing en vervanging. Dit betekent dat de eigen kosten lager worden (gemeente gaat alleen regisseren en opdrachten verstrekken). De kosten van de marktpartijen zullen stijgen. Het effect van deze ontwikkeling is nu nog niet inzichtelijk te maken. In de NKG is rekening gehouden met € 10.000,- als extra budget vanaf 2026. Deze bijdrage is in onderstaande tabel verwerkt in de post onderhoudscontracten. Budgetten vri’s. Er zijn middelen beschikbaar voor vervanging van vri’s én voor het in stand houden van vri’s. In onderstaande tabel staat aangegeven wat voor beide onderdelen aan middelen noodzakelijk is. Verkeer en vervoer VRI

2026

2027

2028

2029

Investeringen Benodigd voor vervanging

€

816.000

Kapitaallasten vervangingen

€

948.000

€

820.000

€

511.000

€

63.000

€

135.000

€

198.000

Onderhoudsbudgetten vri’s Dagelijks onderhoud/kleine storingen

€

78.000

€

78.000

€

78.000

€

78.000

€

331.000

€

331.000

€

331.000

€

331.000

€

280.000

€

280.000

€

280.000

€

280.000

Totaal

€

689.000

€

752.000

€

824.000

€

887.000

Beschikbaar

€

639.000

€

702.000

€

774.000

€

837.000

Saldo

€

-50.000

€

-50.000

€

-50.000

€

-50.000

Onderhoudscontracten Bewegwijzering en verkeersvoorzieningen

26 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

Vervanging verkeersregelinstallaties. In vorige NKG is gestart met het inhalen van de achterstand op het vervangen van verkeersregelinstallaties. De verwachting was dat in 2026 de achterstand ingehaald zou zijn. Er zijn echter twee financiële tegenvallers die opgevangen moesten worden, waardoor deze verwachting bijgesteld zal worden. De vri die binnen project F35 Wierdensestraat vervangen moet worden, wordt uit vervangingsbudget gefinancierd (en niet uit project). Daarnaast is in 2024 een vri volledig vervangen die volgens het vervangingsschema zou komen te vervallen. Consequentie is dat er in 2027 en 2028 nog een hogere bijdrage nodig is voor vervanging vri dan verwacht. Onder verkeersregelinstallaties vallen ook de andere verkeerssystemen, zoals PVS, DRIPS en dynamisch busstation. In 2024 is een camerahandhavingssysteem voor de binnenstad in gebruik genomen. Vervanging van dit systeem (levensduur van 5 jaar) is niet meegenomen in deze NKG, omdat eerst duidelijk moet worden wie de beherende afdeling is. Specifieke risico’s De VRI’s zijn van belang voor de doorstroming van het verkeer. Vandaar dat de betrouwbaarheid van de installaties van groot belang is. De betrouwbaarheid en daarmee de risico’s worden beheerst met het DAES contract. De vervanging van de camerahandhavingssysteem is nog niet in beeld en niet opgenomen in de NKG. Risico ontwikkelingen Vialis.

Vialis heeft recent bekend gemaakt helemaal te stoppen met levering van vri’s. Nu is Vialis niet onze huisleveranciers, maar dit betekent dat automaten die ouder dan 15 jaar zijn (end of life volgens Vialis-normen), waarschijnlijk vanaf 1-1-’26 niet meer worden ondersteund. Daarom wordt nu prioriteit gegeven aan het vervangen van de automaten die out of life zijn, om niet bij fatale fouten een groot verkeersveiligheidsprobleem te hebben. In onderstaande prioritering is gesteld dat het vervangen van deze automaten belangrijker is dan het vervangen van wegmeubilair. Deze ontwikkeling kan leiden tot hogere vervangingskosten

27 Nota kapitaalgoederen 2026-2029

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=2a0da42b-ca5e-46b8-a515-172d0bcac8a5