CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen bestemmingsplan Woningbouw Thorbeckelaan - Bijlage 1 - Bestemmingsplan Woningbouw Thorbeckelaan compleet

Raad 26 maart 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Woningbouw Thorbeckelaan24.914 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Woningbouw Thorbeckelaan NL.IMRO.0141.00103-

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Inhoudsopgave

Raadsbesluit

5

T oelichting

7

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Plankarakter 1.3 Plangebied 1.4 Leeswijzer

8 8 8 8 10

Hoofdstuk 2 Het plan 2.1 Huidige situatie 2.2 Stedenbouwkundige opzet 2.3 Verkeersstructuur 2.4 Planologische situatie

11 11 11 13 13

Hoofdstuk 3

15

Projectbeschrijving

Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid Overijssel 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

17 17 18 24 25

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Milieuzonering 5.2 Bodem 5.3 Geluid 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Externe veiligheid 5.6 Water 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie en Cultuurhistorie 5.9 Verkeer / parkeren 5.10 Milieueffectrapportage

28 28 29 30 31 32 34 39 42 42 44

Hoofdstuk 6 Juridische toelichting 6.1 Planopzet en systematiek 6.2 Toelichting op de regels

46 46 46

Hoofdstuk 7

49

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Vooroverleg 8.2 Zienswijzen 8.3 Participatie

50 50 50 50

Bijlagen bij toelichting

51

Bijlage 1

historisch bodemonderzoek

52

Bijlage 2

akoestisch onderzoek spoor- en wegverkeerslawaai

87

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

3

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Bijlage 3

verantwoording groepsrisico

221

Bijlage 4

watertoets

229

Bijlage 5

Waterhuishoudkundig plan

235

Bijlage 6

quickscan natuurwaarden

271

Bijlage 7

stikstofdepositieberekening

307

Bijlage 8

aanvullend soortenonderzoek

336

Bijlage 9

verkeersonderzoek

342

Bijlage 10

Participatielogboek

365

Regels

373

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

374 375 381

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Groen Verkeer Woongebied Leiding - Riool Waarde - Archeologische verwachting middelhoog

382 383 385 387 390 392

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene procedureregels Overige regels

394 395 396 397 398 400 401

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

403 404 405

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

4

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Raadsbesluit

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

5

RAADSBESLUIT

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Toelichting

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

7

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Thorbeckelaan, nabij de rotonde met de Aalderinksingel in Almelo staat een leegstaande basisschool, daarnaast waren ter plaatse portiekflats (2 x 24 woningen) aanwezig die inmiddels zijn gesloopt. Meer achter in het gebied (achter de voormalige portiekflats) is een locatie van het ROC van Twente aanwezig. De twee westelijke portiekflats aan de Thorbeckelaan zijn gesloopt en de bestaande locatie van het ROC in het plangebied gaat verhuizen. Het voornemen is om woningbouw, bestaande uit diverse types woningen, te realiseren in dit gebied. Daarnaast is er groen, verkeersruimte en water voorzien in het plangebied. Deze ontwikkeling past niet binnen de geldende bestemmingsplannen, waardoor een herziening van het planologisch-juridisch kader noodzakelijk is. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken.

1.2

Plankarakter

Het bestemmingsplan "woningbouw Thorbeckelaan" draagt het karakter van een ontwikkelplan. Dit houdt in dat het plan mogelijkheden biedt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

1.3

Plangebied

Ligging Het plangebied ligt nabij de Thorbeckelaan in Almelo. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ambt-Almelo, sectie A, nummers 4660, 5204, 5203, 5202, 7447 en 7497. Het gaat om de locatie die globaal begrensd door de Thorbeckelaan aan de noordzijde en de westzijde door de Aalderinksweg. De zuidelijke grens wordt gevormd door de woningbouw langs de Wierdensestraat en aan de oostzijde door een parkeerplaats. In de figuren 1.1 en 1.2 is op luchtfoto's de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

8

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Figuur 1.1 Globale ligging plangebied (bron: PDOKviewer)

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied (bron: Topotijdreis)

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

9

NL.IMRO.0141.00103-BP31

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van de huidige situatie gegeven, waarbij ook wordt ingegaan op de verschillende structuren rondom het plangebied. Ook wordt ingegaan op het vigerende bestemmingsplannen. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van het project gegeven, waarbij wordt ingegaan op beoogde situatie ter plaatse van het plangebied: de transformatie en de beoogde functies komen aan bod. In hoofdstuk 4 komt het relevante beleid van de verschillende overheden aan bod, waarbij ook is getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hoofdstuk 5 geeft een beschrijving van de relevante milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 6 wordt het bestemmingsplan juridisch toegelicht. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de financiële uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 8 wordt vervolgens ingegaan op de maatschappelijke en procedurele uitvoerbaarheid van het plan.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

10

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Hoofdstuk 2 2.1

Het plan

Huidige situatie

Het plangebied bevindt zich ten westen van de binnenstad van Almelo nabij het station. De omgeving van het plangebied kenmerkt zich door overwegend woonbebouwing, groen, water en verkeersruimte. Tevens is ten westen van het plangebied een tankstation aanwezig.

2.2

Stedenbouwkundige opzet

Het plangebied aan de Thorbeckelaan bestaat uit een basisschool aan de noordwestzijde van het plangebied, de voormalige portiekwoningen aan de Thorbeckelaan en het ROC met bijbehorende parkeerplaatsen. Het ROC bevindt zich verscholen achter de voormalige portiekwoningen en de basisschool aan de noordzijde en gezinswoningen aan de west- en zuidzijde. Vanuit westelijke richting gezien kent de toegang van de Thorbeckelaan een groen karakter door de aanwezige bomen. Ter hoogte van de voormalige portiekflats bevindt zich ten noorden van de laan water en openbaar groen. De portiekflats vormden een 'gesloten front' met daarachter de gebouwen en de parkeerplaats van het ROC. De hoogte van de portiekflats bedroeg maximaal 12 meter. Binnen het plangebied waren in totaal 48 wooneenheden aanwezig. De hoogte van het ROC gebouwen varieert en bedraagt maximaal 8 meter. Op de hoek van de Thorbeckelaan en de Aalderinkssingel bevinden zich een aantal prominente bomen. Achter deze bomen bevindt zich bebouwing die in het verleden als school voor speciaal basisonderwijs in gebruik was. De hoogte van de bebouwing varieert en bedraagt maximaal 8 meter. De figuren 2.1, 2.2 en 2.3 geven een impressie van de huidige situatie.

Figuur 2.1: Het ROC met bijbehorende parkeerplaats (bron: Google Streetview)

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

11

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Figuur 2.2: Entree Thorbeck elaan richting plangebied vanuit westelijke richting (bron: Google Streetview)

Figuur 2.3: Thorbeckelaan vanuit oostelijke richting (bron: SVP architectuur en stedenbouw)

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

12

NL.IMRO.0141.00103-BP31

2.3

Verkeersstructuur

De planlocatie ligt tussen de Thorbeckelaan, Wierdensestraat en de Aalderinksingel. De Wierdensestraat en Aalderinksingel zijn belangrijke doorgaande ontsluitingswegen in Almelo. De Thorbeckelaan is een ontsluitingsweg voor de aanliggende buurten/wijken. In de huidige situatie bevindt zich aan de Thorbeckelaan een parkeerterrein met 124 plaatsen. Het terrein wordt aan de oostzijde ontsloten via een inrit op de Thorbeckelaan. Zoals in hoofdstuk 3 is weergegeven zal in de nieuwe situatie een extra aansluiting op de Thorebeckelaan worden gerealiseerd. Het plangebied is voor fietsers eveneens ontsloten via de Thorbeckelaan. Deze straat is aan beide zijden voorzien van fietssuggestiestroken. Aan de Thorbeckelaan direct ten oosten van de rotonde met de Aalderinkssingel en Apollolaan bevinden zich twee bushaltes. Verder is deze planlocatie op maximaal 600 meter van het hoofdtreinstation van Almelo gelegen.

2.4

Planologische situatie

De planlocatie ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan "Kerkelanden e.o." en bestemmingsplan "Bornerbroeksestraat, Parallelweg en Thorbeckelaan". Daarnaast gelden de bestemmingsplannen "Parapluherziening parkeren", "Parapluherziening wonen" en "'Parapluherziening algemene afwijkingen". Deze parapluherzieningen bevatten gedeeltelijke herzieningen van de regels van bestaande bestemmingsplannen, zie verderop in deze paragraaf. Binnen de planlocatie komen de volgende bestemmingen voor: enkelbestemming "Wonen - Gestapeld wonen" (geel); enkelbestemming "Maatschappelijk - 1" (donkeroranje); enkelbestemming 'Verkeer" (grijs); enkelbestemming 'Groen" ter plaatse van de inmiddels gesloopte portiekwoningen; dubbelbestemming "Waarde - Archeologische verwachting middelhoog" (kruisjespatroon).

Figuur 2.4: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Kerkelanden e.o." (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

13

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' op 5 juni 2018 vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor het parkeren voorzien moet worden in voldoende parkeerplaatsen conform de parkeereis uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' of uitwerkingen en/of rechtsopvolgers daarvan. De parkeerregeling is ook van toepassing op dit bestemmingsplan. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de functie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan.

Parapluherziening algemene afwijkingen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden verschillende wetten geheel of gedeeltelijk ingetrokken en vervangen door regels in het nieuwe stelsel. Onder de Omgevingswet blijft de bevoegdheid uit artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bijlage II, artikel 4, van het Besluit omgevingsrecht niet bestaan. Daarmee zullen ook de verwijzingen in de 'Beleidsregel voor toepassing van planologische gebruiksactiviteiten op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° wet algemene bepalingen omgevingsrecht (2015)' niet meer van toepassing zijn. Vooruitlopende op de Omgevingswet worden de vaak toegepaste artikelen uit de beleidsregel, in aangepaste vorm, omgezet in dit paraplubestemmingsplan. Op deze manier blijft bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de regeling van kracht omdat deze van rechtswege onderdeel wordt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De planvorming past niet binnen de huidige bestemmingen. Om de totale ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het onderhavig bestemmingsplan voorziet dan ook in een partiële herziening van het bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

14

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Hoofdstuk 3

Projectbeschrijving

In hoofdstuk 1 is reeds kort omschreven welke ontwikkelingen met dit plan zijn beoogd. In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de ontwikkelingen die er plaats gaan vinden. Binnen de planlocatie zal alle bestaande bebouwing gesaneerd worden: de voormalige school voor speciaal basisonderwijs, de gebouwen van het ROC en de reeds gesloopte twee portiekflatgebouwen aan de Thorbeckelaan met in totaal 48 appartementen. Op deze locatie worden in plaats daarvoor in totaal 84 woningen (met toebehoren) gerealiseerd: 44 appartementen; 14 stadswoningen; 24 twee-onder-éénkapwoningen; 2 vrijstaande woningen. In het plangebied is aanwezigheid van bomen achter de bestaande portiekflats mede bepalend geweest voor het stedenbouwkundig plan. Bij de planvorming is rekening gehouden met de bomen en groen door de inrichting daarop aan te passen. De weg tussen de stadswoningen en de twee-onder-kapwoningen is daarom niet doorgetrokken, maar als een groengebied opgenomen in het plan. In figuur 3.1 is een inrichtingsschets opgenomen. De woningen worden ontsloten via een nieuw aan te leggen verkeerslus door het plangebied. De 14 stadswoningen aan de Thorbeckelaan (ter plaatse van de voormalige portiekwoningen) bestaan uit drie lagen met een plat dak. Deze sluiten aan bij de naastgelegen portiekwoningen waarmee de bestaande kenmerkende stedenbouwkundige structuur behouden blijft.

Ten zuiden van deze stadswoningen worden 24 twee-onder-één-kapwoningen en twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Aan de oostzijde is de verkaveling zodanig dat het groengebied tussen stadswoningen en halfvrijstaande woningen met de grote bomen behouden blijft. De nieuwe ontsluitingsweg krijgt een wat meanderende vorm waardoor er speelsheid ontstaat in de wijk. In de zuidwest en de zuidoosthoek zijn solitaire bomen voorzien voor het doorbreken van het strakke patroon en als oriëntatiepunt voor het verkeer. De meeste stadswoningen zijn via de achterzijde met de auto te bereiken. Voor de meest oostelijke woningen geldt dat ze wel bereikbaar zijn via de achterzijde en de auto geparkeerd kan worden in de parkeerkoffers. Dit geldt eveneens voor de drie de woningen die ten zuiden van deze stadswoningen liggen. De woningen die aan de zuidwest- en zuidzijde van de nieuwe ontsluitingsweg liggen, grenzen met de achterzijde aan de achterkant van de omliggende woningen buiten het plangebied. De drie woningen aan de oostzijde grenzen met de achterzijde aan (een deel van) de parkeerplaats die behouden blijft. Het appartementengebouw wordt op een prominente plek bij de rotonde gerealiseerd (noordwestzijde plangebied), nabij de entree van de Thorbeckelaan. Het gebouw bestaat op de noordwesthoek uit 5 lagen en verder naar het oosten en zuiden, bouwt het aantal lagen af naar 3 bouwlagen.

Onder het gebouw wordt, halfverdiept, ruimte gecreëerd voor parkeren. De twee-onder-één-kapwoningen, stadswoningen en vrijstaande woningen hebben parkeerruimte op hun eigen perceel. Daarnaast komen er drie parkeerkoffers in het plangebied. Alle woningen bevinden zich in de koopsector, in de prijsklasse van € 300.000 en hoger.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

15

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Figuur 3.1: Stedenbouwkundige schets toekomstige inrichting en verkaveling (bron: Ard Bijsterbosch

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

16

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Hoofdstuk 4 4.1

Beleid

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met de nationale belangen zoals deze benoemd zijn in de Nationale Omgevingsvisie. Daarmee wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.1.2 Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het voorliggend plangebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen.

4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

17

NL.IMRO.0141.00103-BP31

behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling. Onderhavig plan Binnen en rondom het plangebied is sprake van diverse transformaties en herstructureringen. Nu in het plangebied de ROC vestiging verplaatst wordt, de basisschool komt te vervallen en 48 sociale huurwoningen worden gesaneerd en in plaats daarvan in de toekomstige situatie 84 wooneenheden worden gerealiseerd, is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Een toetsing aan de ladder volgt daarom in de volgende alinea's. De planlocatie is geheel gelegen in bestaand stedelijk gebied, waardoor alternatieven niet afgewogen hoeven te worden. Wel moet de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan de ontwikkeling worden aangetoond. In de woonvisie 2020-2030 van Almelo valt te lezen dat de woningvoorraad in de gemeente Almelo tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen kan groeien en dat die groei vooral zal bestaan uit koopwoningen. In kwantitatief opzicht is daarom ruimte voor het toevoegen van extra woningen.

Onderhavig plan geeft hier invulling aan. In de woonvisie 2020-2030 van Almelo staat het volgende aangegeven over het invullen van kwalitatieve behoefte: "De Almelose wijken en buurten zijn heel verschillend voor wat betreft de verhouding tussen koop en huur, woningtypes, prijsklassen, kwaliteit en duurzaamheid. Almelo kent in verhouding tot andere gemeenten een grote voorraad sociale huurwoningen. Er is sprake van korte wachttijden in Almelo en op termijn zien we de doelgroep afnemen. Daarom willen we de omvang van het sociale huursegment in Almelo terugbrengen. We werken aan een meer evenwichtige opbouw van de wijken en het creëren van meer verscheidenheid in de woningtypes. Ook willen we sociale huurwoningen en woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over de gemeente verdelen. Een gedifferentieerde woningvoorraad in elke wijk brengt mensen met verschillende achtergronden bij elkaar en helpt bij het vergroten van de leefbaarheid, sociale cohesie en samenredzaamheid. Bovenal maakt een divers opgebouwde woningvoorraad het voor onze inwoners mogelijk om hun woonwensen waar te maken." Tot voor kort waren in het plangebied 48 sociale huurwoningen aanwezig van de woningcoorperatie Beter Wonen. Deze woningen zijn geamoveerd, waardoor de mogelijkheid ontstaat om het plangebied te herontwikkelen ten behoeve van nieuwbouw van woningen.

Het bouwprogramma voorziet in een divsersiteit aan woningtypen: Op deze locatie worden in totaal 84 woningen gerealiseerd: 44 appartementen; 14 stadswoningen; 24 twee-onder-éénkapwoningen; 2 vrijstaande villa's. Met dit bouwprogamma wordt bijgedragen aan het vergroten van de diversiteit van woningvoorraad, door het toevoegen van voornamelijk vrije sector woningen. Het plan geeft kortom invulling aan een actuele en concrete woonbehoefte binnen Almelo, zorgt voor meer diversiteit in de woningvoorraad, en voldoet daarmee aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

Provinciaal beleid Overijssel

4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

18

NL.IMRO.0141.00103-BP31

initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts.

De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

19

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Figuur 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: provincie Overijssel) Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes Of een ontwikkeling mogelijk is, wordt bepaald op basis van generieke beleidskeuzes. Hierbij is onder andere het principe van 'zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik' (artikel 2.1.3) van belang die er voor staat dat in eerste instantie bestaande bebouwing en stedelijk gebied wordt benut, voordat er nieuwbouw in de groene omgeving plaatsvindt. Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik lid 1 Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.

lid 2 Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is;

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

20

NL.IMRO.0141.00103-BP31

dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. Doorwerk ing voor voorliggend plan: Dit bestemmingsplan voorziet niet in een extra ruimtebeslag in de groene omgeving. De gronden binnen het plangebied kennen op basis van de geldende bestemmingsplannen reeds stedelijke functies. Er is dan ook sprake van een zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik doordat bestaand stedelijk gebied wordt herontwikkeld. Artikel 2.1.4 Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus: de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Doorwerk ing voor voorliggen plan: De ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan zijn juist vormgegeven op basis van toekomstbestendigheid. De bestaande locatie van het ROC aan de Thorbeckelaan is op de lange termijn (onder meer op basis van leerlingprognoses) niet langer noodzakelijk.

Bovendien is aan de Thorbeckelaan een schoolgebouw en woonbebouwing aanwezig waarvan de bouwkundige staat niet langer invulling geeft aan de vereisten van de moderne tijd en eisen. De verplaatsing en nieuwe ontwikkeling van een schoolgebouw voor het ROC nabij station Almelo zorgt ervoor dat gecentraliseerd gewerkt kan worden. Daarmee komt ruimte vrij aan de Thorbeckelaan voor een herontwikkeling ten behoeve van woningbouw. De ontwikkelingen geven daarmee invulling aan concrete behoeften en is niet een gevaar maar juist een kans voor de toekomst. Door de beoogde nieuwbouw wordt voor wat betreft duurzaamheid een verbetering gerealiseerd en wordt op een verantwoorde manier omgegaan met de beschikbare ruimte. Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Doorwerk ing voor voorliggend plan: Het voorligende bestemmingsplan voorziet in de sloop en herontwikkeling ten westen van het centrum van Almelo, nabij de stationsomgeving. De nieuwe bebouwing en openbare ruimte zullen voorzien worden van een passende en kwalitatief hoogstaande vormgeving, waardoor een bijdrage wordt geleverd aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit nabij het stationsgebied van Almelo.

Artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen Lid 1 Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Lid 2 In bestemmingsplannen wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. Lid 3 In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag – in afwijking van lid 2 – in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. Lid 4; De behoefte aan nieuwe woningen zoals bedoeld in lid 1 wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

21

NL.IMRO.0141.00103-BP31

en provincie op basis van regionale afstemming. Lid 5 Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. Lid 6 In afwijking van het bepaalde in lid 5 geldt de eis dat gemeenten in de regio moeten hebben ingestemd niet voor buurgemeenten die gelegen zijn buiten de provincie Overijssel. In dat geval moet zijn aangetoond dat afstemmingsoverleg heeft plaatsgevonden. Doorwerk ing voor voorliggend plan: Het voorliggende plan maakt meer variatie aan woningbouw binnen het plangebied mogelijk. In totaal worden binnen het plangebied 84 woningen gerealiseerd, varierend van appartementen, stadswoningen, twee-onder-één kappers en half-vrijstaande villa's. Uit de Woonvisie Almelo 2020-2030 volgt dat er een (grote) behoefte aan nieuwe woningen is, waarbij bovendien een variatie aan verschillende woontypen wenselijk is. Het realiseren van het woningbouwprogramma zoals in dit plan beschreven draagt bij aan deze woonopgave en diversiteit. Geconcludeerd kan worden dat het plan daarmee passend is binnen de provinciale uitgangspunten voor woningbouw.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In figuur 4.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

Figuur 4.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel, de locatie is omlijnd (bron: provincie Overijssel) Het gebied is gemarkeerd als een 'woon- en werklocatie binnen de stedelijke netwerken'. Het transformeren van het plangebied aan de Thorbeckelaan naar woningbouw past binnen het ontwikkelingsperspectief. Het aanleggen van voldoende parkeerruimte geeft eveneens invulling aan de gestelde doelstellingen voor goede woon- en werklocaties. De ontwikkelingen binnen het plangebied doen geen afbreuk aan het eigen karakter van het gebied en

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

22

NL.IMRO.0141.00103-BP31

leveren geen extra belemmeringen op voor functies in de omgeving. Daarmee past het initiatief binnen de ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken Natuurlijke laag De natuurlijke ondergrond van het plangebied bestaat uit dekzandvlaktes en -ruggen. Doordat het plangebied ligt in bestaand stedelijk gebied, zijn de kenmerken van het natuurlijke landschap niet meer danwel beperkt zichtbaar. Geconcludeerd wordt dan ook dat het onderhavige plan geen afbreuk doet aan de natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart 'agrarisch cultuurlandschap' geen bijzondere eigenschappen. Stedelijk e laag In figuur 4.3 is een fragment van de kaart van de stedelijke laag behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven. Het plangebied valt binnen het kenmerk 'Woonwijken 1955 - nu'.

Figuur 4.3: stedelijke laag, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken, voorzieningencentra) zijn uiteengelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter: buurten met eengezinswoningen, flatwijken, villawijken, wijk(winkel)centra. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Lokaal zijn kleine eenheden die afwijken van het systeem, zoals ‘goudkustjes’ aan de rand van de wijk. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in- en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Er is aandacht voor de aansluiting op de binnenstad en het hoofdwegennetwerk, maar vaak minder op fietsaansluitingen naar het buitengebied. Soms zijn herkenbare relicten van het oude cultuurlandschap (zoals boerderijen, (zand)-wegen of beplantingsstructuren) opgenomen in de wijken. Als de ontwikkelingen plaatsvinden in de naoorlogse wijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en schaal van grotere geheel (patroon van onder andere wooneenheden en parken), maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp.

Het plan aan de Thorbeckelaan betreft de herstructurering van een gebied met verouderde schoolgebouwen en portiekwoningen. Met de ontwikkeling van de nieuw te realiseren woningen wordt er aangesloten bij de maat, schaal en het ritme van de omliggende bebouwing. Het plan geeft invulling aan de toegekende kenmerken vanuit de stedelijke laag. Conclusie

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

23

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Woonvisie Twente 2015 - 2025 In 2014 is de Regionale Woonvisie Twente 2015 - 2025 vastgesteld. Hierin is een aantal speerpunten voor het woonbeleid opgesteld: 1. Wonen voor iedereen; 2. Elke woning moet raak zijn; 3. Elke woonlocatie moet raak zijn; 4. Regionale samenwerking. Bij de realisatie van nieuwe woningen ligt de focus op inbreiden en herbestemmen. Vernieuwing en inbreiding gaan boven uitbreiding. Nieuwbouw zal conform de Ladder voor duurzame verstedelijking zo veel mogelijk plaatsvinden op inbreidings- en transformatielocaties binnen bestaand stedelijk gebied, bijvoorbeeld door herbestemming en herontwikkeling van leegstaand vastgoed. De Woonvisie stelt dat er de komende decennia nog veel transformatieopgaven ontstaan doordat er de komende decennia nog veel (maatschappelijk)vastgoed vrij komt. Transformatie draagt bij aan het versterken van de kwaliteit en leefbaarheid van gebieden. Toets Dit bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk doordat er herontwikkeling gaat plaatsvinden binnen het plangebied aan de Thorbeckelaan. Hiermee wordt aangesloten op de Regionale Woonvisie.

4.3.2 Regionale Woonagenda Twente In de regionale 'Woonagenda Twente 2021-2025' worden de prioriteiten op de Twentse woningmarkt en hoe daar aan gewerkt wordt beschreven. De woonagenda is het kompas van gemeenten en provincie op de woningmarkt. In de regionale woonagenda worden de volgende ambities genoemd: Toevoegen van 60.000 woningen tot 2030 Inspelen en voorsorteren op veranderende woningvraag Verstedelijking en stedelijke vernieuwing Sterke dorpen en platteland in het regionale netwerk Verduurzaming Versnelling Toegankelijkheid en doorstroming Toets Voor de provincie Overijssel bestaat de ambitie om 60.000 woningen toe te voegen tot 2030. De regio Twente moet circa 1/3e deel van de ambitie gaan vervullen. Concreet moeten er in de regio Twente tot 2030 circa 20.000 tot 22.000 woningen toegevoegd worden. In de regionale woonagenda wordt aangegeven dat de harde plancapaciteit bestaat uit slechts circa 8330 woningen. Er zijn dan ook nog eens minimaal 11.700 extra woningen nodig. Een deel hiervan kan opgevangen worden door het invullen van de zachte plancapaciteit. Echter moet er aanvullend daarop ruimte gevonden worden voor nog eens 6.000 woningen. Het realiseren het voorliggend plan levert een bijdrage aan de grote behoefte aan nieuwe woningen binnen de regio. Een belangrijk punt in de woonagenda is het 'verbeteren van de kansen op een (sociale huur)woning en doorstroming'.

Er worden diverse woontypen die geschikt zijn voor verschillende doelgroepen. De appartementen zijn bijvoorbeeld geschikt voor starters, alleenstaanden, maar ook voor ouderen. De grondgebonden woningen kunnen eveneens een brede doelgroep aanspreken, maar ook zorgen voor de benodigde doorstroming binnen Almelo. Geconcludeerd kan worden dat het beoogde plan in lijn is met de regionale Woonagenda Twente.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

24

NL.IMRO.0141.00103-BP31

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie 'Mijn Almelo, Onze Omgeving De Omgevingsvisie "Mijn Almelo, Onze Omgeving" vervangt het Structuurplan. Deze visie is door de raad vastgesteld op 29 september 2020. De Omgevingsvisie is een actueel, strategische en eigentijds plan voor de leefomgeving van Almelo, voor de lange termijn. De Omgevingsvisie is een visie op de fysieke leefomgeving en gaat over verschillende thema's zoals wonen, zorg, veiligheid, volkgezondheid, mobiliteit, cultuur, economie, duurzaamheid en leefbaarheid. De visie geeft een kader waaraan initiatieven getoetst kunnen worden. Almelo is in de visie in vier gebieden ingedeeld: Buitengebied; Bedrijventerreinen; Wijken en dorpen; Binnenstad. In de visie is aangegeven dat het woning(bouw)beleid bij uitstek een geschikt middel is om de samenleving te verbinden. Het doel is wijken te creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Door bij herstructurering in te zetten op woningen voor het middensegment, wordt er meer balans in gebracht. De gemeente Almelo heeft een bescheiden bevolkingsgroei. De bestaande woningvoorraad moet daarom zo slim mogelijk worden benut en aansluiten op de ontwikkeling van de bevolking.

Dat betekent onder andere: de benodigde verscheidenheid aanbrengen door het herstructureren van pand en de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). Bij het toevoegen van woningen wordt gekeken voor wie wordt gebouwd en wat de woonvraag is. Ingezet wordt op natuur-inclusief bouwen. De belangrijkste afwegingen zijn wendbaarheid en kwaliteit van woningen om leegstand te voorkomen. Woningen moeten aanpasbaar zijn en geschikt voor verschillende type bewoners. Toets Het plangebied ligt in het gebied "Wijken en dorpen" (zie figuur 4.5, rood omcirkeld).

Figuur 4.5: Omgevingsvisie 'Mijn Almelo, Onze omgeving" (www.ruimtelijkeplannen.nl) Het gaat hier om een herstructureringsopgave waarbij een leegstand schoolgebouw verdwijnt en een

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

25

NL.IMRO.0141.00103-BP31

schoollocatie wordt verplaatst. Tevens zijn er twee portiekflats gesloopt. Het betreft een inbreidingslocatie in de directe nabijheid van het centrum van Almelo. Deze herstructureringsopgave biedt de kans om woningbouw te realiseren waarbij de woningvoorraad wordt vernieuwd en verbeterd. Op deze locatie komen verschillende type woningen: appartementen, stadswoningen, half-vrijstaande villa's en twee-onder-kapwoningen. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de vraag naar een breder woningaanbod. Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkeling past binnen de gemeentelijke Omgevingsvisie.

4.4.2 Woonvisie Almelo 2020-2030 Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven met een regionale functie voor Noordwest-Twente. In deze Woonvisie is beschreven hoe de gemeente dat wil realiseren en heeft daarvoor drie grote ambities geformuleerd en daarbinnen zijn 12 deelambities vastgesteld. Deze zijn: Flexibel; 1. de verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp; 2. onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen; 3. inbreiding verkiezen boven uitbreiding. 4. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. 5. De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. Evenwichtig en gevarieerd; 6. De stad meer in evenwicht brengen vanuit vraag en aanbod zowel vanuit huur en koopwoningen als typologie van woningen. 7. Voldoende divers aanbod van sociale huurwoningen voor elke doelgroep van bewoners zowel vanuit gezinssamenstelling als vanuit economische draagkracht gezien. 8. De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over onze (en omliggende) gemeenten verdelen. 9. Door herstructurering de diversiteit en kwaliteit van woningen te verhogen in buurten in Almelo waar sprake is van een verhoogd risico op leegstand omdat de woningen niet toekomstbestendig zijn. Toekomstbestendig en duurzaam is. 10.

Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. 11. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. 12. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken. De woningvoorraad kan tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen groeien en die groei zal vooral bestaan uit koopwoningen. In dit segment er meer vraag naar eengezinswoningen dan naar meergezinswoningen. In de huursector is het de opgave om meergezinswoningen toe te voegen. Per saldo neemt het sociale huursegment in omvang af. In figuur 4.6 zijn de behoeftecijfers weergegeven.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

26

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Figuur 4.6: Ontwikkeling woningbehoefte Almelo (bron: Woonvisie Almelo 2020-2030) Toets Dit bestemmingsplan maakt de herstructurering van een inbreidingslocatie mogelijk, waar woningbouw en schoollocaties worden herontwikkeld tot woningbouw met verschillende woningtypes. Het plangebied ligt in de wijk Kerkelanden. Bij het meer in evenwicht brengen van de woningvoorraad, wordt ingezet op vernieuwing en verduurzaming van Aalderinkshoek/Kerkelanden. Daarbij wil de gemeente starten met de herontwikkeling van het gebied rond de Thorbeckelaan. Het plangebied maakt deel uit van dat gebied.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

27

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Hoofdstuk 5

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

5.1

M ilieuzonering

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 5.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 5.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets De omgeving aan de Thorbeckelaan kenmerkt zich voornamelijk als een woonomgeving. De bestaande maatschappelijke voorzieningen (basisschool en ROC van Twente) binnen het plangebied worden

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

28

NL.IMRO.0141.00103-BP31

verwijderd en vervangen door woningbouw. De dichtstbijzijnde milieubelastende functie betreft een verkooppunt voor motorbrandstoffen zonder lpg ten westen van het plangebied. Voor deze functie geldt op basis van de VNG-uitgave de activiteit 'benzineservicestations zonder LPG' van milieucategorie 2 en een maximale richtafstand van 30 m voor geur en geluid. De onderlinge afstand tussen dit benzineservicestation en het plangebied is minimaal 38 m, waardoor reeds voldaan wordt aan de genoemde richtafstand. De afstand tussen de gevel van het dichtstbijzijnde milieugevoelige object zal nog groter zijn, waardoor een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Omgekeerd betreffen de nieuw te realiseren woningen geen milieubelastende objecten, waardoor geen richtafstand ten opzichte van omliggende milieugevoelige functies geldt. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening. Conclusie Dit bestemmingsplan vormt geen beperking voor in de omgeving aanwezige en/of toegestane bedrijvigheid. Ook vormt de in de omgeving toegestane bedrijvigheid geen beperking voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

5.2

Bodem

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets Historisch bodemonderzoek Voor het plangebied is een vooronderzoek op basis van NEN 5725 uitgevoerd door Kruse Milieu BV (30 juni 2020, projectcode 20045325) voor de percelen gemeente Ambt-Almelo, sectie A nummers 4660, 5202, 5203 en 5204. Het rapport is opgenomen in Bijlage 1. Uit het vooronderzoek is het volgende naar voren gekomen.

Binnen het besluitvormingsgebied zijn 2 eerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Bij het verkennend bodemonderzoek in 1995 zijn in de bovengrond bijmengingen aangetroffen in de vorm van kolengruis. De bovengrond was plaatselijk sterk verontreinigd met koper. De sterke verontreiniging met koper is bij de uitbreiding van het schoolgebouw in 1996 ontgraven. Bij het verkennend bodemonderzoek in 1997 zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen. Op het westelijke deel van de locatie zijn plaatselijk in de bovengrond mogelijk bijmengingen te verwachten in de vorm van kolengruis. Op basis van het verkennend bodemonderzoek in 1995 is de kolengruishoudende grond mogelijk (sterk) verontreinigd met koper. Het oostelijke deel van de locatie is sinds 2007 in gebruik als parkeerterrein. Ten westen van de voormalige basisschool De Iepron aan de Thorbeckelaan 2A heeft in het verleden een gebouw gestaan (zie topografische kaart 1976 in bijlage II). Het is niet exact bekend wanneer deze is gebouwd en gesloopt. Mogelijk zijn in het voormalige gebouw asbesthoudende bouwmaterialen toegepast. Ter plaatse van dit voormalige gebouw wordt de bodem als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. Het overige deel van het parkeerterrein kan als onverdacht worden beschouwd.

In het kader van de voorgenomen herontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek noodzakelijk op de delen van het terrein die een gevoeligere bestemming zullen krijgen en waar gebouwd zal worden. In het kader van grondwerkzaamheden kan eveneens bodemonderzoek gewenst zijn. Het terrein waarop de schoolgebouwen nu (nog) staan, zullen worden onderzocht na de sloop van deze gebouwen. Voorafgaand aan de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de bouw van de woningbouw zal duidelijk moeten zijn, dat de ondergrond geschikt is voor woningbouw.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

29

NL.IMRO.0141.00103-BP31

5.3

Geluid

In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een afwijking op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Wegverk eerslawaai Op grond van het artikel 74 van de Wet geluidhinder bevindt zich langs een weg een geluidszone, die aan weerszijde een breedte heeft van: a. in stedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; b.

in buitenstedelijk gebied: voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter; voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter. Deze zonering geldt niet: c. voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied; d. voor wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur geldt; e. wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveau vaststaat dat de geluidsbelasting op 10 meter uit de as van de meest nabij gelegen rijstrook 48 dB (A) of minder bedraagt (art. 74, lid 3 Wgh). Geluid Plus Adviseurs heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor het bepalen van de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeers- en spoorweglawaai ter plaatse van de herontwikkeling aan de Thorbeckelaan (d.d. 30 mei 2022, projectnummer 19.224). Het onderzoek is opgenomen als Bijlage 2 akoestisch onderzoek spoor- en wegverkeerslawaai. Dit akoestisch onderzoek omvat eveneens de nieuwe locatie van de ROC-vestiging. Deze is echter geen onderdeel van dit bestemmingsplan en deze bevindingen kunnen daarom verder buiten beschouwing worden gelaten. De toekomstige woningen aan de Thorbeckelaan liggen binnen de wettelijke geluidzone van de Thorbeckelaan, Wierdensetraat en Aalderinkssingel.

De geluidbelasting afkomstig van deze wegen dient getoetst te worden aan de Wet geluidhinder. De nieuwe stadswoningen langs de Thorbeckelaan zijn eveneens getoetst met betrekking tot spoorweglawaai. Het onderzoek leidt tot de volgende conclusies: De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Thorbeckelaan (inclusief aftrek van 5 dB ex artikel 110 Wgh) bedraagt 56 dB. De voorkeursgrenswaarde wordt met 8 dB overschreden. De maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt niet overschreden. De hoogste geluidbelasting ten gevolge van de Aalderinkssingel (inclusief aftrek van 5 dB ex artikel 110g Wgh) bedraagt 54 dB. De voorkeursgrenswaarde wordt met 6 dB overschreden. De maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt niet overschreden; Ten gevolge van de onderstaande wegen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB (incl. aftrek 5 dB ex artikel 110g Wgh): - ten gevolge van de Apollolaan bedraagt de hoogste geluidbelasting 48 dB; - ten gevolge van de Wierdensestraat bedraagt de hoogste geluidbelasting 42 dB.

vastgesteld bestemmingsplan w oningbouw Thorbeckelaan

30

NL.IMRO.0141.00103-BP31

Bron- en overdrachtsmaatregelen voor het wegverkeers- en spoorweglawaai zijn niet doelmatig of stuiten op financieel en stedenbouwkundige bezwaren en zijn voor deze situatie derhalve niet aan de orde; Op basis van de geluidbelastingen ten gevolge van de Thorbeckelaan en Aalderinkssingel dient bij gemeente Almelo een verzoek gedaan te worden voor het verlenen van hogere waarden; Voor de woningen dienen aanvullende berekeningen uitgevoerd te worden ten aanzien van de geluidwerende (bouwkundige) voorzieningen. Hiervoor is een aanvullend gevelweringsonderzoek noodzakelijk. Met inachtneming van bovenstaande conclusies vormt het aspect geluid geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van voorliggend plan.

5.4

Luchtkwaliteit

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Met de realisatie van de woningen worden geen nieuwe gevoelige bestemmingen gerealiseerd. Het besluit gevoelige bestemmingen is derhalve niet relevant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=f6d295d9-7e3e-43bf-979c-cbf0ca4b3b62