Programmabegroting 2024 - Bijlage - Programmabegroting 2024
Tekst van het document
4.2.9.2. Taakvelden Taakveld 7.1 Volksgezondheid Jeugdgezondheidszorg (bijdrage aan GGD). 7.2 Riolering Beheer en onderhoud, vervanging en uitbreiding riolering. Opstellen beleid Programma Water en Riolering. Opbrengsten rioolheffing. 7.3 Afval Opstellen beleid met betrekking tot inzameling en verwerking van huishoudelijke afvalstoffen. De inzameling is in besteed bij Twente Milieu. De opbrengsten worden verkregen uit de afvalstoffenheffing. 7.4 Milieubeheer Zorg voor de kwaliteit van bodem en lucht, bestrijding geluidshinder. 7.5 Begraafplaatsen en crematoria Beheer en onderhoud begraafplaatsen.
Indicatoren Indicator Huishoudelijk restafval De hoeveelheid restafval per bewoner per jaar in kilo’s.
Almelo Grootteklasse
Almelo Hernieuwbare elektriciteit Hernieuwbare elektriciteit is elektriciteit die is opgewekt uit wind, Grootteklasse waterkracht, zon of biomassa. Bron: waatstaatjegemeente.nl
84
2018 168 165
2019 150 156
2020 167
2021 168 158
2022 -
2,3% -
6,4% -
10,5% -
11,7% -
-
Financieel terugkijken Lasten per taakveld
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
7.1 Volksgezondheid
3.233
3.286
3.591
7.2 Riolering
8.934
10.171
10.615
7.3 Afval
7.097
7.761
7.668
7.4 Milieubeheer
4.307
4.735
3.464
449
441
474
24.019
26.394
25.812
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
-7
-
-
7.2 Riolering
-11.244
-12.936
-13.391
7.3 Afval
-9.577
-10.347
-10.164
7.4 Milieubeheer
-1.111
-1.283
-1.295
-394
-442
-461
-22.332
-25.008
-25.311
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
7.1 Volksgezondheid
3.226
3.286
3.591
7.2 Riolering
-2.310
-2.766
-2.776
7.3 Afval
-2.480
-2.586
-2.496
7.4 Milieubeheer
3.196
3.452
2.170
55
-1
13
1.687
1.386
502
7 Volksgezondheid en milieu
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal lasten Bedragen x 1.000 euro
Baten per taakveld 7 Volksgezondheid en milieu 7.1 Volksgezondheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal baten Bedragen x 1.000 euro
Saldo per taakveld 7 Volksgezondheid en milieu
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal saldo Bedragen x 1.000 euro
Verschillen 7.1 Volksgezondheid Het verschil bij de lasten wordt verklaard door gewijzigde bijdrage aan SamenTwente. Deze is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2024. 7.2 Riolering De begroting voor riolering wordt niet alleen verantwoord op taakveld 7.2. Zo moeten de lasten voor kwijtschelding op grond van het BBV bijvoorbeeld verantwoord worden op taakveld 6.3 Inkomensregelingen en worden de toerekenbare overheadkosten verantwoord op taakveld 0.4. In de paragraaf lokale heffingen van deze begroting is een totaaloverzicht opgenomen. De begroting 2024 is aangepast conform de jaarschijf 2024 van het Programma Water en Riolering 2022-2026 inclusief indexering. De verhoging van de lasten t.o.v. 2022 wordt vooral veroorzaakt doordat vanaf 2023 grootschalige renovaties via relining worden uitgevoerd.
85
7.3 Afval De begroting van afval wordt niet alleen verantwoord op taakveld 7.3. Zo moeten de lasten voor kwijtschelding op grond van het BBV bijvoorbeeld verantwoord worden op taakveld 6.3 Inkomensregelingen en worden de toerekenbare overheadkosten verantwoord op taakveld 0.4. In de paragraaf lokale heffingen van deze begroting is een totaaloverzicht van de afvalbegroting opgenomen. Op dit taakveld laat de afvalbegroting ten opzichte van 2023 een daling van 90.000 euro zien. De afval raming is herzien en is scherper geraamd. Het verschil aan de batenkant wordt verklaard door de indexatie van de afvalstoffenheffing met 2% en een lagere onttrekking uit de egalisatievoorziening afvalstoffenheffing dan in 2023 (500.000 euro). 7.4 Milieubeheer Vanaf 31 december 2020 was het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020 afgelopen. De hiermee samenhangende verlaging van de decentralisatie-uitkering bodemsanering is vanaf de programmabegroting 2020 taakstellend op dit taakveld verwerkt. Daarnaast is vanaf 2023 de tijdelijke regeling voor uitvoeringskosten energiebeleid in de begroting opgenomen. Vanaf 2024 worden de overhead kosten niet meer toegerekend aan taakveld milieu maar verantwoord onder het taakveld overhead.
Financieel vooruitkijken Lasten per taakveld
Begroting
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
7.1 Volksgezondheid
3.591
3.811
3.865
4.115
7.2 Riolering
10.615
10.605
10.594
10.584
7.3 Afval
7.668
7.664
7.663
7.661
7.4 Milieubeheer
3.464
3.547
3.633
3.723
474
475
476
477
25.812
26.101
26.231
26.560
Begroting
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
-
-
-
-
7.2 Riolering
-13.391
-13.391
-13.391
-13.391
7.3 Afval
-10.164
-10.164
-10.164
-10.164
7.4 Milieubeheer
-1.295
-1.306
-1.306
-1.306
7 Volksgezondheid en milieu
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal lasten Bedragen x 1.000 euro
Baten per taakveld 7 Volksgezondheid en milieu 7.1 Volksgezondheid
7.5 Begraafplaatsen en crematoria Totaal baten
-461
-461
-461
-461
-25.311
-25.322
-25.322
-25.322
Bedragen x 1.000 euro
86
Saldo per taakveld
Begroting
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
7.1 Volksgezondheid
3.591
3.811
3.865
4.115
7.2 Riolering
-2.776
-2.786
-2.797
-2.807
7.3 Afval
-2.496
-2.500
-2.501
-2.503
7.4 Milieubeheer
2.170
2.240
2.326
2.417
7.5 Begraafplaatsen en crematoria
13
14
15
16
Totaal saldo
502
779
908
1.237
7 Volksgezondheid en milieu
Bedragen x 1.000 euro
Verschillen 7.1 Volksgezondheid Het verschil bij de lasten wordt verklaard door de indexatie van onze bijdrage aan SamenTwente. 7.4 Milieubeheer Het verschil bij de lasten wordt verklaard door de indexatie van de bijdrage aan de Omgevingsdienst Twente.
87
4.2.10 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Het hoofdtaakveld Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing omvat alle gemeentelijke activiteiten op het gebied van ruimtelijke ordening, grondexploitaties en wonen & bouwen.
4.2.10.1. Vastgestelde nota's Welstandsnota 2017 Woonvisie Almelo 2020 Nota Grond- en Vastgoedbeleid gemeente Almelo 2020 Woningbouwplanning en -programmering 2017-2026
4.2.10.2. Taakvelden Taakveld 8.1 Ruimtelijke Ordening Structuurvisie, beleid ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen. 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) Grondverwerving, bouw en woonrijp maken, verkoop van bouwrijpe gronden van nietbedrijventerreinen (zie hiervoor 3.2). 8.3 Wonen en bouwen Omgevingsvergunningen, volkshuisvesting, stads- en dorpsvernieuwing, wijkaanpak, geo-informatie.
Indicatoren Indicator Gemiddelde WOZ waarde Bedrag x 1.000 euro.
Almelo Grootteklasse
2018 160 224
2019 168 -
2020 183 261
2021 199 268
2022 225 299
Nieuw gebouwde woningen Nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen, zoals transformaties
Almelo Grootteklasse
11,0 8,0
2,8 8,8
7,6 7,7
4,8 8,5
5,2 8,7
Demografische druk De som van het aantal personen van 0 tot 15 jaar en 65.
Almelo Grootteklasse
73,1% 73,5%
72,7% 74,2%
72,8% 74,4%
72,3% 74,4%
72,2% 75,1%
Gemeentelijke woonlasten éénpersoonshuishoudens Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten.
Almelo Grootteklasse
781 669
808 687
839 717
845 745
943 828
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Bron: waatstaatjegemeente.nl
Almelo Grootteklasse
781 731
808 687
839 717
886 814
986 903
Financieel terugkijken Lasten per taakveld
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
8.1 Ruimte en leefomgeving
1.595
1.502
1.731
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
-1.293
14.630
10.391
8.3 Wonen en bouwen
5.064
8.473
6.131
Totaal lasten
5.366
24.605
18.254
8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw
Bedragen x 1.000 euro
88
Baten per taakveld
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
8.1 Ruimte en leefomgeving
-419
-343
-356
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
414
-14.283
-10.030
8.3 Wonen en bouwen
-4.804
-2.032
-2.032
Totaal baten
-4.809
-16.658
-12.418
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
8.1 Ruimte en leefomgeving
1.176
1.159
1.375
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
-879
347
362
8.3 Wonen en bouwen
260
6.442
4.099
Totaal saldo
557
7.948
5.836
8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw
Bedragen x 1.000 euro
Saldo per taakveld 8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw
Bedragen x 1.000 euro
Verschillen 8.1 Ruimtelijke ordening In 2024 is voor de implementatie van de Omgevingswet nog een bedrag van 58.000 euro opgenomen. 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) De begroting van de grondexploitatie is gebaseerd op de uitgangspunten zoals gehanteerd bij de jaarverantwoording 2022. Dit leidt tot een aanpassing van de baten en de lasten. 8.3 Wonen en bouwen De stijging van de lasten tussen 2022 en 2023 wordt voor het grootste deel verklaard door de middelen voor stedelijke ontwikkeling (3 miljoen euro) die vanaf 2023 structureel in de begroting zijn opgenomen. Verder is de kostenonderbouwing voor de leges omgevingsvergunningen geactualiseerd en zijn de tarieven voor de omgevingsvergunningen hierop aangepast. De hogere baten in 2022 in vergelijking met 2023 worden veroorzaakt door een incidentele stijging van het aantal bouwaanvragen in 2022.
Financieel vooruitkijken Lasten per taakveld
Begroting
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
8.1 Ruimte en leefomgeving
1.731
1.731
1.731
1.731
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
10.391
8.660
4.694
371
8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw
8.3 Wonen en bouwen
6.131
6.132
6.132
6.132
Totaal lasten
18.254
16.523
12.558
8.235
Bedragen x 1.000 euro
89
Baten per taakveld
Begroting
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
8.1 Ruimte en leefomgeving
-356
-356
-356
-356
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
-10.030
-8.360
-4.505
-183
8.3 Wonen en bouwen
-2.032
-2.032
-2.032
-2.032
Totaal baten
-12.418
-10.748
-6.894
-2.571
Begroting
Raming
Raming
Raming
2024
2025
2026
2027
8.1 Ruimte en leefomgeving
1.375
1.375
1.375
1.375
8.2 Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
362
300
189
189
8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw
Bedragen x 1.000 euro
Saldo per taakveld 8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw
8.3 Wonen en bouwen
4.099
4.100
4.100
4.100
Totaal saldo
5.836
5.775
5.664
5.664
Bedragen x 1.000 euro
Verschillen 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerrein) Naar verwachting worden de lopende grondexploitaties woningbouw/niet-bedrijventerreinen per ultimo 2027 volledig afgesloten.
90
4.2.11 Algemene dekkingsmiddelen en overige overzichten 4.2.11.1. Inleiding Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
0.5 Treasury
-2.550
-5.171
-2.826
0.61 OZB woningen
-10.577
-10.874
-11.181
0.62 OZB niet-woningen
-14.423
-14.382
-14.740
0.63 Parkeerbelasting
-1.847
-1.711
-1.639
0.64 Belastingen overig
-181
-220
-255
0.7 Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
-209.587
-203.273
-217.700
Totaal algemene dekkingsmiddelen
-239.165
-235.631
-248.342
Bedragen x 1.000 euro
Voor de toelichting op de algemene dekkingsmiddelen wordt verwezen naar de verschilverklaring bij het overzicht financieel terugkijken.
Overhead Overzicht overhead
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
34.370
35.898
40.424
Overhead lasten Overhead baten
-5.890
-4.883
-4.830
Totaal saldo overhead
28.480
34.592
35.594
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
48
100
75
Bedragen x 1.000 euro
Vennootschapsbelasting Overzicht vennootschapsbelasting VPB lasten VPB baten Totaal saldo vennootschapsbelasting
-
-
0
48
100
75
Bedragen x 1.000 euro
4.2.11.5. Onvoorzien Onvoorzien
Werkelijk
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
Onvoorzien (incidenteel)
0
211
111
Onvoorzien (structureel)
0
25
25
Totaal saldo onvoorzien
0
236
136
Bedragen x 1.000 euro
91
5. Paragrafen 5.1 Lokale heffingen 5.1.1 Samenvatting • •
•
In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de soorten gemeentelijke belastingen, rechten en retributies en de manier waarop de tarieven 2024 tot stand zijn gekomen. De gemiddelde woonlasten voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) in 2024 ten opzichte van 2023 stijgen met afgerond 23 euro (2,5%). Voor een (eenpersoons) huurder stijgen de woonlasten ten opzichte van 2023 met afgerond 17 euro (3,0%). Dit bedrag wijkt af omdat een huurder geen OZB en geen rioolheffing-eigenarendeel betaalt. Van de tarieven en heffingen die hoogstens kostendekkend mogen zijn, presenteren wij een overzicht van de lasten en baten per taakveld. Bij al deze belastingsoorten wordt aan de norm van het dekkingspercentage van maximaal 100% voldaan.
5.1.2 Beleid lokale heffingen Lokale heffingen zijn gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de uitvoering van gemeentelijke taken. De gemeenteraad kan met het vaststellen van een verordening lokale heffingen invoeren, wijzigingen of intrekken. In de verordeningen zijn de tarieven opgenomen. De verordeningen worden via een separaat voorstel door de gemeenteraad vastgesteld. Lokale heffingen worden onderscheiden in gebonden en ongebonden heffingen. Ongebonden heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente. De besteding ervan is niet gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffen- en rioolheffing, worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Deze middelen zijn wel gebonden aan een bepaalde taak. Voor de gemeentelijke dienstverlening worden leges, rechten en retributies geheven. Leges zijn gebonden heffingen. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Het beleid is er op gericht deze kosten zo laag mogelijk te houden. Ongebonden belastingen Onroerendezaakbelastingen Parkeerbelastingen Precariobelasting Reclamebelasting Toeristenbelasting
Gebonden belastingen Afvalstoffenheffing Leges en rechten Begraafrechten Havengeld Rioolheffing
Beleid ten aanzien van de tarieven 2024 De tarieven in de begroting 2023 zijn met 4,4% geïndexeerd. Dit percentage is een gewogen index op basis van de loon- en prijsindices uit het Centraal Economisch Plan 2023 (CEP2023) van het Centraal Planbureau (CPB). Net als in voorgaande jaren hanteren wij daarbij een combinatie van 2/3e looncompensatie en 1/3e prijscompensatie. Uitzonderingen hierop betreffen: • de tarieven voor de rioolheffing (3,64%), afvalstoffenheffing (2,0%), en de onroerende zaakbelasting (2,0%) • de toeristenbelasting (3,3%) en precariobelasting (54,3%) • de legesverordening en de tarieven die het Rijk heeft vastgesteld of gemaximeerd, zoals paspoorten of rijbewijzen.
92
Rioolheffing, afvalstoffenheffing en onroerende zaakbelastingen De riool- en afvalstoffenheffing worden binnen de vastgestelde beleidskaders alleen verhoogd met een jaarlijkse indexatie van maximaal 2%. Rekening houdend met de tariefontwikkeling op basis van het vastgestelde kostendekkingsplan uit het Programma water en riolering 2022-2026 komt de stijging van de rioolheffing voor 2024 uit op 3,64%. De tarieven voor de afvalstoffenheffing stijgen met 2%. De onroerende zaakbelasting (OZB) wordt niet verhoogd, behalve met een jaarlijkse indexatie van maximaal 2%. Voor 2024 zijn de OZB-opbrengsten met dit percentage geïndexeerd. Toeristenbelasting en precariobelasting Conform de besluitvorming bij de perspectiefnota 2021 worden de tarieven voor de toeristen- en precariobelasting, naast de gebruikelijke indexatie, in de komende jaren stapsgewijs verhoogd. Legesverordening en gemaximeerde tarieven De legestarieven worden berekend op basis van een kostendekkendheidsberekening. Voor paspoorten en rijbewijzen geldt dat, conform bestendige gedragslijn, het maximaal toegestane (Rijks)tarief in rekening wordt gebracht.
5.1.3 Actuele ontwikkelingen Hervorming lokaal belastinggebied De staatssecretaris van Financiën heeft op 18 mei 2020 het rapport ‘Bouwstenen voor een beter belastingstelsel’ aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport bevat meerdere varianten en ondersteunt de door de VNG uitgesproken wens om te komen tot een uitbreiding van het gemeentelijke belastinggebied. In het regeerakkoord van het kabinet Rutte IV staat dat er in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 wordt uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken. Het doel, zo geeft het kabinet aan, is een stabielere financiering voor de medeoverheden te realiseren en hun autonomie te vergroten. Een uitbreiding van het lokaal belastinggebied lijkt er vooralsnog dus niet eerder dan in 2026 te komen. Door de val van het kabinet Rutte IV kan het beleid en/of de planning op dit onderwerp worden aangepast. De Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Met de beoogde inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2023 gaat er veel veranderen. Het principe van legesheffing en ook de wettelijke grondslag voor het heffen van leges veranderen niet, maar de taak van de gemeente verandert wel, en ook het vergunningstraject en het bouwproces zullen anders gaan verlopen.
De consequenties voor de inrichting van de organisatie, de gemeentelijke processen en ook de financiën zijn daarbij afhankelijk van de lokale ambities, beleidsinvulling en inrichtingskeuzes. Ook de legesverordening zal moeten worden aangepast. De VNG heeft hiervoor een modelverordening aan gemeenten ter beschikking gesteld. Aanpakken No cure - no pay bureaus Gemeenten moeten een vergoeding betalen als bezwaren via no cure - no pay bureaus gegrond zijn en dientengevolge de WOZ-waarde van woningen en bedrijven moet worden aangepast. Dit levert bureaus zo veel geld op dat er sprake is van een verdienmodel voor bureaus. De regeling voor de vergoeding was echter juist bedoeld als kostenvergoeding voor inwoners. Dit leidt tot maatschappelijk ongewenste effecten. Het ministerie van Financiën is in samenwerking met de VNG maatregelen aan het voorbereiden.
93
5.1.4 Ontwikkeling lokale lasten De voorgestelde tariefaanpassingen voor de OZB, afval- en rioolheffing leiden voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) tot de volgende woonlastenontwikkeling in 2024. Uit de tabel blijkt dat de gemiddelde woonlasten voor een gemiddeld gezin (met eigen woning) in 2024 ten opzichte van 2023 stijgen met afgerond 22 euro (2,4%). Voor een (eenpersoons) huurder stijgen de woonlasten ten opzichte van 2023 met afgerond 17 euro (3,0%). Dit bedrag wijkt af omdat een huurder geen OZB en geen rioolheffing-eigenarendeel betaalt. Ontwikkeling lokale lasten
2021
2022
2023
2024
OZB
312
316
322
328
-
-
Afvalstoffenheffing - éénpersoons
250
253
258
264
Afvalstoffenheffing - meerpersoons
273
276
282
287
-
-
Rioolheffing - éénpersoons
275
289
300
311
Rioolheffing - meerpersoons
294
309
321
332
Totaal*
835
901
925
947
Mutatie t.o.v. vorig jaar in euro
48
66
24
22
Mutatie t.o.v. vorig jaar in %
5,8%
8,0%
2,9%
2,4%
Afvalstoffenheffing
Rioolheffing
* 2021 e.v. op basis van meerpersoonstarief Bedragen x 1 euro
5.1.5 Overzicht lokale heffingen Van elke euro die huishoudens en bedrijven in Nederland aan belastingen en sociale premies betalen gaat in 2023 3,2% naar de gemeenten. De decentrale overheden nemen samen 4,6% voor hun rekening, de Rijksoverheid 95,4%. Het aandeel van de gemeente Almelo aan ontvangen belastingen en retributies bedraagt in dit geheel ongeveer 54 miljoen euro.
Grafiek: uit Coelo-atlas overzicht van de lokale lasten 2023
94
Opbrengst lokale heffingen
Werkelijk 2022
Begroting 2023 na wijziging
Begroting 2024
Mutatie V/N
Onroerendezaakbelasting
-25.033
-25.256
-25.921
-665
V
Afvalstoffenheffing
-8.643
-8.856
-9.051
-195
V
Rioolheffing
-11.062
-11.498
-11.934
-436
V
Parkeerbelasting
-1.847
-1.966
-1.939
27
N
Omgevingsvergunning
-4.704
-2.360
-1.629
731
N
Leges publiekszaken en overig
-957
-740
-1.297
-557
V
Begraafrechten
-391
-391
-431
-40
V
Toeristenbelasting
-185
-421
-447
-26
V
Reclamebelasting
-1
-390
-390
-0
V
Bedrijveninvesteringszone (BIZ)
-184
-210
-216
-6
V
Havengeld
-171
-195
-180
15
N
Precariobelasting
-67
-75
-100
-25
V
-53.178
-52.283
-53.436
-1.153
V
Totaal Bedragen x 1.000 euro
5.1.6 Kwijtschelding lokale heffingen Voor de toepassing van kwijtschelding gelden landelijke regels. De gemeente Almelo hanteert de volgende beleidsregels voor kwijtschelding in het kader van het minimabeleid: • Voor de ozb en de riool- en afvalstoffenheffing is kwijtschelding mogelijk, waardoor minima geen woonlasten betalen; • Voor extra containers wordt geen kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend en ook geen kwijtschelding rioolheffing bij een grondslag > 250 m3; • Bij de normkosten van bestaan wordt uitgegaan van 100% van de bijstandsnorm; • Ondernemers zijn voor de privébelastingen gelijkgesteld met particulieren; • Kosten voor kinderopvang worden in aanmerking genomen als uitgaven bij de berekening van de betalingscapaciteit en; • Bij de normkosten van bestaan voor AOW’ers wordt uitgegaan van 100% van de netto AOW-norm. In 2024 wordt uitgegaan van een totaalbedrag van 1,68 miljoen euro aan kwijtschelding. Kwijtschelding per belasting
Werkelijk 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Afvalstoffenheffing
910
1.052
987
Rioolheffing
615
723
689
1.525
1.775
1.676
Totaal Bedragen x 1.000 euro
95
5.1.7 Kostendekkendheid lokale heffingen Taakveld Leges Titel 1: publiekszaken
Lasten taakveld
BCF/ BTW
Totaal lasten
Leges -1.273
0.2
Burgerzaken
1.096
1.096
0.4
Overhead
177
177
Totaal
Overige baten
Totaal baten
Kosten dekking
-1.273 0
1.273
0
1.273
-1.273
0
-1.273
100%
Lasten taakveld
BCF/ BTW
Totaal lasten
Leges
Overige baten
Totaal baten
Kosten dekking
1.104
21
1.125
-1.629
Bedragen x 1.000 euro Taakveld Leges Titel 2: omgevingsvergunning 8.3
Wonen en bouwen
0.4
Overhead
0.64 8.1
-1.629
543
543
0
Belastingen overig
7
7
0
Ruimtelijke ordening
92
92
-138
Totaal
-138
1.746
21
1.767
-1.767
0
-1.767
100%
Lasten taakveld
BCF/ BTW
Totaal lasten
Leges
Overige baten
Totaal baten
Kosten dekking
-55
Bedragen x 1.000 euro Taakveld Leges Titel 3: bijzondere wetten 1.2
Openbare orde en veiligheid
49
49
0.4
Overhead
26
26
Totaal
-55 0
75
0
75
-55
0
-55
73%
Lasten taakveld
BCF/ BTW
Totaal lasten
Heffing
Overige baten
Totaal baten
Kosten dekking
7.668
1.366
9.034
-9.121
-1.043 -10.164
Bedragen x 1.000 euro Taakveld Afvalstoffenheffing 7.3
Afval
0.4
Overhead
143
143
0
6.3
Inkomensregelingen
987
987
0
Totaal
8.798
1.366
10.164
-9.121
-1.043 -10.164
Lasten taakveld
BCF/ BTW
Totaal lasten
Leges
Overige baten
1.475
10.872
-12.033
100%
Bedragen x 1.000 euro Taakveld Rioolheffing
Totaal baten
7.2
Riolering
9.398
0.4
Overhead
264
264
0
2.1
Verkeer en vervoer
198
198
0
5.7
Openbaar groen en openlucht recreatie
150
150
0
6.3
Inkomensregelingen
689
689
0
Totaal
10.699
Bedragen x 1.000 euro
96
1.475
12.173
-12.033
Kosten dekking
-140 -12.173
-140 -12.173
100%
Taakveld Begraafrechten
Lasten taakveld
BCF/ BTW
Totaal lasten
Leges -450
Overige baten
Totaal baten
7.5
Begraafplaatsen en crematoria
295
295
0.4
Overhead
140
140
0
0.64
Belastingen overig
14
14
0
5.7
Openbaar groen en openlucht recreatie
80
80
0
Totaal
Kosten dekking
-450
529
0
529
-450
0
-450
85%
Lasten taakveld
BCF/ BTW
Totaal lasten
Leges
Overige baten
Totaal baten
Kosten dekking
Bedragen x 1.000 euro Taakveld Havengeld 2.3
Recreatieve havens
96
96
-15
-15
2.4
Economische havens en waterwegen
279
279
-180
-180
0.4
Overhead
38
38
0
0.64
Belastingen overig
17
17
0
Totaal
431
Bedragen x 1.000 euro
97
0
431
-195
0
-195
45%
5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 5.2.1 Samenvatting • • • • •
Conform de vastgestelde kadernota integraal risicomanagement en weerstandsvermogen is het streven een weerstandsratio van 1,2. De weerstandsratio is een indicator in hoeverre de gemeente Almelo in staat is risico's op te vangen. De weerstandsratio 2024 bedraagt 4,2. De berekende benodigde weerstandscapaciteit op de reguliere exploitatie is 6,4 miljoen euro. De berekende benodigde weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties is 4,4 miljoen euro. De beschikbare weerstandscapaciteit is ongeveer 45,8 miljoen euro.
5.2.2 Beleid weerstandsvermogen en risicobeheersing Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020-2024 De gemeente bevindt zich in een dynamische omgeving, waarbij het formuleren van ambities én beleid maken en uitvoeren gepaard gaat met het maken van keuzes en het bewust afwegen van risico’s. De toenemende wet- en regelgeving, uitbreidingen van het takenpakket en de hogere verwachting van de inwoner die duidelijk waarneembaar is, zorgt ervoor dat de gemeente zich bevindt in een glazen huis. Hierdoor neemt de kans op imago- en financiële schade toe en kan de impact groot zijn. De gemeente moet daarom op gestructureerde en transparante wijze de risico’s beheersen. Om vast te stellen dat een gemeente voldoende in staat is om risico’s op te vangen, maken we een inschatting van het zogenoemde benodigde weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de gezondheid van de financiële positie van de gemeente op langere termijn. De gemeente Almelo streeft naar een ratio weerstandsvermogen van 1,2. Met de kadernota integraal risicomanagement en weerstandsvermogen 2020-2024 beogen we de doorontwikkeling van risicomanagement naar een integrale wijze. Integraal risicomanagement leidt tot breed inzicht in de risico's die verbonden zijn aan de activiteiten binnen de gemeente.
Hierdoor zijn we voorbereid op onverwachte zaken en is tijdig in beeld wat er misgaat of dreigt mis te gaan. Risicomanagement is geen afzonderlijke activiteit meer, maar maakt integraal deel uit van alle (management)processen en zorgt ervoor dat bewustwording en het beheersen van risico’s doorlopend aandacht heeft.
5.2.3 Actuele ontwikkelingen Ontwikkeling risicoprofiel Met de invoering van de kadernota integraal risicomanagement en weerstandsvermogen 2020-2024 is de systematiek om risico's in beeld te brengen doorontwikkeld. Door een integrale samenwerking met alle betrokkenen worden de risico’s organisatiebreed in beeld gebracht. Risicomanagement is een dynamisch proces, waarbij de inzichten van risico's kunnen veranderen. De risicoanalyse kan daarom continu aangepast worden en geeft daarmee altijd een actueel beeld van de risico's. Voor deze programmabegroting hebben wij opnieuw beoordeeld of de risicoanalyse nog steeds actueel is. In onderstaande tabel is de top 15 van risico's met financiële effecten weergegeven. Onder de tabel lichten we eventuele wijzigingen toe. De genoemde bedragen betreffen de mogelijke impact voor één jaar of indien van toepassing, de projectduur.
98
Top 15 financiële risico’s: Nr Onderwerp Risico-omschrijving 01
04
Projecten- en programma’s Fysiek
05
Veiligheid
Geen continuïteit dienstverlening door het voordoen van een beveiligingsincident Grotere autonome stijging kosten zorgverlening dan verwacht Bijstelling prognoses, veranderen plannen of het schrappen van projecten Subsidies worden niet volledig verleend of er wordt niet voldaan aan de subsidievoorwaarden Ondermijning neemt toe
06
Grondexploitat ies
Claims van ontwikkelaars door het niet nakomen van contractuele verplichtingen
10%
07
Duurzaamheid
Doelen klimaatakkoord worden niet gehaald
30%
08
Zorg
30%
09
Fysiek
Zorg wordt niet effectief en efficiënt uitgevoerd, samenwerking partners is niet optimaal Natuur- en klimaatontwikkelingen
10
Zorg
30%
11
Bedrijfsvoering
12
Veiligheid
13
Veiligheid
14
Bedrijfsvoering
15
Fysiek
Niet ontvangen van proceskosten na terugvordering zorggeld Hoog verloop personeel en niet kunnen invullen van cruciale functies Onevenredig sterke toename aantal kwetsbare personen Maatschappelijke onrust, radicalisering en polarisatie op grote schaal Ongeoorloofde toegang tot (persoons)gegevens Niet voldoen aan de flora, fauna of archeologische wetgeving
02 03
Informatie beveiliging Zorg
Kans 20% 70% 30% 30%
70%
30%
50% 50% 70% 30% 10%
Financieel gevolg max 5,0 miljoen euro max 1,0 miljoen euro max 1,5 miljoen euro max 1,5 miljoen euro
Invloed
max 0,5 miljoen euro max 3,0 miljoen euro
5,77%
max 0,75 miljoen euro max 0,75 miljoen euro
3,72%
max 0,55 miljoen euro max 0,5 miljoen euro max 0,3 miljoen euro max 0,3 miljoen euro max 0,2 miljoen euro max 0,4 miljoen max 1,0 miljoen euro
2,76%
16,33% 11,50% 7,46% 7,44%
4,99%
3,71%
2,48% 2,46% 2,46% 2,31% 1,97% 1,63%
Toelichting belangrijkste wijzigingen top 15 Ten opzichte van de top 15 financiële risico’s in de jaarverantwoording 2022 heeft de herbeoordeling niet geleid tot aanpassingen. Maatschappelijke- en economische ontwikkelingen Bij het beoordelen van risico's wordt er gekeken naar risico's met een impact voor één jaar of, indien van toepassing, de projectduur. We worden echter in ons land momenteel geconfronteerd met verschillende crises en problemen. Het gaat bijvoorbeeld om het stikstof-, energie- en klimaatprobleem, maar ook de Oekraïnecrisis, woningcrisis, toeslagencrisis en asielcrisis. Verder kampen we bijvoorbeeld met toenemende inflatie, stijgende rentes, tekorten aan personeel en toenemende energieprijzen en is er sprake van verstoring van productie en tekorten aan grondstoffen. Diverse problemen en crises zijn ook niet meer opzichzelfstaand, maar krijgen met elkaar te maken als oorzaak en/of gevolg. Ze zijn verknoopt en versterken elkaar. De
99
woningbouw, stikstofproblematiek en de asielopvang zijn hiervan voorbeelden. Door de stikstofcrisis kunnen er minder woningen worden gebouwd, waardoor er niet genoeg huizen zijn om statushouders op te vangen en het asielsysteem vastloopt. We zijn ons er van bewust dat al deze crises en problemen ook hun weerslag of impact kunnen hebben op onze gemeente. De ontwikkelingen worden gevolgd om te bepalen of en hoe dit de gemeente kan raken. Dit kan daarom in de toekomst ook gevolgen hebben die leiden tot nieuwe risico’s of aanpassing van bestaande risico’s. Projecten stedelijke ontwikkeling De gemeente staat aan het begin van de start van een meerjarig proces van gebieds- en wijkontwikkelingen. Het gaat om diverse gebieden, zoals de binnenstad, spoorzone en Businesspark XL 2e fase. Op het moment dat projecten binnen deze gebieden echt van start gaan, kunnen nieuwe risico’s in beeld komen en kan dit impact hebben op de top 15 van de huidige risico’s. Totaalbeeld We zien voorlopig een stabiel risicoprofiel. De actualisatie van het profiel leidt in deze programmabegroting niet tot een aanpassing van het benodigde weerstandsvermogen.
5.2.4 Benodigde weerstandscapaciteit Door risico-simulatie wordt twee keer per jaar het bedrag berekend dat nodig is om risico’s in financiële zin af te dekken. De simulatie wordt uitgevoerd op gekwantificeerde risico’s van 50.000 euro of meer. Uitgaande van een mate van zekerheid van 90% leidt dit voor de risico’s, niet zijnde grondexploitaties, tot een benodigde capaciteit van 6,4 miljoen euro. Op basis van vergelijkbare systematiek is de benodigde weerstandscapaciteit voor de grondexploitaties becijferd op 4,4 miljoen euro. De totaal benodigde capaciteit komt uit op 10,8 miljoen euro. Niet-financiële risico’s zijn in de berekening niet meegenomen. Deze bestaan voornamelijk uit risico’s ten aanzien van imago en reputatie. Zij worden onderkend en waar mogelijk met maatregelen beheerst om de onderliggende risico’s te reduceren of te vermijden.
5.2.5 Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om onverwachte, niet-begrote substantiële kosten te dekken. De structurele capaciteit is nodig om onverwachte tegenvallers in de begroting op te kunnen vangen, zonder dat dit gevolgen heeft voor de voortzetting van gemeentelijke taken. De incidentele capaciteit is nodig om eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen. Beschikbare weerstandscapaciteit
2024
Structureel Onbenutte belastingcapaciteit
-
Post onvoorzien in de begroting: structureel deel
25
Incidenteel Algemene reserve
44.593
Stille reserves vastgoed
1.000
Post onvoorzien in de begroting: incidenteel deel
211
Totaal beschikbaar
45.829
Bedragen x 1.000 euro
100