Perspectiefnota 2026-2029 - bijlage 1 - Perspectiefnota 2026-2029
Tekst van het document
Perspectiefnota Gemeente Almelo 2026-2029
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................ 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 2. Bestuurlijk perspectief ........................................................................................................................................ 4 3. Aantrekkelijke stad in Balans .............................................................................................................................. 9 3.1 Tien jaar Almelo in beeld .............................................................................................................................. 9 3.2 De uitdagingen nader geduid ..................................................................................................................... 10 3.3 Van inzicht naar langjarige opgaven: kaders voor de toekomst ................................................................. 11 3.4 De onderzoeken nader in beeld gebracht .................................................................................................. 12 4.
Financieel meerjarenperspectief ...................................................................................................................... 21 4.1 Ontwikkeling financieel meerjarenperspectief en meerjarenraming 2026-2029 ...................................... 21 4.2 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief ................................................................................................ 25 4.3 Uitgangspunten programmabegroting ....................................................................................................... 27 5. Robuuste financiële positie ............................................................................................................................... 29 5.1 Financieel overzicht maatregelen ............................................................................................................... 29 5.2 Sociaal domein ............................................................................................................................................ 30 5.3 Onderhoud en beheer openbare ruimte .................................................................................................... 35 5.4 Overige en aanvullende maatregelen ......................................................................................................... 36 6.
Bijlagen .............................................................................................................................................................. 37 6.1 Stand van zaken moties .............................................................................................................................. 37
2
1. Inleiding De Perspectiefnota 2026-2029 die voor u ligt, bevat de inhoudelijke en financiële uitgangspunten voor de begroting van 2026 en de periode daarna. Deze perspectiefnota bouwt voort op de lijn die bij de Perspectiefnota 2025-2028 is uitgezet. Hierin ligt de focus op het uitwerken van de besparingsmogelijkheden zoals opgenomen in de Perspectiefnota 2025-2028 en de (raadsbrief bij de) Programmabegroting 2025. De besparingen in de Perspectiefnota 2026-2029 zijn tot stand gekomen na een zorgvuldig proces waarin alle uitgaven zijn doorgelicht om te bepalen waar mogelijk bespaard kan worden. Deze mogelijke besparingen zijn afgewogen en vergeleken met de resultaten van de onderzoeken naar een aantrekkelijke stad en een stad in balans. We maken onze stad sterker, toekomstbestendig en bieden onze inwoners perspectief. Hiervoor moeten we ondanks de financiële uitdagingen - blijven investeren in de stad. We bouwen verder aan een aantrekkelijke stad waar onze inwoners prettig wonen en verblijven, waar onze ondernemers voldoende mogelijkheden krijgen en waar bezoekers graag naartoe komen. Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het bestuurlijk perspectief opgenomen. In hoofdstuk 3 leest u meer over Almelo als aantrekkelijke stad in balans. In hoofdstuk 4 is het financieel meerjarenperspectief opgenomen en hoofdstuk 5 gaat over een robuuste financiële positie.
Tot slot, in hoofdstuk 6 vindt u de bijlagen van deze perspectiefnota.
3
2. Bestuurlijk perspectief Voor u ligt de laatste perspectiefnota van deze coalitieperiode. Deze is opgesteld in een tijd van grote onzekerheid in de wereld. Denk aan oorlogen, economische spanningen, de opvang van vluchtelingen en zorgen over veiligheid. Wat er wereldwijd gebeurt, heeft gevolgen voor Nederland, en dus ook voor Almelo. Toch kijken we met vertrouwen vooruit. Almelo heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet. Meer inwoners van Almelo hebben werk, de binnenstad is getransformeerd, en we blijven bouwen aan een gezonde, veilige en sociale stad. We beseffen tegelijk dat we keuzes moeten maken. Door veranderingen in de financiering vanuit het Rijk krijgt ook Almelo minder geld. Dat betekent: scherpere keuzes, en dat zal zich in de gemeente laten voelen. Maar we doen het met één doel voor ogen: het beste voor Almelo. Almelo pakt door We bouwen voort op een steeds steviger wordend fundament. Almelo kijkt verder vooruit dan alleen vandaag. De stad past zich aan de tijd aan. De ontoereikende Rijksmiddelen in met name het sociaal domein vragen om moeilijke maar noodzakelijke aanpassingen. Als we niets doen, worden verschillen en problemen groter. We willen zorg en ondersteuning beschikbaar houden voor wie het écht nodig heeft. Het versterken en benutten van het eigen netwerk van inwoners wordt steeds belangrijker: familie, vrienden of buren.
En andersom: dat we elkaar helpen als dat kan. Collectiviteit dus – we doen het samen. Tegelijk kiezen we voor bewezen oplossingen: zorg die echt werkt, op plekken waar het meeste effect wordt bereikt. Niet alles kan voor iedereen overal. Dat is niet meer realistisch. Maar we blijven nabij: als lokale overheid kunnen we zorgen voor verbinding, ontmoeting en regie over het eigen leven. Juist dat geeft mensen grip. Een aantrekkelijke stad in balans Almelo werkt aan meer balans in de stad. We hebben oog voor mensen die het moeilijk hebben, maar stimuleren ook zelfontplooiing en economische groei. We investeren in leefbare wijken, verduurzaming, goede scholen, sport, groen en ontspanning. Dat draagt bij aan een gezonde omgeving, waarin mensen zich veilig voelen en kunnen meedoen. Onze economie is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Vooral de hightech-sector is een motor gebleken: zo’n 40% van de banengroei komt daar vandaan. De werkloosheid is sterker gedaald dan in de rest van Nederland, en het aantal banen per inwoner is zelfs groter dan elders. Die groei willen we vasthouden en iedereen ervan laten profiteren. We tonen lef door koppelkansen te benutten – bijvoorbeeld door woningbouw te combineren met duurzaamheid, en gezondheid met sociale verbinding. Vooruitkijken en vernieuwen De toekomst vraagt om een nieuwe, gezonde balans tussen inkomsten en uitgaven.
Daarin maken we bewuste keuzes. Niet alleen voor vandaag, maar ook voor morgen. We bouwen verder en blijven onszelf als stad opnieuw uitvinden. Dat doen we samen: met inwoners, bedrijven, instellingen en partners. Essentieel is om de door de raad gekozen woningbouwambities verder te verzilveren, in lijn met de vraag vanuit het rijk, provincie en Twente als één van de vier techregio’s waarin Almelo een cruciale rol speelt. Almelo blijft zich inzetten voor bestaanszekerheid, kansengelijkheid en een duurzame leefomgeving. Niet alles is maakbaar, maar we kunnen wel het verschil maken. Als we elkaar blijven zien, blijven helpen en samen bouwen aan de stad, dan houden we Almelo vitaal, verbonden en klaar voor de toekomst.
4
Onderzoek als basis voor een aantrekkelijke stad in balans Om weloverwogen keuzes te kunnen maken, is het belangrijk om zowel de mogelijkheden te onderzoeken om tekorten op te vangen als te bepalen waar investeringen nodig zijn die bijdragen aan een aantrekkelijke en gebalanceerde stad. Daarom is een breed onderzoek uitgevoerd naar de sociaal-maatschappelijke staat van Almelo, de economische en arbeidsmarktontwikkelingen en de aantrekkingskracht van de gemeente. Onze focus ligt op investeringen die het meest bijdragen aan een aantrekkelijke stad die in balans is, terwijl we voorkomen dat bezuinigingen leiden tot grotere nadelige gevolgen op de lange termijn. Tijdens een kennissessie op 27 mei worden de resultaten van deze onderzoeken gepresenteerd. Uit de onderzoeken blijkt dat Almelo in de afgelopen 10 jaar op diverse vlakken vooruitgang heeft geboekt, zoals op het gebied van veiligheid, materiële welvaart en werk & opleiding. Tegelijkertijd blijven enkele grote uitdagingen bestaan. De belangrijkste aandachtsgebieden zijn stedelijke voorzieningen (cultuur, culinair en niet-dagelijkse winkels), opleidingsniveau (onderadvisering van het schooladvies en startkwalificaties), inkomen (energiearmoede, verduurzaming en schulden), gezondheid (bevordering van een gezonde levensstijl) en veiligheid.
Deze onderzoeken bieden een feitelijke weergave van de stad en geven inzicht in de een indicatie van de langetermijnopgaven. Op basis van deze inzichten maken we gerichte keuzes die bijdragen aan verbeteringen binnen de genoemde thema’s en daarmee aan een aantrekkelijke stad in balans. De verzamelde gegevens helpen ons bij het maken van scherpere afwegingen rondom bezuinigingen. Zo stellen we voor niet te bezuinigen op bijvoorbeeld het onderwijs, gezien de uitdagingen rondom onderadvisering van het schooladvies en startkwalificaties. Binnen het sociaal domein leggen we extra nadruk op thema’s zoals veiligheid en gezondheid. Ook op het gebied van stedelijke ontwikkeling blijven we investeren in een aantrekkelijke stad in balans. In de Strategische Investeringsagenda staan plannen voor de bouw van nieuwe wijken en herstructurering van bestaande gebieden. Deze keuzes worden gemaakt op basis van hun bijdrage aan zowel maatschappelijke als ruimtelijke vraagstukken. Hiermee geven we invulling aan de ongelijke investering die wordt voorgesteld op basis van de onderzoeken. Meer hierover is te vinden in Hoofdstuk 3: Aantrekkelijke stad in balans.
5
Perspectiefnota 2026-2029 Proces tot nu toe Het is al geruime tijd duidelijk dat Almelo de komende jaren met beperkte financiële middelen te maken heeft. In de Perspectiefnota 2024-2027 is een proces uitgewerkt om te komen tot een structureel en reëel sluitende begroting, waarin besparingsmaatregelen een essentiële rol spelen. De aanpak is behoedzaam en flexibel, zodat enerzijds tijdig maatregelen genomen kunnen worden en anderzijds ruimte blijft om indien nodig bij te sturen op basis van monitoring. De eerste resultaten van deze strategie zijn opgenomen in de Perspectiefnota 2025-2028. In de Programmabegroting 2025 is dit verder uitgewerkt in een uitgebreid pakket aan maatregelen. Dankzij deze inspanningen is het gelukt om de begroting voor 2025 sluitend te krijgen. Wel blijft de financiële druk bestaan, aangezien het tekort vanaf 2026 verder zal oplopen. Bij de Programmabegroting 2025 heeft u een raadsbrief (RAAD-8463) ontvangen met daarin ideeën voor het oplossen van de tekorten in 2026 en daarna. In de afgelopen periode hebben wij het volgende gedaan: 1. 2. 3.
samen met andere gemeenten hebben wij bij het Rijk aangedrongen om de financiële problemen op te lossen die het Rijk veroorzaakt; we hebben de maatregelen die in de Programmabegroting 2025 zijn opgenomen verder uitgewerkt en we hebben gezocht naar aanvullende besparingsmaatregelen vanaf 2026. Daarbij hebben we gekeken naar ongeveer 2 miljoen euro besparing op onder andere onderhoud/beheer en ongeveer 13 miljoen euro besparing op de zorgtaken die we voor het Rijk uitvoeren.
Gezien de financiële tekorten is het nodig om deze keuzes te maken. Er is gekomen tot een afgewogen pakket aan maatregelen.
6
Besparingsmaatregelen sociaal domein Zoals vermeld in de raadsbrief bij de Programmabegroting 2025, is binnen het sociaal domein onderzocht waar verdere besparingen mogelijk zijn. Om tot deze voorstellen te komen, is een grondige analyse uitgevoerd. Daarbij is gekeken naar wat moet en mag vanuit de wet (Jeugdwet, Wmo en Participatiewet) en vervolgens naar de inhoudelijke uitvoering en bijbehorende uitgaven. De gemeenteraad is hierin meegenomen via meerdere masterclasses. Op basis hiervan zijn maatregelen besproken en zorgvuldig afgewogen. Bijgaand bij deze perspectiefnota biedt het college inzicht in de voorgestelde maatregelen (D/25/754984). Deze voorstellen zijn wettelijk haalbaar en zijn maximaal opgerekt binnen de mogelijkheden. In lijn met eerdere besluitvorming stellen we voor de budgetten voor het voorliggend veld en preventie intact te laten. Na deze uitgebreide analyse vanuit de wettelijke basis is het gelukt om aanvullend op de eerder gevonden 8,7 miljoen euro oplopend (Programmabegroting 2025) nog 9,5 miljoen euro (oplopend) aan besparingsmaatregelen te vinden in de Participatiewet, Jeugdwet en de Wmo. Met dit voorstel is de maximale grens bereikt van wat binnen het sociaal domein zowel haalbaar als wenselijk is aan bezuinigingen, in lijn met de vastgestelde beleidslijn van een zorgvuldige en flexibele besparingsstrategie.
De resterende bezuinigingsopgave van 3,5 miljoen euro kan de komende jaren naar verwachting als volgt worden ingevuld: •
•
extra middelen vanuit het Rijk, onder andere op basis van de Voorjaarsnota 2025, waarin ook het advies van de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (Commissie van Ark) is meegenomen. (Een volledig beeld van alle mutaties op het gemeentefonds krijgen gemeenten bij de meicirculaire. De meicirculaire 2025 wordt verwerkt in de Programmabegroting 2026); het herontwerp sociaal domein biedt kansen om zaken anders aan te pakken, waarbij nieuwe inzichten en efficiëntieverbeteringen bijdragen aan kostenbesparing.
Als deze twee maatregelen onvoldoende financieel effect hebben, zal het college voorstellen doen voor besparingen buiten het sociaal domein. Dit is echter ook afhankelijk van in hoeverre gemeenten vanaf 2028 aanvullend gecompenseerd worden. Dat is op dit moment hoogst onzeker. De VNG wil hierover in 2027 een advies van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd hebben. Dit betekent dat duidelijkheid hierover naar verwachting op zijn vroegst in 2027 zal plaatsvinden. Om de voortgang van de besparingsmaatregelen zorgvuldig te volgen, wordt een monitoringssysteem ontwikkeld. Dit sluit aan bij de bestaande monitoring van het Strategisch Beleidsplan Sociaal Domein en het Actieplan Sociaal Domein. Elk kwartaal wordt de uitvoering van de maatregelen geanalyseerd, zodat eventuele afwijkingen vroegtijdig worden gesignaleerd en bijgestuurd indien nodig. Bij de reguliere P&C cyclus wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd.
7
Impact voor inwoners De gemeente komt in een andere positie als het gaat om zorg en hulp aan inwoners. De focus verschuift naar de meest kwetsbare groepen, terwijl van anderen wordt verwacht dat zij hun eigen netwerk meer benutten voor ondersteuning. Dit sluit aan bij het streven om de zorg betaalbaar te houden door de samenleving actief te betrekken en zelf- en samenredzaamheid te stimuleren. Om dit proces te ondersteunen, wordt een publiekscampagne ingezet die inwoners bewust maakt van deze nieuwe aanpak en hen aanmoedigt om hulp binnen hun omgeving te zoeken. Daarnaast komt er aandacht voor de sociale kaart, zodat mensen makkelijk de juiste voorzieningen en ondersteuning kunnen vinden. In de komende periode worden deze campagnes verder aangevuld met extra informatie en, indien nodig, specifieke campagnes over bepaalde besparingsmaatregelen. Hiermee wordt mede uitvoering gegeven aan de moties “Inzet communicatie begroting 2025” en “Noodzaak communicatiestrategie wijzigingen sociaal domein”.
Besparingen in andere domeinen Op basis van de meest recente inzichten is een herijking van de budgetten doorgevoerd. Dit heeft geleid tot een verlaging van de gereserveerde middelen voor areaaluitbreiding. Daarnaast bieden de inzichten uit de uitwerking van de nieuwe Nota Kapitaalgoederen ruimte om het budget voor onderhoud en vervanging van de openbare ruimte naar beneden bij te stellen. De verbonden partijen zijn gevraagd om met een voorstel voor besparingen te komen. De exacte omvang van deze besparing is op dit moment nog niet vast te stellen, maar de verwachting is dat de financiële impact beperkt zal zijn. Gevolgen van maatregelen voor de organisatie De bezuinigingen in het sociaal domein van 9,5 miljoen euro werken door op de ambtelijke organisatie, maar dit effect is beperkt. Dit komt doordat de capaciteit die beschikbaar komt door de versobering van de producten en diensten, nodig is voor de transitie. Mocht er na het implementeren van de bezuinigingen en het herontwerp van het sociaal domein nog ruimte overblijven, dan wordt dat onderdeel van de invulling van de taakstelling op de organisatie, oplopend van 500.000 naar 1.500.000 euro, waartoe in de Programmabegroting 2025 besloten is. Resterende opgave Met de voorgestelde besparingsmaatregelen wordt een aanzienlijk deel van het financiële tekort gedicht.
Voor het jaar 2026 blijft er echter nog een opgave van 1,74 miljoen euro over. De effecten van de extra middelen die het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 heeft opgenomen, worden voor Almelo pas duidelijk bij de meicirculaire 2025, die zoals gebruikelijk wordt verwerkt in de programmabegroting. Daarnaast zal bij de Programmabegroting 2026 meer inzicht ontstaan in de totale impact van alle Rijksmaatregelen op onze gemeentelijke financiën. Binnen de vastgestelde zorgvuldige en flexibele besparingsstrategie wordt het resterende structurele tekort van 1,74 miljoen euro meegenomen in de begrotingsafwegingen voor 2026.
8
3. Aantrekkelijke stad in Balans In de aanloop naar deze Perspectiefnota is onderzoek gedaan naar hoe Almelo zich de afgelopen tien jaar op het gebied van aantrekkelijkheid, economie en arbeidsmarkt en sociaal-maatschappelijk heeft ontwikkeld [1]. Doordat de onderzoeken een periode van 2014-2024 omvatten, worden hoofdlijnen van groei en een perspectief voor de volgende 10-15 jaar zichtbaar. De combinatie van de onderzoeken helpt bij het maken van keuzes voor de toekomst. In aanvulling daarop zijn ook de resultaten naar de ontwikkeling van de brede welvaart in Almelo opgenomen. De onderzoeken leiden tot vijf hoofd constateringen en zes kaders voor toekomstige langjarige opgaven voor de komende 15/20 jaar. Zo krijgen we zicht op Almelo als aantrekkelijke stad in balans in een snel veranderende wereld: voor onze huidige en toekomstige inwoners.
3.1 Tien jaar Almelo in beeld In de gemeente Almelo is in de afgelopen 10 jaar over de volle breedte vooruitgang geboekt. Op het gebied van de economie zien we een sterke groei van de hightech en een bovengemiddelde arbeidsmarktdeelname. Het aandeel mbo-opgeleiden neemt toe en de participatiegraad is sterker en meer gestegen dan in de benchmarksteden [2] en Hengelo en Enschede. Van de 60 buurten laten 56 buurten een verbetering op meervoudige achterstanden zien. Het aantal buurten met een zeer hoge stapeling van die achterstanden nam af van 39 naar 32 buurten. Tegelijkertijd zien we dat, ondanks een lichte verbetering, het stedelijk voorzieningen niveau in Almelo achter blijft; dat er verdringing en mismatch op de arbeidsmarkt is, dat voor de buurten met zeer veel stapeling van achterstanden de verbeteringen minder groot zijn en dat in de meest kwetsbare buurten veel sprake is van energiearmoede en ongezonde leefstijl. Daarnaast zijn er in deze buurten relatief veel leerlingen die een lager schooladvies krijgen dan wat hun prestaties en capaciteiten eigenlijk rechtvaardigen. Dit wordt ook wel aangeduid met de term "onderadvisering". Op het aspect veiligheid lijkt vanaf begin ‘20-er jaren een verslechterende trend in te zetten. Vijf hoofd constateringen Kijkend naar de huidige stand van Almelo zien we een aantal dominante uitdagingen: 1.
Opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Almelo kent relatief weinig werknemers met een hbo- of wo-diploma en juist relatief veel jongeren zonder startkwalificatie. De hiermee samenhangende bovengemiddelde onderadvisering is in Almelo eveneens een uitdaging. 2. Stedelijk voorzieningenniveau (cultuur, culinair, niet-dagelijkse winkels) blijft in Almelo op alle fronten achter bij zowel Enschede en Hengelo, de benchmarksteden als ook het landelijke gemiddelde. 3. Zeer hoge MDI-score door stapeling van achterstanden (in 32 buurten) en de sociale tweedeling met buurten waar het intussen beter gaat. In die 32 buurten is ook veel energiearmoede, onderadvisering en ongezonde leefstijl. 4. Verdringing en mismatch op arbeidsmarkt waarbij MBO-gediplomeerden met niveau 3 of 4 banen hebben waarvoor lagere MBO-niveaus of zelfs geen startkwalificatie nodig is. 5. Het aspect veiligheid lijkt zich op een kantelpunt te bevinden richting een verslechtering.
1
Het onderzoek naar Woonaantrekkelijkheid en Economie & Arbeidsmarkt werd uitgevoerd door Atlas Research. Het onderzoek naar sociaal maatschappelijke ontwikkeling werd uitgevoerd door het Pon/Telos aan de hand van het signaleringsinstrument MDI (meervoudige achterstanden index) 2
Voor het onderzoek van Atlas Research is de ontwikkeling van Almelo vergeleken met Hengelo en Enschede en 12 vergelijkbare (benchmark) steden in Nederland.
9
3.2 De uitdagingen nader geduid De economie is gegroeid richting een in hightech gespecialiseerde economie, die sterk leunt op werknemers van buiten de gemeente. Voor de grootste groep mensen in de beroepsbevolking van Almelo – de mensen met een MBO-diploma – is het kleinste aandeel banen met het meest bijpassende beroepsniveau (niveau 3) beschikbaar. Voor de banen met beroepsniveau 1 of 2 (ruim de helft van de banen in 2022) en beroepsniveau 4 (bijna 30 procent in 2022) zijn juist relatief weinig potentiële werknemers beschikbaar in de regio: ruim 26 procent heeft geen startkwalificatie en 23 procent een HBO- of WO-diploma. Dat er een mismatch is, wordt zichtbaar in de pendelcijfers: meer dan 60 procent van de banen in Almelo wordt vervuld door mensen die buiten de gemeente wonen. Dit is een beduidend groter aandeel dan in de rest van het land. Deze mensen wonen vaak in Hengelo en Enschede, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Vooral voor deze laatste drie gemeenten is Almelo een belangrijke werkgever: meer dan 20 procent van de werknemers uit deze gemeenten werkt in Almelo. Voor de uitgaande pendel gaat dit niet op. Een belangrijke uitdaging voor Almelo ligt op het gebied van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Almelo kent relatief weinig werknemers met een HBO- of WO-diploma en juist relatief veel jongeren met een MBO-diploma of zonder startkwalificatie.
Het voorzieningenniveau biedt veel aanknopingspunten voor lokaal beleid. De (concurrentie)positie van Almelo op het gebied van voorzieningen is in de afgelopen tien jaar verslechterd. De groei van het aantal horecavoorzieningen en (niet-dagelijkse) winkels blijft achter bij de ontwikkelingen in Enschede en Hengelo, de benchmarksteden en de rest van het land. En juist deze voorzieningen oefenen een grote aantrekkingskracht uit op talent (jonge mensen met een HBO- of WO-opleiding), waarvan we hierboven al benoemden dat zij belangrijk zijn om een deel van de mismatch op de arbeidsmarkt in Almelo, namelijk de vraag naar werknemers voor banen met beroepsniveau 4, op te lossen. De leefbaarheid heeft zich in de afgelopen tien jaar positief ontwikkeld, maar niet overal even sterk en de gebieden waar de ontwikkeling minder gunstig of zelfs negatief was overlappen vaak met de gebieden waar de leefbaarheid onder druk staat. Buurten met de minste stapeling van achterstanden zijn de afgelopen tien jaar sterker verbeterd dan buurten met veel stapeling van achterstanden. In de slechtst-scorende buurten woont samengenomen 56% van de Almelose bevolking. In relatie tot het opleidingsniveau zien we daar een zeer hoge mate van onderadvisering bij kinderen ten opzichte van het gemiddelde in Almelo en het landelijk gemiddelde.
Specifieke groepen inwoners profiteren minder van de ontwikkelingen in de afgelopen tien jaar; zoals het grote aandeel jongeren zonder startkwalificatie en het gestegen aandeel kinderen dat een (te) laag schooladvies krijgt, mensen met problematische schulden en mensen met ernstige en/of toenemende energiearmoede.
10
3.3 Van inzicht naar langjarige opgaven: kaders voor de toekomst Een beleid dat er op gericht is om een aantrekkelijke(re) stad in balans te worden kan helpen om mensen aan de stad te binden en de (economische) positie van Almelo op de langere termijn te versterken. Zo’n beleid speelt in op de juiste economische sectoren, bindt talentvolle mensen aan de stad door het woon- en leefklimaat in de stad te versterken en focust op een aantal gebieden om daar achterstanden integraal aan te pakken en mensen te helpen het beste uit zichzelf te halen. Zeker in tijden van financiële schaarste dwingt dit tot scherpere keuzes. Energiearmoede en onderadvisering kunnen met gerichte maatregelen mogelijk snel leiden tot minder energiekosten en een grotere instroom van leerlingen naar hogere vormen van voortgezet onderwijs. De structurele verbetering van de buurten/wijken - en daarmee de positie van die inwoners - met een zeer hoge achterstandsindex vraagt om een lange adem. Kaders voor de nieuwe langjarige opgaven van Almelo De onderzoeksresultaten brachten de ontwikkeling en de kansen en uitdagingen van onze stad in beeld. Met deze perspectiefnota leggen we deze kaders voor de komende 15 tot 20 jaar vast. De hoofd constateringen en de kaders vormen de basis voor nieuwe langjarige opgaven die verder zullen worden uitgewerkt. 1.
Uitdagingen zijn langjarig (15 tot 20 jaar) en vergen ook langjarig commitment; 2. Aantrekkelijkheid en Balans hangen met elkaar samen. Verbetering kan alleen op basis van integraliteit; 3. Verbind de fysieke en economische opgaven veel steviger met de sociaal-maatschappelijke opgave en vice versa; 4. Breng focus aan en verbeter op specifieke domeinen (inhoudelijk en op buurten met een zeer hoge achterstand; 5. Investeer ongelijk op basis van de onderzoeksresultaten waardoor gelijkheid wordt bevorderd; 6. Stuur op: stedelijke voorzieningen, opleidingsniveau (met name onderadvisering en startkwalificatie), inkomen (met name energiearmoede/verduurzaming en schulden), gezondheid (met name gezonde levensstijl) en veiligheid.
11
3.4 De onderzoeken nader in beeld gebracht Woonaantrekkelijkheid, economie & arbeidsmarkt Om de aantrekkelijkheid van Almelo objectief te bepalen, volgden we het econometrische model van Atlas Research. In dit model hangen economie, human capital en de woonomgeving met elkaar samen en kan een aantal knoppen worden gevonden om de aantrekkelijkheid positief te beïnvloeden. We keken niet alleen naar de ontwikkeling van Almelo over de afgelopen 10 jaar, maar ook naar (vergelijkbare) benchmarksteden en naar Hengelo en Enschede. Analysemodel Aantrekkelijkheid van de stad (de oranje elementen hebben een negatieve invloed op de woonaantrekkelijkheid)
Economie Tot 2021 bleef in Almelo de groei in de werkgelegenheid (ruim) achter bij de rest van het land, vanaf 2021 is een sprint ingezet. De banengroei in Almelo in de afgelopen tien jaar is vooral te herleiden tot de hightechsector, die zowel in absolute als relatieve zin flink is gegroeid. De sector was verantwoordelijk voor 40 procent van de totale banengroei in de gemeente en groeide gemiddeld bijna 2 procent per jaar sneller dan in de rest van het land. Almelo was al gespecialiseerd in de sector en is dat in de afgelopen tien jaar nog meer geworden.
12
13
Banenmotor ook voor Hengelo en Enschede en omliggende gemeenten De bedrijven in Almelo zijn, meer dan in andere steden, voor hun werknemers afhankelijk van de omliggende gemeenten. Er is een grote inkomende pendelstroom: meer dan 60 procent van het werk in Almelo wordt uitgevoerd door mensen die niet in Almelo wonen. Deze mensen wonen vaak in Hengelo en Enschede, Tubbergen, Twenterand en Wierden. Vooral voor deze laatste drie gemeenten is Almelo een belangrijke werkgever: meer dan 20 procent van de werknemers uit deze gemeenten werkt in Almelo.
Overkwalificatie Specifiek voor Almelo zien we dat er relatief veel MBO-ers 3 of 4 niveau werk doen op MBO niveau 1 of 2.
Human capital: veel 15 - 24 jarigen, aandacht nodig voor opleidingsniveau en startkwalificatie
14
De bevolking van Almelo is de afgelopen tien jaar gegroeid, maar minder sterk dan in de rest van Nederland. De netto participatiegraad is gestegen en in tegenstelling tot de periode 2004-2014 komt dit nu door een daadwerkelijke toename in werkenden, vooral onder jongeren. De beroepsbevolking is in Almelo relatief sterk gegroeid, met een toename van zowel jongeren als ouderen, terwijl het aandeel 25 - 45 jarigen is afgenomen. Ook vrouwen hebben een inhaalslag gemaakt op de arbeidsmarkt en de werkloosheid, met name onder jongeren, is sterk gedaald. Een belangrijke uitdaging voor Almelo ligt op het gebied van het lage en middelbare opleidingsniveau van de beroepsbevolking. Almelo kent relatief weinig werknemers met een HBO- of WOdiploma en juist relatief veel jongeren met een MBO-diploma of zonder startkwalificatie. Dit wil overigens niet zeggen dat mensen met een MBO-diploma niet belangrijk zijn voor Almelo – het tegendeel is waar. Gegeven het vermoedelijk grote aandeel werk dat geschikt is voor mensen met een MBO-diploma zullen deze mensen in de komende jaren hard nodig zijn.
15
Stedelijke voorzieningen (in de binnenstad) en veiligheid De woonaantrekkelijkheid van Almelo is de afgelopen tien jaar gestegen, voornamelijk op het gebied van veiligheid. Op die dimensie lijkt Almelo echter op een kantelpunt te staan. Het voorzieningenniveau biedt veel aanknopingspunten voor lokaal beleid. De groei van het aantal culturele-,culinaire- en horecavoorzieningen, niet-dagelijkse winkels blijft achter bij de rest van het land. Juist deze voorzieningen oefenen een grote aantrekkingskracht uit op talent. De stedelijke voorzieningen vergeleken
Aantal geweldsmisdrijven
16
Leefbaarheid en meervoudige achterstanden (MDI) Voor het inzichtelijk maken van de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling op buurtniveau maakten we gebruik van het signaleringsinstrument gestapelde achterstanden zoals dat door het PON/Telos werd gebruikt in de landelijke rapporten "Elke Regio Telt" en "Accentueer het verschil". Een score op de zogenaamde Multiple Deprivation Index of kortweg MDI, brengt de mate van gestapelde achterstand tot uitdrukking. De MDI heeft een belangrijke signaalfunctie voor bestuur en beleid: het laat die plekken oplichten die te maken hebben met een bovengemiddelde stapeling van achterstanden.
17
Verbetering maar in verschillende mate en snelheden Als we op buurtniveau kijken dan zien we in 56 van de 60 buurten een verbetering ten opzichte van 2015. Buurten met de minste stapeling van achterstanden in 2024 zijn de afgelopen tien jaar sterker verbeterd dan buurten met veel stapeling van achterstanden. Voor de buurten met (zeer) veel stapeling van achterstanden in 2024 zijn de verbeteringen minder groot. Al met al zien we daarmee dat de tweedeling de afgelopen tien jaar is toegenomen tussen buurten waar het relatief beter gaat en buurten waar het relatief slechter gaat in termen van gestapelde achterstanden. In buurten met een (zeer) hoge MDI-score dragen alle domeinen bij aan de stapeling van achterstanden; inkomen, opleiding en gezondheid dragen het meeste bij. In die buurten is ook veel energiearmoede en ongezonde leefstijl. Inwoners in de slechtst-scorende buurten zijn op alle facetten kwetsbaarder dan de inwoners in de best-scorende buurten. Een bijzonder aandachtspunt betreft de hoge mate van onderadvisering van kinderen in de slechtst-scorende buurten, ook in vergelijking met het landelijke gemiddelde. In de slechtst-scorende buurten woont samengenomen 56 procent van de Almelose bevolking.
Ontwikkeling MDI-scores in procentpunten over periode 2015-2024
18
Als we kijken naar de ontwikkelingen op de verschillende domeinen dan zien we dat de verbetering van de MDI-score in 2024vooral wordt veroorzaakt door een verbetering in het domein inkomen en in mindere mate de domeinen opleiding, woonomgeving, werk en veiligheid (wel een verslechtering op dit domein sinds 2020). Tegelijkertijd zien we dat gemiddeld genomen het domein gezondheid flink is verslechterd; overigens is dit domein in lijn met landelijke ontwikkelingen. De grote verbetering van het domein inkomen komt doordat er gemiddeld genomen meer huishoudens met voldoende financiële buffer zijn dan in 2015. We zien verder een relatief kleine verbetering van het domein werk; dat komt door een stijging in de arbeidsparticipatie in de stad. Daarnaast zien we dat het aandeel inwoners met een laag opleidingsniveau aanzienlijk is gedaald ten opzichte van 2015.
Koppelkansen van huidig en toekomstig beleid Bestaanszekerheid wordt binnen de gemeente Almelo opgepakt vanuit verschillende beleidslijnen. De belangrijkste koppelkans is de samenhang tussen gestapelde achterstanden, energiearmoede en ongezonde leefstijl. Het verduurzamen van huizen is daarvan een heel logische; dit draagt bij aan de energietransitie, verbetert de gezonde fysieke leefomgeving en dringt daarmee zowel energiearmoede terug als dat het de gezondheid ten goede komt. Wanneer mensen minder last hebben van (energie)armoede, ervaren zij ook een betere mentale gezondheid door de afname van stress. Daarnaast zorgt verduurzaming in veel gevallen voor een verbetering van de gezondheid en draagt daarmee bij aan het terugdringen van zorgkosten. Daarnaast laten onderzoeken zien dat kinderen en jongeren tot 18 jaar die in een huishouden met weinig inkomen wonen, in een huis met een slecht energielabel en weinig verwarming, veel hogere zorgkosten hebben. Hiermee wordt aangetoond dat energiearmoede niet alleen een financieel, maar ook een gezondheidsprobleem is. Inzet op het verbeteren van gezondheid is een tweede belangrijke koppelkans. Grip op het leven en verbondenheid met de buurt zijn krachtige en consistente voorspellers voor de tevredenheid met welbevinden, gezondheid, materiële welvaart, vrije tijd, wonen, samenleving, veiligheid en milieu.
Om de situatie in buurten met veel gestapelde problemen te verbeteren, is het belangrijk om inwoners te helpen meer grip en contact met de buurt te krijgen. Dit zal ook invloed hebben op hoe tevreden zij zijn over andere aspecten van hun leven en leefomgeving.
19
Energiearmoede en onderadvisering kunnen met gerichte maatregelen mogelijk snel leiden tot minder energiekosten en een hogere instroom van leerlingen op het voortgezet onderwijs, maar de structurele verbetering van de positie van inwoners en buurten hebben een langere adem nodig. Niet in de laatste plaats, omdat de verschillende in elkaar grijpende en versterkende facetten, die zo kenmerkend zijn van multiproblematiek, aandacht vragen en interventies behoeven. Het Sociaal en Cultureel Planbureau pleit ervoor meer aandacht te hebben voor het onderwijs en de woningmarkt. Zo biedt sturen op de woningmarkt richting een gemengde woningvoorraad en daarmee een gemengde samenstelling van inwoners samen met een goed voorzieningenniveau mogelijkheden tot ontmoeting. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving kan betere planning gericht op verbeteringen van de buurten en de mensen bijdragen aan het verkleinen van gezondheidsachterstanden. De ontwikkeling van de brede welvaart in Almelo Op verzoek van de raad bracht Atlas Research de ontwikkeling van tien jaar brede welvaart van Almelo in beeld. De conclusies uit deze scan waren dat de brede welvaart van Almelo in de lift zit; vooral op het gebied van tevredenheid met het leven en de eigen woningen en woonomgeving zijn de ontwikkelingen relatief gunstig.
Ongunstigere ontwikkelingen zijn er op het gebied van sociale cohesie en materiële welvaart; hier blijft Almelo achter bij de rest van het land. Structureel achterblijvend deel van de bevolking zou een verklaring kunnen zijn voor deze laatste observatie. In Almelo wonen veel mensen zonder startkwalificatie en weinig mensen met een HBO-of WO-diploma en op dit gebied blijft de ontwikkeling dan ook achter. Hoewel de gemeente de afgelopen tien jaar een sterk positieve ontwikkeling liet zien op het gebied van veiligheid lijkt deze ontwikkeling over zijn hoogtepunt heen. Misdrijvencijfers laten al een ongunstigere ontwikkeling zien. Normaliter is er een sterke samenhang tussen sociale cohesie en veiligheid.
20
4. Financieel meerjarenperspectief 4.1 Ontwikkeling financieel meerjarenperspectief en meerjarenraming 2026-2029 Algemeen beeld Geopolitiek is het onrustig. De oorlog in Oekraïne is nog steeds gaande en het beleid van de nieuwe regeringTrump kenmerkt zich door onvoorspelbaarheid. Daarnaast zorgen de door de Verenigde Staten ingevoerde importheffingen voor een escalerende handelsoorlog. Al deze ontwikkelingen hebben grote impact op de wereldeconomie en daardoor ook op de open economie van Nederland. De Nederlandsche Bank (DNB) voorspelt vooralsnog een economische groei van 1,5% voor 2025 en 2026. Als de handelsoorlog escaleert verwacht de DNB een afname van de economische groei naar slechts 0,4 % in 2026. De inflatie in Nederland blijft de komende jaren naar verwachting rond 3%. De DNB geeft aan dat dit te hoog is. Zij acht een inflatie van 2% wenselijk. In ons eigen land is de politieke situatie niet stabiel. De steun voor het kabinet door coalitiepartijen is niet vanzelfsprekend en de coalitie kan niet steunen op een meerderheid in de Eerste Kamer. Al deze mondiale en binnenlandse onzekerheden hebben effect op de financiële situatie van gemeenten.
Het kabinet schoof veel problemen door naar de Voorjaarsnota 2025, waaronder ook het financiële probleem van gemeenten vanaf 2026: de kortingen op het gemeentefonds vanaf 2026 (het ravijnjaar) en de compensatie voor de uitvoering van de wettelijke taken in de jeugdzorg. Ten aanzien van de problematiek in de jeugdzorg heeft het ministerie van VWS en de VNG de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd ingesteld. Deze commissie heeft in januari 2025 het adviesrapport "Groeipijn" uitgebracht. De VNG heeft de druk bij het kabinet opgevoerd door te dreigen met een juridische procedure indien in de Voorjaarsnota 2025 onvoldoende gehoor is gegeven aan de adviezen van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd. Financiële knelpunten gemeentefonds Kortingen Rijk Het Rijk heeft oorspronkelijk het gemeentefonds met 3 miljard euro gekort vanaf 2026, het zogenaamde ravijnjaar. Door het afschaffen van de zogenaamde opschalingskorting van 675 miljoen euro in de meicirculaire 2024 resteert hiervan nog ruim 2,3 miljoen euro. Onvoldoende compensatie wettelijke taken Gemeenten worden onvoldoende door het Rijk gecompenseerd voor het uitvoeren van hun wettelijke taken. Twee belangrijke onderdelen worden hierna toegelicht: de Jeugdwet en de loon- en prijscompensatie.
21
Jeugdzorgtaken Voor het uitvoeren van haar wettelijke taken ontvangen gemeenten middelen in het gemeentefonds. Met name voor de uitvoering van de Jeugdwet ontvangen gemeenten te weinig compensatie. Dit knelt ieder jaar meer omdat de lasten jaarlijks sterker stijgen dan de compensatie in het gemeentefonds. In haar adviesrapport "Groeipijn" heeft de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd ten aanzien van de financiën de volgende belangrijke bevindingen en adviezen opgenomen: Periode 2025-2028 • De door het Rijk ingeboekte besparingen zijn niet realistisch gebleken en de kosten zijn gestegen, zonder dat gemeenten daarop afdoende kunnen sturen. Daarom dient de door het Rijk ingeboekte besparing van 828 miljoen euro voor 50% verkleind te worden naar 414 miljoen euro. • De volume- en prijsontwikkeling dient aan te sluiten op de reële volume- en prijsontwikkeling voor de jeugdzorg. • De vanaf 2026 ingeboekte besparingen dienen te vervallen totdat deze op een realistische wijze kunnen worden vastgesteld en ook de haalbaarheid daarvan is gewogen. Na 2028 • Het implementeren van een nieuw financieringsmodel voor de jeugdzorg vanaf 2028. Zolang dit niet operationeel is, geldt het kader zoals geschetst voor de periode 2025-2028.
Loon- en prijscompensatie Uit landelijk onderzoek blijkt dat gemeenten jaarlijks gemiddeld 1% lager worden gecompenseerd door het Rijk dan de werkelijke inflatiecijfers. Voor Almelo betekent dit grofweg het mislopen van 2,2 miljoen euro per jaar. Dit werkt cumulerend door in de gemeentebegroting. Dus 1% minder per jaar betekent voor 2024 2,2 miljoen euro minder, voor 2025 4,4 miljoen euro minder, voor 2026 6,6 miljoen euro minder, etc. Dit valt niet direct op omdat de financiële druk op de begroting om bestaande taken uit te kunnen blijven voeren geleidelijk wordt vergroot. Voorjaarsnota 2025 Rijk Het Rijk komt gemeenten in de Voorjaarsnota 2025 financieel gedeeltelijk tegemoet door een deel van de kortingen terug te draaien en een gedeeltelijke compensatie te geven voor de tekorten in de jeugdzorg. Per saldo betekent dit voor de periode tot en met 2027 een verlichting in de tekorten. Vanaf 2028 leveren verschillende maatregelen per saldo geen extra middelen op voor gemeenten. Hierdoor kan geconcludeerd worden dat het financiële knelpunt van 2026 is doorgeschoven naar 2028. De VNG is van mening dat het Rijk mede op basis van het advies van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, voldoende stappen heeft gezet voor de komende jaren. Een juridische procedure is daarom voorlopig van de baan.
Wel is de VNG van mening dat de financiële verwachtingen van het kabinet vanaf 2028 te ambitieus zijn. Op verzoek van de VNG zal de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd begin 2027 een tweede advies uitbrengen over het financieel kader vanaf 2028. Reparatie kortingen Rijk Het Rijk heeft vanaf 2026 het ravijn van oorspronkelijk 3 miljard euro gedempt met structureel 400 miljoen euro in 2026, oplopend naar 414 miljoen euro in 2029. Dit betekent dat er nog steeds een korting resteert van ruim 2,6 miljard euro.
22
Compensatie wettelijke taken De adviezen van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd zijn voor een belangrijk deel verwerkt in de voorjaarsnota 2025. Zo worden gemeenten vanaf 2026 structureel voor 414 miljoen euro, zijnde 50% van de door het Rijk ingeboekte besparing, gecompenseerd. Tevens ontvangen gemeenten voor de jaren 2026 en 2027 incidenteel respectievelijk 498 miljoen euro en 447 miljoen euro vanwege de vertraagde ingroei van de besparingsmaatregelen. Echter, de extra middelen voor Jeugd slaan vanaf 2028 om in een verlaging van de middelen. Dit wordt met name veroorzaakt door een opgenomen indexatie van de besparingen op jeugd met structureel 507 miljoen euro. Daarnaast is het Rijk voornemens om vanaf 2028 een eigenbijdrage in de jeugdzorg in te voeren. Hierdoor wordt vanaf 2028 een korting op het gemeentefonds van structureel 260 miljoen euro ingeboekt. Volledig beeld financiële effecten gemeentefonds in meicirculaire 2025 Op basis van de uitkomsten van de Voorjaarsnota 2025 blijft het meerjarenperspectief voor de gemeente Almelo vanaf 2026 structureel onder druk staan. Vanaf 2028 nemen de financiële onzekerheden nog meer toe waardoor het ravijn van 2026 zich verplaatst heeft naar 2028. Daarbij moet de kanttekening gemaakt worden dat het effect van een aantal onderdelen van de Voorjaarsnota 2025 op de gemeentelijke begroting nog niet helder zijn.
Daarnaast worden de mutaties op het gemeentefonds door meer factoren bepaald dan in de Voorjaarsnota 2025 is verwerkt. Een volledig beeld van alle mutaties op het gemeentefonds krijgen gemeenten bij de meicirculaire. De meicirculaire 2025 wordt verwerkt in de Programmabegroting 2026. Bij de Programmabegroting 2026 is ook bekend hoe alle effecten van de Voorjaarsnota 2025 in de gemeentelijke begroting verwerkt moeten worden. De Provincie zal als toezichthouder gemeenten hierover informeren.
23
Financieel meerjarenperspectief Ontwikkelingen tussen Programmabegroting 2025 en Perspectiefnota 2026-2029 Bij de Begroting 2025 heeft de raad kennisgenomen van de meerjarenraming 2026-2028. De laatste jaarschijf van de meerjarenraming liet op dat moment een begrotingssaldo zien van 16,92 miljoen euro nadelig. In onderstaande tabel wordt het FMP gepresenteerd op basis van ontwikkelingen die zich in de periode sinds het vaststellen van de Programmabegroting 2025 hebben voorgedaan en de ontwikkelingen die zijn opgenomen in deze perspectiefnota. In paragraaf 4.2 worden deze ontwikkelingen inhoudelijk nader toegelicht. FMP - ontwikkelingen
2026
2027
2028
2029
Begrotingssaldo programmabegroting 2025
12,70 N
17,21 N
16,92 N
16,92 N
Ontwikkelingen
-3,45 V
-2,69 V
-1,28 V
0,40 N
FMP incl. ontwikkelingen Bedragen x 1 miljoen euro
9,25 N
14,52 N
15,64 N
17,32 N
Maatregelen Almelo voor een structureel en reëel sluitende begroting In de Perspectiefnota 2024-2027 is een proces uitgelijnd om te komen tot een structureel en reëel sluitende begroting. De besparingsmaatregelen spelen hierin een belangrijke rol. Hierbij is gekozen voor een behoedzame en flexibele strategie die een balans vindt tussen tijdig maatregelen kunnen nemen enerzijds, en monitoren en zo nodig bijsturen anderzijds. Een eerste pakket aan besparingsmaatregelen is verwerkt in de begroting 2025. Het tweede pakket maatregelen is, zoals aangegeven bij de begroting 2025 verwerkt in deze perspectiefnota. Daarnaast worden een aantal aanvullende maatregelen betrokken bij de Programmabegroting 2026. Een toelichting hierop is opgenomen in hoofdstuk 5 Robuuste financiële positie FMP - maatregelen
2026
2027
2028
2029
FMP incl. ontwikkelingen
9,25 N
14,52 N
15,64 N
17,32 N
Dekkingsmaatregelen
-7,51 V
-9,05 V
-10,45 V
-11,44 V
FMP incl. dekkingsmaatregelen
1,74 N
5,47 N
5,20 N
5,89 N
Overige en aanvullende maatregelen
-1,74 V
-1,74 V
-1,74 V
-1,74 V
Geactualiseerd structureel FMP Bedragen x 1 miljoen euro
0,00 N
3,73 N
3,46 N
4,15 N
24
4.2 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief Het vertrekpunt voor financieel meerjarenperspectief (FMP) is de Programmabegroting 2025. In onderstaande tabel wordt het geactualiseerde structurele financieel meerjarenperspectief 2026-2029 weergegeven op basis van ontwikkelingen die zich in de periode sinds het vaststellen van de Programmabegroting 2025 hebben voorgedaan én de ontwikkelingen en dekkingsmaatregelen die zijn opgenomen in deze perspectiefnota. Alle bedragen zijn structureel. Zoals gebruikelijk is het financieel perspectief in deze nota gebaseerd op de september- en decembercirculaire (2024) van het gemeentefonds. De financiële effecten van de meicirculaire 2025 zijn nog niet opgenomen. De verwerking hiervan vindt plaats bij de Programmabegroting 2026. Het betreft nadrukkelijk een globaal en richtinggevend perspectief waarin diverse ontwikkelingen zijn meegenomen die op dit moment nog in meer of mindere mate onzeker zijn. De besparingsmaatregelen om het tekort terug te dringen worden toegelicht in Hoofdstuk 5 "Robuuste financiële positie". Financieel Meerjarenperspectief (FMP)
2026
2027
2028
2029
A. Programmabegroting 2025 (structureel)
12,70 N
17,21 N
16,92 N
16,92 N
Structureel effect Najaarsrapportage 2024 (RAAD-8407)
0,00
0,00
0,00
0,00
Structureel effect Slotrapportage 2024 (RAAD-8452)
0,00
0,00
0,00
0,00
Septembercirculaire 2024 gemeentefonds (RAAD-8492)
-0,65 V
-0,70 V
0,51 N
0,51 N
Decembercirculaire 2024 gemeentefonds (RAAD-8678)
-0,80 V
-1,08 V
-1,18 V
-1,18 V
Autonome en bekende ontwikkelingen
Integraal huisvestings Plan Onderwijs 2025-2028 (RAAD8210)
0,46 N
Beeindiging eigenaarschap Twence (RAAD-8499)
0,09 N
0,09 N
0,09 N
0,09 N
Overig (inclusief toevoeging jaarschijf)
-0,40 V
-0,40 V
-0,40 V
0,52 N
B. Totaal autonome en bekende ontwikkelingen
-1,76 V
-2,09 V
-0,98 V
0,40 N
-1,69 V
-0,90 V
-0,90 V
-0,90 V
0,30 N
0,60 N
0,90 N
Overige ontwikkelingen Vrijval reservering looncompensatie nav nieuwe CAO Kapitaalinvesteringen SO C. Totaal overige ontwikkelingen
-1,69 V
-0,60 V
-0,30 V
0,00
D. FMP incl. ontwikkelingen (A + B + C) Bedragen x 1 miljoen euro
9,25 N
14,52 N
15,64 N
17,32 N
Toelichting: Programmabegroting 2025 (structureel) Startpunt is het financiële meerjarenperspectief uit de Programmabegroting 2025. Op basis van de Perspectiefnota 2025-2028 is in dit meerjarenperspectief voor de jaarschijf 2026 een onttrekking aan de algemene reserve geraamd van 2,4 miljoen euro. Indien de onttrekking daadwerkelijk plaatsvindt, zal deze voor hetzelfde bedrag worden aangevuld vanuit de reserve sociaal domein. Of en in hoeverre deze onttrekking daadwerkelijk voor de jaarschijf 2026 gehandhaafd blijft wordt in overleg met de Provincie betrokken bij de Programmabegroting 2026. Incidentele baten en lasten worden buiten beschouwing gelaten. Hoewel deze impact kunnen hebben op de gemeentelijke vermogenspositie, zijn deze in het kader van een structureel sluitende (meerjaren) begroting niet relevant.
25
Autonome en bekende ontwikkelingen Structureel effect Najaarsrapportage en Slotrapportage 2024 De Najaarsrapportage en Slotrapportage 2024 bevatten geen structurele effecten. Structureel effect circulaires gemeentefonds 2024 De structurele effecten van de septembercirculaire (RAAD-8492) en decembercirculaire (RAAD-8678) gemeentefonds 2024 zijn in het overzicht verwerkt. Integraal Huisvestingsplan schoolgebouwen In 2024 is het Integraal Huisvesting Plan Onderwijs 2025 – 2028 vastgesteld. Zoals aangegeven in het raadsvoorstel is vanaf 2029 structureel 450.000 euro aanvullend budget voor kapitaallasten nodig. Beëindiging eigenaarschap Twence In 2024 heeft de raad ingestemd met het bereikte akkoord voor de vervreemding van alle aandelen Twence die in het bezit zijn van de gemeente Almelo en daarmee het beëindigen van het eigenaarschap van Twence. Dit betekent dat de in de begroting opgenomen structurele dividendinkomsten wegvallen. Overig De stelposten voor nieuw beleid (195.000 euro), areaaluitbreiding (225.000 euro) en voor (vervangings-) investeringen in de openbare ruimte (500.000 euro) worden opgenomen in de nieuwe jaarschijf. Daarnaast is de verwachte OZB-opbrengst vanaf 2026 hoger vanwege een hogere WOZ-waarde voor bedrijven.
Overige ontwikkelingen Vrijval reservering looncompensatie n.a.v. CAO gemeenten In april 2025 is er een akkoord bereikt tussen de VNG en de vakbonden voor een nieuwe CAO die loopt van 1 april 2025 tot en met 31 maart 2027. De lonen stijgen in deze periode gemiddeld met 7,64%. In de begroting is een meerjarige reservering opgenomen ten behoeve van een stijging in de personeelslasten door CAO aanpassingen. Op basis van het nieuwe CAO-akkoord kan van deze meerjarige reservering in 2025 1,72 miljoen euro en vanaf 2026 structureel ca. 900.000 vrijvallen. Kapitaalinvesteringen SO Binnen de investeringsagenda stedelijke ontwikkeling (SO) is er een totaal investeringsbedrag voor kapitaalinvesteringen benodigd van 63 miljoen euro. Dit betreffen met name investeringen voor de vervolgfases van de herinrichting van de openbare ruimte van de Binnenstad en voor het Kanaalpark. Van het benodigd bedrag kan 27 miljoen euro gedekt worden uit reeds aanwezige budgetten en te verwachten subsidies. Er resteert een nog te dekken investeringsbedrag van 36 miljoen euro, met een bijbehorende structurele kapitaallast van 1,8 miljoen euro. Dit bedrag is stapsgewijs, gedurende 6 jaar benodigd. Dit betekent een jaarlijks investeringsbedrag van 6 miljoen euro, met een bijbehorende oplopende kapitaallast van 300.000 euro per jaar.
26
4.3 Uitgangspunten programmabegroting Bij het opstellen van de Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 worden onderstaande uitgangspunten gebruikt. Het gaat daarbij om de grondslagen voor de ramingen bestaand beleid, zoals de loon- en prijscompensatie, de inflatiecorrectie voor belastingen, heffingen en tarieven en huren en het opslagpercentage overhead. Loonontwikkeling De looncompensatie wordt gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2025 (CEP2025) van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de loonontwikkeling gaan we uit van de index ‘loonvoet sector overheid’. Loonontwikkeling
2026
2027
2028
2029
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
2,0%
5,1%
4,2%
4,5%
Prijsontwikkeling De prijscompensatie wordt gebaseerd op de index 'prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) Prijsontwikkeling
2026
2027
2028
2029
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar IMOC
2,1%
2,2%
2,2%
2,3%
Belasting, heffingen en tarieven Voor de indexatie van de belastingen, heffingen en tarieven gebruiken we een combinatie van 2/3 looncompensatie en 1/3 prijscompensatie, behalve voor de OZB en riool- en afvalstoffenheffing. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om de indexatie van de OZB en riool- en afvalstoffenheffing te maximeren op 2%. Daarnaast is bij de Perspectiefnota 2025-2028 besloten om de OZB in vier jaar aanvullend met 2,5% structureel te verhogen. Voor de jaarlijkse effectuering van deze aanvullende verhoging vindt jaarlijks een afweging plaats bij de begroting. OZB en riool- en afvalstoffenheffingen
2026
2027
2028
2029
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar riool en afval
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar OZB regulier
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar OZB maatregel
2,5%
2,5%
2,5%
0%
Voor de overige heffingen e.d. geldt een combinatie van 2/3 looncompensatie en 1/3 prijscompensatie (o.b.v. CEP 2024). Belastingen, heffingen en tarieven (overig)
2026
2027
2028
2029
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
2,0%
4,1%
3,5%
3,8%
Subsidiebudget Jaarlijks wordt bij het opstellen van de perspectiefnota of begroting bepaald of in het aankomende jaar een gecombineerde 1/3e prijs- en 2/3e loonindex voor subsidies wordt toegepast. Voor 2026 wordt uitgegaan van een indexatie van 2,0%. Subsidies
2026
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
2,0%
27
Circulaire gemeentefonds De meicirculaire 2025 van het gemeentefonds vormt de basis voor de Begroting 2026 en de meerjarenraming 2026-2029. Opslagpercentage overhead Het opslagpercentage overhead bedraagt 50% van de salarislasten. Het percentage wordt niet gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Omslag-/rekenrente De omslagrente wordt bepaald bij de Begroting 2026 Uitgangspunten raming Wmo en Jeugdzorg Bij de Begroting 2026 nemen wij de volume- en prijsontwikkeling mee op basis van de analyses die in de komende maanden worden uitgevoerd.
28
5. Robuuste financiële positie 5.1 Financieel overzicht maatregelen In de begeleidende raadsinformatiebrief bij de Programmabegroting 2025 heeft het college de uitgangspunten aangegeven voor de besparingen die richting de Perspectiefnota 2026-2029 worden uitgewerkt. De besparingen zijn in de volgende paragrafen binnen de volgende zoekrichtingen verder uitgewerkt: • •
Sociaal domein Onderhoud en beheer openbare ruimte
De besparing binnen de zoekrichting "bijdrage verbonden partijen" wordt betrokken bij de Programmabegroting 2026 omdat de gemeenschappelijke regelingen hun definitieve begroting uiterlijk 15 september gereed hebben. Om de jaarschijf 2026 structureel sluitend te krijgen resteert een opgave van structureel 1,74 miljoen euro. Voorgesteld wordt om deze te betrekken bij de Programmabegroting 2026. In onderstaand financieel overzicht zijn de maatregelen verwerkt die ingevoerd kunnen worden. De besparingsmaatregelen worden in de volgende paragrafen toegelicht. De specifieke besparingsmaatregelen binnen het sociaal domein worden toegelicht in het rapport Besparingsmaatregelen sociaal domein 2026-2029 (D25/754984). Financieel Meerjarenperspectief (FMP)
2026
2027
2028
2029
A. FMP incl. ontwikkelingen
9,25 N
14,52 N
15,64 N
17,32 N
Sociaal domein
-5,54 V
-7,08 V
-8,48 V
-9,47 V
Onderhoud en beheer openbare ruimte
-1,97 V
-1,97 V
-1,97 V
-1,97 V
PM
PM
PM
PM
Totaal uitwerking zoekrichtingen
-7,51 V
-9,05 V
-10,45 V
-11,44 V
C. FMP incl. dekkingsmaatregelen (A + B)
1,74 N
5,47 N
5,20 N
5,89 N
Te betrekken bij de Programmabegroting 2026
-1,74 V
-1,74 V
-1,74 V
-1,74 V
Totaal uitwerking aanvullende maatregelen
-1,74 V
-1,74 V
-1,74 V
-1,74 V
Geactualiseerd structureel FMP (C+D) Bedragen x 1 miljoen euro
0,00 N
3,73 N
3,46 N
4,15 N
B. Uitwerking zoekrichtingen
Overige maatregelen
D. Aanvullende maatregelen
29
5.2 Sociaal domein Inleiding In de Perspectiefnota 2025-2028 is ervoor gekozen om het besparingspotentieel uit scenario 3, naar een nieuwe basis, te benutten. Met de keuze voor dit scenario is besloten inhoudelijk vast te houden aan de lijn van het Strategisch beleidsplan sociaal domein (2022) en het Actieplan beleid sociaal domein (2024). De bezuinigingen die in 2025 zijn vastgesteld passen in dit scenario. Aanvullende bezuinigingen per 2026 Vanwege het gelijkblijvende financieel perspectief, zonder financiële tegemoetkoming vanuit het Rijk, zijn aanvullende bezuinigingsmaatregelen nodig vanaf 2026. Zoals in de begroting 2025 al geschetst is, zijn wanneer we kijken naar de variabelen om te sturen op de uitgaven in het sociaal domein, met name tarieven, aantallen cliënten en intensiteit (zwaarte voorziening, frequentie en duur) van belang. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de mogelijkheden om (bij de inkoop) op tarieven van aanbieders te sturen voor gemeenten beperkt zijn. Dit komt door het Besluit reële prijs dat door het Rijk is vastgesteld. De mogelijkheden om te kunnen sturen op de uitgaven in het sociaal domein zijn dan ook: 1.
beperken van het aantal inwoners dat een beroep doet op geïndiceerde voorzieningen, zorg, en uitkeringen;
2.
beperken van de intensiteit van de verstrekte voorzieningen (zowel de zwaarte van de voorziening als het aantal uren of dagdelen per voorziening en de duur van het gebruik van de voorziening).
Naast maatregelen binnen deze twee sturingsmogelijkheden stellen we een aantal maatregelen voor waarbij we offensiever oftewel strakker begroten. In totaal lopen de door het college voorgestelde aanvullende bezuinigingen op tot 9,5 miljoen euro in 2029. Onderstaande tabel geeft de optelsom van de besparingen op de Participatiewet, de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) weer. Nr.
Besparingsmaatregelen
2026
2027
2028
2029
1
Participatiewet
-1,74 V
-1,78 V
-1,82 V
-1,86 V
2
Jeugdwet
-0,75 V
-1,23 V
-2,51 V
-3,41 V
3
Wmo
-3,05 V
-4,08 V
-4,15 V
-4,20 V
-5,54 V
-7,08 V
-8,48 V
-9,47 V
Totaal besparingsmaatregelen Bedragen x 1 miljoen euro
In het bijgevoegde rapport "Besparingsmaatregelen sociaal domein" (D/25/754984) worden de individuele maatregelen weergegeven, inclusief een toelichting (besparingsbedrag inclusief eventueel ingroeipad, resultaat en effect) per maatregel. Bij de opgenomen besparingsbedragen is rekening gehouden met eventueel benodigde investeringen. Afhankelijk van onder andere de complexiteit van de realiseren maatregel, kent iedere maatregel een ander ‘ingroeipad’. Soms zijn bijvoorbeeld eerst wijzigingen in Rijksbeleid nodig voordat een maatregel effect kan sorteren (denk aan maatregelen m.b.t. de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Wmo en het sturen op indicaties binnen de Jeugdwet in samenhang met de afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht door het Rijk), moeten eerst verordeningen worden aangepast of voorliggende voorzieningen gerealiseerd worden.
30
In de begroting 2025 is al aangegeven dat het realiseren van besparingen in de praktijk weerbarstig is. Voor de maatregelen uit deze perspectiefnota geldt dat nog sterker, omdat ze boven op de eerder voorgestelde maatregelen komen, meer afhankelijkheden kennen van onder andere rijksbeleid en tot meer weerstand en bezwaren van inwoners en partners kunnen leiden. Daarnaast nemen door het scherper begroten de risico's toe dat nadelen direct effect hebben op het begrotingssaldo; bijvoorbeeld doordat het begrote structurele nadeel op de bijstandsuitkeringen is bijgesteld naar nihil. Indien de uitkering meer stijgen dan verwacht of de Rijksbijdrage ter dekking van de uitkeringslast lager is dan verwacht, raakt dit direct ons begrotingssaldo. Uitgavenanalyse Om tot deze voorstellen te komen is een grondige analyse uitgevoerd; waarbij alle uitgaven maximaal zijn doorgelicht. Dit betekent dat er zorgvuldig is gekeken naar alle kostenposten om te bepalen waar mogelijk bespaard kan worden.