CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025-2028- bijlage 1 - Perspectiefnota 2025-2028

Raad 11 juli 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Perspectiefnota 2025-202814.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Normaliseren is een van de kerngedachten van het Actieplan beleid sociaal domein. Dit betekent voor ons dat niet elke tegenslag in het leven een probleem is dat (intensieve) begeleiding behoeft. Om inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen, is het naast het normaliseren bovendien vaak juist nodig dat wij (of onze aanbieders/partners) komen om weer te gaan. Dat betekent dat ondersteuning die we bieden zoveel als mogelijk tijdelijk is. Tegelijkertijd hebben we er oog voor dat voor bepaalde doelgroepen bepaalde vormen van ondersteuning langere tijd tot levenslang nodig zijn.

24

Kwalitatief hoogwaardig We willen onze inwoners een kwalitatief hoogwaardige (sociale) infrastructuur en voorzieningenniveau bieden. Dit hangt samen met de aantrekkelijkheid van de stad voor inwoners en mogelijke nieuwe inwoners, maar ook voor investeerders en ondernemers. Vanuit de Almelose kernwaarde resultaatgerichtheid zou het hierbij vooral moeten gaan over de kwaliteit van het (bewezen) effect van de infrastructuur en voorzieningen. Het hebben van een dergelijke (sociale) infrastructuur en voorzieningen is immers geen doel op zich, maar een middel om een bepaalde impact te bereiken: de Almelose samenleving als geheel versterken. Daarbij benaderen we kwaliteit breed. Het gaat over het goed inschatten wat een inwoner precies nodig heeft en daarop tijdig op- en afschalen van zorg en over het realiseren van het afgesproken resultaat op het afgesproken moment. Maar ook het erkennen indien je niet de aangewezen persoon/aanbieder bent om de inwoner te helpen. Daarmee samenhangend heeft dit fundament nadrukkelijk ook te maken met de relatie die de gemeente met haar partners en aanbieders heeft. Duurzaam In het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022 is het begrip duurzaam als volgt gedefinieerd: “Duurzaam wil in dit verband zeggen dat de inkomsten en uitgaven in het sociaal domein in evenwicht moeten zijn”.

Daarmee heeft duurzaamheid onder andere betrekking op de betaalbaarheid van de infrastructuur en het voorzieningenniveau in het Almelose sociaal domein. Uitgebreider wordt duurzaam in het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022 meer richtinggevend beschreven als “verantwoord toewerken naar een beperking in het beroep op voorzieningen in het sociaal domein zodat zorg, ondersteuning en participatie uiteindelijk bekostigd kunnen worden vanuit de middelen die we daarvoor van het Rijk ontvangen”. Wanneer we het begrip duurzaam op deze manier breder bekijken, gaat het niet alleen over betaalbaarheid, maar ook over stabiliteit en betrouwbaarheid, een belangrijke kernwaarde van gemeente Almelo. Een stabiele en betrouwbare infrastructuur en voorzieningenniveau. Maar ook een gemeente waar inwoners en partners van op aan kunnen. Dat wil niet zeggen dat inwoners en partners altijd datgene krijgen waar ze om vragen of recht op denken te hebben. In relatie tot betaalbaarheid gaat het juist ook over het begrenzen en het naar beneden bijstellen van verwachtingen. Door dat op een duidelijke en eenduidige manier te doen, weten onze inwoners en partners wat ze wel en niet kunnen verwachten van de gemeente. Juist door stabiliteit te bieden wordt onzekerheid hierover voorkomen en de betrouwbaarheid versterkt. Goede communicatie is hierbij essentieel. 5.2.2.

Uitwerking zoekrichting sociaal domein De zoekrichting sociaal domein kent een uitwerking in twee stappen. Allereerst is geanalyseerd welke opbrengsten het anders organiseren, in lijn met de brede evaluatie sociaal domein, met zich meebrengt. Hierbij is steeds aansluiting gezocht met de lijn uit het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022 en het Actieplan beleid sociaal domein en de op basis daarvan ingezette en in te zetten bewegingen. Denk aan het zo mogelijk omvormen van maatwerkvoorzieningen naar algemene voorzieningen en het inzetten op preventie door het versterken van het zelfoplossend vermogen en het stimuleren van gezond en actief leven. Maar ook aan een verdere ambulantisering van kwalitatief goede zorg en ondersteuning en, indien dit niet mogelijk is, ondersteuning zo mogelijk thuis of binnen kleine(re) woongroepen. Daarbij gaan we uit van een aantal basis uitgangspunten in onze werkwijze: • • • •

Keten zo kort mogelijk voor de inwoner Strak sturen op de uitvoering Anders verwijzen Komen, om weer te gaan

25

Momenteel missen we nog een aantal zaken in laagdrempelige algemene voorzieningen, waardoor we geen alternatief hebben voor specialistische indicaties die veelal hogere kosten met zich meebrengen. Denk aan laagdrempelige ondersteuning voor ouders door andere ouders (steunouders) of het bieden van ondersteuning op het gebied van zelfstandig leven (OZL) vanuit de wijkkamers. Deze zaken zijn momenteel in ontwikkeling. Een ander voorbeeld van zo'n laagdrempelige algemene voorziening is het recent gestarte Tejo-huis (Therapeuten voor jongeren), een inloophuis voor jongeren tussen 10 en 20 jaar. Hier kunnen zij gratis en zonder wachtlijst met hun twijfels en zorgen terecht bij vrijwillige professionals. In samenhang met de ontwikkeling van dergelijke laagdrempelige algemene voorzieningen willen we de samenwerking met partners en inwoners verder inhoud geven. Op basis van deze analyse en uitgangspunten is een aantal besparingsmogelijkheden geïdentificeerd, samen ter grootte van circa 7,7 miljoen euro. Aangezien het financiële tekort dat op ons afkomt fors groter is dan de opbrengsten van deze besparingsmogelijkheden, is vervolgens als tweede stap de begroting van het sociaal domein op taakveld-niveau nagelopen, waarbij de besparingsmogelijkheden zijn beschreven binnen 3 scenario’s: 1. 2. 3.

Alleen wettelijke taken minimaal uitvoeren Strakker en soberder Naar een nieuwe basis

Deze scenario's en hun impact op de fundamentele uitgangspunten vanuit het strategisch beleid en Actieplan beleid sociaal domein zijn uitgewerkt. Ad. 1: alleen wettelijke taken minimaal uitvoeren In dit scenario worden alleen de wettelijke taken die we kennen in het sociaal domein uitgevoerd, op zo beknopt mogelijke wijze en voor een zo klein mogelijke doelgroep. Denk bijvoorbeeld aan het beperken van de minimaregelingen, het terugbrengen van de tijdsduur van een begeleidingsuur in de Wmo van 60 naar 50 minuten en het beperken van het aantal sessies vaktherapie voor jeugdigen. De fundamenten van het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022 (ondersteunen kwetsbare inwoners, kwalitatief hoogwaardig, duurzaam) blijven niet langer overeind. De doelgroep die aanspraak kan maken op voorzieningen wordt zoveel mogelijk beperkt en het voorzieningenniveau daalt. Dit scenario betekent stoppen met preventie over de gehele breedte van het sociaal domein voor zover het geen wettelijke taak betreft, van zaken als schoolmaatschappelijk werk en de aanpak laaggeletterdheid tot cultuur, cultuureducatie en sportstimulering. Dat wat we nog wel doen, doen we zo goed mogelijk, maar er is geen sprake van verantwoord toewerken naar een beperking van het beroep op voorzieningen in het sociaal domein. Ad.

2: strakker en soberder In dit scenario worden de wettelijke taken die we kennen in het sociaal domein uitgevoerd, op beknoptere wijze en voor een beperkte doelgroep. Er wordt strakker gestuurd en soberder geïndiceerd. De opbrengst hiervan valt voor een groot deel onder de besparing van 7,7 miljoen euro. Daarnaast wordt binnen dit scenario in beperkte mate ingezet op preventie, alleen wanneer dit bewezen leidt tot resultaten in termen van vermindering van gebruik van wettelijke gemeentelijke voorzieningen (evidence based en/of onderbouwde positieve kosten-baten analyse). In alle andere gevallen stoppen we met preventie.

26

Hiermee ligt de focus grotendeels op betaalbaarheid op de korte termijn. De fundamenten van het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022 blijven slechts deels overeind. De kwaliteit van het voorzieningenniveau (=fundament kwalitatief hoogwaardig) daalt en de doelgroep die aanspraak kan maken op voorzieningen (=kwetsbare inwoners) wordt kleiner dan nu het geval is. Dat wat we nog doen, doen we zo goed mogelijk, maar er is geen sprake van verantwoord toewerken naar een beperking in het beroep op voorzieningen in het sociaal domein. Ad. 3: naar een nieuwe basis In dit scenario is sprake van een fundamentele herziening van de basis van werken en organiseren in het Almelose sociaal domein. Er worden drastische keuzes gemaakt in de wijze van organiseren en in de manier waarop we onze inwoners, samenwerkingspartners en subsidie- en inkooprelaties benaderen. Hierbij wordt met name gericht op de medebewindstaken. Zo wordt meer impact gemaakt met minder middelen. Denk aan groepsgewijze ondersteuning in plaats van individueel, waardoor meer mensen dezelfde of meer en betere ondersteuning kunnen krijgen voor lagere kosten. Om dat te realiseren worden meer maatwerkvoorzieningen omgevormd naar algemene voorzieningen.

De kernelementen uit het Actieplan beleid sociaal domein (normaliseren, inzet op preventie, effectieve en efficiënte maatwerkvoorzieningen en uitvoeringsorganisatie) worden verder versterkt. De fundamenten (kwetsbare inwoners, kwalitatief hoogwaardig en duurzaam) blijven overeind. Door de andere wijze van organiseren zorgen wij er voor dat de infrastructuur en voorzieningen in het Almelose sociaal domein toekomstbestendig zijn. De algemene voorzieningen die worden ingericht zijn op niveau en zijn toegankelijk voor dezelfde doelgroep die nu nog gebruik maakt van de maatwerkvoorzieningen waarvoor ze in de plaats komen. In dit scenario blijven we inzetten op preventie, maar zetten sterker dan nu in op monitoring van de opbrengsten en duidelijke resultaat- en effect-afspraken vanuit impactgericht denken en stoppen conform deze afspraken wanneer een interventie na verloop van tijd niet de gewenste opbrengst oplevert. Dit komt de stabiliteit en betrouwbaarheid van de gemeente ten goede. Desalniettemin heeft ook dit scenario een forse impact. Op de eigen organisatie en op partners, maar zeker ook op inwoners, die voorzieningen (gaan) missen of anders ingericht zien worden.

De drie scenario’s zijn vervolgens getoetst aan de drie fundamenten uit de ambitie voor het sociaal domein (ondersteunen kwetsbare inwoners, kwalitatief hoogwaardige infrastructuur en voorzieningenniveau en duurzaam) en daarnaast aan betaalbaarheid. Op basis hiervan is het voorstel van het college met deze perspectiefnota het besparingspotentieel uit scenario 3 (naar een nieuwe basis) te benutten (circa 1 miljoen euro), evenals het besparingspotentieel uit de eerste uitwerking (circa 7,7 miljoen euro). Hiermee heeft de uitwerking van de zoekrichting sociaal domein gericht op de jaarschijf 2026 en verder in totaliteit een reëel besparingspotentieel geïdentificeerd oplopend tot ruim 8,7 miljoen euro in 2028 . Het is een ambitieus pakket waarmee het sociaal domein meer in control komt, dat echter alleen gerealiseerd kan worden als de basis op orde is. In de volgende paragrafen worden achtereenvolgens geschetst: - voorgestelde maatregelen die tot besparingen in 2025 leiden - voorgestelde maatregelen die tot besparingen vanaf 2026 leiden - voorgestelde maatregelen en richtingen die wij voor de Perspectiefnota 2026-2029 verder willen uitwerken 5.2.3.

Besparingen in 2025 door versneld inzetten maatregelen Door inzet van steunouders (een gastvrij thuis voor kinderen van ouders die een steuntje in de rug kunnen gebruiken), het zetten van een eerste stap richting voorliggend aanbod voor ondersteuning bij maatschappelijke deelname (OMD) en ondersteuning bij het zelfstandig leven (OZL) (begeleiding, 27

opvoedondersteuning en behandeling groepsgericht en vanuit de wijkaccommodaties in plaats van individueel en bij mensen thuis) en door middelen voor peuteropvang en voor onderzoek naar alternatieven voor maatwerk te herijken, kan in 2025 vanuit het sociaal domein een beperkte besparing worden gerealiseerd. In aanvulling hierop wordt voorgesteld twee maatregelen die oorspronkelijk voor 2026 beoogd waren, al deels in te laten gaan per 2025. Het betreft het strakker sturen op de toegang en indicatiestelling, door nadrukkelijk kaders mee te geven en af te schalen in zorgzwaarte door daar waar het kan er samen met de inwoner naar toe te werken de (maatwerk)ondersteuning na verloop van tijd af te bouwen en te vervangen door ondersteuning vanuit algemene voorzieningen en/of het eigen netwerk en zelfoplossend vermogen. Dat betekent wel dat hier nog in 2024 extra op ingezet moet worden. In totaliteit kan met het vervroegen van deze maatregelen uit het totale voorgestelde pakket van 8,7 miljoen euro, al in 2025 een besparing van circa 1,2 miljoen euro gerealiseerd. 5.2.4. Concrete maatregelen 2026 en verder De voorgestelde maatregelen sluiten aan bij de lijnen uit het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022 en Actieplan beleid sociaal domein. Nadrukkelijk is hierbij gekeken naar de mogelijkheden te besparen op de medebewindstaken, in lijn met het VNG-advies hierover.

Op hoofdlijnen vallen de voorgestelde maatregelen uiteen in maatregelen op de toegang en indicatiestelling, maatregelen gekoppeld aan de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Participatiewet, en maatregelen los van de maatwerkvoorzieningen. Bij de toegang en indicatiestelling gaat het over meer grip op en verstevigen van de toegang enerzijds en meer grip op de indicatiestelling anderzijds. Het betreft onder meer het maken van afspraken met externe verwijzers als huisartsen en gecertificeerde instellingen, het zelf uitvoeren van thuisbegeleiding, het werken conform normenkaders en strakker zijn in het afschalen van zorgzwaarte. Maatregelen gekoppeld aan de Jeugdwet hangen nauw samen met de Hervormingsagenda Jeugd. Ook hier is de beweging van maatwerk naar algemene voorzieningen zichtbaar, bijvoorbeeld in de vorm van de inzet van steunouders in plaats van ondersteuning op het gebied van zelfstandig leven (OZL) en het Tejo-huis, een inloopvoorziening voor jongeren met mentale vragen en problemen bemenst door vrijwillig werkende professionals, als laagdrempelig alternatief voor behandeling. Daarnaast gaat de gemeente vanuit de stevige lokale toegang zelf thuisbegeleiding bieden en worden begeleiding en opvoedondersteuning geboden vanuit de wijkaccommodaties.

Op onderdelen zijn de mogelijke besparingen op het gebied van Jeugdzorg niet nader te definiëren, omdat de effecten van de Hervormingsagenda Jeugd en de inkoop m.b.t. Jeugdzorg nog niet inzichtelijk zijn. Ook binnen de Wmo is de mogelijkheid van het aanbieden van begeleiding in de wijkaccommodaties in plaats van begeleiding bij de inwoner thuis of op het kantoor van de zorgaanbieder uitgewerkt, evenals het bieden van groepsgerichte begeleiding in plaats van individueel. Tevens zetten we zorgtechnologie in, denk aan apps gericht op activering van inwoners door gezamenlijke activiteiten in de buurt, robots voor dagstructurering en robotstofzuigers en scherpen we de kaders voor hulpmiddelen en vervoer aan. We verklaren bijvoorbeeld meer hulpmiddelen algemeen gebruikelijk, waardoor deze niet meer in aanmerking komen voor een vergoeding op grond van de Wmo. Denk bijvoorbeeld aan badplanken en (losse) douchestoelen. We zien nog een aantal mogelijkheden om inwoners vanuit de inkomensvoorziening, zoals de bijstand, aan werk te helpen, bijvoorbeeld door statushouders actiever naar werk te begeleiden en meer, vaker en structureler gebruik te maken van de praktijkroute naar werk voor jongeren.

28

Effecten op inwoners De voorgestelde veranderingen zijn na implementatie zeker merkbaar voor inwoners, doordat zij bijvoorbeeld geen maatwerkvoorziening krijgen maar gebruik kunnen maken van een (nieuwe) algemene voorziening, of doordat gedurende de ondersteuning nadrukkelijker wordt gekeken naar wat men weer (deels) zelf kan doen of wat kan worden afgeschaald. Tegelijkertijd passen deze veranderingen binnen de met het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022 en Actieplan beleid sociaal domein ingezette bewegingen op het gebied van normaliseren, inzet op preventie, effectieve en efficiënte maatwerkvoorzieningen en uitvoeringsorganisatie. We werken hierbij nadrukkelijker datagedreven, wat betekent dat we steeds nadrukkelijk zullen monitoren wat de effecten zijn en wat ook betekent dat we anders inzetten of met inzet stoppen als de opbrengsten hiervan niet zijn wat we verwachtten. 5.2.5. Uitwerking aanvullend besparingspotentieel 2026 en verder Naast bovengenoemde concrete uitwerkingen is een aantal maatregelen benoemd die verdere uitwerking vergen en naar verwachting tot aanvullende besparingen leiden. Denk aan het herijken van het subsidiebeleid richting impactgericht subsidiëren. Maar ook het onderzoeken van alternatieven voor aanbesteden en het met aanbieders onderzoeken van de mogelijkheden om hun overhead en huisvestingslasten te beperken.

De aanvullende opbrengsten van deze maatregelen worden richting de Perspectiefnota 2026-2029 verder uitgewerkt en gekwantificeerd. Zoals in hoofdstuk 3 en 4 al is aangegeven houden we ook rekening met het scenario dat het Rijk de korting in het gemeentefonds onvoldoende compenseert. We zullen in dat geval, om te komen tot een sluitende begroting c.q. de tekorten verder te verkleinen, genoodzaakt zijn om de drastische maatregelen uit de eerste verkenning en/of het scenario 1 toe te passen, zoals het instellen van budgetplafonds. Natuurlijk blijven we ook bij de uitwerking van aanvullend besparingspotentieel voortdurend reflecteren op ons handelen, op basis van eigen rapportages, regionale en (inter)nationale rapportages en onderzoeken en passen we dit waar nodig op nieuwe ontwikkelingen en inzichten aan of doen voorstellen hiertoe. Denk daarbij onder andere aan het eerder beschreven pleidooi van diverse onderzoekers om gezondheidsachterstanden niet als symptoom te bestrijden, maar te kiezen voor een benadering die de onderliggende kwaal van complexe ongelijkheid aanpakt.

29

5.3 Inkomstenverhogende maatregelen In deze paragraaf wordt de zoekrichting inkomstenverhogende maatregelen verder uitgewerkt. Naast het gemeentefonds en specifieke uitkeringen van het Rijk ontvangt de gemeente inkomsten uit lokale heffingen. Voor 2024 bedragen de begrote inkomsten uit lokale heffingen in totaal 53,5 miljoen euro. Het aandeel hierin van de verschillende heffingen wordt in onderstaande cirkeldiagram weergegeven.

Van alle lokale heffingen wordt 87% procent ontvangen uit de "grote drie": de onroerende zaakbelasting (48%, 25,9 miljoen euro), de afvalstoffenheffing (17%, 9,1 miljoen euro) en de rioolheffing (22%, 11,9 miljoen euro). Een relatief kleiner deel van de inkomsten wordt ontvangen uit de parkeerbelasting (4%, 1,9 miljoen euro), omgevingsvergunningen (3%, 1,6 miljoen euro) en leges publiekszaken (2%, 1,3 miljoen euro). Tot slot wordt de resterende inkomsten van 3% (1,8 miljoen euro) ontvangen uit de begraafrechten, toeristen- en reclamebelasting, de BIZ (Bedrijven Investeringszone) en havengelden en precariobelasting. Voor de verdere uitwerking van de zoekrichting inkomstenverhogende maatregelen is de focus gelegd op maatregelen die een substantiële structurele bijdrage kunnen leveren aan het dekken van het tekort vanaf 2026. Veel heffingen mogen wettelijk niet meer opbrengen dan zij kosten. Hierdoor kunnen de riool- en afvalstoffenheffing geen bijdrage leveren aan het dekken van het tekort omdat deze heffingen al 100% kostendekkend zijn. Ook voor een groot deel van de leges voor publiekszaken geldt dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn. Daarnaast geldt voor een aantal leges een wettelijk tarief. De tarieven voor parkeerbelasting zijn vergelijkbaar met die van de ons omliggende gemeenten die parkeerbelasting heffen.

Wij vinden het voor de aantrekkelijkheid van onze binnenstad niet wenselijk om deze tarieven te verhogen. De toeristen- en precariobelasting zijn bij de Perspectiefnota 2021 stapsgewijs substantieel verhoogt. Verdere verhoging van deze belastingen acht het college dan ook niet wenselijk. Uit voorgaande kan geconcludeerd worden dat de onroerende zaakbelasting de enige lokale heffing is die een substantiële bijdrage kan leveren aan het negatieve begrotingssaldo. Dit zal hierna verder worden uitgewerkt.

30

Op basis van de Begroting 2024 is in het huidig meerjarenperspectief rekening gehouden met de areaaluitbreiding voor woningen conform de in de raad vastgestelde woningbouwplanning 2021-2030 (RAAD7515). Er is geen aanleiding om deze prognose bij te stellen. Voor niet-woningen is een inventarisatie gemaakt naar beschikbare kavels die nog bebouwd zullen worden. Dit levert een verwachte extra OZB-inkomst op die oploopt van 1,05 miljoen euro in 2025 naar structureel 2,6 miljoen euro vanaf 2026. In het huidig meerjarenperspectief (Begroting 2024) is een jaarlijkse verhoging van de OZB met 2% verwerkt. Op basis van de geactualiseerde areaaluitbreiding is berekend wat een stapsgewijze extra verhoging van de OZB in 4 jaar, met 2,5% per jaar zal opbrengen. Extra verhoging OZB

2025

2026

2027

2028

Procentueel

2,5%

5,0%

7,5%

10,0%

In euro's

-693

-1.495

-2.360

-3.312

Bedragen x 1.000 euro Effecten op inwoners In onderstaande tabel is aangegeven wat het effect van de extra verhoging van de OZB is voor een eigenaar van een woning met een gemiddelde WOZ-waarde en voor een eigenaar van een woning met een twee keer gemiddelde WOZ-waarde. Gemiddelde WOZ (2023: 272.000 euro) 2025

2026

2027

2028

Begroting 2024 (2% per jaar)

335

342

349

356

Extra verhoging maatregel

343

352

361

370

8

10

12

14

2025

2026

2027

2028

Begroting 2024 (2% per jaar)

670

684

698

712

Extra verhoging maatregel

686

704

722

740

Mutatie

16

20

24

28

Mutatie 2x Gemiddelde WOZ (2023: 544.000 euro)

31

5.4 Overige en aanvullende maatregelen Overige zoekrichtingen • • • • •

Onderhoud en beheer openbare ruimte Versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport Versoberen (publieke) dienstverlening Bijdrage verbonden partijen Onderwijshuisvesting

De bovengenoemde zoekrichtingen zijn nader onderzocht op basis van een benchmark met referentiegemeenten (Benchmark overige zoekrichtingen, INT-91805). Daarnaast zijn de gemeentelijke lasten gespiegeld aan het gemeentefonds (Begroting gespiegeld aan gemeentefonds, INT-91804). In deze onderzoeken wordt een beeld gegeven in welke richting(en) eventuele besparingsmogelijkheden gezocht kunnen worden. De onderzoeken presenteren dus geen concrete besparingsmaatregelen, maar geven een nadere richting aan. Daarbij dient tevens de kanttekening gemaakt te worden dat de onderzoeken geen waardeoordeel vellen. Dat de gemeente Almelo op bepaalde beleidsterreinen meer uitgeeft dan andere gemeenten kan zeer verklaarbaar zijn (politieke keuzes, omstandigheden, etc.). Op basis van de onderzoeksresultaten wil het college de volgende drie onderdelen uit de onderzoeken nader uitwerken: • Onderhoud en beheer wegen • Openbaar groen • Bijdrage van verbonden partijen Hierna wordt per zoekrichting een toelichting op de onderzoeksresultaten gegeven. Onderhoud en beheer openbare ruimte Ten opzichte van de referentiegemeenten geeft Almelo meer uit aan beheer en onderhoud van wegen. Deels kan dit verklaard worden uit het gegeven dat de gemeente een groot areaal verhardingen in beheer heeft (20% meer dan bij referentiegemeenten). Bovendien is in Almelo een groter deel hiervan asfalt.

In onderhoud is asfalt bij een gelijke intensiteit 2 à 3 keer zo duur als elementverharding. Het college wil nader onderzoeken in hoeverre binnen het onderhoud en beheer van wegen besparingsmogelijkheden zijn. Versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport Het onderzoek geeft voldoende aanleiding om een nadere analyse te doen op de wijze waarop de gemeente haar openbaar groen beheert. Het recreatieschap welke wordt uitgevoerd door de verbonden partij Recreatieschap Twente, zal onderdeel uitmaken van deze analyse. De onderzoeksresultaten bieden onvoldoende aanleiding om een verdere analyse uit te voeren op de onderdelen cultuur en sport. Versoberen (publieke) dienstverlening Voor de publieke dienstverlening geven we nagenoeg hetzelfde uit als de referentiegemeenten. Wij zien daarom onvoldoende aanleiding om hierop nader onderzoek op besparingen te doen. Bijdrage verbonden partijen Ten aanzien van verbonden partijen willen we het beheer en onderhoud van de recreatieve voorzieningen door het Recreatieschap Twente nader onderzoeken. Dit wordt betrokken bij de nadere uitwerking van de zoekrichting "versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport".

32

Daarnaast willen wij in samenwerking met de andere Twentse gemeenten, het gesprek aan gaan met de Gemeenschappelijke Regelingen om de lastenontwikkeling binnen de GR-en meer in lijn te krijgen met de financiële ontwikkeling van gemeenten vanaf 2026. Onderwijshuisvesting De onderzoeksrapporten laten zien dat de gemeente Almelo fors minder uitgeeft aan onderwijshuisvesting dan referentiegemeenten en fors minder dan waarmee het Rijk rekening houdt in het gemeentefonds. Dit komt tot uitdrukking in schoolgebouwen, met name in het primair onderwijs, die sterk zijn verouderd. Wij vinden het dan ook onwenselijk om op onderwijshuisvesting te besparen. Wij willen juist hierop investeren zodat scholen voldoende gefaciliteerd worden om onze toekomst, de jeugd, het onderwijs te geven dat ze nodig hebben. In het voorjaar zal het Integrale Huisvestingsplan (IHP) 2025-2028 ter vaststelling aan uw Raad worden voorgelegd. De bijbehorende kapitaallasten zullen naar verwachting in het huidig perspectief binnen de beschikbare middelen kunnen worden gedekt. Vanaf 2029 zal aanvullende middelen benodigd zijn van ruim 300.000 euro. Aanvullende maatregelen Om de jaarschijf 2025 structureel sluitend te hebben zijn een aantal aanvullende maatregelen opgenomen.

Onttrekking algemene reserve In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen hebben de VNG, provincies en het Rijk afgesproken dat gemeenten onder bepaalde voorwaarden een deel van de algemene reserve (incidentele middelen) mogen inzetten ter dekking van structurele lasten. De maatregel is geen oplossing voor structurele tekorten, maar geeft gemeenten meer tijd om structurele knelpunten op te lossen. Of en in hoeverre we deze maatregel daadwerkelijk inzetten wordt in overleg met de Provincie bij de Begroting 2025 betrokken. Het tekort wordt voor een groot deel veroorzaakt door stijgende kosten in het sociaal domein. Om negatieve financiële effecten in het sociaal domein op te kunnen vangen is in het verleden de reserve sociaal domein ingesteld. Indien er vanuit de hiervoor genoemde maatregel een onttrekking uit de algemene reserve zal worden gedaan, zal daarom de algemene reserve voor het gelijke bedrag worden aangevuld vanuit de reserve sociaal domein. Organisatie In hoofdstuk 3 hebben we geschetst dat we een investering in de organisatie mogelijk achten. De achtergrond daarvan is dat we als organisatie staan voor grote opgaven en tegelijk een bijdrage willen leveren aan het verkleinen van het tekort. We werken een plan uit waar beide elementen in naar voren komen.

Het rendement van de investering van incidentele middelen is een stapsgewijze netto structurele besparing op de organisatie van 500.000 euro per jaar gedurende drie jaar, waardoor er vanaf 2028 een structurele netto besparing gerealiseerd wordt van 1,5 miljoen euro. Overig uit te werken maatregelen Begroting 2025 Voor de Begroting 2025 willen wij concrete aanvullende voorstellen doen om een structureel sluitende jaarschijf 2025 te realiseren. Zo willen wij richting de Begroting 2025 de indexatie van subsidies tegen het licht houden. In de voorjaarsnota heeft het kabinet aangegeven dat ze het aantal specifieke uitkeringen (SPUK's) wil verminderen door een aantal SPUK's op te nemen in het gemeentefonds. Het kabinet handelt hier vanuit het principe dat financiële middelen vanuit het Rijk aan medeoverheden bij voorkeur bestedingsvrij en zonder oormerk ter beschikking gesteld worden. De activiteiten en bijbehorende budgetten die gekoppeld zijn aan de desbetreffende SPUK's willen wij heroverwegen, zodat een integrale afweging plaats kan vinden over de inzet van deze middelen. Op dit moment is onduidelijk wanneer bekend wordt welke SPUK's het betreft. Het is dus ook niet zeker in hoeverre dit al bij de Begroting 2025 betrokken kan worden.

33

Daarnaast is er nog een aantal andere maatregelen die wij richting de Begroting 2025 willen onderzoeken, zoals het temporiseren van geplande investeringen en het herijken van een aantal werkbudgetten.

34

6. Bijlagen 6.1 Stand van zaken moties Omschrijving motie Groen is niet geel Inzicht in de praktijk van inbreiding Evaluatie Sluitingstijden Horeca Binnenstad

Datum raadsvergadering 23-04-2024 23-04-2024 26-03-2024

Motie één cultureel centrum

27-02-2024

Zicht op de inzet en resultaten van tijdelijke financiële middelen

09-11-2023

Trimparcours Pooksbelten

09-11-2023

Verbetering van Fietsenstallingen in Almelo

09-11-2023

Intensiveren van stimulans 'vergroenen' van wijken

09-11-2023

Kabelgoottegel

09-11-2023

Integrale visie op groen in Almelo

09-11-2023

Statiegeld hoort niet in de prullenbak Toegankelijkheid binnenstad voor mensen met een functionele beperking

09-11-2023 13-07-2023

Stand van zaken Deze motie is recent aangenomen. Deze motie is recent aangenomen. Deze motie is recent aangenomen en vraagt om een evaluatie over een jaar of eerder indien noodzakelijk. Deze motie wordt meegenomen bij de op te stellen cultuur/erfgoedvisie. De eerste rapportage omtrent besteding van de tijdelijke middelen verschijnt voorafgaand aan behandeling van de perspectiefnota. Dit betreft een eerste opzet. Het tweede rapportagemoment per jaar zal benut worden voor een meer kwalitatieve en verdiepende rapportage over één of enkele van de onderdelen waarvoor de middelen ingezet zijn. De raad kan input leveren welke thema’s dit moet betreffen. Er wordt op dit moment gewerkt aan een programma van eisen en aan een planning om tot realisatie te komen. Op dit moment wordt een breed onderzoek uitgevoerd naar (tijdelijke) fietsenstallingen. Dit onderzoek richt zich op verschillende aspecten van het fietsparkeren. Het onderzoek resulteert in adviezen en een businesscase voor (tijdelijke) fietsparkeervoorzieningen in de stad. We verwachten besluitvorming in het najaar van 2024. De gemeente plaatst regelmatig informatie op de duurzaamheidspagina, stimuleert bewoners via de Groene Loper en persoonlijk contact. Daarnaast besteden we via social media regelmatig aandacht aan groene initiatieven en mogelijkheden, zoals de tuincoaches.

Recent is de website uitgebreid met teksten over biodiversiteit. Voor de zomer komt een raadsbrief met meer informatie. Voor de zomer zal het college een besluit nemen over wijziging van de beleidsregels. De integrale visie op groen is een bouwsteen voor de nieuw vast te stellen Omgevingsvisie. Besluitvorming door het college over de visie op groen wordt verwacht voor de zomer van 2024. De pilot is gestart en deze loopt t/m begin 2025. De motie is in uitvoering, bij de werkzaamheden aan de Grotestraat Noord hebben we al zoveel mogelijk rekening gehouden met de

35

Omschrijving motie

Datum raadsvergadering

Kangoeroewoningen

13-07-2023

Hofkeshuis

13-07-2023

Geen geld, geen Zwitsers

13-07-2023

Uitwerking aanbevelingen en vaststellen tijdspad voor de nieuwe samenwerkingsnota Evaluatie bomenbeleid Almelo

27-06-2023

Schone Lucht Akkoord

10-11-2022

Een groen en innovatief bedrijventerrein

1-11-2022

Kadernota XL Businesspark 2

1-11-2022

Stand van zaken bereikbaarheid voor mensen met een functionele beperking. Binnenkort informeren wij u over hoe we dit vorm gaan geven bij andere werkzaamheden in de stad. Er is onderzocht hoe in België vorm wordt gegeven aan kangoeroewoningen. De Belgische situatie laat zich niet één op één vergelijken met de Nederlandse. Er wordt op dit moment gewerkt aan een actualisatie van de ruimtelijke beleidsregels. Waar mogelijk worden kangoeroewoningen daarbij betrokken. De motie is in uitvoering. We haken hier nadrukkelijk aan bij de lijn van de VNG. Waarin stevig actie ondernomen wordt richting het Rijk, teneinde een gezonde balans te hebben tussen de taken die de gemeente behoort uit te voeren en de financiering hiervan. De motie is in uitvoering.

10-11-2022

Op 13 september 2023 heeft een beeldvormend beraad plaatsgevonden over de evaluatie van het bomenbeleid. De evaluatie en het nieuwe beleid worden zo spoedig mogelijk vastgesteld. We zetten in op ondertekening van het akkoord, waarbij we de impact op de organisatie klein houden. De Omgevingsdienst Twente (ODT) heeft opdracht van de gemeente om een afweging op te stellen met daarin benoemd welke consequenties er aan het ondertekenen van het akkoord vastzitten. De verwachte einddatum zal richting het najaar 2024 moeten worden bijgesteld. XL Businesspark 2 zal worden ontwikkeld als groen, innovatief en duurzaam, regionaal bedrijventerrein voor grootschalige bedrijven uit Twente met een ruimtebehoefte van minimaal 3 hectare. Op het bedrijventerrein zullen vooral high tech maakbedrijven een plek kunnen vinden. Door in te zetten op het certificaat BREEAM excellent wordt een niveau van duurzaamheid bereikt dat ver boven de wettelijke verplichtingen ligt. Op basis van de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de kadernota wordt gewerkt aan de voorbereiding van het omgevingsplan. De milieueffectrapportage en het grondexploitatieplan (nu: kostenverhaal) zijn integraal onderdeel van het omgevingsplan, en vragen geen apart besluit. Het omgevingsplan wordt naar verwachting in oktober ter inzage gelegd en kan begin 2025 door de raad worden vastgesteld.

36

Omschrijving motie Integriteitsonderzoek Twence

Beter en breder tarievenbeleid nieuw zwembad

Datum raadsvergadering 21-12-2021

26-5-2021

37

Stand van zaken Het college heeft besloten de uitvoering van de motie vooralsnog aan te houden zolang de extern geleide bemiddelingspoging (waar de poging tot aandelenverkoop onderdeel van is) nog loopt. Na afloop van het bemiddelingstraject zal opnieuw worden bezien of de motie in uitvoering kan worden gebracht. De motie wordt uitgevoerd op het moment dat er zicht is op de voltooiing en exploitatie van het nieuwe zwembad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=9789e4a0-af17-403b-abdd-60cfaadeb422