CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Perspectiefnota 2025-2028- bijlage 1 - Perspectiefnota 2025-2028

Raad 11 juli 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Perspectiefnota 2025-202814.008 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Perspectiefnota Gemeente Almelo 2025-2028

INTERN - 91910

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................ 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 2. Bestuurlijke samenvatting ................................................................................................................................... 5 3. Aantrekkelijke stad .............................................................................................................................................. 7 4. Financieel meerjarenperspectief ...................................................................................................................... 14 4.1 Samenvatting .............................................................................................................................................. 14 4.2 Ontwikkeling financieel meerjarenperspectief en meerjarenraming 2025-2028 ...................................... 14 4.3 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief ................................................................................................

18 4.4 Uitgangspunten programmabegroting ....................................................................................................... 20 5. Robuuste financiële positie ............................................................................................................................... 22 5.1 Financieel overzicht maatregelen ............................................................................................................... 22 5.2 Sociaal domein ............................................................................................................................................ 23 5.3 Inkomstenverhogende maatregelen .......................................................................................................... 30 5.4 Overige en aanvullende maatregelen ......................................................................................................... 32 6. Bijlagen .............................................................................................................................................................. 35 6.1 Stand van zaken moties .............................................................................................................................. 35

2

1. Inleiding De Perspectiefnota 2025-2028 die voor u ligt, bevat de inhoudelijke en financiële uitgangspunten voor de begroting van 2025 en de periode daarna. We bouwen samen verder aan een aantrekkelijke, toekomstbestendige stad waar onze inwoners prettig wonen en verblijven, waar onze ondernemers voldoende mogelijkheden krijgen en waar bezoekers graag naar toe komen. Dit doen we met verantwoorde investeringen waarmee we onze stad sterker maken en onze inwoners perspectief bieden. We investeren in een aantrekkelijke stad met goede woonmilieus, voorzieningen en ontwikkelkansen voor iedereen. De programma’s en het plan Leefbare Wijken en dorpen zijn een uitwerking van deze bestuurlijke doelen en dragen bij aan een stad in balans. Deze perspectiefnota bouwt voort op de lijn die bij de Perspectiefnota 20242027 is uitgezet. Hierin ligt de focus enerzijds op een aantrekkelijke stad en anderzijds op de uitwerking van besparingsmogelijkheden binnen een achttal zoekrichtingen. De in de Perspectiefnota 2024-2027 opgenomen programmaplannen met hun visie en doelen worden op dit moment ongewijzigd uitgevoerd. De activiteiten voor 2025 worden betrokken bij de Programmabegroting 2025. Het financieel meerjarenperspectief De Perspectiefnota 2024-2027 van vorig jaar liet zien dat er de komende jaren financiële uitdagingen zijn.

Met het vaststellen van die perspectiefnota heeft uw raad het college opdracht gegeven om een maatregelenpakket van 12,5 miljoen euro voor te bereiden en daarbij uit te gaan van de volgende zoekrichtingen: • • • • • • • •

Sociaal domein (n.a.v. brede evaluatie sociaal domein) Onderhoud en beheer openbare ruimte Versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport Versoberen (publieke) dienstverlening Besparingen op het gebied van welzijn en preventie Bijdrage van verbonden partijen Onderwijshuisvesting Inkomstenverhogende maatregelen

Bij de totstandkoming van de Programmabegroting 2024 bleek een maatregelenpakket van 12,5 miljoen euro onvoldoende. In de aanbiedingsbrief bij de Programmabegroting 2024 was daarom een eerste uitwerking van de zoekrichtingen gepresenteerd, waarin is gekeken naar een besparingspotentieel met een omvang van 30 miljoen euro. In de raadsbrief (RAAD-7885) is aangegeven dat we ons met maatregelen vooral richten op het verhogen van inkomsten en op besparingen in het sociaal domein. Naar aanleiding hiervan zijn de inkomstenverhogende maatregelen verder uitgewerkt en zijn verschillende onderzoeken gedaan. Zo is er een brede evaluatie in het kader van de zoekrichting sociaal domein uitgevoerd (INT-91840) en is een benchmark uitgevoerd voor de overige zoekrichtingen (onderhoud en beheer openbare ruimte, versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport, versoberen (publieke) dienstverlening, bijdrage aan verbonden partijen en onderwijshuisvesting) vergeleken met referentiegemeenten. Daarnaast zijn de gemeentelijke lasten gespiegeld aan het gemeentefonds. Uit de actualisatie van het meerjarenperspectief is gebleken dat bij ongewijzigd beleid het tekort al vanaf 2025 ontstaat en dat het tekort vanaf 2026 verder oploopt dan bij de Programmabegroting 2024 werd verwacht.

In deze Perspectiefnota 2025-2028 worden verschillende maatregelen gepresenteerd om het tekort terug te dringen en ook de jaarschijf 2025 financieel sluitend te krijgen. Voor de overige jaarschijven is de begroting niet sluitend. Met het presenteren van het tekort kiezen we ervoor om het VNG advies te volgen (Het VNG advies luidt in het kort: maak het tekort inzichtelijk, bereid passende bezuinigingen voor, maar voer deze nog niet door). De slotsom is dat de Perspectiefnota 2025-2028 voor de komende jaren een grote financiële uitdaging laat zien.

3

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de bestuurlijke samenvatting opgenomen. In hoofdstuk 3 leest u meer over de aantrekkelijkheid van Almelo én over de pittige uitdagingen. In hoofdstuk 4 is het financieel meerjarenperspectief opgenomen en hoofdstuk 5 gaat over een robuuste financiële positie. Tot slot, in hoofdstuk 6 vindt u de bijlagen van deze perspectiefnota.

4

2. Bestuurlijke samenvatting De komende jaren staan we samen met veel andere Nederlandse gemeenten voor grote financiële opgaven door bezuinigingen vanuit het Rijk. De harde realiteit is dat, met de voorgestelde kaders vanuit het Rijk (o.a. drie miljard euro bezuinigingen op het Gemeentefonds) het voor veel gemeenten onmogelijk is om een sluitend meerjarenperspectief te presenteren. Hierdoor wordt het voor gemeenten moeilijk om te blijven investeren. Als college maken wij ons zorgen over het voorzieningenniveau voor onze inwoners. Als gemeente staan wij dicht bij hen en zien wij hoe de bezuinigingen van het Rijk hen raken: in voorzieningen, in wachtlijsten in de zorg en in hogere gemeentelijke belastingen. Uw raad heeft uitgesproken de stad in balans te willen brengen door te investeren in een aantrekkelijke stad met een goed woonmilieu, voorzieningen en ontwikkelkansen voor iedereen. We kiezen er bewust voor om ook de komende financieel magere jaren deze koers vast te houden, zodat we blijven bouwen aan een stad met kansen voor iedereen. De actualiteit Almelo ontwikkelt zich positief en er is veel waarover we tevreden zijn. Te denken valt aan de Regionale Stedelijke Investeringsagenda (Hengelo, Enschede en de provincie Overijssel) waarbij we in Almelo onder andere inzetten op de ontwikkeling van de Spoorzone, XL Businesspark 2 en Aalanderveld.

Maar ook de grote bijdrage die Almelo levert aan de Twentse banengroei, de invoering van de rijke schooldag, de stappen die we hebben gezet in de bestrijding van eenzaamheid, Streettriage en de start van een collectieve verduurzamingsaanpak van woningen via de Renovatiedeal. We moeten blijven werken aan een gecombineerd perspectief: kansen verzilveren en blijven investeren in onze stad en inwoners. We behoren landelijk tot de stijgers op woonaantrekkelijkheid, maar er is ook sprake van hardnekkige achterstanden waarvoor een gezamenlijke langjarige aanpak met het Rijk en woningbouwcorporaties nodig is. Investeren in het in balans brengen van de stad blijft dan ook van belang. Begrotingsadvies VNG Gemeenten staan aan de lat voor veel wettelijke taken. Daarbij past ook een financiële verhouding die in balans is. Al vele jaren is deze balans zoek. De mogelijkheid tot sturen op sommige wettelijke taken, zoals Jeugdzorg en Wmo, is voor gemeenten zeer beperkt, terwijl de kosten wel bij die gemeenten landen. Voor de jaren 2025-2028 adviseert de VNG, in relatie tot het ravijnjaar 2026, bezuinigingen voor te bereiden. Financiële en inhoudelijke gevolgen moeten daarbij zo scherp mogelijk worden gepresenteerd. De VNG adviseert deze bezuinigingen nog niet in gang te zetten, mocht het Rijk ons toch financieel tegemoetkomen.

De VNG adviseert bezuinigingen te focussen op taken die in medebewind worden uitgevoerd (dat wil zeggen uitvoering van regelingen van een hogere overheid). Het VNG advies focust zich specifiek op het tekort dat ontstaat door de korting van het Rijk op het accres en gemeentefonds. Financieel meerjarenperspectief Bij de actualisatie van het financieel meerjarenperspectief is gebleken dat bij ongewijzigd beleid, de financiële positie al eerder verslechterd dan was voorzien en er al vanaf 2025 een tekort ontstaat, welke meerjarig verder oploopt dan bij de Begroting 2024 werd verwacht. Dat betekent dat we maatregelen moeten vervroegen. De verslechtering in 2025 heeft met name een autonoom karakter en wordt vooral verklaard door een stijging in de lasten voor Wmo en Jeugdzorg. Uitwerking zoekrichtingen Financieel tekort al in 2025 Om de jaarschijf 2025 sluitend te krijgen stelt het college voor enkele maatregelen - vanuit de in de inleiding benoemde acht zoekrichtingen - in de tijd naar voren te halen en daarnaast aanvullende maatregelen te treffen. Deze maatregelen worden hieronder kort weergegeven en zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 5. In de raadsbrief bij de Programmabegroting 2024 (RAAD-7885) kondigden we aan te koersen op besparingen in het sociaal domein en maatregelen ter verhoging van de inkomsten.

5

Zoekrichting sociaal domein In deze perspectiefnota stellen wij voor om de volgende maatregelen (vervroegd) in te voeren in 2025: de inzet van steunouders (vrijwilligers die ondersteuning bieden aan kinderen en ouders die door omstandigheden een helpende hand kunnen gebruiken), het zetten van een volgende stap richting voorliggend aanbod voor ondersteuning bij maatschappelijke deelname en ondersteuning bij het zelfstandig leven vanuit de wijkaccommodaties de middelen voor 'peuteropvang' en de middelen voor 'onderzoek naar alternatieven voor maatwerk' te herijken, het strakker sturen op de toegang en indicatiestelling, afschalen in zorgzwaarte. Aanvullende maatregelen voor 2025 Naast de zoekrichtingen stellen wij voor om de volgende aanvullende maatregelen te treffen om jaarschijf 2025 structureel sluitend te krijgen: een onttrekking vanuit de algemene reserve en aanzuivering vanuit de reserve sociaal domein van 4,4 miljoen euro. Uit de algemene reserve mag een bedrag worden onttrokken ter dekking van de structurele lasten. Bij de Begroting 2025 wordt een aantal andere maatregelen uitgewerkt. Hierbij valt te denken aan het actualiseren en temporiseren van geplande investeringen en het herijken van een aantal werkbudgetten. Ook zal de indexatie van subsidies tegen het licht worden gehouden.

Financieel tekort vanaf 2026 groter Om de zorg toekomstbestendig te krijgen worden in deze perspectiefnota ook maatregelen voorgesteld die vanaf 2026 financieel effect hebben. Op hoofdlijnen onderzoeken we daarvoor maatregelen rondom de toegang en indicatiestelling, maatregelen gekoppeld aan de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Participatiewet en maatregelen los van de maatwerkvoorzieningen. De onroerend zaakbelasting is de enige gemeentelijke heffing die een substantiële bijdrage kan leveren ter compensatie van het negatieve begrotingssaldo. In deze perspectiefnota stellen wij een stapsgewijze extra verhoging van de OZB voor vanaf 2025 (in 4 jaar, 2,5% per jaar). Op basis van de resultaten van een benchmarkonderzoek werken we tot slot de volgende zoekrichtingen nog verder uit: besparingen op onderhoud en beheer van wegen, het beheer van openbaar groen en de bijdrage verbonden partijen. In de Begroting 2025 zal hierover meer helder zijn. De te verwachten financiële besparingen die deze zoekrichtingen opleveren zijn beperkt. In deze perspectiefnota willen wij voorstellen om in samenwerking met de andere Twentse gemeenten het gesprek aan te gaan met onze Gemeenschappelijke Regelingen om de lastenontwikkeling binnen de GR-en meer in lijn te krijgen met de financiële ontwikkeling van deelnemende gemeenten vanaf 2026.

Voor onze organisatie wordt voor de jaren 2026 en verder een plan uitgewerkt waarin we tegelijk een investering doen in de organisatie en via efficiëntie-voordelen het financiële tekort willen verkleinen. Resumé De financiële situatie van de gemeente Almelo verslechtert sneller en meer dan verwacht. Daardoor moeten wij eerder en meer bezuinigen. De tekorten lopen sneller op dan wij als gemeente kunnen bezuinigen. De jaarschijf 2025 is - met moeite - sluitend gemaakt en voor de vervolgjaren is het tekort zichtbaar (conform het VNG-advies). Het college kiest ervoor koers te houden: te blijven inzetten op investeringen in een aantrekkelijke, toekomstbestendige stad. We willen blijven bouwen aan een stad met kansen voor iedereen. Als het Rijk ons niet voldoende middelen geeft om onze taken uit te kunnen voeren zijn wij genoodzaakt om hier consequenties aan te verbinden. Bijvoorbeeld door te stoppen met het uitvoeren van medebewindstaken, het instellen van budgetplafonds op open einde-regelingen en het teruggeven van taken aan het Rijk.

6

3. Aantrekkelijke stad Perspectiefnota in een tegenstrijdige context Deze perspectiefnota weerspiegelt niet alleen de situatie in Almelo maar bij nagenoeg alle Nederlandse gemeenten. Enerzijds ontwikkelt Almelo (én Nederland) zich op positieve wijze en is er veel waarover wij tevreden zijn. Ook is er tegelijkertijd voldoende om bezorgd over te zijn vanwege de grote uitdagingen, die consequenties hebben voor inwoners van Almelo, voor ondernemers en maatschappelijke organisaties en voor het gemeentebestuur mede vanwege de bezuinigingen vanuit het Rijk. Voor het grijpen van kansen en voor het blijven investeren ligt ook een rol voor de Rijksoverheid, zoals blijkt uit het recente rapport 'Accentueer het verschil' dat verscheen als verdieping op het rapport 'Elke regio telt'. In het rapport staat: "Zonder langdurige Rijksbetrokkenheid is het voor deze regio's moeilijk om – op eigen kracht – de structurele stapeling van achterstanden weg te werken" In deze perspectiefnota herkent u de noodzaak voor een gecombineerd perspectief. In dit deel van de perspectiefnota gaan wij in op de positieve ontwikkelingen maar geven wij ook inzicht in de uitdagingen die hardnekkig van aard zijn. Positieve ontwikkelingen, Almelo in de lift In de afgelopen jaren hebben wij ingezet op het vergroten van de aantrekkelijkheid van onze stad en hebben we gewerkt aan een stad in balans.

Onder andere op het gebied van zorg en welzijn, duurzaamheid, economie en werk en stedelijke ontwikkeling zien we duidelijke resultaten van deze inzet. Twente in de Contourennotitie Nota Ruimte Enschede, Hengelo en Almelo hebben samen met de provincie Overijssel de Regionale Stedelijke Investeringsagenda (RSIA) opgesteld. De agenda kijkt vooruit met een tijdshorizon tot 2030 en tot 2050. Vanuit samenhangende opgaven werken de drie Twentse steden samen, vullen elkaar aan en dragen daarmee voor een belangrijk deel bij aan de groene technologische topregio die Twente is. Realisatie van deze ambities vraagt een investering (van markt en overheden) van circa 22 miljard euro. Over de wijze waarop deze agenda moet worden gerealiseerd en de benodigde investeringen zijn we in gesprek met het Rijk. De RSIA maakt deel uit van het provinciale bod voor de nieuwe Nota Ruimte. Dit bod is zó goed door het Rijk ontvangen dat Twente in de Contourennotitie voor de Nota Ruimte is opgenomen als een regio met een potentie voor een schaalsprong. Het Rijk heeft oog voor de kracht van onze regio. Met de RSIA kan Twente een bijdrage leveren aan de nationale opgaven van onder andere wonen, landbouw en natuur, mobiliteit en werkgelegenheid. Almelo doet dat met onder meer de Spoorzone, Businesspark XL2 en Almelo Noord.

Naast de economische kracht zet de regio zich ook in op het behouden en versterken van een levendige woon- en leefomgeving met voldoende dynamiek en reuring, aantrekkelijk voor nieuw talent en bedrijven. Dat vraagt om andere woon- en werkmilieus en nieuwe stedelijkheid met oog voor mobiliteit, klimaat en economie. Om de verstedelijkingsstrategie nog meer integraal te maken zorgt de RSIA ook voor een impuls aan het voorzieningenniveau op het gebied van leefbaarheid en werkgelegenheid. Werkgelegenheid sterk toegenomen: bijna 9.000 banen in Twente erbij in 2023 Vorig jaar is de werkgelegenheid in Twente met 2,6 procent gestegen. In 2022 was dat 3,1 procent. In 2023 telde Twente 346.510 banen, dat waren er 8.930 meer dan in 2022. Het aantal vestigingen is ook toegenomen en bedraagt 64.500, dat is 3.340 (+5,5 procent) meer dan een jaar eerder. Sinds 2014 – het jaar dat de economie zich voorzichtig kantelde van crisis naar herstel – heeft de Twentse economie elk jaar een banengroei gerealiseerd. Van de 15,7 procent banengroei zijn vier op de tien banen de laatste twee jaar ontstaan.

7

Ten opzichte van 2022 is het aantal banen in alle veertien gemeenten in Twente gestegen. Veruit de grootste absolute groei heeft plaatsgevonden in Enschede (+2.700 banen), gevolgd door Almelo (+1.690 banen). Over een periode van tien jaar bezien hebben beide gemeenten ook de grootste bijdrage in de regionale banengroei. Uit de onderstaande diagram is ook af te lezen dat in met name Almelo, Enschede en Hengelo de procentuele groei van vestigingen de procentuele groei van banen overtreft. Procentuele ontwikkeling aantal banen en vestigingen, Twentse gemeenten (2022-2023)

bron: KennispuntTwente_WerkgelegenheidTwente_2014_2023.pdf

Werken aan weerbaarheid, veerkracht en kansengelijkheid Binnen het sociaal domein wordt vanuit de programma's Zorg en veiligheid en Sociaal en Vitaal toegewerkt naar een doorlopende lijn van preventie tot nazorg op dezelfde thema’s: weerbare en veerkrachtige inwoners en het vergroten van de kansengelijkheid voor onze jongeren. Inzetten op kansengelijkheid gebeurt in Almelo onder andere door binnen het project Rijke Schooldag samen met het onderwijs en diverse andere partners in te zetten op een bredere dan alleen cognitieve ontwikkeling van jongeren. Het Rijk zet hier sterk op in met de regeling School en Omgeving, van waaruit we leerlingen in staat stellen om zich verder te ontwikkelen op het gebied van cultuur, oriëntatie op jezelf en de wereld, sport en sociale vaardigheden. Zo'n 350 jongeren namen in 2022 en 2023 deel.

8

In brede zin zetten we voor het versterken van weerbaarheid, veerkracht en kansengelijkheid bovendien sterk in op preventie op het gebied van gezondheid, zowel fysiek als mentaal, en vitaliteit. Denk aan de inzet van de Leefstijlmakelaar maar ook aan de acties op het gebied van eenzaamheidsbestrijding. Komende jaren zetten we bovendien onder projectleiding vanuit Twentse Koers, gefinancierd uit het Integraal Zorg Akkoord (IZA), in op het ontwikkelen van een ecosysteem mentale gezondheid in Almelo. Hiermee worden inwoners van Almelo beter, anders en eerder geholpen als ze psychisch vastlopen. Lopen inwoners desondanks dusdanig vast dat er sprake is van onbegrepen gedrag, dan helpt de mede vanuit Almelo ontwikkelde werkwijze Streettriage bij het voorkomen van escalatie en het (sneller) inzetten van de passende interventie(s). Renovatiedeal voor 7.000 huur- en koopwoningen in de drie Twentse steden Almelo, Hengelo en Enschede pakken versneld energiearmoede aan. Samen met zes woningbouwcorporaties en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties hebben we de ‘Renovatiedeal Twente’ getekend. In de drie Twentse steden kampen in totaal 14.000 inwoners met energiearmoede door slecht geïsoleerde woningen. Met de Renovatiedeal worden 7.000 huur- én koopwoningen verduurzaamd.

De Renovatiedeal sluit naadloos aan op het recente rapport 'Accentueer het Verschil' waarbij de aanpak van energiearmoede wordt gezien als één van de manieren om achterstanden in regio’s weg te werken. De komende twee jaar start in elk van de drie gemeenten een pilot van de Renovatiedeal, waarna verdere opschaling volgt. In Almelo start de pilot, voor sociale huur- en particuliere woningen, samen met Beter Wonen in de Aalderinkshoek. Het door ons ontwikkelde ontzorg-aanbod voor eigenaar-bewoners met een smalle beurs zetten wij in deze pilot in om een collectieve verduurzamingsaanpak vorm te geven. Woningeigenaren met een smalle beurs ervaren belemmeringen om hun woning te verduurzamen De bouwadviseur biedt woningeigenaren met een smalle beurs een praktisch handelingsperspectief. De bouwadviseur helpt met het opstellen van een verduurzamingsplan, met zoeken naar leningen/subsidies en ondersteunt bij het opvragen en beoordelen van offertes. Een duurzame woning moet voor alle inwoners binnen handbereik komen. Dat is goed voor het klimaat, voorkomt een hoge energierekening, verbetert het binnenklimaat en verkleint de afhankelijkheid van aardgas. Verduurzaming - en aardgasvrij maken - van de bestaande woningvoorraad, zowel particulier als (sociale) huur, vraagt een flinke investering.

Extra subsidieaanvraag ingediend voor circa 1.600 woningen Almelo en Enschede hebben ook de zogenaamde MEER-aanvraag ingediend. MEER staat voor Meerjarige Experimenten Effectieve Renovatiestromen. Daarvoor stelt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maatwerksubsidie beschikbaar voor een beperkt aantal samenwerkingsverbanden die grootschalige renovatieprogramma’s met een gestandaardiseerde en industriële aanpak gaan uitvoeren. In Almelo en Enschede is een aanvraag ingediend voor 15 miljoen euro. Lange adem en langjarig gezamenlijke inzet noodzakelijk: relatieve stijging, maar werk aan de winkel Almelo behoort over de periode 2014-2023 tot de relatieve stijgers op het gebied van woonaantrekkelijkheid. De relatieve woonaantrekkelijkheid van Almelo is in de periode 2014-2023 gestegen; vooral door verbeterde veiligheid. We presteren daarin beter dan de andere steden. Tegelijkertijd staat Almelo nog steeds op plek 46 in vergelijking met de 50 grootste steden van Nederland. De woonaantrekkelijkheid van een stad wordt bepaald door bereikbaarheid van banen, het voorzieningenniveau, veiligheid, de woonomgeving en tot slot de bereikbaarheid van én variatie in universitaire opleidingen. De zwaarstwegende indicator is de baanbereikbaarheid/agglomeratiekracht (dat wil zeggen de bereikbaarheid van banen binnen een acceptabele reistijd).

Ondanks de goede cijfers van Twente op het gebied van werkgelegenheid, speelt onze landelijke, perifere ligging hier een rol. Voor Twente en voor Almelo neemt daarmee het relatieve belang van stedelijke voorzieningen (ten opzichte van de overige indicatoren) toe.

9

Relatieve stijgers en dalers in Nederland voor woonaantrekkelijkheid over de afgelopen 10 jaar

Sociaal-economische index In de Atlas voor Gemeenten staat Almelo op plek 50 van de sociaal-economische index. Ook hier zien we dat Almelo behoort tot de top drie van relatieve stijgers over een periode van 10 jaar. De relatieve stijging komt vooral door een dalende werkloosheid, een positieve trend in het afgenomen aandeel laagopgeleiden en een stijgende participatiegraad van vrouwen. Rond armoede zien we, in vergelijking met andere steden, een negatieve trend. Voor de positie van Almelo op deze sociaal economische ranglijst geldt hetzelfde als voor de woonaantrekkelijkheid: Almelo is weliswaar een relatieve stijger maar kampt met hardnekkige achterstanden zoals ook blijkt uit het rapport 'Accentueer het Verschil'. Een langjarige aanpak samen met het Rijk is noodzakelijk.

10

Relatieve stijgers en dalers in Nederland op de sociaal economische index over de afgelopen 10 jaar

Elke Regio Telt: bevestigt noodzaak langjarige Rijksinvesteringen in stedelijk gebied van Twente Na het verschijnen van het advies 'Elke Regio Telt' is onderzocht hoe het komt dat welvaart en welzijn op een aantal plekken in Nederland achterblijven. Het rapport 'Accentueer het Verschil ' geeft hierin inzicht. Het rapport concludeert dat de achterstandsproblematiek in Twente een typisch stedelijk fenomeen is en dat het zich concentreert in armere buurten en wijken in vooral Almelo en Enschede. Het rapport laat ook zien dat de huidige concentraties van achterstand niet recent zijn ontstaan. In Twente heeft dat vooral te maken met de textielindustrie; vergelijkbaar met de effecten van de mijnbouw in Midden- en Zuid-Limburg. Almelo en Enschede staan al jaren hoog in de lijst van de 20 steden met de hoogste MDI-score. Een score op de zogenaamde Multiple Deprivation Index of kortweg MDI, brengt de mate van achterstand tot uitdrukking. De MDI brengt op basis van zeven domeinen (inkomen, werk, gezondheid, opleiding, huisvesting, veiligheid en woonomgeving) achterstanden op gemeentelijk en regionaal schaalniveau in beeld. De MDI heeft een belangrijke signaalfunctie voor bestuur en beleid: het laat die plekken oplichten die te maken hebben met een bovengemiddelde stapeling van achterstanden.

Het rapport 'Accentueer het Verschil' stelt dat achterstanden alleen zijn weg te werken met een langjarig gezamenlijk (investerings)programma van gemeenten en Rijk.

11

Top 20 gemeenten hoogste MDI-score, 2014, 2019 en 2023

bron: Accentueer-het-Verschil-vervolgonderzoek-Elke-Regio-Telt-21-2-2024-Het-PON-Telos De domeinen die worden gemeten binnen de MDI zijn knoppen waaraan gedraaid kan worden om achterstanden duurzaam te bestrijden. In de afgelopen 10 jaar zijn opleiding, veiligheid en werk verbeterd. De structurele kwetsbaarheden liggen in ongezonde leefstijl, energiearmoede en non-participatie. Een mogelijke oplossing ligt in het combineren van de energietransitie en verminderen van de energiearmoede en het verbeteren van de gezondheidssituatie door verduurzaming van woningen. Het onderzoek 'Accentueer het Verschil' constateert ook dat in gebieden met een hoge achterstandsindex veel inwoners afhankelijk zijn van de sociale steun van de gemeente. Hoewel de (huidige) verdeling van de Rijksmiddelen in het gemeentefonds daarvoor gedeeltelijk compenseert lost het de structurele stapeling van achterstanden niet op. Een recente studie van TNO toont bovendien aan dat zorgkosten van huishoudens hoger zijn naarmate de energiekwaliteit van hun huis slechter is. (TNO-2023-gezondheidsrisico) De constatering dat gezondheidsproblematiek en de stapeling van achterstanden samenhangen, sluit aan bij bekende inzichten. Het samenspel van factoren dat leidt tot de stapeling van (gezondheids)achterstanden, maakt het bovendien haast onmogelijk voor mensen om dit tij zelf te keren. We weten uit diverse onderzoeken

12

dat de chronische stress die het leven in armoede veroorzaakt, ten koste gaat van onder andere de zogenaamde mentale bandbreedte (d.w.z. mate van rationeel denken) die nodig is om regie te kunnen voeren over het eigen leven en gezondheid. Wanneer deze vicieuze cirkel niet wordt doorbroken, kent het patroon tevens een generationeel effect. Armoede onder kinderen leidt tot een ongezonder patroon van voeding en bewegen, slechtere schoolprestaties en een grotere kans op armoede en gezondheidsproblemen in het latere leven. Hiermee is overerving van achterstanden een feit. Hieruit volgt het pleidooi van diverse onderzoekers om gezondheidsachterstanden niet als symptoom te bestrijden, maar te kiezen voor een benadering die de onderliggende kwaal van complexe ongelijkheid aanpakt. In deze benadering is de aanpak van gezondheidsachterstanden onderdeel van een herverdelingsvraagstuk: beleidsinspanningen moeten gericht zijn op een eerlijke kans op gezond leven voor iedereen. Tweezijdige uitdagingen Zoals u hiervoor heeft gelezen kent Almelo enkele flinke maatschappelijke uitdagingen, zoals achterstanden e.d. Ook is u bekend dat wij financiële uitdagingen hebben. De tegenstrijdige context van positieve ontwikkelingen enerzijds en stevige uitdagingen anderzijds vraagt om een uitgebalanceerde aanpak.

Het college blijft in deze perspectiefnota daarom trouw aan de enkele jaren geleden ingezette lijn om gericht te investeren in de ontwikkeling van onze gemeente. Echter, om dit mogelijk te maken zijn ook besparingen noodzakelijk. Daarnaast blijven wij ons actief inzetten voor een gezamenlijke lobby richting het Rijk (en deze indien noodzakelijk te intensiveren) om zo de druk bij het Rijk terug te leggen. Zeker in een periode waarin nog veel onduidelijk is vanwege de nog lopende formatie en waarin onze vertegenwoordigende koepels onze steun goed kunnen gebruiken. Naar een organisatie die aansluit op actuele opgaven De ambtelijke organisatie 'ademt mee' met de opgaven waar we als gemeente voor staan, maar evengoed met de financiële situatie van de gemeente. Om met het laatste te beginnen: in de afgelopen periode hadden we in financiële zin de wind in de rug. Daardoor hebben we de afgelopen jaren kunnen investeren in (de kwaliteit van) de ambtelijk organisatie. Om de verstedelijkingsopgave goed uit te kunnen voeren is er een geheel nieuwe eenheid Stedelijke Ontwikkeling opgezet en zijn bijvoorbeeld achterstanden in opleidingen weggewerkt. Nu er een periode van financieel zwaar weer aankomt, beweegt de organisatie ook daarin mee. We denken dat over het geheel van onze organisatie ruimte is voor besparingen, vooral in die bedrijfsprocessen die voor de hele organisatie werken.

Simpel gesteld kan de efficiëntie omhoog. We denken daarbij onder meer aan inkoop, inhuur en datagedreven werken. Door hier de besparingen te zoeken, laten we de eerdere investeringen in de kwaliteit van onze ambtelijke organisatie ongemoeid. Het realiseren van bezuinigingen in onze organisatie zal in stappen gaan. Vanaf het jaar 2026 over een reeks van drie jaren met stappen van telkens circa 500.000 euro per jaar. Deze stappen zijn nodig omdat aanscherping van de bedrijfsvoering ook investeringen vraagt. In bijvoorbeeld het vervangen van verouderde systemen. Soms kunnen we voor deze investeringen opgebouwde reserves inzetten, soms gaat de benodigde investering ten koste van het besparingspotentieel. Zoals voorgaand aangegeven verwachten we gedurende enkele jaren per saldo 500.000 euro per jaar te bezuinigen zonder afbreuk te doen aan de investeringen van voorgaande jaren. Met deze investeringen bouwen we verder aan een organisatie die goed voorbereid is op de grote opgaven waar we eerder in dit hoofdstuk over spraken.

13

4. Financieel meerjarenperspectief 4.1 Samenvatting • • • •

Het financieel meerjarenperspectief 2025-2028 is geactualiseerd. De risico's en onzekerheden in het financieel meerjarenperspectief blijven groot. Al in het jaar 2025 ontstaat een tekort bij ongewijzigd beleid. Het tekort loopt bij ongewijzigd beleid op van 8,27 miljoen euro in 2025 naar 30 miljoen euro vanaf 2027.

4.2 Ontwikkeling financieel meerjarenperspectief en meerjarenraming 2025-2028 Algemeen beeld Na de val van het kabinet Rutte-IV medio 2023 zijn op 22 november jl. Tweede Kamerverkiezingen gehouden. De nog lopende kabinetsformatie en de demissionaire status van het huidige kabinet maken het lastig om een inschatting te maken op welk moment meer duidelijkheid is te verwachten over oplossingen voor de grote financiële tekorten bij gemeenten. Daarom heeft de VNG wederom een begrotingsadvies afgegeven voor de jaren 2025-2028. In het begrotingsadvies geeft de VNG aan dat de gesprekken die men met het demissionaire kabinet voert over de kortingen vanaf 2026 nog niet zijn afgerond. De VNG stelt duidelijke randvoorwaarden in de gesprekken: de opschalingskorting moet worden afgeschaft, de korting op het accres (krimp gemeentefonds) moet ongedaan worden gemaakt en er moeten goede afspraken komen over de groei van het gemeentefonds, welke rekening houden met de ontwikkeling van de zorgkosten. De VNG roept haar leden op om, vanwege de financiële situatie van gemeenten, zich voor te bereiden met als adagium: ‘prepare for the worst, hope for the best’. Het is verstandig om na te denken over besparingsmaatregelen, tegelijkertijd wil de VNG voorkomen dat gemeenten te vroeg onnodige en onomkeerbare ombuigingen en bezuinigingen in gang zetten met alle gevolgen van dien.

De VNG vat het begrotingsadvies als volgt samen: • Bereid ombuigingen voor waartoe in uw gemeente besloten zal worden indien de korting van 3 miljard euro vanaf 2026 door het Rijk niet wordt teruggedraaid of verzacht. • Breng deze ombuigingen zo goed mogelijk in kaart, maar zet ze nog niet in gang. • Presenteer de gevolgen van de ombuigingen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk. • Focus daarbij op taken in medebewind worden uitgevoerd. • Beschrijf in ieder geval de meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee wordt geraakt. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gaat in zijn briefadvies 'Raamwerk toekomstbestendige financiële verhoudingen' van eind februari jl. dieper in op de verhouding tussen Rijk en gemeente en de bijbehorende financieringssystematiek. De ROB concludeert dat de problematiek tussen Rijk en gemeenten veel breder is dan geld alleen. Taken, verantwoordelijkheden en bekostiging sluiten steeds slechter op elkaar aan. Gemeenten staan aan de lat voor veel wettelijke taken. Daarbij past een financiële verhouding die in balans is en de mogelijkheid aan Rijk én gemeenten biedt om te sturen. Voor sommige wettelijke taken zoals Jeugdzorg, Wmo en Participatie ontbreekt nagenoeg elke betekenisvolle sturingsmogelijkheid voor gemeenten, terwijl de (negatieve) financiële gevolgen wel bij gemeenten landen.

14

Dit leidt tot sluipende uitholling van de financiële beleidsruimte van gemeenten; bijvoorbeeld vanwege uitgaven voor medebewindstaken die harder stijgen dan de compensatie die gemeenten daarvoor van het Rijk krijgen. De discussies tussen overheden die dit tot gevolg heeft, krijgen een steeds slepender karakter en zetten de verhoudingen verder onder druk. Daarom adviseert de ROB om eerst de fundamentele keuzes expliciet te maken: wat is de rol van decentrale gemeenten, autonoom of automaat? Of iets daartussenin? En die keuze kan per beleidsterrein verschillen. Vervolgens moet de financiële verhouding voor die taak of beleidsterrein, bij die rol passen. In wezen is de keuze als volgt: als gemeenten veel beleidsvrijheid krijgen, moeten ze zelf meer financiële risico’s dragen. Ze kunnen dan immers zelf bepalen wat de noodzakelijke kosten zijn. Maar als er sprake is van medebewind met veel invloed van het Rijk, moet de landelijke politiek zelf de afweging maken welke taken noodzakelijk zijn. Dan moet het Rijk ook besluiten wat het daarvoor over heeft en een kostendekkende vergoeding aan gemeenten bieden. Daartussen zijn er nuances mogelijk, maar de bekostiging en risicodeling moeten congruent zijn met de toegekende beleidsvrijheid. De ROB heeft ook een duidelijk standpunt over uitbreiding van het lokaal belastinggebied.

Zolang er geen fundamentele keuzes zijn gemaakt over de rol van decentrale overheden en over taken, verantwoordelijkheden en de financiën in disbalans zijn; kan er volgens de ROB geen sprake zijn van uitbreiding van het decentraal belastinggebied. Anders dreigt een afwenteling van de financiële problematiek naar de lokale belastingbetaler. Dit moet volgens de ROB eerst worden opgelost. Situatie Almelo In de Perspectiefnota 2024-2027 (hierna PN2024-2027) en in de raadsbrief 'Aanbiedingsbrief begroting en eerste uitwerking zoekrichtingen' (RAAD-7885) is een strategie uitgewerkt hoe wij als gemeente Almelo het beste kunnen omgaan met de Rijkskortingen. Om in het najaar 2025 een sluitende Begroting 2026 te kunnen presenteren is in de PN2024-2027 een behoedzame en flexibele strategie gehanteerd die een balans vindt tussen tijdig maatregelen nemen enerzijds en monitoren en bijsturen anderzijds. Deze strategie bestaat uit de volgende onderdelen: 1. Verscherpt afwegingskader nieuw beleid: voor nieuw structureel beleid is in beginsel geen ruimte, tenzij dit beleid (op termijn) kan bijdragen aan een verbetering van onze financiële meerjarenraming. 2.

Brede evaluatie sociaal domein: in aanloop naar de Perspectiefnota 2025-2028 (hierna PN2025-2028) wordt een brede evaluatie uitgevoerd naar de inrichting van het sociaal domein en de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de wettelijke taken. 3. Uitwerken maatregelenpakket van 12,5 miljoen euro: er zijn acht zoekrichtingen vastgesteld waarlangs een maatregelenpakket van ongeveer 12,5 miljoen euro structureel wordt uitgewerkt. Een eerste uitwerking van de zoekrichtingen is in de raadsbrief 'Aanbiedingsbrief begroting en eerste uitwerking zoekrichtingen' (RAAD-7885) aangeboden. 4. Begrotingsanalyse: afhankelijk van aanvullende middelen uit het Rijk en/of het besparingspotentieel van het hierboven genoemde maatregelenpakket wordt uiterlijk bij de PN2025-2028 opdracht gegeven om ambtelijk in (nog) bredere zin financiële besparingsmogelijkheden in beeld te brengen.

15

Bij de actualisatie van het meerjarenperspectief 2025-2028 worden wij ingehaald door de realiteit: • •

Financieel tekort ontstaat al in 2025 in plaats van 2026. Financieel tekort vanaf 2026 is groter.

In de voorliggende perspectiefnota zijn daarom geen voorstellen voor nieuw beleid gedaan. Hoewel wij graag uw raad een aantal investeringsvoorstellen hadden gedaan, kiezen wij nu voor behoedzaamheid. Hierna gaan wij verder in op het tekort 2025 en het tekort vanaf 2026. Financieel tekort al in 2025 In de Perspectiefnota 2024-2027 en de Begroting 2024 gingen wij nog uit van een tekort dat vanaf 2026, het zogenaamde ravijnjaar, zou ontstaan. De uitwerking van de acht zoekrichtingen was op dit uitgangspunt geënt. Inmiddels zien wij dat er bij ongewijzigd beleid al vanaf 2025 een tekort van ruim 8 miljoen euro ontstaat. Dit tekort wordt met name veroorzaakt door de medebewindstaken. Vooral de stijging van de kosten in de Jeugdzorg is fors. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een sterke stijging van de tarieven als gevolg van het regionale onderzoek naar reële tarieven. Om de jaarschijf 2025 structureel sluitend te krijgen hebben wij een aantal maatregelen vanuit de acht zoekrichtingen kunnen vervroegen. Ook hebben wij naast de vastgestelde zoekrichtingen onderzoek gedaan naar aanvullende maatregelen. Alle genomen maatregelen worden toegelicht in hoofdstuk 5. Financieel tekort vanaf 2026 groter Het financieel tekort, ook wel aangeduid als ravijn, wordt vanaf 2026 dieper dan wij vorig jaar verwachtten.

Wij zien dat ons tekort bij ongewijzigd beleid oploopt naar 30 miljoen euro. Het Rijk heeft gemeenten macro gekort met 3 miljard euro vanaf 2026. Voor de gemeente Almelo betekent dit een korting van grofweg 15 miljoen euro. Dat betekent dat er zelfs bij het volledig terugdraaien van de korting, er nog steeds een tekort resteert van circa 15 miljoen euro. Vanuit de bij de Perspectiefnota 2024 ingezette behoedzame strategie zijn in deze perspectiefnota maatregelen verwerkt die het tekort verkleinen tot de door het Rijk gedane korting voor Almelo van circa 15 miljoen euro. Hierbij houden wij nog steeds de lijn vast dat het Rijk ons voldoende middelen zou moeten geven om onze taken uit te kunnen voeren. Er zijn echter signalen van dit demissionaire kabinet, waaronder de in april jl. gepresenteerde Voorjaarsnota, die aangeven dat het Rijk ons onvoldoende financieel zal compenseren. Wij willen tijdig de noodzakelijke maatregelen kunnen treffen en richting de Perspectiefnota 2026 voorbereid zijn. Daarom worden binnen de zoekrichtingen verdere maatregelen voorbereid. Daarbij willen wij echter een aantrekkelijke stad blijven. Er zit derhalve een ondergrens aan wat wij als stad kunnen besparen. Wij houden daarom rekening met het scenario dat wij in het kader van "geen knaken, geen taken" de overweging dienen te maken om taken terug te geven aan het Rijk.

Hierin trekken we samen op met een aantal andere gemeenten, waaronder Enschede. Enschede heeft hiervoor eind vorig jaar een motie ingediend bij de Algemene Ledenvergadering van de VNG. Daarnaast is er vanuit de G40 een lobbytraject om de disbalans tussen taken en financiën bij gemeenten op te heffen. Voorjaarsnota van het Rijk verslechterd beeld Zoals in de voorgaande paragraaf al is opgemerkt laat de Voorjaarsnota van het Rijk gemeenten in financiële onzekerheid zitten. Op basis van de Voorjaarsnota wordt het scenario steeds reëler dat wij vanaf 2026 met een forse korting van het Rijk blijven zitten. In de Voorjaarsnota schrapt het Rijk het resterende deel van de Opschalingskorting van 675 miljoen euro. Daarnaast komt er een eerste bijdrage ter compensatie van de hogere zorgkosten van 75 miljoen euro in 2026 oplopend naar 300 miljoen euro in 2029. Dit betekent echter dat van de oorspronkelijke korting van 3 miljard euro uiteindelijk in 2029 slechts een kleine 1 miljard euro wordt teruggedraaid. Daarbij vraagt het kabinet helaas nog een prijs: in 2025 wordt het gemeentefonds eenmalig met 675 miljoen euro verlaagd. Vertaald naar de Almelose situatie betekent dit dat de Voorjaarsnota van de korting van grofweg 15 miljoen euro, slechts 5 miljoen euro terugdraait. Daarbovenop worden wij in

16

2025 eenmalig gekort voor grofweg 3 miljoen euro. Op dit moment is nog onduidelijk wat de definitieve financiële effecten voor de gemeente Almelo zijn. Dit wordt pas concreet in de meicirculaire 2024. Er zijn signalen dat het netto effect van de extra financiële middelen uit de Voorjaarsnota gering zullen zijn. Daarnaast is het onzeker in hoeverre de in de Voorjaarsnota gepresenteerde maatregelen daadwerkelijk worden verwerkt in de meicirculaire 2024. De Voorjaarsnota moet namelijk nog worden behandeld in de Tweede Kamer waar het demissionaire kabinet geen meerderheid meer heeft én de nu formerende partijen al blijk hebben gegeven van afkeuring van onderdelen van de Voorjaarsnota. Gelet op alle onzekerheden is de Voorjaarsnota daarom niet verwerkt in het perspectief 2025-2028. Financieel meerjarenperspectief Bij de Begroting 2024 heeft de raad kennisgenomen van de meerjarenraming 2025-2027. De laatste jaarschijf van de meerjarenraming liet op dat moment een begrotingssaldo zien van 19,7 miljoen euro negatief. In onderstaande tabel presenteren we een geactualiseerd financieel meerjarenperspectief op basis van de ontwikkelingen die zich in de periode sinds het vaststellen van de Programmabegroting 2024 hebben voorgedaan én de ontwikkelingen en dekkingsmaatregelen die zijn opgenomen in deze perspectiefnota. Alle bedragen zijn structureel.

In paragraaf 4.3 worden deze ontwikkelingen en dekkingsmaatregelen inhoudelijk nader toegelicht. Zoals gebruikelijk is het financiële perspectief in deze nota gebaseerd op de september- en decembercirculaire (2023) van het gemeentefonds. De financiële effecten van de meicirculaire 2024 zijn nog niet opgenomen. De verwerking hiervan vindt plaats bij de Begroting 2025. Uw raad wordt hierover per raadsbrief geïnformeerd. Financieel Meerjarenperspectief (FMP)

2025

2026

2027

2028

Begrotingssaldo programmabegroting 2024

-2,61 V

17,62 N

19,74 N

19,74 N

Structureel effect NJR 2023

0,00

0,00

0,00

0,00

Structureel effect SR 2023

-0,14 V

-0,12 V

-0,05 V

-0,05 V

Decembercirculaire 2023

0,00 V

0,01 N

0,02 N

0,02 N

Basisperspectief voor perspectiefnota

-2,75 V

17,51 N

19,72 N

19,72 N

Ontwikkelingen

12,32 N

12,40 N

12,44 N

14,00 N

Dekkingsmaatregelen

-1,30 V

-2,10 V

-2,11 V

-2,90 V

Totaal mutaties perspectiefnota

11,02 N

10,30 N

10,33 N

11,10 N

Geactualiseerd meerjarenperspectief

8,27 N

27,81 N

30,05 N

30,82 N

Waarvan incidentele baten en lasten

0,00

0,00

0,00

0,00

Geactualiseerd structureel meerjarenperspectief Bedragen x 1 miljoen euro

8,27 N

27,81 N

30,05 N

30,82 N

17

4.3 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief Het vertrekpunt voor financieel meerjarenperspectief (FMP) is de Programmabegroting 2024. In onderstaande tabel wordt het geactualiseerde structurele financieel meerjarenperspectief 2025-2028 weergegeven. Het betreft nadrukkelijk een globaal en richtinggevend perspectief waarin diverse ontwikkelingen zijn meegenomen die op dit moment nog in meer of mindere mate onzeker zijn. Langs de lijn van de in de Perspectiefnota 2024-2027 vastgestelde zoekrichtingen is in hoofdstuk 5 een pakket besparingsmaatregelen opgenomen inclusief een financieel overzicht met de verwachte besparingen. Financieel Meerjarenperspectief (FMP)

2025

2026

2027

2028

A. Programmabegroting 2024

-2,61 V

17,62 N

19,74 N

19,74 N

Structureel effect NJR 2023

0,00

0,00

0,00

0,00

Structureel effect SR 2023

-0,14 V

-0,12 V

-0,05 V

-0,05 V

Decembercirculaire 2023

0,00 V

0,01 N

0,02 N

0,02 N

CAO 2024 gemeenten

1,10 N

1,16 N

1,20 N

1,24 N

Cogas dividendbeleidswijziging m.i.v. 2028

0,00

0,00

0,00

0,60 N

Definitieve indexatie 2024 Wmo en Jeugdzorg

1,70 N

1,70 N

1,70 N

1,70 N

Volume-ontwikkelingen

4,31 N

4,31 N

4,31 N

4,31 N

Tariefstijging inkoop Jeugdzorg 2025

4,70 N

4,70 N

4,70 N

4,70 N

Autonome en bekende ontwikkelingen

Wmo en Jeugdzorg

Overige (inclusief toevoeging jaarschijf)

0,01 N

0,03 N

0,03 N

0,95 N

B. Totaal autonome en bekende ontwikkelingen

11,68 N

11,79 N

11,92 N

13,48 N

Hogere energielasten

0,50 N

0,50 N

0,50 N

0,50 N

C. Totaal overige ontwikkelingen

0,50 N

0,50 N

0,50 N

0,50 N

D. Geactualiseerd perspectief (A + B + C)

9,57 N

29,91 N

32,16 N

33,72 N

Stelpost energielasten

-0,25 V

-0,25 V

-0,25 V

-0,25 V

Areaaluitbreiding

-1,05 V

-1,85 V

-1,86 V

-2,65 V

E. Totaal dekkingsmaatregelen

-1,30 V

-2,10 V

-2,11 V

-2,90 V

Financieel Meerjarenperspectief (D + E) Bedragen x 1 miljoen euro

8,27 N

27,81 N

30,05 N

30,82 N

Overige ontwikkelingen

Dekkingsmaatregelen

18

Toelichting: Programmabegroting 2024 Startpunt is het financiële meerjarenperspectief uit de Programmabegroting 2024. Structureel effect Najaarsrapportage 2023 De Najaarsrapportage 2023 bevatte geen structurele effecten. Structureel effect Slotrapportage 2023 De structurele effecten van de Slotrapportage 2023 lopen af van afgerond 140.000 euro voordelig in 2025 naar afgerond 50.000 euro voordelig structureel vanaf 2027. Dit is inclusief de effecten van de septembercirculaire 2023. Decembercirculaire 2023 Het netto effect van de decembercirculaire 2023 (RAAD-8111) is voor de Begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026-2028 vrijwel nihil. CAO Gemeenten De werkgevers en vakbonden hebben een akkoord over een nieuwe cao bereikt. De nieuwe cao loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025. In de cao is een salarisstijging afgesproken van 4,75% per 1 januari 2024 en 1,25% per 1 oktober 2024. Daarnaast krijgen werknemers per 1 januari 2025 één bovenwettelijke vakantiedag extra. Dit is hoger dan de reservering van 4,7% die wij in de Begroting 2024 in de meerjarenraming hadden opgenomen. Een eerste doorrekening laat zien dat het financieel nadelige effect oploopt van 1,1 miljoen euro in 2025 naar 1,24 miljoen euro in 2028. Bij het opstellen van de Begroting 2025 worden de definitieve financiële effecten berekend en verwerkt.

Wmo en Jeugdzorg - definitieve indexatie 2024 Bij de Begroting 2024 is de indexatie van Wmo en Jeugdzorg gebaseerd op een voorlopige indexatiecijfer van 4,33%. De index waarmee de tarieven Jeugdzorg en Wmo voor 2024 contractueel verhoogd zijn ligt gemiddeld op 7%. Dit leidt tot een structureel hogere last van 1,7 miljoen euro. Wmo en Jeugdzorg - volume ontwikkeling Op basis van de realisatiecijfers over 2023 zien wij zowel bij Wmo als bij Jeugdzorg een stijging in het volume ten opzichte van de aantallen die bij de Programmabegroting 2024 als uitgangspunt voor het meerjarenperspectief zijn gehanteerd. Bij ongewijzigd beleid leidt dit tot een structureel hogere last van 4,31 miljoen euro. Overige (incl. toevoegen jaarschijf 2028) De stelposten voor nieuw beleid (195.000 euro), areaaluitbreiding (225.000 euro) en voor (vervangings-) investeringen in de openbare ruimte (Nota Kapitaalgoederen) worden opgenomen in de nieuwe jaarschijf (500.000 euro).

19

Overige ontwikkelingen Hogere energielasten Het huidige contract voor gas en elektra loopt af per 31 december 2024. De inkoop voor de levering vanaf 1 januari 2025 wordt in regionaal verband Europees aanbesteed. Met name de oorlog tussen Rusland en Oekraïne zorgt voor een grillige energiemarkt. Als we ons baseren op de huidige prijzen voor 2025 zien wij een stijging in de prijzen welke leidt tot een extra last voor Almelo van structureel 500.000 euro. In de begroting is een structurele post gereserveerd voor energiestijging van 250.000 euro. Deze is opgenomen onder "E. Dekkingsmaatregelen". Dekkingsmaatregelen Stelpost energielasten In de begroting is een structurele post gereserveerd van oorspronkelijk 750.000 euro. Bij de Perspectiefnota 2024 is deze vanaf 2025 voor 500.000 euro vrijgevallen. De resterende stelpost van 250.000 euro wordt ingezet voor de verwachte kostenstijging energie, zoals toegelicht onder "overige ontwikkelingen". Areaaluitbreiding Als gevolg van areaaluitbreiding kunnen er in de komende jaren hogere inkomsten uit gemeentelijke belastingen worden verwacht.

4.4 Uitgangspunten programmabegroting Bij het opstellen van de Begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 worden onderstaande uitgangspunten gebruikt. Het gaat daarbij om de grondslagen voor de ramingen bestaand beleid, zoals de loon- en prijscompensatie, de inflatiecorrectie voor belastingen, heffingen en tarieven en huren en het opslagpercentage overhead. Loonontwikkeling De looncompensatie wordt gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2024 (CEP2024) van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de loonontwikkeling gaan we uit van de index ‘loonvoet sector overheid’. Loonontwikkeling

2025

2026

2027

2028

%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar

4,4%

3,8%

4,8%

4,0%

Prijsontwikkeling De prijscompensatie wordt gebaseerd op de index 'prijsontwikkeling overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC) Prijsontwikkeling

2025

2026

2027

2028

%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar IMOC

2,2%

2,2%

2,2%

2,2%

20

Belasting, heffingen en tarieven Voor de indexatie van de belastingen, heffingen en tarieven gebruiken we een combinatie van 2/3 looncompensatie en 1/3 prijscompensatie, behalve voor de OZB en riool- en afvalstoffenheffing. In het Coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om de indexatie van de OZB en riool- en afvalstoffenheffing te maximeren op 2%. In het kader van de uitwerking van de zoekrichting Inkomstenverhogende maatregelen, zoals toegelicht in paragraaf 5.3, wordt de OZB in vier jaar aanvullend met 2,5% structureel verhoogd. OZB en riool- en afvalstoffenheffingen

2025

2026

2027

2028

%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar riool en afval

2,0%

2,0%

2,0%

2,0%

%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar OZB regulier

2.0%

2,0%

2,0%

2,0%

%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar OZB maatregel

2,5%

2,5%

2,5%

2,5%

Voor de overige heffingen e.d. geldt een combinatie van 2/3 looncompensatie en 1/3 prijscompensatie (o.b.v. CEP 2024). Belastingen, heffingen en tarieven (overig)

2025

2026

2027

2028

%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar

3,7%

3,3%

3,9%

3,4%

Subsidiebudget Richting de Begroting 2025 willen wij de noodzakelijkheid van het indexeren van subsidiebudgetten onderzoeken. Dit vormt onderdeel van de 'overig uit te werken maatregelen Begroting 2025', zoals toegelicht in paragraaf 5.4. Circulaire gemeentefonds De meicirculaire 2024 van het gemeentefonds vormt de basis voor de Begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Opslagpercentage overhead Het opslagpercentage overhead bedraagt 50% van de salarislasten. Het percentage wordt niet gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Omslag-/rekenrente De rente wordt met een percentage van 1% doorbelast naar de taakvelden. Uitgangspunten raming Wmo en Jeugdzorg Bij de Begroting 2025 nemen wij de volume- en prijsontwikkeling mee op basis van de analyses die in de komende maanden worden uitgevoerd.

21

5. Robuuste financiële positie 5.1 Financieel overzicht maatregelen Bij de Perspectiefnota 2024-2027 is aangegeven dat er vanaf 2026 een forse financiële opgave ligt. Daarbij is sprake van de nodige risico's en onzekerheden. Daarom is gekozen voor een flexibele en behoedzame strategie die een balans vindt tussen tijdig maatregelen kunnen nemen enerzijds, en monitoren en zo nodig bijsturen anderzijds. Ten aanzien van de maatregelen zijn bij de Perspectiefnota 2024-2027 een aantal zoekrichtingen vastgesteld waarbinnen besparingsmaatregelen worden uitgewerkt. Het gaat om de volgende zoekrichtingen: • • •

Sociaal domein Welzijn en preventie Inkomstenverhogende maatregelen

Overige zoekrichtingen • Onderhoud en beheer openbare ruimte • Versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport • Versoberen (publieke) dienstverlening • Bijdrage aan verbonden partijen • Onderwijshuisvesting Bij de Begroting 2024 is aangegeven dat wij in lijn met onze visie op de stad en de bijbehorende investeringen, bij het zoeken naar maatregelen koersen op het verhogen van de inkomsten en op besparingen in het sociaal domein. We doen dat om te kunnen blijven investeren in de aantrekkelijke stad. Daarom richten we ons op de taken die we in opdracht van het Rijk in medebewind uitvoeren. In paragraaf 5.2 worden de maatregelen voor het sociaal domein toegelicht. Dit wordt gecombineerd met de zoekrichting welzijn en preventie omdat beide zoekrichtingen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. In paragraaf 5.3 worden de maatregelen vanuit de inkomstenverhogende zoekrichting uitgewerkt. In paragraaf 5.4 is een eerste uitwerking van de overige zoekrichtingen opgenomen welke een eerste beeld geeft in welke richting eventuele besparingen gevonden kunnen worden. Gingen wij bij de Begroting 2024 nog uit van een negatief begrotingssaldo vanaf 2026, bij de actualisatie van het meerjarenperspectief blijkt dat wij bij ongewijzigd beleid al vanaf 2025 een structureel negatief begrotingssaldo hebben.

Daarom nemen wij aanvullende maatregelen om de jaarschijf 2025 structureel sluitend te hebben. De maatregelen bestaan uit drie delen. Ten eerste kunnen een deel van de maatregelen binnen het sociaal domein eerder worden ingevoerd. Ten tweede kan de stapsgewijze verhoging van de OZB per 2025 ingaan. Tot slot stelt het college in paragraaf 5.4 aanvullende maatregelen voor omdat binnen de zoekrichtingen onvoldoende mogelijkheden zijn gevonden om het volledige structurele tekort in 2025 te compenseren.

22

In onderstaand financieel overzicht zijn de maatregelen verwerkt die ingevoerd kunnen worden. Voor de overige zoekrichtingen is op basis van een tweetal onderzoeksrapporten: 'Begroting gespiegeld aan gemeentefonds' (INT-91804) en 'Benchmark overige zoekrichtingen' (INT-91805) een eerste verkenning voor besparingsmogelijkheden gedaan. Deze dienen nog verder te worden uitgewerkt richting Begroting 2025 of Perspectiefnota 2026-2029. Derhalve is hiervoor een "PM" post opgenomen in het financieel overzicht. Alle bedragen zijn structureel. Financieel Meerjarenperspectief (FMP)

2025

2026

2027

2028

A. Financieel Meerjarenperspectief

8,27 N

27,81 N

30,05 N

30,82 N

Sociaal domein

-1,24 V

-5,50 V

-7,92 V

-8,72 V

Inkomstenverhoging OZB 2,5% per jaar

-0,70 V

-1,50 V

-2,40 V

-3,30 V

Uitwerking overige zoekrichtingen

PM

PM

PM

PM

Totaal uitwerking zoekrichtingen

-1,94 V

-7,00 V

-10,32 V

-12,02 V

C. Financieel Meerjarenperspectief (A + B)

6,33 N

20,81 N

19,73 N

18,80 N

D. Aanvullende maatregelen Onttrekking algemene reserve en aanzuivering vanuit reserve sociaal domein

-4,40 V

-2,40 V

0,00

0,00

Organisatie

0,00

-0,50 V

-1,00 V

-1,50 V

Overig bij begroting uit te werken maatregelen

-1,93 V

-1,93 V

-1,93 V

-1,93 V

Totaal uitwerking aanvullende maatregelen

-6,33 V

-4,83 V

-2,93 V

-3,43 V

Financieel Meerjarenperspectief na maatregelen (C+D) Bedragen x 1 miljoen euro

0,00

15,98 N

16,80 N

15,37 N

B. Uitwerking zoekrichtingen

5.2 Sociaal domein De zoekrichting sociaal domein is inclusief de zoekrichting welzijn en preventie omdat beide zoekrichtingen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De opdracht ten aanzien van besparingsmogelijkheden in het sociaal domein heeft zich nadrukkelijk gericht op het identificeren van potentieel dat vanaf 2026 kan worden verzilverd. Gezien het nu zichtbare tekort in 2025, is uiteraard gekeken naar mogelijkheden om een aantal maatregelen toch al in 2025 (deels) te verzilveren. Voor een groot aantal van de maatregelen geldt dat alvorens deze gerealiseerd kunnen worden, allereerst de basis in de organisatie op orde moet zijn. Dat betekent dat het besparingspotentieel in 2025 in het sociaal domein beperkt is, ervan uitgaande dat de inhoudelijke uitgangspunten uit het strategisch beleid en het Actieplan beleid sociaal domein overeind blijven. Deze paragraaf schetst achtereenvolgens de ambitie in het sociaal domein, de uitwerking van de zoekrichting sociaal domein, een toelichting op de maatregelen die in 2025 en vanaf 2026 worden ingezet en op de maatregelen en richtingen die richting de Perspectiefnota 2026-2029 verder worden uitgewerkt.

23

5.2.1. Ambitie sociaal domein Duurzaam een kwalitatief hoogwaardig (sociale) infrastructuur en voorzieningenniveau in stand houden voor kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben. Dat is onze ambitie in het sociaal domein, verwoord in het Strategisch beleidsplan sociaal domein 2022. Recent is bovendien het Actieplan beleid sociaal domein, als uitwerking van dit strategisch beleidsplan, definitief vastgesteld. In de ambitie is een aantal fundamenten terug te lezen: • duurzaam; •

kwalitatief hoogwaardig (sociale) infrastructuur en voorzieningenniveau;

•

kwetsbare inwoners.

Deze fundamenten worden hieronder kort toegelicht. In omgekeerde volgorde, beginnend bij voor wie we het willen doen (kwetsbare inwoners), naar wat we willen doen (kwalitatief hoogwaardige (sociale) infrastructuur en voorzieningenniveau) en vervolgens hoe we het willen doen (duurzaam). Kwetsbare inwoners We richten ons in Almelo in het sociaal domein op de kwetsbare inwoners die ondersteuning nodig hebben. Een universele definitie van wie die kwetsbare inwoners precies zijn, is er niet. Vaak worden kwetsbare inwoners omschreven als mensen of groepen mensen die vatbaar zijn voor uitdagingen die hun welzijn, gezondheid, veiligheid of zelfredzaamheid negatief beïnvloeden. Met deze brede benadering zou vrijwel iedereen kwetsbaar (kunnen) zijn of worden. Daar kan men vraagtekens bij zetten, maar dit sluit wel aan bij het pleidooi van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) aan de overheid om een meer gedifferentieerd beeld van haar inwoners te hanteren. De WRR stelt dat het effectiever is om uit te gaan van een grote variëteit aan vermogens onder inwoners en niet van een grote meerderheid van zelfredzamen versus een kleine groep van kwetsbaren.

Dat miskent namelijk dat er ook een grote groep is van inwoners die zich onder ‘normale’ omstandigheden goed weet te redden, maar die onder moeilijke omstandigheden (die iedereen kunnen overkomen) al dan niet tijdelijk kwetsbaar kunnen zijn (WRR, 2017, Weten is nog geen doen). Kwetsbaarheid kan verschillende oorzaken hebben en varieert van context en omgeving. Het kan gaan over economische kwetsbaarheid, gezondheidskwetsbaarheid, sociale kwetsbaarheid, of een combinatie van deze kwetsbaarheden. In Almelo zetten we op al deze doelgroepen op verschillende manieren in. Dat doen we met maatwerkvoorzieningen vanuit bijvoorbeeld de Jeugdwet, de Wmo en de Participatiewet, maar ook met meer algemene voorzieningen. Kwetsbare inwoners hebben vaak specifieke behoeften om hen te helpen hun leven te verbeteren en volwaardig te participeren in de samenleving. Daarbij verschilt de mate van kwetsbaarheid per persoon en vooral ook per moment in het leven van een inwoner. Gebeurtenissen in iemands leven beïnvloeden immers iemands veerkracht positief of negatief en maken dat iemand soms (tijdelijk) kwetsbaar(der) is. Vanuit de Almelose kernwaarde betrokkenheid, past het dat wij op deze manier inwoners ondersteunen waar nodig. Betrokkenheid bij onze inwoners impliceert echter niet dat wij als gemeente, of vanuit de voorzieningen die wij bieden, alles overnemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=9789e4a0-af17-403b-abdd-60cfaadeb422