Perspectiefnota 2024-2027 - Bijlage - Perspectiefnota 2024-2027.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota Gemeente Almelo 2024-2027
Vast te stellen in de raadsvergadering van 13 juli 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave................................................................................................... 2 1. Inleiding ......................................................................................................... 3 2. Financieel Meerjarenperspectief .................................................................... 6 2.1 Samenvatting ................................................................................................................................................ 6 2.2 Ontwikkeling financieel meerjarenperspectief en meerjarenraming 2024-2027 ........................................ 6 2.3 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief .................................................................................................. 7 2.4 Route naar een sluitende begroting 2026 e.v. ........................................................................................... 14 2.5 Uitgangspunten programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 .......................................... 17
3. Programma's ................................................................................................ 19 3.1 Programma Stedelijke ontwikkeling ........................................................................................................... 19 3.2 Programma Sociaal en vitaal ...................................................................................................................... 28 3.3 Programma Zorg en veiligheid .................................................................................................................... 41 3.4 Programma Economie en arbeidsmarkt ..................................................................................................... 51 3.5 Programma Klimaat en milieu .................................................................................................................... 66
4. Leefbare wijken en dorpen ........................................................................... 73 4.2 Wat willen we bereiken? ............................................................................................................................ 74
5. Bijlagen ...................................................................................................................................................... 79 5.1 Stand van zaken moties .............................................................................................................................. 79
2
1. Inleiding De Perspectiefnota 2024-2027 die voor u ligt, bevat de inhoudelijke en financiële uitgangspunten voor de begroting van 2024 en de periode daarna. Het is de eerste perspectiefnota in deze raadsperiode. Als basis voor de perspectiefnota is de programmabegroting 2023 gebruikt voor de opzet en inhoud. De focus van de perspectiefnota ligt op de gewenste resultaten en het financiële kader waarbinnen deze resultaten zowel op de kortere als middellange termijn bereikt worden. De afgelopen jaren is sterk ingezet op financieel herstel. Onze gezamenlijke inzet heeft zich vertaald in goede financiële resultaten. Dat biedt mogelijkheden voor het maken van plannen en het investeren in een stad voor iedereen, met kansen en ontwikkelingsmogelijkheden voor alle inwoners waarbij we voortbouwen op het stevige fundament dat we in de afgelopen jaren hebben gelegd. We werken aan een stad waarin ongezien talent benut wordt, we de groei van bedrijven in de regio faciliteren met behulp van de realisatie van XL Businesspark 2, waarin we het groenblauwe profiel van Almelo ontwikkelen, waarin we de leefbaarheid versterken en waar elke inwoner zich veilig en geaccepteerd voelt. Ook werken we aan het tegengaan van eenzaamheid, zetten we in op vitaliteit en hebben we specifieke aandacht voor kwetsbare personen en jeugd.
We dragen onder andere bij aan warmtetransitie, klimaatadaptatie, duurzame energieopwekking, schone lucht en waterkwaliteit. Kortom we werken aan een stad waar onze inwoners prettig wonen en verblijven, waar ondernemers voldoende mogelijkheden krijgen en waar bezoekers graag naar toe gaan. De programma’s en het plan Leefbare Wijken en Dorpen zijn voor de komende vier jaar een uitwerking van deze bestuurlijke doelen. Alle programma’s en het plan Leefbare Wijken en Dorpen leveren op hun eigen wijze een bijdrage aan het behalen van deze bestuurlijke doelen. Waarbij de kracht in de verbinding en onderlinge samenhang ligt. De programma’s gaan ook in op ontwikkelingen die mondiaal, landelijk, regionaal en dus ook in Almelo spelen. Denk hierbij aan geopolitieke verhoudingen die onder druk staan, het tekort aan woningen, de oorlog in Oekraïne waardoor de gasprijzen stijgen, het stijgende aantal meldingen van kwetsbare personen, vergrijzing, maar ook bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van de Hervormingsagenda Jeugd en nieuwe verdeling van het gemeentefonds. We staan als Almelo dus voor verschillende uitdagingen op de korte termijn, waarbij een stip op de horizon zoals opgenomen in de programmaplannen noodzakelijk is. Om onze doelen te realiseren is het nodig om een organisatie te hebben die blijvend de schouders eronder zet. Daar hebben wij de laatste jaren in geïnvesteerd.
We hebben veel nieuw talent aangetrokken en er is een recruiter gestart om nog meer talent aan onze gemeente te binden. Samenhang tussen de programma’s Met het programma Stedelijke Ontwikkeling dragen we bij aan een stad in balans. We versnellen de woningbouw en zetten stappen in de ontwikkeling van de binnenstad, de Spoorzone en de herstructurering van (prioritaire) wijken. Almelo draagt graag bij aan de woningbouwopgave van het Rijk. Om die (versneld) mogelijk te maken zullen we niet alleen binnenstedelijk gaan bouwen maar ook uitleg mogelijk gaan maken. Door het ontwikkelen van een grotere onderscheidende en gevarieerde woningvoorraad voor onze huidige en toekomstige inwoners zetten we in op het ontstaan van gemengde buurten, waar het aantrekkelijker wonen is voor zowel jong als oud. Stedelijke Ontwikkeling is dus zoveel meer dan alleen stenen stapelen en ziet dus ook toe op het streven naar evenwichtigere sociale structuren in wijken waardoor kansengelijkheid toeneemt. Met het plan Leefbare Wijken en Dorpen dragen we bij aan de leefbaarheid in de wijken en dorpen door waar mogelijk initiatieven vanuit de wijken te ondersteunen. We stellen voor alle wijken en dorpen een wijk/dorpsopgave op als vervolg op de opgestelde wijkanalyses.
3
Het programma Zorg en Veiligheid draagt ook bij aan de leefbaarheid en veiligheid in de wijk. Door meer specifieke aandacht voor kwetsbare personen door inzet van bijvoorbeeld de wijk GGD-er. Daarnaast zetten we in op onze jeugd om te voorkomen dat jeugdigen in de criminaliteit belanden. Om een goed beeld te krijgen voeren we een fenomenenonderzoek uit waarbij we inzicht krijgen in de problematiek rond risicojongeren. Het programma Sociaal en Vitaal richt zich op het vergroten van de vitaliteit van kwetsbare inwoners door het doorontwikkelen van het ecosysteem (samenwerkende partners die elkaar beïnvloeden) voor onze psychisch kwetsbare inwoners. Verder zet het programma Sociaal en Vitaal in op het vergroten van kansengelijkheid voor de jeugd door onder andere het uitbouwen van de samenwerkingsstructuur voor 12 tot 18 jarigen. Bovendien worden sport, kunst en cultuur voor iedere inwoner van Almelo toegankelijk gemaakt. Het programma Economie en Arbeidsmarkt draagt bij aan voldoende werkgelegenheid. Het programma zet in op het vaststellen en uitwerken van nieuwe programmeringsafspraken, waardoor cruciale werkgelegenheid voor Almelo en Twente wordt behouden c.q. uitgebreid. Ook wordt werk gemaakt van het binden en boeien van talenten op alle niveaus onder meer door het ontwikkelen van een arbeidsmarktstrategie.
Het programma Klimaat en Milieu heeft als doel om energie te besparen, energie op te wekken en woningen aardgasvrij(ready) te maken. Dit doen we bijvoorbeeld door het verduurzamen van huizen. We dragen bij aan een fijner woon- en leefklimaat in de wijken door bij de herstructurering van wijken en de nieuwbouw van wijken veel aandacht te hebben voor klimaat en milieu. Leeswijzer Financieel meerjarenperspectief Het financieel meerjarenperspectief vormt de basis voor de Perspectiefnota 2024-2027 (hoofdstuk 2). In de programmabegroting 2023 is de meerjarenraming 2024-2026 opgenomen, waarvan de laatste jaarschijf op dat moment nog niet structureel sluitend was. Het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 is geactualiseerd. De financiële opgave is na 2026 zwaarder geworden. Het college kiest er daarom voor om in deze Perspectiefnota een eerste forse stap te zetten in het terugdringen van het tekort. Daarnaast vindt u in deze perspectiefnota, conform de toezegging van de portefeuillehouder tijdens de begrotingsbehandeling, een routevoorstel waarin beschreven staat op welke wijze de komende jaren wordt gewerkt aan een structureel en reëel sluitende begroting voor 2026 en verder.
Dit proces wordt zo vormgegeven dat er, rekening houdend met de onzekerheden in de meerjarenraming, een balans wordt gevonden tussen het tijdig nemen van maatregelen enerzijds en continue monitoring en bijsturing (via de P&C-cyclus) anderzijds. Het college zal het voortouw nemen om conform het routevoorstel te komen tot een sluitend meerjarenperspectief. De programmaplannen De programmaplannen (inclusief het Plan Leefbare Wijken en Dorpen) zijn het andere leidende principe van de Perspectiefnota 2024-2027. De programma’s hebben een looptijd van 2023 tot en met eindjaar 2026. Per programma (hoofdstuk 3) en het Plan Leefbare Wijken en Dorpen (hoofdstuk 4) zijn de visie en doelen weergegeven. We legden de visie en de ambities ter consultatie en aanvulling voor aan een brede delegatie uit Almelo en aan de raad. Op basis van deze inbreng hebben we de doelen en mijlpalen gemarkeerd. Met de input van de raad tijdens de beeldvormende beraden over de programmaplannen op 7, 8 en 9 maart 2023 en het oordeelsvormend beraad op 19 april jl. zijn de programmaplannen en het plan Leefbare Wijken en Dorpen aangepast of aangevuld.
Zo zijn twee operationele doelen in het programma Klimaat en Milieu aangepast op de onderwerpen RES en energielabels en kiezen we in het programma Sociaal en Vitaal voor een koers waarbij we een goede balans willen houden tussen eigen regie van onze inwoners en een gemeente die er is voor haar inwoners die haar echt nodig hebben. Ook hebben we toegevoegd dat we uitgaan van de eigen verantwoordelijkheid van ouders, maar dat we er voor de ouders en kinderen willen zijn die niet zelf in staat zijn hun kinderen te begeleiden of in hun eigen netwerk onvoldoende steun vinden. Het thema ‘bestaanszekerheid’ krijgt nadrukkelijk een plek in de lijnorganisatie. Tenslotte hebben we nadrukkelijker 4
verwoord dat we de mogelijkheden voor collectief en preventief aanbod in beeld willen brengen bij onze doorontwikkelingen. Samen met de raad en met ondernemers, onderwijs, maatschappelijke instellingen, inwoners en investeerders willen we deze ambities realiseren. In de programma’s vermelden we hoe we dat gaan doen, welke financiële middelen we daarvoor inzetten en hoe we de voortgang gaan monitoren. Die monitoring laat niet alleen de cijfers zien maar geeft ook inzicht in de verhalen achter de cijfers. Met het vaststellen van de perspectiefnota worden de strategische doelen en visies van de programmaplannen Stedelijke ontwikkeling, Sociaal en vitaal, Zorg en veiligheid, Economie en arbeidsmarkt en Klimaat en milieu en het Plan Leefbare Wijken en Dorpen definitief vastgesteld waarbij de gemeenteraad de kaders, de strategische doelen en de monitoring in de reguliere P&C-cyclus op grond van actuele omstandigheden en wensen kan bijstellen. De Perspectiefnota 2024-2027 laat zien dat er de komende jaren financiële uitdagingen zijn. De komende jaren werken we aan een reële en structureel sluitende begroting. Tegelijkertijd werken we aan het behalen van onze bestuurlijke doelen waarbij we verder bouwen aan een stad die kansen biedt voor iedereen.
5
2. Financieel Meerjarenperspectief 2.1 Samenvatting • • • •
Het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 is geactualiseerd. De risico's en onzekerheden in het financieel meerjarenperspectief zijn groot. De jaren 2024 en 2025 laten nog voordelige saldi zien. Vanaf 2026 is er sprake van een tekort van ongeveer 12,5 miljoen euro structureel. Het proces om te komen tot een sluitend financieel meerjarenperspectief wordt zo vormgegeven dat er, rekening houdend met de onzekerheden in de meerjarenraming, een balans wordt gevonden tussen het tijdig nemen van maatregelen enerzijds en continue monitoring en bijsturing (via de P&Ccyclus) anderzijds.
2.2 Ontwikkeling financieel meerjarenperspectief en meerjarenraming 2024-2027 Bij de begroting 2023 heeft de raad kennisgenomen van de meerjarenraming 2024-2026. De laatste jaarschijf van de meerjarenraming liet op dat moment een begrotingssaldo zien van 17,6 miljoen euro negatief. In onderstaande tabel presenteren we een geactualiseerd financieel meerjarenperspectief op basis van de ontwikkelingen die zich in de periode sinds het vaststellen van de programmabegroting 2023 hebben voorgedaan én de ontwikkelingen en dekkingsmaatregelen die zijn opgenomen in deze perspectiefnota. In paragraaf 3.3. worden deze ontwikkelingen en dekkingsmaatregelen inhoudelijk nader toegelicht. Zoals gebruikelijk is het financiële perspectief in deze nota gebaseerd op de september- en decembercirculaire (2022) van het gemeentefonds. De financiële effecten van de meicirculaire 2023 zijn nog niet opgenomen. De verwerking hiervan vindt plaats bij de programmabegroting 2024. Uw raad wordt hierover per raadsbrief geïnformeerd. Financieel Meerjarenperspectief (FMP)
2024
2025
2026
2027
Begrotingssaldo programmabegroting 2023
-0,18 V
-1,44 V
17,62 N
17,62 N
Septembercirculaire 2022
-0,13 V
0,00
-5,25 V
-0,33 V
Decembercirculaire 2022
-0,31 V
-0,13 V
0,00
0,00
Toevoegen jaarschijf 2027
0,00
0,00
0,00
0,98 N
Basisperspectief voor perspectiefnota
-0,62 V
-1,57 V
12,37 N
18,27 N
Ontwikkelingen
6,30 N
5,88 N
5,87 N
3,87 N
Dekkingsmaatregelen
-5,68 V
-5,03 V
-5,15 V
-9,69 V
Totaal mutaties perspectiefnota
0,62 N
0,85 N
0,72 N
-5,82 V
Geactualiseerd meerjarenperspectief
0,00 V
-0,72 V
13,09 N
12,45 N
Waarvan incidentele baten en lasten
0,71 N
0,30 N
0,30 N
0,00
Geactualiseerd structureel meerjarenperspectief Bedragen x 1 miljoen euro
-0,71 V
-1,02 V
12,79 N
12,45 N
Het geactualiseerde financieel meerjarenperspectief laat ten opzichte van de programmabegroting een meer geflatteerd beeld zien. De onzekerheden in het bovenstaande meerjarenperspectief zijn nog steeds groot, gelet op de risico's in het sociaal domein, de mogelijke effecten van rente-, loon- en prijsontwikkelingen, de oorlog in Oekraïne en de aanhoudende onduidelijkheid over de financiering van gemeentelijke taken vanaf 2026. En ook de ontwikkelingen met betrekking tot de Hervormingsagenda Jeugd en de evaluatie van de in 2023 doorgevoerde
6
herijking van het gemeentefonds (voorzien in 2025) kunnen grote impact hebben op het financieel meerjarenperspectief, zowel in positieve als in negatieve zin. Dit plaatst uw raad en ons college voor een dilemma. Vanuit de gedachte dat het reëel is te veronderstellen dat het Rijk de financiële problematiek van gemeenten vanaf 2026 niet volledig zal oplossen, is het van belang om tijdig maatregelen te nemen die de meerjarenbegroting ook op middellange termijn sluitend maken. Aan de andere kant moet vanzelfsprekend voorkomen worden dat er onomkeerbare besluiten worden genomen, die later niet nodig blijken te zijn geweest. Wij stellen dan ook een (proces-)aanpak voor waarmee in de komende jaren een balans kan worden gevonden tussen het tijdig nemen van maatregelen enerzijds en continue monitoring en bijsturing (via de P&C-cyclus) anderzijds. Dit laat ook ruimte om de resultaten van de landelijke lobby die op dit moment wordt gevoerd inzake de financiering van gemeenten vanaf 2026 mee te nemen. In paragraaf 2.4 van deze perspectiefnota wordt dit nader uiteengezet.
2.3 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief Het vertrekpunt voor financieel meerjarenperspectief (FMP) is de programmabegroting 2023. In onderstaande tabel wordt het geactualiseerde structurele financieel meerjarenperspectief 2024-2027 weergegeven. Het betreft nadrukkelijk een globaal en richtinggevend perspectief waarin diverse ontwikkelingen zijn meegenomen die op dit moment nog in meer of mindere mate onzeker zijn. Financieel Meerjarenperspectief (FMP)
2024
2025
2026
2027
A. Programmabegroting 2023
-0,18 V
-1,44 V
17,62 N
17,62 N
Septembercirculaire 2022
-0,13 V
0,00
-5,25 V
-0,33 V
Decembercirculaire 2022
-0,31 V
-0,13 V
0,00
0,00
CAO gemeenten
2,40 N
2,60 N
2,80 N
3,00 N
Structureel effect SR2022 sociaal domein
1,50 N
1,50 N
1,50 N
1,50 N
Structureel effect SR2022 erfpacht
0,12 N
0,12 N
0,12 N
0,12 N
Vrijval reservering energie B2023
-0,75 V
-0,50 V
-0,50 V
-0,50 V
Programma's en wijkbudgetten 2022-2026
0,00
0,00
0,00
-2,20 V
Zwembad (RAAD 7511)
0,25 N
0,25 N
0,23 N
0,23 N
Bijdrage ODT
0,06 N
0,06 N
0,06 N
0,06 N
Stadsbank Oost Nederland (SON)
0,25 N
0,25 N
0,25 N
0,25 N
Meerjarenperspectief OZJT/Samen14
0,14 N
0,14 N
0,14 N
0,14 N
Rente ontwikkeling
0,20 N
0,50 N
0,75 N
0,75 N
Geboorte- en herdenkingsbos
0,03 N
0,03 N
0,03 N
0,03 N
Overige (inclusief toevoeging jaarschijf)
0,00
0,00
0,00
0,98 N
B. Totaal autonome en bekende ontwikkelingen
3,75 N
4,81 N
0,12 N
4,02 N
Voorlopige reservering stadstheater
0,50 N
0,50 N
0,50 N
0,50 N
Dienstverlening KCC
0,56 N
0,44 N
0,00
0,00
Impuls onderhoud openbare ruimte
0,75 N
0,00
0,00
0,00
Soortenmanagementplan Wet Natuurbeheer
0,30 N
0,00
0,00
0,00
Autonome en bekende ontwikkelingen
Overige ontwikkelingen
Actualisatie Nota kapitaalgoederen
pm
pm
pm
pm
C. Totaal overige ontwikkelingen
2,11 N
0,94 N
0,50 N
0,50 N
D. Geactualiseerd perspectief (A + B + C)
5,68 N
4,31 N
18,24 N
22,14 N
7
Dekkingsmaatregelen Stelpost compensatie gemeenten 2027
0,00
0,00
0,00
-4,47 V
Rijksmiddelen versterken gemeentelijke dienstverlening
-0,56 V
-0,44 V
0,00
0,00
BUIG/bijstand Behoedzaamheid gemeentefonds
-0,50 V -1,00 V
-0,75 V -0,59 V
-1,00 V -0,82 V
-1,00 V -0,82 V
Aanvullende loon-/prijscompensatie
-1,00 V
-1,00 V
-1,00 V
-1,00 V
Beschermd wonen
-1,00 V
-1,00 V
-1,00 V
-1,00 V
Stelpost offensief begroten
-1,00 V
-1,00 V
-1,00 V
-1,00 V
Areaaluitbreiding
-0,05 V
-0,15 V
-0,23 V
-0,30 V
Stelpost onvoorzien
-0,10 V
-0,10 V
-0,10 V
Onttrekking algemene reserve
-0,47 V
-0,10 V 0,00
0,00
0,00
E. Totaal dekkingsmaatregelen
-5,68 V
-5,03 V
-5,15 V
-9,69 V
Financieel Meerjarenperspectief (D + E) Bedragen x 1 miljoen euro
0,00 V
-0,72 V
13,09 N
12,45 N
Toelichting: Programmabegroting 2023 Startpunt is het financiële meerjarenperspectief uit de programmabegroting 2023. Septembercirculaire 2022 Het netto effect van de septembercirculaire 2022 (RAAD-7409) is verwerkt in het financieel meerjarenperspectief. Het voordelige effect in 2026 wordt gedeeltelijk verklaard door een hogere compensatie voor prijsstijgingen, maar wordt vooral veroorzaakt doordat het Rijk in 2026 incidenteel landelijk 1 miljard euro beschikbaar heeft gesteld in de aanloop naar een nieuwe financieringssystematiek tussen Rijk en gemeenten vanaf 2026. Voor Almelo betekent dit een eenmalig voordeel van 4,5 miljoen euro. Decembercirculaire 2022 Het netto effect van de decembercirculaire 2022 (RAAD-7591) is verwerkt in het financieel meerjarenperspectief. CAO Gemeenten De werkgevers en vakbonden hebben een akkoord over een nieuwe cao bereikt. De nieuwe cao loopt van 2 januari 2023 tot en met 1 januari 2024. In de cao is een salarisstijging afgesproken, waarbij de nadruk ligt op medewerkers in de eerste schalen in het loongebouw. De salarisstijging varieert gemiddeld van ruim 13% aan de basis tot ruim 12% in schaal 5 en bijna 7% in schaal 11. Dit ligt fors hoger dan de reservering van 4% die wij bij de begroting 2023 op basis van het Centraal Economisch Plan 2022 in onze meerjarenraming hadden opgenomen.
Een eerste doorrekening laat zien dat het financieel nadelige effect oploopt van 2,2 miljoen euro in 2023 naar 3,0 miljoen euro in 2027. Bij het opstellen van de begroting 2024 worden de definitieve financiële effecten berekend en verwerkt. Structureel effect SR2022 sociaal domein In de slotrapportage 2022 is een nadeel van 2,75 miljoen euro gemeld op Wmo/Jeugd. Dit is voornamelijk het gevolg van de wetswijziging met betrekking tot het woonplaatsbeginsel in de jeugdzorg. De analyse van de financiële consequenties voor de begroting 2023 en verder vindt op dit moment plaats. In het voorliggende globale FMP zijn wij er vanuit gegaan dat het tekort grotendeels structureel van aard is.
8
Structureel effect SR2022 erfpacht De herziening van de erfpachtcanon van een drietal erfpachters leidt als gevolg van de lagere rentestanden ten opzichte van 25 jaar geleden tot een structureel nadeel in de begroting en meerjarenraming. Vrijval reservering energie In de programmabegroting is een meerjarige reservering van 750.000 euro opgenomen ten behoeve van de stijgende energielasten. Een gedeelte hiervan is gereserveerd voor de inkoop van gas. Voor de jaren 2023 en 2024 is deze reservering niet nodig, omdat het huidige contract gehandhaafd kan worden en de prijzen voor deze jaren ‘vastgeklikt’ zijn. In de komende periode wordt bekeken in hoeverre de reservering noodzakelijk blijft en of deze kan vrijvallen. In het voorliggende globale FMP gaan we er vooralsnog vanuit dat de reservering in 2023 en 2024 volledig en vanaf 2025 gedeeltelijk (500.000 euro) kan vrijvallen. Programma's en wijkbudgetten 2022-2026 De huidige begrotingsprogramma’s lopen tot en met 2026. Vanaf 2027 vallen de programmamiddelen vrij ten gunste van het financieel meerjarenperspectief. Dit geldt ook voor de verhoging van de wijkbudgetten die is doorgevoerd vanaf de begroting 2023.
Zwembad (RAAD-7511) Op basis van het aanbestedingsresultaat van het nieuwe Sportpark en een herijking van de projectbegroting is de raad voorgesteld om een aanvullend krediet voor de realisatiefase van het Sportpark ter beschikking te stellen vanaf gerond 5,9 miljoen euro. De hiermee samenhangende jaarlijkse extra kapitaallasten dienen te worden opgenomen in de financiële meerjarenraming 2024-2027. Bijdrage ODT De 1e wijziging van de begroting 2023 van de ODT leidt tot een lastenuitzetting van 60.000 euro per jaar. Besluitvorming heeft plaatsgevonden in het AB van 24 februari 2023, nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld om een zienswijze in te dienen. Stadsbank Oost Nederland (SON) Op 14 november 2022 heeft het AB ingestemd met de voorgestelde herijking van het kostprijsmodel van de Stadsbank. Het gewijzigde bekostigingsmodel moet leiden tot een grotere voorspelbaarheid en vermindering van de variabiliteit van de begroting van de Stadsbank, en dient mede bij te dragen aan een afdoende weerstandsvermogen om risico’s op te vangen. De herijking wordt geëffectueerd in begroting 2024 van de Stadsbank. Voor Almelo betekent dit een verhoging van de bijdrage met afgerond 100.000 euro. Om de dienstverlening van de Stadsbank beter aan te laten sluiten bij de behoeften van inwoners en de wensen van gemeenten, gaat de Stadsbank investeren in ‘klantreizen’.
Na consultatie van de raad heeft het college besloten (BW-9767) om te kiezen voor een hybride dienstverleningspakket. Dit leidt tot afgerond 145.000 euro hogere lasten. Meerjarenperspectief OZJT/Samen 14 Op 14 juni 2022 heeft het AB van Samen Twente ingestemd met het meerjarenperspectief OZJT. Hiermee worden de formatie en de begroting van OZJT/Samen 14 passend gemaakt voor de kerntaken die de 14 Twentse gemeenten hier hebben neergelegd. Structurele taken worden daarmee structureel gedekt, waardoor de begroting van OZJT voorspelbaarder wordt. De wijziging is via een addendumprocedure op de begroting 2023 aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten voorgelegd en dient nog verwerkt te worden in onze begroting en meerjarenraming. Rente ontwikkeling
9
In onze rentevisie gaan wij uit van een verdere stijging van de rente op de geld- en kapitaalmarkt. In aanloop naar de begroting 2024 zal de renteparagraaf worden herzien. Vooruitlopend op de integrale herziening wordt een stelpost opgenomen die oploopt naar 750.000 euro vanaf 2026. Geboorte- en herdenkingsbos De raad heeft bij de behandeling van de begroting 2023 een motie aangenomen die het college opdraagt een geboorte- en herdenkingsbos te realiseren. De totale jaarlijkse kosten worden op dit moment geraamd op circa 25.000 euro per jaar. Overige (incl. toevoegen jaarschijf 2027) De stelposten voor nieuw beleid (195.000 euro), areaaluitbreiding (225.000 euro) en voor (vervangings-) investeringen in de openbare ruimte (NKG) worden opgenomen in de nieuwe jaarschijf. (500.000 euro) Overige ontwikkelingen Voorlopige reservering Stadstheater Het Stadstheater heeft in 2021 bij de gemeente aangegeven niet voldoende te hebben aan de subsidie die ze ontvangt. Dit geldt zowel voor de subsidie voor theaterprogrammering als de financiering van de verbouwing die noodzakelijk is om de schouwburgfunctie duurzaam te blijven vervullen. Het college heeft aangegeven een verhoging van de subsidie voor de theaterprogrammering bespreekbaar te vinden.
Dienstverlening KCC Het college stelt voor om vanuit de Rijksmiddelen ter versterking van gemeentelijke dienstverlening een bedrag van 1 miljoen euro beschikbaar te stellen voor een aantal onderwerpen die spelen binnen het Klantcontactcentrum (KCC). Hiermee kan er tot en met 2025 een impuls worden gegeven aan: • Versterking archieftaken / uitbreiding capaciteit centrale registratie (120.000 euro) In de afgelopen jaren is de formatie voor archieftaken gereduceerd. Dit terwijl de documentenstroom jaarlijks toeneemt (toename van 35% sinds 2017). De achterstanden in de wettelijke taken lopen op. In het kader van het IBT is het beeld voor het domein Informatie- en archiefbeheer voor de derde keer oranje. Er is in de beoordeling aandacht gevraagd voor de structurele capaciteit op het gebied van registratie en archief. Op termijn zou een vermindering van de ingekomen stukken (zowel analoog als digitaal) deze problematiek kunnen verminderen. Voorwaarde is wel dat door middel van specifieke eformulieren de vragen zonder tussenkomst van medewerkers van centrale registratie correct geautomatiseerd en geregistreerd worden in het zaaksysteem. • Digitale dienstverlening en bouw e-formulieren (180.000 euro) De start van online dienstverlening is in veel gevallen het kunnen aanbieden van een digitaal aanvraagformulier.
Er is een capaciteitstekort met betrekking tot het bouwen van deze digitale formulieren, de zogenaamde e-formulieren. Dit remt de verdere groei van online dienstverlening en ook het verder digitaal kunnen behandelen en afhandelen van deze aanvragen. • Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (130.000 euro) Op 1 januari 2024 zal na 1 jaar uitstel de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treden. Het wetsvoorstel geeft burgers het recht om elektronische berichten aan een bestuursorgaan te zenden op een door het bestuursorgaan bepaalde wijze. Om dit gemeentebreed mogelijk te maken wordt in 2024 een projectleider aangesteld en is uitvoeringsbudget benodigd. • Digitale participatiestrategie en bijbehorende toolbox (295.000 euro) Er komen steeds meer digitale participatiemogelijkheden beschikbaar. Enkele gemeenten maken hiervan al vruchtbaar gebruik. Ook voor Almelo liggen hier mogelijkheden en kansen. Met digitale participatie wordt het proces om mee te praten, mee te beslissen en/of mee te doen versterkt en slim georganiseerd.
10
•
Begrijpelijke taal (275.000 euro) Het is van groot belang al onze communicatie (brieven, teksten op de website, beleidsdocumenten, etc.) in begrijpelijke taal te schrijven. De nationale ombudsman en ook andere organisaties vragen hier al meerdere jaren expliciete aandacht voor. Ook het Almelose coalitieakkoord en het rijksbeleid tonen ambities op dit gebied. Met begrijpelijke taal zijn de gebruikte woorden, de structuur en het ontwerp van de tekst zo duidelijk, dat de lezer op eenvoudige manier de informatie die is opgenomen uit de tekst kan halen. Gemeentebrede aanpassing van teksten en brieven en daarna de borging ervan, vraag sturing en uitvoeringscapaciteit. In 2025/2026 wordt geëvalueerd in hoeverre structurele voortzetting van deze inzet nodig is en welke financiële middelen daarvoor nodig zijn. Impuls onderhoud openbare ruimte In 2022 is besloten de kwaliteit van de openbare ruimte te verhogen en is een inhaalslag gestart om de kwaliteit op het gewenste niveau te brengen. Uit inspecties blijkt dat de inhaalslag die nodig is, omvangrijker is dan verwacht. Een groot deel van het straatmeubilair staat scheef en is versleten en de binnenstad is erg vervuild met kauwgom. Ook zijn er een groot aantal slecht te onderhouden verharde locaties, waar veel onkruid groeit en die moeilijk te bestrijden zijn.
Door in 2024 en 2025 een extra impuls te geven van totaal 750K, versnellen we de inhaalslag en brengen we de kwaliteit van de openbare ruimte structureel op het vastgestelde niveau. Soortenmanagementplan Wet Natuurbeheer Bij fysieke projecten (o.a. aanleg van openbare ruimte, verkeer en woon- en bedrijfsterreinen) moet voldaan worden aan de onderzoeksverplichting vanuit de Wet natuurbescherming. Dit is een tijdrovend, ingewikkeld en kostbaar proces dat voor ieder afzonderlijk project doorlopen moet worden en soms ook leidt tot vertraging van werkzaamheden. Een mogelijke oplossing hiervoor is het opstellen van een gemeentelijk Soortenmanagementplan. Op basis van dit plan kan er voor een periode van 10 jaar ontheffing worden verkregen voor het uitvoeren van ecologische onderzoeken op projectniveau. De kosten voor het opstellen van een Soortenmanagementplan zitten voornamelijk in het uit laten voeren van een flora- en faunaonderzoek. Naast de geschatte incidenteel benodigde middelen van 300.000 euro is er naar verwachting ook structurele inzet van 0,5 fte benodigd. In eerste instantie zal worden bezien of dit binnen de formatiebegroting opgevangen kan worden. De provincie Overijssel heeft toegezegd een subsidiefonds te ontwikkelen voor een gedeeltelijke vergoeding van het ecologische onderzoek dat de basis vormt voor de gebiedsontheffing van 10 jaar.
Op het moment dat deze subsidie beschikbaar komt en wordt toegekend dan wordt het bedrag verrekend met de algemene middelen. Actualisatie Nota kapitaalgoederen In 2024 vindt een actualisatie van de Nota kapitaalgoederen plaats en wordt het volledige areaal aan kapitaalgoederen opnieuw doorgerekend op basis van de meest recente landelijke eenheidsprijzen. De in de begroting 2023 opgenomen reservering voor prijsstijgingen (oplopend naar 1,4 miljoen euro in 2026) wordt daarbij betrokken. Dekkingsmaatregelen Stelpost compensatie gemeenten Het Rijk heeft in 2026 incidenteel landelijk 1 miljard euro beschikbaar gesteld in de aanloop naar een nieuwe financieringssystematiek tussen Rijk en gemeenten vanaf 2026. Voor Almelo betekent dit een eenmalig voordeel van 4,5 miljoen euro (zie regel: septembercirculaire 2022). Hoewel de definitieve toekenning pas bekend wordt bij het verschijnen van de meicirculaire blijkt uit de voorjaarsnota 2023 van het Rijk dat gemeenten vanaf 2027 een bedrag van 1 miljard euro structureel ontvangen.
11
Rijksmiddelen versterken gemeentelijke dienstverlening Naar aanleiding van de toeslagenaffaire heeft het Rijk eind 2021 incidentele middelen beschikbaar gesteld voor het verbeteren van de gemeentelijke dienstverlening. Vanuit 2021 en 2022 is een bedrag van afgerond 900.000 euro gereserveerd. Vanaf 2023 gaat het om een bedrag van circa 400.000 euro per jaar tot en met 2027. Een bedrag van 1 miljoen euro wordt nu ingezet ter dekking van de onderwerpen zoals benoemd onder dienstverlening KCC. BUIG/Bijstand Het Rijk kent gemeenten via een objectief verdeelmodel middelen toe voor de uitvoering van de BUIG/bijstand. Gelet op het objectieve karakter van het verdeelmodel zou de hoogte van deze uitkering als uitgangspunt kunnen worden genomen voor de meerjarenbegroting. Met andere woorden: de ambitie om de BUIG/bijstand binnen de financiële middelen van het Rijk uit te voeren wordt financieel vertaald. Hierbij past de kanttekening dat de gemeente in de afgelopen jaren al het nodige heeft geprobeerd om de kosten voor de BUIG/bijstand terug te brengen door zoveel mogelijk mensen uit te laten stromen en inwoners zo snel mogelijk van werk naar werk te begeleiden.
Het aantal uitkeringsdossiers is in de periode 2018-2022 gedaald (2.857 juni 2018 – 2.351 dec 2022), maar dit betekent ook dat de groep die op dit moment nog een BUIG/bijstandsuitkering ontvangt lastig(er) naar betaalde arbeid te begeleiden is. Uit de raming spreekt dus een serieuze ambitie. Behoedzaamheid gemeentefonds De raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft een behoedzaam karakter. Met name het niet ramen van de ruimte onder het BCF plafond draagt daaraan bij. Als alle gemeenten landelijk in enig jaar minder BTW declareren bij het BTW compensatiefonds dan het afgesproken plafond, dan wordt het verschil onder het plafond toegevoegd aan de algemene uitkering. Op het moment dat de gemeenten gezamenlijk meer BTW declareren dan volgt er een korting. De toezichthouder staat gemeenten toe om in de meerjarenraming rekening te houden met de ruimte onder het BCF plafond, op basis van de realisatie in het laatste volledige jaar. Wij stellen voor deze ruimte op te nemen, conform het advies van het ministerie van BZK. Aanvullende loon- en prijscompensatie Vanwege de uitzonderlijke stijging van de prijzen sinds het uitkeren van de prijsbijstelling voor het jaar 2022 met de meicirculaire, wijkt het kabinet eenmalig af van de reguliere systematiek.
Bij de Voorjaarsnota 2023 en dus de meicirculaire 2023 wil het kabinet in 2023 een extra prijsbijstelling uitkeren die terugkijkt naar het jaar 2022. Dit extra accres wordt dan gebaseerd op de desbetreffende indices voor prijsontwikkelingen voor het jaar 2022 van het Centraal Economisch Plan 2023. De structurele doorwerking wordt nu voor 1 miljoen euro ingerekend in het financieel meerjarenperspectief. Beschermd wonen Het positieve saldo op beschermd wonen wordt jaarlijks gestort in de bestemmingsreserve centrumgemeentetaken maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MO + BW). Jaarlijks worden met de regiogemeenten afspraken gemaakt over hoe het gerealiseerde resultaat van het vorige jaar wordt verdeeld c.q. besteed. In de afgelopen jaren is er daarbij steeds sprake geweest van een voordeel voor de gemeente Almelo. Onlangs het verloop via een reserve, heeft het voordeel daarmee feitelijk een structureel karakter en kan daarmee structureel geraamd worden in het financieel meerjarenperspectief. Hierover zal nog wel afstemming moeten plaatsvinden met de provinciaal toezichthouder. Stelpost offensief begroten Realistisch ramen is het uitgangspunt bij het opstellen van onze begroting en meerjarenraming. Bij ramingsgevoelige budgetten, zoals bijvoorbeeld open-einde regelingen, wordt daarbij een conservatieve benadering gekozen. We zijn voorzichtig.
Maar als het nodig is zijn we ook bereid om ‘scherp aan de wind’ te 12
varen. De huidige tekorten in het financieel meerjarenperspectief maken de noodzaak daartoe duidelijk. Het college stelt voor om in het financieel meerjarenperspectief een stelpost ‘offensief begroten’ van 1 miljoen euro op te nemen. Deze stelpost wordt in de aanloop naar de begroting 2024 ingevuld door waar mogelijk budgetten scherper te begroten, zonder daarmee het principe van realistisch ramen los te laten. Budgetten waarop zich in de afgelopen jaren incidentele voordelen hebben voorgedaan zouden in sommige gevallen bijvoorbeeld gedeeltelijk kunnen worden verlaagd. Net als bij een aantal van de hierboven genoemde maatregelen betekent dit een bewuste keuze voor wat meer risico in de begroting. De kans op bijstellingen in de tussentijdse rapportages of overschrijdingen in de jaarverantwoording wordt groter. Areaaluitbreiding Als gevolg van areaaluitbreiding kunnen er in de komende jaren hogere inkomsten uit gemeentelijke belastingen worden verwacht. Stelpost onvoorzien incidenteel In de begroting en meerjarenraming is een stelpost onvoorzien opgenomen van ruim 0,2 miljoen euro per jaar. In de praktijk blijkt deze stelpost gedurende het jaar niet of nauwelijks te worden aangesproken en bij de jaarrekening vrij te vallen. Voorgesteld wordt de hoogte van de stelpost te halveren.
Onttrekking algemene reserve Het saldo van de jaarschijf 2024 wordt incidenteel onttrokken uit de algemene reserve.
13
2.4 Route naar een sluitende begroting 2026 e.v. De totale financiële opgave zoals die zich op dit moment laat aanzien bedraagt vanaf 2026 ongeveer 12,5 miljoen euro. Zoals gezegd is daarbij sprake van de nodige risico’s en onzekerheden waarvan de verdere structurele doorwerking deels buiten het bestek van het financieel meerjarenperspectief 2024-2027 ligt. De aanloop naar de begroting 2024 is hiermee bijzonder van karakter en deze situatie is niet exclusief voor Almelo 60% van de gemeenten verwacht in 2026 een tekort, een schrale troost. De keuzes van het Rijk raken alle gemeenten in Nederland. In de komende tijd zullen wij het speelveld verder verkennen, zodat duidelijker wordt hoe onze financiële positie zich ontwikkelt, hoe onze uitgaven zich verhouden tot die van andere gemeenten, de ontwikkelingen in het gemeentefonds en welke ontwikkelingen en keuzes van invloed zijn op onze gemeentelijke financiën. Hiermee krijgen we de opgave scherper en ontstaan mogelijk nieuwe inzichten ten aanzien van handelingsalternatieven. Vanzelfsprekend houden wij vast aan een kritische beoordeling van onze uitgaven en een strakke budgetdiscipline. Dit betekent dat wij middelen doelmatig inzetten en steeds kijken of wij onze ambities en doelen kunnen bereiken tegen lagere kosten. Landelijk wordt in de breedte gezocht naar oplossingen.
Onder andere de VNG commissie Gemeentefinanciën buigt zich over deze kwestie. Duidelijk is wel dat wij lokaal voor een stevig dilemma worden geplaatst. • Alles wat we nu doen in termen van minder en bezuinigen sterkt de Rijksoverheid in haar argumenten dat het wel minder kan. Immers gemeenten hielden in 2021 gezamenlijk 1.760 miljoen euro over. • Voor uitgaven die we doen in de periode 2022-2025 is geen dekking vanaf 2026. Zeker voor Almelo pakt dit extra hard uit, omdat de bezuinigingen uit voorgaande jaren nu juist ruimte boden en bieden om weer te investeren. Om in uitersten te denken kunnen we ‘niets’ doen en leveren alleen een sluitende begroting 2024. Daarmee sluiten we min of meer aan bij de suggesties die ook binnen de VNG worden besproken. Ander uiterste is we spannen ons tot het uiterste in om een sluitend meerjarenperspectief te presenteren. Uiteraard kom je dan al snel op een gesprek wat voor gemeente wij dan willen zijn. Dat wordt een moeilijke discussie als er structureel onvoldoende middelen zijn om de wettelijke en noodzakelijke taken uit te voeren. Wij kiezen daarom voor een behoedzame en flexibele strategie die een balans vindt tussen tijdig maatregelen kunnen nemen enerzijds, en monitoren en zo nodig bijsturen anderzijds.
Deze strategie bestaat uit de volgende onderdelen en afspraken: Verscherpt afwegingskader nieuw beleid Conclusie van het huidige middelenkader is dat er binnen de meerjarenraming op dit moment geen ruimte is voor structurele beleidsintensiveringen. Wij stellen dan ook voor om hier in de komende jaren terughoudend mee om te gaan. Ons doel is het tekort vanaf 2026 niet verder op te laten lopen. Dit betekent dat voor nieuw, structureel beleid in beginsel geen ruimte is, tenzij dit beleid (op termijn) kan bijdragen aan een verbetering van onze financiële meerjarenraming. Dit vraagt om een kritische afweging van uw raad en ons college. We stellen onszelf daarbij als opgave om voor deze beleidsintensiveringen in de eerste plaats ruimte te zoeken binnen de begroting. Brede evaluatie sociaal domein Veruit de grootste druk op de gemeentelijke begroting komt voort uit de diverse open-einde regelingen in het sociaal domein. Er zijn in de afgelopen raadsperiode diverse maatregelen genomen met het oog op het terugbrengen van de lasten in het brede sociaal domein (maatregelplannen I, II en III). Daarmee ging een totale besparingsambitie van circa 7 miljoen euro gemoeid.
In het verlengde van het in 2021 door de Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein van de VNG uitgevoerde onderzoek geven wij opdracht om in aanloop naar de perspectiefnota 2025-2028 een brede evaluatie uit te voeren naar de inrichting het sociaal domein en de wijze waarop wij als gemeente uitvoering geven aan onze wettelijke taken. 14
Dit met als doel de kosten in het sociaal domein ook op langere termijn beheersbaar te houden, zodat wij het leveren van kwalitatieve goede zorg in de toekomst kunnen waarborgen. Dit vraagt in de komende jaren mogelijk om nieuwe en scherpere politiek-bestuurlijke keuzes. Uitwerken maatregelenpakket van 12,5 miljoen euro Wij verwachten dat het Rijk zijn verantwoordelijkheid neemt en vanaf 2026 zal zorgen voor een toereikende financiering van gemeenten en de aan hen opgelegde taken. Tegelijkertijd zijn we realistisch: het valt niet uit te sluiten dat wij op enig moment maatregelen moeten nemen die ingrijpen op onze doelen, taken en ambities en de manier waarop wij deze willen bereiken. Om tijdig te beschikken over de noodzakelijke inzichten die nodig zijn om als college en raad zo nodig tijdig bij te kunnen sturen, vraagt het college uw raad om in deze perspectiefnota een aantal zoekrichtingen vast te stellen waarlangs een maatregelenpakket van ongeveer 12,5 miljoen euro structureel zal worden uitgewerkt. Duidelijk is wel dat, gelet op de omvangrijke bezuinigingen die in het afgelopen decennium zijn doorgevoerd, de opgave in alle redelijkheid niet gerealiseerd kan worden met efficiëntiemaatregelen en kaasschaven, maar dat keuzes rond taken en de intensiteit van de uitvoering nodig zijn. De navolgende zoekrichtingen worden voorgesteld: • Sociaal domein (n.a.v.
brede evaluatie sociaal domein) • Onderhoud en beheer openbare ruimte • Versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport. • Versoberen (publieke) dienstverlening • Besparingen op het gebied van welzijn en preventie • Bijdrage van verbonden partijen • Onderwijshuisvesting • Inkomstenverhogende maatregelen Een eerste uitwerking van het besparingspotentieel dat volgt uit deze zoekrichtingen wordt aangeboden in aanloop naar de begroting 2024. De raad heeft daarbij de keuze om de maatregelen die voldoende concreet zijn uitgewerkt al dan niet te verwerken, mede rekening houdend met de ontwikkelingen in het financieel meerjarenperspectief (o.a. Hervormingsagenda jeugd + gemeentefondssystematiek). Voor zover maatregelen niet worden ingeboekt kunnen deze achter de hand worden gehouden om op een later moment waar nodig te worden ingezet. Ook is het mogelijk dat bepaalde zoekrichtingen in de korte tijd tussen perspectiefnota en begroting nog onvoldoende uitgewerkt kunnen worden. Deze zoekrichtingen worden verder uitgewerkt richting de perspectiefnota 2025-2028.
Begrotingsanalyse Afhankelijk van de resultaten van het overleg met het Rijk en de mate waarin bovenstaande zoekrichtingen het mogelijk maken vanaf 2026 een sluitend financieel meerjarenperspectief te presenteren, zullen wij uiterlijk bij de perspectiefnota 2025-2028 opdracht geven om ambtelijk in (nog) bredere zin financiële besparingsmogelijkheden in beeld te brengen.
15
16
2.5 Uitgangspunten programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 Bij het opstellen van de begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 worden onderstaande uitgangspunten gebruikt. Het gaat daarbij om de grondslagen voor de ramingen bestaand beleid, zoals de loon- en prijscompensatie, de inflatiecorrectie voor belastingen, heffingen en tarieven en huren en het opslagpercentage overhead. Looncompensatie De looncompensatie wordt gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2023 (CEP2023) van het Centraal Planbureau (CPB). Voor de loonontwikkeling gaan we uit van de index ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’. Looncompensatie
2024
2025
2026
2027
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
4,7%
5,4%
4,5%
3,9%
Prijscompensatie De prijscompensatie wordt gebaseerd op de index 'prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc, %). Prijscompensatie
2024
2025
2026
2027
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
3,9%
1,6%
1,6%
1,6%
Belasting, heffingen en tarieven Voor de indexatie van de belastingen, heffingen en tarieven gebruiken we een combinatie van 2/3 looncompensatie en 1/3 prijscompensatie, behalve voor de OZB en riool- en afvalstoffenheffing. In het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om de indexatie van de OZB en riool- en afvalstoffenheffing te maximeren op 2%. OZB en riool- en afvalstoffenheffingen
2024
2025
2026
2027
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
Voor de overige heffingen e.d. geldt een combinatie van 2/3 looncompensatie en 1/3 prijscompensatie (o.b.v. CEP2023). Belastingen, heffingen en tarieven (overig)
2024
2025
2026
2027
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
4,4%
4,1%
3,5%
3,1%
Subsidie Jaarlijks wordt bij het opstellen van de perspectiefnota of begroting bepaald of in het aankomende jaar een gecombineerde 1/3e prijs- en 2/3e loonindex voor subsidies wordt toegepast. Voor 2023 wordt uitgegaan van een indexatie van 4,4%. Subsidies
2024
%-wijziging t.o.v. voorgaand jaar
4,4%
Circulaire gemeentefonds De meicirculaire 2023 van het gemeentefonds vormt de basis voor de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027. Opslagpercentage overhead Het opslagpercentage overhead bedraagt 50% van de salarislasten. Het percentage is niet gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren.
17
Omslag-/rekenrente De rente wordt met een percentage van 1% doorbelast naar de taakvelden. Uitgangspunten raming Wmo en Jeugd Bij de begroting 2024 nemen wij de volume- en prijsontwikkeling mee op basis van de analyses die in de komende maanden worden uitgevoerd. Daarbij betrekken wij ook de uitkomsten van de aanbesteding van WMO-hulpmiddelen.
18
3. Programma's 3.1 Programma Stedelijke ontwikkeling Steeds meer organisaties gebruiken programma's en programmamanagement om doelen te realiseren en veranderingen tot stand te brengen. Programma's helpen om die doelen met de goede focus, energie en samenhang te benaderen. Doelen die op dat moment extra aandacht vragen, omdat ze belangrijk en urgent zijn. Het zijn doelen die buiten de gebaande paden tot stand gebracht moeten worden. Daarbij is samenwerking met de lijnorganisatie van cruciaal belang. In de lijnorganisatie vindt de uitvoering plaats en binnen de programma’s de versnelling en de vernieuwing op deze urgente en belangrijke opgaven, maar alleen sámen zorgen ze ervoor dat de opgaven en ambities voor de stad gerealiseerd kunnen gaan worden. Bij de start van deze coalitieperiode is er een nieuw programma ingericht voor Stedelijke Ontwikkeling die deze vernieuwing en versnelling samen met de lijn de komende jaren zal gaan brengen.
3.1.1 Visie en Ambitie Vanzelfsprekend gaat stedelijke ontwikkeling niet alleen om de fysieke opgave in de stad Almelo. In het programma stedelijke ontwikkeling is de integraliteit gewaarborgd tussen de fysieke opgave met het bouwen van woningen, het zorgen dat de stad bereikbaar is, met voldoende groene ruimte, winkels, ruimte om te ondernemen, te recreëren en wijken waarin zowel de fysieke als de sociale opgaven samen worden opgepakt. Vanuit deze integrale blik op stedelijke ontwikkeling, maar tegelijkertijd de noodzaak om vanwege tijd een beschikbare middelen focus aan te brengen, is hierna aangegeven wat voor de komende jaren de doelen binnen het programma Stedelijke Ontwikkeling zijn. De streep op de horizon Almelo is een toekomstbestendige en onderscheidende centrumstad met een blijvende aantrekkingskracht vanuit de regio. Een stad waar huidige en toekomstige bewoners en ondernemers graag willen wonen, werken en in willen investeren. Een stad waar we trots op zijn! Deze streep op de horizon bouwt voort op een koers die Almelo in 2020 heeft ingezet met de Omgevingsvisie. Die is uitgewerkt in de Uitvoeringsagenda en recentelijk verder ingevuld in de Ruimtelijk Programmatische visie. Hiermee hebben we ons inhoudelijke verhaal steeds meer een stevige basis gegeven en een koers uitgezet welke stad we willen zijn en welke prioriteiten we hierin willen leggen.
Tegelijkertijd ontwikkel je een stad niet alleen als gemeente. Die tijd is al lang voorbij. Samen met partijen in de stad, marktpartijen, onze buurgemeenten, de provincie en het rijk zullen we samen moeten optrekken om de opgaven te realiseren en de kansen die zich daarbij in de tussentijd voor doen te pakken. Daarbij beginnen we niet vanaf nul. De afgelopen jaren zijn er projecten gerealiseerd in onze stad waar we trots op zijn. De “verrassing van Twente”: zo wordt Almelo wel eens omschreven. Wat zou het mooi zijn als in 2026 niemand meer verrast is over Almelo, maar iedereen wel wéét dat het ontzettend veel te bieden heeft en er richting 2035 nog prachtige gebiedsontwikkelingen gerealiseerd zullen worden in onze spoorzone, binnenstad, herstructureringswijken en het XL-bedrijvenpark. Niet alleen in plannen, maar gewoon door te doen, want dat is waar Almelo goed in is.
19
3.1.2 Wat willen we bereiken? 3.1.2.1 Kwalitatieve aantrekkelijke stad Strategisch doel Het realiseren van een grotere onderscheidende en gevarieerde woningvoorraad voor onze huidige en toekomstige inwoners. Operationele doelen • In 2026 zijn er duidelijkere afspraken vastgelegd om de verdeling van de sociale woningvoorraad over de gemeente en (sub)regio beter te verdelen; • In 2026 is het realiseren van echt onderscheidende en gevarieerde woningbouw voor Almelo standaard onderdeel geworden in de uitwerking en realisatie van onze gebiedsontwikkelingen; • De bouw van 4.100 extra nieuwbouwwoningen is versneld; • In 2026 zijn we beter in staat met onze partners vorm te geven aan toekomstbestendige nieuwbouw te in onze stad.
3.1.2.2 Netwerken en positioneren Strategisch doel • We realiseren een steviger netwerk en positie binnen het ruimtelijk domein; • We bouwen aan een stad met een duidelijker en meer onderscheidend profiel. Operationele doelen • In 2026 is er meer investeringsbereidheid in de Almelose woningmarkt van marktpartijen rondom grote gebiedsontwikkelingen; • In 2026 hebben we een meer onderscheidend profiel van Almelo als woonstad neergezet; • In 2026 staat Almelo positiever bekend wat betreft de gebouwde omgeving en de daarbij behorende verhalen en ontstaansgeschiedenis; • In 2026 dragen we de mooie plekken en architectuur met onze partners met trots uit.
3.1.2.3 Kennis en professionalisering Strategisch doel De organisatie ontwikkelt zich door tot een nog steviger, professioneler en daarmee klantgerichte organisatie rondom stedelijke ontwikkeling. Operationele doelen • In 2026 werken de partners in de stad plezieriger met ons samen; • In 2026 zijn de processen rondom gebiedsontwikkeling professioneler en duidelijker ingericht.
3.1.3 Wat gaan we daarvoor doen? 3.1.3.1 Kwalitatieve aantrekkelijke stad Strategisch doel Het realiseren van een grotere onderscheidende en gevarieerde woningvoorraad voor onze huidige en toekomstige inwoners. Activiteiten
Omschrijving
Activiteit 1:
We zetten extra in op de regionale overleggen en de lobby wonen:
20
Ongedeelde regio
•
•
Activiteit 2: Visievorming en realisatie toekomstbestendig
Wij trekken nadrukkelijk op met andere Twentse steden om die stedelijke belangen i.r.t. stad in balans en de ongedeelde regio op elkaar af te stemmen; We zetten in op een stevige (provinciale) sturing op de kaders die het rijk heeft gesteld aangaande het streven naar 30 procent sociale huurwoningen voor alle gemeenten om zo te komen tot een ongedeelde regio;
In de Uitvoeringsagenda en de ruimtelijke programmatische visie zijn de belangrijkste toekomstige ontwikkelgebieden bepaald. In een vervolg is verdere concretisering nodig van alle nieuwe ontwikkelingen. Dit gebeurt in de lijn, maar is voor de vulling van ons verhaal richting bijvoorbeeld het kernlobbydossier en het bepalen en uitdragen van ons profiel wel van wezenlijk belang. Hier zullen lijn en programma dan ook nauw samen optrekken. Daarbij zijn de onderstaande activiteiten voor de strategische voortgang van het programma in 2023 van belang: • Gebiedsvisie Aalanderveld • Gebiedsvisie Leemslagen • Visievorming en ontwikkeling spoorzone • Gebiedsaanpak binnenstad • Ontwikkeling XL2 Vanuit het programma worden de volgende activiteiten verricht: • Opdrachtgeverschap Ruimtelijke visie lokale bedrijventerreinen Reguliere ruimtelijke overleggen provincie (ambtelijk/ bestuurlijk)
Activiteit 3: Toekomstbestendig wonen/ bouwen
In 2026 is er meer bewustzijn over toekomstbestendig bouwen (natuur inclusief, circulair, duurzaamheid) en zijn er duidelijkere randvoorwaarden over hoe nieuwbouw toekomstbestendiger gerealiseerd kan worden. Dit thema is voor een aantal van onze strategische partners ook een belangrijke opgave. Wij zullen dit thema in 2023 dan ook samen met hen verder vorm en inhoud gaan geven, passend bij de veranderstrategie die we hiervoor hebben beschreven. Dit doen we via een aantal inspirerende werksessies, werkbezoeken en sprekers.
Activiteit 4: Woondeals uitwerken per gemeente
De woondeals die onlangs gesloten zijn worden uitgewerkt per gemeente en samen met de corporaties. Vervolgens zal dit ook zijn doorvertaling vragen richting de uitvoering en dus richting de projecten. Deelsporen die hierbij nader ingevuld en opgepakt zullen worden: • Aantallen en locaties • Voorwaarden onderhandelen met de provincie • Regio specifieke zaken afstemmen met buurgemeenten • Doorvertaling naar projecten • Aanvragen rijksregelingen
Activiteit 5: Doorvertaling visies en profilering naar doelgroepen en woningtypen
Met de ruimtelijk programmatische visie, de economische visie en de visie lokale bedrijventerreinen wordt inzichtelijk voor welke doelgroepen er in Almelo gebouwd moet worden. Daarbij is het uitgangspunt dat doelgroepen en het aanbod van verschillende typen woningen in de stad in balans zijn. Deze doorvertaling zal aansluitend plaatsvinden als de
21
ruimtelijke visie lokale bedrijventerreinen gereed is en daarmee ook de economische visie op de stad. Naar verwachting zal deze activiteit dus pas eind 2023 kunnen starten en voornamelijk in 2024 uitgevoerd worden.
3.1.3.2 Netwerken en positioneren Strategisch doel • We realiseren een steviger netwerk en positie binnen het ruimtelijk domein; • We bouwen aan een stad met een duidelijker en meer onderscheidend profiel. Activiteiten Omschrijving Activiteit 1: Profilering Almelo als woonen werkstad
Het hebben van een duidelijk profiel als stad, het uitdragen van het goede verhaal en trots uitstralen zijn belangrijke onderleggers voor stedelijke ontwikkeling. Het maakt dat je weet waarvoor je in Almelo moet zijn als toekomstige bewoner, maar ook als investeerder van bijvoorbeeld een grote ontwikkelaar of een bedrijf dat overweegt zich hier te vestigen. We gaan er vanuit dat de brede citymarketing voor het stadsbrede verhaal op korte termijn wordt opgezet en aangestuurd op concernniveau, waarop het programma kan aansluiten. Vanuit de grote projecten zal ook een eigen communicatie en branding opgezet (moeten) worden die steeds maakt dat er een constante stroom van informatie en positieven ‘buzz’ rondom stedelijke ontwikkeling op gang komt. Vanuit het programma zal ingezet worden op het ontwikkelen van de ‘satéprikker’ door de projecten heen: het profiel van Almelo als woon- en werkstad (corporate story) en daarbij vanzelfsprekend aansluitend bij de citymarketing als geheel. Hierbij gaan we niet voor grootschalige campagnes, maar voor het formuleren van duidelijke verhaal dat vervolgens vanuit onze projecten, onze partners en via strategische interventies steeds breed uitgedragen zal worden. Daarnaast wordt ingezet op activiteiten die de zichtbaarheid van Almelo en daarmee trots op de stad met betrekking tot stedelijke ontwikkeling vergroten.
Activiteiten waaraan gedacht kan worden zijn een stadsontwikkelingscafé, architectuurprijs of een ontwerpwedstrijd. Dit zal samen met onze partners in de stad verder vorm en inhoud gegeven worden. Om ons op langere termijn te profileren zal vanuit het programma aangejaagd worden om binnen de gebiedsontwikkelingen te komen tot het realiseren van 2 iconen die de stad nog meer onderscheidend profiel kunnen geven.
Activiteit 2: Lobby Stedelijke Ontwikkeling en Bereikbaarheid
De samenwerking met stakeholders in de (binnen)stad, het Rijk, de provincie en andere gemeenten rondom stedelijke ontwikkeling en bereikbaarheid is onmisbaar. Als gemeente kunnen we het niet alleen. We nemen daarom actief deel aan bestaande netwerken rondom stedelijk ontwikkeling, nemen deel aan de Provada en zoeken de afstemming en samenwerking met Enschede en Hengelo -Deventer. Daarnaast is onlangs in het bestuurlijk overleg van de gezamenlijk colleges
22
van Almelo, Hengelo en Enschede besloten dat Stedelijke Ontwikkeling en Bereikbaarheid voor de komende jaren één van de drie strategische kernlobbydossiers zal zijn. Vanuit het programma zal hier dus nadrukkelijk inzet op gepleegd moeten worden. Wat we de afgelopen jaren zagen, was dat we vaak onze lobby ingestoken hebben vanuit de afzonderlijke onderdelen van de organisatie of losse projecten en nog te weinig een stevig integraal Almeloos verhaal hebben neergezet. Dat betekent dat we onszelf de vraag moeten stellen welke boodschap wij willen uitdragen en hoe we dat willen doen. Dat geldt voor de lobbyboodschap op het gebied van bereikbaarheid en de A1, de verstedelijkingsambitie in relatie tot ons hightech-profiel, onze centrale ligging en het feit dat we hoog liggen op de zandgronden en weinig last hebben van stikstof. Het verder verstevigen van ons eigen integrale verhaal en van daaruit langjarig investeren op de strategische lobby (op inhoud en de relatie) is nadrukkelijk een ambitie die in het programma is opgenomen voor de komende jaren. Activiteit 3: Oprichten platform stedelijke ontwikkeling
We gaan bouwen aan een netwerk van actieve partijen in onze stad rondom stedelijke ontwikkeling. Een netwerk waar onder andere gemeente, makelaars, corporaties, marktpartijen en provincie elkaar ontmoeten, kennis delen en waar mogelijk samenwerken. In 2023 werken we uit welke (juridische) vorm dit platform in Almelo krijgt, met welke agenda we aan de slag willen en gaat het platform ook daadwerkelijk van start. Dit platform heeft als doel de versnelling van de woningbouw en het vergroten van de trots op Almelo.
3.1.3.3 Kennis en professionalisering Strategisch doel De organisatie ontwikkelt zich door tot een nog steviger, professioneler en daarmee klantgerichte organisatie rondom stedelijke ontwikkeling. Activiteiten
Omschrijving
Activiteit 1: Ontwikkelen Almelose aanpak gebiedsontwikkeling
Met de vaststelling van de uitvoeringsagenda zien we een verschuiving van locatieontwikkeling naar grote en complexe gebiedsontwikkelingen. Dat vraagt een professionaliseringsslag rondom het ontwikkelen van een ‘Almelose aanpak gebiedsontwikkeling: de verschillende fasen, mijlpalen en rollen binnen gebiedsontwikkelingen. Daarbij kan ook geleerd worden van ervaringen uit andere gemeenten. Hiermee wordt kennis en een gezamenlijke set van begrippen, rollen en processtappen ontwikkeld die noodzakelijk is om de komende jaren te bouwen aan een professionele en evenwichtige organisatie. Hierin zullen we ook nadrukkelijk de samenwerking zoeken met leefbare wijken en dorpen om participatie, bewustzijn van ontwikkeling in bestaande stedelijke gebieden en de samenwerking van de wijkregisseurs en ontwikkelmanagers/projectmanagers verder te versterken. In 2023 zullen we een eerste stap zetten in de ontwikkeling van deze
23
Almelose aanpak. We zullen starten met het benoemen van de verschillende fasen en mijlpalen binnen gebiedsontwikkelingen. Activiteit 2: Doorontwikkeling opdrachtgever- en opdrachtnemerschap Stedelijke Ontwikkeling