Notulen raadsvergadering 11 november 2021 (vervolg geschorste vergadering 9 november 2021) (getekend).pdf
Tekst van het document
Volgens mij kun je die wet ook op particuliere verhuurders toepassen. En mijn tweede vraag is, in de begroting staat op pagina 29 hierover dat we eind dit jaar een besluit nemen en daarna de Wbmgp zal worden toegepast. Is dat de ongelukkig opgeschreven zin? De heer VAN REES (wethouder): De heer Teunis blijft in herhaling vallen als het gaat om de Wbmgp. Het zou een van de instrumenten kunnen zijn. De Wet opkoopbescherming kan ook een instrument zijn. We zullen, afhankelijk van de problematiek, bekijken welk instrument we inzetten. Daarvoor gaan we een goede analyse maken van onze wijken, de aard van problematiek en de ontwikkeling ervan. De planning is aangepast. Naar aanleiding van de discussies die hier zijn gevoerd, gaan we er meer tijd voor nemen en dit zorgvuldig inhoudelijk voorbereiden. We komen dus niet dit jaar al met een planning, maar ergens begin volgend jaar om met uw raad hierover verder in gesprek te gaan. Ik stel voorde middelen die hieraan gekoppeld zijn in de begroting te handhaven, mochten wij besluiten de Wbmgp, dan wel de Wet opkoopbescherming, dan wel een huisvestingsverordening te gebruiken. In alle gevallen praten we over een vergunningenstelsel en daarvoor hebben we uitvoeringscapaciteit nodig.
R 2107039
46
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dit vind ik bijzonder. De wethouder zei vorig jaar dat hij niet aan een huisvestingsverordening wil, omdat het nu goed is geregeld. Ik begrijp niet dat de wethouder ineens die omslag heeft gemaakt. Kan hij mij dat uitleggen? De heer VAN REES (wethouder): Ik zit puur vanuit de problematiek in deze discussie. Het college wil die problematiek aanpakken. We willen afwegen welk instrument het juiste is. Ik wil op voorhand geen instrument uitsluiten. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dan zou het amendement om de tekst over de Wbmgp te schrappen geen probleem hoeven zijn, als die middelen maar beschikbaar zijn. De raad, en wie dan ook nog meer, komt uiteindelijk te praten over welke problemen er zijn en wat de oplossing daarvoor is. Klopt dit, moet ík het zo zien? De heer VAN REES (wethouder): Het amendement gaat verder dan alleen het schrappen van die laatste zin. Die laatste zin vinden we ongelukkig geformuleerd, dus die kan de raad beschouwen als niet geschreven. Dit is een tegemoetkoming in de richting van het amendement. Maar het amendement raden we wel af, omdat we deze instrumenten willen kunnen afwegen en eventueel meenemen. Daarom willen we dat niet uit de begroting hebben. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Even kort op dat punt. Er staat heel veel in de begroting, dus we kunnen op woorden nog veel amendementen tegemoet zien.
Ziet amendement 13, Schrappen tekst Wbmgp, op de besluitvormingstekst? Kan de wethouder daar iets over zeggen? En wat is de werking ervan als dit amendement wordt aangenomen? Ik hoop dat we hier een goed debat voeren en de juiste dingen doen, maar ik vraag me af of het de bedoeling is woorden te amenderen in een 280 pagina's lang document. Ziet het amendement op de besluitvorming? De VOORZITTER: Daar komt de wethouder nog op terug bij de beoordeling van de amendementen. De heer BETE (Lijst Cete): Woorden, woorden. Als het de heer Pauwels uitkomt, maakt hij woorden heel groot, en als het hem niet uitkomt, is het voor hem simpel een woord. De wethouder zegt dat hij alles wil kunnen inzetten om de leefbaarheid te verbeteren. Ik steun hem daarin, maar wat gaat de uitvoering daarvan kosten? Als hij de Wbmgp in de begroting zet, weet hij ook hoeveel het gaat kosten. En als hij de kosten en baten naast elkaar neerlegt, is het dan genoeg? Als de wethouder in het gesprek met de woningcorporatie een streep heeft gezet en heeft gezegd dat als het zo doorgaat, hij dit niet doet... Er is enorme kritiek in een bepaald deel van de raad hierop.
Stel dat we de Wbmgp nu uit de begroting fietsen en er later pas op terugkomen, dan zou toch het probleem van vandaag zijn opgelost? De heer VAN REES (wethouder): Wij zijn tegen het uit de begroting fietsen van de Wbmgp, omdat we de mogelijkheid willen hebben om die wet volgend jaar toe te passen, als dat nodig is, of de Wet opkoopbescherming. We hebben een afweging gemaakt tussen het geld dat dit kost en het effect dat wij beogen te bereiken. In de prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties - dat zal uw raad straks terugzien in de prestatieafspraken - staat dat we gezamenlijk een kerngroep gaan instellen om de leefbaarheid en veiligheid inwijken nader te onderzoeken en daarop effectieve maatregelen te zetten. Ik heb het budget dat in de begroting staat niet paraat, maar er staat voorde Wbmgp volgens mij een bedrag van € 135.000. De VOORZITTER: Ik bespeur dat een aantal fracties die de Wbmgp niet in de begroting wil hebben staan. Het college vindt het van belang om die daar wel te hebben staan. Het is dus een discussie voorde raad onderling in tweede termijn om daaruit een conclusie te trekken. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): De heer Teunis heeft het regelmatig over definities, omdat het dan duidelijk is waarover we het hebben. Ik hoorde hele tijd "opkoopbescherming". In mijn beleving hebben we het dan over de beleggers... Ja, oké, gelukkig. In dat kader kwam R 2107039
47
mij laatst een verontrustend verhaal ter ore. Ik weet niet hoe de wethouder daarnaar kijkt en ook signalen heeft ontvangen. Er zijn beleggers die huizen in Almelo opkopen. Maar er zijn ook particulieren die huizen onderbrengen bij makelaars die de mensen adviseren over de verkoopprijs. Een van de berichten die mij heeft bereikt, is dat de makelaar van de beoogde verkopende partij zijn eigen cliënt heeft benaderd om het huis op te kopen. Dat vind ik nog een stapje verdergaan. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan, is hem dit bekend en wat zijn de mogelijkheden om hiertegen op te treden? De heer VAN REES (wethouder): Dit soort zaken gebeuren. Juist voor dit soort zaken is voor de onderkant van de kopersmarkt die wet in het leven geroepen door de Eerste en Tweede Kamer, zodat we daaraan iets kunnen doen. Zolang wij die wet niet toepassen, blijft dit mogelijk. Onze hele woonvisie is gebaseerd op doorstroming op de woonmarkt, maar die stokt als de beleggers meer geld kunnen verdienen met het verkopen van een huis dan met geld op de bank laten staan. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Ik heb de wethouder heel veel middelen horen noemen om de problemen in die wijken op te lossen en de veiligheid te verhogen. Ik heb het dinsdag ook even gehad over artikel 279 van de Beleidsregels Wet aanpak woonoverlast. Die zijn in 2018 vastgesteld.
Daarin zitten voorde burgemeester heel veel mogelijkheden om excessen aan te pakken via het Bestuursrecht. Ik verzoek het college ook dat mee te nemen. Daarin zitten veel mogelijkheden om dit soort situaties aan te pakken. Het begint een beetje op een herhaling te lijken, maar wij zien weinig dat deze beleidsregels worden gebruikt. Er staat helemaal op eind dat er jaarlijks verslag moet worden gedaan aan de gemeenteraad over de toepassing via de jaarlijkse veiligheidsrapportage. Ik wil er iets mee over horen en zie graag dat de wethouder dit middel meeneemt. De heer VAN REES (wethouder): We nemen dit middel zeker mee in de totale aanpak, want we praten over een integrale aanpak waarin verschillende instrumenten en verschillende activiteiten van verschillende organisaties naast elkaar worden gezet. De verdere beantwoording over de inzet van dit instrument Iaat ik aan de burgemeester. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ik kom nog even terug op die Wbmgp. De wethouder zegt dat hij meer instrumenten wil toepassen dan alleen dit. Maar in de betreffende alinea gaat het alleen maar hierover.
Hij heeft het ook over de Wet opkoopbescherming, maar waar staat die dan genoemd? De heer VAN REES (wethouder): Die staat niet in de begroting genoemd, maar zoals ik net zei, we hebben de begroting instrumenteel ingestoken, de volgorde volgend van de discussie over de woonvisie: niet de PIN-verklaring, maarde Rotterdamwet. Sindsdien is de Wet opkoopbescherming in behandeling genomen. Die hebben we overigens wel genoemd in de discussie over de woonvisie. Die wet is nu van kracht geworden. Wij vinden dat wij dit soort maatregelen tegenover elkaar moeten afwegen. Misschien is het wel veel zinvoller om de Wet opkoopbescherming toe te passen dan de Wbmgp. Maar die afweging moeten we met elkaar maken. Nogmaals, dit volgt op heel veel maatregelen aan de voorkant die we ook willen toepassen. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Het dus is nog absoluut niet uitgekristalliseerd, als ik de wethouder goed hoor. De heer VAN REES (wethouder): Dat klopt. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Dan kunnen we toch beter deze alinea schrappen, zoals is voorgesteld? De heer VAN REES (wethouder): Het is in zoverre niet uitgekristalliseerd, dat het hele pakket aan maatregelen nog niet bekend is, maar het is wel uitgekristalliseerd dat we op dit vlak echt wat willen. Wij willen echt een signaal afgeven, we willen echt aan het werk met die R 2107039
48
wijken en we willen echt aan de inwoners laten weten: tot hier en niet verder. De heer BUITENWEG (Groen Links): Dat doet u dus alleen met dit instrument. Dat vind ik een verkeerd signaal. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Precies dat. En aan dat instrument hangt het college een bedrag. Het heeft dus meer geld nodig om de andere instrumenten ook te onderzoeken. Plus, er zijn gemeenten die dezelfde problemen hebben en erop een andere manier mee omgaan. Daar kan de wethouder ook naar kijken. Hij moet het brede pakket bekijken en zich niet focussen op één VVD-ding. Wat ik daar lees kan zo in het verkiezingsprogramma van de VVD en daar erger ik mij kapot aan. De VOORZITTER: Ik denk dat we de wethouder moeten laten antwoorden. Volgens mij is de informatie helder. Een deel van de raad vindt dat die tekst er nu niet in moet. De wethouder hoor ik zeggen: ja maar, als college willen wij gewoon in het plannen van ons beleid kenbaar maken dat we dit willen. U stelt de begroting vast, dus u moet in derde termijn daaruit een conclusie trekken. Dat doet u over het amendement dat voorligt. De heer VAN REES (wethouder): Nogmaals, we zijn niet enkel gefixeerd op deze maatregel. We zeggen juist dat we naar een totaalpakket toe willen. Daar hoort deze maatregel mogelijk ook toe, of de Wet opkoopbescherming.
We willen de mogelijkheid hebben, ook financieel gezien om die maatregelen te kunnen uitvoeren als ze effectief zijn. Eventueel komen we met aanvullende voorstellen. De VOORZITTER: Op dit punt heb ik ettelijke malen de tenniswedstrijd kunnen zien. Daarover is nu voldoende gezegd. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Ik heb een verduidelijkende vraag. Mocht het college tot de conclusie komen dat de Rotterdamwet zou moeten worden ingezet, komt er dan een besluitvormingsproces in de raad, of is met deze begroting het besluit al genomen? De heer VAN REES (wethouder): Nee, sterker nog, we mogen dit soort instrumenten alleen maar inzetten nadat de raad daartoe een verzoek heeft gedaan. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Daarom vroeg ik ernaar. Nu lijkt het alsof we hiermee het hele besluit over de Rotterdamwet al bij het college neerleggen. Dat is dus niet het geval. Wij krijgen hierover nog een debat. De heer VAN REES (wethouder): Eris door een aantal mensen gesproken over de problemen met arbeidsmigranten die in woonwijken wonen en daar overlast veroorzaken. Dat probleem hebben we ook beschreven inde woonvisie. Naar dit probleem hebben we in eerste aanleg al een vooronderzoek gedaan. We schatten dat er zo'n 2000 arbeidsmigranten in Almelo wonen. Maar dit zijn schattingen. We moeten er wel wat mee.
Met name het verblijf van shortstay en midstay migranten, migranten die hier voor een korte periode verblijven en een slaapplek zoeken, leidt in sommige gevallen tot zeer onwenselijke situaties. Daarmee zijn we nu echt aan de slag. Binnenkort hebben we daarover een interne sessie om in de volle breedte verder te praten. We zullen hierbij de bedrijven moeten betrekken. We zullen hierbij ook de uitzendbureaus die Polen en andere arbeidsmigranten hiernaartoe halen betrekken. Bedrijven hebben hier immers ook een rol in. Dit zou moeten leiden tot voorstellen aan deze raad om dit probleem op te lossen. Ik kom bij de opmerking van de heer Teeuw over Brunnera, Beter Wonen en het initiatief aan Welgelegen. Tot nu toe hebben we als gemeente alleen met Beter Wonen over dit initiatief gesproken. Eris op een gegeven ogenblik tijdens de vorige collegeperiode een memo aan de wethouders voorgelegd, of zij in principe bereid zouden zijn aan dit voorstel mee te werken. Daarop is toen positief gereageerd. Vervolgens is er ambtelijk gewerkt aan dit voorstel. Dit heeft in 2019 geleid tot een email met een reactie aan Beter Wonen, omdat we tot dan toe alleen maar contact hadden gehad met Beter Wonen, waarin staat welke onderdelen van het R 2107039
49
bestemmingsplan nog niet kloppen. Daarna is het bij Beter Wonen stilgevallen. Op een gegeven moment trok de heer Gelici aan de bel. Toen kwamen we tot de conclusie dat zowel bij Beter Wonen als de gemeente een aantal mensen weg was die daarin een essentiële rol hebben gespeeld. De gemeente heeft nooit een principebesluit genomen wat ten grondslag ligt aan de verdere uitwerking van de medewerking. In de tussentijd zijn er een heleboel dingen veranderd. We hebben besloten dat we niet willen dat de sociale woningvoorraad groeit, wat in de planontwikkeling met Brunnera en Beter Wonen is gecommuniceerd. We hebben in principe besloten dat bezit in de openbaarheid moet worden verkocht; er zijn uitzonderingen mogelijk. En na 2019 hebben we het Parapluplan wonen aangenomen. Om een voorbeeld te geven, in de plannen van Beter Wonen wordt nog uitgegaan van appartementen van 40 m2 en 60 m2, terwijl we nu de verplichting hebben om minimaal met 75 mz te werken. Dus de planontwikkeling duurt lang en er wijzigen iedere keer dingen. Dat is natuurlijk voorde Armeense gemeenschap heel vervelend. Beter Wonen heeft aan de Armeense gemeenschap gezegd dat ze mee wil werken, als deze gemeenschap na wil denken over een andere plek dan de Schelfhorstlaan. Op het moment dat Beter Wonen met een nieuw initiatief komt, zullen we dat met dezelfde welwillendheid tegemoet treden als hiervoor.
Ik hoop efficiënter en sneller. We zullen dan kijken of we een oplossing en een locatie kunnen vinden voor dit initiatief. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! De wethouder zegt dat het een samenloop van omstandigheden is geweest. Dat zie ik ook. Het gaat mij erom dat het niet eenzijdig Beter Wonen is geweest die de stekker eruit heeft getrokken, maar dat het aan meer factoren ligt. Ook in de gemeente, met name als het gaat om wat de wethouder het principebesluit openbare verkoop noemt, terwijl de Stadskade ook niet openbaar wordt verkocht voor huisjes met tuinen. Hoor ik de wethouder zeggen dat hij welwillend staat tegenover voorstellen van Beter Wonen? En is deze locatie helemaal van tafel, of staat de wethouder nog steeds welwillend tegenover voorstellen voor deze locatie? De heer VAN REES (wethouder): Dat ligt bij Beter Wonen. In de informatie die ik van Beter Wonen krijg, staat dat hun strategie is veranderd en ze niet willen investeren in de Schelfhorst. Mocht Beter Wonen daarop terugkomen, dan zullen we daarnaar kijken. We zijn bezig met de tiny houses. De processen lopen. Ik hoop binnenkort meer te kunnen vertellen over het Hof van Heden; dat loopt. Ik vervolg met cultuur. In de raadsbrief hebben we gemeld dat we bezig zijn om de visie op cultuur te actualiseren, met nadruk op actualiseren.
De raad moet niet verwachten dat er een heel nieuwe nota komt, maar een actualisatie van de bestaande nota. Ik verwacht dat we in december in een politiek oordeelsvormend beraad met de raad hierover kunnen praten en de actualisatie begin volgend jaar kan worden vastgesteld. Ik probeer parallel aan die nota inzicht te geven in het bestemmen van de € 500.000 die is gereserveerd voorde impuls voor cultuur. Daarin zal nadrukkelijk het Stedelijk Museum zitten. Het college heeft bewust bezuinigd op het museum. Het moet een breder draagvlak krijgen. In het verleden leverden bezoekers € 1.000 aan inkomsten op endreef het volledig op subsidies. Het college wil zorgen dat het museum een expositieruimte krijgt, waardoor de exploitatie gewaarborgd kan worden met de inkomsten uit de bezoekers. Dat betekent dat het museum een veel breder draagvlak heeft in de gemeente, want die beperkte inkomsten betekenen ook dat maar een zeer beperkt aantal mensen uit Almelo van het museum profiteren. Dat willen we op deze positieve manier vorm gaan geven.
De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Blij te horen dat de wethouder uitspreekt dat we hier niet spreken over verliesfinanciering, zoals ik afgelopen dinsdag zei, de dekking van lopende tekorten, exploitaties en te hoge kosten aan de kant van het Stadsmuseum en veel te weinig bezoekers, met af en toe een leuke expositie waardoor bezoekersaantallen wat toenemen. Dat is geen structurele oplossing. Waar denkt de wethouder aan in het kader van de Nota cultuur? Op welke manier kan die bijdrage aan het Stadsmuseum plaatsvinden? De heer VAN REES (wethouder): Wij zoeken in de richting van het vergroten van de R 2107039
50
expositieruimte. De huidige expositieruimte is zeer beperkt. Eris nu een heel leuke tentoonstelling over sneakers, afgestaan door een Rotterdammer die een fervent sneakerverzamelaar is. Dit is jeugdcultuur. Maarde ruimte voor die tentoonstelling is heel erg klein. Als daaraan meer vorm en inhoud kan worden gegeven, kunnen meer bezoekers worden getrokken en meer inkomsten gegenereerd. De heer PAUWELS (VVD): Spreken we dan over een financiële ondersteuning om te komen tot een andere locatie, een betere locatie, een beter toegankelijke locatie, een meer prominente locatie, waardoor er meer bezoekers komen, de inkomstenstromen omhooggaan en het Stadsmuseum in staat wordt gesteld om kosten en inkomsten met elkaar in balans te brengen? Ik hoor de wethouder dit niet zo specifiek zeggen. De heer VAN REES (wethouder): Verschillende mogelijkheden op dat vlak worden onderzocht. De heer STORK (Lokaal Almelo Samen): Er is tijd nodig om die hele transitie tot stand te brengen, de overbruggingstijd. We moeten niet het risico lopen dat erin de tussentijd allerlei grote problemen ontstaan. Is de wethouder bereid vooral daarnaar te kijken? De heer VAN REES (wethouder): Het Stedelijk Museum heeft op verzoek van de raad een fasering gekregen in de bezuinigingen. Die worden ineen aantal jaren gerealiseerd.
Het is de bedoeling dat het Stedelijk Museum gedurende die jaren zijn inkomsten verhoogd met meer bezoekers. Dat is met de barbiepoppententoonstelling deels heel goed gelukt. Als corona er niet was geweest, was dit zelfs heel goed gelukt. Daar ligt hun opgave. Dat is de basis van het museum. De heer BUITENWEG (Groen Links): Ik snap niet helemaal goed hoe de wethouder het museum wil gaan verbeteren. Aan een grotere expositieruimte zijn heel veel kosten verbonden. Dat doet hij door op het museum te bezuinigen. Het lijkt mij logisch dat de wethouder het museum eerst de mogelijkheid biedt om die ruimte te realiseren. Hij mag er best wat druk op zetten bij de subsidieaanvraag. Maar je pakt ze niet eerst het geld af om daarna te zeggen: nu moet je dat gaan doen. De heer VAN REES (wethouder): Dat is een mening. De weg die gekozen is, is bewust gekozen. Wij zien mogelijkheden om het museum met een expositieruimte te helpen, en dat doen we ook. De heer BETE (Lijst fete): Daarmee steunt de wethouder het amendement ingediend oor de D66-fractie. Daarin wordt incidenteel € 35.000 vrijgemaakt. Dat is precies in lijn met wat de wethouder zegt, want daarmee heeft hij een structurele oplossing gevonden voor het Stadsmuseum.
De heer VAN REES (wethouder): Die motie is niet nodig, omdat eruit de incidentele middelen voor cultuur al een substantieel bedrag naar het Stadsmuseum zal gaan, zoals in de planning staat. De heer BETE (Lijst Cete): Heeft de wethouder een idee over dat substantiële bedrag? De heer VAN REES (wethouder): Daar wil ik op dit moment geen uitspraak over doen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! Ik hoorde wethouder iets zeggen over oordeelsvormende en besluitvormende besprekingen met de raad. Beeldvormend lijkt mein de beeldspraak hier veel belangrijker. Over het Stedelijk Museum gesproken, zijner meer plannen duidelijk? Ik krijg allerlei vreemde signalen over dit museum, dat het bijvoorbeeld naar de Grotestraat zou verhuizen. In hoeverre kan de wethouder daarover duidelijkheid verschaffen?
R 2107039
51
De heer VAN REES (wethouder): Niet. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Ik begrijp dat we nog over de cultuurvisie gaan discussiëren. Ik maak me wat zorgen. De wethouder heeft het over een grotere expositieruimte voor het Stedelijk Museum. Daar ben ik het mee eens. Maar vervolgens zegt hij: zodat de exploitatie vorm krijgt. Ik zou bij de cultuurvisie een discussie willen voeren over onze visie op het Stadsmuseum. Wat voor soort museum willen we hebben met welke uitstraling? En dat koppelen aan een financieel beleid. De heer VAN REES (wethouder): Daarmee komt de heer Teeuw op het principiële vlak van de cultuurvisie. Dat soort discussies gaan wij niet oplossen bij de actualisatie van de cultuurvisie. Wij constateren dat het Stedelijk Museum een van de basisvoorzieningen is in Almelo. Dat zegt ook al iets. We zullen met elkaar moeten bespreken hoe we daarmee verdergaan. Ik denk dat het opstellen van een echt nieuwe cultuurvisie voorbehouden is aan een nieuw college. Ik ga verder met de ruimtelijke ordening en begin met de stal Dekker, want er is een motie ingediend om het contract met Dekker te beëindigen. De gemeente Almelo heeft ooit voor de ontwikkeling van Almelo Waterrijk de familie Dekker uitgekocht. Toen ging die ontwikkeling niet door en is de boel weer terug verkocht aan de familie Dekker. De ondernemer zag dus eerst zijn nering gaan en toen weer komen.
Uw raad heeft toen in 2016 in het kader van de transitie van de Noordflank ingestemd met de handhaving en inpassing van het bestaande agrarisch bedrijf aan de Schout Doddestraat in de agrarische herontwikkeling van de Noordflank. De huidige agrariër heeft op twee plekken stallen, twee verouderde stallen. Hij wacht al heel lang op de mogelijkheid om die twee stallen samen te voegen. Op de plekken waar hij dat gaat doen, krijgt hij een vergunning van de provincie in het kader van de Natuurbeschermingswet, die even groot is als wat hij nu heeft. Die vergunning in het kader van de Natuurbeschermingswet wordt door de provincie afgegeven en niet door ons. Op basis van die vergunning kan hij een nieuwe stal bouwen. Omdat hij een nieuwe stal bouwt en daarbij gebruikmaakt van de moderne luchtwastechnieken, van de richtlijnen voor dierenwelzijn — die in nieuwe stallen echt een stuk beter zijn dan in oude stallen — kan hij mogelijk opschalen naar 16.000 dieren binnen de grenzen van de Natuurbeschermingswet en de emissierechten die hij daarin heeft. Het niet nakomen van deze rechten kost ons als gemeente niet alleen geld, maar maakt ons ook een zeer onbetrouwbare overheid. We hebben gewoon afspraken met die man en hij doet niets anders dan andere boeren, die ook emissierechten hebben, om binnen de mogelijkheden van de wet het aantal dieren te bepalen.
Deze discussie zullen we nog met elkaar voeren. We zijn bezig met een plan-MER; die ligt ter inzage. Op basis daarvan willen we komen tot een voorstel voor een omgevingsvergunning voor stal Dekker. Die omgevingsvergunning kunnen wij pas afgeven als de raad als bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven. Dat lijkt mij het moment om als raad over dit onderwerp te beslissen. Daarom raden we deze motie af. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! De wethouder haalt het besluit uit april 2016 aan, maar dat doet hij maar voor een deel, want de raad heeft daarbij het amendement aangenomen dat het om niet-intensieve veehouderij zou moeten gaan. Als je op een bepaalde plek het aantal varkens met 10.000 uitbreidt, kun je niet volhouden dat dit niet intensief is. De heer VAN REES (wethouder): Ik snap de discussie over intensief en niet-intensief. Maar een onderneming opereert binnen zijn vergunningen. De ondernemer heeft vergunningen. Die discussie, nogmaals, moet volgens mij plaatsvinden als het college een verklaring van geen bezwaar vraagt aan de raad. Natuurlijk zitten er financiële consequenties aan. We hebben een inspanningsverplichting om mee te werken aan een bestemmingsplanwijziging. Als die niet wordt gerealiseerd, moeten we het bedrijf terugkopen voor € 3 miljoen. De waarde van de opstallen wordt geschat op € 1,8 miljoen.
Daarom is er een reservering van € 1,2 miljoen in de boeken opgenomen. R 2107039
52
De VOORZITTER: Laten we niet te veel details met elkaar delen die de discussie naar voren halen, als we dat gesprek op een later moment gaan voeren. De heer DE OLDE (PVA): Tegenwoordig praat iedereen over het milieu. Het is duidelijk dat we de veestapel drastisch moeten inkrimpen om de natuur te beschermen. Dan is het simpelweg toch onacceptabel dat er een nieuwe megastal komt? De heer VAN REES (wethouder): Als er een aanvraag komt voor een nieuwe megastal, ben ik de eerste die zal voorstellen daar niet aan mee te werken. Maar we praten hier niet over een nieuwe megastal, we praten hier over bestaande rechten van een ondernemer. Onze opvatting is dat we niet zomaar vanwege dit soort wijzigingen zo'n ondernemer onderuit mogen schoffelen. Bovendien zijn we dan mogelijk schadeplichtig. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Even in aanvulling hierop. We hebben andere informatie. Die wil ik de wethouder even meegeven. Destijds heeft de familie Dekker inderdaad stikstofrechten voor die twee varkensstallen gekregen. Dat was voor een bepaald aantal varkens. Wij hebben begrepen dat vervolgens een deel van die stallen is gesloopt en al weg is. Daarna heeft - zover wij weten - de familie een deel van die stikstofrechten gebruikt om aan de andere kant, in de gemeente Twenterand, een nieuw pand neer te zetten met 8000 varkens.
Onze vraag is: kloppen die volledige stikstofrechten die de familie Dekker claimt wel? De heer VAN REES (wethouder): Voor zover ik op dit moment weet, klopt het. Vriezenveen valt onder Vríezenveen en wij hebben het over de rechten voor het Almeloos grondgebied. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Nee nee, het gaat om de stikstofrechten van een bedrijf. Dat heeft een deel van de stikstofrechten al gebruikt aan de andere kant, in Twenterand. De wethouder moet dat even goed uitzoeken. De VOORZITTER: Dat gaan we ook doen. Wethouder, voorkom dat u met de raad dit gesprek aangaat, omdat u net heeft aangekondigd dat u dit later gaat hebben. De heer VAN REES (wethouder): Ja, ik kijk er goed naaren als we de discussie in de raad voeren over de verklaring van geen bedenkingen, zal ik zorgen dat ook dit inzichtelijk wordt. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Het contract zou al eerder zijn afgelopen en verlengd. Wat is nu de einddatum? We hebben eerder in Waterrijk miljoenen voor lief moeten nemen, al metal € 160 miljoen moeten afboeken. Daar kan deze € 1,2 miljoen wel bij. Laten we het besluit vandaag nemen en stoppen met deze ontwikkeling, want die zet mogelijkheden op slot voor andere ontwikkelingen op het gebied van natuur, wonen en recreëren. Die schrijven we af als die megastal er komt. De heer VAN REES (wethouder): Dat is de mening van de heer Buitenweg.
Deze agrariërs zitten eren hebben nu ook een bepaalde geurcirkel. Op dit vlak wordt een landelijke discussie gevoerd met veel ins en outs. Ik eet geen varkensvlees. Ik weet niet hoeveel Nederlanders dat wel doen. Maar dit zijn de discussies die we met elkaar voeren. De VOORZITTER: Nogmaals, hoe verder we in deze vergadering komen, hoe meer u allemaal deeldiscussies gaat voeren, niet alleen over dit onderwerp, die allemaal nog terugkomen. We hebben het over de begroting. U levert algemene beschouwingen op de algemene richtlijnen van het beleid waarmee het college binnen uw financiële kaders aan de slag gaat. Dus wat later kan en dan zijn eigen plek heeft in een eigen debat, doe dat ook later, want dan is de discussie veel vruchtbaarder dan nu. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Ik had willen zeggen wat u zei en een punt van orde willen maken. Uitdiepen kan nu niet: later graag. R 2107039
53
De heer VAN REES (wethouder): Ik kom bij het beheer van de openbare ruimte. Ik zal er heel kort over zijn, want mijn collega Van Mierlo heeft al gezegd hoe wij ook in het beheer van de openbare ruimte steeds meer groen inbrengen. We zijn bezig met natuurprojecten en kijken of we meer biodiversiteit kunnen realiseren. Dus dit heeft volop de aandacht. Waar we kunnen ontstenen, gaan we ontstenen. Ik zou het zelf ook heel mooi vinden — maar dit is een persoonlijke mening — dat dit huis wat minder op steen zou staan. Dat staat het vooralsnog. We zijn er volop mee bezig. De beslissing over de motie die op dit vlak is ingediend, ligt bij uw raad. Maar wij staan als college positief tegenover de inhoud van die motie. De heer STOTELER (PVV): Er staat van mij nog een vraag open uit de eerste termijn over die € 400.000 die de wethouder gebruikt voor zijn programma. Kunnen de initiatiefnemers en ondernemers die zich melden bij de gemeente met initiatieven afdoende worden geholpen en is er voldoende capaciteit? Of heeft de wethouder meer capaciteit nodig om alle plannen voor woningbouw en dat soort zaken te kunnen beoordelen? De heer VAN REES (wethouder): Op dit moment gaat het goed, want dit loopt allemaal via de intaketafel. Deze capaciteit gaan we echt inzetten op de strategische beleidsagenda voor stadsontwikkeling. Dat moet allemaal nog vorm en inhoud krijgen.
In motie 3, Bomenkap, wordt voorgesteld een moratorium af te kondigen op het gebied van bomenkap. We raden dat ten zeerste af. We kappen in Almelo niet onnodig bomen. We hebben een strikt vergunningenstelsel. De bomen die gekapt zijn op XL Park, zijn gecompenseerd met natuur. Ze zijn gekapt omdat hierin de raad is besloten daar een bedrijvenpark te maken. Hoe de heer De Olde komt aan 0,7 boom per persoon, weet ik niet. Dat zal waarschijnlijk gebaseerd zijn op het aantal bomen dat de gemeente in bezit heeft langs de wegen. Maar als hij de bomen van de graaf erbij gaat tellen, in heel Almelo verspreid, en de bomen in de parken, plus de bomen bij alle particulieren, heb ik de vaste overtuiging dat hij tot een veel hoger aantal komt. In dat verband nodig ik de heer De Olde uit om in de zomer met mij mee te gaan naar de 19áe verdieping. Want alsje dan over Almelo kijkt, is Almelo in de volle breedte groen. Almelo is een van de groenste steden van Oost-Nederland. Dat vertaalt zich waarschijnlijk slecht in het cijfer 0,7, maar iedereen die hier rondloopt, weet dat wij een van de groenste steden van Nederland zijn. We blijven dus ons kapbeleid uitvoeren. Een moratorium achten wij niet noodzakelijk. Voorzitter! Ik denk dat ik nu alles heb gehad. De heer DE OLDE (PVAJ: Voorzitter! In het Beheerplan groen en bomen 2020-2021 lezen we dat bijzondere bomen geen bescherming genieten.
De bomen op XL Park waren heel oude eiken. We hebben daarover geïnformeerd bij de provincie. De provincie wist daar helemaal niets van. We hebben de gemeente Almelo gebeld. _Die wist ook niet dat. er oude eiken stonden. Die verwees ons naar het Projectbureau XL Park. Die meneer wist het ook is. Onze vraag is, hoe zit het met die bijzondere bomen? De VOORZITTER: Mijnheer De Olde, ik doe dit niet om u, maar ik kijk al een poosje hoe deze bijdrage verzandt. Als u die vraag hebt, bent u van harte welkom om er een keer over te bellen of een kop koffie te drinken. "Hoe zit het nou met", moeten we echt niet gaan doen. We hebben het over een begroting van € 310 miljoen die moet worden vastgesteld. Er lopen belangrijke politieke scheidslijnen in deze raad. Daar moet het over gaan. AI die detailvragen moet u in de wandelgangen aan elkaar stellen. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheerde voorzitter! Ik ben klaar. Ik heb volgens mij alle moties en amendementen in mijn verhaal meegenomen. De VOORZITTER: Dan ronden we u af 21:43 minuten. We lopen een halfuur op het schema achter. Daarom stel ik voor de pauze met een kwartiertje te bekorten. Daarna wordt de vergadering heropend door plaatsvervangend voorzitter mevrouw Bijenhof, zodat ik namens het college een bijdrage kan leveren in eerste R 2107039
54
termijn. Daarop schorst de VOORZITTER de vergadering. (Bij hervatting van de vergadering heep burgemeester Gerritsen het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Bijenhof.) Na heropening van de vergadering heet de VOORZITTER de heer Gelici welkom en verleent ze het woord aan burgemeester Gerritsen. De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! Fijn om op deze manier de gelegenheid te krijgen om namens het college het woord te voeren op een aantal vragen die gesteld zijn en mijn portefeuille raken. Ik begin met de opmerkingen die gemaakt zijn door de PVA-fractie, de heer De Olde. Hij zegt terecht dat de cijfers over 2020 nog niet allemaal in waarstaatjegemeente.nl beschikbaar zijn. Inmiddels is dit wel het geval. Die cijfers waren nog niet aangeleverd op het moment dat de begroting is samengesteld op papier. In de schriftelijke bijdragen van de Lokaal Almelo Samen-fractie is gevraagd naar de mogelijkheid of onmogelijkheid van het plaatsen van een camera bij de onderdoorgang bij het Woonkwadrant. Dit heeft hij niet uitgesproken, maar ik heb er wel nota van genomen. Het toepassen van cameratoezicht mag een burgemeester niet zomaar doen. In de eerste plaats moet het subsidiair en proportioneel zijn - heel deftige begrippen - om cameratoezicht toe te passen.
Proportioneel heeft te maken met het feit dat de ernst van wat je bestrijdt voldoende groot is om camera's op te hangen. Daaraan vooraf gaat de vraag of er niet andere, lichtere maatregelen en subsidiaire maatregelen voorliggend zijn, voordatje dat doet. Dat hebben we ook bij alle andere vormen van cameratoezicht moeten doen. Bovendien is er formeel goedkeuring van de officier van justitie nodig. Op dit moment hebben wij onvoldoende in beeld of de openbare ordeverstoring ter hoogte van die onderdoorgang voldoende groot is om daar een camera op te hangen. Maarde heer Kampman kent mijn bereidheid om door te pakken op ordevraagstukken. Dus deze locatie komt zeker onder mijn aandacht en ik ga er verder navraag naar doen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mevrouw de voorzitter! Heeft de burgemeester alles in beeld waar zich mogelijk overlastsituaties voordoen? Ik zou er zo nog tien kunnen noemen als hij ze niet in beeld heeft. De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! De informatiepositie van de gemeente en van mijn team veiligheid is goed, zowel langs de lijn van de politie als bijvoorbeeld de wijkregisseurs. Zoals ik al even besloten had liggen in het antwoord op de vraag van de Lokaal Almelo Samen-fractie, cameratoezicht moet het ultimum remedium zijn, moet subsidiair zijn.
Er zijn meerdere overlastplekken, maar wij kunnen niet overal camera's ophangen, nog even los van de fysieke en financiële begrenzing die dat in zich bergt. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mevrouwde voorzitter! Het gaat mij niet alleen om camera's, wel om bepaald toezicht, waar nodig. De heer GERRITSEN (burgemeester): Op het punt van toezicht kom ik nog terug. Er zijn opmerkingen over gemaakt en er is zelfs een motie ingediend die met toezicht te maken heeft. De PVV-fractie heeft gevraagd naar veiligelanders die opgevangen worden in de gemeente Almelo. Dit heeft ze in het politiek beraad ook al gedaan. Ik moet één ding rechtzetten. In het contract met COA is niet vastgelegd dat veiligelanders geen toegang krijgen tot de voorziening. In het mondelinge afsprakenkader zijn er wel uitspraken over gedaan. Waarom is dat niet gebeurd? Omdat er ook asielaanvragen uit veilige landen kunnen komen die wel degelijk hout snijden. Zo zijn er mensen uit relatief veilige landen waar we op basis van face value kunnen zeggen: er zit een kansrijke asielaanvraag in, gelet op de politieke situatie in dat land, of de "oorlog en vrede"-situatie. Dat kunnen mensen zijn die tot een specifieke minderheid in dat land behoren, of die gelet op hun geaardheid of de positie die ze in de R 2107039
55
samenleving innemen, vervolgd worden. Niet elke veiligelander heeft een kansloze asielaanvraag. We moeten opletten dat we die term niet gaan misbruiken. Dat neemt niet weg dat de asielzoekers met zogenaamde spoor-2-asielaanvragen, de kansloze of de op voorhand niet erg kansrijke asielaanvragen, meer sober opgevangen worden. Dit gebeurt in Nederland in Budel en Ter Apel. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Soms zit het in de details. Ik hoor de burgemeester zeggen: "over het algemeen". De toezegging was dat die niet naar Almelo zouden komen. Volgens mij - maar hiermee ga ik op de stoel van mijn collega's zitten - zijn ze e r. De heer GERRITSEN (burgemeester): Wij hebben niet het totale inzicht in wie er vanuit welk land in onze asiellocaties worden opgevangen. Op dit moment zijn erin de locatie Almelo — de hele locatie, de reguliere en tijdelijk uitgebreide locatie — dertien Noord-Afrikaanse bewoners, waaronder drie vrouwen, een baby en een gehandicapte man, van wie de asielaanvraag niet op voorhand kansloos wordt geacht. Dit voeg ik toe aan het antwoord dat ik zo-even heb gegeven.
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dit zijn dus alle personen die er op dit moment worden opgevangen? Of ziet dit op de vraag die door mijn college van de PVV-fractie is gesteld, dus de twijfelgevallen? De heer GERRITSEN (burgemeester): Het zijn natuurlijk altijd momentopnamen, want de samenstelling van de bevolking van de asielopvang fluctueert door uitstroom, doordat mensen een status krijgen, een verblijfsvergunning en uitstromen naar een reguliere woning. Overigens gebeurt dat laatste in onvoldoende mate, maar dat is een andere discussie. En doordat mensen worden overgeplaatst, vragen om overplaatsing om dichter bij andere mensen te kunnen zijn: dat gebeurt ook. Dus het aantal muteert. Ik heb gevraagd naar de meest actuele situatie en daarbij heb ik de aantallen genoemd. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik heb het idee dat we langs elkaar heen praten, mijn excuses. Ik bedoel of dit het totale aantal asielzoekers in Almelo is. Of zijn dit de mensen die komen uit de veilige landen, maar mogelijk wel een asielaanvraag kunnen doen? De heer GERRITSEN (burgemeester): Het volledige antwoord is dat op de reguliere AZClocatie het COA tot het maximum van de bestuursovereenkomst is gegaan. Dat zijn rond de 380 mensen. Met het verhuren van Huize Alexandra, de voormalige Huize Alexandra-locatie, is nog eens ruimte geboden voorde opvang van 250 mensen.
Het is aan het COA om die ruimte tot het maximum, of minder dan het maximum, te benutten. Ik heb navraag laten doen hoeveel mensen uit de meest voor de-hand liggende veilige landen komen. Er zijn meer veilige landen dan Algerije, Tunesië, Marokko en Libië. Er zijn dertien Noord-Afrikaanse bewoners op de gehele locatie Almelo. Dat is de informatie die ik heb gevraagd en gekregen. En overigens wordt van deze mensen gezegd dat het niet op voorhand kansloze aanvragen zijn. Als ik verder vraag, kom ik in de persoonlijke levenssfeer van deze asielzoekers. Daar wil ik niet komen. Daar hoor ik ook niet te komen. En overigens, meer in het algemeen geldt dat wij geen gedoe willen met asielzoekers. Dat gold al voor de toenmalige AMV-opvang en geldt ook voorde huidige AZC-opvang en de tijdelijke opvanglocatie. Zoals we ook geen gedoe willen met mensen die hier al langer wonen of zelfs hier zijn geboren. Daarover hebben we voor handhaving, controle en toezicht goede afspraken met COA, en overigens heel plezierige en nuttige contacten. Op het thema dienstverlening is een vraag gesteld door de PVA-fractie, de heer De Olde, over online dienstverlening. Hij zegt dat een op de zes à zeven Almeloërs digibeet is en op afstand staat van digitale dienstverlening. Wij zien dat het afnamevolume van digitale producten nog steeds stijgt.
Door heel veel aandacht te besteden aan de eenvoud en kwaliteit van die dienstverlening, zien we goede mogelijkheden om dat volume op termijn verder te laten stijgen, zonder dat we daarmee een verplichting "digitaal tenzij" gaan opleggen en we de deur naar analoge dienstverlening definitief sluiten. Ons beleid is dat inwoners zelf de methode R 2107039
56
mogen kiezen waarop ze ons willen benaderen. Dat kan digitaal, via de telefoon of via de balie. Voor sommige producten is het zelfs niet wenselijk om ze digitaal aan te bieden. Denk bijvoorbeeld aan een Wmo-huisbezoek, waarbij persoonlijk contact nodig is. Vanuit het uitgangspunt dat wij inclusieve dienstverlening willen verlenen, zullen wij aandacht hebben voor inwoners die minder of niet digitaal vaardig zijn. Dat kan bijvoorbeeld door inloop te organiseren om deze inwoners bij de digitale dienstverlening te helpen, of op een andere manier dienstverleningsmethoden te ontwikkelen. Die oplossingen zijn over het algemeen niet generiek, omdat de doelgroep divers is. Ze zijn afgestemd op de soort dienstverlening die wij bieden en uiteraard op de doelgroep die om hulp vraagt. De algemene lijn is: we laten niemand verstoken zijn van onze dienstverlening, omdat onze inwoners niet de keuze hebben om naar een ander gemeentehuis te gaan. We hebben een monopolie als het gaat om overheidsdienstverlening en daar willen we zorgvuldig inhoud aan geven door ook mensen die niet mee kunnen komen daarin behulpzaam te zijn. Ik Iaat even in het midden of de statistiek van de heer De Olde klopt, maar ik kan aangeven hoe wij welk aantal digibeten - dit is een lelijk woord - welk aantal digitaal minder vaardige inwoners onze dienstverlening aanbieden.
De heer DE OLDE (PVA): Die statistieken hebben we opgezocht, die kloppen ongeveer: het aantal inwoners van Almelo en het aantal oudere inwoners, 65-plussers, die niet vaardig zijn met de computer. Er zijn natuurlijk mensen met een beperking. De heer GERRITSEN (burgemeester): Zeker, of mensen die geen computer hebben of niet kunnen betalen. De heer DE OLDE (PVA): Ja, daar gaat het om. Die mensen kunnen dus gewoon naar het gemeentehuis om aan een ambtenaar te vragen hen te helpen met bepaalde dingen. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ikhoop dat ik de heer De Olde en de raad duidelijk heb kunnen maken dat wij ons erop toeleggen om iedereen de dienstverlening te geven waar hij of zij recht op heeft als inwoner van onze stad. De CDA-fractie heeft vragen gesteld over het verlengen van de tijdelijke Wet verkiezingen covid-19. Of er weer meerdere dagen kan worden gestemd, is ons op dit moment niet bekend. Ik heb minister Ollongren daarover iets horen zeggen. Ik ga ervan uit dat dit formeel mogelijk wordt gemaakt, omdat die wetgeving volgens mij inde senaat nog tot besluitvorming moet komen. Ik ga er voetstoots van uit dat dit rond zal komen, omdat dit een tamelijk succesvol experiment is geweest bij de Tweede Kamerverkiezingen die jl. maart hebben plaatsgevonden. Het stemmen per brief is bij het huidige wetsvoorstel bij de komende verkiezingen niet meer mogelijk.
En bij de inrichting van onze stemlokalen is al rekening gehouden met de mogelijkheid om op meerdere dagen te stemmen. Er zijn geloof ik 36 stembureaus. Meerdere dagen stemmen is niet ín alle stembureaus mogelijk, maar in dertien of veertien over de stad verspreide stembureaus kan er vanaf maandag worden gestemd. Ook met de processen die daarbij horen ten aanzien van beveiliging en bewaking van de integriteit van het stemproces is rekening gehouden. Het college is geen voorstander van drive-in stembureaus. Ik heb eerder in de raad gefundeerd uitgelegd waarom wij dat vinden. Dat heeft vooral te maken met het waarborgen van het stemgeheim als mensen achter het stuur moeten stemmen, de omvang van het stembiljet — waarover ik mij in Almelo ook geen illusies maak — en vooral het extra benodigde personeel, zoals de verkeersregelaars, de milieu- en gezondheidseisen waar het gaat om uitlaatgassen en de weersomstandigheden; wij houden onze verkiezingen niet in de zomer, maar in het nog natte voorjaar. Dat maakt voor het college dat de kosten en de moeite die daarvoor gelden niet opwegen tegen het nut, het hebben van zo'n drive-in stembureau. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): In het tijdschrift van de VNG stond deze week dat de wet er al was. Daar baseren wij ons op. Ik ga ervan uit dat die wetgeving inderdaad verlengd is. U kent ons, wij baseren ons altijd wel ergens op.
Wat het drive-in stemmen betreft, ken ik de argumentatie van de burgemeester en deel ik die voor een groot deel. Maar bij ons speelt ook de gedachte dat we zo goed ingevoerd zijn in R 2107039
57
drive-in priklocaties en drive-in testlocaties dat hier wellicht een mogelijkheid is om een soort samenwerking aan te gaan. Dit geef ik de burgemeester in overweging. De heer GERRITSEN (burgemeester): Die suggestie of overweging neem ik graag ter harte. Dan het vraagstuk over illegale onderhuur, kamerverhuur, een vraag van de Lokaal Almelo Samen-fractie. Welke acties denkt de gemeente Almelo te ondernemen om illegale kamerhuur, onderhuur van woningen tegen te gaan? Is het mogelijk op basis van brandveiligheid op dat soort zaken te controleren? Ik maak graag melding van het feit dat wij die acties ondernemen, voordat ik het antwoord verder ter hand neem. Wij handhaven op dat soort vraagstukken, eigenlijk in hetzelfde kader als waarin eerder vanochtend/vanmiddag over de Wbmgp is gesproken, de Rotterdamwet. We vinden namelijk dat er in het fundament van onze stad, in heel veel wijken die we op het oog achterstandswijken noemen, geïnvesteerd moet worden in leefbaarheid en gezond naleefgedrag. Niet omdat wij mensen die delinquent zijn en onze regels overtreden aan willen pakken. Aanpakken is niet wat ons drijft.
Maar wij willen laten zien dat mensen die in die delen van de stad hun beste beentje voorzetten, die iets willen maken van hun wijk, hun leven, die hun kinderen en hun gezin toekomst willen bieden in het fundament van onze stad, er zeker van mogen zijn dat de overheid achter hen staat als er mensen in hun directe omgeving — zal ik het plat zeggen — de boel aan het vernachelen zijn. Daarom zetten wij zo stevig in op dat soort illegale acties. Deze stad, alle inwoners van de stad, ook de mensen in dat fundament, die oudere wijken, die verouderde wijken, hebben er recht op om te weten dat dit gemeentebestuur met die mensen vooruit wil en dat ze er zeker van mogen zijn dat de overheid een beschermende hand achter hun rug houdt op het moment dat ze het spannend krijgen. Wat wij dan bijvoorbeeld doen? U hebt als raad meegewerkt... Mevrouw WIND (CDA): Voorzitter! Het is de burgemeester niet onbekend. We hebben samen rondgelopen in een wijk waarde situatie echt op dat moment vernacheld was, als het ware. Hij geeft aan dater bekendheid komt over de bemoeienis van de gemeente. Op welke manier zorgt hij ervoor dat er bekendheid bij deze inwoners is? Moeten we altijd op werkbezoek? Op welke manier gaat dat gebeuren? De heer GERRITSEN (burgemeester): Daar kan ik een aantal voorbeelden van geven.
Het bezoek dat inderdaad raadslid mevrouw Wind en ik samen met een aantal van onze medewerkers en de politie aan de wijk hebben gebracht, is daarvan een goed voorbeeld. Samen met overigens ook de heer Trienen. Dit is een goed voorbeeld om te laten zien dat je er bent. Maar het kan breder. We hebben heel veel ruchtbaarheid gegeven aan het, door ons, betreden van een woning in hetzelfde deel van de stad waar mensen in armetierige omstandigheden een bedje mochten huren voor € 100 per week, waarmee de eigenaar van die oudere woning € 4.000 per maand aan omzet kon casseren. Alsje dat een aantal malen doet, kun je het rekensommetje maken wat dat oplevert.Dat accepteren wij niet, want dit is in de eerste plaats uitbuiting van mensen die op een eerlijke manier hun geld willen verdienen, binnen EU-verband hiernaartoe komen en hier een aantal weken werken — dat zijn de midterm en shortterm eerblijvers — maar ook omdat we hiermee zien dat een woonwijk het risico loopt om te verloederen, omdat er mensen zijn die er al jaar en dag wonen, op een plezierige manier hun tuintje willen onderhouden, bezoek willen ontvangen, hun hobby willen uitoefenen, of daar gewoon lekker willen wonen. Dus wij treden op met bezoeken, ook wel met publicaties. Dat dit werkt, zien we aan de integrale controles die wij periodiek, ettelijke malen per jaar. in de stad uitvoeren.
Waarin het verdere verleden — dit durf ik best te stellen — nog de situatie was dat als we handhaafden de gordijnen bij de buren dichtgingen, zien we nu dat de deuren opengaan, mensen naar buiten komen en zeggen: wat fijn dat jullie dat doen. En als je dan toch hier controleert, controleer dan ook nog even bij dat, dat en dat adres. Dus de meldingsbereidheid stijgt en het publieke geheim van illegale, vervelende of nare situaties gaat eraf. Dat helpt ons enorm, want uiteindelijk hebben we altijd onvoldoende toezichthouders. Ik kom daar straks nog op terug in het kader van het voorstel dat de VVDfractie heeft gedaan. Maar als inwoners zelf voldoende veiligheid voelen, voldoende ruggensteun voelen van een actief handelende overheid en daarbij ook misstanden gaan R 2107039
58
melden, zijn we met elkaar op de goede weg. Wij willen empowerment - een wat ouderwetse term uit het welzijnswerk - wij willen mensen de toerusting geven om het eigen lef te hebben om tegen de buren te zeggen: wij accepteren niet wat je hier doet. Daarmee zijn we op de goede weg. Mevrouw WIND (CDA): Fijn dat het op deze manier wordt aangepakt. Misschien overbodig te zeggen, ook vanwege onze bijdrage, maar het is heel belangrijk dat de overlast integraal wordt aangepakt. Ik hoop dat de burgemeester dat op die manier in het college aan de kaak stelt, want de aanpak is natuurlijk niet alleen op handhaving gebaseerd. Er zitten waarschijnlijk veel meer problemen achter en ik hoop dat die ook aangepakt worden. De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! Dat klopt, want handhaving is altijd een sluitstuk. Daaraan gaat vooraf dat wij wijken moeten herstructureren, dat we wat moeten doen aan de woonkwaliteit in onze stad, aan speelvoorzieningen, dat we de kwaliteit en verscheidenheid aan onderwijs in onze stad op orde moeten houden. Dat gaat allemaal vooraf aan het ultieme ingrijpen in overtredingssituaties. Laat er geen misverstand over bestaan, wij hebben een uitstekende samenwerking met politie, Belastingdienst, douane en de Kansspelautoriteit. We kunnen naar hartenlust handhaven, maar wij moeten aan die voorkant beginnen.
Ik kom opnieuw terug op de discussie die eerder vandaag heeft plaatsgevonden. Wij zijn het als stadsbestuur, als raad en college, verplicht om in dat fundament van die samenleving veranderingen aan te brengen als deze stad op de lange termijn wil overleven. Ik gebruik zware woorden, maar ik meen het echt. Dan even wat meerop de casuistiek, de vraag welke acties wij ondernemen. Dat zijn onder andere de controles van panden waarvan we het beeld hebben of meldingen krijgen dat er overbewoning plaatsvindt. Het doet deze burgemeester, het college en hopelijk ook u goed dat we bij die handhavingszaken ook het gelijk van de Raad van State halen. We zitten juridisch inde juiste kaders om huisjesmelkers de voet dwars te zitten. De raad heeft de stad enorm geholpen door de parapluherziening op onze bestemmingsplannen de accorderen die in rechte bij de Raad van State inmiddels is getoetst. We doen het bijvoorbeeld door de brandveiligheidseisen te controleren die aan woonpanden moeten worden gesteld. Alsje een pand voor bewoning geschikt maakt, moet je binnen de bouwregels, de Wabo, voldoen aan bepaalde veiligheidseisen. We willen een geloofwaardige overheid zijn die er is voor mensen van goede wil, voor mensen die hun bestaan in deze stad hebben en dat bestaan willen voortzetten voor zichzelf en hun kinderen; die woorden heeft de raad mij vaker horen zeggen.
Daarvoor zijn we overheid in Almelo. De CDA-fractie heeft in het politiek beraad bij monde van mevrouw Ten Seldam gevraagd naar de ABCD-methode. Zij heeft mij onder andere gevraagd om uiteen te zetten waarom we voor die methode hebben gekozen. Ik ken mevrouw Ten Seldam. Ze heeft zich er goed op voorbereid en ik verwacht dat ze wat van het antwoord gaat vinden. Dit zei ik overigens vorige week al. In de wijk Ossenkoppelerhoek, met name bij de Boomplaats, hebben we de ABCDmethode ingezet. Dat staat voor asset bases community development, een door Convisie ontworpen concept. Die manier van werken geeft het fundament om in de buurt aan de slag te gaan en te bouwen aan het versterken van een gemeenschap. Het vertrekpunt daarbij is: alles wat er al in die buurt is aan gaven, talenten, passies, vaardigheden en activisme van bewoners te gebruiken. Community building zal niet plaatsvinden vanaf de tekentafel hierin huis, maar vanaf de basis, bottom up, in die wijken. Wij hebben gekozen voor die methode, omdat dit een beproefde methode is die elders succesvol is geweest, omdat die uitgaat van de krachten in de wijk en heel duidelijk handvatten biedt om de leefbaarheid inde wijken de groei van mensen mogelijk te maken.
Hebben we een uitgebreide wetenschappelijke studie verricht naar alternatieven? In alle eerlijkheid is het antwoord nee, maar wij zijn wel geraakt door de successen die de ABCDmethode heeft gehad en maken erop die manier, tegen die achtergrond, in dit deel van de stad gebruik van. Wij zijn natuurlijk ook zelf heel nieuwsgierig hoe die methode gaat werken en aanleiding biedt om deze ook elders toe te passen. Of dat wij op onze schreden moeten terugkeren en kijken of andere methoden aangewezen zijn. R 2107039
59
Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Ik ken de methode, mooi dat de burgemeester dit zo mooi uitlegt. We hebben hier enkele jaren geleden uitgebreid gesproken over het boek waaraan onze voormalige griffier heeft meegeschreven: De waarde van het alledaagse. Ik zie wat raakvlakken, maar ik heb ook verder gekeken en zie een aantal gemeenten dat zegt dat de ABCD-methode wel heel leuk klinkt, maar heel veel vraagt van de ambtelijke organisatie. Zeker in de kwetsbare wijken waarde inwoners veel teleurstellingen hebben verwerkt, is het vertrouwen minder groot. Die kloof moet de gemeente zien te overbruggen, zodat ze zelf in actie komen. Is de burgemeester het met me eens dat daar misschien de grootste uitdaging zit? Hoe krijgje hun weer echt enthousiast, actief en hoe geven wij hun vanuit de gemeentelijke overheid het vertrouwen en bieden we hun die ruimte? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik ben heel blij met deze interruptie en de vraag die mevrouw Ten Seldam daaraan koppelt. Dat geeft me de kans om nog eens de loftrompet te steken over de bewoners, vooral de moeders, die samen hun nek hebben uitgestoken om de Hagendoornschool tot een succes te maken. Of ik denk aan de twee moeders die even verderop in het Nieuwstraatkwartier de plek waar vroeger boerderij de Smorre stond tot een levendige speeltuin hebben weten om te bouwen.
De energie die in die wijken zit, gaan we niet opleggen maar zoeken we op en daar maken we gebruik van. Wij brengen ook dat soort projecten als voorbeeld in beeld bij andere mensen in de stad. Het antwoord op de vraag van mevrouw Ten Seldam is: ja, we maken wel degelijk gebruik van dat soort voorbeelden om mensen enthousiast te maken. De VOORZITTER: Mevrouw Ten Seldam, wilt u er wel voor waken dat uw interruptie geen betoog wordt? Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Als u dat vraagt, doe ik dat. De burgemeester geeft voorbeelden vanuit het Nieuwstraatkwartier. Ikbegrijp dat, omdat hij daar sterk zit. Maar diezelfde goede initiatieven zitten ook in andere wijken en zeker in onze dorpen. Mijn oproep is: maak breder gebruik van alle goede initiatieven! Daarmee steunen wij al die goede initiatieven. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ja, denkt u maar eens aan de kleine Ruben Slaat, die op eigen initiatief in de Schelfhorst met het knijpertje dat hij had — dat had hij niet van de wethouder gekregen, maar zelf geregeld — aan de slag is gegaan. Dat is een fantastisch initiatief van een kleine inwoner, een jonge inwoner van onze stad, die heel veel mensen om zich heen enthousiast heeft gemaakt. Er helpt geen gemeentelijke nota aan om dat mogelijk te maken. Dat zit in mensen zelf.
En alsje dat ziet, moetje daarop inderdaad op gepaste manier de schijnwerper zetten om het goede voorbeeld te doen volgen. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Dit is geen dossierinhoudelijke opmerking. Een alinea terug zei de burgemeester: Ik ben er voor de burger met goede wil. Dat vind ik een vreemde opmerking. Ik zou denken dat hij er als burgervader voor iedereen moet zijn. Hij moet absoluut niet de burger met kwade wil faciliteren, maar wel zoeken naar oplossingen om dat soort mensen te helpen en misschien die kwade wil in een goede wil om te zetten. Als ik naar de burgemeester luister, krijg ik het idee dat hij er niet voor iedereen is. Ik denk dater misschien extra hard tegen de schenen van mensen met kwade wil wordt getrapt, in plaats van een uitgestoken hand wordt geboden. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ikvind dit een niet heel handig frame van wat ik heb gezegd. Wij bieden namelijk als overheid faciliteiten, zodat iedereen in deze stad, economisch van hoog tot laag en qua afkomst — wij zijn een stad van vele nationaliteiten, vele etniciteiten en vele soorten herkomst — dezelfde kansen heeft om zich te ontwikkelen, stappen te zetten voor een toekomst voor zichzelf, voor zijn gezin, zijn kinderen, zijn buurt. De mensen die die goede wil hebben, willen wij faciliteren. Daarbij hoort dat we mensen als het ware moedig maken.
Dat doen we door ze het vertrouwen te geven dat we achter ze staan als het nodig is, ook met bescherming, dat we ze bemoedigen om het voor zichzelf en hun wijk op te nemen als die rust, R 2107039
60
dat woonklimaat, bedreigd wordt. Dat bedoel ik. Natuurlijk, wij zijn allemaal inwoner, of volksvertegenwoordiger voor iedereen in deze stad, ook voor mensen die misschien wat minder nobele motieven hebben dan andere mensen. Dat geldt ook voor mij in mijn functie. Maar we moeten voor ogen houden dat wij het goede willen voorde stad. Dat heb ik willen benadrukken. En dat goede willen voorde stad en de inwoners is wat dag in dag uit ons werk moet doordesemen. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Dank voorde uitleg, maar het komt wel anders binnen. Ik wil de burgemeester in ieder geval meegeven dat hij dit misschien de volgende keer... De heer GERRITSEN (burgemeester): Laat er geen twijfel over bestaan — nogmaals, ik wil de heer Ekizkuyu niet nodeloos provoceren — dat degenen die het met onze stad niet goed voor heeft, op de weerstand van deze burgemeester en dit college kan rekenen. Het is zo lang als het breed is. De VOORZITTER: De laatste keer meneer Ekizkuyu, want ik wil terug naar de hoofdlijn, naar de begrotingsbehandeling. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Dat snap ik ook, dat is te begrijpen. Het gaat mij vooral om die ene zin: wij zijn er voorde burger met goede wil. Dat kan weleens anders landen dan is bedoeld. Dat was mijn opmerking. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! De burgemeester noemde op een gegeven moment Boomplaats.
Dat triggerde me, want dat is tenslotte mijn wijk. Hoe werkt het? De burgemeester zegt dat hij ermee aan de gang is gegaan. Hoe bereikt hij de mensen die daar wonen? Ik heb er helemaal niets van gemerkt. De systematiek vind ik belangrijk. De heer GERRITSEN burgemeester): Zoals ik geïnformeerd ben, wordt vanuit het wijkgericht werken, de wijkregie, het contact met de wijk gezocht om te kijken wat er aan initiatieven leeft, ook aan de hand van ervaringen die we hebben of mensen die we erkennen. We brengen dus geen nieuwe initiatieven in een wijk, maar proberen bestaande netwerken, bestaande initiatieven bij elkaar te brengen of ermee in gesprek te komen om te kijken of we die kunnen helpen of verrijken. In hoeverre er al dan niet deur aan deur of bij u of een ander in dit kader contact is geweest, kan ik op dit moment niet zeggen. Ik zeg niet dat dit een soort proef is, want we zijn overtuigd van de effectiviteit van de ABCD-methode. Alleen, we testen die methode een beetje uit in onze stad om te kijken of we deze in de Schelfhorst, Windmolenbroek, het centrum, waar dan ook, kunnen gebruiken. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Ik werd getriggerd door de opmerking over kansengelijkheid. In het college is dit blijkbaar nogal van belang, want de wethouder had het er ook al over. Maar ik ben benieuwd wat het college daaronder verstaat.