Notulen raadsvergadering 1 juli 2021 (voortzetting van de raadsvergadering van 29 juni 2021) (getekend).pdf
Tekst van het document
O, het is wethouder Van 75
Mierlo. Onlangs was er op tv een item over bedrijven die veelvuldig de regels aan hun laars lappen. Er is een onderzoekscommissie van Jozias van Hartsen die al die tekortkomingen op een rij heeft gezet. Hij zegt dat de Omgevingsdiensten er niet toe in staat zijn en niet de middelen hebben om dat goed aan te pakken. Ik wil daar graag een reactie op. Dan het punt dat de burgemeester iets actiever zou kunnen zijn ten aanzien van de polarisatie. Er zijn groepen, zoals het COC, maar ook andere gemeenten, die hebben gevraagd om samen te werken. Het college heeft gezegd: dat gaan we niet doen. De heer Ekizkuyu heeft al het punt van antidiscriminatie genoemd. Daar hebben we op bezuinigd, maar dat zijn net de groeperingen die ons kunnen helpen bij het voorkomen van polarisatie op deze gebieden. De VOORZITTER: Was het niet Douwe Harstra? De heer BUITENWEG (GroenLinks): Nee, die woonde in Wierden. De VOORZITTER: Ja, dat weet ik. Hij was op het vlak van ecologie en verantwoord ruimtegebruikeen buitengewoon actieve inwoner van onze streek. Tot slot is het woord aan de heer Stóteler van de PVV-fractie. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! In verband met de keuze voor onderwerpen in de eerste termijn en de tijdsdruk die daarop staat, hadden we nog wat doorgeschoven naar de tweede termijn. Ik zal één onderwerp noemen: de wachtlijstgarantie op de woningmarkt voor statushouders.
Bij de behandeling van de begroting hebben wij daar een toezegging over gehad van het college. Ik hoor graag van het college welke wijzigingen er nu zijn doorgevoerd met de woningbouwcorporaties op het gebied van bijvoorbeeld prestatieafspraken. Vanuit de eerste termijn is blijven liggen de precariobelasting 2022. Daar hadden wij een motie voor beloofd. Ik dien die bij dezen in. "Motie 27. Precariobelastina. De raad van de gemeente Almelo, in vergadering bijeen d.d. 29 juni en 1 juli 2021, gehoord de beraadslaging, constaterende dat: - de meeste (vrijheidsbeperkende) coronamatregelen door het kabinet zijn opgeheven; - Almelose bedrijven (waaronder horeca) eindelijk hun terrassen en deuren weer hebben mogen openen; - veel Almelose (horeca)bedrijven tijdens de lockdown gebruik hebben moeten maken van overheidssteun (NOW, Tozo, TONK, TOGS, TVL, etc.); - de coronasteun niet in alle gevallen een gift is geweest maar ook moet worden terugbetaald; overwegende dat: - de raad van de gemeente Almelo lokale bedrijven tijd wil gunnen om weer op (financiële) adem te komen; - precariobelasting tot en met 31 december 2022 kan worden geschrapt omdat het geen onderdeel uitmaakt van financiële dekkingsmiddelen over (ontwikkelings)plannen; verzoekt het college: - van 1 januari 2022 toten met 31 december 2022 geen precariobelasting te heffen en dit te verwerken inde begroting 2022, en gaat over
tot de orde van de dag." De heer ST~TELER (PVV): We zijn ons ervan bewust dat er een amendement ligt van D66. Daarover gaat eerst gestemd worden. Als dat wordt aangenomen, is deze motie overbodig. Dan zullen wij de motie alsnog intrekken. Ik heb mij vanaf dinsdagavond geërgerd aan één punt. Ik heb in de schorsing daar een stuk tekst over geschreven en wil u vragen of ik dat mag voorlezen. De eerste termijn van de PVV eindigde met een interruptie van de SP. Mijn antwoord op de vraag van de heer Akse is in de opnames van de vergadering helaas weggevallen. Ik weet nog wel wat ik ongeveer zei, namelijk dat de PVV waarschijnlijk de meest democratische partij 76
van Nederland ís. Wat volgde was hoongelach en zelfs een opmerking van de voorzitter over het aantal leden van onze partij. Of je nou in de lach schiet of water spuugt over de vloer, maakt voor mij niet zo veel uit, maar het ridiculiseren van een serieuze inbreng van een collega vind ik weinig professioneel en van weinig respect getuigen. Maar laten we even ontleden wat democratie is. Democratie is een samenvoeging van de Latijnse woorden "demos" en "cratie". "Demos" betekent volken "cratíe" betekent heerschappij. Het volk heeft het dus voor het zeggen in een democratie: volksheerschappij. De democratie in Nederland is in feite een indirecte democratie, een vertegenwoordigingsdemocratie. Het volk Iaat zich vertegenwoordigen door door haar gekozen parlementariërs, statenleden en gemeenteraadsleden. Die democratie manifesteert zich in het stemhokje, met een rood potlood, eens in de vier jaar per vertegenwoordigingslaag. De verkiezingsdag, de dag waarop wij het stemhokje in mogen, volgt op een lange campagne waarin de mensen die zich kandidaat stellen, zich profileren op basis van verkiezingsprogramma's om met de inhoud daarvan de "demos", het volk, te overtuigen op hem of haar te stemmen. Het volk dat haar vertegenwoordigers kiest, gaat ervan uít dat die vertegenwoordiging plaatsvindt op basis van de inhoud van de verkiezingsprogramma's. Zo zit het. Punt.
Dat is vertrouwen en dat ís onze democratie. Tot 1983 stond in de Grondwet: "De leden der vergadering van hunne hoogmogenden brengen hoofdelijk hunne stem uit zonder enigen last te ontvangen of ruggespraak te houden met hun departement. Zij zijn wegens hun gedrag inde vergadering van hunne hoogmogenden gehouden aan de departementale besturen gene verantwoording schuldig." Thans luidt, sinds 1983, artikel 67 lid 3 van de Grondwet: "De leden stemmen zonder last". De definitie van "last" is onder andere bevel, commando, bezwaring en boodschap. Het stukje "ruggespraak" is eruit gehaald, omdat men vond dat je wel overleg mocht hebben. Het principe van een ledenpartij doet aan die kwalificatie "last" afbreuk. Als tijdens de zittingsperiode van de volksvertegenwoordigers een ledencongres wordt gehouden waarin de accenten worden verlegd en standpunten worden gewijzigd, wordt van de volksvertegenwoordigers van die partij verwacht dat zij zich naar die nieuwe lijn schikken. Dat doen ze in overwegende mate ook, want anders weten ze zeker dat ze over vier jaar geen zetel meer hebben. Inschikken of opdonderen. Als ledenpartijen al iets zijn, zijn de uitwerking en het effect eerder in strijd met de Grondwet dan dat ze kenmerkend zijn voor en de definitie dragen van het principe van democratie. De democratie vindt niet plaats op ledencongressen.
Bovendien is onze democratie om te stemmen zo mogelijk drempelloos. Zo hoort het ook. Onze inwoners, de mensen die wij vertegenwoordigen, hoeven niet te betalen om naar het stemhokje te mogen lopen. Ik benadruk nog maar even tegenover iedereen die hier namens grote landelijke ledenpartijen zit: u heeft lidmaatschapsgeld. Bij u moeten mensen betalen voor inspraak. U noemt dat democratie. Het is bekend dat op die ledencongressen in overwegende mate beroepspolitici komen. Daar komen nauwelijks nog betrokken burgers om het partijbestuur en de parlementariërs tot de orde van het verkiezingsprogramma te roepen. Als dat een enkele keer wel gebeurt, reageert de top van de partij vooral verbolgen en worden voorstellen van de leden door de volgzame meerderheid naar de prullenbak verwezen. Is dat nou democratie? Is democratie dat volksvertegenwoordigers verantwoording schuldig zijn en afleggen aan ledencongressen met mensen die betalen voor hun ledenpas? Of is democratie dat zij met hun stemgedrag en inbreng verantwoording afleggen aan het volk? De PVV heeft inderdaad geen leden die zij de schuld van zwabberend beleid in de schoenen kan schuiven. De PVV legt verantwoording af aan de kiezer. Of alles wat ik heb genoemd de reden is voorde oprichter van de PVV, de heer Wilders, om dat zonder leden te doen, weet ik niet, maar het is wel de reden waarom wij ons er thuis voelen.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik blijf ondanks het duidelijke verhaal toch wat verward achter. Zijn de leden van een partij, of ze nu wel of niet betalen, niet ook gewoon onderdeel van het volk? Of is dat een heel andere alien? De VOORZITTER: Dit beweegt zich buiten de kaders van de Perspectiefnota. Natuurlijk mag er een antwoord komen, maar laten we niet met elkaar de theorie ingaan. 77
De heer ST~TELER (PVV): Of ze betalen of niet, doet op zich aan het principe niet af dat je je door het volk Iaat kiezen op basis van een verkiezingsprogramma en dat vervolgens een select groepje je beleid Iaat bijsturen. Dat strookt sowieso niet met elkaar, of er nu voor betaald wordt of niet. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik blijf in verwarring achter. Ik heb niet heel veel kennis over de PVV. Is het daar niet zo dat één persoon de koers kan wijzigen? De heer STOTELER (PVV): Men heeft mij dat meerdere keren horen uitleggen. Het heeft zelfs geleid tot water over de vloer. Ik ga dat niet herhalen. Het heeft niets met de Perspectiefnota te maken. De heer BETE (Lijst fete): Ik vind het jammer dat mijn collega van de PVV het zich zo zwaar aantrekt. Ik wil in het openbaar wel een keer gezegd hebben dat de actie van vorige week dinsdag een spontane actie was. Ik kan best spelletjes spelen in de politiek, maar ik kan zonder het antwoord van de heer Stbteler te weten moeilijk water in de mond nemen en spugen. We hebben een interruptiedebat gehad, we hebben de krant gehaald, maar ik wil dit voor eens en voor altijd afsluiten. Als ik mijn collega onbedoeld heb beledigd, bied ik mijn diepste excuses aan. Dan wil ik ook het volgende zeggen. Hij zet een heel idee neer van wat democratie in zijn ogen is. Daar heeft hij recht op.
Ik herinner mij zijn eerste termijn, waarin migranten, moslims, communisten, zo'n beetje iedereen die tegen zijn partij-ideaal is, enorm zijn neergezet. Dan vraag ik hem: durft hij het aan om polarisatie niet in onze eigen stad toe te staan? Natuurlijk mogen we elkaar bekritiseren en bevragen. Dat doen wij continu. Waar ik fout ben, bied ik mijn excuses aan. Maar als kind van een migrant verwacht ik dan ook dat hij excuses aanbiedt aan de communisten van de SP, migranten en moslims. Want zo heeft hij ons wel neergezet. De heer STOTELER (PVV): Ik heb van niemand excuses nodig. Over het incident met het water is toen iets gezegd en dat is voor mij voldoende. Afgelopen dinsdag is er niets over gezegd en daarom doe ik het nu. Dat is voldoende. Dan kom ik bij polarisatie. Als het benoemen van problemen die je signaleert in de samenleving al polarisatie is, weet ik het ook niet meer. Aan de islam valt sowieso niets te polariseren. Onze samenleving, onze normen en waarden zijn gebouwd op individuele vrijheid en verantwoordelijkheid. De islam gaat tegen al die dingen in. Het is precies het tegenovergestelde van waar wij allemaal voor staan. Daar valt niets aan te polariseren. De VOORZITTER: Dit prikkelt iedereen weerom daar iets over te gaan zeggen. Ik ga dat niet toelaten, want dan drijven we mijlenver af van datgene wat nu aan de orde is.
De heer St~teler heeft een statement gemaakt, dat op instemming en waardering van een aantal luisteraars kan rekenen. Hij heeft aan de hand van interrupties een aantal verduidelijkingen kunnen geven. Daarmee wil ik de termijn van de gemeenteraad afsluiten. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter, nu zegt u dat het betoog van de heer St~teler op instemming kan rekenen. U geeft ruimte voor een heel betoog buiten de orde en wij moeten op onze handen zitten omdat er dingen gezegd worden waar we het niet mee eens zijn. Het enige wat ik wil zeggen, is: ik had het voorrecht om de raadsvergadering van mei te openen. Ik zou tegen de heer St~teler willen zeggen: kijk dat nog eens na en herzie uw mening. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik sluit mij aan bij de woorden van de heer Teeuw. Ik waardeer het bijzonder dat de heer Cete zijn excuses heeft aangeboden. Wat mij betreft, is daarmee dit hoofdstuk gesloten. De VOORZITTER: Dat was wat mij betreft al het geval, want daar had de voorzitter al iets over gezegd. Wij ronden de tweede termijn van de gemeenteraad hiermee af. Het college heeft behoefte aan enig beraad voor de beantwoording in tweede termijn. In onze agenda staat nu een pauze voorzien. Daarna volgen de beantwoording door het college en de besluitvorming. 78
De VOORZITTER schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de VOORZITTER aan de orde: 5. Reactie van het college (2e termijn). De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Staat u mij toe om te beginnen om mij in de hoedanigheid van wethouder c.q. portefeuillehouder Financiën te verweren tegen de misschien wel vileine pogingen in de raad om mij van mijn voetstuk af te trekken. Daar ik als rood vlees in uw midden lig, rest mij niets anders dan het vege lijf te redden door alle wensenlijstjes maar op voorhand te honoreren. Ik wil het volgende zeggen. De voorzitter weet als geen ander dat ik hecht aan mijn profiel van wat stugge onverzettelijkheid bij het bewaken van de Almelose schatkist. Dat was zo in de tijden dater niets in zat en dat blijft zo in de tijden dat hij met positieve saldi gevuld is. Kort en goed: er zijn geen lijstjes van wethouder Langlus. Eris niet meer dan wat er nu in de Perspectiefnota staat. Met de mogelijke positieve saldi voorde komende jaren zal het college uiterst terughoudend omgaan, al was het maar vanwege de financiële uitdagingen die ons in de toekomst nog te wachten staan. Ik verwijs dan naar het lijstje van mevrouw Ten Seldam. Als raadsfracties bij de begroting met wensenlijstjes komen via moties of amendementen, zal het college op dat moment in het kader van de integrale afweging daarover een rechtvaardig oordeel vellen.
Dat brengt mij bij de opmerkingen van mevrouw Ten Seldam over jeugdzorg. Wij spreken af dat wij daarover naar aanleiding van het rekenkamerrapport in augustus en september uitgebreid met elkaar komen te spreken, ook over de zaken die zij aandraagt inzake de aanbevelingen "innoveren" en "Ieren van". Daar zitten inderdaad een aantal sleutels. GroenLinks verzoekt een toelichting te geven op de uitspraak "verre van dat". Ik heb gesproken over de eigen kracht waarmee Almelo in haar zelfredzaamheid uit het diepe dal is opgeklommen. Wij hoeven niet deemoedig te buigen voorde omgeving uit dankbaarheid. Ik bedoelde daarmee te zeggen dat het wellicht ook anders had kunnen zijn. Wij hebben een lange voorgeschiedenis, waarin wij ook bij de regio te rade zijn gegaan, bijvoorbeeld inzake het ons toestaan om de aandelen Twence te verkopen. Was dat in 2017 gebeurd tegen een redelijk bedrag, dan hadden wij het herstelplan met twee tot drie jaar kunnen bekorten en dan waren we mogelijkerwijs eerder in de flow terechtgekomen van het herpakken van onze verantwoordelijkheid en een stuk ambitie. Dat heeft langer geduurd. Ik kijk ook naar dossiers als het afboeken op woningbouwlocaties en het afboeken op de bedrijvenlocaties, twee jaar geleden nog. Allemaal zaken die we nu aan het terugdraaien zijn. Dat had mogelijkerwijs anders gekund. Daar doelde ik op met de uitspraak "verre van dat".
Dan rest mij nog de motie van de PVV over het niet invorderen van precario in 2022. Onder aanhaling van de argumenten die ik wisselde in het kader van het amendement van D66 voor totale afschaffing, is het niet redelijk om op deze manier zonder enige directe aanleiding ook voor 2022 de precario niet te innen. Eris een verordening en die zegt dat voor gebruik van gemeentegrond een redelijke vergoeding moet worden betaald. Eris geen directe aanleiding te vinden in de situatie dat er geen gebruik van kan worden gemaakt. Daar preluderen we tenminste op. Eris dus ook geen aanleiding om te zeggen: u gebruikt het weliswaar, maar u hoeft er niet voor te betalen. Dat zeggen we ook niet tegen de eerste de beste pachter, een boer die het misschien vanwege andere economische tegenwind ook weleens een jaar moeilijk heeft. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Ook vanuit mijn kant een aantal punten die nog op de zeef zijn blijven liggen in de tweede termijn. De PvdA stelde een vraag over het verstrekken van de NIBUD-geldwijzer voor 17-jarigen. Wij gaan dat uitvoeren. De tweede vraag is of we een politiek beraad willen organiseren en alle informatie die er is over wat er nu al gaande is op die inclusieve arbeidsmarkt op een rijtje te zetten, zodat de raad een vervolgslag daarin kan maken. Het antwoord is: ja, we faciliteren de raad daar graag in.
We zullen in overleg treden met het presidium om daar een geschikte datum en tijdstip aan te hangen. 79
Het derde punt dat ik wil behandelen is het XL Business Park. Er zijn opmerkingen gemaakt over de betrokkenheid van de raad daarbij. Ik heb in eerste termijn al gezegd dat de raad wordt meegenomen in de ontwikkelstrategie: Op een gegeven moment kom je op een punt waarop men zich daartegen kan verzetten. We nemen ook aspecten mee die spelen in het land, zoals landschappelijke inpassing, verduurzaming, maar ook het circulaire bouwen. Dat zijn allemaal eisen die je kunt stellen aan nieuwe ontwikkelingen. De heer Van Rees heeft al gezegd dat we op dit moment weinig geplaagd worden door de stikstofdiscussie, maar het is altijd goed om dat soort aspecten af te wegen voordat je daaraan begint. Kortom, het komt terug op de agenda. Tot slot het punt van Leefbaar Almelo, die vroeg naar de aanpak en het resultaat van een goed sociaal beleid. Hoe goed je dingen bereikt, is natuurlijk sterk afhankelijk van de politieke keuzes die je maakt. Over een aantal dingen zijn we het wel eens. Het college verstaat onder goed sociaal beleid het geven van mogelijkheden tot ontplooiing aan mensen. Tegelijkertijd moet de kansenongelijkheid in de stad worden tegengegaan. Ik heb daarin eerste termijn een vurig pleidooi over gehouden. Wij zien de aanpak terug in bijvoorbeeld ontwikkelingen als het Schuldenlab. Dat is positief. We moeten kijken hoe we dat verder kunnen uitbouwen.
Je kunt van mening verschillen over het instrumentarium dat je inzet om datgene watje op abstract niveau formuleert te kunnen bereiken. De rest van de discussie over economie en participatie heb ik vooral beschouwd als een discussie van de raad onderling. De Vloedbeltverbinding komt terug. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik heb drie punten beluisterd die nog niet beantwoord zijn. De eerste vraag is van de fractie Democraten.Nu over de nascheiding. Men wil van mij een antwoord hebben over wat wel of niet de beste verwerkingsmethode van PMD is. Ik heb in eerste termijn gezegd dat wij momenteel onderzoek doen naar allerhande scenario's rondom de Almelose situatie. Dat rapport volgt. Ik Iaat mij niet verleiden om daarop vooruit te lopen. Het tweede thema is het AVG-probleem van GroenLinks rondom het signaal over eenzaamheid. Dat is geen probleem, want vanuit het landelijk programma Eén tegen eenzaamheid is daar goed over nagedacht. Het is de bedoeling om tijdens een huisbezoek meteen toestemming te vragen om de noodzakelijke gegevens te registreren, maar ook moet iemand altijd de ruimte krijgen om "nee" te zeggen. De inwoner moet de mogelijkheid worden gegeven om niet in gesprek te gaan, om geen toestemming te verlenen om gegevens vast te leggen en om zich direct te kunnen laten uitschrijven.
Dat zit in een landelijk protocol dat vanuit het programma Eén tegen eenzaamheid wordt aangeboden en daar moet bij de inrichting van het signaalpunt rekening mee worden gehouden. Men is zich daarvan bewust. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Alsje eenmaal bij iemand binnen bent, is er toestemming verleend voor het gesprek. Maar hoe komen dan de adressen terecht bij het signaalpunt? De heer VAN MIERLO (wethouder): Eenieder kan zich melden bij dat signaalpunt. Wij communiceren dat er een signaalpunt is en mensen kunnen daar signalen afgeven. Dat krijgt vervolgens opvolging en dan moetje de juiste AVG-regels in acht nemen. Daarvoor is landelijk instrumentarium, dat lokaal zijn doorvertaling krijgt. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Dat snap ik. Maar het probleem bij eenzaamheid is dat mensen dat vaak niet melden. Het is vaak een derde die dat doet. Met de AVG mag dat niet meer. De heer VAN MIERLO (wethouder): Dat is precies het punt. Veelal meldt men zich niet zelf, maar komt de melding uit het sociale netwerk, buren, kennissen en vrienden. Daar kunnen de signalen vandaan komen. Die komen terecht bij het signaalpunt. Vervolgens vindt, als er contact wordt opgenomen met de cliënt, de uitwerking van het protocol plaats. Daarmee volgen we de landelijke kaders die daarvoor worden aangereikt. De heer DE OLDE (PVA): Ik had dezelfde vraag. Worden oudere mensen en :~
hoogbejaarden altijd bezocht? De heer VAN MIERLO (wethouder): Niet alle mensen worden standaard bezocht. We hebben ouderencontactfunctionarissen via Avedan, een soort ouderenadviseurs. Daar vinden ook bezoeken plaats, maar het is niet standaard dat iedereen boven een bepaalde leeftijd ergens uit een systeem wordt gehaald en daarmee per definitie bezoek krijgt. Het is een ander aspect van het totale instrumentarium dat we op het gebied van welzijn bieden. We hebben de coalitie Eén tegen eenzaamheid, waar Avedan ook een verbinding mee heeft, maar tegelijkertijd hebben we ouderenadviseurs in het welzijnswerk dat Avedan voor ons invult. Het laatste punt is motie 6. De kern van de motie is dat bij het afvalbrengpunt de tijden op zaterdag moeten worden uitgebreid om verkeersonveilige situaties ter plekke te voorkomen. We hebben na de lunch deze middag een snelle uitvraag gedaan bij Twente Milieu. Het blijkt bij de openingstijd eigenlijk altijd drukte zijn, of dat nu 13.00 uur of 09.00 uur is. Het is mogelijk om aan de hand van de registratie van pasjes te kijken wat drukkeen rustige momenten zijn, ook op andere dagen van de week, maar er kan niet een-op-een geschoven worden gezien de kosten, die op zaterdag hoger liggen. Zoals door een aantal leden is gesteld, gaan er ontwikkelingen rondom de huisvesting van onze dienst Uitvoering fysiek plaatsvinden.
Je kunt nu tijden uitbreiden in de opdrachtverstrekking aan Twente Milieu, met dito kosten, maar een andere kijk op het vraagstuk is om het te betrekken bij de problematiek rondom de ontwikkelingen van de gemeentewerf. Mijn collega Langlus ís daartoe bereid. Dan werk je ook aan een wat structurelere oplossing. Dan ben ik door mijn punten heen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik heb het gevoel dat de wethouder twee punten overslaat: het beperken van de afvalstromen en het beperken van het energieverbruik. Dat zou als prioriteit moeten worden meegenomen in plaats van al die andere, mogelijkerwijs geldverslindende maatregelen. De heer VAN MIERLO (wethouder): We hebben daar al eens over gesproken in een politiek beraad over circulaire economie. We hebben toen geconcludeerd dat we daar wellicht later dit jaar of begin volgend jaar een aanzet mee maken om te kijken hoe we circulariteit verder vormgeven in ons beleid. Dus: ja, maar nu nog even niet. Dat komt later, want we kunnen niet alles tegelijk aanpakken. Ik heb eerder in deze zaak gesproken over het energieverbruik. De heer Hummels heeft gelijk: alles watje niet gebruikt, hoefje ook niet op te wekken. Dat heb ik al een aantal keren eerder door deze microfoon geroepen en dat blijft altijd een goed streven.
Het is goed om dat op die manier uit te dragen, maar dat neemt niet weg dat we afval hebben en daar een oplossing voor moeten vinden. Dan komt dat vraagstuk vanzelf weer aan de orde. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik kom er niet voor niets op terug. De wethouder geeft aan dat er iets mee gebeurt, maar ik vind de Perspectiefnota daar een belangrijk stuk bij. Die geeft voor een wat langere periode aan wat er gebeurt en dat er wat moet gebeuren. De heer VAN MIERLO (wethouder): Dat klopt, maar we kunnen niet alles tegelijk aanpakken. Het thema circulaire economie heeft zijn voetsporen gekregen in het programma Duurzaamheid. Daarin is het benoemd. Alles op zijn tijd. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik vind het antwoord van de wethouder een beetje door kort de bocht. We willen best flexibel meedenken over een latere openingstijd op een later moment, maar ik vind het niet realistisch om te zeggen: we wachten wel een jaar, want er is een nieuw plan. Dat helpt op dit moment niet. Het verruimen van de openingstijden moet niet zo heel erg ingewikkeld zijn. Op de zaterdagen wordt er heel veel weggebracht en het antwoord van de wethouder biedt voorde komende jaren geen oplossing hiervoor. Ik kan me hier niet in vinden.
81
De heer VAN MIERLO (wethouder): Dat mag het oordeel van mevrouw Pol zijn. Ik doe het voorstel om het wat meer structureel op te lossen. Daarmee is het inderdaad niet op de eerstvolgende zaterdag opgelost. Als je zo'n stap zou zetten, heeft dat een financieel-technisch gevolg. Ook dat kan, maar dat krijgt zijn verwerking in de afvalstoffenheffing en de verordening. Dat heeft ook betrekking op komend jaar, want dat kunnen we niet regelen in een soort nacalculatie. Onder het portefeuillehouderschap van collega Langlus worden nu stappen gezet om waarschijnlijk in Q4 richting de raad te communiceren over de ontwikkelingen rond de gemeentewerf. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ik mis nog twee dingen in de beantwoording van de wethouder. Als eerste het punt van de houtstook. Mijn suggestie was om houtkachels en open haarden te betrekken bij de voorlichting op de website. Nu staat er alleen iets op over de zomer, het barbecueën en brandschotels buiten. Je zou dat 's winters ook kunnen benoemen. Het gaat over veilig en schoon stoken. Het tweede punt is het punt van de Omgevingsdienst. De heer VAN MIERLO (wethouder): Toen de heer Buitenweg het toelichtte, kwamen we tot de conclusie dat dit laatste punt speelt op het gebied van handhaving en dus de portefeuille van de burgemeester betreft. De VOORZITTER: Het ging niet om de Omgevingswet, maar om de Omgevingsdienst.
Ik kom daar straks op terug. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Oké. De heer VAN MIERLO (wethouder): Ik heb in eerste termijn gereageerd op de motie over houtstook. Die heeft een negatief preadvies gekregen. Ik snap de vraag rondom voorlichting. Wellicht heeft u recent nog gezien op de Almelo-pagina in het Almelo's Weekblad dat we daarover gecommuniceerd hebben. We doen dat op gepaste momenten. De website leent zich qua opzet niet om daar uitgebreide informatie over op te nemen. Er is heel veel rijksinformatie over dit onderwerp. Daarom hebben we voor deze manier gekozen om gerichte voorlichting te kunnen geven op gezette momenten via de ons beschikbare communicatiekanalen, onder andere in het Almelo's Weekblad. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Maar er wordt wel informatie gegeven over het stoken buiten in de zomer. Die staat op de website. De heer VAN MIERLO (wethouder): Die informatie is onderhevig aan de seizoenen. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ja, en in de winter stook je de open haard. Dat is ook een seizoen. Daarom mijn verzoek om het in de winter ook te doen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Er is ook een aparte informatiestroom, ook vanuit de rijksoverheid en het RIVM. Eris ook een website stookwijzer.nl. Eris van alles, maar dan verval ik in herhaling.
In het kader van de bewustwording over eventuele effecten en de gezondheidsaspecten heb ik met diverse inwoners gesproken. Zij hebben gevraagd om daarop gezette momenten over te communiceren. Dat doen we via de kanalen die ik net heb genoemd. De heer VAN REES (wethouder): Voorzitter! Ik begin bij het onderwerp volkshuisvesting, met name de stadsontwikkeling en alle visies die we hebben. We hebben de Omgevingsvisie, de Woonvisie, de Stadsontwikkelingsvisie. Misschien moeten we die laatste maar laten vallen en gaan praten over een stadsontwikkelingsplan en een stadsontwikkelingsagenda. We gaan daar projectleiders voor inhuren. We zijn daar volop mee aan het werken zullen daar voorde begroting richting de raad op terugkomen, zodat we daarover kunnen praten. Er wordt dus aan het verzoek van de raad voldaan. In de motie "Gevarieerd bouwen" is de eerste bullet weggehaald, maar ik houd moeite
met de onderste bullet. Eris een maatregel vanuit het Rijk, Bijna Energieneutraal Bouwen. Deze motie gaat verder, want daarin staat dat we daar voorrang aan moeten geven. Als wij een kavel verkopen in Almelo Noordoost is het lastig om iemand te verplichten om een bepaalde aannemer te nemen die met hout gaat bouwen. Het heeft ook consequenties voorde hypotheken die mensen kunnen krijgen. Met dat onderdeel is de motie heel lastig uit te voeren. Punt 1 van de motie is onderdeel van de Woonvisie. Daarin staat dat wij juist willen bouwen voorde behoefte van onze bewoners in Almelo. Dan kom ik bij het amendement 3 van de SP, dat een motie wordt. Met de aanpassingen die er nu inzitten, kan het college die motie overnemen. De heer TEUNIS (SP): De eerlijkheid gebiedt dat ik het nog met mijn mede-indieners moet bespreken. De heer VAN REES (wethouder): Dan wacht ik dat af en zal ik daarna reageren. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): De wethouder zegt dat hij dan zal reageren, maar moties kunnen ingediend worden tot en met de besluitvorming plaatsvindt. De wethouder heeft nu zijn tweede termijn, maar hij heeft geen derde termijn. Zou hij hypothetisch kunnen reageren? Dan zijn we er ook uit. De heer VAN REES (wethouder): Dat is een mooie tussenoplossing. Stel dat de motie op deze manier wordt ingediend, dan is de motie voor het college acceptabel.
De heer AKSE (SP): Voor de duidelijkheid: het was een amendement en nu wordt in overweging gegeven om dat te veranderen in een motie. Daarover moeten we nog even overleggen. De VOORZITTER: Na afloop van de termijn van het college is daar nog even ruimte voor. Dat is ook de tijd waarin de griffie de stemmingslijst gaat maken. De heer VAN REES (wethouder): De heer Gerritsen vraagt nog eens goed te kijken naar het eigengrondprincipe. Dat doen we de hele tijd. We zijn vooral bezig met het realiseren van projecten op onze eigen gronden, in Almelo Noordoost, maar ook op andere plekken. We kijken of we door middel van het invullen van oude bouwclaims bouwprojecten kunnen realiseren binnen de stadsgrenzen van de gemeente Almelo. De starterslening is tot nu toe 30 keer aangevraagd. Ik kan een hele waslijst opsommen. In totaal is €110.000 toegekend en € 250.000 is op dit moment gereserveerd voor aanvragen. De heer DE VRIES (PvdA): Nog even over het antwoord richting de fractie van Democraten.Nu. Wij hebben een overzicht met bladzijden vol met wat ons eigendom is. Alsje dat kadastraal moet gaan zoeken, is dat heel ingewikkeld. Ik zou het prettig vinden alsje dat wat meer visueel kunt krijgen. Dan weetje: daar zit veel grond en daar juist niet. Als ik de hele lijst moet gaan nazoeken, wordt dat helemaal niks.
(Mevrouw Wind komt, te 77.57 uur, ter vergadering.) De heer VAN REES (wethouder): Ik ga in overleg met mijn collega Vastgoed, die hiervoor verantwoordelijk is. We zullen kijken of we de raad op een visueel goede manier kunnen informeren hierover. De heer Wiertz maakte een koppeling tussen de mogelijkheden om in de openbare ruimte te bewegen als mindervalide en de inclusieagenda. Ik kan melden dat wij in de binnenstad in 2022 gaan deelnemen aan een project MKB Toegankelijke routes. Dat is een initiatief van de organisatie Ongehinderd. Wij hebben het centrum aangemeld en zijn door de organisatie geselecteerd. We gaan begin 2022 samen met die organisatie de toegankelijkheid van onze binnenstad in kaart brengen. Ik denk dat dat een mooi initiatief is. De heer Buitenweg vroeg naar het parkeeronderzoek. Het parkeeronderzoek is gekoppeld aan de ontwikkeling van de stadskade. Parallel daarmee zullen we de raad informeren over de
3t3
discussie rond parkeren. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Het parkeeronderzoek is dus breder dan alleen de koppen van de Grotestraat. De heer VAN REES (wethouder): Ja, zeker. In de ontwikkeling van de Stadskade zit ook de grootste parkeergarage. Een en ander hangt met elkaar samen. Als je daar iets wilt, moet je voor het hele parkeren een goede oplossing vinden. We zijn daar serieus naar aan het kijken. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Toen ik in tweede termijn het woord voerde over de BIZ, heeft de wethouder non-verbaal antwoord gegeven, maar dat is onhandig voor in de verslaglegging, mocht ik hem er ooit aan moeten houden. Graag nu verbaal. De heer VAN REES (wethouder): Mijn excuses. Ik vergat inderdaad de BIZ. We moeten de verordening voor de lopende BIZ intrekken. De raad zal een nieuwe verordening moeten vaststellen. Wij sturen erop dit moment hard op dat zowel de vastgoed-BIZ als de ondernemers-BIZ tegelijkertijd terugkomen inde raad. Daar wordt hard aan getrokken. Ik denk dat dat de beste oplossing is voorde binnenstad: één keer een peiling voor beide. Ik hoop van harte dat het gaat lukken, maar kan dat helaas niet garanderen. De heer ST~TELER (PVV): De wethouder is nog iets vergeten. Hij heeft een toezegging gedaan over de statushouders op de woningmarkt bij de begrotingsbehandeling verleden jaar.
Wat heeft de wethouder sindsdien gedaan met woningcorporaties om dat ingeregeld te krijgen? De heer VAN REES (wethouder): Dat is geen vraag die gesteld is in het kader van deze Perspectiefnota, ook niet door de heer Styteler. Het is wel een vraag die gesteld is. Ik wil de heer St~teler graag buiten de vergadering informeren over wat ik daarmee gedaan heb. De VOORZITTER: Kunt u het misschien kort benoemen? Ik denk dat de vraag ook de belangstelling van anderen heeft. De heer VAN REES (wethouder): We zijn erover in gesprek met de wooncorporaties. Mevrouw BUIKEMA-ALBERS (Christenunie): In december vorig jaar hebben we vastgesteld dat het raadsbesluit inzake de BIZ zou ingaan per 1 januari 2021. Die datum gaat ook veranderen? De heer VAN REES (wethouder): Ja, de verordening die de raad vorig jaar heeft vastgesteld;trekken we-in-en-dan wordt.er.een_nieuwe_verord.ening doo_r_de raad vastgesteld, __ (Burgemeester Gerritsen draagt hierop het voorzitterschap van de vergadering overaap mevrouw Bijenhof,J De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! Mevrouw Pol zei dat ik de positie in de regio wat heb laten liggen. De gemeente Almelo neemt deel aan de samenwerking rondom de Twente Board, de Gezondheids GR, de recreatieve voorzieningen, de Omgevingsdienst Twente, Twente Milieu. U kent de hele rits en begrijpt waar ik naartoe wil.
Daarvoor levert de gemeente Almelo ambtelijke capaciteiten bestuurlijke inzet door portefeuilles te behartigen of DB-functies te bekleden. Natuurlijk neemt onze gemeente -maar daar zijn wij niet de enige in - op bepaalde onderdelen zelfbewuste stellingen in, omdat wij vinden dat intergemeentelijke samenwerking aanvullend, complementair moet zijn op het belang dat wij als gemeente te behartigen hebben. Samenwerking in de regio is subsidiair, moet aanvullend zijn, en niet primair. Er zijn ook bestuurders die zeggen: we moeten primair dingen samen doen en pas daarna kijken of we ze alleen kunnen doen. Dat is wat het gemeentebestuur van Almelo betreft het paard achter de wagen spannen. 84
Dat wil niet zeggen dat wij overal geborneerd bij zitten en zeggen: we zitten hier tegen onze zin. Helemaal niet. Wij doen actief mee in tal van de samenwerkingen die ik net deels noemde. Wij hebben bijvoorbeeld de Twenteraad aangeboden om zich hier te huisvesten. Dat zit allemaal nog in de pijplijn. Onze portefeuillehouders in het college spelen hier en daar nadrukkelijk de eerste viool op allerlei thema's die in de regio aan de hand zijn. Eerlijk gezegd, was ik wel aangesproken door de bijdragen in eerste termijn van zowel de heer Teeuw als de heer Pauwels. Zij zeiden: er wordt over het algemeen zeer positief gesproken over Almelo. Wij zijn zelfbewust. We zijn het niet altijd met elkaar eens, maar we doen de goede dingen met elkaar, tot welzijn van de stad en de gemeente, maar ook tot welzijn van de regio Twente. We zitten niet op een eiland. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik heb het idee dat mijn vraag niet helemaal begrepen wordt of dat het wellicht een verkeerde kant opgaat in de beantwoording. Ik begrijp dat wij in bepaalde samenwerkingen deelnemen. Wellicht heb ik het verkeerd begrepen toen ik het las. In de afgelopen jaren proberen wij als Almelo een beetje de centrumgemeente te zijn. We willen de stad zijn voor onze omliggende gemeenten, voor de kleinere dorpen, qua voorzieningen.
Aan de ene kant willen we het voortouw nemen omdat we een iets grotere stad zijn, maar aan de andere kant lees ik regelmatig ín krantenartikelen dat onze stad op de een of andere manier andere gemeenten voor het hoofd stoot in die samenwerkingen en dat we de confrontatie zoeken. Nu ben ik niet iemand die perse de confrontatie uit de weg gaat ... De VOORZITTER: Kunt u tot een vraag komen? De inleiding duurt wel heel erg lang. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik heb het gevoel dat mijn vraag niet is begrepen. Daarom wil ik díe even rustig toelichten. Volgens mij heb dit jaar in deze sessie nog niet veel gezegd. De VOORZITTER: Daar gaat het niet om, mevrouw Pol. Het gaat er niet om of u veel heeft gezegd of niet. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik vind dit wel vervelend. Ik heb in mijn bijdrage ... De VOORZITTER: U richt zich nu tot de burgemeester en maakt uw vraag af. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Had me daar dan inderdaad toe in de gelegenheid gesteld. Ik vind het jammer dat het op het eind op deze manier afloopt. En daar acht ik u verantwoordelijk voor, voorzitter. De VOORZITTER: Die discussie ga ik nu niet aan. We gaan naar de burgemeester. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik zal graag antwoorden. Een regionale journalist heeft mij eens als een Enterse bok omschreven. Die zijn koppig.
In de Twentse samenwerking is ons college -door mijn invloed of door de andere heren, die bij tijd en wijle ook behoorlijk koppig zíjn -weleens koppig geweest. Dat is niet iets dat vervelend is of waar je voor wegloopt. Dat heeft met zelfbewustzijn te maken. Misschien is het "joa" wel een beetje de volksaard in Twente. Ik kan dat volmondig zeggen, want ik ben een Twent. Maar dat "joa", waarin je elkaar niet confronteert met wat ongemakkelijk is in de samenwerking, leidt tot sluimerend ongenoegen bij iedereen, bij ons maar ook bij andere partners. Wij vinden het van belang datje inde regionale samenwerking vertelt wat je op je hart hebt, omdat je het daardoor beter maakt. Een mooi voorbeeld daarvan is dat wij in de samenwerking die wij onder de vlag van de Regio Twente hebben, dat ook hebben gedaan. Daar waren wij diepongelukkig over. We hebben hier gesprekken gehad en de raad steunde het college daarin. Juist door het hart op de tong te hebben, maak je duidelijk waar het niet lekker zit. En dat doet weleens pijn. Eerlijk gezegd: van ons wedervaren in de regio, persoonlijk en collectief als college, ondervinden wij geen vervelende ressentimenten. Men weet wat men aan ons heeft en dat is het belangrijkste. Almelo argumenteert met open vizier. m
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Het is de vraag of dat waar is. Ik proef bij de burgemeester dat onze gemeente geen wrevel oproept. Het lijkt misschien een aanval op de burgemeester, maar er zijn verschillende vertegenwoordigers van onze gemeente op verschillende momenten. Je ziet in krantenberichten terugkomen dat we niet altijd warm ontvangen worden. Ik vraag me af of dat verstandig is. Misschien moeten we in de toekomst een iets andere houding aannemen, dit ter overweging. De heer GERRITSEN (burgemeester): Wij besteden ruime aandacht aan goed relatiebeheer in de regio. Ik denk even aan de samenwerking tussen wethouder Van Abbema en wethouder Maathuis op het Soweco-dossier. We hebben een buitengewoon goede, intensieve en open samenwerking. Ik wijs op de rol die wethouder Van Mierlo neemt in de regionale aanpak van de zorgfraude, samen met wethouder Christenhusz, die, als het gaat om de lijnen van intergemeentelijke samenwerking, toch een andere doctrine vertegenwoordigt, maar met wie we een heel goede samenwerking hebben. In het AB van de Regio Twente, waar ik woordvoerder van het gemeentebestuur ben, hebben we het onlangs over de transitie van de regio gehad en daarover hebben af en toe wel geclasht. Dat is niet erg. Dat gaat goed.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Zou het ook nog zo kunnen zijn dat we in zulke verschillende kringen verkeren dat we totaal verschillende signalen opvangen? Ik vind het nogal verrassend dat sommige raadsleden zo positief geïnformeerd worden. Ik zeg niet dat mijn bubbel of een andere bubbel goed is, maar er zit wel een ernstig verschil in. Ik ben benieuwd hoe dat verklaard kan worden. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ikben er niet op uit om altijd verschillen te overbruggen. Ik ben burgemeester en lid van het college van de gemeente Almelo. Wij harken ons tuintje aan en wij onderkennen dat wij een stad in de regio zijn met een groot verzorgingsgebied, waarin wij onze relaties hebben met gemeentebesturen en partijen daarbuiten -het zijn niet alleen maar colleges en raden maar ook marktpartijen en maatschappelijke partijen. Daar hebben wij eerlijk gezegd heel goede ervaringen mee. Natuurlijk kom je in situaties waarin je het met elkaar niet eens bent. Dan kijk je wat het belang is om daar wel uit te komen en dan ga je daarin investeren. Soms is het belang dat je zegt: dit is zo principieel en zo'n belangrijk punt voor ons dat wij ons standpunt vasthouden. Als dat kan, is het een mooie zaak. Alsje eruit komt is het ook een mooie zaak, maar eruit komen om eruit te komen -samen lachen samen huilen - is niet de lijn die het college aanhangt.
Dat hebben wij een- en andermaal uitgestraald als het ging om zaken die in de regio spelen. Wij voelen ons ook zeer gesteund vanuit de raad op dat punt. Ik wil dan graag doorgaan naar een ander punt. Mevrouw Ten Seldam kan ik melden dat de planning ten behoeve van het presidium in overdrachtelijke zin in de envelop zit en verstuurd kan worden. Ik ga binnenkort naar het presidium toe. Dat is een klussenlijst. We hebben altijd gezegd-dat het een beeld-is waarmee het_presidium bij de caseloadyerdeling in de cycli rekening kan houden. Ja, we zijn heel erg druk met de economische gevolgen van corona: gelden hier, gelden daar, discussies daarover. Zij legt terecht de vinger op het feit dat corona ook een groot persoonlijk verdriet is geweest in heel veel huishoudens, ook in onze gemeente. Er zijn heel veel mensen die blijvende gevolgen ondervinden van een infectie met corona. Het is een heel grillige ziekte. Ik ben besmet geweest, maar had geen klachten. Er zijn mensen die maanden uit de running zijn, dan terugkomen en nog weer eens maanden uit de running raken. Het is een vreselijke aandoening, die ook in geestelijk opzicht klappen nalaat, helaas soms bij nabestaanden als er overlijdens te betreuren zijn, maar ook bij mensen die het leven weer moeten hervatten na een stevige infectie.
Ik reik graag haar en anderen die daarop gehint hebben de hand om over de zomer heen hier eens naar te kijken. Ik weet dat het kabinet denkt over een landelijk moment om daarbij stil te staan. Dan wordt het wel erg symbolisch. Met elkaar moeten we op Almelose schaal na de zomer het gesprek hebben over wat die mentale impact van corona op de samenleving geweest is en hoe we daarbij zouden kunnen stilstaan. Ik wijs er overigens op dat wij natuurlijk aandacht hebben voor mensen die door rouw of op een andere manier in de problemen komen. Daar proberen we langs de reguliere zorgwegen bij te komen. 86
De heer HUMMELS Leefbaar Almelo): De burgemeester zei dat de jaarplanning naar het presidium zou gaan. Ik neem aan dat die ook voorde raad beschikbaar is. We vragen er al een eeuwigheid om en er komt al heel lang niets van terecht. We hebben nog steeds een ongelofelijk verwarrende planning, met de ene keer niks en de andere keer veel te veel. Ik hoop dat wij op tijd op de hoogte zijn. Het is meer dan alleen een agendaplanning, het is ook een inhoudelijke voorbereiding. De heer GERRITSEN (burgemeester): Correct. Daar is de planning ook voor bedoeld. We moeten echter voorkomen dat de jaarplanning een politiek document als zodanig wordt, want dat is het niet. Daar hebben we goede afspraken met het presidium over gemaakt. Het is geen geheim stuk, integendeel. Het is een soort werkdocument tussen college en presidium om ervoor te zorgen dat de raad op tijd zijn voorbereiding kan doen op thema's. Als de raad bijvoorbeeld weet dat er in december een belangrijk thema over woningbouw aan de orde komt, kan de raad dat op tijd zien en ook bij anderen dan het college te rade gaan of bij het presidium vragen of er een hoorzitting of een excursie over kan worden gepland. Volgens mij is dat wat ermee bedoeld wordt. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik ben blij met de toezegging dat we inzicht gaan krijgen over wat er allemaal aan stukken aan gaat komen die gedeeld moeten worden.
Ik ben ook blij met de kanttekening dat het een levend document is. Het is een planning en er kan van alles tussenkomen, maar dan hebben we tenminste iets waarover we in gesprek kunnen. Met betrekking tot het aandacht besteden aan corona deel ik de mening dat er al heel veel aandacht is vanuit de zorgkant. Onze opmerking is veel meer bedoeld in de context van activiteiten en festiviteiten. Wij denken graag met de burgemeester mee. De heer GERRITSEN (burgemeester): We nemen dat na het zomerreces gezamenlijk ter hand. Dan maakte de heer Buitenweg een punt over de Omgevingsdienst. Het rapport van de commissie-Van Hartsen is op 4 maart 2021 door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan de Tweede Kamer aangeboden. Het rapport gaat vooral over de door de commissie gévoelde noodzaak om de omgevingsdiensten een zwaardere, gezaghebbender positie te geven. Feitelijk zijn dat nu gemeenschappelijke regelingen, die weliswaar verplicht zijn maar waarbinnen er heel veel geschakeld kan worden over de mate waarin je die OD's bevoegdheden geeft. In Twente hebben we het zo geregeld dat de omgevingsdiensten adviseren aan de lokale gezagen, de lokale besturen. De lokale besturen zetten daar hun handhavingsacties op. Het kan gebeuren dat een lokaal bestuur zegt: dat vinden wij niet ernstig genoeg om op te handhaven. Dan krijg je verschillen in de regio. Dat kan in theorie.
Je kunt ook in een situatie komen waarin een omgevingsdienst adviseert om niet te handhaven, terwijl het lokale gezag er wel actie op wil zetten. De commissie-Van Hartsen zegt: je zou eigenlijk die vrijheid bij gemeenten moeten weghalen. Je zou moeten opschalen naar dat niveau en de omgevingsdiensten meer de functie van een autoriteit moeten geven die die mogelijkheid heeft. Dat ligt nog in de schoot van de kabinetsformatie besloten, want dit kabinet zal daar geen uitlatingen meer over doen. Op de vraag of het probleem herkenbaar is in de regio, moet ik antwoorden dat het niet voorkomt. Het beeld dat ik heb, is dat wij een-op-een verbonden zijn met de Omgevingsdienst Twente. Er zit weinig licht tussen wat men daar vindt en wat wij bij de handhaving ondervinden. De heer BUITENWEG (Groen Links): Ik begrijp dat de burgemeester het eens is met de commissie-Van Hartsen om het op te schalen en meer autoriteit en gezag te geven. De heer GERRITSEN (burgemeester): Technisch gezien wel, omdat je meer eenheid krijgt. Principieel gezien komen de raden verderop afstand te staan. Ik vind dat handhaving democratisch gecontroleerd moet kunnen blijven worden, want anders wordt het amorf. De raad moet als lokale gemeenteraad het beslissende toezicht kunnen blijven houden op die taakuitvoering.
Ik ben het er technisch mee eens, want we moeten daar slagkracht hebben, maar principieel hebben de beide Kamers en het kabinet daarover nog een aantal gesprekken te voeren. 87
De heer BUITENWEG (GroenLinks): De burgemeester zegt dat de raad dan wat meerop afstand komt, maar nu is het risico dat vooral veelplegers herhaaldelijk in de fout kunnen gaan en dat er dan niets gebeurt. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ja, dat is mogelijk. Daarom is het van belang dat je inde Omgevingsdienst die wij hebben, met 14 gemeenten en de provincie, de bestuurlijke lijnen kort houdt en het met elkaar over dat fenomeen hebt. Ik heb niet het gevoel dat de Twentse gemeenten en de provincie slap of afkerig zijn in dat nalevings- en handhavingsgedrag. De heer Buitenweg heeft een punt gemaakt over polarisatie. Ik wijs op bladzijde 14, paragraaf 2.4.3, waar we verteld hebben wat onze acties zijn: signalen herkennen, trainen op het herkennen daarvan, preventie toepassen, sleutelfiguren, maatschappelijk netwerk warm houden en benutten, de verbinding tussen zorg en veiligheid waarborgen. Je kunt zeggen dat dat nogal week is, maar daar zit het wel in. Dat is de belangrijkste fundering die wij onder ons anti-polarisatie- en anti-radicaliseringsbeleid hebben liggen. Ik kan in tweede termijn niets toevoegen aan wat ik daar in eerste termijn over heb gezegd. Dan kom ik bij de heer fete. Hij maakt zich zorgen over de stabiliteit van de organisatie. Wij worden het niet eens. Ik kan wel zeggen dat ik juist door de reorganisatie overtuigd ben van die stabiliteit.
Ik heb zijn uitspraak opgeschreven: dit wordt mijn strijd. Hij is zijn eigen baas, maar er zijn andere strijden die geleverd kunnen worden en waar we zij aan zij kunnen staan. De heer BETE (Lijst Cete): Het is ook voor mij het vinden van de juiste woorden. De strijd gaat niet om mij of om de burgemeester, maar om Almelo. De kans dat ik hem overtuig of dat hij mij overtuigt, is in dit dossier heel klein. Ik heb ook gezegd dat hij continu zegt hoe wij als raad of raadsleden moeten handelen. Ik ga daarover nadenken, maar als het ons niet lukt, moeten we andere politieke middelen vinden waardoor het wel duidelijk wordt. Dat is mijn strijd. De heer GERRITSEN (burgemeester): Overigens legt de heer fete mij in de mond dat ik steeds weer zeg: de raad gaat hier niet over en de raad gaat daar niet over. Dat is niet waar. Ik wijs er heel nadrukkelijk op dat de raad geld heeft meegegeven om een organisatie te reorganiseren. Wij denken dat wij daarin geslaagd zijn door de raad een goede machine aan te bieden, die de politieke wensen van de raad kan vertalen. Voor die politieke wensen is het college de gesprekspartner van de raad, en niet de organisatie. Dat is de oude discussie weer. De raad zou zijn focus op de buitenkant moeten leggen, want wij bieden hem een machine aan waarmee hij die buitenkant kan besturen. De heer BETE (Lijst ~ete1: Nogmaals, we gaan elkaar vandaag niet overtuigen.
Dit is het gevoel dat-er leeft-en het-is ook-onze.taak-om-het.gevoel_bij__beide_kanten weg te nemen. lk zal mij in het reces goed beraden. Ik wil het vanavond een keer leuk afronden. De heer GERRITSEN (burgemeester): Dit onderwerp is natuurlijk altijd leuk te houden. Laten we dat vooropstellen. Het is een zakelijke discussie die we met elkaar hebben. Waarom zou die ontaarden in iets dat niet leuk is? Het enige punt is dat ik denk dat de raad politiek effectiever kan zijn aan de buitenkant van dit stadhuis dan aan de binnenkant. De VOORZITTER: U heeft beiden uw punt gemaakt. Ik heb nog een interruptie van de heer Hummels. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): De burgemeester zegt dat het college de gesprekspartnervan de raad is. Dat vind ik wat pijnlijk, want wat gebeurt er als wij benaderd worden door ambtenaren? Moeten wij dan zeggen: gaat u maar naar het college? De heer GERRITSEN (burgemeester): De heer Hummels probeert het nu met een schaartje te knippen. Ik bedoel het in politieke en staatkundige termen. Het college is politiek verantwoordelijk voor wat er door de gemeente gebeurt. In de politieke rol van de raad is het ::
college de gesprekspartner. Daar hamer ik op. Dat vind ik een belangrijke lijn om te blijven herkennen met elkaar. Tot slot de aanvulling op de lijst van moties, de motie over de regenboogvlag van de PvdA. Wij ontraden die motie, omdat wij al enkele malen per jaar mee vlaggen op allerlei thema's die maatschappelijk relevant zijn. Wij vlaggen bijvoorbeeld op de zaterdag voor 29 juni in het kader van de Veteranendag. Wij vinden dat een belangrijk maatschappelijk thema om als gemeentelijke overheid te ondersteunen. Op 25 november vlaggen wij voor de internationale dag van de uitbanning van geweld tegen vrouwen. Wij vlaggen op bepaalde landelijk gedragen collectedagen voor goede doelen. Op 11 oktober vlaggen wij voor Coming Out Day. Op 31 maart vlaggen wij met de regenboogvlag voorde dag van de transgendervisibiliteit. Wij vlaggen dus als gemeentelijke organisatie en als bestuurlijke en politieke organisatie mee met die vlaggenmasten voorde deur op de dagen waarop dat in Nederland gebeurt rondom door de Verenigde Naties of andere belangenorganisaties erkende dagen. Daarmee geven wij uiting aan het feit dat wij staan vooral die zaken die behartigenswaardig zijn. De Nederlandse vlag, die buiten wappert, en de Almelose vlag staan voor het universele van alle waarden die wij met elkaar belangrijk vinden.
Die staan voor artikel 1 van de Grondwet, die staan voor het feit dat de democratie in dit land zegeviert boven onderdrukking, die staan voor vrijheid van meningsuiting. De motie vraagt om enkele malen per jaar te vlaggen. Wij relateren dat aan thema's die maatschappelijk op dat moment onomstreden maatschappelijk beleefd worden. Tegen die achtergrond zeggen wij: er zijn al twee momenten per jaar waarop wij de regenboogvlag laten wapperen: op 31 maart en op 11 oktober. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dat deze motie wordt ingediend, is natuurlijk niet voor niks. Afgelopen zondag: het provinciehuis, de gemeenten Zwolle, Hengelo, Enschede. Er is opgeroepen tot het hijsen van de regenboogvlag, omdat er binnen Europa een land is dat een homowet heeft aangenomen. De gemeente Almelo zegt: wij doen al genoeg. Eris een discussie over geweest in het bestuur van de gemeente Almelo. Ik snap niet dat die discussie plaats moest vinden. Het college had gewoon kunnen zeggen: oké, wij gaan hierin Twente over tot het hijsen van die vlag. De heer GERRITSEN (burgemeester): Dat is een heel ander onderwerp dan de motie. Het zegt wel iets over de aanleiding. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dat is wel de aanleiding voorde motie geweest. Dagelijks worden er honderden mensen in Nederland en Europa onderdrukt, uitgescholden en gepest, alleen maar omdat ze zijn wie ze zijn.
Eris al eerder een motie door mijn collega ingediend om in beleid uit te dragen dat wij iedereen accepteren zoals die is. Dat daar een discussie over moet plaatsvinden! Dat is toch bijzonder? De VOORZITTER: Kunt u tot een afronding komen? Uw punt is duidelijk. U heeft hier een motie over ingediend. We hebben het antwoord van het college gehoord en het is aan de raad hoe er gestemd wordt. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik heb nog een korte reactie. Een oproep mag je ook naast je neerleggen. Gedwongen sympathie is geen sympathie. Dat stel ik in dit verband voorop, maar ook in alle andere verbanden. Waar het om gaat, is dat wij dagen hebben waarmee we uiting geven aan alle verbindingen die wij voelen. Maarde gemeente is geen regenbooggemeente. Daar heeft de gemeenteraad een uitspraak over gedaan. Wij hebben wel uiting gegeven aan het feit dat wij inclusiviteit, ook ten aanzien van de Ihbti-plusgemeenschap tot uiting laten komen met een zebrapad, in de uitingen die wij doen en in de bijdragen die wij leveren aan maatschappelijke discussies hier of elders over dat thema. Het is een feit dat er geweld tegen homo's, transgenders of anderszins plaatsvindt en daar helpt een vlag niet tegen. Daar helpt tegen dat men voorlichting geeft, dat je preventief bezig bent, dat je aanwezig bent, dat je je uitspreekt op het moment datje dat ziet.
Tegen die achtergrond hebben wij gezegd: dit is een protestactie die allerlei motieven heeft. Het college vond het niet op de weg van de gemeente liggen om daar een bijdrage aan te leveren. Ik heb gezien dat u met een aantal van uw getrouwen heeft geprobeerd om dat gat dicht te lopen. Het college heeft de oproep naast :•
zich neergelegd. Meer kan ik daar niet over zeggen. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Misschien had een meerderheid van de raad het toch op prijs gesteld als het college die actie wel had ondernomen die zondag. Bijna elke gemeente in Nederland deed dat wel. De VOORZITTER: Meneer Buitenweg, die discussie gaan we nu niet voeren. Het gaat over een motie die is ingediend door de PvdA. U kunt die straks steunen. De burgemeester wilde nog even reageren op mevrouw Geerdink en volgens mij kunnen wij het punt hiermee afronden. De heer GERRITSEN (burgemeester): Afrondend op dat punt: we willen juist voorkomen dat we met enige regelmaat met elkaar in discussies komen over waar we wel en niet een actieve protestbijdrage aan leveren. Die discussies moeten we niet hebben met elkaar. We dragen breed uit waar wij staan op dit thema en dat doen wij op de momenten die ik zo-even heb genoemd. De VOORZITTER: Dank u wel. Ik heb net met de griffie overlegd voor een schorsing. De griffie heeft aan een halfuur genoeg om de stukken klaarte zetten op iBabs en de site van de gemeente Almelo. De VOORZITTER schorst hierop de vergadering. (Tijdens de schorsing heeft mevrouw Bijenhof het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan ,burgemeester Gerritsen.) Na hervatting van de vergadering stelt de VOORZITTER aan de orde: 6.
Besluitvorming over amendementen, raadsvoorstel Perspectiefnota 2021 en moties. De VOORZITTER: Dames en heren! Als het goed is, heeft u allemaal de meest actuele stemmingslijst gekregen. Ik deel u nog een paar kleine correcties mee. De motie 3A "Zelfbewoningsplicht" staat niet op de lijst, maar wel in iBabs. Na amendement 24 mag u dus toevoegen motie 3A. De motie betreft de uitspraak die de raad gevraagd wordt te doen, mede naar aanleiding van het overleg dat tussen het college, de heer Teunis en anderen heeft plaatsgevonden. Voorts geef ik u aan dat motie 8 "Structuurvisie Woningbouw" is ingetrokken. Die motie maakt geen deel meer uit van de stemming. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mede gezien de reactie van Lokaal Almelo Samen over de motie "Ideeënmarkt", is het misschien goed als ik probeer om die toe te lichten. Mochten we er niet uitkomen, dan heb ik een probleem. De VOORZITTER: Inderdaad is dat een punt dat ik nu even aan de orde wil stellen. De fracties hebben zich daarover op de inhoud niet uitgelaten. De motie vergt dat de raad tien keer stemt over de zaken die daar staan. Er zit verder weinig theorie bij, anders dan wat wij uit iBabs halen wat is ingebracht bij de Ideeënmarkt. Ik denk dat we even moeten kijken of de raad bereid is om dat te doen. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik wil het wel even toelichten.
Ik ga ervan uit dat iedereen met het volle verstand betrokken is geweest bij de Ideeënmarkt. Mijn geheugen werkt ook niet altijd optimaal, maarde titel van alles staat er. Het gaat er alleen om dat je aangeeft of je daar voor of tegen bent. Als er een meerderheid voor is, moet het in behandeling worden genomen bij het college. Er hoeft nog geen geld bij te zitten. Alsje ergens tegen bent, kun je tegen stemmen en dan komt het te vervallen. s~
De VOORZITTER: Idealiter zouden het negen voorstellen moeten zijn geweest. Ik denk dat collega's daar een beetje tegenaan lopen. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Ik wil graag een punt van orde maken over deze motie. Het lijkt mij verstandig om voor of tegen de motie te stemmen. Als de meerderheid tegen is, hoeven wij de motie niet verder te behandelen. Als de meerderheid voor is, kunnen we naar een alternatief kijken. De VOORZITTER: Het ordevoorstel is om over de motie te beslissen of niet. Als de raad zegt mee te willen werken aan het idee dat de heer Hummels te berde brengt, namelijk om separaat te besluiten over die negen onderwerpen, gaan we dat doen. Of de raad zegt: wij vinden dat we het separaat moeten kunnen bezien en bespreken. De heer TEEUW (Christenunie): Een tweetal onderwerpen is volgens mij uitgewerkt ín een aparte motie. Ik zou zeggen: doe dat met de andere onderwerpen ook. Anders weten we niet waar we over stemmen. Een aantal onderwerpen is uitgewerkt in een aparte motie. Daar is het gesprek over geweest en dan kunnen we erover stemmen. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Er ligt een motie voor. Mijn voorstel is: zijn we voor of tegen de motie? Is er een meerderheid voorde motie, dan zou je over kunnen gaan tot een uitwerking om daarover te besluiten. Dat is mijn voorstel. De VOORZITTER: Ik denk dat dat op dit moment het meest duidelijk is.