CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering 1 juli 2021 (voortzetting van de raadsvergadering van 29 juni 2021) (getekend).pdf

Raad 1 juli 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Besluitenlijst en notulen63.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Of het in dat verband lukt om de ondernemers te motiveren om dan ook meteen de graffiti die op de muren is gespoten weg te halen, dat zal nog een apart dingetje zijn. Maar ook daar wordt hard aan gewerkt. Op die manier maken we Almelo, ook het historisch gebeuren, groteren meer zichtbaar in de binnenstad. De erfgoedcommissie heeft een hele leuke site. Ik wil u daarop wijzen: www.erfgoedalmelo.nl. Op die site staat een mooie erfgoedwandeling door de binnenstad, die u kunt downloaden. Dat is echt de moeite waard om te doen. Op 11 september heeft de raad een uitstap, samen met de erfgoedcommissie -waarin overigens alle erfgoedorganisaties vertegenwoordigd zijn - om met hen door de stad te gaan. Er wordt ook hard gewerkt aan de plannen voor het nieuwe busstation. Het is de bedoeling dat in het nieuwe busstation het bevrijdingsmonument een plek gaat krijgen. Tenslotte de bereikbaarheid van de binnenstad. Mijn collega heeft al aangegeven dat de bereikbaarheid erg belangrijk is. Parkeren is een belangrijk item. Dat wordt in de toekomst nog belangrijker. Fietsparkeren is heel erg belangrijk. We kijken ook naar de mogelijkheid om meer fietsparkeerlocaties te krijgen. De elektrische fiets moet daar aandacht in krijgen. Dat heeft allemaal de aandacht in de uitwerking van de plannen waar we op dit moment mee bezig zijn.

Vanzelfsprekend gaan we positief in op de motie om te kijken of we voldoende gehandicaptenparkeerplaatsen hebben op een goede afstand van het centrum, zodat ook de mensen die mindervalide zijn op een goede manier onze mooie binnenstad in kunnen. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): De wethouder noemt de elektrische auto's helemaal niet. Eris in het verleden ook een keer gesproken over meer oplaadpunten voor elektrische auto's. Wordt daar ook naar gekeken? De heer VAN REES (wethouder): Er zijn op dít moment in de parkeergarages al oplaadpunten voor elektrische auto's. Ook dat nemen we zeker mee in deze aanpak. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik hoorde wethouder een mooi gloedvol betoog houden over de binnenstad en de waarde die de binnenstad heeft, zowel modern als het erfgoed. Maar er is ook de wens tot compactheid. Het is nogal langgerekt met aanloopstraten en dergelijke. Hoe zit het met de voortvarendheid ten aanzien van de compactheid van de binnenstad en daarmee het verschuiven van het hart van de binnenstad? De heer VAN REES (wethouder): Daar wordt hard aan gewerkt. 41E In het Koersdocument zijn het kernwinkelgebied, dwaalgebieden en transformatiegebieden gedefinieerd. Het eerste transformatiegebied waar we nu actief mee aan het werk zijn, is de Grotestraat Noord. Daar zijn we in gesprek met de ondernemers en de mensen die daar vastgoed hebben.

U ziet daar nu ook al de eerste resultaten van. Op de hoek van de Hagengracht is een pand gesloopt. Dat wordt opnieuw opgebouwd. Daar zijn we volop aan het onderzoeken welke transformatie we daar kunnen realiseren. Als we daar voldoende ervaring hebben opgedaan, gaan we ook kijken naar de Grotestraat Zuid. Er wordt weleens gesuggereerd dat daar niets gebeurt, maar als je kijkt naar de nieuwe panden in de Grotestraat Zuid, is daarin het verleden al meer gebeurd dan wat nog moet gaan gebeuren in de Grotestraat Noord. Het inkrimpen van het kernwinkelgebied 31

heeft de volle aandacht. Dat heeft ook consequenties voor parkeren en fietsparkeren, want dat moet natuurlijk rondom dat nieuwe centrum goed geborgd worden. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Fijn dat er zoveel gebeurt. Ik kijk naar de desolate aanblik die je soms hebt bij langdurig leegstaande panden, zeker ook in die aanloopgebieden. In Ierland lossen ze dat anders op: daar gaan er grote schermen voor met vrolijke plaatjes. Etalages worden dichtgemaakt. Ik vraag toch weer aandacht voor die tijdelijke maatregelen, omdat ik begrip heb voor het feit dat niet alles zo snel kan, ook niet qua bouw en verbouw. Maak het wat vrolijker. De heer VAN REES (wethouder): Dat ben ik helemaal met mevrouw Ten Beldam eens. We hebben vrij recent een raadsbrief hierover beantwoord. Onze vastgoedregisseur, die we op dit moment in dienst hebben, is hier heel actief mee bezig. Hij benadert de eigenaren en ondernemers actief om dingen op te gaan hangen. Mij is verteld dat we daar binnenkort de eerste resultaten van gaan zien. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik ben benieuwd of de wethouder beseft dat de Grotestraat Noord wel wat complexer is dan zomaar komen tot een compacte stad. Het eerste deel, vanaf de Oranjestraat, is redelijk, als je het vergelijkt met het tussendeel vanaf de Hagengracht tot aan het fonteintje.

Ik ben benieuwd hoe de wethouder, als hij maatregelen neemt, tot een compacte stad wil komen. Dan zou hij een heel levendig deel moeten amputeren. De heer VAN REES (wethouder): We hebben gezamenlijk het kerndocument gedefinieerd. We hebben in dat document geschreven dat we een compacte kern voor het winkelgebied willen hebben. We hebben met elkaar besloten dat buiten dat kernwinkelgebied er geen sprake meer zou zijn van een promenade. Dus het kenmerk van het winkelgebied is straks dat daar een promenade is. Buiten het kernwinkelgebied is er geen promenade. Dat betekent voor het noordelijke deel van de Grotestraat Noord dat dit qua sfeer en uitstraling meer zal moeten aansluiten bij de Doelenstraat, de Hagengracht en de Oranjestraat. Daar zal een mix in gevonden moeten worden. Daar zijn we op dit moment over in gesprek met de ondernemers, de inwoners en de vastgoedeigenaren. Er wordt straks meer gewoond in de Grotestraat Noord. Dat betekent dat de auto daar een andere rol gaat krijgen. Hoe zich dat precies gaat vertalen in de aanwezigheid van de auto en wel of niet aanwezigheid van parkeerplaatsen, daarover zijn we met iedereen in gesprek. Daar zal ook de infrastructuur op moeten worden aangepast. We praten over geveltuintjes en dat soort zaken.

Daar wordt hard aan gewerkt en ik hoop dat dat leidt tot een sfeer in de Grotestraat Noord, die voorde ondernemers nog steeds een goede basis vormt om hun nering te drijven en dat het voorde inwoners straks een hele mooie straat is om te wonen met een sfeer die vergelijkbaar is met de Doelenstraat. Ik zal wat tempo maken. De VOORZITTER: Het gaat me niet om tempo. Zowel de vragen als de beantwoording zou wat compacter kunnen. Dat komt ook de tweede termijn ten goede. De heer VAN REES (wethouder): Er zijn ook wat opmerkingen gemaakt over cultuur. Mijn collega Langlus heeft de vragen over de coronagelden voor cultuur beantwoord. We gaan volgende week met elkaar in gesprek over de Cultuurnota. Ik zou willen voorstellen om volgende week daarover met elkaar door te praten. Als het gaat om wonen, wordt er geroepen "bouwen, bouwen, bouwen". Dat is waar, wij willen als college ook bouwen. Ik wijs erop dat wij nog steeds te maken hebben met contingenten. We hebben in de Woonvisie gezegd dat we nog steeds 1.650 woningen bouwen, die we in principe helemaal volgepland hebben met vaste plannen en met losse plannen. Daarnaast hebben we als college gezegd dat we de ambitie hebben om daar 1.500 woningen aan toe te voegen vanuit de regionale vraag die ontstaat. Daar gaan we vol op inzetten. Maar ik wil er wel op wijzen dat de woningmarkt heel wispelturig is.

Wij hebben de afgelopen jaren zo'n 30 woningen per jaar verkocht in Almelo Noordoost. Sinds 2020 ís de vraag in Almelo Noordoost enorm gestegen. Het is echt booming business geworden. Op de 32

laatste 13 kavels die we open hebben gesteld om op in te schrijven, daar hebben 169 mensen op ingeschreven. Maar er ontstaan ook nieuwe problemen. We zien bijvoorbeeld dat mensen hun optie teruggeven. Waarom doen ze dat? Omdat ze geen aannemer kunnen vinden die kan bouwen of omdat de bouwkosten enorm zijn gestegen. Het lijkt een booming business, maar het is een hele wispelturige markt. Vanochtend staat in de krant, ik weet niet of u het gezien heeft, dat een van de grootste hypotheekverstrekkers heeft gezegd dat de laatste drie maanden het aantal hypotheekaanvragen drastisch is gedaald. We opereren in een lastige markt. We willen zoals gezegd die 1.500 extra woningen realiseren, dat willen we op inbreidingsen op uitbreidingslocaties doen. Daarnaast wil het college samen met de corporaties gaan werken aan een herstructureringsopgave van de sociale huurwoningen in de regio en in de wijken. Daarbij willen wij de leefbaarheid en de diversiteit in wijken vergroten en verbeteren. Dit houdt in dat het college vooral deze wijken een plan gaat uitwerken, waarbij zowel naar inbreiding als uitbreiding wordt gekeken. Per plan zullen we gaan kijken welk percentage huurwoningen er toegevoegd kan worden, welk percentage huurwoningen op een andere plek kan worden afgebroken en welke vorm van koopwoningen we op de plek, waar huurwoningen worden afgebroken, terug kunnen zetten.

Dat is een maatwerkaanpak. Dat is een aanpak die we samen met de corporaties vorm moeten gaan geven. Daar zijn we nu volop mee aan de gang. We zullen hierop terugkomen richting de raad. De heer DE VRIES (PvdA): Inde Woonvisie sprak de wethouder uitdrukkelijk over inbreiding en dat was het. Volgens mij is het ook aan de intaketafels wat er teruggegeven wordt aan mensen die komen met plannen. En nu hoor ik de wethouder heel vrolijken heel mooi praten over het onderzoeken of mogelijk maken van uitbreiding. Dus ik ben de context kwijt waar die omslag heeft plaatsgevonden. De heer VAN REES (wethouder): Wíj zijn op dit moment bezig met de voorbereiding van een stadsontwikkelingsvisie. Indie stadsontwikkelingsvisie kijken we naar nieuwbouw, inbreiding, bijzondere woonvormen, de plekken waar dat moet landen in de stad en uitbreiding van de industrieterreinen. Dat moet allemaal op een goede manier vormgegeven worden. Er wordt hard gewerkt aan die stadsontwikkelingsvisie. Bij het ontwikkelen en praten over die visie, heeft het college geconstateerd dat het uitbreiden niet op voorhand uitgesloten moet worden vanwege de enorme ambitie die er ligt, maar ook vanwege de noodzaak om snel te kunnen opereren. Inbreidingsplekken kosten nu eenmaal veel meer tijd dan uitbreidingsplekken. We zijn het aan het onderzoeken. We komen daar zeker op terug.

Het is de bedoeling om de stadsontwikkelingsvisie aan het einde van het jaar met de raad te bespreken. De heer DE VRIES (PvdA): Zegt de wethouder daarmee dat de motie van de PvdA overbodig is, omdat het college werkt aan een structuurvisie? Komt dit overeen met wat wij beogen? De heer VAN REES (wethouder): Ik had inderdaad straks op de motie van de PvdA willen antwoorden dat het college die strakke verhoudingen niet wil hanteren, we willen maatwerk kunnen leveren. Maarde andere twee punten in de motie passen helemaal binnen de stadsontwikkelingsvisie die het college aan het uitwerken is. Het past ook binnen de Woonvisie. We willen namelijk bouwen voor behoefte. We willen bijzondere dingen toevoegen. Die twee onderdelen zijn daarmee overbodig, omdat we daar al vorm aan geven. Wij zouden dringend willen adviseren om niette gaan werken met zo'n starre verhouding als 30-40-40. De heer ST~TELER (PVV): De wethouder zegt in dezelfde zin bij de woningbouw en wijkopgaven te gaan voor diversiteit en leefbaarheid. Nu vind ik het Indiëterrein een mooi voorbeeld van hoe dat er prachtig uit kan zien. Maar alsje spreekt met mensen die in het verleden daar een woning hebben gekocht, staan nu enkelen weer op het punt om te vertrekken. Ik sprak daar met iemand over en zei: ik zou daar wel graag willen wonen.

Hij zei: ja, maar je moet oppassen waar je precies komt te wonen, want mensen in de huurwoningen hebben minder met hun omgeving, die gaan slecht met het afval om, et cetera. Dat was voor hen de reden om weer te willen verhuizen. 33

De VOORZITTER: Wat is uw punt? De heer STOTELER (PVV): Mijn punt is dat diversiteit en leefbaarheid gaan niet altijd hand in hand. Heeft het college die signalen ook ontvangen en houdt het daar rekening mee? De heer VAN REES (wethouder): Ja, natuurlijk is dat zo. Je moet altijd zoeken naar een goed evenwicht daarin. Het is natuurlijk ook zo dat je bepaald gedrag niet moet accepteren. Daar speelt de woningbouwvereniging een rol in. Mensen moeten ervan bewust gemaakt worden dat je niet zomaar asociaal gedrag kunt vertonen. Je moet mensen aanspreken op dat soort zaken. Het aanspreken zal waarschijnlijk wat makkelijker gebeuren wanneer er een bredere diversiteit is in de wijk. De heer AKSE (SP): De wethouder zei dat het college hard aan plannen werkt. Dat is natuurlijk fijn om te horen. Zijn dat lokale plannen of wordt de regio daar ook goed in betrokken? De heer VAN REES (wethouder): Als het gaat om de bovenregionale capaciteit zijn wij met de provincie en de regio in overleg. Dat moet op een nauwe manier met elkaar worden afgestemd. Ook in het regionale verband doen wij een beroep op onze collega's om te bouwen voor hun eigen behoefte aan sociale woningen in de dorpen. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Democraten.Nu heeft bij de behandeling van de Woonvisie al aangegeven dat we graag iets meer ambitie hadden gezien. Dan druk ik me netjes uit. Ik was toen wat stelliger daarin.

Het sluit ook aan op wat de wethouder net zegt over bouwen in de regio. Tot onze verbazing lezen wij dat bijvoorbeeld de gemeente Enschede een oud plan uit 2008 nu weer opnieuw heeft opgevoerd waarbij zij 74 kavels beschikbaar gaan stellen. Nog erger was daarbij even een zijstap dat zij sinds 2008 kennelijk in dertien jaar tijd niets hebben afgeboekt, in tegenstelling tot onze gemeente, die netjes en heel braaf alles heeft afgewaardeerd. Dat bevreemdt mij. Misschien kan de wethouder iets zeggen over hoe dat proces loopt met de provincie. Als de wethouder ziet dat Enschede nu die plannen weer opvoert, is hij het dan met mij eens dat we te star vasthouden aan die 1.600 woningen in tien jaar? Dat zijn maar 160 woningen per jaar. Moeten wij dan niet veel meer ambitie tonen? Als er 169 woningenaanvragen zijn voor dertien kavels, betekent dat dat er behoefte is. De heer VAN REES (wethouder): Ik denk dat we die ambitie zeker hebben en dat op een goede manier willen invullen. Wat de heer Zielman in Enschede ziet, is dat daar een heel oud plan heeft gelegen dat nog steeds actueel is. Wij hebben in Almelo al onze plannen netjes afgewaardeerd. Wij hebben niets op de plank liggen. Dat is het verschil. Wij hebben jarenlang alles afgewaardeerd en teruggeboekt. Door de contingenten was er ook geen noodzaak om uit te breiden. Nu ontstaat die noodzaak plotseling wel.

Het college doet zijn stinkende best om uitgifte op Almelo Noordoost te versnellen. En we zijn aan het kijken op welke plekken wij nog meer dingen kunnen versnellen. Maar we komen wel vanuit stilstand. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Dat is ook mijn punt. Zijn we dan niet te braaf geweest in de afgelopen jaren? Het is een plan uit 2008 dat nu weer wordt opgevoerd. De heer VAN REES (wethouder): Die conclusie Iaat ik aan de heer Zielman zelf. De heer PAUWELS (VVD): Mooi om te horen dat de wethouder de ambities beetpakt en daarmee aan de slag gaat en hiermee in het najaar naar de raad komt. De concrete vraag die we hebben over de uitleggebieden -want de inleggebieden kunnen we voor een deel wel invullen en herkennen — is: betreft dat bijvoorbeeld de Leemslagen en de Parkbuurt? Zijn dat zaken waarde wethouder aan denkt? Kan hij daar al iets over zeggen? De tweede vraag gaat over de Stadskade, een ander groot thema waarde wethouder mee bezig is. Wanneer komt hij daarmee naar de raad? Wat is ongeveer het investeringsbedrag waar hij aan denkt? Kan hij daar al iets mee over vertellen? 34

De VOORZITTER: Ik neem aan dat de wethouder het thema Stadskade nog separaat aanvliegt? De heer VAN REES (wethouder): Ik heb het al gedaan. We gaan kijken naar uitleggebieden die goed zijn voorde stad Almelo. Daar nu al publiek op vooruitlopen, lijkt mij niet heel erg slim. Dat betekent dat er allerlei beleggers op gaan acteren. Ik zou op dit moment niet zo specifiek willen benoemen waar we gaan zoeken. Dat is ook een proces dat we verder invulling gaan geven met de raad. Op het moment dat het bekend wordt, springen daar speculanten op in. Dat zou ik niet willen doen. De heer PAUWELS (VVD): Ik snap de opmerking. Het zou erg dom van me zijn om het op die manier aan te vliegen, want ik snap dat het dan vanuit het onderhandelingsperspectief wat lastiger wordt. Maar ik denk dat iedere weldenkende ontwikkelaar begrijpt dat er bepaalde gebieden resteren. Vandaar dat ik denk dat ik niets te veel heb gezegd met deze vraag. Dank. De tweede vraag heb ik nog niet beantwoord gekregen. De heer VAN REES (wethouder): Zoals aangegeven komen we eind van dit jaar naar de raad met plannen voorde Stadskade. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): De wethouder kondigt een nota aan. Mijn enige vraag is of deze complementair is aan de vastgestelde Woonvisie? De heer VAN REES (wethouder): Ja, die is complementair aan de vastgestelde Woonvisie, en breder.

De heer BETE (Lijst fete): Ik ben heel erg blij dat de wethouder voorzichtig is, want in het verleden hebben we gezien hoe verkeerd het kan aflopen alsje duizenden woningen in één keer wil bouwen. 1.500 of 1.600 woningen lijkt mij redelijk reëel. Maar ik ga ervanuit dat de wethouder al gesprekken heeft gevoerd. Dat heb ik vorige keer bij de Woonvisie ook geprobeerd. Hoever zijn de gesprekken met de provincie? Moeten we dat ook in tien jaar uitbreiden of denkt de wethouder dat we dat de komende twee jaar of drie jaar doen? Waar moet ik aan denken? De heer VAN REES (wethouder): Op dit moment worden de gesprekken voornamelijk met provincie gevoerd op ambtelijk niveau om te kijken welke selectiecriteria aangelegd gaan de worden om plannen bij gemeenten wel of niet te honoreren. De provincie geeft aan in haar visie dat er een kortetermijnbehoefte is en ook een wat langere termijnbehoefte. Ikdenk datje praat over een periode van vijf tot tien jaar waarin zaken gerealiseerd moeten worden. De heer DE VRIES (PvdA): We hebben het gehad over stadsontwikkeling. Ik weet niet of dat punt helemaal afgerond is. Mijn vraag ligtin het verlengde van het amendement van de PvdA.

Wat gaat de wethouder nu precies doen met die plancapaciteit? Hoe werkt het met die € 400.000 voor vier jaar voor stadsontwikkeling? Wat is dat voor ambtelijke capaciteit? Wat is dat voor slagkracht? De heer VAN REES (wethouder): Als het gaat om die € 400.000 kom ik nu op de portefeuille van mijn collega. Misschien kan hij dat zo meenemen in zijn beantwoording? We gaan daar personeel voor aannemen. We gaan mensen aannemen die voor ons de functie stadsontwikkeling binnen de gemeente Almelo op een goede manier kunnen vormgeven in de volle breedte. Dus niet alleen vanuit het ruimtelijk perspectief, maar ook vanuit het perspectief van sociaal en leefbaarheid. Daarvoor moeten plannen uitgewerkt worden. We moeten op een goede manier een beeld krijgen van waar we wat willen laten landen binnen de gemeente Almelo. Waar willen we bijzondere woonvormen? Waar willen we woonwijken? Hoe willen we die herstructurering vorm gaan geven? Waar willen we wat nu precies toevoegen en waarom willen we dat op die plek? Dat zijn vragen die allemaal vanuit die stadsontwikkelingsvisie en vanuit deze functies vorm en inhoud worden gegeven. Dat zijn complexe langjarige projecten. 35

De heer DE VRIES (PvdA): Dat snap ik. Ontwikkeling en planvorming duren lang. Ook straks in de procedures: voordat er een woning staat, is heel veel water door het Twentekanaal gestroomd. Wat blijft er dan ongeveer netto over voorde woningbouwprogrammering? Ik heb het dan niet over herstructurering, maar over die 1.600-3.100 woningen. Ik ben bang dat er misschien 1 of 1,5 fte overblijft en dan kunnen we niet die boost maken die nodig is. De heer VAN REES (wethouder): De 1.600 woningen liggen allemaal vast in de contingenten die we nu hebben. Dat ligt allemaal vast in harde plannen. Harde plannen betekent dat er een bestemmingsplan is. Zachte plannen betekent dat er een bestemmingsplan in voorbereiding is. Dus die 1.600 woningen kunnen we binnen de huidige plannen die er liggen meer dan wegzetten. We moeten gaan nadenken hoe we de toevoeging van die 1.500 woningen gaan doen. Als we ergens 300 woningen nieuw gaan bouwen, dan komen daar 100 sociale huurwoningen bij. Die 100 sociale huurwoningen breken we af in de Ossenkoppelerhoek. Daar bouwen we dan rijtjes en twee-onder-een-kappers terug. Dat soort plannen en de verhouding tussen die twee, daar moet op een goede manier over nagedacht worden. Dat vergt plancapaciteit. Dat kost tijd omdat je dan met bestemmingsplanprocedures zit. Je zit met exploitatieplannen en met de leefbaarheid in de wijk.

Dat zijn zaken die we vanuit die stadsontwikkeling gaan opzetten en regelen. De heer DE VRIES (PvdA): Mag ik daaruit concluderen dat de wethouder denkt dat hij het met deze plancapaciteit allemaal kan redden? Kan hij ons, de fracties die echt zitten op dat bouwen, bouwen, bouwen, garanderen dat het gaat gebeuren? De heer VAN REES (wethouder): We gaan erin elk geval mee beginnen. De heer DE VRIES (PvdA): Die vind ik wel heel zacht. De heer VAN REES (wethouder): Het college denktop dit moment dat we hiermee de eerste goede stappen kunnen zetten. Op het moment dat blijkt in de uitvoering dat we andere stappen moeten zetten, komen we terug naar de raad. De VOORZITTER: Ik denk dat u nu genoeg inspiratie heeft om daar in de tweede termijn nog eens de degens over te kruisen. Dan kan de wethouder verdergaan met zijn beantwoording. De heer VAN REES (wethouder): Verschillende partijen in de raad praten over de zelfbewoningsplicht. We zien in toenemende mate dat beleggers woningen opkopen inwijken. Dat komt doordat geld niets meer waard is op de bank. Wanneer je een woning koopt en gaat verhuren, brengt dat meer geld op dan wanneer je het op de bank hebt staan. We zien dit in toenemende-mate. Dat is-niet goed, want de beleggers kopen huizen op die voor-starters bedoeld waren. Wij hebben in onze Woonvisie aangegeven dat wij inzetten op doorstroming.

Als iemand doorstroomt naar een duurder huis en hij zijn huis verkoopt aan een belegger, belet hij de instroom van een starter op de woningmarkt in Almelo. Dat is een ongewenste ontwikkeling. Dat vindt het college niet prettig. Maar je praat over verkoop en koop van een particulier aan een andere particulier. Daar kan de gemeente niets aan doen, want dat is het eigendomsrecht dat aan iemand toebehoort. Op dit moment ligt er een wetsvoorstel in de Eerste Kamer voor, dat al is vastgesteld door de Tweede Kamer. Dat voorstel wil dit soort gevallen aan gaan pakken in specifieke wijken. Het is eenzelfde soort systeem als in Rotterdam met een soort vergunningsplicht. Wanneer dat gaat spelen, zou je in bepaalde wijken hier een soort verbod kunnen gaan opleggen, omdat je met vergunningen gaat werken. Dat is echter op dit moment nog niet actueel. De VOORZITTER: Ik onderbreek u voor mevrouw Pol. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik zou graag nog de optie openhouden om de rest van het verhaal aan te horen. Ik dacht dat het een bepaalde kant op ging, maar ik was waarschijnlijk iets te voortvarend. 36

De heer VAN REES (wethouder): Verder was er ook nog een vraag over de stand van zaken bij de starterslening. Ik stel voor dat ik in een politiek beraad de raad bijpraat over de drie regelingen die in het leven geroepen zijn. Dan kom ik bij de motie over de zelfbewoningsplicht en de verschillende onderdelen daarvan. Als wij een kavel verkopen op Almelo Noordoost, legt de gemeente een zelfbewoningsplicht op. Als er een huis wordt verkocht door de woningbouwco~peratie, wordt op grond van de vereisten van de Autoriteit Wonen twee jaar lang een zelfbewoningsplicht opgelegd. Als het gaat om andere panden en ontwikkelingen, kijken wij altijd of we op de een of andere manier kunnen afdwingen dat daar zelfbewoning gaat plaatsvinden via de anterieure overeenkomst. Dat is niet altijd mogelijk. Er komt binnenkort weer een voorstel richting de raad over de bouw van een aantal woningen. Daar hebben we dat via de anterieure overeenkomst niet kunnen regelen. In de Bornsestraat zijn de gronden al heel lang geleden door de gemeente verkocht. Toen speelden dit soort problemen nog niet. Maar op dit moment kijken we zeker bij alles wat wij verkopen en alles waar we invloed op kunnen hebben dat er geen toevoeging plaatsvindt van sociale huurwoningen en dat, als het even kan, er een zelfbewoningsplicht wordt opgelegd aan degene die daar gaat bouwen.

Daarmee is de motie in zijn strekking niet nodig, omdat we al op deze manier werken binnen de gemeente. Dus ik raad het af. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorde duidelijkheid, de wethouder zei Bornsestraat, bedoelde hij Bornerbroeksestraat? Dat is voorde notulen ook wel fijn. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik vind dit een beetje vreemde gedachtegang. De wethouder zegt dat de motie overbodig is, dus hij raadt het af. De wethouder zou ook kunnen zeggen dat het college de motie omarmt, omdat ze daar deels al mee bezig zijn. Deze motie versterkt het college in zijn visie om dit aan te pakken, want de raad heeft een duidelijk signaal gegeven dat dit aangepakt moet worden. Ik vind het een beetje jammer dat wat de wethouder nu vertelt, hij een paar maanden geleden niet heeft verteld. Toen zette hij SP in het hemd door te suggereren dat het niet mogelijk is en nu zegt hij dat het college er al aan alle kanten mee bezig is. Misschien kan de wethouder dit volgende keer wat beter aanpakken jegens een partij die een dergelijk mooi voorstel doet. Om nog even terug te komen op wat de wethouder zei over de anterieure overeenkomst. De wethouder had het erover dat het in een bepaalde situatie niet mogelijk is.

Wat was er technisch niet mogelijk in die situatie? De heer VAN REES (wethouder): Ik denk niet dat we deze situatie nu hier gaan bespreken, want ik wil dat de raad alle informatie heeft. Dat lijkt me zinvoller. Dit komt op een later moment. We kijken hier per geval naar. De motie is dus overbodig, omdat we al zo werken. De heer TEUNIS (SP): Er is al veel van wat ik wilde zeggen, gezegd door mevrouw Pol. Eerder hebben we bij de Woonvisie ook een uitgebreide discussie hierover gehad. Ik vermoed door de reactie die nu wordt gegeven dat we al die tijd langs elkaar heen hebben gepraat. Het onderscheid bestaande bouw -nieuwbouw: niemand is het ermee oneens dat het voor bestaande bouw niet mogelijk was. Maar nu hebben we het over nieuwbouw. Er ligt een enorme woningbouwopgave voor ons: 1.500 en 1.650. Kan de wethouder dan zeggen dat het amendement overbodig is omdat het college dit allemaal al doet? Want dat is toen niet gebleken. Je hebt allerlei mogélijkheden: het anti-speculatiebeding, zelfbewoningsplicht. Je kunt lotingen opleggen, zodat je bijvoorbeeld kan zeggen dat woningen toe moeten komen aan bepaalde groepen, zoals starters en doorstromers. Doen we dat allemaal al? De heer VAN REES (wethouder): De gemeente ontwikkelt niet al die 1.600 woningen zelf. Er zijn ook woningen die bijvoorbeeld door de woningbouwco~peratie worden gebouwd en die verhuren al.

Op het moment dat we daar via de anterieure overeenkomst invloed op uit kunnen oefenen, doen we dat. We hebben inderdaad ook nog een bestemmingsplanmogelijkheid. We werken bijvoorbeeld mogelijk mee aan het toevoegen van vijf appartementen bij het verzorghuis aan de Ootmarsumsestraat. Dat regelen wij strakker door daar ook het 37

bestemmingsplan dienovereenkomstig aan te passen voor zorg voor ouderen. Hierdoor wordt het bestemmingsplan nauwer in de toepassing. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Als ik het samenvat, hoor ik de wethouder zeggen dat het college alles wat in de wettelijke mogelijkheden ligt, dat hele instrumentarium, inzet. Naar dat wat wettelijk nog niet mogelijk is, wordt reikhalzend uitgekeken. De heer VAN REES (wethouder): Ja, dat klopt. Dank u wel. De heer TEUNIS (SP): Dan ga ik het anders verwoorden. Kunnen dat soort situaties, zoals het nieuwbouwproject waarde SP in februari 2021 vragen over heeft gesteld, worden voorkomen, ook al heeft de gemeente geen grondpositie? Wij kunnen dat als gemeente voorkomen door voorwaarden te stellen in de anterieure overeenkomsten waar we geen grondpositie hebben. Waar we wel een grondpositie hebben, kunnen we dat ook afdwingen. Er zijn dus twee nieuwbouwscenario's. Als we het als gemeente zo belangrijk vinden dat we bouwen naar behoefte en dat woningen voor woningzoekenden zijn en niet voor beleggers, kunnen we dan garanderen dat het in die gevallen waar we dat niet wensen, maatwerk wordt geleverd bij projecten zoals ook het amendement zegt en dat het niet meer gebeurt? De heer VAN REES (wethouder): Waar we het kunnen, regelen we het. Waar het niet kan, kunnen we het niet regelen.

Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik hoop dat dit amendement door deze raad omarmd wordt. Voor het geval dat dit niet gebeurt, lijkt het me verstandig dat de raad op enig moment wat meer inzicht krijgt in wanneer het college deze regels toepast. Twee maanden geleden hoorde ik een heel ander beeld. Kan de raad daar beter over worden geïnformeerd? De heer VAN REES (wethouder): Ja, daar kom ik op terug. Ik ga door naar het volgende onderwerp. De motie over tiny houses neemt het college graag over, waarbij natuurlijk wel een belangrijke opdracht komt te liggen bij de initiatiefgroep om in gesprek te gaan met de omwonenden en de dorpsraad van Bornerbroek. Op het moment dat zij dat doen en er draagvlak voor is, kunnen zij zich melden bij de gemeente. Dan kan het college kijken of we een huurovereenkomst en een omgevingsvergunning kunnen regelen voor het uitvoeren van het initiatief. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): We zijn recent met een aantal raadsfracties op bezoek geweest daar. Wij hebben met hen erover gesproken dat het idee dat men heeft over de tiny houses, ons aanspreekt en ook pastin onze Woonvisie. Wij gaan ervan uit -dat is ook door hen bevestigd -dat zij in gesprek gaan met omwonenden, maar ook met de Stichting Dorpsbelang en dergelijke. Die toezegging is aan de raadsleden gedaan. Vandaar dat we gezegd hebben dat we op die wijze een motie kunnen indienen.

De heer VAN REES (wethouder): Het is heel belangrijk dat dit op een goede manier gebeurt. Ook hier zie je dat er vooroordelen zijn. Tiny houses zijn een mooi initiatief. Daar komen mensen te wonen die hier heel bewust voor kiezen. Ik hoop dat zij met een goede voorlichting de buurt en de dorpsraad kunnen overtuigen dat het een mooi project is om toe te voegen in de gemeente Almelo. Op de motie "Gevarieerd bouwen naar behoefte" hoef ik niet verder in te gaan. Dan ligt er nog een motie "Bouw snel 400 betaalbare woningen". Daar kan ik kort over zijn. Die raden we af, omdat het niet de taak van de gemeente is om 400 woningen te bouwen. Dat laten we over aan andere partijen. Dan kom ik bij het beheer van de openbare ruimte. Daar is veel over gezegd. We doen al heel erg veel als het gaat om het biodivers maken, het ecologisch beheer. We zijn dingen aan het uitproberen. Zo zijn bijvoorbeeld bij de bestrijding van de eikenprocessierups een paar honderd bomen in overleg met de vlinderstichting dit jaar niet preventief behandeld om te kijken wat daar het effect van is. We kijken of we dat volgend jaar kunnen uitbreiden. We zijn daar aan alle kanten volop mee bezig. Ik stel voor dat, wanneer we gaan praten over het 38

invullen van de nieuwe IBOR met elkaar, we dit soort zaken ook bespreken en kijken hoe we dit in het nieuwe IBOR-beleid gaan incorporeren. Dan de motie "Niet maaien in mei". Ik denk dat er best argumenten zijn om die motie uit te voeren. Maar het bespreken van het werkelijke effect van die motie, zou ik ook in de bespreking willen meenemen over het samen vormgeven van het nieuwe Openbaar Beheer. Ik heb begrepen dat het in sommige situaties heel goed is om twee keer per jaar te maaien, want dat stimuleert de diversiteit van soorten. Maar als er plantenmengsels zijn ingezaaid, maaien we die pas aan het begin van het jaar weer. Dan vallen de bloemen, die geven zaad af, dat halen we pas natwee weken weer weg en dan gaat het weer groeien. Dus het aannemen van de motie "Niet maaien in mei" doet geen recht aan de verschillende situaties die er zijn. Daarom ga ik liever met de raad over dit onderwerp in gesprek als we met elkaar praten over het beheer van de openbare ruimte. De heer BUITENWEG (Groen Links): De motie gaat er met name om dat dit straks in het plan dat de wethouder maakt -Aanpak van Natuur, gefinancierd door de provincie -wordt opgenomen op plekken waar het kan. Er zijn uitzonderingen, voor veiligheid bijvoorbeeld. Bij de snelweg moetje het niet zo hoog tegen het asfalt aan hebben staan. Dan maai je een strook weg.

Op zich zegt de wethouder dat hij het met de motie eens is, alleen niet op alle plekken. De heer VAN REES (wethouder): Ik zeg dat ik graag over het nut van de motie uitgebreid in gesprek wil gaan met de raad op het moment dat we in gesprek gaan met elkaar over openbaar beheer. We maaien heel verschillend op vele plekken. Als het gaat om de eikenprocessierups in bermen, maaien we anders dan op het gras. Afhankelijk van de situatie moet daarnaar worden gekeken. Dus ik stel voor om deze discussie te verplaatsen naar de discussie over beheer. Wanneer het zinvol blijkt, kunnen we altijd nog die motie honoreren. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik fronste mijn wenkbrauwen bij de eerste reactie van de wethouder, want ik dacht dat die positief was. Het CDA ziet nog wel wat bezwaren, omdat de motie zo generaal is: niet maaien in mei. Ik kan mij voorstellen dat in bepaalde gebieden het gras en het onkruid veel te hoog worden, wat verkeerstechnisch onwenselijk is. Maar het maaien van hoger gras brengt ook weer extra kosten met zich mee door zwaarder materiaal. Ik voel ook wel wat voor die grotere diversiteit en die mooie bloemenpracht in de bermen. Daar moet heel bewust naar gekeken worden, maar dan is het meer de uitzondering dan dat het generiek is. Deelt de wethouder dat? De heer VAN REES (wethouder): Dat deel ik.

Reden te meer om dit even in alle rust te kunnen bespreken in zo'n politiek beraad. Dan kunnen we ook alle technische ins en outs erbij betrekken vanuit de dienst, hoe er in verschillende situaties daadwerkelijk gemaaid wordt. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik ben verbaasd over de reactie van de wethouder. Volgens mij zitten we in de raad met een zekere portie boerenverstand. Mijn collega van GroenLinks verwacht echt niet dat we mensen laten verongelukken omdat bordjes niet meer zichtbaar zijn. Ik ben niet zo'n natuurkenner als mijn collega, maar ik zie overal het signaal dat, vanwege de bijenstand et cetera, het heel belangrijk is dat erin mei niet wordt gemaaid. Er wordt niet gezegd maart of juni, maar dat we een pas op de plaats maken in mei. Behoudens uitzonderingen kunnen we dat in Twente prima logisch toepassen. Ik begrijp niet waarom de wethouder deze motie niet omarmt. Wat voor signaal geven wij als gemeente Almelo door deze weerstand, terwijl wij naar iedereen met de vinger wijzen en zeggen dat mensen hun tuintjes niet mogen maaien? De heer VAN REES (wethouder): Volgens mij gaf ik daar net antwoord op. Het is zo dat het maaien veel breder moet worden gezien. Het gaat niet over maaien in algemene zin, het gaat over maaien op verschillende plekken, in bermen, op gazons, op plekken waar we bloembedden hebben aangelegd. Je kunt het niet zo generalistisch aannemen.

Je moet echt per situatie gaan kijken of het wel of niet zinvol is om in mei wel of niet te maaien. De VOORZITTER: Ik ga u even onderbreken. Het gaat nu al heel lang over maaien en ik 39

hoorde wethouder toezeggen dat we het daar inhoudelijk over gaan hebben. Dus laten we het rondom de Perspectiefnota enigszins abstract houden en de andere punten, de afstanden tot het asfalt waarmee er gemaaid wordt, de bijenstand en dergelijke, bij elkaar nemen, ook in relatie tot de kostenstructurering die de wethouder heeft aangekondigd. Dan komen we daarop terug. Is dat voldoende? Gaat u verder. De heer VAN REES (wethouder): Ik was bij de bomenmotie aangekomen: de evaluatie van het bomenbeleid in Almelo. Er is inderdaad aangegeven dat het bomenbeleid regelmatig geëvalueerd zou worden. Dat is tot op heden niet gebeurd. Echter, op dit moment liggen er belangrijke dingen bij de dienst, zoals het vormgeven van ecologisch beheer, het verder invullen van de biodiversiteit, het opnieuw vormgeven van het IBOR. Ik denk dat het zinvol is om het bomenbeleid te evalueren, maar als ik kijk naar de prioriteiten die we voorde rest van het jaar moeten stellen, komen we daar dit jaar gewoon niet aan toe. Ik wil voorstellen om dit door te schuiven naar een nieuwe collegeperiode. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Zijn er signalen dat het beleid niet goed wordt uitgevoerd? De heer VAN REES (wethouder): Het beleid wordt goed uitgevoerd. Het beleid is zodanig dat er voldoende ruimte is om ook met nieuwe ontwikkelingen mee te gaan. Wij planten tegenwoordig veel meer diversiteit als het gaat om bomen.

Ook straks bij de Henriëtte Roland Holstlaan zult u zien dat daarop een goede manier weer nieuwe bomen worden geplant. Op de Nijreessingel is een grote variëteit aan bomen geplant, ook vanwege de drang naar biodiversiteit en ecologisch beheer. Eris geen echte noodzaak om het nu te doen. De afdeling kan goed met het huidige beleid functioneren. Ik stel voor, gelet op alle opgaven die daar liggen en die nu nog moeten worden ingevuld, om het door te schuiven naar de volgende periode. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): De wethouder haalde net aan dat er ook focus is op de diversiteit van bomen. In dit kader zag ik recent voorbijkomen dat het interessant kan zijn, ook in verband met armoede, om fruitbomen in parken te planten. Ik heb er geen motie over ingediend, omdat ik snap dat het in bepaalde straten mogelijk, gezien het vallend fruit, ongewenste situaties kan opleveren. Maar kijkt de wethouder ook hiernaar? Ik vond dat, zeker gezien de armoede in Almelo, wel een mooie en prettige gedachte. De VOORZITTER: Wethouder, dat is een suggestie om mee te nemen. De heer VAN REES (wethouder): In het Schelfhorstpark hebben we een mooi stuk ingeplant met fruitbomen. Misschien de moeite waard om een keer te gaan kijken. Als het kan, doen we het zeker. Maar inderdaad op plekken waar het kan, want fruitbomen in de straat roepen vaak weer andere discussies op.

De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ik vind het een beetje vreemd dat er zo makkelijk over evaluatie wordt heengestapt, terwijl de wethouder zelf zegt dat dit afgesproken is met elkaar en tot nu toe niet is gebeurd. Dus dat zou dan prioriteit moeten hebben. De wethouder zegt wel dat de dienst er goed mee uit de voeten kan. Maar ik krijg regelmatig mailtjes, enkele per maand, dat mensen ongerust zijn en zich afvragen wat hier opeens gebeurt. Ik heb het zelf ook als ik in het buitengebied fiets of ik fiets door de stad: wat gebeurt hierin één keer? Een voorbeeld: op de Bolkshoeksweg bij dat herdenkingsbankje zijn ondanks twee dikke bomen gekapt. De ene was van binnen enigszins zwart, maar aan de andere mankeerde niets. Maar ze zijn wel weg nu. Er zijn mensen die daar hun honden uitlaten of vissen en zij vragen zich af wat hier gebeurt. Hoe kan dit nu? Het college moet hier wel serieus op ingaan. Ik neem aan dat de gemeente deze mailtjes of Twitterberichten ook krijgt. De heer VAN REES (wethouder): We communiceren over de kap van bomen. Als wij zelf een boom kappen die voldoet aan de voorwaarden, moeten we daar een kapvergunning voor aanvragen. Maar het is niet altijd zo dat de bomen op ons grondgebied worden gekapt. Kijk

bijvoorbeeld naar de enorme kap in de Nijrees waar we het vorig jaar over hebben gehad met de letterzetterkever. Het is maarde vraag of de bomen altijd op ons grondgebied worden gekapt. Als er wordt gekapt in wijken, is daar vanuit de dienst vaak goed overleg aan de voorkant met de buurt. Dat wordt op een goede manier vormgegeven. Er is laatst ook bij de oude moskee een boom weggehaald. Die boom was ziek. Dat is goed gecommuniceerd met de buurt. Zo nu en dan moet een boom gekapt worden. Het wel of niet kappen van bomen is niet meteen een aanleiding om het hele beleid te evalueren. De heer BUITENWEG (Groen Links): De wethouder zegt dat sommige bomen niet op ons grondgebied staan, maarde bomenverordening gaat ook over wat niet ons grondgebied is. Die verordening geldt voor iedereen. De heer VAN REES (wethouder): Dan vraagt iemand een kapvergunning aan. Die wordt gepubliceerd en daar kan men dan bezwaar tegen maken. De heer TEEUW (Christenunie): Ik had de indruk dat de wethouder klaar was met zijn termijn. Ik had, met enige vertraging, nog een vraag over de BIZ. Ik bewaarde vraag tot straks. De heer VAN REES (wethouder): Ik heb nog twee dingen. De motie over het hondenpoepbeleid. Ik ben het met de fractie van Lokaal Almelo Samen eens dat het situeren van een losloopgebied naast een speelterrein, waar honden mogen poepen en er geen opruimplicht geldt, een vervelende situatie is.

Ook hier geldt echter weer datje, wanneer je het hele beleid moet gaan evalueren, een heleboel werk op je hals haalt. Terwijl het gewoon niet slim is om een losloopveld naast een speelveld te situeren. We gaan ernaar kijken en het beleid aanpassen in die zin dat we, waar het kan, de losloopvelden naast speelvelden weghalen, zodat daar geen overlast meer ontstaat. Daarmee denk ik dat we een goede invulling hebben gegeven aan deze motie en zou deze overbodig kunnen zijn. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Op zich kunnen wij wel leven met het antwoord van de wethouder. Wij vragen ons ook af of hoe actueel het hondenpoepbeleid nog is. Dat geldt ook voor het bomenbeleid. Moet het wel geactualiseerd worden? De heer VAN REES (wethouder): Dat is een vraag aan de raad. Het hondenbeleid is een goed functionerend beleid. Het is goed verankerd inde APV. Hetzelfde geldt voor het bomenbeleid. Het functioneert goed. We hebben veel prioriteiten in deze gemeente. We hebben veel aandachtspunten: ecologie, biodiversiteit. Laten we ons daarop richten, want daar willen we met elkaar de meeste dingen realiseren. Tot slot. Eris een opmerking gemaakt over stikstof. De primaire verantwoordelijkheid voorde reductie van stikstof ligt bij het Rijken de provincie. Gemeenten hoeven hierin geen directe actie te ondernemen.

Eventuele uitkoopregelingen voor agrariërs worden door het Rijk en de provincie uitgevoerd. In Almelo voorzien wij tot nu toe geen belemmeringen door stikstof. Projecten kunnen gewoon doorgang vinden. Inhoudelijk denken wij als Twentse gemeente wel mee met de provincie hoe de emissie van stikstof gereduceerd kan worden. Zo kan bijvoorbeeld het niet bemesten van landbouwgebieden, door deze in te richten als natuur of zonneparken, bijdragen aan de vermindering van stikstofbelasting. Deze reductie komt niet alleen Almelo ten goede, maar via het achtergrondniveau ervaart de hele regio daar positieve effecten van. Op dit moment zijn we er actief mee bezig. We zitten beleidsmatig bij de gebiedstafels aan tafel. We hebben in de plannen die we hebben, ook in de ontwikkelplannen, geen last van deze stikstofdiscussies. Tot zover mijn eerste termijn. De heer TEEUW (Christenunie): In november komt er een "ja" of "nee" op de BIZ. Terecht zegt de wethouder dat de ondernemers erover gaan. Dan hebben we het over de winkeliers. In het verleden was ook wel eens de vraag of vastgoedeigenaren niet ook een BIZ zouden moeten invoeren. Dat had meer tijd nodig, maar inmiddels is de BIZ van de winkeliers een jaar vertraagd. Dus ik vroeg me af wat daar de status van is. 41

De heer VAN REES (wethouder): Het is de bedoeling dat ze gelijktijdig de stemming ingaan. De VOORITTER: Dames en heren! Ik draag nu het voorzitterschap over aan mevrouw Bijenhof, zodat ik als laatste lid van het college de beantwoording kan doen. Mevrouw Bijenhof zal de vergadering daarna voor een uur schorsen voorde lunch. De lunch staat dan in de fractiekamers voorde raadsleden gereed. (Burgemeester Gerritsen draagt hierop het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Bijenhof. De heer Ekizkuyu komt, te 72.45 uur, ter vergadering.) De heer GERRITSEN (burgemeester): Voorzitter! De portefeuillehouders hebben alles binnen een kwartier beantwoord, maar het werd langer door de interrupties. Op hoofdzaken wil ik drie thema's aanraken. Dat zijn: veiligheid en ondermijning, organisatie en participatie. Daarna heb ik een aantal moties te becommentariëren.

In het politiek beraad dat we hadden over de cijfers van de politie heb ik al mijn instemming betuigd met de opmerkingen die mevrouw Pol maakte om bij het nieuwe integraal veiligheidsbeleid en de daaruit voortvloeiende integrale veiligheidsplannen de accenten te verleggen naar de vormen van criminaliteit die toentertijd ertoe deden, nu minder relevantie hebben, maar nog steeds onder de aandacht liggen en zaken die altijd al onder de aandacht lagen, maar nu meer relevantie hebben en waarde raad graag meer inzicht op wil hebben. Dan gaat het met name -dat is de motie 5 van mevrouw Pol -over het in beeld brengen van geweld en zedendelicten jegens vrouwen en kinderen. Ik heb toen al gezegd dat dat mij welgevallig is. Dus als de raad de motie aanneemt, heeft dit de volle steun van zowel de burgemeester alsook het college. Wethouder Van Mierlo heeft al gezegd dat dit niet alleen een veiligheidsvraagstuk is, maar ook een zorgvraagstuk en dat interacteert heel erg met elkaar. Vanuit de fracties van PVA en Lokaal Almelo Samen is gesproken over veiligheid en ondermijning. De heer De Olde zei zelfs dat een nieuw college meer werk moet maken van ondermijning. Dat geef ik dat nieuwe college dan te doen. Er wordt ongelooflijk veel ingezet op de aanpak van ondermijning. Niet altijd aan de oppervlakte, dat gebeurt ook achterlangs.

Sterker nog, toen wij afgelopen dinsdagavond hier vergaderden, werd de stad stevig op de kop gezet door een integrale handhavingsactie op een aantal plekken inde stad: de Tulpenstraat, de Nieuwstraat, in de Kerkelanden. Op een aantal plekken zijn er instappen geweest. Die hadden tot doel om illegale bewoning tegen te gaan, overbewoning. Ze waren ook op zoek naar illegale prostitutie die in onze stad plaatsvindt. Maar het ging ook om brandveiligheid. Zo is er bijvoorbeeld aan de Bornerbroeksestraat per direct een pand gesloten dat niet brandveilig was. Wij zitten daarbovenop. Terwijl wij hier met elkaar de gemeente besturen, zijn onze mensen daarmee aan de slag. Het mooie daarvan is - uw collega mevrouw Van der Ham sprak mij die avond nog aan en ik hoorde het ook van de mensen die de straat opgingen -dat er ontzettend veel positieve publieke respons is op die acties. Daar gaat het ook om. Je vindt niet altijd overtredingen. We gaan er geen heksenjacht van maken, maar we bouwen wel aan draagvlak onder die aanpak. Die aanpak heeft de raad mede gelegitimeerd, onder andere door de parapluherziening van het bestemmingsplan, waarmee we bijvoorbeeld illegale kamerverhuur zijn tegengegaan. De gemeente legt sinds enige tijd een last onder dwangsom op aan straatdealers. Wij passen het Bibob-beleid in alle facetten van onze dienstverlening toe.

We zijn streng bij de toepassing van het Drank- en horeca-beleid. We hebben een ondermijningsartikel, met instemming van de raad, in de APV kunnen onderbrengen om sectoren en delen van de stad strenger te kunnen aanpakken als daar aanleiding toe is. We denken dat we van alle gemeenten in onze regio het meest uitgebreid gebruik maken van het bestuursrechtelijke instrumentarium om ondermijning aan te pakken. We doen meer dan anderen. De heer Kampman vraagt terecht hoe we die onveiligheid onder controle krijgen. Laten niet het beeld wekken dat het hier een soort Tombstone, Arizona is. Het is hier geen we wildveest. In een stedelijk gebied van de omvang van Almelo met meerdere wijken heb je ook meerdere facetten waarin er onveiligheid is. Uit zowel de objectieve als subjectieve veiligheidscijfers, de absolute aantallen en de gevoelde aantallen, is gebleken dat mensen 42

Almelo een veilige stad vinden. Natuurlijk gebeuren er dingen. We hebben onze eigen handhavingscapaciteit anderhatfjaar lang moeten inleveren ten behoeve van de handhaving van coronaregels. Dat begint weer een beetje een shift te krijgen naar de normale leefbaarheidshandhaving. Daarin werken wij samen met de politie op een heel voortvarende manier bij het handhaven van zowel de regels van de APV als de andere in de andere wetgeving geregelde leefbaarheidsvraagstukken. Dat is de klap achteraf. Daarmee bereik je geen veiligheid. Veiligheid bereik je eerst en vooral door ook aan de preventie te werken. Preventie om onveiligheid tegen te gaan. Dan kan ik aandacht vestigen op de activiteiten van de jongerenwerkers, wijkteams, wijkagenten, jeugdpolitie, het rijke netwerk dat we hebben aan sportverenigingen en jeugdorganisaties. Zij proberen jongeren te binden en verantwoordelijkheid te laten nemen. Ik heb gisteren in deze ruimte afscheid genomen van vijf leden van de jeugdbrandweer. Bij de jeugdbrandweer ga je op 18-jarige leeftijd met pensioen. Zij bereikten die leeftijd en moesten dus afscheid nemen. De jeugdbrandweer bijvoorbeeld is een relatief kleine organisatie, maar is ook zo'n jongerenorganisatie die probeert jonge mensen erbij te houden, verantwoordelijkheid te geven en ook dat te laten uitstralen naar anderen. Dat is ook preventie. Wat het onderwijs doet is preventie.

De voorbeelden die wij geven is ook preventie. De heer DE VRIES (PvdA): Ik deel met de burgemeester alles wat hij zegt over preventie. Hij noemt specifiek de jongerenwerkers. Avedan heeft een bezuiniging aan de broek hangen die ze moeten verwerken. Die zal ook landen in dat preventieve werk dat jongerenwerkers doen. Het onderzoek van de rekenkamer wijst erop dat preventie uit balans kan raken. Ik vind het te makkelijk om te zeggen dat we van alles doen. Preventie is belangrijk, maar hier gebeurt wel iets waarvan we ons kunnen afvragen of dit nu de bedoeling is. De heer GERRITSEN (burgemeester): Vraagt de heer De Vries of het de bedoeling is om te bezuinigen op jongerenwerkers bij Avedan? Ik plaats dit in een breder scala van alle zaken die wij proberen te doen om onveiligheid en met name ook preventief jeugdbeleid met elkaar te hebben. Daar horen inderdaad voldoende gekwalificeerde jongerenwerkers absoluut bij, maar ik Iaat me hier niet uit over hoe Avedan de bezuinigingstaakstelling vertaalt. Ik ben het met de heer De Vries eens dat jongerenwerkers, die bij Avedan vandaan komen, deel uitmaken van de preventiestructuurdie we hebben. Laten we niet vergeten -dat is ook een hele belangrijke, zo niet de belangrijkste —dat de huissituatie het meest bepalend is voor het tegengaan van het ontsporen van jongeren. Daar moeten sommige gezinnen in geholpen worden. Dat gebeurt ook.

Daar leggen wethouder Van Mierlo en de organisaties waar hij politieke verantwoordelijkheid voor heeft, en wethouder Langlus, als het gaat om jeugdzorg, zich ook heel nadrukkelijk op toe. De heer BETE (Lijst fete): Ik ben het eens met de complimenten die collega Van den Ham heeft gemaakt over het handhaven van onregelmatig gebruik van huizen. Maar er is een punt dat mij ongerust maakten dat ik in de samenleving ook steeds vaker hoorde laatste tijd. Ik was altijd een tegenstander van de Damocleswet, maar het is nu eenmaal een wet. Die heeft de burgemeester een bevoegdheid gegeven. Nadat een persoon, de vader meestal, gestraft is voor criminele handel, worden de kinderen en familie de laatste tijd ook heel erg getroffen. Ik weet dat hij die bevoegdheid van de wetgever heeft gekregen, maar ik ben benieuwd hoe hij daar rekening mee houdt. Ik heb de laatste tijd zo vaak gehoord dat ook kleine kinderen op een jonge leeftijd uit hun huis moeten, omdat papa iets verkeerds heeft gedaan. Ik ben dan bang dat zij in de toekomst het verkeerde pad kunnen en zullen opgaan, omdat ze het onrechtvaardig vinden. Houdt de burgemeester daar rekening mee? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ikweet niet waarde heer fete het gehoord heeft, maar hij heeft het niet in Almelo gehoord. Want in Almelo wordt bij de toepassing van een Damocles-beleid niemand zomaar op straat gezet.

Ik heb al vaker uiteengezet dat het Damoclesbeleid niet gaat over het op straat zetten van mensen, maar om het sluiten van een woning of een pand. In gevallen waar sprake is van kinderen van kwetsbare personen is er een uitgebreid traject dat bewandeld wordt in de beoordeling van het opnieuw onderdak brengen van mensen, als die woning echt gesloten moet gaan worden. Als een openbare orde belang 43

zwaarder weegt dan het belang van het gezin, vindt er geen woningsluiting plaats zonder dat er alternatieven zijn en is er zorg voorde betreffende gezinnen. Ik heb rondom een specifieke handhavingszaak in 2018, toen we daar een debat over hadden, gezegd dat zo'n ingrijpen, zo'n woningsluiting en het aanbieden van zorg vaak voordelig is voor de kinderen, omdat ze daarmee de zorg krijgen die ze thuis niet krijgen, om welke reden dan ook. Ingrijpen doen we vanuit openbare ordehandhaving, maar wanneer daar de jeugdzorg bij komt kijken, is dat vaak alleen maar voordelig. Ik sluit tegenwoordig ook seksinrichtingen die vanuit woningen opereren, dus illegale bordelen. Dat is twee weken geleden gebeurd aan de Kroosstraat. Dit helpt ook om de buurten weer op orde te krijgen. Daar is het uiteindelijk om te doen. Daar gaat goede voorbeeldwerking vanuit. Dat is geen repressie. Het gaat er ook om dat het de publieke uitstraling ten goede komt en dat mensen zich in de stad verzorgd en beveiligd weten. De heer CETE (Lijst Cete): Dan heb ik de vraag verkeerd gesteld. Ik zeg niet dat de burgemeesterkinderen op straat zet. Maar op het moment dat zo'n familie uit huis moet en elders onderdak moet vinden, heeft dat een invloed. Ik snap dat de burgemeester handhaaft en de wetgeving volgt. Toch heeft dat enorme invloed op die kinderen.

Waar ik bang voor ben, is hoe zich dat in de toekomst gaat vertalen. In hun ogen worden ze uit hun huis gezet. Dat heeft wel invloed. Houdt de burgemeester daar rekening mee? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik denk dat de schade onmetelijk veel groter is als wij kinderen in criminele situaties achterlaten, met vaders of moeders die niet in staat zijn hun kind te verzorgen en de veiligheid en de opvoeding te bieden die wij allemaal heel vanzelfsprekend vinden voor onze kinderen. Dan is ingrijpen niet alleen vanuit het oogpunt van openbare orde, maar ook vanuit opvoedkundig en jeugdzorgoogpunt, de aangewezen weg. Ik denk dat kinderen daarmee gediend zijn. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mag ik uit de woorden van de burgemeester opmaken dat er daar waar nodig en mogelijk het juiste maatwerk geleverd wordt? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik ben blij met die vraag. Het antwoord is volmondig "ja". In 2017 heb ik het Damocles-beleid van de burgemeester van Almelo aangepast. Waar we in het verleden eerst waarschuwden en toen zouden sluiten bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs, hebben we dat nu omgedraaid. We sluiten in principe, tenzij. In het verleden waarschuwden wij, mits. Het instrumentarium is zwaarder geworden, maar er is altijd maatwerk.

Het is niet zo dat wanneer wij, zoals bijvoorbeeld dinsdagavond, bij een inval handelshoeveelheden verdovende middelen zouden aantreffen, per definitie de boel op slot gaat. Er vindt altijd -dat moet ook, we zijn een rechtsstaat -een belangenafweging plaats bij het bestuursorgaan en de burgemeester die daarover gaat. Die vindt in alle gevallen plaats. Het is geen lopende band. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Als eerste ben ik natuurlijk blij dat de burgemeester de motie omarmt. Ik wil ook voorde rest van de raadsleden aangeven dat het natuurlijk niet alleen vrouwen betreft. Mannen kunnen ook het slachtoffer zijn. Het gaat erom dat deze misdaden worden aangepakt. In dit kader vroeg ik me af of de burgemeester ook had vernomen dat vanochtend in het nieuws op de radio werd gemeld dat er een toename is van ouders die kinderen gebruiken voor kinderporno. Dit geeft de ernst en de noodzaak van deze motie aan. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ikkan me specifieke casuistiek niet voorde geest halen. Dit raakt ook heel erg aan de zorgportefeuille. Ik heb dat nieuws inderdaad ook gezien. Ik kan niet zeggen of dat hierin deze stad of in deze omgeving ook gebeurt. Je kunt niets uitsluiten. We komen in deze prachtige stad die we hebben met elkaar op sommige plekken ook vreselijke ellende tegen. Die raakt aan het welzijn van jonge kinderen.

Niemand in deze zaal of in het college zal dat willen tolereren. Het is goed dat dit soort zaken besproken worden en aanhangig worden gemaakt. Maar we moeten ook het oog niet sluiten voor het feit dat het gelukkig -dat zeg ik erbij, want dat punt wil ik wel even maken, anders wordt het heel zwartgallig -met het gros van onze kinderen en het gros van onze inwoners voortreffelijk gaat. 44

Almelo is een veilige en zorgzame stad, waar mensen graag klaarstaan voor elkaar en voor de hulpverlening, en waar gezorgd voor inwoners in woonbuurten en inwijken. Dan kom ik bij de organisatie, waarde heer fete iets over heeft gezegd. Hij zei dat er tientallen mensen zijn weggegaan. Het zijn er zelfs meer. In de afgelopen jaren, sinds 2019, hebben 182 fte's, ongeveer 200 mensen, de dienst verlaten. Er zijn ook zo'n 250 mensen binnengekomen. We hebben de sociale wijkteams overgenomen. We hebben een natuurlijk verloop. Mensen gaan met pensioen of krijgen een andere baan. Ik heb dat wel eens vaker gezegd, het is goed als mensen periodiek een andere werkgever zoeken. We hebben met elkaar, inmiddels ook hier besproken, het sociaal-flankerend beleid toegepast, waarbij wij fiscaal gefaciliteerd afscheid hebben kunnen nemen van medewerkers die wel wat eerder met pensioen wilden gaan en daarvoor een aantal pensioenjaren wilden inleveren. Het was een kleine laag, want het was een vrij dure regeling. Dat kon je niet op 55-jarige leeftijd doen. Hoeveel heeft dat gekost? Ik heb de bedragen van het SFB, het Sociaal Flankerend Beleid, even niet paraat, maar daar zit de enige kostenpost in. Voorde rest heeft het niets gekost.

Integendeel, het heeft geld opgeleverd, omdat het college daarmee ook in dat hele HRinstrumentarium invulling heeft gegeven aan een taakstelling die de raad op de organisatie heeft gelegd. € 3,25 miljoen is er structureel bezuinigd op de organisatie. In de afgelopen twee jaar is dat in vier tranches gerealiseerd. Dat heeft ook een effect op de mogelijkheid om dingen extra te doen, om extra stappen te zetten. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): De burgemeester zegt wel dat het met het personeelsbeleid lijkt te kloppen, maar ik vraag me af hoe hij dit rijmt met het toegenomen aantal externen en inhuur. Hoe kan dat binnen het bestaande budget? Het lijkt erop dat het bijvoorbeeld bij de portefeuilles van de heer Van Rees tot ernstige problemen leidt, want hij kan het werk niet aan. Is daar enig verband? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ja, daar is wel enig verband. In het verleden hebben achtereenvolgende raden en gemeentebesturen een groot deel van het sociale beleid betaald door te bezuinigen op het fysieke beleid. Daar hebben we op achteruit geboerd. Het feit dat wij in de fysieke sector een aantal jaren achter de feiten aanlopen, is de reden waarom het college € 400.000 vraagt om de strategische projectleiderscapaciteit, die wij nu niet meer hebben op het fysieke gebied, weer te kunnen aanvullen.

Enkele jaren geleden werden we in het structurele wegenonderhoud geconfronteerd met forse tekorten. Kijkt maar even naar de artikelen over de Zeven Bosjes, waar mensen een actie voeren. Achtereenvolgende gemeenteraden hebben bij begrotingsbehandelingen gezegd dat het onderhoud een paar jaar moet worden uitgefaseerd, want dan spelen we een jaarschijf vrij om sociaal beleid te financieren. Dat is gebeurd in deze gemeente. Dat kan, dat zijn politieke keuzes. Die moeten we inlopen. We hebben accenten verlegd, waarvan we nu zeggen dat we de slagkracht missen om die accenten te bemensen. Dat betekent datje daarop moet gaan investeren in de organisatie. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Zijn we dan af van het idee dat we een kleine overheid willen? Willen we nu een grotere overheid? De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik denk dat wij in de staart van de vorige bestuursperiode een einde hebben gemaakt aan de discussie over sourcing. Dat hebben we misschien niet zo heel pregnant gedaan. Maar toen we met elkaar hebben gezegd dat we de buitendienst niet willen verzelfstandigen, is het vorige gemeentebestuur een bocht omgeslagen. Het thema was dat van een regiegemeente, van dingen wegzetten en in een soort regiestand blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=16be7ad2-bd2a-497b-b14c-6bcefe899a8e