bijlage 4 bij RB 18 - Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo
Tekst van het document
Is er sprake van een lopende indicatie en wil de cliënt op eigen verzoek overstappen van ondersteuning in natura naar ondersteuning in de vorm van een Pgb (of andersom), dan zal de cliënt dat zelf tijdig bij het college moeten aanvragen. Een verzoek tot omzetting van de individuele voorziening naar een Pgb moet aan de wettelijke Pgb-eisen worden getoetst. Door een dergelijk verzoek tijdig in te dienen kan de beoordeling van het recht op een Pgb en de kwaliteit van de in te kopen ondersteuning zorgvuldig plaatsvinden. Als een cliënt de ondersteuning in natura al heeft laten beëindigen, kan een Pgb alleen met terugwerkende kracht worden verstrekt als vaststaat dat over die periode geleverd is én de cliënt ook verder voldoet aan de voorwaarden voor een Pgb, waaronder een goedgekeurd zorgplan en de van toepassing zijnde kwaliteitseisen. 44
3. 4.
5.
6.
Het college is bevoegd bewijsstukken te verzoeken, waaruit blijkt dat de ondersteuning daadwerkelijk geleverd is. De cliënt doet een verzoek tot wijziging van zorgaanbieder schriftelijk bij het college op basis van een door het college ter beschikking gesteld formulier. De (Pgb-)aanbieder heeft gedurende de looptijd van de overeenkomst een acceptatieplicht en zorgplicht en is daarom altijd verplicht tot het leveren van de producten waarvoor zij gecontracteerd zijn. Hiermee wil het college voorkomen dat de cliënt door zorgaanbieders onterecht worden geweigerd c.q. van zorgaanbieder naar zorgaanbieder worden gestuurd. In geval van vakantie of afwezigheid van de medewerker moet de (Pgb-)aanbieder zorgen voor het zonder onderbreking voortzetten van de ondersteuning. Gedurende het ondersteuningstraject kan blijken dat een (Pgb-)aanbieder niet in staat is de toegewezen cliënt te ondersteunen. Indien de (Pgb-)aanbieder kan aantonen dat hij de gevraagde ondersteuning niet kan bieden vanwege gebrek aan expertise op het betreffende vakgebied of niet op de gewenste termijn ondersteuning kan bieden, dan rust op de zorgaanbieder de inspanningsplicht om te zoeken naar een passend vervolgaanbod in samenwerking met het college. De (Pgb-)aanbieder organiseert een zogenoemde ‘warme overdracht’.
Dit houdt in ieder geval in dat de (Pgb-)aanbieder zorgt dat contact plaatsvindt tussen de cliënt, het college en de nieuwe (Pgb-)aanbieder. Totdat de overdracht definitief is geregeld, blijft de huidige (Pgb-) aanbieder verantwoordelijk voor de ondersteuning van de cliënt. Het beëindigen van de ondersteuning bij een cliënt met een lopende indicatie kan alleen plaatsvinden na overleg met en schriftelijke toestemming van het college.
Artikel 6.6 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening 1. Een cliënt is voor een maatwerkvoorziening een eigen bijdrage verschuldigd, conform hetgeen hierover is bepaald in de Wet en in de verordening. 2. De bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde beschermd wonen en opvang, is vastgesteld op een vast bedrag per 4 weken of een maand. Dit wordt ook wel het abonnementstarief genoemd. Deze maximale bijdrage is verschuldigd door de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen. Verder is niet van belang hoeveel maatwerkvoorzieningen de cliënt heeft of de cliënten hebben; er geldt één bijdrage, ongeacht het aantal voorzieningen. 3. De cliënt blijft een bijdrage betalen zolang hij/zij gebruik maakt van de voorziening en totdat de grens van de kostprijs is bereikt. Ligt de kostprijs lager dan de maximale bijdrage, dan geldt het lagere tarief als eigen bijdrage. 4. Het CAK stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast. 5. Er is op grond van deze regelgeving geen eigen bijdrage verschuldigd bij de verstrekking van: a. Een rolstoel; b. Een sportrolstoel; c. Indien de cliënt of zijn partner een bijdrage voor verblijf op grond van de Wlz verschuldigd is; d. De aanpassing van een gemeenschappelijke ruimte in een wooncomplex. Artikel 6.6.1 Eigen bijdrage maatwerkvoorziening beschermd wonen 1.
Een cliënt is voor de voorziening beschermd wonen een eigen bijdrage verschuldigd conform hetgeen hierover is bepaald in de Wet, in de verordening en in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2. Het CAK stelt de hoogte van de eigen bijdrage vast. Artikel 6.6.2 Geen eigen bijdrage 1. Het college kan in zeer uitzonderlijke situaties kiezen voor het niet opleggen van een eigen bijdrage. 2. Dit kan bijvoorbeeld in situaties waarbij sprake is van ernstige schuldenproblematiek, waarbij het opleggen van een eigen bijdrage nog grotere problemen ontstaan welke zich niet alleen op financieel vlak voordoen. Ook is het mogelijk in het kader van een integrale persoonsgerichte aanpak. Denk hierbij aan justitiabelen die in het kader van hun re-integratie naar een baan, huisvesting en goede dagbesteding worden begeleid. Soortgelijke aanpak kan ook worden toegepast als het gaat om mensen met een psychische beperking die tevens structureel zorg en ondersteuning mijden vanwege de bijdrage. Het college wil deze doelgroepen binnenboord houden om de doelstellingen van de Wmo 2015 te realiseren: a. De vrijstelling geldt niet voor de eigen bijdrage bij het wonen in een instelling voor beschermd wonen; b. Het aanleveren van een vrijstelling kan niet met terugwerkende kracht;
45
c.
Bij verhuizen of overlijden wordt de vrijstelling door het CAK beëindigd met ingang van de eerstvolgende periode.
Hoofdstuk 7 Intrekking, herziening, beëindiging, terugvorderen Artikel 7.1 Intrekking en herziening 1. Van intrekking is sprake als achteraf gezien in het verleden geen recht op een voorziening bestond. De voorziening wordt met terugwerkende kracht stopgezet. Van intrekking is sprake als er in het geheel geen recht op de voorziening bestond. 2. Als er nog wel enig, maar een ander recht op de voorziening bestaat dan is er sprake van herziening. Dit betekent dat de maatwerkvoorziening wordt omgezet naar een andere maatwerkvoorziening. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat ondersteuning in de vorm van een Pgb wordt omgezet naar ondersteuning in de vorm van zorg in natura. 3. Uit de Wmo 2015 volgt dat het college een besluit om een maatwerkvoorziening of een Pgb toe te kennen kan intrekken of herzien als wordt vastgesteld dat: a. De cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid De cliënt moet wel redelijkerwijs kunnen begrijpen dat hij ten onrechte een maatwerkvoorziening of een Pgb ontving. Ook geldt hier dat de cliënt wel de mogelijkheid moet worden geboden om alsnog de juiste gegevens aan te leveren; b.
De cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of Pgb is aangewezen Hieronder valt ook de situatie dat beleid wijzigt en dat cliënt op grond van dat gewijzigde beleid niet langer in aanmerking komt voor de maatwerkvoorziening of het Pgb. In dat geval dient wel een redelijke termijn in acht genomen te worden bij de wijziging. Wat een redelijke termijn is hangt af van de aard van de voorziening en de tijd die iemand naar verwachting nodig heeft om zich in te stellen op de nieuwe situatie; c. De maatwerkvoorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten Hierbij kan gedacht worden aan de situatie dat de ondersteuningsvraag van de cliënt is gewijzigd waardoor de maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura of het Pgb niet meer toereikend zijn. Het kan ook zijn dat bijvoorbeeld de kwaliteit van de ondersteuning verleend door de zorgverlener niet meer toereikend is; d. De cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het Pgb verbonden voorwaarden Dit speelt bijvoorbeeld als de cliënt niet langer in staat is de aan een Pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; e. De cliënt de maatwerkvoorziening of het Pgb niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het is bestemd Hierbij valt te denken aan een situatie waarbij de cliënt enkel welzijnsactiviteiten inkoopt bij zijn zorgverlener. 4.
Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen 6 maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Artikel 7.2 Beëindiging 1. Van beëindiging is sprake als de voorziening per toekomende datum wordt stopgezet. De cliënt kan dit verzoeken door het invullen van een beëindigingsformulier. 2. Als een cliënt wordt opgenomen in een instelling ten laste van de Wet langdurige zorg, dan wordt de indicatie op grond van de Wmo 2015 1 dag na opname beëindigd. 3. Indien de cliënt verhuist naar een andere gemeente wordt de overdrachtsdatum van de indicatie in gezamenlijkheid vastgesteld met de nieuwe gemeente, met inachtneming van de afspraken uit het administratieprotocol. 4. Indien de cliënt komt te overlijden wordt de einddatum van de indicatie vastgesteld op de datum van overlijden. Artikel 7.3 Terugvordering bij de cliënt of de derde die opzettelijk medewerking heeft verleend 1. Het college heeft de bevoegdheid om de geldswaarde terug te vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of Pgb. Dit mag alleen als: a. Een verstrekte voorziening of een Pgb is ingetrokken, omdat de cliënt onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt (en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit had geleid); en b.
Dit door de cliënt opzettelijk is gedaan.
46
2. In het kader van de Wet geldt dat het college mag terugvorderen bij de cliënt zelf, maar ook bij degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend. De hoogte van de terugvordering is de gehele of de gedeeltelijke geldswaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten Pgb. 3. Het bedrag van de terugvordering moet aan het college betaald worden. Als uitgangspunt geldt dat het college een betalingstermijn biedt van 6 weken. Het college is bevoegd een afbetalingsregeling te treffen met de cliënt en/of om uitstel van betaling te verlenen. 4. Waar mogelijk kan het college overgaan tot verrekening van de vordering met (financiële) aanspraken die de cliënt op het college heeft. 5. Het besluit tot terugvordering heeft geen executoriale titel. Artikel 7.4 Terugvorderen bij de Pgb-aanbieder 1. Op grond van artikel 5.8 van de verordening gaat het college over tot terugvordering van het Pgb bij de Pgb-aanbieder indien de Pgb-aanbieder: a. Ten onrechte heeft gedeclareerd voor ondersteuning, welke niet of niet volgens de gestelde voorwaarden is verleend De Pgb-aanbieder kan ten onrechte ondersteuning declareren tijdens afwezigheid van de cliënt of de Pgb-beheerder, waarbij niet de cliënt maar de Pgb-aanbieder de urenbriefjes ondertekent door bijvoorbeeld in het bezit zijn van de DigiD code van de cliënt.
Het kan gaan om ondersteuning die niet is verleend tijdens bijvoorbeeld de vakantieperiode of ziekte. Ook kan het gaan om situaties waarbij het totale jaarbudget is verbruikt, terwijl bijvoorbeeld de ondersteuning halverwege het jaar beëindigd wordt; b. Het Pgb heeft ingezet voor een ander doel dan waarvoor het is verstrekt Indien de ondersteuning is ingezet voor een ander doel, dan de doelen zoals omschreven in het ondersteuningsplan, dan is er geen juiste ondersteuning geboden en kan het college het Pgb-bedrag bij de zorgverlener terugvorderen. Denk hierbij onder andere aan het enkel verrichten van welzijnsactiviteiten, het niet inzetten van deskundig personeel, het geven van cadeaus aan cliënten in plaats van ondersteuning, het gebruiken van Pgb-gelden voor persoonlijk gewin zonder het bieden van kwalitatief goede ondersteuning; c. De maatwerkvoorziening zonder toestemming van het college in het buitenland is ingezet Hierbij kan gedacht worden aan vakantiereisjes naar het buitenland of uitstapjes. 2. Het gaat om situaties waarbij de cliënt niet opzettelijk de inlichtingenplicht heeft geschonden, maar in gevallen waarbij er onwetendheid was bij de cliënt, de cliënt door de Pgb-aanbieder misbruikt, gemanipuleerd of onder druk gezet is. 3. Het bedrag van de terugvordering moet aan het college betaald worden.
Als uitgangspunt geldt dat het college een betalingstermijn biedt van 6 weken. Het college is bevoegd een afbetalingsregeling te treffen met Pgb-aanbieder en/of om uitstel van betaling te verlenen. 4. Waar mogelijk kan het college overgaan tot verrekening van de vordering met (financiële) aanspraken die de Pgb-aanbieder op het college heeft. 5. Het besluit tot terugvordering heeft geen executoriale titel.
Hoofdstuk 8 Evalueren ondersteuning Artikel 8.1 Evalueren van de ondersteuning 1. Het college heeft verschillende mogelijkheden om de uitvoering van de ondersteuning te toetsen/evalueren. 2. De zorgverlener dient iedere 6 maanden een evaluatiegesprek te houden met de cliënt. Tijdens dit gesprek wordt de ondersteuning geëvalueerd. Er wordt beoordeeld of de gestelde doelen behaald (kunnen) worden en of het noodzakelijk is om de ondersteuning bij te stellen om de gestelde doelen te behalen. De zorgverlener stelt een evaluatieverslag op en deelt dit met de cliënt en/of Pgb-beheerder. Dit evaluatieverslag wordt bij het volgende gesprek met de coach besproken. De cliënt en/of zorgverlener stuurt het evaluatieverslag tijdig voorafgaand aan het gesprek toe aan de coach. 3. Uitgangspunt is dat de coach de ondersteuning tussentijds evalueert. Er vindt een gesprek plaats tussen de coach, de cliënt en eventueel de zorgverlener. Het is aan de beoordeling van het college te bepalen wie er eventueel nog meer aanwezig zijn bij dit gesprek. Tijdens dit gesprek wordt getoetst of de ondersteuning daadwerkelijk passend is bij de situatie van de cliënt. Naast dit evaluatiegesprek kan te allen tijde een periodieke toetsing gehouden worden, wanneer daar aanleiding toe is. Steekproefsgewijze controle behoort ook tot de mogelijkheden. 4.
In zowel het evaluatiegesprek, als de periodieke toetsing en de steekproefsgewijze controle wordt gecontroleerd of de ondersteuning doel- en rechtmatig wordt ingezet. Onder doelmatig wordt 47
verstaan of de doelen en resultaten, zoals geformuleerd in het ondersteuningsplan, worden gehaald. Onder rechtmatig wordt verstaan of de cliënt, eventueel de Pgb-beheerder en de zorgverlener(s) zich houden aan de afspraken zoals vastgelegd in het ondersteuningsplan, het zorgplan en eventueel de zorgovereenkomst. Daarmee wordt getoetst of de ondersteuning of het budget aangewend wordt voor datgene waarvoor het bestemd is. 5. Als uit de evaluatie van de ondersteuning blijkt dat ondersteuning niet veilig, doeltreffend, doelmatig en/of cliëntgericht ingezet is, kan het college besluiten om de maatwerkvoorziening te herzien. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat als gestelde doelen niet worden behaald, de ondersteuning niet langer bij dezelfde (Pgb-)aanbieder wordt ingezet.
Hoofdstuk 9 Waardering mantelzorgers Artikel 9.1 Waardering mantelzorgers 1. Mantelzorgers zijn mensen die langer dan 3 maanden meer dan 8 uur per week zorgen voor een naaste of zorgen hebben om een naaste. Dit kan een partner, kind, ouder, vriend, buurman of buurvrouw zijn. 2. De waardering voor mantelzorgers vindt in Almelo plaats door middel van het organiseren van ondersteunende activiteiten op de dag van of in de week van de mantelzorg en/of het bieden van ondersteuning aan mantelzorgers, zodat zij beter en langer in staat zijn zorgtaken uit te voeren. 3. Het college biedt mantelzorgers via Mantelzorg Almelo professionele ondersteuning, advies, vrijwilligers als gesprekspartner of die een handje helpen, ontmoetingsbijeenkomsten, cursussen en themabijeenkomsten. 4. Voor de jaarlijkse waardering, zoals bedoeld in lid 2, komen mantelzorgers in aanmerking die inwoners van de gemeente Almelo verzorgen. 5. De mantelzorger hoeft niet in Almelo te wonen om in aanmerking komen voor de waardering.
Hoofdstuk 10 Klachten en privacy Artikel 10.1 Klachten- en privacyregeling 1. De (Pgb-)aanbieder dient te beschikken over een vastgestelde klachtenregeling voor medewerkers en cliënten voor de afhandeling van klachten. 2. De (Pgb-)aanbieder moet in ieder geval een beroep kunnen doen op een onafhankelijke klachtencommissie en een vertrouwenspersoon. 3. De cliënt wordt actief geïnformeerd over de klachtenregeling. De klachtenregeling is eveneens te vinden op de website van de (Pgb-)aanbieder. 4. De (Pgb-)aanbieder beschikt over een privacyreglement inclusief een datalek-protocol.
Hoofdstuk 11 Calamiteiten en geweldsincidenten Artikel 11.1 Calamiteiten en geweldsincidenten 1. Calamiteiten binnen de Wmo 2015 zijn: a. Iedere niet beoogde of onverwachte gebeurtenis die betrekking heeft op de kwaliteit van ondersteuning en die tot de dood of een ernstig schadelijk gevolg voor een patiënt of cliënt heeft geleid; b. Een onbedoelde gebeurtenis tijdens het ondersteuningsproces die tot schade aan de cliënt en/of medewerker heeft geleid, had kunnen leiden of (nog) zou kunnen leiden. 2. Als er sprake is van een incident, dat geen calamiteit is volgens de Wet, maar wel oorzaak is of kan zijn van maatschappelijke onrust of media-aandacht, dan meldt de zorgaanbieder dit ook onmiddellijk bij het college. 3. De zorgverlener is verplicht calamiteiten en geweldsincidenten onverwijld te melden bij de toezichthouder calamiteiten en geweld. Onverwijld melden betekent binnen 3 werkdagen nadat de calamiteit heeft plaats gevonden, dan wel nadat dit is vastgesteld. Indien de zorgverlener twijfelt of sprake is van een calamiteit, dan heeft de zorgverlener vanaf de constatering van de gebeurtenis 6 weken de tijd om dit te onderzoeken. Zodra er door de zorgverlener wordt vastgesteld dat er sprake is van een calamiteit, meldt de zorgverlener dat binnen 3 werkdagen. 4.
De zorgverlener meldt in ieder geval bij het college: • Het soort incident; • Of de zorg in het gedrang is of kan komen; en • Welke stappen de zorgverlener onderneemt. 5. De zorgverlener meldt de calamiteit die zich voordoet of heeft voorgedaan binnen de gemeente Almelo en/of een cliënt raakt waarvoor de gemeente Almelo verantwoordelijk is via de e-mail aan: toezichthouder-calamiteiten@almelo.nl. Vanaf dat moment treedt het calamiteitenprotocol in werking. 48
6. Aanvullend op het bepaalde in dit artikel geldt voor aanbieders van zorg in natura dat het OZJT geïnformeerd wordt via: infosamen14@samentwente.nl.
Hoofstuk 12 Slotbepalingen Artikel 12.1 Intrekking De Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Almelo 2019 wordt ingetrokken. Artikel 12.2 Inwerkingtreding beleidsregels Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking. Artikel 12.3 Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025. Ondertekening Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo op 10 juni 2025. de secretaris,
de burgemeester,
J. Dijkstra
R.T.A. Korteland
Bijlagen Bijlage 1 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025 - Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning Bijlage 2 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025 - Lijst met algemeen gebruikelijke voorzieningen Bijlage 3 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025 - Normenkader 2.0 Wmo Begeleiding Bijlage 4 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025 - Kenmerken begeleiding individueel en plus Bijlage 5 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Almelo 2025 - Kenmerken dagbesteding basis en plus
49