bijlage 3 bij raadsbrief 1
Tekst van het document
Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2 NL.IMRO.0141.TAM00002-
Regels
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
3
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Inleidende regels Begripsbepalingen Toepassingsbereik Aanvraagvereisten Meet- en rekenbepalingen Algemeen gebruiks- en bouwverbod
7 8 12 13 14 15
Hoofdstuk 2 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16
Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Belemmeringengebied buisleiding Bodemfunctieklasse wonen Fase 1a - brug en toeleidende weg Fase 1b - randzone Fase 2 - bouwfase Fase 3 - bouwfase Geluidzone - industrie Hoog archeologisch waardevol gebied Landschapszone Middelhoog archeologisch waardevol gebied Waterstaat - Waterstaatkundige functie
17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28
Hoofdstuk 3 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23
Gebruiksactiviteiten Algemene regels voor gebruiksactiviteiten Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - nutsvoorzieningen - toegestaan Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - regionaal ondersteunende logistiek - toegestaan Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - technologie gedreven maakindustrie - toegestaan Dienstverlening - zakelijke dienstverleningsactiviteiten - toegestaan Natuur - activiteiten in de landschapszone - toegestaan Verkeer - activiteiten in de openbare ruimte - toegestaan
29 30 31 32 33 34 35 36
Hoofdstuk 4 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26
Ondergeschikte gebruiksactiviteiten Horeca-activiteiten - ondergeschikt - toegestaan Laden en lossen - ondergeschikt - toegestaan Parkeren op eigen terrein - ondergeschikt - toegestaan
37 38 39 40
Hoofdstuk 5 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35
Bouwactiviteiten Algemene regels voor bouwactiviteiten Gebouw bouwen - vergunningplicht Gebouw in waterstaatkundige functie bouwen - vergunningplicht Brug bouwen - vergunningplicht Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht Ander bouwwerk in belemmeringengebied buisleiding bouwen - vergunningplicht Ander bouwwerk in waterstaatkundige functie bouwen - vergunningplicht Bouwactiviteiten in hoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht Bouwactiviteiten in middelhoog archeologisch waardevol gebied vergunningplicht
41 42 43 44 45 46 47 48 49
Aanlegactiviteiten Algemene regels voor aanlegactiviteiten Aanleggen van de landschapszone - vergunningplicht Bouwrijp maken van gronden - toegestaan
51 52 53 54
Hoofdstuk 6 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
50
3
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42 Artikel 43
Bouwrijp maken van gronden - vergunningplicht Woonrijp maken van gronden - toegestaan Woonrijp maken van gronden - vergunningplicht Aanlegactiviteiten in hoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht Aanlegactiviteiten in middelhoog archeologisch waardevol gebied vergunningplicht Aanlegactiviteiten in belemmeringengebied of beschermingszone - toegestaan Aanlegactiviteiten in belemmeringengebied buisleiding - vergunningplicht Aanlegactiviteiten in waterstaatkundige functie - vergunningplicht
55 56 57 58
Hoofdstuk 7 Artikel 47 Artikel 48 Artikel 49 Artikel 50 Artikel 51 Artikel 52
Milieuaspecten van activiteiten Geur door activiteiten Geluid door activiteiten Lichthinder vanwege activiteiten Toevoegen van geluidgevoelige gebouwen - verbod Toevoegen van geluidgevoelige gebouwen - vergunningplicht Realiseren van waterberging - gebod
63 64 65 66 67 68 69
Hoofdstuk 8 Artikel 53 Artikel 54
Financiële bepalingen Fasering van het kostenverhaalsgebied Kostenverhaalregels XL Businesspark 2
71 72 73
Hoofdstuk 9 Artikel 55
Overgangsrecht Overgangsrecht
83 84
Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46
59 60 61 62
Bijlagen regels
85
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
87
Bijlage 2
Lijst met compensatiemaatregelen ecologie
89
Bijlage 3
Handboek Inrichting Openbare Ruimte
91
Bijlage 4
Waterhuishoudkundig plan
93
Bijlage 5
Activiteitenplan
95
Bijlage 6
Inrichtingsplan
97
Bijlage 7
Lijst met werken, werkzaamheden en maatregelen
99
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
4
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Regels Preambule Dit plan beoogt een nieuw bedrijventerrein (XL Businesspark 2) te realiseren naast het bestaande bedrijventerrein XL Businesspark Twente. Juridisch is het plan een nieuw hoofdstuk in het omgevingsplan van de gemeente Almelo. De in dit omgevingsplan (hierna: dit deel) weergegeven hoofdstukken moeten gelezen worden als afdelingen van hoofdstuk 22a van het omgevingsplan van de gemeente Almelo. In de artikelkop van de in dit deel weergegeven artikelen moet na het woord 'Artikel', na de spatie en direct voor het artikelnummer 22a gelezen worden. In de kop van de bijlagen bij het in dit deel weergegeven hoofdstuk moet na het woord 'Bijlage', na de spatie en direct voor het nummer van de bijlage 22a gelezen worden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
5
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
6
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
7
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 1
Begripsbepalingen
Voor de toepassing van dit TAM-omgevingsplan gelden de volgende begripsbepalingen:
1.1
toepassing omgevingsplan
artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn van overeenkomstige toepassing op dit omgevingsplan, tenzij hierna daarvan is afgeweken.
1.2
plan
het omgevingsplan van de gemeente Almelo.
1.3
TAM-omgevingsplan
het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2 met identificatienummer NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21 van de gemeente Almelo.
1.4
aanbestedingsdocument
document bestaande uit een aanbestedingsprotocol en een voorgenomen besluit tot gunning van werken, werkzaamheden en maatregelen ten behoeve van de inrichting van de openbare ruimte aan de hand waarvan het bevoegd gezag kan bepalen hoe is voldaan aan de aanbestedingsregels.
1.5
aanbestedingsprotocol
document waarin is aangegeven hoe de aanbesteding van werken, werkzaamheden en maatregelen wordt vormgegeven op een dusdanige wijze dat de aanbesteding voldoet aan de Europese aanbestedingsrichtlijn voor overheidsopdrachten 2014/23/EU45 of het gestelde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012.
1.6
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik of het bebouwen van deze gronden.
1.7
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.8
ander bouwwerk
bouwwerk, geen gebouw en geen overkapping zijnde.
1.9
armatuur
een apparaat dat licht verspreidt, filtert of transformeert van één of meerdere lampen en dat behalve de lampen zelf alle noodzakelijke onderdelen omvat die noodzakelijk zijn voor het plaatsen, beschermen van de lampen en indien noodzakelijk elektrisch toebehoren met de bedoeling deze te koppelen aan de elektrische voeding.
1.10
bebouwing
één of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
8
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
1.11
bedrijfsgebouw
een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf.
1.12
bestaande bouwwerken
a. bouwwerken die aanwezig en toegestaan waren voor het tijdstip dat dit TAM-omgevingsplan rechtskracht heeft verkregen; b. bouwwerken die mogen worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag is ingediend voor het tijdstip bedoeld onder a.
1.13
bouwwerkperceelgrens
een grens van een bouwwerkperceel.
1.14
bruto kostenverhaalsbijdrage
geldsom die verschuldigd is op grond van een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 13.18 lid 1 van de Omgevingswet.
1.15
college
het college van burgemeester en wethouders.
1.16
extensieve dagrecreatieve activiteiten
recreatief gebruik van gronden in de vorm van wandelen.
1.17
eindafrekening
afrekening ten opzichte van een op grond van een kostenverhaalbeschikking betaalde kostenverhaalsbijdrage, als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 2°, van de Omgevingswet.
1.18
financiële bijdrage
financiële bijdrage als bedoeld in artikel 13.23, eerste lid, van de Omgevingswet.
1.19
inbrengwaarde
de waarde zoals bedoeld in artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit onderscheiden in: a. de waarde van de gronden en de te slopen opstallen in de toestand voorafgaand aan het vaststellen van dit TAM-omgevingsplan; b. de kosten om de gronden, bedoeld onder a, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom , bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten; c. de kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden bedoeld onder a; en d. de kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden bedoeld onder a.
1.20
inrichting van de openbare ruimte
aanleg of aanpassing van straten, wegen, fietspaden, trottoirs, verlichtingen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, waterbergende en -afvoerende voorzieningen, waterpartijen, speelvoorzieningen, straatmeubilair, het plaatsen van brandkranen, verkeers- en straatnaamborden, artistieke, sierende en overige inrichtingselementen.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
9
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
1.21
kantoor
een ruimte of complex van ruimten, welke dient voor het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.
1.22
kostensoortenlijst
de kostensoorten, bedoeld in bijlage IV van het Omgevingsbesluit.
1.23
kostenverhaalsbeschikking
beschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.
1.24
kostenverhaalsbijdrage
geldsom die verschuldigd is op grond van een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 13.18 van de Omgevingswet.
1.25
kostenverhaalsgebied
gebied als bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.
1.26
kostenverhaalsplichtige activiteiten
activiteiten als bedoeld in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.
1.27
lichtsterkte (l)
maat voor de intensiteit van een lichtbundel in een zekere richting. De eenheid van lichtsterkte is candela (cd).
1.28
locatie
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde activiteiten, al dan niet onder voorwaarden, zijn toegelaten of verboden.
1.29
luminantie (L)
maat voor de helderheid van een vlak (van een object, reclame-uiting, wegdek, afscherming, lamp, armatuur, etc.). De eenheid van luminantie is candela per vierkante meter (cd/m²).
1.30
macro-aftopping
het principe dat kosten slechts verhaald kunnen worden tot ten hoogste het bedrag van de opbrengsten, zoals vastgelegd in artikel 13.14, tweede lid, van de Omgevingswet.
1.31
openbare ruimte
de ruimte die bedoeld is voor gebruik of beleving door een ieder, zoals wegen en bermen, riolen, voet- en fietspaden, parkeerplekken, groenelementen dan wel plantsoenen of parken, speelplekken, straatverlichting, brandkranen, kunstwerken zoals bruggen en tunnels, duikers, elementen voor de buffering en/of afvoer van water (zowel boven- als ondergronds), waterpartijen.
1.32
tussentijdse afrekening
een afrekening op verzoek van de houder van een kostenverhaalsbeschikking als bedoeld in artikel 13.20, vierde lid, van de Omgevingswet.
1.33
Upward Light Ratio (ULR)
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
10
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
de Upward Light Ratio (ULR) is dat deel van de totale lichtstroom van een armatuur, dat in de geïnstalleerde positie direct naar boven wordt uitgezonden.
1.34
woning
een ruimte of complex van ruimten, bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
1.35
zelf verrichte werkzaamheden
door de initiatiefnemer van een kostenverhaalsplichtige activiteit uitgevoerde werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan de kosten worden verrekend met toepassing van artikel 13.18, tweede lid, onder b, van de Omgevingswet aan de hand van bijlage 7 Lijst met werken, werkzaamheden en maatregelen.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
11
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 2
Toepassingsbereik
a. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet zijn niet van toepassing op de locatie, bedoeld onder c. b. De regels in afdeling 22.2, met uitzondering van paragraaf 22.2.7.3, en afdeling 22.3 van het plan zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in dit TAM-omgevingsplan. c. De regels in dit TAM-omgevingsplan zijn van toepassing op de locatie 'TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2', waarvan de geometrische bepaalde planobjecten zijn vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21. d. In afwijking van het bepaalde onder a geldt ter plaatse van de locatie 'Voorrangsregels van toepassing' het volgende: 1. De besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder a, b, c, g, h, i, j, k, l of m, van de Invoeringswet Omgevingswet blijven van toepassing op de locatie, waarbij: artikel 8, 15, 18, 35, 38, 39, 40, 41, 43, 47, 53 en 54 van dit TAM-omgevingsplan als aanvulling gelden op de ter plaatse geldende besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet; en artikel 6, 12, 16, 29, 30, 31, 32, 33, 44, 45, 46, 50, 51 en 55 van dit TAM-omgevingsplan als afwijking gelden op de ter plaatse geldende besluiten als bedoeld in artikel 4.6, eerste lid, onder g, van de Invoeringswet Omgevingswet.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
12
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 3
Aanvraagvereisten
De aanvraagvereisten, bedoeld in paragraaf 22.5.2 van het plan, zijn van overeenkomstige toepassing op een omgevingsvergunning die is vereist op grond van dit TAM-omgevingsplan.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
13
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 4
Meet- en rekenbepalingen
In aanvulling op of in afwijking van artikel 22.24 van het plan, gelden de volgende meet- en rekenbepalingen:
4.1
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
4.2
de inhoud van een bouwwerk
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
4.3
de bouwhoogte van een bouwwerk
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
4.4
de oppervlakte van een bouwwerk
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
4.5
peil
a. voor gebouwen die onmiddellijk aan de weg grenzen: de hoogte van die weg; b. in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld, op het tijdstip van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
14
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 5
Algemeen gebruiks- en bouwverbod
Niet genoemde gebruiks- en bouwactiviteiten en gebruiks- en bouwactiviteiten die in strijd zijn met dit omgevingsplan zijn niet toegestaan, met uitzondering van bestaande bouwwerken.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
15
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
16
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Hoofdstuk 2 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
17
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 6
Belemmeringengebied buisleiding
De locatie 'Belemmeringengebied buisleiding' is aangewezen als belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 5.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
18
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 7
Bodemfunctieklasse wonen
In afwijking van de in het tijdelijke deel van het omgevingsplan opgenomen nota bodembeheer, is de locatie 'Bodemfunctieklasse wonen' aangewezen als gebied met bodemfunctieklasse wonen zoals bedoeld in artikel 5.89p van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
19
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 8
Fase 1a - brug en toeleidende weg
De locatie 'Fase 1a - brug en toeleidende weg' is aangewezen als deelgebied fase 1a voor de ontwikkeling van het kostenverhaalsgebied.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
20
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 9
Fase 1b - randzone
De locatie 'Fase 1b - randzone' is aangewezen als deelgebied fase 1b voor de ontwikkeling van het kostenverhaalsgebied.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
21
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 10 Fase 2 - bouwfase De locatie 'Fase 2 - bouwfase' is aangewezen als deelgebied fase 2 voor de ontwikkeling van het kostenverhaalsgebied.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
22
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 11 Fase 3 - bouwfase De locatie 'Fase 3 - bouwfase' is aangewezen als deelgebied fase 3 voor de ontwikkeling van het kostenverhaalsgebied.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
23
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 12 Geluidzone - industrie De locatie 'geluidzone - industrie' is aangewezen als geluidzone bestemd voor de bescherming en instandhouding van de geluidsruimte in verband met de nabijheid van een inrichting als bedoeld in artikel 41 van de Wet geluidhinder.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
24
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 13 Hoog archeologisch waardevol gebied De locatie 'Hoog archeologisch waardevol gebied' is aangewezen als gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
25
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 14 Landschapszone De locatie 'Landschapszone' is aangewezen als landschapszone.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
26
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 15 Middelhoog archeologisch waardevol gebied De locatie 'Middelhoog archeologisch waardevol gebied' is aangewezen als gebied met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
27
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 16 Waterstaat - Waterstaatkundige functie De locatie 'Waterstaat - Waterstaatkundige functie' is aangewezen als zone bestemd voor de bescherming en het beheer van de watergang, met bijbehorende overige bouwwerken en met inachtneming van de waterschapsverordening van het waterschap.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
28
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Hoofdstuk 3 Gebruiksactiviteiten
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
29
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 17 Algemene regels voor gebruiksactiviteiten 17.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het gebruiken van gronden en bouwwerken.
17.2
Gebruikactiviteiten algemeen - toegestaan
Ondergeschikt aan de ter plaatse toegestane gebruiksactiviteiten is het gebruik van de volgende voorzieningen toegestaan: a. groenvoorzieningen; b. water(berging) en waterhuiskundinge voorzieningen; en c. wegen en paden.
17.3
Gebruiksactiviteiten algemeen - verbod
Het is verboden gronden en bouwwerken te gebruiken voor: a. activiteiten die zijn opgenomen in bijlage VII bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
30
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 18 Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - nutsvoorzieningen toegestaan 18.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op de exploitatie of het in werking hebben van nutsvoorzieningen ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - nutsvoorzieningen toegestaan'. b. Onder de exploitatie of het in werking hebben van nutsvoorzieningen wordt verstaan: 1. de exploitatie of het in werking hebben van een voorziening voor elektriciteit, gas, (blus)water, energie, telecommunicatie, (gescheiden) inzameling van (huishoudelijke) afvalstoffen, opslag en transport van afvalwater, openbare veiligheid, volksgezondheid en een daarmee gelijk te stellen voorziening van algemeen nut, waaronder in ieder geval wordt begrepen een energiehub.
18.2
Bedrijfsactiviteiten - nutsvoorzieningen - toegestaan
De exploitatie of het in werking hebben van nutsvoorzieningen is toegestaan.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
31
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 19 Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - regionaal ondersteunende logistiek - toegestaan 19.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op bedrijfsactiviteiten in de logistiek ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - regionaal ondersteunende logistiek - toegestaan'. b. Onder bedrijfsactiviteiten in de regionaal ondersteunende logistiek wordt verstaan: 1. bedrijfsactiviteiten die in overwegende mate gericht zijn op de aanvoer-, opslag en afvoer van materialen, halffabricaten en eindproducten en ondersteunend zijn aan de regionale maakindustrie; 2. inpandige opslag ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1; en 3. een kantoor ten behoeve van (administratieve) werkzaamheden ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1.
19.2
Bedrijfsactiviteiten - regionaal ondersteunende logistiek - toegestaan
1. Bedrijfsactiviteiten in de regionaal ondersteunende logistiek zijn toegestaan. 2. Binnen de locatie 'Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - regionaal ondersteunende logistiek - toegestaan' mag ten hoogste 18,75 ha worden gebruikt ten behoeve van bedrijfsactiviteiten in de regionaal ondersteunende logistiek. 3. De oppervlakte van één bedrijfskavel wat wordt gebruikt voor bedrijfsactiviteiten in de regionaal ondersteunende logistiek bedraagt niet minder dan 30.000 m2.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
32
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 20 Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - technologie gedreven maakindustrie - toegestaan 20.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op bedrijfsactiviteiten in de door technologie gedreven maakindustrie ter plaatse van de locatie 'Bedrijf - bedrijfsactiviteiten - technologie gedreven maakindustrie - toegestaan'. b. Onder bedrijfsactiviteiten in de door technologie gedreven maakindustrie wordt verstaan: 1. bedrijfsactiviteiten die gebruik maken van productieprocessen die worden aangedreven en verbeterd door geavanceerde, efficiënte en duurzame technologieën, en die zich richten op het verwerken van materialen tot nieuwe fysieke producten, die verkocht worden aan andere bedrijven (B2B) of aan consumenten (B2C); 2. inpandige opslag ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1; en 3. een kantoor ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder 1.
20.2
Bedrijfsactiviteiten - technologie gedreven maakindustrie - toegestaan
1. Bedrijfsactiviteiten in de door technologie gedreven maakindustrie zijn toegestaan. 2. De oppervlakte van een bedrijfskavel wat wordt gebruikt voor bedrijfsactiviteiten in de technologie gedreven maakindustrie bedraagt niet minder dan 30.000 m2.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
33
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 21 Dienstverlening - zakelijke dienstverleningsactiviteiten toegestaan 21.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op zakelijke dienstverleningsactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Dienstverlening - zakelijke dienstverleningsactiviteiten - toegestaan'. b. Onder zakelijke dienstverleningsactiviteiten wordt verstaan: 1. activiteiten ten behoeve van dienstverlening in de vorm van een zelfstandig kantoor; 2. activiteiten gericht op en gerelateerd aan het beheer en onderhoud van de openbare ruimte; 3. opslag van materialen of voertuigen, uitsluitend voor zover dit gelet op de activiteiten genoemd onder 2 noodzakelijk is.
21.2
Zakelijke dienstverleningsactiviteiten - toegestaan
Zakelijke dienstverleningsactiviteiten zijn toegestaan tot een oppervlakte van 1.500 m2 bvo.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
34
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 22 Natuur - activiteiten in de landschapszone - toegestaan 22.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten in de landschapszone ter plaatse van de locatie 'Natuur - activiteiten in de landschapszone - toegestaan'.
22.2
Activiteiten in de landschapszone - toegestaan
De volgende activiteiten zijn toegestaan in de landschapszone: a. extensieve dagrecreatieve activiteiten; b. het aanleggen, in gebruik nemen en in stand houden van: 1. groen- en flora- en faunavoorzieningen; 2. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen; 3. voetpaden; en 4. calamiteitenroutes.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
35
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 23 Verkeer - activiteiten in de openbare ruimte - toegestaan 23.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op activiteiten in de openbare ruimte ter plaatse van de locatie 'Verkeer - activiteiten in de openbare ruimte - toegestaan'.
23.2
Activiteiten in de openbare ruimte - toegestaan
De volgende activiteiten zijn toegestaan in de openbare ruimte: a. het aanleggen, in gebruik nemen en in stand houden van: 1. wegen, straten en paden, waaronder ontsluitingen en calamiteitenroutes; 2. groenvoorzieningen; en 3. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
36
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Hoofdstuk 4 Ondergeschikte gebruiksactiviteiten
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
37
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 24 Horeca-activiteiten - ondergeschikt - toegestaan 24.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op ondergeschikte horeca-activiteiten ter plaatse van de locatie 'Horeca-activiteiten - ondergeschikt - toegestaan'. b. Onder ondergeschikte horeca-activiteiten wordt verstaan: 1. horeca-activiteiten die ondergeschikt aan en ten dienste zijn van de ter plaatse toegestane gebruiksactiviteiten, waaronder in ieder geval wordt begrepen: activiteiten ten dienste van een bedrijf of instelling, gericht op het verstrekken van (eenvoudige) etenswaren en dranken aan de reguliere gebruikers van dat bedrijf of die instelling, zoals een kantine; activiteiten ten dienste van de hoofdactiviteit (anders dan horeca), waar men een ruimte of ruimtes specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie.
24.2
Horeca-activiteiten - ondergeschikt - toegestaan
Ondergeschikte horeca-activiteiten zijn toegestaan.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
38
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 25 Laden en lossen - ondergeschikt - toegestaan 25.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op laden en lossen ter plaatse van de locatie 'Laden en lossen - ondergeschikt - toegestaan'.
25.2
Laden en lossen - ondergeschikt - toegestaan
Laden en lossen is toegestaan, met dien verstande dat: a. per bedrijf ten minste twee opstelplekken voor vrachtwagens op eigen terrein buiten de toegangspoort aanwezig zijn; en b. wordt voldaan aan de eisen die zijn gesteld in bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
39
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 26 Parkeren op eigen terrein - ondergeschikt - toegestaan 26.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op parkeren op eigen terrein ter plaatse van de locatie 'Parkeren op eigen terrein - ondergeschikt - toegestaan'.
26.2
Parkeren op eigen terrein - ondergeschikt - toegestaan
Parkeren op eigen terrein is toegestaan als wordt voldaan aan de eisen die zijn gesteld in bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
40
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Hoofdstuk 5 Bouwactiviteiten
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
41
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 27 Algemene regels voor bouwactiviteiten 27.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen van bouwwerken.
27.2
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
27.3
Parkeren
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van gebouwen wordt alleen verleend als: 1. bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de functie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' en de 'herschreven beleidsregel parkeernormen Almelo', zoals door het college vastgesteld op 9 februari 2021. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats; 2. aangetoond wordt dat het voldoen aan de regels onder a door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 3. op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien; b. Bij de toepassing van het bepaalde onder a onder 2 en/of 3 mag het woon- en leefklimaat in de directe omgeving of de parkeersituatie in de openbare ruimte niet onevenredig worden aangetast. c. De ruimte voor het parkeren van motorvoertuigen moet afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare motorvoertuigen. 1.
De afmetingen van bedoelde parkeerruimte voor personenauto's bedragen: bij haaks parkeren: minimaal 5 meter lang en minimaal 2,5 meter breed; en bij langs parkeren: minimaal 5,5 meter lang en minimaal 2,0 meter breed.
27.4
Laden en lossen
a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk wordt alleen verleend als: 1. bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de functie van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor laden en lossen aan of in dat bouwwerk, dan wel op het onbebouwde terrein dat bij dat bouwwerk hoort; 2. aangetoond wordt dat het voldoen aan de regels onder a door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of 3. op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimte wordt voorzien. b. Bij de toepassing van het bepaalde onder a onder 2 en/of 3 mag het woon- en leefklimaat in de directe omgeving of de parkeersituatie in de openbare ruimte niet onevenredig worden aangetast.
27.5
Aanvulling op artikel 22.27 sub a van het plan
Bij de toepassing van artikel 22.27 sub a van het plan moet ook worden voldaan aan de volgende regels: a. de oppervlakte van een bodemgevoelig bijbehorend bouwwerk bedraagt niet meer dan 50 m2.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
42
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 28 Gebouw bouwen - vergunningplicht 28.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van gebouwen ter plaatse van de locatie 'Gebouw bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan.
28.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als: a. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan de aangegeven waarde ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte'; b. de voorgevelrooilijn van gebouwen wordt gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - zone voorgevelrooilijn'; c. de afstand tot de zijdelingse bouwwerkperceelgrens minimaal 5 meter bedraagt; d. wordt voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseisen die het beeldkwaliteitsplan zoals bedoeld in bijlage 1 stelt; e. wordt aangetoond dat de benodigde compensatiemaatregelen op het gebied van ecologie worden genomen, zoals is opgenomen in bijlage 2 Lijst met compensatiemaatregelen ecologie.
28.3
Specifieke aanvraagvereisten
In aanvulling op artikel 22.35 van het plan worden bij een aanvraag om een omgevingsvergunning op grond van artikel 22.26 van het plan de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. beoogde routering van vrachtwagens van en naar de kavel; en b. situatietekeningen waaruit blijkt waar de parkeerplaatsen op de kavel zijn gesitueerd.
28.4
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden, in ieder geval over: a. de plaatsing en uitvoering van de entree van gebouwen, voor zover dat nodig is in verband met windhinder.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
43
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 29 Gebouw in waterstaatkundige functie bouwen vergunningplicht 29.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van gebouwen in een waterstaatkundige functie ter plaatse van de locatie 'Gebouw in waterstaatkundige functie bouwen vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan.
29.2
Oogmerk
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. de bescherming van de waterstaatkundige functie.
29.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een gebouw in een waterstaatkundige functie, wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk wordt gebouwd ten dienste van de bescherming en het beheer van de watergang; b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; en c. de inhoud niet meer bedraagt dan 36 m3; d. van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, met dien verstande dat: 1. het bouwwerk wordt gebouwd overeenkomstige de toegestane gebruiksactiviteit(en) op grond van hoofdstuk 3.
29.4
Inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan en bij toepassing van artikel 29.3, onder d van dit TAM-omgevingsplan wint het college schriftelijk advies in bij de beheerder van de watergang.
29.5
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
44
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 30 Brug bouwen - vergunningplicht 30.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van een brug ter plaatse van de locatie 'Brug bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan. b. Bij de toepassing van dit artikel wordt geen toepassing gegeven aan artikel 31, 32 en 33.
30.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een brug, wordt alleen verleend als: a. de bouwhoogte van de brug niet meer bedraagt dan 15 meter; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leidingen gelegen binnen de 'Belemmeringengebied buisleiding' en de veiligheid daarvan.
30.3
Inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een brug, wint het college schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder en de beheerder van de watergang.
30.4
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
45
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 31 Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht 31.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van een ander bouwwerk ter plaatse van de locatie 'Ander bouwwerk bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan. b. Bij de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met artikel 22.26, 22.27 en 22.28 van het plan.
31.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wordt alleen verleend als: a. de bouwhoogte van vlaggenmasten en lichtmasten niet meer bedraag dan 8 meter; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen niet meer bedraagt dan 2 meter; c. de bouwhoogte van overige andere bouwwerken niet meer bedraagt dan 3 meter; d. wordt voldaan aan de ruimtelijke kwaliteitseisen die het beeldkwaliteitsplan zoals bedoeld in bijlage 1 stelt.
31.3
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
46
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 32 Ander bouwwerk in belemmeringengebied buisleiding bouwen - vergunningplicht 32.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van een ander bouwwerk in een belemmeringengebied buisleiding ter plaatse van de locatie 'Ander bouwwerk in belemmeringengebied buisleiding bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan. b. Bij de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met artikel 22.26, 22.27 en 22.28 van het plan.
32.2
Oogmerk
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. de veiligheid van de ondergrondse leiding.
32.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een ander bouwwerk in het belemmeringengebied buisleiding, wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk wordt gebouwd ten dienste van de aanleg, instandhouding of bescherming van de ondergrondse leidingen; en b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; c. van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, met dien verstande dat: 1. het bouwwerk wordt gebouwd overeenkomstige de toegestane gebruiksactiviteit(en) op grond van hoofdstuk 3; en 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het doelmatig functioneren van de leidingen en de veiligheid daarvan.
32.4
Inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan en bij toepassing van artikel 32.3, onder c van dit TAM-omgevingsplan wint het college schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder.
32.5
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
47
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 33 Ander bouwwerk in waterstaatkundige functie bouwen vergunningplicht 33.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van een ander bouwwerk in ten behoeve van de waterstaatkundige functie ter plaatse van de locatie 'Ander bouwwerk in waterstaatkundige functie bouwen - vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan. b. Bij de toepassing van dit artikel wordt rekening gehouden met artikel 22.26, 22.27 en 22.28 van het plan.
33.2
Oogmerk
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. de bescherming van de waterstaatkundige functie.
33.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van een ander bouwwerk in een waterstaatkundige functie, wordt alleen verleend als: a. het bouwwerk wordt gebouwd ten dienste van de bescherming en het beheer van de watergang; en b. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 meter; c. van het bepaalde onder a kan worden afgeweken, met dien verstande dat: 1. het bouwwerk wordt gebouwd overeenkomstige de toegestane gebruiksactiviteit(en) op grond van hoofdstuk 3.
33.4
Inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan en bij toepassing van artikel 33.3, onder c van dit TAM-omgevingsplan wint het college schriftelijk advies in bij de beheerder van de watergang.
33.5
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
48
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 34 Bouwactiviteiten in hoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht 34.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwactiviteiten in hoog archeologisch waardevol gebied vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan. b. De regels in dit artikel zijn niet van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken als: 1. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 2.500 m2 en minder diep steekt dan 0,4 meter.
34.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van bouwwerken in hoog archeologisch waardevol gebied, wordt alleen verleend als: a. een archeologisch booronderzoek is uitgevoerd waarbij ten minste het aantal boringen per hectare zijn gezet als de ter plaatse aangegeven waarde (uitgedrukt in boringen/ha); en b. aangetoond is dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
34.3
Inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wint het college schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
34.4
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
49
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 35 Bouwactiviteiten in middelhoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht 35.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken ter plaatse van de locatie 'Bouwactiviteiten in middelhoog archeologisch waardevol gebied vergunningplicht' en geldt als aanvulling op het bepaalde in artikel 22.29 van het plan. b. De regels in dit artikel zijn niet van toepassing op het bouwen en in stand houden van bouwwerken als: 1. het bouwplan betrekking heeft op wijziging of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. het nieuw te bebouwen oppervlak kleiner is dan 5.000 m2 en minder diep steekt dan 0,4 meter.
35.2
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan, voor het bouwen van bouwwerken in hoog archeologisch waardevol gebied, wordt alleen verleend als: a. een archeologisch booronderzoek is uitgevoerd waarbij ten minste het aantal boringen per hectare zijn gezet als de ter plaatse aangegeven waarde (uitgedrukt in boringen/ha); en b. aangetoond is dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
35.3
Inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan wint het college schriftelijk advies in bij de archeologisch deskundige omtrent de vraag of de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad en de eventueel te stellen voorwaarden.
35.4
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 22.26 van het plan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
50
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Hoofdstuk 6 Aanlegactiviteiten
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
51
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 36 Algemene regels voor aanlegactiviteiten 36.1
Toepassingsbereik
1. De regels in dit artikel zijn van toepassing op aanlegactiviteiten. 2. Onder aanlegactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt verstaan: a. het uitvoeren van werken of werkzaamheden.
36.2
Aanlegactiviteiten algemeen - toegestaan
Aanlegactiviteiten zijn in beginsel zonder meer toegestaan, tenzij specifieke regels gelden op grond van hoofdstuk 6. In dat geval moet worden voldaan aan de specifieke regels die gelden voor de desbetreffende aanlegactiviteit.
36.3
Tussentijdse inspecties en eindinspectie
a. Met het oog op de naleving van de bepalingen van artikel 39 en 41 vinden inspecties plaats. b. In het bijzonder met het oog op de overdracht van openbare voorzieningen in beheer aan de gemeente vinden zowel tussentijds als direct voorafgaande aan deze overdracht inspecties plaats: 1. voor wat betreft het bouwrijp maken, conform bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan; en 2. voor wat betreft de inrichting van de openbare ruimte, conform bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan en bijlage 3 Handboek Inrichting Openbare Ruimte. c. Inspecteurs van de gemeente hebben te allen tijde vrije toegang tot het kostenverhaalsgebied inclusief de uitgeefbare gronden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
52
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 37 Aanleggen van de landschapszone - vergunningplicht 37.1
Toepassingsbereik
De regels in dit artikel zijn van toepassing op het aanleggen van de landschapszone ter plaatse van de locatie 'Aanleggen van de landschapszone - vergunningplicht'.
37.2
Aanleggen van de landschapszone - vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning de landschapszone aan te leggen.
37.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37.2 wordt alleen verleend als: a. de landschapszone die wordt aangelegd minimaal 40 meter breed is; b. de landschapszone over de gehele lengte van de landschapszone wordt voorzien van een landschappelijke wal van maximaal 2,5 meter hoog; c. de landschappelijke wal wordt voorzien van opgaande beplanting; d. alleen gebruik wordt gemaakt van inheemse soorten; e. wordt aangetoond dat bestaande bomen zo veel mogelijk worden behouden bij de aanleg van de landschapszone; f. voldoende ruimte binnen de landschapszone wordt ingericht voor voorzieningen voor waterberging waarbij wordt voldaan aan de maatvoering en de uitvoering van de waterberging zoals is vastgelegd in bijlage 4 Waterhuishoudkundig plan; g. voldoende ruimte binnen de landschapszone wordt ingericht voor maatregelen of voorzieningen ten behoeve van natuurcompensatie en natuurontwikkeling waarbij wordt voldaan aan de eisen zoals zijn vastgelegd in bijlage 5 Activiteitenplan; h. voldoende ruimte binnen de landschapszone wordt ingericht voor het realiseren van een (onverhard) wandelpad; i. de landschapszone wordt groen ingericht waarbij het inrichtingsplan in bijlage 6 richtinggevend is.
37.4
Inwinnen advies
Voordat door het college wordt besloten over de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 37.2 van dit TAM-omgevingsplan wint het college, afhankelijk van de locatie en de aard van de voorgenomen ingreep, schriftelijk advies in bij het bestuur van Plaatselijk Belang Rectum Ypelo, Stichting Dorpsbelangen Bornerbroek, Landschap Overijssel en een deskundig ecoloog.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
53
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 38 Bouwrijp maken van gronden - toegestaan 38.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwrijp maken van gronden ter plaatse van de locatie 'Bouwrijp maken van gronden - toegestaan'. b. Onder bouwrijp maken van gronden wordt verstaan: 1. het geschikt maken van de grond voor bebouwing.
38.2
Bouwrijp maken van gronden - toegestaan
Het is toegestaan gronden bouwrijp te maken als deze werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente Almelo worden uitgevoerd.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
54
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 39 Bouwrijp maken van gronden - vergunningplicht 39.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het bouwrijp maken van gronden ter plaatse van de locatie 'Bouwrijp maken van gronden - vergunningplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 38. b. Onder bouwrijp maken van gronden wordt verstaan: 1. het geschikt maken van de grond voor bebouwing.
39.2
Bouwrijp maken van gronden - vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden bouwrijp te maken.
39.3
Specifieke aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 39.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plan van aanpak voor zover dat geen betrekking heeft op de inrichting van de openbare ruimte; b. een bestek gebaseerd op het plan van aanpak voor zover dat geen betrekking heeft op de inrichting van de openbare ruimte.
39.4
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 39.2 wordt alleen verleend als: a. de activiteit in overeenstemming is met de eisen gesteld in bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan en bijlage 3 Handboek Inrichting Openbare Ruimte; en b. de voorgestelde wijze van uitvoering van de activiteit niet in strijd is met de Europese aanbestedingsrichtlijn voor overheidsopdrachten 2014/23/EU45 of het gestelde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012.
39.5
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 39.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
55
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 40 Woonrijp maken van gronden - toegestaan 40.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het woonrijp maken van gronden ter plaatse van de locatie 'Woonrijp maken van gronden - toegestaan'. b. Onder woonrijp maken van gronden wordt verstaan: 1. het naar de definitieve vorm inrichten van de openbare ruimte, voor zover nodig ook nadat de bebouwing is voltooid.
40.2
Woonrijp maken van gronden - toegestaan
Het is toegestaan gronden woonrijp te maken als deze werkzaamheden door of in opdracht van de gemeente Almelo worden uitgevoerd.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
56
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 41 Woonrijp maken van gronden - vergunningplicht 41.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het woonrijp maken van gronden ter plaatse van de locatie 'Woonrijp maken van gronden - vergunningplicht', tenzij toepassing kan worden gegeven aan artikel 40. b. Onder woonrijp maken van gronden wordt verstaan: 1. het naar de definitieve vorm inrichten van de openbare ruimte, voor zover nodig ook nadat de bebouwing is voltooid.
41.2
Woonrijp maken van gronden - vergunningplicht
Het is verboden zonder omgevingsvergunning gronden woonrijp te maken.
41.3
Specifieke aanvraagvereisten
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 41.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een plan van aanpak voor zover dat betrekking heeft op de inrichting van de openbare ruimte; b. een bestek gebaseerd op het plan van aanpak voor zover dat betrekking heeft op de inrichting van de openbare ruimte; en c. een aanbestedingsdocument.
41.4
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 41.2 wordt alleen verleend als: a. de activiteit in overeenstemming is met de eisen gesteld in bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan en bijlage 3 Handboek Inrichting Openbare Ruimte; en b. de voorgestelde wijze van uitvoering van de activiteit niet in strijd is met de Europese aanbestedingsrichtlijn voor overheidsopdrachten 2014/23/EU45 of het gestelde bij of krachtens de Aanbestedingswet 2012.
41.5
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 41.2 kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
57
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 42 Aanlegactiviteiten in hoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht 42.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op aanlegactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Aanlegactiviteiten in hoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht'. b. Onder aanlegactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan: 1. het uitvoeren van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; 2. het uitvoeren van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; en 3. werken en werkzaamheden die zijn gericht op archeologisch onderzoek.
42.2 Aanlegactiviteiten in hoog archeologisch waardevol gebied vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten: a. grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 meter en met een oppervlakte groter dan 2.500 m2, waartoe worden gerekend: 1. ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; 2. aanleggen van straten, parkeerplaatsen en overige infrastructuur; 3. (ver)graven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; en 4. aanleggen van drainage; b. verlagen van het waterpeil; c. aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; en e. werken met opsporingsapparatuur (waaronder metaaldetectoren, grondradar en andere detectieapparatuur) gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten.
42.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 42.2 wordt alleen verleend als: a. een archeologisch booronderzoek is uitgevoerd waarbij ten minste het aantal boringen per hectare zijn gezet als de ter plaatse aangegeven waarde (uitgedrukt in boringen/ha); en b. aangetoond is dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
42.4
Specifieke aanvraagvereisten
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 42.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een archeologisch onderzoek.
42.5
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 42.2 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
58
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 43 Aanlegactiviteiten in middelhoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht 43.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op aanlegactiviteiten ter plaatse van de locatie 'Aanlegactiviteiten in middelhoog archeologisch waardevol gebied - vergunningplicht'. b. Onder aanlegactiviteiten als bedoeld in dit artikel wordt niet verstaan: 1. het uitvoeren van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen; 2. het uitvoeren van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; en 3. werken en werkzaamheden die zijn gericht op archeologisch onderzoek.
43.2 Aanlegactiviteiten in middelhoog archeologisch waardevol gebied vergunningplicht Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende aanlegactiviteiten te verrichten: a. grondwerkzaamheden dieper dan 0,4 meter en met een oppervlakte groter dan 5.000 m2, waartoe worden gerekend: 1. ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden; 2. aanleggen van straten, parkeerplaatsen en overige infrastructuur; 3. (ver)graven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; en 4. aanleggen van drainage; b. verlagen van het waterpeil; c. aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; en e. werken met opsporingsapparatuur (waaronder metaaldetectoren, grondradar en andere detectieapparatuur) gevolgd door het opgraven van archeologische vondsten en relicten.
43.3
Beoordelingsregels
De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 43.2 wordt alleen verleend als: a. een archeologisch booronderzoek is uitgevoerd waarbij ten minste het aantal boringen per hectare zijn gezet als de ter plaatse aangegeven waarde (uitgedrukt in boringen/ha); en b. aangetoond is dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.
43.4
Specifieke aanvraagvereisten
Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 43.2 worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een archeologisch onderzoek.
43.5
Voorschriften
Aan de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 43.2 van dit TAM-omgevingsplan kunnen voorschriften worden verbonden.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
59
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 44 Aanlegactiviteiten in belemmeringengebied of beschermingszone - toegestaan 44.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten in een belemmeringengebied of beschermingszone ter plaatse van de locatie 'Aanlegactiviteiten in belemmeringengebied of beschermingszone - toegestaan'. b. Onder aanlegactiviteiten wordt verstaan: 1. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en ophoging; 3. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) ander dan normaal spit- en ploegwerk; 4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; 7. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; 8. het indrijven van voorwerpen in de bodem; 9. het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren, diepploegen, woelen en mengen en ophogen van gronden; 10. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen; 11. het aanleggen, verdiepen, verbreden en dempen van sloten, watergangen en overige waterpartijen en het aanbrengen van drainage; 12.
het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur.
44.2
Oogmerk
De regels in dit artikel zijn gesteld met het oog op: a. de veiligheid van de ondergrondse leiding; en b. de bescherming van de waterstaatkundige functie.
44.3 Aanlegactiviteiten in belemmeringengebied of beschermingszone toegestaan Het is toegestaan aanlegactiviteiten uit te voeren voor zover de activiteiten het normale onderhoud en beheer betreffen.
ontwerp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22a XL Businesspark 2
60
NL.IMRO.0141.TAM00002-BP21
Artikel 45 Aanlegactiviteiten in belemmeringengebied buisleiding vergunningplicht 45.1
Toepassingsbereik
a. De regels in dit artikel zijn van toepassing op het uitvoeren van aanlegactiviteiten in een belemmeringengebied buisleiding ter plaatse van de locatie 'Aanlegactiviteiten in belemmeringengebied buisleiding - vergunningplicht'. b. Onder aanlegactiviteiten wordt verstaan: 1. het aanbrengen en rooien van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting, waaronder bijvoorbeeld rietbeplanting; 2. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding en ophoging; 3. het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) ander dan normaal spit- en ploegwerk; 4. diepploegen; 5. het aanbrengen van gesloten verhardingen; 6. het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; 7. het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; en 8. het indrijven van voorwerpen in de bodem.