CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij RB 9 - ontwerp TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

Raad 27 januari 2026, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W10.464 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo NL.IMRO.0141.TAM00007-

Regels

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

3

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Inhoudsopgave

Regels

2

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Algemene bepalingen (begripsbepalingen)

5 6

Hoofdstuk 2 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Werkingsgebied (Aanwijzing werkingsgebied ondergrondse hoogspanningsverbinding (Oogmerken) (Aanwijzen activiteit) (Algemene (bouw)regels)

7 8 9 10 11

Hoofdstuk 3 Beperkingengebied I Artikel 6 (Aanwijzing beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding) Artikel 7 (Oogmerken) Artikel 8 (Activiteitenlijst) Artikel 9 (Aanwijzing bouwactiviteiten) Artikel 10 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding I) Artikel 11 (Beoordelingsregels) Artikel 12 (Aanwijzing activiteiten) Artikel 13 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding I) Artikel 14 (Beoordelingsregels omgevingsvergunning)

12 13 14 15 16

Hoofdstuk 4 Beperkingengebied II Artikel 15 (Aanwijzing beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding II) Artikel 16 (Oogmerken) Artikel 17 (Activiteiten) Artikel 18 (Aanwijzing activiteiten) Artikel 19 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding II) Artikel 20 (Beoordelingsregels)

22 23 24 25 26

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

17 18 19 20 21

27 28

4

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Hoofdstuk 1

Algemene bepalingen

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

5

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 1

(begripsbepalingen)

1. Bijlage 1 van dit besluit tot wijziging omgevingsplan Almelo bevat de begripsbepalingen voor de toepassing van dit besluit. 2. De begripsbepalingen die zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing op dit besluit tot wijziging omgevingsplan Almelo.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

6

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Hoofdstuk 2

Werkingsgebied

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

7

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 2 (Aanwijzing werkingsgebied ondergrondse hoogspanningsverbinding 1. In dit gebied (TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo) ligt het werkingsgebied 'Leiding - Ondergrondse hoogspanningsverbinding' waar activiteiten mogen worden verricht die aangewezen zijn in artikel 4. Paragraaf 2.1 Algemeen

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

8

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 3

(Oogmerken)

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijke netbeheerder. Paragraaf 2.2 Activiteiten met betrekking tot het in stand houden van infrastructuur

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

9

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 4

(Aanwijzen activiteit)

De regels van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de volgende activiteiten: a. Het realiseren en in werking hebben van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een maximale spanning van 110 kV, met de daarbij behorende voorzieningen. b. Bijbehorende activiteiten.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

10

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 5

(Algemene (bouw)regels)

1. Er mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van de in artikel 4 aangewezen activiteiten gebouwd worden. 2. De hoogte van bouwwerken bedraagt niet meer dan 3 m.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

11

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Hoofdstuk 3

Beperkingengebied I

Het beperkingengebied I beslaat hetzelfde gebied als het werkingsgebied van het betreffende onderdeel van het transportnet en introduceert een omgevingsplanactiviteitvergunning voor activiteiten die van invloed kunnen zijn op het betreffende onderdeel. Paragraaf 3.1 Beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding I

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

12

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 6 (Aanwijzing beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding) Er is een beperkingengebied 'overige zone - ondergrondse hoogspanningsverbinding I', waar de regels van dit hoofdstuk gelden. De regels van dit hoofdstuk gaan voor op de regels van Hoofdstuk 2, voor zover deze betrekking hebben op overlappende werkingsgebieden.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

13

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 7

(Oogmerken)

De regels in dit hoofdstuk zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het elektriciteitstransportnet tegen activiteiten in de nabijheid van het transportnet; c. waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het elektriciteitstransportnet.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

14

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 8

(Activiteitenlijst)

Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan: a. de regels voor het bouwen in een beperkingengebied 'overige zone - ondergrondse hoogspanningsverbinding I', zoals opgenomen in artikel 9 tot en met 11; b. de regels voor het aanleggen en uitvoeren van werken en werkzaamheden in een beperkingengebied 'overige zone - ondergrondse hoogspanningsverbinding I', zoals opgenomen in artikel 12 tot en met 14. Paragraaf 3.2 Bouwen in beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding I

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

15

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 9

(Aanwijzing bouwactiviteiten)

1. Deze paragraaf gaat over het bouwen en in stand houden van bouwwerken in het beperkingengebied 'overige zone - ondergrondse hoogspanningsverbinding I'. 2. Deze paragraaf ziet niet op activiteiten die zijn aangewezen in artikel 4 en 5.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

16

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 10 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding I) 1. Zonder omgevingsvergunning worden geen bouwwerken gebouwd of in stand gelaten. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1 zijn bestaande vergunde bouwwerken zonder omgevingsvergunning toegestaan. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1 mogen bestaande vergunde bouwwerken zonder omgevingsvergunning worden vervangen, vernieuwd of veranderd als de oppervlakte en hoogte niet worden vergroot en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering onder de voorwaarde dat deze activiteit op grond van de andere daar geldende regels eveneens is toegestaan.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

17

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 11 (Beoordelingsregels) De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken; b. de activiteit ook overigens, gelet op de oogmerken van artikel 7, geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding. Paragraaf 3.3 Aanleggen en uitvoeren van werken en werkzaamheden in een beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding I

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

18

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 12 (Aanwijzing activiteiten) Deze paragraaf is van toepassing op de volgende activiteiten: a. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem, dieper dan 0,8 meter onder het maaiveld; c. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en aanleggen van drainage, dieper dan 1 meter onder maaiveld; d. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van watergangen; e. het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen van zonnepanelen, en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; g. het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; h. het aanleggen van kabels, buizen en leidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur, tenzij het gaat om activiteiten die zijn toegestaan in paragraaf 2.2 ('Activiteiten met betrekking tot het in stand houden van infrastructuur'); i. het aanbrengen en/of kappen van diepwortelende beplantingen.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

19

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 13 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding I) 1. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning activiteiten als bedoeld in artikel 12 te verrichten. 2. Dit verbod is niet van toepassing op: a. activiteiten die al in uitvoering waren voor inwerkingtreding van dit plan; b. activiteiten die door of in opdracht van de beheerder van het betreffende onderdeel van de fysieke leefomgeving worden verricht in verband met de oogmerken genoemd in artikel 3.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

20

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 14 (Beoordelingsregels omgevingsvergunning) De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken; b. de activiteit ook overigens, gelet op de oogmerken van artikel 7, geen negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

21

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Hoofdstuk 4

Beperkingengebied II

Paragraaf 4.1 Beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding II

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

22

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 15 (Aanwijzing beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding II) Er is een beperkingengebied 'overige zone - ondergrondse hoogspanningsverbinding II', waar de regels van deze paragraaf gelden. De regels van deze paragraaf gaan voor op de regels van Hoofdstuk 2 en Hoofdstuk 3, voor zover deze betrekking hebben op overlappende werkingsgebieden.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

23

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 16 (Oogmerken) De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het behoud en het creëren van ruimte voor en in de nabijheid van het transportnet voor bestaande en toekomstige activiteiten van de landelijk netbeheerder; b. bescherming van het transportnet tegen activiteiten in de nabijheid van het transportnet; c. waarborgen van de omgevingskwaliteit in de nabijheid van het transportnet.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

24

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 17 (Activiteiten) Bij het verrichten van activiteiten wordt voldaan aan paragraaf 4.2. Paragraaf 4.2 Activiteiten in een beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding II

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

25

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 18 (Aanwijzing activiteiten) Deze paragraaf gaat over de volgende activiteiten: a. het opwekken van elektriciteit met een windturbine; b. het oprichten en in stand houden van bouwwerken als opslagtank voor gassen of vloeibare gevaarlijke stoffen; c. het opslaan van gevaarlijke stoffen in verpakking, etc.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

26

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 19 (Aanwijzing vergunningplichtige gevallen beperkingengebied ondergrondse hoogspanningsverbinding II) Zonder omgevingsvergunning worden geen activiteiten als bedoeld in artikel 18 verricht.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

27

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Artikel 20 (Beoordelingsregels) De omgevingsvergunning wordt alleen verleend als: a. de activiteit geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarbij burgemeester en wethouders het schriftelijk advies van de beheerder van de ondergrondse hoogspanningsverbinding betrekken; b. de activiteit ook overigens, gelet op de oogmerken in artikel 3, geen onevenredig negatieve gevolgen heeft voor het veilig, betrouwbaar en duurzaam functioneren van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

28

Bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo NL.IMRO.0141.TAM00007-

Bijlagen bij regels

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

3

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Inhoudsopgave

Bijlagen bij regels

2

Bijlage 1

Begripsbepalingen

5

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

4

NL.IMRO.0141.TAM00007-BP21

Bijlage 1 Begripsbepalingen

ontw erp bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Verkabeling Almelo

5

Bijlage 1 Begripsbepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.1 Beperkingengebied I Het gebied dat samenvalt met het werkingsgebied van de ondergrondse hoogspanningsverbinding, waarin aanvullende regels gelden ter bescherming van de verbinding en de omgevingskwaliteit. 1.2 Beperkingengebied II Een ruimer gebied rondom de ondergrondse hoogspanningsverbinding (afstand gemeten vanaf de hartlijn), waarin specifieke activiteiten vergunningplichtig zijn vanwege mogelijke nadelige invloed op de verbinding. 1.3 Bouwwerk Een constructie van enige omvang die op de plaats van bestemming is geplaatst en bedoeld is om ter plaatse te functioneren, zoals gebouwen, installaties, masten en funderingen. 1.4 Diepwortelende beplanting Beplanting waarvan de wortels dieper dan 0,8 meter onder het maaiveld kunnen reiken en daardoor risico vormen voor ondergrondse infrastructuur. 1.5 Landelijk netbeheerder De rechtspersoon die op grond van de Elektriciteitswet 1998 is aangewezen voor het beheer van het landelijke hoogspanningsnet. 1.6 Omgevingskwaliteit De mate waarin de fysieke leefomgeving bijdraagt aan gezondheid, veiligheid, leefbaarheid, duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit. 1.7 Omgevingsplanactiviteit Een activiteit die op grond van het omgevingsplan is aangewezen als vergunningplichtig en waarvoor een omgevingsvergunning vereist is.

1.8 Ondergrondse hoogspanningsverbinding Een ondergronds aangelegde verbinding voor het transport van elektriciteit met een maximale spanning van 110 kV, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals kabels, transformatoren, schakelkasten en meetapparatuur. 1.9 Vergunde bouwwerken Bouwwerken waarvoor een geldige omgevingsvergunning is verleend en die zijn gerealiseerd conform de verleende vergunning. 1.10 Werkingsgebied Het geografisch afgebakende gebied waarin de regels gelden voor het realiseren en in werking hebben van de ondergrondse hoogspanningsverbinding.

RAPPORT

Wijziging Omgevingsplan: Motivering

110 kV verkabeling Almelo Mosterdpot - Tusveld

Versie: 3.0 Status: Vrijgegeven Datum: 05-11-2025 Kenmerk: A30-SBR-HS-RAP23008412

Autorisatieblad 110 kV verkabeling Almelo Mosterdpot - Tusveld

Versiehistorie Versie Naam

Datum

Korte toelichting

0.1

25-9-2024

Concept motivering wijziging omgevingsplan RFA en review gemeente verwerkt

1.0 1.1 2.0 2.1 3.0

Motivering 110 kV verkabeling Almelo Motivering 110 kV verkabeling Almelo Motivering 110 Kv verkabeling Almelo Motivering 110 Kv verkabeling Almelo Motivering 110 Kv verkabeling Almelo Motivering 110 Kv verkabeling Almelo

28-02-2025 16-04-2025 08-05-2025 24-09-2025 05-11-2025

Wijziging initiatiefnemer doorgevoerd in motivering Aanleiding aangepast naar tekstvoorstel TenneT Rapport aangepast o.b.v. review gemeente Almelo Rapport definitief gemaakt

A30-SBR-HS-RAP-230084122 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

Inhoudsopgave 1

Aanleiding en doel

1

1.1

Aanleiding

1

1.1.1

1

1.2 1.3 1.4

1.5

Haalbaarheidsstudie en besluitvorming

Projectgebied Doelstelling project Het omgevingsplan

1 3 3

1.4.1 1.4.2

3 3

Omgevingsplan gemeente Almelo Strijdigheid activiteiten

Leeswijzer

3

2

Beschrijving huidige situatie

4

3

Voorgenomen ontwikkeling

5

3.1 3.2

5 6

4

Toetsing aan beleidskaders

7

4.1

Rijksbeleid

7

4.1.1

7

4.2

4.3

4.4

5

Algemene maatregelen Tijdelijke maatregelen

Nationale omgevingsvisie

Provinciaal beleid

7

4.2.1 4.2.2

7 7

Provinciale omgevingsvisie Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Overijssel

Regionaal beleid

7

4.3.1 4.3.2 4.3.3

7 8 8

Regionale Energie Strategie Regionale Woonvisie Twente 2015-2025 Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente 2023/2026

Gemeentelijk beleid

8

4.4.1 4.4.2

8 9

Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 Woonvisie Almelo 2020-2030

Aspecten Fysieke leefomgeving

11

5.1 5.2 5.3 5.4

Bodemkwaliteit Archeologie Omgevingsveiligheid Natuur

11 11 12 13

5.4.1 5.4.2 5.4.3

13 13 16

5.5 5.6 5.7 5.8

Beschermde gebieden Soortenbescherming Houtopstanden

Weging waterbelang Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw Beschermen van de gezondheid Geluid

A30-SBR-HS-RAP-230084122 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

16 17 17 17

5.9 5.10 5.11 5.12

6

7

Ontplofbare oorlogsresten Luchtkwaliteit Verkeer Mer-procedure

17 18 18 18

Beperkingengebieden

20

6.1 6.2

20 20

Beperkingengebieden vanuit het Rijk Beperkingengebieden vanuit de provincie

Uitvoerbaarheid

21

7.1

Economische uitvoerbaarheid

21

7.1.1 7.1.2

21 21

7.2

Financieel economische haalbaarheid Schadebeleid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

22

7.2.1 7.2.2 7.2.3

Participatie Vaststellingsprocedure Bezwaar/ beroep

22 22 22

Bijlage 1 Belemmerde strook en tijdelijke maatregelen

23

Bijlage 2 Vooronderzoek (water)bodem

34

Bijlage 3 Natuurtoets

35

Bijlage 4 AERIUS-berekening aanlegfase

36

Bijlage 5 Mer-beoordeling

37

Bijlage 6 Grondmechanisch onderzoek

38

Bijlage 7 Geohydrologisch rapport

39

Bijlage 8 Archeologisch onderzoek

40

Bijlage 9 Cultuurtechnisch rapport

41

Bijlage 10 Bomeninventarisatie

42

Bijlage 11 Geothermisch onderzoek

43

Bijlage 12 Landmeetkundig onderzoek

44

Bijlage 13 Archeologisch bureauonderzoek

45

Bijlage 14 Participatieplan

46

Colofon

47

A30-SBR-HS-RAP-230084122 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

1

Aanleiding en doel

1.1

Aanleiding

In het kader van een noodzakelijke netuitbreiding c.q. netwijziging van het 110/380 kV hoogspanningsnet in het netdeel Almelo zal een nieuwe zogenoemde Loadpocket Almelo worden gerealiseerd. Hiertoe zal een nieuw 380/110 kV station Almelo worden gebouwd en diverse hoogspanningsverbindingen worden aangepast om zodoende te kunnen aansluiten op het nieuwe 380/110 kV station Almelo. Een onderdeel van de bovengenoemde netuitbreiding is het ondergronds brengen (verkabelen) van de bestaande bovengrondse 110 kV-hoogspanningslijn Almelo Mosterdpot-Almelo Tusveld. Dit betekent dat deze bestaande bovengrondse lijn geheel zal worden vervangen door een nieuwe ondergrondse kabelverbinding , welke zal aansluiten op het nieuw te realiseren 380/110 kV-station Almelo. 1.1.1 Haalbaarheidsstudie en besluitvorming In 2020 heeft netbeheerder TenneT een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar het ondergronds verkabelen van de 110kV hoogspanningsleiding tussen de hoogspanningsstations Mosterdpot en Tusveld. Deze haalbaarheidstudie is een onderzoek naar - en de analyse van - een viertal alternatieven voor dit tracé. Alternatieven 1, 2 en 3 volgen in grote lijnen het tracé van de huidige bovengrondse lijn tussen de Kooikersweg (mast 005) en de Pastoor Ossestraat (mast 015).

Alternatief 4 volgt een nieuw tracé vanaf De Mosterdpot langs de zijtak van het Twentekanaal en de A35 om de stad heen tot aan mast 015. Alternatief 4a volgt ditzelfde tracé, maar trekt de ondergrondse verkabeling door tot aan het verdeelstation Tusveld aan de Maatkampsweg. De alternatieven zijn onderzocht op een groot aantal criteria, zowel juridisch en technisch. Ook is getoetst aan ruimtelijke ordening en milieu. Verder is gekeken naar raakvlakken met andere projecten. Vervolgens zijn de mogelijke planning en de kosten van de varianten onderzocht. Op basis van de scores op alle criteria komt alternatief 3 als voorkeur naar voren. Dit alternatief is vastgesteld als voorkeursvariant. De kabel wordt doorgetrokken tot aan mast 19 en HS Tusveld, omdat de ondergrondse verbinding buitenom Almelo komt te liggen en zo beter rechtstreeks aangesloten kan worden op het HS Station Tusveld. TenneT heeft vervolgens besloten om de resterende 4 masten eveneens te amoveren, zodat de verbinding tussen Mosterdpot en Tusveld volledig uit een kabelverbinding bestaat en niet uit een kabelverbinding met een klein stukje lijnverbinding. Op deze wijze wordt tevens voorkomen dat er een opstijgpunt gecreëerd moet worden. De nieuwe kabelverbinding wordt volledig om de bevolkingskern van Almelo geleid langs de west- en zuidzijde van Almelo.

Hiervoor is een nieuwe belemmerde strook nodig in het omgevingsplan van de gemeente Almelo. De belemmerde strook van de lijnverbinding kan vervolgens, na het amoveren van de lijnverbinding, worden verwijderd uit het omgevingsplan.

1.2

Projectgebied

De kabelcircuits (zie Figuur 1) worden parallel onder de Wierdensestraat en vervolgens onder de Weezebeeksingel aangelegd in HDD-boringen. Langs de westzijde van de Hooilaan en vervolgens langs de beek ‘Nieuwe Graven’, onder het Zijkanaal Twente door. Westelijk van het kanaal liggen de circuits parallel aan ‘Buitenhave Westzijde’ en de ‘Breesegge’, waarna Zijkanaal Twente ten noorden van de rijksweg A35 weer middels een HDD-boring gekruist wordt. Vervolgens liggen de kabelcircuits geheel parallel aan de Rijksweg A35 tot aan de Maatkampsweg en vervolgen de Maatkampsweg tot aan HS Station Tusveld. Op dit moment is het grondgebruik binnen de beoogde belemmerende strook agrarisch in gebruik of als infrastructuur, voornamelijk in beheer en eigendom van de gemeente Almelo en deels bij De Staat (RWS), het kanaal en de op-/afrit rijksweg A35.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

1/47

Figuur 1 Overzicht route nieuwe kabelverbinding en te amoveren lijnverbinding (mast 1 tot en met 19) 110 kV (AMLM110-AMLT110)

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

2/47

1.3

Doelstelling project

Het doel van het project is om de bestaande hoogspanningslijn te verwijderen uit binnenstedelijk gebied en deze te vervangen door een ondergrondse hoogspanningsverbinding waarvan het tracé zich buiten de stad bevindt. Daardoor verbetert de leefbaarheid, aantrekkelijkheid en veiligheid van de stad Almelo. Daarnaast draagt het bij aan de verduurzaming van Almelo en biedt het een goede basis in het kader van de energietransitie. Door de hoogspanningsverbinding ondergrondse te brengen en te verleggen komt er binnenstedelijk ruimte vrij. Dit biedt ruimtelijke en financiële mogelijkheden (verkeer, recreatie, duurzame energie, groen en biodiversiteit).

1.4

Het omgevingsplan

1.4.1 Omgevingsplan gemeente Almelo De gemeente Almelo heeft voor haar grondgebied een voorlopig omgevingsplan (Tabel 1) van kracht dat met het overgangsrecht van de Omgevingswet van rechtswege is ontstaan. Dit is het zogenoemde tijdelijk deel van het omgevingsplan waarin alle bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen zijn opgenomen die zijn voorbereid en vastgesteld op grond van de wetgeving die gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Daarnaast zijn in dat tijdelijke deel voormalige regels van het Rijk opgenomen (de zogenaamde bruidsschat) en enkele andere besluiten met betrekking tot ruimtelijke ordening en milieu. Tabel 1 Gegevens omgevingsplan Gemeente Almelo

Identificatienummer Gepubliceerd In werking

/akn/nl/act/gm0141/2020/omgevingsplan 22-01-2024 22-01-2024

De gemeenten hebben tot 1 januari 2032 de tijd gekregen om het tijdelijke deel van het omgevingsplan te vervangen door een vast deel: het volwaardig volgens de Omgevingswet ingerichte omgevingsplan. Dit is de zogenaamde overgangsfase. Zolang een gemeente nog geen volwaardig omgevingsplan heeft vastgesteld kan het omgevingsplan niet gewijzigd worden. In principe geldt dit voor de duur van de overgangsfase, maar als een gemeente voor de gronden die overeenkomen met het plangebied eerder een volwaardig omgevingsplan heeft vastgesteld kan het omgevingsplan wel gewijzigd worden. Tot die tijd wordt voor dit project een tijdelijke alternatieve maatregel (TAM)-IMRO omgevingsplan opgesteld. Onderhavig TAM-omgevingsplan vormt een wijziging van het omgevingsplan. Het TAM omgevingsplan is op het oog een omgevingsplan dat losstaat van de rest van het omgevingsplan. Toch is het functioneel en juridisch een integraal onderdeel van het omgevingsplan. Om te zorgen dat het TAM-omgevingsplan juridisch één geheel is met het omgevingsplan van rechtswege, wordt het als het ware als een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Onderhavig TAM- omgevingsplan dient dus ook als dusdanig gelezen te worden, in samenhang met de bruidsschat van het omgevingsplan.

1.4.2 Strijdigheid activiteiten De aanleg van de ondergrondse hoogspanningsleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur zijn in strijd met het tijdelijk deel van het omgevingsplan. De voorziene ontwikkeling is strijdig met de enkelbestemmingen agrarisch, verkeer, groen en water. Om af te bakenen dat er in de toekomst rekening gehouden wordt met de kabel, is gekozen voor het wijzigen van het omgevingsplan. Wanneer er gekozen wordt voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA), is er enkel afwijking van het huidige geldende kader en ontbreekt de gewenste bescherming van de hoogspanningsleidingen.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 beschrijft de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt de voorziene ontwikkeling getoetst aan de vigerende beleidskaders. In hoofdstuk 5 worden de gevolgen van het project voor verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving in kaart gebracht. Hoofdstuk 6 beschrijft de relevante beperkingengebieden. Hoofdstuk 7 beschrijft de uitvoerbaarheid van het project.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

3/47

2

Beschrijving huidige situatie

De bestaande bovengrondse hoogspanningsverbinding tussen hoogspanningsstation Almelo Mosterdpot en hoogspanningsstation Tusveld loopt momenteel door de bebouwde kom van de gemeente Almelo. Het betreft een 110 kV verbinding, die is verbonden door 19 hoogspanningsmasten (zie Figuur 1). Het tracé van de huidige verbinding is ruim drie kilometer lang, bestaat uit ca. 5.890 m hoogspanningslijn, en loopt van het hoogspanningsstation Mosterdpot aan de Wierdensestraat, via onder andere de Weezebeeksingel en de Henriëtte Roland Holstlaan, naar het hoogspanningsstation Tusveld aan de Maatkampseweg. Hier wordt de lijn aangesloten op de hoogspanningslijn richting Hengelo. Een bovengrondse hoogspanningsverbinding heeft diverse nadelen, zoals het niet mogen bouwen van woningen onder en in de buurt van de hoogspanningslijn, en de masten worden beschouwd als een negatieve invloed op het landschap.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

4/47

3

Voorgenomen ontwikkeling

3.1

Algemene maatregelen

In dit project zijn de onderstaande maatregelen voorzien: 1. Het realiseren van een nieuwe 110 kV (110.000 Volt) kabelverbinding met een lengte van circa 8 km tussen het hoogspanningsstation Mosterdpot en het hoogspanningsstation Tusveld. De nieuwe hoogspanningsverbinding wordt ondergronds aangelegd; 2. Het ombouwen van de twee lijnvelden op elk van de stations naar kabelvelden; 3. Het verwijderen van de lijnverbinding en de 19 masten (zie Figuur 1). Uitgangspunt voor de aanleg van de kabelverbinding is dat dit plaatsvindt door middel van open ontgraving, tenzij dit niet anders kan door de aanwezigheid van bestaande infrastructuur of andere waardevolle aspecten in het kader van de fysieke leefomgeving. Als open ontgraving niet mogelijk is, dan wordt de kabelverbinding aangelegd door middel van een gestuurde boring. Open ontgraving betekent dat voor de aanleg van de kabelverbinding een geul van 3 m breedte op de bodem wordt afgegraven. De kabelcircuits liggen in agrarische grond op 2 meter minus maaiveld, waarbij de bovenkant van de kabels op 1,8 meter minus maaiveld komen te liggen en de circuits 2 m uit elkaar liggen, zie Figuur 2.

Figuur 2 Ontgravingsprofiel en werkstrook aanleg in open ontgraving

Om de kabels in den droge te kunnen aanleggen is lokaal bemaling noodzakelijk. Op sommige punten is aanleg nodig in gestuurde boringen op circa 15 tot 25 meter minus maaiveld, zie Figuur 3. Bij een gestuurde boring worden de kabels in mantelbuizen getrokken waarbij de mantelbuizen met een boring diep onder de grond worden aangebracht. Bij een gestuurde boring vinden er geen verstoringen aan de oppervlakte plaats, met uitzondering van de werkterreinen en uitlegstroken. Na aanleg wordt het terrein weer in haar oorspronkelijke staat hersteld.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

5/47

Figuur 3 Kabelligging bij gestuurde boringen (diepte is locatieafhankelijk)

Ter plaatse van de kabelcircuits wordt in het omgevingsplan voor een belemmerde strook van 8,5 meter breedte (bij delen open ontgraving) en 17 meter breedte (bij delen gestuurde boring) de nevenfunctie ‘kabelverbinding hoogspanning’ vastgelegd. In de onderhoudsfase gelden uitsluitend de regels van deze strook met nevenfunctie (gebruiksbeperkingen) en is er verder geen zichtbaar effect op de omgeving als gevolg van de aanwezigheid van de kabelcircuits. Voor ca 136.000 m2 dient in de toekomst rekening gehouden te worden met beperkingen in het toekomstig gebruik. Het huidige gebruik van deze strook is agrarisch of verkeer, wat zo kan blijven na aanleg. De vast te leggen belemmerde strook ten aanzien de nieuwe kabelverbinding is weergegeven in bijlage 1.

3.2

Tijdelijke maatregelen

Tijdens de aanlegfase worden kabelgeulen gegraven, wordt tijdelijk grond opgeslagen, zijn er werkterreinen (zie kaarten in bijlage 1) in gebruik en wordt er bemalen om de kabelgeulen droog te houden. Na aanleg van de kabels wordt de oorspronkelijke situatie weer hersteld. De realisatiefase voor de aanleg van de kabelcircuits heeft naar verwachting een doorlooptijd van maximaal 1 jaar.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

6/47

4

Toetsing aan beleidskaders

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI; Rijksoverheid, 2020) komt voort uit de Omgevingswet, die in 2024 in werking treedt. In de NOVI wordt richting gegeven aan grote opgaven die de inrichting van ons land de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen en schetst een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Voorbeelden van deze opgaven zijn het bouwen van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en ombouw naar kringlooplandbouw. Op het gebied van energie is dat de ambitie dat Nederland in 2050 100 procent circulair is en dat we duurzame energie zo goed mogelijk in onze leefomgeving ingepast hebben. Voor het mogelijk maken van duurzame energieprojecten is de noodzakelijke energie-infrastructuur (hoogspanningsnet) een randvoorwaardelijkheid. Een toekomstbestendige 110kV kabelverbinding in Almelo draagt op deze manier bij aan de thema’s energietransitie en klimaatneutraal. Relevantie omgevingsplan: de ontwikkeling is niet in strijd met het beleid van het Rijk.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale omgevingsvisie De Omgevingsvisie Overijssel is in 2017 vastgesteld. In deze visie worden de kwaliteiten van de provincie benoemd en wordt er een beeld geschetst van een aantal actuele maatschappelijke ontwikkelingen die gevolgen kunnen hebben voor hoe de ruimte in Overijssel gebruikt kan worden. Het gaat om de thema’s klimaat, energie, regionale economie en natuur. Daarnaast zijn er in de Omgevingsvisie negen beleidsthema’s vertaald naar negen beleidsambities. Deze worden benaderd vanuit duurzaamheid en ruimtelijke en sociale kwaliteit. De provincie heeft in de provinciale omgevingsvisie het verbeteren van systeemefficiëntie hoofdopgave in het kader van het beleidsvoorstel klimaatmitigatie & energietransitie. Met het verbeteren van systeemefficiëntie wordt bedoeld de transitie naar een toekomstbestendige energie-infrastructuur: voldoende capaciteit, slim koppelen van vraag en aanbod en opslag van energie. Een toekomstbestendige 110kV kabelverbinding in Almelo draagt hieraan bij. 4.2.2 Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat Overijssel In het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) van maart 2023 staat hoe de provincie omgaat met de veranderingen in de energiesystemen.

Het pMIEK bevat een advies aan de netbeheerders voor de prioriteitsvolgorde voor de uitbreidingsinvesteringen in de energieinfrastructuur. Daarbij zijn de bijdrage aan het creëren van maatschappelijke waarde en het bevorderen van efficiënt gebruik van het elektriciteitsnet de uitgangspunten. Relevantie omgevingsplan: de ontwikkeling is niet in strijd met het beleid van de provincie.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Energie Strategie De Regionale Energiestrategie (RES) van Twente is tot stand gekomen na een intensief samenwerkingsproces waarbij gemeenten, provincie en waterschappen de bijdrage aan de energietransitie hebben vastgesteld. In de RES zijn ambities opgenomen met betrekking tot het opwekken van duurzame energie, het realiseren van een Twents warmtenet en het bijdragen aan plannen voor de energie-infrastructuur en de aanpassing van het elektriciteitsnet. Ook draagt de RES A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

7/47

zorg aan ruimtelijke kwaliteit; met koppelkansen en een integrale aanpak dient de ruimtelijke kwaliteit in de RES geborgd te worden. Het realiseren van een toekomstbestendige 110kV verkabeling in Amelo draagt bij aan de ambities van de RES. 4.3.2 Regionale Woonvisie Twente 2015-2025 De regionale woonvisie geeft de gezamenlijke uitgangspunten van provincie, gemeenten en corporaties weer: woonafspraken en woonkeuzes op lokaal niveau zijn hiermee in lijn. In 2015 is deze visie vertaald in concrete Woonafspraken tussen provincie en gemeenten, op het niveau van functionerende woningmarkten. De kern van de visie bestaat uit de verwachting dat Twente vanaf circa 2015 niet verder zal groeien qua inwoners, en vanaf circa 2035 ook niet meer qua huishoudens. Dus 'wonen' gebeurt in de toekomst vooral in de woningen, steden, dorpen en buitengebieden die er nu al zijn. Daarom richt de visie zich op het bestaande bebouwde gebied. Naast sloop en vervangende nieuwbouw vindt renovatie plaats om bestaand vastgoed weer toekomstgeschikt te maken. Het beleid richt zich hoofdzakelijk op het realiseren van voldoende en gevarieerd aanbod, waarbij kwaliteit boven kwantiteit gesteld wordt. De Woonvisie heeft als speerpunt leefbare, duurzame en toekomstbestendige wijken met goede voorzieningen.

De realisatie van de 110kV verkabeling te Almelo draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de energievoorziening en biedt kansen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. 4.3.3 Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen Regio Twente 2023/2026 In dit beleidsstuk zijn de programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen voor de regio Twente voor de periode 2023 tot en met 2026 vastgelegd. Deze afspraken bouwen voort op de bestaande samenwerking van de West-Overijsselse gemeenten en de provincie in het Bestuurlijk Overleg Programmeringsafspraken Bedrijventerreinen West-Overijssel. Bij de totstandkoming van deze afspraken hebben de deelnemers zich bij het opstellen van de eerste regionale programmeringsafspraken in 2017 tot doel gesteld te streven naar een balans in vraag en aanbod van bedrijventerreinen (bestaand en nieuw) en te voorzien in de (boven)regionale en de lokale vraag naar ruimte voor nieuwvestiging en/of uitbreiding. Daarmee wordt bijgedragen aan waardebehoud van bedrijventerreinen en een zuinig en zorgvuldig gebruik van de regionale kostbare ruimte. Er is geconstateerd dat economische groei en de ontwikkeling van een lineaire economie naar een circulaire economie leidt tot een nieuwe ruimtevraag, nieuwe businessmodellen en andere locatiekeuzes- en eisen van bedrijven.

Tegelijkertijd is er sprake van grote maatschappelijke opgaven die hun weerslag hebben op de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen, zoals de klimaatopgave en de opgaven rondom bodem en water. Daarnaast zijn er meer functies die ruimte vragen, zoals woningbouw, energie, landbouw en natuur, met als gevolg dat keuzes gemaakt moeten worden om slimmer om te gaan met de beschikbare ruimte. De afspraken ten aanzien van bedrijventerreinen in Twente hebben baat bij een adequate energievoorziening, waar een toekomstbestendige 110kV kabelverbinding in Almelo aan bijdraagt. Relevantie omgevingsplan: de ontwikkeling is niet in strijd met het regionaal beleid.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 De Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020-2040 is vastgesteld op 29 september 2020. Met de omgevingsvisie wordt men uitgenodigd om met ideeën en voorstellen te komen die goed zijn voor Almelo. Plannen die het leven, het ondernemen en het verblijven in onze gemeente aantrekkelijker maken. De omgevingsvisie nodigt uit, inspireert en geeft de kaders om ontwikkelingen aan te pakken. Ook is de omgevingsvisie bedoeld om plannen uit de samenleving, die niet passen in het omgevingsplan, af te wegen. Het plan of initiatief moet daarbij bijdragen aan de kwaliteit en ambities

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

8/47

voor Almelo. Inwoners en ondernemers vinden in de omgevingsvisie wat op hoofdlijnen de ontwikkelingsmogelijkheden zijn in de gebieden en rondom thema's. Het doel van het project is om de bestaande hoogspanningslijn te verwijderen uit binnenstedelijk gebied en deze te vervangen door een ondergrondse hoogspanningsverbinding waarvan het tracé zich buiten de stad bevindt. Daardoor verbetert de leefbaarheid, aantrekkelijkheid en veiligheid van de stad Almelo. Daarnaast draagt het bij aan de verduurzaming van Almelo en biedt het een goede basis in het kader van de energietransitie. Door de hoogspanningsverbinding ondergrondse te brengen en te verleggen komt er binnenstedelijk ruimte vrij. Dit biedt ruimtelijke en financiële mogelijkheden (verkeer, recreatie, duurzame energie, groen en biodiversiteit). 4.4.2

Woonvisie Almelo 2020-2030

Woonvisie Almelo De woonvisie van de gemeente Almelo gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen, zoals demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad en verduurzaming. Met de visie wordt 15 jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose, historische en huidige woonsituatie zijn de belangrijkste ambities bepaald: de gemeente streeft naar een flexibele woningvoorraad, een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad en een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. De laatste ambitie richt zich op het realiseren en behouden van een fijne woonomgeving en her voor iedereen bereikbaar maken van een betaalbare en duurzame energievoorziening. De 110kV kabelverbinding te Almelo draagt bij aan een adequate en toekomstbestendige energievoorziening. Uitvoeringsagenda Stadsontwikkeling Almelo De uitvoeringsagenda stadsontwikkeling concretiseert de ambities van de gemeente op het gebied van ruimtelijke ontwikkeling en leefbaarheid. Daarbij ligt de nadruk op binnenstedelijke vernieuwing, de versterking van de centrumfunctie, verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en de realisatie van nieuwe woonmilieus die aansluiten bij de vraag. De agenda zet in op de koppeling tussen wonen, werken, voorzieningen en mobiliteit.

Ook wordt nadrukkelijk gekeken naar verduurzaming, vergroening en het verbeteren van de leefkwaliteit in wijken en buurten. Woondeal Twente De Woondeal Twente vormt een regionale afspraak tussen gemeenten, provincie en Rijk en loopt tot en met 2030, met een doorkijk naar 2035. Voor Almelo zijn in de geactualiseerde afspraken vijf sleutelprojecten vastgelegd, waaronder de binnenstad, het Indië-terrein, de Spoorzone en Aalanderveld. Voor de periode 2024 tot en met eind 2030 gaat het in totaal om 3.260 woningen. Voor de periode 2031–2035 is een aanvullende opgave van 2.700 woningen opgenomen. Relevantie omgevingsplan: de ontwikkeling is niet in strijd met het beleid van de gemeente. Ruimtelijk programmatische visie Wonen & Werken De ruimtelijk programmatische visie van de gemeente Almelo richt zich op het versterken van de samenhang tussen wonen, werken en voorzieningen binnen het stedelijk gebied. In lijn met de uitvoeringsagenda stadsontwikkeling wordt ingezet op een integrale benadering waarbij functiemenging, bereikbaarheid en duurzaamheid centraal staan. De gemeente streeft naar een toekomstbestendige inrichting van de stad, waarin ruimte wordt geboden aan nieuwe woonmilieus, innovatieve werkconcepten en een robuuste energie-infrastructuur. De verkabeling van de 110kV-kabelverbinding draagt bij aan deze visie door fysieke ruimte vrij te maken binnen de bebouwde kom.

Hierdoor ontstaan kansen voor herontwikkeling van locaties met een

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

9/47

gemengde functie, zoals wonen in combinatie met kleinschalige bedrijvigheid, maatschappelijke voorzieningen of stedelijk groen. De ondergrondse aanleg van de kabelverbinding sluit aan bij de ambitie om de leefkwaliteit in wijken te verbeteren en de ruimtelijke potentie van strategische gebieden zoals de Spoorzone, het Indië-terrein en Aalanderveld optimaal te benutten. Daarnaast ondersteunt het project de transitie naar een circulaire en duurzame economie, zoals verankerd in de regionale programmeringsafspraken bedrijventerreinen. Door het verbeteren van de energievoorziening wordt het vestigingsklimaat voor innovatieve en duurzame bedrijven versterkt. De koppeling tussen wonen en werken wordt hiermee niet alleen ruimtelijk maar ook functioneel gefaciliteerd. Relevantie omgevingsplan: de ontwikkeling is in lijn met de ruimtelijk programmatische visie van de gemeente Almelo en draagt bij aan de integrale gebiedsontwikkeling.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

10/47

5

Aspecten Fysieke leefomgeving

In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving.

5.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bodemkwaliteit is er een historisch onderzoek uitgevoerd om te verwachten milieu hygiënische (water)bodemkwaliteit ter plaatse van de voorgenomen werklocatie te bepalen. Er zijn geen noemenswaardige verontreinigingen aangetroffen. De sliblaag in de watergangen mag toegepast worden op de naastgelegen velden. Bij de aanleg van de kabelverbinding wordt de grond tijdelijk uitgenomen en weer teruggezet. De kabelverbinding is geen verontreinigingsbron voor de omliggende bodem. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

5.2

Archeologie

In het kader van juridisch-planologisch mogelijk maken van de kabelverbinding is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor de verkabeling Almelo Mosterdpot – Almelo Tusveld in Almelo (gemeente Almelo). Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek blijkt dat de dekzandrug met daarop het esdek, gelegen naast een beek, uit de boringen 0119-0122 nog intact zijn en daarom de middelhoge tot hoge verwachting op archeologische resten vanaf het paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen nog van toepassing is. Er wordt geadviseerd om in de gebieden rond deze boringen een karterend onderzoek door middel van proefsleuven uit te voeren.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

11/47

Figuur 4 Gebied karterend onderzoek middels proefsleuven

In de overige delen van het plangebied zijn geen potentiële archeologische niveaus aangetroffen en deze delen kunnen daarom worden vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkeling. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Conclusie Uit het archeologisch booronderzoek blijkt een vervolgonderzoek, door middel van proefsleuven, noodzakelijk is. Het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Almelo.

5.3

Omgevingsveiligheid

Ten oosten van Zijkanaal Twente ligt een Gasleiding van de Gasunie met een belemmerende strook. Deze moeten we tweemaal kruisen, dat doen we onderlangs in gestuurde boringen. Deze gasleiding heeft een maximale leidingdruk van 80 bar en heeft geen PR 10-6-contour en daarnaast ook geen invloedsgebied. Een verantwoording van het groepsrisico is dan ook niet van belang. In het geldende bestemmingsplan zijn regels opgenomen voor deze leiding. Andere aanwezige kabels en leidingen langs de route zijn planologisch niet relevant. Met het nieuwe omgevingsplan, waarbij langs de kabelverbinding de nevenfunctie KS kabelverbinding wordt vastgelegd, is deze verbinding publiekelijk bekend en beschermd. Er worden geen nieuwe risicobronnen mogelijk gemaakt.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

12/47

Conclusie Het aspect omgevingsveiligheid vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

5.4

Natuur

5.4.1

Beschermde gebieden

5.4.1.1 Natura 2000-gebied Uit de bureaustudie (bijlage 3) blijkt dat Natura 2000-gebied ‘Wierdense Veld’ is gelegen op ruim 6,5 kilometer ten westen van het projectgebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan tien kilometer afstand. Gezien de relatief kleine en kortdurende ingreep, de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Voor het project is een AERIUS-berekening (bijlage 4) uitgevoerd om te bepalen of er sprake is van stikstofdepositie in de aanlegfase. Hieruit blijkt dat er de realisatiefase leidt tot een maximale tijdelijke toename van stikstofdepositie van meer dan 0,01 mol N/ha/jaar op omliggende Natura 2000-gebieden ‘Engbertsdijkvenen’, ‘Springendal & Dal van de Mosbeek’, ‘Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek’, ‘Wierdense veld’, ‘Sallandse Heuvelrug’, ‘Borkeld’, ‘Lemselermaten’, ‘Landgoederen Oldenzaal’ en het ‘Lonnekermeer’. Significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden door de realisatiefase van het kabeltracé kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Door elektrisch materieel toe te passen kunnen significante gevolgen wel worden uitgesloten. 5.4.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied is niet gelegen binnen een NNN-gebied.

Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 60 meter oosten van intredepunt HDD8. De provincie Overijssel kent geen externe werking op NNNgebieden. Er zijn dus geen negatieve effecten op deze NNN-gebieden en er hoeven geen vervolgstappen in acht te worden genomen. 5.4.1.3 Bos- en natuurgebied buiten het NNN Het projectgebied is niet gelegen in een gebied aangewezen als bos- en natuurgebied buiten het NNN. Het dichtstbijzijnde gebied aangewezen als bos- en natuurgebied buiten het NNN is gelegen op 800 meter ten oosten van uittredepunt HDD8. De provincie Overijssel kent geen externe werking op bos- en natuurgebieden buiten het NNN. Er zijn dus geen negatieve effecten op deze gebieden en er hoeven geen vervolgstappen in acht te worden genomen. 5.4.1.4 Nationale landschappen Het projectgebied ligt op ruim 3,5 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Nationale Landschap ‘Noordoost-Twente’. Vanwege de afstand en tussenliggende elementen, zoals woonwijken, industrieterreinen en wegen worden negatieve effecten op dit Nationale Landschap uitgesloten.

5.4.2 Soortenbescherming Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Omgevingswet beschermde soorten mogelijk negatief beïnvloed worden door de werkzaamheden: • Jaarrond beschermde nesten (mogelijk nestplaatsen boomvalk, buizerd, torenvalk, slechtvalk, raaf, roek, bosuil, havik, ransuil, sperwer, wespendief en zwarte specht); • Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen aanwezig); • Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes aanwezig); • Boommarter, das en eekhoorn (mogelijk verblijfplaatsen in Nijreesbos); • Bunzing en steenmarter (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in schuren, boerderijen en Nijreesbos); • Wezel en hermelijn (mogelijk verblijfplaatsen rond HDD1, HDD2 en Nijreesbos); • Egel (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in achtertuinen, ruigtes en Nijreesbos); • Teunisbloempijlstaart (mogelijk voortplantingshabitat binnen werkterreinen en werkwegen). A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

13/47

In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Omgevingswet, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een vergunning nodig is. Tabel 2 Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming

Soort (groep)

Essentieel leefgebied in projectgebied?

Nader onderzoek nodig?

Is er sprake van een overtreding?

Is een vergunning noodzakelijk ?

Vervolgstappen

Jaarrond beschermde nesten (boomvalk, buizerd, torenvalk, slechtvalk, raaf)

Mogelijk nestlocaties boomvalk, buizerd, torenvalk, slechtvalk en raaf in hoogspanningsmast , naast intredepunt HDD4.

Nee

Nee, mits buiten het broedseizoen gewerkt wordt. Zie paragraaf 5.2.1 van natuurtoets (bijlage 3) voor werkwijze.

Nee

Werken buiten het broedseizoen (1 maart t/m 1 september) Indien dit niet mogelijk is, nader onderzoek.

Jaarrond beschermde nesten (roek)

Nestlocaties roek in bomen langs intredepunt HDD 3.

Nee

Nee, mits buiten het broedseizoen van de roek wordt gewerkt en niet na zonsondergang. Zie paragraaf 5.2.1. natuurtoets voor werkwijze.

Nee

Werken buiten het broedseizoen van de roek (15 februari t/m 15 juli). Indien dit niet mogelijk is, nader onderzoek.

Jaarrond beschermde nesten (boomvalk, bosuil, buizerd, havik, ransuil, sperwer, wespendief en zwarte specht)

Mogelijk nestlocaties in Nijreesbos nabij intredepunt HDD7.

Nee

Nee, mits de werkzaamheden uitgevoerd worden buiten het broedseizoen en niet na zonsondergang. Zie paragraaf 5.2.1. natuurtoets voor werkwijze.

Nee

Werkzaamheden bij intredepunt HDD7 uitvoeren buiten het broedseizoen van deze soorten (1 februari t/m 1 september) en niet na zonsondergang werken. Indien dit niet mogelijk is, nader onderzoek.

Algemene broedvogels

Ja, geschikte broedplaatsen binnen en rond het projectgebied.

Nee

Nee, mits er voorafgaand aan werkzaamheden wordt gecontroleerd op broedvogels en/óf wordt gewerkt buiten het broedseizoen. Zie paragraaf 5.2.1 natuurtoets voor werkwijze.

Niet mogelijk

Werken buiten het broedseizoen. Indien tijdens het broedseizoen wordt gewerkt, dient het projectgebied voorafgaand gecontroleerd te worden op broedvogels en vrijgegeven te zijn.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

14/47

Indien begonnen wordt vlak voor het broedseizoen, dient het gebied broedvogelvrij gehouden te worden door middel van vogelwerende middelen of ongeschikt maken van het terrein. Vleermuizen

Mogelijk verblijfplaatsen in gebouwen en bomen rond projectgebieden en mogelijk essentiële vliegroute langs bosrand Nijreesbos en Twentekanaal.

Nee

Nee, mits bouwverlichting weggedraaid wordt van bebouwing, bomenrijen, Nee. Bouwverlichting na zonsondergang wegdraaien van bebouwing, bomen, bosschages en Twentekanaal in bosrand Nijreesbos en Twentekanaal. bosschages en het Twentekanaal na zonsondergang tijdens actieve periode vleermuizen. Zie paragraaf 5.2.2 voor werkwijze.

Nee

Bouwverlichting na zonsondergang wegdraaien van bebouwing, bomen, bosschages en Twentekanaal in Actieve periode van vleermuizen.

Boommarter, das en eekhoorn

Mogelijk verblijfplaatsen aanwezig in Nijreesbos.

Nee

Nee, mits gewerkt wordt buiten de kwetsbare voortplantingsperiode en niet na zonsondergang. Zie paragraaf 5.2.3 voor werkwijze.

Nee

Werken buiten kwetsbare voortplantingsperiode (1 december en 30 juli) en niet na zonsondergang.

Steenmarter en bunzing

Mogelijke verblijfplaatsen in boerderijen, schuren en Nijreesbos.

Nee

Nee, mits gewerkt wordt buiten de kwetsbare voortplantingsperiode en niet na zonsondergang.

Nee

Werken buiten kwetsbare voortplantingsperiode (15 maart en 1 september) en niet na zonsondergang.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

15/47

Zie paragraaf 5.2.4 voor werkwijze. Egel

Mogelijke verblijfplaatsen in boerderijen, schuren en Nijreesbos.

Nee

Nee, mist overdag gewerkt wordt en niet na zonsondergang. Zie paragraaf 5.2.5 voor werkwijze.

Nee

Overdag werken en niet na zonsondergang.

Wezel en hermelijn

Mogelijk verblijfplaatsen rond HDD1, HDD2 en Nijreesbos naast intredepunt HDD7.

Nee

Nee, mits gewerkt wordt buiten de kwetsbare voortplantingsperi ode en niet na zonsondergang gewerkt wordt. Zie paragraaf 5.2.7 natuurtoets voor werkwijze.

Nee

Werken buiten kwetsbare voortplantingsperiod e (15 maart t/m 1 september) en niet na zonsondergang.

Teunisbloempijlstaar t

Mogelijk essentieel voortplantingshabitat onder de hoogspanningsmasten.

Ja

Nader onderzoek naar aanwezigheid teunisbloempijlsta art. Zie paragraaf 5.2.10 natuurtoets voor werkwijze

Mogelijk.

Nader onderzoek naar aanwezigheid rupsen teunisbloempijlstaart op waardplanten binnen werkterrein en aanrijroute.

5.4.3 Houtopstanden Er worden ten behoeve van de werkzaamheden geen bomen gekapt of aangetast. Er zijn geen negatieve effecten op beschermde houtopstanden. Conclusie Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

5.5

Weging waterbelang

De aanleg van de kabelverbinding vindt niet plaats in een grondwaterbeschermingsgebied. Als gevolg van de aanleg van de kabelverbinding vindt er geen toename van verhard oppervlakte plaats. Er zijn derhalve geen compensatie maatregelen noodzakelijk. De aanleg van de kabelverbinding heeft evenmin gevolgen voor de waterhuishouding en het slotenpatroon. Belangrijkste tijdelijke effect op de omgeving betreft de bemaling waardoor tijdelijk grondwaterstandsverlaging optreedt en de hinder tijdens de aanlegfase voor de beschermde soorten en verkeershinder bij het amoveren van de lijnverbinding. Ten opzichte van de huidige situatie in Almelo is dit een verbetering. Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

16/47

5.6

Cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw

De kabelverbinding schampt de noordwesthoek van landgoed Vogelsangh, vervolgt dan de hoofdinfrastructuur van de Weezebeeksingel, Zijkanaal Twentekanaal, Rijksweg A35 en vervolgens langs de zuidrand van Bornerbroek naar Tusveld. Na de aanlegfase zijn er geen sporen meer in het landschap zichtbaar van deze verbinding, terwijl wel als gevolg van de verkabeling de vakwerkmasten en lijnverbinding verdwijnt uit het beeld van landgoed Vogelsangh, uit het dorpsbeeld en uit de landerijen van Bornerbroek. Hiermee wordt een positief effect op de cultuurhistorische waarde bewerkstelligd. Volgens de landelijke Basiskaart Aardkundige Waarden, ligt het plangebied niet in een aardkundig waardevol gebied. De kabelverbinding loopt door dekzandlandschap en stuwwallenlandschap volgens de Aardkundige waarden kaart van de provincie Overijssel. Uit een bureaustudie en het archeologische onderzoek blijkt dat het kabeltracé hoofdzakelijk door dekzandlandschappen loopt, welke grotendeels niet intact zijn (verstoord). Aangezien het kabeltracé wordt aangelegd binnen morfo-elementen die aardkundig weinig waardevol zijn, heeft de ontwikkeling geen wezenlijk effect, waardoor mitigerende en eventuele compenserende maatregelen niet nodig zijn. Conclusie Het aspect cultureel erfgoed, landschap en stedenbouw vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

5.7

Beschermen van de gezondheid

In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met de gezondheid. Conform artikel 1.3 sub a Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet dient dit aspect breed te worden gemotiveerd. De 110 kV kabelverbinding tussen hoogspanningsstation Mosterdpot en hoogspanningsstation Tusveld maakt onderdeel uit van het hoofdnetwerk van TenneT voor de energiedistributie. De lijnverbinding, waarvoor richtlijnen zijn opgesteld vanuit het RIVM in het kader van eventuele blootstelling aan magneetvelden verdwijnt en wordt vervangen door deze kabelverbinding. Door de verbinding van bovengronds naar onder de grond te brengen worden de magneetveldcontouren binnen de bevolkingskern langs de lijnverbinding weggenomen. Dit heeft een gunstig effect op de beleving bij mensen, voor wat betreft de menselijke gezondheid. De kabelverbinding wordt zodanig aangelegd dat er geen gevoelige objecten liggen binnen de 0,4 microtesla contour.

Conclusie Het aspect gezondheid verbetert en vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

5.8

Geluid

Alleen tijdens de realisatiefase (aanleg) zijn er transportbewegingen en boormachines actief, waardoor geluidemissie optreedt. De afstand tot geluidgevoelige bestemmingen is veelal meer dan 200 meter, zodat er geen sprake is van hinder. De werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

5.9

Ontplofbare oorlogsresten

Het meest noordelijke deel van het tracé wordt verdacht van het voorkomen van geschut munitie. Bij de aanleg van de kabelverbinding dient hier rekening mee gehouden te worden. De locaties langs de

A30-SBR-HS-RAP-23008412 / Proj.nr. M0004708 / Vrijgegeven / Versie 3.0 / 05-11-2025

17/47

rijksweg A35 welke verdacht worden van afwerpmunitie worden gekruist middels gestuurde boringen, waarbij de kabelcircuits in de onverdachte onderliggende bodemlaag wordt aangelegd. De overige delen van het projectgebied zijn niet verdacht voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering voor de realisatie en het gebruik van de kabelverbinding.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=9f137108-ea43-4328-b146-828c4f6dc3a4