CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij RB 7 - Lokaal programma Uitvoering en Handhaving 2026

Raad 27 januari 2026, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W15.292 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hier komt de titel te staan, eventueel over meerdere regels. lokaal programma vergunningverlening, toezicht Programma uitvoering en handhaving 2026

nog een enEventueel handhaving van hetonderregel. omgevingsrecht

Z/25/248942 D/25/815591

Samenvatting Het werken aan een veilige en gezonde leefomgeving is de belangrijkste opgave bij uitvoering en handhaving. Dit programma geeft een overzicht van de activiteiten die door vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in 2026 worden ontplooid binnen de taakvelden bouwen en ruimtelijke ordening, brandveiligheid en APV/Bijzondere Wetten. Dit programma is afgestemd op de nieuwe uitvoerings- en handhavingsstrategie. Deze strategie is gebaseerd op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De ervaring die met deze wetgeving is opgedaan, wordt gebruikt om de VTH-uitvoering waar nodig te verbeteren. Uitvoeren van VTH-taken in 2026 De programmering voor vergunningverlening maakt onderscheid in de vergunning voor de omgevingsplanactiviteit en de technische bouwactiviteit en het werken met meldingen en informatieplichten op basis van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. Het verwachte aantal vergunningaanvragen voor de omgevingsplanactiviteit en de technische bouwactiviteit is in 2026 enigszins lager dan in 2025. Dit vanwege de naderende voltooiing van woningbouw op Indië en Almelo Noord Oost. Het aantal bouwmeldingen op basis van de Wkb is in 2025 sterk toegenomen. De verwachting is dat deze trend zich in 2026 voortzet. De werkvoorraad op basis van de Wabo is grotendeels afgehandeld.

Het vergunninggerichte bouwtoezicht is in lijn met voorgaande jaren, maar zal gaandeweg afnemen vanwege het meldingenstelsel op basis van de Wkb. De inzet op gebiedstoezicht wordt versterkt. Deze vorm van toezicht richt zich op controle van de naleving van gebruik (o.a. APV en ruimtelijke regelgeving uit het omgevingsplan), bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid. Met de inzet van gebiedstoezicht wordt beter zicht gekregen op illegale activiteiten. Belangrijke onderdeel bij APV/Bijzondere wetten is het verlenen van vergunningen en ontheffingen voor de horeca. Hiermee wordt beoogd dat horecaondernemingen op een verantwoorde manier kunnen exploiteren, met aandacht voor openbare orde, veiligheid, gezondheid en het woon- en leefklimaat. Door duidelijke voorwaarden te stellen en zorgvuldig te toetsen, wordt gezorgd voor evenwicht tussen ondernemerschap en de belangen van omwonenden en bezoekers. Een ander belangrijk onderdeel is het verlenen van evenementenvergunningen en het in behandeling nemen van meldingen van kleine evenementen. Deze activiteiten dragen bij aan sociale samenhang, cultuur en levendigheid in de gemeente, terwijl tegelijkertijd de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid worden geborgd. De Pandbrigade is specifiek belast met toezicht en handhaving van (illegale)kamerbewoning.

Het doel is de leefbaarheid van de stad te bevorderen door illegale situaties en overlast tegen te gaan. Het meldpunt op basis van de Wet goed verhuurderschap is operationeel en wordt bemenst door medewerkers van de Pandbrigade. In 2026 wordt toezicht gehouden op verhuurvergunningen op basis van de Huisvestingsverordening Opkoopbescherming. De ontwikkeling van de Pandbrigade gaat ook in 2026 door.

Pagina 2 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

Inhoudsopgave Samenvatting ...................................................................................................................... 1 1.

Inleiding ...................................................................................................................... 5 1.1 Het programma als basis voor uitvoering ......................................................................... 5 1.2 Reikwijdte van het programma ...................................................................................... 5

2. Terugblik en ontwikkelingen .............................................................................................. 6 2.1 Werken met de Omgevingswet ..................................................................................... 6 2.2 Werken met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ................................................... 7 2.3 Verbeteraanpak vergunningverlening en naleving ........................................................... 8 2.4 Inzet van de Pandbrigade ............................................................................................. 8 3.

Doelen en prioriteiten ................................................................................................. 10 3.1 Beleidsdoelen............................................................................................................ 10 3.2 Prioriteiten voor 2026 ................................................................................................ 10

4.

Vergunningverlening en het behandelen van meldingen ................................................... 14 4.1 Bouwen en ruimtelijke ordening .................................................................................. 14 4.2 Brandveiligheid ........................................................................................................ 17 4.3 APV en Bijzondere Wetten ......................................................................................... 19 4.4 Werken aan projecten Omgevingswet .......................................................................... 21 4.5 Werken aan kwaliteitsdoelen ...................................................................................... 22

5.

Naleving .................................................................................................................... 23 5.1 Bouwen en ruimtelijke ordening................................................................................... 23 5.2 Constructieve veiligheid ............................................................................................. 26 5.3 Brandveiligheid ......................................................................................................... 26 5.4 APV en Bijzondere Wetten.......................................................................................... 27 5.5 Werken aan kwaliteitsdoelen ....................................................................................... 28

6.

Juridische advisering ................................................................................................... 29 6.1 Ontwikkelingen ......................................................................................................... 29 6.2 Prognose juridische advisering en capaciteitsplanning team Vergunningverlening en Naleving .................................................................................................................................... 30 6.3 Prognose juridische advisering en capaciteitsplanning team Veiligheid .............................. 31 Pagina 3 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

6.4 Werken aan kwaliteitsdoelen ...................................................................................... 31 7.1 Hoofdopgaven pandbrigade 2026 ................................................................................ 34 7.2 Toezicht en handhaving.............................................................................................. 34 7.3 Vergunningverlening .................................................................................................. 35 8.

Projecten ................................................................................................................... 37 Bijlage 1. Beschrijving van de uitvoeringsorganisatie ............................................................ 40

Pagina 4 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

1.

Inleiding

Het werken aan een veilige en gezonde leefomgeving is een belangrijke doelstelling bij de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Dit programma geeft aan welke activiteiten hiervoor in 2026 worden uitgevoerd binnen de taakvelden bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid en APV/Bijzondere Wetten.

1.1 Het programma als basis voor uitvoering Een veilige, leefbare en gezonde leefomgeving is een groot goed, maar niet vanzelfsprekend. Het vraagt de nodige inspanningen van burgers en bedrijven om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en waar mogelijk te versterken. De overheid, en vooral de gemeente, heeft een belangrijke taak in het bewaken en bevorderen ervan. Eén van de instrumenten die hiervoor actief wordt ingezet is ‘uitvoering en handhaving’, een nieuwe benaming voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op basis van de Omgevingswet en aanverwante regelgeving. Uitvoering staat voor vergunningverlening en het houden van toezicht. De Omgevingswet geeft aan dat de gemeente moet zorgen voor kwalitatief goede uitvoering. Hiervoor is in 2025 een geactualiseerde uitvoerings- en handhavingsstrategie opgesteld1. De doelstelling van dit beleid sluit aan op de hoofddoelstelling van de Omgevingswet: het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. In het programma worden de doelstellingen van dit beleid uitgewerkt. Dit programma geeft aan welke activiteiten er in 2026 worden uitgevoerd en hoe deze activiteiten bijdragen aan het bereiken van onze doelen. Ook geeft dit programma een overzicht van de te verwachten werkvoorraad en de inzet die nodig is voor het uitvoeren van deze activiteiten.

Het college van burgemeester en wethouders stelt het programma vast. Vervolgens wordt het programma ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad. Gedeputeerde Staten van Overijssel ontvangen het programma vanwege het interbestuurlijk toezicht op het domein Omgevingsrecht VTH.

1.2 Reikwijdte van het programma Het opstellen van een programma is wettelijk verplicht voor de activiteiten die verband houden met bouwen, ruimtelijke ordening, brandveiligheid en milieu. De uitvoering van de VTH-milieutaken is opgedragen aan Omgevingsdienst Twente. Hiervoor is een apart programma opgesteld: Het programma Uitvoering en Handhaving Twente 2026. Het vaststellen van een programma voor de taken op het gebied van APV en Bijzondere Wetten valt niet onder de wettelijke verplichting. Deze taken zijn toch opgenomen in dit programma. Zo wordt een vollediger beeld gegeven van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht.

1

Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op basis van de Omgevingswet.

Pagina 5 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

2. Terugblik en ontwikkelingen Volledig werken op basis van (de uitgangspunten van) de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen is een transitie die meerdere jaren in beslag neemt. De werkvoorraad op basis van de Wabo is nu voor een groot deel weggewerkt. Er wordt ervaring opgedaan met het nieuwe wetgevingsstelsel, waarbij de uitvoering wordt doorontwikkeld en waar nodig wordt verbeterd.

2.1 Werken met de Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De wet bundelt tientallen wetten en regelingen tot één geïntegreerd stelsel. Dit vraagt om een andere manier van denken en werken, waarbij samenhang in de fysieke leefomgeving centraal staat. Na de voorbereiding op deze wet volgt nu een fase waarin gericht aanpassingen worden gedaan voor een betere uitvoering. Verbeteren inrichting Omgevingsloket. Het Omgevingsloket is een landelijke voorziening en onderdeel van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het Omgevingsloket kan door initiatiefnemers op verschillende manieren worden gebruikt: - Met het uitvoeren van een vergunningencheck kan worden gecontroleerd op voor een activiteit (zoals bouwen, slopen of kappen) een vergunning nodig is of een melding moet worden gedaan. - Aanvragen en meldingen kunnen via het Omgevingsloket digitaal worden gedaan. - Met behulp van ‘regels op de kaart’ kan worden bekeken welke landelijke en lokale regels er gelden op een specifieke locatie. Voor het onderdeel ‘regels op de kaart’ zijn verbeteringen mogelijk, door monumenten en bopa’s (zie hierna) correct weet te geven op de kaart. In 2026 wordt hier verder aan gewerkt. Verbreden gebruik Samenwerkingsfunctionaliteit. Het Omgevingsloket sluit goed aan op onze VTH-applicatie PowerBrowser.

Aanvragen en meldingen komen via het Omgevingsloket binnen in PowerBrowser. Samenwerking met onze ketenpartners gaat via de Samenwerkingsfunctionaliteit (SWF). In toenemende mate wordt hier door VTH-medewerkers gebruik van gemaakt. Een ontwikkelpunt ligt in het verbreden van het gebruik van de SWF in de communicatie met Omgevingsdienst Twente, bij adviesverzoeken afkomstig van ruimtelijke ordening en specialistische milieuadvisering. Hierover vindt afstemming plaats met Omgevingsdienst Twente. Wijzigen inzet intaketeam. Eerste stap in de behandeling van aanvragen en meldingen is het uitvoeren van een QuickScan door het intaketeam, dat bestaat uit enkele medewerkers uit het team Vergunningverlening en Naleving. Deze werkwijze verbetert en versnelt de dienstverlening: door een vroege screening worden problemen en aandachtspunten sneller herkend. Na twee jaar ervaring met de Omgevingswet wordt de samenstelling van het intaketeam per 2026 gewijzigd. Een jurist maakt niet meer standaard onderdeel uit van de intake, maar is wel op afroep beschikbaar. De intake wordt uitgevoerd door een regisseur vergunningen en een senior medewerker klantcontact. Aanpassen aanvragen om BOPA-vergunning. Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) aanvragen.

Dit jaar is het aanvraagformulier voor een ‘grote bopa’ (grote afwijking van ruimtelijke regels) versimpeld en is gestart met aanpassing van het aanvraagformulier voor een ‘kleine bopa’ (kleine afwijking van ruimtelijke regels). Dit wordt in 2026 vervolgd. Ook wordt in 2026 met Stedelijke Ontwikkeling gekeken naar de mogelijkheid om kleine bopa’s door de regisseurs Vergunningen te laten beoordelen en afhandelen. Dit versnelt de doorlooptijd van deze - vaak eenvoudigere - aanvragen aanzienlijk. Deze aanpassingen verbeteren onze dienstverlening.

Pagina 6 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

VTH borging in het omgevingsplan. Het omgevingsplan is het centrale juridische instrument onder de Omgevingswet waarin veel beleidsdoelen en regels landen. Structurele inbreng van VTH is wenselijk om juridische regels werkbaar en realistisch te maken. VTH kan praktijkkennis inbrengen over naleefgedrag, uitvoeringsknelpunten en juridische handhaafbaarheid. Deze samenwerking verhoogt de effectiviteit van beleid en voorkomt onuitvoerbare regels in de leefomgeving. In 2025 vond er afstemming plaats, maar de structuur van deze afstemming kan worden verbeterd. De opgave wordt meegenomen naar volgend jaar, ter versterking van onze uitvoeringskwaliteit. Actieve rol VTH bij start grote projecten. Voor effectieve en uitvoerbare ruimtelijke plannen is het essentieel dat VTH vanaf het begin een actieve rol heeft. VTH kan zo tijdig signaleren of een initiatief uitvoerbaar, handhaafbaar en veilig is en bijdragen aan het juridisch houdbaar maken van plannen. Vroegtijdige betrokkenheid voorkomt vertraging in vergunningentrajecten, verhoogt de voorspelbaarheid en zorgt ervoor dat VTH-inzichten integraal worden meegenomen in planvorming. In 2025 is binnen het team Vergunningverlening en Naleving voor dit doel een omgevingsmanager aangesteld. Kwaliteit interne en externe advisering.

Bij het uitvoeren van VTH-taken speelt de kwaliteit en snelheid van advisering door interne gemeentelijke teams buiten VTH en ketenpartners (Omgevingsdienst Twente, Brandweer Twente) een belangrijke rol. Op beide onderdelen is verbetering mogelijk. In 2025 is hierop ingezet en krijgt in 2026 een vervolg.

2.2 Werken met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is gelijktijdig met de Omgevingswet in werking getreden. De wet heeft grote impact op gemeentelijke processen en rollen. Werkprocessen, ICT-systemen en organisatieinrichting moeten worden herzien om meldingen, gevolgklassen en verantwoordelijkheden volgens de wet af te handelen. Een belangrijke verandering die met de Wkb gepaard gaat, is de verschuiving van verantwoordelijkheden binnen het bouwproces. Waar voorheen de gemeenten het bouwtechnisch toezicht uitvoerden, ligt deze taak voor nieuwbouwwerken in gevolgklasse 1 nu bij een onafhankelijk kwaliteitsborger uit de markt. Deze kwaliteitsborger toetst het bouwwerk met een erkend instrument. Dit doet hij vóór en tijdens de bouw, in plaats van alleen achteraf. Hoewel de wet bedoeld is om de bouwkwaliteit te waarborgen, zijn er signalen dat de uitvoering in de praktijk niet altijd vlekkeloos verloopt. Er wordt gesproken over onduidelijkheid, toegenomen administratieve lasten en een veranderende samenwerking tussen partijen in het bouwproces. Deze knelpunten roepen vragen op over de effectiviteit van de wet en of deze daadwerkelijk leidt tot de beoogde verbeteringen. Wij volgen de uitvoering van deze wet op de voet. Na een aanvankelijk trage start in 2024 kwam het aantal ingediende bouwmeldingen dit jaar goed op gang.

De uitvoering van de Wkb wordt binnen het team Vergunningverlening en Naleving begeleid door een projectgroep. Deze projectgroep wordt in 2026 voortgezet. Het doel hiervan is om vanuit verschillende disciplines (beleid, juridisch, vergunnen en toezicht) gezamenlijk ervaring op te doen, informatie te delen en de uitvoering waar nodig te verbeteren. In 2025 is gewerkt aan de verbetering van onderlinge taakverdeling en samenwerking, werkprocessen, brieven en juridische vraagstukken. Wettelijke ontwikkelingen en landelijke ontwikkelingen rondom de uitvoering zijn gevolgd en waar nodig is direct opvolging gegeven aan verbeterpunten. Voor 2026 staat onder meer een verbeterde en efficiënte afhandeling van de gereedmeldingen bouw op het programma. Voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Wkb is tussen enkele Twentse gemeenten (waaronder de gemeente Almelo) beleidsmatige afstemming gezocht ter voorbereiding op deze wet. Dit mondde uit in een

Pagina 7 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

handelingskader, op basis waarvan de eerste uitvoering van deze wet ter hand is genomen. Het handelingskader is opgenomen in het jaarprogramma 2025 en is actief toegepast. Dit jaar is op basis van het handelingskader en de ervaringen uit de praktijk de strategie voor externe kwaliteitsborging Wkb voorbereid. Deze strategie is verankerd in beleid en maakt nu onderdeel uit van onze uitvoerings- en handhavingsstrategie. De gemeente Almelo heeft samen met de gemeente Enschede en met ondersteuning van de regionale kerngroep VTH in oktober 2025 een regionale bijeenkomst Wkb in het Stadhuis van Almelo georganiseerd. De bijeenkomst was bedoeld om praktijkervaringen over de uitvoering van de Wkb met elkaar te delen. De bijeenkomst is goed bezocht door onder meer vergunningverleners, toezichthouders, juristen en beleidsadviseurs van Twentse gemeenten. Vanwege het succes van deze bijeenkomst bestaat het voornemen om in 2026 opnieuw een bijeenkomst te organiseren. Dit versterkt het uitwisselen van kennis en ervaring en de onderlinge samenwerking van gemeenten bij uitvoering van de Wkb.

2.3 Verbeteraanpak vergunningverlening en naleving Vanwege de overgang naar het werken met de Omgevingswet en de Wkb is in mei 2025 extern onderzoek gedaan naar de werkwijze en beleidsinrichting van het team Vergunningverlening en Naleving. Geconcludeerd is dat het team een hoge betrokkenheid van medewerkers kent met een sterke focus op uitvoering van het primaire proces. Tegelijkertijd zijn er verbeterkansen in de inrichting en uitvoering van VTH-taken. De resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van de VTH-uitvoering zijn ingezet als vliegwiel voor gerichte verbeteracties, waardoor structurele kwaliteitsverbetering in processen en samenwerking op gang is gebracht. Uit het onderzoek zijn zeven onderwerpen gekozen om via een projectmatige aanpak te verbeteren. Enkele onderwerpen waren al in uitvoering, maar kregen door dit onderzoek een extra impuls om versneld en met meer diepgang te worden opgepakt en uitgewerkt. De verbeteraanpak levert zichtbaar resultaat op en wordt in 2026 voortgezet. Met het jaarverslag 2025 wordt hier uitgebreider verslag van gedaan. De bevindingen van het externe onderzoek sluiten aan op de verbeterpunten die vanuit het interbestuurlijk toezicht VTH omgevingsrecht (IBT VTH) voor 2025 zijn vastgesteld voor de uitvoering van lokale VTH-taken; de zogenaamde ‘thuistaken’.

Deze hebben betrekking op het actualiseren van het VTH-beleid voor de thuistaken en de ontwikkeling van een besturingsmodel VTH. Het besturingsmodel is een managementinstrument dat zorgt voor efficiëntie, transparantie en risico-gestuurde uitvoering van VTH-taken, inclusief inzicht in benodigde capaciteit en werkprocessen. Aan beide punten is opvolging gegeven. Met de voorbereiding van de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de VTH-taken onder de Omgevingswet, is het strategische VTHbeleid voor de taakvelden bouwen en ruimtelijke ordening actueel. In 2026 wordt deze strategie aangevuld met een operationele uitwerking, waarin de uitvoeringskaders voor deze taakvelden worden uitgewerkt. Dit vraagt actieve inzet van alle onderdelen van het team V&N. Daarnaast is zelfstandig het besturingsmodel ontwikkeld en actief gebruikt bij de planning van producten en capaciteit van dit uitvoeringsprogramma. Het model wordt in 2026 doorontwikkeld voor wat betreft de prioritering van uitvoering van VTH-taken. Aan beide verbeterpunten van IBT VTH is gericht opvolging gegeven.

2.4 Inzet van de Pandbrigade Onze stad Almelo kent verschillende vormen van woonoverlast. Vanwege de schaarste aan woningen ontwikkelen zich misstanden en onwenselijke situaties. Illegale kamerbewoning, spookbewoning, onvergunde bouwkundige splitsingen, illegale bouw en woekerhuur zijn hiervan voorbeelden. Dit levert onwenselijke situaties op, zowel voor de te huisvesten personen zelf als voor de directe (woon)omgeving. Om deze overlast aan te pakken is in 2023 de Pandbrigade operationeel ingericht, waarbij in 2024 en 2025 vervolgstappen zijn gezet. Nieuw instrumentarium is beschikbaar gekomen vanuit de Wet goed verhuurderschap en de Huisvestingsverordening Opkoopbescherming gemeente Almelo. Op basis van de Wet goed verhuurderschap, de APV en de ruimtelijke regelgeving wordt opgetreden tegen overlastsituaties en aanverwante ongeregeldheden. Met behulp van de Huisvestingsverordening Opkoopbescherming is een instrument Pagina 8 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

beschikbaar om het opkopen van woningen door vastgoedinvesteerders, met als doel om de woningen direct in te zetten voor (kamer)verhuur, te reguleren.

Pagina 9 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

3. Doelen en prioriteiten In het VTH domein werken wij aan een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. De beleidsdoelen zijn opgenomen in onze uitvoerings- en handhavingsstrategie en zijn samengevat opgenomen in dit hoofdstuk, waarbij ook de prioriteiten en focuspunten voor 2026 worden toegelicht. Dit maakt duidelijk hoe het uitvoeren van activiteiten bijdraagt aan het bereiken van de beleidsdoelen.

3.1 Beleidsdoelen Beleidsdoelen zijn de ambities die worden vastgesteld voor VTH in de fysieke leefomgeving. Beleidsdoelen geven daarmee de gewenste uitkomst aan. De aanleiding voor het stellen van doelen is afgeleid van de omgevingsanalyse die is opgenomen in onze uitvoerings- en handhavingsstrategie. Hoofddoelstelling van ons beleid is het werken aan een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit overkoepelende doel wordt gespecificeerd met de volgende beleidsdoelen: ▪ Het bevorderen van constructieve veiligheid en brandveiligheid. Het doel is om te zorgen dat bouwwerken veilig zijn voor gebruikers en omgeving, zowel qua constructieve stabiliteit als brandveiligheid. Dit betekent dat gebouwen moeten voldoen aan technische eisen om onveilige situatie waaronder (gevaar vanwege) instorting te voorkomen. Daarnaast moeten gebouwen zijn uitgerust met voorzieningen die brand voorkomen of beperken en een veilige evacuatie mogelijk maken. Door dit beleidsdoel te formuleren, wordt gestuurd op naleving van het Besluit bouwwerken leefomgeving, andere relevante normen en op samenwerking met ketenpartners zoals Brandweer Twente en Omgevingsdienst Twente. ▪ Het beschermen van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Ruimtelijke kwaliteit en erfgoed zijn belangrijk voor een aantrekkelijke, leefbare en herkenbare omgeving.

Dit beleidsdoel richt zich op het behoud van cultuurhistorische waarden, karakteristieke bebouwing en landschappelijke structuren. Maar ook op het zorgvuldig inpassen van nieuwe ontwikkelingen. Bij ruimtelijke planvorming, vergunningverlening en toezicht worden ruimtelijke kwaliteit en erfgoed volwaardig meegewogen. Waar nodig wordt onafhankelijk advies gevraagd bij de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumentenzorg van Het Oversticht. Dit doel draagt bij aan een duurzame en toekomstbestendige leefomgeving waar identiteit en historie zichtbaar en beleefbaar blijven. ▪ Het beperken van overlast in de woon- en leefomgeving. Dit beleidsdoel richt zich op het verminderen van geluid-, geur- en lichthinder en het beheersen van de parkeerdruk. Het draagt bij aan een gezonde en veilige leefomgeving waarin bewoners zich prettig en beschermd voelen. Door toezicht en handhaving wordt gestuurd op naleving van regels en het voorkomen van excessen. ▪ Het aanpakken van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik. Het actief tegengaan van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik is van groot belang voor het behoud van een veilige, ordentelijke en rechtvaardige leefomgeving.

Bouwactiviteiten en gebruiksvormen die niet voldoen aan geldende regelgeving, zoals vastgelegd in het omgevingsplan, het Besluit bouwwerken leefomgeving of de voorwaarden van de omgevingsvergunning, kunnen leiden tot veiligheidsrisico’s, aantasting van ruimtelijke kwaliteit en maatschappelijke onrust.

3.2 Prioriteiten voor 2026 Onderstaand wordt aangegeven welke activiteiten in 2026 bijdragen aan het behalen van de beleidsdoelen. Dit gebeurt door een korte toelichting per beleidsdoel te geven en een aantal ontwikkelingen te schetsen.

Pagina 10 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

▪ Het bevorderen van constructieve veiligheid en brandveiligheid. Een focuspunt uit onze uitvoerings- en handhavingsstrategie is dat er geen grote bouwincidenten plaatsvinden. Een bouwincident is daarbij gedefinieerd als een incident met (gedeeltelijke) instorting van een pand met slachtoffers. Dit betekent dat bij de uitvoering van VTH taken scherp moet worden gelet op risico aspecten, om onze taak als bevoegd gezag naar behoren uit te voeren. Dit gebeurt als volgt. Bij de beoordeling van aanvragen om omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit vindt een toetsing plaats op constructieve veiligheid. Aanvragen met een klein risico ten aanzien van constructieve veiligheid worden getoetst door de regisseur vergunningen. Aanvragen met een groter risico worden voor advies uitgezet bij een constructeur. Dit advies wordt betrokken bij de beslissing op de aanvraag. Bij bouwmeldingen voor nieuwbouw gevolgklasse 1 wordt de toets op constructieve veiligheid uitgevoerd door de kwaliteitsborger. De gemeente toetst de gereedmelding, waarbij wordt gelet op de aanwezigheid van de verklaring van de kwaliteitsborger dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. In aanvulling hierop, worden in 2026 door de bouwinspecteur enkele steekproeven uitgevoerd om te beoordelen of de kwaliteitsborging Wkb naar behoren wordt uitgevoerd.

Bij het gemeentelijke, vergunninggerichte bouwtoezicht wordt specifiek gelet op constructieve veiligheid door op specifieke momenten in de bouw toezicht te houden. Brandweer Twente beoordeelt het aspect brandveiligheid conform het vastgestelde beleid voor toezicht op brandveiligheid. De manier waarop dit in 2026 gebeurt, is beschreven in de volgende hoofdstukken over vergunningverlening en naleving. Waar nodig vindt afstemming plaats tussen de brandweer en de bouwinspecteur. De gemeente Almelo zet zich actief in voor het borgen van het deskundigheidsgebied constructieve veiligheid in de toekomst. Het is belangrijk dat er binnen onze gemeente voldoende capaciteit en kennis beschikbaar is en blijft voor de beoordeling van constructieve veiligheid. Hiervoor wordt gewerkt aan bundeling van kennis en samenwerking tussen constructeurs in Twente. De gemeente Almelo is in 2025 gestart met een onderzoek om hier samen met enkele andere gemeenten een actieve bijdrage aan te leveren. In 2026 worden de resultaten van dit onderzoek opgeleverd en wordt hierover een besluit genomen. In aansluiting op de uitvoerings- en handhavingsstrategie wordt in 2026 gewerkt aan een nadere uitwerking. Hierin worden operationele beoordelingskaders voor vergunningverlening en naleving opgenomen.

Dit geeft aanleiding om de afspraken rondom het toetsen en toezicht op het aspect constructieve veiligheid actueel te beschrijven en beter vast te leggen. Zo kan worden verduidelijkt welke beoordeling door de regisseur vergunningen wordt gedaan en welke beoordeling door de constructeur. Ook moet worden onderzocht of het mogelijk is om op Twentse schaal gelijke afspraken te maken over de beoordeling van constructieve veiligheid. Dit zorgt voor een level playing field en een uniforme werkwijze voor constructeurs die voor verschillende Twentse gemeenten werken. Op 1 juli 2024 zijn de beoordelingsplicht van grote publieke gebouwen en de verdere onderzoeksplicht van gebouwen met breedplaatvloeren in werking getreden. Deze plichten richten zich primair tot de gebouweigenaren. Als bevoegd gezag voor het toezicht op de naleving en handhaving van deze plichten moeten wij een inventarisatie maken van de betreffende gebouwen en gebouweigenaren daar op te wijzen. In 2026 wordt hier verder invulling aangegeven. ▪ Het beschermen van ruimtelijke kwaliteit en erfgoed. Bij de beoordeling van nieuwe initiatieven via de intaketafel en de omgevingstafel wordt beoordeeld of het aspect erfgoed een rol speelt. Waar nodig vindt vroeg in het proces een inhoudelijke beoordeling plaats.

In de vergunningenfase wordt bij de activiteit voor het wijzigen van een monument waar nodig onafhankelijk advies gevraagd bij de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit & Monumentenzorg van Het Oversticht en waar nodig bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Deze adviezen zijn zwaarwegend bij de beslissing op de aanvraag. Een focuspunt bij de beoordeling van de aanvraag is het bouwhistorische onderzoek: Bij elke ingreep van belang bij aan een rijksmonument, zoals een restauratie of grote wijziging, wordt een kenbare afweging gemaakt of een bouwhistorisch (voor)onderzoek noodzakelijk is. Een bouwhistorisch onderzoek brengt de bouwgeschiedenis en de monumentale en bouwhistorische waarden van een pand in kaart. Dit inzicht is cruciaal om te bepalen welke Pagina 11 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

onderdelen behouden moeten blijven en welke eventueel aangepast kunnen worden. Ook kunnen hiermee verrassingen tijdens de uitvoering worden voorkomen, zoals noodzakelijke aanpassingen van het bouwplan die extra kosten veroorzaken. Speciale aandacht bij het toezicht is de instandhoudingsplicht van rijksmonumenten. In 2026 wordt hiervoor een inspectieronde uitgevoerd. Bij de helft van de rijksmonumenten (dit zijn circa 35 monumenten), wordt een visuele inspectie vanaf de buitenzijde uitgevoerd. Daarbij wordt gelet op het dak en de gevel, schilderwerk en houtwerk en op wind- en waterdichtheid van het monument. ▪ Het beperken van overlast in de woon- en leefomgeving. In 2026 wordt uitvoering gegeven aan gebiedstoezicht en vindt toezicht plaats door de inspecteur bouw en fysieke leefomgeving, de toezichthouder pandbrigade en door bouwinspecteurs. Voor 2026 zijn geen specifieke onderwerpen of aandachtspunten benoemd. Wel moet de werkwijze rondom gebiedstoezicht projectmatig verder worden uitgewerkt. Onderdelen zijn de prioritering van toezichtstaken, de samenhang met de juridische opvolging van constateringen en het verbinden van gebiedstoezicht aan opgaven rondom stedelijke ontwikkeling. ▪ Het aanpakken van illegale (ver)bouw en strijdig gebruik. In 2026 wordt hier actief op ingezet.

Aandacht gaat uit naar woonunits die als tijdelijke bouwwerk worden geplaatst bij de realisatie van nieuwbouwwoningen. Ook wordt projectmatig uitvoering gegeven aan controle op strijdig gebruik op een nader te bepalen bedrijventerrein. Er zijn uren gereserveerd voor toezicht strijdig gebruik, inclusief aanschrijving. Aandachtspunt in het buitengebied is het toezien op de naleving van de regels omtrent Rood voor Rood en de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Hier wordt in 2026 projectmatig invulling aan gegeven. ▪ Voortzetten energietoezicht label C kantoren. Alle kantoorpanden met een gebruiksoppervlakte van 100 m2 of meer moeten op basis van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) een geldig energielabel C of beter hebben. Uitgezonderd zijn alle monumentale panden en kantoorpanden die binnen twee jaar worden gesloopt, getransformeerd of onteigend. De verplichting is een maatregel die voorkomt uit doelstellingen uit het Energieakkoord en moet een flinke energiebesparing binnen de bebouwde omgeving realiseren. Tegelijkertijd is die besparing nodig om de CO2-emissie te reduceren met 49% in 2030. In 2030 wordt label A de standaard en in 2050 is een energieneutrale gebouwde omgeving het streven. Het energietoezicht op label C kantoren wordt in 2026 voortgezet.

Beleidsdoelstelling is dat het aantal kantoorpanden zonder het verplichte label C in de RVO-registratie lager is dan het referentiejaar 2025. ▪ Aanpak ondermijning. De aanpak van (criminele) ondermijning is een blijvend speerpunt voor de gemeente Almelo. Daarbij wordt intensief samengewerkt met ketenpartners zoals de politie, Sociale Recherche Twente (SRT), het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum Oost Nederland (RIEC ON), Omgevingsdienst Twente, Belastingdienst, Douane, Nederlandse Arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie. Door middel van (integrale) controles en handhaving moeten criminele machtsposities, (verdere) vermenging van de onderwereld in de bovenwereld, oneerlijke concurrentie en aantasting van de leefbaarheid en veiligheid in Almelo worden tegengegaan. Bij vergunningverlening worden de Bibob-beleidsregels gebruikt om initiatiefnemers in risicobranches tijdens de behandeling van de aanvraag door te lichten. In de praktijk levert dit door capaciteitsgebrek regelmatig vertraging op in het afgeven van de vergunning. In 2026 wordt gekeken naar mogelijkheden om dit te voorkomen, bijvoorbeeld door al in de conceptfase van een aanvraag een (pré-) Bibobtoets te doen.

Naast het uitvoeren van verschillende controles is er ook aandacht voor bewustwording van het thema ondermijning in de organisatie, waarbij medewerkers worden geïnformeerd en getraind op het herkennen en melden van signalen. ▪ Onderzoek kritieke massa Kwaliteitscriteria 3.0. In 2026 wordt een onderzoek uitgevoerd naar de kritieke massa aspecten op basis van de Kwaliteitscriteria 3.o. Kortheidshalve wordt hiervoor verwezen naar het hoofdstuk Projecten. Ook wordt de overgang naar versie 3.0 van de kwaliteitscriteria op basis van de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Almelo 2024 met een collegebesluit vastgelegd. Pagina 12 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

▪ Opstellen nadere uitwerking van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie. Deze strategie wordt voorzien van een tweede deel, met hierin operationele uitvoeringskaders voor vergunningverlening en naleving. Dit versterkt de kwaliteit van uitvoering en dienstverlening. Kortheidshalve wordt verwezen naar het hoofdstuk Projecten.

Pagina 13 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

4.

Vergunningverlening en het behandelen van meldingen

In 2026 behandelen wij vergunningaanvragen binnen de wettelijke termijn en waar mogelijk sneller. Wij verlenen vergunningen voor initiatieven die passen binnen onze toetsingskaders en die bijdragen aan de realisatie van veilige en duurzame bouwwerken.

4.1 Bouwen en ruimtelijke ordening In 2025 is gewerkt volgens de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Het aantal openstaande aanvragen, dat nog onder de Wabo is ingediend, is in 2025 geslonken tot 10. Daarmee is er geen significante inzet meer nodig op het wegwerken van de piek, die ontstond in december 2023. Voor 2026 is een programmering opgesteld, waarin de ervaringen met een aantal nieuwe producten, zoals de bouwmelding Wkb en de gereedmelding Wkb, is meegenomen. Op basis van ervaringscijfers en benchmark zijn er actuele kentallen opgesteld voor de producten. Hieronder beschrijven we de producten en verwachte inzet voor 2026 aan de hand van de fasering van het vergunningenproces. Voorfase In de voorfase van het verkrijgen van een toestemming kan op verschillende manieren een indicatie worden verkregen van de wenselijkheid van een initiatief. Dit kan door het stellen van een klantvraag, het laten beoordelen van een plan via de intaketafel en door het indienen van een conceptaanvraag. Dit ter voorbereiding op het indienen van een goede en volledige vergunningaanvraag. Bepalend voor het te volgen traject is onder meer de mate, waarin wordt afgeweken van het Omgevingsplan. Ook kan de verwachte impact van het initiatief op de fysieke leefomgeving reden zijn om te kiezen voor een vooroverleg.

Er komen veel klantvragen binnen over bouwen en ruimtelijke ordening. De programmering 2026 houdt hier rekening mee. Daarnaast weten initiatiefnemers steeds beter de weg naar de intaketafel te vinden. Voorfase initiatieven

Aantal

Ureninzet

Intaketeam

50

325,0

Vooroverleg: verkennend - Klantvraag

150

450,0

Vooroverleg: wenselijkheid initiatief - intaketafel

50

500,0

Vooroverleg: haalbaarheid initiatief – concept-aanvraag

50

900,0

Totaal

2.175

Vergunningaanvragen en meldingen Het uitgangspunt van de Omgevingswet is om zoveel mogelijk te kunnen volstaan met indienen van een melding, in plaats van het aanvragen van een omgevingsvergunning. Dit beperkt de lastendruk voor initiatiefnemers en de gemeente. Dit is niet voor alle situaties passend. De toelaatbaarheid van een activiteit wordt dan beoordeeld in de procedure voor een omgevingsvergunning. De programmering maakt onderscheid in de vergunning voor de ruimtelijke bouwactiviteit en voor technische bouwactiviteiten. De ruimtelijke bouwactiviteit is een omgevingsplanactiviteit (OPA). Deze activiteit heeft de gemeente in het omgevingsplan aangewezen als vergunningplichtige activiteit. Ook een activiteit die afwijkt van de regels van het omgevingsplan is een omgevingsplanactiviteit.

Pagina 14 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

Dit is de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit -ook wel de bouwtechnische omgevingsvergunning genoemd- is op opgenomen onder de categorie ‘bouwactiviteit technisch’. Er wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën bouwkosten. Dit vanwege het verschil in behandeltijd. De behandeltijd per productcategorie is als ureninzet opgenomen. Buiten bouwgerelateerde activiteiten zijn er activiteiten opgenomen voor het kappen/vellen van een houtopstand en het wijzigen van een rijks- of gemeentelijk monument. Naast de werkvoorraad op basis van de Omgevingswet zijn er aanvragen in behandeling die voor 1 januari 2024 zijn ingediend op basis van de Wabo. Deze werkvoorraad is grotendeels afgehandeld in 2025. Het restant is beperkt (10 stuks (peildatum december 2025) en is daarom niet significant voor de werkvoorraad in 2026. Vergunningaanvragen Omgevingswet Technisch

Aantal

Ureninzet

Bouwactiviteit (technisch) < € 50K

36

72,0

Bouwactiviteit (technisch) € 50K – € 100K

19

76,0

Bouwactiviteit (technisch) € 100K – € 250K

26

156,0

Bouwactiviteit (technisch) € 250K – € 500K

16

112,0

Bouwactiviteit (technisch) € 500K – € 1mln

6

66,0

Bouwactiviteit (technisch) € 1mln. – € 5 mln.

8

120,0

Bouwactiviteit (technisch) € 5 mln. – € 10 mln.

1

26,0

Bouwactiviteit (technisch) > € 10 mln.

1

33,0

113

661

Totaal

Vergunningaanvragen Omgevingswet Ruimtelijk

Aantal

Ureninzet

Bouwactiviteit (ruimtelijk) < € 50K

102

714,0

Bouwactiviteit (ruimtelijk) € 50K – € 100K

48

672,0

Bouwactiviteit (ruimtelijk) € 100K – € 250K

66

1254,0

Bouwactiviteit (ruimtelijk) € 250K – € 500K

52

1300,0

Bouwactiviteit (ruimtelijk) € 500K – € 1mln.

9

387,0

Bouwactiviteit (ruimtelijk) € 1mln. – € 5 mln.

11

770,0

Bouwactiviteit (ruimtelijk) € 5 mln. – € 10 mln.

1

89,0

Bouwactiviteit (ruimtelijk ) > € 10 mln.

1

116,0

290

5302

Totaal

Pagina 15 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

Vergunningaanvragen Omgevingswet (overig)

Aantal

Ureninzet

Afwijking binnenplanse bevoegdheid

70

770,0

Overige buitenplanse afwijking (kleine bopa)

93

1767,0

Grote buitenplanse afwijking (grote bopa)

4

316,0

Uitweg/uitrit maken of wijzigen

82

492,0

Kappen van bomen of vellen van houtopstanden

36

144,0

Afhandeling Wabo-zaken

120,0

Totaal (incl. admin. blok 636,0 uur)

3609,0

Toelichting op bovenstaande tabellen: Op basis van de realisatie in 2025 en de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen en grote bouwprojecten in 2026 is een prognose gemaakt. Rekening is gehouden met: - Gemeentewerf (aanvraag verwacht in 2026) - Twee omvangrijke ontwikkelingen op XL business park - Twee appartemententorens met totaal 44 woningen. Meldingen en informatieplichten Met de Wkb is in 2025 meer ervaring opgedaan, omdat er steeds meer meldingen en gereedmeldingen worden ingediend. Deze wet is nu van toepassing op de nieuwbouw die valt onder het toepassingsbereik van gevolgklasse 1. Naast een plicht tot het melden geldt voor bepaalde activiteiten een informatieplicht. Degene die bouwwerkzaamheden uitvoert of laat uitvoeren, moet de gemeente informeren over onder meer het begin en einde van de werkzaamheden. Ditzelfde geldt voor de activiteiten slopen en asbest verwijderen.

Meldingen en informatieplichten Omgevingswet

Aantal

Ureninzet

Bouwmelding Wkb GK1

177

266

Melding sloopactiviteit

84

336

Melding brandveilig gebruik

60

60

Totaal

662

Toelichting op bovenstaande tabel: In 2025 zijn er meer Wkb-meldingen ingediend dan in 2024. Het is daarmee evident, dat de marktpartijen gewend raken aan het systeem. Met de ervaringen van 2025 in het achterhoofd alsmede de te verwachten woningbouwprojecten die onder gevolgklasse 1 vallen, is een werkvoorraad voor 2026 bepaald. Met de in 2025 opgebouwde ervaringscijfers is ook de te verwachten ureninzet berekend.. Omgevingsdienst Twente behandelt de meldingen voor verwijdering van asbest. Deze meldingen worden doorgestuurd. De gemeente behandelt de meldingen voor slopen anders dan asbest en ziet toe op bouwkundige sloop.

Pagina 16 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

Werkvoorraad en capaciteit De verwachte werkvoorraad is een inschatting op basis van aantallen van het voorgaande jaar en bekende trends en ontwikkelingen. Op voorhand is niet exact te bepalen hoeveel en welk type vergunningaanvragen / meldingen worden ingediend. Dit is een vraaggestuurde activiteit. Werkvoorraad versus capaciteit - Vergunningen en meldingen Werkvoorraad totaal ( 13.678 uur)

9,77 fte

Beschikbare capaciteit regisseur vergunnen (7.000 uur); sr. mdw. klantcontact (636 uur)

6,50 fte

Op basis van de vaste bezetting is er voor deze werkvoorraad onvoldoende capaciteit beschikbaar. Aanvullend kan worden voorzien in inzet van vaste sr. medewerkers klantcontact bij de afhandeling van lichtere aanvragen, meldingen, informatieplichten en bij het uitvoeren van VTH-ondersteunende werkzaamheden. Ook bestaat ruimte voor inhuur van medewerkers. Bekostiging vindt dan plaats uit de meeropbrengsten bouwgerelateerde leges. Daarmee is voldoende capaciteit beschikbaar voor uitvoering van de geprogrammeerde werkvoorraad. 4.2 Brandveiligheid Brandweer Twente voert taken uit op het gebied van advisering en toezicht brandveiligheid. De gemeente is als bevoegd gezag (eind-)verantwoordelijk voor deze taak en de daaruit voortvloeiende bestuursrechtelijke handhaving. In het ‘Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 van de sector Brandveiligheid’ is vastgesteld aan welke doelen de sector Brandveiligheid van Brandweer Twente de komende jaren werkt. Deze doelen sluiten aan bij het Beleidsplan Veiligheidsregio Twente (2026-2029) en het risicoprofiel van Twente 2026-2029. Brandweer Twente maakt onderscheid tussen doelen op reguliere werkzaamheden (wat doet de brandweer ten aanzien van de wettelijke taken) en focuspunten (waar doet de brandweer een stapje extra). Reguliere werkzaamheden Brandweer Twente hanteert de volgende doelen ten aanzien van reguliere werkzaamheden. Thema

Hoofddoel

Veilig inrichten en gebruiken van bouwwerken en omgeving

We versterken brandveiligheid door vroegtijdig en risicogericht te adviseren, zichtbaar samen te werken met partners en zo bij te dragen aan een veilige leefomgeving.

Onze manier van werken

We werken proactief, risicogericht en informatiegestuurd aan brandveiligheid, door maatschappelijke opgaven centraal te stellen, samen te werken in netwerken en zichtbaar bij te dragen aan een veilige leefomgeving.

Investeren in onze medewerkers

We verbeteren continu de kwaliteit en effectiviteit van ons werk door te leren van data, te investeren in vakbekwaamheid en strategisch personeelsbeleid, en zo duurzaam bij te dragen aan een veilige leefomgeving.

Optimaliseren van samenwerking en zichtbaarheid

We versterken onze wendbaarheid en samenwerking om effectief in te spelen op veranderende risico’s en zo als betrouwbare partner bij te dragen aan een weerbare samenleving.

Focuspunten Navolgend is een overzicht weergegeven van de focusthema’s zoals vastgesteld in Risicoprofiel brandweerzorg.

Pagina 17 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

Focusthema

Probleemstelling

Veranderingen in weer & klimaat

Veranderingen in het weer en klimaat zorgen ervoor dat de brandweer zich moet aanpassen aan veranderende risico’s en scenario’s. Extreem weer, waaronder lange droge periodes, hittegolven, zware regenval en stormen, heeft invloed op brandweerzorg in Twente.

Verduurzaming

Op dit moment bevinden we ons in Nederland in een transitie naar nieuwe energiebronnen, methoden van opslag en transport. Door de schaarste van fossiele energiebronnen, toenemende milieubelasting en de gevolgen daarvan voor het klimaat maken we de overstap naar hernieuwbare, schone energiebronnen. Tegelijk werken we aan een circulaire economie, om zo duurzaam mogelijk om te gaan met de grondstoffen die de aarde ons biedt. Dat alles vraagt om grootschalige aanpassingen aan onze bestaande energie-infrastructuur en het gebruik van duurzame grondstoffen en bouwmaterialen. De toepassing van (nieuwe) bouwconstructies en bouwmaterialen zorgt bij brand voor ander brandgedrag. Daarnaast worden installaties steeds complexer.

Vergrijzing

Nederland vergrijst. Het aandeel 65-plussers in de bevolking stijgt van 20% naar 25% in 2040. Het aandeel 80-plussers verdubbelt. Twente vergrijst sneller dan het landelijk gemiddelde. Ouderen vormen een kwetsbare doelgroep binnen de bevolking, mede door fysieke en cognitieve beperkingen die samenhangen met leeftijd. Ze hebben meer kans op brand en worden sneller slachtoffer. Tevens bestaat er een grote druk op de zorg door het aantal zorgbehoevenden en een beleid wat zich richt op het zo lang mogelijk thuis blijven wonen met zorg op maat.

Verdichting & huisvesting

Nederland staat de komende jaren voor grote uitdagingen op het gebied van leefomgeving. De steden en randgemeenten groeien in aantallen en omvang, terwijl landelijke gebieden krimpen. Er is een groot tekort aan woningen, wat zorgt voor een enorme bouwopgave. Dit moet worden gecombineerd met andere ontwikkelingen die om ruimte vragen zoals de energietransitie, landbouw en natuur. De druk op de openbare ruimte zal blijven toenemen de komende jaren. Binnen dit thema worden risico’s verwacht op het gebied van urbanisatie, groei en krimp, functiestapeling, herbestemming en mobiliteit.

Industrie & innovatie

Nederland verandert en innoveert constant. Dit gebeurt onder andere veel binnen de industrie en de technologie. Deze veranderingen brengen soms veiligheidsrisico’s met zich mee die invloed kunnen hebben op het werk van de brandweer. Hierdoor ontstaan er nieuwe risico’s of nemen bestaande risico’s toe.

Werkzaamheden in de keten bestemmen en vergunnen De werkzaamheden die door Brandweer Twente worden uitgevoerd in de keten bestemmen en vergunnen zijn navolgend opgenomen. In het Beleidsplan VRT 2026-2029 en het Regionaal kader evenementenveiligheid VRT is door middel van een risicoprofiel de prioriteit voor de werkzaamheden bepaald. De doelen reflecteren deze prioriteit. Reguliere werkzaamheden Bouwen & Brandveilig gebruik - Adviseren bij aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Bouwen’. - Adviseren bij meldingen ‘Brandveilig gebruik’. Evenementen - Adviseren bij aanvragen evenementenvergunning in het kader van evenementen. - Adviseren bij meldingen ‘Brandveilig gebruik’ bij evenementen in gebouwen. Ruimtelijke veiligheid - Adviseren over het opstellen en herzien van omgevingsvisies, omgevingsplannen, eventuele omgevingsprogramma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten. - Adviseren over onder andere landelijke richtlijnen, beleidsregels en handreikingen op het gebied van omgevingsveiligheid (bijvoorbeeld PGS-reeksen, handhavingsstrategieën). - Adviseren bij aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Omgevingsplan’. - Adviseren bij aanvragen omgevingsvergunning voor de activiteit ‘Milieubelastend’. - Adviseren over bereikbaarheid, doorrijdbaarheid en bluswatervoorziening voor de

Pagina 18 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

hulpverleningsdiensten. Extra taken, aandachtspunten en projecten Vakbekwaamheidsprogramma Een belangrijk onderdeel van het ‘Meerjarenbeleidsplan 2026-2029 van de sector Brandveiligheid’ is het vakbekwaam zijn en blijven van haar medewerkers. In 2026 maakt de Brandweer inzichtelijk waar zij staat ten opzichte van de landelijke kwalificatiedossiers en de kwaliteitscriteria: hoe robuust zij is op deskundigheid, vlieguren, opleidingen, competenties etcetera en op welke onderdelen er een verbeterslag nodig is (comply or explain). Brandveiligheid en duurzaam bouwen In 2026 zet de Brandweer gericht in op de verbinding tussen brandveiligheid en duurzaam bouwen. Ontwikkelingen zoals houtbouw en het gebruik van biobased materialen bieden kansen voor verduurzaming, maar vragen ook om een zorgvuldige benadering van de brandveiligheid van bouwwerken en hun omgeving. Zij richt zich dit jaar op het veilig toepassen van deze innovatieve bouwvormen, door kennis te delen en samenwerking te versterken. Zo organiseert de Brandweer in 2026 een informatie- en kennissessie met de veertien gemeenten, waarin zij dit thema toelicht en actuele inzichten en risico’s bespreekt. De brandweer wil zorgen voor bewustwording bij zowel gemeenten alsook initiatiefnemers.

Daarnaast neemt zij actief deel aan landelijke werkgroepen, waar deze onderwerpen worden vertaald naar Nederlandse Technische Afspraken (NTA’s). Met deze inzet wil de brandweer in 2026 bijdragen aan veilige en duurzame bouwpraktijken en de zichtbaarheid en samenwerking binnen de regio verder versterken. Uniforme en integrale advisering bij evenementen en tijdelijke bouwwerken In 2026 zet de brandweer in op uniforme en integrale advisering bij evenementen en tijdelijke bouwwerken, met als doel de veiligheid en eenduidigheid in de uitvoering te versterken. Ze adviseert uitsluitend op volledig ingediende aanvragen via het Omgevingsloket en/of evenementenvergunningen, ondersteunt gemeenten actief bij gecombineerde aanvragen en voeren structureel overleg om de kwaliteit van aanvragen en adviezen te verbeteren. Daarnaast versterkt zij de samenwerking tussen brandweer en gemeenten door kennisdeling over brandveiligheid bij evenementen, onder andere via deelname aan de BOA-dag en gerichte aandacht in gemeentelijke overleggen, zodat het toezicht risicogericht en efficiënt kan worden ingericht.

Bouwen van (zeer) kwetsbare gebouwen binnen aandachtsgebieden In het licht van de nationale woningbouwopgave en de noodzaak tot stedelijke verdichting is het essentieel dat gemeenten bij ruimtelijke besluitvorming expliciet rekening houden met fysieke veiligheidsrisico’s in aandachtsgebieden (brand, explosie en gifwolk). In 2026 zal de brandweer gemeenten actief informeren en adviseren over de risico’s van het realiseren van (zeer) kwetsbare gebouwen in deze gebieden. En stelt zij duidelijke voorwaarden. Hiermee zorgt zij dat fysieke veiligheidsrisico’s expliciet worden meegenomen in ruimtelijke besluitvorming. Zo maakt zij bouwen in risicogebieden mogelijk onder beheersbare condities en draagt zij bij aan een veilige, toekomstbestendige leefomgeving én voldoende huisvesting. Risicovolle installaties in de leefomgeving (EOS en propaantanks) Brandweer Twente zal in 2026 actief adviseren bij omgevingsvergunningen en meldingen met risicovolle installaties zoals energieopslagsystemen (EOS) en propaantanks. Hierbij wordt specifiek gelet op, bereikbaarheid voor hulpdiensten, bluswatervoorziening, positionering en naleving van relevante landelijke richtlijnen. Doel is het voorkomen van onveilige situaties in woon- en werkomgevingen en het waarborgen van een effectieve inzet bij incidenten.

4.3 APV en Bijzondere Wetten Omdat een veilige, leefbare én levendige gemeente van groot belang is, wordt er binnen de gemeente Almelo dagelijks zorgvuldig gewerkt aan het verlenen van vergunningen/ontheffingen en het behandelen van meldingen binnen het kader van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en aanverwante wetgeving. Een belangrijk onderdeel van dit werk is het verlenen van vergunningen en ontheffingen voor de horeca. Hiermee wordt beoogd dat horecaondernemingen op een verantwoorde manier kunnen exploiteren, met aandacht voor openbare orde, veiligheid, gezondheid en het woon- en leefklimaat. Door duidelijke Pagina 19 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

voorwaarden te stellen en zorgvuldig te toetsen, zorgen we voor een evenwicht tussen ondernemerschap en de belangen van omwonenden en bezoekers. Een ander belangrijk onderdeel is het verlenen van evenementenvergunningen en het in behandeling nemen van meldingen van kleine evenementen. Het doel hiervan is het mogelijk maken van diverse activiteiten die bijdragen aan de sociale samenhang, cultuur en levendigheid in de gemeente, terwijl tegelijkertijd de veiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid worden gewaarborgd. Vergunningen, meldingen, c.a. APV Kennisgeving openbare betoging (art. 2:3) Ontheffing flyeren (art. 2:6) Ontheffing straatartiest (art. 2:9) Ontheffing voorwerp openbare plaats (art. 2:10) Vergunning evenement (art. 2:25) Melding evenement (art. 2:25) Vergunning betaald voetbal (art. 2:26a) Vergunning horeca-exploitatie (art. 2:28) Wijziging exploitatievergunning (art. 2:28) Ontheffing sluitingstijd terras (art. 2:29) Vergunning seksinrichting (art. 3:4) Kennisgeving incidentele activiteiten (art. 4:3) Inzameling geld of goed (art. 5:13) Vergunning standplaats (art. 5:18) Alcoholwet Vergunning horeca- of slijtersbedrijf (art. 3) Wijziging horeca of slijterij (art. 3) Ontheffing zwak alcoholische drank (art.

35) Wet op de kansspelen Vergunning kansspel; melding bingo & loterijen Vergunning kansspelautomaten Wet milieubeheer Stookontheffing Brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen Melding brandveilig gebruik; veelal tenten Besluit administratieve bepalingen inz. wegverkeer Aanstellen verkeersregelaars en onderhoud SVNL (art. 56) Aanstellen verkeersbrigadiers (art. 58) Wet Bibob Bibob uitvragen Totaal

Aanvragen (aantal)

Inzet (uren)

10 12 6 100 117 111 8 19 1 10 3 14 10 30

20 24 12 300 1170 222 24 190 3 30 60 24 20 120

19 2 40

190 6 80

10 4

20 12

10

30

3

9

200 10

400 10

81 835

810 3786

Pagina 20 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

Overige taken en projecten Klantvragen PowerBrowser Beleidsadvisering Reservecapaciteit (10%) Totaal

Aanvragen (aantal) 300 20 3 1 324

Inzet (uren) 300 40 45 370 755

4.4 Werken aan projecten Omgevingswet Bijdragen aan opstellen juridische en toepasbare regels Omgevingsplan Vergunningverlening zal in 2026 een bijdrage moeten lenen aan de juridische en toepasbare regels voor het Omgevingsplan. Met name de technische inhoud van de regels zal door regisseurs Vergunningen moeten worden geleverd. Deze worden dan door planjuristen van Stedelijke Ontwikkeling omgezet naar juridische regels. Voor het omzetten van juridische regels naar toepasbare regels stelt team V&N personele capaciteit beschikbaar. Afstemming met Stedelijke Ontwikkeling De afstemming met RO is in 2025 merkbaar verbeterd. Communicatielijnen zijn korter en collega’s zoeken elkaar vaker op met vragen. Voor 2026 staat een verdere aanscherping van de werkprocessen (o.a. buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) op het programma) Nadere uitwerking Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (UHS) In 2026 wordt de nadere uitwerking van de UHS gemaakt. Cluster Vergunningen levert hieraan 40 uur. Daarvoor wordt in ieder geval input geleverd voor de legalisatietoetsen. Hiervoor wordt een senior medewerker Vergunningen ingezet. Werken met het Omgevingsplan. Het Omgevingsplan krijgt steeds meer vorm. Daardoor is het wenselijk om de regisseurs Vergunningen ook meer te gaan trainen in het werken met het Omgevingsplan en te laten meedenken over de inhoud van het plan.

Er is voorzien in 240 uur, zodat meerdere medewerkers per toerbeurt kunnen meedraaien. Verbeterkansen primair proces Vergunningverlening De ervaringen uit 2025 overtuigen ons van de noodzaak om scherper kijken naar volledigheid ontvankelijkheid van een aanvraag. Nu wordt er te vaak ‘te dienstverlenend’ gedacht, waardoor een klant teveel wordt gefaciliteerd lopende de officiële vergunningprocedure. Dit zorgt voor vertraging in het doorlopen van de vergunningprocedures. Meer nadruk op vooroverleg en conceptaanvraag, zodat een aanvraag correct en volledig wordt ingediend zal het proces versnellen. Dit kan bijvoorbeeld door fysiek vooroverleg tussen het versturen van eindbrief conceptaanvraag en het indienen van de definitieve aanvraag. Een tweede manier om het proces Vergunningverlening te optimaliseren is het verkorten van adviestermijnen. Bij een aantal externe (Omgevingsdienst Twente) en interne adviseurs ( Verkeer) is de wachttijd (veel) langer dan de overeengekomen 10 werkdagen. Deel van de oplossing is een managementopgave: het maken van duidelijke afspraken over tijdige advisering. Voor het versterken van het primair proces op deze vlakken wordt, in aanvulling op het verbeteren van het procesmanagement, 120 uur geraamd.

Pagina 21 van 42 programma uitvoering en handhaving 2026

4.5 Werken aan kwaliteitsdoelen Op basis van de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Almelo 2024 richten de kwaliteitsdoelen zich op de onderdelen dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën. De bijdrage vanuit dit programma wordt onderstaand toegelicht. Ook wordt toegelicht hoe met het uitvoeren van de activiteiten wordt bijgedragen aan het behalen van onze VTH-beleidsdoelen. ▪ Dienstverlening Regisseurs Vergunningen en medewerkers Klantcontact hebben een adviserende en toetsende taak. Zij beantwoorden vragen over vergunbaarheid en haalbaarheid van concrete projecten. Dat kan zijn op basis van een ingediende aanvraag; dan volgt de wettelijke afhandeling die leidt tot een besluit. Maar zij werken ook preventief en adviseren initiatiefnemers over de haalbaarheid van een project en de te volgen route om tot de juiste aanvraag of melding te komen. Door in de informatieverstrekking volledig en duidelijk te zijn, wordt de kans op een niet-ontvankelijke of niet -vergunbare aanvraag kleiner. Ook verstrekken de medewerkers van V&N informatie over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. ▪ Uitvoeringskwaliteit In toenemende mate wordt er bij Vergunningverlening samengewerkt tussen de gemeente Almelo, Omgevingsdienst Twente en de . Dit gebeurt met name in het kader van de ‘netwerkafspraken VTH-keten Twente’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=cb1929b6-c37a-4140-a516-850804fdc132