CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij RB 6 - Omgevingsplan

Hamerraad 2 december 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W14.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.4 Cultuurhistorie De cultuurhistorische ambitie binnen het Omgevingsprogramma Achter de Molen richt zich op het verankeren van de historische identiteit van het gebied in de toekomstige ruimtelijke inrichting. De rijke gelaagdheid van het gebied, van de industriële textielgeschiedenis tot religieus-cultureel erfgoed en migratieverhalen, vormt een leidraad voor de transformatie naar een eigentijdse, inclusieve stadswijk. In het stedenbouwkundig plan wordt erfgoed niet louter beschermd, maar actief ingezet als drager van ruimtelijke kwaliteit, sociale cohesie en betekenisvolle placemaking. De korenmolen De Hoop krijgt een prominente plek als cultureel ankerpunt in het gebied, waarbij de molen wordt geïntegreerd in de openbare ruimte. De Almelose Aa wordt hersteld en beleefbaar gemaakt als historisch landschapselement, met verwijzingen naar het textielverleden via het touwpad en speelse waterstructuren. De Laan van de Hoop fungeert als culturele as, waar ruimte is voor zingeving, ontmoeting en gemeenschapsvorming, geïnspireerd op de historische diversiteit van de wijk. Door het verleden zichtbaar en beleefbaar te maken in het ontwerp, ontstaat een wijk die niet alleen toekomstbestendig is, maar ook geworteld in de lokale geschiedenis. Deze benadering sluit aan bij het Verdrag van Faro, waarin het recht op deelname aan cultureel erfgoed centraal staat.

De gemeente Almelo faciliteert deze ambitie door samenwerking met

22

erfgoedpartners, bewoners en culturele instellingen, en door aansluiting te zoeken bij nationale programma’s zoals de Erfgoed Deal.

4.5 Groen en gezondheid Binnen het Omgevingsprogramma Achter de Molen wordt groen en gezondheid als een integrale en sturende ambitie beschouwd in de inrichting van de openbare ruimte en het stedenbouwkundig ontwerp. De ambitie richt zich op het creëren van een gezonde leefomgeving waarin natuur, water en verblijfskwaliteit samenkomen en bijdragen aan het welzijn van bewoners en bezoekers. De Almelose Aa wordt hersteld en ingericht als ecologische schakel door de stad, met natuurvriendelijke oevers, vistrappen en ecologische rustplekken die biodiversiteit bevorderen en waterkwaliteit verbeteren. De Laan van de Hoop krijgt een brede groene buffer die verkoeling biedt, fijnstof afvangt en ruimte biedt aan spontane vegetatie en stedelijke beplanting. Deze groene structuur draagt bij aan het voorkomen van hittestress en biedt een aangename verblijfsomgeving voor ontmoeting en beweging. Slim waterbeheer wordt toegepast via wadi’s, helofytenfilters en watervertragende groenstroken, waarmee wateroverlast wordt voorkomen en de bodemvochtigheid wordt gereguleerd. De inrichting van de openbare ruimte is gericht op actieve mobiliteit, met wandelpaden, zitplekken en speelelementen die uitnodigen tot bewegen en buiten zijn. Langs het water komen natuurlijke speelplekken waar kinderen met water, oude boomstronken en modder kunnen spelen.

De combinatie van groen, water en sociale functies draagt bij aan een gezonde leefstijl en versterkt de mentale en fysieke gezondheid van bewoners. Door deze integrale benadering ontstaat een robuuste, klimaatadaptieve en gezonde wijk.

4.6 Bereikbaarheid en mobiliteit De ambitie op het gebied van bereikbaarheid en mobiliteit binnen het Omgevingsprogramma Achter de Molen richt zich op het realiseren van een goed ontsloten, duurzame en veilige stadswijk, waarin de nadruk ligt op langzaam verkeer en een logische routering van het autoverkeer. In het stedenbouwkundig ontwerp wordt de Laan van de Hoop aangelegd als centrale, autovrije verbinding tussen de Parallelweg en korenmolen De Hoop. Deze laan fungeert als aantrekkelijke wandel- en fietsroute en vormt een belangrijke schakel tussen het Intercitystation, het Nieuwstraatkwartier en de nieuwe woonvelden. De wijk wordt ingericht met een lage parkeernorm, waarmee wordt gestuurd op duurzame mobiliteit en het gebruik van alternatieve vervoersvormen. Parkeren wordt zoveel mogelijk binnen de ontwikkelvelden opgelost, zodat de openbare ruimte vrij blijft voor groen, verblijf en ontmoeting. In samenwerking met mobiliteitsadviseurs is een Mobiliteitsplan van Eisen (MPvE) opgesteld, waarin de verkeerseffecten van verschillende varianten zijn geanalyseerd. Daarbij is expliciet aandacht besteed aan het voorkomen van sluipverkeer en het waarborgen van een logische routering. De bereikbaarheid van het gebied per fiets en te voet wordt versterkt door de aanleg van nieuwe verbindingen en het verbeteren van bestaande routes. De nabijheid van het station

23

biedt uitstekende mogelijkheden voor openbaar vervoer, waarmee Achter de Molen bijdraagt aan de bredere mobiliteitsambities van Almelo. Door deze integrale benadering ontstaat een wijk die goed bereikbaar is, uitnodigt tot duurzaam reisgedrag en waarin de inrichting van de openbare ruimte bijdraagt aan verkeersveiligheid en leefkwaliteit.

4.8 Maatschappelijk en sociaal De maatschappelijke en sociale ambitie binnen het Omgevingsprogramma Achter de Molen richt zich op het creëren van een inclusieve, verbonden en toekomstbestendige stadswijk waarin ontmoeting, gemeenschapsvorming en sociale infrastructuur centraal staan. De wijk kent een rijke geschiedenis, waarin religieus-cultureel erfgoed, kleinschalige bedrijvigheid en gemeenschapsvoorzieningen een belangrijke rol spelen. Deze bestaande sociale structuren worden niet alleen behouden, maar actief ingezet als fundament voor de gebiedsontwikkeling. De Laan van de Hoop fungeert als ruggengraat van het maatschappelijke programma. Langs deze laan worden voorzieningen geclusterd die bijdragen aan zingeving, zorg, educatie, sport en cultuur. Gebouwen zoals de Masjid Moskee, de Yunus Emre Moskee en de gereformeerde kerk worden verankerd in het stedenbouwkundig ontwerp als plekken van ontmoeting, viering en gemeenschapsvorming. Rondom de molen ontstaat een nieuw plein dat ruimte biedt aan buurtactiviteiten, erfgoededucatie en interculturele programmering. Het woningbouwprogramma is afgestemd op sociale diversiteit, met een gestreefde verdeling van circa 30% sociale huur, circa 40% middensegment en circa 30% vrije sector. Zelf- en samenbouw worden gestimuleerd om eigenaarschap en betrokkenheid van bewoners te vergroten.

Kleinschalige ondernemingen en buurtfuncties zoals de bestaande kringloopwinkel, werkateliers en zorgvoorzieningen worden geïntegreerd in het gebied, waarmee de wijk levendig en sociaal verankerd blijft. Door deze aanpak ontstaat een wijk waarin sociale cohesie, culturele expressie en gemeenschapskracht centraal staan. De transitieopgaven worden niet alleen ruimtelijk en technisch ingevuld, maar ook sociaal gedragen en cultureel verbonden. Het programma sluit daarmee aan op de bredere stedelijke ontwikkelstrategie van Almelo, waarin ontmoeting en verbinding als essentiële voorwaarden worden gezien voor duurzame stedelijke groei.

4.9 Voorzieningen De maatschappelijke en sociale ambitie binnen het Omgevingsprogramma Achter de Molen richt zich op het realiseren van een inclusieve, toegankelijke en verbonden stadswijk waarin bewoners actief kunnen deelnemen aan de ontwikkeling van hun leefomgeving. De wijk kent een diverse sociale structuur, met een geschiedenis van migratie, religieuze gemeenschappen en kleinschalige ondernemerschap. Deze bestaande kwaliteiten worden niet alleen erkend, maar actief benut als fundament voor de toekomstige gebiedsontwikkeling.

24

In het stedenbouwkundig plan is ruimte gereserveerd voor maatschappelijke functies zoals zorg, cultuur en zingeving. De Laan van de Hoop fungeert als centrale as waar deze functies samenkomen en waar ontmoeting en gemeenschapsvorming worden gestimuleerd. Het woningbouwprogramma is afgestemd op sociale diversiteit en biedt ruimte voor verschillende woonvormen, waaronder sociale huur, middensegment en vrije sector. Zelfbouw en samenbouw worden actief gefaciliteerd, waarmee bewoners eigenaarschap krijgen over hun woonomgeving en sociale cohesie wordt bevorderd. De openbare ruimte wordt ingericht met aandacht voor toegankelijkheid, veiligheid en verblijfskwaliteit, zodat deze uitnodigt tot gebruik door alle doelgroepen. Door deze integrale benadering ontstaat een wijk die niet alleen fysiek aantrekkelijk is, maar ook sociaal duurzaam. Dit draagt bij aan een Almelo waarin iedereen mee kan doen, zich thuis voelt en perspectief heeft.

4.10 Natuurinclusiviteit, water, klimaat en groen Binnen het Omgevingsprogramma Achter de Molen wordt natuurinclusiviteit, klimaatadaptatie en groenbeheer als kernwaarden beschouwd in de transformatie van het gebied. De ambitie richt zich op het verweven van ecologische principes in stedenbouw, architectuur en openbare ruimte, waarbij natuurinclusief bouwen niet als aanvullende maatregel wordt gezien, maar als integraal onderdeel van het ontwerp- en ontwikkelproces. Zo wordt bijgedragen aan biodiversiteit, klimaatbestendigheid, leefkwaliteit en een gezonde leefomgeving. De Almelose Aa vormt de centrale ecologische en landschappelijke drager van het gebied. Door haar loop te herstellen, te vergroenen en opnieuw zichtbaar en beleefbaar te maken, ontstaat een robuuste natuurlijke verbinding door de stad die bijdraagt aan waterberging, verkoeling, biodiversiteit en recreatie. Oevers worden ingericht met natuurvriendelijke elementen zoals wadi’s, helofytenfilters, vistrappen en watervertragende groenstroken, die zowel de waterkwaliteit verbeteren als ruimte bieden aan flora en fauna. Ecologische rustplekken en speelse recreatieve zones maken het water toegankelijk en versterken de relatie tussen mens en natuur.

Langs de Laan van de Hoop komt een brede groene buffer die verkoeling biedt, fijnstof afvangt, spontane vegetatie stimuleert en fungeert als habitat voor stedelijke biodiversiteit. In het stedenbouwkundig plan is daarnaast ruimte voor groene daken, gevelbeplanting en nestvoorzieningen voor vogels en vleermuizen, waarmee ook de bebouwde omgeving ecologisch wordt verrijkt. De gemeente Almelo stimuleert bewoners, corporaties en bedrijven om klimaatadaptieve maatregelen te nemen via het Omgevingsplan en de subsidieregeling Doe es groen. Nieuwbouw wordt klimaatbestendig en waar mogelijk levensloopgeschikt ontworpen. In prestatieafspraken met woningcorporaties is vastgelegd dat hittestress, waterberging en duurzame tuininrichting structureel worden meegenomen in de planvorming.

25

Door deze integrale benadering ontstaat een toekomstbestendige, landschappelijk gedragen en ecologisch verbonden wijk die uitnodigt tot gezond leven, ontmoeting en bewust omgaan met de leefomgeving. Natuur, water, klimaat en groen zijn daarmee verankerd als leidende principes in de gebiedsontwikkeling Achter de Molen.

Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten Inleiding Het is goed om vooraf een kanttekening te plaatsen bij de conclusies van verschillende haalbaarheidsaspecten en de reden waarom ervoor is gekozen om de bestaande bedrijven in deze fase niet mee te nemen. Ten eerste betreft het voorliggende programma een vormvrij instrument, waarbij het niet noodzakelijk is om kavels op detailniveau te onderzoeken. Gedurende de ontwikkeling van voorliggend programma worden de gesprekken over de nadere invulling van de vlekken uit het vlekkenplan voortgezet. Deze invulling moet worden gecombineerd met een meer gespecificeerd onderzoek om aan te tonen op welke manier een gevoelige functie, zoals woningbouw, tijdens de gefaseerde uitvoering, kan worden gerealiseerd nabij een bestaande hindergevende functie in het gebied. Deze gesprekken gaan over maatwerk, eventuele verplaatsing of het vastleggen van afspraken. Het Omgevingsprogramma toetst uitsluitend of dit plan op hoofdlijnen uitvoerbaar is. Wel moet er aandacht worden besteed aan het feit dat tijdens het proces de vlekken enigszins onderhevig zijn geweest aan veranderingen en het effect daarvan op de haalbaarheidsaspecten. De nieuwe/aangepaste vlekken worden niet dichter op hindergevende bronnen gebouwd dan de onderzochte vlekken.

Daarom is het voor het niveau van het omgevingsprogramma overbodig dit opnieuw door te rekenen in het kader van globale haalbaarheid. Daarnaast zou dit net als ieder ander aspect alsnog nader moeten worden onderzocht in het omgevingsplan.

5.1 Stikstof Voor de herontwikkeling van Achter de Molen wordt gekeken wat de stikstofdepositie op omliggende Natura-2000 gebieden is aan de hand van de bouw en het nieuwe gebruik in het gebied. Er wordt momenteel gerekend aan de hand beschikbare gegevens en kengetallen. Op basis van de eerste globale berekeningen is de verwachting dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden en de maximale depositie dus onder 0,01 mol N/ha/jaar zal blijven. In het definitieve programma wordt het definitieve stikstofrapport toegevoegd. Als blijkt dat de stikstofdepositie toch hoger uitkomt is het noodzakelijk een passende beoordeling te doen. Hiermee is het aspect gebiedsbescherming in het kader van stikstofdepositie afdoende onderbouwd in de huidige fase van de ontwikkeling.

26

5.2 Geluid Voor het plangebied Achter de Molen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting door wegverkeer en railverkeer. Uit de berekeningen blijkt dat bij alle blokken de standaardwaarde voor geluidbelasting door wegverkeer wordt overschreden. De hoogste berekende geluidniveaus aan de randen van de bouwvlakken liggen tussen de 58 en 65 dB (Lden). Er is echter nergens sprake van een overschrijding van de grenswaarde als gevolg van gemeentewegen. Bij de verdere uitwerking dient rekening te worden gehouden met het realiseren van geluidluwe zijdes, bijvoorbeeld door niet-geluidgevoelige functies aan de randen te situeren of door gebouwen afschermend te positioneren richting achterliggende woningen. Wat betreft railverkeer zijn er in de bouwblokken C, D en M overschrijdingen van de grenswaarde vastgesteld (maximaal 70 dB Lden). In deze blokken mogen niet zonder meer geluidgevoelige functies worden gerealiseerd. Verder maatregelonderzoek is noodzakelijk om te bepalen of het geluid aan de gevel verlaagd kan worden, of dat met nietgeluidgevoelige gevels gewerkt moet worden. Overschrijdingen van de standaardwaarde zijn berekend voor de bouwblokken A, B, E, F, G, H en L. Het cumulatieve geluidniveau in Achter de Molen loopt op tot 65 dB. Het is niet vanzelfsprekend dat alle toekomstige woningen van een geluidluwe zijde zijn voorzien.

Het advies is om bij de nadere uitwerking en de indeling van de gebouwen hier expliciet rekening mee te houden. Daarnaast moet bij overschrijding van de standaardwaarde ook de binnenwaarde in geluidgevoelige ruimtes worden geborgd (maximaal 33 dB).

5.3 Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit is een essentieel aspect van de leefomgeving, omdat de lucht die we inademen verschillende stoffen kan bevatten die schadelijk zijn voor de gezondheid. De belangrijkste stoffen die in stedelijke gebieden zorgen baren zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO₂). Fijnstof bestaat uit kleine deeltjes die diep in de longen kunnen doordringen, terwijl stikstofdioxide vooral vrijkomt bij verbrandingsprocessen in verkeer, industrie en verwarming. De luchtkwaliteit in Nederland wordt gereguleerd door de Omgevingswet, die is gebaseerd op de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit 2008/50/EG. Hierin zijn grenswaarden vastgesteld voor de concentraties van NO₂, PM10 en PM2,5. Naast deze wettelijke normen zijn er ook advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), die in 2021 zijn aangescherpt. De Europese Commissie heeft bovendien nieuwe richtlijnen voorgesteld voor 2030, die nog strenger zijn dan de huidige normen. Huidige situatie in Achter de Molen Uit metingen blijkt dat de concentratie NO₂ in het plangebied circa 12 μg/m³ bedraagt, wat onder de wettelijke norm ligt (max. 40 μg/m³), maar net boven de WHO-advieswaarde van 2021 (max. 10 μg/m³). Voor PM10 is de concentratie ongeveer 17 μg/m³ (wettelijke norm: max. 40 μg/m³; WHO-advieswaarde: max. 15 μg/m³) en voor PM2,5 circa 10 μg/m³

27

(wettelijke norm: max. 25 μg/m³; WHO-advieswaarde: max. 5 μg/m³). Dit betekent dat de luchtkwaliteit wettelijk gezien acceptabel is, maar dat er vanuit gezondheidsperspectief nog ruimte voor verbetering is. Effecten planontwikkeling De luchtkwaliteit verbetert autonoom door schonere mobiliteit en bedrijfsprocessen. Verwacht wordt dat toekomstige concentraties onder de wettelijke normen en EU advieswaarden blijven. Voldoen aan de strenge WHO-advieswaarden 2021 zal langer duren en meer landelijke maatregelen vereisen, met beperkte lokale invloed. Tijdens de bouwfase kan de luchtkwaliteit tijdelijk verslechteren door de uitstoot van bouwmaterieel en vrachtwagens. Deze uitstoot is echter beperkt en tijdelijk. De gemeente streeft naar zoveel mogelijk circulair bouwen. Dat betekent dat de gemeente gebruikte of duurzame materialen hergebruiken die bij sloop kunnen worden opgenomen in de biologische kringloop of opnieuw worden hergebruikt. Het plan zal daarnaast naar verwachting niet leiden tot een significante toename van luchtverontreiniging. Hoewel het aantal verkeersbewegingen toeneemt, blijft de stijging beperkt. Het ontwikkelplan richt zich juist op het verbeteren van de luchtkwaliteit, mede door verkeers- en mobiliteitsplannen in de Spoorzone Almelo.

Bij de ontsluiting van de gebiedsontwikkeling wordt het STOMP-principe gevolgd, waarbij voetgangers en fietsers prioriteit krijgen, gevolgd door openbaar vervoer en deelmobiliteit. Voor het thema luchtkwaliteit worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

5.4 Externe veiligheid Met het oog op de ontwikkeling is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. Het plangebied valt niet binnen de 10-6 per jaar plaatsgebonden risicocontour van de spoorlijn. Er wordt voldaan aan de grens- en standaardwaarde ten aanzien van het plaatsgebonden risico. Wel ligt een aanzienlijk deel van Achter de Molen binnen het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied van deze spoorlijn. Dit betekent met het oog op het gemeentelijk externe veiligheidsbeleid dat in een deel van Achter de Molen geen zeer kwetsbare functies mogen worden gevestigd. Voor gewone woningen (kwetsbare functies) is dat niet verplicht, maar de gemeente moet wel beoordelen of de risico’s aanvaardbaar zijn. Dit gebeurt in overleg met de Veiligheidsregio en wordt vastgelegd in het omgevingsplan. Voor woningen (kwetsbare functies) zijn maatregelen niet verplicht, maar kunnen andere beschermingsmaatregelen zoals gerichte risicocommunicatie en vluchtroutes worden toegepast. Concrete elementen hiervoor zijn: • Voor (beperkt) kwetsbare functies kunnen alternatieve maatregelen worden getroffen, zoals gerichte risicocommunicatie (bijv. NL-Alert), noodschakelaars voor ventilatie bij toxische scenario’s, en vluchtroutes van het spoor af (richting zuidwesten). • De brandweerpost aan de Henri Dunantstraat heeft een aanrijtijd van circa zes minuten naar het midden van het plangebied.

28

De ontwikkeling is vanuit het perspectief van omgevingsveiligheid haalbaar, mits in het Omgevingsplan voldoende aandacht wordt besteed aan bescherming van bewoners tegen incidenten met gevaarlijke stoffen op het spoor en de aanvaardbaarheid van het groepsrisico wordt onderbouwd. Dit vraagt om een combinatie van bouwkundige maatregelen, risicocommunicatie en een goede inrichting van vluchtroutes.

5.5 Flora en fauna Binnen het plangebied Achter de Molen zijn diverse beschermde planten- en diersoorten aangetroffen of te verwachten. Uit de eerste bevindingen van het ecologisch onderzoek blijkt dat het gebied geschikt habitat biedt voor onder andere broedvogels, vleermuizen, steenmarter, eekhoorn, kleine marterachtigen, egel, amfibieën en vissen. Voor enkele soorten, zoals de huismus, gebouwbewonende vleermuizen en steenmarter, is aanvullend onderzoek noodzakelijk om de aanwezigheid van vaste rust- of voortplantingsplaatsen vast te stellen. Indien deze functies worden aangetroffen, kan een omgevingsvergunning vereist zijn. Voor de egel en kleine marterachtigen geldt dat compensatie van leefgebied noodzakelijk is. De voorgenomen werkzaamheden, zoals sloop, herinrichting van groen en kapwerkzaamheden, kunnen verstorend werken. Daarom is het van belang dat: • • • •

werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden; inspecties worden uitgevoerd op nesten en verblijfplaatsen; de zorgplicht wordt nageleefd voor algemeen voorkomende soorten; ecologische werkprotocollen worden opgesteld voor uitvoering.

De Almelose Aa en de omliggende bosschage vormen belangrijke ecologische structuren voor onder andere vleermuizen en amfibieën. Deze blijven behouden, waardoor negatieve effecten op vlieg- en foerageerroutes grotendeels worden voorkomen. Alle ecologische afwegingen en noodzakelijke maatregelen worden vastgelegd in het omgevingsplan. De aanwezigheid van beschermde soorten vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Wel zijn aanvullende onderzoeken en maatregelen nodig, zoals inspecties op vleermuizen, huismus en steenmarter, en compensatie voor leefgebied van egel en kleine marterachtigen. Bij naleving van de zorgplicht en het treffen van mitigerende maatregelen is het plan ecologisch uitvoerbaar binnen de kaders van de Omgevingswet.

5.6 Verkeer Voor de ontwikkeling van Achter de Molen is een verkeersgeneratie berekend. Gezien de toename van circa 500 woningen zal de verkeersgeneratie toenemen. Ondanks deze stijgingen blijven de intensiteiten en I/C-verhoudingen op de omliggende wegen binnen aanvaardbare grenzen. Ook op de omliggende kruispunten, zoals bij de Burgemeester

29

Raveslootsingel, Wierdensestraat en Rohofstraat, zijn geen nieuwe knelpunten geconstateerd. De verkeersafwikkeling blijft daarmee robuust. Wel wordt geadviseerd om bij de verdere uitwerking aandacht te besteden aan de lokale ontsluiting, het mobiliteitsgedrag van toekomstige bewoners en mogelijke maatregelen ter spreiding van verkeer. Dit kan bijdragen aan een duurzame en goed functionerende verkeersstructuur in en rondom Achter de Molen.

5.7 Werking op de molen. Aan de hand van de eerste resultaten uit het CFD-onderzoek naar de nieuwbouw “Achter de Molen” in Almelo is te verwachten dat de geplande bebouwing slechts een minimale invloed heeft op de werking van korenmolen De Hoop. Uit simulaties blijkt dat het ontwerp géén negatieve invloed heeft op de operationele tijd van de molen. Dit is onder andere te wijten aan een dominante windrichting, bestaande bebouwing en de vorm van de bebouwing. Ten behoeve van het omgevingsplan zal echter wel een second opinion worden uitgevoerd die, naast de werking van de molen, op basis van een concreter uitgewerkt plan ook de effecten van turbulentie in beeld brengt. Dit is ook pas in een volgende fase mogelijk aangezien een studie op blokniveau een ander beeld schetst dan een studie op kavelniveau. Op basis van de eerste resultaten heeft de geplande ontwikkeling “Achter de Molen” geen significante negatieve invloed op de werking van molen De Hoop. De resultaten laten zien dat niet alleen de hoogte, maar ook de interactie tussen bouwhoogte, positie en windstroming bepalend is voor de impact op de molen. Daarmee is de verwachting dat nieuwbouw geen belemmering vormt voor het functioneren van de historische windmolen als op basis van een concreter uitgewerkt plan ook de effecten van turbulentie in beeld worden gebracht.

5.8 Plan-Mer-beoordeling De milieueffectrapportage (mer) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wetgeving rond de mer is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In het Omgevingsbesluit (Bijlage V) staat wanneer een mer of mer-beoordeling aan de orde is. Het project dat mogelijk wordt gemaakt en de omvang ervan zijn daarbij bepalend. Het beoogde plan (de realisatie van 400 tot 500 woningen met voorzieningen) is een project zoals benoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit, namelijk ‘een stedelijk ontwikkelingsproject’ (categorie J11). Voor dit project geldt een mer-beoordelingsplicht, aangezien sprake is van aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. Een directe mer-plicht is voor projecten in categorie J11 niet van toepassing vanwege het ontbreken van een drempelwaarde. Het programma voorziet niet in de realisatie van een weg, uitbreiding van een weg welke valt onder de categorie J11.

30

Omdat met de ontwikkeling van het gebied sprake is van een kleine wijziging of klein gebied (1%-regel vooralsnog) en er ook anderszins geen aanzienlijke milieueffecten worden verwacht – en het geen project is waarvoor een Passende beoordeling nodig is – is het Omgevingsprogramma Achter de Molen niet plan-mer plichtig. Wel zal voor het op te stellen Omgevingsplan een mer-beoordelingsprocedure doorlopen moeten worden. Omdat het Omgevingsprogramma niet plan-mer plichtig is, is voor de totstandkoming van het Omgevingsprogramma op grond van de Omgevingswet afdeling 3.4 van de Awb niet van toepassing. Evenwel is er in deze fase op basis van het vlekkenplan (zie paragraaf 1.5 )door Antea een plan-mer-voorbeoordeling uitgevoerd. Uit de beoordeling blijkt het volgende: Luchtkwaliteit: Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. De luchtkwaliteit verbetert autonoom door schonere mobiliteit en bedrijfsprocessen. Tijdens de bouwfase kan de luchtkwaliteit tijdelijk verslechteren, maar deze effecten zijn beperkt en tijdelijk. Het plan leidt niet tot een significante toename van luchtverontreiniging. Geluid: Geluidreducerende maatregelen dienen in de verdere planuitwerking te worden onderzocht en toegepast. Bij voldoende maatregelen zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten.

Trillingen: Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht, mits eventuele benodigde bouwkundige maatregelen worden getroffen. Aanvullend onderzoek is in de vervolgfase nodig. Water en klimaatadaptatie: De transformatie zorgt voor een verbetering ten opzichte van de huidige situatie door een afname van verhard oppervlak en toename van groen, blauw en waterberging. Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Bodem: Met het uitvoeren van actualiserend bodemonderzoek en eventuele sanering zijn geen aanzienlijke milieueffecten te verwachten. De ontwikkeling leidt niet tot nieuwe bodem- of grondwaterverontreiniging. Stikstofdepositie: Op basis van berekening is het aannemelijk dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden uitgesloten kunnen worden. Flora en Fauna: Effecten op beschermde soorten zijn niet op voorhand uit te sluiten, maar kunnen in de praktijk voorkomen of beperkt worden door mitigerende maatregelen. Gezondheid: Er worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht, mede door de inzet op een groene, klimaatadaptieve inrichting en het stimuleren van gezonde mobiliteitskeuzes. Bedrijven & milieuzonering: Door transformatie naar wonen verdwijnt milieuhinder van bedrijvigheid grotendeels. Zonering blijft belangrijk om overlast te voorkomen. Geen aanzienlijke milieueffecten verwacht.

31

Externe veiligheid: Het plangebied valt deels binnen het brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebied van de spoorlijn. Voor zeer kwetsbare gebouwen zijn bouwkundige maatregelen verplicht. Met het nemen van passende veiligheidsmaatregelen worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Verkeer en parkeren: De ontwikkeling leidt tot een toename van verkeersbewegingen, maar deze leidt niet tot nieuwe knelpunten op de onderzochte wegvakken en kruispunten. Bestaande knelpunten worden wel zwaarder belast, maar blijven binnen aanvaardbare marges. De ontwikkeling van Achter de Molen draagt wel bij aan een lichte toename van de belasting op deze knelpunten, maar is niet de oorzaak van het ontstaan ervan. De verkeersdruk neemt toe op meerdere wegen, maar verspreidt zich goed over het stedelijk netwerk, waardoor er geen nieuwe knelpunten ontstaan. Bij verdere uitwerking van het plan wordt geadviseerd om nader onderzoek te doen op de verkeersafwikkeling rondom Achter de Molen en in samenhang met Westerdok. Archeologie en cultuurhistorie: Geen aanzienlijke milieugevolgen verwacht. Eventueel vervolgonderzoek borgt bescherming van archeologische waarden. De cultuurhistorische waarden van de molen blijven behouden. Daarnaast versterkt het plan de huidige cultuurhistorische waarden.

Windhinder: De eerste resultaten van de CFD-simulaties tonen aan dat de stedenbouwkundige invulling geen substantiële negatieve invloed heeft op de werking van de molen. Gedetailleerd vervolgonderzoek is bij de verdere uitwerking wel noodzakelijk. Geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Cumulatie: De cumulatie tussen de projecten zorgt niet voor aanzienlijke milieueffecten. Uit deze eerste resultaten kan het volgende worden geconcludeerd: De gemeente Almelo heeft een ontwikkelplan opgesteld voor de herontwikkeling van Achter de Molen. Het ontwikkelplan streeft naar een intens, divers, grenzeloos stuk stad dat verbindt en waar een groot deel van de woningbouwopgave gerealiseerd kan worden. De beoogde herontwikkeling leidt naar verwachting niet tot aanzienlijke milieugevolgen, zoals blijkt op basis van de analyse en beoordelingen in hoofdstuk 4. Er treden geen wezenlijke negatieve effecten op of effecten kunnen afdoende worden beperkt/voorkomen door mitigerende maatregelen. Deze maatregelen dienen wel verder te worden uitgewerkt, geconcretiseerd en vastgelegd in besluiten in de latere fasen van plan- en besluitvorming. Bijvoorbeeld in de vorm van voorschriften in omgevingsvergunningen, BOPA’s, etc. De conclusie is dat er geen noodzaak is om een plan-mer-procedure te doorlopen voor het Ontwikkelplan Achter de Molen.

Het is aan het bevoegd gezag (gemeente Almelo) om hier een formeel plan-mer-beoordelingsbesluit over te nemen.

32

Hoofdstuk 6 Participatie In het kader van de totstandkoming van de Ontwikkelvisie Almelo Centraal heeft participatie en inspraak plaatsgevonden. De beoogde ontwikkeling komt tot stand in nauwe samenwerking met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. Via informatieavonden, werkateliers en consultaties wordt actief meegedacht over de inrichting van de wijk, de ontsluiting van de buurt en de invulling van de openbare ruimte. Deze participatieve aanpak leidt tot breed gedragen keuzes en uiteindelijk ontwerp. De volgende stappen hebben binnen het breed gevoerde participatieproces plaatsgevonden: 16 december 2022 - Kijk op de wijk 21 februari 2023 - Bewonersavond Achter de Molen 12 mei 2023 - Kort & Krachtig Festival 3 oktober 2023 - Inloopavond Ontwikkelvisie 25 juni 2024 - Bewoners Kop Nieuwstraat 2 oktober 2024 - Informatiebijeenkomst Stedenbouwkundig plan 13 januari 2025 - Bewoners Aastraat e.o. 29 september 2025 - Inloopavond Stedenbouwkundig plan Doorlopend – Inloop op afspraak tijdens het tweewekelijkse Werkatelier Almelo Inspraakprocedure Omgevingsprogramma Achter de Molen Ook in het kader van de procedure om tot vaststelling van voorliggend Omgevingsprogramma te komen, vindt participatie plaats. Er wordt voor gekozen een ontwerp van het Omgevingsprogramma ter inzage te leggen om een ieder de mogelijkheid te bieden een zienswijze kenbaar te maken.

De zienswijzen worden betrokken in de verdere besluitvorming op het Omgevingsprogramma. Over het Ontwerp Omgevingsprogramma voor Achter de Molen vindt op 11 november 2025 door het college van burgemeester en wethouders besluitvorming plaats. Vervolgens wordt het ontwerp Omgevingsprogramma van 20 november 2025 tot 6 januari 2026 ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kan iedereen schriftelijk of mondeling een zienswijze indienen bij het college.

Hoofdstuk 7 Uitvoeringsstrategie 7.1 Inleiding De herontwikkeling van het gebied Achter de Molen is onderdeel van de bredere gebiedsontwikkeling Spoorzone Almelo Centraal. De uitvoeringsstrategie is gericht op het realiseren van een duurzame, inclusieve stadswijk met een sterke sociale en ecologische

33

identiteit. De gemeente Almelo neemt in de eerste fase van het project een regierol, waarbij samenwerking met bewoners, ondernemers en maatschappelijke partners centraal staat. Belangrijke uitgangspunten: • • • • •

Stapsgewijze transformatie van het bedrijventerrein naar een gemengde woonwijk. Integratie van erfgoed, zoals molen De Hoop, de Almelo Aa, twee moskeeën en de kerk. Verbinding met de Almelose Aa als ecologische en recreatieve drager. Ruimte voor zelfbouw en samenbouw, om betrokkenheid en diversiteit te stimuleren. Slimme mobiliteitsoplossingen, met parkeren binnen ontwikkelvelden en aandacht voor verkeersveiligheid.

7.2 Middelen en capaciteit Organisatorische capaciteit Het project wordt aangestuurd door een projectleider stedelijke ontwikkeling. Het team bestaat o.a. uit: • • • • • •

Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten voor ontwerp en ruimtelijke kwaliteit. Planeconomen voor financiële onderbouwing en exploitatie. Juristen voor juridische borging binnen de Omgevingswet. Communicatieadviseurs voor participatie en stakeholdermanagement. Wijkregisseurs voor verbinding met bewoners en lokale initiatieven. Grondexploitatie en verliesvoorziening

Grondexploitatie Voor fase 1 van Achter de Molen is een grondexploitatie opgesteld, die in december 2025 nog door de raad moet worden vastgesteld, met een geraamd tekort van € 6.395.000,- op contante waarde. Dit verlies wordt gedekt via een verliesvoorziening, die wordt gefinancierd uit de Reserve Stadsontwikkelingsfonds. De dekking is juridisch en bestuurlijk geborgd in het college- en raadsvoorstel, waarbij geheimhouding is opgelegd op de financiële bijlage conform de Gemeentewet. WBI-subsidie De Woningbouwimpuls (WBI) heeft een cruciale rol gespeeld in het mogelijk maken van de eerste ruim 200 woningen in Achter de Molen. De WBI draagt bij aan het versnellen van de woningbouwopgave binnen Almelo Centraal en is onderdeel van de bredere woondeal tussen Rijk, provincie en gemeente. Erfgoedmiddelen

34

Achter de Molen is niet alleen een ruimtelijke transformatie, maar ook een erfgoedgedreven gebiedsontwikkeling. Via de Erfgoed Deal is financiële ondersteuning verkregen. Tevens hebben ook het Waterschap Vechtstromen en de provincie Overijssel bijgedragen. De aanvraag betreft een bijdrage van € 550.000 (excl. BTW) op een totaal van € 1.462.928 De middelen worden ingezet voor: • • •

Herstel en zichtbaarheid van de Almelose Aa. Aanleg van ontmoetingsplekken, speelplekken en zichtlijnen naar molen De Hoop. Participatie van bewoners in erfgoed en wijkontwikkeling.

Erfgoed is geen decor, maar drager van de aanpak. Het bepaalt routes, functies en betekenis, en zorgt voor sociale verankering, landschappelijke samenhang en culturele continuïteit

7.4 Monitoring Het opstellen van een Omgevingsprogramma is geen doel op zich. Het is een sturingsinstrument om onze stedelijke opgaven en ambities veelal op langere termijn te realiseren. Nieuwe inzichten of veranderingen in de stad of maatschappij kunnen leiden tot aanpassing van ambities. Het is daarom van belang continu te toetsen (monitoren) of we nog op de juiste weg zitten of dat bijsturing nodig is. Monitoring en evaluatie zijn daarmee een belangrijk onderdeel van de beleidscyclus: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. Het Omgevingsprogramma heeft een uitdrukkelijke relatie met de te actualiseren Omgevingsvisie voor Almelo. In het actualisatieproces wordt het project Achter de Molen en de ontwikkeling van de gehele Almelose spoorzone meegenomen. Het proces van totstandkoming van het Omgevingsprogramma loopt deels parallel met het proces om tot een nieuwe Omgevingsvisie te komen. Het is belangrijk dat hierin afgestemd wordt en met goede monitoring inpassing bewaakt wordt. Periodiek wordt getoetst of met de uitvoering van het Omgevingsprogramma onze ambities voldoende waargemaakt worden en bijdragen aan het realiseren van onze stedelijke opgaven en ambities.

In elk geval tot aan de ontwikkeling van een Omgevingsplan voor Achter de Molen worden de ambities en doelstellingen uit het Omgevingsprogramma structureel gemonitord en wordt bekeken wat de bereikte resultaten zijn. Daarmee te verkrijgen inzichten kunnen leiden tot periodieke aanscherping van het Omgevingsprogramma. Monitoring vindt plaats op verschillende niveaus: • • •

Projectniveau: Via voortgangsrapportages en evaluatiemomenten in het projectteam. Bestuurlijk niveau: Door afstemming met portefeuillehouders en rapportage in de P&C-cyclus. Participatief niveau: Door terugkoppeling aan bewoners en stakeholders via bijeenkomsten en digitale kanalen.

35

•

Ruimtelijk niveau: Door toetsing van ruimtelijke kwaliteit, erfgoedwaarden en ecologische doelen.

7.5 Stappen Het Omgevingsprogramma Achter de Molen beschrijft de gemeentelijke ambities en doelen voor de ontwikkeling van het gebied Achter de Molen. Om uiteindelijk tot realisatie van de doelen te komen, is het doorlopen van een aantal stappen nodig. Zo moeten er vervolgproducten worden opgesteld. Ook moet een aantal stappen met onder meer grondeigenaren, omwonenden en partners in de stad worden genomen. De gemeente gaat om de doelen te kunnen bereiken in elk geval inzetten op: Omgevingsplan Als vervolgstap na voorliggend Omgevingsprogramma, wordt een Omgevingsplan opgesteld. Met een Omgevingsplan kan een gemeente sturen op de gewenste kwaliteit van (een onderdeel van) de fysieke leefomgeving door het opnemen van juridische bindende regels in het Omgevingsplan. Gelijktijdig ligt het stedenbouwkundig plan (dat ook als kader dient voor het omgevingsplan) voor het gebied Achter de Molen ter besluitvorming bij de gemeenteraad. Doordat beide processen gelijktijdig plaatsvonden zijn er echter een paar, voor het omgevingsprogramma, ondergeschikte verschillen ontstaan. Zoals eerder toegelicht in paragraaf 1.6 van voorliggend programma is hiervoor wel een aangepast vlekkenplan gemaakt maar is het onnodig om in deze fase de overige aspecten hierop aan te passen. Ten behoeve van het omgevingsprogramma gaat het om globale haalbaarheid en het uitsluiten van aanzienlijke milieueffecten.

De zichtbare verschillen zijn naar verwachting met dezelfde maatregelen op te lossen. In het omgevingsplan kan dit verschil worden rechtgezet met de daarbij behorende meer gedetailleerde onderzoeken. Anterieure overeenkomsten met grondeigenaren Er wordt toegewerkt naar het anterieure overeenkomsten tussen gemeente Almelo en grondeigenaren. Deze anterieure overeenkomsten dienen gereed te zijn voorafgaan aan het moment waarop het Ontwerp Omgevingsplan in 2026 ter inzage wordt gelegd en daarna ter vaststelling wordt aangeboden aan de gemeenteraad. Bestendigen voorkeursrecht Door het vestigen van een voorkeursrecht houdt de gemeente de regie op de ontwikkeling van het gebied. Het geeft de gemeente de gelegenheid haar positie ten aanzien van een voornemen tot stedelijke ontwikkeling te kunnen verkennen en verder vorm te geven. Indien het Omgevingsprogramma wordt vastgesteld, wordt het voorkeursrecht verlengd voor drie jaar. Dit voorkeursrecht verloopt na drie jaar indien er geen (aangepast) Omgevingsplan voor het gebied is vastgesteld.

36

7.6 Ontwikkelproces en planning Uitvoering van het ontwikkelproces, zoals in dit programma is omschreven, vindt plaats hoofdzakelijk door de gemeente. Uiteraard zoekt zij daarbij de samenwerking met grondeigenaren, omwonenden en partners in de stad. Realisatie van de met het programma beoogde ontwikkeling is voorzien in de periode 2027 tot en met 2037. Voor de realisatie van de woningbouwambities worden de onderstaande stappen doorlopen. Hierbij is het noodzakelijk dat er gesprekken worden gevoerd met de grondeigenaren om de uitvoering van het programma verder vorm te geven. Hieronder is toegelicht wat de planning is om uitvoering te geven aan het Omgevingsprogramma en welke producten en activiteiten per jaar worden opgeleverd en uitgevoerd. Planning Uitwerken aanpak ontwikkeling

2024 - 2026

Ontwikkelen stedenbouwkundig plan

2024 - 2025

Opstellen wijziging Omgevingsplan

2026

Uitvoering ontwikkeling

2027 - 2037

Gestuurd vanuit verkregen financiële middelen vanuit het Rijk ligt de focus voor Achter de Molen op start bouw per 2027. De uitvoering van de gebiedsontwikkeling zal gefaseerd plaatsvinden. Vanaf start bouw wordt, verspreid over een periode van ca. tien jaar, de realisatie van in totaal ca. 400 tot 500 woningen voorzien. Deze gefaseerde aanpak maakt het mogelijk om stapsgewijs in te spelen op marktomstandigheden, aanleg openbare ruimte en het gebied op een zorgvuldige wijze te transformeren naar een gemengd stedelijk woongebied. De planning is gefaseerd en volgt de logica van gebiedsontwikkeling en grondeigendom: Fase 1: Gebied ten noorden van de Veldkampsweg. Hier wordt gestart met de realisatie van woningen, voorzieningen en de inrichting van de openbare ruimte. Dit vormt de eerste concrete stap in de transformatie. Fase 2: Gebied direct ten zuiden van de Veldkampsweg, aansluitend op fase 1. Een belangrijke drager hierin is het doortrekken van de Laan van de Hoop naar Korenmolen De Hoop, evenals de aanleg van het Molenplein. Fase 3: Gebied aan de zuidzijde van het plangebied, richting de spoorzone, als ook aan de oostzijde achter de bestaande woningen aan de Rohofstraat. Deze fase is ook afhankelijk van toekomstige verwervingen en beleidsontwikkelingen. Elke fase wordt voorafgegaan door een nadere uitwerking, participatie en het opstellen van een Omgevingsplan.

De planning wordt afgestemd in projectoverleggen en bijgesteld op basis van voortgang en externe factoren.

37

7.7 Financiële consequenties Om de ontwikkeling van Achter de Molen mogelijk te maken is uiteindelijk een wijziging van het Omgevingsplan nodig. Momenteel heeft het gebied op basis van het Omgevingsplan geen passende functie. Dit houdt in dat er afspraken moeten worden gemaakt met eigenaren in het gebied en dat het programma verder moet worden uitgewerkt om uiteindelijk het Omgevingsplan te kunnen aanpassen. Met een GREX zijn de financiële consequenties van de ontwikkeling van Achter de Molen duidelijk in beeld gebracht. De omvang van de kosten voor de inrichting hangt af van de functies en type inrichting dat het gebied specifiek gaat krijgen. De benodigde investering of bijdrage is afhankelijk van keuzes die gemaakt worden ten aanzien van inrichting en beheer. Hoewel nog geen besluit is genomen over de GREX (staat gepland voor december 2025) is al wel duidelijk dat de GREX een tekort kent. Dit verlies wordt gedekt via een verliesvoorziening, die wordt gefinancierd uit de Reserve Stadsontwikkelingsfonds. Basis voor de GREX is het stedenbouwkundig plan. Het stedenbouwkundig plan vormt uiteindelijk weer de basis voor het op te stellen Omgevingsplan. Realisatie Om de gronden te kunnen bebouwen moet(en) de ontwikkelende partij(en), alsook de gemeente Almelo, hun gronden bouwrijp (laten) maken om vervolgens de gronden in exploitatie te kunnen nemen.

Tot slot moet het gebied woonrijp opgeleverd worden. Daarnaast krijgen ontwikkelende partijen te maken met rentelasten en kostenstijgingen. Aangenomen wordt dat woningbouw in Achter de Molen substantiële investeringen van de gemeente vraagt ongeacht de rol die de gemeente inneemt. De omvang daarvan hangt af van verschillende factoren zoals het te realiseren woonmilieu, de prijscategorieën waarbinnen de woningen moeten vallen en bijvoorbeeld de parkeeroplossingen in het gebied. Deze factoren hebben een nadrukkelijke plek binnen de GREX en hebben invloed op het uiteindelijke financiële resultaat. In de uitvoeringsfase moeten nadere keuzes worden gemaakt, zodat de woningbouwontwikkeling verder vorm kan krijgen en de financiële haalbaarheid verder ingekaderd kan worden. Kostenverhaal Voor de ontwikkeling van het gebied moet de gemeente kosten maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van openbare voorzieningen in en rond het gebied en het wijzigen van het omgevingsplan. De kosten worden verhaald op de ontwikkelende partijen. Naast de kosten voor de openbare voorzieningen worden ook de overige kosten omgeslagen over alle eigenaren. De Omgevingswet verplicht overheden om de kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen naar evenredigheid te verhalen op de initiatiefnemers en ontwikkelaars die profijt hebben van de aan te leggen openbare voorzieningen.

Er wordt naar gestreefd hierover afspraken vast te leggen in anterieure overeenkomsten. Als er geen overeenkomst tot stand komt, moet het kostenverhaal op een andere manier geregeld worden. Dat kan de gemeente doen door kostenverhaalregels in het omgevingsplan op te nemen of het kostenverhaal te regelen in de omgevingsvergunning. Met ontwikkelende

38

partijen in het projectgebied worden overigens nog overeenkomsten gesloten waarmee eventuele nadeelcompensatie als gevolg van een gewijzigd omgevingsplan wordt afgedekt. Voorliggend omgevingsprogramma betreft overigens geen ruimtelijk instrument op basis waarvan een noodzaak tot nadeelcompensatie kan optreden, aangezien deze geen regels bevat die rechtstreeks juridisch bindend zijn voor derden

7.8 Governance Dit Omgevingsprogramma betreft een vrijwillig programma als bedoeld onder de Omgevingswet. Vaststelling van het Omgevingsprogramma is een bevoegdheid van het College van Burgemeester en wethouders. Het Omgevingsprogramma is met participatie tot stand gekomen. Omdat de raad reeds positief heeft besloten over de Ontwikkelvisie Almelo Centraal hoeft geen richtinggevend besluit van de raad gevraagd te worden over het concept van het Omgevingsprogramma. Het ontwerp van het Omgevingsprogramma Achter de Molen wordt op grond van de gemeentelijke participatieverordening “Kerninstrumenten participatie onder de Omgevingswet” voor een ieder ter inzage gelegd. Gedurende zes weken heeft een ieder de gelegenheid voor inspraak. Bij deze inspraak wordt de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure gevolgd. Het Omgevingsprogramma wordt digitaal bekendgemaakt via het DSO via www.regelsopdekaart.nl

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=f420a05f-ba2e-4e17-8f0d-b25e38a592e7