CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1 bij RB 10 - Jaarverslag VTH Twente

Raad 15 april 2025, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W13.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2024 Jaarverslag VTH Twente

Gemeente Almelo 7 maart 2025 Z/25/238315 D/25/735938

Begrippen- en afkortingenlijst AB

Algemeen Bestuur

B&W

Burgemeester en wethouders

BBT

Best beschikbare technieken

Beh

Besluit emissiearme huisvesting

BOA

Buitengewoon opsporingsambtenaar

DB

Dagelijks Bestuur

DSO

Digitaal Stelsel Omgevingswet

DVO

Dienstverleningsovereenkomst

EV

Externe veiligheid

GR

Gemeenschappelijke regeling

GS

Gedeputeerde staten

IBP

Interbestuurlijk programma

IBT

Interbestuurlijk toezicht

ILT

Inspectie Leefomgeving en Transport

KC

Kwaliteitscriteria

Lbv

Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties

LHSO

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

LOD

Last onder dwangsom

Mba

Milieubelastende activiteit

MIA

Multidisciplinair Integrale Aanpak

OBM

Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets

OD

Omgevingsdienst

PDC

Producten- en dienstencatalogus

PHO

Portefeuillehoudersoverleg

PPLG

Provinciaal Programma Landelijk Gebied

RIEC

Regionale Informatie- en Expertisecentrum

RPI

Risicoprioriteringsinstrument

SPUK

Specifieke Uitkering

SWF

Samenwerkingsfunctionaliteit

TVS

Twentse Vergunningenstrategie

UVP

Uitvoeringsprogramma

VTHA

Vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies

Wabo

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

WPM

Werkgebonden personenmobiliteit

ZZS

Zeer zorgwekkende stoffen

1

Inhoudsopgave Begrippen- en afkortingenlijst................................................................................................ 1 1.

2.

3.

4.

Inleiding ......................................................................................................................... 3 1.1.

Aanleiding .......................................................................................................................3

1.2.

Regionale beleidscyclus ..................................................................................................3

1.3.

Realisatie ten opzichte van planning ..............................................................................4

Terugblik 2024 ............................................................................................................... 5 2.1

Organisatorische ontwikkelingen ...................................................................................5

2.2

Inhoudelijke ontwikkelingen ...........................................................................................7

VTHA-beleidsdoelen en prioriteiten .............................................................................. 12 3.1

Naleefgedrag ................................................................................................................12

3.2

Bescherming gezondheid (lucht) ..................................................................................14

3.3

Energie en duurzaamheid .............................................................................................14

3.4

Doorontwikkeling VTHA-beleidsdoelen ........................................................................16

Evaluatie taken en werkzaamheden 2024 ..................................................................... 17 4.1

Programma Vergunningen............................................................................................17

4.2

Programma Toezicht & Handhaving .............................................................................19

4.2.1 Toezicht ......................................................................................................................19 4.2.2 Handhaving.................................................................................................................22 4.3

Programma Advies........................................................................................................23

5.

Ketenpartners .............................................................................................................. 25

6.

Projecten...................................................................................................................... 26

7.

6.1

Twentse projecten ........................................................................................................26

6.2

Collectieve werkzaamheden Twente ............................................................................27

6.3

Lokale projecten ...........................................................................................................28

Uitvoeringsorganisatie & bedrijfsvoering ...................................................................... 30

2

1. Inleiding Voor u ligt het jaarverslag van de Omgevingsdienst Twente (OD Twente) voor 2024. Deze rapportage geeft de resultaten weer van de werkzaamheden die gedurende het jaar zijn uitgevoerd door de OD Twente op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTHA) namens de gemeente Almelo. Het uniforme jaarverslag (regionaal format) is door de OD Twente voorbereid in samenwerking met haar partners. De input voor dit jaarverslag is partner specifiek en wordt door de OD Twente aan de desbetreffende partner verstrekt. Daarnaast wordt een regionaal jaarverslag opgesteld waarin de gezamenlijke resultaten van de uitvoering (output en outcome) zijn opgenomen. Deze regionale rapportage wordt separaat ter kennisname aangeboden aan het Algemeen Bestuur (AB) van de OD Twente.

1.1.

Aanleiding

Jaarlijks wordt op grond van artikel 13.8 Omgevingsbesluit een uniform VTHA-uitvoeringsprogramma opgesteld voor de taken die de OD Twente voor de verschillende bevoegde gezagen uitvoert. Artikel 13.11 Omgevingsbesluit bepaalt dat bestuursorganen jaarlijks evalueren of de geprioriteerde activiteiten zijn uitgevoerd, zoals opgenomen in het uitvoeringsprogramma (UVP). Hierbij wordt ook gerapporteerd in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de gestelde doelen uit het gezamenlijke VTHA-beleid1 Twente en de Nadere uitwerking. Het jaarverslag dient hierbij als input voor het regionale VTHA-beleid, welke zo nodig wordt aangepast. In 2022 is het geactualiseerde Twentse VTHA-beleid met Nadere uitwerking vrijgegeven door het portefeuillehoudersoverleg (PHO) en nadien door de bevoegde gezagen vastgesteld in de eigen colleges (GS en B&W). Ook de individuele jaarverslagen worden vastgesteld door alle colleges en kunnen daarbij bekend worden gemaakt aan de gemeenteraden en provinciale staten.

1.2.

Regionale beleidscyclus

Om het Twentse VTHA-beleid doorlopend te ontwikkelen, wordt gewerkt vanuit een sluitende regionale beleidscyclus. Deze beleidscyclus bestaat uit een strategische cyclus (links) en een uitvoerende cyclus (rechts). De stappen worden toegelicht in de onderstaande figuur, waarbij de landelijke handreiking regionale beleidscyclus vanuit de Omgevingsdienst Nederland (ODNL) wordt gevolgd. De voormalige ‘Big-8’ is hierbij gekanteld om te benadrukken dat beleid en uitvoering van gelijkwaardig belang zijn en elkaar beïnvloeden.

Het uniforme VTHA-uitvoeringsprogramma Twente vormt de basis van de regionale beleidscyclus en komt voort uit de doelen, prioriteitstelling en strategieën zoals opgenomen in het VTHA-beleid Twente, inclusief Nadere uitwerking. Wat volgt uit de programmering is de voorbereiding, uitvoering, monitoring en evaluatie. Hierbij wordt naast output meer aandacht gegeven aan de maatschappelijke impact van deze werkzaamheden (outcome). Deze rapportage dient ter verantwoording voor de uitvoering van de taken die vallen onder de dienstverleningsovereenkomst (DVO). In Twente betreft dit voornamelijk het ‘standaardpakket’. Indien van toepassing, wordt ook gerapporteerd over de zogenaamde ‘facultatieve taken’. Geleverde producten en diensten worden afgezet tegen geplande diensten en producten, conform de geldende producten- en dienstencatalogus (PDC). 1 Formeel is de naam VTH-beleid, maar dit jaarverslag houdt consequent vast aan de terminologie VTHA.

3

1.3.

Realisatie ten opzichte van planning

Deze paragraaf geeft inzicht in de realisatie van producten ten opzichte van de gestelde prognoses op zowel regionaal als lokaal niveau. Aandachtspunt hierbij is dat de prognose voor 2024 is gebaseerd op de oude wetgeving, terwijl realisatie uiteenvalt in zowel oude producten (PDC Wabo) en nieuwe producten (PDC Omgevingswet). Dit bemoeilijk om een heldere analyse te geven, vooral met betrekking tot het programma Vergunningen. In 2025 wordt volledig gewerkt op basis van de huidige wetgeving (PDC Omgevingswet).

Realisatie producten Twente 2024 Programma

UVP 2024

REA 2024

Vergunningen

6.267

7.706

Toezicht

8.873

7.594

Handhaving

719

505

Advies

2.156

2.141

Totaal

18.015

17.946

Realisatie producten Almelo 2024 Programma

UVP 2024

REA 2024

Vergunningen

517

595

Toezicht

1055

750

Handhaving

73

42

Advies

97

328

Totaal

1.742

1.715

Verder wordt hieronder een overzicht gegeven van de gerealiseerde uren ten opzichte van de bijbehorende inbreng, zoals opgenomen in de programmabegroting 2024. Vanuit de rapportagesystematiek van de OD Twente, is het dit jaar mogelijk om urenrealisatie op programmaniveau te rapporteren met betrekking tot urenpost ‘Directe uren’. Voor de algemene urenpost ‘Overige projecturen’ wordt dit onderscheid op programmaniveau niet gemaakt. Verrekening vindt plaats op basis van werkelijk gerealiseerde uren en zal via de jaarrekening aan het AB worden voorgelegd. Het urenoverzicht in deze paragraaf wordt ook opgenomen in de jaarrekening. De definitieve eindafrekening bestaat uit deze urenafrekening en de bestemming van het resultaat. Onderstaand overzicht houdt geen rekening met belangrijke nuances, waaronder de bestemming van het uiteindelijke jaarresultaat inclusief eventuele teruggaven.

Realisatie uren Almelo 2024 Ingebrachte uren

Directe uren2

Vergunningverlening

3.926

4.652 uur

Toezicht

8.248

7.234 uur

Handhaving

513

608 uur

Advies

2.345

3.284 uur

Projecten

5.786

2.801 uur

Totaal

20.818

18.579 uur

Programma

2

Overige projecturen

Verschil

1.790 uur

+449

1.790 uur

Betreft zowel directe uren op zaak als algemene directe uren (Admin, Clusteroverleg en Begeleiding trainees)

4

2. Terugblik 2024 Dit hoofdstuk benoemt de belangrijkste interne en externe ontwikkelingen die in 2024 invloed hebben gehad op de uitvoering van VTHA-taken door de OD Twente. In dit jaarverslag blikken we terug op het UVP 2024 en verantwoorden we onze inzet over het afgelopen jaar. Echter is het uitvoeren van een bepaald aantal controles, het verlenen van een bepaald aantal vergunningen en het geven van een bepaald aantal adviezen geen doel op zich. De organisatie is opgericht om zorg te dragen voor een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving in Twente. Alle werkzaamheden moeten bijdragen aan deze overkoepelende doelstelling. In dit hoofdstuk wordt daarom bij elke ontwikkeling benoemd welk maatschappelijk effect dit heeft gehad op de leefomgeving (outcome).

2.1 Organisatorische ontwikkelingen Begrotingswijziging en arbeidsmarkt Afgelopen jaar is voor het eerst gewerkt met een nieuwe, meer reële begroting. Deze is tot stand gekomen na een intensief herijkingstraject, waardoor de OD Twente een passende financiering heeft voor de kwantitatieve uitvoering van haar VTHA-taken. Hiermee heeft de OD Twente voldaan aan één van haar regionale beleidsdoelen (draagvlak benodigde middelen) en een goede stap gezet richting het voldoen aan de landelijke robuustheidscriteria. Het toegenomen draagvlak en vertrouwen heeft geleid tot minder nadruk op kengetallen, aangezien wordt afgerekend op basis van werkelijk gerealiseerde uren. Toch zijn waarheidsgetrouwe en gedragen kengetallen belangrijk voor het maken van goede prognoses en zijn ze daarom een regionaal beleidsdoel. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn nieuwe producten vastgesteld in de PDC 2024-2025 zonder ervaringscijfers en dus zonder kengetallen. In 2025 worden kengetallen voor de nieuwe PDC opnieuw vastgesteld, dit ook vanwege de doorontwikkeling rondom het proces van milieuleges. Hoewel de herijkte begroting ruimte geeft voor kwantitatieve uitvoering van VTHA-taken, legt de huidige arbeidsmarkt tegelijkertijd druk op zowel de kwantitatieve als kwalitatieve uitvoering.

Naast de extra vacatureruimte als gevolg van de begrotingswijziging, is er de komende jaren sprake van veel natuurlijk verloop. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, heeft de OD Twente afgelopen jaar relatief veel personeel kunnen werven. Hierbij is het aandeel inhuur verder teruggedrongen. De organisatie heeft de vruchten kunnen plukken van de landelijke wervingscampagne en haar eigen traineeprogramma, dat al meerdere jaren loopt. Sommige functies blijven echter structureel lastig te vervullen met het risico op onder uitputting. Dit geldt voornamelijk voor buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s) en (ervaren) agrarische vergunningverleners en toezichthouders. Maatschappelijk effect Om een effectieve bijdrage te kunnen leveren aan het maatschappelijke doel voor een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving, is het van groot belang dat de OD Twente haar VTHA-taken zowel kwantitatief als kwalitatief kan uitvoeren. De herijkte begroting heeft de organisatie in staat gesteld om haar taken kwantitatief uit te voeren. De wervingscampagne en het traineeprogramma hebben hier ook een relevante bijdrage aan geleverd, maar kwaliteit staat hierbij wel onder druk. Nieuwe medewerkers hebben veel potentieel, maar relatief weinig ervaring.

Daarom is gekozen voor een werkwijze waarbij nieuwe medewerkers werken onder begeleiding van ervaren medewerkers, die ruim voldoen aan de kwaliteitscriteria. Door de hoge instroom aan nieuwe medewerkers staat goede begeleiding wel onder druk. Om hierop in te spelen, verhoogt de OD Twente het opleidingsbudget in 2025 naar 2,5% als onderdeel van het plan van aanpak rondom robuustheid. Hiermee wordt onder andere het opleidingsprogramma verder doorontwikkeld, wat moet bijdragen aan een hoogwaardige omgevingsdienst. Team leefomgeving en omgevingsadviseurs De herijkte begroting heeft gezorgd voor een flinke formatieve groei bij de OD Twente. Dit heeft ertoe geleid dat de bestaande teams te groot zijn geworden om een goede ‘span of control’ te behouden. Hierdoor ontstond een risico op stagnatie van ontwikkeling en een gebrek aan persoonlijke aandacht voor personeel. Daarom is in 2024 het nieuwe ‘Team Leefomgeving’ gevormd, bestaande uit medewerkers vanuit andere teams. Dit nieuwe team

5

voert voornamelijk niet-inrichtingsgebonden taken uit met betrekking tot bodem, asbest en flora en fauna. Ook BOA’s maken onderdeel uit van dit team. Het nieuwe team is inmiddels volledig ingebed in de organisatie. Ook is afgelopen jaar invulling gegeven aan een nieuwe functie: ‘de omgevingsadviseur’. Het nieuwe cluster ‘Omgevingsadvies’ is opgericht om expertise en samenwerking tussen de OD Twente, aangesloten gemeenten en de provincie efficiënter en effectiever in te zetten. Hierdoor wordt optimale betrokkenheid en advisering gerealiseerd op drie verschillende niveaus: 1) Integrale advisering over de fysieke leefomgeving (beleidsontwikkeling); 2) Advisering over de toepassing van kerninstrumenten onder de Omgevingswet (beleidsdoorwerking); 3) Advisering over regels uit het omgevingsplan en de omgevingsverordening (beleidsuitvoering). Per 1 juli 2024 is aan elke partner van de OD Twente een omgevingsadviseur gekoppeld, die de rol vervult van regionale verbinder en zich richt op kennisdeling en samenwerking. Omgevingsadviseurs vervangen hiermee de ‘eerste aanspreekpunten’, bieden deskundig advies over diverse milieuaspecten in ruimtelijke procedures, nemen deel aan omgevings- en intaketafels, ondersteunen bij vooroverleggen en beantwoorden ad-hoc vragen vanuit de werkvloer van onze partners.

Daarnaast leveren omgevingsadviseurs een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van milieuregels binnen gemeentelijke omgevingsplannen. Maatschappelijk effect Het nieuwe ‘Team Leefomgeving’ stelt de OD Twente in staat de verschillende milieuthema’s gerichter en integraler te benaderen. Ook komt een kleinere ‘span of control’ de kwaliteit van de uitvoering ten goede, waardoor de organisatie een betere bijdrage levert aan de leefomgeving. Ondertussen verkleint de introductie van de ‘omgevingsadviseur’ de brug tussen de uitvoeringsdienst en de bevoegde gezagen. Door proactief mee te denken over ruimtelijke vraagstukken, omgevingsplannen en omgevingsvisies, draagt de OD Twente bij aan een integrale benadering in de geest van de nieuwe Omgevingswet. Kwaliteitscriteria Voor de bescherming van de leefomgeving is het van groot belang dat VTHA-taken goed worden uitgevoerd. Hierbij is het borgen van kwaliteit in de uitvoering en handhaving van groot belang. De landelijke kwaliteitscriteria (KC) bepalen het minimale niveau dat nodig is om VTHA-taken naar behoren te kunnen uitvoeren. Dit maakt voor burgers, bedrijven en de overheid inzichtelijk welke kwaliteit verwacht mag worden. Op 1 januari 2025 is een nieuwe set kwaliteitscriteria gepubliceerd (KC 2.3 naar KC 3.0). Aanleiding van de landelijke aanpassing naar KC 3.0 zijn de aanbevelingen vanuit de commissie Van Aartsen.

Het voldoen aan de vigerende KC wordt vastgelegd in de Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht. De OD Twente streeft er continu naar om kwaliteit onderdeel uit te laten maken van het DNA van de organisatie. Afgelopen jaar is vanuit zowel de onderlinge visitaties tussen OD’s en het onderzoek in het kader van robuustheid gebleken dat de OD Twente niet aantoonbaar voldoet aan de vigerende KC (op dat moment KC 2.3). De OD Twente beschikte over een inzetbaarheidsmonitor, maar deze monitor is de afgelopen twee jaar niet bijgehouden en sluit onvoldoende aan op de nieuwe systematiek. Het AB heeft afgelopen jaar opdracht gegeven om middels een separaat traject objectief vast te laten stellen hoe robuust de organisatie is met betrekking tot de KC 3.0. Hiervoor is inmiddels een bureau ingeschakeld om dit traject nader uit te werken. Het KC-traject wordt in 2025 uitgevoerd, waarbij gedurende het eerste halfjaar de kennis en ervaring van alle medewerkers in het primaire proces in beeld wordt gebracht. Hierbij worden onder andere het opleidingsniveau, werkervaring en vlieguren gespiegeld tegen het bijbehorende functieprofiel en takenpakket. Alle data wordt verzameld in een dashboard, waarmee sneller inzicht verkregen kan worden in het voldoen aan de vigerende KC. Hiermee kunnen ook overzichten worden gegenereerd.

Aansluitend op de inventarisatie zal een strategisch ontwikkelplan worden opgesteld, waarmee lopende en toekomstige verbetertrajecten van medewerkers worden bijgehouden. Dit versterkt de organisatiebrede focus op continue opleiding en training. Aan het einde van elk kalenderjaar wordt een analyserapport opgeleverd voor intern en extern gebruik. Maatschappelijk effect Kwalitatief goed personeel leidt tot betere dienstverlening richting burgers en bedrijven. Op deze manier kan de OD Twente beter bijdragen aan haar overkoepelende doel: bescherming van de leefomgeving. De onduidelijkheid of de OD Twente voldoet aan vigerende KC, zorgt komend jaar voor bepaalde risico’s zoals lagere

6

uitvoeringskwaliteit, meer bezwaren op procedures of gemiste overtredingen tijdens controles. De OD Twente heeft afgelopen jaar echter niet geconstateerd dat deze risico’s zich in de praktijk hebben voorgedaan. Dit wordt zoveel mogelijk beperkt door nieuwe medewerkers te laten werken onder ervaren medewerkers die voldoen aan de vigerende KC. Ook bij inhuur van personeel wordt altijd gekeken naar de minimumeisen van de functie en of de ingehuurde voldoet. Toekomstvisie Ondanks dat dit hoofdstuk een terugblik is, staat de OD Twente belangrijke ontwikkelingen te wachten richting de toekomst. Naar aanleiding van de robuustheidscriteria en het visitatierapport, zal de OD Twente de komende jaren een volgende fase ingaan. Hierbij is het van belang dat we samen met (keten)partners en werknemers een nieuwe punt op de horizon gaan zetten. Daarom heeft het Dagelijks Bestuur (DB) in 2024 opdracht gegeven om te komen tot een ‘Toekomstvisie 2030+’. De planning is om deze visie rond de zomer van 2025 vast te stellen. Maatschappelijk effect Binnen de toekomstvisie zal outcome een grotere rol krijgen, waarbij wordt gekeken hoe dit in de organisatie geborgd kan worden. Bij de toekomstige uitvoering van VTHA-taken zal meer worden gekeken vanuit een integrale benadering en toegevoegde waarde aan de leefomgeving in plaats van het behalen van aantallen.

2.2 Inhoudelijke ontwikkelingen Omgevingswet Implementatie van de Omgevingswet is in 2024 voorspoedig verlopen. De ICT-systemen, processen, sjablonen en werkafspraken bleken vooraf goed voorbereid in samenwerking met onze (keten)partners. Wel heeft de nieuwe wetgeving gezorgd voor inhoudelijke uitdagingen en discussies bij zowel vergunningverleners, toezichthouders als adviseurs. Vooral juridische adviseurs hebben het druk gehad met de specifieke bepalingen rondom het overgangsrecht. Qua ICT en processen zijn in de loop van 2024 op basis van eerste ervaringen nog de nodige verbeteringen aangebracht. De initiële implementatie is inmiddels nagenoeg afgerond, waarbij verdere verbeteringen in 2025 in de lijn worden opgepakt. Belangrijke aandachtspunten zijn aanpassingen van de resterende sjablonen, landelijke kernregistratie van milieubelastende activiteiten (mba’s) en het optimaliseren van de Samenwerkingsfunctionaliteit (SFW). In 2024 is de pilot van de Omgevingstafel Twente voortgezet om ervaring op te doen met de nieuwe integrale werkwijze onder de Omgevingswet. Bezetting van voorzitters en secretarissen is hierbij gelijk gebleven. De opgedane ervaring leidt tot steeds soepelere processen en scherpere adviezen. In totaal zijn elf casussen behandeld in 2024 voor zeven verschillende bevoegde gezagen. De ervaring met deze casussen is voor het overgrote deel positief.

Ook zijn er enkele casussen geweest met goede leerpunten. Om continuïteit te borgen, zal de pilot ook doorlopen in 2025. Een separaat onderdeel van de Omgevingswet is de mogelijkheid voor bevoegde gezagen om milieuleges te heffen. Voorafgaand aan de start van de nieuwe wetgeving, is binnen Twente afstemming gezocht rondom dit thema. Dit heeft geleid tot een uniform sjabloon om milieuleges te borgen in de individuele legesverordeningen. In de praktijk blijkt dat er desondanks substantiële verschillen zitten in de tariefstellingen en de verordeningen vaak niet aansluiten bij de PDC van de OD Twente. Dit is aanleiding geweest om een project te starten voor het opstellen van een uniforme paragraaf voor milieuleges met eenduidige definities. Doel is om deze paragraaf in 2025 op te leveren, zodat bevoegde gezagen dit met ingang van 2026 kunnen opnemen in hun legesverordeningen. Uiteraard blijft het een keuze van individuele raden en staten om het lokale ambitieniveau te bepalen ten aanzien van dit thema. Maatschappelijk effect Een succesvolle start van de Omgevingswet draagt bij aan vlotte en kwalitatief hoge dienstverlening. De Omgevingswet moet voor burger en bedrijf leiden tot vereenvoudiging aan de voorkant van de balie, maar moet niet leiden tot vertraging aan de achterkant. De omgevingstafel draagt bij aan meer participatie van de omgeving rondom een initiatief.

Dit moet vervolgens leiden tot een meer leefbare omgeving, waarbij vooraf eventuele knelpunten worden herkend en opgelost. Idealiter leidt dit tot minder klachten en bezwaren.

7

Risicogericht werken (RPI en TVS) De OD Twente heeft in 2024 gewerkt aan de doorontwikkeling van risicogericht werken en de gegevenskwaliteit die hieraan ten grondslag ligt. Dit geldt niet alleen voor toezicht via het risicoprioriteringsinstrument (RPI), maar ook voor vergunningen via de Twentse Vergunningenstrategie (TVS). In 2024 zijn grote stappen gezet rondom het risicoprioriteringsinstrument (RPI) in samenwerking met de OD IJsselland. Dit model selecteert bedrijven voor milieucontroles op basis van diverse dynamische gegevens, afkomstig uit interne en externe databestanden. Voorbeelden hiervan zijn risicoscores mba’s, naleefgedrag en het SCIOS-portaal, waarin keuringsfrequenties van stookinstallaties worden bijgehouden. Ook is een tijdsfactor aan het RPI toegevoegd. Bedrijven met hoge risicoscores zullen frequenter gecontroleerd worden dan bedrijven met lagere scores. Hiermee wordt op termijn de meer statische benadering van het ‘Antea model’ vervangen, dat uitgaat van branchegebonden risico’s. Het AB heeft ingestemd met deze nieuwe werkwijze, maar het RPI moet nog worden geïmplementeerd bij de volgende actualisatieslag van het VTHA-beleid. In 2024 zijn meerdere testen binnen het RPI uitgevoerd, welke waardevolle inzichten hebben opgeleverd en verbetering mogelijk maakte.

Gebleken is dat het model niet aan de betrouwbaarheidseisen van de OD Twente voldoet en daarom nog niet in gebruik wordt genomen. De verbeterpunten zijn geanalyseerd en aangepakt. Het interne databestand wordt in 2025 doorontwikkeld tot een punt waarop deze voldoende betrouwbaar is. Hierdoor kan de werkwijze met de RPI te zijner tijd gefaseerd worden geïmplementeerd. Komend jaar zal worden gemonitord of deze werkwijze tot (grote) verschuivingen binnen toezicht leidt. De ambitie is om de RPI steeds verder te verfijnen, zodat risicogericht toezicht kan worden verbeterd en de inzet kan worden afgestemd op de actuele wensen van de opdrachtgevers. Een belangrijke randvoorwaarde blijft dat de OD Twente extra investeert in datakwaliteit. Deze dynamische risicoanalyse dient hierbij als katalysator voor datagedreven werken, omdat medewerkers medeverantwoordelijk worden gemaakt voor prioritering van hun eigen werk. In 2023 is de Landelijke Vergunningenstrategie opgeleverd, een ICT-tool waarmee een standaard toetsniveau kan worden toegekend aan de verschillende mba’s. Dit betreft een landelijke standaard voor vergunningen en meldingen, welke binnen een regio vertaald kan worden naar de regionale ambitie. De OD Twente wil dit samen met bevoegde gezagen doorontwikkelen richting een Twentse Vergunningenstrategie (TVS), als nadere uitwerking op het bestaande VTHA-beleid Twente.

Doel was om dit traject in 2024 af te ronden, maar vanwege een gebrek aan interne projectleiders is dit niet gelukt. Eind 2024 is een projectleider geworven, die de organisatie ondersteunt met de doorontwikkeling en implementatie van de TVS in 2025. Maatschappelijk effect Datagedreven en risicogericht werken is essentieel om in de toekomst een optimale bijdrage te kunnen leveren aan de leefomgeving. Dit leidt tot een efficiëntere en effectievere inzet van middelen en een hogere kwaliteit dienstverlening. Data moet hierbij dynamisch zijn, welke inspeelt op veranderende maatschappelijke behoeften. Hierdoor kan de OD Twente met de veranderende samenleving meebewegen, bijvoorbeeld door meer gewicht toe te kennen aan bepaalde factoren of specifieke datapunten die de komende jaren relevanter worden. Stikstofproblematiek In 2024 waren tot het einde van het jaar relatief weinig ontwikkelingen met betrekking tot het stikstofdossier. Dit kwam voornamelijk door het wachten op het nieuwe regeerakkoord en de gevolgen daarvan op het stikstofbeleid. Hierdoor lag vergunningverlening voor emissiearme stalsystemen en extern salderen vrijwel stil. De OD Twente richtte zich derhalve op het afhandelen van aanvragen die wel verleend konden worden, waar nodig in overleg met de provincie Overijssel.

Toch bestaat door de stikstofproblematiek een nog relatief grote werkvoorraad vanuit het oude recht (PDC Wabo), voornamelijk binnen het programma Vergunningen. De OD Twente was in 2024 aangesloten bij de provinciale werkgroep en leverde van hieruit een bijdrage aan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). In september is met het vervallen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, ook het PPLG komen te vervallen. Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur werkt aan de nieuwe aanpak ‘Ruimte voor Landbouw en Natuur’. Het is momenteel onduidelijk hoe verder te gaan met de uitvoering van de doorontwikkeling van het landelijk gebied in Twente. Vanaf 1 januari 2013 moeten intensieve veehouderijen voldoen aan het Besluit emissiearme huisvesting (Beh). Later is de stoppersregeling in het leven geroepen, waarmee agrariërs alsnog tot 1 januari 2020 de tijd kregen om aan het Beh te voldoen. Eind 2024 is de OD Twente verdergegaan met het oppakken van het project om de

8

betreffende vergunningen ambtshalve in te trekken. Het gaat nog om circa 95 locaties. Een deel hiervan staat ‘on hold’ in verband met nieuwe vergunningaanvragen en omgevingsvergunning beperkte milieutoetsen (OBM) rondom natuur. Daarnaast zijn er nog de ‘gekapte stoppers’ die toentertijd niet in aanmerking kwamen voor de stoppersregeling, maar wiens vergunningen momenteel niet voldoen aan het Beh en ook nog niet zijn ingetrokken. Deze vergunningen worden momenteel opgepakt via een separaat traject. Tenslotte zijn werkzaamheden verricht rondom de landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv), welke nader worden toegelicht in paragraaf 6.2. Op 18 december 2024 heeft een nieuwe uitspraak van de Raad van State de stikstofproblematiek verder vergroot. De uitspraak heeft bepaald dat intern salderen niet langer mag worden betrokken in de voortoets, waarmee wordt beoordeeld of een natuurvergunning nodig is. Het mag enkel worden gebruikt bij de beoordeling of een vergunning verleend kan worden. Hierdoor worden de mogelijkheden voor intern salderen beperkt. Bedrijven die sinds 1 januari 2020 intern hebben gesaldeerd, moeten binnen vijf jaar alsnog een natuurvergunning aanvragen. Deze vergunning wordt alleen verleend als de stikstofrechten niet nodig zijn voor natuurherstel.

Naar aanleiding van deze uitspraak onderzoekt de OD Twente intern en extern hoe de uitspraak geïnterpreteerd moet worden, welke invloed dit heeft en hoe hiermee wordt omgegaan. De verwachting is echter dat hierdoor de resterende Wabo-producten in relatie tot stikstof ook de komende tijd niet afgehandeld kunnen worden. Maatschappelijk effect De inzet van de OD Twente rondom stikstof draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van de natuur in Twente en dus aan een gezonde fysieke leefomgeving. In harmonie met de natuur draagt de OD Twente ook bij aan een duurzame leefomgeving via verschillende bedrijfsontwikkelingen. IBP VTH Op landelijk gebied is het Interbestuurlijk Programma (IBP) Versterking VTH opgestart. Dit programma is opgericht naar aanleiding de aanbevelingen van het rapport ‘Om de leefomgeving’ van de commissie Van Aartsen, met als doel het verbeteren van het VTHA-stelsel. Het IBP VTH bevat de volgende 6 pijlers: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Robuuste omgevingsdiensten en financiering Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging Informatievoorziening VTHA Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving Monitoring kwaliteit milieutoezicht

In 2022 is een Specifiek Uitkering (SPUK IBP) opengesteld. Dit is een subsidie waarmee de omgevingsdiensten actief kunnen bijdragen aan deze 6 pijlers. De OD Twente heeft deze subsidie aangevraagd, ontvangen en ook in 2024 ingezet voor verbetering van alle pijlers. Hierbij is de voornaamste bijdrage geleverd aan: •

Pijler 1 (Robuustheid): Binnen deze pijler is landelijk veel aandacht uitgegaan naar de robuustheidscriteria. Elke omgevingsdienst is gevraagd om een zelfevaluatie uit te voeren of wordt voldaan aan de gehele set robuustheidscriteria. Aan de hand van deze zelfevaluatie, heeft de OD Twente in 2024 een plan van aanpak opgesteld. Hierin wordt onderbouwd hoe de organisatie voldoende robuust gaat worden en ook blijft per 1 april 2026. Uit de beoordeling is gebleken dat de OD Twente nog niet robuust is, maar middels het plan van aanpak wordt verwacht dat de OD Twente dit wel gaat worden vóór de gestelde termijn.

•

Pijler 2 (Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving): Binnen deze pijler heeft de OD Twente zich vooral gericht op basis- en aanvullende opleidingen op gebied van strafrecht.

•

Pijler 3 (Informatievoorziening): Binnen deze pijler is vooral gefocust op het verder doorontwikkelen van de RPI en TVS. Daarnaast heeft de OD Twente een bijdrage geleverd aan landelijke werkgroepen die zich bezighouden met het uniform registreren en opleveren van data die worden gegenereerd tijdens de werkzaamheden van omgevingsdiensten.

9

•

Pijler 4 (Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt): Veel aandacht is besteed aan het optimaliseren en professionaliseren van het trainee- en opleidingsprogramma. Door deze ontwikkeling worden trainees en andere nieuwe medewerkers beter ontvangen en begeleid. Dit leidt naar verwachting tot een hoger behoud van talent voor de organisatie. Het vastgestelde traineeprogramma zal landelijk worden gedeeld. Daarbij is sterk ingezet op het verstrekken van additionele opleidingen aan medewerkers. Hierbij wordt ook aangesloten op het voldoen aan vigerende KC.

•

Pijler 5 (Onafhankelijke uitvoering): Het doel van deze pijler is om onafhankelijke uitvoering van taken door omgevingsdiensten te borgen en te versterken. Het heeft voornamelijk betrekking op het doorlopen van de strategische en uitvoerende beleidscyclus. De OD Twente heeft tijdens landelijke werksessies veel input geleverd en ‘best practices’ gedeeld over verschillende onderwerpen, waaronder regionaal VTHA-beleid en doelen, de probleem- en risicoanalyse, verschillende strategieën, UVPs, samenwerking en outcomegericht werken. De werksessies hebben in 2024 geleid tot een landelijke handreiking voor het doorlopen van de regionale beleidscyclus om te komen tot een regionale planning. Het is hierbij van belang om OD’s tijdens iedere stap te betrekken en voldoende te faciliteren.

•

Pijler 6 (Monitoring): De OD Twente heeft deelgenomen aan het project ‘horizontale verantwoording’. Doelstelling van dit project is het ‘stimuleren van stevigere invulling van horizontale controle door gemeenteraden en provinciale staten op het eigen bestuur’. Twente nam als pilotregio deel aan dit project, waarvan het eindrapport met aanbevelingen is opgeleverd. Daarnaast bevat pijler 6 ook het onderwerp visitaties. De OD Twente heeft deel uitgemaakt van drie visitatiecommissies, welke collega omgevingsdiensten onderzoeken en rapportages opleveren met aanbevelingen voor verbeteringen. De OD Twente is in maart 2024 zelf gevisiteerd. De resultaten van deze visitatie zijn over het algemeen positief, maar uiteraard met enkele aanbevelingen en verbeterpunten. Ondertussen zijn hierop vervolgstappen gezet, waaronder het opstellen van een toekomstvisie.

Maatschappelijk effect De doelstelling van alle pijlers was de versterking het VTHA-stelsel. Hiermee draagt het programma bij aan de versterking van de OD Twente als hoogwaardige dienst. Door actief deel te nemen in verschillende pijlers, neemt de OD Twente ook zelf regie en verantwoordelijkheid voor een betere leefomgeving. Om de implementatie van alle pijlers IBP-VTH te borgen, wordt landelijke commitment geformaliseerd middels de ondertekening van de ‘Samenwerkingsafspraken versterking VTH-stelsel’. Hierbij hebben alle landelijke partijen aangegeven financiële middelen vrij te maken voor de versterking van het VTHA-stelsel, om in samenwerking bij te dragen aan de gezamenlijke ambitie voor een schone, veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Innovatie en ontwikkeling In 2024 heeft de OD Twente vanuit pijler 1 van IBP-VTH (robuustheid) verdere stappen gezet in de ontwikkeling van een innovatie- en ontwikkelagenda. Medio 2024 vond een themabijeenkomst innovatie & ontwikkeling plaats voor het managementteam van OD Twente. Tijdens deze bijeenkomst benadrukte een gastspreker het belang van innovatie binnen onze organisatie en de uitdagingen die daarbij komen kijken. Op basis van deze bijeenkomst is een innovatieprogramma opgesteld, waarin wordt beschreven hoe de OD Twente innovatie gefaseerd als structureel proces gaat implementeren.

De ambitie blijft om innovatie niet alleen als thema te benoemen, maar het duurzaam te verankeren als primair proces binnen de organisatie. Dit plan is in 2024 verder uitgewerkt en zal in 2025 worden voorgelegd aan de accounthouders en het DB. De Innovatie- en Ontwikkelagenda wordt naar verwachting begin 2025 door het DB vastgesteld. Deze agenda bevat niet alleen de strategische lijnen voor innovatie binnen de OD Twente, maar ook de thema's waarop de OD Twente zich wil focussen en een uitgeschreven proces die innovatieprojecten zullen doorlopen. Het innovatieprogramma zal na vaststelling van de agenda worden voorgelegd aan de accounthouders. Maatschappelijk effect In afwachting van de innovatie- en ontwikkelagenda worden desondanks verschillende innovatieve initiatieven doorgevoerd binnen de OD Twente. Zo is afgelopen jaar de eerste stap gezet richting een digitale checklist. Hiermee worden overtredingen nauwkundiger vastgelegd, zodat deze gebruik kunnen worden als extra

10

datapunt. Tegelijkertijd is gewerkt aan de opschoning van ons locatiebestand. Tevens hebben geavanceerde drones hun meerwaarde bewezen bij diverse handhavingstrajecten en worden innovatieve toepassingen onderzocht rondom geurhinder en het opsporen van drugslabs. Tenslotte kijkt de OD Twente naar de groeiende rol van kunstmatige intelligentie. Middels demo’s heeft de OD Twente kunstmatige intelligentie toegepast op het automatiseren van repeterende administratieve handelingen bij toezicht en vergunningverlening. Deze initiatieven stellen ons in staat middelen effectiever in te zetten, zodat onze positieve impact op de leefomgeving groter wordt. Versterken VTHA-samenwerking Twente Samenwerking is een essentiële voorwaarde voor een effectieve invulling van de regionale beleidscyclus. Regionale afstemming en samenwerking draagt bij aan een goede besluitvorming op lokaal niveau en een gelijk speelveld in de regio. Al voor de oprichting van de OD Twente hebben bevoegde gezagen samenwerking gezocht in het opstellen van een uniform regionaal VTHA-beleid. Nadien is samenwerking tussen bevoegde gezagen en de OD Twente verder versterkt, waarbij samen wordt gewerkt aan de verschillende producten uit de regionale beleidscyclus. De inwerkingtreding van de Omgevingswet vraagt hierbij ook om versterking en verbreding van deze samenwerking.

Hiermee kan invulling worden gegeven aan de beleidsmatige opgaven die zijn gerelateerd aan deze nieuwe wetgeving. In het PHO heeft afstemming plaatsgevonden over het versterken van de kerngroep VTH Omgevingsrecht met een onafhankelijke voorzitter en secretaris. Afgelopen jaar is gestart met de werving van deze functies. Verwacht wordt dat de sollicitatieprocedure begin 2025 zal worden afgerond. Na aanstelling van de voorzitter en secretaris, zal de focus worden verlegd naar de inhoud en gaat de kerngroep in versterkte vorm aan de slag met een uitvoeringsagenda 2025. Regionaal werken en denken is daarbij het uitgangspunt. Maatschappelijk effect Door de verbeterde samenwerking vindt beter samenspel plaats tussen beleid en uitvoering. Dit helpt bij het aanscherpen van doelen, naleefgedrag en outcomegericht werken.

11

3. VTHA-beleidsdoelen en prioriteiten In lijn met het hoofddoel van de Omgevingswet, draagt de OD Twente bij aan optimale bescherming en duurzame benutting ten behoeve van het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Tijdens de uitvoering van VTHA-taken voor haar partners, streeft de OD Twente als deskundig gesprekspartner en adviseur hierbij constant naar kwaliteit en verbetering. De beleidsdoelen uit het VTHA-beleid Twente en de Nadere uitwerking vormen de basis voor de uitvoering van VTHA-taken. Vanuit de gedachte van de ‘basis op orde’, is in het UVP 2024 gekozen om de volgende beleidsdoelen nader uit te werken: 1) Het algehele naleefgedrag voor de taken die de OD Twente uitvoert is hoog. 2) Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsrisico’s door de uitstoot van onder andere fijnstof en geur door activiteiten. 3) Activiteiten verbruiken minder energie en stoten minder CO2 uit. De OD Twente ondersteunt hierbij ook de overgang naar een circulaire economie. Het geactualiseerde VTHA-beleid Twente is breder en kent meer beleidsdoelen dan enkel de doelen die hierboven zijn beschreven. Het tegelijkertijd uitwerken van alle beleidsdoelen is met de huidige beleidscapaciteit echter niet mogelijk.

De komende jaren zullen beleidsinspanningen worden uitgerold naar de andere doelen uit de Nadere uitwerking van het regionale beleid. Hierbij zullen ook de zogenaamde ‘Ambitieonderwerpen’ de gerichte aandacht krijgen die deze thema’s verdienen.

3.1 Naleefgedrag Het VTHA-beleid heeft als doel om naleefgedrag duidelijk kaart te brengen en hierop te sturen. Omdat voor naleefgedrag momenteel geen heldere indicatoren met streefwaarden zijn opgenomen in het vigerende VTHAbeleid, heeft de OD Twente zelf gefaseerd verschillende indicatoren opgesteld om naleefgedrag te kunnen meten. Voor deze indicatoren worden basisgegevens verzameld in het eigen zaaksysteem, waarbij de ene indicator verder is qua ontwikkeling dan de andere indicator: Spontaan en opvolgend naleefgedrag De OD Twente kan naleefgedrag inmiddels al een aantal jaren meten aan de hand van het aantal initiële periodieke controles (A2.02) ten opzichte van het aantal hercontroles (A2.03) en het aantal hercontroles ten opzichte van het aantal handhavingscontroles (A2.12). Hierdoor wordt naleefgedrag uitgesplitst in twee typen voor nadere analyse: Spontaan naleefgedrag: • Twentebreed: Er is een verbetering in naleefgedrag geconstateerd ten opzichte van vorig jaar. Waar vorig jaar 48,6% van periodieke controles heeft geleid tot een hercontrole, was dat dit jaar 29,3%. • Almelo: Er is een verbetering in naleefgedrag geconstateerd ten opzichte van vorig jaar. Waar vorig jaar 44,5% van periodieke controles heeft geleid tot een hercontrole, was dat dit jaar 25,3%.

Opvolgend naleefgedrag: • Twentebreed: Er is een lichte verslechtering in naleefgedrag geconstateerd ten opzichte van vorig jaar. Waar vorig jaar 19,9% van hercontroles heeft geleid tot handhavingscontrole, was dat dit jaar 25,7%.

•

Almelo: Er is een verslechtering in naleefgedrag geconstateerd ten opzichte van vorig jaar. Waar vorig jaar 13,8% van hercontroles heeft geleid tot een handhavingscontrole, was dat dit jaar 20,7%.

Het verbeterde spontante naleefgedrag in 2024 wordt voornamelijk veroorzaakt door het lagere aantal afgehandelde hercontroles ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit wordt gedeeltelijk verklaard vanwege de inspanningen van de nieuwe ‘meldingscoach’. Een groot deel van eerste overtredingen hebben namelijk betrekking op het niet, onjuist of onvolledig indienen van meldingen. Door aan de voorkant hierop te investeren via de meldingscoach, wordt veel handhavingscapaciteit aan de achterkant bespaart. Hierdoor kunnen juristen hun tijd gerichter inzetten op grotere casussen met meer impact op de lokale leefomgeving.

12

Gedragssturing Zoals hierboven aangegeven heeft de OD Twente vanwege succes de pilot ‘Meldingscoach’ gecontinueerd, waarbij deze functie vanaf 1 juli 2024 voltijds is ingevuld. De meldingscoach ondersteunt dus ondernemers bij het volledig en correct indienen van meldingen. Zoals eerder aangegeven leidt dit tot minder capaciteit die nodig is voor vergunningverlening en handhaving, zodat inspanningen meer gericht ingezet kunnen worden op waar de impact het grootst is. Er wordt onderzocht of de rol van de meldingscoach verder kan worden uitgebreid, bijvoorbeeld door ondersteuning te bieden aan organisaties met de informatieplicht energiebesparing. Daarnaast werkt OD Twente samen met andere omgevingsdiensten aan de oprichting van een landelijk gedragsteam. Dit team moet de kennis- en data-uitwisseling rondom gedragsinterventies versterken en effectiever maken. De businesscase voor dit gedragsteam is in ontwikkeling en zal ter besluitvorming worden voorgelegd aan ODNL. Verder wordt onderzocht hoe gedragssturing structureel kan worden geïntegreerd in VTHA-taken. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de ontwikkeling van een strategie voor meta toezicht, zodat gedragsinterventies bijdragen aan betere naleving en minder handhavingsdruk. LHSO De OD Twente heeft in 2024 verder gewerkt om datakwaliteit rondom naleefgedrag te verbeteren.

Inmiddels is de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) geïntegreerd als extra registratiepunt in ons zaaksysteem voor het meten van naleefgedrag. Dit sluit aan bij de indicator voor naleefgedrag zoals omschreven in het VTHA-beleid (type overtreder: goedwillend, onverschillig, calculerend (moet kunnen) en crimineel). Over het afgelopen jaar is de eerste data verzameld rondom de LHSO, welke in onderstaande tabellen wordt weergegeven als zogenaamde ‘nulmeting’. Hierbij moet worden opgemerkt dat het gaat om eerste indicatieve data, waarbij het aantal geregistreerde overtredingen niet exact overeenkomt met het aantal afgeronde hercontroles. Er worden immers ook hercontroles vanuit oudere trajecten afgerond in 2024. Data rondom de LHSO zal de komende jaren verder worden opgebouwd en op termijn ook worden gebruikt binnen de RPI. Overtreder 4. Aanzienlijk 3. Van belang Gevolgen 2. Beperkt 1. Vrijwel nihil

A. Goedwillend

B. Onverschillig

C. Calculerend

D. Crimineel

A4 0 overtredingen A3 35 overtredingen A2 204 overtredingen A1 191 overtredingen

B4 0 overtredingen B3 19 overtredingen B2 69 overtredingen B1 18 overtredingen

C4 1 overtredingen C3 15 overtredingen C2 12 overtredingen C1 1 overtredingen

D4 0 overtredingen D3 0 overtredingen D2 0 overtredingen D1 0 overtredingen

In totaal gaat deze eerste regionale ‘nulmeting’ uit van 563 geconstateerde overtredingen waaraan een LHSOscore is toegekend (zie bovenstaande tabel). Overtreder 4. Aanzienlijk 3. Van belang Gevolgen 2. Beperkt 1. Vrijwel nihil

A. Goedwillend

B. Onverschillig

C. Calculerend

D. Crimineel

A4 0 overtredingen A3 5 overtredingen A2 37 overtredingen A1 30 overtredingen

B4 0 overtredingen B3 2 overtredingen B2 4 overtredingen B1 5 overtredingen

C4 0 overtredingen C3 1 overtredingen C2 1 overtredingen C1 1 overtredingen

D4 0 overtredingen D3 0 overtredingen D2 0 overtredingen D1 0 overtredingen

In totaal gaat deze eerste ‘nulmeting’ voor Almelo uit van 86 geconstateerde overtredingen waaraan een LHSOscore is toegekend (zie bovenstaande tabel).

13

Opvallend hierbij is dat tot op heden nog geen gebruik is gemaakt van het zwaarste type overtreder (D: crimineel). De oorzaak hiervoor zal komend jaar intern worden geanalyseerd. Verder valt wel een regionaal patroon te herleiden dat de zwaarte van overtreder en de gevolgen op de leefomgeving qua overtreding gelijkmatig toenemen. Hieruit kan de aanname worden gemaakt dat meer calculerende overtreders de neiging hebben meer ernstige overtredingen te begaan die een grotere impact op de leefomgeving hebben.

3.2 Bescherming gezondheid (lucht) Luchtwassers In 2024 is prioriteit gegeven aan het controleren van luchtwassers, voornamelijk bij intensieve veehouderijen zoals varkens- en pluimveehouderijen. Deze systemen zuiveren de lucht van ammoniak, geur en fijnstof voordat de lucht uit bouwwerken ontsnapt. Dit heeft een positieve bijdrage op de gezondheid van inwoners binnen het thema lucht. De effectieve werking van deze luchtwassers is gecontroleerd aan de hand van gegevens uit elektronische monitoring en fysieke controles van de (inwendige) staat van het systeem. Om doelmatig te werken, heeft de OD Twente in 2024 deelgenomen aan een project over luchtwassers samen met de OD Brabant Noord en OD Regio Utrecht. Hierbij waren ook overige OD’s nauw betrokken. Het doel hiervan was om beschikbare kennis te delen en gezamenlijk en uniform op te treden middels toezicht en handhaving. Uit landelijke data van alle OD’s bleek dat bij 64% van de controles op luchtwassers overtredingen zijn geconstateerd. Dit komt ongeveer overeen met de bevindingen over luchtwassers in Twente. Het betrof voornamelijk overtredingen met betrekking tot het ontbreken van een elektromagnetische flowmeter, het niet tijdig ondernemen van actie bij afwijkende parameters of het niet voldoen van het monitoringssysteem waardoor de systemen niet effectief werkten.

Hiervoor lopen verschillende trajecten om deze installaties alsnog te laten voldoen, wat bijdraagt aan een betere luchtkwaliteit. Pentaan en Butaan In 2024 is prioriteit gegeven aan het toepassen van ‘Best Beschikbare Technieken’ (BBT) bij zeven bedrijven binnen Twente die pentaan of butaan als blaasmiddel gebruiken. Dit is stapsgewijs aangepakt via vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies om de schadelijke uitstoot te verminderen en gezondheid van de Twentse inwoners te bevorderen. In 2024 is aan één van de zeven bedrijven een nieuwe omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van nageschakelde technieken om de emissie van pentaan te reduceren tot het met BBT geassocieerde emissieniveau. Voor twee van zeven bedrijven zijn aanvragen om een nieuwe omgevingsvergunningen milieu voor nageschakelde technieken ingediend en nog in behandeling. Nadat deze procedures zijn afgerond, zal ook voor de zusterlocaties van deze bedrijven vergunningen worden aangevraagd. Aan één van de bedrijven is in 2024 toestemming verleend voor het uitvoeren van een pilot om te bepalen of de betreffende techniek toepasbaar is voor dit bedrijf. Bij één van de bedrijven is sprake van een lopende juridische procedure.

3.3 Energie en duurzaamheid In de afgelopen jaren heeft de OD Twente diverse externe middelen vanuit het Rijk, de provincie en gemeenten ontvangen voor de uitvoering van VTHA-taken en doorontwikkeling binnen het thema energie en duurzaamheid. De resultaten van deze verschillende initiatieven worden hieronder kort omschreven. Voor nadere toelichting op het gebied van energie en duurzaamheid, wordt verwezen naar de desbetreffende verantwoording. De bijbehorende rapportage zal hierbij separaat worden aangeboden aan het DB en AB. Programma energie en duurzaamheid 2022-2023 In 2022 is het ‘Projectplan energiebesparing 2022-2023’ vastgesteld door het overgrote deel van de partners, waarbij het laatste mandaat pas in 2023 werd verstrekt. Hierdoor heeft het grootste deel van de uitvoering voor beide jaren plaatsgevonden in 2023. Gaandeweg de uitvoering van het project is gebleken dat naleefgedrag lager is uitgevallen dan vooraf was ingeschat. Dit heeft tot 400 hercontroles geleid in plaats van de begrote 200 hercontroles. Dit maakt duidelijk dat de energiecontroles nut hebben. In 2024 zijn de openstaande werkzaamheden van dit project afgerond.

14

SPUK THE In 2023 is de aanvraag voor de Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK THE) goedgekeurd. Hierdoor krijgt de OD Twente tot en met 2026 rijksmiddelen ter beschikking om additionele taken uit te voeren op het gebied van energietoezicht en de organisatie hierop verder te professionaliseren. Deze taken vallen buiten de reguliere begroting en zijn dus additioneel. Tijdens de startfase is veel focus gelegd op het werven en opleiden van nieuwe medewerkers, evenals het inrichten van systemen. In 2024 is een flinke stap gezet in de uitvoering van het primaire proces. Zo zijn binnen de SPUK THE al meer dan 200 bedrijfsbezoeken afgelegd. Er zijn verschillende gesprekken gevoerd tussen de OD Twente en haar partners over de voortgang van de werkzaamheden op het gebied van energie en duurzaamheid. Hierbij is onder andere gekeken naar de behaalde resultaten en het geconstateerde naleefgedrag. Ook is verwezen naar de randvoorwaarde van de SPUK-THE, namelijk dat deze subsidie is gebaseerd op co-financiering. Zonder bijdrage van de individuele partners, vervalt hierbij ook het recht op de rijksmiddelen vanuit de SPUK THE. Deze middelen hebben in 2024 geleid tot een hoge mate van energiebesparing en het borgen van het thema energie en duurzaamheid binnen de organisatie.

Het overgrote deel van de partners heeft de intentie uitgesproken om deze werkzaamheden te continueren, welke dus een vervolg krijgen in 2025. Vanuit de SPUK THE zijn in 2024 de eerste stappen gezet om alle grootverbruikers in Twente te bezoeken. Afgelopen jaar zijn de eerste 20 bedrijfsbezoeken uitgevoerd, welke in 2025 worden gecontinueerd. De bezoeken worden als zeer waardevol ervaren door betrokken bedrijven, maar dragen bovenal bij aan de regionale beleidsdoelen (minder energieverbruik en CO2 uitstoot). Met de eerste 20 bezoeken is namelijk een potentiële besparing van 5,5 miljoen kWh en 2,3 miljoen m3 gas gerealiseerd. Circulaire economie Nederland heeft zich ten doel gesteld om in 2050 een volledig circulaire economie te realiseren. Om dit te bereiken, moet op alle niveaus van de samenleving actie ondernomen worden. Dit vraagt om brede maatschappelijke samenwerking en het besef dat het andere transities raakt, zoals die op het gebied van energie, klimaat en landbouw. De provincie en diverse Twentse gemeenten hebben circulaire doelstellingen in hun beleid opgenomen in lijn met de landelijke doelstellingen: 50% circulariteit in 2030 en volledige circulariteit in 2050. Zowel de provincie als gemeenten erkennen dat het VTHA-instrumentarium een waardevol hulpmiddel is om de transitie naar een circulaire economie te ondersteunen en te stimuleren.

Dit komt terug in het programma ‘Interprovinciaal Overleg (IPO) Bouwstenen’ en het regionale actieplan circulaire economie van de Twentse gemeenten. De omslag van lineair denken naar cyclisch denken zal meerdere jaren in beslag nemen. Daarom is gekozen voor het ontwikkelen van een programma circulaire economie. Dit wordt gezamenlijk door de OD Twente en OD IJsselland uitgevoerd, waardoor mensen en middelen efficiënter ingezet kunnen worden vanuit eenzelfde opgave. Het programma fungeert als kwartiermaker, met als uiteindelijke doel de circulaire economie te koppelen aan onze kernactiviteiten. Het programma heeft vooralsnog twee doelstellingen: het innoveren en versterken van het VTHA-instrumentarium ten behoeve van de circulaire economie en het vormen van een regionaal kennisschakelpunt voor circulaire economie. Hiervoor wordt er gewerkt vanuit een aantal uitgangspunten die terugkomen in de IPO Bouwstenenvisie. Binnen de OD Twente worden diverse acties ondernomen. Deze omvatten het versterken en uitbreiden van bestaande initiatieven, het actief meedenken en ondersteunen van nieuwe initiatieven en het stimuleren van veranderingen door eigen initiatief. Daarnaast wordt gekeken naar mogelijkheden voor samenwerking met andere lopende projecten en de kansen die zich voordoen in andere opgaven van de OD Twente.

Strategische allianties en samenwerking met partners en opdrachtgevers zijn hierbij van essentieel belang. Het doel is om het programma tegen juli 2025 volledig inzichtelijk te maken, zodat er toelichting gegeven kan worden op de voortgang van projecten en behaalde resultaten.

15

Werkgebonden personenmobiliteit Per 1 juli 2024 is het ‘Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit’ (Besluit WPM) in werking getreden. Hiermee krijgen alle organisaties met 100 of meer werknemers een jaarlijkse rapportageplicht rondom zakelijke mobiliteit en woon-werkverkeer. Doel is het terugdringen van CO2-emissies. Uiterlijk 30 juni 2025 moeten hiervoor de eerste gegevens en bescheiden zijn ingediend. Hierbij kan worden gedacht aan het aantal werknemers, het aantal afgelegde reizigerskilometers, welke reismodaliteiten hiervoor wordt gebruikt en welke brandstoftypen hierbij worden verbruikt. Gemeenten zijn hiervoor aangewezen als bevoegd gezag, waarbij VTHA-taken rondom deze nieuwe rapportageplicht verplicht als basistaak zijn belegd bij omgevingsdiensten. De OD Twente heeft in 2024 vanuit ODNL een grote bijdrage geleverd aan het opstellen en opleveren van een landelijke leidraad voor omgevingsdiensten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en handhaving rondom het Besluit WPM. Zowel gemeenten, provincies en de omgevingsdiensten moeten veelal ook zelf voldoen aan deze nieuwe rapportageplicht. Omdat er onduidelijkheid is over beschikbaarheid en inzet van financiële middelen en de benodigde capaciteit, is niet met zekerheid te zeggen of deze nieuwe taak (in zijn volledigheid) wordt uitgevoerd.

Om een voorbeeldfunctie te vervullen, zijn omgevingsdiensten wel voornemens elkaar administratief te controleren, evenals controles uit te voeren bij de betreffende bevoegde gezagen. Deze controles zullen in 2025 worden uitgevoerd. Hiermee wordt tegelijkertijd ervaring opgedaan met deze nieuwe wetgeving.

3.4 Doorontwikkeling VTHA-beleidsdoelen In 2024 is vanuit de kerngroep en de OD Twente besloten om de beleidsdoelen nader te bekijken en uit te werken, voornamelijk omdat een gedeelte van deze doelen zich moeilijk laat meten. Vanuit het interbestuurlijk toezicht (IBT) is de doorontwikkeling van de huidige beleidsdoelen ook benoemd als verbeterpunt, waarbij concrete en heldere indicatoren en streefwaarden moeten worden opgesteld. De ambitie is om in 2025 te komen tot verder uitgewerkte doelen die de komende jaren goed gemonitord kunnen worden. De ontwikkeling hangt samen met het vigerende VTHA-beleid, welke tevens moet worden doorontwikkeld. Dit zal na werving van de onafhankelijke voorzitter en secretaris van de kerngroep nader worden vormgegeven.

16

4. Evaluatie taken en werkzaamheden 2024 Dit hoofdstuk geeft inzicht in de door de OD Twente uitgevoerde taken en werkzaamheden in het afgelopen jaar binnen de programma’s vergunningen, toezicht, handhaving en advies (VTHA). Prognoses vanuit het UVP 2024 zijn hierbij gemaakt op basis van de oude wetgeving (PDC Wabo). Door een gebrek aan ervaringscijfers is gedurende 2024 besloten om geen vertaalslag van prognoses te maken naar de nieuwe wetgeving (PDC Omgevingswet). Omdat we te maken hebben met een overgangsjaar, valt realisatie echter uiteen in zowel oude producten (PDC Wabo) en nieuwe producten (PDC Omgevingswet). Bovenstaande ontwikkelingen bemoeilijken om over 2024 zuivere analyses te maken en heldere verantwoording af te leggen. Prognoses kunnen namelijk niet direct gekoppeld worden aan de realisatie. Dit geldt vooral voor het programma ‘Vergunningen’, waarbij oude en nieuwe producten onder elkaar staan. Binnen de andere programma’s zijn nieuwe producten veelal weggezet als subproduct onder bestaande producten. Om onnodige complexiteit in de rapportages te voorkomen, is gekozen om alleen verantwoording af te leggen op hoofdproduct-niveau. In 2025 zal enkel worden gerapporteerd over de PDC Omgevingswet, waarbij resterende werkvoorraad vanuit het oude recht in een separate bijlage wordt gerapporteerd en toegelicht.

4.1 Programma Vergunningen Voor het taakveld vergunningen wordt de vergunningenstrategie gehanteerd. Deze is opgenomen in het uniforme VTHA-beleid Twente en de Nadere uitwerking. Deze strategie biedt algemene kaders en uitgangspunten voor vergunningverlening en de verschillende keuzemomenten hierin. Momenteel wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van de Twentse Vergunningenstrategie (TVS). Opgemerkt wordt dat het aantal verwachte producten een vraaggerichte inschatting betreft die is gebaseerd op de aantallen van voorgaande jaren en de ontwikkelingen en trends die reeds bekend zijn. Het is namelijk op voorhand niet te bepalen hoeveel van ieder type vergunningaanvragen / meldingen wordt ingediend.

Almelo 2024 PDC

OMSCHRIJVING

UVP 2024

REA 2024

WV 2024

A1.01

Vooroverleg

10

1

1

A1.02

Melding activiteiten (besluit)

188

26

4

A1.03

Omgevingsvergunning regulier

8

5

8

A1.04

Omgevingsvergunning uitgebreid

16

2

6

A1.05

Toets actualisatie vergunningen

8

9

2

A1.06

(Gedeeltelijk) intrekken omgevingsvergunning

4

0

2

A1.07

MER Procedure

0

0

0

A1.08

(Vormvrije) MER beoordeling

4

0

3

A1.09

Maatwerkvoorschriften

10

8

4

A1.10

Bodem melding

87

4

0

A1.11

Bodembeschikking

A1.12

Melding sloop / asbest

181

1

0

A1.13

Milieuadvies omgevingsvergunning

1

10

7

A1.14

Voorbereiden Beschikking hogere grenswaarde

Plustaak

A1.15

Ontheffing verbod geluidshinder APV

Plustaak

Plustaak

17

PDC Ow A1.16

Verkennen omgevingsinitiatief

-

0

0

A1.17

Melding milieubelastende activiteit

-

136

35

A1.20

Omgevingsvergunning enkelvoudig (uitgebreid)

-

0

0

A1.21

Omgevingsvergunning meervoudig (uitgebreid)

-

0

0

A1.22

Omgevingsvergunning enkelvoudig (regulier)

-

3

5

A1.23

Omgevingsvergunning meervoudig (regulier)

-

0

0

A1.25

Ambtshalve wijzigen omgevingsvergunning

-

0

2

A1.26

Intrekken omgevingsvergunning (uitgebreid)

-

0

1

A1.27

Intrekken omgevingsvergunning (regulier)

-

0

0

A1.29

Milieuadvies omgevingsvergunning

-

5

2

A1.30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=356a4d00-83b7-4e16-b709-1bfc8c5f0d2c