CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

8.3 Vaststelling bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat - Bijlage 3 - Het vast te stellen bestemmingsplan Compleet Analoog BP De Savornin Lohmanstraat.pdf

Raad 20 december 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat37.230 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat NL.IMRO.0141.00141

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Toelichting

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

1

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

4 4 4 4 5 6

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Planbeschrijving

8 8 8

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

11 11 13 17 19

Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Vormvrije mer-beoordeling 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Geluid 23 4.4 Trilling railverkeer 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Fysieke veiligheid 4.7 Externe veiligheid 4.8 Kabels en leidingen 4.9 Luchtkwaliteit 4.10 Bodemkwaliteit 4.11 Flora en fauna 4.12 Archeologie en cultuurhistorie

22 22 22

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Waterbeheer en watertoets 5.2 Vigerend beleid 5.3 Watertoets De Savornin Lohmanstraat 5.4 Conclusie

38 38 38 40 42

Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 43 6.2 Juridische systematiek 6.3 Beschrijving per bestemming

43

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

47

Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie

48 48

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

25 26 27 29 32 32 33 34 36

43 44

2

NL.IMRO.0141.00141-BP31

8.2 Vooroverleg 8.3 Zienswijzen

48 48

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

3

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor voorliggend bestemmingsplan is de geplande woningbouw van 8 woningen aan de De Savornin Lohmanstraat te Almelo. Het voornemen is om op de locatie van een voormalig garagebedrijf 8 eengezinsjwoningen te realiseren. De bouw van de woningen past echter niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan 'Kerkelanden' (zie paragraaf 1.4). Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "2.1.2 De Savornin Lohmanstraat" bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.

1.3 Ligging van het plangebied De Savornin Lohmanstraat ligt ten westen van het station en het centrum van Almelo in de wijk Kerkelanden en grenst aan de wijk Aalderinkshoek. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door enkele woningen aan de Parallelweg en de spoorlijn Zwolle/Deventer-Almelo. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrenst door de Schaepmanlan met woningbouw. Ten westen bevindt zich de gebiedsontsluitingsweg Aalderinkssingel en ten zuiden is groen met een vijver gelegen. De ligging van het plangebied waar de nieuwe woningen gerealiseerd gaan worden, is met een rode contour weergegeven in figuur 1.1.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

4

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Figuur 1.1: Ligging plangebied

1.4 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: <0000> <0000> <0000>

Kerkelanden, vastgesteld 18 september 2012; Parapluherziening Parkeren, vastgesteld 5 juni 2018; Parapluherziening Wonen, vastgesteld 23 maart 2020.

Volgens het geldende bestemmingsplan Kerkelanden (vastgesteld 18 september 2012 en onherroepelijk 15 november 2012) geldt de bestemming ‘Bedrijf’, zoals op onderstaande uitsnede met het bruine vlak is te zien. Binnen deze bestemming is met name lichte bedrijvigheid behorend tot milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten evenals kantoren toegestaan. Uit de regels volgt dat binnen het bouwvlak gebouwd dient te worden, de bouwhoogte maximaal 6,5 m mag bedragen en 3 m uit de perceelgrens gebouwd dient te worden. Ter plaatse van het plangebied heeft een autobedrijf/garagebedrijf gestaan, welke in 2003 is gesloopt. Binnen dit geldende planologische kader is de herontwikkeling van het plangebied naar woningbouw niet toegestaan.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

5

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan Kerkelanden e.o., waarbij het paarse vlak de bedrijfsbestemming weergeeft en globaal overeenkomt met het plangebied.

Het bestemmingsplan Kerkelanden e.o. voorziet niet in een wijzigings- of uitwerkingsmogelijkheid voor dit gebied. Om de voorgenomen ontwikkeling met woningbouw mogelijk te maken is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kader om het voornemen mogelijk te kunnen maken. Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' op 5 juni 2018 vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor het parkeren voorzien moet worden in voldoende parkeerplaatsen conform de parkeereis uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' of uitwerkingen en/of rechtsopvolgers daarvan. De parkeerregeling is ook van toepassing op dit bestemmingsplan. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de funtcie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen.

Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich voornamelijk grondgebonden woningen evenals de gebiedsontsluitingsweg Aalderinkssingel en de spoorlijn.

1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken:

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

6

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Waterparagraaf Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven, tevens wordt een planbeschrijving met de nieuwe, gewenste situatie toegelicht. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing voor het plangebied, op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau is opgesteld (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 5 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 staat hoe de uitgangspunten voor het plan zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 7 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 8 geeft de wijze van en resultaten omtrent het overleg met de omgeving en andere overheden weer.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

7

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie In de wijk Kerkelanden wordt voornamelijk gewoond. Veel van de bedrijvigheid langs het spoor is in de afgelopen jaren verdwenen. De woonfunctie is hier voor in de plaats gekomen. De meeste maatschappelijke functies zijn gelegen in de directe nabijheid van het station of liggen ingesloten tussen de Thorebeckestraat en de Wierdensestraat. De Multifunctionele Accommodatie (MFA) ‘Eninver’ op de grens van de wijken Aalderinkshoek en Kerkelanden vormt hierop een uitzondering, maar vervult voor beide wijken een belangrijke maatschappelijke rol. Tenslotte kent de wijk ook enkele groene ruimten met vijverpartijen, onder andere aan de westzijde van de wijk. 2.1.1 Stedenbouwkundige opzet Kerkelanden is ontwikkeld kort na de Tweede Wereldoorlog. In 1953 kwam de laatste woning gereed. Van oorsprong was er sprake van een moderne stedenbouwkundige structuur met een ruime verkaveling, goede bezonning, ruime binnengebieden, veel groen en voldoende voorzieningen. Als ruimtelijk probleem wordt de geïsoleerde ligging van de wijk ervaren. Dit heeft enerzijds te maken met ligging van de wijk tussen 3 barrières (het spoor, de Wierdensestraat en de Aalderinkssingel) en anderzijds door de randbebouwing waardoor de wijk naar binnen is gericht.

Ter verbetering van de woonkwaliteit, maar ook vanwege maatschappelijke en economische problemen vindt er een herstructurering plaats. Dit heeft er ondere andere toe geleid dat veel van de flatwoningen langs de rand van de wijk rond de eeuwwisseling is gesloopt. Langs de Aalderinkssingel en de Thorbeckelaan zijn inmiddels waterpartijen aangelegd, noodzakelijk voor een duurzamer waterbeheer. De geplande 5 appartementencomplexen in het groen zijn nog niet gerealiseerd. Ook rondom het station is de herstructurering van de wijk Kerkelanden nog in volle gang. 2.1.2 Verkeersstructuur De hoofdontsluiting van de wijk bestaat uit de Wierdensestraat in het oosten en de Aalderinkssingel aan de westzijde. Via deze wegen met een snelheidsregime van 50 km/u wordt dit verkeer afgewikkeld van of naar het Almelose stadscentrum, de overige stadswijken of bestemmingen buiten Almelo. De Aalderinkssingel maakt deel uit van de binnenstadsring die tevens zal gaan fungeren als parkeerring. De overige straten in de wijk zijn erftoegangswegen, waar 30 km/u gereden mag worden. De Savornin Lohmanstraat is een erftoegangsweg die direct op de Aalderinkssingel aansluit. Fiets Aan de overzijde van de Aalderinkssingel ligt een vrijliggend fietspad welke in twee richtingen te berijden is. Dit fietspad maakt onderdeel uit van het stedelijk fietsnetwerk.

Verder bevindt het plangebied zich in een zone met een maximumsnelheid van 30 km/u, waarbij langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer niet van elkaar gescheiden zijn. Openbaar vervoer Het station bevindt zich op een minder dan een kilometer afstand van het plangebied, zodat van een goede ontsluiting met het openbaar vervoer sprake is.

2.2 Planbeschrijving 2.2.1 Algemeen Na de sloop van een automobielbedrijf/garage in 2003 is het plangebied aan de De Savornin Lohmanstraat braak blijven liggen. Gezien de actuele woningbehoefte en de wens voor doorstroming op de woningmarkt in de wijk Kerkelanden, is herinvulling van deze locatie nu wel aan de orde. Het voornemen is om op deze inbreidingslocatie 8 grondgebonden woningen te realiseren. 2.2.2 Ontwerp

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

8

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Op deze inbreidingslocatie worden 8 grondgebonden koopwoningen voorzien. Met onderstaand stedenbouwkundig ontwerp wordt een stevige wand gecreëerd als beëindiging van de grote open ruimte van het groen met de vijvers ten zuiden van het plangebied. Deze wand wordt vormgegeven door acht eengezinswoningen bestaande uit 3 woonlagen met een plat dak. De wand krijgt een zekere speelsheid door de beide hoekwoningen naar achteren te plaatsen en met het aanzicht van de bovenste verdieping te variëren door de dakterrassen deels aan de voor- en deels aan de achterzijde van de rijwoningen te realiseren.

Figuur 2.1 Stedenbouwkundig ontwerp (bron: Beltman Architecten) Aan de noordwestzijde van het plangebied komt een groene invulling en een geluidswerende muur van 2.0 meter hoog in een L-vorm langs de tuin van de meest westelijke woning, die het geluid van de Aalderinkssingel moet beperken. Het groen wordt gecombineerd met een wadi om voldoende water te kunnen bergen in het plangebied. Om aan de parkeerbehoefte voor de nieuwe woningen te voldoen worden 19 parkeerplaatsen aan de achterzijde van de woningen gerealiseerd. 2.2.3 Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Parkeren In het parapluplan 'Parkeren' heeft de gemeente Almelo haar parkeerbeleid doorvertaald in de geldende bestemmingsplannen. Voor parkeernormen wordt uitgegaan van de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' . Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. In voorliggend geval is dit de 'Beleidsregel Parkeernormen Almelo (2019). Hierin wordt uitgegaan van de parkeerkencijfers, zoals opgenomen in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW.

De CROW geeft een bandbreedte van een minimum en maximum norm. In de gemeente Almelo wordt in principe uitgegaan van de maximum norm.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

9

NL.IMRO.0141.00141-BP31

De volgende uitgangspunten gelden voor het plangebied: <0000> Functie: Wonen; <0000> Woningtype: 'Koop, huis, tussen-/hoekwoning'; <0000> Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk; <0000> Stedelijke zone: rest bebouwde kom. De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het realiseren van grondgebonden woningen op een inbreidingslocatie. Het gaat hierbij om 8 rijwoningen. Op basis van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' (versie 381) geldt er een maximum parkeerkencijfer van 2,3 parkeerplaatsen per tussen-/hoekwoning. Gelet op het vorenstaande is er sprake van een totale parkeerbehoefte van naar boven afgerond 19 parkeerplaatsen. Op openbaar terrein aan de achterzijde van de woningen wordt met haakse parkeerplaatsen binnen het plangebied in deze parkeerbehoefte voorzien. Verkeer De bestaande ontsluitingsstructuur en het huidige verkeersregime, zoals in paragraaf 2.1.2 beschreven, wijzigt niet door deze planontwikkeling. Van en naar de Aalderinkssingel zijn de parkeerplaatsen binnen het plangebied via de De Savornin Lohmanstraat en de Schaepmanlaan bereikbaar. Voor deze koopwoningen geldt een verkeersgeneratiecijfer van 6,7-7,5 per woning per dag (gemiddeld 7,1). Dit betekent dat er 8 * 7,1 = 56,8, dus 57 verkeersbewegingen per dag c.q. etmaal extra in de wijk optreden als gevolg van uitvoering van dit initiatief.

Deze kleine toename in verkeersbewegingen kunnen zonder problemen met de huidige infrastructuur worden afgewikkeld.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

10

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 NOVI De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: <0000> dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; <0000> met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; <0000> waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; <0000> met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; <0000> waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

<0000> dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; <0000> waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; <0000> dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: <0000> Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit <0000> Ruimte voor overgang naar een circulaire economie <0000> Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden <0000> Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen 3.1.1.1 Toetsing van initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen. Voorliggend plan betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

11

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2 Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.

Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen of kleiner dan 500 m2 bvo niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: "Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen.

Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. 3.1.3.1 Toetsing van initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het voorliggende bestemmingsplan voorziet per saldo in het toevoegen van 8 grondgebonden woningen. Gelet op het vorenstaande wordt gesteld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' strikt genomen niet is vereist. De woningen worden gerealiseerd binnen een bestaand stedelijk gebied en voorzien in de behoefte aan woningen voor gezinnen binnen Almelo. Door de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied is sprake van zorgvuldig gebruik van de ruimte.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

12

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Het vezorgingsgebied voor de te bouwen woningen ligt in Almelo. Tevens zorgen de woningen voor een kwaliteitslag in de wijk en bieden de woningen de mogelijkheid voor een wooncarrière voor mensen in de wijk die nu binnen de bestaande woningvoorraad in de wijk "scheefwonen". Uit de laatste afspraken in het kader van de Regionale Woonagenda Twente blijkt dat er in de gemeente Almelo tot 2030 behoefte is aan meer dan 2.000 woningen (zie paragraaf 3.3). Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte in de gemeente Almelo. Bovendien sluit de herstructuering van het plangebied aan op de uitgangspunten van de Woonvisie Almelo 2020-2030, omdat hiermee wordt bijgedragen aan een vitale en aantrekkelijke (binnen)stad, het verbreden en vernieuwen van het bestaande woonaanbod en de vraag naar (grondgebonden) eengezinswoningen. Tevens dragen de woningen bij aan een evenwichtig en gevarieerde woningvoorraad binnen de wijk. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. In 2017 zijn de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld, deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze actualisaties hebben enerzijds betrekking op het bij de tijd houden van deze beleidsdocumenten, anderszijds betreft het aanpassingen om te voldoen aan de eisen van de komende Omgevingswet. De laatste actualisatieronde is afgerond op 15 december 2021, waarna de aanpassingen zowel separaat als geïntegreerd in de geconsolideerde versies van de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening zijn verwerkt. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.

Op basis van de verordening zijn de onderdelen vastgelegd in titel 2.1, Sturen op ruimtelijke kwaliteit Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit en titel 2.2 Woningbouw voor dit gebied van toepassing. Waarbij voor dit plan met name artikel Artikel 2.1.2: Principe van concentratie, 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit en, artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen van belang zijn. Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. In afwijking van het voorafgaande kunnen bestemmingsplannen ook voorzien in een bovenregionale behoefte voor zover deze bestemmingsplannen gebieden betreffen die onderdeel uitmaken van stedelijke netwerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel:

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

13

NL.IMRO.0141.00141-BP31

In voorliggend geval gaat het om het bouwen van woningen voor de lokale behoefte. De woningen maken onderdeel uit van de totale kwaliteitsverbetering van de wijk Kerkelanden. Een deel van deze herstructuering heeft al plaatsgevonden. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening.

De tweede trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat gemotiveerd moet worden of voor een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte al dan niet ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voorzien in een actuele regionale behoefte, dient op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan te worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied c.q. bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel: Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van een binnenstedelijk gebied. Een voormalige bedrijfslocatie wordt getransformeerd naar 8 grondgebonden woningen. Met deze inbreiding wordt voldaan aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik van gronden in het bestaande stedelijke gebieden. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.3.

Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Ook dient gemotiveerd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel: Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het binnenstedelijk gebied van de gemeente Almelo. De geruime tijd braak liggende binnenstedelijk locatie, wordt bebouwd met grondgebonden woningen. Deze woningen worden zorgvuldig worden ingepast zodat het in overeenstemming is met de kenmerken van de directe omgeving, zie hiervoor paragraaf 2.2. In de onderstaande subparagrafen is nader toegelicht op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering en het ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie Overijssel.

Hier wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.1.9: Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.9 van de Omgevingsverordening Overijssel:

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

14

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Bewoners en gebruikers zijn geïnformeerd met een brief en tijdens een inloopbijeenkomst. Daarnaast zal het ontwerp bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder wordt dan in de gelegenheid gesteld om het plan te lezen en eventueel ook een zienswijze in te dienen. Artikel 2.2: Woningbouw Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.

Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. Het onderzoek wordt eens in de 2 jaar geactualiseerd. Momenteel is deze actualisatie nog gaande. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel: Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningen. De in dit bestemmingsplan voorziene woonprogramma is opgenomen binnen de programmering. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: <0000> Generieke beleidskeuzes --> of; <0000> Ontwikkelingsperspectieven--> waar; <0000> Gebiedskenmerken --> hoe Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

15

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Figuur 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017) Of - generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkelingen nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor onder andere voorzieningen in het stedelijk gebied hanteert de provincie de SER-ladder. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven Voor dit perceel geldt dat sprake is van een herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. De herontwikkeling richt zicht op het toevoegen van toekomsbestendige woningen. Waarbij de woningen een ander soort woning is dan reeds in de wijk aanwezig, waardoor een meer gedifferentieerd woning aanbod in de wijk ontstaat. Waar - ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met deze perspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven.

Voor het palangebied geldt het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' wat zich richt op herstructurering en transformatie om het gebied vitaal en aantrekkelijk te houden en de diversiteit aan milieus te versterken. Hoe - gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: Natuurlijke laag (Dekzandvlakte en ruggen) Het plangebied is gelegen in de natuurlijke laag 'Dekzandvlakte en ruggen'. De ambitie bij ontwikkelingen is om de hoogteverschillen en het watersysteem beter zichtbaar en beleefbaar te maken. De (strekkings-)richting van het landschap is hierbij uitgangspunt.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

16

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Stedelijke laag (Woonwijken 1955 - nu) De stedelijke laag wordt gekenmerkt als “woonwijk 1955- nu”, planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De wederopbouwwijken worden bijvoorbeeld vaak gekenmerkt door een repeterende stempelstructuur in de bouwblokken, de ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details zoals deuromlijstingen pergola’s boven de entrees, siermetselwerk e.d. De kwaliteit van de oorspronkelijke woningen voldoen vaak niet meer aan hedendaagse kwaliteitseisen. Herstructurering van de naoorlogse wijken is daarom een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen de bouwblokken. Markante gebouwen zoals leegkomende kerken en winkelstrips worden waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven. In de wijken van de jaren ’70 en ’80 (woonerven) vereisen de kwaliteit van de buitenruimte en de parkeeroplossingen bijzondere aandacht. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan moet de nieuwe bebouwing zich voegen in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a.

wooneenheden en parken), maar is als onderdeel wel zelfstandig herkenbaar. De groenstructuur moet onderdeel uit maken van het wijkontwerp. 3.2.4 Toetsing van initiatief aan uitgangspunten visie en verordening Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: De beoogde plannen zijn in overeenstemming met de regels uit de verordening. Het plan wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied op de plek van een voormalig garagebedrijf. Het stedenbouwkundig ontwerp is afgestemd op de bestaande omgeving en ook het groen in de openbare ruimte wordt mee ontworpen. De herontwikkeling zal zich gaan voegen in de stempel van de wijk. Voor de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Woonvisie Twente 2015-2025 De regionale woonvisie geeft de gezamenlijke uitgangspunten van provincie, gemeenten en corporaties weer: woonafspraken en woonkeuzes op lokaal niveau zijn hiermee in lijn. In 2015 is deze visie vertaald in concrete Woonafspraken tussen provincie en gemeenten, op het niveau van functionerende woningmarkten.De provincie Overijssel heeft met gemeenten nieuwe afspraken vastgelegd over wonen voor de periode 2016-2020 (hierna: woonafspraken). De woonafspraken helpen om te zorgen voor gerichte en wederzijdse inzet van provincie en gemeenten ten aanzien van de woningmarkt. De overeenkomst zijn op 29 januari 2016 door de provincie en gemeenten in Twente ondertekend. De kern van de visie bestaat uit de verwachting dat Twente vanaf circa 2015 niet verder zal groeien qua inwoners, en vanaf circa 2035 ook niet meer qua huishoudens. Dus 'wonen' gebeurt in de toekomst vooral in de woningen, steden, dorpen en buitengebieden die er nu al zijn. Daarom richt de visie zich op het bestaande bebouwde gebied. Naast sloop en vervangende nieuwbouw vindt renovatie plaats om bestaand vastgoed weer toekomstgeschikt te maken. De netto uitbreidingsopgave in Twente is dus een fractie van de kwalitatieve opgave in de bestaande woningvoorraad. Dit leidt tot de volgende speerpunten van beleid:

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

17

NL.IMRO.0141.00141-BP31

<0000> <0000> <0000>

<0000>

Voldoende en gevarieerd aanbod: gemeenten bouwen voor lokale behoefte conform de natuurlijke huishoudensgroei; Kwaliteit boven kwantiteit: leefbare, duurzame en toekomstbestendige wijken met goede voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg; Vernieuwing en inbreiding boven uitbreiding: nieuwe uitbreidingslocaties zijn nauwelijks meer aan de orde. Nieuwbouw vindt conform de Ladder zoveel mogelijk plaats op transformatie- en inbreidingslocaties om onaantrekkelijke woongebieden een kwaliteitsimpuls te geven, te investeren in transformatie en kwalitatieve woningtekorten terug te dringen; Regionale samenwerking: de regionale woonvisie geeft richting aan het gezamenlijke woonbeleid van gemeente en corporaties in de komende jaren. De provincie voelt zich gecommitteerd aan de inhoud van de visie en is op onderdelen partner in de aanpak.

In het Regionaal Woning Programmering Twente (geactualiseerde versie april 2017) zijn afspraken vastgelegd waarin gemeenten in Twente zich moeten houden. Zo zijn vraag en aanbod voor de regio in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen. Afgesproken is dat gemeenten woningbouwplannen binnen stedelijk gebied waarbij tenminste 25 woningen worden gerealiseerd, afstemmen met gemeenten in de regio. Er is sprake van regionale afstemming indien de gemeenten de mogelijkheid geboden is om mee te denken over het woonplan. Bij het vastleggen van de woonafspraken is geconstateerd dat de woningmarkten in Twente overwegend lokaal zijn. In de gemeente Almelo is sprake van een kwantitatieve actuele behoefte van 1.765 - 2.090 woningen voor de periode 2017 t/m 2026. Hiertoe is, door de vraag op basis van actuele huishoudensprognose te confronteren met het aanbod in harde plannen (directe bouwtitels, uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden), sprake van het onderstaande: <0000> <0000> <0000>

Woningvraag voor gemeente Almelo bedraagt 1.765 - 2.090 woningen. Aanbod in harde plannen goed voor 1.775 woningen. De resterende actuele behoefte die hieruit volgt is 315 woningen.

3.3.2 Regionale Woonagenda Twente Met de op 18 februari 2021 ondertekende Regionale Woonagenda Twente zijn de meerjarige afspraken over de opgaven en ambities voor de Twentse woningmarkt in de periode 2021-2025 met een doorkijk naar 2030 geactualiseerd. Ten opzichte van de Regionale Woonvisie en de eerder gemaakte afspraken leidt de huidige woningbehoefte in Nederland als geheel, de provincie Overijssel en inzoomend naar Twente tot de wens om tot 2030 20.000 tot 22.000 woningen in de regio toe te voegen. Hiervan zijn circa 14.000 tot ruim 15.000 woningen in de gehele regio bestaande harde en/of zachte plancapaciteit. Dit leidt tot de volgende opgaven voor Almelo: <0000> de harde plancapaciteit van 940 woningen per 1 januari 2020 versneld te realiseren; <0000> de zachte plancapaciteit van 1020 woningen per 1 januari 2020 zo spoedig mogelijk hard te maken en te realiseren tussen nu en 2030; <0000> naast deze plancapaciteit is regionaal de ambitie/opgave afgesproken om tot 2030 5.000 tot 7.000 woningen toe te voegen, waarbij het samen sturen op kwaliteit leidend is. Sowieso betekent dit dus een woningbouwopgave voor de Gemeente Almelo van meer dan 2.000 woningen. De specificatie/verdeling van de extra woningbouwambitie van 5.000 tot 7.000 woningen zal plaatsvinden aan de hand van een op te stellen kwalitatief afwegingskader.

Binnen de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo wordt in deze woonagenda gedacht aan de ruimtelijke strategie van 'Stedelijk wonen', terwijl voor andere delen van Twente de strategieën 'Buiten wonen' en 'Wonen langs radialen' meer van toepassing zijn. De ruimtelijke strategie 'Stedelijk wonen' wordt als volgt toegelicht: De steden en de uitleglocaties bij de steden bieden een kwalitatief hoogwaardige stedelijkheid met uiteenlopende milieus: van hoogstedelijke en multifunctionele gebieden, groenstedelijke en suburbane wijken, tot dorpse en vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

18

NL.IMRO.0141.00141-BP31

landelijke woonmilieus in het buitengebied. Het unieke van wonen in deze stedelijke milieus is dat je alle hoogwaardige voorzieningen bij de hand hebt, net als onderwijs en werkgelegenheid en dat je uitstekend verbonden bent met de rest van de regio en Nederland over spoor en via de weg. Stedelijk wonen is erg in trek, en er liggen kansen om meer binnenstedelijk programma te realiseren in deze steden. Deze genoemde opgaven qua woningbouwaantallen staan nog los van de kwalitatieve opgaven met betrekking tot onder andere stedelijke vernieuwing, verduurzaming/kwaliteitsimpuls van de bestaande woningbouwvoorraad, en de toegankelijkheid en doorstroming. 3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het regionale woonbeleid De geactualiseerde afspraken binnen de Regionale Woonagenda leiden tot een nog grotere ambitie voor de Gemeente Almelo dan binnen de Regionale Woonvisie al was vastgelegd. Het plan voorziet in het toevoegen van 8 woningen. Deze woningen waren reeds enige jaren geprogrammeerd voor deze binnenstedelijke (her)ontwikkelinglocatie. Daarmee wordt voorzien in een deel van de vraag naar nieuwe woningen in Almelo.

3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt binnen een wooonwijk van Almelo, waardoor de visie voor het de wijken en dorpen het meest relevant is. De gemeente Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regionale functie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren, heeft de gemeente de volgende drie grote ambities voor de woningvoorraad geformuleerd: <0000> <0000> <0000>

Flexibel; Evenwichtig & gevarieerd; Toekomstbestendig & duurzaam.

De gemeente wil wijken creëren met gemengde woonmilieus waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woonvoorraad heeft releatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen in het middensegment in te zetten. Verder wil de gemeente de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk benutten en daarmee aansluiten op de ontwikkeling van de bevolking. Dat betekent onder meer: de benodigde verscheidenheid aanbrengen door herstructureren van panden en gebieden; de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). 3.4.2 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke Omgevingsvisie De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vertaalt zich is het herontwikkelen van een terrein waar in het verleden een schoolgebouw stond, in een groene setting. De herontwikkeling past binnen de functionele structuur van de omgeving.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

19

NL.IMRO.0141.00141-BP31

De beoogde rijwoningen bestaande uit 3 verdiepingen met een plat dak vormen een aanvulling op het bestaande woningaanbod in de wijk, waardoor met name gezinnen kunnen doorstromen naar een iets ruimere woning. 3.4.3 Woonvisie Almelo 2020-2030 De woonvisie van de gemeente Almelo gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen, zoals demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad en verduurzaming. Met de visie wordt 15 jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose, historische en huidige woonsituatie zijn de belangrijkse ambities bepaald. Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regiofunctie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren zijn drie grote ambities geformuleerd. De gemeente streeft naar: 1. Een flexibele woningvoorraad 1.1. De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. 1.2. Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. 1.3. Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. 1.4. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. 1.5. De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. 2. Een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad. 2.1.

Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over onze (en omliggende) gemeente(n) verdelen. 2.2. De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over onze (en omliggende) gemeenten verdelen. 3. Een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. 3.1. Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. 3.2. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. 3.3. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken. De woningvoorraad kan tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen groeien en die groei zal vooral bestaan uit koopwoningen (figuur 3.2). In dit segment is er meer vraag naar eengezinswoningen dan naar meergezinswoningen (nietgrondgebonden/appartementen).In de huursector is het de opgave om meergezinswoningen toe te voegen. Per saldo neemt het sociale huursegment in omvang af. Opgemerkt wordt dat deze gemeentelijke Woonvisie (nog) niet is aangepast aan de bijgestelde ambitie zoals vastgelegd in de Regionale Woonagenda Twente. Daarin zijn immers afspraken gemaakt dat binnen de gemeente Almelo tot 2030 in een woningbehoefte van meer dan 2.000 woningen extra zal voorzien.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

20

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Figuur 3.2: Ontwikkeling woningbehoefte Almelo naar eigendom en woningtype (Bron: Woonvisie 2020-2030) 3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijke woonbeleid De gemeente Almelo richt zich op een flexibele, evenwichtige, gevarieerde, toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. De beoogde ontwikkeling van 8 grondgebonden woningen sluit aan op deze beleidslijnen uit de woonvisie. Met de ontwikkeling is sprake van transformatie op een binnenstedelijke locatie. Dat past bij de keuze voor inbreiding boven uitbreiding. Voorheen stond op deze locatie een automobielbedrijf. De ontwikkeling voorziet in de bouw van 8 eengezinskoopwoningen. Dit is een verbreding van het woningaanbod in de wijk, waardoor binnen de wijk Kerkelanden voorzien kan worden in een gedifferentieerde woonbehoefte.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

21

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de onder andere de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid.

4.1 Vormvrije mer-beoordeling 4.1.1 Beleid en normstelling In onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. aangegeven welke activiteiten, plannen en besluiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: <0000> de kenmerken van de projecten; <0000> de plaats van de projecten; <0000> de kenmerken van de potentiële effecten. 4.1.2 Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Het initiatief bestaat uit de realisatie van 10 woningen. De beoogde ontwikkeling overschrijdt de drempelwaarden niet. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is.

Ten behoeve van de m.e.r.-beoordelingsbeslissing is een notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (bijlage 1). Op basis van deze notitie neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbeslissing waarin wordt aangegeven dat geen volledige m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden.

4.2 Verkeer en parkeren 4.2.1 Verkeer Het plan voorziet in de realisatie van 8 grondgebonden koopwoningen op een inbreidingslocatie ter plaatse van de De Savornin Lohmanstraat te Almelo. Omdat de voormalige bebouwing al geruime tijd geleden afgebroken is, zal deze ontwikkeling een verkeerstoename als gevolg hebben. Deze verkeerstoename is bepaald op basis van kencijfers van het CROW zoals opgenomen in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen', (2018). Voor de tussen-/hoekwoningen geldt een verkeersgeneratiecijfer van 6,7-7,5 per woning per dag (gemiddeld 7,1). Voor de gemeente Almelo mag worden uitgegaan van een 'matig stedelijk' karakter en het plangebied is gelegen in de rest van de bebouwde kom. Dit resulteert in een berekende verkeerstoename van afgerond 57 motorvoertuigen per etmaal. De verkeersafwikkeling zal verlopen via de Schaepmanlaan en De Savornin Lohmanstraat en gaat daarna op in het overige verkeer op de Aalderinkssingel. De verwachting is dat door de toename van het aantal verkeersbewegingen geen knelpunten ontstaan. De extra verkeersbewegingen gaan op in het huidige verkeersbeeld.

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

22

NL.IMRO.0141.00141-BP31

Zoals in paragraaf 2.1.2al vermeld liggen de nieuwe woningen in de directe nabijheid van het fietsnetwerk langs de Aalderinkssingel en is het plangebied op minder dan een kilometer afstand van het station gelegen. 4.2.2 Parkeren Het parkeerbeleid van de gemeente Almelo is vastgelegd in het parkeerbeleidsplan 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Als richtlijn voor de parkeernormering wordt gebruik gemaakt van de op dat moment geldende CROW-publicatie voor de parkeerkencijfers. Om de parkeerkencijfers van de CROW ook als parkeernormen vast te leggen, heeft het college van de gemeente Almelo op 11 december 2018 de 'Beleidsregel Parkeernormen Almelo' vastgesteld. Deze beleidsregel is op 1 januari 2019 in werking getreden. Conform dit beleid wordt uitgegaan van een 'matig stedelijk' karakter en het maximale parkeerkencijfer van de bandbreedte. Voor de 8 beoogde woningen geldt een parkeernorm van 2,3 parkeerplaatsen per woning (tussen-/hoekwoning), zodat in totaal 19 parkeerplaatsen benodigd zijn. Hiervoor zijn ten noorden van de woningen haakse parkeerplaatsen voorzien. Hoewel deze parkeerplaatsen deels grenzen aan de achtertuinen van de woningen, blijven deze parkeerplaatsen openbaar terrein. Zo blijven de parkeerplaatsen optimaal beschikbaar voor een ieder. Er worden derhalve voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm.

4.2.3 Conclusie De realisatie van de 8 nieuwe woningen heeft een beperkte verkeerstoename tot gevolg welke op een goede manier kan worden afgewikkeld op de bestaande wegen. De ontwikkeling leidt ook tot een toename van de parkeerbehoefte, waarin op openbaar terrein binnen het plangebied wordt voorzien. Daarnaast zijn er in de nabijheid van het plangebied voldoende duurzame transportmogelijkheden, zoals het openbaar vervoer en de (elektrische) fiets.

4.3 Geluid 4.3.1 Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail-, wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als geluidsgevoelige objecten. Hierna wordt ingegaan op het aspect wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai. Het aspect industrielawaai als bedoeld in de Wgh wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, omdat er in de nabijheid van het plangebied geen gezoneerd bedrijventerrein is gelegen. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 4.5 (bedrijven en milieuzonering).

4.3.2 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in de onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

23

NL.IMRO.0141.00141-BP31

1 of 2 rijstroken

200 m

250 m

3 of 4 rijstroken

350 m

400 m

5 of meer rijstroken

350 m

600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor wegen die zijn aangeduid als woonerf en/of wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er een akoestisch onderzoek De Savornin Lohmanstraat te Almelo met betrekking tot het geluid afkomstig van spoor- en wegverkeer door Adviesbureau De Haan B.V. uitgevoerd. Het volledige onderzoek is bijgevoegd in bijlage 2. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste uitkomsten en conclusies van het onderzoek met betrekking tot het wegverkeerslawaai. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting door de Aalderinkssingel op de woningen hoogstens 58 dB, inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder bedraagt. Deze geluidsbelasting ligt boven de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, maar voldoet aan de maximaal toelaatbare waarde. De geluidsbelasting van de César Franckstraat is hoogstens 54 dB. Deze geluidsbelasting ligt boven de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, maar voldoet aan de maximaal toelaatbare waarde. Maatregelen aan het spoor, wegdekverharding of rijsnelheid hebben niet voldoende effect om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeurswaarde. Op de zij- en achtergrens van het plangebied wordt aan de noordwestzijde achter de woningen een 2 meter hoge tuinmuur gemaakt.

De muur zorgt er voor dat de geluidbelastingen vanwege het wegverkeer in de tuinen aanzienlijk worden verlaagd. Andere bronmaatregelen zijn gezien de beperkte omvang van het plan niet goed haalbaar. Op basis van de resultaten uit hoofdstuk 4 van het rapport kan worden geconcludeerd dat de geluidsbelasting voldoet aan het geluidbeleid. Op twee woningen voldoet het geluid van het wegverkeer aan de voorkeurswaarde van 48 dB. Zes woningen voldoen aan de grenswaarde van 63 dB. Voor de realisatie van het plan is een procedure tot het vaststellen van hogere waarden nodig. In tabel 2 van het rapport zijn de benodigde waarden weergegeven. Hiervoor kan dit rapport worden gebruikt. Bij de omgevingsvergunning tot bouwen moet aangetoond worden dat het binnenniveau in de woningen voldoet aan Bouwbesluit 2012. Hiervoor is een aanvullend gevelonderzoek nodig. 4.3.3 Spoorweglawaai In het akoestisch onderzoek, zoals bijgevoegd in bijlage 2 is naast het wegverkeerslawaai ook het spoorweglawaai onderzocht. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste uitkomsten en conclusies van het onderzoek met betrekking tot het spoorwegverkeerslawaai. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting van het spoor hoogstens 60 dB is. Op alle woningen is de geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde. Op alle woningen voldoet het geluid van het railverkeer aan de grenswaarde.

Maatregelen aan het spoor hebben niet voldoende effect om de geluidsbelasting te reduceren tot de voorkeurswaarde. Bronmaatregelen zijn gezien de beperkte omvang van het plan niet goed haalbaar. Op basis van de resultaten uit hoofdstuk 4 van het rapport kan worden geconcludeerd dat de geluidsbelasting voldoet aan het geluidbeleid. Voor de realisatie van het plan is een procedure tot het vaststellen van hogere waarden nodig. In tabel 2 van het akoestisch rapport zijn de benodigde waarden weergegeven. Hiervoor kan dit rapport worden gebruikt. In een zienswijze van ProRail wordt opgemerkt dat de beoordeling van de emplacementsactiviteiten ontbreekt. Naar aanleiding van deze zienswijze is de Omgevingsdienst Twente (ODT) gevraagd om vastgesteld Bestemmingsplan De Savornin Lohmanstraat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=9b678d7c-5b83-4dab-a088-c8fe5be11361