8.1 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Noorderes - Bijlage - Bestemmingsplan Noorderes.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Noorderes NL.IMRO.0141.00097
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Toelichting
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
1
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Hoofdstuk 2 De huidige situatie
7
Hoofdstuk 3 Beleidskader
9
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten
18
Hoofdstuk 5 Water
30
Hoofdstuk 6 Planuitgangspunten
39
Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten
40
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid
45
Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijze(n)
46
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
2
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Hoofdstuk 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de algemene informatie met betrekking tot het bestemmingsplan 'Noorderes' behandeld. Hierbij gaat het om de aanleiding van het bestemmingsplan, de bijhorende stukken, de ligging van het plangebied en de huidige planolgoische situatie. Afgesloten wordt met een leeswijzer.
1.1 Aanleiding De locatie Noorderes in Almelo kan worden gekenmerkt als een restperceel van het in het eind van de vorige eeuw aangekochte terrein van J&I ten Cate. Een deel van het terrein bleef over na de afronding van het project Oosteres-Noord. De ontwikkeling van het plangebied is vanuit stedenbouwkundige visie gerelateerd aan een woningbouwontwikkeling aan de Ootmarsumsestraat. De samenhang komt naar voren in een gezamenlijk te realiseren auto-ontsluiting aan de achterzijde van de woningen. Aangezien de gronden aan de Ootmarsumsestraat zijn verworven en hiervoor reeds een woningbouwplan is ontwikkeld, zijn de gronden in het plangebied als bouwterrein in ontwikkeling gebracht. Om een kwalitatief goede en toekomstbestendige invulling te geven aan het braakliggende terrein in de noordelijke binnenstad van Almelo, wordt met voorliggend bestemmingsplan woningbouw mogelijk gemaakt. Het braakliggende terrein dat het plangebied behelst biedt ruimte voor maximaal zes (grondgebonden) woningen. De bestemmingsplanregels uit het voorliggende bestemmingsplan 'Noorderes' zullen de bouw van zes grondgebonden (patio)woningen, de auto-ontsluiting aan de achterzijde van de woningen en een groenvoorziening (met wadi) in het plangebied mogelijk maken.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' is gelegen in Almelo. Meer specifiek, is het plangebied gelegen aan de noordelijke kant van de binnenstad. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een nog verder te ontwikkelen weg. Aan de oostzijde bevindt zich de Noorderes. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door de Winkelsteeg. De westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Ootmarsumsestraat. Via de Ootmarsumsestraat en de Oranjestraat wordt het plangebied verbonden met het stadscentrum van Almelo. Het plangebied grenst aan het centrum van Almelo.
Afbeelding 1: Ligging plangebied
Afbeelding 2: Begrenzing plangebied
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
3
NL.IMRO.0141.00097-BP31
1.3 Huidige planologische situatie Tot de inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Noorderes' gelden binnen het plangebied de volgende bestemmingsplannen: <0000> Centrum Oost, door de gemeenteraad vastgesteld op 16 oktober 2012; <0000> Parapluherziening parkeren, door de gemeenteraad vastgesteld op 5 juni 2018; <0000> Parapluherziening wonen, door de gemeenteraad vastgesteld op 23 maart 2020.
Afbeelding 3: Huidige planologische situatie
Op grond van het bestemmingsplan 'Centrum Oost' hebben de gronden binnen het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' de enkelbestemming 'Gemengd - 3', de enkebestemming 'Verkeer' en het hele plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog'. Het bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' is vastgesteld op 5 juni 2018. Het bestemmingsplan 'Parapluherziening wonen' is (gewijzigd) vastgesteld op 23 maart 2020. Het vaststellingsbesluit is op 21 april 2020 gepubliceerd. Het bestemmingsplan ‘Parapluherziening wonen’ en de bijbehorende stukken hebben van 22 april 2020 tot en met 2 juni 2020 ter inzage gelegen. Het bestemmingsplan 'Parapluherziening wonen' is in werking getreden.
1.4 Wettelijk kader In deze paragraaf wordt het wettelijk kader omtrent bestemmingsplannen nader uiteengezet. Wet ruimtelijke ordening Artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) bepaalt dat de gemeenteraad van de gemeente Almelo voor het hele grondgebied van de gemeente Almelo een of meerdere bestemmingsplannen vaststelt, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Verder bevat de Wro onder andere bepalingen omtrent de procedure van een bestemmingsplan. Hierin wordt bepaald dat afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (de uniforme openbare voorbereidingsprocedure) op de voorbereiding van een bestemmingsplan van toepassing is. Verder bevat de Wro financiële bepalingen, over planschade en kostenverhaal, alsook de regels over de beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
4
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Besluit ruimtelijke ordening Het besluit ruimtelijke ordening is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) onder de Wro. In het Bro is onder meer geregeld hoe een bestemmingsplan en andere ruimtelijke plannen eruit moeten zien, wat vastgelegd moet worden en wat meegenomen moet worden (zie de artikelen 3.1.2 tot en met 3.1.7 en de artikelen 3.2.1 tot en met 3.2.4 Bro). Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat ieder bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting. De toelichting van het bestemmingsplan bevat onder andere een verantwoording van de in het bestemmingsplan gemaakte keuze van bestemmingen, de wijze waarop in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de gevolgen van de waterhuishouding, de uitkomsten van de verrichte onderzoeken, de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken en inzichten over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt onder aandere vermeld welke rol het Rijksbeleid, het provinciale beleid en het gemeentelijke beleid een rol speelt. Verder worden de uitkomsten van de relevante onderzoeken benoemd. Ook wordt aangeven of de Wet milieubeheer van toepassing is en in dit kader een Milieu Effect Rapportage (MER) moet worden opgesteld, dan wel of sprake is van archelogische en cultuurhistorische waarden in het plangebied.
De toelichting bij het bestemmingsplan bevat ook een apart hoofdstuk over de wijze waarop in het bestemmingsplan rekening is gehouden met de waterhuishouding. Het bestemmingsplan bevat niet alleen juridisch bindende regels (de bestemming van de gronden en de daarop van toepassing zijnde bouw- en gebruiksregels), maar het is tevens een (ruimtelijk) beleidsdocument waarin de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden zijn opgenomen. Digitalisering Alle ruimtelijke visies, plannen, besluiten en verordeningen (behoudens uitzonderingen), in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, moeten voor iedereen elektronisch beschikbaar (digitaal) en raadpleegbaar zijn. Daarvoor is een landelijke voorziening in het leven geroepen. De landelijke voorziening is raadpleegbaar via: www.ruimtelijkeplannen.nl. Er wordt dan ook gewerkt via de landelijk vastgestelde regels in artikel 1.2.1 en artikel 1.2.2 van de Bro, nader uitgewerkt in de ministeriële regeling 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012'. Kosten In hoofdstuk 6 van de Wro is bepaald dat de kosten voor het maken van een bestemmingsplan verhaald kunnen worden op de aanvrager. Die kosten kunnen zowel via een (anterieure) overeenkomst of een exploitatieplan worden verhaald. Leges voor de bestemmingsplanprocedure worden verhaald via de gemeentelijke Legesverordening.
Planschade Nieuwe planologische ontwikkelingen kunnen schade veroorzaken, doordat een nadelige(re) planologische situatie kan ontstaan. Dit kan niet alleen gelden voor de eigenaar van een locatie, maar ook voor eigenaren van omliggende percelen. Op grond van afdeling 6.1 van de Wro kan iemand, die als gevolg van een planologische ontwikkeling schade lijdt, die redelijkerwijs niet voor zijn rekening behoort te blijven, aanspraak maken op een tegemoetkoming in de planschade.
1.5 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Noorderes" bestaat uit de volgende stukken: 1. verbeelding; 2. regels; 3. toelichting; 4. bijlagen bij de toelichting; Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het bestemmingsplan 'Noorderes' begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het bestemmingsplan. Hierin zijn de aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
5
NL.IMRO.0141.00097-BP31
De volgende bijlagen zijn bij deze toelichting opgenomen: <0000> Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek <0000> Bijlage 2 Aeriusberekening <0000> Bijlage 3 Quickscan Flora en Fauna <0000> Bijlage 4 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
1.6 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan 'Noorderes', maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 De huidige situatie Hoofdstuk 3 Beleidskader
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Waterparagraaf Hoofdstuk 6 Planuitgangspunten Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de geldende bestemmingsplannen voor inwerkingtreding van het bestemmingsplan 'Noorderes'. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven (functionele structuur, stedenbouwkundige structuur en verkeersstructuur). Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, voor (onder andere) het plangebied van het bestemmingsplan Noorderes al is opgesteld (hoofdstuk 3). In het vierde hoofdstuk wordt de milieusituatie (inclusief het aspect fysieke veiligheid) besproken. Het vijfde hoofdstuk bevat de waterparagraaf. In het zesde hoofdstuk worden algemene uitgangspunten voor het bestemmingsplan 'Noorderes' beschreven. In het zevende
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
6
NL.IMRO.0141.00097-BP31
hoofdstuk staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en de verbeelding. In het achtste hoofdstuk staat de financiële verantwoording van het plan en het negende hoofdstuk geeft de wijze van en resultaten omtrent de inspraak.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
7
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Hoofdstuk 2 De huidige situatie In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op de historische ontwikkeling van Almelo, de functionele structuur van het plangebied, de stedenbouwkundige opzet van het plangebied en de verkeersstructuur in het plangebied.
2.1 Historische ontwikkeling van Almelo Almelo ontstond in de elfde eeuw na Chr. als nederzetting op een kruispunt van land- en waterwegen. Door deze ligging ontwikkelde Almelo zich in de loop der tijd tot een bloeiende textielstad met ondernemers van internationale allure. Landhuizen en villa's, zoals de Bellinckhof, herinneren nog aan de zeer welgestelde families die in Almelo woonden en nog steeds wonen. In de zeventiende en achttiende eeuw kwamen er steeds meer huisweverijen, maar met de komst van de stoommachine (1830) werd de productie volledig fabrieksmatig. Er werden kanalen gegraven en er kwam een spoorlijn om alle goederen te vervoeren. Van heinde en verre kwamen arbeiders naar Almelo en hierdoor groeide het inwonertal snel. Vanaf 1970 nam de concurrentie van lagelonenlanden sterk toe. Dat leidde tot bedrijfssluitingen. Verder was er nauwelijks werk in andere sectoren, waardoor het werkloosheidspercentage omhoog schoot. Almelo werd gedwongen dat probleem op een eigen manier het hoofd te bieden. Een uitgebreide stadsvernieuwing zette de toon voor het herstel. De meeste textielfabrieken werden toentertijd gesloten. Sommige markante gebouwen zijn behouden als eerbetoon aan de rijke textielhistorie van Almelo, denk hierbij aan het Indiëterrein.
2.2 Functionele structuur Het bestemmingsplan 'Noorderes' heeft betrekking op een braakliggend terrein ten noorden van de binnenstad van Almelo. Het plangebied ligt bij het gebied de Oosteres. Hier ontstond de eerste bebouwing halverwege de negentiende eeuw. Het betrof toen slechts langs een straatje gebouwde (kleine) arbeiderswoningen. De buurt was ontstaan tijdens de enorme groei van de textielindustrie, waarvoor veel arbeidskrachten gevraagd werden. Veel werknemers kwamen dan ook van buiten Almelo. In het derde kwart van de twintigste eeuw raakte de buurt snel in verval en ontstonden de eerste saneringsproblemen. Het Bureau Abma Hazewinkel presenteerde in 1980 een stedenbouwkundig plan voor de Oosteres, dat enkele jaren later in enigszins gewijzigde vorm resulteerde in de bouw van het eerste deel van de nieuwe woonwijk (het zuidelijke gedeelte), waarvoor de Ingenieurs en Architecten Associatie in Almelo het ontwerp voor de woningen leverde. Bij de ontwikkeling is destijds geprobeerd de relatie te behouden met de naastgelegen gronden van Huize Almelo. Mede op basis daarvan is gekozen voor grondgebonden woningen en geen hoofdbouw. In het noordelijke deel tussen de Winkelsteeg en de Sluiskade Zuidzijde was voor een langere tijd een aantal grote bedrijven gevestigd.
Door stopzetting of verhuizing van deze bedrijven kwamen de bedrijfspanden leeg te staan en ontstond de mogelijkheid om op deze locatie woningbouw te realiseren. Na afronding van het project Oosteres-Noord, bleef een deel van het terrein van braakliggend. Er waren verschillende onbebouwde plekken in de buurt, zoals aan de Ootmarsumsestraat. De gronden aan de Ootmarsumsestraat zijn nu verworven en hiervoor is reeds een woningbouwplan ontwikkeld. Hieropvolgend is het braakliggende terrein in het onderhavige plangebied als bouwterrein voor woningbouw in ontwikkeling gebracht.
2.3 Stedenbouwkundige opzet Het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' beslaat braakliggend terrein bij de Noorderes. Dit is gelegen aan de noordzijde van de binnenstad van Almelo. De rij van zes woningen zorgt dat het bouwblok met de woningbouw aan de Ootmarsumsestraat gesloten wordt. Het bestemmingsplan 'Noorderes' maakt zes grondgebonden (patio)woningen mogelijk. Er is expliciet gekozen voor grondgebonden woningen. De gemeente Almelo heeft verder ingezet op (grondgebonden) woningen in een woningtypologie die nog niet in de buurt voorkomt. Er is gekozen voor een ander woningtype (patiowoningen) om meer differentiatie in de buurt te krijgen.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
8
NL.IMRO.0141.00097-BP31
De voorgevels van de (patio)woningen staan alle zes in dezelfde rooilijn. Aansluitend op de voortuin wordt een stoep gerealiseerd. Aan de voorzijde van de (patio)woningen blijft een groenstrook gehandhaafd waarin een wadi wordt gerealiseerd. De beoogde ontwikkeling van het plangebied staat vanuit stedenbouwkundige visie in relatie met de woningbouwontwikkling aan de Ootmarsumsestraat. Dit komt tot uiting in een gezamenlijke auto-ontsluiting aan de achterzijde van de (patio)woningen. Er wordt parkeergelegenheid gerealiseerd op eigen terrein, waarvoor een straat aan de achterzijde van de woningen wordt aangelegd. Deze straat is doodlopend. Via die straat kan worden geparkeerd op eigen terrein bij de (patio)woningen.
2.4 Verkeersstructuur Ontsluitingsstructuur Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan 'Noorderes' wordt ontsloten door de Winkelsteeg (aan de zuidzijde) en de Noorderes (aan de oostzijde). Op enige afstand van het plangebied ligt aan de westkant de Ootmarsumsestraat. De toekomstige (patio)woningen zijn georiënteerd op de Noorderes. Aan de achterzijde komt een ontsluitingsweg voor de te realiseren woningen. De ontsluiting van de zes (patio)woningen wordt gevormd door een nieuwe verbindingsweg. De nieuwe verbindingsweg sluit aan op de Winkelsteeg, tussen huisnummer 2 en huisnummer 50. De nieuwe verbindingsweg is onderdeel van een reeds bestaande 30 km/uur-zone, die voor dit gebied van kracht is. Deze ontsluitingsweg is vormgegeven als een reguliere 30 km-zijstraat, waarbij rechts voorrang heeft. De status van doodlopende straat (voor gemotoriseerd verkeer) wordt met bebording aangegeven. De ontsluitingsweg ligt in een bestaand parkeerverbod-zone. Het gaat om een eenvoudige ontsluitingsweg die niet toegankelijk is voor doorgaand (gemotoriseerd) verkeer. De ontsluitigsweg heeft voor autoverkeer alleen betekenis voor bewoners, leveranciers en calamiteitenverkeer.
Verkeersregime De verkeersgeneratie als gevolg van voorliggend bestemmingsplan plan is dusdanig gering (30 tot 40 extra verkeersbewegingen van gemotiriseerd verkeer per dag) dat geen sprake zal zijn van capaciteitsproblemen op het aansluitende wegennet. Vanwege het besloten karakter zijn er geen troittoirs aanwezig (bij de ontsluitingsweg). Met oog op de benodigde manouvreerruimte voor het parkeren en de brandweereisen, is het profiel van de rijbaan vastgesteld op 5,50 meter. Ondanks het beperkte aantal verkeersbewegingen, is het van belang dat er voor bezoekend gemotiseerd verkeer een berscheiden keermogelijkheid is, zodat men niet genoodzaakt is om achteruit te rijden waardoor verkeersonveilige situaties kunnen ontstaan. Fiets Vanuit de Noorderes zijn er voor de fietser meerdere mogelijkheden om vlot aan te sluiten op de stedelijke hoofdfietsstructuur (de “dragers” in het stedelijke fietsnetwerk). Deze woonstraat is zelf geen onderdeel van een fietsstructuur. Om die reden is aan het einde van de straat (primair voor de aanwonenden) een bescheiden fietsdoorsteek aanwezig. De doorsteek is zo gesitueerd dat deze straat geen aantrekkelijke sluiproute is voor doorgaande fietsers. Openbaar vervoer Op een afstand van ongeveer 250 meter (hemelsbreed) ligt een bushalte voor vijf stedelijke openbaarvervoerlijnen (hoek Sluiskade Zuidzijde/Hantermansstraat).
Daarmee is dit gebied redelijk ontsloten voor het openbaar vervoer.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
9
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Hoofdstuk 3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt de inhoud van het bestemmingsplan getoetst aan het relevante Rijksbeleid, het provinciale beleid en het gemeentelijke beleid binnen de gemeente Almelo.
3.1 Rijksbeleid Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid op rijksniveau staat in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (hierna: SVIR). De structuurvisie is sinds maart 2012 van kracht en vorm de kapstok voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en de doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). Decentralisatie is hier een kernbegrip. Het kabinet wil beslissingen over ruimtelijke ontwikkelingen dichter bij de burgers en bedrijven brengen. Provincies en gemeenten krijgen letterlijk de ruimte om maatwerk te leveren voor regionale vragen. De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (tot 2028), namelijk: concurrerend, bereikbaar en leefbaar & veilig. Voor deze drie doelen zijn de onderwerpen van nationaal belang benoemd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
De drie hoofddoelstellingen zijn: <0000> Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur in Nederland; <0000> Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; <0000> Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving, waarin unieke natuurlijk en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Er zijn dertien nationale (gelijkwaardige) belangen opgesteld. Dit zijn concrete belangen waarvoor het Rijk verantwoordelijk is en waarop het Rijk resultaten wil boeken. De basis van de juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt onder andere in het Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (hierna: Barro). Het Barro is in werking sinds 2011 en bevat regels over onderwerpen die van rijksbelang zijn, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening en de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Per onderwerp bevat het Barro regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. 3.1.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De basis van de juridische borging van de realisatie van de nationale belangen ligt ook in het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Het Bro bevat regels met betrekking tot bestemmingsplannen.
Zo is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro voorgeschreven dat, indien een bestemmingsplan een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte van die ontwikkeling wordt opgenomen en (als het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied) een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De verantwoording vindt plaats volgens de systematiek van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. In de jurisprudentie is bepaald dat geen sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' bij de bouw van elf woningen in een dorpskern (zie ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921). Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de bouw van zes (patio)woningen. Gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, voorziet het niet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro.
Het bestemmingsplan 'Noorderes' maakt dan ook geen 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan 'Centrum Oost', waardoor toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet aan de orde is.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
10
NL.IMRO.0141.00097-BP31
3.1.2 Vergunningvrije regels Niet voor alle bouwwerken is een omgevingsvergunning vereist. In specifieke gevallen kan op grond van het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor) zonder omgevingsvergunning worden gebouwd en/of worden gebruikt. De voorwaarden om zonder omgevingsvergunning te kunnen bouwen en/of te kunnen gebruiken zijn opgenomen in artikel 2 en artikel 3 van Bijlage II van het Bor. Voorbeelden van vergunningvrije bouwwerken zijn: gewoon onderhoud van een bouwwerk, een bijbehorend bouwwerk, een dakkapel, een dakraam, zonnepanelen, zonwering, een erf- of perceelafscheiding of gebruik van een bestaand bouwwerk voor huisvesting in verband met mantelzorg. Om als vergunningvrij gekwalificeerd te kunnen worden moet het bouwwerk wel aan bepaalde voorwaarden uit voornoemde wetsartikelen voldoen. Bij het opstellen van het bestemmingsplan 'Noorderes' is dan ook rekening gehouden met de mogelijkheden om omgevingsvergunningvrij te kunnen bouwen en te kunnen gebruiken. 3.1.3 Relatie met het bestemmingsplan 'Noorderes' Het bestemmingsplan 'Noorderes' maakt zes (grondgebonden) patiowoningen mogelijk. Dit valt niet onder één van de in het beleid en regels van het Rijk genoemde nationale belangen, zoals defensie, de ecologische hoofdstructuur, de elektriciteitsvoorziening of de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet.
Nu geen sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' hoeft er ook geen Laddertoets uitgevoerd te worden. Voor wat betreft de vergunningvrije regels is hiermee rekening gehouden bij het opstellen van het bestemmingsplan 'Noorderes. Het Rijksbeleid belemmert de beoogde ontwikkeling niet.
3.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. De provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening worden actueel gehouden met een jaarlijkse actualisatieronde. Provinciale Staten hebben de Actualisatie 2018-2019 van de provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening op 13 november 2019 (gewijzigd) vastgesteld. Deze actualisatie is op 1 december 2019 in werking getreden. 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie De provincie Overijssel heeft het streekplan, verkeer- en vervoerplan, waterhuishoudingsplan en milieubeleidsplan samengevoegd tot één Omgevingsvisie. Dit is het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Hiermee heeft de provincie voor ogen een vitale samenleving tot ontplooiing te laten komen in een mooi landschap. De provinciale Omgevingsvisie is het (centrale) beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's.
De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie Overijssel zijn: <0000> Goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst, door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); <0000> Versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; <0000> Veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; <0000> Investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
11
NL.IMRO.0141.00097-BP31
3.2.1.1 Rode draden en beleidsambities Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. In de volgende paragrafen worden de begrippen ‘duurzaamheid’, ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘sociale kwaliteit’ gedefinieerd en wordt per rode draad de bijbehorende kwaliteitsambities benoemd. 3.2.1.1.1 Duurzaamheid Binnen de provinciale Omgevingsvisie wordt 'duurzaamheid' als volgt gedefinieerd: “duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.” Er zijn vier ambities die de koers bepalen van de sturing op duurzaameid. De ambities hebben hun vertrekpunt in een aantal grote maatschappelijke opgaven. Het gaat om de volgende ambities: <0000> Een klimaatbestendig Overijssel; <0000> Een duurzame energiehuishouding; <0000> Kringlopen sluiten, ofwel: toegroeien naar een circulaire economie; <0000> Beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. 3.2.1.1.2 Ruimtelijke kwaliteit Binnen de provinciale Omgevingsvisie wordt 'ruimtelijke kwaliteit' als volgt gedefinieerd: "datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is". Dit gaat vooral over ‘goed’: functioneel, mooi en toekomstbestendig.
Deze benadering van ruimtelijke kwaliteit is in overeenstemming met de gangbare definitie. Deze is een optelsom van de gebruikswaarde (functionaliteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid, nut en noodzaak van een initiatief dat ontwikkeld wordt), de belevingswaarde (beeldkwaliteit, het ‘mooie’, de identiteit van een gebied, het gevoel van (toekomstige) gebruikers en bewoners) en de toekomstwaarde (het vermogen om ruimtelijke gevolgen van veranderende omstandigheden op te vangen (flexibiliteit, beheerbaarheid)). Er zijn zeven kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van sturing op ruitelijke kwaliteit. Deze kwaliteitsambities hebben hun vertrekpunt in de bestaande kwaliteiten van Overijssel. Het gaat om de volgende kwaliteitsambities: <0000> Natuur als ruggengraat; <0000> Een continu en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel; <0000> Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen; <0000> Brede waaier aan woon-, werk-, en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur; <0000> Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; <0000> Het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken; <0000> Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel. 3.2.1.1.3 Sociale kwaliteit De rode draad 'sociale kwaliteit' gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens.
Daarbij spelen zaken als gezondheid en vitaliteit een belangrijke rol, maar ook arbeidsparticipatie (mede in relatie tot onderwijs), sociale uitsluiting en armoede. De provinciale Omgevingsvisie beperkt zich tot het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. Er zijn drie kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van de sturing op 'sociale kwaliteit'. Het gaat om de volgende kwaliteitsambities: <0000> Het Overijsselse 'noaberschap' koesteren; <0000> Stimuleren van culturele identiteit; <0000> Verbinden van de lokale kennis en energie met de ontwikkeling van provinciaal beleid en de uitvoering van ruimtelijke opgaven. 3.2.1.2 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: <0000> Of - generieke beleidskeuzes <0000> Waar - ontwikkelingsperspectieven <0000> Hoe - gebiedskenmerken
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
12
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen of natuurontwikkeling, kan aan de hand van deze drie stappen worden bepaald of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden, zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Afbeelding 4: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
3.2.1.3 Generieke beleidskeuzes In de provinciale Omgevingsvisie is voor heel Overijssel een aantal beleidskeuzes van toepassing op nagenoeg alle thema’s en locaties. Dit zijn: <0000> Integraliteit; <0000> Toekomstbestendigheid; <0000> Concentratiebeleid; <0000> (Boven)regionale afstemming; <0000> Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Samen geven deze beleidskeuzes invulling aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Dit geeft een nadere invulling aan stappen die gemeenten in de onderbouwing van nieuwe stedelijke ontwikkelingen op grond van de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) moeten doorlopen. Deze Ladder voor duurzame verstedelijking stelt immers ook eisen aan het onderbouwen van de (regionale) behoefte en de regionale afstemming van stedelijke ontwikkelingen. De Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. 3.2.1.4 Ontwikkelingsperspectieven In de provinciale Omgevingsvisie worden zes ontwikkelingsperspectieven onderscheiden: drie voor de Groene Omgeving en drie voor de Stedelijke Omgeving.
Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. Voor de Stedelijke Omgeving worden drie ontwikkelingsperspectieven onderscheiden, ieder met een eigen accent. Het gaat om de volgende ontwikkelingsperspectieven: <0000> Stedelijke netwerken als motor; <0000> Steden en dorpen als veelzijdige leefmilieus; <0000> Hoofdinfrastructuur: vlot en veilig. 3.2.1.5 Gebiedskenmerken Nieuwe ruimtelijke opgaven wil de provincie Overijssel verbinden met bestaande gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij de vraag hoe een initiatief invulling kan krijgen. Onder gebiedskenmerken worden de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype verstaan. De gebiedskenmerken zijn te onderscheiden in vier verschillende lagen: <0000> De natuurlijke laag; <0000> De laag van het agrarisch cultuurlandschap; <0000> De stedelijke laag; <0000> De laag van de beleving. Het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' valt binnen de stedelijke laag en de natuurlijke laag. Het heeft de gebiedskenmerken: <0000> Dekzandvlakte en ruggen - Gebiedskenmerken Natuurlijke laag (Hoe); en
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
13
NL.IMRO.0141.00097-BP31
<0000> Bebouwingsschil 1900-1955 - Gebiedskenmerken Stedelijke laag (Hoe). 3.2.1.6 Thematisch beleid Woonomgeving Volgens de provinciale Omgevingsvisie moeten inwoners van Overijssel naar wens, veilig, schoon, gezond en goed bereikbaar kunnen wonen. Woningen moeten niet alleen comfortabel zijn, maar ook duurzaam en geschikt om in te spelen op veranderende woonwensen. Een aantrekkelijke woon- en leefomgeving is niet alleen belangrijk voor de huidige bewoners. Het speelt ook een rol voor wie zich in de provincie Overijssel wil vestigen. Voor het functioneren van de woonomgeving is de beschikbaarheid en de bereikbaarheid van voorzieningen wezenlijk. Veilig, schoon en gezond wonen betekent dat de woningen beschermd moeten zijn tegen overstromingen, wateroverlast, hittestress, geluidshinder en de uitstoot van gevaarlijke stoffen. Met ‘woonmilieu’ wordt niet alleen de woning zelf bedoeld, maar ook de omgeving waar de woning staat en waarin zich het dagelijkse leven van wonen, werken en recreëren van de bewoners afspeelt. De ambitie is een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitief). 3.2.1.7 Relatie met het bestemmingsplan 'Noorderes' Het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' is gelegen in bestaand woongebied. Het gebied kenmerkt zich als stedelijk woonmilieu.
Er is sprake van inbreiding nu het braakliggend terrein wordt bebouwd. Een deel van de beoogde bebouwing is gelegen in het gebied 'Bebouwingsschil 1900 - 1955 - Gebiedskenmerken Stedelijke laag (Hoe)'. Als sprake is van herstructurering, inbreiding en/of de toevoeging van bebouwing, dan ziet de provinciale sturing er op dat de ontwikkeling bijdraagt aan behoud, versterking en vernieuwing van de individuele bebouwing met een eigen karakter en uitstraling. Ontwikkelingen voegen zich in maat, schaal en ritme naar de omliggende bebouwing. De zes (patio)woningen hebben een eigen karakter (inherent aan het woningtype) en voegen zich naar de omliggende bebouwing. In algemene zin is ruimte voor herstructurering, inbreiding en transformatie naar diverse woon-, werk- en gemengde stadsmilieus. Door het braakliggende terrein in te vullen met woningbouw in de vorm van zes (patio)woningen wordt zuinig en zorgvuldig omgegaan met de beschikbare ruimte in de stad. De onbebouwde ruimte wordt bebouwd. Met het voorliggende bestemmingsplan 'Noorderes' wordt de bouw van zes (grondgebonden) patiowoningen mogelijk gemaakt om aan het braakliggende terrein een (ruimtelijk) kwalitatief goede en toekomstbestendige invulling te geven. Door deze invulling krijgt het stedelijke woonmilieu aan de noordzijde van de binnenstad van Almelo een impuls.
De realisatie van zes (grondgebonden) patiowoningen brengt differentiatie in het reeds bestaande woningaanbod met zich. Het woningaanbod wordt aangevuld met een ander woningtype, maar het past naar maat en schaal bij de omliggende bebouwing. Bij de realisatie van de zes (grondgebonden) patiowoningen staat duurzaamheid hoog in het vaandel. De zes (grondgebonden) patiowoningen krijgen een energieneutraal label. Hiervoor worden voldoende zonnepanelen geplaatst. Ten behoeve van de waterberging wordt in het plangebied ook een wadi gerealiseerd in de groenstrook. Het infiltratiesysteem zorgt dat het regenwater in de grond kan wegzakken. Verder sluit de beoogde ontwikkeling aan op de reeds bestaande infrastructuur. In de provinciale Omgevingsvisie zijn verder geen generieke beleidskeuzes genoemd die het gebruik van de gronden voor woningbouw in de vorm van zes (patio)woningen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' belemmeren. Verder zijn er ook geen ontwikkelingsperspectieven of gebiedskenmerken die beoogde ontwikkeling belemmeren. 3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening De juridische vertaling van de provinciale Omgevingsvisie is opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. Het gaat om de onderwerpen uit de provinciale Omgevingsvisie die de provincie Overijssel zo belangrijk vindt dat deze dwingend worden opgelegd, dan wel dwingend moeten worden opgelegd.
Provinciale Staten hebben de Actualisatie 2018-2019 van de provinciale Omgevingsverordening op 13 november 2019 (gewijzigd) vastgesteld. In de kern stuurt de provinciale Omgevingsverordening op het principe 'Inbreiding gaat voor uitbreiding'. Dit verhoudt zich ook met duurzaam ruimtegebruik. Door middel van de laddertoets is de verplichting om in eerste instantie de mogelijkheden te benutten van gebieden die al een stedelijke vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
14
NL.IMRO.0141.00097-BP31
functie kennen. Pas hierna mag een claim worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Eveneens ziet de Omgevingsverordening toe op het terugdringen van het planologische aanbod van (de nieuwbouw van) kantoren, alsmede het aanbod van bedrijventerreinen. 3.2.2.1 Toetsing Met de mogelijkheden die voorliggend bestemmingsplan biedt, wordt gebruik gemaakt van bestaand stedelijk gebied. Aangezien het bestemmingsplan 'Noorderes' braakliggend terrein op de beoogde locatie invult met woningbouw in de vorm van zes (patio)woningen, wordt zuinig en zorgvuldig omgegaan met de beschikbare ruimte in de stad. Het huidige bestemmingsplan maakt bebouwing al mogelijk. Met het bestemmingsplan 'Noorderes' worden de mogelijkheden van een gebied dat al een stedelijke functie kent benut. Er wordt geen claim gelegd op een locatie met een groene functie. De ontwikkeling is verder niet van invloed op het planologische aanbod van (de nieuwbouw van) kantoren of bedrijventerreinen. Het bestemmingsplan 'Noorderes' wordt niet belemmerd door de provinciale Omgevingsverordening.
3.3 Gemeentelijk beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante gemeentelijke beleid behandeld. 3.3.1 Masterplan Almelo Op 11 oktober 2004 heeft de gemeenteraad van Almelo het Masterplan Almelo vastgesteld. Het Masterplan Almelo is geen ruimtelijk plan conform de Wet ruimtelijke ordening. Het Masterplan Almelo is een strategisch beleidsdocument dat richting geeft aan de stedelijke ontwikkeling van Almelo voor de lange termijn (2030). De doelen van het Masterplan Almelo zijn een betere stedelijke en ruimtelijke ontwikkeling van Almelo, een sterkere positie van Almelo in de regio en grotere aantrekkingskracht van Almelo op de doelgroepen die nu ondervertegenwoordigd zijn. In het Masterplan Almelo zijn de stedelijke ambities uit het structuurplan voornamelijk kwalitatief herijkt. Het Masterplan Almelo bestaat uit vijf opgaven. Deze opgaven zijn per stadsdeel en per thema verder uitgewerkt. Daarnaast zijn elf kernprojecten benoemd. Het Masterplan Almelo gaat met name in op ontwikkelingsgebieden. De beoogde locatie van het plangebied is bestaand met weinig toekomstige ontwikkelingen. Hiervoor is dan ook geen specifiek beleid opgenomen. 3.3.2 Omgevingsvisie De (gemeentelijke) omgevingsvisie is een instrument onder de Omgevingswet. De Omgevingswet zal (naar verwachting) op 1 januari 2022 in werking treden. Het betreft een stelselherziening van het omgevingsrecht.
Met de omgevingsvisie wordt de koers voor de gemeente Almelo voor een langere termijn uitgezet. De (gemeentelijke) omgevingsvisie is vergelijkbaar met de (huidige) structuurvisie, waarin het beleid voor de langere termijn is opgenomen. Het kent daardoor een bepaald abstractiniveau, maar bevat wel concrete (beleids)ambities voor verschillende gebieden. Op 29 september 2020 heeft de gemeenteraad van de gemeente Almelo de Omgevingsvisie ‘Mijn Almelo, Onze Omgeving’ (hierna: de omgevingsvisie) vastgesteld. De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie tot 2040 en richt zich op de hele breedte van de fysieke leefomgeving. Centraal in de omgevingsvisie staat hoe de Almelose omgeving de komende jaren zal worden ontwikkeld. Dit is de omgeving waarin wordt gewoond, gewerkt en waar vrije tijd wordt doorgebracht. De omgevingsvisie is een toetsingskader voor nader uit te werken planologische besluiten, zoals omgevingsvergunningen en omgevingsplannen. De omgevingsvisie is op 2 oktober 2020 gepubliceerd en is vanaf 3 oktober 2020 in werking getreden. Voor de omgevingsvisie is Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken en dorpen en de binnenstad. Het plangebied valt binnen het gebied van de wijken en de dorpen. De ambitie is om wijken te creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep.
De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Almelo heeft als geheel een zeer bescheiden bevolkingsgroei, die tijdens de looptijd van de Omgevingsvisie waarschijnlijk zelfs zal veranderen in krimp. Daarom is het zaak de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk te benutten en daarmee aan te sluiten op de ontwikkeling van de bevolking. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten. In de Omgevingsvisie wordt voor de wijken en dorpen ingezet op het
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
15
NL.IMRO.0141.00097-BP31
aanbrengen van de benodigde verscheidenheid door het herstructureren van panden en een (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen ín bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). Verder dient er ruimte te zijn voor iedereen en zal voor alle noodzakelijke voorzieningen een plek zijn in de wijk. Verduurzaming speelt ook een belangrijke rol. Het doel is via klimaatbestendig naar emissieloos. Meer groen en minder stenen. Door vervanging van stenen met groen kan een oase van waterafvoer, waterberging en schaduwrijke verkoeling ontstaan. Door het inzaaien en aanplanten van groen kan de biodiversiteit worden vergroot. Dit is dan ook het streven. In de openbare ruimte gaat de gemeente Almelo op dezelfde manier te werk. Verharding wordt verwijderd en waar nodig worden gebouwen opgeofferd. Er komt meer water en groen dat beschermt tegen hitte en zon, bijdraagt aan waterberging en de kwaliteit van de leefomgeving verbetert. Functioneel groen en blauw dus, niet alleen voor de sier. 3.3.3 Woonvisie De 'Woonvisie Almelo 2020-2030' geeft aan dat Almelo een gemeente wil zijn waar iedereen zich thuis voelt, nu en in de toekomst. Het is de ambitie om iedere inwoner de basisvoorwaarden te bieden voor dat thuisgevoel. Wonen wordt daarom in de Woonvisie in een breed perspectief geplaatst. Het gaat niet alleen om voldoende woningen maar ook om de betaalbaarheid, de kwaliteit en duurzaamheid.
In de visie op wonen draait om de mensen in de stad. Een stad is geen stapeling stenen maar een plek waar mensen zich thuis voelen. In Almelo telt nog de menselijke maat. Almelo is een dorpse Stad. Iedereen lijkt elkaar te kennen. Toch is het een stad met 73.000 inwoners. Met alle grootstedelijke problematiek die daarbij hoort. De 'Woonvisie Almelo 2020-2030' biedt oplossingen voor die problematiek en verwoordt hoe we het goede van wonen in Almelo, de menselijke maat, kunnen behouden en versterken en geeft antwoorden op de grote vragen over wonen in de toekomst: <0000> Hoe gaan we om met de vergrijzing van onze bevolking? <0000> Hoe zorgen we voor een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad? <0000> Hoe zorgen ervoor dat we in de toekomst duurzaam kunnen wonen?. De vragen worden beantwoord door ambities uit te spreken waar Almelo op inzet. Het bestemmingsplan Noorderes draagt bij aan de volgende ambities: <0000> verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving <0000> kwaliteitsverbetering en differentiatie van de woningvoorraad; <0000> zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik; <0000>
inzet op snelle (her)ontwikkeling braakliggende terreinen in de wijken.
Het bestemmingsplan Noorders draagt daarmee bij aan het woonbeleid dat de gemeente voor ogen heeft. 3.3.4 Welstand In het bestemmingsplan 'Noorderes' worden de functies, het gebruik van de gronden en de maatvoering van de bebouwing binnen het plangebied geregeld. De architectuur en de uiterlijke verschijningsvorm van bouwwerken worden gewaarborgd via het gemeentelijke welstandsbeleid. Bij de welstandstoets worden de verhoudingen, de maat en de schaal van het bouwwerk beoordeeld, maar ook materiaal- en kleurgebruik en in hoeverre het gebouw (of de verbouwing) in de omgeving past. De aansluiting op de openbare ruimte wordt vaak ook meegenomen in de toets. Met de welstandstoets wordt de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving gewaarborgd. In de welstandsnota zijn daarom welstandseisen opgenomen waaraan een bouwplan moet voldoen. In 2004 heeft Almelo de eerste welstandsnota opgesteld. Het welstandsbeleid gold in beginsel voor het hele grondgebied van de gemeente Almelo. Op 11 juni 2013 heeft de gemeenteraad echter gebieden aangewezen die zijn vrijgesteld van de welstandsplicht. In de jaren daarna is door een ambtelijke werkgroep gewerkt aan een nieuwe welstandsnota: de Welstandsnota 2017. Met de vaststelling van de Welstandsnota 2017 is de welstandsnota uit 2004 komen te vervallen.
In de welstandsnota zijn beleidsregels vastgelegd met daarin welstandskaders en -criteria die worden toegepast bij de welstandsbeoordeling van (bouw)plannen. De binnenstad, grotere invalswegen, het buitengebied, de monumenten en het beschermd stadsgezicht hebben de welstandsplicht behouden. vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
16
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Het plangebied is gelegen in de binnenstad van Almelo en valt hiermee in welstandsplichtig gebied. Het valt binnen de gebiedstypologie 'Open gebied in stad of dorp'. Deze typologie ziet voornamelijk op terreinen die hoofdzakelijk onbebouwd zijn, zoals (sport)parken, begraafplaatsen en volkstuinen, waarbij het groene of waterrijke karakter overheersen. De (sport)parken en begraafplaatsen vertolken een hoge kwaliteit aan landschapsontwerp/parkarchitectuur. Bouwwerken worden afgestemd op de tuinarchitectuur van het gebied. Sportparken zijn functioneel ingericht en nieuwbouw moet de uitstraling van de sportcomplexen versterken. Naarmate het karakter van de 'open gebieden' meer openbaar is, wordt de visuele kwaliteit van de bouwwerken belangrijker. Voor deze gebiedstypologie is het lastig om de stedenbouwkundige en architectonische kenmerken te omschrijven, dus voor het welstandstoezicht wordt gebruik gemaakt van de algemene welstandscriteria. 3.3.5 Parkeren In Almelo geldt het parkeerbeleidsplan 'Parkeren Optimaliseren 2013 - 2018'. Een nadere uitwerking van het geldende parkeerbeleid binnen de gemeente Almelo is neergelegd in de 'Beleidsregel parkeernormen Almelo' (hierna: het parkeerbeleid). Deze beleidsregel is vastgesteld op 11 december 2018 en in werking getreden op 1 januari 2019. In het parkeerbeleid wordt verwezen naar de kencijfers van het CROW.
Voor toepassing van de parkeernormen bij voorliggend bestemmingsplan Noorderes is uitgegaan van stedelijkheidsgraad 3. Dit staat voor ‘matig stedelijk gebied’. Verder wordt voor de toepassing van het beleid uitgegaan van de categorie ‘schil-centrum’. De parkeernorm is daarnaast bepaald op basis van de categorisering 'twee-onder-een-kap'. Gekozen is om aansluiting te zoeken bij het woningtype 'twee-onder-een-kap', omdat de CROW-systematiek geen 'patiowoningen' kent en het geen vrijstaande woningen zijn, nu de patiowoningen geschakeld zijn middels garages. Voor het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' gelden de maximale parkeernormen. De parkeernorm is voor het plangebied vastgesteld op 2,2 parkeerplaatsen per (patio)woning. In totaal dienen afgerond (6*2,2=13,2) 14 parkeerplaatsen te worden gerealiseerd. Om deze parkeernorm te faciliteren worden bij elke (patio)woning twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd. Dit zijn nadrukkelijk geen bebouwde parkeerplaatsen, omdat dergelijke parkeerplaatsen in de praktijk vaak voor andere doeleinden worden gebruikt. Door deze kavelindeling worden 12 parkeerplaatsen gerealiseerd in het plangebied. Bij de toets aan het parkeerbeleid is echter sprake van een parkeertekort bij elke woning van 0,2 parkeerplaats per woning. Dit komt neer op een (totaal) parkeertekort van afgerond (6*0.2=1,2) twee parkeerplaatsen.
Het is echter niet wenselijk om meer dan twee parkeerplaatsen te realiseren (op eigen terrein) bij de (patio)woningen. In de geldende parkeernorm wordt ook rekening gehouden met 0,3 parkeerplaats per woning voor bezoekers-parkeren. Aangezien de openbare parkeergelegenheid in de directe (woon)omgeving ruim is (in de vorm van betaald parkeren of als blauwe-zone), is gekozen om het bezoekersaandeel van de parkeernorm (6*0,3=1,8) van twee parkeerplaatsen in de openbare ruimte op te lossen. Dit is dan ook mogelijk en leidt niet tot een onevenredige aantasting van de parkeersituatie in de openbare ruimte. Uit de jurisprudentie volgt onder meer dat in het kader van de vaststelling van een bestemmingplan moet worden beoordeeld of zich reeds een parkeertekort voordoet en in hoeverre door het bestemmingsplan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden (zie ABRvS 9 oktober 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1426). Voor zover bekend doet zich nu geen parkeerterkort voor op deze locatie. De door voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkeling van zes (patio)woningen heeft dan ook voor wat betreft het parkeeraspect een minimale invloed op de directe (woon)omgeving.
Ook volgt uit de jurisprudentie dat bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen uit moet worden gegaan van een representatieve invulling van hetgeen ingevolge het bestemmingsplan planologisch maximaal mogelijk is. Hiervan wordt uitgegaan, nu maximaal zes grondgebonden (patio)woningen gerealiseerd kunnen worden op grond van het bestemmingsplan. 3.3.6 Relatie met het bestemmingsplan 'Noorderes' In het Masterplan Almelo zijn geen ontwikkelingsdoelstellingen of beleidsregels geformuleerd, dan wel wijzigingen of ontwikkelingen opgenomen die gelden voor het bestemmingsplan 'Noorderes'. Met oog op de Almelose Omgevingsvisie wordt door de realisatie van de zes (patio)woningen op een kwalitatief goede en toekomstbestendige wijze invulling gegeven aan het braakliggende terrein in het noordelijke deel van de binnenstad van Almelo. De ambitie is om wijken te creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. Het bestaande woningaanbod wordt meer vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
17
NL.IMRO.0141.00097-BP31
in balans gebracht door op woningen voor het middensegment in te zetten. Verder wordt met dit bestemmingsplan een (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelt ín een reeds bestaande wijk. Ook ontstaat er met de komst van zes (klimaatbestendige) patiowoningen differentiatie in het woningaanbod voor het stedelijk woonmilieu. De patiowoningen bestaan slechts uit één bouwlaag, waadoor zij een levensbestendig karakter hebben. Door het levensloopbestendige karakter dragen de zes patiowoningen ook bij aan de duurzame woningvoorraad in Almelo, waar mensen langdurig en goed zelfstandig kunnen blijven wonen. Dit is in overeenstemming met de 'Woonvisie Almelo 2020'. Bij het ontwerp en de realisatie van de zes (patio)woningen wordt verder waarde gehecht aan duurzaamheid en klimaatbestendigheid. Dit is in overeenstemming met de Almelose Omgevingsvisie. De zes (patio)woningen worden voorzien van voldoende zonnepanelen om het energieneutraal label te verkrijgen. Verder hoort bij de (patio)woningen een voor- en achtertuin (groen) en het geheel wordt ruimtelijk goed ingepast met hagen als beplantingselementen. Ook wordt een groenstrook gerealiseerd in de openbare ruimte. De gemeente realiseert functioneel groen in de openbare ruimte. Voor wat betreft de waterberging en -afvoer wordt een wadi aangelegd in deze groenstrook.
Er wordt dan ook rekening gehouden met duurzaamheid, klimaatbestendigheid, waterafvoer en -berging en het aanleggen van meer groen in plaats van verharding. Voorts wordt het bouwplan voor de beoogde (patio)woningen in het kader van de aanvraag om omgevingsvergunning nog voorgelegd aan de stadsbouwmeester. De stadsbouwmeester beoordeelt de architectuur en de uiterlijke verschijningsvorm van het bouwplan aan de hand van de welstandscriteria die gelden voor de (nog te bouwen) bouwwerken in het plangebied. De aanleg van twee parkeerplaatsen (op eigen terrein) per woning is in dit geval voldoende om aan de vereiste parkeerbehoefte te voldoen. Bezoekers kunnen de openbare parkeervoorzieningen in de buurt gebruiken (betaald parkeren of blauwe-zone) of zij kunnen gebruik maken van één van de twee parkeerplekken op eigen terrein. Het gemeentelijke beleid bevat geen belemmeringen voor het bestemmingsplan 'Noorderes'. Er zijn geen (gemeentelijke) beleidskeuzes die het gebruik van de gronden voor woningbouw in de vorm van zes (patio)woningen in het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' belemmeren. Verder zijn er ook geen ontwikkelingsperspectieven die de woningbouwontwikkeling op deze locatie belemmeren.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
18
NL.IMRO.0141.00097-BP31
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten In dit hoofdstuk wordt de inhoud van het bestemmingsplan voor wat betreft de milieu-aspecten getoetst aan de hiervoor geldende wet- en regelgeving.
4.1 Bedrijven en andere activiteiten Om een goede leefomgeving te waarborgen worden de ruimtelijk relevante milieu-invloeden van bedrijfsmatige activiteiten in relatie tot de omgeving beschreven. Vanuit deze doelstelling ligt in woongebieden het accent op wonen en worden bedrijfsmatige activiteiten geweerd of ontmoedigd. Andersom ligt het accent in gebieden waar bedrijvigheid is toegestaan op activiteiten en wordt wonen niet direct toegestaan. Functiemenging van detailhandel en wonen kan gewenst zijn voor zover deze niet leidt tot een onleefbare situatie en deze bedrijvigheid direct is gerelateerd aan de woonomgeving. De hoofdlijn van voorliggend bestemmingsplan is het mogelijk maken van woningbouw in de vorm van zes (patio)woningen met een ontsluitingsweg aan de achterzijde van de woningen. Het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' is gelegen in een woongebied aan de noordzijde van de Almelose binnenstad. In het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' worden geen maatschappelijke activiteiten of dienstverlening mogelijk gemaakt, alleen (lichte) bedrijfsactiviteiten aan huis. Dergelijke maatschappelijke en/of dienstverlenende activiteiten zijn wel in de directe omgeving aanwezig. 4.1.1 Wijze van beoordelen De invloed van de aanwezige bedrijven en de mogelijke potentiële milieubelasting van toegestane bedrijven op het plangebied zijn beoordeeld.
Hierbij zijn de milieuvergunningen en daaruit voortkomende rechten, de normstellingen uit AMvB’s en de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009) als leidraad gehanteerd. Verder is gekeken naar de milieuhygiënische effecten van deze bedrijvigheid op het plan. De bevindingen staan in de volgende paragrafen. 4.1.2 Externe zonering De publicatie “Bedrijven en milieuzonering” van de VNG is gebruikt bij de zonering rond bedrijven. De publicatie deelt bedrijven onder in categorieën op basis van de ingeschatte milieubelasting. Per milieucategorie gelden richtafstanden tot de woonwijken. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Aan te houden afstand tot woonwijken (zone) 0 tot 10 meter 30 meter 50 meter 100 meter 200 meter 300 meter 500 meter 700 meter 1000 meter 1500 meter
Tabel 1: Richtafstanden bedrijven en milieuzonering
4.1.3 Aanwezige bedrijven in de directe omgeving De aanwezige bedrijfsactiviteiten in en rond het plangebied van het bestemmingsplan 'Noorderes' zijn geïnventariseerd. De Almelose bedrijvenlijst geeft aan welke bedrijven in bedrijf zijn en zich hebben gemeld of een vergunning hebben gekregen op basis van de Wet milieubeheer. Zowel een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer als een vergunning geven rechten aan een bedrijf. In en om het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die een negatieve invloed hebben op woningen of woonwijken. Kleinschalige activiteiten, zoals detailhandel en kantoor of bedrijven aan huis, leveren geen problemen op en zijn dan ook buiten beschouwing gelaten.
vastgesteld Bestemmingsplan Noorderes
19
NL.IMRO.0141.00097-BP31
4.2 Fysieke veiligheid 4.2.1 Inleiding Het aspect fysieke veiligheid beoogt het beschermen van mens, dier en milieu tegen (de gevolgen van) ongevallen en rampen. Om de effecten van een incident zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk dat hulpverleningsdiensten op kunnen treden en dat burgers zich in veiligheid kunnen brengen. Het bestemmingsplan is op fysieke veiligheidsaspecten getoetst aan landelijke, regionale en gemeentelijke richtlijnen en/of regelgeving. Dit betreft de onderdelen: <0000> bereikbaarheid; <0000> opkomsttijd; <0000> bluswatervoorziening; <0000> zelfredzaamheid; <0000> sirenedekking. De hoofdtaken van de brandweer zijn onderverdeeld in schakels uit de veiligheidsketen: <0000> Pro-actie: de schakel pro-actie gaat onder andere over de bluswatervoorziening, de bereikbaarheid en de sirenedekking. <0000> Preventie: voor het aspect preventie geldt dat rekening moet worden gehouden met de bestaande wet- en regelgeving. <0000> Preparatie: voor hulpdienstrelevante objecten is het wenselijk om deze op te nemen in de planvorming van de brandweer, zoals een bereikbaarheidskaart of een aanvalsplan. <0000> Repressie: vanuit de repressieve dienst wordt ter plaatse bepaald hoe er wordt ingezet. <0000> Nazorg: de taak nazorg heeft geen consequenties voor de ruimtelijke ordening. In of nabij het plangebied liggen geen risicobronnen.
Ondanks de gerealiseerde veiligheidsmaatregelen en -voorzieningen blijft er een restrisico waarbinnen incidenten plaats kunnen vinden. 4.2.2 Bereikbaarheid 4.2.2.1 Bereikbaarheid algemeen Bij het bepalen of er in het plangebied sprake is van een goede bereikbaarheid van de gebouwen via het openbare wegennet wordt het plangebied getoetst aan de handreiking 'Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019' (hierna: de handreiking). Dit is een publicatie voor de veiligheidsregio’s omtrent bluswater en bereikbaarheid. De handreiking biedt relevante informatie, praktische handvatten en uitgangspunten op basis waarvan elke veiligheidsregio bluswater- en bereikbaarheidsbeleid kan opstellen en vaststellen. Bij deze toets wordt onder andere beoordeeld of: <0000> de weg voldoet aan de specifieke afmetingen van brandweervoertuigen; <0000> een willekeurig adres binnen een verblijfsgebied in principe via een tweede onafhankelijke route bereikbaar is; <0000> of de verkeersaders aan de brandweervoertuigen een onbelemmerde doorgang bieden. Een beschrijving van de bereikbaarheid in het plangebied staat in 4.2.2.2 beschreven. 4.2.2.2 Situatiebeschrijving bereikbaarheid Voor het plangebied geldt dat moet worden voldaan aan de handreiking 'Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019'.