CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

6 Rapport Begraafplaats Klooster GH Het Oversticht

Raad 18 juni 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W42.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Een deel kan ook naar een andere locatie zijn gebracht. Het is verstandig om in het proces van ruiming de juiste aandacht voor de nabestaanden te hebben. Veel nabestaanden waren in de veronderstelling dat een familielid op de begraafplaats aan de Vriezenveenseweg was begraven. Door het onderzoek blijkt dat het niet goed mogelijk is om de laatste rustplaats exact aan te wijzen. Wanneer derden op een later moment willen vaststellen wie van de overledenen is herbegraven, is het nodig een monster van de overledene af te nemen. Zo kan de identiteit op een later moment bepaald worden.

Ruiming Er zijn meerdere varianten om te ruimen. 1) Ruimen zonder nadere eisen Wanneer er juridisch geen specifieke eisen zijn voor de herontwikkeling, kan de grond op het terrein door een gespecialiseerd bedrijf volledig worden opgegraven en worden gezeefd op aanwezig botmateriaal. Het botmateriaal wordt grafkuil verzameld en bij elkaar in één verzamelgraf worden geplaatst. Op deze wijze worden geen monsters verzameld en is er geen mogelijkheid tot aanvullend onderzoek en/of eventueel verwantschapsonderzoek. 2) Ruimen onder archeologische begeleiding De tweede mogelijkheid betreft het opgraven en ruimen van de overledenen onder het archeologische protocol opgraven – variant begeleiding. Het voorstel is om met een graafmachine het terrein tot op het aftekenen van de eerste grafkuilen af te graven en de hoekpunten van de graven in te meten. Vervolgens kunnen archeologen per grafkuil de aanwezige individuen bergen. Het botmateriaal kan per kuil verzameld worden. Eventueel aanwezige grafgiften, zoals crucifixen of persoonlijke bezittingen als ringen, worden per grafkuil verzameld, als archeologische vondstcomplex geregistreerd en op hoofdlijnen beschreven. Om aanvullend (DNA- of forensisch) onderzoek mogelijk te maken, wordt voorgesteld om per individu een DNA-monster af te nemen. Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra

v3 - definitief, 21-05-2024

18

Deze monsters kunnen dan als archeologische monsters in het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Deventer worden bewaard (om later alsnog identiteitsonderzoek te kunnen uitvoeren). Een van de aanwezige archeologen dient ruime ervaring te hebben als fysischantropoloog. Of er dient een specialist fysische-antropologie aanwezig te zijn. 3) Archeologisch ruimen Een derde variant is het in detail opgraven van de overledenen conform archeologisch protocol opgraven. Hierbij wordt per individu in plaats van per graf gedocumenteerd. In dit geval worden de overledenen ingemeten, per individu ingetekend en geborgen. Grafgiften en persoonlijke bezittingen worden apart geregistreerd en beschreven. Dit kan inzicht geven in de status van de overledene, er kunnen mogelijk verschillen herkend worden tussen verpleegden en zusters. Ook worden aanvullende monsters genomen, waaronder DNA, die op termijn ingezet kunnen worden voor nader onderzoek. Een van de aanwezige archeologen moet ruime ervaring te hebben als fysisch-antropoloog. Of er dient een specialist fysische-antropologie aanwezig te zijn. Het is de vraag wat de (wetenschappelijke) meerwaarde gaat zijn van het in detail opgraven van de individuen (variant 3). In het register zijn alle namen bekend en is de positie binnen het klooster uitgewerkt.

De nadruk bij het ruimen zal moeten liggen op de mogelijke identiteitsbepaling middels DNA door derden. Dit kan ook binnen de tweede variant. Het is aan het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Almelo - bijgestaan door de regio-archeoloog, om een keus te maken voor een ruimingsvariant. Bij ruiming zonder nadere eisen (variant 1), hoort een onderbouwde afweging waarom er geen archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd. Zoals aangegeven zijn de meeste menselijke resten verworden tot archeologische voorwerpen en vallen daarmee onder de Erfgoedwet. In artikel 5.7 van de Erfgoedwet is bepaald dat een archeologische vondst die is aangetroffen bij een opgraving en waarvan niemand zijn recht van eigendom kan bewijzen, eigendom is van de provincie waar de vondst is aangetroffen. Na veldwerk (of vooruitlopend in het op te stellen Programma van Eisen – zie ook hoofdstuk 6) wordt op basis van een selectierapport voorgesteld welke vondsten geselecteerd worden voor deponering in het provinciaal depot, dan wel gedeselecteerd kunnen worden. De depotbeheerder van het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten (provinciaal archeoloog) neemt op basis van dit selectierapport een besluit over deponering.

Sinds het aantreffen van de menselijke resten was het uitgangspunt om na een voorgenomen ruiming (ook onder eventuele archeologische begeleiding of onder archeologisch protocol) de menselijke resten te herbegraven. Navraag bij het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten leert dat ook de provincie Overijssel als toekomstig eigenaar de menselijke resten graag herbegraven ziet. De herbegraving kan plaatsvinden na afronding van het (veld)onderzoek. Het is de intentie om de opgegraven menselijke resten zo snel mogelijk na het onderzoek te herbegraven. De wijze en vorm moet worden afgestemd met de provincie Overijssel.

Herbegraven Bij de herbegraving zijn meerdere partijen betrokken, waaronder de gemeente Almelo als eigenaar van de grond en als bevoegd gezag archeologie, de provincie Overijssel als eigenaar van de bodemvondsten, de congregatie van de Zusters van de Goede Herder en de Stichting Kinderdwangarbeid Meisjes Goede Herder. Het is raadzaam om het plan tot herbegraven met deze partijen te bespreken om tot een locatie te komen die voor iedereen acceptabel is. Wanneer alle graven geruimd zijn, zijn er enkele opties ten aanzien van herbegraven. 1) Het was in 1997 de intentie van de Zusters van de Goede Herder om alle overledenen in Bloemendaal te herbegraven. Hier is nog steeds een begraafplaats van de Zusters in gebruik. Wanneer de overledenen uit Almelo in Bloemendaal worden herbegraven, wordt recht gedaan aan

Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra

v3 - definitief, 21-05-2024

19

het besluit van de Zusters uit 1997. In Bloemendaal zijn ook verzamelgraven van andere kloosters van de Zusters van de Goede Herder. 2) Een tweede optie is het herbegraven van alle overledenen in een verzamelgraf in Almelo op de gemeentelijke begraafplaats ’t Groenedael aan de Willem de Clercqstraat 93. Op het verzamelgraf kan dan een monument geplaatst worden ter nagedachtenis aan de bewoners van het klooster. 13 3) Wanneer tijdens het archeologisch onderzoek een duidelijke verdeling van de graven te herkennen is (bijvoorbeeld door indeling van de begraafplaats) en op basis van het register de overledenen aan namen gekoppeld kunnen worden, is het mogelijk om de verpleegden te onderscheiden van de zusters. De zusters kunnen vervolgens in Bloemendaal herbegraven worden en de verpleegden in een verzamelgraf in Almelo. Dit lijkt echter een moeilijk uitvoerbaar scenario, omdat het lastig is om met zekerheid onderscheid te maken tussen verpleegden en zusters. Daarnaast moet er een locatie worden gevonden voor de geconsacreerden, auxiliares en overledenen zonder status.

De directeur van de Zusters van de Goede Herder heeft aangegeven dat deze optie de voorkeur heeft van de congregatie. 13

20 Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra

v3 - definitief, 21-05-2024

Kosten In onderstaande tabel zijn de kosten weergegeven van de diverse hierboven besproken varianten. De vermelde prijzen kunnen variëren afhankelijk van het aantal individuen in het veld en specifieke omstandigheden. Alle genoemde bedragen zijn exclusief btw. We hebben de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1) Het is onduidelijk hoeveel graven er in het verleden zijn geruimd. Desondanks geven de verslagen van de betrokkenen aan dat er beperkt geruimd is. Wij hanteren daarom in onze berekening een schatting van 180 individuen verspreid over circa 110 grafkuilen. 2) Voor het archeologisch onderzoek gaan we uit van het ruimen van drie individuen per dag per archeoloog voor variant 2 en twee individuen per archeoloog voor variant 3. 3) Het is lastig om de kosten voor herbegraven nauwkeurig te bepalen. Voor het transport van menselijke resten naar een andere locatie rekenen wij € 1.500,-. De geschatte kosten voor het delven van een verzamelgraf en het plaatsen van een grafmonument zijn geraamd op € 5.000,-. Kosten diverse varianten Ruimen R0) Op- en afbouw terrein in hekken, doeken etc. Drainage R1) Ruiming zonder onderzoek door gespecialiseerd bedrijf R2) Ruiming onder archeologische begeleiding Incl. voorbereiding (o.a. PvE) en rapportage Incl. registratie per grafkuil en monsterafname Incl. 16 dagen graafmachine R3) Ruiming onder archeologisch protocol opgraven Incl.

voorbereiding (o.a. PvE) en rapportage Incl. registratie op individu en monsterafname Incl. 25 dagen graafmachine Herbegraven H1) Herbegraven in Bloemendaal (transport) H2) Herbegraven in Almelo (transport, delven graf & monument) H3) Herbegraven op twee locaties 14

€ 10.000,€ 10.000,€ 45.000,€ 70.000,-

€ 105.000,-

€ 1.500,€ 6.500,€ 8.000,-

In de berekening van deze variant is niet het aanvullend onderzoek opgenomen dat het mogelijk maakt de zusters van de verpleegden te onderscheiden. 14

21 Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra

v3 - definitief, 21-05-2024

6. Voorstel voor ruiming en herbegraven Na een zorgvuldige afweging stellen wij voor om de begraafplaats te ruimen volgens onderstaande stappen. Allereerst zal het college het besluit moeten nemen om de bestemming te ontnemen en vervolgens besluiten over te gaan tot ruiming. We raden aan om het terrein ruim in te richten als werkterrein en af te bakenen met hekken. Afhankelijk van de bodemgesteldheid kan het nodig zijn te draineren (variant R0). Vervolgens kan de begraafplaats geruimd worden volgens het archeologische protocol opgraven, variant begeleiding (variant R2 zoals eerder beschreven). Aangezien de namen uit het register bekend zijn en de posities binnen het klooster zijn vastgelegd, heeft een grootschalige archeologische opgraving van de begraafplaats volgens ons weinig meerwaarde. Omdat er onduidelijkheid is over graven die in het verleden zijn geruimd en of nabestaanden of belanghebbenden hierover vragen zullen stellen, vinden wij het wel belangrijk dat er van elk individu een DNA-monster wordt afgenomen. Dat maakt identiteitsonderzoek op termijn mogelijk. Door een gedegen registratie geeft deze variant ook inzicht in eventuele onrechtmatigheden. Bij de archeologische begeleiding wordt elke grafkuil ingemeten, worden relevante gegevens genoteerd, eventuele vondsten of grafgiften verzameld en menselijke resten geborgen.

Voor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek moet een Programma van Eisen (hierna PvE) worden opgesteld. Hierin worden de randvoorwaarden en eisen met betrekking tot het onderzoek, het uitvoerend personeel en de uitwerking ervan vastgelegd, zodat het uitvoerend archeologisch onderzoeksbureau duidelijke richtlijnen heeft. Ook kunnen in het PvE afspraken gemaakt worden over deponering van het vondstmateriaal en de vorm en wijze van herbegraven. Het PvE moet worden goedgekeurd door de gemeente Almelo en de provincie Overijssel. Aangezien de gemeente Almelo beschikt over een eigen regioarcheoloog, raden we aan dat deze als onafhankelijke partij het PvE opstelt. Van elk individu moet een monster afgenomen worden om toekomstig identiteitsonderzoek te kunnen uitvoeren. Na deze monsterafname wordt de inhoud van elke grafkuil verzameld tot alle grafkuilen zijn geruimd. Vervolgens kunnen de resten uit de grafkuilen worden verzameld en naar de locatie van herbegraving worden gebracht. Het is ook mogelijk om varianten R1 en R2 te combineren. Daarmee vervallen bijvoorbeeld de kosten voor de graafmachine onder R2. Afhankelijk van de snelheid waarmee een gespecialiseerd bedrijf werkt, kunnen er mogelijk meer graven per dag worden geruimd, wat kosten bespaart.

Een combinatie vergt goede coördinatie, vroegtijdige afstemming voorafgaand aan de opdrachtverlening tussen het gespecialiseerde bedrijf en het archeologisch onderzoeksbureau, en een goede regievoering vanuit de gemeente. Voor het herbegraven is vanuit archeologisch oogpunt variant H1 het meest geschikt. Hiermee wordt recht gedaan aan het besluit van de Zusters in 1997 om alle overledenen vanuit Almelo over te brengen naar Bloemendaal. Aangezien uit archeologisch proefsleuvenonderzoek is gebleken dat sommige graven in het verleden slechts gedeeltelijk zijn geruimd, is een deel van het graf en waarschijnlijk (een deel van) het skelet nog in Almelo aanwezig, terwijl de andere helft waarschijnlijk is herbegraven in Bloemendaal. In dit verzamelgraf (of in een nieuw verzamelgraf ter plaatse) kunnen ook de overige individuen van de begraafplaats in Almelo herbegraven worden. De populatie van bewoners van het klooster is dan zoveel als mogelijk weer compleet. Het blijft natuurlijk onbekend hoeveel mensen en wie er tijdens de ruiming in 1997 en eerder en later zijn opgegraven en waar zij naartoe zijn gebracht of zijn herbegraven. Uit gesprekken is gebleken dat herbegraven op de begraafplaats in Bloemendaal gevoelig ligt voor zowel de congregatie als de Stichting Kinderdwangarbeid Meisjes Goede Herder.

Daarom is het raadzaam om met alle betrokken partijen (zie ook pagina 19) een gesprek aan te gaan om tot een geschikte locatie te komen. Met variant H2 blijft de populatie voor altijd gescheiden, maar is feitelijk niet anders dan de huidige situatie Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra

v3 - definitief, 21-05-2024

22

- behoudens de locatie binnen de gemeente Almelo. Dit is dan ook vanuit archeologisch oogpunt een acceptabele variant. Variant H3 lijkt op voorhand niet uitvoerbaar, omdat dit veel aanvullend onderzoek vergt.

Tot slot Op basis van het archiefonderzoek, de ingeziene bronnen, interviews met getuigen, de huidige wet- en regelgeving en de ethische kant van deze zaak hebben wij een onafhankelijk advies gegeven. We menen dat dit advies recht doet aan de gevoeligheid rondom de begraafplaats en tegelijkertijd ruimte biedt voor verdere ontwikkelingen. Het is nu aan het bestuur van de gemeente Almelo om op basis van dit rapport een besluit te nemen over de wijze van ruiming en de herbegraving.

Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra

v3 - definitief, 21-05-2024

23

Bijlagen - Archiefonderzoek Overijsselacademie HET VERGETEN KLOOSTERKERKHOF: Historisch onderzoek naar de begraafplaats van de Zusters van De Goede Herder in Almelo

- Uitgeschreven Register kloosterkerkhof Almelo

Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra

v3 - definitief, 21-05-2024

24

HET VERGETEN KLOOSTERKERKHOF Historisch onderzoek naar de voormalige begraafplaats van de Zusters van De Goede Herder in Almelo (1881-2023)

Zwolle, 2024

INHOUD

Voorwoord en verantwoording

2

Hoofdstuk 1: Het kerkhof van de zusters (1881-1980)

4

Hoofdstuk 2: Het kerkhof bedreigd (1980-1997)

9

Hoofdstuk 3: Onvolledig geruimd (19997-2023)

13

Samenvatting en conclusies

17

Bijlagen

20

1

Tijdlijn

21

Register begraven personen

24

Situatieschets kloosterkerkhof

43

Interviews met betrokkenen

44

VOORWOORD EN VERANTWOORDING In oktober 2023 vond een inventariserend veldonderzoek plaats op het perceel van het voormalige kloosterkerkhof van de Zusters van De Goede Herder, aan de Vriezenveenseweg in Almelo. Archeologen troffen bij het graven van drie proefsleuven de stoffelijke resten van enkele overleden personen aan, evenals enkele objecten die destijds mee het graf in gingen. De ontdekking was voor de gemeente Almelo aanleiding om Het Oversticht nader onderzoek te laten verrichten naar de begraafplaats van De Goede Herder. De Overijsselacademie heeft van Het Oversticht de opdracht gekregen om een historisch onderzoek uit te voeren naar de ontwikkelingen op de voormalige begraafplaats sinds de aanleg in 1881. De misstanden binnen de kloosters van De Goede Herder (de uitbuiting en het misbruik van de meisjes) zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Twee onderzoekers van de Overijsselacademie (Kees Dinkla en Marco Krijnsen) hebben het onderzoek in de periode januari-mei 2024 uitgevoerd. Ze raadpleegden relevante archiefstukken op meerdere plekken in het land, onder andere in het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven, bij de Frentrop Stichting en bij de gemeente Almelo. Ook werd een bezoek gebracht aan Bloemendaal, de hoofdvestiging van de congregatie Zusters van de O.L.V. van de Goede Herder.

Hier bevindt zich het kerkhof waar een deel van de in Almelo begraven personen in 1997 is herbegraven. Naast het raadplegen van documenten spraken de onderzoekers getuigen die betrokken waren bij de begraafplaats van De Goede Herder in Almelo, dan wel bij het herbegraven van de stoffelijke resten in 1997 in Bloemendaal. Dit onderzoeksrapport is een reconstructie van de gebeurtenissen van 1881 tot en met 2023, op basis van geschreven en mondelinge bronnen, gevolgd door een samenvatting met de belangrijkste bevindingen. Aanvullende informatie is opgenomen in de bijlagen, met daarin onder meer het register van de 218 in Almelo begraven personen, een reconstructie van de indeling van het kerkhof en een tijdlijn met de belangrijkste gebeurtenissen.

Kees Dinkla en Marco Krijnsen, publiekshistorici van de Overijsselacademie Zwolle, 16 mei 2024

2

3

HOOFDSTUK 1

Het kerkhof van de zusters (1881-1980) De rooms-katholieke congregatie van Onze Lieve Vrouw van Liefde van de Goede Herder ontstaat in 1835 in de Franse stad Angers. Oprichtster is zuster Maria Euphrasia Pelletier. Vanuit Frankrijk worden kloosters gesticht in de hele wereld. Ook in Nederland, waar de Zusters van de Goede Herder in 1860 een eerste tehuis voor de opvang van ‘misdeelde verwaarloosde en ontspoorde meisjes’ openen in Zoeterwoude.1 Daarna volgen kloosters in andere plaatsen. In 1876 strijkt de congregatie ook neer in Almelo, al heeft die gebeurtenis een eigen geschiedenis. Initiatiefnemer zijn drie zusters van het klooster De Goede Herder in Münster. Ze zoeken een toevluchtsoord voor de leden van hun geloofsgemeenschap. De zusters worden namelijk uit Duitsland verdreven als gevolg van de zogeheten Kulturkampf, de strijd van rijkskanselier Bismarck tegen de rooms-katholieke kerk. Door de bijzondere ontstaansgeschiedenis maakt het Almelose klooster in deze eerste periode deel uit van de Duitse provincialaat van de congregatie van De Goede Herder. Dit in tegenstelling tot alle andere kloosters van De Goede Herder in Nederland, die vallen onder het Nederlandse provincialaat. Het nieuwe onderkomen van de Duitse zusters in Nederland wordt een villa met boerderij en 22 hectare grond aan de Vriezenveenseweg in Almelo, die de zusters kopen van ondernemer Egbert Kunst.

Een kamer van deze zogeheten Villa Alexandra doet de eerste jaren dienst als kapel. Op 28 augustus 1876 draagt deken F.H.A. Reijgers van Almelo hier een mis op ter gelegenheid van de eerstesteenlegging voor de uitbreiding. Die datum geldt sindsdien als officiële stichtingsdatum van klooster De Goede Herder in Almelo. Ruim een jaar later komen de eerste twaalf verpleegden over vanuit Duitsland. Ze worden vergezeld door de nieuwe moeder-overste van het klooster, Maria van de Heilige Euphrasia Schaefferhoff. 2 De eerste begrafenis Al vrij snel ontstaat de behoefte aan een eigen kerkhof op het kloosterterrein. Overste Maria richt daartoe op 2 november 1881 een verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van Ambt Almelo. Ze vraagt toestemming om een perceel van 6 are en 80 centiare (680 m2) in te richten als begraafplaats. Het is een ‘afgepaald gedeelte’ van een perceel weiland, op 220 meter westelijk van de Vriezenveenseweg 3 Ruim een week later, op 10 november 1881, komt er groen licht van het gemeentebestuur.4 De eerste begrafenis vindt al 1

J. Exalto en A. van Renssen. Zusters van de Goede Herder (1945-1975): Bronstudie 4 bij het sectierapport geweld in de residentiële jeugdzorg (1945-heden). Amsterdam, 2019 (pag. 4). 2

H. Holtmann. ‘Het klooster de Goede Herder’ in het periodiek Stad en Ambt, juli 2000 (pag. 6).

3

Het archiefstuk bevindt zich in het archief van de gemeente Almelo (inventarisnummer onbekend).

4

Deze informatie is afkomstig uit het register ‘Kerkhof van het liefdesgesticht de Goede Herder Almelo’, geraadpleegd in klooster Euphrasia in Bloemendaal. In het archief van de gemeente Almelo is wel de aanvraag

4

kort daarna plaats. De 18-jarige ‘verpleegde’ Henriette Claassen uit Rotterdam (een van de minderjarige meisjes die hier worden opgevangen) wordt begraven op 25 november 1881. De moeder-overste houdt in een boekje bij wie er op welke datum is overleden, wat de hoedanigheid van de overleden persoon is (rector, zuster of verpleegde) en op welke plek het graf van de overledene te vinden is. Dat laatste wordt in deze eerste periode van het kerkhof slechts globaal beschreven in het register. Oriëntatiepunt is een groot kruis midden op het kloosterkerkhof. Zo ligt Henriette Claassen ‘links aan de noordzijde van het Kruis’. Het graf van Dorothea Wolf (zuster Magdalena, overleden op 7 februari 1883) is te vinden ‘aan de linkerhand van het Kruis’. Voor de rector van de kloostergemeenschap, die aan de overkant van de Vriezenveenseweg woonde, is een aparte plek gereserveerd. Het graf van rector Georgius Hendricus van der Meulen (overleden op 12 april 1892) ligt op het kerkhof ‘in den middelweg aan de voet van het Kruis’ en heeft een marmeren kruis. De overige kruisen zijn nog van hout. 5 Uitbreiding kerkhof In 1919 wordt de begraafplaats uitgebreid tot een oppervlakte van 903 m2. 6 Er liggen tot dat moment 93 personen officieel begraven, aldus het register van de moeder-overste.

Het grote Christuskruis wordt vanwege de uitbreiding verplaatst naar het middelste pad en komt te staan tussen het oude en nieuwe deel van het terrein. De 93 bestaande graven liggen, zo meldt het register, aan de linkerkant van het kruis. 7 De op 27 augustus 1919 overleden verpleegde Elisabeth Hendrika Josefine Zeegers (Innocentia) wordt als eerste op het nieuwe stuk begraven, aan de rechterhand van het Kruis. Onduidelijk is de status van de kindergraven, waarvan het register melding maakt. De overste noteert dat er aan de ene kant van het kerkhof ‘zeven kindergraven in elke rij’ liggen. Ook aan de andere kant, bij het graf van Innocentia, bevinden zich kindergraven. Wat hieronder wordt verstaan, vermeldt het register niet. Niet alle overledenen worden begraven op het kloosterkerkhof. Gertrudis van Dongen, een verpleegde uit het Noord-Brabantse Dongen, ontsnapt op 23 december 1920 uit het gesticht van De Goede Herder in Almelo. Haar dode lichaam spoelt op 13 februari 1921 aan op de oever van de Regge bij Ommen. In die plaats wordt ze ook begraven. Niet in gewijde grond, zo noteert de overste van De Goede Herder in het register. Drie soorten zusters Het kerkhof van De Goede Herder in Almelo is bedoeld voor de leden van de kloostergemeenschap aan de Vriezenveenseweg, die bestaat uit de rector, de zusters en de verpleegden (de meisjes die hier worden opgevangen).

De zusters zijn ingedeeld in drie voor het kerkhof gedocumenteerd, maar niet de officiële goedkeuring door het college van B en W van Ambt Almelo. Krachtens de op dat moment geldende Begrafeniswet konden bijzondere begraafplaatsen zoals het kloosterkerkhof met verlof en onder toezicht van burgemeester en wethouders worden aangelegd. 5

Voor een volledig overzicht van de begraven personen: zie het register op pag. 24.

6

In de grondtransactie van 1987 is sprake van een oppervlakte van 895 m2.

7

Rector Joseph Lokin wijdt het nieuwe stuk van de begraafplaats in op 25 april 1919, zo meldt het register van de begraafplaats.

5

verschillende categorieën. De rector is de (mannelijke) priester die verantwoordelijk is voor de zielenzorg binnen het klooster, bijvoorbeeld bij diensten en begrafenissen. De rector woont in het rectorshuis buiten het kloosterterrein, aan de Vriezenveenseweg 207. De dagelijkse leiding is in handen van de Zusters van De Goede Herder, ook wel de ‘Moeders’ genoemd. Ze gaan gekleed in een wit habijt met een blauw koord, een wit scapulier (hoofdkap), een zwarte sluier, witte kousen en bruine open sandalen. Onder hen vallen de ‘zusters van het kruis’ (de Magdalena’s) en de zusters Auxiliares. Deze twee categorieën bestaan uit oud-verpleegden van De Goede Herder, meisjes die hier eerder naar toe zijn gestuurd en niet meer terug willen naar de reguliere maatschappij. De Magdalena’s dragen een bruin habijt met zwarte hoofdsluier, de Auxiliares gaan gekleed in het zwart.8 De verpleegden zijn minderjarige meisjes van 14 tot 21 jaar, veelal van katholieken huize. Dat ze naar het internaat in Almelo zijn gestuurd, kan twee redenen hebben: hun ouders zijn uit de ouderlijke macht ontheven of ontzet, óf het gaat om zogenoemde ‘regeringskinderen’. Die laatste groep is ter beschikking van de regering gesteld na een veroordeling wegens een misdrijf, vaak diefstal.

9 Duitse militair Op 3 april 1945 wordt op het kloosterkerkhof een persoon begraven die niét tot de gemeenschap van De Goede Herder behoort. Het is de Duitse militair Johan Gorkowski, die op 30 maart 1945, kort voor de bevrijding, is omgekomen in Wierden. Dat hij bij De Goede Herder zijn laatste rustplaats krijgt, heeft mogelijk te maken met het feit dat het klooster nog altijd onder de Duitse congregatie valt en door Duitse zusters wordt geleid. Bovendien is Gorkowski katholiek. Op 8 juli 1948 wordt zijn lichaam door de militaire politie opgegraven om elders herbegraven te worden, zo meldt het boekje van de moeder-overste, op een ‘algemeen kerkhof voor Duitsers’. 10 Misstanden De Nederlandse overheid wil na de Tweede Wereldoorlog Nederlandse meisjes niet langer laten opvoeden door Duitse zusters. Daarom wordt het tehuis van De Goede Herder in Almelo in 1949 overgedragen aan het Nederlandse provincialaat (provinciebestuur) van de congregatie. Het complex aan de Vriezenveenseweg breidt daarna steeds verder uit. Het internaat (ook wel Villa Alexandra genoemd) krijgt in 1952 tien nieuwe groepskamers, elk geschikt voor tien meisjes. Daarnaast beschikt het kloostercomplex over een wasserij annex strijkerij en een naaiatelier, waar de meisjes werk verrichten onder toezicht van de zusters. Dat gaat niet zachtzinnig.

Van de vijf instellingen van De Goede Herder in Nederland heeft het tehuis in Almelo het strengste regime. Pas jaren later komen de misstanden naar buiten. 11 De meeste meisjes van De Goede Herder wonen en werken op het kloosterterrein. Maar vanaf 1941 is er binnen het Almelose internaat ook een zogenoemde ‘overgangskamer’. Daar wonen 8

Exalto, pag. 27.

9

Idem, pag. 15.

10

Deze informatie is afkomstig uit het register ‘Kerkhof van het liefdesgesticht de Goede Herder Almelo’, geraadpleegd in klooster Euphrasia in Bloemendaal. 11

Onderzoekers Guus Heerma van Voss en Mijke Houwerzijl van de Tilburg University concluderen in hun rapport ‘Gedwongen arbeid bij De Goede Herder’ in 2019 dat er in de tehuizen van de congregatie (zeker ook in Almelo) sprake was van dwangarbeid.

6

acht meisjes die buiten het terrein mogen werken. De voorziening groeit in 1953 uit tot een tehuis voor werkende meisjes onder de naam Sancta Euphrasia. Het huis bevindt zich aan de Ootmarsumsestraat in Almelo en biedt onderdak aan achttien meisjes van 14 tot 20 jaar. Het wordt in 1966 overgedragen aan de Stichting Welkom, een katholieke hulpverleningsorganisatie. De maatregel is noodzakelijk omdat er onvoldoende nieuwe zusters zijn ingetreden om de zorg voor de meisjes te kunnen continueren. Nieuwe kapel bij begraafplaats In 1956 wordt tussen de Vriezenveenseweg en het kerkhof een nieuwe kapel gebouwd en het internaat uitgebreid (zie foto). De luchtfoto van dat jaar laat de omvang van het complex goed zien, inclusief de witte palen voor de waslijnen van de wasserij. Het kloosterkerkhof met daarbij een vijver ligt iets verwijderd van de bebouwing.

Luchtfoto van 1956 van het kloosterterrein aan de Vriezenveenseweg. Linksboven het kerkhof. Rechts in het midden (achter de oude villa) de witte palen van de waslijnen.

De laatste begrafenis De vergrijzing van de kloostergemeenschap en de verdergaande professionalisering van de jeugdzorg brengen in de jaren zeventig en tachtig grote veranderingen teweeg. Veranderingen 7

die ook gevolgen hebben voor het kloosterkerkhof in Almelo. Direct gevolg van de vergrijzing is dat het aantal graven toeneemt. Kennelijk zien de kruisen op de graven er niet allemaal hetzelfde uit, want op 21 maart 1973 geven de zusters, geholpen door enkele meisjes, de begraafplaats een opknapbeurt. “De verschillende soorten kruisen zijn vervangen door allemaal dezelfde voorzien van ’n naamplaatje en nu ook op elk graf ’n plant of ’n conifeer”, meldt de kroniek van De Goede Herder in Almelo.12 Internaat De Goede Herder wordt in 1971 omgevormd tot vakinternaat Huize Alexandra, waar ook niet-geestelijke groepsleiders hun intrede doen. Dat laatste is onontkoombaar, aangezien lang niet alle zusters beschikken over de benodigde papieren voor deze specifieke vorm van jeugdbescherming. In 1978 telt de kloostergemeenschap in Almelo slechts 23 zusters, van wie er nog zes betrokken zijn bij het internaatwerk.13 Een nieuwe stap is de oprichting van een school voor de meisjes van het internaat. In 1978 start de ZMOK-school Hollander Graven (ZMOK staat voor: zeer moeilijk opvoedbare kinderen) in enkele lokalen van het internaat Huize Alexandra. Het merendeel van de leerlingen is afkomstig van Huize Alexandra. De school staat onder auspiciën van de katholieke onderwijsstichting Sint Monica. Ook hier hebben de zusters dus niet langer directe bemoeienis mee.

Op 27 januari 1980 overlijdt Maria Josephina Dopp, in het klooster bekend als zuster Fortunata. Kort daarna wordt ze begraven op het kloosterkerkhof. Haar naam staat als allerlaatste (nummer 218) op de lijst met overleden personen in het register. Sinds de ingebruikname van het kerkhof in 1881 zijn op de begraafplaats in totaal 218 personen ter aarde besteld, van wie er eentje (de Duitse militair) later elders is herbegraven. Na de begrafenis van zuster Fortunata verlaten de laatste negen zusters van De Goede Herder de villa aan de Vriezenveenseweg. Ze verhuizen naar het Molenkampspark 30 in Almelo. Een aantal van hen blijft nog enkele jaren werken bij Huize Alexandra om daarna te verhuizen naar andere kloosters van De Goede Herder in Nederland.

12

Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven Sint Agatha, Archief Zusters van de Goede Herder (voortaan: ADGH), inv. nr. 805: Annalen van klooster De Goede Herder in Almelo, 1875-1984. 13

8

W.G. Bonthuis, Het oude mystiek rond het klooster De Goede Herder (Almelo, 2000). Pag. 22.

HOOFDSTUK 2

Het kerkhof bedreigd (1980-1997) De Nederlandse congregatie van Onze Lieve Vrouw van Liefde van De Goede Herder telt meerdere kloostergemeenschappen. Naast Almelo zijn er kloosters in Zoeterwoude/Leiderdorp, Bloemendaal, Velp en Tilburg/Someren. Ze hebben allemaal een zelfstandig bestuur en beheer. Onroerend goed, inclusief de begraafplaats, is eigendom van het betreffende klooster. Maar in 1980 verandert dat en vindt er een centralisatie plaats. Het onroerend goed gaat naar het Nederlandse provinciebestuur van de congregatie. Het maakt de situatie vrij gecompliceerd, zeker in Almelo. Er is vanaf nu sprake van een stichting De Goede Herder (met een centraal bureau in Lisse, later Bloemendaal) en een congregatie De Goede Herder (in Bloemendaal). De stichting, die huurt van de congregatie maar ook eigen gebouwen bezit, is onder meer verantwoordelijk voor het meisjesinternaat Huize Alexandra in Almelo.

Luchtfoto van het kloosterterrein in 1957. Linksonder een deel van het kerkhof.

9

Omgeven door gebouwen De bouwkundige staat van het internaat laat al jaren te wensen over. Nieuwbouw is dringend gewenst. Die is gepland op de plek van de kapel, die zal worden afgebroken. Om de nieuwbouw van het meisjesinternaat mogelijk te maken, is een grondruil nodig tussen de congregatie van De Goede Herder (de zusters) en de stichting De Goede Herder (de koepelorganisatie voor het internaat). Deze transactie vindt plaats op 13 juni 1983. 14 De stichting staat een perceel (met het kadastrale nummer 1550) af aan de zusters en krijgt er een perceel voor terug (nummer 1552) om te kunnen bouwen. Vooruitlopend op de grondruil heeft de congregatie al de kapel laten slopen in april 1983. Het terrein aan de Vriezenveenseweg is nu klaar voor de bouwwerkzaamheden, die ruim een jaar in beslag nemen. Op 27 september 1985 kan het nieuwe complex van het meisjesinternaat in gebruik worden genomen. Het bestaat uit drie paviljoens en een staf/dienstengebouw. Aan de achterkant van de gebouwen, op enkele tientallen meters afstand, ligt het kerkhof, nog altijd eigendom van de congregatie. Daarna kondigt de volgende bouwactiviteit zich aan. In dit geval zal deze plaatsvinden dichtbij het kerkhof. Het gaat om het nieuwe gebouw van de ZMOK-school Hollander Graven. De school moet het sinds de start in 1978 doen met enkele lokalen in het oude internaat.

Een eigen schoolgebouw voor de leerlingen, die hoofdzakelijk afkomstig zijn van Huize Alexandra, is al die jaren al een wens. In 1985 worden hiervoor de voorbereidingen getroffen. De gemeente Almelo koopt op 20 november in dat jaar een deel van perceel 1785 van de congregatie om de school te bouwen. Het gaat om een stuk grond van 5.003 m2. Het overgrote deel van perceel 1785 blijft in handen van de congregatie. Hierop staat ook het voormalige kerkhof, dat pal naast het toekomstige schoolgebouw ligt. Nieuwe eigenaar kerkhof Terwijl de nieuwe Hollander Graven-school wordt gebouwd, staan de zusters van de congregatie opnieuw een deel van hun bezit in het gebied af. Op 23 november 1987 verkopen ze een stuk grond van 800 m2 aan de gemeente om de aanleg van een sportvoorziening voor de school mogelijk te maken. Het perceel (kadastraal nummer 2182) grenst direct aan het voormalige kerkhof. Daarom wordt in de overeenkomst een extra bepaling opgenomen. De gemeente is verplicht om te zorgen voor een goede afrastering aan de noord-, oost- en westzijde van het perceel. Een hekwerk met een hoogte van 1,50 meter, met daarboven drie puntdraden, zodat leerlingen niet zomaar op de begraafplaats kunnen komen. 15 Vier dagen na deze transactie, op 27 november 1987, komt de congregatie een tweede grondruil overeen met de stichting De Goede Herder.

De begraafplaats gaat dan officieel over naar de stichting. Onderdeel van de overeenkomst is de verplichting om het kerkhof te onderhouden en in goede staat te houden zolang het kerkhof bestaat. De stichting mag als nieuwe eigenaar zelf niet begraven op het kerkhof. De leden van de congregatie, de zusters dus, behouden het recht om het kerkhof te bezoeken. Mocht de stichting de grond van het kerkhof ooit willen verkopen, dan moet deze verplichting aan de nieuwe eigenaar worden opgelegd.

14 15

ADGH, inv. nr. 1649. ADGH, inv. nr. 1929.

10

Tekening uit de acte voor de grondruil tussen congregatie en stichting De Goede Herder in 1987. Het perceel van het kerkhof (met kruis) gaat naar de stichting.

Bang voor de kruisen Op 11 december 1987 kan de nieuwbouw van de ZMOK-school Hollander Graven eindelijk in gebruik worden genomen. Voor de groepsleerkrachten en leerlingen is het een flinke vooruitgang. Maar de nieuwe plek heeft ook een groot nadeel, blijkt al snel. Vanuit de klaslokalen kijk je uit op het naastgelegen kerkhof van De Goede Herder. De tientallen witte kruisen op de graven zijn goed zichtbaar en veroorzaken onrust bij de leerlingen. Het hekwerk van 1,50 meter hoog verandert daar niets van. Op een dag in 1988 of 1989 krijgt de tuinman van De Goede Herder van hogerhand de opdracht om het kerkhof bovengronds te ruimen. Hij heeft nog altijd de zorg over de grond van de congregatie. De 60 tot 70 kruisen worden verwijderd en verdwijnen in de container. 16 De villa brandt af Door de verhuizing van het internaat Huize Alexandra naar de nieuwbouw staat het andere deel van het gebied leeg. Het is de plek met de oude villa, waar de eerste zusters in 1876 neerstreken. De boerderij, waar in vroegere jaren koeien en varkens werden gehouden, maakt een verwaarloosde indruk. Dat geldt ook voor de inmiddels overwoekerde moestuinen en sportvelden. De congregatie is nog eigenaar van dit terrein en besluit tot verkoop over te gaan via een openbare veiling op 17 mei 1989. Voor 1.412.500 gulden gaat het onroerend goed naar een ondernemer uit Almelo, die het terrein wil herontwikkelen.

17 Het gebouwencomplex wordt daarna door vernielingen en kleine brandjes flink aangetast. Op 29 november 1989 valt de 16

Gebaseerd op de getuigenverklaring van de tuinman van Huize Alexandra (zie pag. 45).

17

Deze acte voor de veiling van 17 mei 1989 is ingezien in het archief van de gemeente Almelo, d.d. 8-2-2024.

11

majestueuze villa Alexandra ten prooi aan de vlammen. Een jaar later neemt het COA op deze plek een asielzoekerscentrum in gebruik voor de opvang van enkele honderden nieuwkomers. Nieuwe eigenaar kerkhof Ook op het gedeelte van Huize Alexandra vinden grote veranderingen plaats. Het meisjesinternaat is na twaalf jaar alweer toe aan nieuwbouw. Dat hangt mede samen met de veranderende eisen voor de opvang van deze specifieke doelgroep. Huize Alexandra is intussen een justitiële gesloten instelling geworden voor meisjes met ernstige gedragsstoornissen. Verantwoordelijk voor de begeleiding is de Frentrop Stichting, die per 1 januari 1995 het stokje overneemt van stichting De Goede Herder. In aanloop naar de overdracht realiseert het bestuur van De Goede Herder zich wel dat er ook nog een kerkhof wordt overgedragen. Tijdens de bestuursvergadering van 21 januari 1994 herinnert zuster Benedict hieraan, zo blijkt uit de notulen. Ze verzoekt om ‘een passende afwikkeling van zaken’. De interim-directeur van Huize Alexandra ‘zal deze kwestie onderzoeken’. Wat de uitkomst van dat onderzoek is, wordt niet duidelijk. 18

18

ADGH, inv. nr. 1636.

12

HOOFDSTUK 3

Onvolledig geruimd (1997-2023) De situatie rondom het kloosterkerkhof is begin 1997 als volgt. Het kerkhof is op het terrein aan de Vriezenveenseweg niet meer als zodanig herkenbaar, omdat alle kruisen en grafstenen zijn verwijderd. De voormalige begraafplaats is overwoekerd door groen en ligt naast de school voor speciaal onderwijs (voorheen de Hollander Gravenschool, nu de Lakestenen). Een 1,5 meter hoog hek scheidt het kerkhof van het schoolterrein. Eigenaar van de grond is sinds twee jaar de stichting Frentrop/Jongerenhuis Harreveld, de bestuursorganisatie van het meisjesinternaat Huize Alexandra. Op 18 maart 1997 krijgt de secretaresse van directeur M.A.C. de Beer van Jongerenhuis Harreveld een telefoontje van Broeder Hubertus de Graaff van stichting De Goede Herder. Diens stichting was eerder verantwoordelijk voor het kloosterkerkhof in Almelo en heeft die zorg overgedragen aan Frentrop/Harreveld. De Graaff maakt zich zorgen over de staat van het kerkhof op het terrein van Huize Alexandra. Kennelijk heeft hij verontrustende geluiden hierover gehoord en dat is voor hem nu reden om contact te leggen. Harreveld-directeur De Beer klimt diezelfde dag nog in de pen. In een brief aan De Graaff schrijft hij over bouwwerkzaamheden die het kerkhof ‘ongemoeid’ laten. Wel is het terrein volgens hem sterk verwaarloosd.

“Om deze reden heb ik gemeend dat de rommel van kapotte hekwerkjes e.d. geruimd moet worden. Ook zal er gesnoeid moeten worden. Ik heb de opdracht gegeven om een aantal boompjes, die gesnoeid moeten worden en zich op het kerkhof bevinden, boven de grond af te zagen zodat de graven ongemoeid blijven. Verder zal er grond aangevoerd worden om kuilen te egaliseren. Kortom het achterstallige onderhoud wordt ingehaald. Overigens ben ik me wel aan het oriënteren omtrent het kerkhof op langere termijn.” 19 Besluit om te ruimen Frentrop/Harreveld heeft de plicht om het voormalige kerkhof te onderhouden, zo is officieel vastgelegd. Die verplichting dateert van 1987. Toen stond de congregatie van De Goede Herder de grond van het kerkhof af aan stichting De Goede Herder. Met de overname van Huize Alexandra naar Frentrop/Harreveld is die onderhoudsplicht overgegaan naar de nieuwe eigenaar. Onderdeel van de overeenkomst destijds was dat de zusters het recht behouden om het kerkhof te bezoeken. Er is dus nog altijd een lijntje met de congregatie. Dat laatste is de reden dat het kerkhof op de agenda staat van het Provincialaat Zusters van De Goede Herder, het bestuursorgaan van de congregatie. Op 14 mei 1997 komt het bestuur bij elkaar om onder andere hierover te praten. Volgens de notulen van de vergadering constateren de bestuursleden dat het kerkhof in Almelo niet wordt onderhouden.

“Men heeft zonder overleg hekken verwijderd en bomen en struiken gerooid.” Het plan is daarom om de stoffelijke resten van Almelo naar Bloemendaal over te brengen voor een herbegrafenis. 20

19

ADGH, inv. nr. 1636.

20

Idem.

13

Te ruimen graven: 218 De Provinciaal Overste van De Goede Herder gaat op zoek naar een partij die deze klus kan oppakken. Het gaat om de menselijke resten van 218 personen, het aantal dat vermeld staat in het officiële register van het kloosterkerkhof. 21 De Provinciaal Overste komt uit bij een Almelose ondernemer, die het ruimen wel wil uitvoeren en op 21 augustus 1997 een offerte voor de werkzaamheden opstelt. Hij baseert zich op een ontmoeting met de zuster van De Goede Herder in Almelo, die hem op het terrein aan de Vriezenveenseweg de plek van het kerkhof aanwijst. Bovengronds is er niets meer van te zien: het is een vlak groen stuk grond van ongeveer 90 bij 40 meter. De ondernemer raamt de totale kosten voor de operatie op 11.994 gulden. Daarvoor levert hij ook twaalf lijkhoezen en een lijkkist voor het vervoer van de menselijke resten van Almelo naar Bloemendaal. Verder zijn de kosten voor vergunningen en administratie inbegrepen: 100 gulden. 22 Op 2 september schrijft de Provinciaal Overste dat ze akkoord gaat met de offerte ‘voor het ruimen, overbrengen en herbegraven van alle overledenen’ van het Almelose kloosterkerkhof.23 Weinig stoffelijke resten Medio september begint de grafruimer aan zijn klus. Hij voert het werk uit met een kraanmachinist, die voorzichtig graaft tot een diepte van 1.30 meter.

Dat is iets dieper dan de 1.20 meter die de Wet op de lijkbezorging voorschrijft voor een enkel graf. Alle grond wordt gezeefd, waarna de menselijke resten (botten en schedels) in een big bag worden bewaard. De werkzaamheden nemen enkele dagen in beslag, waarbij ook buiten het aangewezen gebied wordt gegraven. De ondernemer besluit daartoe, omdat er iets geks aan de hand is. De hoeveelheid gevonden stoffelijke resten is veel kleiner dan verwacht zou mogen worden van de 218 graven waarover de Provinciaal Overste sprak. De big bag met botten en schedels zit slechts half vol, amper een halve kuub.24 Ook de tuinman van de kloosterbegraafplaats in Bloemendaal verbaast zich over de geringe hoeveelheid menselijke resten die hij in september 1997 van de Almelose grafruimer in ontvangst neemt. Hij heeft de opdracht gekregen om een extra groot verzamelgraf te graven. Een graf van 2 bij 2 meter. Het blijkt achteraf veel te groot. De menselijke resten worden niet verder onderzocht. Onduidelijk blijft welke personen zijn herbegraven, en ook hoeveel. 25 Het graf krijgt een nieuwe grafsteen, die bij de uit Almelo meegekomen grafsteen van de in 1970 overleden rector W.A. van Beek komt te liggen (zie foto).26

21

Zie bijlage voor het volledige overzicht van de 218 namen, pag. 24. ADGH, inv. nr. 1636. 23 ADGH, inv. nr. 1636. 24 Zie ook het interview met de grafruimer op pag. 45. 25 Zie het interview met de tuinman van Bloemendaal op pag. 45. 26 In de correspondentie tussen De Goede Herder en Frentrop/Harreveld, ingezien in het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven op 25-4-2024 wordt geen melding gemaakt van de ruiming van 1997 of andere acties op het voormalige kloosterkerkhof. 22

14

Het graf op het kloosterkerkhof in Bloemendaal, waar de geruimde stoffelijke resten van Almelo in 1997 zijn herbegraven. Ook de grafsteen van de in 1970 overleden rector van het Almelose klooster heeft een nieuwe plek gekregen.

Nieuwe verstoring Een volgende verstoring op het terrein van het voormalige kerkhof vindt plaats in of rond het jaar 2000. Stichting de Horizon, de overkoepelende organisatie voor de school voor speciaal onderwijs op het terrein (de Lakestenen), wil een kas bouwen voor praktijklessen. Vanuit het internaat is er daarnaast behoefte aan een nieuwe manege. Beide voorzieningen worden tegelijkertijd gerealiseerd. Een deel van de paardenbak overlapt het perceel van de begraafplaats, maar dat lijkt zich op dat moment niemand te realiseren. Tijdens de aanleg van de voorziening doet op de school het gerucht de ronde dat er ‘iets’ is gevonden. Wat dat ‘iets’ precies is, wordt niet duidelijk. Het zorgt in ieder geval voor veel commotie onder het personeel en de leerlingen. 27 Kerkhofperceel in tweeën geknipt Het kerkhof komt opnieuw ter sprake in 2013. Huize Alexandra heeft dan inmiddels de deuren gesloten en ook de bijbehorende school De Lakestenen is dicht. Het schoolgebouw wordt op dat moment tijdelijk gebruikt door twee Almelose basisscholen (De Weier en De Zegge). In verband met de toekomstplannen voor het terrein besluit de gemeente Almelo tot een grondruil met stichting Horizon Jeugdzorg. Op 17 oktober 2013 sluiten beide partijen een overeenkomst voor een herverkaveling, waardoor logische kavels ontstaan.

Een van de stukken grond in de deal betreft een deel van kavel 2183 (die het voormalige kerkhof van De Goede Herder omvat). De gemeente krijgt van Horizon ongeveer de helft van dat perceel (538 m2). Bij de transactie wordt expliciet melding gemaakt van een beding uit 1987: de verplichting om ‘zolang het kerkhof blijft bestaan’ het in goede staat te houden in 27

Zie de interviews met de leerkracht en de directeur school, pag. 46.

15

overleg met de congregatie. Het is een oude afspraak, die de stichting De Goede Herder als grondeigenaar destijds is aangegaan met de congregatie van De Goede Herder. 28

De herverkaveling van 2013 creëert een nieuw rechthoekig perceel met het nummer 3218 en omvat het schoolgebouw met omliggende grond. Het gevolg is wel dat het oude perceel van het kerkhof nu in tweeën wordt geknipt. Iets meer dan de helft (538 m2) maakt deel uit van perceel 3218, de overige 357 m2 hoort bij perceel 3219 (dat het merendeel van het Huize Alexandra-complex omvat).

Opnieuw stoffelijke resten Ondanks deze voorgeschiedenis komt de (her)ontdekking van het kloosterkerkhof in het najaar van 2023 voor velen als een verrassing. Aanleiding is het onderzoek van omroep VPRO, die een tv-documentaire maakt over de meisjes van De Goede Herder. Oud-pupillen van het internaat in Almelo brengen de begraafplaats ter sprake, waarvan op het terrein aan de Vriezenveenseweg geen spoor meer te vinden is. Daarop besluit de gemeente Almelo om Laagland Archeologie een inventariserend veldonderzoek te laten verrichten. Laagland graaft op 9 oktober 2023 drie proefsleuven van 2 bij 15 meter op de plek waar eerder het kerkhof was gesitueerd. Er worden in totaal tien graven aangetroffen. De onderzoekers vinden bij drie graven een schedel met een vrij groot houten kruis, en bij één graf de voeten. Er worden twaalf onderdelen van crucifixen aangetroffen. Naast een leeg graf blijken er ook sporen van eerdere ruimingen aanwezig te zijn. De vondsten bevestigen het eerdere vermoeden dat de officiële ruiming van 1997, in opdracht van de Zuster van De Goede Herder, niet zorgvuldig is gebeurd. 29

28

ADGH, inv. nr. 1929. Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven Huize Alexandra, Laagland Archeologie (najaar 2023), beschikbaar gesteld door de gemeente Almelo. 29

16

Samenvatting en conclusies De onderzoekers van de Overijsselacademie hebben voor een reconstructie van de gebeurtenissen rond het kloosterkerkhof van De Goede Herder aan de Vriezenveenseweg in Almelo zowel geschreven bronnen geraadpleegd als getuigen geïnterviewd. De hieruit verkregen informatie leidt tot de volgende inzichten: - Op het kerkhof zijn in de periode 1881-1980 minstens 218 personen begraven, aldus het register van de begraafplaats van De Goede Herder. De overleden personen waren zusters, (oud-)verpleegden en rectoren van de kloostergemeenschap. In één geval (een in 1945 omgekomen Duitse soldaat) werd de betreffende persoon later op een plek buiten het kloosterterrein herbegraven. Over de omstandigheden of de doodsoorzaak van de 218 overleden personen is in de archieven geen informatie te vinden. - De begraafplaats van De Goede Herder werd in 1919 vergroot van 680 m2 naar 903 m2 (later vastgestelde oppervlakte: 895 m2). Op dat moment waren er 93 personen begraven. Na de uitbreiding werden er 125 personen ter aarde besteld. Het is opvallend dat het beperkt vergrote kerkhof kennelijk groot genoeg was voor in totaal 218 graven, terwijl het oude deel vanwege de eerste 93 graven kennelijk te klein was geworden. Een luchtfoto van 1956 (zie pagina 9) laat zien dat de begraafplaats nog niet volledig in gebruik was.

Een mogelijke verklaring is dat de congregatie in de loop van de tijd is overgegaan op dubbele graven, waarbij twee personen boven elkaar werden begraven. Ook de verklaring van de tuinman van Huize Alexandra duidt daarop. - De zusters van De Goede Herder hebben in een register bijgehouden welke personen op het kloosterkerkhof zijn begraven. Niet altijd is melding gemaakt van de geboortedatum van de overledene. Evenmin is op een kaart aangegeven waar de 218 overleden personen zijn begraven. In het registeren wordt slechts een summiere aanduiding van locatie van het graf gegeven ten opzichte van het grote Christuskruis op de begraafplaats. Dit maakt de reconstructie van de indeling van het kerkhof op pagina 42 onzeker. - In het register van de begraafplaats wordt melding gemaakt van kindergraven. Een aantal wordt niet genoemd. Ook is onduidelijk wat precies wordt bestaan onder kindergraven. Uit het register blijkt wel dat op het kerkhof ook minderjarige verpleegden werden begraven. Minderjarig betekende destijds: jonger dan 21 jaar. Verder verklaart de Almelose ondernemer die de ruiming in 1997 uitvoerde, dat hij destijds opvallend kleine schedels heeft opgegraven. - Er lijkt geen sprake te zijn van een tweede kerkhof op het kloosterterrein van De Goede Herder, zoals in het rapport van Laagland Archeologie in 2023 is geopperd.

Een luchtfoto van 1956 (zie pagina 6) geeft een scherp beeld van het volledige terrein. Linksboven op deze opname is duidelijk het kerkhof te zien. De witte objecten aan de rechterzijde lijken geen kruisen te zijn, maar palen voor waslijnen. De Goede Herder had een grote wasserij en strijkerij op het terrein. In geen enkel document in de archieven wordt melding gemaakt van een tweede kerkhof, in tekst noch op tekeningen. - In de jaren tachtig, na het vertrek van de zusters uit Almelo, is het kloosterkerkhof bovengronds geruimd. De witte kruisen werden verwijderd, waardoor het perceel niet meer als begraafplaats herkenbaar was. Opdrachtgever was hoogstwaarschijnlijk de stichting Sint Monica, het bestuur van de ZMOK-school Hollander Graven.

17

-

-

-

-

-

30

In september 1997 heeft de congregatie van De Goede Herder opdracht gegeven tot de ruiming van het voormalige kerkhof. Deze ruiming door een Almelose ondernemer is onvolledig geweest. De menselijke resten van hoogstens enkele tientallen personen (waarschijnlijk nog minder) zijn opgegraven en herbegraven in Bloemendaal. Deze conclusie is te trekken op basis van verklaringen van zowel de Almelose ondernemer als de tuinbaas van het kloosterkerkhof in Bloemendaal. De gemeente Almelo is destijds niet ingelicht over de ruiming van september 1997. Evenmin is – zoals de Wet op de lijkbezorging voorschrijft – het register van de begraafplaats overgebracht naar het archief van de gemeente. Het bevindt zich in het archief van de congregatie van De Goede Herder, in het Erfgoedcentrum Nederlands Kloosterleven in Sint Agatha. Ten tijde van dit onderzoek was het in bruikleen gegeven aan de directeur van het klooster Euphrasia in Bloemendaal. Enkele getuigenverklaringen lijken te duiden op méér ruimingswerkzaamheden in de periode 1992-2001. Een nachtwaker van het meisjesinternaat Huize Alexandra beweert minstens één kruiwagen met botten en schedels gezien te hebben op het terrein. Dit zijn zeer waarschijnlijk de stoffelijke resten geweest die zijn gevonden bij de ruiming van september 1997.

Een leerkracht van de school op het terrein (De Lakestenen) heeft het over witte schermen die het zicht op graafwerkzaamheden ter hoogte van het kerkhof moesten ontnemen. Ook deed het gerucht de ronde dat er ‘iets’ gevonden zou zijn. Haar verhaal wordt niet gestaafd door documenten in de archieven. In briefwisselingen en notulen tussen de congregatie en de moederorganisatie van Huize Alexandra (de Frentrop Stichting, later Horizon) wordt geen melding gemaakt van andere ruimingen dan die van 1997. Rond of het jaar 2000 is op een deel van het perceel van het kloosterkerkhof een paardenbak aangelegd. De werkzaamheden hebben gezorgd voor een verstoring van de grond. Of hierbij iets is aangetroffen, is niet duidelijk. In de archieven van de Frentrop Stichting is hierover niets te vinden.30 Het is wel aannemelijk dat de verklaring van de leerkracht van De Lakestenen betrekking heeft op de genoemde werkzaamheden.31 Het toezicht op het perceel van het kloosterkerkhof is tussen 1980 (na de laatste begrafenis) en 2014 (aankoop van het perceel door de gemeente Almelo) onvoldoende geweest. De grond wisselde een aantal keren van eigenaar, terwijl de congregatie van De Goede Herder zich steeds verder terugtrok uit Almelo. Ook het schoolbestuur ging drie keer over in andere handen.

Een complicerende situatie hierbij vormde de crisissituatie bij het meisjesinternaat Huize Alexandra in de periode 19851995. Er waren voortdurend spanningen tussen internaat en school, er brak onrust bij het personeel van Huize Alexandra over het gevoerde beleid, er waren beschuldigingen van seksuele intimidatie en het gedrag van enkele pupillen buiten het internaat bracht de leiding meerdere keren in verlegenheid. De focus van de directie lag op de dagelijkse gang van zaken, niet op zorgvuldig handelen ten aanzien van het voormalige kloosterkerkhof. Aan de andere kant verloor de begraafplaats de aandacht van de uit Almelo vertrokken congregatie, totdat in 1997 werd besloten de graven te ruimen.

Op basis van raadpleging van de archieven van de Frentrop Stichting/Horizon Jeugdzorg in Voorhouten en Rotterdam, d.d. 14-5-2024. 31 Zie pagina 46.

18

-

19

Het is vrijwel zeker dat zich nog altijd stoffelijke resten bevinden op het voormalige kloosterkerkhof aan de Vriezenveenseweg in Almelo. Niet alleen de onvolledige ruiming van 1997 geeft daartoe aanleiding. Ook de vondst van stoffelijke resten in oktober 2023, na het graven van drie proefsleuven tijdens het archeologisch onderzoek, duidt daarop.

Bijlagen

20

Tijdlijn 1876 De Duitse zusters van De Goede Herder stichten een klooster aan de Vriezenveenseweg in Almelo. 1881 De congregatie vraagt en krijgt een vergunning van de gemeente Ambt Almelo voor een eigen begraafplaats ter grootte van 680 m2. 1919 Het kloosterkerkhof wordt uitgebreid naar 903 m2 (volgens latere kadastrale gegevens: 895 m2). 1949 Het klooster in Almelo, dat tot dat moment nog onder Duitse leiding stond, wordt overgedragen aan Nederlandse provincie van de congregatie. 1952 Het internaat krijgt 10 nieuwe groepskamers voor elk 10 meisjes. 1953 Er komt een tehuis voor werkende meisjes, Sancta Euphrasia. 1956 Start bouw kapel en uitbreiding internaat. 1957 Nieuwbouw internaat met kapel in gebruik genomen. 1966 Sancta Euphrasia (het huis voor werkende meisjes) wordt overgedragen aan stichting Welkom. 1971 Huize Alexandra (HA) omgevormd tot vakinternaat voor 60 meisjes van 12-20 jaar 1973 Oprichting stichting de Goede Herder, die het werk van de congregatie overneemt en ook lekenpersoneel voor Huize Alexandra aanneemt Het kloosterkerkhof krijgt een opknapbeurt met uniforme kruisen voorzien van een naamplaatje. 1978 Start ZMOK-school Hollander Graven (voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen) binnen de muren van Huize Alexandra; het klooster telt nog ca. 23 zusters van wie er zes betrokken zijn bij het internaatwerk.

1979 Meisjesinternaat Huize Alexandra wordt vanaf nu geleid door een mannelijke directeur, die de vertrokken zuster Benedict opvolgt 1980 De laatste begrafenis op het kloosterkerkhof (zuster Fortunata) en de laatste mis in de kloosterkerk. De congregatie draagt het onroerend goed in Almelo over aan de Nederlandse Provincie van de Congregatie van Onze Lieve Vrouw van Liefde van de Goede Herder. 1980 De laatste negen zusters verhuizen vanuit het klooster naar Molenkampspark 30 in Almelo, het meisjesinternaat wordt volledig afgestoten aan de stichting De Goede Herder. 1980 Huize Alexandra krijgt van ministerie de status van behandelingstehuis voor de opvoeding van (51) meisjes. 1982 De gemeente Almelo koopt (een deel van) perceel 1785 van de congregatie voor verlegging van de Vriezenveenseweg. De stichting De Goede Herder koopt voormalig rectorshuis aan overkant om te gebruiken als trainingscentrum van Huize Alexandra. De congregatie beëindigt exploitatie boerderij van het klooster en de bijbehorende gronden worden voorlopig verpacht. 1983 Grondruil tussen de congregatie en de stichting De Goede Herder van perceelnummers 1550 (1777/1778) en 1552 (1779/1780). Betreft twee stukken grond van elk 7.000 m2 1984 De laatste zusters die nog bij Huize Alexandra werken, vertrekken; de kapel wordt gesloopt voor de nieuwbouw van het meisjesinternaat, die op 21 mei start.

1985 Huize Alexandra betrekt op 27 september de nieuwbouw van het internaat en ressorteert vanaf nu rechtstreeks onder het ministerie van Justitie.

21

1985 1987

1989 1990 1992

1993

1994

1995

1996 1997

2000 2011 2012

2013

22

Het vrijwillige karakter hulpverlening verdwijnt en de medewerkers worden justitieel hulpverlener, start crisisopvang. De gemeente Almelo koopt 5003 m2 van de congregatie voor bouw ZMOK-school Hollander Graven. De school komt naast het kerkhof te liggen. Bij de grondruil tussen de congregatie en de stichting De Goede Herder gaat de begraafplaats naar de stichting. Daarbij hoort wel de verplichting om het kerkhof te onderhouden en in goede staat te behouden zolang het kerkhof bestaat. De gemeente Almelo koopt een perceel van 800 m2 van de congregatie t.b.v. sportterrein bij de Hollander Gravenschool, de school voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen. Dit perceel ligt pal naast begraafplaats. Onderdeel van de transactie is de plaatsing afrastering van 1,50 meter hoog. Het oude complex met villa, klooster, internaat en grond wordt verkocht aan twee Almelose ondernemers, een brand verwoest recreatiezaal en villa. Bouw van een asielzoekerscentrum op de vroegere plek van het klooster met villa, dus naast het nieuwe Huize Alexandra. De Almelose stichting Sint Monica draagt in het nieuwe schooljaar de Hollander Gravenschool over aan de landelijke St. Aloysiusstichting. Het personeel vertrekt van de school, die een nieuwe naam krijgt: de Lakestenen. De overgang betekent ook dat het internaat en de school een gesloten instelling worden.

Dit tot teleurstelling van het onderwijspersoneel dat juist meer ziet in een open systeem. Primaat van de behandeling van de 40-60 meisjes ligt vanaf nu bij HA en niet bij de school. In dagblad Tubantia kondigt de directie van Huize Alexandra aan dat er een 5 meter hoog hek komt rondom het internaat en de school; ook wordt de aanleg van een kleine manege aangekondigd, die eveneens binnen het hek komt te liggen. Aanleg van het hekwerk en de manege. In de bestuursvergadering van de stichting De Goede Herder op 21 januari 1994 vraagt zuster Benedict om passende afwikkeling van kloosterkerkhof Almelo. De vraag houdt verband met de naderende overname door de Frentrop Stichting. Fusie tussen stichting De Goede Herder en de Frentrop Stichting per 1-1-1995. In de praktijk betekent het dat Huize Alexandra in Almelo en Jongerenhuis Harreveld in Lichtenvoorde samengaan onder één leiding: de Frentrop Stichting. Op 22 juni besluit het ministerie tot verbouw/nieuwbouw van het Almelose internaat voor 60 gesloten behandelplaatsen voor meisjes. Nieuwbouw van het internaat Huize Alexandra. De directeur van Frentrop Harreveld laat het verwaarloosde terrein van het kerkhof opruimen maar zegt de graven ongemoeid te laten. Het Provincialaat besluit om het Almelose kerkhof te laten ruimen en de de stoffelijke resten te herbegraven in Bloemendaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=201b8b77-c082-42c9-9198-cac96dd1ce59