6 Rapport Begraafplaats Klooster GH Het Oversticht
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage - onderzoek
Doorkiesnummer
Behandeld door M.M. Weerink
Datum 14 mei 2024
Onderwerp Onderzoek naar voormalige begraafplaats Huize Alexandra
Geachte leden van de raad, Medio vorig jaar kwamen er, mede naar aanleiding van vragen van de VPRO, die aan een documentaire werkte over het voormalige klooster en internaat De Goede Herder, aanwijzingen voor een voormalige kloosterbegraafplaats op het terrein aan de Vriezenveenseweg. De locatie van Huize Alexandra is beoogd als woningbouwlocatie. In het najaar van 2023 werden bij een proefsleuvenonderzoek graven aangetroffen. Deze vondst vormde aanleiding voor een opdracht aan Het Oversticht voor zorgvuldig vervolgonderzoek. De onderzoekers van de aan het Oversticht gelieerde Overijsselacademie hebben voor een reconstructie van de gebeurtenissen rond het kloosterkerkhof zowel geschreven bronnen geraadpleegd als getuigen geïnterviewd. Het Oversticht heeft het onderzoek nu opgeleverd. Via deze brief informeren we u over de uitkomsten en ons besluit. Begraafplaats Het Oversticht geeft aan dat volgens een register dat het klooster De Goede Herder heeft bijgehouden er 218 personen op de begraafplaats begraven zouden zijn in de periode tussen 1881 en 1981. Van de begraven personen zijn er volgens het register 56 geregistreerd als verpleegden, waarvan minimaal 18 pupillen een leeftijd hadden van 21 jaar of jonger. In het register staat dat de laatste begraving van een verpleegde in 1951 was.
De laatste begraving op de kloosterbegraafplaats staat in het register gedateerd op 27 januari 1980. Het Oversticht concludeert in het onderzoek dat na het vertrek van de laatste Zusters van de Goede Herder in 1983 het toezicht op de begraafplaats niet voldoende is geweest. In de jaren ’80, na de laatste begraving, wordt de begraafplaats bovengronds geruimd. Zo werden de witte kruisen verwijderd. Vanaf eind jaren ’80 is het perceel niet meer als begraafplaats herkenbaar. In 1997 geeft de congregatie opdracht tot het ruimen, overbrengen en herbegraven van alle overledenen van de begraafplaats naar het kloosterkerkhof in Bloemendaal. Uit het proefsleuvenonderzoek in oktober 2023 blijkt dat de ruiming in 1997 niet volledig is uitgevoerd en er nog menselijke resten in het terrein aanwezig zijn. Het is Het Oversticht niet exact duidelijk geworden hoeveel graven er in de afgelopen jaren zijn geruimd en hoeveel graven nog aanwezig zijn noch is het duidelijk geworden hoe dit heeft kunnen gebeuren. Juridische implicaties Voor het juridische aspect van de begraafplaats is een in de uitvaartzorg gespecialiseerde jurist betrokken. Het terrein - ondanks dat er meer dan 40 jaar niet meer begraven is – is juridisch gezien nog steeds een begraafplaats. De grafrechten van de betreffende graven zijn inmiddels verlopen.
Op grond van de Wet op de Lijkbezorging mag een eigenaar van een begraafplaats graven waarvan de rechten verlopen zijn na 10 jaar ruimen (artikel 31, lid 2 Wet op de Lijkbezorging).
Pagina 1 van 2 Raad - 2408294 DCS - 2386252
Het college heeft op grond hiervan besloten het terrein de bestemming ‘begraafplaats’ te ontnemen. Volgende stap in het proces is over te gaan tot een zorgvuldige ruiming van het terrein. Vervolg Als vervolgstap op het onderzoek door Het Oversticht hecht het college te kiezen voor de mogelijkheid voor onder meer verwantschapsonderzoek naar de toekomst toe open te houden voor derden en organisaties. Als het gaat om de ruiming van de begraafplaats betekent het dat archeologen per grafkuil op hoofdlijnen de aanwezige individuen zullen documenteren. Nadat de ruiming op deze wijze is afgerond zullen de stoffelijke resten elders worden herbegraven om de overledenen een waardige laatste rustplaats te geven. Omdat ordentelijk zal worden geregistreerd blijft de mogelijkheid voor derden bestaan om aanvullend onderzoek te doen. Tot op heden zijn na vaststelling van de uitkomsten van proefsleuvenonderzoek en de berichtgeving dat de begraafplaats indertijd slechts gedeeltelijk is geruimd, noch bij Het Oversticht noch bij de gemeente verzoeken of vragen binnengekomen van voormalig bewoonsters, familieleden of nabestaanden. Zoals gesteld kan door de wijze van ruiming evenwel ook op een later moment door derden worden vastgesteld wie van de overledenen is herbegraven.
Het college heeft zowel de Stichting Kinderdwangarbeid Meisjes Goede Herder (KMGH), de VPRO als ook klooster Euphrasia van de zusters van de Goede Herder geïnformeerd over de uitkomsten van het onderzoek door Het Oversticht, inclusief de daarin opgenomen juridische advisering en de hierop gebaseerde besluitvorming. Indien gewenst kan Het Oversticht het onderzoek naar de kloosterbegraafplaats in de vorm van een technisch beraad toelichten aan de gemeenteraad. Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J. Dijkstra
Pagina 2 van 2
M.M. van ’t Veld
Onderzoek kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
Albert Vissinga, Het Oversticht Versie 3, definitief Zwolle, 21-05-2024
Voor akkoord:
Het Oversticht
Gemeente Almelo
drs. A. Vissinga Programmaleider Erfgoed
dhr. A. Sick Hoofd Stedelijke Ontwikkeling
Inhoudsopgave Samenvatting ........................................................................................................................................... 3 1.
Introductie .................................................................................................................................. 4 Opdrachtomschrijving ............................................................................................................ 4
2.
Historie Klooster Goede Herder .................................................................................................. 5 Organisatie.............................................................................................................................. 5 Locatie Almelo ........................................................................................................................ 6 Grondtransacties na aanwezigheid zusters ............................................................................ 7
3.
Archiefonderzoek ........................................................................................................................ 8
4.
Juridische aandachtspunten ..................................................................................................... 12 Aanleg, gebruik en sluiting begraafplaats door Zusters ....................................................... 12 Wet op de lijkbezorging ........................................................................................................ 14 Sluiten en opheffen begraafplaats........................................................................................ 14 Ruiming van de graven ......................................................................................................... 16 Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Almelo................................................... 16 Huidige situatie ..................................................................................................................... 17 Voorstel tot vervolg .............................................................................................................. 17
5.
Voornemen tot ontwikkeling .................................................................................................... 18 Ethische aandachtspunten ................................................................................................... 18 Ruiming ................................................................................................................................. 18 Herbegraven ......................................................................................................................... 19 Kosten ................................................................................................................................... 21
6.
Voorstel voor ruiming en herbegraven ..................................................................................... 22 Tot slot .................................................................................................................................. 23
Bijlagen................................................................................................................................................... 24 -
Archiefonderzoek Overijsselacademie ................................................................................. 25
-
Uitgeschreven Register kloosterkerkhof Almelo ..................................................................73
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
2
Samenvatting In het najaar van 2023 is op het terrein van het voormalige klooster De Goede Herder/Huize Alexandra een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waarbij een voormalige begraafplaats is aangetroffen. Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van vragen van de media over de aanwezigheid van deze begraafplaats. Volgend op dit archeologisch onderzoek heeft Het Oversticht vanaf januari 2024 in samenwerking met de Overijsselacademie een archiefonderzoek uitgevoerd om feitelijk te achterhalen wie op deze begraafplaats begraven zijn en wat er gedurende de afgelopen decennia met de begraafplaats is gebeurd. Op basis van deze informatie zijn in dit rapport een aantal varianten beschreven om tot een herontwikkeling van het terrein te komen. Ook is een voorstel gedaan dat de gemeente Almelo kan gebruiken als leidraad bij het nemen van een besluit over de vervolgstappen met betrekking tot de geplande herontwikkeling van het terrein. Vanuit het archiefonderzoek is duidelijk geworden dat het klooster De Goede Herder een register heeft bijgehouden waarin 218 personen zijn opgenomen die tussen 1881 en 1981 op de begraafplaats begraven zijn. Van de begraven personen zijn er 32 geregistreerd als verpleegde en zijn 24 personen mogelijk als verpleegde aan te wijzen.
Deze 24 zijn niet expliciet als verpleegde geregistreerd, maar zijn op basis van leeftijd en plaats van herkomst (niet Duitsland) zeer waarschijnlijk verpleegden geweest. Van deze 56 verpleegden hadden minimaal achttien pupillen een leeftijd van 21 jaar of jonger. Na het vertrek van de Zuster van de Goede Herder lijkt het toezicht op de begraafplaats niet voldoende te zijn geweest. In de jaren ’80 wordt de begraafplaats bovengronds geruimd en getuigen spreken van meerdere momenten waarin ook graven zijn geruimd. In 1997 geeft de congregatie zelf opdracht tot ruiming van 218 personen. Uit het archeologisch onderzoek is gebleken dat deze ruiming niet volledig is uitgevoerd en er nog menselijke resten in het terrein aanwezig zijn. Het is niet duidelijk geworden hoe dit zo heeft kunnen gebeuren. Bestudering van de relevante wetgeving en consultatie van een in de uitvaartzorg gespecialiseerde jurist leidt tot de conclusie dat het terrein - ondanks dat er meer als 40 jaar niet begraven is – nog steeds de status begraafplaats heeft. Hoewel er nu door het verstrijken van de geldende termijnen (dertig jaar sinds 1980) geen voorschriften meer gelden op de begravingen is het noodzakelijk om twee formele besluiten te nemen om daarna tot ontwikkeling over te kunnen gaan.
Wij stellen voor dat het college besluit het terrein de status / bestemming ‘begraafplaats’ te ontnemen en zij vervolgens besluit tot ruiming van het terrein over te gaan. Voor het ruimen van de graven stellen wij voor de ruimingswerkzaamheden plaats te laten vinden onder archeologische begeleiding. De archeologen documenteren per grafkuil op hoofdlijnen de aanwezige individuen. Na afronding van het (veld)onderzoek kunnen de menselijke resten herbegraven worden. Het is de intentie om na het onderzoek de menselijke resten zo snel als mogelijk te herbegraven. Bij de herbegraving zijn meerdere partijen betrokken, waaronder de gemeente Almelo als eigenaar van de grond en als bevoegd gezag archeologie, de provincie Overijssel als eigenaar van de bodemvondsten, de congregatie van de Zusters van de Goede Herder en de Stichting Kinderdwangarbeid Meisjes Goede Herder. Het is raadzaam om het plan tot herbegraven met deze partijen te bespreken om tot een locatie te komen die voor iedereen acceptabel is. Ten aanzien van de herbegraving zijn in ons rapport drie varianten beschreven die besproken kunnen worden. Op basis van het archiefonderzoek, de ingeziene bronnen, interviews met getuigen, de huidige wet- en regelgeving en de ethische kant van deze zaak hebben wij een onafhankelijk advies gegeven.
We denken dat dit advies recht doet aan de gevoeligheid rondom de voormalige begraafplaats en tegelijkertijd ruimte biedt voor verdere ontwikkelingen. Het is aan het bestuur van de gemeente Almelo om op basis van dit voorstel een besluit te nemen over de ruiming en de herbegraving.
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
3
1. Introductie In het najaar van 2023 is op het terrein van het voormalige klooster De Goede Herder/Huize Alexandra een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waarbij een (voormalige) begraafplaats is aangetroffen. Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van vragen van de media over de aanwezigheid van deze begraafplaats. Het proefsleuvenonderzoek was inventariserend van aard, specifiek gericht op het opsporen van mogelijke graven. Na het aantreffen van menselijk skeletmateriaal en enkele crucifixen is het onderzoek stilgelegd en is gestart met verslaglegging. In het veld is de begraafplaats niet meer als zodanig herkenbaar en de aanwezigheid van de begraafplaats was tot voor kort niet algemeen bekend. Uit archieven is gebleken dat in het verleden bij het klooster een begraafplaats is ingericht waarvan de instandhouding - zolang de begraafplaats bestaat - door middel van een kettingbeding bij het Kadaster is vastgelegd. In 1997 is opdracht gegeven tot het ruimen van 218 graven.
Opdrachtomschrijving De vondst van het menselijk skeletmateriaal tijdens het proefsleuvenonderzoek heeft invloed op de herontwikkeling van het terrein. De gemeente Almelo heeft in 2014 de gronden aangekocht en is van plan deze uit te geven aan een projectontwikkelaar. Nu er een begraafplaats is aangetroffen, zijn er veel nog onbeantwoorde vragen. Daarom heeft de gemeente Almelo Het Oversticht gevraagd om verschillende scenario’s in beeld te brengen om tot de voorgenomen herontwikkeling van het terrein te komen en daarnaast een onafhankelijk (archief)onderzoek uit te voeren naar de begraafplaats. Ook is aan Het Oversticht gevraagd om in afstemming met de gemeente Almelo de externe communicatie rondom de begraafplaats op zich te nemen. Het Oversticht heeft vanaf januari 2024 in samenwerking met de Overijsselacademie een archiefonderzoek uitgevoerd om feitelijk te achterhalen wie op deze begraafplaats begraven zijn en wat er gedurende de afgelopen decennia met de begraafplaats is gebeurd. Op basis van deze informatie is in dit rapport een aantal varianten beschreven. Ook is een voorstel gedaan dat de gemeente Almelo kan gebruiken als leidraad bij het nemen van een besluit over de vervolgstappen met betrekking tot de geplande herontwikkeling van het terrein.
Rondom het klooster van de Zusters van de Goede Herder heerst landelijk maatschappelijke onrust vanwege de verhalen en getuigenissen van voormalige bewoonsters over (mogelijke) misstanden in de periode van circa 1860 tot 1980. In de instellingen van de Goede Herder werden meisjes en vrouwen geplaatst die thuis niet veilig waren. Zij werden gedwongen en onbetaald te werk gesteld in wasserijen en naaiateliers van de zusters. De internationale Congregatie van de Zusters van de Goede Herder heeft in 2020 in een brief haar excuses aangeboden aan de vrouwen die als kind in hun kloosters dwangarbeid moesten verrichten. De VPRO heeft hierover een documentaire gemaakt die in juni 2024 uitgezonden wordt. Een onafhankelijk onderzoek naar eventuele misstanden in klooster De Goede Herder Almelo/Huize Alexandra maakt nadrukkelijk geen deel uit van het archiefonderzoek.
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
4
2. Historie Klooster Goede Herder 1 De congregatie van Onze Lieve Vrouw van Liefde van de Goede Herder werd in 1829 opgericht in de Franse stad Angers door zuster Maria Euphrasia Pelletier, de kloosternaam van Rose Virginie Pelletier. De congregatie werd door paus Gregorius XVI op 16 januari 1835 goedgekeurd. In 1860 vestigde de congregatie, kortweg De Goede Herder genoemd, zich ook in Nederland en opende haar eerste tehuis voor de opvang van ‘misdeelde, verwaarloosde en ontspoorde meisjes’ in Zoeterwoude, bij Leiderdorp. In 1892 werd een tehuis in Velp geopend; tehuizen in Tilburg en Bloemendaal volgden in respectievelijk 1902 en 1927. Duitse zusters stichtten vanuit Münster in 1876 een tehuis in Almelo als een potentieel toevluchtsoord voor uit Duitsland verdreven zusters als gevolg van de zogenaamde Kulturkampf (1871-1888); de strijd van rijkskanselier Bismarck tegen de machtige Rooms-Katholieke Kerk in het pas opgerichte Duitse keizerrijk. In 1949 werd het tehuis in Almelo onderdeel van de Nederlandse provincie van de congregatie. De congregatie van de Goede Herder was een van de tachtig tot negentig zustercongregaties die actief waren in Nederland. De zusters beheerden verschillende voorzieningen voor meisjes. Naast een observatiepaviljoen in Bloemendaal was er aan de internaten in Zoeterwoude, Velp, Tilburg en Almelo een tehuis voor werkende meisjes verbonden.
Zowel in de internaten als in de tehuizen voor werkende meisjes verbleven minderjarigen vanaf 14, later vanaf 12, tot 21 jaar. Ze werden vaak geplaatst na een rechterlijke uitspraak, maar er waren ook vrijwillige plaatsingen door ouders. In de jaren ‘70 werd het zorgaanbod uitgebreid met begeleide kamerbewoning. De internaten en de tehuizen voor werkende meisjes werden vanaf 1966 opgeheven wegens een teruglopend aantal zusters dat voor de begeleiding van de meisjes beschikbaar was. Ook bij de Zusters van de Goede Herder in Almelo werden minderjarige meisjes van 14 tot 21 jaar opgevangen. Deels betrof het meisjes van wie de ouders uit de ouderlijke macht waren ontheven of ontzet, maar er waren ook zogenaamde ‘regeringskinderen’. Dat waren meisjes die ter beschikking van de regering waren gesteld nadat ze veroordeeld waren wegens een misdrijf, vaak diefstal. Voor het overgrote deel waren het meisjes uit rooms-katholieke gezinnen, hoewel De Goede Herder officieel openstond voor meisjes “van elke nationaliteit, leeftijd en godsdienstige gezindte”. Veel meisjes werden vanuit een thuissituatie in een internaat van De Goede Herder geplaatst. In Almelo kwamen in 1971 van de 53 nieuwe meisjes er 22 van thuis en 18 vanuit een ander internaat. Ook vrijwillige plaatsingen via de eigen ouders kwamen af en toe voor.
Het jaarverslag over 1955 in Almelo geeft aan dat de meisjes die volgens hun omgeving en de zusters onder verkeerde invloeden stonden vanuit het milieu waarin ze leefden, aanpassingsmoeilijkheden hadden of in zedelijk gevaar verkeerden. De meisjes konden vanuit een internaat doorstromen naar een tehuis voor werkende meisjes, maar konden er ook van buiten in worden geplaatst. Pas wanneer meisjes volgens de zusters in staat waren de overstap te maken van het internaat naar een tehuis voor werkende meisjes, mochten ze gaan. Daarbij was het geen garantie dat ze er zouden blijven. Terugplaatsen was ook mogelijk, wanneer bleek dat een meisje volgens de zusters de extra vrijheden in het tehuis nog niet aankon. In 1971 werden er bijvoorbeeld in Almelo zeven meisjes teruggeplaatst van het tehuis voor werkende meisjes naar het internaat.
Organisatie Binnen de congregatie van de Zusters van de Goede Herder waren drie soorten congregaties actief en in de zorg voor de meisjes ook nog externe medewerkers. De tweede en derde congregatie kwamen voort en stonden onder toezicht van de eerste. Allereerst waren er de Zusters van de Goede Herder. Zij gaven leiding Overgenomen uit: De Winter, 2019, Onvoldoende beschermd Geweld in de Nederlandse jeugdzorg van 1945 tot heden. Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg (deel 3, bronstudie 4).
1
5 Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
aan de congregatie. Daarnaast was er de congregatie van de ‘Magdalena’s’, ook wel ‘zusters van het kruis’ genoemd. De derde congregatie werd gevormd door zusters Auxiliaires. Vrouwen van onbesproken gedrag konden intreden als Zuster van de Goede Herder. Hun kleding bestond uit een wit habijt - vandaar hun bijnaam ‘witte zusters’ - een blauw koord, een wit scapulier (hoofdkap), een zilveren hart aan een koord, een zwarte sluier, witte kousen en bruine, open sandalen. De witte zusters bekleedden de leidinggevende posities binnen de kloosters, de internaten en de tehuizen voor werkende meisjes. Daarbij gaven ze leiding aan zowel de meisjes als aan de zusters Magdalena en de zusters Auxiliaires. Zusters Magdalena en Auxiliaires bestonden uit oud-verpleegden van De Goede Herder. In tegenstelling tot de congregatie van De Goede Herder vielen de orden van de Magdalena’s en van de Auxiliaires niet onder pauselijk recht. De Magdalena’s werden ook wel ‘zusters van het kruis’ genoemd. De Magdalena’s vormden het ‘beschouwende deel’ van de ingetreden meisjes. Ze wijdden hun leven aan gebed en boete en vielen alleen in voor andere zusters wanneer er onvoldoende krachten beschikbaar waren voor de noodzakelijke werkzaamheden. Verder leefden ze geheel afgezonderd van de anderen binnen het klooster.
Ze kenden zwijgplicht en mochten niet spreken met hun vroegere bekenden, die zich onder de ‘kinderen’ bevonden, en ook niet met de zusters Auxiliaires. De zusters Magdalena droegen een bruin habijt en bruin schouderkleed, een zwarte hoofdsluier en zwarte schoenen. Ze stonden onder leiding van twee zusters van de Goede Herder. De zusters Auxiliaires waren grotendeels meisjes die zich na hun 21e jaar wilden wijden aan het werk van De Goede Herder. In plaats van een eeuwige gelofte, legden ze ieder jaar opnieuw de gelofte af om bij De Goede Herder te blijven en de witte zusters - de ‘Moeders’ - te steunen. Ook de Auxiliaires, de helpsters, stonden onder leiding van een eigen ‘meesteres’, een zuster van de Goede Herder die tegelijk de directrice van het meisjeshuis was. De zusters Auxiliaires trokken intensief op met de meisjes. Ze waren altijd bij hen, tijdens de maaltijden, onder het werk en ook in de vrije tijd. Alleen voor hun eigen onderwijs en voor het koorgebed waren ze onder elkaar en op dinsdagavond hadden ze samen een ‘avondrecreatie’.
Locatie Almelo Het internaat in Almelo werd in 1876 opgericht door Zusters van de Goede Herder uit Düsseldorf. Na de Tweede Wereldoorlog wilde de overheid Nederlandse meisjes niet langer laten opvoeden door Duitse zusters. In 1949 werd het tehuis daarom overgedragen aan de Nederlandse provincie van de congregatie en werkten Duitse en Nederlandse zusters onder Nederlandse leiding samen verder. In 1952 kreeg het internaat, Huize Alexandra, tien nieuwe groepskamers, elk geschikt voor tien meisjes. Het was een gesloten internaat waar de meeste meisjes niet zonder toezicht naar buiten mochten. Ze konden er een eigen tuin onderhouden en kregen de gelegenheid tot onder meer handwerken. Meisjes die in de jaren ‘60 in het internaat in Almelo kwamen, mochten de eerste drie maanden niet naar buiten. Daarna mochten ze onder leiding van de maatschappelijk werkster soms gaan winkelen of wandelen. In Almelo beschikte De Goede Herder van 1941 tot 1953 binnen het internaat over een zogenaamde ‘overgangskamer’. Daarin konden maximaal acht meisjes wonen die buiten het internaatsterrein konden werken. In 1953 kreeg ook Almelo, net zoals de andere Nederlandse internaten, een tehuis voor werkende meisjes en eveneens onder de naam Sancta Euphrasia. Het was geschikt voor achttien meisjes tussen de 14 en 20 jaar.
Dit tehuis werd in 1966 overgedragen aan de Stichting Welkom, omdat er onvoldoende nieuwe zusters intraden om de zorg voor de meisjes te kunnen continueren. Vanaf die tijd konden meisjes ‘de overgang naar de maatschappij’ maken via contactgezinnen in Almelo. In tegenstelling tot de andere internaten, konden meisjes er bij uitzondering al op hun 12de jaar, na afronding van de lagere school, terecht. In 1971 werd Huize Alexandra met toestemming van het Ministerie van Justitie omgevormd tot een vakinternaat voor zestig meisjes van 12 tot 20 jaar. In 1980 verhuisden de laatste zusters vanuit het klooster
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
6
naar het Molenkampspark 30 in Almelo en werd het meisjesinternaat vanuit de congregatie afgestoten aan de Stichting De Goede Herder. Drie jaar later, in 1983, beëindigden de laatste zusters hun werkzaamheden in Huize Alexandra.
Grondtransacties na aanwezigheid zusters In onderstaande tabel staat een kort overzicht van de (eigendoms)overdrachten van de begraafplaats op het terrein van Huize Alexandra. Een gedetailleerd overzicht staat in het onderzoek van de Overijsselacademie in de bijlage van dit rapport. datum / jaartal 1986 27 november 1987
Bijzonderheid Het kerkhof krijgt een eigen kadastraal nummer (K2183) Het kerkhof wordt vanuit de congregatie De Goede Herder overgedragen aan de Stichting De Goede Herder 1 januari 1995 Stichting De Goede Herder en de Frentrop Stichting fuseren, waardoor het eigendom van het kerkhof bij de Frentrop Stichting komt te liggen 1995 Vanuit de Frentrop Stichting ontstaan 4 stichtingen waaronder Stichting Frentrop Jongerenhuis Harreveld 1996 Stichting Frentrop Jongerenhuis Harreveld koopt de locatie van de begraafplaats van de Frentrop Stichting 2009 Stichting Jongerenhuis Harreveld gaat over in Stichting De SprengenHarreveldgroep 2013 De grondeigendommen worden op naam gezet van Stichting Avenier 1 januari 2014 Stichting Avenier gaat over in Stichting Horizon Jeugdzorg en Speciaal onderwijs 11 september 2014 Stichting Horizon Jeugdzorg en Speciaal onderwijs verkoopt het terrein van Huize Alexandra (waaronder het kerkhof) aan de Gemeente Almelo Tabel 1. Overzicht van eigendomsoverdrachten die betrekking hebben op de begraafplaats
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
7
3. Archiefonderzoek Voor het archiefonderzoek heeft Het Oversticht in deze opdracht nauw samengewerkt met de Overijsselacademie. De Overijsselacademie is een onafhankelijk provinciaal kenniscentrum en productiehuis. Zij speelt een actieve rol in het onderzoeken, delen en koesteren van de rijke schatten van de regionale geschiedenis, taal en cultuur binnen Overijssel en daarbuiten. Met een diepgewortelde missie streeft de Overijsselacademie ernaar om bewustzijn te vergroten, erfgoedrijkdom te belichten en een diepere verbinding tussen mensen en hun leefomgeving te stimuleren. Het door de Overijsselacademie uitgevoerde archiefonderzoek is als bijlage toegevoegd aan dit rapport. De onderzoekers van de Overijsselacademie hebben voor een reconstructie van de gebeurtenissen rond het kloosterkerkhof van De Goede Herder aan de Vriezenveenseweg in Almelo zowel geschreven bronnen geraadpleegd als getuigen geïnterviewd. Ook hebben we toegang gekregen tot de archieven van de Zusters van de Goede Herder, ondergebracht in het Erfgoedcentrum Kloosterleven Nederland in Sint Agatha. Een deel van de archieven bleek in bruikleen te zijn bij de directeur van klooster Euphrasia in Bloemendaal, waar de Zusters van de Goede Herder onder vallen. Bij een bezoek aan de directeur is een register gedeeld met 218 geregistreerde personen die op de begraafplaats in Almelo hun laatste rustplaats vonden.
De directeur is hierna nog meerdere malen benaderd om informatie te delen die bij hem in bruikleen was. Het is niet bekend of in de documenten die voor dit onderzoek niet zijn ingezien nog bruikbare informatie staat. In het archief van de burgerlijke stand van de gemeente Almelo, beschikbaar via Collectie Overijssel, zijn de meeste overleden personen terug te vinden. 2 Bij de overledenen staat enkel Almelo als plaats van overlijden en is de persoon niet te herleiden tot het Klooster De Goede Herder. Het is dus niet mogelijk om in deze collectie te zoeken op plaats van overlijden om een vergelijking te maken met registratie in de burgerlijke stand en het register van het klooster. Er is ook niet te zoeken op de naam van de aangever van het overlijden, waardoor het moeilijk wordt vanuit dit archief andere informatie naar boven te halen dan opgenomen in het register. De informatie verkregen uit het register, het archiefonderzoek en de gehouden interviews leidt tot de volgende inzichten: Register
2
Op het kerkhof zijn in de periode 1881-1980 218 personen geregistreerd begraven, aldus het register van de begraafplaats van De Goede Herder. Dit waren zusters (Moeder-overste, Zusters Maria & Zusters Magdalena), geconsacreerden, oblaten, verpleegden en rectoren (incl. echtgenoot) van de kloostergemeenschap. In één geval (een in 1945 omgekomen Duitse soldaat) werd de betreffende persoon later op een plek buiten het kloosterterrein herbegraven. Van de begraven personen zijn er 32 geregistreerd als verpleegde en zijn 24 personen mogelijk als verpleegde aan te wijzen. Deze 24 zijn niet expliciet als verpleegde geregistreerd, maar zijn op basis van leeftijd en plaats van herkomst (niet Duitsland) zeer waarschijnlijk verpleegden geweest. De laatste begrafenis van een verpleegde vond plaats op 2 augustus 1951. Vanaf 1900 zijn in het register ook de geboortedata opgenomen. De jongste persoon was 15 jaar, de oudste 100. Van de verpleegden varieert de leeftijd tussen de 15 en 59 jaar. De range van leeftijden van de verpleegden komt niet overeen met de verwachting dat enkel meisjes van 14 tot 21 werden opgenomen. Het is niet duidelijk waarom er ook oudere verpleegden in het klooster verbleven.
Collectie ‘Personen Overijssel’
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
8
Twaalf verpleegden zijn voor 1900 overleden, waardoor de leeftijd van deze individuen niet te achterhalen valt. Door een paar oudere verpleegden ligt de gemiddelde leeftijd op 27 jaar - van de in totaal vierenveertig verpleegden met een geregistreerde leeftijd waren er achttien pupillen 21 jaar of jonger en zesentwintig ouder dan 21 jaar. Status Status aantal Moeder-overste 2 Rector Zuster Maria 3 78 Zus van rector Zuster Magdalena 24 Soldaat Geconsacreerde 4 21 Verpleegde 5 Oblaat 3 Verpleegde (vermoedelijk) Zuster 6 5 Onbekende status (wrs. zusters of auxiliares) Tabel 2. Overzicht van overledenen binnen de begraafplaats
aantal 3 1 1 32 24 24
Afbeelding 1. Detailopname (situatie 1956) van de begraafplaats. Het lijkt erop dat de begraafplaats is opgedeeld in drie zones en er een verschil bestaat in grootte van de kruizen.
Indeling begraafplaats
In het register van de begraafplaats wordt op een schets van de begraafplaats rond 1918 melding gemaakt van kindergraven. Dit betreft een situatieschets voor de uitbreiding. Er wordt gesproken van zeven kindergraven in elke rij en overleden Magdalena’s. Een totaal aantal kindergraven wordt niet genoemd. Ook is onduidelijk wat precies wordt verstaan onder kindergraven. Uit het register blijkt wel dat op het kerkhof ook achttien minderjarige verpleegden werden begraven. Minderjarig betekende destijds jonger dan 21 jaar. In 1919 wordt de begraafplaats uitgebreid van 680 m² naar 903 m². Op dat moment lagen er al 93 personen begraven. Er is enkel sprake van een uitbreiding en wijziging van de indeling van de
Zuster Maria’s zijn de Zusters van de Goede Herder Een geconsacreerde betrof een verpleegde die vervolgens in het klooster bleef. Zeer waarschijnlijk behoorden zij tot de orde van de Auxiliares. 5 Een oblaat is een lid van de religieuze orde, die in plaats van geloften, slechts een oblatie of toewijding aan de kloosteroverste aflegt. Hoogstwaarschijnlijk hadden zij dezelfde status als een Auxiliares. 6 Vanaf 1975 zijn er vijf vrouwen overleden die als zuster zijn geregistreerd zonder toevoeging Maria, Magdalena, geconsacreerde of oblaat. 3 4
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
9
begraafplaats. Er wordt niet over ruiming van oude graven gesproken. In de archieven van de gemeente Almelo is geen toestemming gevraagd voor het uitbreiden van de begraafplaats. De indeling van de begraafplaats wordt georiënteerd vanuit een Kruis van Jezus dat centraal op de begraafplaats heeft gestaan. Bij elk graf wordt genoteerd of dit aan de linker- of rechterzijde van het kruis is. Rectoren werden midden voor het kruis begraven. Vanaf 1930 wordt daarnaast ook genoteerd of een graf in het eerste of tweede stuk ligt, welke rij en welke positie in de rij een graf is gegraven. Het gaat hierbij om 92 van de 218 begravingen waarvan de locatie exact is geduid. Op basis van deze gegevens valt te concluderen dat aan de linkerzijde van het kruis twee delen (stuk) lagen met vijf rijen in het eerste deel met maximaal zeven graven, en in het tweede deel twee rijen van zeven graven. Aan de rechterzijde lagen eveneens twee delen, waarvan in het eerste deel vier rijen met maximaal zeven graven, en in het tweede deel zeven rijen met maximaal acht graven. Uit de registratie van locatie van de graven blijkt dat er in ieder geval veertien graven zijn waarin twee personen zijn begraven, en één graf waarin drie personen zijn begraven. Uit de andere begraafplaatsen van de congregatie van de Zusters van de Goede Herder blijkt dat er vaak twee personen in één graf werden begraven.
Er lijkt geen sprake te zijn van een tweede kerkhof op het kloosterterrein van De Goede Herder, zoals in het rapport van Laagland Archeologie is geopperd. Een luchtfoto van het kloosterterrein (zie afbeelding 2) geeft een scherp beeld van het volledige terrein. Linksboven op deze opname is duidelijk het kerkhof te zien. De witte objecten aan de rechterzijde lijken geen kruisen maar palen voor waslijnen te zijn. De Goede Herder had namelijk een grote wasserij en strijkerij op het terrein. In geen enkel document in de archieven wordt melding gemaakt van een tweede kerkhof, in tekst noch op tekeningen.
Afbeelding 2. Luchtfoto (situatie 1956) van het kloosterterrein met linksboven de begraafplaats. Uiterst rechts de palen om de was te drogen.
Situatie na vertrek Zusters
Getuigen spreken van enkele ruimingen in de jaren 80. Zij hebben deze niet zelf waargenomen, maar erover gehoord van familie of de tuinbaas. De ruimingen zijn niet teruggevonden in de archieven.
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
10
Rond 1988/1989, na het vertrek van de zusters uit Almelo, is het kloosterkerkhof - in opdracht van de tuinbaas - bovengronds geruimd. Circa 60-70 witte kruisen zijn hierbij verwijderd, waardoor het perceel niet meer als begraafplaats herkenbaar was. Rond 1993/1994 is op een deel van het perceel van het kloosterkerkhof een manege aangelegd. Een nachtwaker geeft aan dat er zeker een big bag vol menselijke resten naar boven is gekomen. Hij heeft geen kruiwagens gezien. In september 1997 heeft de congregatie van De Goede Herder opdracht gegeven tot ruiming van het voormalige kerkhof. De ruiming is niet conform de opdracht uitgevoerd. De menselijke resten van hoogstens enkele tientallen personen (waarschijnlijk nog minder) zijn opgegraven en op 22 september herbegraven in Bloemendaal. De ruimer heeft het over “een halve big bag aan menselijke resten die zijn overgezet in enkele houten bakken die vervolgens in Bloemendaal zijn herbegraven. De grafsteen van rector Van Beek was hier niet bij.” De tuinbaas van Bloemendaal was verbaasd over de beperkte hoeveelheid “drie of vier schedels en wat botjes” die naar Bloemendaal was gekomen. “De grafsteen van de rector (Van Beek) was ook meegekomen uit Almelo, dus die hebben we ook een plek gegeven.” 7 De gemeente Almelo is destijds niet ingelicht over de ruiming in september 1997.
Evenmin is, zoals de Wet op de lijkbezorging voorschrijft, het register van de begraafplaats overgebracht naar het archief van de gemeente. Getuigen spreken - los van de ruiming in 1997 - over twee momenten die kunnen duiden op méér ruimingswerkzaamheden in de periode 1992-2001. Een nachtwaker van het meisjesinternaat Huize Alexandra zegt enkele kruiwagens met menselijke resten gezien te hebben op het terrein. Een leerkracht van de school op het terrein (De Lakestenen) ziet tijdens de bouw van een nieuwe manege met paardenbak (in 2000) witte schermen die het zicht op graafwerkzaamheden ter hoogte van het kerkhof moesten ontnemen. Ook deed het gerucht de ronde dat er ‘iets’ gevonden zou zijn. De beweringen worden niet gestaafd door documenten in de archieven. Het toezicht op het perceel van het kloosterkerkhof lijkt tussen 1980 (na de laatste begrafenis) en 2014 (aankoop van het perceel door de gemeente Almelo) niet voldoende te zijn geweest. De grond wisselde een aantal keren van eigenaar, terwijl de congregatie van De Goede Herder zich steeds verder terugtrok uit Almelo. Ook het schoolbestuur ging drie keer over in andere handen. Complicerend is de crisissituatie bij het meisjesinternaat Huize Alexandra in de periode 1985-1995.
Er waren voortdurend spanningen tussen internaat en school, er brak onrust uit bij het personeel van Huize Alexandra over het gevoerde beleid, er waren beschuldigingen van seksuele intimidatie, en het gedrag van enkele pupillen buiten het internaat bracht de leiding meerdere keren in verlegenheid. De focus van de directie lag op de dagelijkse gang van zaken, niet op zorgvuldig handelen ten aanzien van het voormalige kloosterkerkhof. Aan de andere kant verloor de begraafplaats de aandacht van de uit Almelo vertrokken kloosterorde, totdat in 1997 door de congregatie werd besloten de graven te ruimen. Het is niet exact duidelijk geworden hoeveel graven er in de afgelopen jaren zijn geruimd en hoeveel graven nog aanwezig zijn. De vondst van menselijke resten in oktober 2023, na het graven van drie proefsleuven tijdens het archeologisch onderzoek, geeft in ieder geval aan dat er niet volledig is geruimd.
De tuinbaas en de ruimer benoemen beiden de ruiming in 1997. De getuigenissen komen niet volledig met elkaar overeen.
7
11 Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
4. Juridische aandachtspunten Aanleg, gebruik en sluiting begraafplaats door Zusters In het archiefonderzoek is duidelijk geworden dat in 1881 een aanvraag bij de gemeente Ambt Almelo is ingediend om een begraafplaats in te richten. Met een brief, gedateerd op 2 november 1881, heeft Moeder Overste M. Euphrasia Schaferhoff van het Gesticht Goede Herder een verzoek bij de burgemeester en wethouders ingediend om ten zuidwesten van het kloostercomplex een begraafplaats voor het gesticht in te richten. Het perceel dat als begraafplaats ingericht zou worden, lag binnen het destijds kadastraal bekende perceel Ambt Almelo, sectie A, nr. 2397 en had een oppervlak van 6 are en 80 centiare (680 m²). In het archief van de gemeente Almelo is geen documentatie te vinden waaruit blijkt dat schriftelijk op het verzoek is gereageerd. Wel valt uit het register van het klooster op te maken dat het klooster een vergunning heeft gekregen: “ Den 10 November van ’t jaar 1881 ontving de Overste van ’t Liefdsesgesticht de Goede Herder te Almelo, van den Heer Burgemeester van ’t Ambt Almelo de vergunning een eigen Kerkhof te mogen hebben voor ’t gebruik van ’t Klooster. Het Kerkhof wordt door den Hoog Eerw. Heer Deken Rijgers ingezegend. Vervolgens werden er begraven.”
De eerste begraving van het klooster dateert vervolgens van 25 november 1881. Op 25 april 1919 is de begraafplaats uitgebreid van 680 m² naar 903 m². Op dat moment lagen er al 93 personen begraven. In het register is rond deze datum het volgende opgetekend: “Notabene. Am 25. April 1919 wurde das neue Stück am Kirchhofe durch den … Herr Rector Joseph Lokin (?) eingesegnet. Das grosse Kreuz mit dem Corpus wurde versetzt in den Mittelweg zwischen dem alten und neuen Kirchhof. Somit liegen alle Gräber von Nr. 1 bis einschliesslich 93 zur linken Hand des Kreuzes.”
Afbeelding 3. Schets van de begraafplaats met rechts de uitbreiding. In rood is de vermoedelijke ligging van de uitbreiding omlijnd. Het kruis is naar de linkerkant van de uitbreiding geplaatst.
Met de uitbreiding van de begraafplaats is de inrichting dus enigszins gewijzigd. Het grote kruis is naar de middelweg verplaatst tussen het oude en nieuwe kerkhof. Door de wijziging zijn alle 93 bestaande graven aan de linkerzijde van het Kruis komen te liggen. Bij het begraven was er geen specifieke plaatsing van individuen op basis van status / positie binnen het klooster. Zo zijn er na de uitbreiding 33 Zuster Maria’s in het oude deel begraven en 22 Zuster Maria’s in het nieuwe gedeelte. Bij de verpleegden ligt de verhouding bijna gelijk, 13 in het oude deel en 15 binnen de uitbreiding. In totaal zijn 142 personen aan de linkerzijde van het kruis (het oude gedeelte) begraven en liggen er 74 aan de rechterzijde, de uitbreiding. Twee rectoren
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
12
zijn in het midden bij het Kruis begraven. Tot eind januari 1980 is de begraafplaats in gebruik geweest. Zuster Fortunata (Maria Josephine Dopp, overleden 27-01-1980) is de laatste persoon die er begraven is. In de archieven van de gemeente Almelo zijn geen gegevens gevonden omtrent de voorgenomen sluiting van de begraafplaats en was ook geen register aanwezig. Dit register bleek wel aanwezig te zijn in de archieven van de Zusters van de Goede Herder en is tijdens het archiefonderzoek met ons gedeeld. Op 27 november 1987 wisselt het kerkhof door grondruil van eigenaar van de congregatie (Nederlandse provincie van de congregatie van Onze Vrouwe van Liefde van de Goede Herder) naar de Stichting De Goede Herder te Bloemendaal. In de akte zijn ook een aantal aanvullende bepalingen opgenomen: 1. Partijen kunnen het geruilde op heden in eigendom aanvaarden in de staat, waarin het zich thans bevindt, met alle daaraan verbonden lusten en lasten, rechten en verplichtingen, heersende en lijdende erfdienstbaarheden, zichtbare en onzichtbare gebreken, doch vrij van hypotheken, beslagen en inschrijven daarvan, alsmede vrij van overgeschreven huurkoopovereenkomsten. Partijen zijn tot geen andere vrijwaring gehouden, dan die wegens uitwinning. 6.
Ten aanzien van het kadastrale perceel, gemeente Ambt-Almelo, sectie K nummer 2183, het kerkhof komen partijen nog het volgende overeen: a) De stichting neemt op zich, de verplichting om, zolang het kerkhof blijft bestaan, het te (doen) onderhouden en in goede staat te behouden, in overleg met de congregatie; b) Leden van de congregatie behouden het recht, het kerkhof te bezoeken, zolang dit blijft bestaan; c) de stichting heeft niet het recht op het kerkhof te (doen) begraven; d) de hiervoor vermelde bepalingen sub a tot en met c zullen bij elke volgende eigendomsoverdracht aan de nieuwe eigenaar moeten worden opgelegd bij wege van kettingbeding.
De begraafplaats is eind jaren 80 (1988 of 1989) bovengronds geruimd, waarbij alle witte kruisen in een container verdwenen. Aanleiding waren klachten van de leerlingen van Huize Alexandra, die de aanwezigheid van de begraafplaats dicht bij school eng vonden. Opdrachtgever hiervan was tuinbaas Scholten, met mogelijk medeweten van zuster Benedict. In 1995 vindt de fusie plaats tussen de Stichting de Goede Herder en de Frentrop Stichting. In aanloop naar de naderende fusie vraagt zuster Benedict in de bestuursvergadering van de stichting De Goede Herder om een passende afwikkeling van het kloosterkerkhof. Op een bestuursvergadering van het provincialaat Zusters van de Goede Herder (de congregatie) van 30-041997 staat onder punt 7 ‘Sluiting Kerkhof Almelo’ op de agenda. Uit de notulen: Het kerkhof in Almelo wordt niet onderhouden. Men heeft zonder overleg de hekken rondom verwijderd en bomen en struiken gerooid. Er zijn plannen om de stoffelijke resten op ons kerkhof in Bloemendaal te laten begraven. Waarschijnlijk heeft de overdracht in juni plaats. Men moet rekenen op een uurloon van ƒ 85,- voor de opgravers en ƒ 50,- voor de toezichthouders. Er wordt een officiële prijsopgave gemaakt, daar moet op gewacht worden.
Op 21 augustus 1997 wordt door een Almelose ondernemer bij het bestuur van de Zusters van de Goede Herder in Bloemendaal een offerte aangeleverd voor het ruimen van 218 graven voor een totaalprijs van ƒ 11.994,-. Het aantal graven correspondeert exact met de namenlijst uit het register van het klooster. Bij een volgende bestuursvergadering van het provincialaat op 27-08-1997 wordt het volgende genotuleerd: De onkosten van het ontruimen van het kerkhof in Almelo en de herbegraving in Bloemendaal komen op f 11.000.-- Er is een afspraak om de herbegraving eind september te doen plaatsvinden. Dhr. de Jong zoekt
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
13
een geschikte plaats voor het gemeenschappelijke graf op ons kerkhof. De overschotten worden in hoezen verpakt en een gedeelte in een kist. Deze kist wordt tijdens de herdenkingsdienst in de kapel geplaatst.
Op 2 september 1997 deelt de Provinciaal overste, zuster Maria Alphonsa Donders, aan de Almelose ondernemer mede: “dat wij akkoord gaan met uw totale prijsopgave van ƒ 11.994,- voor het ruimen, overbrengen en herbegraven van alle overledenen van de begraafplaats van de Zrs. van de Goede Herder gelegen aan de Vriezeveenseweg te Almelo naar het kloosterkerkhof te Bloemendaal”.
Uit deze tijdslijn kunnen we een aantal zaken afleiden: 1) In 1980 vindt de laatste begrafenis plaats. 2) Na het vertrek van de laatste zusters in 1983 neemt het beheer en toezicht op het kerkhof af. 3) Met de overdracht van het kerkhof van congregatie naar stichting De Goede Herder in november 1987 is impliciet het besluit genomen het kerkhof te sluiten. Immers mag er vanaf dat moment door de stichting niet begraven worden. Omdat het kerkhof met rechten en plichten is overgegaan naar de stichting kunnen we concluderen dat ook de congregatie vanaf dit moment geen rechten meer heeft om op de begraafplaats te begraven. 4) De staat van het onderhoud van het kerkhof neemt met de jaren steeds verder af. Het kerkhof wordt bovengronds en deels ondergronds geruimd en is uiteindelijk niet meer als zodanig herkenbaar. 5) In de bestuursvergadering van het provincialaat van april 1997 wordt besloten om het kerkhof formeel te sluiten en op te heffen. Vervolgens wordt er een akkoord gegeven op de prijsopgave om tot ruiming over te gaan. Het provincialaat heeft bij burgemeester en wethouders geen melding gedaan van de sluiting. 6) De (onvolledige) ruiming vindt in september 1997 plaats. Op 22 september 1997 zijn de overblijfselen van de geruimde graven in Bloemendaal herbegraven. 7) In 2000 is er gedeeltelijk een paardenbak over de begraafplaats aangelegd.
Hierbij zijn mogelijk ook menselijke resten geruimd.
Wet op de lijkbezorging In de Wet op de lijkbezorging (2022) 8 zijn regels opgenomen over onder andere de lijkschouw, registratie van overlijden en de termijnen voor begraving en crematie. Deze wet is een actualisatie van de Wet op de lijkbezorging (1955 & 1991) die op haar beurt de Begrafeniswet van 1869 verving. Ook worden er in de wet regels gesteld voor het aanleggen en sluiten van gemeentelijke en bijzondere begraafplaatsen en het ruimen van aanwezige graven. Voor het juridische aspect van de begraafplaats is uitvoerig gebruikgemaakt van de kennis van mr. W.G.H.M. van der Putten te Velp, een in de uitvaartzorg gespecialiseerde jurist. Onze dank gaat dan ook uit naar zijn input in deze kwestie.
Sluiten en opheffen begraafplaats Er zijn twee manieren om een begraafplaats 9 op te heffen. De eerste manier is om de begraafplaats te sluiten, zodat er niet meer begraven mag worden. Uiteindelijk vervalt de status van begraafplaats. Sluiting kan plaatsvinden door zowel de houder van de bijzondere begraafplaats (artikel 43, lid 3, Wet op de lijkbezorging) als door burgemeester en wethouders (artikel 44, Wet op de lijkbezorging). De houder van een bijzondere begraafplaats moet de sluiting melden bij burgemeester en wethouders. Hierbij moet dan https://wetten.overheid.nl/BWBR0005009/2022-01-01 De begraafplaats van het Klooster de Goede Herder betreft geen gemeentelijke begraafplaats maar wordt door de wet gezien als een bijzondere begraafplaats.
8 9
14 Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
ook het register van de begraafplaats worden overgebracht naar het archief van de gemeente (artikel 27, lid 3, Wet op de lijkbezorging). Het register van een begraafplaats bevat een compleet overzicht van alle personen die daar ooit begraven zijn geweest, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven zijn. Het bijhouden van een register is een verplichting die pas in 1991 in de wet is opgenomen. Ruimingen en opgravingen behoren ook in het register van een begraafplaats te worden genoteerd, omdat dit veranderingen zijn in de plek waar een overledene begraven is. De tweede manier om een begraafplaats op te heffen is om alle graven te verwijderen (artikel 47, Wet op de lijkbezorging). Men kan vervolgens direct feitelijk besluiten om de begraafplaats buiten gebruik te stellen. Als men een begraafplaats sluit, beginnen er termijnen te lopen. De aanwezige graven mogen voor een bepaalde periode niet worden geroerd. Onder de huidige wetgeving (artikel 46 Wet op de lijkbezorging), mag men graven de eerste twintig jaar niet beroeren. In de volgende tien jaar mag men beperkt in de grond graven. Dit houdt in dat er gezaaid en beplant mag worden, mits er niet dieper gegraven wordt dan 0,5 meter beneden maaiveld. Na dertig jaar vervallen deze voorschriften.
In artikel 44 van de Wet op de lijkbezorging staat het volgende: Indien op een begraafplaats gedurende tien jaren geen begraving meer heeft plaats gehad, kunnen burgemeester en wethouders de begraafplaats gesloten verklaren. De begraafplaats wordt alsdan geacht met ingang van de dag na die van de laatste begraving te zijn gesloten. Deze dag wordt in het besluit van burgemeester en wethouders vermeld.
Tot slot is in deze zaak artikel 47 van de Wet op de lijkbezorging relevent om te noemen: Een begraafplaats houdt op dit te zijn, indien de grond die bestemming heeft verloren en zich daarin geen graf bevindt.
Als de resterende graven - met inachtneming van de juiste termijnen – worden geruimd en het terrein de bestemming begraafsplaats wordt ontnomen, is aan de voorwaarde van artikel 47 voldaan. 10 Op het moment dat alle voorschriften zijn vervallen, gelden in principe de bepalingen van de Wet op de lijkbezorging en ook van een gemeentelijke beheersverordening niet meer omdat er geen sprake meer is van een begraafplaats. Na de genoemde termijnen verliest het kerkhof zijn status en is daarmee opgeheven. Vanuit archeologisch perspectief worden de menselijke resten vanaf dat moment als ‘archeologische vondsten’ beschouwd. Of een lijk dat ooit begraven is op een begraafplaats als een archeologische vondst wordt beschouwd, hangt af van de omstandigheden. Wanneer een graf wordt geruimd, worden de lijken beschouwd als menselijke resten. Wanneer zowel het graf als zijn inhoud hun wettelijke status verliezen nadat een begraafplaats is opgeheven (artikel 47 Wlb) vallen de resten niet meer onder de Wet op de lijkbezorging en worden beschouwd als gewone ‘voorwerpen’ die men kan opgraven en die voorwerp van eigendom kunnen worden. De Nederlandse archeologie hanteert een termijn van vijftig jaar voordat iets als een archeologische vondst kan worden beschouwd.
Dat betekent dat alle vondsten van voor 1974 als archeologische vondst kunnen worden gekwalificeerd, maar daar niet per se toe gerekend hoeven te worden.11 Almelo Uit archiefonderzoek blijkt dat de door (oog)getuigen gemelde ruimingen (onder andere de ruiming in 1997 waarvoor opdracht is verleend) niet in het register van de begraafplaats zijn opgenomen. Ook is niet 10 11
Het gaat hier om de status van begraafplaats en niet om een bestemming in de zin van ruimtelijke ordening. Bron: https://www.begraafplaats.nl/de-begraafplaats/artikel/wanneer-wordt-een-mens-een-ding/.
15 Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
duidelijk of het register van het klooster compleet is. Een intern document dat over het klooster is opgesteld, vermeldt twee kinderen die in de oorlog zijn begraven en een pastoor uit Brummen. Deze drie personen zijn niet terug te vinden in het register. Er is geen officieel besluit tot sluiting van de begraafplaats van de Zusters van de Goede Herder in Almelo gevonden in de archieven van de gemeente Almelo. Toch lijkt het erop - uit de overdracht van de congregatie aan de Stichting De Goede Herder - dat het provincialaat besloten heeft de begraafplaats per 28 november 1987 te sluiten. Ook is in de notulen van bestuursvergaderingen en de verleende opdracht (d.d. 02-09-1997) te lezen dat het provincialaat besloten heeft de begraafplaats op te heffen.
Ruiming van de graven Voor het ruimen van een graf is artikel 31 van de Wet op de lijkbezorging relevant om te noemen. In lid 2, 3 en 5 wordt het volgende gesteld: 2.
3. 4. 5.
Het ruimen geschiedt niet dan op last van de houder van de begraafplaats en na verloop van tien jaar nadat in het graf laatstelijk een lijk is geplaatst, en, indien het een particulier graf betreft, met toestemming van de rechthebbende op het graf. De overblijfselen der lijken worden op een begraafplaats ter aarde besteld of, met overeenkomstige toepassing van het gestelde in artikel 29, derde lid, in een crematorium gecremeerd. […] Ten minste twee maanden voordat een graf van een onbekende wordt geruimd, geeft de houder de burgemeester daarvan kennis. De burgemeester is bevoegd, uitsluitend ten behoeve van de identificatie van de onbekende en opsporing van vermiste personen, van de overblijfselen van de onbekende door of onder verantwoordelijkheid van een arts lichaamsmateriaal af te doen nemen of een gebitsstatus te doen opmaken. Indien de burgemeester van die bevoegdheid gebruik maakt, wordt de ruiming opgeschort, ten minste tot het moment dat de uitslag van de poging tot identificatie bekend is, waarna een nabestaande in de lijkbezorging voorziet dan wel de ruiming kan worden voltooid.
Voordat een graf wordt geruimd, moet een termijn in acht worden genomen. Deze termijn kan, in geval van gemeentelijke begraafplaatsen, afhangen van de beheersverordening van de begraafplaats. In de beheersverordening van beide begraafplaatsen van de gemeente Almelo zijn hierover geen specifieke termijnen opgenomen. Conform artikel 31 Wlb, lid 5 dient er minimaal twee maanden tussen kennisgeving en ruiming te zijn. Het ruimen van graven kan vervolgens op twee manieren gebeuren. 1) Stoffelijke resten kunnen dieper in hetzelfde graf worden begraven. Boven in het graf ontstaat dan ruimte voor nieuwe kisten. 2) Stoffelijke resten kunnen op de begraafplaats naar een verzamelgraf voor botten worden overgebracht. De gekozen manier hangt af van de begraafplaats en van het nieuwe doel van het geruimde graf. Als hele grafvakken in één keer geruimd kunnen worden, wordt vaak gekozen voor de tweede manier.
Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats Almelo Gemeente Almelo heeft een beheersverordening vastgesteld voor het beheer en het gebruik van beide (gemeentelijke) begraafplaatsen in Almelo. 12 Hoewel de begraafplaats van het Klooster de Goede Herder niet onder een gemeentelijke begraafplaats valt, kan wel worden gesteld dat de gemeente momenteel
12
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR52801/1 & https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR35970/1
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
16
houder van deze begraafplaats is. Het is daarom logisch om naar de beheersverordening te kijken om te achterhalen hoe de gemeente omgaat met haar eigen begraafplaatsen. Voor het ruimen van de graven op de kloosterbegraafplaats aan de Vriezenveenseweg zijn de volgende passages in de beheersverordening relevant om te melden: Artikel 6 Opgravingen en ruimen Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. Artikel 25 Ruiming, bezorging van overblijfselen en as 1. De ruiming van graven waarop de rechten zijn geëindigd of vervallen geschiedt vanwege de gemeente. 2. De bij de ruiming nog aanwezige overblijfselen van lijken worden begraven en de as wordt verstrooid op een daartoe bestemd gedeelte van de begraafplaats.
Huidige situatie De huidige situatie kan op de volgende manieren worden beschouwd: 1) De congregatie van De Zusters van de Goede Herder heeft in 1987 het terrein met daarbinnen de begraafplaats verkocht aan de Stichting De Goede Herder. Daarbij is de expliciete bepaling opgenomen dat er geen nieuwe begravingen meer mogen bijkomen. Hieruit valt op te maken dat de congregatie de intentie had om de begraafplaats te sluiten. 2) Vervolgens is er het besluit van het provincialaat uit 1997 waarin zij van plan is de begraafplaats op te heffen. Er wordt een opdracht verleend om alle aanwezige graven te ruimen en te herbegraven in Bloemendaal. Uit de stukken en bevindingen ter plekke valt te concluderen dat er twee zaken fout zijn gegaan. Ten eerste heeft het provincialaat het bestuur van de gemeente Almelo niet op de hoogte gesteld van de sluiting van de begraafplaats. Ten tweede was de ruiming van de begraafplaats onvolledig. 3) Wanneer de volledige begraafplaats zou zijn geruimd conform de eerder genoemde opdracht in september 1997, zou er vanaf dat moment geen sprake meer zijn van een begraafplaats (artikel 47 Wet op de lijkbezorging) en zouden er geen termijnen van toepassing zijn. Als deze situatie zich had voorgedaan, had de huidige ontwikkeling zonder belemmeringen kunnen plaatsvinden.
4) Doordat de bestemming ‘begraafplaats’ niet is ontnomen en er geen formeel besluit is genomen om de graven te gaan ruimen heeft het terrein momenteel nog steeds de status van begraafplaats.
Voorstel tot vervolg In de geest van het besluit van het provincialaat om de begraafplaats in 1987 te sluiten en de opdracht in 1997 om tot volledige ruiming over te gaan, kan gesteld worden dat er een plan lag om het terrein te ontdoen van de aanwezige graven. Daarmee zou er eind september 1997 geen sprake meer zijn van een begraafplaats. Hoewel er nu door het verstrijken van de geldende termijnen (dertig jaar na de laatste begraving, rond 27 januari 1980) geen voorschriften meer gelden op de graven is het noodzakelijk om twee formele besluiten te nemen om daarna tot ontwikkeling over te kunnen gaan. Wij stellen voor dat het college besluit het terrein de bestemming ‘begraafplaats’ te ontnemen en zij vervolgens besluit tot ruiming van het terrein over te gaan. Omdat niet alle individuen als archeologische vondst kunnen worden beschouwd, is het ook belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de voorgenomen ruiming.
Rapport kloosterbegraafplaats Huize Alexandra
v3 - definitief, 21-05-2024
17
5. Voornemen tot ontwikkeling Er zijn meerdere manieren om het terrein geschikt te maken voor verdere ontwikkeling. Voor dit onderzoek is naar een aantal zaken gekeken om tot een goede afweging te kunnen komen. Op het moment dat de bestemming van de begraafplaats ontnomen wordt, zijn er vanuit juridisch oogpunt geen specifieke eisen meer voor de ruiming in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Het is vanaf dan dus mogelijk om zonder verdere specifieke voorwaarden de locatie bouwrijp te maken.
Ethische aandachtspunten Vanuit verschillende bronnen, waaronder oud-pupillen en media, circuleren verhalen over mogelijke doodsoorzaken van de verpleegden. Het archiefonderzoek heeft zich echter niet gericht op de omstandigheden rondom het overlijden van de personen in het register. In de onderzochte documenten zijn geen aanwijzingen gevonden voor een niet-natuurlijke dood. Van de meeste personen (zusters etc.) is het aannemelijk dat zij door ouderdom zijn overleden. Zoals eerder gesteld ligt de gemiddelde leeftijd bij de verpleegden op 27 jaar, waarbij achttien verpleegden jonger dan 21 jaar waren. De jongste was 15 jaar. De doodsoorzaak van de verpleegden is onbekend. Ook de burgerlijke stand van de gemeente (Ambt) Almelo heeft geen gegevens over de toedracht genoteerd. Wel kan het bij het ruimen van de graven - wanneer de stoffelijke resten goed genoeg bewaard zijn gebleven - blijken dat een persoon onder verdachte omstandigheden is overleden. Doordat de ruiming onder archeologische en fysisch-antropologische begeleiding plaatsvindt en ordentelijk wordt geregistreerd, hebben derden de mogelijkheid om aanvullend onderzoek te doen. Tijdens de ruiming is het ook mogelijk dat tot dan toe onbekende personen worden aangetroffen. In het verleden zijn er op verschillende momenten graafactiviteiten geweest, waarbij meerdere overledenen zijn herbegraven in Bloemendaal.