6 Ontwerpbestemmingsplan Zeilkerweg 5 Bornerbroek
Tekst van het document
Programma Water- en Riolering - De verbindende kracht van water (2022-2026) Met de invoering van de Omgevingswet vervalt de verplichting van het opstellen van een (verbreed)
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
24
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Gemeentelijk RioleringsPlan(vGRP). In plaats daarvan kunnen gemeenten een (vrijwillig) Programma opstellen. Met dit Programma Water en Riolering sorteren we voor op komst van de Omgevingswet. In het Programma Water en Riolering –De verbindende kracht van water (2022-2026) worden de ambities en doelstellingen zoals verwoord in de Almelose Omgevingsvisie en de Klimaatadaptatiestrategie(AKAS) uitgewerkt tot maatregelen. Met het programma wordt voorgesorteerd op een meer integrale aanpak en maken we gerichter keuzes om nog doelmatiger en efficiënter te kunnen werken. Hiermee houden we ons watersysteem ondanks extra kosten en de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt haalbaar en betaalbaar. Met ons watersysteem streven we daarom naar het integreren van de vier waterstromen: stedelijk afvalwater hemelwater (regenwater) grondwater oppervlaktewater Deze watertaken corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente. Oppervlaktewater zien we als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). De maatregelen voor de komende planperiode zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de normen die volgen uit de doelstellingen.
Maatregelen betreffen onderzoeks-, borgings-en fysieke maatregelen en zijn gericht op het meer datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad inrichten, onderhouden en vervangen van het watersysteem. Datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad vormen dan ook de drie pijlers van onze werkwijze. Almelose Klimaatadaptatie Strategie Sinds 2018 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie van kracht. Hierin hebben Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten met elkaar afgesproken dat ons land van af 2050 klimaatrobuust en waterbestendig is ingericht. De verschillende overheden werken hiervoor met elkaar samen in zogenaamde werkregio's. Voor de gemeente Almelo is dit Twents waternet (TWN). Het Deltaprogramma werkt volgens een aantal stappen: WETEN: we brengen de effecten en kwetsbaarheden in beeld WILLEN: we gaan met de stad in gesprek om de gezamenlijke ambitie te bepalen WERKEN: we stellen een agenda op met concrete acties die Almelo klimaatrobuust maken De stappen zijn vertaald in 7 ambities: 1. Kwetsbaarheden in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7.
Handelen bij calamiteiten In het AKAS zijn de ambities gekoppeld aan de klimaattrends en zoveel mogelijk uitgewerkt in kwalitatieve en getalsmatige uitgangspunten voor nieuwbouw, openbare ruimte en privaat terrein. Het AKAS beperkt zich tot de klimaattrends wateroverlast (inclusief overstromen van beken en kanalen), hitte en droogte. Watertoetsproces Op 4 mei 2023 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht. Aangezien het enkel een planologische functiewijziging betreft raakt het plan geen waterschapsbelangen en ook geen gemeentelijke waterbelangen. Het plan heeft geen gevolgen voor de waterhuishouding ter plaatse. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
25
NL.IMRO.0141.00164-BP21
4.9
Ecologie
Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toets Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Gronden die tot het NNN behoren liggen op minimaal 675 m afstand van het plangebied. Natura 2000-gebied Het plangebied behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op minimaal 11 km afstand (Lonnekermeer). Vanwege de lokale invloedsfeer hebben de voorgenomen activiteiten geen negatieve effecten op deze Natura 2000- of Natuurnetwerk Nederland gebieden. Er is geen nader onderzoek nodig in het kader van gebiedsbescherming en er hoeft geen ontheffing van de Omgevingsverordening Overijssel of Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Soortenbescherming Als gevolg van voorliggende plannen worden geen fysieke ingrepen beoogd. De gronden in het plangebied worden reeds gebruikt voor het wonen (als bedrijfswoning).
Op basis hiervan lijkt van aantasting van leefgebied voor beschermde flora en fauna geen sprake, daarnaast is de invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling lokaal. Op basis van deze gegevens wordt nader onderzoek op basis van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk geacht.
4.10 Archeologie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Toets De gemeente Almelo heeft een archeologische verwachtings- en advieskaart opgesteld. Nadere toetsing aan dit beleid is echter niet nodig. Net als bij het aspect bodem geldt dat er geen bodemingrepen zijn voorzien die nog niet mogelijk zijn op basis van het geldende bestemmingsplan. De omzetting van de aanduiding plattelandswoning betreft enkel een planologisch verandering.
4.11 Verkeer / parkeren De planologische omzetting leidt niet (of nauwelijks) tot extra verkeer. De verkeersdruk op de openbare weg neemt niet toe. Parkeren zal conform de bestaande situatie plaatsvinden op eigen terrein, waar voldoende ruimte is om in parkeergelegenheid te voorzien.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
26
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Het aspect 'verkeer / parkeren' levert derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
27
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek
De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
T oelichting op de regels
5.2.1 Opbouw In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.
Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijk en van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijk en van de gebruik sregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
28
NL.IMRO.0141.00164-BP21
bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.
De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.
Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
5.2.2 Bestemmingen Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch met waarden (Artikel 3) Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Zelfstandige niet-grondgebonden agrarische bedrijven en intensieve veehouderij zijn niet toegestaan. De gronden zijn eveneens bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en/of natuurwaarden ter plaatse van de aanduidingen: 1. 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - hoogteverschillen' hoogteverschillen;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
29
NL.IMRO.0141.00164-BP21
2. 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - houtopstanden' houtopstanden; De gronden zijn ook bestemd voor het bestaande aantal bedrijfswoningen en maximaal één paardenbak binnen het bouwvlak zijn toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - plattelandswoning' is een plattelandswoning toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - opslag' is stalling en opslag toegestaan. Daarnaast zijn binnen deze bestemming wegen en paden, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, teeltondersteunende voorzieningen binnen het bouwvlak, met dien verstande dat boogkassen met een bouwhoogte van maximaal 1,20 m uitsluitend zijn toegestaan in de periode van oktober tot en met april, extensieve dagrecreatie met bijbehorende gebouwen, overige bouwwerken, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak, groenvoorzieningen, tuinen en erven en bestaande nutsvoorzieningen toegestaan. Er is een maximale goot- en bouwhoogte aangegeven voor bedrijfsbebouwing en de bedrijfswoning c.q. plattelandswoning. Voor bedrijfsbebouwing geldt een maximale goothoogte van maximaal 6 meter, met een maximale bouwhoogte van 10 meter. Voor bedrijfswoningen en plattelandswoning geldt een maximale goothoogte van 5 meter, met een maximale bouwhoogte van 9 meter.
Daarnaast zijn er nog regels opgenomen met betrekking tot de inhoud van een bedrijfs- en plattelandswoning (maximaal 750 m3), de dakhelling van bedrijfsgebouwen (minimaal 20°) en dat de afstand tot de eigendomsgrens niet minder dan 5 meter mag bedragen. Voor bijbehorende bouwwerken bij bedrijfs- en plattelandswoningen zijn regels opgenomen, evenals voor overige bouwwerken. De bestemming kent een afwijkingsmogelijkheid voor het toegestaan van een grotere bouwhoogte van bedrijfsgebouwen. Middels afwijking van de gebruiksregels wordt onder voorwaarden inwoning mogelijk gemaakt, evenals onder meer nevenactiviteiten, recreatieve nevenactiviteiten en een biomassavergistingsinstallatie. Waarde - Archeologische verwachting hoog en middelhoog De gebieden met middelhoge en hoge verwachtingswaarden alsmede gebieden met een archeologische waarde zijn als een dubbelbestemming opgenomen waarvoor planregels gelden. In de regels geldt in principe een verbod op grondwerken tenzij vooraf onderzoek wordt gedaan. Op het verbod op grondwerken gelden vrijstellingen waarbij de omvang en diepte van de grondwerken bepalend zijn. Indien geen vrijstelling van toepassing is dient er een omgevingsvergunning aangevraagd te worden waarbij een rapportage van het archeologisch vooronderzoek overlegd moet worden.
Om te voorkomen dat voor elke kleine ingreep onderzoek moet worden verricht en een omgevingsvergunning moet worden afgegeven, wordt een drempel gehanteerd. Onderzoek is alleen nodig en een omgevingsvergunning wordt alleen vereist voor werkzaamheden met een oppervlak groter dan 2500 m2 en 5000 m2 in respectievelijk gebieden met de waarde archeologie, een hoge verwachting en een middelhoge verwachting. Bovendien geldt dit alleen voor grondwerken dieper dan 40 cm.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
30
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
31
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in april 2023 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B, onder hoofdstuk 3 (Woningbouw in het buitengebied) waarvoor geen vooroverleg noodzakelijk is. Waterschap Vechtstromen Op 4 mei 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap geen waterschapsbelang heeft voor de voorgenomen plannen. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
Omgeving De initiatiefnemer heeft de directe omwonenden en het naastgelegen agrarisch bedrijf geïnformeerd over het plan. De geïnformeerden hebben ingestemd met het plan. Voorts geldt dat het agrarisch bedrijf niet in haar ontwikkelingsmogelijkheden wordt beperkt.
7.2
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ......... voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn ......... zienswijzen binnengekomen.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
32
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Bijlagen bij de toelichting
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
33
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Bijlage 1 ISL3a berekening
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
34
ISL3a berekening Locatie: Zeilkerweg 3-5 7627 RL Bornerbroek
Opgesteld door:
10-10-2023
ISL3a-berekening Zeilkerweg 5 te Bornerbroek
1
Inleiding Er bestaat een wens om Zeilkerweg 5 te Bornerbroek te gebruiken als plattelandswoning. Te Zeilkerweg 3 is een veehouderij gevestigd. Op het bedrijf worden melkkoeien, vleeskalveren, vleesstieren en ook jongvee gehouden. Figuur 1 geeft de situatie weer. Ten bate van een bestemmingsplanprocedure moest worden uitgesloten dat de drie stallen een ontoelaatbare concentratie fijnstof veroorzaken.
Figuur 1: Situering en naamgeving stallen
Wettelijk kader In artikel 5.6, lid 1 van de Wet Milieubeheer (hierna: Wm) staat beschreven dat ten aanzien van de kwaliteit van de buitenlucht uitsluitend Titel 5.2 en bijlage 2 van de Wm gelden, alsmede de op deze titel berustende bepalingen. Bijlage 2 van de Wm beschrijft richtwaarden en grenswaarden voor verschillende stoffen in de lucht. Voor fijnstof (PM10) geldt een jaargemiddelde grenswaarde van 40 µg/m3, die niet mag worden overschreden. Daarnaast geldt er een daggemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3, die niet meer dan 35 keer per jaar mag worden overschreden. Voor de toepassing van o.a. bijlage 2 wordt in de Wm, artikel 5.20, verwezen naar de ministeriële Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. In artikel 66 van deze regeling is bepaald dat voor 15 maart van ieder kalenderjaar onder andere een overzicht wordt bekendgemaakt van de emissiefactoren per dier per jaar, betreffende zwevende deeltjes (fijnstof, PM10). Emissie Voor veehouderijen zijn, zoals beschreven, emissiefactoren vastgesteld. De emissiefactoren die voor dit onderzoek gebruikt zijn, zijn afkomstig van de fijnstoflijst die op 13 maart 2020 is gepubliceerd door de Rijksoverheid. In tabel 1 zijn de gebruikte codes en emissiefactoren weergegeven. Aan de hand van deze waardes is per stal de emissie in gram per jaar berekend, wat door het programma is omgerekend naar PM10-emissie in gram per seconde.
ISL3a-berekening Zeilkerweg 5 te Bornerbroek
2
Tabel 1: Fijnstofemissie in gram per jaar
Stalnaam
Diersoort Jongvee (A 3.100) Melkkoeien (A 1.100) Melkkoeien (A 1.100) Jongvee (A 3.100) Vleeskalveren (A 4.100) Vleesstieren (A 6.100)
Stal 1 Stal 2
Stal 3
Emissie (gram/dier/jaar)
Aantal dieren
Totaal (gram/jaar)
38
35
1330
148
52
7696
148
10
1480
38
15
570
33
50
1650
170
10
1700
Methode De concentratie fijnstof is berekend door middel van het programma ISL3a, versie 2023. De coördinaten van de verschillende gebouwen zijn vastgesteld met behulp van een luchtfoto op de website van Aerius. De gebruikte invoergegevens van de berekening zijn weergegeven in bijlage 1. De naamgeving van de stallen, zoals die gebruikt is in de berekening, is weergegeven in figuur 1. Als te beschermen object is de voorgevel van Zeilkerweg 5 genomen, op ongeveer 40 meter afstand van de dichtstbijzijnde stal).
Resultaten De resultaten van de berekening zijn (evenals de invoergegevens) weergegeven in bijlage 1. Uit de berekening blijkt dat ter plaatse van de te beschermen woning, Zeilkerweg 5 de jaargemiddelde concentratie fijnstof (PM10) 13,7 µg/m3 is. De grenswaarde jaargemiddelde concentratie van fijnstof is 40 µg/m3. De berekende concentratie overschrijdt de grenswaarde niet. Het aantal overschrijdingsdagen bedraagt zes. Dat is ruimschoots lager dan het maximaal aantal toegestane overschrijdingsdagen van 35.
Conclusie Uit de resultaten blijkt dat de grenswaarde niet wordt overschreden. De woning aan de Zeilkerweg 5 te Bornerbroek voldoet aan de luchtkwaliteitsnormen voor PM10.
Bijlage:
•
invoergegevens van de berekening
ISL3a-berekening Zeilkerweg 5 te Bornerbroek
3
Bijlage: • invoergegevens van de berekening
ISL3a-berekening Zeilkerweg 5 te Bornerbroek
4
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Regels
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
40
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
41
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Artikel 1
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan
Het bestemmingsplan "Zeilkerweg 5 Bornerbroek" met identificatienummer NL.IMRO.0141.00164-BP21 van de gemeente Almelo.
1.2
bestemmingsplan
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.
1.3
verbeelding
de weergave van de inhoud van een bestemmingsplan (onder tek.nr. NL.IMRO.0141.00164-BP21) conform het gestelde in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012. Onder het begrip 'verbeelding' wordt zowel de analoge wijze als de digitale wijze verstaan;
1.4
aanduiding
Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.5
aanduidingsgrens
De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.6
aangebouwd bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.7
aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit
Een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.
1.8
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren.
1.9
bebouwing
Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
1.10
bed & breakfast
het bieden van de, ten opzichte van het hoofdgebruik ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
1.11
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
42
NL.IMRO.0141.00164-BP21
1.12
bedrijfsvloeroppervlak
de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
1.13
bedrijfswoning
een woning, slechts bestemd voor (het gezin) van een persoon die een directe relatie heeft met het op hetzelfde bouwperceel gevestigde bedrijf;
1.14
bestaand
bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van terinzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald.
1.15
bestemmingsgrens
De grens van een bestemmingsvlak.
1.16
bestemmingsvlak
Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.17
bijbehorend bouwwerk
Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.
1.18
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.19
bouwgrens
De grens van een bouwvlak.
1.20
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder;
1.21
bouwperceel
Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
1.22
bouwperceelgrens
De grens van een bouwperceel.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
43
NL.IMRO.0141.00164-BP21
1.23
bouwvlak
Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
1.24
bouwwerk
Een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.
1.25
bruto-vloeroppervlakte
de totale vloeroppervlakte van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, zowel op de begane grond als op de verdieping;
1.26
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.27
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.28
dienstverlening
het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, onder te verdelen in maatschappelijke, openbare, persoonlijke en zakelijke dienstverlening, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf, detailhandel, een seksinrichting en (kinder)opvang;
1.29
erf
de grond deel uitmakende van een bouwperceel, behorende bij één woning, waarop geen hoofdgebouw is of mag worden gebouwd krachtens de vigerende woonbestemming;
1.30
extensieve dagrecreatie
recreatief medegebruik van gronden zoals wandelen, paardrijden, fietsen, varen, zwemmen en vissen;
1.31
gebouw
Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
1.32
gebruiken
gebruiken, het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven;
1.33
geluidsgevoelige functies
bewoning of andere geluidsgevoelige functies zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen, het Besluit grenswaarden binnen zones langs wegen en/of het Besluit geluidhinder spoorwegen;
1.34
grondgebonden agrarisch bedrijf
een agrarisch bedrijf waarvan de bedrijfsvoering volledig of nagenoeg volledig is gericht op het gebruik maken van grond als productiemiddel;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
44
NL.IMRO.0141.00164-BP21
1.35
hoofdgebouw
een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming de belangrijkste is.
1.36
hoofdverblijf
een gebouw of een deel van een gebouw dat fungeert als de vaste verblijfplaats van die persoon, hetgeen blijkt uit de basisregistratie personen (BRP);
1.37
huishouden
een persoon, of groep personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling;
1.38
intensieve veehouderij
een agrarisch bedrijf of een deel van een agrarisch bedrijf gericht op het houden van dieren (zoals een rundveehouderij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij) waarbij het houden van deze dieren in zijn geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt of een combinatie van deze bedrijfsvormen alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen en met tenminste 250 m2 bedrijfsvloeroppervlak.
1.39
inwoning
twee of meer huishoudens die één woning bewonen met gemeenschappelijk gebruik van een of meerdere voorzieningen of (verblijfs)ruimten van die woning en waarbij de woning één hoofdtoegang behoudt en de voorzieningen c.q. (verblijfs)ruimten onderling vrij toegankelijk zijn;
1.40
kampeermiddel
tent, tentwagen, kampeerauto of caravan, dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
1.41
kas
een gebouw waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander licht doorlatend materiaal ten behoeve van het kweken van vruchten, bloemen en/of planten;
1.42
karakteristieke vrijstaande bijbehorende bouwwerken
gebouwen of een ensemble van gebouwen met een typisch Twentse bouwstijl;
1.43
landschappelijke waarden
de aan een gebied toegekende waarde in visueel-ruimtelijk en/of cultuurhistorisch en/of ecologisch en/of geomorfologisch opzicht;
1.44
maatvoeringsvlak
een op de verbeelding aangegeven vlak dat binnen een bestemmingsvlak de grens aangeeft tussen bijvoorbeeld gebruik, maximum bouwhoogte, maximum bebouwingspercentage, maximum aantal wooneenheden, etc.;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
45
NL.IMRO.0141.00164-BP21
1.45
mantelzorg:
het bieden van zorg in een woning aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.46
natuurwaarden
de aan een gebied toegekende waarde, die bepaald wordt door het voorkomen van planten en dieren die zichzelf onder invloed van klimaat, geomorfologie, bodemkundige en waterhuishoudkundige gesteldheid en al dan niet beïnvloed door menselijke aanwezigheid, in stand houden;
1.47
nutsvoorziening
voorziening voor elektriciteit, gas, water, energie, telecommunicatie, (gescheiden) inzameling van (huishoudelijke) afvalstoffen, opslag en transport van afvalwater, openbare veiligheid, volksgezondheid en een daarmee gelijk te stellen voorziening van algemeen nut.
1.48
paardenbak
een omheind terrein waarvan de natuurlijke bovenlaag is vervangen door zand of ander doorlatend materiaal ten behoeve van het africhten, trainen en berijden van paarden en pony's en het anderszins beoefenen van de paardensport;
1.49
peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land;
1.50
permanente bewoning
bewoning door een persoon of door groepen van personen van een voor recreatieve bewoning bedoelde ruimte/gebouw als hoofdverblijf c.q. vaste woon- of verblijfplaats;
1.51
plattelandswoning
een agrarische bedrijfswoning die tevens door derden mag worden bewoond en die niet wordt beschermd tegen milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf;
1.52
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.53
recreatiewoning
een gebouw dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor recreatieve bewoning;
1.54
recreatieve bewoning
de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
46
NL.IMRO.0141.00164-BP21
1.55
seksinrichting
een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privé-huis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.56
Staat van Bedrijfsactiviteiten
een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en instellingen;
1.57
teeltondersteunende voorzieningen
constructies bedoeld ter tijdelijke ondersteuning van open grondteelt, zoals kweektunnels, regenkappen, tunnel-, boog- en rolkassen;
1.58
vloeroppervlakte
de totale oppervlakte van hoofdgebouwen en aangebouwde- en vrijstaande bijbehorende bouwwerken op de begane grond;
1.59
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan kennelijk als zodanig diende te worden aangemerkt;
1.60
vrijstaand bijbehorend bouwwerk
een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak;
1.61
vrijstaande woning
een bouwmassa bestaande uit één vrijstaand hoofdgebouw;
1.62
wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 eerste lid onder a van de Wet ruimtelijke ordening;
1.63
wonen
het woonachtig zijn in een hoofdverblijf;
1.64
woning
een complex van ruimten, dat door de indeling en inrichting uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één huishouden. Kenmerkend voor een woning is de aanwezigheid van een eigen toegangsdeur/voordeur en alleen door het betreffende huishouden te gebruiken voorzieningen zoals kook- en wasgelegenheid en sanitair;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
47
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
bebouwingspercentage:
het deel van het bouwvlak uitgedrukt in procenten dat bebouwd mag worden, indien een bouwvlak bestaat uit meerdere bouwpercelen, geldt het bebouwingspercentage per bouwperceel;
2.2
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
2.3
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;
2.4
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.7
de hoogte van een windturbine:
vanaf het peil tot aan de as van de windturbine;
2.8
peil: voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; voor andere gebouwen en overige bouwwerken: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
48
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
49
NL.IMRO.0141.00164-BP21
Artikel 3 3.1
Agrarisch met waarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat de uitoefening van: 1. zelfstandige niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet is toegestaan; 2. intensieve veehouderijbedrijven niet zijn toegestaan; b. het bestaande aantal bedrijfswoning(en) en ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - plattelandswoning" een plattelandswoning; c. een opslaggebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden opslag'; d. het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en/of natuurwaarden ter plaatse van de aanduidingen: 1. 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - hoogteverschillen' hoogteverschillen; 2. 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - houtopstanden' houtopstanden; e. maximaal één paardenbak binnen het bouwvlak; f. bed & breakfast (bestaande uit maximaal vier slaapkamers en één gemeenschappelijke huiskamer met een maximale oppervlakte van 30 m2 per kamer) binnen de bestaande hoofdgebouwen en/of karakteristieke bijbehorende bouwwerken; g. wegen en paden; h. water en voorzieningen voor de waterhuishouding; i. extensieve dagrecreatie; j.
teeltondersteunende voorzieningen binnen het bouwvlak, met dien verstande dat boogkassen met een bouwhoogte van maximaal 1,20 meter uitsluitend zijn toegestaan in de periode van oktober tot en met april; k. boomteelt is niet toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - hoogteverschillen' en 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - openheid'. met bijbehorende gebouwen, overige bouwwerken, ontsluitingsvoorzieningen, parkeervoorzieningen binnen het bouwvlak, groenvoorzieningen, tuinen en erven en de bestaande nutsvoorzieningen.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Hoofdgebouwen Binnen deze bestemming mogen bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen/plattelandswoning ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. gebouwd binnen het bouwvlak, waarbij bij de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch plattelandswoning" de plattelandwoning uitsluitend binnen deze aanduiding mag worden gebouwd; b. goothoogte van 1. bedrijfsgebouwen maximaal 6 m; 2. bedrijfswoningen en plattelandswoning maximaal 5 m; c. bouwhoogte van 1. bedrijfsgebouwen maximaal 10 m; 2. bedrijfswoningen en plattelandswoning maximaal 9 m; d. inhoud van een bedrijfswoning en/of een plattelandswoning maximaal 750 m3; e. dekhelling van bedrijfsgebouwen minimaal 20°; f. de afstand tot de eigendomsgrens mag niet minder dan 5 meter bedragen. 3.2.2 Kassen Kassen mogen niet worden gebouwd. 3.2.3 Bijbehorende bouwwerken Binnen deze bestemming mogen bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen/plattelandswoning worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen:
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
50
NL.IMRO.0141.00164-BP21
a. gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning maximaal 100 m2 of, indien het bijbehorende bouwwerken bij een plattelandswoning betreft, niet meer dan de bestaande oppervlakte indien die meer is dan 100 m2, met dien verstande dat vervangende nieuwbouw van bijbehorende bouwwerken maximaal 250 m2 van de bestaande oppervlakte mag betreffen; b. goothoogte is: 1. bij een inpandige bedrijfswoning maximaal 3 m; 2. bij een niet-inpandige bedrijfswoning maximaal 3 m dan wel de hoogte van de eerste bouwlaag van de bedrijfswoning +0,25 m; c. bouwhoogte is: 1. bij een inpandige bedrijfswoning maximaal 6 m; 2. bij een niet-inpandige bedrijfswoning maximaal de bouwhoogte van de bedrijfswoning -2 m, waarbij geldt dat de bouwhoogte in ieder geval 3 m mag bedragen en maximaal 6 m. 3.2.4 Overige bouwwerken Binnen deze bestemming mogen overige bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. sleufsilo's, silo's, hooibergen, windturbines en mestopslagplaatsen mogen niet buiten het bouwvlak worden gebouwd; b. bouwhoogte van silo's, hooibergen en windturbines maximaal 15 m; c. bouwhoogte sleufsilo's en mestopslagplaatsen maximaal 4 m; d. oppervlakte paardenbak maximaal 1.000 m2; e. bouwhoogte lichtmasten ten behoeve van de paardenbak binnen het bouwvlak maximaal 6 m; f. de bouwhoogte bedraagt in overige gevallen maximaal 3 m.
3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1 Overschrijding bouwgrens Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.1 onder a voor het overschrijden van de bouwgrenzen, mits: a. de bouwgrenzen met maximaal 25 m worden overschreden; b. de overschrijding noodzakelijk is in verband met een doelmatige uitoefening van het bedrijf; c. niet reeds eerder een omgevingsvergunning voor het overschrijden van de bouwgrenzen is verleend; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 3.3.2 Bouwhoogte bedrijfsgebouwen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.1 onder c sub 1 voor het verhogen van de maximale bouwhoogte van bedrijfsgebouwen tot 12 m.
3.4
Specifieke gebruiksregels
a. Het is verboden de in deze bestemming begrepen gronden en de daarop voorkomende opstallen te gebruiken of in gebruik te geven of te laten voor een doel of op een wijze strijdig met deze bestemming; b. Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: 1. het opslaan van onklare voertuigen of onderdelen daarvan en het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens, voor zover dit geen onderdeel uitmaakt van de bedrijfsactiviteiten; 2. het opslaan of opgeslagen houden van materialen voor zover dit geen onderdeel uitmaakt van de bedrijfsactiviteiten, storten of lozen van puin, vuil of andere vaste of vloeibare afvalstoffen; 3. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van zelfstandige bewoning; 4. bewoning van een woning door meer dan één huishouden; 5. het splitsen van een woning in meerdere woningen;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
51
NL.IMRO.0141.00164-BP21
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Inwoning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 onder b voor het gebruik van een woning dan wel de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken voor inwoning, uitsluitend ten behoeve van mantelzorg, met dien verstande dat: a. inwoning is toegestaan in maximaal één woning per bouwvlak; b. de inhoud van de woning mag worden uitgebreid tot maximaal 1.000 m3; c. het vloeroppervlak van bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg maximaal 75 m² mag bedragen; d. geen onevenredige aantasting mag plaatsvinden van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 3.5.2 Teeltondersteunende voorzieningen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 onder k voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak uitsluitend gedurende de periode 1 april tot en met 31 augustus, mits: a. de voorzieningen aansluitend aan het bouwvlak worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte per bedrijf maximaal 500 m2 bedraagt; c. de bouwhoogte maximaal 1,20 m bedraagt; 3.5.3 Nevenactiviteiten Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toelaten van bij het agrarisch bedrijf behorende en daaraan ondergeschikte nevenactiviteiten met bijbehorende voorzieningen, mits: a.
het de vestiging van een bedrijf betreft als bedoeld in de categorieën 1 en 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel bedrijven die voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaken daaraan gelijk kunnen worden gesteld, met dien verstande dat het milieu niet extra mag worden belast ten opzichte van de milieubelasting van het agrarische bedrijf; b. er geen sprake is van detailhandel anders dan verkoop van ter plaatse geproduceerde artikelen; c. maximaal 30% van de oppervlakte van de bestaande en met omgevingsvergunning gebouwde bedrijfsbebouwing, die minimaal drie jaar in agrarisch gebruik zijn geweest, hiervoor wordt gebruikt en geen nieuwbouw ten behoeve hiervan plaatsvindt; d. opslag en stalling in verband met de nevenactiviteiten uitsluitend inpandig plaatsvinden; e. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; f. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; g. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; h. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
3.5.4 Biomassavergistingsinstallaties Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van een nevenactiviteit bij het agrarisch bedrijf in de vorm van een biomassavergistingsinstallatie, mits: a. de vergistingsinstallatie landschappelijk wordt ingepast; b. gebouwen ten behoeve van de vergistingsinstallatie binnen het bouwvlak worden gebouwd; c. ter voorkoming van een onevenredige verkeersaantrekkende werking aan de omgevingsvergunning voorschriften worden verbonden waarin is opgenomen in welke mate biomassa van derden mag worden verwerkt en in welke mate het digestaat mag worden geleverd aan derden; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden.
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
52
NL.IMRO.0141.00164-BP21
3.5.5 Recreatieve nevenactiviteiten Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 voor het toestaan van bij het agrarisch bedrijf behorende en daaraan ondergeschikte recreatieve nevenactiviteiten, uitsluitend binnen het bouwvlak, in de vorm van: a. vakantieappartementen, mits: 1. gerealiseerd in de bestaande en met omgevingsvergunning gebouwde bedrijfsbebouwing, die minimaal drie jaar in agrarisch gebruik zijn geweest; 2. maximaal drie appartementen worden gerealiseerd met een woonoppervlak van maximaal 150 m2 per woning of appartement; 3. er een inpassingsplan wordt overlegd; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5. opslag en stalling in verband met de nevenactiviteiten uitsluitend inpandig plaatsvinden; 6. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 7. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; b. kleinschalige extensieve dagrecreatie met bijbehorende terrasvoorziening, mits: 1. maximaal 450 m2 van de bedrijfsvloeroppervlakte van de bestaande en met omgevingsvergunning gebouwde bedrijfsbebouwing, die minimaal drie jaar in agrarisch gebruik is geweest, wordt gebruikt; 2.
maximaal 250 m2 van de buitenruimte intensief ten behoeve van de kleinschalige extensieve dagrecreatie met bijbehorende terrasvoorziening wordt gebruikt en de overige gronden slechts extensief; 3. er een inpassingsplan wordt overlegd; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5. opslag en stalling in verband met de nevenactiviteiten uitsluitend inpandig plaatsvinden; 6. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; 7. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 8. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; c. groepsaccommodatie, mits: 1. maximaal 1.000 m2 van de bedrijfsvloeroppervlakte van de bestaande en met omgevingsvergunning gebouwde bedrijfsbebouwing, die minimaal drie jaar in agrarisch gebruik is geweest, wordt gebruikt; 2. er een inpassingsplan wordt overlegd; 3. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 4. opslag en stalling in verband met de nevenactiviteiten uitsluitend inpandig plaatsvinden; 5. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; 6. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 7.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; d. trekkershutten, mits: 1. maximaal drie trekkershutten met een maximale oppervlakte van 18 m2 ieder voor maximaal vijf personen per hut worden opgericht; 2. opgericht binnen het bouwvlak met een maximale afstand van 50 m tot overige gebouwen; 3. er een inpassingsplan wordt overlegd; 4. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 5. opslag en stalling in verband met de nevenactiviteiten uitsluitend inpandig plaatsvinden; 6. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 7. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. kleinschalig kamperen, mits: 1. maximaal 25 kampeermiddelen per bedrijf worden opgericht; 2. het kampeerterrein binnen dan wel direct aansluitend aan het bouwvlak wordt gesitueerd; 3. buiten de periode van 1 april tot en met 30 september geen kampeermiddelen op het terrein aanwezig zijn;
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
53
NL.IMRO.0141.00164-BP21
4. maximaal 75 m2 aan bebouwing wordt opgericht ten behoeve van sanitaire voorzieningen binnen het bouwvlak; 5. er een inpassingsplan wordt overlegd; 6. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; 7. opslag en stalling in verband met de nevenactiviteiten uitsluitend inpandig plaatsvinden; 8. er geen aanpassing of verharding van de infrastructuur buiten het bouwvlak noodzakelijk is; 9. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; 10. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 3.5.6 Stapeling van afwijkingen uit artikel 3.4.5 Bij een combinatie van een afwijking voor trekkershutten en een afwijking voor kleinschalig kamperen, wordt het aantal trekkershutten in mindering gebracht op het aantal toegestane kampeermiddelen.
3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden op de in artikel 3.1 bedoelde gronden uit te voeren: a. op alle gronden: 1. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden, parkeervoorzieningen en andere oppervlakteverhardingen, groter dan 100 m2; 2. het aanleggen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- en/of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; b. op gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden hoogteverschillen': het ontgronden, vergraven, afgraven, egaliseren en ophogen van gronden; c.
op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden houtopstanden': het vellen en rooien van houtopstanden; 3.6.2 Afwegingskader Een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden mag alleen en moet worden geweigerd, indien door het uitvoeren van de werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen blijvend onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de leiding en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende kan worden tegemoet gekomen. 3.6.3 Uitzonderingen op het verbod Geen omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is nodig voor: a. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; b. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan in uitvoering zijn of uitgevoerd kunnen worden op grond van een voor dat tijdstip aangevraagde dan wel verleende vergunning; c. werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die worden uitgevoerd binnen het bouwvlak.
3.7
Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1 Wijziging vorm en/of vergroting bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor wat betreft het wijzigen van het bouwvlak en/of vergroten van de oppervlakte van het bouwperceel, mits: a. de wijziging noodzakelijk is in het kader van een doelmatige uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. het bouwperceel hierdoor geen groter aaneengesloten oppervlak krijgt dan:2 ha voor alle agrarische
ontw erp bestemmingsplan Zeilkerw eg 5 Bornerbroek
54
NL.IMRO.0141.00164-BP21
bedrijven niet zijnde intensieve veehouderijbedrijven; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden, waaronder in ieder geval wordt gereken het (leef)milieu en het landschap; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; e. er een compacte bouwperceelsvorm blijft bestaan; f. uit een inpassingsplan de ruimtelijke inpassing van het bouwvlak in de omgeving blijkt, waarbij in ieder geval aandacht dient te worden besteed aan de beeldkwaliteit van de totale erfinrichting en de landschappelijke inpassing in de vorm van aanleg van streekeigen erfbeplanting plaatsvindt; g. er bij een oppervlakte groter dan 1,5 hectare geïnvesteerd wordt in het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving; h. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden dat: 1. bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2. geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden dan wel geen ingrepen in de bodem zullen worden verricht; 3. met betrekking tot (spoor)wegverkeersgeluid een aanvaardbaar woonklimaat wordt gerealiseerd; 4.
met betrekking tot de luchtkwaliteit een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 5. met betrekking tot de externe veiligheid een aanvaardbaar leefklimaat wordt gerealiseerd, dan wel dat geen onevenredige verslechtering plaatsvindt; 6. beschermde planten- en diersoorten en biotopen niet onevenredig worden geschaad; 7. het wijzigingsplan financieel uitvoerbaar is. 3.7.2 Omschakeling van agrarisch bedrijf naar niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor het na bedrijfsbeëindiging omzetten van een agrarisch bouwvlak in de bestemming 'Bedrijf', mits: a. het de vestiging van een bedrijf betreft als bedoeld in de categorieën 1 en 2 van de in Bijlage 1 opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten, dan wel bedrijven die voor wat betreft de aard en omvang van de milieuhinder die het veroorzaken daaraan gelijk kunnen worden gesteld, met dien verstande dat het milieu niet extra mag worden belast ten opzichte van de milieubelasting van het gestopte agrarische bedrijf; b. er geen sprake is van detailhandel anders dan verkoop van ter plaatse geproduceerde artikelen; c. uitsluitend de bestaande en met bouwvergunning gebouwde bedrijfsgebouwen, die minimaal gedurende drie jaar in agrarisch gebruik zijn geweest, worden gebruikt ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten; d.
alle gebouwen die niet worden hergebruikt en niet als monumentaal of karakteristiek kunnen worden aangemerkt worden gesloopt; e. vervangende nieuwbouw uitsluitend mogelijk is, indien er een substantiële reductie van het bouwvolume plaatsvindt; f. er sprake is van een landschappelijke inpassing, waartoe een inpassingsplan dient te worden opgesteld; g. er geen sprake is van een onevenredige verkeersaantrekkende werking; h. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; i. in de nabijheid gelegen functies en waarden niet in onevenredige mate in hunontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad; j. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; k. de uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan is gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: 1. bodemsanering niet noodzakelijk is dan wel vóór uitvoering van het wijzigingsplan zal plaatsvinden; 2. geen onevenredige aantasting van aan de grond eigen zijnde archeologische waarden zal plaatsvinden dan wel geen ingrepen in de bodem zullen worden verricht; 3. in risicogebieden voor wateroverlast aanvullende maatregelen met betrekking tot schadevrij