CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

6.1 Nota kapitaalgoederen openbare ruimte - Actualisatie 2021-2024 - Bijlage - Nota kapitaalgoederen openbare ruimte – Actualisatie 2021-2024.pdf

Raad 13 april 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Nota kapitaalgoederen openbare ruimte - Actualisatie 2021-202410.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte Actualisatie 2021 - 2024

INHOUDSOPGAVE

1. SAMENVATTING

1

2. INLEIDING 2.1 Aanleiding 2.2 Afbakening 2.3 Leeswijzer

2 2 3 4

3. ACHTERGRONDEN 3.1 Wat zijn kapitaalgoederen 3.2 Wat verstaan we onder onderhoud 3.3 Wat zegt het BBV over het financieren van onderhoud en vervanging? 3.4 Hoe verhoudt de Nota Kapitaalgoederen zich tot andere plannen?

4 4 4 5 5

4. KWALITEIT VAN DE KAPITAALGOEDEREN

7

5. FINANCIELE SITUATIE KAPITAALGOEDEREN

8

6. UITWERKING TAAKVELD VERKEER EN VERVOER (GRIJS) 6.1 Verharding 6.2 Civieltechnische kunstwerken 6.3 Openbare verlichting 6.4 Verkeers(regel-)installaties (VRI)

11 11 13 15 16

7. UITWERKING TAAKVELD OPENBAAR GROEN EN OPENLUCHTRECREATIE 7.1 Groen en bomen 7.2 Speelvoorzieningen

19 19 20

8. UITWERKING TAAKVELD RIOLERING (BLAUW)

23

9. UITWERKING TAAKVELD HAVENS

24

10. UITWERKING TAAKVELD GEBOUWEN (ROOD)

26

11. RISICO’S EN ONZEKERHEDEN LANGTE TERMIJN

28

12. ADVIEZEN

29

BIJLAGEN: Financiële onderbouwingen per taakveld

1. SAMENVATTING In 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Kapitaalgoederen openbare Ruimte 2019-2022 vastgesteld (nota kapitaalgoederen openbare ruimte 2019-2022). Deze nota gaf inzicht in de financiële middelen die nodig zijn om de kapitaalgoederen op het door de raad vastgestelde of wettelijk verplichte kwaliteitsniveau te houden, op basis van de verwachte uitgaven voor de eerstvolgende periode 2019 – 2022. Bij vaststelling van de nota is aangegeven dat deze in de tweede helft van 2020 wordt geactualiseerd. Deze actualisatie heeft plaatsgevonden en de resultaten daarvan zijn vastgelegd in deze actualisatie van de nota kapitaalgoederen openbare ruimte 2021-2024. De afgelopen twee jaar is gewerkt aan het beter in beeld krijgen van de kapitaalgoederen:  Inventarisaties en inspecties zijn uitgevoerd en voor de meeste taakvelden zijn beheerplannen uitgewerkt en vastgesteld.  Er is meer duidelijkheid over het te beheren areaal aan kunstwerken, met name die m.b.t. havens en beschoeiingen.  Voor de speelvoorzieningen is een plan van aanpak “Kwaliteitsslag speelvoorzieningen” opgesteld, waarin is aangegeven hoe een inhaalslag kan worden gemaakt.  De kwaliteit van de kapitaalgoederen is in het algemeen licht verbeterd en dit zal de komende jaren beter zichtbaar worden.

 Met de vervanging van kapitaalgoederen is en wordt bijgedragen aan bestuurlijke ambities en maatschappelijke opgaven, zoals het Nieuwstraatkwartier en de binnenstad en het meenemen van klimaatmaatregelen bij onderhoud en vervanging.  Op de middellange termijn, beginnend in de periode 2025-2030 maar vooral daarna, zal de vervangingsbehoefte toenemen. Ten aanzien van de financiële situatie van de kapitaalgoederen wordt het volgende geconcludeerd:  Het noodzakelijke beheer laat voor de periode 2022-2024 ten opzichte van het beschikbare budget nu een klein negatief saldo zien: aflopend van €184.000 in 2022 naar €155.000 in 2023 en €126.000 in 2024.  Voor de periode daarna - 2025 en verder - nemen de benodigde middelen toe als gevolg van de oplopende kapitaallasten.  De kosten voor onderhoud fluctueren, maar deze is niet zodanig groot dat er nu een voorziening groot onderhoud nodig is.  De onderhoudsbehoefte per taakveld vraagt herschikking van de budgetten. Om het beheer van kapitaalgoederen financieel goed te organiseren, wordt het volgende geadviseerd:  De nota laat per saldo een gering negatief financieel effect zien met ingang van 2022. Wij adviseren dit negatief saldo voor de jaren 2022 en verder te betrekken bij de Perspectiefnota.  Recente berekeningen laten verschuivingen zien in de actuele budgetbehoeftes per taakveld.

Geadviseerd wordt een herverdeling door te voeren van de budgetten tussen de taakvelden, zodat deze aansluiten op de actuele behoefte per taakveld.

1

2. INLEIDING 2.1 Aanleiding In 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Kapitaalgoederen openbare Ruimte 2019-2022 vastgesteld (nota kapitaalgoederen openbare ruimte 2019-2022). Bij deze vaststelling is aangegeven dat deze nota in de tweede helft van 2020 wordt geactualiseerd, gezien de ontwikkelingen rond de extra beschikbare middelen tot en met 2022 en de behoefte aan een perspectief op middellange termijn. Deze actualisatie heeft afgelopen maanden plaatsgevonden. De afgelopen twee jaar zijn er beheerplannen opgesteld voor o.a. wegen en groen. Deze beheerplannen geven meer inzicht in en grip op het noodzakelijke onderhoud en vervanging van deze kapitaalgoederen op langere termijn. Voor speelvoorzieningen is een plan van aanpak “Kwaliteitsslag speelvoorzieningen” opgesteld, mede als afhandeling van de raadsmotie “budget voor onderhoud en vervanging speeltoestellen” van november 2019. Aanvullende inspecties zijn uitgevoerd, om de gegevens over de staat van de kapitaalgoederen te actualiseren. De resultaten van alle bovengenoemde acties zijn verwerkt in deze actualisatie van de nota kapitaalgoederen. Tevens zijn er twee volgende jaren aan de financiële tabellen toegevoegd: de actualisatie betreft 2021 tot en met 2024. Ook is er per taakveld een doorkijk tot aan 2030 gegeven.

De nota kapitaalgoederen 2019-2022 De Nota Kapitaalgoederen Openbare Ruimte 2019-2022, die medio 2019 is vastgesteld, biedt inzicht in en grip op het beheer van de kapitaalgoederen, door inzicht in de financiële middelen die nodig zijn om de kapitaalgoederen op het door de raad vastgestelde of wettelijk verplichte kwaliteitsniveau te houden. De verwachte uitgaven voor de periode 2019 t/m 2022 (4 jaar) zijn in beeld gebracht, waarbij tevens een doorkijk naar de langere termijn is gegeven. De benodigde uitgaven worden gespiegeld aan de beschikbare middelen. Op basis hiervan geeft de nota een aantal adviezen over de wijze van financiering. De nota kapitaalgoederen dient als basis voor het opstellen van de paragraaf ‘Onderhoud kapitaalgoederen’ in de begroting en de jaarrekening. Actuele beheerplannen voor bijv. wegen, kunstwerken, bomen, speelvoorzieningen en groen zijn daarvoor nodig. De nota kijkt over een aantal jaren. De daadwerkelijke uitgaven in enig jaar kunnen afwijken van de in de nota geraamde kosten, omdat de uitvoering altijd wordt afgestemd met andere taakvelden, programmasturing en wijksturing. Deze jaarlijkse fluctuaties worden meegenomen in het jaarlijkse proces van begroten en verantwoorden (P&C-cyclus).

2.2 Afbakening Deze actualisatie richt zich op de volgende kapitaalgoederen.  Taakveld grijs: - verharding, - civiele kunstwerken, - openbare verlichting, - verkeersinstallaties.  Taakveld groen: - openbaar groen en openluchtrecreatie - bomen - speelvoorzieningen en  Taakveld rood: - vastgoed  Taakveld water: - havens Het onderdeel riolering (taakveld blauw) wordt in deze actualisatie niet meegenomen. Dit omdat er voor dit taakveld dit jaar een nieuw beleidsplan wordt opgesteld, als opvolger van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Deze uitgangspunten bepalen de benodigde middelen, en vormen hiermee tevens de basis voor de hoogte van de rioolheffing. 2

2.3 Leeswijzer In deze actualisatie van de nota kapitaalgoederen openbare ruimte wordt dezelfde indeling aangehouden als in de oorspronkelijke nota van 2019. Dit betekent dat in het volgende hoofdstuk eerst kort de achtergronden worden weergegeven, zoals die uitgebreider zijn beschreven in de nota uit 2019. Hoofdstuk 4 beschrijft de algemene kwaliteit van de Almelose kapitaalgoederen van dit moment, gevolgd door de financiële situatie (hoofdstuk 5). In de daaropvolgende hoofdstukken 6 tot en met 10 worden per taakveld de relevante aspecten beschreven: omvang, beleidskader, staat van onderhoud, investeringsbehoefte en financiële vertaling van de betreffende kapitaalgoederen. Ook wordt hier een doorkijk 10 jaar vooruit, tot 2030, gegeven. In hoofdstuk 11 worden enkele risico’s en onzekerheden op lange termijn genoemd, zoals die ook in 2019 geleden golden en die nog steeds relevant zijn. Het laatste hoofdstuk 12 geeft enkele adviezen. In de bijlagen wordt voor elk taakveld de financiële onderbouwing gegeven.

3

3. ACHTERGRONDEN Hieronder worden kort de achtergronden van deze nota kapitaalgoederen geschetst. Onderstaande in een verkorte weergaven van het hoofdstuk ‘achtergronden’ uit de nota kapitaalgoederen uit 2019 (nota kapitaalgoederen openbare ruimte 2019-2022).

3.1 Wat zijn kapitaalgoederen? Kapitaalgoederen zijn de ‘duurzame productiemiddelen’ van de gemeente. Het zijn de dingen die de gemeente nodig heeft om de diensten en goederen, die zij aan haar inwoners levert, mee te realiseren. Daarbij gaat het niet om de kleinere spullen als pennen of paperclips, maar om de grotere goederen die meerdere jaren meegaan en veelal een hoge financiële waarde vertegenwoordigen. Te denken valt aan wegen, bomen, bruggen, kades, gebouwen en dergelijke. Kenmerkend voor kapitaalgoederen is dat het gaat om objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt en waarin de gemeente voor meerdere jaren geld (‘kapitaal’) heeft vastgelegd. Deze kapitaalgoederen staan bij de gemeente als investering op de balans en hierop wordt gedurende de gebruiksduur ieder jaar afgeschreven.

3.2 Wat verstaan we onder onderhoud? Onderhoud wordt uitgevoerd binnen de levensduur van een bepaald object. Hiermee wordt dat object op een bepaald afgesproken of voorgeschreven kwaliteitsniveau gehouden. Bij achterstanden is soms een extra onderhoudsinspanning nodig om een object weer op het gewenste niveau terug te krijgen. Bij onderhoud onderscheiden we groot onderhoud en klein onderhoud.

Klein onderhoud: planmatige onderhoudsactiviteiten en reparaties die jaarrond moeten worden uitgevoerd Groot onderhoud, niet levensduur verlengend: grotere onderhoudsactiviteiten die eens in de paar jaar worden uitgevoerd om slijtage na een langere periode van gebruik te verhelpen. Groot onderhoud betreft vaak grotere oppervlakken en wordt daarom doorgaans projectmatig aangepakt. Is een object aan het eind van zijn levensduur, dan moet het worden vervangen of vernieuwd. Het bereiken van het einde van de levensduur kan een technische reden hebben (geheel versleten), maar kan ook economisch (niet meer functioneel) of maatschappelijk (niet meer aantrekkelijk genoeg) zijn. Bij vervangen onderscheiden we: 4

Groot onderhoud, wel levensduur verlengend: substantiële verlenging van de levensduur van het object of tussentijdse aanpassing en verbetering vanwege nieuwe wensen en functie-eisen (modificatie). Vernieuwen: het één-op-één vervangen va een kapitaalgoed aan het eind van de levensduur (reconstructie) of het geheel vervangen waarbij ook de inrichting onder handen wordt genomen (renovatie).

3.3 Wat zegt het BBV over het financieren van onderhoud en vervanging? Voor de opzet en inhoud van de begroting en jaarrekening gelden wettelijke eisen. Deze zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Dit BBV stelt dat met ingang van 2017 alle voorzieningen in de openbare ruimte moeten worden geactiveerd en gedurende de levensduur worden afgeschreven. Voor de kapitaallasten van deze investering (rente en aflossing) dient dekking te worden gevonden binnen de exploitatiebegroting. In de praktijk van alledag worden de termen groot onderhoud en vervangen vaak door elkaar gebruikt. Het onderscheid tussen onderhoud en vervanging is echter van belang in verband met de regels die het BBV stelt aan de dekking van de kosten. Wanneer groot onderhoud tot een significante kwaliteitsverbetering leidt qua verwachte levensduur of qua functionaliteit, dan is er volgens de definitie van het BBV geen sprake van onderhoud, maar van een investering, die geactiveerd moet worden. Het BBV kent een paar belangrijke bepalingen voor het financieren en uitvoeren van onderhoud aan kapitaalgoederen: - Levensduur verlengende maatregelen en vervangingen moeten worden geactiveerd - Achterstallig onderhoud moet binnen een redelijke termijn worden hersteld

3.4 Hoe verhoudt de Nota Kapitaalgoederen zich tot andere plannen? Beleidsplannen In beleidsplannen worden de ambities van de gemeente uitgewerkt. Beleidsplannen worden door de gemeenteraad vastgesteld. Beheerplannen In een beheerplan per taakveld wordt vertaald welke maatregelen nodig zijn voor de kapitaalgoederen om de beleidsambities te realiseren en aan wetgeving te voldoen. De beheerplannen worden door het college van B&W vastgesteld. Wanneer een gemeente een voorziening wil vormen om lasten van groot onderhoud gelijkmatig te verdelen (egaliseren) over meerdere begrotingsjaren, is een recent beheerplan vereist.

5

Nota Kapitaalgoederen De inzichten uit de beheerplannen worden in de NKG samengebracht. De NKG geeft per onderdeel inzicht in de benodigde financiële middelen voor de komende 4 jaar. De gemeenteraad stelt de NKG vast. Met de NKG als onderbouwing worden middelen beschikbaar gesteld in de begroting. Integraal Uitvoeringsplan In de beheerplannen is voor de kapitaalgoederen per taakveld in beeld gebracht welke maatregelen nodig zijn om de beleidsambities te realiseren en aan wetgeving te voldoen. Hierbij valt onderscheid te maken in “onderhoud”, en “vervanging/herinrichting”. Voor vervanging/herinrichting wordt jaarlijks een integraal uitvoeringsplan vastgesteld voor projecten die in het aankomend jaar opgestart worden. Hiervoor stelt de gemeenteraad jaarlijks middelen beschikbaar in het meerjaren investeringsplan, dat onderdeel is van de begroting.

6

4. KWALITEIT VAN DE KAPITAALGOEDEREN Stand van zaken eind 2020 De afgelopen twee jaar is gewerkt aan het beter in beeld krijgen van de kapitaalgoederen. De inventarisaties en inspecties zijn uitgevoerd en inmiddels zijn er voor de meeste taakvelden beheerplannen uitgewerkt en vastgesteld. In 2019 was met betrekking tot de havens en beschoeiingen onduidelijkheid over het te beheren areaal en de verdeling van de verantwoordelijkheden met het Regionaal Havenbedrijf. De duidelijkheid over de arealen is er inmiddels en ook de verdeling met het Regionaal Havenbedrijf is verder uitgewerkt. Voor de speelvoorzieningen is een plan van aanpak “Kwaliteitsslag speelvoorzieningen” opgesteld. Hierin wordt aangegeven hoe een inhaalslag kan worden gemaakt om het kwaliteitsniveau van bestaande speelplaatsen te verhogen en waarin kaders worden benoemd voor een evenwichtige spreiding en een goed kwaliteitsniveau van speelvoorzieningen. De kwaliteit van de kapitaalgoederen is in het algemeen licht verbeterd. De verbetering in kwaliteit is al duidelijk zichtbaar bij de civieltechnische kunstwerken en de openbare verlichting. Bij enkele andere taakvelden, zoals de VRI’s en de verhardingen, zal dit de komende jaren zichtbaar worden. Op de middellange termijn, beginnend in de periode 2025-2030 maar vooral daarna, zal de vervangingsbehoefte toenemen.

Dit heeft vooral te maken met de leeftijd van de uitbreidingswijken uit de jaren ‘70 en ‘80 (Schelfhorst en Windmolenbroek), waar bijvoorbeeld veel areaal aan verharding en groen ligt.

Met de vervanging van kapitaalgoederen kan worden bijgedragen aan bestuurlijke ambities en maatschappelijke opgaven, zoals bestuurlijke ambities voor onder andere economie, binnenstad, duurzaamheid en veiligheid. De afgelopen jaren is de afstemming met deze ambities nadrukkelijk gezocht. Dit heeft geresulteerd in projecten in onder andere het Nieuwstraatkwartier en de binnenstad en het meenemen van klimaatmaatregelen bij onderhoud en vervangingsprojecten.

7

5. FINANCIELE SITUATIE KAPITAALGOEDEREN Financiële ruimte door nieuwe wetgeving en extra beschikbaar gestelde middelen Naar aanleiding van de nota kapitaalgoederen 2019-2022 is er afgelopen anderhalf jaar extra geïnvesteerd in onderhoud en vervanging. Dit heeft een positief effect gehad op de kwaliteit van de kapitaalgoederen: deze is in algemene zin licht verbeterd Klein tekort voor noodzakelijke beheer In 2019 bleek dat het noodzakelijk beheer binnen het budget paste en tijdelijk een overschot gaf. Destijds is besloten dit positieve saldo te betrekken bij het financieel meerjaren perspectief. Het noodzakelijke beheer laat voor de periode 2022-2024 ten opzichte van het beschikbare budget nu een klein negatief saldo zien. Dit wordt in hoofdzaak veroorzaakt door het areaal aan civieltechnische kunstwerken, dat groter is dan in 2019 in beeld was (zie verder 6.2). Verschil benodigd - beschikbaar 2021

2022

2023

2024

Groen en bomen

0

0

0

0

Spelen en meubilair

0

0

0

0

Verharding technisch en reiniging

79

79

78

78

Civieltechnische kunstwerken

-68

-259

-235

-212

VRI

0

0

0

0

Openbare verlichting

0

0

0

0

Havens

-19

-20

-22

-24

Vastgoed

8

16

24

32

Verschil benodigd - beschikbaar Bedragen * 1.000 euro

0

-184

-155

-126

Het negatief saldo loopt terug van €184.000 in 2022 naar €155.000 in 2023 en €126.000 in 2024, vooral als gevolg van een verschuiving van vervangen naar onderhoud bij de kunstwerken. Middellange termijn: kapitaallasten lopen verder op Het negatieve saldo met ingang van 2022, weergegeven in bovenstaande tabel, speelt op korte termijn. Voor de periode daarna, 2025 en verder, nemen de benodigde middelen toe als gevolg van de doorstijgende jaarlijkse kapitaallasten à €470.000 per jaar. Dit wordt veroorzaakt door de noodzaak tot activeren en afschrijven van levensduur verlengende maatregelen conform de BBV. Onderstaande grafiek geeft een impressie van de stijgende lasten (blauwe lijn) ten opzichte van het beschikbare budget (oranje lijn).

8

De stijging aan benodigde middelen, afgezet tegen de beschikbare middelen, zet zich bij ongewijzigd beleid enige tijd voort. Als gevolg van de afschrijvingen zal de stijging op enig moment afvlakken, maar dit is op korte termijn nog niet het geval. Bij een volgende nota kapitaalgoederen zal dit voor de dan eerstvolgende jaren verder worden geduid. Maar anticiperen op de structureel hogere lasten op middellange termijn is aan te raden.

Middellange termijn: doorkijk naar 2030 Deze nota beslaat een periode van 4 jaar, dus 2021 tot en met 2024. Deze periode is in de beschrijving per taakveld – in de hoofdstukken 6 tot en met 10 - doorgerekend. Tevens wordt per taakveld een korte doorkijk gegeven voor de periode vanaf 2025 tot aan 2030. Hieronder zijn deze samengevat: Taakveld

Doorkijk naar 2030

Verhardingen

Bedragen zijn gebaseerd op de gemiddelde behoefte aan onderhoud en vervanging in de periode 2021-2030. Dit betekent dat deze bedragen tot 2030 actueel zijn.

Civieltechnische kunstwerken

Op langere termijn neemt het benodigd budget naar verwachting toe, aangezien er meer onderhoud nodig is, maar dit lijkt zich pas te manifesteren na 2030.

Openbare verlichting

De jaarlijkse investeringslasten in verband met vervanging blijven nog enige tijd gelijk (€260.000 per jaar). Na 2025 zullen de kosten voor klein onderhoud verder dalen, als gevolg van de vervangingen van oude masten en armaturen door nieuwe exemplaren.

Verkeers(regel-)installaties

Vanaf 2024 is de dringend benodigde achterstallige vervanging ingelopen. De jaarlijkse kosten voor vervangingen lopen daardoor met ingang van 2025 terug.

Groen en bomen

De achterstand in het onderhoud en vervanging van bomen wordt ingelopen. De kwalitatieve vervangingen worden beïnvloed door zaken als ziekten, plagen en toenemende droogte. Stapsgewijs wordt ingezet op de omslag van risicogestuurd naar een meer planmatige aanpak, van reactief naar meer preventief.

Speelvoorzieningen

Voor de vervangingsopgave is het gemiddelde voor de jaren 2021 t/m 2030 berekend. Dit betekent dat met het beschikbare krediet is voorzien in de opgave tot en met 2030.

Havens

In de periode na 2024 nemen de onderhoudskosten aan de havenvoorzieningen toe. Ook zal op termijn meer onderhoud nodig zijn aan de recreatieve havens, op de lange termijn komen ook vervangingen aan de orde.

Gebouwen

De kapitaalslaten nemen jaarlijks toe: bij het huidige areaal worden in 2029 de kapitaallasten dusdanig hoog zijn dat het saldo negatief wordt.

De kosten voor onderhoud fluctueren, maar er is geen voorziening nodig De kosten van onderhoud fluctueren, als gevolg van de leeftijdsopbouw van het areaal en de kwalitatieve toestand. De geplande uitgaven sluiten daardoor niet altijd aan bij een vast jaarbudget. De fluctuaties zijn echter niet zo groot dat een voorziening voor groot onderhoud nu nodig is. Onderhoud wordt zoveel als mogelijk uitgevlakt over de jaren, grote pieken en dalen in de benodigde middelen per jaar worden meegenomen in het jaarlijkse proces van begroten en verantwoorden (P&C-cyclus).

9

Onderhoudsbehoefte per taakveld vraagt herschikking In 2019 is geconstateerd dat herschikking van budgetten tussen taakvelden gewenst was, om een betere (financiële) aansluiting op de toen actuele budgetbehoefte per taakveld te krijgen. De gemeenteraad heeft bij vaststelling van de nota kapitaalgoederen besloten tot deze herschikking, die vervolgens in de begroting is doorgevoerd. Recente berekeningen laten verschuivingen zien in de actuele budgetbehoeftes per taakveld. Voorgesteld wordt een herverdeling door te voeren van de budgetten tussen de taakvelden, zodat deze aansluiten op de behoefte. Onderstaande tabel laat zien hoe de begroting per discipline dient te worden aangepast. Benodigd (wordt begroting 2021 nieuw) Groen en bomen Spelen en meubilair

2021

2022

2023

2024

2.473

2.509

2.545

2.581

246

309

361

389

4.920

5.076

5.209

5.341

Civieltechnische kunstwerken

522

774

813

852

VRI

351

406

462

517

Openbare verlichting

208

210

211

215

Verharding technisch en reiniging

Havens

19

20

22

24

Vastgoed

1.956

2.078

2.220

2.346

0

0

0

0

10.695

11.382

11.842

12.266

Bedragen x € 1 Totaal Beschikbaar (begroting 2021) Groen en bomen Spelen en meubilair

2021

2022

2023

2024

2.473

2.509

2.545

2.581

246

309

361

389

4.999

5.155

5.287

5.419

Civieltechnische kunstwerken

453

516

578

641

VRI

351

406

462

517

Openbare verlichting

208

210

211

215

Verharding technisch en reiniging

Havens

0

0

0

0

Vastgoed

1.964

2.094

2.244

2.378

Totaal

10.695

11.198

11.687

12.140

2021

2022

2023

2024

Groen en bomen

0

0

0

0

Spelen en meubilair

0

0

0

0

Verschil benodigd - beschikbaar

Verharding technisch en reiniging

79

79

78

78

Civieltechnische kunstwerken

-68

-259

-235

-212

0

0

0

0

VRI Openbare verlichting

0

0

0

0

Havens

-19

-20

-22

-24

Vastgoed

8

16

24

32

Verschil benodigd - beschikbaar Bedragen * 1.000 euro

0

-184

-155

-126

10

6. UITWERKING TAAKVELD VERKEER EN VERVOER (GRIJS) 6.1 Verharding Verharding vormt de basis voor een goede en veilige bereikbaarheid van de stad. Goed onderhouden verharding draagt daarnaast bij aan het comfort en veiligheid van de weggebruikers en de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte. Omvang Almelo beschikt over bijna 4,7 miljoen m2 verharding. Ten opzichte van 2019 een toename van ruim 5% in het areaal. Onderstaande tabel geeft de huidige arealen per soort verharding weer (in m2): Arealen verharding

Asfalt

Elementen

Beton

Overig

Totaal

Fietspad

238.600

28.500

14.300

1.600

283.000

Parkeren en overig

56.000

405.100

3.600

5.300

470.000

Rijbaan

1.885.800

931.900

25.000

47.400

2.890.100

Voetpad

28.200

956.200

3.900

21.600

1.009.900

Totaal

2.208.600

2.321.700

46.800

75.900

4.653.000

Beleidskader Het verzorgend onderhoud (schoon) is gericht op een basis- of lage kwaliteit, op basis van het IBOR-plan dat vastgesteld is in 2015. Voor het technisch onderhoud (heel en veilig) is geen beleidskader vastgesteld. Wel heeft de gemeente op grond van de Wegenwet een zorgplicht voor het in goede staat houden van de wegverhardingen. Om te voldoen aan de zorgplicht wordt aangesloten bij de standaard CROWsystematiek voor rationeel wegbeheer. Door toepassing van deze systematiek wordt op basis van inspecties de juiste onderhoudsmaatregel op het juiste moment gepland en uitgevoerd. Hierbij zijn de omvang en kosten van het onderhoud zo laag mogelijk.

11

Staat van onderhoud Het verzorgend onderhoud voldoet aan het vastgestelde kwaliteitsniveau. De technische kwaliteit is redelijk tot goed en tegelijkertijd nog op een kritisch punt, doordat er tot en met 2018 onvoldoende geld beschikbaar was voor het vervangen van verharding. Met de middelen die beschikbaar zijn gesteld door middel van de NKG 2019 is een begin gemaakt met het vervangen van de verhardingen, waardoor op termijn minder klein onderhoud noodzakelijk is. Uit de laatste inspecties (december 2020) valt de achterstand ook op te maken:  De kwaliteit is redelijk te noemen  Op het gebied van veiligheid scoren de elementenverhardingen 6% matig en onvoldoende. Uitgaande van een werkvoorraad van 5% - waarvoor onderhoudsmaatregelen in voorbereiding zijn – blijft er ca. 1% over dat met klein onderhoud op niveau gehouden wordt.  Op het gebied van comfort scoren de elementenverhardingen 9% onvoldoende en 5% matig. Het (dis)comfort heeft echter geen effect op de levensduur.  Asfalt- en betonverhardingen scoren wel goed op het gebied van veiligheid en comfort. Op het gebied van duurzaamheid scoort het asfalt 10% matig en 3% onvoldoende, hetgeen betekent dat op middellange termijn problemen kunnen ontstaan.  Op het gebied van aanzien scoort asfalt matig en de elementenverhardingen scoren net iets slechter.

Investeringsbehoefte De kosten van verzorgend en klein onderhoud zijn vrij stabiel omdat deze gerelateerd zijn aan de omvang van het areaal. De kosten voor het groot onderhoud en vervanging variëren, doordat er geen homogene leeftijdsopbouw is en er veel externe invloeden zijn, zoals weersomstandigheden en belasting door verkeer. In Almelo zijn relatief veel wegen aangelegd in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw. Dit zijn bijvoorbeeld de wijken Schelfhorst en Windmolenbroek, die in een relatief kort tijdsbestek gerealiseerd zijn. Dit zie je terug in een toenemende vervangingsbehoefte van wegen op langere termijn (vooral na 2030). In de Nota Kapitaalgoederen in 2019 is geadviseerd een voorziening groot onderhoud grijs in te stellen, waarmee fluctuaties in de kosten voor het taakveld (geen investeringen) geëgaliseerd worden. Uit nader onderzoek blijkt dit nu niet nodig te zijn. Er zijn weliswaar fluctuaties in groot onderhoud tussen de jaren. Deze kunnen deels worden ‘uitgevlakt’ in de onderhoudsplanning. Waar dit niet mogelijk is, moeten pieken en dalen in benodigde middelen worden opgelost in de jaarlijks beschikbare middelen en dus worden meegenomen in het jaarlijkse proces van begroten en verantwoorden (P&C-cyclus).

De achterstand in groot onderhoud en met name de vervanging die in de afgelopen jaren is ontstaan, wordt op termijn ingelopen, mede op basis van de in 2019 vastgestelde NKG. Net als in 2019 leidt de aanwezige achterstand niet tot kapitaalvernietiging. Ongeveer 25 % van de kosten voor vervanging van verharding wordt gedekt uit riolering, omdat de vervanging van de verharding een gevolg is van de noodzaak om het onderliggend riool te vervangen. Dit deel van de kosten is niet aan dit taakveld toegerekend, maar aan het taakveld riolering.

12

Financiële vertaling Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2022 Verhardingen technisch 2021 Vervangen Kapitaallast Groot onderhoud

3.062.000

3.062.000

2023

2024

3.062.000

3.062.000

132.687

265.373

398.060

530.747

2.465.280

2.465.280

2.465.280

2.465.280

Klein onderhoud

728.800

728.800

728.800

728.800

Schoonhouden

1.593.605

1.616.605

1.616.605

1.616.605

Totaal benodigd

4.920.372

5.076.058

5.208.745

5.341.432

Totaal beschikbaar

4.999.459

5.154.669

5.286.879

5.419.089

79.087

78.611

78.134

77.657

Saldo

Doorkijk tot 2030 Bovenstaande bedragen zijn gebaseerd op de gemiddelde behoefte aan onderhoud en vervanging in de periode 2021-2030. Dit betekent dat deze bedragen tot 2030 actueel zijn. Het voornemen bestaat om een onderzoek uit te voeren naar een onderhoudscategorisering van wegen. Aan de hand hiervan kan het onderhoudsregime worden gedifferentieerd, in afwijking van de onderhouds- en vervangingscycli volgens de CROW-systematiek. Dit leidt mogelijk tot lagere kosten op (middel)lange termijn.

6.2 Civieltechnische kunstwerken Kunstwerken zijn belangrijke en kostbare objecten in de openbare ruimte. Bruggen, viaducten en sluizen en waterbouwkundige constructies moeten betrouwbaar functioneren om de stad goed en veilig bereikbaar te houden, zowel over de weg als over het water. Omvang De gemeente Almelo is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van ruim 450 civieltechnische kunstwerken. In 2019 werd uitgegaan van een areaal 230 civieltechnische kunstwerken. Volgens de laatste inventarisatie uit 2020 zijn er ruim 450 kunstwerken of delen van kunstwerken. Deze toename in areaal wordt met name veroorzaakt door allerlei waterbouwkundige voorzieningen als de haven- en kadevoorzieningen in de havens, kademuren in de binnenstad (o.a. langs de Aa) en diverse lichtere oeverbeschermingen. Omdat ze destijds niet goed in beeld waren, zijn deze voorzieningen in de Nota Kapitaalgoederen 2019-2022 niet meegenomen. De kunstwerken hebben een totale vervangingswaarde van ruim €200 miljoen. Beleidskader Het verzorgend onderhoud (schoon) is gericht op een basis- of lage kwaliteit, op basis van het IBOR-plan dat vastgesteld is in 2015. Er is geen beleidskader voor het technisch beheer van civieltechnische kunstwerken. Omdat veel van de kunstwerken echter deel uitmaken van het wegennet, geldt ook hier de wettelijke zorgplicht.

Om vast te stellen welk onderhoud minimaal nodig is, maakt Almelo gebruik van de landelijk gehanteerde normen voor conditiemetingen (NEN 2767-4). Staat van onderhoud In 2015 heeft Almelo de “impactvisie” opgesteld en zijn voor de 31 grootste en meest kwetsbare kunstwerken aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld. Inmiddels zijn 29 van deze kunstwerken in goede conditie gebracht en zijn de laatste 2 projecten in voorbereiding.

13

Na vaststelling van de nota kapitaalgoederen in 2019 zijn de kunstwerken in 2020 opnieuw geïnventariseerd en geïnspecteerd. Hierdoor is het areaal beter in beeld: het areaal is omvangrijker dan waar in 2019 van is uitgegaan. In het algemeen zijn de kunstwerken in goede of uitstekende staat.

Investeringsbehoefte De afgelopen jaren heeft een inhaalslag plaatsgevonden op de kunstwerken die al langer in beeld zijn, waardoor de komende jaren minder investeringen nodig zijn op deze kunstwerken. Dit blijkt ook uit de huidige goede staat van het areaal. Wel neemt de onderhoudsbehoefte toe. Echter neemt de totale investeringsbehoefte op dit taakveld toe, vanwege een beter inzicht in het areaal. Financiële vertaling Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

1.117.000

1.117.000

1.117.000

1.117.000

Kapitaallast

Civiele kunstwerken

39.095

78.190

117.285

156.380

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

482.500

696.000

696.000

696.000

Totaal benodigd

521.595

774.190

813.285

852.380

Totaal beschikbaar

453.095

515.564

578.034

640.503

Saldo

-68.500

-258.626

-235.251

-211.877

Doorkijk tot 2030 Op langere termijn neemt het benodigd budget naar verwachting toe, aangezien er meer onderhoud nodig is, maar dit lijkt zich pas te manifesteren na 2030.

14

6.3 Openbare verlichting Gedurende de nacht draagt de openbare verlichting bij aan het waarborgen van de verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid. De verlichtingsobjecten kunnen worden opgedeeld in masten, armaturen en lampen. Omvang Gemeente Almelo 16.612 verlichtingsobjecten in eigendom. Arealen Openbare Verlichting Armaturen

16.612

st

Masten

15.460

st

Lampen

ca 17.000

st

Beleidskader Er is geen actueel beleidskader voor de openbare verlichting. Het beheer is gebaseerd op het beschikbare budget, waarbij het minimale onderhoud wordt uitgevoerd om de veiligheid en functionaliteit te borgen. Verzorgend onderhoud zoals reinigen en schilderen wordt nauwelijks uitgevoerd. Staat van onderhoud De staat van onderhoud van de verlichting is redelijk tot slecht. Desondanks functioneert de openbare verlichting goed. Dit is gevolg van het (relatief veel) uitvoeren van klein onderhoud, terwijl het economisch voordeliger is die verlichting te vervangen. Door de versnelde vervanging naar LED-verlichting krijgt de openbare verlichting een kwaliteitsimpuls. Het afgelopen jaar hebben er veel of grote vervangingen plaatsgevonden: Wierdensestraat masten en armaturen vervangen, Van Rechteren Limpurgsingel, Weezebeeksingel, groot deel Windmolenbroek en Groeneveld armaturen vervangen. De onderhoudsbehoefte zal daardoor de komende jaren dalen.

Investeringsbehoefte Het College van B&W heeft besloten om 11.333 armaturen versneld te vervangen door LEDverlichting in de periode 2020 – 2023. Hiermee levert de openbare verlichting een aanzienlijke bijdrage in de energiebesparing en aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Almelo: ruim 2,3 miljoen kw besparing. In 2020 is opdracht gegeven voor vervanging van 3430

15

armaturen, waarvan het meeste reeds is uitgevoerd en het resterende deel in voorjaar 2021 plaatsvindt. Naast deze 3430 armaturen zijn/worden er ook 428 masten vervangen.

Financiële vertaling Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2022 Openbare verlichting 2021

2023

2024

Vervangen

260.000

260.000

260.000

260.000

Kapitaallast

11.267

22.533

33.800

45.067

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

196.911

187.075

177.236

170.108

Totaal benodigd

208.178

209.608

211.036

215.175

Totaal beschikbaar

208.178

209.608

211.036

215.175

0

0

0

0

Saldo

Doorkijk tot 2030 De jaarlijkse investeringslasten in verband met vervanging blijven nog enige tijd gelijk (€260.000 per jaar). Dit is een gevolg van de in het verleden ontstane achterstand in het vervangen van masten. Deze achterstand wordt maar langzaam ingelopen. Na 2025 zullen de kosten voor klein onderhoud verder dalen, als gevolg van de vervangingen van oude masten en armaturen door nieuwe exemplaren.

6.4 Verkeer (regel-)installaties (VRI) Met de verkeersregelinstallaties (VRI’s) en (dynamische) verkeerssystemen wordt het verkeer actief in goede banen geleid. Goed functioneren is van groot belang voor de verkeersveiligheid en de bereikbaarheid. In het onderhoud wordt onderscheid gemaakt in de regelautomaat zelf, wegmeubilair/bekabeling en de verkeerssystemen (regelprogramma’s en verbindingen). Omvang De gemeente Almelo heeft op dit moment 47 verkeersregelinstallaties (VRI’s) in haar bezit. Naast de verkeersregelinstallaties bezit de gemeente Almelo ook nog een dynamisch busstation, een aantal DRIPS en een parkeerverwijssysteem. Beleidskader Er is geen specifiek beleid voor VRI’s. Voor het verzorgend onderhoud (schoon) geldt een basisof lage kwaliteit, op basis van het IBOR-plan dat vastgesteld is in 2015. Verkeerslichten moeten voldoen aan de wettelijke regels uit de Regeling verkeerslichten. In deze regeling staan voorschriften op het gebied van toepassing, inrichting, plaatsing, kleur, afmeting en materiaal van verkeerslichten. En omdat de VRI’s deel uitmaken van het wegennet, geldt ook hier de wettelijke zorgplicht. Om aan de wetgeving te voldoen, worden de NEN-normen en CROW-richtlijnen gehanteerd. CROW-normen zijn niet verplicht, maar worden wel als maatgevend beschouwd bij het onderhoud van VRI's.

Ook uit jurisprudentie is gebleken dat deze richtlijnen juridisch zwaar wegen bij rechterlijke toetsing. Het beheer is gebaseerd op het beschikbare budget, waarbij het minimale onderhoud wordt uitgevoerd om de veiligheid en functionaliteit (doorstroming) zo goed mogelijk te borgen. 16

Verzorgend onderhoud zoals reinigen en schilderen is sinds 2019 enigszins geïntensiveerd, maar ligt op minimaal niveau. Ook het preventief onderhoud is minimaal.

Staat van onderhoud De staat van VRI’s is matig tot slecht. De meeste VRI’s zijn sterk verouderd en het onderhoud en met name de vervanging van de automaten bleef tot 2019 achter bij de landelijk geadviseerde minimale termijnen. Dit uitte zich in een toenemend aantal storingen, waardoor functionaliteit in het geding komt en veiligheidsrisico’s ontstaan. Een voorbeeld hiervan zijn een toenemend aantal incidenten, waarbij als gevolg van storingen bij de VRI’s van gemeente Almelo filevorming ontstaat op de A35. In 2019 is gestart met een inspectie om exact inzicht te krijgen in de actuele staat. Op basis daarvan is een beheerplan opgesteld met een meerjaren doorkijk voor de te treffen maatregelen. Op grond hiervan is het onderhoudsniveau in 2020 wat verbeterd en met de geplande vervangingen voor de komende jaren zal de kwaliteit verder verbeteren.

Investeringsbehoefte Het CROW adviseert als minimale vervangingstermijn voor de installatie een vervangingscyclus van 40 jaar en voor de automaat 18 jaar. De installaties en automaten variëren sterk in leeftijd. De werkelijke investeringsbehoefte is ook afhankelijk van de actuele technische staat. De investeringsbehoefte is bepaald aan de hand van de cyclische afschrijving, met in achtneming van bijzonderheden t.a.v. de technische staat die naar voren zijn gekomen uit verslagen van de onderhoudsaannemers. Om de werkvoorraad te spreiden, wordt de vervangingsopgave van de komende vier jaar gelijkmatig verspreid. Voor de lange-termijn vervangingsopgave is de vervangingscyclus voor de installatie gesteld op 36 jaar. Daardoor loopt de vervanging van de automaten en installaties in met elkaar in de pas. Doordat het onderhoud (in de vorm van vervanging van regelautomaten en/of wegmeubilair/bekabeling en verkeerssystemen) goed te spreiden is, zijn de onderhoudskosten stabiel. De doorrekening aan de hand van normkosten sluit aan bij de bevindingen van de huidige onderhoudsstaat. Vanaf 2019 is het onderhoudsbudget voor VRI’s verhoogd. Het budget voor jaarlijks klein onderhoud is toereikend voor de huidige voorzieningen.

Financiële vertaling

17

Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2022 Verkeersregelinstallaties 2021

2023

2024

Vervangen

570.000

720.000

720.000

720.000

Kapitaallast

43.700

98.900

154.100

209.300

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

307.590

307.590

307.590

307.590

Totaal benodigd

351.290

406.490

461.690

516.890

Totaal beschikbaar

351.290

406.490

461.690

516.890

0

0

0

0

Saldo

Doorkijk tot 2030 Vanaf 2024 is de dringend benodigde achterstallige vervanging ingelopen. De jaarlijkse kosten voor vervangingen lopen daardoor met ingang van 2025 terug.

18

7. UITWERKING TAAKVELD OPENBAAR GROEN EN OPENLUCHTRECREATIE Onder het taakveld groen vallen de onderdelen openbaar groen en bomen en speelvoorzieningen. De budgetten voor deze onderdelen zijn op dit moment verweven. De onderdelen worden daarom los besproken en de financiële vertaling wordt gebundeld. Daarnaast is het bij groen van belang om goed onderscheid te maken in schoon en vervolgens heel en veilig. Schoon betreft het beeld wat is vastgesteld in het IBOR (“zuinig”). Heel en veilig betreft het technisch onderdeel. Dit technische onderdeel wordt in deze NKG besproken.

7.1 Groen en bomen Groen en bomen zijn belangrijk voor de kwaliteit van de buitenruimte en de woon- en leefomgeving. Groen nodigt uit om buiten te verblijven en draagt bij aan een aangenaam vestigingsklimaat. Wanneer het groen goed is onderhouden speelt dit een belangrijke rol in de waardering van de buitenruimte.

Omvang Almelo heeft ruim 40.000 bomen en circa 400 hectare groen in bezit . Arealen Groen Bomen

40.449

st

Cultuurbeplanting

217.747

m2

Hagen

15.831

m2

Plantenbakken

101 st

Natuurlijke beplanting

621.784

m2

Gras

3.149.628 m2

Water

353.399

TOTAAL

4.358.389 m2

m2

Beleidskader Het groenonderhoud is, na een evaluatie van IBOR in 2020, niet in hoofdlijnen veranderd en is gericht op een basis- of lage kwaliteit, wat vastgesteld is in 2015. Voor het beheer van bomen is geen beleidskader vastgesteld. Wel geldt op basis van het burgerlijk wetboek een zorgplicht: de 19

eigenaar van een boom moet aantoonbaar voldoende zorg verrichten. Het beheer van bomen is budgetgestuurd, op basis van veiligheidscontroles wordt het meest urgente onderhoud uitgevoerd. Staat van onderhoud Het groen voldoet in grote lijnen aan de vastgestelde kwaliteitsniveaus basis en laag, volgens het scenario “zuinig” welke in het IBOR is vastgesteld. De technische staat van het groen is in 2020 geïnventariseerd. Het grootste deel van de bomen heeft een voldoende of goede conditie. Een relatief klein deel heeft een matige tot slechte conditie (8%). Er is geen directe relatie tussen conditie en restlevensduur. In het verleden werd er weinig aandacht besteed aan de groeiplaatsinrichting van bomen. Er zijn daarom vrij veel bomen met een relatief slechte groeiplaats. Deze bomen hebben vaak een mindere conditie, maar kunnen desondanks toch relatief oud worden. Van de bomen met een slechte conditie, is de verwachting dat ze op korte termijn afsterven. Investeringsbehoefte Op basis van het geplande onderhoud en ervaringscijfers is een raming gemaakt van de investeringsbehoefte voor levensduur verlengend onderhoud en vervanging in de komende vier jaar. Gemiddeld bedraagt dit ruim €1 miljoen per jaar voor groen en bomen. Financiële vertaling Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

1.034.798

1.034.798

1.034.798

1.034.798

Kapitaallast

Groen en bomen

36.218

72.436

108.654

144.872

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

2.436.500

2.436.500

2.436.500

2.436.500

Totaal benodigd

2.472.718

2.508.936

2.545.154

2.581.372

Totaal beschikbaar

2.472.718

2.508.936

2.545.154

2.581.372

0

0

0

0

Saldo

Doorkijk tot 2030 De achterstand in het onderhoud en vervanging van bomen wordt ingelopen. De kwalitatieve vervangingen worden beïnvloed door zaken als ziekten, plagen en toenemende droogte. Het planmatig onderhoud is op dit moment nog ondergeschikt aan het risicogestuurd ingrijpen op basis van inspectieresultaten. Stapsgewijs wordt ingezet op de omslag naar een meer planmatige aanpak, van reactief (en ad hoc) naar meer preventief (en planmatig).

7.2 Speelvoorzieningen De aanwezigheid van speelplaatsen in de openbare ruimte draagt bij aan een aantrekkelijke woonomgeving en aan (spontane) ontmoetingen. Bovenal stimuleert het kinderen tot bewegen, wat essentieel belang is in hun ontwikkeling. Omvang In 2014 is er een taakstelling op de speelvoorzieningen opgelegd om 75% van het totale vervangingsbudget te bezuinigen. Doelstelling was om het aantal speelvoorzieningen terug te brengen waardoor ook een taakstelling van 20% op beheer gerealiseerd kon worden. Op het 20

moment van vaststelling van de nota Kapitaalgoederen in 2019 was deze taakstelling weliswaar financieel ingeboekt, maar nog niet uitgevoerd. Het areaal speelvoorzieningen was nog niet terug gebracht, omdat door de goede staat van onderhoud het areaal nog enige jaren in stand kon worden gehouden. Bij de Programmabegroting 2020 is de motie ‘budget voor onderhoud en vervanging speeltoestellen’ aangenomen, waarin opdracht wordt gegeven een plan van aanpak op te stellen om een kwaliteitsslag te maken in het aanbod van speelvoorzieningen. Bij de perspectiefnota 2020 is afgesproken om bij de begroting 2021 hiervoor jaarlijks € 375.000,- krediet beschikbaar te stellen en de tussenliggende periode te gebruiken om een plan van aanpak op te stellen. Dit plan van aanpak is inmiddels opgesteld en de resultaten hiervan zijn gebruikt voor deze actualisatie van de nota kapitaalgoederen. Arealen Spelen en meubilair Speeltoestellen

882 st

Speelondergronden

28.456 m2

Straatmeubilair

2.409 st

Hek

17.222 m1

Beleidskader Het huidige speelbeleid is vastgelegd in de nota “Speelruimtebeleid 2008-2018, speelruimte informeler bekeken“ De hierin genoemde uitgangspunten zijn nog steeds actueel en worden in het plan van aanpak herbevestigd. In het plan van aanpak “kwaliteitsslag speelvoorzieningen” van november 2020 wordt een tweeledig doel genoemd: 1. In de periode 2021-2022 in iedere wijk een zichtbare inhaalslag te realiseren in het kwaliteitsniveau van de bestaande speelplaatsen. 2. De kaders en uitgangspunten te benoemen die worden gehanteerd om structureel te komen tot: a. een evenwichtige spreiding van speelvoorzieningen b. een goed kwaliteitsniveau te realiseren dat in evenwicht is met de beschikbare middelen.

21

Als uitwerking van de Visie Sport en Bewegen is een investeringsbedrag van €500.000 beschikbaar voor ongeorganiseerd sporten in de openbare ruimte. Hiervoor wordt momenteel een plan ‘Sport en bewegen in de openbare ruimte’ opgesteld. Rekening houdend met 20% aan bijkomende kosten voor voorbereiding en toezicht, bedraagt de totale investering €600.000. Uitgaande van uitvoering in twee jaar, zijn de kapitaallasten in 2022 € 23.000 en in 2023 € 46.000. De kapitaallasten nemen daarna jaarlijks af. De gemeente is als beheerder wettelijk verplicht te zorgen voor veilige speelvoorzieningen. Deze verplichting volgt uit het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS 1997). Dit betekent dat alle speeltoestellen gekeurd en onderhouden moeten worden. Staat van onderhoud De staat van onderhoud van de speeltoestellen heeft een kritisch peil bereikt, waarbij niet het gehele areaal in stand gehouden kan worden. Om areaal en beschikbare middelen duurzaam in balans te brengen is er een plan van aanpak voor de komende 2 jaar om de stad weer veilig speelbaar te maken. Investeringsbehoefte Er is op dit moment een vervangingsachterstand van ruim 500.000 euro. Het is onmogelijk om die achterstand in één jaar in te lopen. Om het werkvolume te spreiden, zijn de vervangingsachterstand en de vervangingsopgave voor de jaren 2021-2024 uitgevlakt tot een realistisch volume.

Om vervanging mogelijk te maken is in de meerjarenbegroting voor 20212024 voorzien in een jaarlijks krediet van € 375.000, gelijk aan de gemiddelde vervangingsopgave. Financiële vertaling Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

375.000

675.000

675.000

375.000

Kapitaallast

0

51.750

103.500

132.250

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

246.000

257.000

257.000

257.000

Totaal benodigd

246.000

308.750

360.500

389.250

Totaal beschikbaar

246.000

308.750

360.500

389.250

0

0

0

0

Spelen Vervangen

Saldo

Doorkijk tot 2030 Voor de vervangingsopgave is het gemiddelde voor de jaren 2021 t/m 2030 berekend. Dit betekent dat met het beschikbare krediet is voorzien in de opgave tot en met 2030.

22

8. UITWERKING TAAKVELD RIOLERING (BLAUW) Het taakveld riolering (blauw) wordt in deze actualisatie niet meegenomen. Dit omdat er voor dit taakveld dit jaar nieuwe uitgangspunten worden opgesteld, als opvolger van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Deze uitgangspunten bepalen de benodigde middelen, en vormen hiermee tevens de basis voor de hoogte van de rioolheffing.

23

9. UITWERKING TAAKVELD HAVENS De Almelose havens ondergaan de komende jaren een forse ingreep door de verdieping van het Twentekanaal en het aanpassen van de havens op scheepvaartklasse 5a. Hierover hebben het college van B&W en de raad begin 2019 een besluit genomen. De onderhoudssituatie vraagt in samenhang met deze investering om nadere afstemming. Met inachtneming van de voorgenomen investeringen zijn de afgelopen periode de overige havenassets in samenspraak met het Havenbedrijf Twente nader geïnventariseerd en geïnspecteerd. Mede hierdoor is voor de korte en middellange termijn zicht op de benodigde onderhoudsmiddelen Omvang Begin 2019 hebben het college van B&W en de raad een besluit genomen om de kade aan de Buitenhaven Oost aan te passen en de insteekhavens voor te bereiden op het geschikt voor klasse 5a binnenvaart. In de meerjarenbegroting 2019 zijn middelen beschikbaar gekomen voor het gemeentelijke deel van de projectfinanciering. Dit betreft het aanpassen/vernieuwen van 350 m kade buitenhaven west, het in beeld brengen c.q. vernieuwen van alle koppen van de insteekhavens, baggeren tot gewenste diepte en het verstevigen onderwaterbodem daar waar nodig. In 2021 zal verder worden gewerkt aan het opstellen van het Definitief Ontwerp alsmede de bestekstekeningen, waarna aan het eind van dat jaar zal worden aanbesteed. Uitvoering vindt dan plaats in 2022.

Dit is direct aansluitend aan de werkzaamheden van Rijkswaterstaat aan de hoofdvaargeul welke voor de 2e helft van 2021 gepland zijn. De financiële gevolgen inzake de kapitaalslasten voor de uitvoering van de Almelose opgave zijn meegenomen in de meerjarenbegroting.

Foto: Anton Schelfhorst

Beleidskader Het havenbeleid van Almelo zal voor de bedrijfshavens in samenspraak worden vormgegeven met het Regionaal Havenbedrijf Twente. Staat van onderhoud Het huidige havencomplex kent enige achterstand in onderhoud. In de afgelopen periode is geïnvesteerd in de havenkom ter hoogte van Van Merksteijn om aldaar de achterstanden ongedaan te maken en is de tweede insteekhaven deels gedempt. De overige onderhoudssituatie van het havencomplex is nu door aanvullende inspecties in beeld. De benodigde maatregelen worden afgestemd op de werkzaamheden die voortvloeien uit de aanpassingen van de kades en verdieping van de haven.

24

Investeringsbehoefte Voor de Almelose scope van het project verruiming Twentekanalen is een krediet beschikbaar van € 3,9 miljoen, waarvan € 1,2 miljoen aan toegezegde CEF-subsidie (Connecting European Facility transport) van de Europese Unie. Op dit moment vindt met partners in de omgeving overleg plaats om alle regionale havens regionaal te gaan beheren. Dit heeft onlangs geresulteerd in gezamenlijk uitgevoerde inventarisatie, inspecties en een meerjaren onderhouds- en investeringsplanning(MJOIP). Eén en ander rond het gemeentelijk haven bedrijf Twente (GHT). Binnen het in de huidige begroting beschikbare budget voor havens zijn geen middelen opgenomen voor het onderhoud van de havenvoorzieningen. Het onderhoud van de havenassets komt ten laste van het budget kunstwerken en is meegenomen in dat taakveld (zie paragraaf 6.2). Ten aanzien van de recreatieve havens beschikt Almelo over de jachthaven en sinds 2020 ook over de nieuwe havenkom. Beide havendelen zijn meegenomen in de inventarisaties en inspecties. Ook dit is ondergebracht bij het taakveld civieltechnische kunstwerken. Ten aanzien van het onderhoud zijn er voor de komende jaren geen grote opgaven in beeld.

Financiële vertaling Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 Havens

2021

2022

2023

2024

Vervangen

48.750

48.750

48.750

48.750

Kapitaallast

1.706

3.413

5.119

6.825

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

17.000

17.000

17.000

17.000

Totaal benodigd

18.706

20.413

22.119

23.825

0

0

0

0

-18.706

-20.413

-22.119

-23.825

Totaal beschikbaar Totaal

Doorkijk tot 2030 In de periode na 2024 nemen de onderhoudskosten aan de havenvoorzieningen toe. Ook zal op termijn meer onderhoud nodig zijn aan de recreatieve havens, op de lange termijn komen ook vervangingen aan de orde.

25

10. UITWERKING TAAKVELD GEBOUWEN (ROOD) Omvang De gemeente Almelo beheert 121 vastgoedobjecten, waarvan 89 algemeen, 8 parkeervoorzieningen en 24 sport-gerelateerd. Beleidskader Onlangs heeft de raad de Nota grond- en vastgoedbeleid 2020 vastgesteld. Hierin is vastgelegd dat in principe alleen die vastgoedobjecten in eigendom worden gehouden die behoren tot de kernportefeuille of de ontwikkelportefeuille: hierbij ligt de focus op maatschappelijk vastgoed en eigen huisvesting. Ten aanzien van het beheer en onderhoud van vastgoed stelt de nota grond- en vastgoedbeleid dat de gemeente Almelo als eigenaar er voor zorgt dan haar panden in stand blijven en voldoen aan de gangbare eisen. Hiervoor zijn alle panden opgenomen in een Meerjarig Onderhoudsplan. Het beheer is er op gericht de gebouwen sober en doelmatig in stand te houden, waarbij de landelijke normen uit de NEN2767 worden aangehouden. Op de af te stoten panden vindt minimaal onderhoud plaats.

Staat van onderhoud Veel panden zijn in matige staat op basis van een conditiemeting van een aantal panden. Er is een werkvoorraad met achterstallig onderhoud. Er is geen sprake van kapitaalvernietiging. Met veel klein onderhoud en reparatie worden de risico’s beperkt. Consequentie is wel dat er meer storingen (lekkages, uitval ketel, etc.) optreden en een lagere beeldkwaliteit is. Het uitgangspunt is om eens per 3-5 jaar een inspectie te doen. De afgelopen jaren 2019-2020 zijn, mede vanwege corona, niet alle begrote werkzaamheden uitgevoerd, zoals het project nieuwbouw zwembad, Binnenstadsplan, verduurzaming maatschappelijk Vastgoed, brandveiligheid en project kostprijsdekkende huur. Onder andere de volgende grote projecten zijn wel uitgevoerd: diverse daken vervangen i.v.m. plaatsing zonnepanelen, vervangen ventilatie theater Hof 88, Vervangen glas en kozijnen basisschool Het Palet. De komende jaren staan onder andere de volgende werkzaamheden op de planning: Schilderwerk Molen, schilderwerk Hof 88, renovatie parkeerdekken P3, diverse sportvloeren vervangen, gevels Stadhuis reinigen.

26

Investeringsbehoefte Voor het onderhoud van deze objecten is een 5-jaren programma opgesteld voor 2019 - 2023. De basis voor de meerjaren-doorkijk zijn de cijfers uit het MOP 2019-2023. In het MOP zijn de maatregelen beschreven welke moeten worden genomen om het onroerend goed in stand te houden. Als basis is hiervoor het beheerprogramma PLANON gebruikt. Deze gespecificeerde lijst is per jaar doorgenomen en gescreend op investeringen en groot onderhoud. Investeringen zijn doorgerekend o.b.v. bijbehorende (diverse) afschrijvingstermijnen en op basis van gelijkblijvend areaal. Hier ligt per gebouw een onderbouwing onder. Financiële vertaling Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 Vastgoed

2021

2022

2023

2024

Vervangen

1.700.000

1.700.000

1.700.000

1.700.000

Kapitaallast

142.000

284.000

426.000

568.000

Groot onderhoud

650.000

650.000

650.000

650.000

Klein onderhoud

1.163.837

1.143.837

1.143.837

1.127.796

Totaal benodigd

1.955.837

2.077.837

2.219.837

2.345.796

Totaal beschikbaar

1.963.837

2.093.837

2.243.837

2.377.796

8.000

16.000

24.000

32.000

Saldo

Doorkijk tot 2030 Zoals uit bovenstaand overzicht valt op te maken nemen de kapitaalslaten jaarlijks toe, een langere doorkijk geeft aan dat in 2029 – bij het huidige areaal aan vastgoed - de kapitaallasten dusdanig hoog zijn dat het saldo negatief wordt. De beoogde afbouw van de vastgoedportefeuille heeft gevolgen voor de kosten. Enerzijds hoeft niet meer geïnvesteerd te worden in levensduur verlengend onderhoud en vervanging, dus zullen de kapitaallasten minder stijgen, en anderzijds nemen de kosten voor groot onderhoud en klein onderhoud af. Deze financiële voordelen manifesteren zich pas bij daadwerkelijke verkoop van een object en zullen dan ook pas worden meegenomen in een volgende nota kapitaalgoederen.

27

11. RISICO’S EN ONZEKERHEDEN LANGE TERMIJN Voorspelbaarheid kosten op langere termijn minder betrouwbaar Onderhoud en vervanging van kapitaalgoederen is voor de korte termijn (1 – 4 jaar) goed te begroten. Als we verder vooruitkijken, neemt de voorspelbaarheid en daarmee de betrouwbaarheid van de begrotingen af. De gemiddelde degradatie van de kapitaalgoederen kan voor de middellange termijn (5 – 10 jaar) redelijk worden voorspeld. Op basis van een cyclische afschrijving kan hiervoor budget worden gereserveerd. De noodzakelijke investerings- en onderhoudsbehoefte van kapitaalgoederen op lange termijn (verder dan 10 jaar) is echter erg onzeker. Enerzijds, omdat de kapitaalgoederen continu blootstaan aan veranderlijke invloeden van buitenaf zoals weer en gebruik. Anderzijds, omdat moeilijk te voorspellen is welke functionaliteit van de objecten in de toekomst gevraagd zal worden. Veranderingen waaraan onze maatschappij momenteel onderhevig is als klimaatadaptatie, energietransitie, mobiliteit-switch zullen fors impact hebben op de openbare ruimte. Dit is een risico, maar biedt ook kansen. Investeringsbehoefte groeit op lange termijn Bij een ongewijzigde maatschappelijke situatie zal de investeringsbehoefte in de openbare ruimte op de middellange en lange termijn toenemen. Voor een flink aantal objecten ligt de vervanging verder in de toekomst.

Die vallen buiten de scope van deze nota. Dus de investeringen en daarmee de kapitaallasten zullen nog stijgen. Gevolg daarvan is dat de huidig beschikbare budgetten naar verwachting op termijn niet toereikend zijn. Een gedetailleerde voorspelling is echter niet mogelijk.

28

12. ADVIEZEN Financiële effecten betrekken bij Voorjaarsnota en perspectiefnota Deze nota laat per saldo met ingang van 2022 een gering negatief financieel effect zien, doordat het benodigde budget hoger is dan het beschikbare budget. Het saldo is als volgt: jaar

2021

2022

2023

2024

0

-184

-155

-126

Saldo beschikbaar - benodigd Bedragen * 1.000 euro

Wij adviseren het negatief saldo voor de jaren 2022 en verder te betrekken bij de Perspectiefnota. Budgetten per taakveld herschikken Recente berekeningen laten verschuivingen zien in de actuele budgetbehoeftes per taakveld. Geadviseerd wordt een herverdeling door te voeren van de budgetten tussen de taakvelden, zodat deze aansluiten op de actuele behoefte per taakveld.

29

BIJLAGEN FINANCIËLE ONDERBOUWINGEN PER TAAKVELD

30

TAAKVELD VERHARDINGEN Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 Verhardingen technisch Vervangen Kapitaallast

2021

2022

2023

2024

3.062.000

3.062.000

3.062.000

3.062.000

132.687

265.373

398.060

530.747

Groot onderhoud

2.465.280

2.465.280

2.465.280

2.465.280

Klein onderhoud

728.800

728.800

728.800

728.800

Schoonhouden

1.593.605

1.616.605

1.616.605

1.616.605

Totaal

4.920.372

5.076.058

5.208.745

5.341.432

Bedragen x € 1

Beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

3.051.000

3.051.000

3.051.000

3.051.000

Kapitaallast

132.210

264.420

396.630

528.840

Groot onderhoud

2.559.000

2.559.000

2.559.000

2.559.000

Klein onderhoud

663.993

663.993

663.993

663.993

Schoonhouden

1.593.605

1.616.605

1.616.605

1.616.605

Inzet eigen dienst

50.651

50.651

50.651

50.651

4.999.459

5.154.669

5.286.879

5.419.089

Benodigd vs beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2022 Verharding technisch 2021

2023

2024

Verhardingen technisch

Totaal Bedragen x € 1

Benodigd

4.920.372

5.076.058

5.208.745

5.341.432

Beschikbaar

4.999.459

5.154.669

5.286.879

5.419.089

79.087

78.611

78.134

77.657

Totaal Bedragen x € 1

31

TAAKVELD CIVIELTECHNISCHE KUNSTWERKEN Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

1.117.000

1.117.000

1.117.000

1.117.000

Kapitaallast

156.380

Civiele kunstwerken

39.095

78.190

117.285

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

482.500

696.000

696.000

696.000

0

0

0

0

521.595

774.190

813.285

852.380

Schoonhouden Totaal Bedragen x € 1

Beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

1.784.835

1.784.835

1.784.835

1.784.835

Kapitaallast

62.469

124.938

187.408

249.877

Civiele kunstwerken

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

390.626

390.626

390.626

390.626

Schoonhouden

0

0

0

0

Inzet eigen dienst

0

0

0

0

453.095

515.564

578.034

640.503

Totaal Bedragen x € 1

Benodigd vs beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2022 Civiele kunstwerken 2021

2023

2024

Benodigd

521.595

774.190

813.285

852.380

Beschikbaar

453.095

515.564

578.034

640.503

Totaal

-68.500

-258.626

-235.251

-211.877

Bedragen x € 1

32

TAAKVELD OPENBARE VERLICHTING Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

260.000

260.000

260.000

260.000

Kapitaallast

45.067

Openbare verlichting

11.267

22.533

33.800

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

196.911

187.075

177.236

170.108

0

0

0

0

208.178

209.608

211.036

215.175

Schoonhouden Totaal

Beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

260.000

260.000

260.000

260.000

Kapitaallast

11.267

22.533

33.800

45.067

Openbare verlichting

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

196.911

187.075

177.236

170.108

Schoonhouden

0

0

0

0

Inzet eigen dienst

0

0

0

0

208.178

209.608

211.036

215.175

Totaal Bedragen x € 1

Benodigd vs beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2022 Openbare verlichting 2021

2023

2024

Benodigd

208.178

209.608

211.036

215.175

Beschikbaar

208.178

209.608

211.036

215.175

0

0

0

0

Totaal Bedragen x € 1

33

TAAKVELD VERKEERS(REGEL-)INSTALLATIES (VRI) Benodigd voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

570.000

720.000

720.000

720.000

Kapitaallast

209.300

Verkeersregelinstallaties

43.700

98.900

154.100

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

307.590

307.590

307.590

307.590

0

0

0

0

351.290

406.490

461.690

516.890

Schoonhouden Totaal Bedragen x € 1

Beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2021

2022

2023

2024

Vervangen

570.000

720.000

720.000

720.000

Kapitaallast

209.300

Verkeersregelinstallaties

43.700

98.900

154.100

Groot onderhoud

0

0

0

0

Klein onderhoud

307.590

307.590

307.590

307.590

Schoonhouden

0

0

0

0

Inzet eigen dienst

0

0

0

0

351.290

406.490

461.690

516.890

Totaal Bedragen x € 1

Benodigd vs beschikbaar voor uitvoering van onderhoud, jaarlijks voor de periode 2021-2024 2022 Verkeersregelinstallatie 2021

2023

2024

Benodigd

351.290

406.490

461.690

516.890

Beschikbaar

351.290

406.490

461.690

516.890

0

0

0

0

Totaal Bedragen x € 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=9223e398-4a00-4bf2-8092-9ff76ad5ae63