CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

3.5 Notulen raadsvergadering 1 juli 2021 (voortzetting van de raadsvergadering van 29 juni 2021) (getekend).pdf

Raad 14 september 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststellen notulen63.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

Gemeente

F

~ --

__ _-

e

~ ~ ~ Á~ f11E'~O

Notulen Raadsvergadering Gemeenteraad Almelo

Datum:

1 juli 2021 (voortzetting van de vergadering van 29 juni 2021 te 19.30 uur)

Aanvang:

09.00 uur

Locatie:

raadzaal

Voorzitter:

de heer A.J. Gerritsen, burgemeester.

Griffier:

mevrouw C.M. Steenbergen.

Aanwezige leden:

De heer F. Akse, mevrouw Y. Bijenhof, mevrouw J.T. BuikemaAlbers, de heren H. Buitenweg, U. fete, mevrouw M.J.C. van Doorn, de heer A. Ekizkuyu (later), mevrouw H.J. Geerdink (later), de heren R.H. Gelici (later), F.J. Gerritsen, mevrouw E. van den Ham-Jaarsma, de heren M.V.F.M. Hubers, A.G.P. Hummels (later), J.L.R. Kampman, H.F.T. Kamst, W. Loupattij (later), M. Makkinga, E.J. van Marle, mevrouw Q.D.D.M. Munnich, H.G. de Olde, J. Pauwels, mevrouw P. Pol (later), mevrouw M. van Saane, mevrouw I.A.M. ten Seldam, de heren G.W.L. Stork, T.S.M. St6teler, W.B. Teeuw, H. Teunis, J. Tijhof, A.J.J.M. Trienen, A. de Vries, mevrouw D.C. Wind (later), de heren J.B.W. Wiertz en M. Zielman.

Afwezige leden:

de heer W.H.H.L. Weinreder.

Aanwezige wethouders:

de heren A.L. Langlus, A. Maathuis, E.J.F.M. van Mierlo en J.M. van Rees.

De VOORZITTER heropent de vergadering en spreekt als volgt: Dames en heren! Ik meld u dat de leden Loupattij, Wind, Ekizkuyu, Hummels, Pol en Geerdink later ter vergadering komen. Zoals ik had aangekondigd, hebben wij een poging gedaan om de zaal anders in te delen, zodat u, omdat het een lange zit is, wat dichter bij de arena komt te zitten. Alle eenpersoonsfracties hebben één plek en alle fracties met twee of meer leden, hebben twee stoelen in de zaal. Ik heb al gemaild dat ik er vrede mee heb als de leden die op de eerste ring van de tribune zitten een beetje wisselen. Dat geldt met name voor de fracties van VVD, CDA en Lokaal Almelo Samen. Wij zijn erin geslaagd om de afstand op 1,5 meter te houden. Ik heb u gevraagd om, als u door de zaal loopt en het gevoel heeft dat u te dicht in de buurt van uw

collega's komt, even een mondkapje te dragen of een andere route te kiezen. Laten we met elkaar ons best doen om de coronaregels zo goed mogelijk na te leven. De vergadering gaat straks verder met de eerste termijn van het college. Het college heeft 75 minuten netto spreektijd. Dat betekent dat interrupties daar niet afgaan, maar u mag van mij verwachten dat ik de interrupties wel een beetje ga begeleiden. Ik vraag uw respect voorde manier waarop ik dat doe. Dat geldt ook voorde collegeleden in hun beantwoording. Soms zijn interruptiedebatjes goed en inhoudsvol en daar moet ruimte voor zijn. In de loop van de ochtend zal ik in overleg met de griffier een pauzemoment zoeken. We hopen dat we rondom de lunch het college gehoord hebben. Dan kunt u zich voorde lunch terugtrekken en zich beraden op uw inbreng in tweede termijn. (De heer Hummels komt, te 09.06 uur, ter vergadering.) De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Ik heb een punt van orde. Ik vraag me af waarom de algemene beschouwingen van de partijen niet zijn overgezet van dinsdag naar donderdag. Ik zie dat alles is overgezet, behalve de algemene beschouwingen. Ik ben van mening dat de algemene beschouwingen onderdeel zijn van deze vergadering en dat die dienen te worden overgezet naar donderdag.

De VOORZITTER: De griffier wijst er mij terecht op dat de vergadering van afgelopen dinsdag geschorst is en nu wordt voortgezet. Ik snap het technische euvel, want dat betekent dat je heen en weer moet scrollen. Misschien is het mogelijk -maar dan kijk ik met een schuin oog naar de medewerkers van de griffie - om de stukkenset van dinsdag op 1 juli te zetten, terwijl wij hier spreken. Als u dan een keer ververst, heeft u ze onder de knop. (Mevrouw Po/ komt, te 09.09 uur, ter vergadering.) 3. Reactie van het college (1e termijn). De VOORZITTER: Dames en heren! Ik geef als eerste het woord aan wethouder Langlus. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! De toekomst van Almelo ziet er zonnig uit. Daarvan getuigt ook de Perspectiefnota 2021 die wij vandaag behandelen. De Perspectiefnota zet nieuwe ontwikkelingen op de kaart en wijst wegen waarlangs Almelo nog mooier en aantrekkelijker kan worden. Voor iedereen aantrekkelijker en mooier, zeg ik daarbij. Het is goed om te horen en te lezen dat een meerderheid van deze raad daar ook zo over denkt. Hoe anders is het huidige beeld in vergelijking met de afgelopen jaren, jaren van continue bezuinigingen en het telkenmale verwerken van budgetoverschrijdingen, vooral in het sociaal domein. We zijn van ver gekomen. Meerdere raadsleden wezen daar ook op. Maar Almelo staat er weer.

Financieel is de boel op orde en we kunnen aan de slag met onze ambities. Dat heeft de Almelose gemeenschap alleen en geheel op eigen kracht gedaan. In die zin hoeft Almelo dan ook niet deemoedig het hoofd te buigen of een toontje lager te zingen voor provincie, regio of buurgemeenten vanwege door hen verleende steun in moeilijke tijden. Verre van dat. Nu we de financiële beperkingen goeddeels van ons hebben afgeschud, kunnen we onze rol als aantrekkelijke centrumgemeente krachtig oppakken, herpakken zelfs. De financiële handrem eraf, zegt ook de portefeuillehouder Financiën, maar wel met het financiële stuur stevig in handen. Want we hebben geleerd van het verleden. De bijstelling in de meicirculaire van de accressen Gemeentefonds "kost" de gemeente vanaf 2023 weliswaar geld, maar dat lijkt geen onoverkomelijk obstakel bij het samenstellen van de begroting 2022 en de meerjarenraming, te meer omdat het Rijk deze week een brief heeft gestuurd over de extra middelen jeugdzorg 2022. Dat levert voorde gemeente Almelo de lieve som op van € 7,8 miljoen. Hoewel het nieuwe kabinet nog een definitief besluit moet nemen over extra geld voor jeugdzorg voorde jaren vanaf 2023, is zo veel al duidelijk dat er wel geld gaat komen. Naar verluidt -- dat gaat in bestuurlijke kringen rond -- krijgen we nog een

bevestiging dat we in het meerjarenbeeld rekening mogen houden met 75% van het bedrag van 2022. In dat licht ziet het financieel perspectief er gewoon goed uit. Die extra middelen zakken in Almelo niet meteen weg in grote bestaande tekorten bij de jeugdzorg. In die zin heeft het CDA gelijk door te stellen dat de extra middelen in beginsel naar de Algemene Middelen kunnen en vrij te besteden zíjn. Het definitieve beeld krijgt de raad bij de begroting 2022. Dan zullen we ons ook oriënteren op lasten, zoals de toename van de kapitaalslasten of het wegvallen van een deel van het dividend van Cogas. In de schriftelijke bijdragen komt de vraag op hoe de gemeente denkt de zorg betaalbaar en toekomstbestendig te houden, kortom het krijgen en houden van balans in het sociaal domein. Het klopt dat we op een aantal zaken geen invloed hebben. Denk aan de hoeveelheid geld die we van het Rijk krijgen voorde Wmo, de jeugdzorg en de Participatiewet, of de gevolgen van het abonnementstarief of het Besluit reële prijzen. Belangrijke kaders waaraan we via de lobby nog proberen te wrikken en proberen invloed uit te oefenen, soms met succes, zoals blijkt uit de reactie van het Rijkop de tekorten in de jeugdzorg. De heer BETE (Lijst Cete): De wethouder refereert net aan de woorden van mevrouw Ten Seldam. Ik heb er zelf ook even over nagedacht.

Zij heeft afgelopen dinsdag gezegd dat middelen die wij straks krijgen, besteed moeten worden aan punten waarop we bezuinigd hebben. Kan de wethouder mij voorbeelden noemen van punten waar wij op bezuinigd hebben? Ik denk dat wij de afgelopen jaren vooral op het sociaal domein hebben bezuinigd. Kan hij een paar punten noemen waar hij aan denkt om dat rechtte zetten zoals het CDA dat wenst? De heer LANGZUS (wethouder): Wij hebben onder andere zwaar bezuinigd op de organisatie. Dat raakt alle beleidsterreinen, met name als het gaat om planvorming en uitvoering. We hebben ook in het fysiek domein fors gesneden. Ik wil niet zeggen dat dat allemaal moet terugkeren, want bezuinigen kan ook een start zijn van nieuw denken en nieuwe efficiënte werkwijzen. Eris inde volle breedte van de organisatie gesneden. De heer BETE (Lïjst fete): Heeft de wethouder daar voorbeelden van? Ik herinner mij die niet. In welke begroting is dat gebeurd? Kan hij mij bijvoorbeeld aantonen dat wij op de organisatie € 2 miljoen hebben bezuinigd ten laste van het sociaal domein of € 3 miljoen op het fysiek domein? Ik herinner mij geen grote bedragen die wij in nota's of begrotingen hebben bezuinigd. De heer LANGZUS (wethouder): Ik wijs op de taakstellingen, die wij in 2015 in navolging van jaren, zelfs met toevoeging van nieuwe taakstellingen, hebben verwerkt inde begrotingen.

Dat landt altijd in de uitvoering op beleidsterreinen. Vorig jaar hebben we nog een uitgebreide discussie gehad over cultuur en gesubsidieerde instellingen, een robuust bedrag van € 1,7 miljoen. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Als ik de wethouder goed begrepen heb, zegt hij dat de redenering van het CDA klopt dat de extra middelen van het Rijk voor de jeugdzorg naar de Algemene Middelen moeten. Die middelen kunnen ook voor een deel bijdragen om de risico's die nog op ons afkomen, punten van zorg, te beheersen. Daarnaast moet gekeken worden waar nog uitbreiding plaats moet vinden. Ik heb in mijn bijdrage al gezegd dat wij hebben bezuinigd op het beheer openbare ruimte, in 2018 € 250.000. Nu doen we er weer € 300.000 bij. Zo wordt ernaar gekeken bij het surplus. Heb ik dat goed begrepen? De heer LANGZUS (wethouder): Dat is een correcte weergave van hoe wij daarover denken, zonder dat wij nu al een voorschot nemen op de verdeling van de middelen, want wij moeten onder alle omstandigheden verstandig blijven omgaan met de middelen die we krijgen. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Ik begin me een beetje zorgen te maken. Middelen die wij toegekend krijgen vanuit de overheid worden geparkeerd in de Algemene Middelen. Die pot wordt gevuld.

De raad besluit toch bij de begroting 2022 en verder om keuzes te maken om dingen eventueel te herstellen? Ik proef uit de bijdrage -- en corrigeer mij als dat niet zo is -- dat 3

de wethouder nu al aangeeft dat we maar eens moeten kijken of we moeten aanpassen waar we op hebben bezuinigd. Dit is waar we vorig jaar hard voor hebben gevochten en het is goed geland in de samenleving. We moeten nu kijken waar we in de toekomst in kunnen investeren om de stad naar een hoger level te brengen. Ik ga er niet vanuit dat de wethouder ervoor pleit om bezuinigingen terug te draaien. Dat heb ik toch goed gehoord? De heer LANGZUS (wethouder): Er komt geld beschikbaar. Dat staat in beginsel ten dienste van de gemeenteraad om erover te beslissen. Er kan een hele lijst van zaken worden samengesteld waaruit gekozen kan worden en waarvan de gemeenteraad kan vinden dat erop bijgesteld moet worden, dat er geld extra bij moet of dat een harde bezuiniging uit het verleden gerepareerd moet worden. Dat is een discussie die we echt pas bij de begroting 2022 gaan voeren, niet nu. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Ik wil toch even de angel eruit halen. De wethouder heeft een mooi antwoord, maar ik hoor al iets over het vormen van een lijst. Wij gaan bij de begroting 2022 het meerjarenperspectief beoordelen. Als we ideeën hebben, mogen we die inbrengen. Maarde wethouder gaat ons toch geen lijst presenteren waarop we zaken kunnen aanpassen of veranderen? We staan nu hier en op dat moment kijken we verder.

Ik hoop dat we geen bezuinigingen gaan terugdraaien, maar gaan kijken waar we de kwaliteit kunnen verhogen. Als hij mij dat kan bevestigen, is het prima. De heer LANGZUS (wethouder): Met een tussenzinnetje "dan gaan we kijken waar we de kwaliteit kunnen verhogen" leg je uiteindelijk materieel gezien een wensenlijstje op tafel. Laten we tegen elkaar zeggen dat we bij de begroting 2022 en het meerjarenbeeld heel verstandige keuzes daarin gaan maken. De heer AKSE (SP): Ik ben hogelijk verbaasd dat ik nu in één keer te horen krijg dat geld uit Den Haag, dat over het algemeen geoormerkt is, zo in de Algemene Middelen kan worden gekieperd en dat we daarmee misschien allerlei ludieke dingen kunnen gaan doen. Ik hoor graag van de wethouder dat we erin ieder geval voor zorgen dat de nood die in de jeugdzorg aanwezig is en die heel hoog is, gezien de wachtlijsten die er zijn, wordt gelenigd. De heer LANGZUS (wethouder): We hebben ook op het beleidsterrein jeugdzorg onze verantwoordelijkheid te nemen. Mocht additioneel geld nodig zijn, bovenop de € 34 miljoen die we er al in omzetten, dan zullen we bij de begroting 2022 op basis van het beeld dat er dan is, de raad een voorstel voorleggen. Dat heeft alles te maken met de uitvoering van onze taak. Laat ook gezegd zijn dat we niet lui moeten worden in ons denken.

Het gaat om € 7,8 miljoen onder de noemer "compensatie jeugdzorg", wat eigenlijk is het compenseren van de gemeente in algemene zin omdat die in de afgelopen jaren eigen middelen van andere beleidsterreinen daaraan heeft toegevoegd, Dan kan_het niet zo zijn d_at.we van € 35 miljoen € 42_miljoen maken_ _ en wel zien dat we het in die sector wegzetten. Zo moeten we daar niet mee omgaan. De heer AKSE (SP): Ik ben heter helemaal mee eens dat we nooit lui moeten worden, maar we moeten wel doen wat nodig is, vooral als het gaat om jeugd. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijn interruptie sluit daarbij aan. De wethouder begint met de uitspraak dat het voor iedereen mooieren beter moet worden, voor iedereen. Hij noemt als voorbeeld het beheer openbare ruimte, waar € 250.000 is afgegaan en € 300.00 bijkomt. Daar gaat het in elk geval beter. Ik ben benieuwd. Ik vind een lijstje wel heel belangrijk, want ik wil me graag goed voorbereiden op de begroting. Dan vind ik het fijn als we de juiste informatie krijgen. Kan hij mij aangeven welke beleidsterreinen de laatste jaren minder geld hebben en welke meer hebben en welke er uiteindelijk wel of niet beter van zijn geworden? De heer LANGZUS (wethouder): In ons werk zullen wij ons baseren op de begrotingen die de raad heeft vastgesteld.

Die heeft de raad zelf ter beschikking en de raad is voor zichzelf in staat om een aantal keuze te maken op beleidsterreinen waar hij extra inzet op nodig vindt en met wijzigingsvoorstellen te komen in de discussie die we met elkaar gaan voeren. 4

De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Als ik de wethouder zo hoor, wordt de rol van de raad duidelijk groteren moeten wij zelfs de begroting gaan maken. Dan kan het college zeggen of het dat wel of niet leuk vindt. De heer LANGZUS (wethouder): Wij bereiden altijd de begroting voor en daarmee faciliteren we de raad. Het is aan de raad in onderling debat en aan de eindstemming wat precies de uitkomst is. Daar moet de raad zijn invloed uitoefenen. De heer PAUWELS (VVD): Ik dank de wethouder voorde openheid die hij geeft. Is hij niet bang dat zo'n opmerking die hij maakt een hele discussie ín de stad kan losweken van allerlei organisaties, die we ook hebben gezien ten tijde van de taakstellingen díe we hebben doorgevoerd? Op het fysiek domein is heel fors bezuinigd en we hebben nog een aantal taakstellingen in het sociaal domein te verrichten. Ik vraag me af of we niet weer die hele discussie lostrekken van al die instellingen die de heer Langlus dit hebben horen zeggen en die het gesprek weer willen voeren. De heer LANGZUS (wethouder): Daarom heb ik in algemene zin gezegd dat de financiële handrem ervan af kan, maar dat we het financiële stuur zelf in handen houden. Dat betekent ook dat wij niet een-op-een iets gaan terugdraaien om iedereen te pleasen.

In de basis mogen taakstellingen, bezuinigingen die zijn opgelegd en die we zelf hebben weggezet, een heilzame werking hebben gehad intermen van nieuwe werkwijzen, efficiënt gaan werken, toekomstgericht worden, met achterlating van de werkwijzen die er waren. Dat kan alleen maar gezond zijn, ook voor organisaties die zich nu wellicht onder invloed van bezuinigingen aangesproken weten. Zij zitten in een veranderproces. Het is zeker niet mijn voorstel om nu al ruimte te geven aan het denken dat we dat wel even gaan terugdraaien. De heer PAUWELS (VVD): Heel erg bedankt voor deze toevoeging. Die stelt mij gerust. De wethouder zegt terecht dat het al die organisaties en partijen uitnodigt tot creatief denken. Ik heb al eerder in de raad gezegd dat alle organisaties, alle besturen, alle voorzitters en alle penningmeesters er nog zitten. Niemand heeft de sleutel ingeleverd. Ze bestaan allemaal nog, ondanks alle taakstellingen. De heer BETE (Lijst fete): Ik ben enorm getriggerd door het verhaal van de heer Pauwels, maar daar reageer ik in mijn tweede termijn op. Voortbordurend op de vraag van de heer Hummels: de wethouder zei op een vraag van mij dat het van een begroting van 2015 komt. Dan verwacht hij van mij dat ik tien jaar begrotingen naast elkaar zet en alle bezuinigingen die we hebben gedaan nazoek.

Nee, ik wil een lijst van waarop we hebben bezuinigd sinds de transities, sinds de zorgverantwoordelijkheid bij ons is gekomen. Dat kan ik niet in een begroting terugzien. Rechts Almelo springt nu alle kanten op, net alsof het allemaal van fysiek en onderhoud komt, maar ik wil ook kijken naar de langdurigheidstoeslag. We hebben onmeunig veel bezuinigd in het sociaal domein. Laten we nu niet doen alsof het geld alleen maar van fysiek komt. De VOORZITTER: Uw stelling poneert u straks, u kunt nu uw vraag stellen. De heer BETE (Lijst fete): Een overzichtje dat de heer Hummels vraagt -- ik hoop dat dat niet te moeilijk is -zou mij wel helpen om richting te geven. Ik begrijp de opmerkingen dat andere mensen getriggerd zijn door de subsidies. Het siert de wethouder hoe hij dat zegt. De heer LANGZUS (wethouder): Laten we de afspraak maken dat, indien de griffie niet in staat is om dat materiaal even bij elkaar te halen -want het is beschikbaar - de griffie bij ons komt. Dan zullen we daarin voorzien. (De heer Loupattij komt, te 09.25 uur, ter vergadering.)

De heer BUITENWEG (GroenLinks): Een aantal raadsleden zegt dat we de bezuinigingen niet moeten terugdraaien. De wethouder zegt dat we er, daar waar nodig, naar kunnen kijken. Als we nu extra geld vrijmaken voor fysiek, het beheer van groen en grijs in de wijken € 250.000 bezuinigen in 2018 en nu € 300.000 erbij - is dat toch ook het terugdraaien van een bezuiniging? Is hij dat met mij eens? De heer LANGZUS (wethouder): Volgens mij zijn we tot de conclusie gekomen dat heel basic onderhoud in deze stad iets met onze stad doet. Dat doet ook iets met de beleving in de stad. We vinden dat we, nu we uit de financiële klem raken, ook weer moeten investeren in de kwaliteit van de stad. Dat de heer Buitenweg daarbij zijn eigen frame kiest, namelijk dat we iets terugdraaien, is dan maar zo. Volgens mij gaan we investeren in de kwaliteit van deze stad. De heer AKSE (SP): Het een-op-een terugdraaien moet je gewoon niet doen, maar ik mag er toch van uitgaan dat we in deze raad samen gaan kijken waar behoefte aan is en wat mogelijk is. De heer TEEUW (Christenunie): Ikheb de indruk dat we een semantische discussie voeren. Het geld dat van de jeugdzorg komt, gaat gewoon naar de jeugdzorg, maarde € 7 miljoen eigen geld die we erin stopten, gaat weer terug naar de eigen middelen. Misschien komt daarmee de discussie in een ander daglicht te staan. Ik ben het eens met de heer Akse.

Gisteren heb ik gesproken over een nieuw normaal. Het wordt nooit meer zoals vroeger of zoals de goeie ouwe tijd. We moeten voorkomen dat we alleen maar terug gaan kijken of alles terugdraaien. We moeten vooruitkijken en doen wat nodig is. De heer LANGZUS (wethouder}: Ik zou het niet mooier hebben kunnen zeggen. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Eigenlijk is het een beetje mosterd na de maaltijd, want ik had liever net even willen meepraten overal die bezuinigingen. Ik ben van mening dat de raadsleden hun eigen taak moeten uitvoeren. Voor dat zoekwerk worden wij betaald en dat horen we eigenlijk zelf te doen. Ik vind het een beetje jammer dat vervolgens de wethouder lijstjes toezegt met de bezuinigingen van de afgelopen jaren. Ik vraag me af of de wethouder dan ook weet hoeveel er is bezuinigd op de openbare ruimte in 2015. Ik weet het wel: ongeveer€ 1,8 miljoen, alleen al op de openbare ruimte. De heer LANGZUS (wethouder): Met de discussie die we gaan voeren bij de begroting 2022 gaat het ongetwijfeld goed komen. Ik nam u mee in een aantal zaken in het sociaal domein waar we geen invloed op hebben, maar gelukkig zijn er ook zaken waar we wel invloed op hebben.

Denk bijvoorbeeld aan de preventie en de bestrijding van de eenzaamheid, het uitbouwen van hoogwaardige voorliggende_voorzieningen,waaronder k_de_wasdienst schaar_maar ook de dagstructurering en dat alles ter voorkoming van maatwerkvoorzieningen - of het anders organiseren van hulp door bijvoorbeeld jeugdhulp op of voor scholen te organiseren. Dat zijn toch de vindplaatsen van kinderen. Ten slotte is er de intensivering van de samenwerking met partners, van huisarts tot gecertificeerde instellingen. Dat is ons antwoord op de systeemwereld. Dat is hard werken en tot in de details doorzetten. Volgens mij doen we daar de goede dingen. Onder leiding van de stuurgroep Het jonge kind, waarin alle kindpartners zijn vertegenwoordigd, werken professionals aan optimale ontwikkelkansen voor kinderen. Daar scherpen wij elkaar op het bedenken, het financieren en uitvoeren van interventies om in geval van achterstanden de ontwikkelingen van kinderen en hun ouders mogelijk te maken en te ondersteunen. Zonder aanziens des persoons, zeg ik daarbij, al was het maar om niet meegezogen te worden in het door de PVV geschetste beeld van hopeloze gezinnen van buitenlandse afkomst. De ervaring leert dat ook die kinderen en die gezinnen het been kunnen bijtrekken.

Hoewel sommigen van u in de Perspectiefnota tevergeefs zochten naar het begrip "kinderen" als ultieme erkenning van het erbij horen, richten inde dagelijkse praktijk velen zich met ziel en zaligheid op kinderen en hun ontwikkeling. Ik ga verder en kom bij het kopje Corona en de besteding van de van het Rijk ontvangen middelen in het kader van corona. De voor 2020 ontvangen middelen zijn verantwoord inde

D

vorige week door de raad vastgestelde jaarrekening. De tot nu toe in 2021 ontvangen middelen hebben voor een deel hun weg gevonden naar activiteiten die deze zomer in de stad en in de wijk plaatsvinden. Daarnaast is er geld voor een noodfonds ten behoeve van vrijwilligersorganisaties die ten gevolge van corona omvallen, dus heel urgente gevallen. Maar ook is er het niet innen van precario gedurende de eerste maanden, de kwijtschelding van belastingen, de lagere ozb als gevolg van bijstelling van de WOZ-waarde, de continu'iteitsbijdrage voor zorginstellingen en vervoer. Dat alles kost geld. In dat licht voert het nu te ver om geld te gaan uitdelen aan culturele instellingen of het opstellen van een herstelplan. Daarvoor is de culturele stoffering van Almelo overzichtelijk genoeg. De lijnen zijn kort genoeg om elkaar in geval van acute nood extra snel te kunnen vinden. Bovendien kunnen culturele instellingen hun programma draaien met de voor dit jaar verstrekte subsidies. Daarnaast is het de vraag of er geen extra geld moet naar urgentere zaken, zoals extra jeugdzorg. Daar ziet het nu nog niet naar uit, maar dat kan in de tweede helft van dit jaar zomaar wijzigen. De heer PAUWELS (VVD): Het is heel goed dat de gemeente klaarstaat om in acute nood bij te springen waar dat noodzakelijk is. Ik denk aan vrijwilligersorganisaties en sportverenigingen.

Hoe meten we dat nou? Als het college het signaal afgeeft dat die middelen er zijn - en die middelen zijn beperkt - is het redelijkerwijs te verwachten dat al die verenigingen zich spontaan melden. Hoe meetje dan wat acute noodzaak is? Hoe gaan we daarmee om, om te voorkomen dat er een waterval over dat potje heen valt, waardoor het onbeheersbaar wordt en tot ongenoegen bij veel verenigingen kan gaan leiden? De heer LANGZUS (wethouder): Dat is de uitdaging. En vooral: hoe schrijf je dat op? We zijn nu aan de slag met de regelingen. Je kunt die heel wijdlopig maken en dan is het een open uitnodiging aan iedereen. Maar met € 50.000 verdunt dat heel snel tot kleine bedragen en daar is niemand mee geholpen. Eigenlijk wil je het compact maken en beperken tot de hele urgente gevallen die morgen omvallen en die niets anders meer kunnen doen dan de zaak opheffen bij gebrek aan baten. Zij kunnen niet verder en daar ziet het op korte termijn ook niet naar uit, omdat erop geen enkele wijze aan geld is te komen, hetzij via de leden of via sponsoring. Ja, daar zit wel een uitdaging in. We zijn de overheid en zullen er bij de uitvoering van de regeling rekening mee moeten houden dat we gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen naar de mate van ongelijkheid, het gelijkheidsbeginsel.

In het licht van het bedrag van € 50.000 hebben we niet de behoefte om daar heel veel ambtelijke capaciteit voor in te zetten. De uitdaging wordt om inde uitvraag goed duidelijk te maken aan de organisaties dat het echt om urgentie moet gaan. De heer PAUWELS (VVD): Dank voor deze woorden, die mijn eerdere opmerkingen steunen over het beroemde lijstje dat de wethouder in zijn bijdrage heeft genoemd. Ik geef hem diezelfde uitdaging graag mee bij het tot stand laten komen van het lijstje, want ik denk dat we daar uiteindelijk tegen hetzelfde probleem aanlopen. De heer DE VRIES (PvdA): Ik complimenteer de wethouder. Dit is de tweede keer dat hij een soort opening biedt. Bedoelt hij daarmee ook een soort herbezinning op afspraken die we eerder hebben gemaakt omdat het koud en guur was in de stad? De heer Pauwels zegt tot twee keer toe bang te zijn voor een vloedgolf omdat de wethouder een opening biedt. Ik ben blij met deze opening die tussen de regels door te bespeuren is en wilde wethouder daar graag mee complimenteren, als hij dat tenminste bedoelt met herbezinning en discussiëren met elkaar. De heer LANGZUS (wethouder): Dan haakt de heer De Vries vooral aan op het hiervoor behandelde thema over de wijze van omgaan met extra middelen bij nieuwe begrotingen. De heer WIERTZ (D66): Wij hadden inderdaad om een herstelplan gevraagd. Dat hebben we niet voor niets gedaan.

Als je de dingen aanpakt zoals de wethouder nu schetst, is dat incidenteel, ad hoc. Je zou al die dingen ook integraal kunnen bekijken. De wethouder zegt dat we extra geld hebben gekregen voor cultuur, maar dat er misschien ook wel belangrijker

dingen zijn, zoals jeugdzorg. Dan komt het erop neer dat het geld voor cultuur naar de jeugdzorg gaat. Of we kieperen het in het kanaal. Dat was niet de bedoeling van dat geld. De heer LANGZUS (wethouder): Ik pak meteen even de motie mee van D66 "Besteed cultuurgelden aan cultuur". Die ontraad ik, want die berust op de misvatting dat de onder de noemer Cultuur ontvangen bedragen moeten worden besteed aan cultuur. Ik heb al eerder in deze raad gezegd dat ook het Rijk de wijze waarop het de gelden verstrekt, namelijk via het Gemeentefonds, al genuanceerd heeft op dit punt. Daarnaast is inderdaad de stelling dat de instellingen de activiteitensubsidies 2021 vanaf heden -want de samenleving gaat weer open tot het einde van het jaar inzetten voorde reeds gemaakte afspraken inzake culturele activiteiten. Als zij, als samenwerkende culturele instellingen, van oordeel zijn dat zij extra middelen nodig hebben voor een herstelplan, leggen zij een uitnodiging bij zichzelf neer om dat inzichtelijk te maken. De heer Wiertz keert het om en zegt: wij moeten maar gaan ophalen waar we hen mee kunnen helpen. De heer WIERTZ (D66): Dan begin ik weer bij cultuur. De wethouder zegt dat er niet staat dat de gelden moeten worden besteed aan cultuur. Nee, dat stond er niet, maar het ministerie heeft een persbericht gemaakt waarin staat dat de gemeenten extra geld krijgen voor cultuur.

Wat erin Almelo gebeurt - en vorig jaar helemaal - is dat het in de Algemene Middelen verdwijnt. Dan is er helemaal niets voor cultuur. Dat is precies het tegenovergestelde van wat het ministerie wil. De heer LANGZUS (wethouder): Volgens mij hebben wij vorig jaar alle daarvoor in aanmerking komende culturele instellingen gesubsidieerd. We gaan ook niet moeilijk doen over de besteding van die middelen, want die zijn merendeels niet aan activiteiten besteed. We wachten die verslagen af en dan zullen we die beoordelen. We gaan daar niet moeilijk over doen. De heer Wiertz spreekt over extra middelen. Ik heb al gezegd dat de culturele stoffering van deze stad er zo uitziet dat wij geen grote balletorganisaties of symfonische orkesten in de benen moeten houden, waar we groots en meeslepend geld naartoe moeten brengen. Laten we ook in die zin de kerk midden in Almelo laten staan. Er is tot op heden niet gebleken dat er vanuit de urgentie, het dreigen van omvallen, heel veel geld naar culturele instellingen moet. De bibliotheek draait gewoon. De VOORZITTER: Ik wil vragen om zowel de vraagstelling als de beantwoording beknopt te houden. De wethouder heeft nog heel veel in zijn betoog te melden. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik wil even terug naar de gelden voor organisaties als zich maatschappelijke nood voordoet. Vorig jaar is daar een motie over aangenomen.

Toen ging het ook om € 50.000 en toen werd aangegeven dat het een reddingsboei moest zijn. In die motie stond_ook_dat_de_organisaties_zelf.h.un maatschappelijke waarde_en hun_fin_anciële_penibe_le__ __ situatie moeten aantonen. Is dat de lijn waarlangs de wethouder denkt? De heer LANGZUS (wethouder): Ja, en in de toepassing nog concreter toegespitst op die uitgangspunten. De heer DE OLDE (PVAj: Ik kom even terug op het tweede coronapotje. Ik heb vernomen dat het eerste potje op is. Wordt er al veelvuldig gebruik van gemaakt? De heer LANGZUS (wethouder): Nee, want de regeling is nog niet gepubliceerd. Die ligt nog bij het college ter besluitvorming voor. De heer BETE (Lijst Cete): De heer Pauwels doet net alsof de heer Langlus straks met een zak van € 50.000 voor het stadhuis gaat strooien. Ikken nog voorbeelden van vorig jaar. Het potje is toch bedoeld voor instellingen die gas en elektriciteit of huur niet meer kunnen betalen en enorm in nood zitten? Zij moeten kunnen aantonen dat ze enorm in nood zitten. Ik ken vier of vijf instellingen die een aanvraag hebben ingediend, terwijl maar twee instellingen het E3

hebben gekregen, omdat zij echt in nood zaten. Het gaat om gas, elektriciteit, bestaansrecht, en niet om: we hebben het nodig, want we hebben de kantine-inkomsten gemist. De heer LANGZUS (wethouder): De heer fete heeft helemaal gelijk. De heer DE VRIES (PvdA): Nog even over een bijzin die de wethouder uitsprak. Hij sprak over de culturele stoffering die overzichtelijk is. Ik meen dat hij zoiets zei als: alleen langs samenwerking kan een ander tapijtje gelegd worden. Met andere woorden: als we over cultuur praten, kan er alleen gesproken worden over financiële middelen als instellingen samenwerken. Heb ik dat goed gehoord? De heer LANGZUS (wethouder): Ik zal het nog iets preciezer zeggen. Mijn reactie op het herstelplan was: je kunt dat gaan ophalen. Dat is een open uitnodiging in de veronderstelling dat een herstelplan nodig is. Ik heb niet gezegd: leg dat dan maar bij ons neer, dan gaan we dat financieren. Wij betrekken de stelling dat het culturele veld zo overzichtelijk en goed gesubsidieerd is dat ze in staat zijn om de activiteiten uit te voeren, zodat we de volwaardige culturele uitingen in deze stad krijgen die we met elkaar hebben afgesproken. Als de instellingen van oordeel zijn dat daar toch nog wat aan schort, ligt het op hun weg om dat te formuleren. Het staat ieder vrij om zichzelf uitte nodigen in dit gemeentehuis om daar het gesprek over aan te gaan.

Let wel: daarmee is niet gezegd dat we dat gaan organiseren. Het kan eventueel ook gevonden worden in herschikkingen van middelen. Dat brengt mij bij een tweetal amendementen en een motie. Amendement 2 van de PvdA "Versterking plancapaciteit woningbouw" wordt door het college ontraden. Los van de tekortschietendefinanciering van deze wens - de heer Trienen heeft daar al vragen over gesteld bereik je met het voorstel niets extra's. Wat de PvdA wil, wordt geregeld door middel van de in de Perspectiefnota opgenomen middelen voor personele inzet stadsontwikkeling. Daarmee wordt, naast de strategische functie, ook voorzien in projectleiders die de ontwikkelplannen tot uitvoering gaan brengen. Het amendement van D66 over het schrappen van precario ontraadt het college eveneens. Het is alleszins redelijk dat voor het gebruik van openbare ruimten een vergoeding wordt gevraagd, net zoals een pachter betaalt voor het gebruik van een stuk land. Voor de tijd dat door coronamaatregelen er geen gebruik van kon worden gemaakt, is door de raad reeds in een compensatie voorzien. De motie "Besteed cultuurgelden aan cultuur" ontraadt het college. Ik heb die behandeld. De motie "Corona herstelplan" ontraadt het college eveneens. De leerachterstanden liggen primair op het bordje van het onderwijs en dat krijgt heel veel geld om die op te pakken.

Het ondersteunen van ondernemers is geen taak van de gemeente, met name gelet op de staatssteunregels. Voorzitter, dat is mijn bijdrage in eerste termijn. De VOORZITTER: Dank u wel, wethouder, keurig in zes minuten, althans eigen tijd. Ik geef nu het woord aan wethouder Maathuis. De heer MAATHUIS (wethouderj: Voorzitter! Mijn termijn is geclusterd is een aantal onderwerpen die door de raad in eerste termijn zijn besproken. Over de komst van het XL Businesspark II het volgende. Met het huidige XL Businesspark gaat het heel goed. Bijna alle kavels zijn uitgegeven en het park zal eerder vol zitten dan het jaar 2028, nu nog uitgangspunt in de grondexploitatie. Almelo is booming en dat is helemaal niet zo raar als je kijkt naar de ligging en het investeringsniveau in de bereikbaarheid van en naar Almelo. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): De wethouder zegt dat het goed gaat met het bedrijvenpark. De uitgifte lijkt rond. Ik ben benieuwd wat we eraan verdiend hebben. Is dat ook inzichtelijk te maken? Het heeft ons ook handenvol geld gekost. De heer MAATHUIS (wethouder): Zo werkt dat niet. De grondexploitatie wordt berekend op basis van een netto contante eindwaarde. In deze zaal zit een wethouder die elk jaar de grondexploitatie in negatieve zin bijgesteld heeft zien worden. In de afgelopen jaren boert de

netto contante eindwaarde, die op min € 30 miljoen of min € 35 miljoen stond, terug. We hebben voorzieningen getroffen vanuit de gemeente Almelo, vanuit andere gemeenten en vanuit de provincie. Vervolgens zie je dat die voorziening kan vrijvallen omdat de netto contante eindwaarde dichter naar de nul kruipt. Die staat nu op min € 5 miljoen en de verwachting is dat die op nul kan uitkomen als we de grondexploitatie sneller afsluiten. Ik kom straks nog op het werkgelegenheidsaspect. Ook is er een toegevoegde waarde van het XL Businesspark op onze ozb-inkomsten. Ik denk dat de gemeente Almelo daar in structurele zin heel blij mee kan zijn. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): De wethouder zegt dat het vrijvalt, alsof dat meevallers zijn. Als ik het goed heb, is het allemaal geld dat we er zelf extra in hebben gestopt ten opzichte van de oorspronkelijke business case. Nu lijkt het tij zich wat te keren. Bij dit soort plannen zit vaak het positieve in de staart, maar soms ook het venijn. Eigenlijk komt er niks extra bij, maar valt er geld vrij dat wij al gereserveerd hadden. De heer MAATHUIS (wethouder): Exact. En als de grondexploitatie boven nul uitkomt, levert het geld op: de netto contante eindwaarde van die grondexploitatie. De heer DE VRIES (PvdA): De wethouder spreekt over de revenuen. De ozb is misschien een melkkoe.

Kan hij een indicatie geven hoe groot die melkkoe is? De heer MAATHUIS (wethouder): Nee. Je hebt de situatie nu - en dat loopt volgens mij over het miljoen heen - en de stand op het moment dat het allemaal bebouwd is. De heer De Vries weet hoe het werkt met WOZ-waardes. Als er gebouwd wordt op die grond, gaat het pas meetellen en gaat die afdracht lopen. Ik kan wel toezeggen dat we die vraag even schriftelijk beantwoorden langs die twee lijnen. Dat heb ik nu niet paraat, maar het gaat wel om serieus geld. De heer BETE (Lijst fete): Heeft de wethouder een idee wanneer we die nullijn bereiken? Het is nu bijna vol. Denkt hij dat we die nul gaan bereiken? Hij weet ongeveer hoeveel grond we nog over hebben en hoeveel die kan opbrengen. Hoopt hij op nul? Gaat het ons lukken of niet? De heer MAATHUIS (wethouder): We gaan de goede kant op. Vorig jaar en het jaar ervoor is de grondexploitatie substantieel verbeterd. Toen ging het in één keer met € 10 miljoen vrijval van een verliesvoorziening die eerder genomen is. Ik kan er nu geen harde uitspraak over doen. U kunt de vraag ook stellen aan het projectbureau van XL Businesspark. Ik kom daar straks op terug. De Twentekanalen worden voor honderden miljoenen uitgediept. De nieuwe sluis bij Eefde wordt vandaag geopend. Helaas kunnen we daar vanuit Almelo niet bij zijn vanwege deze belangrijke verplichting.

De laad- en loskade van XL Park wordt door een succesvolle Almelose lobby qua capaciteit uitgebreid en de Al is eerder dan gepland omgetoverd tot twee keer driebaans. De provincie heeft een onderzoek uitgevoerd naar de toekomstige behoefte aan grootschalige kavels in Twente op het vlak van maakindustrie en logistiek. Dit onderzoek heeft de beoogde locatie van XL Businesspark II gekwalificeerd als de beste locatie om toekomstige grootschalige kaveluitgifte te realiseren. Dat is niet allemaal nieuw, want een oud-wethouder van een buurgemeente wees mij erop dat bij de gemeentelijke herindeling van 2000, toen Bornerbroek bij Almelo werd gevoegd, juist dit gebied aan Almelo werd toegekend met het oog op economische ontwikkelingen. In dit kader, en gelet op de gigantische investeringen in de infrastructuur, is het volstrekt niet logisch om woningbouw op deze locatie te plegen. Op het XL Park zijn op dit moment zo'n 700 vaste arbeidsplaatsen, met daarbovenop nog een flexibele schil van 100 tot 500. Het aantal arbeidsplaatsen zal in de toekomst nog verder toenemen, zeker als Smit en VDL er volledig gevestigd zijn, Heylen volledig tot ontwikkeling is gekomen en in tranche 2 de bedrijven komen die nu al een ontwikkelovereenkomst hebben gesloten, waarvan nog niet bekend is wie daar komt en hoe dat gerealiseerd gaat worden. Dat zit allemaal in de pijplijn.

Als het XL Park vol zit en er in volle wasdom staat, is het een belangrijk onderdeel van de banenmotor die Almelo is. Op XL Park is 97°/o van de vaste 10

arbeidsplaatsen full tíme werkend ten opzichte van 87% in de gemeente. Op XL Park is 19% uitzendkracht ten opzichte van 5% gemeentebreed. Meer gegevens, waarde PvdA om vraagt, hebben wij niet. Het projectbureau van XL Park is voornemens om in het najaar een werkbezoek voor gemeenteraden en staten te beleggen waarin zij uitgebreid bijgepraat worden. Het college hoopt tegen de jaarwisseling bij de raad terug te komen op de realisatie van XL Park II. Recentelijk heeft het Twente Board een positief advies gegeven over de wenselijkheid van XL Park II en heeft Almelo in een bestuurlijk overleg afgelopen week van de Twentse gemeenten het voortouw gekregen om een ontwikkelstrategie op te stellen. Deze zal na gereedkomen geagendeerd worden voor een politiek beraad. De heer BETE (Lijst fete): Een van mijn collega's vroeg in eerste termijn wie XL Park II gaat faciliteren, gezamenlijk of alleen wij? De heer MAATHUIS (wethouder): Dat vroeg de fractie van Democraten.Nu. Dat is onderdeel van de ontwikkelstrategie. Er zijn meerdere smaken mogelijk. Als het goed is, heeft de raad de evaluatie van het XL Park ontvangen. Daar zitten wel wat lessons learned in. Onderdeel van de ontwikkelstrategie is het afpellen van keuzes ten aanzien van hoe je dit tot ontwikkeling zou kunnen brengen. De heer BETE (Lijst Cete): Voor mij is werkgelegenheid belangrijk.

Het zou mooi zijn om alles naar Almelo te halen, maar we hebben in het verleden ook samen met de partners geleden. Als wij het gezamenlijk kunnen realiseren, zou mijn prioriteit zijn om die werkgelegenheid naar Almelo te halen. Hoe meer wij krijgen, hoe beter, maar laten we ook niet te veel willen. Laten we ook de buurtgemeenten en de provincie mee laten profiteren. Dan zal het misschien wat makkelijker gaan. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Even in aanvulling daarop: onze wens zou zijn om waar het kan het zelf te doen. We hebben nu de vruchten die wij plukken van XL Park voorde tweede tranche. Gezien de lessons learned zou het ons een lief ding waard zijn om het zelf te gaan exploiteren, daar waar het kan natuurlijk. Ik begrijp dat de wethouder wel wat verplichtingen richting de partners heeft, maar we hebben ook gezien dat het juist met die partners en door de gemene deler van vijf verschillende partijen erg lang heeft geduurd voordat het uiteindelijk tot volle wasdom kwam. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Ik wil de argumentatie en het standpunt iets nuanceren. We moeten ook reëel zijn. We zijn in zee gegaan met vijf partners. Uiteindelijk is er zwaar geleund op één partner, zijnde de provincie, in de tijd dat het erg slecht ging met XL Businesspark. Eris toen vooral gekeken naar de provincie.

Ik zou zeggen: kies uw partners zorgvuldig en kijk ook terug aan wie je het meeste aan hebt gehad. De heer MAATHUIS (wethouder): Dit zijn mooie beschouwingen op de discussie die we met elkaar gaan voeren. Ik gebruik de input van de raad die zojuist geleverd is. Met de bijstand zijn we op de goede weg. In 2017 werd nog voorzien dat we in 2021 3.100 bijstandsgerechtigden zouden hebben. Ondanks de impact van corona staan we op het getal van ongeveer 2.650. De ambitie van raad en college is om het bestand op termijn te laten krimpen tot een niveau van ongeveer 2.000. Waarom? Omdat de omvang van het huidige bestand niet matcht met andere gemeenten van dezelfde grootte, omdat Almelo een echte banenmotor is en omdat onze WW-cijfers in vergelijking buitengewoon goed zijn. Wij hebben 60% meer bijstand dan een gemeente in dezelfde grootteklasse en dat wordt niet meer verklaard door ons historisch verleden. De heer BETE (Lijst Cete): Wij hebben een bijeenkomst gehad bij Stad en Ambt. Er kwam toen een professor die een heel betoog heeft gehouden. Hij zei: als een stad als Almelo al jaren een bepaald vast bestand heeft aan bijstand, hebben economische ontwikkelingen of reintegratiemiddelen bijna geen invloed. Watje ook doet of Iaat, er is in Nederland geen voorbeeld waarin het daalt. Ik neem aan dat de wethouder zich die bijeenkomst herinnert. Ik 11

heb hem toen gevraagd of hij niet te ambitieus was door continu aan die 2.000 vast te houden. Voor alle duidelijkheid: het liefst zou ik geen enkele bijstandsgerechtigde hebben en zou ik hopen dat geen enkele Almeloër daar een beroep op hoeft te doen. Ik vind dat de wethouder te cijfermatig kijkt. Is hij niet te ambitieus? Ik zou het ook wensen, maar iedereen zegt dat het niet te doen is. De heer MAATHUIS (wethouder): Ik kom daar straks even op terug, want het hangt ook samen met de fysieke agenda van deze stad. Ik deel de mening van de heer fete niet dat het bijstandsbestand langdurig graniet is. Dat is slechts voor een deel waar. Het bijstandsbestand is in grote mate dynamisch. We moeten voor ogen houden dat het bijstandsniveau een bepaald niveau heeften dat dat geaccommodeerd wordt door de fysieke kenmerken van deze stad. We moeten wat meer in balans zien te komen, ook qua BUIG-problematiek, waarin we in de verdeelmodellen altijd aan de verkeerde kant zitten, hoewel waarschijnlijk en hopelijk dit jaar voor het eerst in tien jaar niet. Dan heb je een sociaal vangnet dat je met elkaar kunt dragen. Het college vindt dat dat gewoon bij de stad hoort, maar het is uit verhouding ten opzichte van gemeenten in dezelfde grootteklasse. De heer CETE (Lijst fete): Wanneer zijn we een keer klaar met het refereren aan het textielverleden? Textiel is al 50 jaar dood.

De heer MAATHUIS (wethouder): Dat zijn we volstrekt met elkaar eens. Twente zat als arbeidsmarktregio vorig jaar voor het eerst na de teloorgang van de textielindustrie, voor het eerst in 60 jaar, onder de landelijke werkloosheidscijfers. Het gaat goed met deze regio. We moeten nu kijken hoe we ook op het vlak van bijstand wat meer in balans komen. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): De heer Cete vraagt of de wethouder niet te ambitieus is. Ik zou willen zeggen: ik vind hem weinig ambitieus als hij streeft naar 2.000. Ik zit al heel wat jaren in deze raad, al sinds de vorige eeuw, en de getallen blijven altijd zo tussen de 2.000 en 3.000, waarbij 2.000 de ambitie is en ergens tussen de 2.500 en 3.000 de werkelijkheid. Ik verwacht een hogere ambitie. 2.000 mensen in een uitkeringssituatie zijn 2.000 mensen die niet deelnemen aan de maatschappij, aan het leven. Hun welzijn is belangrijk. Iedereen die kan werken, zou moeten en kunnen werken. Ik verwacht een hogere ambitie. Gaat de wethouder die uitdaging met ons aan? De heer MAATHUIS (wethouder): Volstrekt mee eens. Ik open graag met het CDA het gesprek over wat daarvoor nodig is. Daar past die fysieke agenda ook bij. Maar we moeten ook de ogen openhouden voor ontwikkelingen die ons de afgelopen jaren parten hebben gespeeld, zoals de komst van de Participatiewet, die inhield dat erop andere wetgeving geknepen is.

Ik ben het met mevrouw Ten Beldam eens dat we qua omvang meer in verhouding moeten komen met gemeenten van dezelfde-g rootteklasse._Daar__richten we_ons__primair op._Ikvind het prima als de CDA-fractie daar een plus op wil zetten, maar dan moeten we met elkaar het gesprek aan over hoe we dat gaan bereiken. Dat bereik je niet alleen met uitstroombevordering. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): De wethouder zegt dat je soms moet terugkijken. Alsje terugkijkt, zie je niet wat voor je gebeurt. Ik zou zeggen: kijk voor je, naar de NUO, naar Werkplein en onderwijs. Wij gaan graag de uitdaging aan en zullen kijken of we samen een initiatiefnota kunnen maken. De heer TEEUW (Christenunie): Daar sluit ik mij bij aan. Van de hoogleraar waarde heer Cete naar verwijst, weet ik de naam niet meer. Het ging erom dat, als er meer werkzoekenden zijn dan banen, je het ene gat met het andere vult bij iedereen die je aan het werk helpt. Daar schiet je dus niks mee op. De vraag is waar je wel iets mee opschiet. Zijn banen het middel om mensen uit de bijstand te halen? Wat moeten we doen om die sociale stijging te krijgen? De heer WIERTZ (D66): Ik hoorde de wethouder over de granieten voorraad spreken. Als je al een grotere granieten voorraad hebt dan andere gemeenten, komt die flexibele voorraad 12

er door de conjunctuur nog bij. Dan moetje eigenlijk wel iets aan die granieten voorraad gaan doen. Is de wethouder dat met mij eens? De heer MAATHUIS (wethouder): In dat opzicht moet de aanpak op meerdere punten onderkennen wat de problematiek is. Daar hoort ook datgene bij wat de heer Wiertz te berde brengt. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik vind het wat pijnlijk dat er vergeleken wordt met steden van vergelijkbare grootte. Volgens mij is dat van ondergeschikt belang voor een vergelijking. De grootte van een gemeente is niet echt bepalend voor hoe de bevolking in elkaar zit. Ik ben benieuwd of de wethouder nog andere vergelijkingsmiddelen gebruikt. Dat lijkt mij wel verstandig. Ik vind het ook wat eng dat hij verwijst naar een zaak die volgens mij ergens anders op duidt, namelijk de fysieke gesteldheid van de stad. Ik ben benieuwd of hij dat wil specificeren. Als dat betekent dat we.minder goedkope woningen moeten hebben, creëert hij volgens mij meer problemen dan hij oplost. Ik ben benieuwd wat hij daarvan vindt. De heer MAATHUIS (wethouder): Daar ga ik op in en tegelijkertijd heeft dat ook samenhang met de portefeuille van wethouder Van Rees. Hij zal daar in zijn bijdrage op terugkomen. Ik sprak over onze vergelijkingscijfers. Daarnaast is het voorkomen van een mismatch op de arbeidsmarkt ook een prioriteit.

Door de volle inzet op het Twents fonds voor vakmanschap wordt ingezet op het binden en behouden van talent. Een uitstekend woonaanbod en vrijetijdsmogelijkheden helpen daar overigens bij. We hebben in Almelo de afgelopen jaren ingezet op uitstroombevordering. Dat kon omdat de conjunctuur meezat. Maar we moeten ook de aandacht leggen op instroombeperking van buiten om op onze ambitie uitte komen. Sociaal hangt samen met de fysieke opbouw van onze stad. Stedelijke ontwikkeling en herstructurering kunnen hierbij helpen, maar ook de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek. Na onderzoek en contact met het ministerie kwalificeren een aantal wijken in Almelo zich hiervoor. Collega Van Rees en ik trekken hier samen in op en het college zal in september een raadsvoorstel aan de raad voorleggen. Ik heb mij laten vertellen dat op 28 september het beeldvormend politiek beraad ingepland staat. Dat zal waarschijnlijk met potlood in de planning van het presidium staan. Wij komen in september bij de raad daarop terug. De heer BETE (Lijst fete): Ik wil even voortborduren op wat de heer Wiertz zei over de aanpak van het granieten bestand van de bijstandsgerechtigden. De heer Pauwels kijkt direct lachend op. Ik zie hem al denken: verkorten, verkorten, verkorten. Ik hoop dat we hen op een zorgzame en goede manier aanpakken.

Ik denk dat dat ook de handreiking van mevrouw Ten Seldam is. Ik hoop dat het niet alleen gaat om krimp en sterker en harder aanpakken, maar ook om goed aanpakken. Ik wijs op de langdurigheidstoeslag en de middelen die hen de afgelopen jaren zijn afgepakt. Ik hoop dat ze meer beweegruimte krijgen. Denkt de wethouder alleen maar aan straffen en harder aanpakken of wil hij ze waar nodig heropleiden, zodat ze misschien voor altijd uit de bijstand gaan? De heer MAATHUIS (wethouder): Op dat laatste zit onze focus volledig. Dat kan altijd meer dan nu het geval is. Het is echter niet het geval datje dat met flankerend sociaal beleid kunt oplossen. Dat hangt overigens samen met een ander punt waarover de raad een uitspraak heeft gedaan, namelijk een € 4,8 miljoen taakstellend minimabeleid. Daar heeft het college uitvoering aan gegeven, met soms moeilijke keuzes, maar we hebben die keuzes wel gemaakt. We zijn het ermee eens dat wij moeten investeren in het ontwikkelen van mensen en mensen moeten helpen om te klimmen op de participatieladder. Daarover gaat ons jaarlijks gesprek in december over de uitvoering van ons Participatiewetbeleid. Daar zet het college volledig op in, in tegenstelling tot keuzes die in het verleden zijn gemaakt en waarbij in het kader van middelenkrapte werd gezegd dat we ons alleen op de kansrijke doelgroep moesten richten.

Nee, we moeten juist ook investeren in de mensen die in P3 of P4 zitten en een langere afstand hebben tot de arbeidsmarkt. 13

De heer PAUWELS (VVD): De heer fete triggert mij. Ik doe niet lacherig over de granieten voorraad. De VOORZITTER: Ik ga deze deur niet op een kier zetten, want ik weet hoe dat gaat tussen u en de heer fete. Die kant gaan we niet op. U mag een vraag aan de wethouder stellen. De heer PAUWELS (VVD): Ja, die heb ik. Ik ben het eens met het pleidooi van de wethouder. In het eerdere onderzoek is de correlatie duidelijk geworden tussen de granieten voorraad en het aantal sociale huurwoningen, dat weer gekoppeld aan de Rotterdamwet, de Wet grootstedelijke problematiek. Kan de wethouder misschien aangeven hoe de correlatie is tussen het aantal sociale huurwoningen, de implementatie van de Rotterdamwet en het gebruikmaken van de sociale voorzieningen? AI die miljoenen die de afgelopen decennia in het sociale domein zijn gegaan, hebben uiteindelijk immers niet geresulteerd in de gewenste uitstroom van die granieten voorraad. Kan de wethouder daar iets over zeggen? De heer MAATHUIS (wethouder): De raad heeft daar eerder een motie over aangenomen en een rapportage van het college ontvangen. Daar verwijs ik gemakshalve naar. Er moet mij wel iets van het hart. Ik heb drie weken geleden een werkconferentie Participatiewet gehad. Daar spreek je met de uitvoering, met de mensen die in onze intake zitten, die dagelijks bezig zijn om mensen verder te helpen en te bemiddelen naar de arbeidsmarkt.

Op dit moment zie je in het land een ontwikkeling ontstaan dat, als de beschikbaarheid van de sociale huur in het westen van het land onder druk staat, een olievlekbeweging ontstaat in het land. Wij krijgen mensen die zich hier melden voor een woonruimte, zowel in de sociale huur maar ook in het particuliere gedeelte dat door beleggers wordt opgekocht, waar we de negatieve gevolgen van ondervinden. Die mensen zijn hier gevestigd en vragen hier een uitkering aan. Daar moeten we dan op gaan investeren. Wat we met elkaar zo graag willen, is een sociale stijging van onze Almelose bijstandsgerechtigden. Dat kun je alleen bewerkstelligen alsje ook oog hebt voor die instroom. Wij zien echt schrijnende gevallen. Deze week is ook de week van de ondermijning en de controles zijn weer bezig. We moeten aandacht hebben voor uitbuiting die plaatsvindt in de stad, mensen die in onwenselijke en uitzichtloze situaties zitten. Dat moeten we zien te voorkomen en dat vergt een aanpak die verder gaat dan alleen de aanpak via de pijler Participatiewet. Het houdt ook verband met de fysieke agenda van onze stad.

De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Gaat de wethouder dan iets doen tegen het uitbuiten en de profiteurs die van alles opkopen en gekke dingen doen? Of gaat hij iets doen tegen de instroom van externen? Dat zou ik zeer kwalijk vinden, want volgens mij zijn in Nederland mensen vrij om zich ergens te vestigen, en niet alleen ondernemers. _____.De_heer MAATH_UIS_(wethouder):_Op_de_eerste_vraag_is_het antwoor_d:_ja, daar_zetten_we_ volop op in. Je kunt wel spreken over het vrije recht van vestiging, maar je moet je afvragen of, als mensen zich hier melden voor een uitkering en de helft van de familie erachteraan komt datzijn situaties die in de dagelijkse praktijk plaatsvinden -watje dan aan het doen bent in het sociale beleid. Daar heb je immers met elkaar de ambitie om een sociaal vangnet in stand te houden dat toekomstbestendig en betaalbaar is, ook in relatie tot de BUIG, waarin we tot nu toe altijd aan de verkeerde kant van de streep hebben gezeten. Een goed sociaal beleid valt en staat met betaalbaarheid. Het moet in verhouding staan tot de draagkracht die de gemeente Almelo op haar schouders kan hebben. Daar zit een fundamentele weeffout in, om maar eens in textieltermen te blijven. De heer BETE (Lijst fete): Het is een voorbeeld van de heren Pauwels en Maathuis, maar ik kan nooit bewijzen krijgen.

Ik heb in het verleden al vaak gevraagd: kunt u mij dan aantonen om hoeveel mensen het gaat? Elke keer komt er een antwoord van 36, 40 of 45 mensen die per jaar naar Almelo komen. De wethouder doet net alsof Almelo het paradijs is in Nederland voor bijstandsgerechtigden. Ik heb nog nooit iemand meegemaakt die naar Almelo is gekomen omdat hier een sociale huurwoning is en omdat de regelingen goed zijn. Noem cijfers! De wethouder zegt het wel maar wat zijn de cijfers? 14

De heer MAATHUIS (wethouder); Nogmaals, ik verwijs naar de rapportage waarde raad om gevraagd heeft. De heer fete spreekt over cijfers. 30 per jaar: doe dat eens even 20, 30 of 40 jaar lang! We moeten onze ogen niet sluiten voor een patroon. Als de balans anders is en we een migratiesaldo hebben op de uitkeringsgerechtigden, hebben we een ander verhaal te pakken. Het probleem manifesteert zich niet alleen op de component van sociale huur, maar ook op het particuliere bezit, waar een goed rendement voor beleggers op te halen is. De vraag ís wat dit toevoegt in de balans van de stad, maar dan val ik in herhaling. De VOORZITTER: Exact. We gaan luisteren naar de heer Zielman, want hij heeft wellicht een ander punt voorde discussie. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Dat klopt. Ik hoor heel veel dingen waar we minder invloed op hebben, bijvoorbeeld toestroom. Wij willen daar wel iets mee, maar we hebben op dit moment nog niet de juiste middelen. We zijn bezig geweest met sociale huurwoningen. Daar gaat het mij nu even niet om. Toen de wethouder aantrad, is hij ijverig bezig gegaan met de herstructurering van het Werkplein en de samenwerking tussen gemeente en Werkplein.

Mijn vraag daarover is: heeft de wethouder op dit moment het gevoel dat wij compleet in control zijn bij de aansluiting van bijstand op WW en de doorstroming van mensen terug naar werk? Zetten wij de juiste dingen neer om mensen terug te bewegen naar werk? De heer MAATHUIS (wethouder): Het antwoord is: daar hebben wij slagen in gemaakt, maar je moet altijd in de spiegel durven kijken of er nog verbeteringen in aan te brengen zijn. Zo'n werkconferentie brengt weer leerpunten met zich mee, ook in de wijkgerichte toegang die door deze gemeente is uitgezet. Het lostrekken van de intake van de wijkcoaches is geen goede beslissing geweest en we zullen daar een hersteloperatie op uitvoeren. Zo zijn we continu aan het kijken hoe je de dienstverlening aan de inwoner optimaal kunt maken. Daarbij komt nog dat de coronacrisis door het Rijk gelardeerd is met een aanvullend sociaal pakket. Als die steunmaatregelen straks worden afgebouwd, weten we niet wat er gaat gebeuren. Dat wordt nog heel spannend. Het venijn zit hem in de staart, ook als het gaat om deze crisis. Dan willen we er klaar voor zijn, zodat mensen meteen doorbemiddeld worden naar werk en niet onnodig thuis komen te zitten. Dan gaat het ook over de WW-doelgroep waar eerder aandacht voor is gevraagd.

De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Kan de wethouder een kleine inkijk geven in de nieuwe inzichten waar hij toe komt? De heer MAATHUIS (wethouder): Ik heb er zojuist eentje genoemd, de inrichting van de wijkteams en de relatie tot de werkcoaches. Dat heeft in het afgelopen halfjaar niet goed gewerkt. Zo zijn er meerdere punten. Als dat leidt tot maatregelen waarbij de raad aan zet is, zullen we daar bij de raad op terugkomen. De heer DE VRIES (PvdA): De wethouder spreekt over een fundamentele weeffout. Ik heb die nog niet helemaal te pakken. Als hij daarmee doelt op het recht op vrije vestiging en dat hier ter discussie wil stellen, ben ik het daarmee pertinent oneens. Verder struikel ik over de uitspraak: 30 personen maal 30 jaar. Ik vind dat het onbehoorlijk framen van kanslozen en profiteurs. Ik hoop dat hij dat niet bedoelt. De heer MAATHUIS (wethouder): Dat bedoel ik niet, maar alsje op een afstandje kijkt naar de ontwikkeling van deze stad, zie je ... Ik heb op mijn werkkamer een schilderij hangen van de textielgeschiedenis in de gloria. Na die teloorgang was er een enorme werkloosheid in de jaren '80. Deze stad heeft zich ontwikkeld door stedelijke ontwikkeling, stadsuitbreiding sinds de jaren '90, door onderwijs en re-integratie. We hebben mensen naar een hoger niveau kunnen brengen.

Dat is mooi, maar tegelijkertijd moeten we aandacht hebben voor die wijken waar ik mij als geboren en getogen Almeloër schaam voor wat er soms achter de voordeuren gebeurt. Ik hoop dat de heer De Vries dat met mij eens is. Als je het over sociaal beleid hebt, 15

motiveert mij dat dagelijks om hier de deur binnen te stappen, daar iets aan te gaan doen en te zorgen dat de leefomstandigheden van die mensen gaan verbeteren. Daarvoor zit ik in het college. De heer DE VRIES (PvdA): Applaus. Maar wat bedoelt de wethouder met die fundamentele weeffout? De heer MAATHUIS (wethouder): In het verleden is hier standaard gebouwd op basis van beleidsregels. In 2013 is bijvoorbeeld, zo meen ik mij te herinneren, de beleidsregel over de bouw van sociale huur losgelaten als een standaardpercentage, zonder dat er wordt gekeken naar de vraag naar sociale huur in deze stad en hoe die matcht met het economisch profiel van deze stad en de werkloosheidscijfers op dat moment. Dat breidt zich maar uit. Dan ga je vervolgens een verschuiving krijgen, ook in onze Almelose woningvoorraad en het gebruik daarvan. Dat zit meerop het terrein van collega Van Rees. Als vervolgens - en die slag hebben wij ook gezien in een aantal wijken in deze stad - de privatisering wordt ingezet, ook door corporaties richting huurders, en het in handen komt van beleggers, zijn we volgens mij op de verkeerde weg. We moeten met elkaar kijken hoe je daar grip op kunt krijgen. Dat is hele taaie materie, maar daar zal wethouder Van Rees nader op ingaan. De heer AKSE (SP): De wethouder spreekt over 30 personen instroom per jaar vanwege de beschikbaarheid van sociale huurwoningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=4396592a-e7d0-465a-acec-da7cdedd3b47