CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

3.2 Notulen raadsvergadering 12 november 2020 (voortzetting van de raadsvergadering van 10 november 2020) (getekend).pdf

Raad 26 januari 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststellen notulen72.011 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 8

Maar omdat Kaliber zelf met het initiatief is gekomen, hebben wij de bestuursopdracht niet geformuleerd en Kaliber gevraagd om dit pad vooral op te gaan en samen met de bibliotheek en Avedan te onderzoeken op welke manier samenwerking voordelen kan opleveren. Dit wordt enthousiast door Kaliber opgepakt. Dan kom ik bij de bibliotheek. Wij hebben aan de bibliotheek dezelfde vraag gesteld als aan Kaliber: lever aan wat je doet voor welke doelgroep, wat de opbrengsten daarvan zijn en wat de kosten. Dat leverde in de gesprekken vanaf maart geen resultaten op. In aanloop naar de perspectiefnota ben ik in contact getreden met de provincie en heb ik gezegd: We zullen op de een of andere manier moeten nadenken hoe we die bezuinigingen invullen, ondanks dat de bibliotheek aangeeft dat dit niet kan. Kunnen wij de Rijnbrink Groep inhuren? Dat is dé adviesorganisatie van bibliotheken. Dat heeft uw raad vanochtend op het journaal ook gehoord. Kunnen die ons helpen om te kijken hoe we de bezuinigingen moeten invullen? Rijnbrink Groep werkt niet voor gemeenten, maar alleen voor bibliotheken, dus uiteindelijk hebben we na de perspectiefnota een gesprek gehad met het bibliotheekbestuur. Dat heeft toen gezegd dat het met een voorstel zal komen hoe het denkt een bedrag te kunnen bezuinigen. Dat voorstel is eind augustus binnengekomen, en daarover hebben wij in september een gesprek gehad.

Daarin zijn we niet echt tot elkaar gekomen. We hebben suggesties gedaan hoe ze de bezuiniging zouden kunnen invullen. Maar met het amendement dat er nu ligt, zegt de bibliotheek dat € 100.000 voor 2021 realiseerbaar is en € 200.000 voor 2022. Ik ga ervan uit dat we de gesprekken met het bestuur weer kunnen oppakken en we samen met het bestuur kunnen bekijken op welke manier de bibliotheek in Almelo gepositioneerd wordt. Daarbij gaan ik en het hele college ervan uit dat de bibliotheek gewoon blijft bestaan. Maar de bibliotheek zal wel gaan nadenken waar zijn toekomst ligt. R 2006420

43

We zien dat het aantal abonnementen vanaf 2014 is afgenomen. We zien ook dat van de gratis leden tot 18 jaar weinig instroom is in nieuwe abonnementen. We zien dat het aantal jeugdigen dat boeken leest, afneemt. We hebben in het verleden al gezegd, ook tegen de bibliotheek: ga nou kijken of je je collectie mogelijk kunt inkrimpen en een verdieping kunt verhuren aan media-gerelateerde bedrijven om op die manier, samen met Tubantia, samen met AAVISIE te onderzoeken of er andere manieren zijn om de jeugd te interesseren in het vergaren van kennis die ze in het dagelijks leven kunnen gebruiken. We hebben ook gezegd: ga nu kijken of je op de een of andere manier nieuwe abonnees kunt krijgen, dat je mensen interesseert voor de bibliotheek, dat je andere manieren van werken gaat oppakken. We hebben ook tegen de bibliotheek gezegd: we willen dat jullie onverminderd doorgaan met trajecten richting de scholen voor laaggeletterdheid. Dus de bibliotheek zal blijven bestaan, maar zal wel moeten gaan werken aan een andere positie in de samenleving van Almelo. Die positie is de afgelopen jaren alleen maar gekrompen. Ze zullen ervoor moeten vechten om hun positie te verbeteren en te zorgen dat ze aansluiting krijgen bij de jeugd, en de maatschappelijke waarde voor Almelo blijven behouden.

Dat is geen eenvoudige zaak, maar wij geloven oprecht dat er wegen te vinden zijn waarop we dat op een goede manier vormgeven, wanneer wij als gemeente samen met de bibliotheek in gesprek komen. De VOORZITTER: U geeft een exposé op dat gesprek en de mogelijkheden die u ziet. Mevrouw Pol en de heer Buitenweg willen daarop interrumperen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik hoorde de wethouder aan en dat bracht een bepaalde onrust bij mij teweeg. Met de digitalisering en alles wat er gaande is, is het misschien logisch dat er minder gebruik wordt gemaakt van fysieke boeken. Maar ik vraag me af of dit alleen een taak van de bibliotheek is, of ook een taak van ons als college, raad, het bestuur van deze stad om er allemaal aan te werken dat de leesbaarheid en het lezen van fysieke boeken wordt vergroot. Volgens mij is het lezen... dat is een van de redenen waarom ik de motie van de D66-fractie heb omarmd. Dit is een uitstapje uit die gedachtegang. De wethouder zegt dat de bibliotheek moet, die moet, die moet. Maar als het zo triest is gesteld met het fysieke lezen, moeten we daar dan geen onderzoek naar doen en kijken wat wij als bestuur voor verantwoordelijkheid hebben, misschien in de vorm van een campagne, de scholen of what ever, net zoals voor het schoonmaken? Daarom bleef ik bij u hameren. Misschien wordt het doormodderen, maar ik heb mijn punt gemaakt.

Ik wil hierbij aansluiting zoeken. De VOORZITTER: De vraag is dus of we als gemeente niet meer sturing moeten geven op de functie van de bibliotheek. De heer VAN REES (wethouder): In mijn betoog heb ik gezegd dat we dit als gemeente heel graag met de bibliotheek willen doen. We hebben daar een rol in, in het kader van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Wsob. We moeten aangeven welke activiteiten we van de bibliotheek verwachten. Ik zou willen dat we dat gesprek samen voeren, dat we samen naar de mogelijkheden zoeken en dat we samen met de raad kunnen doorpraten welke positie de bibliotheek gaat krijgen binnen de gemeente Almelo. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ik heb twee vragen. De wethouder haalde net de Rijnbrink Groep aan en heeft gezegd dat hij daar gepolst had, maar de Rijnbrink Groep werkt niet voor de gemeente, doch voor bibliotheken. Volgens mij heeft hij in eerdere uitspraken gezegd dat de Rijnbrink Groep positief heeft geadviseerd over de bezuinigingen die wij voorstellen. Dat vind ik een beetje in strijd met elkaar. De wethouder heeft ook iets gezegd over de functies die volgens hem minder gebruikt worden in de bibliotheek, de uitleen en de bezoekersaantallen. Er is een onderzoek uit van het CBS, dat is vandaag gepubliceerd in Trouw —dat kan de wethouder nazoeken —waarin staat dat juist andere functies toenemen. Die heeft hij niet genoemd.

Het gaat om huiswerkbegeleiding, ontmoeting en dat soort punten. Daarin speelt de bieb een centrale rol. Het CBS-onderzoek stelt ook dat de bieb een steeds belangrijker maatschappelijke positie krijgt. Ik denk dat het het overwegen waard is om dit erbij te betrekken. R 2006420

44

De heer VAN REES (wethouder►: Dat betrek ik er graag bij. En over de eerste vraag, de Rijnbrink Groep wilde pas aansluiten bij de gesprekken toen de bieb daarmee instemde. In eerste instantie had het bestuur van de bibliotheek voor de zomervakantie aangegeven dat het de Rijnbrink Groep er liever niet bij wilde hebben. Het gesprek dat op 26 september jl. plaats heeft gevonden met de bieb, waar de Rijnbrink Groep bij zat, was met instemming van de bieb, omdat de Rijnbrink Groep de bibliotheek adviseert. Dan kom ik bij het Stadsmuseum. U vraagt zich af waarom wij bezuinigen op het Stadsmuseum. Er zijn in Almelo drie instellingen die ik even naast elkaar wil zetten. Eén instelling is Het Huis van Katoen en Nu. Zij krijgen van ons huisvesting en werken met vrijwilligers. Wij hebben het initiatief van Indigo, of kunsthal Hof88. Zij krijgen van ons huisvesting en werken met vrijwilligers. En wij hebben het Stadsmuseum en zij krijgen van ons huisvesting, bijna € 80.000 subsidie en werken met vrijwilligers, een professionele directeur en een professionele suppoost. Wij hebben gekeken naar de maatschappelijke effecten van die instellingen. Het Huis van Katoen en Nu heeft meer dan 10.000 bezoekers per jaar, door de mensen wordt 18.000 gezegd.

Indigo organiseert zes tentoonstellingen per jaar, onder andere met de Fundatie in Zwolle, reikt een prijs uit, de Herman Krikhaarprijs, en heeft meer dan 5000 bezoekers per jaar. Het Stadsmuseum is begonnen met vrijwilligers en heeft nu een suppoost en een directeur. Ze hebben nauwelijks 2000 bezoekers per jaar. Dan is de vraag: moet je dit in deze verhoudingen handhaven? Wij hebben gemeend daarom € 50.000 te moeten bezuinigen op het Stadsmuseum. We denken dat het Stadsmuseum naar zijn kostenstructuur kan kijken en vooral moet kijken naar de wijze waarop het zijn inkomstenstromen kan verbeteren. Wij denken aan meer bezoekers, maar we denken bijvoorbeeld ook aan meer sponsoren. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat de schok bij het Stadsmuseum in eerste instantie best wel heftig was. Maar ook met hen zijn we op een heel positieve en constructieve manier in gesprek. Ze zijn aangesloten, op onze aanwijzing, bij een provinciaal project. Dat project heet Vers Bestuur, dat hun helpt zoeken naar andere mogelijkheden en andere manieren om te besturen. In de gesprekken met het Stadsmuseum hebben wij heel veel suggesties gedaan: kijk eens hiernaar, kijk eens daarnaar, kijk eens of je tentoonstellingen kunt organiseren die aansluiten bij de bedrijven in Almelo, of je verbinding kunt maken tussen het verleden en de toekomst.

Kijk bijvoorbeeld naar de techniek van Ten Cate, die vroeger weefgetouwen had en nu een van de meest moderne systemen maakt om kogels te weren. Kijk eens of je rond dat soort thema's tentoonstellingen kunt organiseren, waardoor je mogelijk bedrijven kunt interesseren om te subsidiëren. Dat soort suggesties hebben we gedaan. Het Stadsmuseum is waarschijnlijk in staat, een substantieel deel van de kosten te bezuinigen, als ze de suppoost ergens anders kunnen plaatsen. Daarnaast zouden ze in drie jaar tijd om en de nabij de € 15.000 aan extra inkomsten moeten halen. Die inkomsten zouden ze in onze ogen moeten kunnen halen uit extra inkomsten van entrees en via sponsoren. Dat is voor hen geen gemakkelijke opgave, omdat ze jarenlang gewend waren zich daar niet druk over te maken. Het aantal sponsoren en het aantal sponsorbijdragen dat het Stadsmuseum de afgelopen jaren heeft gehad, was niet uitgebreid, maar wij hebben er vertrouwen in dat ze een museum kunnen realiseren dat onafhankelijker is van de gemeente en een breder draagvlak heeft in de maatschappij van Almelo, als ze erin slagen deze ombuiging door te staan. Ze komen daarmee op gelijke voet te staan met andere gesubsidieerde instellingen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): De wethouder zegt twee dingen.

Het ene is dat het Stadsmuseum er nog niet echt over heeft kunnen nadenken, omdat ze daartoe tot nu toe niet geprikkeld zijn geweest. Dat geloof ik gelijk. Dat het wellicht tijd wordt om na te denken, zoals bij de bieb en andere instanties, omdat Almelo het gewoon niet zo breed heeft, snap ik ook. Ik zal de laatste zijn die niet praktisch in de wedstrijd staat. Alleen, ik heb gisterenavond geprobeerd alle finesses in de moties en alle bezuinigingen, waar dan ook, in beeld te krijgen. Ik kom tot de conclusie dat op 2 juni, dat is in de coronatijd net voor het reces, een brief is gestuurd. Daarin werd een bombardement gelegd van: dit gaan we doen. Van ons werd verwacht dat we daar maar even iets mee gingen doen. Maar met name van die organisaties werd verwacht dat ze bam, daar meer even op wilden reageren. R 2006420

45

De wethouder zegt nu: ze hebben de tijd nodig om daarop te anticiperen. Maar ik hoor niet dat ze van hem die tijd krijgen. Ik heb hier een mail voor me van het Stadsmuseum. Ik leid daaruit af dat als die bezuiniging onverkort doorgaat, het Stadsmuseum stopt, tenzij ik het niet goed begrijp, want de bedragen vliegen mij inmiddels om de oren. Dat strookt dus niet met elkaar. Kortom, de wethouder zegt wel dat ze even de tijd nodig hebben, maar eigenlijk krijgen ze die tijd niet van hem. Hoe kijkt hij daar zelf tegenaan? De heer VAN REES (wethouder): Met het amendement dat voorligt wordt hun die tijd wel gegund. Inderdaad, ik heb die mail ook gezien. Maar als zij een professionele directeur willen houden, en dat is voor hen een stevige intentie, moeten ze ook in staat zijn om in drie jaar tijd € 15.000 meer aan inkomsten te vergaren. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Wat matcht dan niet? De wethouder heeft die mail voor zich liggen. Ik lees hier € 35.000, maar de wethouder zegt € 15.000. € 15.000 of € 35.000 maakt nogal een verschil. Waar gaat het mis bij mij en bij de directeur? De heer VAN REES (wethouder): Ik ga niet zeggen dat het bij mevrouw Pol misgaat, maar het ene bedrag gaat over de kosten en het andere over de opbrengsten. Daarin zit het verschil. € 15.000 meer aan inkomsten, betekent dat je € 15.000 minder hoeft te bezuinigen op de kosten.

Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ja, maar dan staat er een bezuiniging van € 35.000. Als je € 15.000 meer aan inkomsten genereert, moet je daarmee dan € 35.000 compenseren? Dat gaat niet samen. De heer VAN REES (wethouder): Nee, ze moeten € 50.000 bezuinigen. Dat doen ze door € 35.000 te strepen in de kosten en door € 15.000 meer aan inkomsten te krijgen. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! We hebben eerder aangegeven dat het Stadsmuseum in Almelo een onderdeel is van het geheel. Ook wij zien dat heel graag. Wij hebben ook aangegeven dat de keuze voor een professionele directeur, die het nodige kost, een keuze is die op dit moment door het Stadsmuseum wordt gemaakt. Wij hebben daarbij gevraagd of dat zo zou moeten blijven. Dat kun je betwisten. Mijn vraag aan de wethouder is of er bijvoorbeeld met het Stadsmuseum is gesproken, of met andere partijen, subsidiepartners, over nieuwe innovatieve wijzen, manieren, om het Stadsmuseum aan te sturen. Ik kijk even naar het aantal bezoekers per jaar. Ik ben blij dat ik niet als directeur of suppoost daar iedere dag hoef te staan om het beperkte aantal mensen te ontvangen. Dat is ook een keuze.

Heeft de wethouder daar ook over gesproken? De heer VAN REES (wethouder): Daarover hebben we niet inhoudelijk met het bestuur gesproken, maar we hebben wel gesproken over de vragen: hoe krijg je meer inkomsten en hoe krijg je meer sponsoren? We hebben ook met het bestuur gesproken over de locatie. Die ligt buiten de loop. Zou je het Stadsmuseum niet kunnen helpen door tijdelijke exposities te organiseren op plekken waar panden leegstaan? Daar kijken we ook naar. Maar de suggestie díe de heer Pauwels doet, hebben we niet expliciet met het bestuur besproken. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Mag ik die handschoen reiken? We zijn van de week benaderd door organisaties, partners, die er op een innovatieve manier naar zouden willen kijken hoe we het Stadsmuseum kunnen aansturen. Daar zijn ideeën over. Staat de wethouder ervoor open om daarvoor ideeën te vergaren en die verkenning te plegen met een aantal partijen? De heer VAN REES (wethouder): Daar sta ik zeker voor open. Zoals ik net zei, hebben we al aansluiting gezocht bij het project Sterk Bestuur van de provincie. Daar doen we dit ook. Daar zijn ook dwarsdenkers die meedenken in dit soort processen. Ik denk dat dit het Stadsmuseum verder kan helpen en dat we dit soort gedachten nodig hebben. De heer HAMMINK (Lokaal Almelo Samen): Ik heb kort een opmerking. Het toeval wil dat Urenco dit jaar 50 jaar bestaat.

Ik weet dat zij van plan zijn een expositie in te richten. Dat is een R 2006420

46

van de grootste sponsoren die wij kennen. Het zou zo maar kunnen dat die bereid zijn een bijdrage te leveren die voor drie jaar de tekorten dekken. De VOORZITTER: We nemen die suggestie graag mee. De heer DE VRIES (PvdA): Ik vind de opmerking van collega Pauwels denigrerend voor het Museum en de medewerkers. Het gaat mij om die medewerkers. Hij wekt de suggestie dat iedereen daar aan het wortelschieten is. Dat beeld krijg ik bij de woorden die hij kiest. Dat is uiteraard zijn eigen verantwoordelijkheid. Er is een beheerder dit komt uit een beschutte plek. Daarover is nu de discussie. Ik erger mij eraan dat we met die man gaan lopen draaien en keren om te kijken of hij elders terecht kan, terwijl de oplossing misschien heel simpel is. We behouden werkgelegenheid en deze man kan zinvol werk blijven doen. Ik weet niet hoe oud hij is, maar laten wij ons daar druk over maken. De heer TEEUW (Christenunie): Ik hoor wat de wethouder zegt over het Stadsmuseum. Voor nu kunnen we daarmee leven. Maar ik werd getroffen door de vergelijking met het Huis van Katoen en Nu, want we moeten geen appels met peren gaan vergelijken. Er zit natuurlijk een verschil tussen een Stadsmuseum waarvoor je entree moet betalen of een Huis van Katoen dat op een A-locatie zit, waar je wat posters ophangt en waar je gratis naar binnen loopt. Zoiets zou je ook in de bieb kunnen doen, enzovoort.

Dat pleit er des te meer voor om op een integrale manier naar het Stadsmuseum te kijken en daarover na te denken; de heer Pauwels hintte daar al op. Met de bieb moeten we dat ook doen. Dat pleit ervoor een meer integrale visie te ontwikkelen op onze cultuur, dat is precies de cultuurvisie. Volgens mij komt er nog een motie van ons met de PvdA-fractie die de heer De Vries zal indienen, om de cultuurvisie te herzien en daarbij alle partijen te betrekken en na te denken over hoe je dergelijke zaken combineert. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Met dat deel wilde ik afsluiten. De actuele cultuurnota loopt tot 2020. De activiteiten die we op het vlak van cultuur de afgelopen jaren hebben uitgevoerd, passen allemaal precies binnen deze cultuurnota, een op een. Ik neem uw raad daar graag in mee. We voeren nu een discussie over de bezuinigingen bij drie instellingen, maar er gebeurt heel erg veel op het gebied van cultuur, ook in positieve zin, ondanks dat ik maar één medewerker voor 20 uur heb op dit vlak. Zo is er een cultuurmakelaar aangesteld, ook werkzaam voor Tubbergen, die de opdracht heeft amateurverenigingen te koppelen aan professionele instellingen en aan evenementen in de binnenstad, maar hun ook ondersteunt in de kwaliteit van hun organisatie.

Zo heeft zij gisterenavond als cultuurmakelaar een digitale bijeenkomst gehouden over de wijze waarop een amateurvereniging gebruik kan maken van crowdfunding. We doen heel veel op het gebied van cultuur. Ik zou graag een keer in een politiek beraad met de raad wat breder in gesprek gaan over wat we de afgelopen jaren op het gebied van cultuur hebben gedaan, wat de dingen zijn die we bereikt hebben en wat willen we bereiken. De heer De Vries is er nu helaas niet, maar ik hoop dat ik heb kunnen aantonen dat er geen grauwsluier over de cultuursector hangt, doch dat er wel een aantal belangrijke wijzigingen zal moeten worden doorgevoerd, om ervoor te zorgen dat die cultuursector voor Almelo ook in de toekomst waardevol blijft. Die wijzigingen zijn noodzakelijk, daar ben ik echt van overtuigd. Ik hoop dat iedereen mee wil helpen die te realiseren, als we deze discussies achter de rug hebben. Ik kom nu bij de moties. De motie 9, Geld terughalen van Theaterhotel, ingediend door de PVA-fractie, raad ik ten zeerste af. Wij zullen het Theaterhotel bij de afrekening 2020 op een behoorlijke manier benaderen en kijken welke effecten de coronacrisis heeft gehad en daar dan op afrekenen. Er is een motie ingediend door de PVA-fractie over meer starterswoningen, motie 10. De woonvisie komt in deze raad nog in discussie.

Daarin staat dat we de doorstroom bij starterswoningen willen stimuleren, zodat er aan de onderkant woningen vrijkomen voor starters en de mensen die er wonen, doorstromen naar een iets betere en duurdere woning. We zullen een starterslening in het leven roepen, die komt binnenkort ook in de raad, waarmee starters makkelijker een woning kunnen kopen. Dus wij denken dat deze motie overbodig is. In motie 1 1 , In 2024 1,6 bomen per inwoner, roept de PvdA-fractie op om te komen tot 1,6 bomen per inwoner. In 2018 hadden we 1,8 boom per inwoner. Het verschil tussen die 1,8 en 1,6 hangt samen met het feit dat Almelo buiten de kern een aantal grootgrondeigenaren heeft R 2006420

47

die bomen hebben voor de productie. Kijk bijvoorbeeld naar de graaf. Hij heeft in Nijenbos erg veel last van de letterzetterkever en daarom heel veel bomen moeten kappen. Daarom daalt het percentage bomen per inwoner. We moeten 7000 bomen planten om 0,1 %bomen per inwoner erbij te planten. Dat is goed voor 7 ha grond. We hebben laatst 125 bomen van Witzand gekregen en doen heel erg ons best om die bomen te planten. Maar het planten van bomen in de openbare ruimte is vaak lastig. Ik verwijs naar de boom die tegenover de Nieuwstraat in een heel speciale bak staat. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat de leidingen en kabels er geen schade van ondervinden. Desondanks zijn we er met het programma duurzaamheid en het programma binnenstad volop op gericht om zo veel mogelijk bomen erbij te krijgen. Wij gaan er ook van uit dat de graaf en Het Twickel de bomen die ze kappen er weer bij planten en we op den duur weer op die 1,8 à 1,9 komen. Verder is het aan ons, maar vooral ook aan de inwoners van Almelo, om zo veel mogelijk bomen in de tuin te plaatsen, hun tuinen niet te verstenen, want ook dat is een aandachtspunt, en voor ontstening te zorgen. We hopen dat mensen zo veel mogelijk bomen gaan planten. De VOORZITTER: De heer Buitenweg wil hierover iets zeggen, heel kort. Als hij inhoudelijk iets heeft, moet ik hem in de tweede termijn de gelegenheid geven.

De heer BUITENWEG (GroenLinks): U wordt ineens heel streng. De VOORZITTER: Neem me niet kwalijk, ik roep dat al een hele poos. Ik vind dit vervelend van u. Ik geef heel veel ruimte en ik doe al de hele dag een beroep op de zelfdiscipline van de raadsleden. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ik heb herhaaldelijk mijn vinger weer teruggehaald, dus misschien valt dat mee. De VOORZITTER: Maar ik neem wel de vrijheid als voorzitter om u tot de orde te roepen. Ik accepteer niet dat u mij op dat vlak tot de orde roept. De heer BUITENWEG (GroenLinks): De wethouder noemde het percentage bomen, 1,6 of 1,8. Op de website voor de gemeenten die ik ook al voor andere punten heb aangehaald, staat een veel hoger percentage, die gaan richting de 4 gemiddeld in Nederland. Dus dat maakt het verschil veel groter. De wethouder kan verbeteringen aanbrengen door versneld de motie die vorig jaar is aangenomen over het geboortebos uit te voeren. De heer VAN REES (wethouder): Ik had dit kunnen verwachten en ik wist dat de heer Buitenweg hierover zou beginnen. Dat geboortebos is een punt. We bekijken wat we daarmee willen. Als we uitgaan van 500 bomen, omdat er 500 mensen jaarlijks zijn die een boom planten, praten we over 5 ha in tien jaar. Dat is een forse omvang. Wij hebben op dit moment geen plek waar zo maar 5 ha geschikt kan worden gemaakt voor een geboortebos. Dat kost heel veel geld.

Er zou onderzoek moeten worden gedaan wat daadwerkelijk de behoefte is aan een geboortebos, want dan kunnen we de omvang inschatten. Ik kom binnenkort terug naar de raad met een voorstel hoe we dit gaan oplossen. Motie 1 1 van de PvdA-fractie raadt het college op dit moment af. Als er bomen bij worden geplant, zal dit waarschijnlijk door de grootgrondeigenaren gebeuren. Dan zal het aantal bomen stijgen. Vanuit de programma's Duurzaamheid en Binnenstad blijven wij er bomen bij planten. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Er is in mei dit jaar vanuit de provincie Overijssel een initiatief gestart om bomen aan te planten, 1,1 miljoen in de provincie als geheel. Is daarnaar gekeken en zijn de initiatiefnemers van deze motie daarvan op de hoogte? Waarom alles zelf doen als andere bestuurslagen ook verantwoordelijkheid nemen? De heer VAN REES (wethouder): Vanuit het project van de provincie Overijssel zijn er dit jaar 110 bomen geplant in het buitengebied van Almelo. Daarover heeft een publicatie gestaan in de Tubantia van 25 maart 2020. Daarnaast hebben wij 125 bomen geschonken gekregen van Witzand. We zijn bezig om die in Almelo te plaatsen. R 2006420

48

Ik vervolg met de motie over de glazen koepel, motie 12, Aanpakken Glazen koepel De Galerij. Ook die raadt het college af. We gaan geen glazen koepel overnemen van Urban Interest. Dat zou heel vreemd zijn, want dan gaan we vastgoed kopen dat volgens ons onvoldoende wordt onderhouden. Dan komen er denk ik meer vastgoedeigenaren naar ons toe. Wij hebben het afgelopen jaar al een aantal keren bij Urban Interest aangedrongen op het schoonmaken van die koepel en het onderhouden ervan. Het schijnt een zeer lastig verhaal te zijn en tot nu toe hebben ze het gelaten zoals het is. Ik denk dat het initiatief veel meer moet liggen bij de huurders en eigenaren. We zullen er bij de eigenaar opnieuw op aandringen dat hij de koepel Iaat schoonmaken en onderhouden, maar verder gaan onze mogelijkheden niet. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): We delen de mening over het feit dat de motie onpraktisch is. Volgens mij is het juridisch ook zeer ingewikkeld, want dan krijgen we een stukje koepel in eigendom waarvoor we verantwoordelijk worden en waar links en rechts ander eigendom staat. In die zin is aankoop juridisch gezien zeer risicovol. Hoe kijkt de wethouder daar tegenaan? De heer VAN REES (wethouder): Dat ben ik helemaal met mevrouw Pol eens. Die koepel zweeft en staat met zijn poten op het eigendom van iemand anders. Wat koop je dan en hoe koop je dat? Dat is een zeer lastige situatie.

Daarom raden we deze motie ook af. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik weet niet of dit per se in de tweede termijn moet, maar ik heb nog wat dingen in mijn tekst aangedragen. Ik zat op reactie daarop te wachten. Kan ik daar nog iets over zeggen? De VOORZITTER: Zeker. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Om mij moverende redenen ben ik wat vroeger naar huis gegaan uit het politiek beraad. Ik heb nog even nagevraagd wat de wethouder heeft gezegd over de prullenbakken. Het viel me op dat de wethouder er of heel weinig mee heeft gedaan, als ik kijk naar de beantwoording, of de hele motie níet heeft begrepen. Op de vraag van de heer Hummels gaf hij prachtig te kennen dat hij er bovenop zat in de binnenstad. Het punt van die hele motie was, dat de binnenstad bommetje vod staat met prullenbakken, maar de rest van Almelo niet. Nu kan de wethouder er wel bovenop zitten dat er prullenbakken komen in de binnenstad, maar ik wil graag een betere verdeling in het buitengebied en overal, zoals de Nieuwstraat, Ossenkoppelerhoek. Hoe staat het daarmee? De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Het lijkt er zelfs op dat uit de binnenstad intussen prullenbakken verdwenen zijn, maar verder... De heer VAN REES (wethouder►: Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat ik niet op de hoogte ben van de actuele stand van zaken.

Volgens mij wordt aan de motie prullenbakken hard gewerkt om ervoor te zorgen dat we tot een betere verdeling komen in Almelo. Als u mij even de tijd gunt, zal ik dit navragen voor de tweede termijn. De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! Ik werd vanochtend door de griffie gewaarschuwd dat ik de motie over islamitische begraafplaatsen officieel niet heb ingediend. Ik dacht dat ik dit wel had gedaan. De wethouder kent de strekking van de motie. Wil hij daarop reageren, of moet ik de tweede termijn afwachten? Dan heb ik haar officieel ingediend. De VOORZITTER: De wethouder kent de tekst. We leefden in de veronderstelling dat de motie niet was ingediend, maar het tegendeel is waar. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik ken de tekst. Wij denken dat er op dit moment voldoende mogelijkheden zijn om islamitisch begraven te worden op onze eigen begraafplaats. Wij vinden dat degene die zo'n begraafplaats wil, zelf moet komen met initiatieven voor grond. Dat hebben andere gemeenschappen in Almelo ook gedaan. Dus wij vinden dat de eerste stap vanuit de islamitische gemeenschap moet komen. R 2006420

49

(Hierna draagt burgemeester Ger~itsen het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Bijenhof.l De heer GERRITSEN (burgemeester): Er zijn niet heel veel verschillende zaken die aan mijn portefeuille raken. De heer Stbteler heeft gevraagd, dat vind ik heel mooi, wat het college, de burgemeester, aan vrijheid doet. Wat vinden wij daar nou van? Zeker in de tijden waarin we leven, de dingen die we in Nederland en de rest van de wereld zien die graven aan vrijheid, die vrijheid bedreigen, is dit een heel aangelegen punt. Burgerlijke vrijheden vormen de basis van de democratische rechtstaat, Iaat dat gezegd zijn. Vrijheid van meningsuiting, vrijheid van drukpers, recht op privacy, bescherming tegen een opdringerige overheid —mevrouw Pol liet me daar onlangs nog een leuk voorbeeld van zien, overigens niet in Almelo, gelukkig, maar wel elders in het land — onaantastbaarheid van het leven, maar ook vrijheid van godsdienst en bescherming tegen discriminatie op welke grond dan ook. Dat vormt met elkaar de grondslag waarop we in Nederland — je zou kunnen zeggen in de westerse wereld waarin we leven, want we leven in een groter verband dan alleen Nederland —samen leven. En die vrijheid is er niet zomaar gekomen en is ook niet iets waarvoor we in het afgelopen decennia hebben gestreden.

Want die vrijheid, die burgerlijke vrijheden, is de vrucht van de sociale en culturele geschiedenis van ons land, ons werelddeel. Die is voortgekomen uit hoe de kunst zich ontwikkeld heeft, vanuit de donkere middeleeuwen naar de renaissance. Die is voortgekomen uit de politiek emancipatie van massa's toen de industrialisatie op gang kwam in West-Europa en mensen zich begonnen af te vragen waarom ze voortdurend hun oren moesten laten hangen naar een paar machthebbers. Dus dat denken over en het beleven van onze burgerrechten en de manier waarop we in ons lans met elkaar samenleven, kan niet zonder dat historische besef: waar komt dat nou vandaan? En wat is daarvoor opgeofferd en hoe is ervoor gestreden om zo ver te komen? Voor ons college, en ook voor deze burgemeester, staat vast overeind dat tegen die achtergrond, die bijna universeel te noemen is —dat zijn grote woorden, maar die horen ook wel bij dit onderwerp —iedereen in onze gemeente recht heeft op het genot van zijn grondwettelijke rechten, grondwettelijke vrijheden. Er kan dus geen sprake van zijn dat in onze samenleving mensen niet meer durven te zeggen wat zij vinden, dat mensen niet meer durven te zijn die ze inhoudelijk denken dat ze zijn en daarvoor willen uitkomen. Wij hechten daar dus aan. Wij hechten aan de verankering en borging van de democratie en van de democratische vrijheid in onze samenleving.

Daar zetten we ook op in. Dit is niet alleen maar het uitspreken van de goede woorden daarbij, want ik denk dat dit de goede woorden zijn die we met elkaar moeten beleven. Voor ons college en voor mij is dit ook dat wij ons inzetten om polarisatie in de samenleving tegen te gaan. De heer De Vries opende zijn betoog afgelopen dinsdag met de waarneming die hij deed na datgene wat afgelopen zondag is geprobeerd te doen in onze stad, door twee van onze Almelose gemeenschappen tegen elkaar op te zetten. Dat zijn pogingen om tot polarisatie te komen. Daar horen wij met elkaar, ik niet alleen, maar ook u en de mensen die elders in de stad leven, tegen in het geweer te komen. We horen ons in te zetten tegen radicalisering. Dat doen we ook door samen met politie, jeugdzorg en jeugdwerkers op te letten hoe jongeren zich ontwikkelen, welke denkbeelden ze hebben, welke denkbeelden ze koesteren, niet om die de kop in te drukken, maar wel om daar vooral met jongeren, die in een kwetsbare fase van hun leven zitten, het gesprek over te hebben, zodat je dat kunt opsporen. In Almelo is geen plek voor uitsluiting en polarisatie. We zoeken de dialoog met onderwijs, met partijen in onze samenleving, we investeren in contacten met sleutelfiguren in diverse gemeenschappen om uitsluiting en polarisatie op te sporen en tegen te gaan.

En als het nodig is, doen we dat ook door op te treden met de instrumenten die de wet en de samenwerking met andere overheidsinstanties ons bieden, zoals de inlichtingendiensten, waarmee wij een goed contact hebben waar het gaat om het tegengaan van radicalisering en polarisatie, maar ook met de politie als het gaat om de handhaving van de openbare orde en met justitie als het gaat om het tegengaan van strafbare discriminatie. Dat op dit punt. Ik vind dit een belangrijk punt om mee te openen. Voorzitter! Mevrouw Pol heeft namens Forum voor Rechts gevraagd of de misdaadcijfers kloppen die we zien in onze gemeente. Het wordt heel ingewikkeld als ik —wat een ander doet R 2006420

50

kan ik niet bepalen - de geldigheid van die cijfers ter discussie ga stellen. Anderen mogen dat. Ik ben overtuigd van de beelden die we hebben, althans de cijfermatige beelden. Veiligheid beleven zit tussen onze oren en in ons hart. De objectieve veiligheid wordt gemeten door onszelf, de politie en justitie. Die criminaliteitscijfers krijgen we periodiek aangeleverd door onze partners en zijn gebaseerd op aangiften, meldingen en op eigen waarnemingen van de politie. Bijzonderheden worden met mij besproken. Elke maandag heb ik een veiligheidsoverleg waarin dat plaatsvindt en waarin we accenten proberen te zetten om dingen die ons niet bevallen te kunnen kenteren, keren, ombuigen. Over bepaalde perioden stellen we prioriteiten op aan de hand van wat we aan criminaliteit zien. Het beeld dat de politie het doen van aangiften zou ontmoedigen - ik heb daarover overigens al eens met mevrouw Pol gesproken -kan ik niet zomaar overnemen. Wat de politie natuurlijk wel doet bij mensen die met een melding komen, is goed navragen: is het een strafbaar feit waarvan u aangifte wilt doen, of is dit geen strafbaar feit, maar iets waar we wat anders mee zouden moeten? Maar er kan geen sprake van zijn -dat het niet gebeurt, kan ik niet zeggen - dat voor zover mijn invloed reikt de polifie geen aangifte wil opnemen van een strafbaar feit.

Sterker nog, daar is de politie toe gehouden: je hebt het recht om aangifte te doen van een strafbaar feit. En die aangifte aggregeert weer het criminaliteitsbeeld, het veiligheidsbeeld in onze gemeente. Mevrouw POL (Forum voor Rechtst: De burgemeester weet dat ik me hierover concreet zorgen maak, omdat ik hem een aantal voorbeelden heb aangedragen, onder andere wat mijzelf is overkomen en hoe extreem dat ging. En dat er geen discussie over kan zijn wat mijn intenties waren, zowel per mail, mondeling of op welke manier ik dit ook kenbaar heb gemaakt. Mijn wensen werden eenzijdig genegeerd en daar is melding van gemaakt. Ik heb dit de burgemeester in beeld gebracht. Ik heb hem ook andere voorbeelden laten zien, hoe een familie in Aadorp kennelijk een heel dorp terroriseert en de politie feitelijk niet thuis geeft. En ik heb een voorbeeld aangedragen van een vriendin wier integriteit ik hoog aansla. Zo hebben me door de jaren heen verhalen bereikt, verhalen van mijn broers, van mensen waarvan ik weet dat zij het onderscheid weten tussen wensen en wat de politie actief aan ontmoediging... Vrouwen die bij de keel werden gegrepen en dat de politie dan zegt: mwah. Ik maak me hierover erg veel zorgen. Ik heb er inmiddels, dat weet de burgemeester ook, met een van de korpschefs, what ever, over gesproken naar aanleiding van een politiek beraad.

Ik begrijp dat de burgemeester de politie niet in twijfel kan trekken. En ik heb ook gemerkt dat die korpschef van mijn voorbeeld -dat ik onmiskenbaar kon aantonen, wat het voor mij gelukkig heel makkelijk maakte -vindt dat dit niet de bedoeling was. Mijn probleem is dat als die verhalen mij blijven bereiken, ik gerechtigd ben het kunnen doen van aangifte in twijfel te trekken. Ik zou het fijn vinden als de burgemeester mij de toezegging kan doen dat hij hier nog een keer concreet in zijn gesprek op maandag iets over zegt, dat dit een zorg is, een tendens die een verkeerd signaal in heel Twente afgeeft. Ik heb de burgemeester bewust in mijn spreektekst een voorbeeld uit Enschede gegeven. Die politie blijft niet alleen in Almelo of Enschede. Dit signaal vind ik in ieder geval voor heel Nederland, maar met name voor Twente en Almelo onwenselijk. Wil de burgemeester dit nog een keer aandragen? Dat is het enige wat ik van hem vraag. De heer GERRITSEN (burgemeester): Dat zeg ik mevrouw Pol natuurlijk graag toe. En bovendien weet zij van mij dat ik in samenspraak met het presidium met enige regelmaat het thema veiligheid, samen met de politie in een politiek beraad breng, zodat dat punt op de agenda blijft. Op de casuïstiek zal ik niet ingaan, maar daar neem ik kennis van, want anders gaan we casuistiek vergelijken.

Overigens is mijn contact met raadslid mevrouw Pol van dien aard dat we dat met elkaar weten uit te wisselen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Precies. Ik doe dat vaker als dingen mij irriteren. Dan zeg ik tegen de wethouder: dit is er aan de hand. Daarom heb ik de burgemeester het voorbeeld gegeven waarin de politie heel schrijnend te werk ging. Ik heb dat gemaild, omdat dit in het oosten van het land was. De burgemeester kent me dat wanneer ik iets aandraag, ik met bewijzen kom dat het meer is dan "ik heb vaag ergens horen zeggen". Ik ben hier vertegenwoordiger van de stad en ik kan niet alleen achter de schermen opereren. Ik moet ook actief voor de schermen laten zien waar ik voor sta. R 2006420

51

De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik ga door met mijn beantwoording op een aantal punten die door de CDA-fractie zijn ingebracht, vragen over de besteding van middelen in het wijkgericht werken. We hebben bij de perspectiefnota met elkaar het gesprek gevoerd over de status van het Programma Nieuwstraatkwartier in relatie tot de andere wijken. We hebben toen gezegd dat ook die andere wijken aan hun trekken horen te komen. Maar wij hebben ook met elkaar in de programmaperiode voor het Nieuwstraatkwartier € 720.000 over vier jaar, € 180.000 per jaar, vrijgemaakt. Dat blijkt ook uit de wijkplannen. De CDA-fractie heeft gevraagd naar de stand van zaken. De eerste wijkplannen worden deze weken opgeleverd aan de verschillende wijkportefeuillehouders en ik neem aan dat er een moment komt dat ook de raad kennis gaat nemen van die wijkplannen. Dan zal uw raad zien dat er ook in die andere wijken ruimte is. Ik kom er straks op terug, want een deel zit in de organisatieontwikkeling van het wijkgericht werken. Daarin zit niet alleen die status aparte van het Nieuwstraatkwartier, maar zullen alle wijken via de wijkplannen gedifferentieerd aan hun trekken komen, want elke wijk heeft zijn noden en behoeften. De fractie van Lokaal Almelo Samen heeft vragen gesteld over stadstoezicht en politie zichtbaarder in de stad.

Wij hebben al eerder aangegeven dat we door de overname van boa's van stadstoezicht meer grip krijgen in de operaties van onze boa's. Er wordt al een half jaar lang een stevig beroep gedaan op onze boa's door de regio bij de handhaving van de noodverordening. Dat maakt de lokale component wat ingewikkelder. Hetzelfde geldt niet helemaal voor de wijkagenten, want die doen hun werk voor de politie in het algemeen. Ze zijn nu al zichtbaarder in de stad, omdat ze meer surveilleren en ook omdat we er meer hebben, want we hebben ook een aantal stagiaires die bij de boa's worden opgeleid. Ik ga verder met het cameratoezicht in het Hagenpark. Bij het voorstel dat het college heeft vastgesteld en met de raad heeft besproken over het cameratoezicht, heeft uw raad kunnen zien dat er bij Hagenborgh een camerapositie bijkomt en dat het Hagenpark deel uitmaakt van het door mij aangewezen gebied waar cameratoezicht mogelijk is. Dat betekent dat die camera met een joystick vanuit de regionale toezichtruimte gedraaid kan worden en toezicht kan houden op het Hagenpark. Het antwoord is dus: ja, dat wordt gerealiseerd. Op de effectiviteit van de buurtpreventie kom ik graag separaat in een politiek beraad terug.

De effectiviteit van de buurtpreventie speelt in heel breed verband, van projecten als Waaks voor mensen die hun hond uitlaten —zij worden geschoold en getraind om goed op te letten —tot het stimuleren van samenwerking van bewoners onderling en het gerichte toezicht dat politie en boa's in de wijken houden. Dus dat agendeer ik graag een keer apart in een politiek beraad om daar wat vrijer en breder met elkaar over te kunnen spreken. Ik ben blij met de aandacht die de D66-fractie heeft gevestigd op het feit dat het goed is dat het bord spaghetti van de Regio uit elkaar wordt getrokken. Ik snap waarom men zich zorgen maakt over de positie van Almelo daarin, die obstinate stad, die dwarsligger. We proberen op een constructieve manier bij de les te blijven en ook anderen bij de les te houden over hoe die Regio georganiseerd zou moeten zijn. De hoofdmoot is en blijft voor ons dat de sociaaleconomische structuurversterking een taak is van de Regio. Nogmaals — nu maak ik stiefkinderen — al het andere is een kwestie van coalition of the willing. Die zou je gewoon zelf moeten regelen, daar heb je geen regionale koepel voor nodig. Natuurlijk met een voorbehoud op de gezondheidstaken. Daarvoor hebben we een wettelijk voorgeschreven GGD. Maar ik ben blij dat de D66-fractie zegt dat ze ziet dat daar de goede dingen gebeuren. De heer DE VRIES (PvdA): Het kan zijn dat ik iets heb gemist.

Ik kom terug op de boa's. In een aantal gemeenteraden worden motie aangenomen om de boa's mee te laten delen in die eenmalige bonus voor de politie. Hoe staat de burgemeester daartegenover? We kunnen alsnog als raad daarover een motie indienen. De heer GERRITSEN (burgemeester): We hebben het al geregeld. De heer DE VRIES (PvdA): Heb ik dat dan gemist?

R 2006420

52

De heer GERRITSEN (burgemeester): Nee. Afgelopen week, tegen het vorige weekend aan, kwam de discussie landelijk op gang naar aanleiding van het feit dat het Rijk de politie € 300 netto bonus gaat verstrekken. Een aantal regio's wees erop dat er ook nog boa's zijn. We hebben in de regio Twente als gemeentebestuur van Almelo gezegd dat wij dat graag voor onze boa's doen, maar we werken in de regio samen. Als Almelo dat doet en andere gemeenten niet, is dat niet fair. Dus heb ik in het weekend, afgelopen zaterdag, nog wat collegiaal contact gehad. Dat heeft ook de gemeentesecretaris gedaan met zijn confraters in de regio Twente. We hebben met elkaar afgesproken dat we ervoor zullen zorgen dat de boa's van de veertien Twentse gemeenten meedelen in een bonus van € 300 netto; ik geloof deze maand, want dat is een kwestie van salaris uitbetalen. Ik waardeer de interventie van de heer De Vries, en zijn bereidheid daarvoor een motie in te dienen, want daarmee Iaat de gemeenteraad zien dat hij daar de schouders onder wil zetten. Maar we hebben er afgelopen weekend in de regio al actie op ondernomen. En terecht, zeg ik erbij, want onze boa's werken erg hard aan het handhaven van die noodverordening en staan nogal eens in de wind bij het laten naleven van die regels. Zelfs vandaag nog, hoorde ik tijdens deze vergadering.

De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mevrouw de voorzitter! Even voor mijn duidelijkheid. De burgemeester spreekt over de regio. Hoor ik dat goed, of moet ik horen: veiligheidsregio. De heer GERRITSEN (burgemeester): De veiligheidsregio, de regio met een kleine letter. Het gebied dat wij Twente noemen. Die veertien gemeenten hebben allemaal boa's in dienst; sommige hebben er twee, wij hebben er bijna tien. Die boa's hebben we allemaal aan de regio uitgeleend, ter beschikking gesteld, om de noodverordening te handhaven. Dat doen ze met verve. En in het weekend hebben we gezegd: Iaat nu iedereen, alle veertien ervoor zorgen dat de boa's die zij op de payroll hebben - in Rellendoorn of Twenterand zijn het er geloof ik vier, bij ons zijn het er een krappe tien -deze maand die bonus krijgen. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Als we ze aan de veiligheidsregio hebben uitgeleend, zou het sjiek zijn als de veiligheidsregio de bonus betaalt. De heer GERRITSEN (burgemeester): Heeft mevrouw Ten Beldam enig idee hoeveel palaver dat oplevert om dat rond te krijgen? Ze zitten in ons salarisadministratiesysteem. Het is het afvinken van een nettobedrag. Dat wordt automatisch beloond, komt op de payroll en daarmee is het geregeld. Laten we dat niet nodeloos ingewikkeld maken. Het gaat om een paar duizend euro op regionaal niveau.

Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Het gaat mij niet om die paar honderd euro meer of minder. Maar de regio heeft de gewoonte om elke rekening neer te leggen bij de gemeente. In dit geval was het gebaar vanuit de regio mooi geweest; dat had heel veel overleg gescheeld. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik wil er toch nog even iets over zeggen. Klopt het dat er nogal wat verschil wordt gemaakt tussen regio's, hoe ze dan ook heten? De heer GERRITSEN (burgemeester): Nee, ik kan niet bij iedereen in de keuken kijken, maar ik zie op het nieuws dat in Utrecht, Noord-Holland, in alle veiligheidsregio's de boa's in die gemeenten een bonus toegekend krijgen. De heer HUMMELS 1Leefbaar Almelo): Mevrouw de voorzitter! De reactie van de burgemeester is bijzonder, maar mogelijk was mijn opmerking niet duidelijk genoeg. Als iets de veiligheidsregio aangaat, lijkt er van alles mogelijk. Als iets andere regio's, bijvoorbeeld de Regio, aangaat, lijkt er minder mogelijk. De heer GERRITSEN (burgemeester): Ik wil niet degene zijn die tegen de boa's in Almelo of Twente gaat zeggen: u doet hetzelfde werk als de politie en die krijgt van het Rijk wel een bonus... Ik snap het principiële punt dat de heer Hummels maakt, maar dat wil ik niet over de rug van die boa's uitvechten. En mevrouw Ten Beldam kan ik verklappen dat naar het zich Iaat R 2006420

53

aanzien de veiligheidsregio dit jaar geld overhoudt. In het bestuur van de veiligheidsregio loopt de discussie of dit aanleiding zou kunnen zijn om voor de gemeenten die geleverd hebben -dit zijn niet alleen boa's, maar ook juristen, handhavers -een vorm van compensatie ter beschikking te stellen. Daaraan wordt momenteel driftig gerekend. Zo gauw ik daar nieuws over heb, zal het college daarover uiteraard mededelingen doen. Want het sentiment dat mevrouw Ten Seldam beschrijft, Iaat ik groot zijn, herken ik. Mevrouw TEN BELDAM (CDA►: Dan kunnen we dat toevoegen aan de algemene reserve en komt de ratio van 1 .2 wat dichterbij. De heer GERRITSEN (burgemeester): Alle kleine beetjes helpen, hoe je het ook wendt of keert. Het belangrijkste punt dat ik wil maken gaat over het beeld dat is opgeroepen dat er miljoenen in de organisatie zouden worden gestopt. Collega Langlus zei het al bij het begin van deze termijn van het college, dat dit bezijden de waarheid is. Ik herhaal graag dat dit zo is. Ik heb bij de perspectiefnota, maar ook in het politiek beraad twee weken geleden, uiteengezet hoe het sociaal flankerend beleid in elkaar steekt. Daar wordt blijkbaar in gezien dat er miljoenen in de organisatie verdwijnen. Een aantal weken geleden heb ik uiteengezet dat is te lezen dat dat flankerend beleid uiteindelijk structureel € 1 miljoen oplevert.

Over de jaarschijven waarin we werken, gaat het opgeteld over ruim € 2 miljoen dat dit sociaal flankerend beleid oplevert. En overigens komt daarbij dat we daarmee onze nek uitsteken. Ik heb uiteengezet dat we de formatie die vrijvalt maar voor de helft opnieuw bezetten. Dus we gaan hetzelfde doen met minder mensen. Daar zit een verkapte taakstelling in, die we ook nog eens op ons nemen. Dus ik vind het eerlijk gezegd wat makkelijk om te roepen: nou de burgemeester en secretaris hebben vooraan gestaan bij het uitdelen, zoals ik de heer De Vries twee weken geleden hoorde zeggen. Die uitspraak ben ik niet vergeten, omdat dit college zich juist erop toelegt de taakstellingen waarmee de gemeenteraad van Almelo in het verleden -dat was niet deze raad, maar de raad van Almelo en zijn voorgangers -beleid hebben gefinancierd door taakstellingen op de organisatie te leggen. Die zijn op een haar na allemaal ingevuld. Dit college heeft voortdurend gezegd: daar kunnen we niet mee doorgaan. We kunnen gaan cheques blijven schrijven op die organisatie, doordat we aan de buitenkant geen keuzes kunnen, willen of durven maken. We moeten het doen met het goede beeld van die organisatie. Dat was een van de onderleggers van de reorganisatie die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden en haar beslag heeft gekregen.

Ik heb bij de perspectiefnota een uiteenzetting gegeven over de bedrijfsvoeringparagraaf en vertelt dat wij, als dit boekjaar voorbij is, al € 3,25 miljoen bezuinigd hebben op het bedrijf. Onderwijl blijven wij -nogmaals, we hoeven daar geen credits voor te hebben -alle wensen, ideeën, memo's die er moeten komen, in die organisatie pompen. Dat moet allemaal blijven gebeuren. En dat piept en kraakt, dat zeg ik er meteen bij, dat doet pijn. We lopen niet op onze laatste benen, dat zijn grote woorden, maar het is allemaal nogal wat. We laten nogal eens een keer onze medewerkers extra hooi op de vork nemen om dingen uit te zoeken of te regelen. Dus het beeld dat we maar geld in die organisatie blijven pompen, is niet waar. In juni jl. heb ik uiteengezet dat we 200 mensen hebben zien vertrekken en netto 100 mensen hebben zien binnenkomen. Dus onze organisatie wordt kleiner en kleiner, In de afgelopen tien jaar hebben 130 fte op het totaal, inclusief de instroom van nieuwe taken, de organisatie verlaten. Dat beeld dat we er alleen maar geld instoppen, is omgekeerd, want we halen er alleen maar geld uit, maar willen wel dat dat apparaat, die organisatie, dezelfde dingen blijft doen. De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! De burgemeester is natuurlijk heel goed in het beantwoorden van vragen vanuit zijn perspectief.

Maar hij beluistert de vragen die afgelopen dinsdag en eerder zijn gesteld vanuit een heel andere optiek. Ik denk niet dat er iemand last van heeft dat er extra geld gaat naar ons apparaat als we de voordelen daarvan kunnen zien. We hebben hem € 4,5 miljoen gegeven en na die € 4,5 miljoen, vier jaar geleden, is hij ervan overtuigd dat alles goed loopt, maar ik niet, zijn het college en de gemeentesecretaris ervan overtuigd dat het prachtig is, maar ik niet. That's the question. Buiten die € 4,5 miljoen stuurt de burgemeester 40 mensen weg en wat werd er twee weken terug gezegd: het was een voortvloeisel, die mensen waren 60, 61 . Ze zouden weg gaan, dit is goed werkgeverschap. Echter, volgens onze informatie zijn dit niet mensen die 60 of 61 jaar, maar 64 of 65 jaar. Dus ze R 2006420

54

zouden al binnen een jaar weggaan. En stel dat ze binnen een of anderhalf jaar weg waren gegaan en de burgemeester had dan twintig mensen in dienst genomen, dan had hij heel snel € 2,5 miljoen bespaard. Dat is de vraag. En dan de opmerking dat hij advocaten in dienst zou nemen, wat een besparing zou zijn. Er wordt niet uitgelegd wat die besparing is, mevrouw Ten Seldam en de heer De Vries. Het is niet zozeer dat we het ons apparaat niet gunnen of dit niet willen, maar het gaat om de manier van uitvoeren en de uitleg die de burgemeester tot nu toe heeft gegeven. Die overtuigt mij niet en brengt mij zeer aan het twijfelen. That's the difference. De heer GERRITSEN (burgemeester): Het sociaal flankerend beleid, dat overigens een zeer diep gewenst beleid is dat van de bonden komt - de vakbonden hebben dat geïnitieerd -hebben we zeer lang afgehouden. Als we dat niet hadden doorgevoerd, hadden we een aantal dingen niet bereikt die we nu wel bereiken. In de eerste plaats hadden wij ons werkgeverschap -dat is mijn overtuiging en daarvan hoef ik anderen niet te overtuigen -niet goed ingevuld.

Dat we mensen in fysieke functies die al dertig jaar voor de gemeente werken, soms wat korter, maar nog steeds voor een langere tijd, op hoge leeftijd blootstellen aan uitval, aan belasting van hun werk, terwijl we ze een regeling kunnen aanbieden waarmee ze vroegtijdig de dienst gefaciliteerd kunnen verlaten, is een werkgeversuitgangspunt. Het tweede is dat het flankerend beleid ons in staat heeft gesteld om de demografische opbouw van onze organisatie wat te kunnen bijstellen, doordat we de wat oudere mensen de dienst laten verlaten en de wat jongere mensen, niet een op een, maar een op een half, laten instromen. Het derde is het financiële motief. Monetair hadden we de behoefte om in de begroting dekking te vinden in de uitgaven en de taakstellingen waarvoor de gemeente staat. Uw raad heeft de optelsom kunnen zien. Die loopt op tot € 1 miljoen, die we daardoor bezuinigen. Ik weet niet hoe vaak ik dit nog moet uitleggen, maar dit heb ik in de perspectiefnota en in het politiek beraad verteld. Waar het gaat om de juridische kosten, zit er wel degelijk een uitleg en dekking in het stuk, overigens ook al bij herhaling. Wij denken dat we door een bezuiniging op de kosten van juridische bijstand, de formatie-uitbreiding die we zien op de juridische functie kunnen dekken. Dat zien we pas op rekeningbasis en we zetten ons daarvoor in.

Daarnaast blijft er nog een deeltje niet gedekt over. Dat is een taakstelling die we op ons nemen. Die regelen we weg. Ik kan dit ettelijke malen herhalen, maar zo zit het verhaal in elkaar. De twijfel die de heer Cete of anderen daarbij hebben, is voor hun rekening. De heer CETE (Lijst Cete►: God zij dank wel. Voorzitter! Ik ga het nogmaals proberen. Natuurlijk moeten we een goede werkgever zijn en natuurlijk weten we dat er vanuit de bond wensen zijn gekomen. Ik zal de inhoudelijke discussie in de tweede termijn voeren. De vorige keer had ik daar geen tijd voor. Maar de leeftijd van die mensen! De burgemeester zei: 60-61. Het is 64 of 65 jaar. Zes maanden en een jaar eerder wegsturen en de eerste paar jaar miljoenen betalen, om uiteindelijk over drie of vier jaar bezuinigingen te realiseren, is heel iets anders dan de burgemeester voorstelt. De heer GERRITSEN (burgemeester): We betalen het eerste jaar niet miljoenen. We kopen extra pensioen in voor de mensen die eerder vertrekken. De regeling staat open voor mensen vanaf 59 jaar. Dat betalen we natuurlijk niet helemaal. Ik heb uitgelegd dat het voordeliger is, dat een generatiepact -dat is zo'n sociaal flankerend beleid -pas interessant wordt als je wat ouder bent. Want als je jonger wilt uitstappen, verlies je nogal wat op je inkomen tot je pensioen.

Er zijn medewerkers die op de leeftijd van 61-62 jaar de dienst willen verlaten. En er zijn er die veel ouder zijn. Het voordeel blijft. Je kunt wel zeggen dat ze hun baan nog maar een jaar hoeven uitzitten, maar dat betekent dat we die medewerker nog een jaar lang, of twee jaar of anderhalf jaar, in die positie laten, terwijl ik vind dat we die mensen een kans moeten bieden om de dienst te verlaten. Daarvoor betalen we een boete, de transitievergoeding, omdat we een stuk pensioen inkopen. Die zit in die regel verwerkt. Ik heb dat die avond separaat aan de heer De Vries gemeld. Of het nu drie maanden of een jaar is dat iemand eerder met pensioen gaat, het voordeel is er. R 2006420

55

Dan over de effecten, de opmerking daarover is veel belangrijker. Wat hebben we daarvan gemerkt? De heer BUITENWEG (GroenLinks): Even naar het begin van het verhaal over de organisatieontwikkeling. De burgemeester geeft natuurlijk zijn visie en zijn verhaal. Hij zegt dat de organisatie met veel fte omlaag is gegaan, hij noemde 130. Daarvan wordt heel veel op een andere manier vervangen. Die mensen vind je niet terug op de payroll door inhuur of door uitbesteding. Bepaalde taken zullen toch moeten worden gedaan. Het is voor mij nooit inzichtelijk geworden hoe zich dat tot elkaar verhoudt. De heer GERRITSEN (burgemeester): Er zijn 130 fte in de afgelopen tien jaar niet vervangen. Ik heb uitgelegd dat dit het aantal is na verrekening van de extra taken, het overnemen van de wijkteams en het binnenhalen van de boa's. Die heb ik daar allemaal in verrekend. We doen dezelfde dingen, en misschien zelfs meer, door decentralisaties —maar dat is een aparte beschouwing —met veel minder mensen. Dat komt omdat de raad van Almelo heel vaak tegen het college heeft gezegd: wij willen niet bezuinigen in die samenleving. U doet het maar in de organisatie, daar moet maar in geknepen worden.

Dit college, maar ook het vorige — ik was ook deel van het vorige college en heb dat horen zeggen —heeft vaak tegen de raad gezegd en gewaarschuwd: pas op, je kunt niet eindeloos blijven knijpen in die organisatie, want op een gegeven moment gaan ze zeggen dat ze bepaalde dingen niet meer kunnen doen. Dat is niet leuk in de verhoudingen. Wij zeggen als college heel vaak tegen ons management, onze organisatie: zeg nou eens een keertje nee tegen ons. Zeg nou eens een keertje dat iets niet kan. Maar wij hebben een organisatie, en dat is eigen aan de onze — laten we ons daar maar gelukkig mee prijzen —die heel veel hooi op de vork neemt en zegt: we gaan het gewoon voor u regelen. Maar dat piept en kraakt wel. Ik kan dat uw raad uit de praktijk melden. Dus het is niet zo dat de vermindering van die formatie ergens anders weer versluierd is teruggekomen. Inhuur is er altijd, je ziet dat ook in het staatje. De inhuur was medio dit jaar 11 %. Dat is een verantwoord percentage, omdat dat te maken heeft met het beschikbaar houden van mensen voor piekbelasting, of voor incidentele opdrachten, en het goedkoper is dat je ze inhuurt, dan dat je ze structureel in de organisatie opneemt. Misschien op uurbasis niet, want inhuur is duurder. De heer DE VRIES (PvdA): De PvdA-fractie is zeker niet tegen flankerend beleid.

Dat gezegd hebbende, we hadden het over het uitgangspunt van de regeling die is opengesteld en ook weer gesloten. 41 mensen hebben daarvan gebruik gemaakt, als ik mij goed heb laten informeren. De burgemeester zei, ook de vorige keer, dat dit niet alleen op leeftijd is ingezet, maar vooral ook op de fysieke beroepen. Is die regeling eerst opengesteld voor iedereen en zijn die fysieke beroepen daaraan toegevoegd door druk van wie dan ook intern, om die fysieke beroepen er juist aan toe te voegen, waar dat eerder met wat twijfel en voorzichtigheid gepaard ging van de kant van het college? De heer GERRITSEN (burgemeester): Nee, die voorzichtigheid en twijfel van het college zat met name in de financierbaarheid ervan. Die hebben we goed willen doorrekenen. De regeling is organisatie-breed opengesteld. We zien wel dat uit het organisatieonderdeel Uitvoering Fysiek de meeste aanmeldingen zijn binnengekomen 15 van de 41 . Maar in een organisatieonderdeel als de eenheid KCC of de adviespool zitten mensen die zich op een bepaalde leeftijd afvragen of ze dit werk nog wel willen doen, gezien de fysieke of mentale belasting als adviseur van het college of beleidsschrijver. Die hebben ook voor deze regeling kunnen kiezen. We zien dat 15 van 41 mensen een achtergrond bij Uitvoering Fysiek hebben. Dat zijn beroepen die meer in het oog springen, omdat ze meer tot de verbeelding spreken.

Deze mensen kunnen rug- en gewrichtsklachten ontwikkelen. Als werkgever wil je hun dat niet aandoen, maar ook de organisatie niet aandoen, want dat betekent dat er iemand in een ziekteproces zit die je als werkgever moet begeleiden. Het hele flankerende beleid is juist bedoeld om voor mensen die zich kwetsbaar voelen, ook door hun leeftijd en met het zicht op hun uitdiensttreding, die uitdiensttreding te faciliteren. Dat is gelukt. We hebben daarop een mooie en ruime deelname gezien. Het is overigens voor de mensen in de laagste schalen tot en met schaal 8 financieel extra aantrekkelijk gemaakt bij het R 2006420

56

uitdiensttreden gebruik te maken van flankerend beleid. Voor hen ligt het inkopen van pensioen een stuk moeilijker en gevoeliger, want dat moet ook effect hebben. Daarvoor hebben we samen met de bonden een aparte regeling ontworpen die iets ruimhartiger is dan voor de mensen die een wat ruimer inkomen van de gemeente betrekken. De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! Ik begin hier heel moe van te worden. De burgemeester doet net of de mensen in ons apparaat in een paradijs leven, maar een bepaald deel van de raad hoort alleen maar slechte dingen. Ik ga niet de discussie herhalen die we het afgelopen jaar hebben gevoerd en steeds weer voeren. Die 41 mensen zijn weggepest; zo kun je het ook zien. Ze hebben gebruikgemaakt van flankerend beleid, voor de buitendienst. Daar waren de mensen het er niet mee eens. Er is iemand onbetaald naar huis gestuurd. Om dit allemaal voor eens en altijd goed op te lossen, heb ik de burgemeester vandaag in een motie gevraagd om met een tevredenheidsonderzoek te komen. Dan is voor eens en altijd duidelijk wie er wat van vindt. Ik denk niet dat het belangrijk is dat de burgemeester en ik het met elkaar eens worden. Voor ons beiden is belangrijk dat we een apparaat hebben, mensen in dienst, die naar behoren werken en zich goed inzetten voor de stad. De burgemeester heeft gezegd dat we het met 130 fte minder doen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=0a00c57b-53ab-4f22-acb9-2b0bfc24816e