3.2 Notulen raadsvergadering 12 november 2020 (voortzetting van de raadsvergadering van 10 november 2020) (getekend).pdf
Tekst van het document
28
druk hebben uitgeoefend om het die richting op te zoeken. Dat is een totaal andere kant van het verhaal. Meneer De Vries heeft het over 700 man en de wethouder over 135. Hoe gaan we dat kwalificeren? De wethouder vindt 135 mensen niet genoeg? De wethouder zegt dat wij ze elders hebben gehuisvest. De heer De Vries heeft duidelijk gezegd dat het om hetzelfde postcodegebied gaat, het zijn mensen op leeftijd, een vertrouwde omgeving is voor hen heel belangrijk en daar houdt de wethouder absoluut geen rekening mee. Dit zijn drie punten. De heer DE VRIES fPvdA): In aanvulling op wat de heer Cete zegt. Het Dienstencentrum De Riet stamt uit 2013. Er is toen een motie aangenomen en daar is uitvoering aan gegeven, tot vandaag de dag, waarin met het budgetrecht van de raad € 20.000 voor huur voor activiteiten beschikbaar is gesteld. Daar wordt nu eenzijdig een andere draai aan gegeven. De wethouder heeft volgens mij een afspraak gemaakt met Beter Wonen voor de huur en vervolgens Avedan gebruikt als koppelstuk om dat mogelijk te maken. Avedan is eruit. Die heeft op basis van de subsidiekorting het huurcontract opgezegd om haar moverende redenen. Blijft staan de uitvoering van de motie uit 2013. Met andere woorden, de gemeente is aan zet om die afspraak gestand te doen en anders komt de wethouder, vanwege het budgetrecht, terug naar de raad.
De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik reageer hier integraal op. Allereerst, Avedan versus dat de gemeente erop heeft zitten drukken. Er zijn altijd goede gesprekken geweest. Ik zei net expliciet in mijn reactie dat Avedan het huurcontract heeft opgezegd en dat is inderdaad met de gemeente besproken. Wij hebben aangegeven bij de zoektocht naar de taakstelling van € 400.000 te kijken waar dat het minst pijn doet, vanwege de kwetsbare mensen in onze stad waarop we graag alle focus hebben. Daarbij kwam de huur van het Dienstencentrum naar boven. Maar er zijn altijd goede gesprekken over gevoerd. De heer De Vries sprak afgelopen dinsdag over 700 man, daarmee wilde hij vermoedelijk aangeven dat er veel gebruik van het Dienstencentrum wordt gemaakt, en dat snap ik. Maar als we gaan kijken naar de activiteiten die het betreft en hoeveel mensen daarvan gebruik maken, komen wij met de informatie van Avedan tot heel andere getallen. Ik vind het goed om dat te melden, want dat zet dit in perspectief. De heer Cete heeft gezegd dat wij als gemeente de activiteiten elders hebben gehuisvest. Nee, ik heb letterlijk gezegd dat de activiteiten ondertussen vrijwel allemaal elders zijn gehuisvest. De gemeente heeft daarover met Avedan gesproken. Avedan is daarbij in beeld geweest, die heeft bemiddeld, heeft mensen van A naar B begeleid.
Accres is daarbij betrokken geweest via wijkcentrum De Schóppe. Er is van alles aan gedaan om de activiteiten te continueren. Maar nogmaals, het zijn geen voorliggende voorzieningen, want anders zou dit betekenen dat we voor al die mensen maatwerkvoorzieningen moeten afgeven. Het zijn algemeen toegankelijke voorzieningen waar iedereen terechtkan. De heer DE OLDE (PVA): Het valt mij op dat de wethouder exact dezelfde woorden gebruikt als de toenmalig wethouder in 2013. Toen werd er ook gezegd dat er werd uitgeweken naar andere wijkcentra en de gemeente overal was geweest. Ik raad aan die motie gewoon normaal in te dienen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Die motie is ingediend. De heer HAMMINK (Lokaal Almelo Samen): Ik kan me de verbazing van de heer De Olde voorstellen. Twee dingen hierover. Punt 1, er is een gesubsidieerd wijkcentrum, de Schóppe. En 2, de wethouder heeft voldoende aangegeven, en Avedan heeft dat ook zelf gedaan, hoe de verschillende activiteiten over diverse andere centra worden gespreid. Er zijn tal van voorbeelden te noemen, maar die ga ik hier niet noemen. Dit is behoorlijk aan de orde geweest. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Eerst over deze motie. Dan heb ik nog interrupties over de algemene bijdrage, maar die zal ik later doen. De wethouder noemt de motie in eerste instantie onuitvoerbaar en geeft daarna een aantal redenen.
Maar de enige reden die de motie echt onuitvoerbaar maakt, is volgens mij het budget, waarvan de wethouder zegt dat € 20.000 niet genoeg is en er € 20.000 extra bij moet. Maar als de informatie klopt die wij hebben gekregen, huurde Avedan dat pand eigenlijk alleen maar. Die had er verder geen activiteiten in. R 2006420
29
Dus die € 20.000 zou dan voldoende moeten zijn voor het dekken van de huur van zo'n pand. Is het dan echt onuitvoerbaar voor een welwillend college om te zoeken naar een andere partij die het pand eventueel open wil houden en daar misschien meer ruchtbaarheid aan zou willen geven? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! De essentie van de zaak is dat Avedan het huurcontract heeft opgezegd. Het pand is eigendom van Beter Wonen. Vervolgens zit Aveleijn daartussen en Avedan huurt het van Aveleijn. De gemeente heeft daar geen rol in. Het contract is opgezegd door Avedan. De activiteiten zijn ondertussen bijna allemaal elders ondergebracht. Er ligt nu een motie voor om het gebouw open te houden. Dat betekent dat we een gebouw openhouden, nog even los van de financiële consequenties, waar geen vrijetijdsbestedingsactiviteiten meer plaateinden. Wij hebben daar geen rol in. Dat is gewoon de hamvraag. Ik kom bij het punt van de heer De Vries. Het aannemen van een motie in het jaar 2013 betekent niet dat die een eeuwigdurende werking heeft. Bij gewijzigde omstandigheden kan er een nieuw besluit worden genomen, mits de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen. Dat heeft Avedan namens ons gedaan door een actieve rol in de bemiddeling naar andere locaties op zich te nemen. Dus de activiteiten kunnen gewoon doorgaan.
Het verschil is alleen dat men, net als in de andere wijkcentra, daarvoor de benodigde gebruikskosten, c.q. de huur moet betalen. Dit is de essentie van het verhaal en daarmee ontraadt het college de motie. De heer DE VRIES (PvdA): De wethouder zegt dat die motie geen eeuwigheidswaarde heeft; dat klopt. Dat ben ik helemaal met de wethouder eens. Dat geldt voor elke motie, dat geldt voor alle beleid. Tegelijkertijd is er een soort gewoonterecht ontstaan waarin activiteiten worden gedaan zoals ze nu plaatsvinden, waarin het gebruik van het gebouw plaatsvindt zoals het nu plaatsvindt. De wethouder zegt dat we dat met behoorlijk bestuur hebben geregeld met onze partners. Maar het was een motie van de raad. Vindt de wethouder niet dat hij eerst naar de raad had gemoeten? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! De motie heeft destijds opgeroepen om dit uit de transitiemiddelen —bedoeld om de decentralisatie in het sociaal domein voor elkaar te boksen — te betalen. Die middelen zijn er uberhaupt niet meer. Wij hebben dit opgenomen onder de paraplu —zeg ik uit mijn hoofd —van het ouderenthema binnen de subsidiebeschikking van Avedan om het een plek te geven. Vervolgens komt de hamvraag op tafel: hoe gaat Avedan invulling geven aan die taakstelling van € 400.000? Dit is gewoon een afweging waarbij we de meest kwetsbaren willen ontzien.
Ik verval in herhaling over het vraagstuk rondom de voorliggende voorzieningen die we graag in stand willen houden. Dit betreft algemene voorzieningen voor vrijetijdsactiviteiten waaraan iedereen kan meedoen en waarvoor in andere wijken mensen gewoon zelf de verantwoordelijkheid dragen. Laten we wel wezen, de raad heeft bij ons de opdracht neergelegd om te gaan bezuinigen. Dat doet overal ergens pijn. De heer DE VRIES (PvdA): De wethouder heeft heel veel woorden nodig. Ik stelde maar een simpele vraag: had hij niet terug naar de raad gemoeten? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Wij zijn van mening van niet. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Ik heb de oude motie erbij gepakt die we in de raad bij meerderheid hebben aangenomen. Dat is de motie "Voorkom stapeling en verwevenheid van de subsidies." Volgens mij heeft de raad, naast de bezuinigingen, ook een heel duidelijk signaal afgegeven. Ik realiseer me dat de heer De Vries die motie op dat moment niet heeft gesteund, maar toch. De meerderheid van de raad wilde die verwevenheid, die verdubbeling voorkomen. Volgens mij is daarvan hier heel mooi sprake, zoals de wethouder zojuist heeft toegelicht. De heer VAN MIERLO (wethouder): Ja, exact voorzitter! Dan kom ik bij motie 13, Samenwerking ABC-verenigingen met wijk- en buurthuizen, over wijkaccommodaties.
Het eerste dictumpunt over de ABC-organisaties zou ik willen omarmen. Op het gevaar af dat er natuurlijk een toelichting op gevraagd wordt, zal ik die maar meteen geven. R 2006420
30
Wij hebben uw raad op 1 juli van dit jaar een brief gestuurd, brief 6165, over de gunning van de aanbesteding van de wijkaccommodaties. Daarin is een alinea opgenomen over de toekomst. Juist daarin hebben wij voor ogen om die verbinding met onder andere ABC-clubs en andere locaties mee te nemen. In die zin staat het op ons netvlies om dat ook te doen. Dictumpunt 2 voelt wat naar, want dat betekent dat we out of the blue allerlei organisaties moeten uitnodigen en een soort tinder moeten organiseren, een soort "egeltjes vrijen" moeten faciliteren. Ik hoop dat de indieners met deze toelichting voldoende gevoel met de bal hebben dat hun oproep onderdeel is van wat wij komend jaar van plan zijn te gaan doen. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Dank hiervoor. We zullen met de mede-indieners hierover uiteraard nog even spreken, met uw vorm van toezegging. U voert dit in feite al integraal uit, zo kan ik dit terugkoppelen. De heer VAN MIERLO (wethouder): Ja, exact, we nemen dit mee in de opdracht die we begin 2021 gaan voorbereiden met het oog op wat we hebben aangekondigd in de genoemde raadsbrief. De heer PAUWELS (VVD): We treden daarover met de mede-indieners in overleg. Dat kan betekenen dat de motie overbodig is. De heer VAN MIERLO (wethouder): Dan heb ik naar beste weten de vragen die aan mij zijn gesteld, geadresseerd.
De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Ik loop de onderwerpen af zoals de wethouder ook deed en begin bij zorg. De wethouder noemde drie onderdelen die verbeterd zijn, waarop we invloed hebben en waarvoor we inkoopverordeningen hebben waarin een definitie staat over toezicht. Die verordeningen hebben we, uit mijn hoofd, in juli 2019 vastgesteld. We werken er nu meer dan een jaar mee. Ik vroeg naar en noemde in mijn spreektest "faalverhalen". Maar ik kan dit aanscherpen. Zijn er ervaringen waaruit blijkt dat verordeningen kennelijk tekortschieten of dat we ze kunnen uitbreiden op bepaalde vlakken? Dit is vraag 1. Vraag 2 ziet op afvalinzameling. Net werd dit aan de motie gehaakt, maar we komen in de stad tegen dat de afvalinzameling onveilige situaties oplevert, bij basisscholen bijvoorbeeld. Ik zag dit afgelopen week bij een basisschool net op het moment dat die uitging en ouders op de stoepen stonden iets verder van het schoolplein, omdat ze er niet op mogen, en de kinderen naar buiten kwamen. Daar kwam warempel een vrachtwagen van Twente Milieu voorbij, waarvan de operator heel netjes en zo veilig mogelijk reed om er maar geen kind onder te krijgen.
Je zou toch denken dat Twente Milieu in staat is om de routes aan te passen, zodat de wagens niet in de buurt komen van scholen wanneer die openen of sluiten, of dat de chauffeur op dat punt zijn wagen een kwartiertje aan de kant kan zetten om die school eerst uit te laten gaan, voordat hij er langsrijdt. Zijn daar mogelijkheden? Kan de wethouder daarover iets zeggen? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Daar kan ik zeker iets over zeggen. Maar ik begin met de zorgvraag. Op de eerste plaats is het goed dat we niet met een zeer grote frequentie verordeningen aanpassen, want dat maakt het in de uitvoering ingewikkeld: waar hebben we het over vanaf welk peilmoment? Dat neemt niet weg dat we allerlei ervaringen opdoen, zowel met het toezicht als bij indicaties en ook gewoon in de praktijk, waaronder wat we zien bij de kwaliteitstafel die we hebben geïntroduceerd, het vierogenprincipe. We komen allerlei dingen tegen, ik noemde zojuist expliciet die definities. Die zijn essentieel als we bijvoorbeeld in de rechtbank tegenover elkaar staan: zorgaanbieder en gemeente. Als wij stellen dat er geen dagbesteding is aangeboden, wordt de vraag gesteld: wat vindt u dagbesteding? Als we dat niet goed genoeg gedefinieerd hebben, verzanden we in ingewikkelde discussies. Dat maken wij intern inzichtelijk om bij een eerstvolgende actualisatie mee te nemen.
Die actualisaties hoeven niet heel lang te duren. Die kunnen waarschijnlijk tot een wijziging van de verordening leiden, maar ik houd een slag om de arm. Dat heeft ook te maken met het feit dat we op het gebied van huishoudelijke ondersteuning een aantal dingen anders doen, bijvoorbeeld de was- en strijkservice. Dat kan impact hebben op de verordening en dan kunnen wij allerlei leerpunten daarin meenemen. Dus die zaken, en wat ik al zei, de kwaliteitstafels, R 2006420
31
kunnen input opleveren om verordeningen en beleidsregels aan te passen, waar het de verantwoordelijkheid van het college betreft. De opmerking over het afval is op zich een heel goed punt. Die komt met een zekere frequentie langs. Dit is eerder dit jaar ook op De Schelfhorst het geval geweest. We hebben hierover contacten met Twente Milieu; we zijn er deze week nog geweest. 's Morgens is het het makkelijkst om bij de ophaalroutes rekening te houden met de scholen. In de middag gaan scholen vaak op verschillende tijden uit. Maar de chauffeurs proberen het wel. We hebben dit een aantal maanden geleden al eens aan de orde gesteld. Je ziet dat dit periodiek een soort verversing nodig heeft, zo ook nu. We hebben dus deze week daarover gesproken. Ons is gezegd dat dit aan de orde wordt gesteld in gesprekken c.q. werkoverleggen met de chauffeurs. Als ze aan komen rijden en een hoop ouders zien, kunnen ze bij wijze van spreken eerst in een andere straat gaan legen. Kort en goed, dit staat op het netvlies en wordt meegenomen in de gesprekken met de chauffeurs. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik moest het antwoord van de wethouder over de motie van de Partij Vrij Almelo even laten bezinken. Ik vind die motie an sich verbazingwekkend duidelijk en het antwoord van de wethouder verbazingwekkend kort. Ik heb echt moeten zoeken en heb nog even rond geappt.
Daarom kom ik er pas nu mee, mijn excuses. Waar moet er iets over dierenwelzijn in deze begroting staan? Als ik het correct heb, staat dit op pagina 76, dat zei de heer Hammink. Is mijn conclusie juist dat er welgeteld één zin, nog niet eens een volle zin, maar een deel van een andere zin, zo'n stukje, wel geteld vier woorden, is geweid aan het dierenwelzijn? Of staat er ergens anders in de begroting nog meer? Ik zie Marieke, haar heb ik net geappt. Ik dacht echt dat de heer Hammink misschien per ongeluk de verkeerde pagina had genoemd. Dit staat toch niet in verhouding tot wat de motie inhoudt? Ik begrijp dat het de bedoeling van de motie is dat er iets meer aandacht aan dierenwelzijn wordt besteed dan hier staat, temeer wanneer je kijkt naar het verzoek van de motie. Kan de wethouder mijn vraag begrijpen? De heer VAN MIERLO (wethouder): Jazeker, want ik kan elke vraag heel goed begrijpen. U stelt die natuurlijk vanuit een bepaalde overtuiging en daar probeer ik heel goed naar te luisteren. Maar het punt is dat aan dierenwelzijn vorig jaar meer aandacht is besteed, omdat het college aan uw raad heeft voorgesteld om hiertegenover structureel meer geld te zetten. Niet elk onderwerp wordt bij voorbaat als een Programma Zorg of Duurzaamheid neergezet, want dat zijn de speerpunten van deze periode, die zes programma's die wij voeren. Er is geen Programma Dierenwelzijn.
Maar het is wel een belangrijke wettelijke taak. En net als de afvalinzameling of gladheidsbestrijding geen A4'tje kent met wat we op dat vlak allemaal doen, betekent dit niet dat het niet belangrijk is. Daarom heb ik gezegd dat dierenwelzijn expliciet in de overeenkomst met de Dierenbescherming staat. Die is openbaar en zit bij de stukken van het college. Die overeenkomst beschrijft van A tot Z wat we op dat vlak doen en is voor uw raad beschikbaar. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Alleen, wanneer een partij een bepaalde motie indient, getuigt dat van een bepaalde behoefte. De behoefte van deze partij is dus -dit blijkt uit die motie -dat er meer aandacht aan dierenwelzijn wordt gegeven. De wethouder serveert dit eigenlijk af door te zeggen: het staat toch wel in de begroting. Maar als hij ziet wat er in de begroting staat, en kijkt naar de behoefte die in de motie wordt uitgesproken, sluiten die twee niet bij elkaar aan. Die partij uit in de motie dat zij wil dat daaraan gedegen, volwaardig aandacht wordt geschonken. Dit is geen volwaardige aandacht. Is de wethouder het daarmee eens? De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Ik zie dat anders. Die aandacht moet zich in praktijk etaleren in wat we doen. Dat doen we via de Dierenbescherming. Er is periodiek en de frequent overleg met de Dierenbescherming.
Materieel in de uitvoering van onze taken gebeurt er op dit vlak precies wat we hebben afgesproken en wat er in de overeenkomst vastligt. Net zoals gladheidsbestrijding essentieel is voor deze stad als het glad is, treft uw raad daarover geen A4'tje aan over wat daarbij de ambities zijn. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Oké, maar er zit een verschil tussen een element uit een zin en een A4'tje. Ik als raadslid en partij onderstreep de behoefte dat we op zijn minst inzicht moeten krijgen over wat er in Almelo wordt besteed aan dierenwelzijn. Ik haal hier geen R 2006420
32
cijfers uit en vind van het antwoord dat er geen recht aan elkaar wordt gedaan. Hiermee heb ik mijn punt wel gemaakt en laten zien wat de conclusie zal zijn bij mijn stemgedrag. De heer VAN MIERLO (wethouder): Voorzitter! Dan adviseer ik mevrouw Pol voor de motie te stemmen. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik zal proberen zo snel en zo kort mogelijk de verschillende vragen die dinsdagavond in de raad zijn gesteld over mijn portefeuille te beantwoorden. Ik begin met de binnenstad. De binnenstad is het afgelopen jaar hard geraakt door de coronacrisis. Veel dingen die de binnenstad niet alleen in Almelo, maar ook buiten Almelo op de kaart hadden kunnen zetten, konden daardoor geen doorgang vinden. Ik hoop van harte dat dit volgend jaar mogelijk wel kan gebeuren. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Wat bedoelt de wethouder met wat er allemaal niet door is gegaan? De heer VAN REES (wethouder): Er waren allerlei plannen voor de opening van de binnenstad en evenementen in de binnenstad. We hebben gesproken over een groot evenement rond 600 jaar Almelo dat dit jaar had kunnen plaatsvinden. AI dat soort evenementen is niet doorgegaan. Die evenementen hadden allemaal tot doel te markeren dat de haven weer terug is in de binnenstad. Die konden dit jaar niet doorgaan, maar hopelijk kan dit volgend jaar wel.
De CDA-fractie heeft gevraagd of wij bij de invoering van BIZ de juiste volgorde hebben gehanteerd en hoe zich dit verhoudt tot de centrummanager die is aangesteld. De CAA had al een centrummanager. Die heeft begin dit jaar ontslag genomen. We merkten in de contacten met de ondernemers in de binnenstad dat een centrummanager heel erg essentieel is om de organisatiegraad van de ondernemers te ondersteunen en vergroten. Daarom is er met geld van de provincie Overijssel vanuit het crisisarrangement opnieuw een centrummanager aangesteld. Die aanstelling is tijdelijk. De centrummanager heeft tot taak om ook in tijden van corona de ondernemers te steunen, maar tevens om te werken aan het vergroten van het draagvlak voor de invoering van BIZ. Als BIZ wordt ingevoerd, is er financiering om de functie centrummanager voort te zetten. De CDA-fractie heeft gevraagd of het niet verkeerd om is dat we eerst de verordening vaststellen en daarna pas een draagvlakmeting doen. Nee, de Wet op bedrijfsinvesteringszones bepaalt dat wij eerst een verordening moeten vaststellen en pas daarna een draagvlakmeting doen. Als die draagvlakmeting heeft plaatsgevonden en een meerderheid heeft gekregen, treedt die verordening definitief in werking.
In artikel 4 lid 2 van de Wet op bedrijfsinvesteringszones staat: "Het college van burgemeester en wethouders stelt iedere bij de gemeente bekende bijdrageplichtige na vaststelling van de verordening in de gelegenheid zich schriftelijk voor of tegen inwerkingtreding uit te spreken." Dus de volgorde die wij hanteren is de juiste. De Lokaal Almelo Samen-fractie heeft gevraagd naar de plannen van COSBO en hoe het college daartegen aankijkt. Het college is op dit moment bezig met het ontwikkelen van plannen voor het Havenblok en de Stadkade. Er heeft op dit moment nog geen gesprek plaatsgevonden met COSBO. Dat vindt op 25 november a.s. plaats. Het lijkt met niet verstandig om nu uitspraken te doen hoe we daarnaar kijken. Het lijkt mij verstandig om eerst het gesprek met COSBO aan te gaan. De Christenunie-fractie heeft gevraagd hoe het college aankijkt tegen de duurzame ontwikkeling van de Stadskade. In alle ontwikkelingen in de binnenstad en ook bij de ontwikkeling van de Stadskade kijken wij bewust naar zaken als hitte en water. Hittestress kunnen we met bomen, groene gevels en wateropvang bestrijden en daarmee de duurzaamheid van de binnenstad vergroten. Dit doen we niet alleen bij de Stadskade. Dit hebben we ook op andere plekken gedaan en blijft constant een punt van aandacht in de binnenstad, om op die manier de binnenstad aantrekkelijker te maken.
Daarin werken we met het Programma Duurzaamheid en Binnenstad op een heel mooie manier samen. De heer Gerritsen heeft geconstateerd dat de binnenstad er op sommige plekken troosteloos bijligt en dat er nog veel panden leegstaan. Ik kan helaas niet anders dan dit onderschrijven. Dat is inderdaad het geval. Wij hebben afgelopen jaar de leegstandsverordening aangenomen. Die is op 1 april jl. in werking getreden. De eigenaren van leegstaande panden R 2006420
33
hebben de verplichting om een leeg pand na een half jaar te melden. Dat is dus vanaf 1 oktober. Wij hebben intussen een vastgoedregisseur aangesteld die in dit verhaal een belangrijke rol moet gaan spelen. De meldingen komen op dit moment binnen, maar zijn onvoldoende om er nu al uitspraken over te doen. Daarop kom ik begin volgend jaar richting de raad terug, om te vertellen wat de stand van zaken is. Voor de vastgoedeigenaren in Grotestraat Noord zijn twee vastgoedavonden georganiseerd die allebei positief zijn verlopen. Ze hebben met elkaar kunnen kennismaken, ze hebben hun plannen gedeeld en ze hebben gezamenlijk gebrainstormd over de stip op de horizon voor het gebied Grotestraat Noord. Deze input nemen we als gemeente mee om een ontwikkelvisie op te stellen voor de Grotestraat Noord die we vervolgens gezamenlijk met de ondernemers zullen uitrollen. Doel daarbij is om in te zetten op een meer toekomstbestendige ontwikkeling, zoals transformatie naar woningen en een diverse mix aan functies in de plinten van Grotestraat Noord. Op dit moment zijn er al diverse plannen voor de transformatie van Grotestraat Noord. Voor Grotestraat 12 en 14 ligt er een initiatief om appartementen te realiseren. Daarvoor is al een vergunning aangevraagd. Voor Grotestraat 21 ligt er een initiatief voor zes à zeven appartementen. We zijn nog in gesprek over de haalbaarheid.
Voor Grotestraat 29, Zeeman, ligt er een initiatief voor tien tot elf appartementen op de verdieping, waarbij de Snooker en de Pool naar de begane grond zullen worden verplaatst. De omgevingsvergunning hiervoor is aangevraagd. Voor de hoek Grotestraat Kerkstraat is er een initiatief voor appartementen. Daar zijn we nog in gesprek over de haalbaarheid. De gevelsubsidie die we hebben ingevoerd... De heer BUITENWEG (GroenLinks): Voorzitter! De wethouder noemt een rits mogelijke appartementencomplexen op die er in de toekomst gaan verrijzen. Kan hij iets zeggen over de parkeermogelijkheden die er dan zijn? Hoe gaat hij dat aanpakken? De heer VAN REES (wethouder): Daar kijken we ook naar. Ze zijn bezig een parkeerbalans op te stellen waarin staat hoe deze zaken zich tot elkaar verhouden. De parkeernorm die wij hanteren zal tot problemen leiden, want we hanteren een parkeernorm van 1,2 of 1,3, terwijl de ervaring in binnensteden is dat er veel minder auto's zijn die veel minder gebruikt worden. Daarmee kan de parkeernorm omlaag. Dat zien we ook in andere grote steden. Daar gaan we zeker nog naar kijken en komen we mee terug naar deze raad. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Ik juich het op zich toe dat er iets gebeurt aan de Grotestraat Noord.
Maar deze ontwikkelingen zijn extra belastend voor de mensen die nu in de binnenstad parkeren en er moeite mee zullen krijgen om daar te parkeren. We voegen geen extra parkeerplaatsen toe. De heer VAN REES (wethouder): Ik denk dat het een niet zonder het ander kan. We zullen hiervoor een oplossing moeten vinden. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dat Amsterdam wat auto-onvriendelijker is of niet toegankelijk is voor auto's, snap ik, Maar Almelo is geen Amsterdam en is zeker niet zo groot als Amsterdam. En Almelo ligt veel landelijker. Wanneer je 16 jaar bent, krijg je hier een scooter, motortje of brommertje en als je 18 jaar bent, ga je beginnen met je rijbewijs. Ik acht de kans groter dat de mensen hier behoefte hebben aan een auto, ook in de binnenstad, als in een sowieso niet vergelijkbare stad als Amsterdam, omdat dat echt een grote stad is. De heer VAN REES (wethouder): Dat ben ik met mevrouw Pol eens. Ik heb ook niet de vergelijking met Amsterdam gemaakt. Maar je ziet wel in binnensteden dat er minder autogebruik is dan elders. Wij zullen hiernaar moeten kijken. Deze ontwikkelingen zullen in ieder geval tot meer parkeerdruk leiden en dus ook tot meer discussie op dit vlak. Het alternatief zou zijn om dit niet te doen, dus de transformatie niet in te zetten en geen appartementen toe te staan, maar dat betekent dat de leegstand blijft.
Daarin zit het dilemma waar we uit zullen moeten komen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik kan me herinneren dat ik enige tijd geleden een van de weinige was die tegengestemd hebben, omdat er geen gedegen parkeerplan lag voor de R 2006420
34
binnenstad. Volgens mij ging het toen om het bestemmingsplan in het kader van het oude stadhuis. Ik kon toen van de wethouder geen fatsoenlijk antwoord krijgen. Ik ging ervan uit dat de wethouder een gedegen regeling in gedachte had. Als je alleen al ziet hoeveel woningen er daar zijn gekomen. Ik vind dat zorgwekkend, niet alleen bij dit verhaal, maar ook als ik denk aan het oude stadhuis en de mensen die er daar bij zijn gekomen. De heer VAN REES (wethouder): Bij het stadhuis zijn 90 appartementen gerealiseerd en voor elk appartement is één parkeerplaats gerealiseerd. Dat is dus opgelost. Er is nog parkeerruimte, want bewoners parkeren 's avonds en 's nachts en bezoekers komen overdag. Dus daarin zit variatie. Parkeren is een punt waarnaar we zullen moeten kijken. Volgens mij moeten we nu deze discussie stoppen, want er komen nog aparte voorstellen voor richting de raad. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dat is aan mij, en ik begrijp dat de wethouder dit vaker bij mij probeert, maar hij zegt dat er parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. Waar ik toen heel benieuwd naar was en nu uitermate geprikkeld door ben -daar ga ik zeker geen drie maanden op wachten - is de vraag hoe die parkeerplaatsen zijn gerealiseerd. De heer VAN REES (wethouder): Die zijn gehuurd in het Stadsbaken. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Een heel simpel antwoord. Dan is het wat mij betreft nu klaar.
De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Voorzitter! De wethouder heeft een aantal nummers genoemd in de Grotestraat. Ik weet de nummers niet uit mijn hoofd en ken de locaties niet, maar een beetje er naar gissen kan ik wel. Ik heb specifiek gevraagd naar het gat van Talamini. De heer VAN REES (wethouder): Daar kom ik op. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Dat hoort niet bij de serie die de wethouder net heeft genoemd? Ik heb nog een vraag naar de nummers die zijn genoemd. De vastgoedmanager speelt een rol bij de totale ontwikkeling van al die locaties. Heeft hij daar een leidende rol in, is hij het aanspreekpunt van de gemeente om de plannen te realiseren waar de initiatiefnemers mee komen? De heer VAN REES (wethouder): De vastgoedmanager is het eerste aanspreekpunt voor vastgoedeigenaren als het gaat om ontwikkelingen van panden in de binnenstad. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): We hebben in het verleden meegemaakt dat er geld bij moest vanuit de gemeente. Kijk naar de locatie Talamini, waar een investering gedaan moest worden, waar dit het geval was. Maakt de raad die afwegingen, als ze moeten worden gemaakt, of doet het college dat? De heer VAN REES (wethouder): Als er sprake is van het budgetrecht van de raad, zullen wij dat natuurlijk altijd eerbiedigen. De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Dat is snap ik, maar dat geldt hier dan eventjes niet voor.
Dat is dan het antwoord dat de wethouder omgedraaid geeft. Ik zou daarin als raadslid een rol willen spelen. Ik weet niet hoe de anderen daarover denken. Bij goede ontwikkelingen kan het zijn dat de gemeente geld moet genereren om die te kunnen realiseren. De heer VAN REES (wethouder): Kan de heer Gerritsen dit toelichten? De heer GERRITSEN (Democraten.Nu): Ik kan me voorstellen dat er een ontwikkeling plaats moet vinden op een locatie die wij als raad graag zouden willen, maar dat de bedragen die daarmee gemoeid zijn de investering te boven gaan. Kunnen wij de keuze maken om daarin mee te investeren, of mee te denken? R 2006420
35
De heer VAN REES (wethouder: Die ontwikkelingen komen terug in de raad en worden aan de raad voorgelegd, zo ze er zijn. De heer PAUWELS (VVD1: Richting de heer Gerritsen, volgens mij zijn we het erover eens dat er in het verleden een ton of acht beschikbaar was voor die locatie. Maar dat heeft op dat moment niet tot realisatie geleid. Ik begrijp wat de heer Gerritsen bedoelt. De heer VAN REES (wethouder): Dan kom ik bij de gevelsubsidie: die is al acht keer toegepast. Voor een aantal panden is de aanvraag voor gevelsubsidie in voorbereiding. Ik vervolg met het gat van Talamini. Een van de eerste besluiten die ik aan de raad heb voorgelegd, is de verkoop van dat stuk grond. Twee jaar later is er nog steeds niet gebeurd. Wij hebben er druk op gezet. Het is nu de bedoeling dat de aannemer en ontwikkelaar voor eind december met een omgevingsvergunningaanvraag komen, zodat er in de zomer volgend jaar gestart kan worden met de bouw van dertien koopappartementen, waarbij er overigens voor tien van die appartementen een parkeergarage onder het pand zal komen. De heer PAUWELS (VVD): Een korte vraag daarover. Komt de wethouder daarmee nog naar de raad? Zien we daar nog wat van? Het hele traject is doorlopen. We hebben er destijds wat beelden van gezien. Is dat nog steeds het plan dat voorligt en de wethouder bedoelt? De heer VAN REES (wethouder): Het bestemmingsplan is daarin leidend.
Binnen de mogelijkheden van het bestemmingsplan wordt een omgevingsvergunning afgegeven en op grond daarvan kan worden gebouwd. De Lokaal Almelo Samen-fractie heeft gevraagd naar het onderhoudsniveau IBOR, met name of dit in de wijken op een goed niveau wordt uitgevoerd. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Nog even terugkomend op het plan bij Talamini. De wethouder zegt dat er op basis van het bestemmingsplan kan worden gebouwd. Maar is er ook een beeldkwaliteitsplan of gevelplan voor de Grotestraat? De heer VAN REES (wethouder): Ik word gesouffleerd door mijn oud-collega. Dat valt onder de welstandsnota. De stadsbouwmeester kijkt hierin mee en adviseert over de definitieve plannen. De VOORZITTER: Ik denk dat gezocht wordt naar het antwoord op de vraag of de gemeenteraad hier nog iets van ziet. De heer VAN REES (wethouder): Formeel niet. Er is een bestaand bestemmingsplan en de ontwikkeling valt binnen het bestemmingsplan en wordt in mandaat door het college afgehandeld. De heer HAMMINK (Lokaal Almelo Samen): Het schiet me nu pas te binnen. Is er nog rekening gehouden met een steegje, zodat men daar door kan lopen? Of is dat niet aan de orde? De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Dat heb ik op dit moment niet scherp, ik denk het niet. Dan kom ik bij het IBOR-onderhoudsniveau in de wijken. Daarover stelde de Lokaal Almelo Samen-fractie een vraag.
Voor de wijken is het IBOR-onderhoudsniveau vastgesteld als basis. Dat is gebaseerd op het door uw raad in 201 5 gekozen scenario zuinig. Het onderhoud wordt nagenoeg op het afgesproken niveau uitgevoerd en in de laatste evaluatie die op dit vlak is uitgevoerd, is herbevestigd dat wij het onderhoud op dat niveau uitvoeren. Ik maak een korte opmerking naar aanleiding van de opmerking van de PvdA-fractie dat we veel aan onderhoud van wegen doen. Dat is inderdaad zo. Dat is nodig, omdat het onderhoud aan de wegen in het verleden vaak is uitgesteld. Als we dat blijven uitstellen, zullen de kosten in de toekomst alleen maar toenemen. Uw raad moet het zich zo voorstellen: als u uw huis blijft schilderen terwijl het hout rot, ziet het er aan de buitenkant op een gegeven moment leuk uit, maar zult u alle kozijnen moeten vervangen. Wij moeten op een gegeven ogenblik grootonderhoud aan onze wegen uitvoeren, om te voorkomen dat er in de toekomst een R 2006420
36
stapeling aan kosten komt. Op dit moment lopen we achterstanden in en zorgen wij ervoor dat wij het onderhoud op een actueel niveau krijgen. De heer DE VRIES (PvdA1: Dat begrijp ik, ik heb alleen heel voorzichtig gepleit voor temporiseren. De heer VAN REES (wethouder): Daarop heeft mijn collega al antwoord gegeven. Ik kom op de plattelandsontwikkeling. Daarover vraagt de Lokaal Almelo Samen-fractie of de visie "Mijn erf 2030" nog actueel is. "Mijn erf 2030" is geen visie, maar een project om agrariërs in Almelo, maar ook in Twente, te helpen om toekomstbestendige plannen voor hun bedrijf te ontwikkelen. Daarvoor worden met hulp van de provincie coaches ingehuurd die de bedrijven kunnen inschakelen. Voor Almelo is dat 0,5 fte. Deze beleidsadviseurs ondersteunen agrariërs actief in het ontwikkelen van nieuwe plannen. Ik kom bij de motie over huurverhogingen, in gediend door de PVV-fractie. Die motie is op 30 juni 2020 aangenomen. Na 30 juni 2020 heeft het even geduurd voordat ik met de woningcorporaties en de huurdersbelangenverenigingen aan tafel zat, vanwege de prioriteit van de woonvisie. In het eerstvolgende gesprek daarna hebben wij deze motie onder de aandacht gebracht. Dat heeft voldoende en afdoende aandacht gekregen van de woningcorporaties. Ze nemen dit mee. Op die manier hebben we invulling aan de motie gegeven.
De heer St~teler heeft ook gevraagd hoe het zit met het toewijzen van woningen. Het college stelt zich op het standpunt dat iedereen die in Almelo een woning zoekt, gelijk behandeld moet worden, of men statushouder is of inwoner van Almelo. Woningzoekenden schrijven zich in bij de woningcorporaties en dingen mee naar een woning in Almelo binnen het systeem van de woningcorporaties. Dat zullen we met de corporaties meenemen in de prestatieafspraken voor 2021. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Dat betekent dat de situatie zoals die was, dat statushouders een bijzonder positie hebben, met de Prestatieafspraken 2021 niet zo is. Dus die motie is op dat punt overbodig, dank daarvoor. Ik heb nog een tweede punt aan die motie toegevoegd. Uit het tweedelijnscontact met de woningcorporaties bleek namelijk dat ze moeilijk uit de voeten kunnen met de huidige werkwijze omtrent urgentieverklaringen. Nu is een deel daarvan wettelijk vastgelegd, maar het blijkt dat gemeenten ook zelf regie hebben in hoe die procedures lopen. Als we bijvoorbeeld kijken naar Amsterdam —dat hoorden we een aantal keren voorbijkomen —krijg je daar een urgentieverklaring als je in de zorg of het onderwijs werkt.
Is dit het moment voor het college om deze gelegenheid aan te grijpen om met die woningcorporaties te kijken naar de urgentieregeling, zodat openbaar duidelijk is in welke situatie, het liefst op basis van objectieve beoordelingscriteria, je in aanmerking komt voor een urgentieverklaring? Dan hoeft er niet meer mee gestoeid te worden, zoals woningcorporaties dat nu ervaren. De heer VAN REES (wethouder): Volgens mij is de wet daar heel duidelijk in. De wet schrijft voor wanneer iemand aanspraak kan maken op urgentie. Dat is de leidraad voor de gesprekken die wij gaan voeren met de woningcorporaties, wanneer iemand wel of niet urgentie toegewezen krijgt. Op voorhand zie ik geen enkele reden om daarvan af te wijken. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Ik vraag niet om af te wijken van de wettelijke voorschriften. Ik vraag om urgentieregels nog eens af te stemmen met de woningcorporaties en zo mogelijk te actualiseren omdat, naar ik zei, ik uit de tweede lijn begrijp dat de woningcorporaties moeite hebben met de manier waarop het nu staat opgeschreven. De heer VAN REES (wethouder►: Dat zal ik meenemen in de overleggen over de prestatieafspraken. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! De wethouder lijkt heel makkelijk toe te geven aan de motie van de PVV-fractie. Ik heb niet scherp of Almelo een huisvestingsverordening heeft.
Ik zou pleiten voor een huisvestingsverordening om daarin zaken vast te leggen, in plaats van met de woningbouwverenigingen onderhands afspraken te maken.
R 2006420
37
De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! We maken geen onderhandse afspraken met de woningbouwcorporaties, maar prestatieafspraken in een driehoeksoverleg met de huurdersbelangenverenigingen. Prestatieafspraken worden vastgelegd en ondertekend door alle betrokken partijen en worden ter kennisname naar de raad gestuurd. Een huisvestingsverordening invoeren leidt tot allerlei nieuwe bureaucratische acties. Mensen moeten dan een vergunning gaan aanvragen. Dat lijkt op dit moment volstrekt niet aan de orde, omdat het systeem van prestatieafspraken duidelijk werkt. De heer TEEUW (Christenunie): ik vind dat er een verschil is tussen voorrangsurgentie en prestatieafspraken. Urgentie regel je volgens mij via een verordening. De heer VAN REES (wethouder): De wet schrijft voor wanneer we urgentie kunnen toepassen. Een huisvestingsverordening geeft andere gronden om daaraan toe te voegen. Dat doen we dus niet. Daarom houden we het bij de prestatieafspraken en de wettelijke toepassingen. Ik vervolg met het onderdeel cultuur. De heer De Vries zei dat er een grauwsluier over cultuur hangt en dat hij nog steeds niet weet welke argumenten zijn gebruikt om de bezuinigingen in te vullen. Ik zal proberen aan te tonen dat er en geen grauwsluier over cultuur hangt en dat er goed is nagedacht over hoe we de bezuinigingen hebben ingevuld.
Allereerst is er in de gesprekken die we hebben gevoerd voor gekozen om een deel van de bezuinigingen te laten landen bij de culturele instellingen. Er is door de raad vastgesteld dat er € 2 miljoen moest worden bezuinigd op subsidies. Dus ook deze instellingen zouden erbij betrokken moeten worden. We hebben gekeken naar het totale veld van de cultuursubsidies. In Almelo wordt een heel groot aantal amateurinstellingen gesubsidieerd voor zangkoren, toneelvoorstellingen etc. Het zijn er al met al bijna tachtig. Wij hebben besloten al die amateurverenigingen buiten de bezuinigingen te houden. We hebben daarnaast besloten om de bezuinigingen te laten landen bij organisatie waar professionals werken. Dat hebben we gedaan, omdat wij veronderstellen dat dat soort organisaties het best in staat zijn om hiermee om te gaan. We hebben ook besloten om het Theaterhotel uit te zonderen van de bezuinigingen. Dat hebben we gedaan, omdat Almelo daarmee op basis van een bijdrage van € 550.000 per jaar een volwaardig theater heeft, een theater met een sterke regionale functie voor de ons omliggende gemeenten. Er is in heel Overijssel, Zwolle, Deventer, Hengelo en Enschede, geen gemeente die voor zo'n bedrag een volwaardig theater heeft. Gelet op dat feit, en het feit dat een bezuiniging op het Theaterhotel waarschijnlijk zal leiden tot sluiting van dat theater, heeft het college dit besloten.
De heer DE VRIES (PvdA): Op het laatste punt inhakend, over het Theaterhotel. De wethouder maakt zijn eigen keuzes. In raadsbrieven stelt hij: zo gaan we het aanpakken, maar we sluiten het Theaterhotel uit. Hij had het Theaterhotel naar rato kunnen laten meedenken over oplossingen die daar zouden liggen en hoe daar het vlees eventueel nog verdund zou kunnen worden. Dat is niet gebeurd en is volgens mij nooit de vraag geweest. Volgens mij heeft de wethouder in het politiek beraad gezegd: "Ik heb die vraag niet eens daar op tafel gelegd." Dat vind ik een verkeerd startpunt. Bovendien vind ik het startpunt al verkeerd om € 2 miljoen af te spreken en bij het geld te beginnen. Dat zal een raadsbesluit zijn geweest, en ik heb de heer Langlus vanmorgen horen zeggen: "Ja, over vertrekpunten gesproken, laten we daar maar niet over beginnen." Eigenlijk heb ik dat ook een beetje beluisterd als: misschien was een andere volgorde wel beter geweest. De keuze om niet op amateurverenigingen te korten is prima, maar dus begint de wethouder met organisaties met professionals. Daarmee zegt hij eigenlijk: ik maak de keuze om bij organisaties de werkgelegenheid op scherp te zetten. Ik zal niet zeggen "op het spel te zetten", maar in ieder geval op scherp. Dat is wat de wethouder zegt met "professionals" . De heer HAMMINK (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Een punt van orde.
Wij distantiëren ons van wat de heer De Vries zegt. De VOORZITTER: Dat is geen punt van orde. Ik zal de andere interrumpanten het woord geven, voordat de discussie een op een wordt. Ik verwacht dat dit een gezamenlijke R 2006420
38
beschouwing wordt. Dit is een heel specifiek punt in het debat, dat kunnen we op deze manier adresseren. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): De wethouder zei dat het een koopje is om voor € 550.000 een volwaardig theater in Almelo te hebben. Je kunt je afvragen welk voordeel het Theaterhotel daarvan heeft door zijn bijzondere positie. Ik vraag me af of het in de andere steden waar de wethouder aan refereert ook om een theater in een hotel gaat, want dat maakt qua meerwaarde voor de omzet van zo'n hotel wel degelijk uit. Wat kosten die andere theaters, als dit zo'n koopje is? De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! We leven in een tijd van corona. Is het dan niet normaal dat theaters een deel van hun subsidie terugstorten, omdat veel optredens niet door kunnen gaan? Is dat nooit gevraagd? De heer PAUWELS (VVD): Ik roep een motie van niet zo heel lang geleden in herinneren om een beroep te doen op de provincie voor financiële steun. Het valt me op dat de heer De Vries die motie niet heeft gesteund of mede heeft ingediend. Dat was volgens mij juist een motie die mede antwoord zou kunnen geven op zijn vraag. De vraag aan de wethouder is of hij ons kan informeren over de voortgang van die motie. De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! Het is en blijft altijd een heel mooi verhaal. U zult er misschien van schrikken, maar ik ben het met de wethouder eens.
We zijn een van de goedkoopst faciliterende steden in Overijssel. Klopt helemaal. In het begin van het jaar heb ik ernaar gekeken. In Hengelo kost het theater elk jaar € 1,5, € 2 of € 2,5 miljoen. Maar wat de wethouder twee weken terug op dinsdag verkeerd deed en nu weer doet, is dat hij stiefkinderen maakt. Hij doet net alsof andere gesubsidieerde organisaties in Almelo geen belangrijke toegevoegde waarde hebben, niet belangrijk zijn voor onze stad. Dat hoor ik uit zijn verhaal. De heer De Vries heeft het meerdere malen geprobeerd. Ik kwalificeer ze niet als goed of slecht, of als duur of goedkoop. De wethouder had op zijn minst een gesprek met het Theaterhotel kunnen aangaan. Misschien had hij vrijwillig € 20.000 kunnen weghalen; dat had het Stadsmuseum kunnen redden. Deze discussie wilde collega De Vries de afgelopen twee à drie weken voeren. Die wil ik ook heel graag voeren. Natuurlijk is het belangrijk dat het Theaterhotel goedkoop is. Ik ben daarvan overtuigd. Maar de wethouder had geen stiefkinderen moeten maken. Hij had op zijn minst met het Theaterhotel in gesprek moeten gaan om te kijken of daar een mogelijkheid lag. De heer STOTELER (PVV1: Voorzitter! Iedereen heeft het hier over € 550.000, maar er ging dit jaar € 580.000 naar het Theaterhotel en volgend jaar wordt dat € 590.000. Het bedrag gaat elk jaar met € 10.000 omhoog.
In de richting van de heer Cete zou ik willen zeggen: kon het maar voor € 550.000, dan hadden we het Stadsmuseum. Maar dat hij het Stadsmuseum daaraan koppelt... We hebben bij de perspectiefnota een motie ingediend. De heer Cete heeft daar toen tegen gestemd en had er toen voor moeten stemmen. Dan had hij dat zelf kunnen regelen en de wethouder met die opdracht op pad kunnen sturen. Het gaat om € 580.000 en komend jaar € 590.000. De heer CETE (Lijst Cete): Wij hebben tegen de hele perspectiefnota gestemd, dus die motie had niet zo veel uitgemaakt. De heer VAN REES (wethouder): Voorzitter! Dan hebben we twee stiefkinderen gemaakt, want we hebben ook Hof88 buiten beschouwing gelaten, ook vanuit de gedachte dat Hof88 een heel essentieel onderdeel is van het Almelose culturele areaal. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! Mijn excuses voor deze interruptie, maar ik kan het niet laten. De wethouder doet heel stoer over het buiten schot laten van Hof88, maar volgens mij is dat een wezenlijke samenwerkingspartner van de bieb, dus die wordt in ieder geval zijdelings getroffen. Klopt dat of niet?
R 2006420
39
De heer VAN REES (wethouder): Die vallen niet onder de bezuinigingen van de bieb. Dat zijn twee aparte exploitaties. De VOORZITTER: Ik heb gepoogd om een aantal dingen bij elkaar op het bord van de wethouder te leggen, zodat hij daarop in een algemeen beeld kan reflecteren. Als we er nu weer dingen in vliegen, raak ik het spoor bijster. De heer VAN REES (wethouder): In de afweging over het Theaterhotel heeft tevens meegespeeld dat we uit gesprekken weten dat als daarop bezuinigd wordt, het hele Theaterhotel omvalt. De familie voegt zelf ook geld toe aan het Theaterhotel. Dit heeft te maken met de coronatijd. De theaterwereld heeft namelijk een speciale manier van financieren. In 2020 worden de producties voorbereid voor 2021 en die worden betaald uit de opbrengsten van 2020. De hele productiewereld ligt door corona op zijn gat. Afgesproken is om alsnog te kijken of de theaters weer bezoekers mogen ontvangen; dat hebt u allemaal gezien. Het is bijna onmogelijk voor het Theaterhotel om het op de een of andere manier rendabel te maken. Wij zullen in de afrekening van het Theaterhotel over 2020 bekijken in hoeverre de coronamaatregelen daarin een rol moeten spelen. We zijn met de provincie bezig of wij het Theaterhotel op de een of andere manier als een van vijf theaters in Overijssel kunnen aanmerken die voor provinciale subsidie in aanmerking komt. De gesprekken daarover lopen.
Daarvoor zal een andere structuur moeten worden gekozen. Het is nu een B.V. en dat maakt een bijdrage vanuit provinciale middelen heel lastig. We zoeken wat daarin mogelijk is. Daarnaast heeft het Theaterhotel in het kader van de coronamaatregelen een subsidieaanvraag gedaan bij het Rijk van € 1 16.000 die gehonoreerd is. Wij bekijken in hoeverre we daaraan ook een bijdrage moeten leveren, want er moet cofinanciering komen om dat voor elkaar te krijgen. Dit vertel ik om toe te lichten waarom wij deze keuzes hebben gemaakt. Dat betekende dat wij uiteindelijk bij Kaliber en de bibliotheek uitkwamen. In het politiek beraad heb ik er al veel over gezegd en misschien heb ik te veel uitgeweid, maar in de gesprekken hebben wij Kaliber en de bibliotheek aan de voorkant gevraagd om een overzicht te leveren op grond waarvan we de gesprekken konden gaan voeren en we hebben gevraagd een overzicht te leveren van de activiteiten die ze doen, voor welke doelgroep, welke kosten daarmee gemoeid zijn en welke opbrengsten. Kaliber heeft dat overzicht aangeleverd. Dat is een heel mooi overzicht en wil ik best een keer delen met uw raad. Daarin zijn ook de maatschappelijke opbrengsten meegenomen. Aan de hand van dat overzicht hebben we gekeken hoe we een eventuele bezuiniging kunnen laten landen bij Kaliber, zonder dat er maatschappelijke effecten zichtbaar worden.
Daarbij is in gezamenlijk overleg besloten dat dit zou kunnen als we kijken naar de huisvestingskosten van Kaliber. Kaliber zit nu in het St. Elisabethhof en huurt Studio 15 van de gemeente. Er is een aantal scenario's voor ontwikkelend. Die worden op dit moment onderzocht. Wij gaan ervan uit dat wij in staat zijn om samen met Kaliber die bezuiniging te realiseren, door een kostenreductie te realiseren bij de huisvestingskosten in 2021. Daarmee blijft het volledige activiteitenniveau van Kaliber in stand. Mevrouw TEN BELDAM (CDA): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen: we zijn in gesprek, we gaan een oplossing zoeken voor het vastgoed als het gaat om Kaliber. Vastgoed is vaak een weerbarstige materie. Mocht het zo zijn dat de wethouder er niet uitkomt of het langer gaat duren -vastgoed kent vaak een langere termijn - is volgens mij de laatste alinea van het amendement dat wij hebben ingediend van toepassing, dat hij terugkomt naar de raad en we daar het gesprek voeren over de vraag wat het probleem is en hoe we dat kunnen oplossen. Terecht zei de wethouder: geen ongelukken onderweg. De heer VAN REES (wethouder): Als die mogelijkheid in het amendement zit, geeft dat enige rust bij Kaliber, want Kaliber maakt zich zorgen of het hele bedrag al in 2021 kan worden gerealiseerd. Maar wij hebben daar vertrouwen in.
Mocht het onverhoopt niet zo zijn, kunnen we op basis daarvan teruggaan naar de raad, om aanvullende voorstellen te doen. Dit betekent dat Kaliber voldoende rust moet hebben om mee te kunnen denken over deze positieve weg om de bezuiniging te laten landen. R 2006420
40
De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Gisteren stond in de krant dat Kaliber een procedure begint bij de bestuursrechter. Klopt dat en zo ja waarom gebeurt dat, als de wethouder zegt dat hij er wel uitkomt met Kaliber? De heer VAN REES (wethouder): Omdat het niet op papier staat, daarom wil Kaliber naar de rechtbank. De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! Daarop voortbordurend, volgens mij doet de wethouder het niet goed, want als hij er zo van overtuigd is dat hij het toch gaat redden... Kaliber heeft een bezwaar ingediend dat de wethouder na de begrotingsbehandeling wil afhandelen. Daarna gaat Kaliber naar de bestuursrechter. De wethouder vertelt nu dat hij het eigenlijk al met Kaliber heeft opgelost middels het vastgoed. Ik hoor drie verschillende verhalen en ik weet niet meer welke ik moet geloven. De wethouder zegt dat hij er met Kaliber is uitgekomen en dat er een oplossing is. Als dit zo is, ga ik ervan uit dat Kaliber niet naar de bestuursrechter gaat. Ik hoop dat het niet zo moeilijk is om iets op papier te zetten. De heer VAN REES (wethouder): Voorzitter! We hebben er vertrouwen in dat we met Kaliber tot een oplossing kunnen komen wat de huisvestingskosten betreft. Kaliber wil het liefst die oplossing voor 1 januari 2020 hard op papier hebben staan. Zo ver zijn we nog niet, maar we zijn wel met Kaliber in gesprek over de scenario's. Wij gaan ervan uit dat we er uitkomen.
Kaliber wil dit voor 1 januari 2020 op papier hebben staan en die twee dingen lopen niet synchroon. De heer CETE (Lijst Cete): Voorzitter! Dan doe ik een handreiking naar de wethouder. Misschien kunnen we het amendement dat er ligt uitbreiden, of een ander amendement indienen waarin we Kaliber geruststellen, maar de begroting niet in gevaar brengen. Daarmee hebben we de boel gered. Ik weet niet wat de wethouder daarvan vindt. Het staat er niet specifiek in. Dit geef ik mee en mag in de tweede termijn meegenomen worden. Ik denk hardop na. Mevrouw TEN BELDAM (CDAI: In aanvulling daarop, volgens mij heb ik net de toezegging van de wethouder gekregen dat indien het proces verstoord wordt om wat voor reden dan ook dan praten we over ernstige redenen - de wethouder naar de raad komt. Dan gaan we het voorliggende probleem bespreken en voorzien van een oplossing. Daarmee heeft Kaliber de garantie -die ligt schriftelijk vast in de verslaglegging -dat als het onverhoopt niet gaat zoals beide partijen op dit moment voor ogen hebben, er een veiligheidsventiel is door het toepassen van de laatste alinea in amendement 1 . Zo is die alinea bedoeld. Die toezegging plus het amendement moeten naar mijn idee voldoende zijn. Deelt de wethouder dat? De heer VAN REES (wethouder): Dat deel ik. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! Daarnet hadden we het over het kopje subsidie en Theaterhotel.
Wat mijn fractie steekt, is dat het college het Theaterhotel verkiest boven Avedan, die het Dienstencentrum De Riet daardoor niet kan openhouden waar 135 reguliere bezoekers gebruik van maken. Zo veel bezoekers heeft het Theaterhotel dit jaar nog niet gehad, denk ik, in verband met corona. De algemene voorzieningen voor onze inwoners worden teruggebracht, terwijl de elitefeestjes - zo noemen we het maar -bij het Theaterhotel in stand blijven, want "die vinden wij zo belangrijk". Mijn fractie denkt dat die algemene voorzieningen belangrijker zijn. Wij hadden er andere keuzes in gemaakt. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Dat mag. Ik vind het jammer dat heer St~teler zegt dat de keuze voor het een, een keuze tegen het andere is. Het college heeft de een aantal keuzes tegelijkertijd gemaakt, deze keuze over het Theaterhotel ook. Het Theaterhotel is niet alleen maar een feestje van de elite. Daar doet de heer Stbteler de familie enorm mee tekort. Het Theaterhotel geeft jaarlijks heel veel kaarten weg aan mensen die geen geld hebben voor reguliere theaterbezoeken. Dat doen ze met name aan kinderen. Het is misschien jammer dat de raad daar niet voldoende van op de hoogte is, maar dat gaat om substantiële aantallen.
Op die manier kunnen ook kinderen van gezinnen die dat normaal niet kunnen naar een theater, iets wat wellicht volstrekt onbekend is in deze raad, maar waar de familie wel elk jaar op inzet. Het is niet alleen een feestje van de elite. Ik verzeker uw raad dat het zeker qua theaterbezoek R 2006420
41
geen feestje van de elite alleen is. Ze hebben een heel brede programmering waar heel veel mensen vanuit heel Almelo, maar ook de omliggende dorpen, met heel veel plezier naartoe gaan. Dat zijn echt niet alleen maar mensen die in een dikke, vette Mercedes komen voorrijden. Het zijn ook gewoon mensen die in een Vauxje komen. Ik vind het een verkeerde typering dat de heer Stóteler van theaterbezoek in Nederland een feestje van de elite maakt. De heer PAUWELS (VVD): Ik heb een vraag aan de wethouder, maar indirect ook aan de PVV-fractie. Het is opvallend dat ook de heer Stóteler de motie niet heeft gesteund om een beroep te doen op provinciale middelen om hierin bij te staan. Ik vind het bedenkelijk dat hij een positie inneemt zoals hij dat zojuist heeft gedaan. Maar ik heb ook de volgende vraag. Hebben we enig idee hoeveel bezoekers er jaarlijks naar het theater gaan? De heer VAN REES (wethouder): Ik begrijp 70.000 bezoekers Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik weet niet meer wat ik moet vragen. Ik heb nu zo veel garanties en geen garanties gehoord voor Kaliber. Waar is Kaliber nu aan toe? Kaliber heeft een wethouder die zegt: we komen er wel uit, maar ik zet niets op papier. Mevrouw Ten Seldam zegt: als de wethouder er niet uitkomt met Kaliber gaan wij wel met een regeling komen. Hoe die regeling er uit gaat zien, weet Kaliber niet, weet ik niet, weet niemand hier.
Er komen een paar woorden bij me op waarvan de voorzitter waarschijnlijk niet blij wordt: vaag gezwets. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Misschien kan ik er ter verduidelijk op terugkomen. We zetten de gesprekken met Kaliber voort, zoals in het tweegesprek met mevrouw Ten Seldam is geconstateerd. Mocht het onverhoopt zo zijn dat we de totale bezuiniging over het vastgoed in 2021 niet volledig kunnen realiseren, komen we terug naar de raad. De VOORZITTER: We moeten elkaars bijdragen niet afdoen met de woorden die mevrouw Pol heeft gekozen. Dat hoort niet, dat moeten we niet doen. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik had heel andere woorden kunnen gebruiken. De VOORZITTER: Dat moet u ook niet doen. Iedereen spreekt hier met recht. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Aansluitend op wat de wethouder zegt over de ontsnappingsroute, of het ventiel dat mevrouw Ten Seldam noemt. Dat zit blijkbaar in amendement 1 gebakken, maar daar zit geen dekking onder. Dan heeft de wethouder, als hij dit volgend jaar doet, een gat in de begroting. De heer VAN REES (wethouder): Dan hebben we een probleem dat we dan moeten oplossen. De heer BUITENWEG (GroenLinksl: Daar stapt de wethouder wel heel makkelijk overheen. Bij andere dingen kan dat niet. De heer VAN REES (wethouder): Als dat aan de orde is, en het is nog maar de vraag of dat aan de orde komt.
De heer DE OLDE (PVA►: Ik begrijp één ding niet. Een commerciële organisatie krijgt geld toe en van een maatschappelijke organisatie nemen we geld af. De VOORZITTER: Dit zijn allemaal dingen die naar een tweede termijn moeten. De heer CETE (Lijst Cete): Ik zal het proberen. Ik zal dit in de tweede termijn herhalen. De VOORZITTER: Dat moet u niet doen. R 2006420
42
De heer CETE (Lijst Cete): Ik wil met een voorstel komen. Misschien is dat niet nodig is. In de discussie komt men steeds dichter naar elkaar toe, die wordt steeds closer, Elke toezegging, elk woord brengt de partijen dichter bij elkaar. Maar nogmaals over stiefkinderen. Stel dat we iets kunnen realiseren waarin de subsidie van geen enkele instantie ten koste van Valk wordt gedekt, zijn we heel ver. Ik hoop dat collega's begrijpen wat ik bedoel. Waarom willen ze Kaliber wel redden en een toezegging doen? Mevrouw Ten Seldam beweert dat ze, zonder Kaliber te noemen in de laatste alinea van haar amendement, een organisatie kan redden. Als we alle organisaties kunnen redden ten koste van Valk en we terug kunnen komen als het niet goed loopt, zijn we heel ver naar elkaar toegekomen. Ik geef dit als idee mee aan de wethouder en de collega's. Als ze hier wat mee willen doen, doen ze dat. Zo niet, ga ik er in mijn tweede termijn verder op door. De VOORZITTER: Waarvan akte. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! U mag heel veel vinden van mijn woorden en dat is aan u. Ik weet ook wat ik van het een en ander vind. Ik als raadslid - nu komt u in mijn emotie, dat hoort u -vind het heel erg van belang dat ik kan stemmen met duidelijkheid en ik heb nu geen duidelijkheid.
Daarnaast vind ik het persoonlijk - u merkt hoe boos ik nu word hoogst onfatsoenlijk dat we zo omgaan met organisaties, dat met dit soort vage termen - en dan zal ik niet de woorden gebruiken die ik in mijn mond heb -organisaties erop moeten kunnen vertrouwen en keuzes moeten maken over hoe ze verder gaan. Wat ik van Kaliber vind of andere organisaties - ik heb hier inmiddels zo veel organisaties staan... Ik moet straks keuzes maken als raadslid. Ik heb het recht op duidelijkheid, duidelijk geformuleerde toezeggingen. Met name hebben organisaties en inwoners van Almelo recht op die duidelijkheid. Nu kwalificeer ik wat u net over mij zei, maar dat zal ik niet uitspreken. De VOORZITTER: Dan parkeren we ook dat punt. De heer VAN REES (wethouder): Over Kaliber kan ik zeggen dat de gesprekken zeer constructief lopen. Kaliber is in de aanloop van de gesprekken over de bezuinigingen met de suggestie gekomen om met andere instellingen in Almelo in gesprek te gaan, onder andere met de bibliotheek, maar ook met Avedan, om te kijken of er door samenwerking voordelen behaald kunnen worden ten behoeve van de inwoners van Almelo. Het college heeft een bestuursopdracht willen formuleren om te onderzoeken of op die manier voordelen kunnen worden behaald.