3.2 Notulen raadsvergadering 11 november 2021 (vervolg geschorste vergadering 9 november 2021) (getekend).pdf
Tekst van het document
"
Gemeente
~ ~ 4 AI meld
~ -
J~-----
Notulen Raadsvergadering Gemeenteraad Almelo Datum:
11 november 2021
Aanvang:
9.00 uur
Locatie:
Raadzaal
Voorzitter:
de heer A.J. Gerritsen, burgemeester: mevrouw Y. Bijenhof, gedurende enige momenten in de vergadering.
Griffier:
mevrouw K.D. Handstede.
Aanwezige leden:
mevrouw Y. Bijenhof, mevrouw J.T. Buikema-Albers, de heren H. Buitenweg, U. fete, mevrouw M.J.C. van Doorn, de heer A. Ekizkuyu, mevrouw H.J. Geerdink, de heer R.H. Gelici (vanaf 14.20 uur) mevrouw E. van den Ham-Jaarsma, de heren M.V.F.M. Hubers, A.G.P. Hummels, J.L,R. Kampman, H.F.T. Kamst, W. Loupattij, M. Makkinga, E.J. van Marle, mevrouw Q.D.D.M. Munnich, de heren H.G. de Olde, J. Pauwels, mevrouw P. Pol, mevrouw M.I. van Saane, mevrouw I.A.M. ten Seldam, de heren G.W.L. Stork, T.S.M. Styteler, W.B. Teeuw, H. Teunis, A.J.J.M. Trienen, J. Tijhof, J.B.W. Wiertz, mevrouw D.C. Wind en de heer M. Zielman.
Afwezige leden:
de heren F. Akse, F.J. Gerritsen, A. de Vries en W.H.H.L. Weinreder.
Aanwezige wethouders: de heren A.L. Langlus, A. Maathuis, E.J.F.M. Van Mierlo en J.M. Van Rees. 1. Heropening en mededelingen. De VOORZITTER: Dames en heren! Ik heropen de vergadering en heet u allen van harte welkom. Bericht van verhindering is ontvangen van de leden Akse, Gerritsen, De Vries en Weinreder. Ik krijg bericht dat de heer Gelici vanaf ongeveer 17.00 uur aanwezig zal zijn. Vanochtend komt de eerste termijn van de zijde van het college aan bod. Wethouder Langlus zal als eerste spreken, vervolgens wethouder Maathuis, dan wethouder Van Mierlo, wethouder Van Rees en ten slotte zal ik in mijn hoedanigheid als portefeuillehouder/lid van het college het woord voeren. In dat deel zal mevrouw Bijenhof op verzoek van het presidium het voorzitterschap waarnemen, omdat de vicevoorzitter vandaag optreedt als voorzitter/woordvoerder van haar eigen fractie. Het staat niet op de agenda, maar ik verwacht dat we rond 10.00 uur een koffiepauze nemen om de benen te kunnen strekken. Ik vraag u niet voorde gevel van het gemeentehuis te roken, zo u daar behoefte aan hebt, maar dat boven te doen. U hebt kennis kunnen nemen van het besluit van het college een rookvrije zone rondom het gebouw in te voeren. Die is nog niet geëffectueerd, maar alles wat mag, hoeft niet. Dit zijn zeer wijze woorden: alles wat geoorloofd R 2107039
is, is niet altijd even dienstig. Ik vraag u het goede voorbeeld te geven, ook voorde andere mensen aan wie we dat vragen, en uw nicotinebehoefte te stillen op de daarvoor aangewezen plaatsen. Ik neem direct aan dat ik op uw medewerking mag rekenen. Het college heeft in totaal 90 minuten spreektijd, exclusief interrupties. Wij weten dat die interrupties uit de bocht kunnen lopen. Ik zal er natuurlijk op toezien dat we wat we zien als verstandige en verrijkende interrupties zullen hebben, maar ik vraag ook uw medewerking om te bekorten wat bekort kan worden. De wethouders hebben zelf de spreektijd verdeeld. Ze hebben voor zichzelf ongeveer 20 minuten spreektijd berekend en de burgemeester 10 minuten toebedeeld. 2. Vervolg Programmabegroting 2022. Eerste termijn college. De heer LANGZUS (wethouder): Mijnheerde voorzitter, geachte aanwezigen. De Begroting 2022 en de meerjarenramingen waarover uw raad afgelopen dinsdag zijn beschouwingen heeft gegeven, bevestigen wat reeds op 1 juli jl. bij de behandeling van de perspectiefnota werd voorspeld. Zichtbaar is geworden dat we een financieel opgeruimd huis als belangrijke pijler voor een kansrijke toekomst voorde stad en haar inwoners in bespreking hebben. Veel fracties spraken in hun bijdragen met enige opluchting, maar zeker ook met dankbaarheid over het feit dat we met deze begroting een moeilijke periode afsluiten.
We mogen met enige verwondering kijken naar de ontwikkeling van de financiële kengetallen, de vermogenspositie toen en nu. We zijn van heel ver gekomen. Almelo stond diep onder water, maar we kunnen dat nu achter ons laten; een prestatie van jewelste, zoals iemand terecht opmerkte. Het college is blij dat de financiële doelstellingen, namelijk het uitvoeren van het herstelplan, een royale vermogenspositie en in het sociale domein uitkomen met de rijksmiddelen, zijn behaald. Daarmee sluiten we een lange periode van moeilijke en pijnlijke ingrepen af. Die kant van de zaak, dat moeilijke en pijnlijke, ontkennen we niet. Maar tegelijkertijd gaven veel van de ombuigingen aanleidingen tot een nieuwe kijk op oude vraagstukken en konden op tal van terreinen veranderingen tot stand komen. Succes heeft vele vaderen en ieder hier aanwezig zal de inspanningen en succesfactoren anders wegen. Dat Iaat onverlet dat we aan het eind van deze raadsperiode de stad een mooi eindresultaat mogen aanbieden. En met het verschijnen van de septembercirculaire is het meerjarenbeeld nog eens sterk verbeterd. Dat is mooi, gezien alle uitdagingen, waaronder het wegvallen van dividenden in de toekomst en de oplopende kapitaalslast van na 2026. Er liggen dus genoeg uitdagingen in de toekomst.
In de richting van mevrouw Geerdink zeg ik erbij dat de begroting een financieel, kwalitatief kader is dat in de uitvoering op diverse beleidsterreinen nader uitkristalliseert. De begroting is een belangrijk startpunt, maar het echte werk zit in de uitwerking en de verantwoording van het college door middel van besluiten, raadsvoorstellen en rapportages. Daarnaast is er een wereld aan informatie beschikbaar waaruit raadsleden kunnen putten om het college te kunnen controleren, zowel intern als extern, zowel kwantitatief als kwalitatief. Waar het college bij kan helpen, zal het dat niet nalaten, maar voor een belangrijk deel zult u zelf invulling moeten geven aan uw controlerende taak. We onderstrepen de dank die velen van u uitspraken richting de ambtelijke organisatie voorde mooie en leesbare begroting die ze heeft opgeleverd, en zullen die overbrengen. De heer BETE (Lijst Cete): Ik ben getriggerd door de woorden over onze controlerende taak. Dat is een taak aan u? Wat bedoelt de wethouder daarmee? Natuurlijk moeten we van informatie worden voorzien. De heer LANGZUS (wethouder): Het gaat over het invullen van de controlerende taak. Het is vooral aan u om daar vorm en inhoud aan te geven, waarbij u natuurlijk toegang moet hebben tot informatie. Ik zeg erbij dat de begroting heel compact is en niet alle informatie biedt.
Daartoe zijn ook andere P&C-documenten, andere rapportages, andere besluiten dienstig. Maar daarbuiten — daar wijs ik ook op — zijn er heel veel informatiebronnen waaruit u kunt putten om R 2107039
2
in het debat met het college in te brengen. De heer CETE (Lijst fete): U en uw ambtenaren staan natuurlijk te allen tijde ten dienste van ons, denk ik. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Deze wat algemene beschouwing brengt mij bij de behandeling van wat opmerkingen en vragen en daarna bij wat moties en amendementen. Meerdere fracties hebben gevraagd naar de Bestemmingsreserve stadsontwikkelingsfonds en de wijze hoe dat geld wordt ingezet. Ter voorkoming van onrust en onduidelijkheid komt het college voor de zomer 2022 naar uw raad, naar ik aanneem in nieuwe samenstelling, met de basisregels en de afspraken rond deze bestemmingsreserve. Voorde goede orde, dat zijn de financieel-technische afspraken en kaders waarmee uw raad in positie wordt gebracht. Het is dus geen projectenlijst, zeg ik in de richting van de D66-fractie, met beoogde bestedingen. Die lijst zal zich inde jaren gaan vullen en conform dat afsprakenkader bij uw raad langskomen. Ter geruststelling, het college gaat niet vanaf morgen pandjes en grond opkopen ten laste van deze reserve. In de richting van de PVV-fractie zeg ik er wel bij dat de suggestie om niet aan verliesgevende projecten te beginnen niet haalbaar zal zijn. Vrijwel elk binnenstedelijk project tot herontwikkeling of vernieuwing zal verlieslatend blijken te zijn. Alsje dat niet wilt, of niet kunt betalen, komen ontwikkelingen stilte liggen.
De afgelopen jaren hebben dat aangetoond. Het schrappen of verlagen van de lokale lasten, de PVV-fractie noemde in dat verband de OZB, de fracties van D66 en SP de precario, klinkt wellicht leuk, maar schiet direct een gat inde begroting, zonder dat daar dekking tegenover staat. Voor het wonen in deze stad krijg je veel terug in de vorm van voorzieningen en zorg, en voorde precario geldt dat het een redelijke vergoeding is voor het gebruik van het eigendom van een ander, net zo goed als je pacht betaalt voor het huren van een weiland. De in de perspectiefnota afgesproken stijging van de precario vanaf 2023 in het kader van dekking voor Almelo Waterstad betekent dat de ratio opbrengsten/kosten, perceptiekosten, zal verbeteren. Over het voornemen van het college inzake Twence merk ik op dat de onderneming het verzoek van onze gemeente heeft afgewezen om het verwerkingscontract vanaf juli 2022 voor een bepaalde tijd te laten gelden, dus een beperkt aantal jaren, en tevens voor een beperkte hoeveelheid, een beperkt deel van het afval. Dat zou de mogelijkheid bieden om de rest van het afval via een aanbesteding op de markt te zetten. Twence stelt dat Almelo zich moet schikken in het besluit van de meerderheid van de aandeelhouders, namelijk dat het contract voor onbepaalde tijd zal zijn en alle huishoudelijke afval en GFT van Almelo moet bevatten.
Daar zijn wij het niet mee eens, ook in het licht van de statuten. Dat zal op korte termijn leiden tot een procedure waar wij de rechtmatigheid en de juridische haalbaarheid van dat standpunt in kort geding aan de rechter zullen voorleggen. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Twee vragen. Welk deel van het afval wil het college via Twence laten lopen en welk deel wil het openhouden voor aanbesteding? En behoort het tot de mogelijkheden dat de uitkomst van het kort geding, of misschien de inzet, is helemaal geen contract met Twence, ook niet voor dat deel dat het college eerst als inzet had? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Een beperkt deel van het afval zal wat ons betreft — conform de statuten die dat betreffen — een resort, een gebiedsdeel, behelzen. Dat zou een van de dorpen van Almelo kunnen zijn, waarbij je 90%van het overige afval beschikbaar houdt voor een aanbestedingstraject. Helemaal geen contract zou het meest wenselijk zijn, maar we realiseren ons dat er dan nog meer water naar de zee moet stromen. Dat zijn waarschijnlijk kwesties die in een bodemprocedure moeten worden uitgevochten. Het aanbod om een beperkt deel te legen en toch een verwerkingscontract te sluiten heeft te maken met een andere eis in de statuten, en dat is het kwaliteitscriterium.
Het aandeelhouderschap van Twence brengt namelijk met zich mee dat je ten minste een deel van je afval naar Twence moet brengen. Twence stelt zich op het standpunt dat dit alle afval moet omvatten. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Ik kan me voorstellen dat bij een contract voor R 2107039
onbepaalde tijd de mogelijkheid bestaat om het op enig moment op te zeggen. Wat zijn die voorwaarden? De heer LANGZUS (wethouder): Die zijn heel diffuus en wat ons betreft ver onvoldoende, omdat ze ervan uit blijven gaan dat afval geleverd wordt aan Twence. Daar zit niet iets van een voorbehoud in, zoals het mogelijk maken van aandelentransacties. Die zijn weliswaar mogelijk, maar alleen onderling. Dat zou een van de beperkte redenen zijn om van je afvalcontract af te komen. Maar in de basis is ervoor gekozen om het contract onbepaald te laten zijn. AVR komt daar bijvoorbeeld ook tegen in opstand. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Hoe verhouden het kort geding dat de gemeente Almelo in gang heeft gezet en de gang naar de rechter door AVR zich tot elkaar? Kan de wethouder daar iets meer over zeggen? En wat zou de uitslag van de bodemprocedure van AVR kunnen betekenen voorde haalbaarheid van de positie van de directie van Twence na de heel stevige woorden van die directie over het feit dat AVR zich bemoeit met allerlei zaken rondom Twence? Ik ben benieuwd naar de mening van de wethouder. De heer LANGZUS (wethouder): De reactie van de directie van Twence is voorspelbaar, zo gaat men in die wereld een beetje met elkaar om: bemoei je niet met onze zaak.
AVR komt vooral op tegen de stellingname dat er inbesteed kan worden en bestrijdt dat op principiële gronden en het Europees recht, inde veronderstelling dat de aandeelhoudende gemeenten onvoldoende afval leveren om aan het 80%-criterium vulling, een van de afvallijnen, te kunnen voldoen. Dat brengen ze nu in een bodemprocedure in en ze verzoeken de rechter om een verbod op te leggen om via inbesteding een contract af te sluiten. Dat zou betekenen dat ieder van de gemeenten via aanbesteding het afval op de markt moet gaan zetten. Onze stellingname is een slag anders. Wij maken gebruik van een aantal criteria uit de statuten. Ik zei al dat het kwaliteitscriterium verplicht tot het afsluiten van een verwerkingscontract. Heb je dat niet, dan zijn je aandelen vervolgens van nul en generlei waarde. Die moetje dan inleveren op eerste vordering. Wij sturen vooral op beperking van de duur van het contract, dus bepaalde tijd, en op een resort, dus een beperkt deel van het afval. Daarnaast hebben wij nog een eis over de hoogte van de verwerkingscontracten, die wat ons betreft alleen maar kostendekkend moeten zijn.
De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Alsje een contract afsluit, staan er toch ook contractuele verplichtingen in voor Twence en wat je terug wil voor het geld datje betaalt? Als je ziet dat de reden waarom Twence is opgericht en wat er nu wordt gedaan mijlenver uit elkaar liggen, zou dat toch een reden moeten zíjn voor de ontbinding van een contract? De heer LANGZUS (wethouder): Dat zijn kwesties die wij verderop in het proces, in de bodemprocedure zouden willen inbrengen. Dan gaat het feitelijk over de knellende situatie dat we vanwege het aandeelhouderschap verplicht zijn te blijven zitten en we er niets mee kunnen. In de basis heeft de heer Zielman gelijk met zijn analyse: het bedrijf is totaal anders dan waar gemeenten in de jaren 90 ooit zijn ingestapt. Bij de coronamiddelen handhaaft het college de bestendige lijn zoals uiteengezet in raadsbrieven die wij uw raad aangaande de rijksuitkeringen coronagelden hebben gezonden. Dat betekent dat het geld in beginsel, op een enkele uitzondering na, aan de algemene middelen wordt toegevoegd en als algemene dekkingsmiddelen worden gebruikt. Net als over 2020 zullen wij bij de jaarrekening de balans opmaken van alle corona-gerelateerde kosten, c.q. gederfde inkomsten, en de ontvangen middelen.
Dat betekent, dat we ten laste van, van het Rijk ontvangen coronamiddelen nu geen potjes gaan maken voor bijvoorbeeld binnenstad of cultuur. Dat Iaat natuurlijk onverlet dat we de ogen en oren goed openhouden. Mocht een culturele of vrijwilligersorganisatie als gevolg van corona in de problemen komen, gaan we zeker het gesprek aan. Overigens heeft uw raad bij de najaarsrapportage een bedrag van € 500.000 afgezonderd ten behoeve van een cultuurimpuls. Zo nodig kan collega Van Rees daar iets over zeggen. Voor het plan van aanpak laaggeletterdheid verwijs ik de vragenstellers naar het collegebesluit van 2 november jl. en de raadsbrief die wij uw raad daarover hebben gezonden. R 2107039
4
De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Tijdens de bespreking van de perspectiefnota hebben we gediscussieerd over de vraag: stel dat iemand een beroep doet op de gemeente, gaat het college dit dan heroverwegen? De wethouder zegt dat hij gaat kijken wanneer dit nodig is. Heeft er iemand de afgelopen zes maanden een beroep gedaan op de gemeente en welk bedrag heeft de wethouder daarvoor uitgekeerd? De heer LANGZUS (wethouder): We hebben, zoals u weet, een pot van € 50.000 beschikbaar gesteld voor verenigingen. De laatste stand van zaken is dat we vijf aanvragen binnen hebben gekregen, waarvan twee zijn ingetrokken, een is afgewezen en een is toegekend en een nog in behandeling ís. De mogelijkheid staat nog open, dus partijen kunnen zich nog melden. Er wordt dus niet heel erg veel gebruik van gemaakt. De heer BETE (Lijst fete): De vraag toen, en nu weer, betreft vooral de instellingen waarop we de afgelopen jaren hebben bezuinigd en die daardoor in het nauw zijn gekomen. De wethouder suggereerde in een van de interruptiedebatten dat hij hun misschien nog uitstel kon geven of even zou bekijken of er ergens een mogelijkheid bestaat. Die instellingen als Stadsmuseum en Bibliotheek hebben geen beroep gedaan op de gemeente? De heer LANGZUS (wethouder): Die € 50.000 stond niet open voor deze instellingen.
We voeren met hen gewoon het jaarlijkse gesprek over onder andere de voortgang van de taakstelling. De heer Van Rees kan daar desgewenst meer over zeggen. De heer CETE (Lijst Cete): Dank u wel. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Bij de jeugdzorg is het proces van doorontwikkeling en transformatie nog niet lang ten einde. De nieuwe Regiovisie jeugdzorg en onze Gemeentelijke visie sociaal domein gaan dat zeker tot uitdrukking brengen. Op alle vlakken, op alle terreinen zal onverminderd geïnvesteerd moeten worden, van demedicaliseren en normaliseren, tot verbetering van de preventie, het organiseren van deskundigheid en samenwerking rondom vindplaatsen van kinderen, de bestrijding van excessen zoals vechtscheidingen en het sneller op- en afschalen van hulp. Tegen de CDA-fractie zeg ik erbij dat striktere indicatiestelling daar zeker toe behoort. Dat alles moet leiden tot een beter opgroei- en ontwikkelingsklimaat voor kinderen en tot beheersbare kosten. Enkele fracties poneerden de stelling dat de afbouw van en bezuinigingen op welzijnswerk mede de oorzaak zijn van de toenemende vraag naar dure zorg. We kunnen overal over discussiëren, maar naar het oordeel van het college klopt die stelling niet. De stijging van de kosten voor jeugdzorg bijvoorbeeld, is in 2015 ingezet en lijkt eerst dit jaar enigszins te stabiliseren.
De forse verlaging van de subsidie bij Avedan van € 400.000 ís per dit jaar doorgevoerd, weliswaar leidend tot de afbouw van jongerenwerk, maar daarmee is dan ook gezegd dat het causale verband zoals gesteld, er niet is. Mevrouw GEERDINK (PvdA): De wethouder gaat ervan uit dat het om de bezuinigingen op welzijn van het afgelopen jaar gaat, maar volgens mij wordt er al vanaf 2009 bezuinigd. Het gaat dus niet over het afgelopen jaar. Ik heb proberen aan te geven dat erin het verleden, dus al jaren voor die tijd, is bezuinigd. Als de wethouder dat meeneemt, zou het kunnen dat er een verband is, toch? De heer LANGZUS (wethouder): Het heeft niet zoveel zin onbewezen stellingen aan te gaan. Ik reageer op de woorden die hier zijn gebezigd, bijvoorbeeld als het gaat om het afbouwen van het opbouwwerk of het jongerenwerk. Er werd een directe relatie gelegd met de problematiek en de stijgende zorgvraag in de sfeer van de jeugdzorg. Hier zal wetenschappelijk onderzoek aan ten grondslag moeten worden gelegd om het helemaal zeker weten. Wij zeggen er iets van als die causaliteit zomaar wordt geduld. De taakstelling heeft er namelijk wel toe geleid dat er kritischer wordt gekeken naar de opbrengst van de inzet en van bepaalde werkmethoden.
R 2107039
De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Avedan is destijds gekort op de subsidie. Maar aanleiding daarvan was natuurlijk ook dat ze jarenlang de subsidies zaten op te potten in de algemene reserve. Ik vraag me af of er nog afspraken zijn gemaakt tussen Avedan en de gemeente Almelo over de besteding van de gelden die nu in de algemene reserve zitten. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Die is tweeledig. Zoals u weet hebben we bij het opleggen van de taakstelling afgesproken dat € 400.000 moet worden ingevuld door ombuigingen in het takenpakket. Daar waar het gaat om frictiekosten - wantje moet dat ook wel kunnen doen als er bijvoorbeeld personeel in het geding is - mogen die deels ten laste worden gebracht van de vermogenspositie. Dat is dit jaar gebeurd voor € 200.000. Voor volgend jaar resteert er nog een restbedrag van naar mijn beste weten € 56.000 die op diezelfde wijze wordt ingevuld, dus gebruikmakend van de reserves. Voorde overige reserves is inmiddels een accountantsrapport opgemaakt. Het college moet daarvan nog kennisnemen en besluiten hoe we tot een versnelde afbouw van die reserves kunnen komen.
De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Voorzitter! Op het gevaar af nu al bij mezelf te constateren dat ik geprikkeld raak door de wethouder, maar ik vind het nogal eigenaardig en ik ben benieuwd hoe hij zijn eigen woorden onderbouwt als hij een stelling vanuit de raad durft af te kraken alsof hij wetenschapper is. Ik heb geen enkele onderbouwing van de wethouder zelf gehoord. De heer LANGZUS (wethouder): Het bewijs wordt geleverd door de toenemende zorgvraag, ondanks alle inzet die gepleegd is op het gebied van welzijn. We komen nog heel veel situaties in deze stad tegen die mensen vertalen in een zorgvraag, waarbij we specialistische zorg moeten inzetten, maatwerkvoorzieningen. Ik heb gezegd dat alle jongerenwerk dat niet heeft kunnen verhinderen. Daarmee zeg ik niet dat er niet in de basis goede dingen gebeuren, maarde stelling aangaan: welzijnswerk verhindert dus de toenemende zorgvraag? Zo zit die niet in elkaar. Kennelijk zullen we in dat hele veld — daar heb ik op gewezen, die doorontwikkeling — op een andere manier aan de slag moeten gaan. De heer BETE (Lijst fete): Ondanks of dankzij? De wethouder zegt dat de taakstelling de kwaliteitseisen niet heeft veranderd. Ik herinner me een politiek beraad waar Avedan aanwezig was. Wij hebben een onderbouwing gekregen van het financiële aspect, maar Avedan gaf geen antwoord op de vraag over kwaliteit.
Waar baseert de wethouder zijn antwoord op dat de kwaliteit nog steeds op niveau is? De wethouder zegt "ondanks". Maar is het niet dankzij de bezuinigingen dat de zorgvraag in de afgelopen jaren alleen maar stijgt, omdat we niet tijdig goed hebben ingegrepen? Omdat we met veel minder middelen, een taakstelling, wilden realiseren wat niet te realiseren viel en nu alleen maar meer wordt? ---De-heer-L-ANGIUS (wethouder): Ik ben de laatste-orn-fie-ontkennen dat we in de afgelopen jaren heel veel frictieproblemen hebben gehad, waarbij er natuurlijk allerlei vormen van inzet zijn geweest, maar wij niet toekwamen aan een ombuiging van die inzet en het inzetten van het effectieve deel ervan. Dat is een proces van geleidelijkheid. Dat verwijten we niemand, dat verwijten we Avedan niet. Dat verwijten we onszelf ook niet. We realiseren ons dat dit een proces van ombouwen is dat tijd nodig heeft. Daarmee is niet gezegd dat de kwaliteit van het werk door Avedan geleverd ondermaats is. Meer nog, we hebben jaarlijks een subsidie vastgesteld waarmee we ook hebben gezegd: vinkje, u hebt het geld rechtmatig en doelmatig besteed. De heer BETE (Lijst fete): Waar baseert de wethouder dit op? Avedan kan zelf niet uitleggen hoe de kwaliteit is gehandhaafd.
Waar baseert de wethouder het op dat Avedan voldoet aan de kwaliteitseisen met de bezuinigingen? Heeft hij er zelf onderzoek naar gedaan, gaat het beter met die ondersteuning? Dat is mijn vraag. De heer LANGZUS (wethouder): Dan kom jein de casuïstiek terecht van de ervaringen die bijvoorbeeld bij de wijkteams in de samenwerking met Avedan zijn opgedaan. Die zijn inde basis niet slecht. Maar of het allemaal verhindert dat er zwaardere zorg moet worden ingezet? R 2107039
6
Dat effect hebben we niet gezien, maar het is misschien ook niet voldoende gewisseld dat dit een van de doelstellingen is. Dat gesprek zijn we nu opgestart. Daarom, bezuinigingen, taakstellingen kunnen een druk veroorzaken die tot nieuwe inzichten leidt, want die zorgen ervoor dat we tot de kernen van zaken gaan doordringen en die aanpakken. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Voorzitter! Is de wethouder het met me eens dat Almelo niet de enige klant is van Avedan? Er zijn meer gemeenten klant: Twenterand, Rellendoorn-Nijverdal. Wat rechtvaardigt dat de wethouder en sommige mensen in de raad vinden dat ze aanspraak kunnen maken op de reserves van Avedan? De heer LANGZUS (wethouder): Omdat erin ieder geval in de verantwoording en de boekhouding van Avedan schotten zijn geplaatst. Ze verantwoorden zich over de subsidies die ze hebben gekregen en de werkzaamheden die ze hebben gedaan in het kader van de gemeente Almelo. Dat betekent dus ook dat er in de vermogenspositie voldoende schotten staan. Het is niet zo dat er een algemene reservepositie is die niet te herleiden is tot een van de opdrachtgevende gemeenten. Daarom zeg ik dat we het gesprek voeren over het deel dat betrekking heeft op Almelo.
De heer BUITENWEG (GroenLinks): Betekent dit dat de bedragen die genoemd zijn de bedragen voor Almelo zijn? Of gaat het om het totale bedrag? De heer LANGZUS (wethouder): Ik ga ervan uit dat dit het bedrag voor Almelo is, omdat we ons alleen maar oriënteren op de cijfers die betrekking hebben op Almelo. Voorzitter! Als het gaat om Avedan en de ombuigingen, weet uw raad ook dat er gelijktijdig veel geld beschikbaar is gesteld voorde uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk. Daarmee proberen we daar waar kinderen zijn sneller problemen te signaleren en aan te pakken, dus in die zin is dit de ombouw van het jongerenwerk. Tot zover mijn reactie op de bijdragen uit de raad. Dat brengt mij bij de moties en amendementen. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Nog heel even over de meetbaarheid van de preventie. Ik ben geen statisticus of iets in die geest, maar het zou toch zo moeten zijn dat alsje aan de ene kant een ton investeert in preventie en je weet hoe de tendens is bij de zwaardere zorg, dit aan de andere kant een factor twee, drie, vier aan vermindering op moet kunnen leveren. Zo'n beeld is toch wel te schetsen? Welk effect heeft dit op de zorgvraag? De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Dat is een heel goed uitgangspunt.
Alleen, het probleem zit in de casuistiek: werkt het in dat individuele geval ook precies zo uit? Investeren in preventie levert bovendien pas op termijn resultaten op zoals door de heer Stóteler geschetst, dat er met diezelfde factor verbetering te zien zijn aan de kant van de zorgkosten. Het is allemaal frictie, uitfaseren. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Ik kan het niet hebben over specifieke gevallen, want ik mag niet hopen dat het college voornemens is om bij specifieke gevallen te gaan kijken wat preventie daarvoor doet. Ik mag hopen dat het college over de hele breedte kijkt wat de investeringen in preventie doen aan de zware kant van de zorg. De heer LANGZUS (wethouder): Zo zit die in elkaar. De heer HUMMELS (Leefbaar Almelo): Ik ben benieuwd of de wethouder voor elke investering het rendement kan benoemen. Ik vind het een heel boude stelling van de PVVfractie dat dit drie, vier, vijf keerde investering moet kunnen opleveren. Ik ben benieuwd of hij alle investeringen zo kan onderbouwen. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Dat is wel de bedoeling, al was het maar dat we zicht moeten hebben op de structurele last die eruit voortvloeit. Die moet je afzetten tegen het belang - dat hoeft niet alleen geld te zijn, maar kan ook leuke dingen zijn - en de opbrengst R 2107039
7
door vermindering van de kosten elders. Dat brengt mij bij de moties. Ik begin met de motie ingediend door de D66-fractie. Motie 5a/amendement 5, Afschaffen precariobelasting vanaf 2023, ontraden wij. Het is redelijk een vergoeding voor het gebruik van het eigendom van een ander te vragen. Vanaf 2023 gaan de precarioheffingen stijgen. Daarover hebben we al afspraken gemaakt bij de perspectiefnota. De heer ST~TELER (PVV): Voorzitter! Geldt die precariobelasting ook voorde deelscooters? De heer LANGZUS (wethouder): Naar mijn beste weten niet. De heer ST~TELER (PVV): Volgens mij zou dat moeten. Ze maken ook gebruik van de openbare ruimte om geld te verdienen. Dat is toch, naar ik heb begrepen, de maatstaf voor het heffen van precariobelasting? De heer LANGZUS (wethouder): Meer nog, ze rijden op straten en wegen die met gemeenschapsgeld zijn aangelegd. Misschien wordt er zelfs wel wegenbelasting voor betaald. Dat komt in een ander potje terecht. Het gaat ons waarschijnlijk niet lukken hierop fijn te slijpen. Laten we het maar houden bij de constateringen dat wij geen precario heffen op deelscooters. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Volgens mij zijn precariorechten niet aan de orde. Ik denk dat de wethouder het ermee eens kan zijn dat het hier gaat om deelname aan het verkeer en dit niet anders is dan bij verkeersdeelnemers die gebruik maken van de openbare ruimte.
Want als je verkeerd parkeert, hoor je een parkeerboete te krijgen op basis van de wetgeving voor het verkeer. De VOORZITTER: Meneer Styteler, is de vraag voldoende beantwoord? De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! In mijn optiek gaat het niet om het gebruik van de openbare ruimte, maar om het bedrijfsmatig geld verdienen aan de openbare ruimte door gebruikte maken van een plek waarvan anderen dus geen gebruik meer kunnen maken. Het gaat niet over het betalen van wegenbelasting omdat de scooter over de openbare weg rijdt. Nee, het gaat over het aanbieden van je handel, op de stoep bijvoorbeeld. Daar gaat het toch om? Op die stoep waar die scooter staat, of waar een stoel staat of een tafel van een horecaonderneming, kan geen ander staan. Daar is de openbare ruimte in gebruik voor het verdienen van geld. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! Dit vraagstuk heeft zo veel rare kanten, dat als je hier echt iets mee zou willen, je dat fundamenteel zult moeten doordenken. Er zijn naast deelscooters nog talloze andere voorbeelden te bedenken waar het wringt en schuurt. Als we de doctrine van de heer St6teler gaan volgen, worden de Almelose burgers en bedrijven heel erg verdrietig, denk ik. Dat brengt mij bij het amendement ingediend door de D66-fractie A6, Investeringsreserve cultuur.
Wij ontraden dat gezien de aard van de ontvangen middelen van het Rijk, het feit dat we bij de jaarrekening de balans opmaken tussen kosten en rijksmiddelen en dat er een bedrag van € 500.000 is ten behoeve van een cultuurimpuls. Dan het amendement ingediend door de D66-fractie, Voorstel stadsontwikkelingsfonds. De exegese van de tekst die ons is aangeboden brengt ons ertoe het te ontraden, omdat wij in de eerste helft van 2021 nog geen concreet bestedingsvoorstel hebben. Dat zullen wij ook niet bij uw raad neerleggen. Wel komen wij met een set aan financieel-technische basisregels en afspraken, zeg maar het kader. De heer BETE (Lijst f ete): Voorzitter! De wethouder zet aan de ene kant € 7 miljoen neer zonder onderbouwing en hij zegt dat hij de komende raadsperiode wel ziet wat hij ermee doet. Dat is goed. Hij zegt ook dat hij dit morgen niet gaat uitwerken. Aan de andere kant wil hij dat niet doen als het om cultuur gaat, omdat hij zonder onderbouwing daarvoor geen geld wil reserveren. Dat begrijp ik uit zijn verhaal. Klopt dit? R 2107039
8
De heer LANGZUS (wethouder): Met dat verschil dat we voor cultuur een pot van € 500.000 hebben ten behoeve van de cultuurimpuls. Die moet nog ingevuld worden. Dat hebben we met elkaar afgesproken. De heer CETE (Lijst fete): Dat horen weal sinds de perspectiefnota. Dus heb ik een vraag aan de wethouder gesteld die hij heeft doorgespeeld naar zijn collega Van Rees. Ik hoop dat die straks op een inhoudelijke manier kan reageren, anders zien we elkaar in de tweede termijn. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Voor volgend jaar hebben we € 7 miljoen gereserveerd voor het stadsontwikkelingsfonds. De wethouder zegt dat er nog geen zicht is op hoe we dat gaan besteden in de eerste helft van het jaar. Ik vraag me af wanneer de wethouder daar wel zicht op heeft. De heer LANGZUS (wethouder): Voorzitter! We werken aan de uitwerking van een visie op diverse deelterreinen waarmee we in de toekomst in deze stad grootschalig aan de slag moeten. Ik denk bijvoorbeeld aan het gebied achter de molen, Kerkelanden en Ossenkoppelhoek. De diverse gebieden zijn bekend. Dat vraagt om een uitwerking en in die uitwerking staat vervolgens dat er uitnames uit dat fonds moeten worden gedaan, met inachtneming van de kaders en de afspraken die we met de raad gaan maken over de inzet van dat fonds.
Het hangt af van de afspraken die we met elkaar gaan maken, maar zelfs die uitnames, stel ik me voor, zijn telkenmale aanleiding om bij uw raad langste komen. De heer TEEUW (Christenunie): Voorzitter! Wordt die uitwerking ook uit dat fonds betaald, of staat dat er los van? De heer LANGZUS (wethouder): De uitwerking van de spelregels wordt uit de bedrijfsvoering bekostigd. Ik heb nog een motie staan, ingebracht door de VVD-fractie, Zelfevaluatie professionele instellingen jeugdzorg. Die is ingediend? Niet? Dan Iaat ik haar buiten beschouwing. Dat brengt mij aan het eind van mijn termijn. De VOORZITTER: Net geen twaalf minuten in totaal, een mooie uitdaging voor de andere leden van het college. We gaan kijken of wethouder Maathuis daartoe ook in staat is. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Volgens mij hadden we afgesproken dat de tijd van de vorige spreker automatisch meeloopt bij de volgende. De VOORZITTER: Nee, het is niet zo dat wat over is bij de een, bij de ander bijgeplust kan worden. Wethouder Langlus heeft een uitstekend voorbeeld gegeven van een bondige beantwoording. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Inde richtlijnen staat dat er tussen elke wethouder in gepoetst zou worden. Ik zie niets klaarstaan. Ik denk dat we met het oplopende aantal coronazieken niet voorzichtig genoeg kunnen zijn. De VOORZITTER: Helder! Dat gebeurt nu.
In deze dagen, wil ik u verklappen, leeft het college in een gezamenlijke bubbel, maar u hebt een punt. Mevrouw VAN DOORN (Lokaal Almelo Samen): U leeft misschien in een gezamenlijke bubbel, maar op dit moment zit u niet in die gezamenlijke bubbel, maar zitten we in onze bubbel. De VOORZITTER: We maken allemaal gebruik van hetzelfde spreekgestoelte en de wethouder boent nu vermeende virussen en bacillen weg. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Het is afgelopen dinsdag door meerdere R 2107039
fracties gezegd: Almelo staat er goed voor. En ja, de samenleving staat er beter voor dan vier jaar geleden, ook op het vlak van economie en participatie. Almelo groeit uit tot banenmotor van Twente. In de afgelopen vier jaar hebben bedrijven kunnen uitbreiden, zich nieuw kunnen vestigen en is cruciale bedrijvigheid voor Almelo en de regio Twente behouden, mede door de inzet van de gemeente via het Ondernemersloket. Er zijn cruciale banen, niet alleen op het vlak van logistiek, maar ook op het vlak van hightech en maakindustrie bij gekomen. Dat mag ons als Almelose politiek met trots vervullen. Dedrie-O-samenwerking tussen onderwijs, overheid en ondernemers, waarde CDAfractie aan refereerde, krijgt in Almelo en in Twente goed vorm. Prachtige initiatieven — overígens gepresenteerd tijdens het Twenteboard Event, van harte aanbevolen bij uw gemeenteraad — zijn bijvoorbeeld de High Tech Academy en het Twents Fonds voor Vakmanschap. Samen met mijn collega's Ten Heuw van Hengelo en Kampman van Enschede trekken wij de kar voor een vitale en toekomstbestendige arbeidsmarkt. Door de snelle technologisering en digitalisering wordt de invulling van een leven lang ontwikkelen alleen maar belangrijker. In het kader van de omvang van het bijstandsbestand zijn er ten opzichte van het perspectief van eind 2017 grote stappen gezet.
Eind 2017 was de voorspelling dat als gevolg van nieuwe instroom we in dit jaar op een omvang zouden zitten van 3100 uitkeringsdossiers. Gelukkig staat de teller nu op 2550 en blijven we, ondanks de complexiteit van de materie, onverminderd inzetten op een daling van het bestand door uitstroombevordering aan de ene kant en instroombeperking aan de andere kant. De heer CETE (Lijst Cete): De wethouder vergelijkt met: als we niets hadden gedaan. Nee, ik zou het vergelijken met wat hij zelf wilde bereiken. Wil hij de vergelijking ook trekken met de 2.000 of 1.500 die hij eerst opofferde en de 2.600 van nu? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! In de begroting heeft het college de ambitie uitgesproken om te streven naar een aantal van 2.200. Bij het begin van deze collegeperiode heeft het college bij de vaststelling van de programma's doelstellingen opgesteld en die voert het college uit. Ik val eigenlijk in herhaling van wat ik tijdens het politiek beraad heb gemeld. Zijn we er? Nee, we zijn er nog niet. Maar het is en zal onze gezamenlijke inspanning moeten zijn om daar naartoe te werken. Voorde F35 zijn in deze bestuursperiode de nodige stappen gezet, zeg ik ook tegen de heer Teeuw die daarbij uitgebreid stilstond in zijn eerste termijn. Onze financiering is afgedekt door de Nota kapitaalgoederen en in een politiek beraad zijn met uw raad de planning en tracés besproken.
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! In aansluiting op de vraag van de heer Cete. De heer Maathuis stapt er vrij makkelijk overheen. Hij heeft desondanks met veel bombarie en een zekere mate van arrogantie gepresenteerd dat hij het wel even zou redden en het hem zou lukken het aantal bijstandsuitkeringen terug te brengen naar 2200. Wat is de toegevoegde waarde van de heer Maathuis om de boel op orde te brengen? We zijn nu drieënhalf jaar verder. Feitelijk heeft hij niet zo heel veel gepresteerd. Wellicht dat ik het niet zie, daar wil ik heel eerlijk in zijn. Ik wil hem de kans geven: wat was zijn toegevoegde waarde? Welke dingen heeft hij zo wezenlijk anders gedaan dat hij zegt: kijk... De VOORZITTER: Uw vraag, die nogal verscherpend werkt, is helder. De wethouder krijgt om te reageren. gelegenheid de De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! In de afgelopen vier jaar— mijn voorgangers hebben in dat opzicht ook hun best gedaan — is volop ingezet op toeleiden van mensen naar werk. We hebben inde afgelopen vier jaar 1700 matches naar de arbeidsmarkt tot stand gebracht. Dat is nogal wat. Dat heeft geleid tot de beëindiging van 750 uitkeringsdossiers. Uiteraard houdt beëindigen van uitkeringen ook verband met het feit dat mensen met pensioen gaan, AOW ontvangen, of verhuizen. Dat zijn redenen van instroom en uitstroom in het bestand. Dat bestand is hoogst dynamisch.
R 2107039
10
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Ik erken ruiterlijk dat ik de heer Maathuis niet heel erg geloof. Ik geloof wel dat het bestand dynamisch is, dat er uitstroom en instroom is geweest en dat er mensen met pensioen zijn gegaan. Ik ben benieuwd naar zijn toegevoegde waarde vergeleken zijn voorgangers, die hij nu ineens een compliment geeft. Ik neem aan dat er ook in de periode voorafgaand aan 2018 heel veel mensen zijn uitgestroomd. Dat is toch een soort logisch gevolg? Je mag toch verwachten dat er mensen uitstromen? Maar nogmaals, wat was concreet de toegevoegde waarde van de heer Maathuis? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Ik heb uitgevoerd wat uw raad elke keer bij besluiten heeft vastgesteld, namelijk een betere balans in deze stad ten aanzien van de omvang en het aantal bijstandsgerechtigden. Dat dit niet ieders keuze raaktin deze raad, is onderdeel van de politiek en moeten we respecteren. De heer BETE (Lijst fete): Heerlijk om de wethouder zo te zien: uw raad. Nee, uw college is steeds met een voorstel gekomen onder zijn leiding, en de meerderheid van de raad heeft zijn plannen geaccepteerd. Maar een grote minderheid heeft hem er telkens op aangesproken dat de plannen onrealistisch waren.
Geeft hij nu die minderheid gelijk, vooral de oppositiepartijen die hem continu bekritiseerde op te ambitieuze, onrealistische plannen? Hij zegt dat het nog steeds niet is gelukt die ambitie te halen, met alle inzet van zijn collega's, de langdurigheidstoeslag, de tegenprestatie en 3000 banen extra. Hij zegt: Uw raad heeft de ambitie voorgesteld en ik heb mijn best gedaan en het is niet gelukt. Nee, hij was degene die te ambitieus was. Geeft hij mij gelijk? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Het antwoord is nee. Wij blijven streven, ook in deze begroting, naar een betere balans in de stad, breed, ook ten aanzien van de omvang van ons uitkeringsbestand. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Dit zijn heel politiek correcte antwoorden. Ik kondig nu alvast aan dat ik voor 7 december a.s. een interpellatiedebat zal aanvragen en daarin de heer Maathuis zal vragen heel goed uit te leggen wat hij in het verleden allemaal heeft gezegd en wat er is uitgevoerd. De VOORZITTER: Dat verzoek ziet het presidium graag komen. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Ik krijg bijna bewondering voor deze wethouder die cijfers weet te noemen, maar ik ben benieuwd naar hoe die cijfers een permanente ontwikkeling duiden.
Hij heeft het over 1700 matches op de arbeidsmarkt — ik ben niet zo goed in cijfers, ik dacht dat er iets niet klopte aan mijn cijfers — maar ik ben benieuwd hoe permanent die zijn. Want ik weet uit allerlei verhalen dat heel veel mensen tijdelijk uitte uitkering zijn, maar weer daarna net zo hard terugvallen. Ik kan heel makkelijk 3000 keer een match hebben, maar dat kan misschien maar over 100 mensen gaan. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Voor sommige individuen zal de uitstroom een permanent karakter hebben. Die stromen dan duurzaam uit naar werk. Maar voor anderen is dat niet het geval. Wij hebben inde coronacrisis ook gezien dat mensen die onvoldoende WW-rechten hebben opgebouwd vanwege de onzekere economische situatie, geconfronteerd zijn geweest met de beëindiging van het tijdelijk dienstverband. Ze doen dan weer een beroep op de bijstandsuitkering. Helaas ja, dat delen we met elkaar. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Toen ik in de vorige eeuw samen met mevrouw Van Doorn in de Commissie sociale zaken zat, kwamen deze aantallen ook al voorbij. De aantallen zaten toen ook al tussen de 2500 en 3000. Er zijn ontzettend veel goede plannen geweest. Ik denk dat de wethouder het met mij eens is, althans dat hoop ik vurig, dat we het hierover aantallen hebben, maar het gaat om de mensen die erachter zitten. En dat zijn steeds andere mensen.
Ik hoop dat we mensen die hierin terechtkomen, perspectief kunnen bieden. En dan mag het aantal zijn zoals het is, als het maar steeds andere mensen zijn die dat aantal vormen. R 2107039
11
De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Mooier had ik het niet kunnen verwoorden. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Voorzitter! Volgens mij is er een nieuwe werkwijze en wordt er toegeleid naar de arbeidsmarkt via de wijkcoach. Ik ben benieuwd hoe dat loopt, of de medewerkers daarmee goed overweg kunnen en of dat eraan bijdraagt dat mensen langdurig of in ieder geval duurzaam uit de bijstand worden geholpen. De heer MAATHUIS (wethouder): Zeker. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! We hebben het gehad over het voorkomen van instroom. Ik lees in de begroting over de zogenaamde Rotterdamwet; daar wil ik van wegblijven. Ik hoor de wethouder beamen wat mevrouw Ten Seldam zegt, dat het steeds wisselende mensen zijn die ervoor zorgen dat het aantal gelijk blijft. Wat doen wij eraan om mensen die doorstromen van WW richting bijstand vroeg te signaleren? Ik weet dat dit in het verleden heel lastig was, omdat het UWV er niet zo'n voorstander van was om die informatie over te dragen aan de gemeente. Maar wat doen wij in dat kader om die mensen preventief op te vangen en te kijken of we die kunnen begeleiden naar werk? Ik denk dat daar nog een grote slag te slaan is. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Elke situatie die we op die manier kunnen voorkomen, is er een en telt, maar ik denk dat de heer Zielman de aantallen overschat.
We zien dat de doorstroom uit de WW naar de bijstand op dit moment heel laag is. Dat heeft alles te maken met de economische conjunctuur waarin we zitten. Als de heer Zielman hier regelmatig rondloopt, dat doet hij, ziet hij beneden de inhuizing van het Werkplein in onze publiekshal. Daarin is ook het UWV vertegenwoordigd. Het klopt dat het UWV in het verleden niet was aangesloten op de samenwerking met het Werkplein. Dat had te maken met de reorganisatie binnen het UWV. Ze zijn dit inmiddels ruim een jaar wel. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Ik wil de reactie van de wethouder op mevrouw Ten Seldam goed begrijpen: "mooier had ik het niet kunnen zeggen." Ik denk dat dit een kleine misvatting is. Als ik goed luister naar mevrouw Ten Seldam, begrijp ik dat we ons erbij neerleggen dat het iedere keer andere mensen betreft, maar dat de aantallen niet dalen. Begrijp ik dat de wethouder dit bedoelt en betekent zijn reactie dat hij zich daarbij neerlegt? Volgens mij is dat niet het geval. Wat ons betreft mag het ambitieniveau in lijn zijn met wat de wethouder daarover zegt. De Wbmgp maakt er wat ons betreft zeker deel van uit. Kan de wethouder nog een keer kort reflecteren op wat hij bedoelt met "móoier had ik het niet kunnen zeggen?" Want ik denk dat ik hem niet goed heb begrepen. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Graag.
Ik heb mevrouw Ten Seldam niet horen zeggen dat we ons erbij neerleggen. Ik heb haar wel horen zeggen dat het bestand hoogst dynamisch is. Sinds de instroom van bijvoorbeeld heel veel mensen met een status vanaf 2015, hebben we ongeveer 400 mensen in het bijstandsbestand erbij gekregen. Zij zijnde afgelopen vier à vijf jaar ingestroomd, doen een beroep op een uitkering, hebben een grote afstand tot de arbeidsmarkt en taalproblemen. Het is een grote uitdaging om die aan de slag te krijgen. De ambitie blijft, we leggen ons nergens bij neer — ik heb mevrouw Ten Seldam dat ook niet horen zeggen — maar ze geeft terecht aan dat vanwege de ontwikkelingen zich altijd situaties voordoen waardoor er nieuwe instroom is. Ik heb net de stroom statushouders genoemd, maar we hebben ook gezien dat door landelijke wet- en regelgeving het UWV heel stringent is in de toeleiding van mensen naar een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Die groep krijg je dan uiteindelijk ook in de bijstand. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Ik zal wegblijven van de term "dweilen met de kraan open", maar het heeft daar wel iets van weg, als we constateren dat de instroom van buiten invloed blijft hebben op de aantallen en het telkens andere mensen zijn — zoals mevrouw Ten Seldam zei — die van buiten komen.
Wat is de reactie van de wethouder hierop? Welke maatregelen, anders dan we nu doen, of welk ambitieniveau zou erbij horen? En spreken we R 2107039
12
over de Wbmgp om die maatregelen verder aan te scherpen, om die instroom te beperken? De heer MAATHUIS (wethouder): De Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) ziet vooral op de leefbaarheid. Collega Van Rees zal daarover in zijn eerste termijn iets zeggen. Het is van belang ervoor te zorgen dat wij naar de instroom in bredere zin kijken en proberen duidelijk te maken dat we van de mensen die inde bijstand zitten verwachten dat ze zo snel mogelijk uitstromen, en hun vragen wat ze nodig hebben en hoe we hun kunnen helpen om zo snel mogelijk aan het werkte komen. Daarop zijn onze acties gericht. We leggen ons er niet bij neer. We voeren in dat opzicht de wet uit en hebben een zware taak op het vlak van re-integratie. Daarop zetten we vol in, ook de afgelopen vier jaar, en daarmee blijven we doorgaan. De heer PAUWELS (VVD): Voorzitter! Ik hoor de wethouder zeggen: met de maatregelen díe we al hebben. Ik zou graag meer horen hoe we ervoor zorgen dat die instroom beperkt wordt, dat we of een ander aanbod hebben of de instroom beperken. Anders blijf je bij de nare term "dweilen met de kraan open". Dat willen we juist niet meer in deze stad. De VOORZITTER: Mevrouw Ten Seldam sloeg aan. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Dat deed ik, maar ik kom er in mijn tweede termijn wel op terug, want dan breng ik u niet steeds in een spagaat omdat ik het woord wens.
De VOORZITTER: Dat ervaar ik niet als een spagaat. U krijgt het woord desgevraagd gewoon van mij. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Ik ben daarin heel eerlijk. Ik wilde reageren op de woorden die heer Pauwels mij in de mond legt. Dat zou ik via de spreektijd van de wethouder doen. Ik doe dat keurig in mijn tweede termijn. De VOORZITTER: Dan zou het zo'n "bent u het met me eens dat"-interruptie zijn. Fijn dat u daar als voorbeeld de vinger op legt. De heer BUITENWEG (GroenLinks): Voorzitter! Ik heb het idee dat hier een mythe ontstaat over de aantallen in de bijstand. Er wordt gereageerd op de woorden van mevrouw Ten Seldam met dat die 3000 mensen een wisselend bestand vormen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een groot deel, misschien wel de helft, een vast bestand is bestaande uit mensen die om diverse redenen nooit aan het werk komen: ziek, verslaving, noem maar op. Zij komen er nooit uit; daarvoor moeten we andere dingen doen. Dat heb ik gezegd in mijn bijdrage. De heer Hummels heeft er ook aan gerefereerd. Kan de wethouder bevestigen dat er een vast bestand is en dat we moeten erkennen dat er mensen zijn die er echt nooit uitkomen, sorry, maar helaas? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Dat kun je alleen maar met cijfers onderbouwen.
Het aantal dat langer dan tien jaar gebruikmaakt van een bijstandsuitkering ís ongeveer 25°/o van ons uitkeringsbestand. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Tegenstrijdigheden van de wethouder. Ik kijk nu al uit naar het interpellatiedebat. In reactie op de raad zegt de wethouder dat er WW'ers in de bijstand zijn gestroomd. Komt er een vraag van de heer Zielman: maar hoeveel WW'ers zijn er ingestroomd? Dan is het aantal WW'ers heel erg beperkt. Wat is het antwoord? Zijn politiek leider heeft het continu over instroom en uitstroom. De totale instroom was 16 personen in 2021 tot oktober en de uitstroom 67. Dat zijn de cijfers van de wethouder, ik heb ze niet bedacht. Dus de uitstroom is groter dan de instroom. Met alle meevallers lukt het de wethouder nog steeds niet om zijn ambitie te realiseren. En afgelopen 100 jaar is het aantal uitkeringsgerechtigden in de gemeente Almelo hetzelfde. Voorde derde en laatste keer - ik hoop dat de wethouder dit kan toegeven - heeft hij het cijfer onder druk van zijn partij misschien te ambitieus neergezet? Snapt hij dat dit niet te realiseren is? Hij moet niet doen R 2107039
13
alsof wij dat niet willen. Ik gun mijn stad, vooral de Almeloërs, geen enkele bijstandsgerechtigde. Het gaat mij niet om geld, het gaat om mensen. Maar deze ambitie is niet realiseerbaar met alle tegenstrijdigheden. Daarop wil ik een antwoord. De VOORZITTER: Meneer fete, ik waardeer uw retoriek, maar doe dat vooral in de ruimte van uw eigen termijn. Toen mevrouw Ten Seldam het had over de vorige eeuw, ging het niet over de afgelopen honderd jaar. Althans, dat hoop ik niet. Maar we luisteren even naar de wethouder. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Aan het begin van deze bestuursperiode hebben raad en college een programma geformuleerd op economie en participatie. We hebben er doelstellingen aan gehangen en hebben geconstateerd dat wij in deze stad op dat moment 60% meer bijstandsgerechtigden hadden dan een gemeente in dezelfde grootteklasse. Alsje dat afzet tegen de hoeveelheid banen in deze stad, de WW-rechten, zie je dat er een disbalans is. Daaraan proberen we wat te doen. Hebben we die ambitie staan? Het antwoord is ja. Blijven we daarnaar streven? Het antwoord is ja, hoe weerbarstig de materie ook is. Ons college blijft daarop gewoon inzetten, juist om die mensen verder te helpen en toekomstperspectief te bieden. De VOORZITTER: In de volgende termijn mag de heer Cete zeggen: dat heeft de wethouder geantwoord en dat vind ik ervan.
Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik wil iets zeggen over de oorzaak dat iemand in de bijstand komt. Ik zie dat de wethouder in de begroting steeds spreekt over flexibel zijn, elk gewerkt uur telt en dat soort dingen. Is dat ook een oorzaak van de instroom inde bijstand? Want hoe meer mensen geen WW opbouwen, hoe sneller we ze terug hebben in de bijstand. Een vaster contract is misschien beter om uiteindelijk de instroom in de bijstand te beperken. Die flexibilisering van de arbeidsmarkt is misschien niet eens zo heel goed voor deze stad. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Mevrouw Geerdink geeft terecht aan dat flexibilisering in dat opzicht minder zekerheid biedt; dat klopt als een bus. Alleen, het vraagstuk over arbeidscontracten en wetgeving daaromtrent ligt niet op ons bordje als gemeente Almelo. Dat is aan de landelijke politiek. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Ik denk dat we daarin wel een deel kunnen doen. Het gaat vooral om de Ionen. Mensen die werken als huishoudelijke ondersteuning in de thuishulporganisaties verdienen nu ongeveer € 10 à € 11 per uur. Organisaties kunnen die mensen niet langdurig in dienst nemen. Als de gemeente bij de aanbesteding ervoor zorgt dat het uurloon op € 14 zit, hebben organisaties meer gelegenheid om die medewerkers een langerdurend contract te geven, waardoor ze minder snel zonder werk komen te zitten.
Zou dit een oplossing kunnen zijn om flexibele arbeid tegen te gaan? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! We houden in onze aanbestedingsregels rekening met de AMvB, de algemene maatregel van bestuur, tot stand gebracht door oudstaatssecretaris Van Rijn in zijn nadagen. We houden rekening met reële tarieven in onze inkoop punt. De heer STOTELER (PVV): Voorzitter! De wethouder antwoordde de heer Pauwels dat het hij tegen de mensen die de bijstand instromen zegt dat hij verwacht dat ze aan het werk gaan en vraagt hoe hij hen kan helpen. Volgens mij heeft hij dat verkeerdom gezegd en had hij moeten zeggen: wij gaan u helpen en verwachten dat u daaraan meedoet. Volgens mij moet het in die volgorde. Over de langdurig bijstandsgerechtigden, die 25%die langer dan tien jaar in de bijstand zit. De afstand tot de arbeidsmarkt is bij die mensen wel heel erg groot, uberhaupt bij mensen die in de bijstand zitten, maar er zit een gelaagdheid in. Mensen die net vanuit de WW landen in de bijstand, hebben nog niet zo'n grote afstand tot de arbeidsmarkt als de mensen die onderin de put zitten. Is de wethouder bezig om over de hele breedte, dus al die mensen, te benaderen, R 2107039
14
of pakt hij alleen de mensen die hoog in die put hangen? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! We benaderen iedereen en dat doen we al sinds 2019, toen de Uitvoeringsregeling Participatiewet door het college is vastgesteld. Dat is een significante beleidswijziging ten opzichte van het verleden, toen nog een keuze werd gemaakt voor - ik noem het - de kansrijken. Zo werd dat in onze raad, toen ik nog in de zaal zat, met ons gedeeld. Daarin is dus een beleidswijziging opgetreden. Iedereen verdient onze aandacht. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Ik reageer op de cijfers die hier langskomen. Er is zelfs gezegd dat de cijfers al 100 jaar hetzelfde zijn. Nee, dat zijn ze niet. Jaren geleden zaten ze ver boven de 3.000. In mijn vorige periode waren ze rond de ruim 2.800. Nu zitten we op 2.500. Dus er is wel degelijk hard aan gewerkt. We moeten niet vergeten dat de problemen rondom corona anderhalf jaar geleden ontstonden. Heel veel mensen zijn toen ontslagen en een deel daarvan is inde bijstand gekomen. Ik zou liever van de wethouder willen horen hoeveel extra duurzame banen er de laatste jaren bij zijn gekomen in Almelo. Dat is, denk ik, veel interessanter dan over die cijfers te spreken waar nu over gesproken wordt. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Ik verwijs even naar de begroting. Volgens mij zijn erom en de nabij 3000 banen bij gekomen in deze stad.
Dat is goed nieuws. De heer DE OLDE (PVA): Voorzitter! Ik was er altijd voor dat XL Park volgebouwd zou worden en er meer banen zouden komen. Maar er staan nog steeds heel veel mensen aan de kant van de samenleving die nooit aan het werk komen. Wat doen we daarmee? Krijgen die een opleiding of worden ze begeleid? De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Afhankelijk van de afstand tot de arbeidsmarkt, zetten we instrumentarium in om die mensen te helpen. Voor iemand die een heel grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft, kun je kijken hoe die zich op de een of andere manier nuttig kan maken voorde samenleving. Hoe kun je daarvoor zorgen en wat heb je nodig om die stappen te zetten? Ik heb niet voor niets in mijn inleiding gezegd dat het Twents Fonds voor Vakmanschap ook beschikbaar is voor mensen met een bijstandsuitkering, juist voor mensen die niet hooggeschoold zijn, om tot mbo 4 de juiste opleiding te bieden om in een kansrijke sector in deze regio aan de slag te gaan. De heer TEUNIS (SP): Voorzitter! De wethouder zei in reactie op een aantal fracties die over de Wbmgp begonnen - die gaat over leefbaarheid en veiligheid - dat wethouder Van Rees daarover gaat. Maarde Wbmgp staat wel in de visie van het Programma economie en participatie genoemd. Ik ben benieuwd of het daar heel ongelukkig staat opgeschreven.
De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Er staat één zin ongelukkig opgeschreven. De heer Van Rees gaat daarover straks het nodige zeggen. Maar het is goed om te melden — ik heb dit in het politiek beraad ook gedaan en val in dat opzicht in herhaling — dat de Wbmgp in het Programma economie en participatie staat, omdat daarin het verleden volgens mij het Project Instroom Nieuwe Inwoners (PIN) werd genoemd. Uw raad wil dat project niet vanwege de administratieve lastendruk. Toen heeft volgens mij de CDA-fractie deze suggestie gedaan. Daarom is de Wbmgp in dit programma ondergebracht. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! De heer Maathuis geeft aan dat dit op voorspraak of initiatief van de CDA-fractie is geweest. Dat is correct. Het is niet correct dat dit gerelateerd was aan participatie, want dit was in het kader van de woonvisie. Dat de Wbmgp bij wonen is, hoort en blijft, steun ik volledig. Ook dat is door de heer Maathuis beoogd. De heer MAATHUIS (wethouder): Klopt. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Het ging eerst om het PIN-project, maar dat is toen afgeschoten. Daarna werd de Wbmgp als oplossing gezien. Maar ook nu weer staat in de R 2107039
15
begroting het weren van mensen van buiten Almelo zonder baan. Is dat de doelstelling van de wethouder met die wet? Want dat was bij het PIN-project zo. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Het streven is te komen tot een stad in balans en tot betere leefbaarheid en veiligheid in de wijk. Mevrouw GEERDINK (PvdA): Dan wil ik meteen weten wat die stad in balans is. De heer MAATHUIS (wethouder): Volgens mij heeft de heer Pauwels daarvoor afgelopen dinsdag in zijn termijn een heel mooie voorzet gegeven. Dat is het bieden van kansengelijkheid voor onze hele samenleving. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! Portefeuilles en politieke realiteit. 21 september jl. heeft de wethouder in een artikel in de krant de Rotterdamwet enorm verdedigd om de instroom van dertig mensen per jaar tegen te kunnen houden. Kijk, dat de wethouder de vraag doorstuurt naar zijn collega Van Rees, snap ik. Maar waarom heeft hij in het openbaar een wet verdedigd waarmee hij zijn eigen aantallen naar beneden wilde krijgen? Moet ik het hele artikel voorlezen? De wethouder weet donders goed wat erin dat artikel staat. De VOORZITTER: We gaan de krant hier niet voorlezen, de krant moet ons voorlezen. De heer MAATHUIS (wethouder): Voorzitter! Zo is het. De krant kiest zijn eigen woorden, In het artikel wordt het ene aan het andere geknoopt.
Volgens mij is het standpunt van het college te bekijken wat deze wet kan betekenen voor Almelo. De heer Van Rees zal er in zijn eerste termijn op ingaan. De heer BETE (Lijst Cete): U en uw partij hebben dagenlang op uw sociale mediasite gezet dat u achter dat artikel stond. Ik heb nooit iets van kritiek van u gelezen. De VOORZITTER: Even om het goed te hebben, hier ligt voorde begroting van het college van B&W van Almelo. Dat kan daarop bevraagd worden. Wat er partijpolitiek uitgespookt wordt, vind ik allemaal prima. Daar ga ik niet over. En wij gaan al helemaal niet over wat erin de krant staat. Laat u beperken tot het boekwerk dat wij hebben aangeleverd. De heer BETE (Lijst fete): Voorzitter! In een democratie zijn publieken pers middelen om met de samenleving te communiceren. Als het college bij monde van wethouder Maathuis iets zegt en er komt een tekst waarvan hij geen afstand neemt maar die hij promoot, denk ik dat ik als raadslid het recht heb om hem daarop te bekritiseren. - -De VOORZIT-TER: Dat hebtu~en ik zeg ook helemaal-niet dat u dat recht niet hebt, maar we moeten een aanschouwelijk debat voeren over wat het college van de raad vraagt, namelijk de vaststelling van de Begroting 2022. We moeten proberen begrijpelijk te houden waar we het over hebben. Ik rond dit punt echt af. De wethouder heeft nog maar 2,5 minuten gesproken. Hij gaat nu verder met zijn tekst.