3.2 2Notulen raadsvergadering 21 december 2021.pdf
Tekst van het document
Notulen Raadsvergadering Gemeenteraad Almelo Datum:
21 december 2021
Aanvang:
19.30 uur
Locatie:
in verband met de coronamaatregelen vindt de vergadering digitaal en zonder publiek plaats.
Voorzitter:
de heer A.J. Gerritsen, burgemeester; mevrouw Ten Seldam, vicevoorzitter van de raad, tijdens de behandeling van agendapunt 4.
Griffier:
mevrouw K.D. Handstede.
Aanwezige leden:
de heer F. Akse, mevrouw Y. Bijenhof, mevrouw J.T. Buikema-Albers, de heren H. Buitenweg, U. Çete, mevrouw M.J.C. van Doorn, de heer A. Ekizkuyu (later), mevrouw H.J. Geerdink, de heren R.H. Gelici, F.J. Gerritsen, mevrouw E. van den Ham-Jaarsma, de heren M.V.F.M. Hubers, A.G.P. Hümmels, J.L.R. Kampman, H.F.T. Kamst, W. Loupattij, M. Makkinga, E.J. van Marle, mevrouw Q.D.D.M. Munnich, de heren H.G. de Olde, J. Pauwels, mevrouw P. Pol, mevrouw M.I. van Saane, mevrouw I.A.M. ten Seldam, de heren T.S.M. Stöteler, W.B. Teeuw, H. Teunis, J. Tijhof, A.J.J.M. Trienen, W.H.H.L. Weinreder, J.B.W. Wiertz, mevrouw D.C. Wind en de heer M. Zielman.
Afwezige leden:
de heren G.W.L. Stork en A. de Vries.
Aanwezige wethouders: de heren A.L. Langius, A. Maathuis, E.J.F.M. van Mierlo en J.M. van Rees.
1. Opening en mededelingen. De VOORZITTER: Dames en heren! Van harte welkom in deze digitale vergadering van de raad van Almelo. Deze vergadering vindt voor de meesten van u op een andere plek dan het stadhuis plaats. Niet voor mij, de vicevoorzitter en de griffier. De technische ondersteuning zit ook in de zaal. We hebben vanavond een overzichtelijke agenda te bespreken, maar met voldoende inhoud. Ik stel uw aanwezigheid vast door uw namen op te roepen. Ik constateer dat de heer Ekizkuyu nog niet aanwezig is. Bericht van verhindering is ontvangen van de heren Stork en De Vries. Voor de opening van de vergadering geef ik het woord aan de heer Akse. De heer AKSE (SP): Voorzitter! Ik ga het niet over een artikel uit de Grondwet hebben. Die R 2207081
1
moeten we tenslotte als burger allemaal kennen. Ook niet over een onderwerp uit het manifest van de Universele Rechten van de Mens. Ik ga een column voorlezen die ik een maand geleden las en mij raakte, omdat ik daar veel uit herkende. Ik heb toestemming van de schrijfster gekregen. De column is getiteld "wij-wij". "Joran kent de woorden kut-Marokkaan, kankerlul en aandachtshoer niet. Een hoofddoek zet geen kwaad bloed bij hem. Die zal hij leuk vinden, omdat je eraan kan trekken. Kroeshaar kriebelt tegen zijn hand en glad haar wil hij aaien. Joran raakt mensen graag aan. Racisme is hem vreemd, vooroordelen kent hij niet. Gaat thuis de bel, dan roept hij "mama opendoen". Joran is nieuwsgierig en verwelkomt iedereen. Niks wij-zij. Gezellig wij-wij. Hij vindt mensen leuk en lief, tot het tegendeel bewezen is. Joran zal je nooit op je verleden pakken, hooguit pakt hij je hand. Joran snapt niet wat een homo is, laat staan wat hetero betekent. Hij maakt evenmin onderscheid tussen dik, dun, rijk, arm, Tokkie of elite. Joran kijkt op niemand neer – vanuit zijn rolstoel kijkt hij altijd omhoog. Aan zijn hemel staat de zon of het regent. Joran zegt sorry als hij je pijn heeft gedaan. Dankjewel als je hem helpt. En toont belangstelling door te vragen "hoe is het met jou"? Kijkt hij voetbal op televisie, dan juicht hij bij ieder doelpunt, ongeacht de clubkleuren.
Joran is kampioen in het delen van blijdschap. Het veld op stormen zal hij niet kunnen – vanwege die rolstoel. Spelers van de tegenpartij slaan al helemaal niet; hij heeft een lage spierspanning. Het is dat krakkemikkige lijf, waardoor hij bijna niks kan. Joran moet altijd wachten. Op eten, op gezelschap, op de taxi, op een nieuwe rolstoel, op iemand die zijn luier verschoont. Toch voelt hij zich nooit tekortgedaan. Zal nimmer klagen. Wijst niet verongelijkt naar mensen die het beter hebben en is onbekend met de begrippen jaloezie, misgunnen en kwaadspreken. Liever zingt hij een liedje. Joran geeft geen anderen de schuld en wenst niemand dood op sociale media. En dan noemen we hem verstandelijk beperkt." Joran, de zoon van Annemarie Haverkamp, is op 17-jarige leeftijd overleden. De gehandicapte jongen overleed aan een longontsteking. Hij was 18 jaar lang onderwerp van haar columns in dagblad De Gelderlander. Ik wens haar gezin veel sterkte. En ondanks dat Joran er niet meer is, heel fijne feestdagen. Ik denk dat Joran zou willen dat ze er een feest van maken. Ik wens iedereen alvast heel fijne dagen en hoop dat ik iets ter overdenking heb meegegeven. De VOORZITTER: Dank u wel, meneer Akse. Ik denk dat ik namens ons allemaal spreek dat u dat gelukt is met de indrukwekkende column die u ten beste hebt gegeven.
Het is heel mooi om te zien hoe de leden van de raad elke keer opnieuw op een heel mooie en zinvolle manier invulling geven aan dit moment. Voor nu dank ik u voor de bijdrage die u aan dit moment geleverd hebt. Ik doe een aantal mededelingen. In de eerste plaats dat de heer Gelici mij heeft laten weten dat hij zich heeft aangesloten bij de fractie van Lokaal Almelo Samen. Het persbericht daarover is op 9 december 2021 uitgegaan en vindt u bij de ingekomen stukken voor de volgende raadsvergadering. Ik heb samen met de griffier meteen uitvoering gegeven aan het voornemen dat zowel de heer Gelici als de fractie van Lokaal Almelo Samen hebben uitgesproken. Ik maak graag van dit moment van de vergadering gebruik om mevrouw Pol te feliciteren met haar verjaardag die zij gisteren vierde, net niet met de zonnewende geboren, maar een dag daarvoor. Ik hoop, mevrouw Pol, dat u een fijne dag hebt gehad. 2. Vaststellen agenda. De VOORZITTER: Alle agendapunten van vanavond zijn bespreekstukken. Er is een motie vreemd aan de orde ingediend, getiteld "Open het buitenzwembad tijdens de lockdown". De GroenLinks-fractie is de eerste indiener. De motie is medeondertekend door de fracties van SP, PvdA en Leefbaar Almelo De agenda wordt hierna zonder stemming ongewijzigd vastgesteld.
R 2207081
2
3. Vaststellen afhandelwijze ingekomen stukken. Raadsbrieven vanuit B&W (R 2106990). Met betrekking tot de ingekomen raadsbrieven vanuit B&W wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. Aan de gemeenteraad (R 2106991). De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! De brief van Villa Pinedo, briefnummer 20211206, is namens alle kinderen van gescheiden ouders gestuurd. In de commissie Sociaal is dit onderwerp ooit een keer aan de orde geweest. Ik weet dat er in Almelo mensen zijn die zich hiermee bezighouden. Ik wil daarvoor op de een of andere manier extra aandacht vragen, omdat het probleem lijkt toe te nemen en de oplossingen heel simpel kunnen zijn. De VOORZITTER: U hebt daartoe een heel breed spectrum van instrumenten. Dat zien we graag tegemoet. Met betrekking tot de ingekomen stukken aan de gemeenteraad wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld.
(Hierna draagt burgemeester Gerritsen het voorzitterschap van de vergadering over aan mevrouw Ten Seldam.) 4. Vragenhalfuur (R 2106992). 1. Vragen van Democraten.Nu over Drive-inn stemstraat als stembureau verkiezingen maart 2022. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Op 16 februari van dit jaar hebben wij een motie ingediend met als doel een drive-inn stemstraat te realiseren voor de Tweede Kamerverkiezingen die afgelopen maart zijn gehouden. Deze werd toen afgeraden en uiteindelijk weggestemd. Een van de argumenten van destijds was dat de tijd die er zat tussen de motie en de te realiseren stemstraat te kort was om dat nog voor elkaar te krijgen. Ook liepen destijds, herinner ik me, de besmettingen weer iets terug. Er was in ieder geval genoeg aanleiding voor het college om die motie te ontraden. Nu lijkt het erop dat wij ook volgend jaar maart nog te maken zullen hebben met het coronavirus, al hopen wij natuurlijk van ganser harte dat dit niet meer zo is. Ik denk dat de realiteit anders is. Wij willen iedereen de kans geven zijn of haar stem in alle veiligheid uit te brengen als in maart de gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. Daarom hebben wij de volgende vragen: 1. Houdt het college rekening met aangepaste verkiezingen in maart 2022 in verband met het coronavirus? 2.
Welke alternatieven zijn er al besproken als stemmen op de normale wijze alleen niet voldoende is? 3. Gaat het college het alternatief van een drive-inn stemstraat overwegen, mocht deze niet al bij de bij 2 genoemde alternatieven zijn genoemd? De heer GERRITSEN (burgemeester): Mevrouw de voorzitter! Houdt het college rekening met aangepaste verkiezingen? Niet anders dan dat de rest van het land en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties dat doet. Dat komt tot uitdrukking in de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Deze voorziet in een aantal aanpassingen van de Kieswet en het kiesproces dat in de Kieswet is ondergebracht. Dat lijkt heel veel op de manier waarop de Kamerverkiezingen in maart jongstleden zijn gehouden, namelijk een ruime beschikbaarheid van stemlocaties, de mogelijkheid om op ruime afstand van elkaar de stem uit te brengen, de gelegenheid voor de medewerkers van het stembureau om op een veilige manier dienst te R 2207081
3
kunnen doen en uiteraard – dat is inmiddels bekend – het stemmen op meerdere dagen. Voor de komende raadsverkiezingen zal er op de maandag en dinsdag voorafgaand aan de traditionele verkiezingsdag in zestien stembureaus gestemd kunnen worden. Dat waren er in maart vorig jaar bij de Kamerverkiezingen elf. We hebben dat aantal uitgebreid naar zestien. En op de woensdag zelf, de Dag der Stemming, zoals dat officieel heet, zullen er in totaal 33 stembureaus in de gemeente beschikbaar zijn. Alternatieven zijn voor het college heel moeilijk te maken, omdat het stemproces in de Kieswet en het Kiesbesluit is uitgewerkt. Dat zijn formele processen waaraan een verkiezing moet voldoen, waaraan het stemproces moet voldoen, en dat, met de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19, een tijdelijke, aan corona gerelateerde uitzondering heeft gekregen. Dus het college is verantwoordelijk voor de organisatie van de verkiezingen, maar mag niet zelfstandig gaan experimenteren met andere manieren van stemmen als niet voldaan kan worden aan de eisen die de Kieswet, het Kiesbesluit en de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 daaraan stellen.
Wij gaan er eerlijk gezegd van uit dat als de coronacrisis zoals we die nu kennen, met die zware lockdown, onverhoopt zo lang doorgaat dat er ook een lockdown zal zijn op de dagen van de verkiezingen – het probleem is dan zo groot – de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdig voorzieningen gaat treffen waaraan alle gemeenten behoren te voldoen. De derde vraag gaat over de drive-inn stemstraat. In de aanloop naar de Kamerverkiezingen is daarover een vraag gesteld. Toen heeft het college gezegd dat dit te kort op de Kamerverkiezingen zat om die nog te kunnen effectueren, maar dat we dit zouden afwegen in de aanloop naar de raadsverkiezingen. Bij de behandeling van de begroting vorige maand heb ik namens het college te kennen gegeven dat wij bij die afweging tot een aantal conclusies zijn gekomen die maken dat die stemstraat wat ons betreft geen optie is. In de eerste plaats omdat het stemgeheim heel moeilijk te waarborgen is. Als je in een auto binnen komt rijden, vouw je dat stembiljet uit. U hebt het me toen horen zeggen en ik herhaal het: in Almelo zullen naar alle waarschijnlijk veel lijsten aan de verkiezingen deelnemen. Dat stembiljet is dus groot. Dat betekent dat het heel moeilijk is om het stemgeheim te kunnen garanderen.
In de tweede plaats is het personeel dat moet worden ingezet bij een stemstraat meer dan het personeel dat je inzet in een traditioneel stembureau. Niet alleen moeten er stembureauleden zijn, maar er moeten ook verkeersregelaars zijn en mensen die toezien op de hygiënemaatregelen. Een ander punt is het milieu. Als auto's zich aandienen in een stemstraat drive-inn om te komen stemmen, is het ondoenlijk om van iedereen te verlangen de automotor uit te zetten en op te starten. Bovendien, als ze dat wel doen, krijg je ook uitstoot van uitlaatgassen die niet alleen milieubelastend zijn, maar zeker ook belastend voor het onder die overdekking aanwezige personeel. Auto's moeten in en uit de overkapping rijden. Die overkapping heeft alles te maken met de weersomstandigheden. Ik zei in november al dat wij in Nederland traditioneel Provinciale Staten- en raadsverkiezingen in maart houden. Dat is een koude maand. Meteorologisch is niet te verwachten dat dat plezierige omstandigheden zijn om het verkeer te moeten geleiden. Tot slot. Als je zo'n stemstraat zou aanbieden in een stedelijke gemeente waarin in absolute aantallen veel kiezers zijn, zal zo'n stemstraat gezien worden als een uitje, als iets bijzonders waar je gebruik van moet gaan maken. Dat gaat leiden tot een grote toeloop die voor zo'n stemstraat moeilijk te verhapstukken is.
Tegen die achtergrond heb ik in november meegedeeld - en dat herhaal ik nu - dat het college heeft afgezien van het inrichten van zo'n drive-inn stemstraat, ook omdat we drie dagen lang de gelegenheid hebben om coronaproof, dus op afstand, en helemaal hygiënisch in een traditioneel stembureau te kunnen stemmen. De heer ZIELMAN (Democraten.Nu): Voorzitter! Ik vind het op dit moment heel moeilijk om een vervolgvraag te stellen, na het uitvoerige antwoord van de burgemeester. Wellicht komen we er op een later moment op terug. Ik begrijp dat de burgemeester en het college niet over andere steden gaan. Maar ik begrijp niet waarom dit in andere steden als succesvol wordt ervaren, terwijl dit college niet bereid lijkt te zijn, met de argumenten die het geeft, om de R 2207081
4
stemstraat een kans te geven. Dit is de enige vraag die ik kan bedenken. De heer GERRITSEN (burgemeester): Het is een kwestie van weging van argumenten. Het college voelt zich zeer verantwoordelijk voor de uitvoering van de Kieswet en voor het faciliteren van het kiesproces. Dat is geen sinecure. Dat moet zorgvuldig gebeuren en buiten kritiek staan. Je kunt niet hebben dat in de dagen daarna het stemgeheim of de integriteit van het stemproces ter discussie wordt gesteld. Zo'n stemstraat, zeker in relatie tot het feit dat er heel veel stembureaus beschikbaar zijn, is dan eigenlijk een extraatje dat niet nodig is en alleen maar in ogen van het college – ik respecteer ook andere standpunten – het risico van het ter discussie stellen van de integriteit van het stemproces vergroot. Tegen die achtergrond en gelet op de eerdergenoemde argumenten zien wij ervan af. 2. Vragen van D66 over Verkeer Grotestraat Noord. De heer WIERTZ (D66): Voorzitter! Een paar weken geleden stuurde het college een brief aan de raad over de transformatie in het gebied rond de Grotestraat Noord. Een van de onderdelen was het verkeer in de Grotestraat Noord. Niet iedereen lijkt het daarmee eens te zijn, zeg ik eufemistisch. Daarom hebben we daarover nog een aantal vragen. 1.
Klopt het dat een adviesbureau heeft geadviseerd om niet door te gaan met het toelaten van verkeer? Zo ja, waarom heeft u dit advies genegeerd? 2. Waarom wilt u doorgaan met het toelaten van verkeer in de Grotestraat Noord ondanks dat er onder winkeliers, bewoners en pandeigenaren geen steun voor is? Waarom heeft u niet alle ondernemers en bewoners de mogelijkheid geboden om hun mening te geven? 3. Waarom was een proef en een evaluatie nodig als de uitkomst (verkeer terug in de Grotestraat Noord) blijkbaar al vaststond? 4. Hoe denkt u te zorgen voor een veilige verkeerssituatie in deze smalle straat met een terras en uitstallingen van ondernemers? De heer VAN REES (wethouder): Mevrouw de voorzitter! Ja, we hebben als college aan een adviesbureau gevraagd om een plan op te stellen voor de transformatie van de Grotestraat Noord. Het advies gaat het uit van een autoluw gebied. Het college heeft analoog daaraan besloten dat het verkeer in de Grotestraat Noord mogelijk blijft. Maar niet alleen aan de hand van dat rapport, ook aan de hand van het koersdocument dat drie jaar geleden door de gemeenteraad, maar ook door alle ondernemers, gezamenlijk is opgesteld en vastgesteld. Daarin hebben wij besloten dat we het kernwinkelgebied gaan verkleinen en we daaromheen een aantal dwaalgebieden gaan realiseren.
In die dwaalgebieden zal een transformatie plaatsvinden zoals in de Grotestraat Noord. In dit geval is er door SITE een rapport geschreven genoemd "Groot Gravenkwartier" dat naar een iets breder gebied kijkt. In dat bredere gebied is er ook op andere plekken autoverkeer mogelijk. Ik noem de Molenstraat, Doelenstraat, Havengracht, Willemsgang en Oranjestraat waarin verkeer mogelijk is. De functieverandering in de Grotestraat Noord naar winkelen, wonen en werken is zo, dat de auto ook toegelaten moet kunnen worden om mensen naar hun werkplek te brengen of dingen bij hun huis af te zetten en misschien iets op te halen bij een winkel. Wij denken dat er in de Grotestraat Noord stopplekken nodig zijn om iets af te geven, op te halen en weer weg te rijden – dus geen plekken voor langparkeren. We denken dat dit passend is bij het gebied dat we daar willen, passend in de afspraken die er zijn gemaakt met het koersdocument en passend in het omliggende gebied. Daarom heeft het college besloten het verkeer daar weer toe te staan. Dat gaan we doen met een goede inrichting. We hebben iedereen in de Grotestraat Noord uitgenodigd voor de bijeenkomst. Dus iedereen is in de gelegenheid geweest om mee te praten. Ja, er zijn ondernemers tegen het feit dat er verkeer terugkomt.
Maar dit hangt voor een deel samen met de pilot die is gehouden, want die is gedaan zonder dat de inrichting van de Grotestraat Noord was aangepast. Die is nog steeds ingericht als een voetgangersgebied. Dat leidt wat vaker tot verwarrende situaties, waardoor mensen ook tegen de richting in gaan rijden. Wij gaan ervan uit dat als de Grotestraat Noord op een goede manier opnieuw wordt ingericht, dat soort situaties niet meer voorkomt. Ja, we hebben de pilot gedaan en we hebben op grond van de pilot geëvalueerd, omdat R 2207081
5
we die ervaringen mee wilden nemen, ook in de herinrichting van de straat. De definitieve beslissing over het toelaten van het verkeer is pas genomen nadat de visie op de Grotestraat Noord is uitgebracht. De Grotestraat Noord, dit is het antwoord op vraag 4, zal een totaal andere functie krijgen als het kernwinkelgebied, waar de nadruk op winkelen ligt. In de Grotestraat Noord en het Gravenkwartier komt de nadruk echt te liggen op wonen, werken en winkelen gezamenlijk, dus een menging van functies. Dat betekent dat we de inrichting van de Grotestraat Noord willen laten aansluiten bij de inrichting van de Doelenstraat. We gaan geveltuintjes toestaan, de oude stadspoorten komen terug met klimop en groen. We willen dus meer groen terugbrengen in de straat. De inrichting is zo, dat het verkeer er niet op hoge snelheid doorheen rijdt, omdat het ook een leefgebied wordt waar mensen wonen, werken, winkelen en leven. Dat geheel zal tot een inrichting moeten leiden waar wel een auto doorheen kan en aanwezig kan zijn, maar het vooral een leefgebied is. Op die manier zal de Grotestraat Noord beter aansluiten bij het omliggende gebied en duidelijk onderscheidend zijn van het kernwinkelgebied dat we straks in Almelo hebben. De heer WIERTZ (D66): Dank voor de beantwoording. Volgens mij schrijft het college in de brief dat er doorgaand verkeer mogelijk moet zijn.
Dat komt anders over dan dat mensen er even kort moeten kunnen staan. Daaronder versta ik iets anders dan doorgaand verkeer toelaten. Bovendien, het college heeft op die plek een terras vergund. Hoe verhoudt zich dat met het doorgaande verkeer dat het college er wil toelaten? Dat rijdt dan precies langs het terras, want het is daar niet heel breed. De heer VAN REES (wethouder): Mevrouw de voorzitter! Op dit moment is er in de Doelenstraat ook doorgaand verkeer. Via de Molenstraat en Doelenstraat kan men naar de Hagengracht rijden. Dus doorgaand verkeer wil niet zeggen dat het een hoofdontsluiting is. Het gaat om doorgaand verkeer in een leefgebied. We gaan de inrichting zo maken dat deze functies allemaal mogelijk zijn. Dat zal er misschien toe leiden dat het doorgaande verkeer er niet op hoge snelheden doorheen kan, maar dat is ook niet de bedoeling, want het is een leefgebied. Nogmaals, het verkeer kan er doorheen, het verkeer kan stoppen om bij de winkel een bril op te halen of schoenen en dan weer doorrijden. Langparkeren is daar straks niet meer mogelijk. Maar wel doorgaand verkeer; dat klopt.
(Hierna draagt mevrouw Ten Seldam het voorzitterschap van de vergadering over aan burgemeester Gerritsen.) 5. Slotrapportage 2021 (R 2106954). De heer TRIENEN (CDA): Voorzitter! Voor ons ligt de laatste financiële rapportage van de "Planning & Control"-cyclus die door de raad in deze samenstelling nog moet worden bekrachtigd. Ten opzichte van de najaarsrapportage heeft deze slotrapportage uiteindelijk tot een positieve bijstelling geleid van het begrotingssaldo met € 4,38 miljoen vanwege diverse incidentele meevallers. Met andere woorden, de periode van 1 januari 2021 tot en met november 2021 hebben wij voorlopig kunnen afsluiten met een positief resultaat van € 16,22 miljoen. Vorig jaar had het college bij de slotrapportage nog een negatief begrotingssaldo van € 3,1 miljoen te melden. Dus per saldo is dit een verschil van ruim € 19 miljoen, te danken aan enkele forse, eenmalige meevallers, zoals de verkoop aandelen Cogas, effecten van de mei- en septembercirculaire, hoge legesopbrengsten omgevingsvergunning et cetera. Bovendien is er nog geen rekening gehouden met de bijstelling negatieve reservevoorziening RBT per ultimo december 2021. En de uitkomst van het opnieuw in exploitatie nemen van het Bedrijvenpark Twente Noord. Gelukkig hebben wij ook mogen constateren dat in 2021 structurele tegenvallers bijna niet aan de orde zijn geweest.
De CDA-fractie heeft met genoegen mogen concluderen dat de financiële huishouding en de positie van de algemene reserve van onze gemeente in deze raadsperiode enorm is R 2207081
6
verbeterd. Wij zijn nu in staat om onverwachte tegenvallers op te vangen en dat is een heel belangrijk gegeven. Rest mij nog een vraag aan het college te stellen. We hebben bij de najaarsrapportage € 11,84 miljoen bestemd voor de volgende zaken: aanvulling negatieve reservepositie Grondbedrijf € 6,84 miljoen, storting egalisatiefonds Sociaal Domein € 4 miljoen, storting in de egalisatiereserve Afval € 500.000 en storting in het fonds Impuls Cultuur € 500.000. De heer STÖTELER (PVV): Voorzitter! Eigenlijk heeft de heer Trienen een heel positief verhaal: we houden flink veel geld over. Toch heeft het college de afgelopen jaren, en ook het afgelopen jaar, flink bezuinigd. Ik noem het sociaal domein, zorg en subsidies – al waren we daar op zich niet tegen, maar goed. Is dat nodig geweest, vraag ik aan de heer Trienen? De helft van de stad is financieel de nek omgedraaid en nu is flink veel geld overgehouden. Dat voelt een beetje onterecht. Hebben we de stad niet onterecht pijn gedaan? De heer TRIENEN (CDA): Voorzitter! We hebben de afgelopen jaren heel veel incidentele meevallers gehad, gelukkig. De heer Stöteler praat over structurele lasten waarop bezuinigd is. We hebben de incidentele meevallers gebruikt om onze reservepositie te verbeteren et cetera. Maar we hebben geen rekening gehouden met structurele lasten. We hebben een taakstelling gehad: we gaan bezuinigen.
Die hebben we gehaald. En daarnaast hebben we incidentele meevallers gehad. Dat is eigenlijk het eenvoudige antwoord op de vraag van de heer Stöteler. Ik vervolg. Waarom heeft het college geen bestemming gegeven aan het positieve begrotingssaldo van € 4,38 miljoen in deze slotrapportage? De CDA-fractie kan zich voorstellen dat er een bedrag zou zijn gebruikt voor een verdere aanvulling van de negatieve reservepositie Grondbedrijf. Ik sluit af met het uitspreken van mijn dank aan de ambtelijke medewerkers voor het opstellen van deze heldere rapportage. Ik denk dat ik dit namens alle raadsleden doe. De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): Mijnheer de voorzitter! Zo positief en financieel ingesteld als de heer Trienen, lukt me misschien niet. Ik vond de vraag van de heer Stöteler fijn. Voor een deel gaat mijn verhaal daar ook over. Het is mooi als je geld overhoudt. Maar als dat – hoe zeg je dat netjes – over de ruggen van anderen gaat, is het de vraag hoe mooi dat is. Dit klinkt niet zo aardig, maar ik zit hier niet om aardig gevonden te worden. Uit de rapportage blijkt dat we aardig gegoocheld hebben met cijfers, of aardig slim gehandeld, en er vervolgens een positief resultaat uitkomt. Maar ik ben heel benieuwd of er een betere onderbouwing kan komen van de negatieve effecten van alle ingrepen waar bijvoorbeeld de heer Stöteler al op doelde.
In deze slotrapportage vind ik heel ingewikkeld – eigenlijk vind ik het verhaal van de heer Trienen ook onhandig – dat er continu wordt gezegd dat er één basisregel is: als er geld is, gaat het naar de algemene middelen, naar de algemene reserve. Het kan zijn dat ik het allemaal slecht onthouden heb. De heer Trienen zit al heftig te schudden dat er niets van klopt, maar dat maakt me niet zo veel uit. Ik dacht dat dat de stelregel was als er geld over is. Er blijken nu ik weet niet hoeveel potjes te zijn waarmee op allerlei manieren heen en weer geschoven wordt met geld, waardoor het voor mij lang niet altijd duidelijker is geworden. Het kan zo zijn dat de slotrapportage financieel heel duidelijk lijkt, maar inhoudelijk ben ik benieuwd naar alle negatieve effecten van geld overhouden. Het lijkt mooi, maar het is niet zo mooi. De heer TRIENEN (CDA): Voorzitter! De heer Hümmels heeft zijn eerste vraag gesteld over mijn antwoord op de heer Stöteler. Ik dacht dat ik heel duidelijk heb geantwoord hoe de positie van de huishouding de laatste jaren is geweest. We hebben gelukkig eenmalige meevallers gehad. Die hebben we kunnen gebruiken om de positie van onze algemene reserve aan te vullen, wat absoluut noodzakelijk was. Inderdaad hebben we de regel dat het geld naar de algemene reserve gaat. Dat klopt en geldt nog altijd. Alleen zit er een maar aan.
We hebben een negatieve grondpositie Grondbedrijf. Daarover heb ik gesproken. Die negatieve grondpositie moeten we naar nul zien te krijgen. Dat is mijn antwoord op de vraag van de heer Hümmels. De heer HÜMMELS (Leefbaar Almelo): Ik vind het niet zo nodig dat de heer Trienen mijn R 2207081
7
vragen gaat beantwoorden. Ik ben vooral benieuwd naar de reacties van het college. Ik probeerde alleen zijn woorden te gebruiken om mijn verhaal te onderbouwen. Ik geef een voorbeeld uit de slotrapportage waar ik niet wijs uit word. Misschien kan het college me wat wijzer maken. Als ik kijk naar beschermd wonen, Wmo, Wlz en alles wat daarmee samenhangt, staan er diverse keren diverse bedragen genoemd. De ene keer lijkt het wat positief, de andere keer wat negatief. Ik ben benieuwd hoe dat onderdeel in elkaar zit. De heer STÖTELER (PVV): Voorzitter! Naar aanleiding van het interruptiedebatje met de heer Trienen grijp ik toch de kans om in eerste termijn een vraag te stellen aan het college. Ik vroeg aan de heer Trienen hoe het zat dat met de structurele bezuinigingen in het sociaal domein en noem maar op, nu we geld overhouden en een heel mooi verhaal horen over structurele en incidentele meevallers en kosten. Ik begrijp dat allemaal wel, maar als ik het wel heb, dekt dit college ook structurele kosten met incidentele meevallers. Waar de heer Trienen die twee uit elkaar haalt omdat het hem nu goed uitkomt, doet het college dat niet en haalt het die twee naar elkaar toe, omdat dat het college goed uitkomt. Ik noem bijvoorbeeld de uitgestelde uitbetaling van de aandelenverkoop Cogas.
Als ik het wel heb – ik weet dit niet helemaal te pinpointen in de slotrapportage of rapportages – worden daar structurele lasten mee gedekt. Ik vraag het college of dit zo is. En ik vraag meteen met welke incidentele meevallers dat nog meer is gedaan. Met welke incidentele meevallers dekt het college nog meer structurele kosten? De heer LANGIUS (wethouder): Voorzitter! Dank aan de heer Trienen, die ons heeft meegenomen in de precieze samenstelling van de cijfers en het inderdaad forse resultaat 2021 tot nu toe, zeg ik erbij. Het resultaat bestaat, zoals de heer Trienen al aangaf, eigenlijk voor het merendeel uit incidentele meevallers – daarmee is dat gezegd – meevallers in de zin van extra inkomsten. En - dit is meteen het antwoord op de heer Hümmels - dat zijn dus geen bezuinigingen op minder primaire uitgaven in de sfeer van bijvoorbeeld het sociaal domein, waarop hij preludeert. Kortom, die inkomsten zijn incidenteel van aard en fors: onder andere de middelen van Cogas, een extra dividenduitkering als gevolg van de verkoop van het kabelbedrijf. Met die middelen, in antwoord op de heer Stöteler, hebben we geen incidentele lasten voor onze rekening genomen. We hebben uw raad dus geen begrotingswijziging voorgelegd alsof we structurele lasten hebben, nu en in de komende jaren, en die voor dit jaar maar alvast afdekken met die eenmalige baten van Cogas.
Dat is dus niet gebeurd. We hebben uw raad bij de najaarsrapportage kennis laten nemen van die extra inkomsten en wij hebben daarbij een voorstel gedaan om ze op dat moment te bestemmen voor het verlagen van het negatieve vermogen binnen het Grondbedrijf. Die discussie hebben we eerder gevoerd. We hadden de keuze om het geld op twee bankrekeningen te zetten – om het zo uit te drukken – op die van de algemene reserve die in Almelo flink positief is, of op die van het Grondbedrijf, die op dat moment fors negatief was. We hebben in navolging van het advies dat wij uw raad hebben gegeven besloten fors te salderen met het negatieve vermogen van het Grondbedrijf. Per saldo, onderaan de streep, is de vermogenspositie van de gemeente Almelo met die actie met forse bedragen verbeterd. Het is dus niet zo dat wij structurele lasten afdekken met incidentele inkomsten. Dat zou niet verantwoord zijn en wij hebben uw raad daarvoor ook geen voorstellen voorgelegd. Zo zitten onze begrotingen, ook van de afgelopen jaren, niet in elkaar. Wij dekken uitgaven met structurele inkomsten en niet met incidentele inkomsten. Dat heeft de afgelopen jaren er ook toe moeten leiden dat wij, om al die uitgaven te kunnen bekostigen met de inkomsten die er waren, tegelijkertijd fors hebben moeten bezuinigen. Een aantal van u heeft daarop gewezen. Ja, dat klopt, we hebben fors bezuinigd.
En die bezuinigingen van de afgelopen jaren hebben natuurlijk hun effecten gehad. We praten over de eigen organisatie. En ik ken alle discussies over de eigen organisatie. Maar we komen ook tot de conclusie dat we wel heel fors in het eigen vlees hebben gesneden, wat onder andere tot de conclusie heeft geleid dat we fors op achterstand staan als het gaat om het investeren in deze stad, plannen maken, zorgen dat we weer fris aan de start staan op het moment dat er weer mogelijkheden ontstaan, bijvoorbeeld in de woningbouwprogramma's. Dat is een schadelijk effect van misschien wel een tiental jaren lang achter elkaar fors moeten R 2207081
8
bezuinigen en ook fors in het eigen vlees moeten snijden. Heeft het afgelopen jaar ertoe geleid dat we zo fors hebben moeten bezuinigen – daar duidt de heer Hümmels op – dat wij bijvoorbeeld zorg niet hebben kunnen leveren? Zo erg is het niet geweest. We hebben wel heel scherp aan de wind moeten zeilen, maar het is niet zo dat mensen met een zorgvraag uiteindelijk niet hebben gekregen wat ze nodig hadden. De afgelopen jaren hebben zich ook gekenmerkt door keer op keer overschrijdingen van de zorgbudgetten. En dat hebben we uiteindelijk toch weer passend weten te maken. Dus ja, er is schade opgetreden en we liggen op vele fronten fors op achterstand, zeker als het gaat om stadsontwikkeling, stadsvernieuwing en leef- en woonklimaat van mensen. We zullen daar een been bij moeten trekken. Maar op vele andere beleidsterreinen hebben we gewoon dat gedaan wat nodig was. Tot slot de vraag van de heer Hümmels over hoe het zit met Beschermd Wonen, want hij begrijpt die cijfers niet allemaal. Bij Beschermd Wonen en maatschappelijke opvang zien wij een eenmalige overschrijding van een aantal tonnen. In het politiek beraad is dit ook al even aan de orde gesteld door de heer Trienen. Met de maatregelen die wij hebben getroffen, gaan we ervan uit dat dit een incidentele overschrijding is van de begroting op dat punt.
Maar ook voor de maatschappelijk opvang geldt dat we doen wat we met uw raad hebben afgesproken. Tot slot de vraag van de heer Trienen. Ja, bij de najaarsrapportage heb ik uw raad een voorstel tot resultaatsbestemming voorgelegd. Dat doe ik nu niet en dat heeft te maken met het volgende. Op het moment van de najaarsrapportage was er sprake van een grote eenmalige baat, de Cogas-middelen. Daarvan hebben we toen gezegd, alles afwegende: wij moeten de raad toch maar een voorstel voorleggen, anders bulkt het geld inderdaad in grote sommen op, zonder dat we er zicht op hebben wat we ermee gaan doen. Wij hebben toen gemeend uw raad eenmalig een resultaatbestemming voor te leggen. Daarmee is uw raad akkoord gegaan. Dat doen we nu niet, omdat we daar geen gewoonte van willen maken. Uiteindelijk moet ook een resultaatbestemming een integrale afweging zijn. Die kun je het beste maken aan het eind van het boekjaar, als alle rekeningen zijn opgemaakt en de jaarrapportage, het financieel jaarverslag, beschikbaar is. Dan kunnen wij zeggen: nu gaan we het volgende met de overschietende middelen doen. Wij zijn daar eenmalig van afgeweken, touché, terecht opgemerkt.
Wij meenden dat niet tot een gewoonte te moeten maken, omdat we daarmee het risico lopen dat we gaande het jaar besluiten nemen die op een gegeven moment ver af kunnen komen te staan van de werkelijkheid, die je beter in beeld hebt op het moment dat je alle gegevens hebt en een integrale afweging kunt maken. Daarom doen we dat nu niet. De VOORZITTER: De heer Trienen meldt zich, maar ik denk dat we dat gewoon naar de tweede termijn moeten doorschuiven. Anders komen we een beetje in de war. We hebben kunnen luisteren naar een volkomen betoog van de wethouder. Ik geef de heer Trienen en ook anderen graag de gelegenheid om in tweede termijn het debat voort te zetten. De heer TRIENEN (CDA): Voorzitter! Dank aan de wethouder voor het beantwoorden van mijn vraag. Ik zal hem nu iets anders formuleren. We hebben nog een overschot van € 4,38 miljoen. Ik heb al gesproken over de mogelijke extra € 2 à € 3 miljoen RBT en mogelijk € 5 miljoen voor het in bedrijf nemen van Twentepark Noord. Daarmee ontstaat er aan het eind van het jaar weer een flink overschot op de jaarrekening.
Neemt de wethouder dan in overweging alsnog een dotatie te doen aan de negatieve reserve Grondbedrijf? De heer LANGIUS (wethouder): Voorzitter! Aan het rijtje van de heer Trienen kan ik mogelijkerwijs zelfs nog de grondexploitatie van Almelo Noordoost toevoegen, die, naar het zich laat aanzien, het ook weer mogelijk maakt om een winstneming te doen. Ik ben het ermee eens – als dat de conclusie is van het betoog – dat er nog een fors resultaat is te verwachten bij het definitief opmaken van de jaarrekening. Ja, wat ga je er dan mee doen? Ik moet natuurlijk voorzichtig zijn om niet over mijn graf heen te regeren, maar op het moment dat dat geld wordt bestemd – dat moet structureel worden bestemd en daarmee moeten verstandige dingen worden gedaan – kan dat in mijn eenvoudige uitleg van zojuist bestemd worden voor twee zaken: de algemene reserve, bankrekening nummer 1 of bankrekening nummer 2, waar nog een tekort staat en waarvoor rente moet worden betaald. De afweging laat ik graag aan de raad van dat moment. Linksom of rechtsom, het maakt natuurlijk niet uit voor de vermogenspositie, R 2207081
9
want die verbetert gewoon met het geld van het jaarresultaat. Ik acht uw raad en de toekomstige raad in staat om daarover een heel verstandig besluit te nemen. De VOORZITTER: We ronden hiermee de beraadslagingen af. De heer Ekizkuyu is inmiddels digitaal aanwezig. Dit betekent dat u met 33 raadsleden uw stem digitaal uitbrengt. Hierna wordt digitaal gestemd over het raadsvoorstel, waarna de voorzitter constateert dat het met algemene (33) stemmen is aangenomen. 6. Verordening bedrijveninvesteringszone eigenaren binnenstad (R 2106931). Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Alvorens Forum voor Rechts hierover een beslissing neemt, heb ik een vraag. Het is duidelijk dat de gemeente Almelo – dit blijkt uit de toegevoegde extra stukken – onroerend goed bezit. Als we deze verordening aannemen, wordt er voor de bepaling van de BIZ gekeken of er voldoende draagvlak is. Daarbij is van belang, staat in de stukken, dat er een respons van minimaal 50% is, dus 50% van de onroerendgoedeigenaren moet hierop reageren, waarvan twee derde moet voorstemmen. Uit mijn hoofd is de gemeente Almelo voor 8% partij. Dit is een raadsvoorstel van de gemeente Almelo. Ik vraag me af of de gemeente Almelo zich aan deze stemming onttrekt, want feitelijk heeft zij hierin een dubbele rol.
De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Van de zijde van de Lokaal Almelo Samen-fractie een korte bijdrage in twee delen. Allereerst is het mooi om te zien dat er al flinke stappen zijn gezet richting de BIZ. Als alles goed verloopt, wordt de inning uitgevoerd door het GBT. De kosten zijn lekker laag. Dit betekent dat er een behoorlijk bedrag beschikbaar komt voor de vereniging, zo'n € 200.000 oplopend de komende jaren. Een mooi bedrag waarmee je heel veel leuke en goede dingen kunt doen. We wensen alle ondernemers en vastgoedeigenaren heel veel succes en wijsheid toe. Wij zouden zeggen: grijp deze kans met twee handen aan, want zo'n kans krijg je nooit meer. Toi, toi, toi. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Mijn bijdrage zal van een iets ander gehalte zijn, maar ik snap het enthousiasme van de heer Kampman. Dat een BIZ voor pandeigenaren een goed instrument is, is in tal van gemeenten al bewezen. De BIZ-heffing dient zowel het gezamenlijke belang van pandeigenaren als het algemeen belang. Het feit dat deze belangen gelijk oplopen, geeft de gewenste synergie aan en is tevens de rechtvaardiging voor de instelling van de BIZ en de daarbij behorende gemeentelijke betrokkenheid. De activiteiten zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtekwaliteit of een ander, mede publiek belang in de openbare ruimte van de bedrijven.
Het gaat dus niet om een individueel of uitsluitend commercieel belang van de groep pandeigenaren. De CDA-fractie heeft echter nog wel enkele opmerkingen en vragen voordat zij in kan stemmen met het voorliggende voorstel. Hoe zit het met het stemrecht? Is dat per pand één stem, of per vastgoedeigenaar één stem? Dus als een eigenaar meerdere panden heeft, heeft deze dan één stem gelijk aan iemand die één pand heeft? De rol van de gemeente is faciliterend aan de BIZ-eigenaren, net als bij de ondernemers. Echter, bij de BIZ-eigenaren is de gemeente ook deelnemer; mevrouw Pol sprak er net al over. De gemeente heeft 7% van het vastgoed in de zone die wordt aangewezen. Daarmee, zoals ik nu inschat - maar dat hangt ervan af of de gemeente één stem heeft of per pand één stem heeft de gemeente geen dominerende rol als ze in totaal één stem heeft. De CDA-fractie gaat ervan uit dat er een goed onderscheid wordt gemaakt tussen de deelnemende rol aan de BIZeigenaren en de faciliterende rol als bestuursorgaan. Heeft het college hier al een idee over, zoals dit beleggen bij verschillende bestuurders? Als laatste merkt de CDA-fractie op dat het college zelf de verbinding in het raadsvoorstel maakt tussen het pandeigenaarschap en de daarbij behorende kosten aan de ene kant, en de Verordening bedrijfsinvesteringszone eigenaren binnenstad aan de andere kant. De kosten zijn R 2207081
10
het gevolg van de vaststelling van de verordening, ofwel de uitvoering. Het was chiquer geweest als het college daarbij een concreet bedrag had genoemd en benoemd had ten laste van welk budget de kosten komen. Wij gaan er vooralsnog van uit dat die ten koste komen van het vastgoed en niet van de binnenstad. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Op zich hebben mevrouw Pol en mevrouw Ten Seldam mijn vragen al geformuleerd, maar ik zal ze voor de zekerheid herhalen. Misschien dat ik ze net iets anders formuleer. 50% moet opkomen bij de stemronde, twee derde moet voor zijn en er moet een meerderheid in WOZ-waarde vertegenwoordigd zijn vergeleken met de tegenstemmers. Volgens mij, als je dit naar rato gaat berekenen, is die 7% van de gemeente ineens ± 20%, afhankelijk van welke ondernemers komen opdagen en hoeveel WOZ-waarde ze meenemen. Dat zijn elementen die meespelen. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! De heer Ekizkuyu houdt ons een rekensommetje voor. Hij zegt vrij stellig wat het percentage is van de rol van de gemeente Almelo. Weet hij wat de waarde is van het vastgoed van de gemeente Almelo als deelnemer en de waarde van het vastgoed van de overige deelnemers om die verhouding goed te kunnen zien? Want dan kan ik meegaan in zijn som. Heeft hij die waarden niet, dan is het een aanname en aan aannames heb ik niet zo heel erg veel.
De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Het is exact zoals ik net zei: dat is afhankelijk van wie er komt opdagen en hoeveel WOZ-waarde zij vertegenwoordigen. Dat bepaalt het rekensommetje. Ik kan niet van tevoren zeggen: 50%, twee derde en 7% gemeente betekenen 20% aandeel in die WOZ-waarde. Dat is allemaal afhankelijk van de opkomst en wat daarin vertegenwoordigd is. Daarin geef ik mevrouw Ten Seldam gelijk. Dat kunnen we van tevoren niet zeggen. Maar wat moeten we hiermee? Moeten we ons als gemeente afzijdig houden van het stemmen? Of meetellen? Of gewoon doorgaan? Ik strijd een beetje met wat we hiermee moeten. Dat is het. Dan nog de vraag van mevrouw Ten Seldam: hoe zwaar weegt de stem van een pandeigenaar als hij een of twee panden heeft? De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Er zijn terechte vragen gesteld over dit onderwerp. Wij hebben als gemeente voor het eerst een faciliterende rol voor het vaststellen van een verordening en bij de stemming, op verzoek van een groep vastgoedeigenaren die de BIZ willen invoeren in de binnenstad; uw raad heeft het kaartje daarvan gezien. Nadat de verordening is vastgesteld, wordt onder de vastgoedeigenaren een stemming gehouden voor of tegen de BIZ. Wij hebben als gemeente, naast deze faciliterende rol, natuurlijk ook eigendom in de stad. Ik zal daarover zo iets meer vertellen.
De vastgoedeigenaren die een BIZ willen, willen dit vanuit het besef dat een sterke binnenstad een positief effect heeft op de waarde van hun vastgoed en de verhuurbaarheid van dat vastgoed. Dat moet samen met de binnenstadondernemers en de gemeente leiden tot een levendige binnenstad die straks een kloppend hart van onze mooie stad aan het water is. Elk object heeft één stem. Dus een pandeigenaar met 23 panden heeft 23 stemmen. De helft plus één, de meerderheid, moet een stem uitbrengen om een geldige stemming te krijgen. Van de uitgebrachte stemmen moet twee derde voor de invoering van de BIZ zijn. En die twee derde die voor de invoering van de BIZ is, moet een grotere WOZ-waarde vertegenwoordigen dan degenen die niet gestemd hebben. Dit betekent dat er in ieder geval een goede garantie is dat een meerderheid voor de BIZ gaat stemmen. Wij brengen dit voorstel in behandeling, omdat wij hiermee puur het proces faciliteren dat plaats zal vinden. De gemeente, in dit geval het college, zal vanuit de organisatie een voorstel krijgen over hoe de gemeente gaat stemmen. Die stemming zal waarschijnlijk in mandaat worden afgehandeld door de afdeling Vastgoed, die ons vastgoed beheert. Als de stemming positief uitvalt en de BIZ wordt ingevoerd, zal dit voor de gemeente leiden tot een uitzetting van kosten van om en nabij de € 15.000.
Die zullen we meenemen in de voorjaarsnota om een plek te krijgen in onze begroting. Hebben we hierin een dubbelrol? Nee, wij hebben een heel zuivere rol. Wij faciliteren het R 2207081
11
proces. Als er wordt gestemd, beslist het college hoe er gestemd zal worden. Die twee dingen zijn gescheiden. Hebben wij een omvangrijke stem? Ja, we hebben 7% van de WOZ-waarde in ons bezit. Dat is inderdaad een forse hoeveelheid. Een deel daarvan staat leeg. Dat is het verschil met de ondernemers-BIZ. De ondernemers van wie het pand leegstaat, doen niet mee met de stemming. Maar hier gaan ook de vastgoedeigenaren van wie het pand leegstaat de BIZ bepalen. Dus ja, we hebben invloed en we hebben er als eigenaar van panden belang bij dat de waarde van die panden zich in de toekomst ontwikkelt. In die zin denk ik dat wij als gemeente ook belang hebben bij een positieve uitslag van de BIZ, maar dat hoort niet in deze discussie thuis. Ik denk dat we er als stad ook heel veel belang bij hebben dat zowel de vastgoedeigenaren als de ondernemers en de gemeente gezamenlijk optrekken in het verder brengen van onze binnenstad naar een aantrekkelijke place to be. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Als ik de heer Van Rees goed beluister, zegt hij feitelijk: ja, wij gaan gewoon hierin meestemmen, hoewel dit een raadsvoorstel is van de gemeente Almelo en de gemeente Almelo volgens mij eigenlijk een onpartijdige rol zou moeten hebben. We moeten dit aan de ondernemers of vastgoedeigenaren in Almelo overlaten.
In dit geval is het een raadsvoorstel van de gemeente Almelo, die tevens eigendom heeft. Als ik de heer Van Rees goed beluisterde, zei hij: wij als college gaan erover stemmen. Hij lijkt te suggereren dat hij zich hierover positief uitlaat. Ik zou zeggen: dan moet de gemeente zich helemaal distantiëren van een stemming, voor of tegen. Ik proef dat de gemeente Almelo dat niet voornemens is en zelfs voornemens is hierin mee te stemmen, waardoor zij een bepaalde rol in de uitvoering van dit raadsvoorstel speelt. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Mevrouw Pol zegt: laat het college zich distantiëren van stemming, dan is zij geen respondent. Ik interpreteer het zo. Als je niet respondeert, draag je bij aan die 50% die de BIZ wellicht niet wil. Er zijn namelijk drie beslispunten voordat die tot stand komt. Als de gemeente niet respondeert en zich onthoudt van een standpunt, zal zij altijd behoren tot degenen die niet gereageerd hebben. Hoe we het ook keren of wenden, als we vanavond een besluit nemen, zijn we part of the deal. Is mevrouw Pol het daarmee eens? Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Dan nog heeft het college een optie om niet verder te stemmen. Je kunt zeggen: part of the deal.
Maar ik vind dat de gemeente Almelo onpartijdigheid moet betrachten, dat wij als raad faciliteren – daaraan wil ik zeker een bijdrage leveren – maar dit aan de vastgoedeigenaren van de gemeente Almelo moeten overlaten. In dit geval heeft de gemeente Almelo onmiskenbaar een dubbelrol. We moeten ons distantiëren van iedere schijn van partijdigheid, zelfs waarschijnlijk van die 50% respons. Ik kijk even wat precies de formulering is in het raadsvoorstel. Wellicht zal Forum voor Rechts erin meegaan dat we deel uitmaken van die 50% respondenten, zodat we daarmee in ieder geval verder kunnen. Maar dan vind ik dat er niet voor of tegen gestemd moet worden door de gemeente Almelo. We zitten hoe dan ook in een impasse. Wellicht is het beter dat de gemeente Almelo zich hiervan distantieert. Dat is mijn standpunt. De heer KAMPMAN (Lokaal Almelo Samen): Voorzitter! Wij hebben verder geen bijdrage, we zijn zeer tevreden over het raadsvoorstel Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Of ik heb de wethouder niet goed begrepen, of, als ik hem wel goed verstaan heb, ben ik wat teleurgesteld over zijn antwoord. Waar zit mijn teleurstelling? Die zit niet in de helderheid die hij verschafte over "een pand, een stem". Daarin hebben wij als gemeente Almelo meerdere stemmen.
Ik weet niet hoeveel, ik weet alleen dat de gemeente Almelo 7% van de waarde van het vastgoed bezit dat deel uitmaakt van de totale zone. Dat zegt niets over het aantal panden, dus ik kan nog geen inschatting maken wat onze invloed is. Maar ik ben voor een deel gerustgesteld. De volgende twee punten baren me zorgen, en daarover ben ik wat minder tevreden. Het eerste is dat de wethouder zei dat de afhandeling door de afdeling Vastgoed wordt gedaan en dit gemandateerd wordt. Die afdeling is erg groot. Wat mij betreft gaat het hier om een wat delicate kwestie, omdat de gemeente aan de ene kant faciliterend is en aan de andere kant R 2207081
12
deelnemer. Hier wordt echt gevraagd een goed onderscheid te maken. Ik zou dit graag goed vastgelegd zien op bestuurlijk niveau, het liefst verdeeld over twee bestuurders, zoals wel vaker gebeurt. De wethouder kent vast de voorbeelden. Het tweede punt dat mij zorgen baart, is het volgende. De wethouder gaf nadrukkelijk aan dat de BIZ heel goed is voor de vastgoedeigenaren, omdat ze daarmee het vastgoed beter kunnen beheren, waardoor de waarde van het vastgoed kan stijgen. Maar het kan toch niet gaan om het commerciële belang, zeker niet als het gaat om ons als stad? Het moet vooral gaan, zoals ik in mijn eerste termijn zei, om de leefbaarheid, de veiligheid, de ruimtelijke kwaliteit, maar ook om de activiteiten die ingezet worden om mensen te laten ervaren dat Almelo een fantastische binnenstad heeft, met fantastische ondernemers in fantastische panden. Het enthousiasme dat ik hier aan de dag leg, had ik ook graag van de wethouder gehoord. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Mevrouw Ten Seldam zei dat het zich onthouden van stemmen hetzelfde is als tegenstemmen, als ik haar goed heb begrepen. Maar volgens mij werkt het niet helemaal zo. Er moet een opkomst van 50% zijn. De gemeente kan ervoor kiezen om daarbij niet aanwezig te zijn. Dan telt de gemeente helemaal niet mee in de uitslag van de stemming.
Als ik de wethouder goed heb begrepen, wordt de rol van de ondernemers kleiner door de gemeentelijke stem en de WOZ-waarde van het gemeentelijke bezit. Maar de BIZ zou gedragen moeten worden door de ondernemers en zou vanuit hen moeten komen. Door de opkomst gemeten aan de WOZ-waarde, neemt de gemeente gewicht mee in die stemmingsronde. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Ik heb gezegd: hoe je het keert of wendt, als we de verordening vaststellen en daarmee de opdracht geven om het onderzoek te gaan starten, dan zij we daarvan onderdeel als stadsbestuur. Dat zit in de drietrapsraket waaraan je moet voldoen voordat de verordening wordt geactiveerd. We spelen dus altijd een rol. Hoe groot die rol is, valt moeilijk in te schatten. De heer Ekizkuyu heeft het over de WOZwaarde en zegt dat we een belangrijke rol spelen. Ik heb dat inzicht niet. Ik weet dat de waarde 7% is, maar ik weet niet hoeveel panden dat zijn en ik weet niet wat de waarde van die panden is ten opzichte van de andere panden. Ik weet dus niet of wij een belangrijke rol spelen, of juist niet, doordat wij niet de duurste panden in de stad hebben, maar misschien wel de goedkopere panden. In die zin vind ik de opmerking van de heer Ekizkuyu niet navolgbaar. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Met het eerste gedeelte van de interruptie ben ik het eens.
Ik formuleer waarschijnlijk niet goed, maar ik zeg continu dat het allemaal afhankelijk is van de opkomst, wie er op komt dagen met hoeveel WOZ-waarden. Dat is van tevoren helemaal niet te zeggen. Maar 7% en drie panden… Ik praat in als-verhalen, dat klopt. Daar kunnen we misschien niet heel veel mee, maar we moeten wel rekening houden met bepaalde scenario's. Is het wenselijk dat we überhaupt meedoen aan het stemproces als we een behoorlijk gewicht meenemen? Dat is mijn punt. De heer STÖTELER (PVV): Voorzitter! De heer Ekizkuyu noemde in het kader van de BIZ de ondernemers, maar de ondernemings-BIZ hebben we al vastgesteld. Deze BIZ gaat over de vastgoedeigenaren. Dat zijn niet per definitie ondernemers. Het pleidooi van de heer Ekizkuyu kan ik in zekere zin volgen. Hij zegt dat de gemeente eigenlijk iets moet met het stemrecht. Dat is de ene kant. Maar aan de andere kant heeft de gemeente panden in eigendom en daar een belang bij. Dit kost de gemeente, de Almelose inwoners als totaal, € 15.000 per jaar. Wat de heer Ekizkuyu eigenlijk zegt, is dat we die € 15.000 dan maar moeten inleggen, zonder dat we daarover enige zeggenschap hebben. Bovendien gaat hij uit van de premisse dat het belang van de gemeente een andere is dan het belang van de vastgoedeigenaren. Met het verkeer in de Grotestraat Noord is dat het geval, maar dat hoeft met deze BIZ niet zo te zijn.
Misschien kan de heer Ekizkuyu nog eens nadenken over zijn pleidooi om de zeggenschap op te geven. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Ik kan voor een gedeelte meegaan in het verhaal van de heer Stöteler. Bij mij zit het pijnpunt in die dubbelrol. Daarbij kunnen die R 2207081
13
belangen belangrijk zijn: heb je dezelfde of andere belangen? Die dubbelrol hoeft niet per se schadelijk te zijn voor het proces. Ik werp alleen dit idee op, omdat het met niet lekker zit. Gelukkig reageert de heer Stöteler erop. Het is heel moeilijk van tevoren aan te geven of een proces daardoor al dan niet verstoord raakt. Daar heb ik niet het antwoord op. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Ik dacht dat ik het in eerste termijn duidelijk verwoord had; ik zal het nog een keer proberen. We praten hier als gemeente over onze faciliterende rol in het proces om te komen tot de vaststelling van de BIZ, een stemming. Wij faciliteren als gemeente dat proces op verzoek van vastgoedeigenaren. Wij zijn binnen die groep vastgoedeigenaren geen mede-initiatiefnemer. Dit komt gewoon bij de vastgoedeigenaren vandaan die zelf, analoog aan het BIZ-proces bij de ondernemers, besloten hebben dit op te pakken. Dus wij faciliteren als gemeente, als bestuursorgaan, uw gemeenteraad, dit proces. Daarbij speelt een andere rol dat wij als gemeente ook vastgoed bezitten in de binnenstad. Over dat bezit heb ik net gezegd dat we een collegevoorstel zullen maken over welke stem wij zullen uitbrengen binnen deze BIZ-stemming. Of de wethouder, of iemand van de afdeling Vastgoed brengt die stem uit, maar dit wordt in het collegevoorstel aangewezen.
Ter informatie, wij hebben 23 panden en 7% van de WOZ-waarde in de binnenstad in ons bezit. Wij spelen hoe dan ook een rol. Maar wij hebben er als vastgoedeigenaar en gemeente belang bij dat onze binnenstad een levendige, mooie binnenstad is met een centrumfunctie voor de ons omliggende gemeenten. Wij zijn als gemeente, u bent als raad, al jaren aan het trekken om te zorgen dat wij met elkaar de stad meer op de kaart zetten. Dat die een betere invulling krijgt, mooiere winkels en meer evenementen. We worden tegengewerkt door de situatie op zich. Ik mag niet zeggen dat het anders wordt door de situatie met corona, maar daardoor kunnen we niet profiteren van de verbeteringen die we hebben aangebracht. De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Volgens mij hoorde ik de wethouder zeggen dat we 23 panden in bezit hebben. Om hoeveel panden gaat het in totaal? De heer VAN REES (wethouder): Dat weet ik niet uit mijn hoofd, ook niet ongeveer. Dat zal ik navragen. De VOORZITTER: Ter begeleiding van het gesprek: laten we oppassen dat dit niet een technisch vragenuur wordt. We hebben het over de vaststelling van een verordening. Probeer met elkaar uit het detailniveau te blijven, maar bij de visie die achter die verordening zit.
Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Voorzitter! Is de wethouder het met mij eens? Welke uitstraling heeft dit? De fractie van Forum voor Rechts begrijpt natuurlijk de behoefte om deze BIZ te faciliteren. Dat omarmt zij ook in zekere mate. Maar ik kan me de krantenkoppen voorstellen: de gemeente Almelo… De belangenverstrengeling druipt ervan af. Dat ontkent de wethouder, maar ieder ander die hier vanaf een afstand naar kijkt… Dit kunnen we aan de burger van Almelo niet uitleggen. Misschien zijn er ook onroerend-goedeigenaren die hier niet blij mee zijn en zeggen dat de gemeente dit heeft bedacht. De negativiteit die hier mogelijk uit kan voortvloeien… Er zullen natuurlijk eigenaren zijn die de BIZ omarmen, maar het gaat mij niet om het faciliteren ervan. Ik denk dat de gemeente Almelo zich aan de volgende fase moet onttrekken, omdat ze daarin een dubbelrol speelt, om iedere schijn van partijdigheid tegen te gaan. Ik ben heilig overtuigd van de intenties van de heer Van Rees, ook van die van deze raad: wij willen een mooi Almelo. Maar over een mooi Almelo moet eigenlijk worden besloten door de eigenaren die niet de gemeente Almelo zijn. Dit betekent wellicht, als ik de wethouder zo beluister, dat 57% moet opkomen als ik daarna de 7% van de gemeente Almelo eraf haal. Het is dan onmiskenbaar dat de eigenaren dit gewild hebben. Ik denk dat dat van belang is.
De wethouder kan niet ontkennen dat hiermee mogelijk een schijn van partijdigheid wordt opgeroepen. De heer VAN REES (wethouder): Mijnheer de voorzitter! Dit wordt een heel technische discussie. We hebben er als Almelo belang bij dat onze binnenstad floreert. Ik gebruik vaak de R 2207081
14
term BV Binnenstad. In de BV Binnenstad is de gemeente Almelo net zo goed belanghebbende als de ondernemers en de vastgoedeigenaren. De gemeente Almelo, uw raad, heeft besloten om ongelooflijk in die binnenstad te investeren. Wij bezitten nu eenmaal panden in de binnenstad. Het college neemt een besluit, en dat besluit is niet te voorspellen. Dat kan alle kanten op. Maar wij hebben tot nu toe als gemeente Almelo aan alle kanten belang gehecht aan de verdere ontwikkeling van onze binnenstad. We werken ook aan deze faciliterende rol mee. Wij brengen de eigenaren in de gelegenheid om te stemmen. Ja, we hebben er met z'n allen belang bij dat Almelo verder zich ontwikkelt. En goed georganiseerde vastgoedeigenaren en goed georganiseerde ondernemers gaan het mogelijk maken, in samenwerking met de gemeente, cultuursector en evenementen, de binnenstad nog beter op de kaart te zetten, zodat er nog meer bezoekers naar de gemeente, de binnenstad komen, en onze binnenstad een heel levendige en mooie binnenstad wordt. Ja, daar heeft de gemeente Almelo 7% belang in. We bezitten 23 panden en die vormen samen 7%. Terugrekenend kom ik op ongeveer 330 panden. De VOORZITTER: Wethouder, nu gaat u getallen noemen en dat leidt weer tot andere getallen. Ik duid het even zo. Aan de orde van behandeling is het vaststellen van de verordening en de visie die daaronder ligt.
Als de raad of raadsfracties zouden willen dat op grond van die verordening de gemeente als mede-eigenaar in het gebied voor of tegen stemt, of zich van stemming onthoudt, kunt u een motie indienen die daarop gericht is. Anders gaan dingen door elkaar lopen. We hebben het nu over de vaststelling van de verordening. Hoe de gemeente zich als eigenaar onder de werking van die verordening zal gaan gedragen, is een separate discussie. Ik vraag iedereen, en zal dat ook begeleiden, om dat uit elkaar te blijven houden, De heer VAN REES (wethouder): Voorzitter! Ik denk dat ik de vragen beantwoord heb. Bij de meeste mensen gaat het om deze discussie. De feitelijke vraag die voorligt, is: willen wij als gemeente het proces om tot een stemming te komen faciliteren? De heer EKIZKUYU (GroenLinks): Voorzitter! Is er enige communicatie geweest met vastgoedeigenaren over het aandeel van de gemeente Almelo in deze zaak en hoe zij daar tegenaan kijken? Ik wil graag snel reageren op de technische informatie, want die is van belang voor mijn besluitvorming. Mevrouw TEN SELDAM (CDA): Voorzitter! Heb ik de wethouder goed begrepen dat hij zei dat er een collegevoorstel komt waarin komt te staan hoe we gaan stemmen en wie die stem gaat uitbrengen? Ik vraag mij af of dat echt noodzakelijk is, want dat kost minstens zeven tot acht weken. Januari en februari staan voor de draagvlakmeting gepland.
Of bedoelde hij dat hij dit nog in het college bespreekt? Dat zou wat anders zijn. Wil de wethouder in ieder geval de raad informeren over de besluitvorming die het college hierover aangaat? Dat zou ik kunnen waarderen. De heer VAN REES (wethouder): We hebben veelvuldig overleg gehad met de initiatiefgroep van de vastgoedeigenaren die deze BIZ willen invoeren. We hebben daar niet gesproken over de gemeentelijke eigendommen. We hebben het gehad over dit faciliterende proces. Dit is het antwoord op de vraag van de heer Ekizkuyu. Ik denk dat ik een collegevoorstel kan laten voorbereiden binnen de termijnen en denk dat dit de juiste weg is. We zullen de raad informeren wat daarin de beslissing is. De VOORZITTER: Daarmee komen we naar het einde van de beschouwingen op wat hier voorligt. Ik zie dat mevrouw Pol haar handje nog opsteekt. Misschien houdt dat verband met wat ik nu ga zeggen. Als de raad een beslissing zou willen laten nemen over hoe de gemeente als eigenaar zich onder de werking van die verordening moet gedragen, dan moet u daarover nu een motie indienen, of op een ander moment. Maar wat nu aan de orde van behandeling is, is de vaststelling van het juridische raamwerk, dus de verordening. Mevrouw POL (Forum voor Rechts): Ik hou die motie paraat. Ik proef dat de gemeente R 2207081