20251015 RKA - aanbiedingsbrief en quickscan programmabegroting 2026
Tekst van het document
Postadres:
Aan Gemeenteraad Almelo College Almelo
Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Bezoekadres: Haven Zuidzijde 30 7607 EW Almelo telefoon: (0546) 54 11 11 e-mail: gemeente@almelo.nl internet: www.almelo.nl
Uw brief Bijlage(n) Quickscan
Uw kenmerk Doorkiesnummer 0546-541111
Ons kenmerk D/25/805105 Behandeld door R.J. Schuttevaar
Datum 15 oktober 2025 Zaaknummer Z/25/249208
Onderwerp Aanbieding quickscan Programmabegroting 2026 van de rekenkamer aan raad en college Geachte leden van de raad, geacht college, De rekenkamer Almelo biedt u hierbij de quickscan (QS) aan van de rekenkamer Almelo over de Programmabegroting 2026. De QS bouwt voort op eerdere quickscans, jaarverantwoordingen en perspectiefnota’s van de Rekenkamer Almelo. Bevindingen uit deze rapporten vormen het referentiekader voor de analyse van de programmabegroting 2026. Er wordt gekeken of eerdere benoemde aandachtspunten zijn opgevolgd. Ook worden ontwikkelingen uit zomerrapportages en rekenkameronderzoeken meegenomen. Zo ontstaat een continue lijn van toetsing, vragen en verbetering. Openbaar De QS is met ontvangst van deze aanbiedingsbrief openbaar. U vindt de QS via almelo.nl/rekenkamer en bij de stukken van het beeld- en oordeelsvormend beraad van dinsdag 28 oktober. Bestuurlijk wederhoor Conform onderzoeksprotocol is er geen formele afspraak om het college te verzoeken een bestuurlijk wederhoor op te stellen bij een QS. Dat is echter wel altijd het streven in de opstelling van de planning. Wij zien een bestuurlijke reactie met belangstelling tegemoet. Bestuurlijke planning Bespreking van de QS vindt plaats tijdens het beeldvormend beraad op dinsdag 28 oktober. Hier wordt na ontvangst ook de bestuurlijke reactie van het college bijgevoegd.
Tijdens het beeldvormend beraad presenteert de rekenkamer de QS en is er gelegenheid tot stellen van vragen. Vragen Indien u voorafgaand aan het beeldvormend beraad vragen heeft, kunt u deze richten aan Manuel Konijnendijk, steller van de QS, via m.konijnendijk@almelo.nl, of via R.Schuttevaar@almelo.nl (secretaris rekenkamer Almelo).
Met vriendelijke groet,
Jan Mastwijk Voorzitter rekenkamer Almelo Bank: BNG Bank, Den Haag Pagina 1 van 1
NL56 BNGH 028 50 00 187 BIC Code: BNGHNL2G
BTWnr. NL 0015 84 108 B 01
Quickscan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo 14 oktober 2025 Versie 3.0 na ambtelijk wederhoor Rekenkamer Almelo
1. Inleiding 1.1 Functie en doel van de programmabegroting Jaarlijks stelt u de programmabegroting vast. Met dit document geeft u inhoud aan uw kaderstellende rol en oefent het budgetrecht uit. De programmabegroting vormt ook het fundament voor uw controlerende taak: in de jaarverantwoording kunt u controleren of het college de afgesproken onderwerpen binnen de inhoudelijke en financiële kaders van de programmabegroting uitvoerde. Om deze functie goed te kunnen vervullen, is het belangrijk dat de programmabegroting een helder antwoord geeft op de onderstaande vragen: 1. Wat willen wij bereiken (doelen / effecten)? 2. Wat gaan we daarvoor doen (prestaties /activiteiten)? 3. Wat mag dat kosten (budget / investeringen)? Een navolgbare relatie tussen deze drie vragen is daarbij van belang. In navolging van de QS Jaarverantwoording 2024 (JV 2024) bouwden wij de QS PB 2026 rond deze drie vragen op. Daaraan voegden wij de volgende vragen toe: 4. Hoe gaan we dat dekken? 5. Wat is onze financiële positie?
1.2 Leeswijzer Na deze inleiding geven wij onze aandachtspunten in hoofdlijn per genoemde vraag weer. Daarna volgt een gedetailleerde tabel met bevindingen. Deze bevindingen geven onderbouwing aan de aandachtspunten die wij in het algemene deel benoemen. Daarnaast biedt deze tabel inzicht in de opvolging van bevindingen uit voorgaande QS’s. Wij hopen met de QS bij te dragen aan de informatievoorziening en daarmee een waardevolle behandeling van de PB 2026!
1
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
2. Wat willen wij bereiken? 2.1 Inhoudelijke kader PN 2026 - 2029 In de PN 2026 – 2029 nam het college zes kaders op voor de langjarige opgaven: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Uitdagingen zijn langjarig (15 tot 20 jaar) en vergen ook langjarig commitment; Aantrekkelijkheid en Balans hangen met elkaar samen. Verbetering kan alleen op basis van integraliteit; Verbind de fysieke en economische opgaven veel steviger met de sociaal-maatschappelijke opgave en vice versa; Breng focus aan en verbeter op specifieke domeinen (inhoudelijk en op buurten met een zeer hoge achterstand); Investeer ongelijk op basis van de onderzoeksresultaten waardoor gelijkheid wordt bevorderd; Stuur op: stedelijke voorzieningen, opleidingsniveau (met name onderadvisering en startkwalificatie), inkomen (met name energiearmoede/verduurzaming en schulden), gezondheid (met name gezonde levensstijl) en veiligheid.
De PN 2026-2029, die zich in belangrijke mate richtte op een nieuwe bestuursperiode, kreeg daarmee naar ons beeld een stevig meerjarig inhoudelijk kader mee. Wij brachten de vraag onder uw aandacht of een dergelijke “laatste” perspectiefnota in een bestuursperiode de plaats is voor dit “nieuwe beleid”. In de bestuurlijke reactie op de QS PN 2026-2029 gaf het college aan daar genuanceerd naar te kijken: “De onderzoeken die gedaan zijn in het kader van de aantrekkelijke stad in balans zijn geen nieuw uitgangspunt. Deze onderzoeken zijn de verdere uitwerking en concretisering van het beeld wat bij de Perspectiefnota 2025-2028 is geschetst. De onderzoeken bieden waardevolle inzichten in de huidige situatie én de kansen en uitdagingen voor de komende decennia. Het huidige college en de raad zetten al in op een aantrekkelijke stad in balans”. Met de vaststelling van de PN 2026-2029 stelde u dit kader vast. In die lijn ziet u in de inleiding van de PB 2026 (pagina 3) dit kader terug. Het college geeft aan dat daarmee voor de komende jaren een duidelijke koers is uitgezet. Het college kan de navolgbaarheid van de impact van dit kader op de doelen en activiteiten in de PB2026 verder versterken. U kunt overwegen het college te vragen welke doelen / activiteiten hij op basis van dit kader aanscherpte.
2.2 Programmaplan De meerjarige programmaopgaven bevatten strategische en soms ook operationele doelen. Deze doelen zijn ongewijzigd t.o.v. de MJPB 2025-2028. Dit past ook bij het meerjarige karakter van de programma’s en zorgt voor consistentie. In eerdere QS’s gaven wij aan dat de doelen geformuleerd zijn in termen van “meer” en “minder”. Dit maakt het lastiger om te bepalen of en wanneer het gewenste doel bereikt is. Als voorbeeld een doel uit het programma Sociaal en Vitaal (pag. 21): In 2026 hebben we een beter werkend ecosysteem waardoor onze kwetsbare inwoners zich beter redden met minder hulp van de overheid en mentaal weerbaarder en veerkrachtiger zijn.
Het kan meerwaarde hebben om in de nieuwe bestuursperiode die doelen meer meetbaar te formuleren. Dit versterkt ook de waarde van de jaarverantwoording. Termen als “meer / minder” en “beter” kunt u “laden” door het opnemen van toegespitste indicatoren met een streefwaarde. In de programma’s staan in de PB2026 geen indicatoren. Het college koos er in de Jaarverantwoording 2024 wel voor om indicatoren op te nemen. Zoals wij in de QS JV2024 aangaven had dat op onderdelen zeker meerwaarde. Vraag aan het college kan zijn of het college van plan is deze lijn in komende programmabegrotingen wel door te zetten?
2.3 Basisbegroting De financiële omvang van de programmabudgetten bedraagt zo’n 0,5% van de volledige begroting. De basisbegroting heeft een aandeel van ruim 99%. In de basisbegroting staan geen strategische of operationele doelen. Hiervoor moet in onderliggende beleidsnota’s gekeken worden, die wel genoemd worden in de PB 2026. Daarmee is uit de PB 2026 niet direct navolgbaar welke doelen en effecten Almelo met deze budgetten nastreeft. Een overweging is om in de nieuwe bestuursperiode het onderscheid in de programma’s / basisbegroting en de balans in de inhoudelijke en financiële verdeling daartussen onderwerp van gesprek te laten zijn. 2
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
3. Wat gaan we daarvoor doen? 3.1 Programmaplan Na de beschrijving van de doelen staat in de PB 2026 per strategisch doel een tabel met daarin de activiteiten die het college uitvoert om het doel te bereiken. De linker kolom van die tabel geeft een kernachtige beschrijving van de activiteit weer op hoger niveau. Deze is daarmee veelal ook meerjarig van toepassing. De omschrijving in deze kolom is voor veel activiteiten in de PB2026 gelijk aan de omschrijving in de MJPB 2025-2028. Er zijn echter ook activiteiten afgevallen en nieuwe activiteiten toegevoegd, bijvoorbeeld vanuit de nieuwe onderzoeken, zoals onderstaand voorbeeld (pag. 27). Welke activiteiten nieuw zijn t.o.v. de voorgaande begroting, is niet navolgbaar gemaakt. Het kan meerwaarde hebben om het college te vragen om in volgende begrotingen aan te geven wanneer een activiteit nieuw, aangepast of ongewijzigd is. Dit kan duidelijker maken welke activiteiten het college afrondde. De rechterkolom van de tabel met activiteiten bevat een nadere toelichting en beschrijft concreter wat het college specifiek in het begrotingsjaar 2026 gaat doen. Deze informatie wisselt in en tussen de programma’s: •
•
•
In programma 1 (Stedelijke ontwikkeling) zijn de teksten bijvoorbeeld vrijwel gelijk aan de teksten uit de MJPB 2025-2028. Onduidelijk is of dit ligt aan de aard van de opgave, mate van concreetheid van beschrijven of voortgang van het programma; In programma 2 (Sociaal en Vitaal) zijn teksten veelal wel aangepast. Daar komen op enkele plaatsen teksten terug waarin alleen het jaartal is gewijzigd (voorbeeld op pagina 23: “Vanuit Twentse Koers is een projectleider gestart die de omvang van de problematiek in beeld brengt en een gerichte aanpak ontwikkelt. In 2026 zullen we de aanbevelingen gaan implementeren”. Diezelfde tekst stond in de MJPB 2025-2028 met het jaartal 2025. De tekst maakt niet duidelijk waarom deze tekst met een ander jaartal terugkomt; Programma 3 (Economie en arbeidsmarkt) bevat goede voorbeelden hoe het college in de tekst meer navolgbaar kan maken hoe de beschreven activiteiten zich verhouden tot de activiteiten in het voorgaande jaar. Zie ter beeldvorming de onderstaande tabel. In de QS Jaarverantwoording 2024 gaven we aan dat het lastig navolgbaar is of het college de activiteiten uitvoerde zoals afgesproken. Die lastige navolgbaarheid herkennen we ook in de PB 2026 door de hiervoor genoemde oorzaken (concreetheid beschrijven, relatie naar status in het voorgaande jaar, inzicht in bestaand of nieuw). Mate waarin dit zich voordoet, verschilt per programma.
Overweging is om voor een volgende begroting afspraken te maken met het college over hoe bij meerjarige programma’s / opgaven inzichtelijkheid in opvolging van activiteiten kan worden versterkt.
3
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Daarbij kan ook de relatie van de bijdrage van de activiteit aan het doel en de mate waarin verder worden versterkt. Het meer inzichtelijk maken van deze relatie (bijvoorbeeld door een doelenboom of doelen-inspanningen netwerk (DIN)) kan een overweging zijn. Uit het ambtelijk wederhoor begrepen wij dat de raad met het vaststellen van de perspectiefnota 2024-2027 de strategische doelen en visies van de programma’s vaststelde. Voor alle programma's zijn op dat moment ook doelen-inspanningen netwerken opgesteld die ter informatie met de raad zijn gedeeld voor het politiek beraad van 4 juli 2023. Overweging is om deze DIN’s in het vervolg onderdeel van de programmabegroting te laten zijn.
3.2 Basisbegroting In de basisbegroting staan geen doelen. Wel beschrijft het college per taakveld ”uitgelichte activiteiten”. Onduidelijk op welke wijze deze activiteiten bijdragen aan de gemeentelijke doelen en op basis van welke criteria het college een activiteit uitlicht. Een optie is om hierover met het college heldere criteria af te spreken. Bij het taakveld Veiligheid gaat het college o.a. in op de onderwerpen ondermijning, weerbaarheid en verstoringen van de openbare orde. Actuele ontwikkelingen laten zien dat dit relevante onderwerpen zijn waarvan het meerwaarde kan hebben om u als raad hierover goed te laten informeren. Daarbij is de naaststaande tekst over de BOA’s opgenomen. Deze tekst roept de vraag op of de heroriëntatie op inzet en capaciteit wellicht nog een extra budgetvraag betekent. U zou het college kunnen vragen wanneer u in de heroriëntatie van inzet en capaciteit van de BOA’s wordt betrokken.
3.3 Majeure projecten Een project is majeur als u dat aangeeft. Dit geeft u de mogelijkheid om rond een specifiek project de informatievoorziening te versterken. Redenen daarvoor kunnen divers zijn. In de PB 2026 merkte u één project als majeur aan: het zwembad sportpark nieuwbouw. In navolging van de jaarverantwoording 2024 meldt het college hier het benodigde extra budget, de opgelopen vertraging en het risico op verhaal van de omzetbelasting. Hiermee krijgt u een goed inzicht in de voortgang van het project Het is raadzaam om periodiek na te gaan of er andere projecten zijn welke u als majeur wilt aanmerken waarmee de informatievoorziening rond dat project wordt versterkt. Een voorbeeld daarvan zou XL2 kunnen zijn. Een andere overweging is om een regeling “risicovolle projecten” vast te stellen waardoor uw kaderstellende en controlerende rol wordt versterkt (zie bijvoorbeeld: Regeling risicovolle projecten gemeente Utrecht | Lokale wet- en regelgeving).
3.4 Verbonden partijen Het nastreven van de doelen en het uitvoeren van de activiteiten doet de gemeente Almelo samen met diverse andere organisaties. In dit onderdeel zoomen we specifiek in op de zogenaamde verbonden partijen waarover een aparte (verplichte) paragraaf in de PB2026 staat. Onderzoek samenwerkende rekenkamers In de paragraaf Verbonden Partijen haalt het college op pagina 129 het gezamenlijke rekenkameronderzoek naar de Twentse samenwerking aan (Zicht op zeggenschap Almelo - iBabs Publieksportaal). Het college schrijft: “De inhoud van het onderzoeksrapport, de conclusies en de aanbevelingen vormen daarmee een handvat om een discussie te voeren over Twentse samenwerking en de eigen gemeentelijke inbreng daarin”. Belangrijk om daarin als raad uw eigen positie te bepalen en de unaniem aangenomen aanbevelingen op te volgen.
4
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Nieuwe nota governance In de paragraaf Verbonden Partijen (pag. 129) vermeldt het college dat een actualisatie van de Kadernota governance in voorbereiding is. Dit leidt tot de Kadernota samenwerkingsverbanden. De reikwijdte van de Kadernota samenwerkingsverbanden is breder en dit komt volgens het college tot uiting in de gebruikte terminologie. De Kadernota governance sprak vaak over verbonden partijen, maar in de nieuwe kadernota wordt meestal de term samenwerkingsverband(en) gebruikt. Hiermee ontstaat een bredere blik op samenwerkingsvormen. Dit kan tegemoet komen aan bevindingen, zoals opgenomen in het voornoemde onderzoek van de gezamenlijke rekenkamers. U kunt het college vragen wanneer u de nieuwe Kadernota samenwerkingsverbanden aangeboden krijgt en of het college voornemens is om ook de paragraaf Verbonden partijen te wijzigen in samenwerkingsverbanden? Risicobeeld verbonden partijen In de MJPB2025-2028 steeg de risicoscore van SamenTwente en de Veiligheidsregio, in de PB2026 stelt het college die risicoprofielen neerwaarts bij. De informatie in de paragraaf Verbonden partijen maakt niet duidelijk welke gewijzigde omstandigheden tot deze aanpassing leiden. U zou het college hiernaar kunnen vragen. Het risicoprofiel van het sportbedrijf Almelo is onverminderd hoog. Op verschillende plaatsen in de PB2026 besteedt het college hieraan ook aandacht.
Zo schrijft het college op pagina 12: ”De financiële situatie van het Sportbedrijf is de afgelopen jaren structureel verslechterd”. Het college beschrijft ook een aantal maatregelen die in gang worden gezet om de financiële positie te verbeteren. Ondanks deze maatregelen zal er een tekort blijven bestaan. Voor 2025 zal het tekort naar verwachting 400.000 euro bedragen en dit loopt terug naar 300.000 euro structureel vanaf 2028. In de MJPB 2025-2028 beschreef het college de risico’s die verbonden zijn aan de opheffing van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijvenpark Twente. In de QS Verbonden Partijen besteedden wij daaraan ook aandacht. Specifieke aandachtspunten die toen geformuleerd zijn: •
• • •
Het bestuur heeft besloten de GR op te heffen. Effectief betekent dit dat de huidige deelnemers moeten worden uitgekocht en dat een overheidspartij het erfpachtbedrijf moet overnemen. Dat vereist circa € 68 mln. financiering. Wat gaat er gebeuren met het restant van het investeringsbudget (geschat op € 1,8 mln.)? De activa die onder parkmanagement vallen zijn in 2030 afgeschreven, maar het is onwaarschijnlijk dat ze daarna niet meer nodig zijn. Ook dat leidt tot financieringsvraagstukken. In hoeverre is er sprake van werkgelegenheid voor arbeidsmigranten en de daaruit voortvloeiende knelpunten rondom huisvesting?
In de hierboven opgenomen risicotabel en de in de PB2026 opgenomen bijlage verbonden partijen is de RBT nog opgenomen. Overigens met de vermelding dat deze per 1 januari 2026 is geliquideerd. In de PB2026 is niet direct navolgbaar hoe de verwerking van die liquidatie plaatsvond en welke impact dat had op o.a. de balanspositie en het risicoprofiel van Almelo. Uit het ambtelijk wederhoor begrepen wij dat de liquidatie inderdaad nog niet verwerkt is in de PB 2026 en dat u daarover op een aantal momenten geïnformeerd bent. Mogelijk heeft dit nog impact op de PB2026.
5
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Een tekst op pagina 160 over SamenTwente roept de vraag op wat de actuele status is rond de kerntakendiscussie. Ook dit kan een vraag aan het college zijn.
Tot slot staat op pag. 183 een tekst waarin het college zorg uitspreekt over het ontbreken van een DVO met de Veiligheidsregio. Onduidelijk is of het college vanuit deze zorg gaat aandringen op het afsluiten van een DVO?
3.5 Grondexploitatie Activiteiten vinden ook plaats in de vorm van grondexploitaties. Het college informeert u daarover ook in een aparte paragraaf. De grondexploitaties zijn onderverdeeld in werklocaties en woningbouw. Met de toevoeging van de grondexploitatie XL2 is de omvang van de nog te maken kosten en opbrengsten stevig toegenomen, zoals de onderstaande tabel toont (bedragen * € 1.000).
De grondexploitatie XL2 leidt ook tot een stevige verhoging van het risicoprofiel van de gemeente. Hierop komen wij in hoofdstuk 6 terug.
3.6 Informatiebeveiliging In eerdere QS’s vestigden wij uw aandacht op de informatiebeveiliging, dit ook naar aanleiding van het onderzoek dat wij naar de informatiebeveiligingscultuur uitvoerden (Rekenkameronderzoek Informatiebeveiligingscultuur gemeente Almelo Almelo - iBabs Publieksportaal). Het college gaf in eerdere P&C-documenten aan hier aandacht aan te besteden, maar dat aanvullende activiteiten ook moeten worden bezien in de financiële context van Almelo. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement van de PB2026 geeft het college aan dat het risicoprofiel voor de informatiebeveiliging is verhoogd. Ook in de paragraaf bedrijfsvoering (pag. 127) besteedt het college de nodige aandacht aan informatiebeveiliging en specifiek ook de informatiebeveiligingscultuur
De vraag is of het college, ingegeven door de financiële context, gewenste aanvullende acties rond de informatiebeveiliging door een ontoereikend budget niet kan uitvoeren?
6
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
4. Wat mag dat kosten? 4.1 Programmaplan In eerdere QS’s gaven wij aan dat de raming van de programmabudgetten per programma wisselt. Soms is er alleen specifiek programmabudget, soms wordt ook verwezen (programma Sociaal en Vitaal als voorbeeld) naar budgetten die in de basisbegroting staan. Dit maakt inzicht in de totale besteding lastig. Dit geldt onverkort voor de PB2026. De programmabudgetten eindigen in 2026. Het college gaf hiervan eerder aan dat dit ook kan: het waren incidentele activiteiten die kunnen stoppen of structurele voortzetting kan een plek krijgen (“indalen”) in bestaande budgetten. Uit de huidige beschrijving van de activiteiten blijkt niet welke activiteiten het college wel / niet wil voortzetten na afronding van de programma’s. U zou het college kunnen vragen om hiervan bij afronding van de programma’s een overzicht te geven. Uit de QS JV2024 blijkt daarbij dat bij veel programma’s de uitgaven vooralsnog achterblijven bij de raming. De vraag is of hiermee in 2026 het volledige programmabudget wordt besteed en welke lijn het college volgt voor de niet bestede budgetten. In de programma’s is niet duidelijk welk specifiek budget bepaalde activiteiten vragen. Daardoor is de relatie tussen de drie W-vragen beperkt / niet aanwezig. Voor een volgende begroting is een overweging om deze relatie sterker te leggen.
4.2 Basisbegroting De budgetten in de basisbegroting maken ruim 99% van de totale begroting uit. Omdat hier een relatie ligt tussen taakveld en budget, is er ook een meer duidelijke relatie tussen activiteiten en budget. Omdat de doelen in de PB 2026 ontbreken, is er geen navolgbare relatie naar de doelen. Hiervoor moeten de onderliggende beleidsnota worden geraadpleegd waarbij de vraag is of daarin concrete doelen zijn opgenomen. In de budgetten zien we een aantal aandachtspunten: Prijs en volumestijging Jeugd en Wmo In de PN 2026–2029 raamde het college geen extra volume-en prijsmutatie. Hiervoor voerde het college in de afgelopen maanden nog analyses uit (PN 2026 – 2029 pag. 28). Hiermee bestond het risico dat er nog een aanvullend financieel effect kwam. In het financieel beeld van de PB2026 (pag. 10) raamt het college een extra bedrag voor het sociaal domein dat oploopt naar € 1,0 miljoen in 2029. Met name een prijsbijstelling is hiervan de oorzaak. Op pagina 86 van de basisbegroting geeft het college aan welke uitgangspunten in de ramingen zijn gehanteerd: voor Wmo een volumestijging van 1,5% en voor jeugd 0%. Daarnaast zijn de verwachte opbrengsten van de ombuigingen in de budgetten verwerkt. Dat roept de vraag op of het niet ramen van een volumestijging bij Jeugd extra inspanningen zal vergen om binnen budget te blijven.
Achterblijvende kapitaallasten Een voordeel op de kapitaallasten door o.a. achterblijvende investeringen is een jaarlijkse trend in Almelo. In de jaarrekening 2024 was het ruim € 1 miljoen. In de afgelopen drie begrotingen leidde dit tevens tot een voordeel in het begrotingsjaar. In de PN 2026–2029 anticipeerde het college nog niet op een voordeel maar gaf aan een aanvullende analyse uit te voeren. Deze analyse is voor de PB 2026 uitgevoerd wat leidde tot een voordeel van ruim € 2 miljoen in 2026. Onduidelijk is of met deze bijstelling de trend van voordelen in de begroting én jaarrekening nu historie is.
7
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
5. Hoe gaan we dat dekken? 5.1 De financiële positie De onderstaande tabel toont de financiële positie in de PB2026. In de jaren 2026 en 2027 verbeterde de financiële positiet.o.v. de financiële positie in de PN 2026-2029. Er is sprake van batige saldi en een reëel en structureel evenwicht. Hiermee is ook aan de eisen van de provincie voldaan. In de jaren 2028 en 2029 nam het negatieve saldo t.o.v. de PN 2026-2029 verder toe. De wijziging in de financiële positie komt door diverse ontwikkelingen, zoals het college op pagina 1013 toelicht. Belangrijk voordeel wordt veroorzaakt door de meicirculaire gemeentefonds 2025. In de PN 2026 – 2029 stond dat nog een aanvullende besparing van € 1,74 miljoen moest worden gerealiseerd om tot een sluitende begroting 2026 te komen. Het college zag een aantal redenen om bij de invulling van het resterende tekort van € 1,74 miljoen een behoedzame lijn te volgen: • •
De financiële effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk voor gemeenten en de overige effecten van het gemeentefonds zijn op dit moment nog niet bekend. De besparing voor verbonden partijen wordt uitgewerkt richting de begroting 2026.
Met name rond de financiële effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk blijkt deze behoedzame lijn een juiste keuze. De vertaling in de meicirculaire 2025 leidt zoals eerder vermeld tot stevige voordelen in 2026 en 2027. Daarmee is de opgenomen taakstelling van € 1,74 vervallen. Tevens is in 2026 de eerder geraamde onttrekking aan de algemene reserve van € 2,2 miljoen niet nodig.
5.2 De aanpak voor het sluitend maken van de begroting Al in de PN 2024-2027 maakte het college afspraken met u over hoe de meerjarige dekkingsopgave werd aangepakt. De aanpak voerde het college in de afgelopen jaren en in de voorliggende PB 2026 consistent en binnen uw kaders door. Daarbij volgt het college ook het begrotingsadvies van de VNG. Dit advies luidt o.a.: “Maak in ieder geval boekjaar 2026 en 2027 als dat mogelijk is sluitend. Al dan niet met toepassing van de mogelijkheid om een deel van de reserves in te zetten. Maak inzichtelijk op welke dossiers in het medebewind er meer wordt uitgegeven dan we van het rijk ontvangen.”. Het college motiveert op pagina 6 van de PB2026 deze lijn en wacht o.a. het tussen VNG en Rijk over disbalans in taken / vergoeding en de uitkomsten van de commissie van Ark (Jeugdzorg) af voordat tot dekking van de jaarschijven 2028 en 2029 wordt overgegaan. Het kan raadzaam zijn om met het college af te spreken tot welk moment wordt gewacht op die mogelijke landelijke dekking en wanneer wordt overgegaan tot het zelf invullen van de dekkingsopgave.
5.3 Totaal overzicht dekkingsmaatregelen In eerdere QS’s gaven wij aan dat het verkrijgen van een totaaloverzicht van alle ombuigingen lastig was. Het college kondigde aan in de PB 2026 een apart onderdeel op te nemen voor de opvolging van de dekkingsmaatregelen. In die maatregelen zag het college drie “smaken”: 1. Dekkingsmaatregelen: dit betreffen maatregelen die zorgen voor dekking van de lasten zoals de extra ozb-verhoging; 2. Taakstellende maatregelen: maatregelen die leiden tot verlaging van budgetten die in redelijke mate beïnvloedbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is de aangepaste indexatie op subsidies; 3. Beleidsmaatregelen: maatregelen die verandering van beleid vergen. Voorbeeld hiervan zijn de in de begroting 2025 uitgewerkte besparingsmaatregelen in het sociaal domein. 8
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Voor de categorieën 1 en 2 vond het college opvolging minder relevant, omdat realisatie na doorvoering geeffectueerd is. Daarmee zag het college vooral relevantie in het vermelden van de ombuigingsmaatregelen, zoals opgenomen onder categorie 3. In de PB2026 kiest het college ervoor om u inzicht te geven in alle dekkingsmaatregelen (de drie categorieën), waarbij een onderscheid wordt gemaakt in reeds ingevuld en nog in te vullen dekkingsmaatregelen. Van het totale bedrag is een bedrag van € 20 miljoen nog in te vullen. U treft deze informatie aan op de pagina’s 7 t/m 9. Dit biedt u een waardevol inzicht.
5.4 Ombuigingen sociaal domein Het grootste deel van de nog te realiseren besparingsmaatregelen betreft ombuigingen op het sociaal domein: ruim € 17 miljoen van de nog in te vullen € 20 miljoen. Het college informeerde u eerder over de specifieke maatregelen waarmee deze bedragen ingevuld moeten worden. In de Zomerrapportage informeerde het college u op maatregelniveau (pag. 11). De informatie zoals opgenomen in de Zomerrapportage 2025 is daarmee meer gedetailleerd dan de informatie zoals nu opgenomen in de PB 2026. Voor het goed opvolgen van de besparingen kan het waardevol zijn om ook in de begroting informatie op dit niveau op te nemen. Alle ombuigingen sociaal domein zijn van concrete maatregelen voorzien. In de PN 2026-2029 meldde het college dat een bedrag van € 3,5 miljoen aan ombuigingsmaatregelen sociaal domein nog van maatregelen moest worden voorzien indien de volledige opgave bleef staan. Uit het ambtelijk wederhoor begrepen wij dat u besloot deze opgave met € 3,5 miljoen te verlagen. Daarmee is de volledige ombuigingsopgave sociaal domein van concrete maatregelen voorzien. Aan het realiseren van de ombuigingen zijn risico’s verbonden Het college constateerde in de PN 2026-2029 dat er aan de ombuigingen risico’s verbonden zijn: “In de begroting 2025 is al aangegeven dat het realiseren van besparingen in de praktijk weerbarstig is.
Voor de maatregelen uit deze perspectiefnota geldt dat nog sterker, omdat ze boven op de eerder voorgestelde maatregelen komen, meer afhankelijkheden kennen van onder andere rijksbeleid en tot meer weerstand en bezwaren van inwoners en partners kunnen leiden. Daarnaast nemen door het scherper begroten de risico's toe dat nadelen direct effect hebben op het begrotingssaldo”. Deze risico’s zijn nog onverkort van kracht. Positief is dat de financiële mogelijkheden toenamen om deze risico’s op te vangen. Het college schrijft op pagina 3 van de PB2026 dat de twee jaar uitstel van het Ravijnjaar de mogelijkheid geeft om onvoorziene nadelige effecten van de besparingsmaatregelen, zoals vertraging op de effecten van de besparingsmaatregelen en tegenvallers bij de uitvoering van beleid, te kunnen opvangen. De positieve saldi in 2026 en 2027 én de reservepositie bieden inderdaad ruimte om die eventuele risico’s op te vangen. Specifiek houdt het college daarvoor de reserve sociaal domein aan met een stand van € 16,5 miljoen.
9
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
College zet koers voort en vult randvoorwaarden in De PN 2026-2029 vermeldde dat de ombuigingen een strategie en aanpak vergen die in gezamenlijkheid vorm wordt gegeven. Het college scheef daarover: “Deze manier van werken is anders dan we gewend zijn en vraagt om ruimte, vertrouwen en een gedeelde en bewuste focus op de lange termijn”. In de Basisbegroting PB 2026, taakveld sociaal domein (pag. 79) herhaalt het college deze lijn. “Doorbreken van belemmerende patronen” noemt het college als belangrijke randvoorwaarde waarbij het college inzet op strategisch partnerschap. Een vraag aan het college kan zijn wat het college hieronder precies verstaat. Het invullen van de randvoorwaarden vergt ook het op orde brengen van de basis (uitvoeringsorganisatie, de bedrijfsvoering en de bedrijfsprocessen). In de PN 2026-2029 mistten wij daarover informatie. In de bestuurlijke reactie op de QS PN 2026-2029 verwees het college naar diverse raadsinformatiebrieven waarin u geïnformeerd bent over de uitvoering van ”Plan de Campagne (Raad – 8529 en Raad – 758109). In de PB2026 besteedt het college op pagina 79 aandacht aan de uitvoering. Te lezen valt o.a.
“We zetten hierbij in op positieve en flexibele dienstverlening, vertrouwen en collectief vakmanschap èn leren en blijvend verbeteren…Hiervoor benutten we de opbrengsten van en bouwen we verder op Plan de Campagne, in het bijzonder de heringerichte online kanalen, het nieuwe inwonersportaal, de medewerkersomgeving en de sociale kaart”. Het kan raadzaam zijn om u periodiek te laten informeren over de voortgang daarvan. Tot slot gaf het college aan dat communicatie richting de inwoners een belangrijke voorwaarde is. Ook hieraan geeft het college in de PB2026 binnen het taakveld Sociaal domein aandacht “Daarom blijft communicatie ook in 2026 een speerpunt binnen het sociaal domein. Ook hiervoor werken we in Plan de Campagne aan betere inrichting van onze digitale kanalen met vernieuwde content, functionaliteiten en logische routes voor de inwoners naar bijvoorbeeld algemene voorzieningen in de sociale kaart. In de communicatie naar inwoners houden we er zoveel mogelijk rekening mee dat inwoners de boodschap ook begrijpen; bij voorkeur spreken en schrijven we op B1-niveau”. U kunt het college verzoeken om periodiek gebruikerservaringen te meten om zo te zien of de ingezette acties aansluiten op de behoefte van de inwoners.
5.5 Overige ombuigingen en dekkingen Risico verhoging bijdragen Verbonden partijen kleiner, geen aanvullende besparingen In de PN2026-2029 gaf het college aan voor de invulling van de resterende taakstelling ook te kijken naar eventueel mogelijke besparingen bij Verbonden Partijen. In de PB2026 geeft het college hierover aan dat “De verwachting is dat deze zienswijzen, indien van toepassing, in de toekomstige begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen worden verwerkt. Dit betekent dat het risico op aanvullende bijdragen van de gemeente aan de gemeenschappelijke regelingen wordt verkleind”. Onderhoud kapitaalgoederen Het college voert een besparing door op het onderhoud van de kapitaalgoederen. Een nieuwe doorrekening liet zien dat dat kon zonder verlies aan kwaliteit. In de QS PN 2026-2029 benoemden wij daarbij enkele aandachtspunten zoals achterblijvend kwaliteitsniveau (jaarverantwoording 2024) en dalende tevredenheid van de inwoners over de kwaliteit van de leefomgeving. In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de PB2026 (pag. 113 e.v.) komen wij deze aandachtspunten niet meer tegen. De vraag is of deze er inderdaad niet meer zijn? Daarbij roepen enkele teksten het beeld op dat er spanning bestaat tussen budget en duurzaamheidsdoelstelling en klimaatontwikkelingen.
Een vraag aan het college kan zijn of het college in die spanning nog inhoudelijke en financiële risico’s ziet? Tarief afvalstoffenheffing In de PN 2026-2029 kondigde het college voor de stijging van het tarief afvalstoffenheffing de reguliere indexatie aan (2%). Het college gaf in de bestuurlijke reactie aan dat de verwerking van het nieuwe afvalplan onderdeel zou zijn van de PB2026. In de PB2026 schrijft het college op pagina 7 o.a. over toenemende kosten van afval, oplopend naar € 215.000 m.i.v. 2028.
10
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
In de paragraaf lokale heffingen staat het tarief afvalstoffenheffing vervolgens wel onder de uitzonderingen genoemd maar is de reguliere indexatie van 2% voor 2026 van toepassing. Onduidelijk is of de genoemde kostenstijging in 2028 in dat jaar een extra stijging van het tarief gaat vragen. U zou het college kunnen vragen hoe het college daarnaar kijkt.
11
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
6. Hoe is onze financiële positie? 6.1 Financiële kengetallen In de MJPB2025 was er sprake van een verslechtering van de financiële kengetallen in meerjarig perspectief. Nu verbeteren de kengetallen voor de schuldquote en solvabiliteit en verslechtert het kengetal voor de structurele exploitatieruimte verslechterd. Dit laatste volgt uit de toenemende nog niet gedekte tekorten in 2028 en 2029. De overige kengetallen zijn stabiel. Als de financiële kengetallen worden afgezet tegen de signaalwaarden die die provincie als toezichthouder hiervoor gebruikt, scoort Almelo in categorie A (minst risicovol) en B (gemiddeld)., Dit duidt op een gezonde financiële positie.
In de afgelopen jaren is een trendmatige verbetering op de meeste financiële kengetallen zichtbaar waarbij de kengetallen in werkelijkheid hoger liggen dan de raming (solvabiliteit als voorbeeld).
6.2 Risicopositie en weerstandsratio De weerstandsratio is een indicator die uitdrukt in hoeverre de gemeente Almelo in staat is om risico’s op te vangen. Deze indicator daalt van 4,7 naar 2,0, met name door het nieuwe risico op de grondexploitatie XL Businesspark 2. Een ratio van 2,0 wordt overigens nog altijd als “uitstekend” beoordeeld. Het college schrijft op pagina 108 dat deze toename leidt tot “meer aandacht voor beheersingsmaatregelen. Een vraag aan het college kan zijn hoe het college dat concreet invult. Voor het risico dat ombuigingen in het sociaal domein niet of later worden gerealiseerd, is de reserve sociaal domein beschikbaar. Met een bedrag van € 16 miljoen is daarin een stevige risicobuffer aanwezig. Deze buffer wordt eerst aangesproken voordat een beroep wordt gedaan op de algemene weerstandscapaciteit.
12
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
6.3 Investeringen In de programmabegrotingen 2022, 2023 en 2024 was er een stijgend 4-jarig investeringsvolume. In de QS MJPB 2025-2028 constateerden wij een daling. Deze daling zet zich in de PB2026 door.
6.4 Reservepositie In de reservepositie is zichtbaar dat de bestemmingsreserve MO/BW groeit van € 6 in 2026 naar € 14 miljoen in 2029. Vraag aan het college kan zijn welke specifieke besteding in de komende vier jaar wordt voorzien.
13
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s Wat willen wij bereiken? Doelen zijn weinig concreet geformuleerd Naast de algemene formulering in “meer” en “minder”, ontbreken veelal passende indicatoren om te meten hoe het effect straks bereikt is. Dit maakt de controlerende rol voor de raad lastig uitvoerbaar. Dit kan een aandachtspunt zijn voor nieuwe programma’s in de toekomst. Basisbegroting In de QS JR2024 constateerden wij dat de basisbegroting vooral financieel van aard is. Daardoor gaf dit onderdeel beperkt zicht op bereikte doelen / resultaten. Enkele opgenomen indicatoren waren daarvoor wel nuttig. Indicatoren Anders dan in de begroting 2024 nam het college in de jaarrekening 2024 in de programma’s een set aan indicatoren op. Dat bood in de basis meerwaarde. In het programma Stedelijke ontwikkeling toonde het college bijvoorbeeld de bevolkingsontwikkeling per provincie, ontwikkeling van het aantal huishoudens, de brede welvaartsindex, cijfers over woningproductie, verleende bouwvergunningen en bezoekers aan de binnenstad. Een duiding bij deze cijfers ontbrak. Daardoor was niet duidelijk hoe deze cijfers met elkaar samenhingen, of deze wel / niet positief waren en in hoeverre ze aantoonden dat het bereiken van het strategische doel dichterbij kwam. De relatie naar het strategisch doel was ook niet voor alle indicatoren duidelijk.
Bevinding QS PB 2026
Doelen zijn weinig concreet geformuleerd Doelen zijn identiek aan de MJPB 2025. Dit past bij het meerjarige karakter van de programma’s en biedt consistentie. De wijze van formuleren maakt de doelen minder concreet meetbaar: wanneer is het doel gehaald? Hoeveel “meer / minder” moet het dan zijn? Een indicator zou daarvoor een streefwaarde kunnen vastleggen. Indicatoren zijn echter in de PB 2026 niet opgenomen. In de jaarverantwoording 2024 wel. In de basisbegroting staan geen strategische en/of operationele doelen. Hiervoor moet in onderliggende beleidsnota’s worden gekeken die wel genoemd worden in de PB2026. Op het totale begrotingsbedrag van ruim € 390 miljoen maakt de basisbegroting financieel gezien ruim 99% uit. Het belangrijkste deel van het budget is daarmee in de PB2026 niet direct navolgbaar aan doelen en effecten gekoppeld.
Wat gaan we daarvoor doen? Inzicht in gewijzigde activiteiten kan worden versterkt In het programmaplan staan activiteiten in een tabel met twee kolommen. In de linker kolom staan activiteiten op een hoger niveau en kernachtig beschreven. Deze activiteiten kennen veelal een meerjarig karakter. Voor een groot deel zijn deze activiteiten identiek aan de activiteiten zoals opgenomen in de MJPB 2025-2028. Er zijn echter ook activiteiten afgevallen en nieuwe activiteiten toegevoegd. De wijzigingen t.o.v. de voorgaande begroting zijn niet direct navolgbaar. Bij een enkele activiteit is herkenbaar dat die is toegevoegd n.a.v. de uitgevoerde onderzoeken (onderstaand voorbeeld van een activiteit op pagina 27):
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s
Bevinding QS PB 2026 Mate van actualisatie van activiteiten wisselt per programma De rechterkolom van de tabel bevat informatie om concreter aan te geven wat de activiteit inhoudt én wat daarvoor specifiek in 2026 wordt gedaan. Het niveau van die informatie wisselt per programma: -
-
-
15
Quick scan Programmabegroting 2026
In programma 1 zijn teksten vrijwel identiek aan de MJPB 2025-2028. Er zijn enkele tekstuele aanpassingen die met name gaan over de regio: : “Ook gaan we verkennen wat de sub-regionale opgaven rond Almelo zijn” (pag. 18), “Verkenning voor de opgave van regio Almelo”(pag. 17) en “Tevens hebben we een netwerk geïnitieerd voor Twente West” (pag. 18). In een aantal programma’s zijn teksten identiek en wijzigt alleen het jaartal. Als voorbeeld, onderstaande teksten waren identiek in de MJPB 2025-2028 opgenomen maar dan met het jaartal 2025: o Pag. 23. Vanuit Twentse Koers is een projectleider gestart die de omvang van de problematiek in beeld brengt en een gerichte aanpak ontwikkelt. In 2026 zullen we de aanbevelingen gaan implementeren. o Pag. 25. In 2026 zetten we in op een probeerservice van zorg- en consumententechnologie voor de Almelose inwoners; o Pag. 34. In 2026 vervolgen we het onderzoek naar zowel mogelijke uitbreiding van bedrijventerreinen (voor MKB) als ook mogelijke opties voor inbreiding. Op onderdelen zijn nieuwe teksten toegevoegd. Er zijn goede voorbeelden waaruit blijkt hoe de activiteiten zich verhouden tot de activiteiten zoals opgenomen in de MJPB 2025-2028:
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s
Bevinding QS PB 2026 Niet alle activiteiten zijn concreet omschreven De concreetheid van de activiteiten wisselt tussen de programma’s en per programma’s. Er zijn activiteiten die concreet omschreven zijn waardoor de raad een goed inzicht krijgt in wat het college gaat doen. Er zijn echter ook activiteiten die algemeen en minder concreet omschreven worden zoals onderstaand voorbeeld (pag. 31):
Onduidelijk of en hoe activiteiten in de basisbegroting bijdragen aan de doelen In de basisbegroting staan geen doelen. Wel is er een onderdeel “uitgelichte activiteiten” waarin het college diverse ontwikkelingen beschrijft. Dit onderdeel heeft een hoge informatiewaarde. Onduidelijk is echter op welke wijze bijgedragen wordt aan de gemeentelijke doelen en op basis van welke criteria een activiteit wordt “uitgelicht”. Op pagina 57 staat onderstaande tekst over de weerbare samenleving. Een belangrijk onderwerp gelet op actuele ontwikkelingen.
Op pagina 58 staat een tekst die de vraag oproept of dit tot extra lasten gaat leiden?
16
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s
Bevinding QS PB 2026
Aantal majeure projecten is beperkt Op pagina 183 van de MJPB 2025-2028 gaf het college de voortgang in de door de raad benoemde “majeure” projecten aan. Het ging hierbij om één project, “zwembad sportpark nieuwbouw”. De definitie van een majeur project ontbrak zodat onduidelijk was of dit onderdeel in de MJPB 2025 volledig was. Het onderdeel majeure projecten is opgenomen om de raad meer inzicht te geven in voortgang van en risico’s bij projecten. Overweging kon zijn om de definitie van majeure projecten aan het onderdeel toe te voegen
De raad benoemd nog altijd één project als majeur Een project is “majeur” als dat door de gemeenteraad aangegeven is. In de PB 2026 gaat dat om één project, het zwembad sportpark nieuwbouw. Het college meldt, in navolging van de jaarverantwoording 2024, een afwijking op het budget (€ 2,1 miljoen), planning (1/2 jaar vertraging) en risico (indien kosten niet voor 1/1/2026 zijn gemaakt mogelijk een btw nadeel).
Aantal Verbonden Partijen met risicoscore “Hoog” toegenomen. Op pagina 156 van de MJPB 2025-2028 viel te lezen dat het aantal Verbonden Partijen met risicoscore “Hoog” was toegenomen met twee. Het ging daarbij om Samen Twente en de Veiligheidsregio Twente. Een toelichting ontbrak waarom het risicoprofiel van deze partijen was gewijzigd. Voor Samen Twente kon dat samenhangen met de kerntakendiscussie die daar loopt. Het college gaf (pagina 202) aan dat resultaten daarvan in december 2024 bekend moesten zijn.
Aantal Verbonden Partijen met risicoscore “Hoog” afgenomen. In de MJPB 2025-2028 ging de risicoscore van SamenTwente en de Veiligheidsregio omhoog, nu worden die risicoprofielen neerwaarts bijgesteld. De paragraaf maakt niet duidelijk welke omstandigheden zijn gewijzigd die tot deze aanpassing leiden. Het risicoprofiel van Sportbedrijf Almelo blijft hoog. Verder staat op pagina 160 een tekst over SamenTwente waarvan de vraag is of deze tekst nog actueel is:
Op pag. 183 staat een tekst waarin het college zorg uitspreekt over het ontbreken van een DVO:
Pag. 129: Het college heeft een actualisatie van de kadernota governance in voorbereiding; de Kadernota samenwerkingsverbanden In de Kadernota governance uit 2015 lag de focus op samenwerkingsrelaties in de vorm van verbonden partijen. De reikwijdte van de Kadernota samenwerkingsverbanden is breder en dit komt tot uiting in de gebruikte terminologie. De Kadernota governance sprak vaak over verbonden partijen, maar in de nieuwe kadernota wordt meestal de term samenwerkingsverband(en) gebruikt. Pag. 129: Rekenkameronderzoek Twentse samenwerking: “De inhoud van het onderzoeksrapport, de conclusies en de aanbevelingen vormen daarmee een handvat om een discussie te voeren over Twentse samenwerking en de eigen gemeentelijke inbreng daarin”.
Bevindingen voorgaande QS’s
17
Bevinding QS PB 2026
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Financieel risico bij het sportbedrijf onverminderd hoog Het college beschrijft dat de financiële situatie van het Sportbedrijf in de afgelopen jaren structureel is verslechterd. Dit wordt met name veroorzaakt door de hogere kosten van de exploitatie van de Topsporthal IISPA, de stijgende energie- en personeelskosten en de daling van de zwembadopbrengsten door sluiting van het buitenbad. Het college kondigt maatregelen aan waarmee het Sportbedrijf 5% moet besparen vanaf 2025. Ondanks deze maatregelen zal er een tekort blijven bestaan. Voor 2025 zal het tekort naar verwachting 400.000 euro bedragen en dit loopt terug naar 300.000 euro structureel vanaf 2028. Dit leidt tot aanvullende kosten voor de gemeente. Voornemen opheffing GR Regionaal Bedrijvenpark Twente vergt nog belangrijke besluitvorming met mogelijke financiële impact Op pagina 204 van de JV2024 beschreef het college de risico’s die verbonden zijn aan de opheffing van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bedrijvenpark Twente. In de QS Verbonden Partijen besteedden wij daaraan ook aandacht. Specifieke aandachtspunten die toen geformuleerd zijn: • Het bestuur heeft besloten de GR op te heffen. Effectief betekent dit dat de huidige deelnemers moeten worden uitgekocht en dat een overheidspartij het erfpachtbedrijf moet overnemen. Dat vereist circa € 68 mln. financiering.
• Wat gaat er gebeuren met het restant van het investeringsbudget (geschat op € 1,8 mln.)? • De activa die onder parkmanagement vallen zijn in 2030 afgeschreven, maar het is onwaarschijnlijk dat ze daarna niet meer nodig zijn. Ook dat leidt tot financieringsvraagstukken. • In hoeverre is er sprake van werkgelegenheid voor arbeidsmigranten en de daaruit voortvloeiende knelpunten rondom huisvesting? • Er is een berekening voor Vennootschapsbelasting gemaakt die erg hoog lijkt. Dat kan aanleiding zijn om een contra-expertise te vragen.
De opheffing RBT is in de PB2026 nog niet verwerkt In het overzicht verbonden partijen is het RBT nog verwerkt terwijl er staat dat de GR per 1 januari 2026 geliquideerd is. Heeft dit effect op de balanspositie van Almelo? Dit is niet uit de PB2026 af te leiden.
Werklocatie XL2 heeft grote financiële omvang en risicoprofiel In de paragraaf grondexploitaties is een omvangrijke grondexploitatie toegevoegd van ruim € 190 miljoen. Deze grondexploitatie zorgt voor verslechtering van het risicoprofiel.
18
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s
Bevinding QS PB 2026
Wat mag dat kosten? Programmabudgetten zijn eindig In de MJPB 2025-2028 wisselde de raming van de programmabudgetten per programma. Soms was er alleen specifiek programmabudget, soms werd ook verwezen (programma Sociaal en Vitaal als voorbeeld) naar budgetten die in de basisbegroting staan. Dit maakte inzicht in de totale besteding lastig. Daarbij zijn de programmabudgetten toegekend voor vier jaar en eindigen in 2026. Op basis van eerdere QS’s gaf het college aan dat dit ook kan: activiteiten stoppen of dalen in reguliere budgetten in. Volume- en prijsontwikkeling sociaal domein nog niet geactualiseerd In paragraaf 4.3 van de PN 2026-2029 beschreef het college de gehanteerde indexcijfers voor loonen prijsstijging. Voor de ramingen jeugdzorg en WMO gaf het college aan dat volume- en prijsontwikkeling in de MJPB 2026 worden gebaseerd op basis van de analyses die in de komende maanden zouden worden uitgevoerd. Hiermee leek in de PN 2026 – 2029 de volumestijging Wmo in het budget gehandhaafd te zijn op de 1% zoals in de MJPB 2025 opgenomen. Dit kon leiden tot financiële mutaties in de PB 2026 – 2029.
Inzicht in welke activiteiten wel / niet doorlopen kan worden versterkt Voor de programma’s is de besteding t/m 2024 opgenomen. Deze besteding blijft stevig achter bij de raming. In de Zomerrapportage 2025 is een prognose gegeven van de bestedingen in 2025. Ook daaruit blijkt dat er nog een onderbesteding is.
Geactualiseerde volume- en prijsstijging leidt tot hoger benodigd budget In het geactualiseerde financiële beeld (pag. 10) neemt het college als gevolg van volume- en prijsstijging een aanvullend budget voor Jeugd en Wmo op dat loopt naar € 1,0 miljoen in 2029. In de basisbegroting is op de pagina’s 86 en 87 onderbouwing te vinden van de gehanteerde indexatiepercentages;
Voor Jeugd is geen rekening gehouden met een volumestijging. Jaarlijks voordeel in de begroting door achterblijvende kapitaallasten In de jaarrekening 2024 was een voordeel op de kapitaallasten zichtbaar van ruim € 1 miljoen. Daarmee zette de trend van voordelen op de kapitaallasten zich voort. Het college gaf in de bestuurlijke reactie op de QS JR 2024 aan dit te herkennen en een nadere analyse uit te voeren. Dit kon in de MJPB 2026 tot een (incidenteel) voordeel leiden. In de PN 2026 – 2029 nam het college daar nog geen voorschot op.
19
Quick scan Programmabegroting 2026
In 2026 een voordeel op de kapitaallasten van ruim € 2 miljoen Het college geeft aan dat de kapitaallasten van bestaande investeringen en de stelposten voor kapitaallasten meerjarig zijn doorgerekend. Hierbij is kritisch gekeken naar de planning ten aanzien van het gereedkomen van de investeringen. Naar aanleiding hiervan zijn de kapitaallasten meerjarig geactualiseerd, wat resulteert in een voordeel in 2026.
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s
Bevinding QS PB 2026
Hoe gaan we dat dekken? Tekorten in 2026 – 2028 afgenomen, urgentie voor ombuigingen bleef. Ondanks aanvullende dekkingsmaatregelen nog geen sluitende begroting 2026 De financiële startpositie verbeterde in de PN 2026-2029 t.o.v. de MJPB 2025. Voordelen ontstonden vooral door de positieve effecten van de september- en decembercirculaire 2024 gemeentefonds en de vrijval looncompensatie. De financiële startpositie in de PN 2026-2029 was:
De begroting 2026 is reëel en structureel sluitend, tekorten in meerjarig perspectief licht toegenomen. De begroting 2026 is reëel en structureel sluitend. Dit betekent dat de structurele lasten worden afgedekt met structurele baten. Daarmee wordt voldaan aan het belangrijkste criterium voor repressief (regulier) provinciaal toezicht. De meerjarenraming vanaf 2028 laat een negatief begrotingssaldo zien. In 2028 is het nadelig structureel begrotingssaldo 4,6 miljoen euro dat verder oploopt naar circa 6,3 miljoen euro vanaf 2029. Dit wordt vooral veroorzaakt door de lagere uitkering vanuit het gemeentefonds.
Het college bood u volgens afspraak in de PN 2026-2029 een aanvullend pakket met dekkingsmaatregelen aan. U verzocht het college n.a.v. onze quickscan PN 2025 – 2028 niet om een hoger bedrag aan dekkingsmaatregelen aan te leveren zodat er voor u een keuzemogelijkheid zou zijn. Na verwerking van dit pakket resteerden er in alle jaarschijven nog tekorten. Het college gaf aan in ieder geval het tekort in 2026 ad € 1,74 miljoen in het begrotingsproces 2026 – 2029 op te lossen. De effecten van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk, die zichtbaar zijn in de meicirculaire gemeentefonds 2025, konden voor die invulling zorgen. Na de dekkingsmaatregelen sloot de PN 2026-2029 met het onderstaande financiële beeld:
Informatiebeveiliging: aandacht voor bewustwording, meerwaarde om onderzoek Rekenkamer daarbij te betrekken Het college gaf in de paragraaf bedrijfsvoering van de MJPB 2025-2029 de nodige aandacht aan het onderwerp informatiebeveiliging. Naast aandacht voor kwetsbaarheden in systemen gaf het college ook aan een meerjarige bewustwordingscampagne te starten om het kennis- en bewustzijnsniveau van alle medewerkers binnen de organisatie te verhogen. Een door ons uitgevoerd onderzoek naar bewustwording rond informatiebeveiliging (Rekenkameronderzoek Informatiebeveiligingscultuur gemeente Almelo Almelo - iBabs Publieksportaal) gaf aan dat hier verbeteringen mogelijk zijn. Het college gaf aan de aanbevelingen te herkennen maar dat extra investeringen in informatiebeveiliging moesten worden bezien in de bredere financiële context.
20
Quick scan Programmabegroting 2026
Risicoprofiel voor informatiebeveiliging verhoogd. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicomanagement geeft het college aan het risicoprofiel voor de informatiebeveiliging te hebben verhoogd. Ook in de paragraaf bedrijfsvoering (pag. 127) besteedt het college de nodige aandacht aan informatiebeveiliging en specifiek ook de informatiebeveiligingscultuur
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s
Bevinding QS PB 2026
College voert afgesproken aanpak consistent door Het college richtte zich in de PN 2026-2029 op het sluitend maken van de begroting 2026 en het terugdringen van de tekorten in meerjarig perspectief conform het advies van de VNG en de afspraken zoals met u gemaakt. De VNG bracht daarnaast een nieuw begrotingsadvies uit:
College voert afgesproken aanpak consistent door en volgt het begrotingsadvies van de VNG De meicirculaire 2025 gemeentefonds kende extra middelen toe aan gemeenten. Deze middelen zijn grotendeels incidenteel van aard en zorgen voor verzachting van de financiële problematiek in 2026 en 2027. Er zijn onder andere incidentele middelen toegekend om jeugdzorg te herontwerpen. In de Zomerrapportage 2025 zijn de financiële effecten van de meicirculaire 2025 door het college uitgebreid toegelicht.
1.
2026 en 2027: probeer de begroting sluitend te maken, maar geef de effecten van de kortingen transparant weer Maak in ieder geval boekjaar 2026 en 2027 als dat mogelijk is sluitend. Al dan niet met toepassing van de mogelijkheid om een deel van de reserves in te zetten. Maak inzichtelijk op welke dossiers in het medebewind er meer wordt uitgegeven dan we van het rijk ontvangen. 2.
Middelen terugwerkende kracht: benut het incidentele geld voor compensatie 2023 en 2024 om gaten in 2026 en 2027 te dichten of in te zetten in het stelstel Gebruik de nog te verwachten middelen voor jeugd 2023 en 2024 ad. € 728 miljoen die ons op Prinsjesdag 2025 toekomen bij voorkeur om het jeugdstelsel te verbeteren: benut deze (compensatie van de eerdere kortingen) voor dekking kosten jeugd in 2026 en 2027 of voor de te realiseren besparingen in de toekomst. 3.
In lijn met het advies van de VNG en eerdere afspraken met de raad maakt het college de jaarschijven 2028 en 2029 nog niet sluiten. Het college geeft hierover o.a. het volgende aan: “de commissie-Van Ark zal begin 2027 onder andere haar oordeel vellen over de verhouding tussen kosten en budget voor jeugd over de jaren 2025 en 2026, maar ook over de jaren daarna. Dit oordeel moet worden afgewacht. In het kader van de beleidslijn voor een behoedzaam en flexibele besparingsstrategie worden er daarom geen aanvullende besparingsmaatregelen voorgesteld om het meerjarenperspectief vanaf 2028 sluitend te krijgen” (pagina 6).
2028 en 2029: breng baten en lasten jeugdhulp in balans met stelpost Van Ark waarbij er een realistische raming is gemaakt van de lasten voor jeugdhulp
Aanvullende maatregelen Er is een aantal aanvullende maatregelen gepresenteerd in de Voorjaarsnota, waaronder de eigen bijdrage en het sturen op de trajectduur. De toezichthouder heeft aangegeven dat zij het toestaan dat gemeenten deze maatregelen budgetneutraal (korting versus besparing/inkomsten) maken, bijvoorbeeld door middel van een stelpost (“Besparing trajectduur” en “Inkomsten eigen bijdrage”). Groei Maak een realistische inschatting voor de kosten o.b.v. historische groei voor 2028 en 2029, zoals ook de toezichthouder wenst, en plus de baten op met een stelpost met de titel “Deskundigencommissie Van Ark 2027” in de begroting voor deze jaren. Wij hanteren als uitgangspunt artikel 108 lid 3 van de Gemeentewet: medebewind is voor rekening risico rijk – dus we brengen baten en lasten voor jeugdhulp in balans. De toezichthouder geeft aan dat zij o.b.v. het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK) niet akkoord kunnen gaan met deze stelpost. Het is voor nu nog te onzeker om op mogelijke uitkomsten van de nieuwe deskundigencommissie Van Ark vooruit te lopen.
21
Quick scan Programmabegroting 2026
Rekenkamer Almelo
Bevindingen voorgaande QS’s
Bevinding QS PB 2026
PN 2026-2029: onttrekking € 2,4 miljoen algemene reserve in 2026 Op pagina 25 van de PN 2026-2029 staat “Startpunt is het financiële meerjarenperspectief uit de Programmabegroting 2025. Op basis van de Perspectiefnota 2025-2028 is in dit meerjarenperspectief voor de jaarschijf 2026 een onttrekking aan de algemene reserve geraamd van 2,4 miljoen euro. Indien de onttrekking daadwerkelijk plaatsvindt, zal deze voor hetzelfde bedrag worden aangevuld vanuit de reserve sociaal domein. Of en in hoeverre deze onttrekking daadwerkelijk voor de jaarschijf 2026 gehandhaafd blijft, wordt betrokken bij de PB 2026”
Onttrekking € 2,2 miljoen aan de algemene reserve vervallen In het Bestuurlijk Overleg Financiële Verhoudingen hebben de VNG, provincies en het Rijk afgesproken dat gemeenten onder bepaalde voorwaarden een deel van de algemene reserve (incidentele middelen) mogen inzetten ter dekking van structurele lasten. Van deze mogelijkheid is bij de Perspectiefnota 2025-2028 gebruik gemaakt voor de jaarschijven 2025 en 2026. Aangezien de jaarschijf 2026 structureel sluit, is deze maatregel voor 2026 nu vervallen zoals zichtbaar is in de tabel op pagina 10.
Totaalinzicht in dekkingsmaatregelen ontbreekt.
Overzicht ingevulde en nog in te vullen dekkingsmaatregelen opgenomen Op de pagina’s 7 t/m 9 geeft het college inzicht in de reeds ingevulde en nog in te vullen taakstellingen. Dit betreft een totaalbedrag van bijna € 34 miljoen. Verschillen met de telling die de RKA eerder maakte zit o.a. in de € 1,74 taakstelling uit de PN 2026-2029 die niet nodig is en de verlaging van de taakstelling door het amendement minima.
In de begroting 2024 – 2027 en de begroting 2025 – 2028 zijn dekkingsmaatregelen opgenomen. Daar kwamen de dekkingsmaatregelen vanuit de PN 2026-2029 bij. Het totaaloverzicht daarvan ontbrak en zou voor u behulpzaam zijn. Het college zei toe dit overzicht in de PB 2026 op te nemen. De ambtelijke reactie op de QS PN 2025 – 2028 gaf aan dat de dekkingsmaatregelen daarbij in te delen zijn in drie categorieën: 1. 2.
3.
Dekkingsmaatregelen: dit betreffen maatregelen die zorgen voor dekking van de lasten zoals de extra ozb-verhoging; Taakstellende maatregelen: maatregelen die leiden tot verlaging van budgetten die in redelijke mate beïnvloedbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is de aangepaste indexatie op subsidies; Beleidsmaatregelen: maatregelen die verandering van beleid vergen. Voorbeeld hiervan zijn de in de begroting 2025 uitgewerkte besparingsmaatregelen in het sociaal domein.
Het college rubriceert de dekkingsmaatregelen volgens de aangegeven driedeling en koos ervoor om alle drie de categorieën op te nemen. Daarmee krijgt u een totaaloverzicht. Van het totale bedrag van afgerond € 34 miljoen moet € 20 miljoen nog ingevuld worden.
De invulling van de onderwerpen onder 1 en 2 kenden volgens het college een hoge mate van zekerheid. Het college zou daarom alleen de maatregelen zoals genoemd onder nummer 3 in een apart onderdeel in de PB 2026 opnemen. Dit zou u de mogelijkheid bieden om de voortgang daarvan goed op te volgen. Het totale pakket aan doorgevoerde en nog ingevoerde dekkingsmaatregelen bedroeg, inclusief de in de PN 2026—2029 opgenomen stelpost van € 1,74 miljoen, daarmee bijna € 38 miljoen. Dat is 10% van de totale begroting ad € 380 miljoen.