2. Programma's uitvoering en handhaving 2025
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage 2
Doorkiesnummer 541091
Behandeld door T. Meulman / R. Maathuis
Datum 17 december 2024
Onderwerp Programma's uitvoering en handhaving 2025
Geachte leden van de raad, De programma’s voor uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht in 2025 zijn door ons vastgesteld. Deze programma’s vormen de basis voor het uitvoeren van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) in de fysieke leefomgeving. Het vaststellen van de programma’s is een wettelijke verplichting. Programma uitvoering en handhaving Twente 2025 Dit programma gaat over de VTH-milieutaken en de werkvoorraad, die door de Omgevingsdienst Twente (ODT) in 2025 in opdracht van onze gemeente worden uitgevoerd. Het programma is gebaseerd op het uniforme VTH-beleid Twente dat wij in 2023 hebben vastgesteld. Onderdeel van dit beleid is de toepassing van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Hiermee wordt invulling gegeven aan een actueel en gelijk speelveld voor milieuhandhaving in Twente. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. In de periode daarvoor zijn onder meer samenwerkingsafspraken gemaakt en werkprocessen ingericht. Dit heeft bijgedragen aan een relatief soepele start, waarbij geen grote issues zijn ontstaan. Dit jaar zijn benodigde aanpassingen gedaan, die in 2025 worden voortgezet. Onder de Omgevingswet richt de ODT zich naast de VTH-taken specifiek op milieuadvisering bij het opstellen van omgevingsplannen. Dit jaar is landelijk uitvoering gegeven aan het IBP (Interbestuurlijk Programma) VTH.
Het programma geeft invulling aan de afspraken die het Rijk, de gemeenten en provincies hebben gemaakt om de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van milieuregels in Nederland te verbeteren. Het beoogde resultaat hiervan is het merkbaar verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving en het verminderen van vermijdbare milieuschade. De ODT heeft actief bijgedragen aan verschillende producten uit dit interbestuurlijke programma, op basis waarvan in 2025 wordt doorontwikkeld. Begin maart 2024 heeft de visitatiecommissie van Omgevingsdienst NL de ODT gevisiteerd. Dit was een onderdeel van het IBT VTH. De uitkomsten zijn samengevat in sterke punten en aanbevelingen. Er is vastgesteld dat de ODT een snelle ontwikkeling heeft doorgemaakt, dat de organisatiecultuur open is met korte lijnen en dat er vertrouwen is in de organisatie. Wel blijft de ODT in de ontwikkelfase. Belangrijke aanbeveling is om te gaan werken aan een toekomstvisie. In 2024 zijn hiervoor de eerste stappen gezet. Met de Toekomstvisie 2030 wordt samen met de medewerkers van de ODT, deelnemers en andere partners richting gegeven aan de koers die de ODT de komende jaren gaat varen. De verwachting is dat deze visie medio 2025 bestuurlijk wordt vastgesteld. Het programma voor 2025 bevat de VTH-werkvoorraad.
Onder de werkingssfeer van de Omgevingswet zijn nieuwe VTH-producten ontstaan, waarvoor nieuwe kentallen zijn opgesteld. Pagina 1 van 3 Raad - 2408560 DCS - 2490306
Hiermee wordt een indicatie gegeven van de urenbesteding per product. Wij gaan ervan uit dat het programma conform de prognose volledig kan worden uitgevoerd. Bij de toepassing van het VTHinstrumentarium zijn als prioriteiten voor 2025 benoemd: het verbeteren van het naleefgedrag, de aanpak van ondermijning en de verbeterde registratie van asbestverdachte locaties via de ‘asbestdakenkaart’. Lokaal programma uitvoering en handhaving 2025 Het lokale VTH-uitvoeringsprogramma heeft betrekking op de taakvelden bouwen en ruimtelijke ordening, brandveiligheid en APV / Bijzondere Wetten. Het uitvoeringsprogramma bevat per taakveld een overzicht van de activiteiten die worden uitgevoerd. Wij verwachten dat er voldoende financiële en personele middelen zijn om taken naar behoren uit te voeren. Wel worden op onderdelen prioriteiten gesteld om de werkstroom beheersbaar te houden. De prioritering volgt uit ons VTHbeleid en wordt in het programma op de betreffende onderdelen toegelicht.
Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen In 2023 zijn operationele voorbereidingen getroffen vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) per 1 januari 2024. De overgang naar deze nieuwe wetgeving is relatief soepel verlopen. De Wkb voorziet in een nieuw systeem van kwaliteitsborging in de bouw. Het verplicht de initiatiefnemer tot het inschakelen van een private kwaliteitsborger, die tijdens de bouw de technische bouwvoorschriften toetst. De preventieve gemeentelijke toets aan technische bouwvoorschriften verdwijnt en de vergunningplicht voor de technische bouwactiviteit vervalt. De initiatiefnemer moet hiervoor een bouw- en gereedmelding (laten) doen. Voor de complexere bouwwerken die niet onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen blijft de huidige werkwijze gelijk. Het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging wordt gefaseerd ingevoerd. In 2024 is gestart met bouwwerken voor nieuwbouw in de laagste risicoklasse, de ‘gevolgklasse 1’. Deze klasse bestaat onder meer uit grondgebonden woningen en eenvoudige bedrijfsgebouwen. Verbouwprojecten binnen gevolgklasse 1 volgen op een later moment. Het aantal ingediende bouwmeldingen bleek dit jaar beperkt, mede omdat eind 2023, kort voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, veel bouwaanvragen zijn ingediend.
De verschuiving van de toezichthoudende rol betekent niet dat er geen gemeentelijk toezicht meer is. Dit is er alleen niet meer tijdens de bouwfase. De gemeente is en blijft verantwoordelijk voor het toezicht op bestaande bouw, bouw- en sloopveiligheid en het ruimtelijk toezicht op basis van het omgevingsplan. Ook is en blijft de gemeente het bevoegd gezag tijdens de bouwfase, omdat de kwaliteitsborger niet over handhavingsbevoegdheden beschikt. De nieuwe rol van de gemeente is uitgewerkt in het handelingskader Wkb, dat onderdeel is van het programma. De toepassing van dit kader en de ervaring die met het Wkb-stelsel wordt opgedaan, verwerken wij in 2025 in nieuw VTH-beleid.
Bouw- en toezichtprognose 2025 Het programma bevat een bouwprognose. Voor 2025 verwachten wij geen grote bouwplannen met bouwkosten hoger dan € 10.000.000. Verwacht wordt dat het aantal bouwaanvragen met bouwkosten van € 100.000 tot € 1.000.000 ongeveer gelijk blijft. Het grote aantal bouwaanvragen dat eind 2023 is ingediend, is grotendeels afgehandeld. Het vergunninggerichte bouwtoezicht is in lijn met voorgaande jaren, maar zal gaandeweg afnemen vanwege de Wkb. Onder de Omgevingswet wordt de inzet op gebiedstoezicht versterkt. Deze vorm van toezicht richt zich op controle van de naleving van gebruik (o.a. APV en ruimtelijke regelgeving uit het omgevingsplan), bestaande bouw en de bouw- en sloopveiligheid. Met de inzet van gebiedstoezicht wordt beter zicht gekregen op illegale activiteiten.
Inzet Pandbrigade De Pandbrigade is een afzonderlijk cluster van het team Vergunningverlening en Naleving, dat specifiek is belast met toezicht en handhaving van (illegale) kamerbewoning. Het doel is de
Pagina 2 van 3
leefbaarheid van de stad te bevorderen door illegale situaties en overlast tegen te gaan. Er komen dagelijks overlastmeldingen binnen. Elke melding geeft aanleiding tot het uitvoeren van een controle. Dit jaar zijn 172 controles uitgevoerd. Bij illegale kamerbewoning en/of overlast worden de verhuurders aangesproken. Onderzocht wordt of legalisatie mogelijk is. Bij legalisatie worden strikte voorwaarden gesteld. Is legalisatie niet mogelijk, dan wordt handhavend opgetreden. Zowel legalisatie als handhaving is het afgelopen jaar regelmatig voorgekomen. De omgang met kamergewijze verhuur van woningen wordt in 2025 verder vormgegeven. Zo zullen de vergunningsvoorwaarden meer op het individuele geval worden toegespitst en wordt effectiever sanctiebeleid ontwikkeld. Te denken valt aan het actief intrekken van een vergunning, wanneer de voorwaarden niet worden nageleefd. De eerste ervaringen met de Wet goed verhuurderschap leert dat het aantal meldingen die binnen de werkingssfeer van deze wet vallen in 2024 beperkt zijn geweest. Wat dit betekent voor 2025 is onbekend. In potentie is de werking van deze wetgeving breed, mogelijk dat in het komende jaar het aantal meldingen toeneemt. Wel is helder dat de situaties waarin een beroep wordt gedaan op deze wetgeving de behandeling tijdrovend en ingewikkeld is.
In 2025 zal de Huisvestingsverordening Opkoopbescherming aandacht vragen om op de verleende verhuurvergunningen toezicht uit te oefenen. Inschatting is dat in 2025 circa 50 vergunningen worden aangevraagd. Steekproefsgewijs zal een aantal van de verleende verhuurvergunningen gecontroleerd worden op juiste naleving.
Inzet op aanpak ondermijning De aanpak van (criminele) ondermijning is een blijvend speerpunt voor onze gemeente. Daarbij wordt intensief samengewerkt met ketenpartners. Voor het voorkomen en bestrijden van ondermijning zetten wij in 2025 wederom in op extra controles van horeca-inrichtingen, coffeeshops en prostitutiebedrijven.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
J.H. Dijkstra
Pagina 3 van 3
R.T.A. Korteland
Programma Uitvoering & Handhaving Twente 2025 Van de 14 Twentse gemeenten & provincie Overijssel voor de Omgevingsdienst Twente
Gemeente Almelo – standaardtakenpakket VTH 20 november 2024
DCS 90306 INT/93792
Begrippen- en afkortingenlijst AB
Algemeen Bestuur
Bal
Besluit activiteiten leefomgeving
BOA
Buitengewoon opsporingsambtenaar
CLV
Continue leren en verbeteren
DB
Dagelijks Bestuur
DSO
Digitaal Stelsel Omgevingswet
I&W
Infrastructuur en waterstaat
ILT
Inspectie Leefomgeving en Transport
Lbv
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties
LHSO
Landelijke handhavingsstrategie omgevingsrecht
LMA
Landelijk Meldpunt Afvalstoffen
LVS
Landelijke Vergunningenstrategie
Mba
Milieubelastende activiteit
MIA
Multidisciplinaire integrale actie
MMA
Meld Misdaad Anoniem
NVWA
Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit
OBAS
Olie- en benzineafscheiders
ODNL
Omgevingsdienst Nederland
OD Twente
Omgevingsdienst Twente
OM
Openbaar Ministerie
PDC
Producten- en dienstencatalogus
PHO
Portefeuillehoudersoverleg
RIEC
Regionale informatie- en expertisecentrum
RO
Ruimtelijke ordening
RPI
Risico Prioritering Instrument
RVO
Rijksdienst voor ondernemend Nederland
SIE
Subsidieregeling intensiveren energietoezicht
SPUK IBP
Specifieke Uitkering interbestuurlijk programma versterking VTHA-stelsel
SPUK THE
Specifieke Uitkering toezicht en handhaving energiebesparingsplicht
TVS
Twentse Vergunningenstrategie
U&H
Uitvoering en handhaving
UVP
Uitvoeringsprogramma
Standaardtaken
Het milieu brede takenpakket dat door de OD Twente wordt uitgevoerd
VTHA
Vergunningen, toezicht, handhaving en advies
VUE
Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht
Wabo
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
WPM
Werkgebonden personenmobiliteit
ZZS
Zeer zorgwekkende stoffen
2
Inhoud Begrippen- en afkortingenlijst ................................................................................................ 2 1.
2.
Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1.
Het uitvoeringsprogramma ........................................................................................4
1.2.
Scope van het programma .........................................................................................4
Terugblik en ontwikkelingen ........................................................................................... 5 2.1.
Terugblik 2024 ...........................................................................................................5
2.2.
Thematische ontwikkelingen ......................................................................................6
2.3.
Organisatorische ontwikkelingen ...............................................................................7
3.
Doelen en prioriteiten ................................................................................................... 10
4.
Programma .................................................................................................................. 13 4.1
Programma Vergunningen .......................................................................................13
4.2
Programma Toezicht & Handhaving ........................................................................14
4.3
Programma Advies ...................................................................................................16
5.
Ketenpartners .............................................................................................................. 17
6.
Projecten en diensten ................................................................................................... 18 6.1
Twentse Projecten ....................................................................................................18
6.2
Diensten voor de regio Twente .................................................................................19
6.3
Lokale projecten .......................................................................................................20
Bijlage 1: Werkvoorraad Wabo ............................................................................................. 21 Bijlage 2: Projecten .............................................................................................................. 22 Bijlage 3: PvA Energie en Duurzaamheid Twente .................................................................. 30
3
1.
Inleiding
Voor u ligt het uniforme jaarprogramma van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTHA) voor alle gemeenten in de regio Twente en de provincie Overijssel. De verplichting om jaarlijks de uitvoerings(vergunningverlening, toezicht en advies) en handhavingsstrategie uit te werken in een uitvoeringsprogramma (UVP), staat omschreven in artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit. Gezien de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024, is dit UVP opgesteld op basis van de uitgangspunten van de Omgevingswet. Dit programma geeft de (milieu)taken weer, zoals die in 2025 door de Omgevingsdienst Twente (OD Twente) worden uitgevoerd voor de gemeente Almelo.
1.1.
Het uitvoeringsprogramma
Het UVP 2025 is gebaseerd op het uniforme VTH-beleid Twente inclusief Nadere uitwerking. In 2022 is het doorontwikkelde Twentse VTH-beleid met Nadere uitwerking vrijgegeven door het portefeuillehoudersoverleg (PHO). Na vaststelling van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), is in februari 2023 het geactualiseerde VTH-beleid aangeboden aan alle bevoegde gezagen ter vaststelling in de eigen colleges. Het college van Almelo heeft dit beleid vastgesteld in juli 2023, waarover de gemeenteraad is geïnformeerd. Inmiddels is het geactualiseerde regionale VTH-beleid door alle bevoegde gezagen vastgesteld. De cijfermatige raming voor het UVP 2025 gaat volledig uit van de nieuwe producten- en dienstencatalogus (PDC Omgevingswet). Er is resterende werkvoorraad vanuit de oude wetgeving (PDC Wabo). Deze werkvoorraad is opgenomen in bijlage 1 en komt niet terug in de prognose voor komend jaar. Het doel is om de werkvoorraad op basis van de Wabo in de loop van 2025 volledig weg te werken. De prognose vanuit de PDC Omgevingswet is gebaseerd op de periodieke rapportages ter monitoring van de uitvoering van het jaar 2024. Hierbij zijn op basis van (beperkte) ervaringscijfers indicatieve kentallen opgesteld voor de nieuwe producten onder de PDC Omgevingswet. In deze kentallen zit een opslag voor directe werkzaamheden.
Naarmate komend jaar meer ervaring wordt opgedaan met de Omgevingswet, zullen voor de nieuwe producten onder de PDC Omgevingswet kentallen worden geformaliseerd en opgesteld. De basis van dit UVP 2025 is uniform, welke vervolgens nader wordt uitgewerkt voor de individuele partners. Conform de basisafspraken zoals benoemd in het VTH-beleid Twente, is het voor deelnemers mogelijk op onderdelen lokaal maatwerk aan te brengen om eigen beleidsambities te realiseren. Dit dient gerealiseerd te worden binnen de gezamenlijke basisafspraken en boven een minimale ondergrens. Complementair aan deze lokale programma’s, wordt dit jaar een Twents UVP 2025 bestuurlijk vastgesteld. Hierin staan opgaven beschreven die voor het geheel van Twente relevant zijn. Bestuurders worden zo beter in staat gesteld om te sturen op Twentse prioriteiten en projecten. Partners die hebben bijgedragen aan het opstellen van dit programma zijn de veertien Twentse gemeenten, de provincie Overijssel, de Veiligheidsregio Twente, betrokken waterschappen en de OD Twente. Vanuit een externe visitatie is het verbeterpunt naar voren gekomen dat structurele en strategische samenwerking met deze partners verder moet worden versterkt.
Dit geldt ook voor samenwerking met andere relevante ketenpartners zoals de politie, Openbaar Ministerie (OM), Regionale Informatie- en Expertisecentrum (RIEC), Inspectie voor Leefomgeving en Transport (ILT) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
1.2.
Scope van het programma
Dit jaarprogramma richt zich op de uitvoering van het basistakenpakket milieu , dat in Twente is uitgebreid tot het zogenaamde ‘standaardtakenpakket’. De uitvoering en handhaving (U&H-werkzaamheden) worden gedurende het jaar door OD Twente gemonitord. Met monitoringsrapportages wordt in het voor- en najaar gerapporteerd over de uitvoering. Na afloop van het jaar wordt middels het jaarverslag VTHA geëvalueerd of de geplande werkzaamheden en de geprioriteerde beleidsdoelstellingen uit het UVP 2025 zijn behaald. Naast de standaardtaken voert OD Twente voor de gemeente Almelo ook facultatieve taken uit. Dit pakket bevat hoofdzakelijk milieuspecialistische taken. Hiervoor wordt een apart milieuprogramma opgesteld.
4
2.
Terugblik en ontwikkelingen
De OD Twente heeft zich de afgelopen jaren snel ontwikkeld tot een volwassen dienst die haar partners proactief ondersteunt met de uitvoering van milieutaken. Dit beeld wordt bevestigd vanuit verschillende evaluaties die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden. Het visitatierapport vanuit collega-omgevingsdiensten benadrukt hierbij om desondanks niet stil te blijven staan. De OD Twente gaat een nieuwe fase in, waarin de organisatie verder moet door ontwikkelen en professionaliseren. De belangrijkste uitdagingen waarmee de OD Twente wordt geconfronteerd zijn de landelijke criteria voor robuustheid, de krapte op de arbeidsmarkt, het verbeteren van datakwaliteit en de invoering van de Omgevingswet. In dit hoofdstuk wordt teruggeblikt op vorig jaar en worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven die van invloed zijn op het UVP 2025.
2.1.
Terugblik 2024
Het jaar 2024 stond in het teken van de langverwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet. Samen met deelnemers is vooraf geïnvesteerd in samenwerkingsafspraken en werkprocessen. Deze voorbereiding heeft bijgedragen aan een relatief soepele start, waarbij geen grote issues zijn ontstaan. De landelijke systemen werkten en de vooraf bedachte werkprocessen waren van voldoende kwaliteit om van start te gaan. Gedurende het jaar is veel ontwikkeling geweest op detailniveau binnen de OD Twente, maar ook op externe samenwerking met deelnemers en ketenpartners. Werkafspraken zijn verbeterd, processen zijn waar nodig aangepast en onze medewerkers hebben leren werken met de nieuwe wetgeving. De implementatie van de Omgevingswet is nog niet afgerond. We hebben tot zeker eind 2025 nodig om kort cyclische verbeteringen aan te brengen middels het proces van continue leren en verbeteren (CLV). Na afronding van het Seinstra-traject is de herijkte begroting 2024 van de OD Twente van kracht geworden. Dit heeft geleid tot een uitbreiding met ruim 20 fte, wat heeft geresulteerd in een nieuwe formatie 2024 van circa 147 fte. Om deze grote vacatureruimte te vervullen, is begin 2024 fors ingezet op werving middels een arbeidsmarktcampagne. Ondanks de druk op de arbeidsmarkt, is de organisatie erin geslaagd een groot deel van de formatie te bezetten met medewerkers.
Het interne traineeprogramma heeft hieraan ook een grote bijdrage geleverd. De druk op de arbeidsmarkt zal door natuurlijke uitstroom de komende jaren echter een voortdurende uitdaging blijven. Dit geldt in het bijzonder voor de uitstroom van meer specialistische en ervaren medewerkers. Het afgelopen jaar zijn twee belangrijke peilmomenten geweest die een oordeel geven over de organisatie. Ten eerste heeft een zelfevaluatie rondom de landelijke robuustheidscriteria plaatsgevonden. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) heeft op basis van deze zelfevaluatie beoordeeld dat de OD Twente nog stappen moet zetten om robuust te kunnen zijn in april 2026. Het Algemeen Bestuur (AB) heeft de ambitie uitgesproken om een zelfstandige en robuuste omgevingsdienst te behouden voor de regio Twente. Daarnaast is de OD Twente gevisiteerd door een vertegenwoordiging van andere omgevingsdiensten. Het eindoordeel is overwegend positief. Het bevat echter ook de nodige aandachts- en verbeterpunten. Als sterke punten worden de snelle ontwikkeling van de organisatie benoemd, evenals de open cultuur met korte lijnen, het groeiend vertrouwen bij (keten)partners en de verbinding tussen beleid en uitvoering.
De verbeterpunten hebben voornamelijk betrekking op het ontbreken van een duidelijke toekomststrategie en de behoefte om planmatiger te werken, evenals het versterken van mandaten en ketensamenwerking en het borgen van kennis en cultuur. Beide rapporten zijn input voor de doorontwikkeling van de OD Twente in deze nieuwe fase. Deze zal worden vormgegeven middels een toekomstvisie 2030 over de organisatie die medio 2025 moet worden opgeleverd. Leerpunten Jaarverslag 2023 en UVP 2024 Een opgave die voortdurend blijft terugkomen is om de inzet van de OD Twente, nu vaak gemeten in output, te vertalen naar maatschappelijke meerwaarde via outcome. Dus op welke wijze dragen de VTHA-werkzaamheden van de OD Twente bij aan een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving in de regio. Dit is landelijk nogmaals onderstreept, waarbij outcome ook terugkomt in het visitatierapport. Daarnaast gaan we met ingang van het jaar 2025 werken met nieuwe prognosecijfers op basis van de Omgevingswet. In 2024 zijn hiervoor de eerste ervaringscijfers opgebouwd.
5
2.2.
Thematische ontwikkelingen
Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De zorgvuldige voorbereiding in de regio heeft ervoor gezorgd dat er bij de OD Twente en de ketenpartners zich geen grote incidenten hebben voorgedaan. Gedurende het eerste jaar zijn er natuurlijk wel veel kleine verbeteringen gedaan in de processen, sjablonen, werkafspraken en samenwerking. Hierbij is ook ervaring opgedaan met de nieuwe wetgeving. Er wordt teruggekeken op een redelijk soepele inwerkingtreding, maar de komende jaren is er nog volop ruimte voor verbetering. We zullen hier samen met onze deelnemers en ketenpartners aan blijven werken. De meest belangrijke doorontwikkeling is het advies dat de OD Twente geeft bij het opstellen van omgevingsplannen. Een deel van de milieuregelgeving moet overgenomen worden in het omgevingsplan. Vanuit een level playing field en efficiëntie streeft de OD Twente ernaar om zoveel mogelijk regionale uniformiteit te hebben in de planregels. Uiteraard gaat het bevoegd gezag zelf over het ambitieniveau, maar de planregels willen we graag zo gelijk mogelijk houden. Daarnaast wordt de pilot Omgevingstafel Twente doorgezet. Begin 2024 is in overleg met de bevoegd gezagen besloten om dit voorlopig niet als algemene taak op te nemen bij de OD Twente, maar hier eerst langer ervaring mee op doen.
Een specifiek aandachtspunt is dat met de komst van de Omgevingswet milieuleges kunnen worden geheven. De OD Twente zal werken aan data die als input en onderbouwing dient voor bevoegde gezagen om de hoogte van milieuleges te bepalen. Energie en duurzaamheid Energie en duurzaamheid is de afgelopen jaren speerpunt geworden van de OD Twente. Dit is een vergelijkbare trend die jarenlang bij de provincie en gemeenten heeft plaatsgevonden. Binnen dit gebied ontstaat ook steeds meer aandacht voor het thema circulariteit. In 2022 is een overkoepelend projectplan ‘Energie en Duurzaamheid 2022-2026’ vastgesteld, waarin verschillende deelprojecten worden gebundeld: - Derde ronde van Rijksinitiatief ‘Versterkte uitvoering energiebesparings- en informatieplicht’ (VUE3) - Provinciaal initiatief ‘Subsidieregeling Intensiveren Energietoezicht’ (SIE) - Rijksinitiatief ‘Specifieke uitkering Toezicht Handhaving Energie’ (SPUK THE) Vooral de SPUK-regeling voorziet in een nieuwe financiële stimulans om dit thema de komende jaren definitief te verankeren bij omgevingsdiensten. Belangrijk is om te benadrukken dat deze regeling voorziet in een inzet naast de reguliere uitvoeringstaken. Daarom zijn de inspanningen die gedaan worden op basis van deze middelen dan ook separaat inzichtelijk gemaakt (zie bijlage 3).
Om recht te blijven houden op de SPUK THE is een voorwaarde dat de partners van de OD Twente ook zelf middelen inbrengen (cofinanciering). Daarnaast komen lopende VTHA-werkzaamheden in het kader van energie en duurzaamheid in 2024 te vervallen door afloop van incidentele geldstroom vanuit de SIE. De VUE is in 2023 al afgesloten. Om energie en duurzaamheid structureel te borgen binnen de OD Twente, is op 10 december 2021 een intentieovereenkomst ondertekend door het AB. Het doel is om niet alleen om robuuste kennis binnen toezicht en handhaving op te bouwen, maar ook de adviesfunctie door te ontwikkelen. In 2024 is hiervoor een adviseur aangenomen voor verschillende beleidsterreinen op het gebied van energie en duurzaamheid. In 2025 wordt dit verder ontwikkeld. Werkgebonden personenmobiliteit Per 1 juli 2024 is het ‘Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit’ (Besluit WPM) in werking getreden. Hiermee krijgen alle organisaties met 100 of meer werknemers een jaarlijkse rapportageplicht rondom zakelijke mobiliteit en woon-werkverkeer. Het doel is het terugdringen van CO2-emissies vanuit WPM. Uiterlijk 30 juni 2025 moeten hiervoor de eerste gegevens en bescheiden zijn ingediend. Gemeenten zijn hiervoor aangewezen als bevoegd gezag, waarbij U&H-taken rondom deze nieuwe rapportageplicht verplicht als basistaak zijn belegd bij omgevingsdiensten.
De OD Twente heeft vanuit Omgevingsdienst Nederland (ODNL) in samenwerking met het ministerie I&W een grote bijdrage geleverd aan het opstellen van een landelijke leidraad voor regionale omgevingsdiensten die
6
verantwoordelijk zijn voor de uitvoering en handhaving rondom het Besluit WPM. Zowel gemeenten, provincies en de omgevingsdiensten moeten veelal ook zelf voldoen aan deze nieuwe rapportageplicht. Om een voorbeeldfunctie te vervullen, zullen omgevingsdiensten daarom eerst elkaar administratief gaan controleren in 2025. Vervolgens worden de gemeenten in de desbetreffende werkgebieden gecontroleerd, voordat de overige organisaties worden onderworpen aan eenzelfde soort controle. De OD Twente zal zich komend jaar in het kader het Besluit WPM voornamelijk richten op de onderlinge controles tussen omgevingsdiensten en gemeenten. Daarmee zal ervaring worden opgedaan met deze nieuwe wetgeving. Eventueel resterende capaciteit zal worden ingezet op communicatie richting rapportage-plichtige organisaties en de controle hierop. Omdat er onduidelijkheid is over beschikbaarheid van financiële middelen en de benodigde capaciteit, is het niet met zekerheid te zeggen of deze nieuwe taak in zijn volledigheid wordt uitgevoerd. Ontwikkelingen bodem Vanwege de Omgevingswet is veel veranderd rondom de meld- en informatieplicht op het gebied van bodem. Onder de nieuwe wetgeving hoeft minder informatie aangeleverd te worden. Hierdoor wordt de rol van de toezichthouder bodem groter, waarbij vaker op locatie gegevens moeten worden opgevraagd en/of gecontroleerd.
Vanuit bodemadvies wordt ook meer tijd besteed aan het ophalen van aanvullende informatie. Daarnaast moeten bepaalde activiteiten worden gemeld waarvoor in het verleden geen meldplicht gold, zoals ‘graven onder interventiewaarde (>25m3)’. Dit vergt extra capaciteit op het informeren en overtuigen van aanvragers rondom het nut en noodzaak van deze meldingsplicht, namelijk zicht houden op verschillende grondstromen. In dit kader heeft reeds een informatieavond plaatsgevonden voor de grondverzetsbranche, gericht op de gevolgen van de nieuwe wetgeving met betrekking tot grondverzet. De OD Twente speelt in op de groeiende rol van de toezichthouder bodem middels het openstellen van een vacature bodemtoezicht. Tegelijkertijd zal ook efficiënter worden gewerkt door middel van risicogericht bodemtoezicht. Hiervoor is in 2024 een werkwijze met risicomatrix en QuickScan gepresenteerd, maar deze blijkt moeilijk toepasbaar onder de nieuwe wetgeving. Daarom wordt voor volgend jaar gekeken hoe risicogericht bodemtoezicht op een andere manier vormgegeven kan worden. Een belangrijk onderdeel hierbij is om meer aandacht te geven aan vrije veld toezicht. Het voornemen is om via een pilot te onderzoeken hoe we bodem-, asbest- en BOA toezicht met elkaar kunnen combineren. Welke oor- en oogfunctie kunnen ze voor elkaar vervullen, zodat het toezicht efficiënter wordt.
Ook is de ambitie om meer gestructureerd dit te combineren met toezicht bij ketenpartners, zoals de provincie (groene BOA’s), ILT (grondtransporten), het RIEC (kans op ondermijnende activiteiten) of het toezicht rondom ruimtelijke ordening (RO) bij gemeenten. Gedragssturing De pilot ‘Meldingscoach’ heeft ook afgelopen jaar doorgang gevonden, waarbij deze nieuwe functie vanaf 1 juli 2024 permanent is ingevuld. Er wordt onderzocht of de meldingscoach verder uitgebreid kan worden, bijvoorbeeld met het ondersteunen van organisaties rondom de energiebesparingsplicht. Daarnaast werkt de OD Twente samen met andere omgevingsdiensten met het opzetten van een landelijk gedragsteam. Doel van dit team is het verbeteren van kennis- en data-uitwisseling. De businesscase wordt hiervoor momenteel geschreven en voorgelegd aan ODNL. Er wordt gekeken hoe gedragssturing structureel kan worden geïmplementeerd binnen de VTHA-taken, zoals het ontwikkelen van een strategie voor preventief toezicht. Gedragssturing is onderdeel van de innovatie- en ontwikkelagenda en draagt hierdoor bij aan de robuustheid van de OD Twente.
2.3.
Organisatorische ontwikkelingen
Organisatiewijzigingen Vanwege de sterke uitbreiding van de formatie in 2024 is besloten om een organisatiewijziging door te voeren. De omvang van enkele teams (toezicht en advies) werd te groot, waardoor de ‘span of control’ voor managers niet meer in balans was. Dit ging ten koste van de persoonlijke aandacht voor medewerkers, complexe dossiers en het vermogen om als organisatie door te ontwikkelen. Vanuit de bestaande teams is daarom het nieuwe ‘Team Leefomgeving’ geformeerd. Dit team is vooral verantwoordelijk voor producten met betrekking tot milieubelastende activiteiten (mba’s) die buiten de grenzen van bedrijven plaatsvinden. Dit betreft onder andere werkzaamheden op het gebied van bodem, asbest en buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s). Ook kleinere taken met betrekking tot lozingen en flora en fauna worden bij dit nieuwe team ondergebracht.
7
Als reactie op de Omgevingswet is vanaf 2024 ook volop ingezet op Omgevingsadviseurs. Deze nieuwe functie richt zich op het adviseren voor gemeenten en de provincie op het snijvlak van milieu en RO. Voorbeelden hiervan zijn het leveren van input op omgevingsverordeningen en het adviseren over ruimtelijke initiatieven (bijvoorbeeld via de Omgevingstafel). Hierbij wordt ook advies gegeven over het beoordelingskader milieu bij het omzetten van de ‘Bruidsschat’ naar definitieve gemeentelijke omgevingsplannen. Indien nodig, pakt de omgevingsadviseur casemanagement van complexe dossiers op in specifieke situaties. Tenslotte vormen deze adviseurs een essentiële inhoudelijke schakel tussen de OD Twente en haar deelnemers, onder andere door regelmatig fysiek bij de partners te werken en aan te schuiven bij account-overleggen. Robuustheid en visitatie: Toekomstvisie In 2024 heeft de OD Twente zowel een oordeel over haar eigen robuustheid gekregen evenals een rapport naar aanleiding van de onderlinge visitaties tussen omgevingsdiensten met sterkte- en verbeterpunten. Beide rapporten vormen aanleiding voor verdere organisatieontwikkeling. Het belangrijkste actiepunt hierbij is het opstellen van een nieuwe ‘Toekomstvisie OD Twente 2030’.
Hierin wordt samen met de medewerkers van de eigen organisatie, deelnemers en andere partners richting gegeven aan de koers die de organisatie de komende jaren gaat varen. Het traject om te komen een toekomstvisie zal worden begeleid door een stuurgroep met een externe begeleider. De verwachting is dat medio 2025 deze nieuwe visie bestuurlijk wordt vastgesteld. Interbestuurlijk programma In september 2022 is een Specifieke Uitkering van kracht geworden voor de uitvoering van het interbestuurlijk programma versterking VTHA-stelsel (SPUK IBP). Ter uitvoering van dit IBP, heeft de SPUK-regeling hiervoor tot en met 2024 additionele capaciteit en financiële middelen bij omgevingsdiensten beschikbaar gesteld. Het IBP is gericht de volgende 6 pijlers: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging 3. Informatievoorziening VTHA 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht De afgelopen jaren is door omgevingsdiensten en bevoegde gezagen hard gewerkt aan deze pijlers. De OD Twente heeft voornamelijk een bijdrage geleverd aan pijler 1 en pijlers 4 tot en met 6. In het Jaarverslag 2024 wordt hierover verantwoording afgelegd.
Op het moment van opstellen van dit UVP 2025 is nog niet geheel duidelijk of het IBP-VTH een vervolg krijgt en zo ja, op welke wijze. Duidelijk is dat nog niet alle pijlers succesvol zijn afgerond. Met name pijler 3 vereist jarenlange inspanning om te komen tot uniforme informatievoorziening VTH binnen omgevingsdiensten in Nederland. Binnen deze pijler wil de OD Twente de komende jaren een meer actieve bijdrage leveren. Innovatie- en ontwikkelagenda Sinds 2024 is de OD Twente vanuit pijler 1 IBP-VTH (robuustheid) actief bezig met het opstellen van een innovatie- en ontwikkelagenda voor toekomstige opgaven. Hiermee wordt invulling en richting gegeven aan het robuustheidscriterium dat minimaal 1% van de begroting wordt besteed aan innovatie. Deze agenda zal aangeven welke thema’s en onderwerpen de komende jaren door de organisatie zullen worden verkend, welke projecten hieronder vallen, in welk tijdsbestek deze projecten gerealiseerd worden en welke middelen en capaciteit hierop wordt ingezet. De aftrap van de agenda heeft reeds plaatsgevonden in de vorm van een themabijeenkomst voor het managementteam van de OD Twente. Hierin heeft een gastspreker verteld over het belang van innovatie binnen de overheid en welke struikelblokken organisaties hierbij vaak ondervinden.
Input vanuit deze themabijeenkomst wordt verder uitgewerkt in een plan van aanpak hoe de OD Twente innovatie gefaseerd in de organisatie gaat implementeren. Dit plan zal aan het einde van het jaar worden opgeleverd en voorgelegd aan de accounthouders, het dagelijks bestuur (DB) en het AB. De OD Twente heeft zichzelf als doel gesteld om niet alleen plichtmatig een innovatie- en ontwikkelagenda op te stellen, maar innovatie ook echt gestructureerd neer te zetten als onderdeel van het primair proces.
8
Risicogericht werken Al jarenlang is risicogericht werken een speerpunt en ontwikkeltraject voor de OD Twente. Dit wordt benadrukt in het vigerende VTH-beleid Twente. De afgelopen jaren heeft de OD Twente in samenwerking met OD IJsselland de resultaten vanuit de ‘Overijsselbrede risicotool’ geïmplementeerd in de eigen zaaksystemen. Doel is om deze data verder door te ontwikkelen en te combineren met andere relevante data vanuit externe bronnen. Dit moet leiden tot dynamische risicoscores voor individuele locaties. De planning is om dit nieuwe Risico Prioritering Instrument (RPI) in 2025 gedeeltelijk in gebruik te gaan nemen. Hierbij zal worden getest en geoefend met deze nieuwe manier van risicogericht prioriteren en plannen van periodieke controles. Deze nieuwe RPI vervangt op termijn de statische benadering van controlefrequenties die alleen uitgaan risico’s op brancheniveau. De RPI gaat meer uit van dynamische data zoals naleefgedrag en klachten. Daarnaast wil de OD Twente risicogericht werken introduceren binnen het team Vergunningen. De recent opgeleverde Landelijke Vergunning Strategie (LVS) wordt hierbij vertaald naar de regionale situatie via een Twentse Vergunningen Strategie (TVS). Deze TVS wordt bestuurlijk vastgesteld in 2025 en maakt inzichtelijk met welke diepgang vergunningsplichtige-, meldingsplichtige- en informatieplichtige activiteiten worden getoetst.
Deze nadere uitwerking ontbreekt momenteel in het huidige VTH-beleid. Zowel het RPI en de TVS dienen als katalysator om risicogericht-, maar ook meer datagedreven te gaan werken. Medewerkers vanuit de gehele organisatie worden namelijk medeverantwoordelijk voor de prioritering van hun eigen werk. Tenslotte wil de OD Twente ook overige producten meer risicogericht gaan benaderen. Het huidige VTH-beleid mist bestuurlijk vastgestelde ambities ten aanzien van toetsing en toezicht op het gebied van bijvoorbeeld bodem en asbest. Ook liggen hier kansen om het ‘vrije veld toezicht’ verder te professionaliseren, samen met ketenpartners zoals het RIEC, de NVWA en het ministerie I&W. Denk aan gebiedsgericht toezicht binnen een afgebakend gebied waarbij vooraf wordt verkend welke risico’s er zijn en het toezicht hierop wordt afgestemd. Versterking samenwerking VTH Twente Binnen het omgevingsrecht wordt in Twente beleidsmatig steeds meer samengewerkt, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Deze regionale samenwerking rondom omgevingsrecht wordt in 2024 en 2025 versterkt en verbreed. Zo kan effectief invulling gegeven worden aan de beleidsmatige opgaven gerelateerd aan de Omgevingswet. In juli 2023 heeft het PHO ingestemd met de ontwikkelingsrichting en de strekking van de verbetervoorstellen voor het versterken van de beleidsmatige VTHA-samenwerking.
Bestuurlijk is opdracht gegeven voor de uitwerking van de implementatie. In de tweede helft van 2023 is besluitvorming door bevoegde gezagen voorbereid en is een uitvoeringsplan opgesteld. Ook is een keuze gemaakt in de gastheerorganisatie en zijn profielen voor de functies van onafhankelijk voorzitter en secretaris van de VTH-kerngroep opgesteld. In 2024 heeft het merendeel van de deelnemers ingestemd met het voorstel voor het versterken van VTHA-samenwerking. Met de gastheerorganisatie zijn afspraken gemaakt en is werving gestart voor de voorzitter en secretaris. De sollicitatieprocedures zijn tot op heden nog niet afgerond. In juli 2024 is in het PHO een keuze gemaakt over de bestuurlijk trekker van de Twentse VTHA-samenwerking. Na aanstelling van de voorzitter en secretaris, wordt focus verlegd naar de inhoud en gaat de VTH-kerngroep in versterkte vorm aan de slag met een uitvoeringsagenda voor 2025.
9
3.
Doelen en prioriteiten
Komend jaar worden wederom enkele VTH-beleidsdoelen uit het vigerende VTH-beleid geprioriteerd uitgewerkt. Een gedeelte van de huidige VTH-beleidsdoelen bevat nog geen indicatoren en/of streefwaarden. Enerzijds komt dit omdat kwantitatieve gegevens hiervoor nog ontbreken, anderzijds omdat sommige beleidsdoelen zich moeilijk laten definiëren via cijfermatige indicatoren en streefwaarden (output). De OD Twente zal daarom komend jaar in samenwerking met de VTH-kerngroep de huidige beleidsdoelen opnieuw tegen het licht houden en verder blijven doorontwikkelen. Voor beleidsdoelen die zich moeilijker laten lenen voor kwantitatieve verantwoording, wordt aansluiting gezocht met de landelijke systematiek van ‘outcomesturing’. Hierbij worden enkele beleidsdoelen kwalitatief verantwoord door middel van concrete activiteiten en ‘story-telling’. Hiervoor wordt capaciteit gereserveerd in hoofdstuk 6 (projecten en collectieve werkzaamheden). Hiermee wordt duidelijke maatschappelijke meerwaarde aangetoond van duidelijk afgebakende VTHA-werkzaamheden die worden uitgevoerd door de OD Twente. Via zowel output als outcome wordt aangesloten op bestuurlijk vastgestelde ‘ambitieonderwerpen’:
Focuspunten 2025 Voor 2025 wordt een aantal prioriteiten gesteld om focus aan te brengen. Voor 2024 werd prioriteit gegeven aan naleefgedrag, een gezonde fysieke leefomgeving en energie en duurzaamheid. Alle doelen kunnen niet tegelijkertijd worden uitgewerkt. Hierbij is uiteraard wel de ambitie om uiteindelijk alle doelen uit het VTH-beleid uit te werken, waarbij gefaseerd op onderdelen een start wordt gemaakt. Voor komend jaar is gekozen voor de volgende prioriteiten, waarbij naleefgedrag opnieuw wordt geprioriteerd voor verdere verdieping. Inhoudelijke doelen: Regulier werk Mens en milieu zijn beschermd tegen onaanvaardbare risico’s • Doel: Het algehele naleefgedrag (voor de taken die de OD Twente uitvoert) is hoog • Indicator 1 (output): Spontaan naleefgedrag (HC / PC) en opvolgend naleefgedrag (HHC / HC) • Indicator 2 (output): Type overtreder (LHSO) • Indicator 3 (outcome): Gedragssturing Activiteiten: Beter naleefgedrag levert indirect een grote bijdrage aan het overkoepelende maatschappelijke doel van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. Daarom is in 2023 begonnen met het monitoren en rapporteren rondom naleefgedrag. In het Jaarverslag 2023 is voor het eerst onderscheid gemaakt tussen ‘spontaan naleefgedrag’ en ‘opvolgend naleefgedrag’, waarmee verfijning is aangebracht in de monitoring.
Dit jaar is meer ervaring opgebouwd met deze gegevens, welke worden gerapporteerd in het Jaarverslag 2024. Hierbij kan naleefgedrag worden afgezet tegen de gegevens van het voorgaande jaar. Monitoring van naleefgedrag is dit jaar verder uitgebreid middels de basisregistratie van de indicator ‘type overtreder’. Vanaf 2024 wordt de zwaarte van geconstateerde overtredingen structureel ingevoerd in het VTHAzaaksysteem van de OD Twente. Dit wordt gedaan conform de LHSO (goedwillend, moet kunnen, calculerend en bewust). In het Jaarverslag 2024 wordt bekeken of dit jaar voldoende gegevens zijn opgebouwd om op een betrouwbare wijze te kunnen rapporteren en om een zogenaamde ‘nulmeting’ te kunnen doen.
10
Bovenstaande interpretaties rondom naleefgedrag zijn output-georiënteerd. De OD Twente wil daarnaast ook invulling geven aan outcome door concrete activiteiten te koppelen ten behoeve van beter naleefgedrag. Preventieve handhaving heeft hierbij voorkeur boven repressieve handhaving. Dit is dit jaar vormgegeven middels het project ‘gedragssturing’ (paragraaf 2.2), waarbij vaste invulling is gegeven aan de nieuwe functie ‘meldingscoach’. Door aanvragers te ondersteunen, wordt met weinig capaciteit aan de voorkant veel handhavingscapaciteit aan de achterkant bespaard. Op deze manier kunnen onze juristen extra aandacht leggen op de complexere zaken met een grotere impact op de leefomgeving. Inhoudelijke doelen: Veiligheid: Er is een beschermingsniveau voor veiligheid. Mens en milieu zijn beschermd tegen onaanvaardbare milieurisico’s en ondermijnende activiteiten Ondermijning: Bonafide partijen zijn preventief beschermd tegen malafide partijen. We voorkomen een waterbedeffect • Doel 1: OD Twente signaleert actief op ondermijnende activiteiten • Doel 2: Er wordt regionaal en eenduidig ingezet op de aanpak van ondermijning • Indicator (output en outcome): Aantal geregistreerde verdachte situaties en informatiedeling Activiteiten: Ondermijning is aangewezen als één van de belangrijkste bestuurlijke ambitieonderwerpen en zal daarom komend jaar geprioriteerd worden opgepakt.
Belangrijk hierbij is het doorontwikkelingen van de zogenaamde ‘signaalfunctie’ in samenwerking met Meld Misdaad Anoniem (MMA). Hierbij zal het aantal gemelde verdachte situaties duidelijker in beeld worden gebracht. Een uitdaging hierbij is het veiligheidsgevoel bij de eigen medewerkers om daadwerkelijk melding te doen. Daarnaast heeft de OD Twente de intentie om komend jaar deel te nemen aan de zogenaamde ‘weerbaarheidsscan’ vanuit het RIEC. Dit traject moet echter nog bestuurlijk worden vastgesteld. De weerbaarheidsscan is ook uitgevoerd bij Twentse gemeenten en geeft belangrijk inzicht binnen de eigen organisatie. Met de uitkomsten en verbeterpunten zou de organisatie vervolgens beter kunnen worden ingericht op ondermijning, waarmee in de verdere toekomst concrete activiteiten kunnen worden opgepakt. Inhoudelijke doelen: Gezonde fysieke leefomgeving Er is een basisniveau voor een gezonde en prettige leefomgeving Asbest: Mens en milieu zijn beschermd tegen gezondheidsschade door asbest. • Doel: Het aantal gebouwen met asbest vermindert. • Indicator (output): Aantal asbestverdachte locaties Activiteiten: De OD Twente heeft asbest inmiddels geïntegreerd in haar VTHA-processen. Het cluster asbest wordt voor komend jaar verplaatst naar het nieuwe ‘Team Leefomgeving’.
De OD Twente levert een bijdrage aan de het meten van het aantal asbestverdachte locaties middels het muteren van de zogenaamde ‘asbestdakenkaart’. Dit wordt echter slechts voor enkele gemeenten gedaan. De OD Twente komt met een projectplan voor volgend jaar waarin deze werkzaamheden worden uitgerold over de hele regio. Financiën: De inzet van middelen is in balans met de kwantiteit en kwaliteit van de te leveren diensten en producten. • Doel (1): De begroting is gebaseerd op waarheidsgetrouwe en gedragen kentallen • Doel (2): Er is draagvlak voor de benodigde middelen • Indicator (output): Vastgestelde kentallen conform PDC Omgevingswet Activiteiten: Met het afronden van het Seinstra-traject in 2024, is de begroting 2024 uitgebreid en zijn gelijktijdig de kentallen voor de PDC Wabo herzien en formeel vastgesteld. Hierdoor werd vorig jaar voldaan aan beide financiële beleidsdoelen. Met de komst van de Omgevingswet zijn de producten onder PDC Wabo echter komen te vervallen en daarmee ook de bijbehorende kentallen. Desondanks zijn voor dit UVP 2025 indicatieve kentallen opgenomen op basis van beperkte ervaringscijfers. Het doel is om de komende maanden verdere ervaring op te bouwen met het werken onder de Omgevingswet. In de loop van 2025 zullen met deze extra ervaring nieuwe kentallen worden opgesteld en geformaliseerd voor de PDC Omgevingswet.
11
Het vaststellen van kentallen voor de PDC Omgevingswet in 2025 is essentieel voor een goed onderbouwde kostentoerekening in het kader van de nieuwe milieuleges. Dit draagt vervolgens ook bij aan meer uniformiteit van legesbedragen tussen de verschillende gemeenten in de regio. De kentallen dienen daarnaast als hulpmiddel voor het doen van goede prognoses, terwijl inmiddels wordt afgerekend op basis van werkelijk gerealiseerde uren. Het toenemende vertrouwen in deze nieuwe systematiek, toont aan dat er momenteel voldoende draagvlak is voor de benodigde middelen.
12
4. Programma Dit programma geeft inzicht in de door de OD Twente uit te voeren taken en werkzaamheden op het gebied van vergunningen, toezicht, handhaving en advies voor het komende jaar. Met de komst van de Omgevingswet en de systematiek van Mba’s, wordt dit jaar gebruikt gemaakt van een kortere tabel van het bedrijvenbestand (zie rechts). Hierbij wordt geen onderscheid meer gemaakt in type inrichting. Dit bestand wordt ingezet in relatie tot de te verwachten producten, te controleren bedrijven en de benodigde capaciteit die dit gaat kosten.
Bedrijvenbestand gemeente Almelo Klasse
Sector
Aantal
Algemeen III
II
Aan de hand van de risicoanalyse wordt het programma voor toezicht en handhaving bepaald. Dit programma is hiermee in lijn met de uniforme beleidsdoelen die in Twente zijn vastgesteld.
I
13
Afval
7
Procesindustrie
15
Algemeen
269
Afval
3
Agrarisch
107
Procesindustrie
298
Algemeen
1472
Afval
15
Agrarisch
13
Procesindustrie
35
Nog te classificeren 154 Voor het UVP 2025 zijn kentallen opgesteld op basis van beperkte Totaal 2.401 ervaringscijfers onder de Omgevingswet. Binnen deze kentallen zit ook een opslag voor directe werkzaamheden. Benadrukt wordt dat deze kentallen indicatief zijn en daardoor het risico ontstaat dat deze cijfers komend jaar in de praktijk gaan afwijken. Dit geldt eveneens voor de prognoseaantallen op basis van de PDC Omgevingswet. Komend jaar zal middels de monitoringsrapportages blijken in welke mate deze afwijkingen zullen plaatsvinden. Deze zullen vervolgens nader worden geduid in afstemming met de deelnemers.
4.1 Programma Vergunningen Voor het taakveld vergunningen wordt de vergunningenstrategie gehanteerd. Deze is opgenomen in het uniforme VTH-beleid Twente en de Nadere uitwerking. Deze strategie biedt de algemene kaders en uitgangspunten voor vergunningverlening en de verschillende keuzemomenten hierin. Momenteel wordt gewerkt aan een Twentse Vergunningenstrategie (TVS) die nadere invulling geeft met welke diepgang vergunningsplichtige-, meldingsplichtige- en informatieplichtige activiteiten worden getoetst. Capaciteit beschikbaar gesteld door gemeente Almelo wordt ingezet op de werkzaamheden zoals deze in onderstaande tabellen zijn beschreven. Hierbij wordt aangesloten bij de vigerende PDC Omgevingswet. Opgemerkt wordt dat het verwachte aantal producten een inschatting betreft die is gebaseerd op aantallen van het voorgaande jaar en bekende trends en ontwikkelingen. Het is op voorhand namelijk niet te bepalen hoeveel en welk type vergunningaanvragen / meldingen worden ingediend, dit is immers vraag gestuurd. Code
Product
A1.05 A1.05.00 A1.17 A1.17.00 A1.17.01 A1.17.02 A1.17.05 A1.17.06 A1.17.08 A1.22 A1.22.00 A1.25 A1.25.00 A1.26 A1.26.00 A1.29 A1.29.00 A1.29.03
Toets actualisatie vergunningen Toets actualisatie vergunningen Melding milieubelastende activiteit Melding milieubelastende activiteit Melding graven in de grond Melding bodemenergie Melding saneren van de bodem Melding toepassen grond/baggerspecie Melding opslaan grond/baggerspecie Omgevingsvergunning enkelvoudig (regulier) Omgevingsvergunning milieubelastende activiteit Ambtshalve wijzigen omgevingsvergunning Actualiseren omgevingsvergunning Intrekken omgevingsvergunning (uitgebreid) Intrekken omgevingsvergunning mba Milieuadvies omgevingsvergunning Milieuadvies omgevingsvergunning gemeente Advies beoordeling ontvankelijkheid milieu
Aantal
Kental (uren)
Totaal (uren)
9
20
180
106 1 20 5 61 7
6 6 6 6 6 6
636 6 120 30 366 42
4
20
80
1
20
20
1
14
14
4 1
20 20
80 20
13
A1.30 A1.30.00 A1.30.01 A1.33 A1.33.00 A1.35 A1.35.03 A1.35.05 A1.35.07 A1.36 A1.36.00 A1.36.01 A1.36.02 A1.36.08 A1.36.09 A1.36.10 A1.37 A1.38 A1.39 A1.39.01
Advies Milieueffectrapportage Advies mer-beoordeling Advies milieueffectrapportage Maatwerkbesluit Maatwerk milieubelastende activiteit Melding activiteit bouwwerken leefomgeving Melding asbest verwijderen Melding asbest reparatie- of mutatieonderhoudswerkzaamheden Melding asbest verwijderen en slopen bouwwerk Informatieplicht milieubelastende activiteit Informatieplicht milieubelastende activiteit (Bal) Informatieplicht graven in de grond Informatieplicht energiebesparing Informatieplicht saneren van de bodem Informatieplicht toepassen grond/baggerspecie Informatieplicht toepassen bouwstoffen Melding gelijkwaardige maatregel Beoordelen conceptverzoek melding Informatieplicht bouwwerken leefomgeving Informatieplicht asbest verwijderen Totaal benodigde capaciteit
2 1
18 18
36 18
11
12
132
140 27
3 3
420 81
9
3
27
89 23 1 7 21 1 1 1
4 4 4 4 4 4 12 5
356 92 4 28 84 4 12 5
13
3
39 2932
De OD Twente zal in 2025 verdere ervaring en data opbouwen rondom het werken onder de Omgevingswet. Belangrijke ontwikkeling hierbij is het uiteenvallen van één melding Activiteitenbesluit in meerdere meldingen en informatieplichten Mba’s onder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsplannen. Werkafspraken, processen en sjablonen moeten hierop verder worden verfijnd. Er is meer data nodig om duidelijk de effecten van de aangepaste systematiek in kaart te brengen om tot goede prognosecijfers te komen. Desondanks worden voor komend jaar prognosecijfers opgesteld op basis van de beperkte ervaring in 2024. Gezien de beperkte hoeveelheid data onder de Omgevingswet, zullen deze prognoses minder accuraat zijn dan voorgaande jaren. Er is daarnaast ook nog oude werkvoorraad vanuit de PDC Wabo die de komende jaren moet worden weggewerkt. Deze werkvoorraad is niet meegenomen in bovenstaande prognose, maar is apart weergegeven in bijlage 1. Het doel is om deze oude werkvoorraad komend jaar volledig te hebben weggewerkt. Knelpunt hierbij zijn langlopende aanvragen die momenteel geen zicht hebben op afronding vanwege de stikstofproblematiek.
4.2 Programma Toezicht & Handhaving Door toezicht te houden, wordt gecontroleerd of wordt voldaan aan de geldende wet- en regelgeving en of vergunningvoorschriften worden nageleefd. Voor de toezichthouders die de controle uitvoeren maakt de toezichtstrategie duidelijk hoe zij hun werk moeten uitvoeren. Ook geeft het inzicht in de verschillende soorten controles. Voor de verschillende soorten controles is aangesloten bij de productindeling van de PDC Omgevingswet. Om indien nodig een goede uitvoering te geven aan handhaving, wordt aangesloten bij de LHSO. Code A2.01 A2.01.03 A2.01.04 A2.02 A2.02.03 A2.02.04 A3.02.05 A2.03.04 A2.04 A2.05 A2.07 A2.07.00 A1.07.01 A2.08
Product Opleveringscontrole Opleveringscontroles complex Opleveringscontrole overig Periodieke controle Periodieke controle complex bedrijf Periodieke controle uitgebreid Periodieke controle standaard Hercontrole Omgevingswet Aspectcontrole Administratieve controle Vrije veld toezicht / gevelcontrole Vrije veld toezicht Gevelcontrole Klacht / melding
Aantal
Kental (uren)
Totaal (uren)
1 9
45 15
45 135
7 13 418 125 40 3
35 22 11 10 8 2
245 286 4598 1250 320 6
5 1
6 20
30 20
14
A2.08.00 A2.08.01 A2.09 A2.09.08 A2.09.09 A2.09.10 A2.09.11 A2.09.14 A2.12 A2.16 A2.16.03 A2.16.04
Klacht/melding Ongewoon voorval Bodem toezicht Controle saneren bodem Controle graven in de bodem Controle toepassen grond/baggerspecie Controle opslaan grond/baggerspecie Controle bodemenergiesystemen Handhavingscontrole Toezicht bouwwerken leefomgeving Controle asbest verwijderen Controle opruimen asbest na incident
100 16
4 6
400 96
4 16 49 5 15 16
7 7 7 7 7 10
28 112 343 35 105 160
76 1
5 5
A3.01 A3.02 A3.02.01 A3.02.02 A3.03 A3.03.00 A3.03.02
Handhavingsverzoek Handhavingstraject Last onder dwangsom Toepassen last onder dwangsom (BOA) Strafrechtelijke handhaving (BOA) Strafrechtelijk vooronderzoek (BOA) strafrechtelijke handhaving proces verbaal Totaal benodigde capaciteit
3
12
335 5 8554 36
21 1
8 10
168 10
11 1
6 26
66 26 306
Toezicht De nieuwe PDC Omgevingswet heeft niet geleid tot grote veranderingen voor de programma’s toezicht en handhaving. Wel zal een deel van de werkzaamheden onder deze programma’s worden ondergebracht bij het nieuwe ‘Team Leefomgeving’. Het gaat hier om bodemtoezicht (A2.09), toezicht sloop / asbest (A2.16) en handhaving door de BOA’s (A3.03). Voor 2025 zal bij het plannen van periodieke controles (A2.02) gedeeltelijk gebruik worden gemaakt van de nieuwe RPI-tool als pilot. Het is de bedoeling om meer praktijkervaring op te doen met deze nieuwe manier van risicogericht werken. Aan de hand van de pilot worden eventuele onvolkomenheden van het systeem geïdentificeerd, om vervolgens gerichte verbeteracties in te zetten ten behoeve van de datakwaliteit. De basis van de planning voor 2025 blijft echter nog altijd gebaseerd op de oude systematiek van controlefrequenties op brancheniveau, zoals vastgelegd in het Twentse VTH-beleid. Hierbij is gekozen om dezelfde prognose te hanteren als in het UVP2024, ondanks dat ook de jaar de volledige realisatie niet wordt gehaald. In tegenstelling tot de voorgaande jaren, ligt de oorzaak hiervoor voornamelijk bij openstaande vacatureruimte in plaats van een tekort aan formatie. Het opvullen van de extra formatie als gevolg van de begrotingswijziging 2024 kost tijd.
De OD Twente heeft zichzelf als doel gesteld deze vacatureruimte in 2025 zoveel mogelijk te hebben ingevuld, waarbij de ambitie is de planning komend jaar volledig uit te voeren. Volgend jaar zal via pilots meer capaciteit worden ingezet op enkele onderbelichte producttypen, om hiermee het volledige spectrum van toezicht te kunnen benutten. De OD Twente zal komend jaar in samenwerking met ketenpartners daarom meer gaan inzetten op themagericht vrije veld toezicht (A2.07). Handhaving Tenslotte blijft aandacht gevraagd worden voor het structureel hoge aantal handhavingszaken (A3.02). Met de invulling van juridische vacatureruimte is realisatie rondom handhavingstrajecten dit jaar sterk toegenomen ten opzichte van vorig jaar. Desondanks valt te zien dat de werkvoorraad nauwelijks is afgenomen. Met deze werkvoorraad is rekening gehouden bij de prognoses rondom handhavingstrajecten voor 2025. Daarnaast wordt in 2025 andermaal een toename in handhavingstrajecten verwacht. Enerzijds als gevolg van het andere karakter van de Omgevingswet, waarbij de nadruk verschuift van vergunningverlening naar toezicht. Anderzijds wordt een toename in handhavingstrajecten in het kader van de energiebesparingsplicht verwacht, die separaat zal worden gerapporteerd. Bij eventuele capaciteitsproblemen, zal het cluster juridisch komend jaar geprioriteerd moeten werken.
Naast bestuurlijke handhaving, voert de OD Twente de laatste jaren ook steeds meer strafrechtelijke handhaving uit. Dit heeft geresulteerd in een robuust cluster BOA’s, dat inmiddels is ondergebracht in het nieuwe team ‘Leefomgeving’. De verwachting is dat de toename van het aantal strafrechtelijke zaken (A3.03) ook komend jaar
15
zal doorzetten. Hiermee is rekening gehouden in de prognoseaantallen. Voor de gemeenten Borne, Enschede en Losser voert de OD Twente ook facultatieve taken uit in het kader van Domein II (groene BOA’s).
4.3 Programma Advies Naast producten op het gebied van vergunningverlening en toezicht en handhaving, kennen we ook adviesproducten. Deze producten zijn in onderstaande tabel opgenomen. Er wordt aangesloten bij de productindeling van de PDC 2024. Code A4.02 A4.04 A4.05 A4.05.00 A4.05.02 A4.05.13 A4.19.00 A4.20 A4.20.00 A4.21 A4.21.00
Product Bezwaar Advies bij juridische procedures Advies bodem Bodemadvies Beoordelen onderzoeksopzet/vooronderzoek (NEN 5725) Advies bodem bij milieubelastende bedrijfsactiviteit Advies lichthinder Advies activiteit bouwwerken leefomgeving Advies asbestinventarisatie Dronevlucht Adviesrapport dronevlucht Totaal benodigde capaciteit
Aantal 1 4
Kental (uren) 32 8
Totaal (uren) 32 32
53 1 3 3
6 6 9 22
318 6 27 66
50
3
150
4
5
20 651
Geluid Binnen de regio zijn zestien ‘gezoneerde industrieterreinen’ gelegen van verschillende omvang. Sinds de oprichting van de OD Twente, is het beheer van deze industrieterreinen belegd geweest bij verschillende partijen. In 2024 en 2025 is het beheer van alle gezoneerde industrieterreinen echter volledig bij de OD Twente belegd. Tegelijkertijd zijn regels voor deze terreinen veranderd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er is een systematiek ingevoerd, waarbij beheer wordt uitgevoerd door middel van geluidsproductieplafonds. Deze moeten door de bevoegde gezagen zijn vastgesteld op uiterlijk 31 december 2031. De complexiteit van het betreffende industrieterrein speelt een grote rol in de benodigde tijd voor de omzetting, welke beleidsneutraal moet worden uitgevoerd. De OD Twente voert in de tweede helft van 2024 een pilot uit om ervaring op te doen en in kaart te brengen hoeveel tijd nodig is voor de omzetting. Tenslotte ontstaat steeds meer druk bij gemeenten om windmolens te plaatsen binnen hun grondgebied. Dit gaat komend jaar mogelijk invloed uitoefenen op de inzet van omgevingsadviseurs, vergunningverleners en vooral geluidsadviseurs in het kader van slagschaduw. De OD Twente gaat in kaart brengen welke invloed dit kan hebben op de inzet, waarbij wordt verwacht dat werkzaamheden al in 2025 beginnen te lopen.