19.3 Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonnepanelenveld op het perceel Breesegge 15 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING PROJECT
Zonnepark De Leemslagen Gemeente Almelo
STATUS
Definitief 3.1
PROJECTNUMMER
20067
DATUM
14 juni 2021
AUTEUR
R. (Robin) Droogendijk LLB
CONTROLE
I.M.E. (Ingrid) Hazeleger
Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628
COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 2
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 3
Inhoudsopgave
pagina
1
Inleiding Aanleiding en doel Planologische procedure Leeswijzer
5 5 5 5
2
Projectbeschrijving Projectlocatie Projectplan Vigerend planologisch regime
6 6 6 11
3
Beleidskaders Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
14 14 19 34
4
Omgevingsaspecten Verkeer en parkeren Archeologie Cultuurhistorie Water Natuur Bedrijven en milieuzonering Externe veiligheid Elektromagnetische straling Geluid Lichtreflectie Luchtkwaliteit Bodem (Vormvrije) m.e.r-beoordeling
43 43 43 45 45 47 50 51 52 52 53 54 55 56
5
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
57 57 57
6
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
59
Bijlagen Landschappelijk inpassingsplan, Feddes | Olthof, februari 2021 Quickscan Wet natuurbescherming, Van der Goes & Groot, d.d. 13 april 2020 Berekening stikstofdepositie, Cauberg-Huygen, d.d. november 2020 Rapport Participatieplan, oktober 2020 Toestemming sans préjudice TenneT
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 4
1
Inleiding Aanleiding en doel
Nederland bevindt zich middenin de transitie van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Deze energietransitie is noodzakelijk om de klimaatdoelstellingen voor de korte, middellange en lange termijn te kunnen verwezenlijken. Gelet daarop is het van belang dat burgers, bedrijven en overheden de nodige inspanningen leveren deze transitie mogelijk te maken. Vele duurzame energie-initiatieven zijn inmiddels in voorbereiding, ontwikkeling of reeds gerealiseerd. Daarmee is echter nog maar een fractie gerealiseerd van wat nodig is. SolarEnergyWorks ontwikkelt zonneparken in heel Nederland en heeft als doel een zonnepark te ontwikkelen ter plaatse van de locatie De Leemslagen in Almelo. De locatie bestaat uit een aantal percelen van in totaal ca. 23 ha, waarop een geïnstalleerd vermogen van ca. 20 MWp kan worden gerealiseerd. De hiermee op te wekken duurzame stroom, kan vergeleken worden met het verbruik van ongeveer 5.700 huishoudens. De ontwikkeling heeft naar verwachting een CO2-reductie van ca. 8.337 ton op jaarbasis als gevolg en zet daarmee een stap richting de verdere verduurzaming van de gemeente in het bijzonder en Nederland als geheel. De beoogde ontwikkeling is strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Om die reden dient een planologische procedure doorlopen te worden om het zonnepark mogelijk te maken.
In opdracht van SolarEnergyWorks heeft Mees Ruimte & Milieu daartoe voorliggende ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
Planologische procedure De planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Aan de hand van die omgevingsvergunning kan van het vigerende bestemmingsplan worden afgeweken. Op grond van art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 3o van de Wabo dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten, waarin de ruimtelijke en functionele inpasbaarheid van de ontwikkeling gemotiveerd wordt aan de hand van de relevante omgevingsaspecten. Voorliggende rapportage bevat de benodigde ruimtelijke onderbouwing.
Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat in op de projectomschrijving, waarin de locatie en de ontwikkeling worden toegelicht en een toets van de ontwikkeling aan het bestemmingsplan plaatsvindt. Hoofdstuk 3 omvat het relevante beleidskader op het gebied van ruimtelijke ordening en duurzaamheidsbeleid. Hoofdstuk 4 geeft een beschouwing op, en waar nodig inzage in nader onderzoek naar, relevante omgevingsaspecten. De uitvoerbaarheid, zowel economisch als maatschappelijk, wordt in hoofdstuk 5 besproken. Hoofdstuk 6 tot slot, geeft een conclusie van de ruimtelijke en functionele inpasbaarheid van de ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 5
2
Projectbeschrijving Projectlocatie
De projectlocatie ligt aan de zuidwestzijde van gemeente Almelo. Het projectgebied omvat het volgende kadastrale perceel: Ambt-Almelo, sectie N, perceelnummers 5214. Het projectgebied wordt begrensd door: de weg Leemslagenweg (noordzijde); de weg en Buitenhaven Westzijde en Breesegge (oostzijde); Rijksweg A35 (zuid en zuid-westzijde); De gronden binnen het projectgebied en aan de westzijde van de locatie betreffen in hoofdzaak agrarische gronden. Aan de overkant van de Buitenhaven Westzijde en Breesegge ligt aan de overzijde van het Twentekanaal, het stedelijk gebied van Almelo. figuur 1. Aanduiding projectlocatie (verbeelding opgemaakt in QGIS)
Projectplan De ontwikkeling behelst de realisatie van een zonnepark ter plaatse van de hierboven weergegeven projectlocatie. Een zonnepark bestaat uit een aantal technische onderdelen, die op zorgvuldige wijze dienen te worden ingepast in het landschap. Hiertoe is door landschapsarchitecten Feddes | Olthof een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, waarin rekening is gehouden met de bestaande kwaliteiten van het landschap en deze worden versterkt door het toevoegen van recreatieve meerwaarde en maatregelen ter versterking van de biodiversiteit ter plaatse. In figuur 2 is het ontwerpvoorstel uitgewerkt in een plankaart voor het gebied. Het projectplan dat daaraan ten grondslag ligt, wordt in deze paragraaf vanuit de (gemeentelijke) visie op het gebied en de daaruit voortvloeiende ontwerpuitgangspunten integraal besproken. Voor een volledige weergave van inpassingsplan wordt tevens verwezen naar bijlage 1 bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 6
figuur 2. Plankaart landschappelijke inpassing (bron: landschappelijke inpassing Feddes | Olthof, februari 2021)
* In de kaart zijn ook routes indicatieve voorstellen voor beplanting en routes ten noorden van de Leemslagenweg voorgesteld. Deze horen echter niet bij de investeringen die op basis van dit zonneveld kunnen worden gerealiseerd en dient uitsluitend ter visualisatie van mogelijkheden en kansen in de toekomst.
Visie op projectgebied De gemeente Almelo heeft De Leemslagen aangewezen als locatie waar duurzame energie kan worden opgewekt. Tegelijkertijd wil de gemeente wat breder kijken, omdat er in buitengebieden vlak bij de stad meer functies een plek moeten krijgen. De Leemslagenweg is de belangrijkste verbinding vanuit de wijk Almelo Windmolenbroek. De Leemslagenplas blijft voornamelijk een natuurkern, maar enkele zichten richting de plas versterken wel de beleving van het gebied. Verder zijn er plannen om de boerderij aan de Leemslagenweg te transformeren naar een plek die ook toegankelijk is voor recreanten. Het gebied tussen de Leemslagenweg en de A35 leent zich goed voor de ontwikkeling van duurzame energie. Nieuwe ommetjes knopen de verschillende gebieden aan elkaar. Een zonneveld in de zuidwesthoek kan de toegankelijkheid van het gebied voor recreanten vergroten doordat paden en recreatieve voorzieningen worden toegevoegd. Ontwerpprincipes voor het zonnepark Om tot een goede landschappelijke inpassing voor het zonnepark te komen die aansluit bij bovengenoemde visie voor het Leemslagengebied, zijn een aantal spelregels gehanteerd. De ontwerpprincipes zijn uiteengezet in tabel 1.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 7
figuur 1. Ontwerpprincipes zonnepark De Leemslagen (bron: Feddes | Olthof, februari 2021)
1
Uitgangspunt Het landgoederenkarakter wordt vergroot door het groene raamwerk te versterken. Het zonnepark wordt ingepast tussen bestaande en nieuwe houtwallen en bomenrijen die het coulissenlandschap versterken. Wandelend door het gebied wordt het zonnepark daardoor veelal uit het zicht ontnomen.
2
Vanaf de A35 kunnen automobilisten een blik op het zonnepark werpen. Ook vanaf het Twentekanaal zal zicht over het zonnepark mogelijk zijn. Het zonnepark vormt hiermee het duurzame visitekaartje voor de stad Almelo.
3
De recreatieve waarde van het gebied wordt vergroot door meer routes aan te leggen door het gebied. Ook wordt een boomgaard aangelegd, in de zuidhoek van het reeds bestaande groene carré. Vanaf de Leemslagenweg loopt een route aan de binnenzijde van dit carré richting de boomgaard. Ook door het zonnepark worden twee wandelpaden aangelegd richting het kanaal.
4
De rand die grenst aan het Twentekanaal beplanten met een bomenrij (eiken) zodat het kanaal als ruimtelijke structuur wordt benadrukt. Ten noorden van de A35 staan deze eiken al, dus deze landschapsstructuur versterken we. Tevens borgt dit voldoende afstand tussen het kanaal en het zonnepark.
5
Kabels en leidingen, zowel bovengronds als ondergronds zorgen ervoor dat niet overal panelen kunnen worden geplaatst. Onder de bovengrondse hoogspanningskabels blijven stroken vrij van panelen. Rondom de masten dient ook een zone vrij te blijven van panelen en hekwerken. In het zuiden van het plangebied ligt ook een beperking voor panelen. Daarnaast wordt waar nodig (overgang ondergronds/bovengronds en waar sprake is van open ontgraving) ruimte vrijgehouden ter plaatse van een nieuw te realiseren ondergrondse hoogspanningsverbinding.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Verbeelding
Pagina | 8
6
Het zonnepark wordt zo ingericht dat er een rustig en eenduidig beeld ontstaat. Daarvoor worden de panelen aan weerszijden uitgelijnd. Voor de toegang wordt een bestaande inrit gebruikt vanaf de Breesegge. Een halfverhard pad loopt onder de hoogspanningskabels. Transformatoren worden op gelijke afstand binnen het zonnepanelenveld geplaatst.
Landschappelijke inrichting De voorgestelde landschappelijke inrichting van het gebied vloeit voort uit de ontwerpprincipes zoals omschreven in paragraaf 2.2.2. De totale oppervlakte van het projectgebied beslaat circa 23 hectare waarvan ca. 17 hectare zal worden ingericht als zonnepark. De overige ca. 6 ha wordt ingezet voor de landschappelijke inpassing zoals hieronder omschreven. Randen en recreatieve ontsluiting Het zonnepark wordt ingepast in het coulisselandschap. Langs de noord- en noordwestrand is al een brede houtwal aanwezig. Langs de randen aan de zuidwestzijde wordt nieuw struweel aangebracht. Hiervoor wordt streekeigen vegetatie gebruikt, nader vorm te geven in samenspraak met de bewoners/landeigenaren in het gebied (zie ook paragraaf 5.2 van deze ruimtelijke onderbouwing). Halverwege het zonnepark, ten zuiden van het bestaande groene ‘carré’ wordt een nieuwe boomgaard aangelegd, met verschillende vruchtdragende bomen en een onderbegroeiing van kruiden-, en bloemrijk grasland. Deze boomgaard is openbaar toegankelijk. Hier zullen ook twee houten bankjes en een informatiepaneel worden geplaatst. figuur 3. Rand vormgegeven als houtwal met nieuwe recreatieve route (bron: Feddes | Olthof, februari 2021)
Het informatiepaneel kan iets vertellen over de energie die het zonnepark opwekt. In de boomgaard wordt ook een paddenpoel gegraven. Vanaf de Leemslagenweg wordt een onverharde wandelroute gecreëerd aan de binnenzijde van het bestaande groene carré. Een trap in het talud vanaf de Leemslagenweg zal toegang tot deze route geven. Op de zuidwestelijke punt van het carré wordt een doorsteek gemaakt richting het zonneveld, waar een wandelpad tussen de panelen doorloopt tot aan het Twentekanaal. Langs dit pad wordt met diverse vruchtdragende bomen een nieuwe laan gevormd. Een nieuw wandelpad langs de zuidwestzijde van het zonnepark loopt door tot aan de meest zuidelijke doorsteek richting het Twentekanaal. Hier wordt de route begeleid door struweel aan weerszijden. Ook direct onder het talud van de Leemslagenweg, net ten noorden van het zonnepark zal een wandelpad worden aangelegd. Dit pad sluit enerzijds aan op het groene carré en anderzijds loopt het richting de kanaaldijk (Breesegge).
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 9
figuur 4. Recreatieve struinroute aan weerzijden begeleid door struweel (bron: Feddes | Olthof, februari 2021)
In overleg met Rijkswaterstaat zal worden gekeken of het mogelijk is om ook een wandelpad aan te leggen op het talud van de dijk, zodat recreatieve ommetjes kunnen worden gemaakt zonder op de (gevaarlijke) weg te hoeven lopen. figuur 5. Zonneveld met voorstel wandelpad op talud dijk Twentekanaal (bron: Feddes | Olthof, februari 2021)
Bloem- en kruidenrijk grasland Onder de hoogspanningskabels worden geen panelen geplaatst. Onder de meest westelijke kabels zal een beheerweg worden aangelegd. In de oostelijke strook wordt bloemrijk grasland ingezaaid en worden poelen gegraven oor amfibieën. In onderstaande afbeeldingen zijn referentiebeelden van bloemenmengsel G3 dat past bij een enigszins vochtige bodem. Ook binnen andere stroken van het plangebied waar geen panelen worden geplaatst wordt een passend kruidenmengsel aangebracht dat de ecologische waarde van het gebied en de kwaliteit van de bodem vergroot. figuur 6. Impressie bloemen- en kruidenmengsel t.b.v. ecologie
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 10
Technische omschrijving zonnepark Het projectplan bestaat uit de aanleg van een zonnepark van ca. 23 ha. Hierbinnen wordt een zonneveld aangelegd van in totaal ca. 17 ha. Het zonneveld wordt doorkruist door een hoogspanningsverbinding waar geen panelen en/of andere onderdelen onder worden opgesteld. Een park van de weergegeven omvang biedt de mogelijkheid tot het realiseren van een opgesteld vermogen van circa 20 MWp, vergelijkbaar met het energieverbruik van ongeveer 5.700 huishoudens. De jaarlijks opgewekte duurzame stroom leidt daarmee tot een ingeschatte besparing van circa 8.337 ton CO2-uitstoot per jaar, ofwel totaal bijna 208.425 ton CO2 over de verwachte levensduur van 25 jaar van het zonnepark. Zonnepanelen De netto omvang van het park bedraagt ca. 17 ha, hetgeen met uitzondering van de ruimte rondom de hoogspanningsverbinding, voor een groot deel wordt opgevuld met zonnepanelen. Het plangebied ligt relatief laag ten opzichte van de omgeving. De A35 ter hoogte van het plangebied ligt op een talud door de brug over het kanaal en daardoor zeker 4 meter hoger. Ook de dijk langs het kanaal ligt ca. 3 meter hoger dan het plangebied. Om vanaf de dijk nog wel zicht te hebben over de panelen worden ze maximaal 3 meter hoog. Transformatoren De transformatoren zijn een integraal onderdeel van het zonneveld.
Door de logische plaatsing en een terughoudende grijze kleur vallen zij niet op. Ze staan aan de kavelranden, maar niet langs de A35, het Twentekanaal, de Leemslagenweg en de noordrand van het zonnepark. Hekwerk Ten behoeve van de publieke veiligheid en op last van de verzekering zijn hekwerken rondom het park noodzakelijk. Door de twee doorsteken door het park betreft het hier eigenlijk drie van elkaar afgescheiden vakken met een hekwerk eromheen. Ter plaatse van de ontsluitingspaden onder de hoogspanningskabels komen aan weerszijden poorten. De hekwerken zijn maximaal 2 meter hoog. Als hekwerk wordt een groen gecoat staalmathekwerk voorgesteld. Dit hekwerk heeft een hoogwaardige uitstraling en zorgt ervoor dat er geen barrière ontstaat voor kleine dieren. De poorten zijn van eenzelfde familie als het hekwerk. Ontsluiting De ontsluiting vindt plaats vanaf de kanaaldijk (Breesegge) ter plaatse van de zuidelijke doorsteek. Een halfverhard pad loopt door tot onder de hoogspanningskabels. Daarvandaan zal het ontsluitingspad naar het noorden en zuiden evenwijdig met de hoogspanningskabels lopen.
Vigerend planologisch regime De projectlocatie is gelegen binnen het bestemmingsplangebied “Westelijke Groene Long”, vastgesteld door de gemeenteraad van Almelo op 20 juni 2013. Voor dit gebied gelden tevens de ‘Parapluherziening wonen’ (vastgesteld op 20 november 2019) en de ‘Parapluherziening parkeren’ (vastgesteld op 5 juni 2018). Tot slot is hier ook het provinciale ‘Voorbereidingsbesluit geitenhouderijen Overijssel’, vastgesteld door Provinciale Staten op 26 september 2020. Deze laatste plannen hebben gelet op de aard van de ontwikkeling geen relevantie voor onderhavig project en worden daarmee buiten beschouwing gelaten. Figuur 7 toont een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan “Westelijke Groene Long”.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 11
figuur 7. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan (verbeelding opgemaakt in QGIS)
Toets aan bestemmingsplan De projectlocatie kent de geheel of gedeeltelijk de volgende bestemmingen, functieaanduidingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen: Agrarisch, met de specifieke functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden - houtopstanden; Leiding - Hoogspanningsverbinding 2 (dubbelbestemming); Reconstructiewetzone verwevingsgebied (gebiedsaanduiding); Op de verschillende onderdelen wordt hieronder beknopt ingegaan.
Agrarisch en functieaanduiding: Het projectgebied kent in hoofdzaak de bestemming ‘Agrarisch’, met de specifieke functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – houtopstanden. Binnen deze bestemming zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf en het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van houtopstanden ter plaatse van de genoemde functieaanduiding. Het kappen en/of rooien van houtopstanden is hier uitsluitend toegestaan indien daar een omgevingsvergunning voor is verkregen. Daarnaast zijn een aantal nevenfuncties en ander gebruik ondergeschikt aan het hoofdgebruik toegestaan. De bestemming biedt geen mogelijkheden voor de realisatie van een zonnepark.
Leiding – Hoogspanningsverbinding 2 (dubbelbestemming): Het projectgebied wordt doorsneden door een 380 kV hoogspanningsverbinding. Gronden zijn bestemd voor de aanleg, instandhouding en bescherming van de verbinding. Ter plaatse mogen geen bouwwerken worden gerealiseerd, met uitzondering van bouwwerken ten dienste van de bestemming. Verder geldt een omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van de volgende werken en werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde: a. het aanbrengen van hoogopgaande beplanting of bebossing; b. het aanbrengen van bovengrondse constructies, installaties of apparatuur hoger dan 2,5 meter;
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 12
c. het opslaan van materialen of stoffen die onder bepaalde omstandigheden gevaar van brand of explosie kunnen opleveren; d. het ophogen, egaliseren, verlagen of afgraven of anderszins wijzigen in maaiveld of weghoogte. De gronden direct gelegen onder de hoogspanningsverbinding worden vrijgehouden van panelen. Wel worden panelen deels geplaatst binnen de dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding 2’ (die breder is dan de feitelijke verbinding). Om dit mogelijk te maken is afstemming met en schriftelijke goedkeuring van de leidingbeheerder noodzakelijk. Ten behoeve van de realisatie van het zonnepark is, in het kader van de te voeren planologische procedure, contact gezocht en overleg gevoerd met de leidingbeheerder (TenneT). Aan de hand van de plannen hebben zij per mail een schriftelijke goedkeuring (toestemming sans préjudice) afgegeven. Een afschrift hiervan is opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. De voorwaarden die door de leidingbeheerder zijn meegegeven zijn als volgt: Bovengronds: - 34 meter cirkel vanuit het hart van de mast vrijhouden - 5 meter toegangsweg naar mast Ondergronds: - 5 meter cirkel vrijhouden om hart van in-/uittrede punt boring - Bij open ontgraving, het traject van het ene in-/uittrede-punt naar het andere ter hoogte van de knik in het tracé, strook van 7 meter vrijhouden langs dit tracé.
- Bereikbaarheid van in/-uittredepunten regelen. Geen expliciete minimumeis van 5 meter breedte van de toegangsweg. In aanvulling op het bovenstaande is daarnaast gevraagd om een zogeheten EMC-beïnvloedingsstudie. Daarmee wordt gedoeld op een Elektromagnetische Compatibiliteitsstudie, waarmee o.a. de invloeden van de hoogspanningsverbinding op het zonnepark en vice versa wordt berekend. Deze studie kan worden uitgevoerd op het moment dat alle technische details zijn uitgewerkt en wordt daarom op een later moment aangeleverd. De studie en daarmee samenhangende instemming van TenneT worden daarom als voorwaarde verbonden aan de omgevingsvergunning.
Gebiedsaanduidingen: Het projectgebied ligt in zijn geheel binnen het attentiegebied ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Regels ten aanzien van het verwevingsgebied zien op het al dan niet vergroten van een agrarisch bedrijf. De gebiedsaanduiding heeft geen invloed op de beoogde ontwikkeling.
Conclusie De ontwikkeling van het zonnepark is in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Een zonnepark betreft geen toegestane functie op basis van de hoofdbestemming ‘Agrarisch’. Algemene of binnenplanse afwijkingsregels bieden geen mogelijkheden voor de aanleg van een zonnepark. Daarnaast is dient rekening te worden gehouden met de belemmeringsstrook in verband met de hoogspanningsverbinding.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 13
3
Beleidskaders Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. In het kader van de nahangprocedure kunnen in de Nationale omgevingsvisie nog opmerkingen en wensen van de Tweede Kamer worden verwerkt. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. figuur 8. Afwegen met de NOVI. (Bron: Nationale Omgevingsvisie)
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 14
behoeften’. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. 2. 3.
Combineren boven enkelvoudig Kenmerken & identiteit Afwentelen voorkomen
Relatie tot ontwikkeling De ontwikkeling voorziet in de realisatie van duurzame energievoorziening voor de gemeente Almelo. Duurzame energie vormt een van de 21 nationale belangen zoals verwoord in het NOVI: “Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarvoor benodigde hoofdinfrastructuur”. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Om de afgesproken doelen uit het Klimaatakkoord van Parijs te halen en 95 procent minder uitstoot van broeikasgassen te realiseren in 2050 (ten opzichte van 1990), is een transitie naar een CO2-arme energievoorziening noodzakelijk. De opgave is dan ook het waarborgen van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen (inclusief besparing), de aanpassing van de netwerken voor warmte, gas en elektriciteit en het inpassen en zoveel mogelijk beperken van de ruimtebehoefte voor opwekking, conversie, opslag en transport van energie. De rol van het Rijk is tweeledig. Ten eerste gaat het om de voorwaarden te scheppen waaronder winning, opwekking, transport, conversie, opslag en gebruik van energie, alsmede het afvangen en opslaan van CO2, betrouwbaar, betaalbaar en veilig kunnen plaatsvinden. Ten tweede om het tot stand brengen van de energietransitie zeker te stellen.
Het Rijk werkt hierbij nauw samen met de decentrale overheden, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in het nationale Klimaatakkoord. De rol van het Rijk uit zich onder meer in het vastleggen van doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen en het stellen van voorwaarden en aanwijzen van gebieden voor energie-activiteiten, na afweging met andere belangen. De uiteindelijke uitvoering van projecten die gezamenlijk beantwoorden aan de landelijke doelstellingen op het gebied van energietransitie en CO2-reductie, is aan gemeenten, RES-regio’s en provincies. Alleen wanneer een ontwikkeling zodanig van omvang is dat deze op grond van de Elektriciteitswet 1998 wordt aangemerkt als grootschalige ontwikkeling van nationaal belang, dient het Rijk aan te haken en is een Rijksinpassingsplan noodzakelijk. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien met een zonnepark een opgesteld vermogen van 50 MW of meer wordt gerealiseerd. Conclusie Het beoogde initiatief draagt bij aan de verwezenlijking van het nationale belang ten aanzien van de energietransitie. Gelet op het vermogen van onderhavige productie-installatie wordt de grens van 50 MW niet overschreden. Vanuit het decentralisatieprincipe wordt door de decentrale overheden verdere invulling aan het beleid gegeven. Dit beleid wordt in de navolgende paragrafen behandeld.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relatie tot ontwikkeling Het Barro legt geen restricties op voor de locatie waar de ontwikkeling wordt voorzien.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 15
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de omgevingsaspecten aspecten worden behandeld. Voor de Ladder voor duurzame verstedelijking geldt het volgende. De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op basis hiervan dient bij de realisatie van nieuwe stedelijke ontwikkelingen de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Daarnaast dienen deze stedelijke ontwikkelingen in hoofdzaak binnen het bestaand stedelijk gebied plaats te vinden. Indien een ontwikkeling buiten stedelijk gebied plaatsvindt, dient dit gepaard te gaan met een stevige motivering van de reden waarom naar het buitengebied wordt uitgeweken. Relatie tot ontwikkeling In de eerste plaats dient te worden beoordeeld of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro.
Indien de ontwikkeling niet kan worden getypeerd als stedelijke ontwikkeling, is de Ladder namelijk niet van toepassing op het project. Dit laat overigens onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening alsnog de nut en noodzaak van het project dient te worden aangetoond. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) heeft in januari 2019 uitspraak gedaan in een zitting waarin onder andere aan de orde was of een zonnepark in het buitengebied als stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro dient te worden getypeerd (zie uitspraak van 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:178). De Afdeling overweegt hierover het volgende: “Uit overweging 6.2 van de uitspraak van 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724, blijkt dat de Afdeling diverse voorzieningen op het gebied van energieopwekking en -distributie niet als stedelijke ontwikkeling heeft aangemerkt. Genoemd worden: een hoogspanningsverbinding, een windturbinepark en een transformatorstation. Naar het oordeel van de Afdeling is er geen aanleiding voor een andere benadering met betrekking tot een zonnepark, dat naar zijn aard niet wezenlijk verschilt van een windturbinepark. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat een zonnepark, net als een windturbinepark, zich bij uitstek niet goed leent om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd.
De toepasselijkheid van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro op een dergelijke voorziening zou daarentegen juist tot gevolg hebben dat het bevoegde bestuursorgaan telkens zou moeten motiveren waarom deze voorziening niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Dit vindt de Afdeling in het licht van het doel en de strekking van de ladder voor duurzame verstedelijking een onlogische consequentie.” Conclusie De uitspraak maakt duidelijk waarom voor de ontwikkeling van zonneparken geen Laddertoets doorlopen hoeft te worden. De ontwikkeling kan niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing op onderhavig project. De nut en noodzaak van de ontwikkeling dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening alsnog aangetoond te worden. Uit de behandeling van het duurzaamheidsbeleid in dit hoofdstuk blijkt de behoefte aan de realisatie van het zonnepark. Energieakkoord voor duurzame groei In 2013 hebben in totaal 47 veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei.
Daarin is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. In het akkoord
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 16
zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt als tweede pijler onderdeel van het programma. Het versnellen van de productie is nodig omdat Nederland met een aandeel van 4% achterloopt op de rest van Europa. Een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking is daarom noodzakelijk. De lokale opwekking van energie, zoals zonne-energie, vormt daarbij één van de mogelijkheden, die eventueel gecombineerd kan worden ingezet met andere vormen van energieopwekking. Relatie tot ontwikkeling Het beoogde zonnepark levert een te verwachten geïnstalleerd vermogen van 20 MWp een energieproductie waarmee ca. 5.700 huishoudens kunnen worden voorzien van duurzame stroom. Het zonnepark draagt daarom bij aan de doelstellingen de energieproductie op te schalen. Energierapport 2016 Vanuit het Klimaatakkoord van Parijs is op mondiaal niveau afgesproken dat vanaf 2050 sprake moet zijn van klimaatneutraliteit. Dat betekent dat er een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikassen. Gelet daarop is het nodig de nodige inspanningen te leveren de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 na te leveren, evenals de afspraken uit het hiervoor besproken Energieakkoord.
Het Energierapport geeft daarom een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland en geeft aan dat Nederland de broeikasgassen drastisch terug dient te dringen. Om deze uitdaging te behalen, stelt het kabinet voor de noodzakelijke transitie naar duurzame energie, drie uitgangspunten centraal: 1. sturen op CO2-reductie; 2. verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt; 3. integreren van energie in het ruimtelijk beleid. De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen op Europees niveau. Op dit moment is Nederland voor onze energievoorziening nog voor bijna 95% afhankelijk van fossiele brandstoffen. De energietransitie heeft alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie. Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de ‘energiedialoog’ genoemd.
Relatie tot ontwikkeling Ter plaatse van het projectgebied bestaat het doel een zonnepark op te richten dat met een oppervlakte van ca. 23 ha een geïnstalleerd vermogen van ca. 20 MWp kent. De daarmee op te wekken duurzame energie levert een CO2-reductie van ongeveer 8.337 ton op jaarbasis op. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. De genoemde energiedialoog vindt in dit geval plaats middels een georganiseerd participatieproces. Daarbij bestaat participatie uit procesparticipatie (bij de totstandkoming van het ontwerp) en financiële participatie. Verwezen wordt naar hoofdstuk 5, waar onder andere de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan wordt gemotiveerd. Nationaal Klimaatakkoord Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2-uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Verschillende sectoren (sectortafels gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik, mobiliteit en elektriciteit) denken mee over concrete plannen.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 17
Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op de leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES, zie paragraaf 3.3) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd.
Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Relatie tot ontwikkeling Met de realisatie van het zonnepark wordt de nationale productie van zon op land verder uitgebreid. Zo wordt een bijdrage geleverd aan dat doel, waarbij de opwek met een installatie van ca. 20 MWp de productie weer een stapje dichter bij de noodzakelijke 35 TWh wordt gebracht. Het ontwerp biedt naast de oprichting van het zonnepark maatregelen ter versterking van de biodiversiteit ter plaatse. Dit komt onder andere tot uiting door het realiseren van een paddenpoel in de boomgaard voor amfibiën en het inzaaien van het gebied een bloem- en kruidenrijk zaadmengsel dat de plaatselijke biodiversiteit versterkt. Tevens worden maatregelen getroffen waarmee het toevoegen van recreatieve meerwaarde van het zonnepark integraal onderdeel uitmaakt van de ontwikkeling. Derhalve wordt voorzien in openbaar toegankelijke boomgaarden, wandel- en struinpaden, bakjes en informatiepanelen. De ontwikkeling is daarmee in lijn met het Nationaal Energieakkoord.
Klimaat- en Energieverkenning 2019 en policy brief ‘Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten’ De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2019 geeft een geactualiseerd beeld van de nationale broeikasgasuitstoot en het energiesysteem tot en met 2030. De KEV verschijnt jaarlijks conform de Klimaatwet uit 2019 en komt in de plaats van de eerdere Nationale Energieverkenningen (NEV). De KEBV 2019 is de eerste KEV die in het kader van de Klimaatwet is uitgevoerd. De KEV 2019 hanteert net als eerdere NEV’s de standaard peildatum van 1 mei voor het vastgestelde of voorgenomen beleid. Beleid dat na deze datum wordt aangekondigd, kan niet in de KEV worden opgenomen. Daarnaast gelden enkele andere criteria voor het opnemen van beleidsvoornemens in de KEV. Zo moet het beleid in openbare stukken zijn gepubliceerd en moet het voldoende concreet zijn uitgewerkt. De nieuw aangekondigde maatregelen in het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 waren derhalve te laat om nog in de KEV 2019 te kunnen worden meegenomen. Bovendien voldoen nog niet alle aangekondigde maatregelen aan de criteria om in de KEV doorgerekend te kunnen worden. Gelet daarop heeft het kabinet het Planbureau voor de Leefomgeving gevraagd nog een separate, aanvullende analyse uit te voeren, waarin de in juni 2019 gepresenteerde maatregelen wel kunnen worden meegenomen.
De policy brief ‘Het Klimaatakkoord: effecten en aandachtspunten’ geeft invulling aan dit verzoek, door in te gaan op twee hoofdvragen. Enerzijds onderzoekt de studie of met Klimaatakkoord meer emissiereductie kan worden gerealiseerd dan met het ontwerp Klimaatakkoord. Het antwoord daarop is bevestigend.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 18
Anderzijds geeft de studie antwoord op de vraag of het doel van 49% emissiereductie bij uitvoering van het akkoord bereikt wordt. Ondanks het grotere effect is het antwoord op deze vraag negatief. De studie concludeert dan met het akkoord een reductie van 43% - 48% bereikt kan worden. Relatie tot ontwikkeling De oprichting van het beoogde zonnepark brengt de emissiereductie weer een stap verder richting het behalen van de gestelde doelen. Een CO2-reductie van ca. 8.337 ton op jaarbasis is aan de orde, zodoende levert het park een waardevolle bijdrage aan de verwezenlijking van de nationale doelstellingen.
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel 2017 De Omgevingsvisie Overijssel 2017 (hierna: De Omgevingsvisie) is vastgesteld op 12 april 2017 en in november 2019 geactualiseerd. In de Omgevingsvisie schetst de provincie een visie op de fysieke leefruimte in Overijssel en de wijze waarop zij hier vorm en kleur aan wil geven. In de Omgevingsvisie heeft de provincie negen centrale beleidsthema’s geformuleerd. De negen centrale beleidsthema’s zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Woonomgeving Economie en vestigingsklimaat Natuur (Binnen-)steden en landschap Mobiliteit
6. Regionaal waterbeheer 7. Veiligheid en gezondheid 8. Energie 9. Ondergrond
Deze beleidsthema’s worden elk worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden ‘duurzaamheid’, ‘sociale kwaliteit’ en ‘ruimtelijke kwaliteit’. Bij elk van de rode draden zijn daarnaast kwaliteitsambities gesteld. In hoofdstuk 10 van de Omgevingsvisie zijn bovenstaande beleidsthema’s nader uitgewerkt in beleidskeuzes. Duurzaamheid Mede door de klimaatverandering dringt het besef door dat verduurzaming noodzakelijk is. Overijssel ziet meerdere kansen en opgaven voor verduurzaming. Een van deze opgaven is dat er een transitie noodzakelijk is naar (vooral ook) decentrale opwekking van hernieuwbare energie, hergebruik van grondstoffen en energie-efficiëntie. De provincie speelt een belangrijke rol bij de ruimtelijke keuzen die samenhangen met de opwekking van hernieuwbare energie en het bij elkaar brengen van partijen. Overijssel heeft vier kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van de sturing op duurzaamheid. 1. Een klimaatbestendig Overijssel. 2. Een duurzame energiehuishouding. 3. Kringlopen sluiten, ofwel: toegroeien naar een circulaire economie. 4. Beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur. Voor de voorgenomen ontwikkeling is met name de tweede ambitie van toepassing.
Een duurzame energiehuishouding: hernieuwbare energie voor iedereen beschikbaar en betaalbaar Overijssel wil om dit te behalen inzetten op het vergroten van het aandeel energie uit bronnen als zon, wind, biomassa en ondergrond. Overijssel stimuleert de opwekking van duurzame energie. Bio-energie of energie uit wind, zon of warmte: de provincie Overijssel wil dat in 2023 20% van het totale energieverbruik duurzaam geproduceerd wordt. De ambitie voor 2030 ligt op 30%. De doelstelling voor duurzame energie zal voor ongeveer 60% worden behaald door bio-energie en voor het overige uit andere energiebronnen.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 19
Zonne-energie In hoofdstuk 10 zijn de beleidskeuzes nader uitgewerkt die vorm geven aan het behalen van de centrale beleidsambities. Voor ‘Energie’ zijn een aantal keuzes uitgewerkt, waaronder specifieke keuzes ten aanzien van zonne-energie. Aangegeven wordt dat installaties voor de opwekking van zonne-energie onmisbaar zijn om de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie te halen. Uit een oogpunt van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wil de provincie Overijssel zonnepanelen en andere vormen van opwekking van zonne-energie zoveel mogelijk combineren met andere functies, bij voorkeur met bebouwing. Hiertoe hanteert de provincie de zogenoemde ‘Zonneladder’, waarbij voor een beoogde ontwikkeling eerst dient te worden onderzocht of er binnenstedelijke opties zijn, voordat gebruik wordt gemaakt van het buitengebied. Daarom is de eerste trede van de zonneladder dat zonnepanelen in principe geplaatst worden op gronden die bebouwd zijn (dus op daken) of bebouwd kunnen worden (zoals braakliggende bedrijventerreinen). Op grond van het provinciaal beleid wordt onder bebouwd gebied verstaan: Gronden die op grond van geldende bestemmingsplannen benut kunnen worden voor stedelijke functies.
o Stedelijke functies: functies van steden en dorpen zoals wonen, bedrijvigheid, detailhandel, horeca, maatschappelijke, educatieve, culturele en religieuze voorzieningen met de bijbehorende infrastructuur, stedelijk water en stedelijk groen; Daarnaast wordt daartoe gerekend die gebieden die in een voorontwerp-bestemmingsplan bestemd worden voor stedelijke functies voor zover daarover schriftelijk een positief advies is uitgebracht door de provinciale diensten. De provincie Overijssel kiest voor een tekstuele aanduiding van het bestaand bebouwd gebied en geeft die niet zelf op kaart aan. Daarmee wordt ruimte geboden voor lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding slechts een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van het bestaand bebouwd gebied. Nu is echter al te voorzien dat daarmee op korte termijn – gelet op technische en fiscale beperkingen – slechts in een deel van de opgave ten aanzien van de provinciale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare energie kan worden voorzien. Realisatie van zonneparken in het buitengebied is daarom eveneens noodzakelijk. De provincie staat daarom onder voorwaarden ook zonneparken in de Groene Omgeving toe. Onder Groene Omgeving (GO) wordt verstaan: Gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied.
Voor zonneparken in de GO heeft de provincie de ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls zonnevelden’ ontwikkeld, waarin de voorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit voor zonneparken buiten het bestaand bebouwd gebied worden gegeven. De aanvullende voorwaarden voor de ontwikkeling van zonneparken in de GO omvatten onder andere het voorzien in meervoudig ruimtegebruik, tijdelijkheid van een zonnepark en het toevoegen van maatschappelijke meerwaarde. Ruimtelijke kwaliteit Bij ruimtelijke kwaliteit gaat het om datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit staat daarmee voor functioneel, mooi en toekomstbestendig en is een optelsom van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. De provincie heeft zeven kwaliteitsambities geformuleerd die de koers bepalen van de sturing op de ruimtelijke kwaliteit: 1. Natuur als ruggengraat. 2. Een continue en beleefbaar watersysteem als dragende structuur van Overijssel. 3. Voortbouwen aan kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen. 4. Brede waaier aan woon-, werk- en mixmilieus: elk buurtschap, dorp en stad zijn eigen kleur. 5. Zichtbaar en beleefbaar mooi landschap. 6. Het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken. 7. Sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 20
De provinciale ambitie is dat elk project en elk initiatief bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving. Onderdeel van de Omgevingsverordening (zie navolgende paragraaf) vormt daarom de ‘Catalogus gebiedskenmerken’ (november 2019). Deze beschrijft voor alle gebiedstypen in Overijssel welke kwaliteiten en kenmerken behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden. De gebiedstypen en kenmerken zijn vertaald op een viertal kaartlagen: I. Natuurlijke laag II. Laag van het agrarisch cultuurlandschap III. Stedelijke laag IV. Laag van de beleving Aan de hand van de kaartlagen kan worden beoordeeld welke gebiedstypen en kenmerken voor een specifieke locatie gelden. Hier dient rekening mee te worden gehouden in het ontwerpproces. Naast de catalogus beschikt de provincie ook over het werkboek ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving voor het buitengebied van Overijssel’ (KGO, september 2010). Specifiek voor zonneparken heeft zij ook de ‘Handreiking Kwaliteitsimpuls Zonneparken’ opgesteld. Ook deze handreiking voorziet in richtlijnen en voorwaarden voor zonneparken in de GO. Sociale kwaliteit De rode draad sociale kwaliteit gaat over het welzijn of ‘goed voelen’ van de mens. In de Omgevingsvisie beperkt de provincie zich tot het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving.
Daarbij gaat het onder meer over leefbaarheid in brede zin, over binding met de buurt en betrokkenheid bij de eigen leefomgeving. Drie kwaliteitsambities staan daarbij centraal: 1. Het Overijssels ‘naoberschap’ koesteren. 2. Stimuleren van culturele identiteit. 3. Verbinden van de lokale kennis en energie met de ontwikkeling van provinciaal beleid en de uitvoering van ruimtelijke opgaven Relatie tot de ontwikkeling Om de beoordelen of de beoogde ontwikkeling aansluit op de provinciale ambities, zijn twee zaken van belang. In eerste instantie dient de ontwikkeling te worden gemotiveerd aan de hand van de Zonneladder. Daarnaast dient te worden getoetst aan het provinciale Uitvoeringsmodel. Voor de toetsing aan het uitvoeringsmodel wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. Behandeling van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening is immers noodzakelijk voor een groot deel van de toetsing aan het Uitvoeringsmodel. De Zonneladder wordt hieronder behandeld. Motivering Zonneladder provincie Overijssel Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling aansluit bij de ambitie om het aandeel van energie uit onder andere de zon te vergroten. De behoefte aan onderhavige ontwikkeling is evident.
In het kader van de Zonneladder dient nu te worden beoordeeld een beoogde locatie voor grondgebonden opstellingen voor zonne-energie onderdeel uitmaakt van het bestaand bebouwd gebied, of gelegen is in de Groene Omgeving. Op het moment dat de locatie gelegen is binnen een gebied aangeduid als GO, is een stevigere motivering nodig van de noodzaak gebruik te maken van de locatie. Dit omdat in eerste instantie stevig wordt ingezet op het benutten van gronden waarop gebouwd is of mag worden (eerste en tweede trede van de ladder). Pas als dat niet mogelijk of ontoereikend blijkt, kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de GO (derde trede). Gemotiveerd moet dan worden dat voor de ontwikkeling geen binnenstedelijke mogelijkheden bestaan en bovendien dient de locatiekeuze goed onderbouwd te worden. Bovendien gelden er aanvullende regels met het oog op de kwaliteitsverbetering van de GO en de kwaliteitsverbetering specifiek in het geval van zonneparken.
Situering projectgebied: Gelet op de definities die de provincie hanteert, maakt de projectlocatie onderdeel uit van het landelijk gebied. Daarmee behoren de gronden tot de Groene Omgeving (GO), waardoor het project zich op de derde trede van de ladder bevindt.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 21
Motivering noodzaak: Met het zonnepark wordt een significante bijdrage geleverd aan de benodigde energietransitie. In het Klimaatakkoord van Parijs is in 2015 afgesproken dat de opwarming van de aarde wordt beperkt tot minder dan twee graden Celsius ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Het streven is om de opwarming beperkt te houden tot anderhalve graad. De Rijksoverheid heeft daarom met het nationale Klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen (waaronder CO2) in Nederland in 2030 met 49% ten opzichte van 1990. Om daar nader invulling aan te geven, wil de provincie Overijssel dat in 2023 20% van het totale energieverbruik duurzaam geproduceerd wordt. De ambitie voor 2030 ligt zelfs op 30%. Het uiteindelijke doel is een energieneutrale samenleving in 2050. Om dit te bereiken dienen de nodige inspanningen te worden geleverd. Grootschalige opwek van duurzame energie is, naast een significante energiebesparing, noodzakelijk. De realisatie van zonneparken biedt daarin uitkomst. Motivering locatiekeuze: De voorkeur gaat uit naar zon op daken en zon op (bijvoorbeeld) braakliggende terreinen en andere beschikbare binnenstedelijke locaties. Bekend is echter, zoals de provincie ook onderschrijft, dat met alleen zon op dak en (andere) binnenstedelijke locaties, de doelstellingen niet bereikt kunnen worden.
Voor zon op dak geldt dat in de eerste plaats niet alle daken geschikt zijn voor zonnepanelen. Daarnaast kan de overheid niet zomaar beslissen over daken in particulier eigendom. Het is daarom noodzakelijk tevens te voorzien in grotere zonneparken, waarvoor bij uitstek de GO de benodigde ruimte biedt. Om die reden biedt de provincie Overijssel onder voorwaarden ruimte voor de realisatie van zonneparken binnen de GO. Deze voorwaarden zijn als volgt: 1. Het zonnepark is tijdelijk: voorliggende ontwikkeling voldoet daaraan. Het zonnepark wordt voor de duur van 25 jaar opgericht, waarna het zonnepark wordt ontmanteld en de gronden weer beschikbaar komen voor agrarisch gebruik, of ander op dat moment gewenst gebruik. Het voorgaande wordt als voorwaarde aan de omgevingsvergunning verbonden. 2. Compensatie van verlies van ecologische en/of landschappelijke waarden versterking van de ruimtelijke kwaliteit: voor het landschappelijk ontwerp van het zonnepark is bureau Feddes | Olthof gevraagd een landschappelijk inpassingsplan op te stellen. Dit inpassingsplan is reeds besproken in paragraaf 2.2 van voorliggende onderbouwing. Bij het opstellen van het inpassingsplan is rekening gehouden met de gebiedskenmerken van de locatie, waarbij toepassing is gegeven aan de ‘Catalogus Gebiedskenmerken’ van de provincie.
De wijze waarop dit in het ontwerp is meegenomen, wordt omschreven in paragraaf 3.2.3, waarin een toetsing plaatsvindt aan het ‘Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel’ en in het kader daarvan ook aan voornoemde catalogus. Daarnaast is bij het inpassingsplan rekening gehouden met de algemene richtlijnen binnen de KGO en de richtlijnen die specifiek zijn gesteld voor zonneparken. Hierdoor is geen sprake van verlies van landschappelijke waarden en worden bestaande structuren en elementen versterkt. Van verlies van ecologische waarden is eveneens geen sprake. De plaatselijke biodiversiteit wordt bovendien versterkt door het plangebied in te zaaien met een bloem- en kruidenrijk zaadmengsel, waardoor ruigtes ontstaan die specifiek interessant zijn voor insecten en gewervelden, zoals bijen en libellen. 3. De maatschappelijke meerwaarde dient te worden aangetoond: a. De mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik: Binnen het ontwerp van het zonnepark is specifiek aandacht besteed aan het toevoegen van functies, anders dan alleen duurzame energieopwekking. Recreatie vormt een belangrijke (maatschappelijke) meerwaarde in het plan. Als integraal onderdeel van het zonnepark worden wandel- en struinpaden aangelegd waarmee het zonnepark van binnenuit kan worden beleefd en een goede dooradering van het gebied ontstaat.
Recreanten worden verder gefaciliteerd door te voorzien in rustplekken in het park, waaronder bij de publiek toegankelijke boomgaard. Bij deze boomgaard wordt tevens een informatiepaneel geplaatst. Het informatiepaneel kan iets vertellen over de energie die het zonnepark opwekt, maar bijvoorbeeld ook over de overig bijkomende voordelen die een zonnepark heeft voor o.a. biodiversiteit. Naast de genoemde recreatieve voorzieningen, worden ook maatregelen getroffen ter versterking van de biodiversiteit. Dit komt tot uiting in de eerder besproken ruigte onder en
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 22
rondom de panelen, maar ook in de paddenpoel voor amfibieën die wordt aangelegd ter plaatse van de boomgaard. b.
Maatregelen om de impact op de omgeving te beperken en/of te compenseren: Ten behoeve van de ontwikkeling is door landschapsarchitecten Feddes | Olthof een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, op basis waarvan het zonnepark op zorgvuldige wijze wordt ingepast in de omgeving. Door de verdiepte ligging van het projectgebied ten opzichte van de ruimtelijke structuren in de omgeving en de hoogte van de panelen (max 3 meter), blijft zicht over het zonnepark bestaan en worden zichtlijnen behouden. Van hinderveroorzakende objecten in de nabijheid van gevoelige functies is eveneens geen sprake (zie ook paragraaf 4.6). Omdat van panelen bovendien minder reflectie uitgaat dan van andere landschapselementen, zoals water of grasland (zie paragraaf 4.10), ontstaat geen extra hinder voor langsrijdend wegverkeer over de A35. Voor het overige wordt in het geheel geen impact op de omgeving verwacht.
c.
De mate waarin wordt aangesloten op de karakteristieken van het gebied: Voor dit onderdeel wordt verwezen naar paragraaf 2.2, 3.2.3 en 3.3.2.
d.
De bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen: Het zonnepark levert een evidente bijdrage aan de noodzakelijke energietransitie. Bij de ontwikkeling van het zonnepark wordt bovendien voorzien in diverse vormen van participatie, zowel bij de totstandkoming van het ontwerp (maatschappelijke participatie) als bij de instandhouding van het park (financiële participatie). Zo hebben bewoners niet alleen de lasten maar ook de lusten van de aanleg van een zonnepark. Bovendien is één van de belangrijke rode draden van de provincie de ‘sociale kwaliteit’, waarbij het onder andere van groot belang wordt geacht dat burgers worden betrokken bij nieuwe ontwikkelingen. Daar wordt met de diverse vormen van participatie aan voldaan. Tot slot wordt met de versterking van de sterk afgenomen biodiversiteit in het landelijk gebied een bijdrage geleverd aan die maatschappelijke opgave.
Aanvullend op het bovenstaande wordt vermeld dat de gemeente Almelo op 7 april 2020 de ‘Duurzame Energieladder Almelo’ (Energieladder) heeft vastgesteld. Op basis van de Energieladder is de projectlocatie gelegen binnen clustergebied 1, waar opstellingen voor grootschalige zonne-energie onder voorwaarden mogelijk worden geacht. Dit clustergebied is het gevolg van gedegen landschappelijke analyses van landschappelijke waarden binnen Almelo als geheel, en de locatie langs de Leemslagenplas in het bijzonder. Aan de voorwaarden die in dat kader worden gesteld wordt met dit project voldaan. Verwezen wordt naar paragraaf 3.3.2 van voorliggende onderbouwing. Conclusie De projectlocatie maakt onderdeel uit van het landelijk gebied (Groene Omgeving). Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is de provinciale Zonneladder doorlopen. Aan alle voorwaarden wordt voldaan. De ontwikkeling is daarmee in lijn met het provinciale beleid ten aanzien van zonneparken in de Groene Omgeving. Omgevingsverordening Overijssel 2017 De Omgevingsverordening richt zich - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie dus niet in nieuw beleid.
De verordening wordt door de provincie ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie er waarde aan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
Mees Ruimte & Milieu | 20067 – Zonnepark De Leemslagen te Almelo
Pagina | 23
In eerste instantie zijn de bepalingen ten aanzien van de sturing op duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit relevant (titel 2.1 van de Omgevingsverordening). Daarnaast bevat Omgevingsverordening specifieke regels ten aanzien van de oprichting van zonneparken en zijn er locatiespecifieke onderwerpen aan de orde. Onderstaand zijn de voor dit project/deze locatie relevante bepalingen uit de Omgevingsverordening per onderdeel opgenomen. Na de weergave van het betreffende onderdeel wordt de koppeling met het geplande zonnepark gelegd. Artikel 2.1.1 Begripsbepalingen Bestaand bebouwd gebied: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Groene Omgeving: de gronden die niet vallen onder het bestaand bebouwd gebied.