CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

18.3 Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonnepanelenveld aan de Aadijk fase 2 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf

Raad 22 juni 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonnepanelenveld aan de Aadijk fase 229.007 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1.3

Faseplangebied 1 Het In Figuur 1 is de ligging van het onderzoeksgebied aangegeven en de eerder onderzochte of gerealiseerde plandelen.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

6

Het plangebied ligt ten noorden van Almelo en grenst in het zuiden aan bedrijventerreinen. In het noorden liggen open agrarische akkers en weilanden.

1.4

Werkzaamheden In het plangebied is men voornemens een zonnepark te realiseren. In deze fase gaat het om de conceptplannen van het project. Hierbij wordt de grond vergraven, geulen gegraven voor kabels, enkele struiken en bomen gerooid en worden er zonnepanelen geplaatst. De ecologisch gevoelige werkzaamheden zullen bestaan uit het plaatselijk verwijderen van de vegetatie-toplaag en het vergraven van grond in verband met kabels en leidingen. Bij uitvoering van het werk kan door geluid, trillingen of licht verstoring optreden van (beschermde) soorten. De werkzaamheden en plaatsing van zonnepanelen vinden minimaal 5 meter vanaf de oevers plaats. Bosschages, groenstroken, bomen en (grote) sloten zullen zowel binnen als langs de randen van het plangebied zoveel mogelijk in de huidige staat blijven bestaan.

1.5

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 3 worden de biotopen, die aanwezig zijn in het plangebied, beschreven en wordt aangegeven welke soorten aanwezig (kunnen) zijn binnen en nabij het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt ingeschat in hoeverre deze soorten negatieve effecten kunnen ondervinden van het werk en welke specifieke maatregelen eventueel noodzakelijk zijn. Hoofdstuk 5 beschrijft of- en welke gebiedsbeschermende wetgeving van toepassing is op het plangebied. Ten slotte bevat hoofdstuk 6 de conclusies. Indien van toepassing worden aanbevelingen gedaan. Hoofdstuk 7 geeft aanbevelingen over het verhogen van natuurwaarden op zonneparken. Hoofdstuk 8 geeft een overzicht van de gebruikte en aanbevolen literatuur. In de bijlage is aanvullende informatie opgenomen over de geldende wetgeving en de gebruikelijke procedures bij een vergunnings- en/of ontheffingsaanvraag.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

2

7

Methode Hieronder wordt aangegeven hoe is onderzocht welke soorten te verwachten zijn binnen het plangebied. Speciale aandacht is uitgegaan naar díe beschermde soorten waarvoor, indien aanwezig, specifieke maatregelen moeten worden getroffen of ontheffing moet worden aangevraagd bij werkzaamheden in het kader van dit plan. Daarnaast is gekeken of het plangebied tot een beschermd natuurgebied behoort of dat dergelijke gebieden aanwezig zijn in de nabijheid van het plangebied.

2.1

Soorten Bronnenstudie Op basis van literatuurgegevens en informatie, samengebracht in bijvoorbeeld de Nationale Databank Flora- en Fauna (NDFF), is bekeken in hoeverre (beschermde) soorten in het verleden zijn aangetroffen in en rond het plangebied. Voor het onderzoek van de NDFF zijn de vier kilometerhokken onderzocht waarbinnen het plangebied is gelegen en de twaalf daaromheen gelegen kilometerhokken, rekening houdend met relevante, overeenkomstige biotopen tussen plangebied en omgeving. In de database is gezocht naar gegevens van beschermde soorten of soorten met jaarrond beschermde verblijfplaatsen die niet zijn vrijgesteld. Hierbij is gekeken naar waarnemingen in de afgelopen 10 jaar. Vervolgens is een interpretatie gedaan met betrekking tot de aard en de waarde van de waarnemingen (bijvoorbeeld overvliegend of verblijvend, de onderzoeksinspanning en de kans dat de situatie ter plaatse veranderd is). Er is niet gezocht naar niet-jaarrond beschermde vogels, vrijgestelde soorten en in het geheel niet te verwachten soorten zoals zeezoogdieren of zoutwatervissen. Naast het onderzoek van de NDFF zijn relevante verspreidingsatlassen en eventueel andere literatuur en websites geraadpleegd om de ecologische vereisten van soorten in samenhang met de verspreiding te bekijken.

Potentiebeoordeling Het plangebied is op 25 juni 2020 bezocht om enerzijds de aanwezige en aangrenzende biotopen te beschrijven en anderzijds eventuele incidentele waarnemingen te doen van beschermde flora en fauna (voor zover waarneembaar).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

8

Verwerking Met behulp van analyse en expertkennis is op basis van de verzamelde gegevens en de aangetroffen biotopen een inschatting gemaakt van het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en nabij het plangebied. Op grond van de plannen is een korte effectbeoordeling gemaakt van de plannen op de te verwachten soorten. Als negatieve gevolgen niet zijn uit te sluiten wordt aangegeven of specifieke maatregelen moeten en kunnen worden genomen en/of ontheffing dient te worden aangevraagd.

2.2

Gebieden Op de gebiedendatabase van het Ministerie van Economische Zaken is gekeken in hoeverre het plangebied is gelegen binnen of nabij de begrenzing van beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN), zie: https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx Aan de hand van Provinciale of gemeentelijke informatie, toegankelijk via internet, is bekeken of het plangebied gelegen is in andere relevante beschermde gebieden, zie bijvoorbeeld: https://overijssel.tercera-ro.nl/mapviewer/ Als dit het geval is, wordt bekeken of negatieve effecten te verwachten zijn en of nadere toetsing noodzakelijk is.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

3

9

Beschermde soorten Wnb In dit hoofdstuk worden eerst de biotopen beschreven die aanwezig zijn binnen het plangebied. Vervolgens worden de beschermde soorten beschreven per soortgroep. In de beschrijving wordt per soortgroep eerst aangegeven welke soorten (volgens opgave van het NDFF en literatuur) in het verleden of tijdens het afgelegde veldbezoek zijn aangetroffen. Vervolgens wordt vermeld welke soorten op grond van aanwezige biotopen te verwachten zijn en welke gebruiksfuncties het plangebied kan hebben voor deze soorten.

3.1

Beschrijving aanwezige biotopen Het plangebied bestaat voornamelijk uit akkers. In het plangebied liggen onder andere stoppelvelden van maïs. De bodem bestaat uit klei en is voedselrijk. Er groeien naast de verbouwde gewassen algemene nitrofiele kruiden zoals Paarse dovenetel en Speenkruid.

Dichte bomen en bosschage direct naast het plangebied.

Maïsveld.

Van der Goes en Groot

De vaart ten noorden van het plangebied.

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

10

Er zijn enkele (kleine) bosschages aanwezig. Centraal in het plangebied is een bosschage en diverse struwelen aanwezig met planten zoals bramen en loofbomen. In het plangebied staat ook her en der een eenzame loofboom. Er is geen open oppervlaktewater aanwezig in het plangebied. Een aanwezige greppel lag ten tijde van het veldbezoek nagenoeg droog. Tegen de rand van het plangebied in het noorden ligt een brede vaart.

3.2

Beschermde soorten

3.2.1

Planten Aangetroffen soorten In en rond het plangebied is in het verleden en tijdens het veldbezoek geen beschermde flora waargenomen (NDFF 2010-2020). Potentie plangebied In het plangebied wordt geen beschermde flora verwacht. Het plangebied wordt te intensief beheerd en is te voedselrijk om geschikt te zijn voor beschermde plantensoorten.

3.2.2

Vissen Omdat geen water in het plangebied aanwezig is, kunnen geen (beschermde) vissoorten voorkomen.

3.2.3

Amfibieën Aangetroffen soorten In en rond het plangebied zijn tijdens het veldbezoek en in het verleden geen beschermde, niet vrijgestelde amfibieën waargenomen (NDFF 2010-2020). Potentie plangebied In het plangebied is geen voortplantingswater aanwezig voor amfibieën. In het plangebied is wél geschikt landbiotoop aanwezig dat buiten de voortplantingsperiode kan worden benut door algemene soorten amfibieën zoals Gewone pad. De dieren kunnen wegkruipen onder opgeslagen materialen, stronken en takken of in verlaten muizenholen e.d. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Overijssel ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.

3.2.4

Vogels Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd. Het bevoegd gezag maakt onderscheid tussen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten, soorten met jaarrond beschermde nesten (ingedeeld in vier categorieën) en de zogenaamde ‘categorie 5-soorten’ (zie verder Bijlage 1.2.5). Binnen Overijssel is een aangepaste lijst jaarrond

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

11

beschermde vogelsoorten van toepassing met 48 soorten vogels (zie https://www.overijssel.nl/loket/vergunning/milieu-natuur/wet-3/). Aangetroffen soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werden diverse vogelsoorten waargenomen: Kauw, Houtduif, Blauwe Reiger, Vink, Gaai, Wilde eend, Grote bonte specht (cat. 5) en Braamsluiper Potentie plangebied soorten met niet-jaarrond beschermde nesten In het plangebied kunnen enkele algemene vogels tot broeden komen zoals bijvoorbeeld Winterkoning, Heggenmus, Gaai of Wilde eend. Aangetroffen soorten met jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek werd een Buizerd waargenomen. Deze cirkelde boven het plangebied. Naast het plangebied bij de Bieskolk waren jonge Buizerds aanwezig met bedelroep. In de omgeving van het plangebied zijn in het verleden verschillende vogelsoorten waargenomen die op de Provinciale lijst van vogels met jaarrond beschermde nesten van Overijssel staan. Het betreft: Boerenzwaluw, Bosuil, Buizerd, Gierzwaluw, Grote Gele Kwikstaart, Havik, Huismus, Huiszwaluw, Kerkuil, Ooievaar, Ransuil, Roek, Sperwer, Steenuil, Torenvalk en Wespendief (NDFF 2010-2020). In het verleden is er nabij het plangebied een waarneming gedaan van twee Buizerds die een nestplaats bezochten.

Kleine bosschages, struweel en bomen binnen het onderzochte gebied (aangegeven met een blauwe kleur).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

12

Op een vrij korte afstand van het plangebied is in 2020 een rustende Kerkuil waargenomen. Ook is er op korte afstand van het plangebied een territorium van een Steenuil vastgesteld. Binnen 2 kilometer van het plangebied zijn juveniele roepende Ransuilen waargenomen. Op minder dan 1 kilometer van het plangebied is in het verleden territorium van Sperwer vastgesteld en Roeken broeden nabij het plangebied. In het plangebied zijn in het verleden een foeragerende Kerkuil en Torenvalk waargenomen alsmede Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Buizerd en Havik. Potentie soorten met jaarrond beschermde nesten Omdat geen bebouwing aanwezig is en geen sporen werden waargenomen, wordt uitgesloten dat gebouw gebonden vogelsoorten met (provinciaal) jaarrond beschermde nesten verblijvend aanwezig zijn binnen het plangebied. Het gaat om Boerenzwaluw, Huiszwaluw, Gierzwaluw, Huismus, Kerkuil en Steenuil. De grote dicht begroeide bomen in de bosschages zuidelijk net buiten het plangebied zijn potentieel geschikt voor jaarrond broedende roofvogels zoals Sperwer, Havik of Buizerd, mits hier een horst aanwezig is. Deze bomen zijn niet tot slecht toegankelijk door dichte begroeiing van onder andere bramen. In het plangebied zelf zijn geen nesten waargenomen.

In deze bosschages kunnen ook andere provinciaal beschermde broedvogels met jaarrond beschermde nesten verwacht worden zoals Boomkruiper, Grote bonte specht, Grauwe vliegenvanger of Gekraagde roodstaart. In de akkerlanden worden geen provinciaal beschermde soorten zoals de Grutto, Tureluur of Veldleeuwerik verwacht. De akkers worden te intensief gebruikt om geschikt te zijn voor deze soorten. Het is mogelijk dat het plangebied incidenteel wordt gebruikt als onderdeel van het leefgebied van in de buurt vastgestelde vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zoals Kerkuil, Torenvalk, Boerenzwaluw en Huiszwaluw.

3.2.5

Grondgebonden zoogdieren Aangetroffen soorten Rond het plangebied zijn in het verleden Bunzing, Eekhoorn, Egel, Otter en Steenmarter waargenomen (NDFF 2010-2020). Deze soorten zijn beschermde soorten die worden genoemd als ‘andere soort’ (zie Bijlage 1.2.1). Tijdens het veldbezoek werden prenten van een Ree waargenomen. Ook werden er enkele Hazen gezien.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

13

Potentie plangebied Het is mogelijk dat in het gebied enkele (kleine) zoogdieren voorkomen zoals Haas, Konijn en verschillende algemene soorten (spits)muizen. Deze soorten zijn beschermd onder de Wnb maar ze zijn in Overijssel ‘vrijgesteld’ bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, zie verder Bijlage 1.2.1. De Egel is in de provincie Overijssel niet vrijgesteld. Vanwege de bosschages met vereiste dekking zouden Egels hier kunnen voorkomen. Ook in aangrenzende tuinen wordt de Egel verwacht. Deze dieren kunnen jagen binnen het plangebied (randzones). In het plangebied is ook geschikt leefgebied aanwezig voor soorten als Bunzing en eventueel andere kleine marterachtigen als Wezel en Hermelijn. Er is dekking in de vorm van bramen en struiken waar de soort kan verblijven, met name in de bosschages middenin in het plangebied. De Steenmarter zou in de omgeving kunnen verblijven (bebouwing) en de dieren kunnen jagen in het plangebied. Met name de bosschages zijn hiervoor geschikt. Het intensieve agrarische gebied is slechts geschikt als jachtbiotoop. Voor Otter is geen geschikt biotoop aanwezig in het plangebied. Wel kan deze gebruik maken van de vaart naast het plangebied. Voor de Eekhoorn zijn enkele potentieel geschikte bomen aanwezig (Figuur 2). Deze liggen echter te geïsoleerd in open landschap en er zijn geen Eekhoornnesten waargenomen.

Het is mogelijk dat de Eekhoorn incidenteel in de randzones voorkomt, maar dit is naar verwachting geen essentieel deel van het leefgebied.

3.2.6

Vleermuizen Vleermuizen kunnen op zeer duidelijk te onderscheiden manieren van een leefgebied gebruik maken. Belangrijke gebruiksfuncties zijn verblijfplaats, foerageergebied of (deel van) een vliegroute. De manier waarop vleermuizen een gebied gebruiken kan door het jaar verschillen, een gebouw of een boom kan bijvoorbeeld tijdelijk gebruikt worden als verblijfplaats maar in andere delen van het jaar ongebruikt blijven. Aangetroffen vleermuizen Er zijn in het verleden in de omgeving van het plangebied alleen losse waarnemingen van langsvliegende en plaatselijk foeragerende vleermuizen verricht (NDFF 2010-2020). Er zijn in de omgeving van het plangebied vier soorten vleermuizen vastgesteld (NDFF 2010-2020). Het betreft Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger, Rosse vleermuis en Watervleermuis. De meeste waarnemingen betroffen foeragerende en langsvliegende exemplaren.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

14

Potentie verblijfplaatsen In de bomen binnen het plangebied zijn geen opvallende gaten of spleten waargenomen. Potentie foerageergebied Het plangebied is plaatselijk geschikt voor foeragerende vleermuizen. De aanwezige luwe plekken kunnen zorgen voor concentraties van insecten waardoor vleermuizen worden aangetrokken. Potentie vliegroute Vanwege het ontbreken van lijnvormige elementen zoals bomenrijen of brede rietkragen binnen het plangebied kan geen sprake zijn van een belangrijke functie als vliegroute voor vleermuizen.

3.2.7

Overige fauna Aangetroffen soorten In het verleden zijn rond het plangebied waarnemingen gedaan van Grote vos, Grote weerschijnvlinder en Kleine ijsvogelvlinder (NDFF 2010-2020). Tijdens het veldbezoek werden dergelijke soorten niet waargenomen. Potentie plangebied Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor andere beschermde diersoorten in verband met het ontbreken van geschikt biotoop. De waardplanten voor de beschermde vlinders ontbreken in het plangebied.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

15

Groot dikkopje in het plangebied (deze soort is niet wettelijk beschermd).

Blauwe breedscheenjuffer in het plangebied (deze soort is niet wettelijk beschermd).

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

16

3.3

Conclusie beschermde soorten Op grond van §3.2.1 t/m §3.2.7 zijn beschermde, niet vrijgestelde soortgroepen te verwachten die staan weergegeven in Tabel 1. In de tabel wordt onderscheid gemaakt tussen de aangetroffen soortgroepen in en nabij het plangebied en de potenties daarvoor binnen het plangebied. In hoofdstuk 4 wordt onderzocht welke gevolgen voor deze soortgroepen worden verwacht door het uitvoeren van de plannen.

Eerder volgens literatuuropgave vastgestelde soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten in/nabij het plangebied (kolom 2) en verwachte voorkomen daarvan binnen het plangebied (kolom 3).

*Vaste rust- en verblijfplaatsen

Beschermde, niet vrijgestelde soorten

Planten Vissen Amfibieën Vogelsoorten met niet-jaarrond beschermde nesten Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen verblijfplaats foerageergebied vliegroute Overige beschermde fauna

Van der Goes en Groot

Aangetroffen nabij het plangebied

Potentieel aanwezig binnen het plangebied

(literatuur en veldbezoek) nee nee nee

nee nee nee

ja

ja

ja

nee*

ja

ja

ja ja ? ja

nee ja nee nee

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

4

17

Effectbeoordeling en maatregelen Door het plan kunnen verschillende negatieve effecten optreden in het plangebied. Deze mogelijke effecten zijn onder te verdelen in tijdelijke effecten tijdens de aanleg en effecten als gevolg van de aanwezigheid van de nieuwe situatie. De te verwachten soortgroepen met beschermde, niet vrijgestelde soorten worden in dit hoofdstuk besproken. Ze zijn samengevat in de derde kolom van Tabel 1. De aanwezigheid van deze soortgroepen kan van invloed zijn op de verdere procedure. De (negatieve) effecten die kunnen optreden bij de werkzaamheden worden onderzocht. Voorts zal worden aangegeven welke maatregelen kunnen worden genomen om effecten te voorkomen of te minimaliseren. Voor andere soortgroepen met niet beschermde of vrijgestelde soorten geldt altijd de zorgplicht (zie Bijlage 1.1.1).

4.1

Vogels Vogelnesten kunnen worden vernield bij ecologisch gevoelige werkzaamheden zoals het rooien en kappen van struiken en bomen diverse graafwerkzaamheden of het verwijderen van de vegetatietoplaag. Soorten met niet-jaarrond beschermde nesten Men dient activiteiten waarbij nesten verstoord of vernield kunnen worden buiten het broedseizoen plaats te doen vinden, dus niet van grofweg 15 maart tot 15 juli. Deze periode is afhankelijk van bijvoorbeeld het weer en de betrokken soorten. Als onverhoopt buiten deze periode vogels broedend aanwezig zijn, dienen werkzaamheden plaatselijk te worden uitgesteld. Wanneer in het broedseizoen gewerkt gaat worden is het mogelijk – voorafgaand aan het broedseizoen of voorafgaand aan de vestiging van broedvogels – het plangebied ongeschikt te maken als (nog) geen nesten aanwezig zijn. Hierbij mogen geen mogelijke nestplaatsen van jaarrond beschermde vogels ongeschikt of ontoegankelijk worden gemaakt. Soorten met jaarrond beschermde nesten Als er bosschages worden gekapt die geschikt kunnen zijn voor jaarrond beschermde vogelsoorten (zie Figuur 2), zal aanvullend onderzoek gedaan moeten worden.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo

18

4.2

Grondgebonden zoogdieren Bij het verwijderen van de toplaag en het vergraven van de randzones of de oevers kan schade optreden voor verblijvende beschermde zoogdieren zoals Bunzing, andere marterachtigen en Egel. Ook bij het rooien en kappen van struwelen kunnen verblijfplaatsen van dergelijke beschermde zoogdieren beïnvloed worden. Het is derhalve noodzakelijk om voorafgaand aan ingrijpende werkzaamheden in randzones en in struwelen/bosschages, vervolgonderzoek uit te voeren naar de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren. De intensief gebruikte akkers worden niet geschikt geacht als gebied waar beschermde grondgebonden zoogdieren verblijven. Het is wel mogelijk dat beschermde grondgebonden zoogdieren zich incidenteel op deze akkers bevinden. Deze akkers vormen echter geen essentieel deel van het leefgebied.

4.3

Vleermuizen Foerageergebied Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.

Van der Goes en Groot

ecologisch onderzoeks- en adviesbureau

QS2020-139

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=15fe52c1-7d2f-4340-be28-17e699dea8af