18.3 Verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een zonnepanelenveld aan de Aadijk fase 2 - Bijlage 3 - Ruimtelijke onderbouwing.pdf
Tekst van het document
Langs de Almeloseweg ligt eveneens een waterloop. De waterlopen hebben een belangrijke aan-, af-, en doorvoer functie. Voor het onderhoud van deze waterlopen is een obstakelvrije zone van 5 meter vanaf de insteek noodzakelijk. In deze obstakelvrije zone mag niet zonder toestemming van het waterschap worden gebouwd. Met de obstakelvrije zone wordt rekening gehouden. Hierdoor is een watervergunning niet noodzakelijk. figuur 24. Weergave Leggerkaart Waterschap Vechtstromen (bron: https://vechtstromen.maps.arcgis.com/)
Beschermingsgebieden Rond de 15e eeuw had de Aadijk een belangrijke waterkerende functie. De Aadijk is inmiddels niet meer als zodanig in gebruik, er geldt daarom geen beschermingszone in verband met de waterkering.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 47
Conclusie Met oog op de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een (significant) negatief effect op de waterhuishoudkundige situatie. Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.5
Bedrijven en milieuzonering
Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder en gevaar ondervinden van bedrijven en dat die bedrijven in hun milieugebruiksruimte worden beperkt. In de handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. figuur 25. Richtafstanden bedrijven en milieuzonering
Relatie tot ontwikkeling In de handreiking is een zonnepanelenpark niet opgenomen. De totale capaciteit van het te ontwikkelen project is circa 29,3 MWp. Hierdoor waardoor de ontwikkeling vergeleken kan worden met elektriciteitsdistributiecentra van (in dit geval) 10 – 100 MVA. De activiteit valt daarmee in milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van 50 meter in verband met het aspect geluid. Dit betekent dat 50 meter afstand als richtafstand dient te worden gehouden van woningen. De zonnepanelen zelf veroorzaken geen geluid. Aan genoemde richtafstand wordt voldaan. De meest nabijgelegen geprojecteerde woonbestemming bevindt zich ten oosten van het projectgebied, op een afstand van ruim 300 meter. Ten zuiden van het plangebied is de bestemming ‘Woongebied’ geprojecteerd. Deze grenst direct aan het projectgebied. Tussen de Aadijk en de start van het zonneveld, wordt een zone van ca. 150 meter breed ingericht als parkenzone en vrijgehouden van panelen en overige technische toepassingen. De omvormers worden door het park heen geïntegreerd in de paneelrijen. Aan de richtafstand van 50 meter wordt derhalve ruimschoots voldaan. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 48
4.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over de risico's voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Ook de risico's die luchthavens geven vallen onder externe veiligheid. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. Het wettelijk kader voor risicobedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen. Normen voor ondergrondse buisleidingen zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Bij de beoordeling van de externe veiligheidssituatie zijn twee begrippen van belang: Plaatsgebonden risico (PR): Inwoners van een bepaald gebied kunnen te maken krijgen met plaatsgebonden risico (PR). Dit is de kans per jaar dat één persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof. In theorie zou die persoon zich onafgebroken en onbeschermd op één bepaalde plaats moeten bevinden. Deze kans mag niet groter zijn dan 1 op de miljoen. Het PR wordt ‘vertaald’ als een risicocontour rondom een risicovolle activiteit, waarbinnen geen kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) mogen liggen. Groepsrisico (GR): Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers en is een maatstaf voor de verwachte omvang van een ramp.
Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbaar aantal personen, de zogenaamde oriëntatiewaarde (OW). Dit is een richtwaarde, waarvan het bevoegd gezag, mits afdoende gemotiveerd door middel van een gedegen verantwoording, kan afwijken. Dit betreft de zogeheten verantwoordingsplicht. De verantwoordingsplicht geldt voor elke toename van het GR. Het Ipo (Interprovinciaal overleg) heeft een risicokaart ontwikkeld waarop verschillende risicobronnen inclusief bijbehorende relevante gegevens zijn weergegeven. De risicokaart vormt een hulpmiddel bij het beoordelen van het aspect externe veiligheid bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast kan ook het risicoregister worden geraadpleegd. Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling voorzie in de aanleg van een zonnepark, wat geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object in het kader van externe veiligheid betreft. De voorgenomen activiteit zelf betreft bovendien geen risicovolle activiteit betreft. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.7
Elektromagnetische straling
Rondom hoogspanningsleidingen en antennes is sprake van stralingen. Deze stralingen kunnen negatieve effecten met zich meebrengen op de gezondheid. Dergelijke zaken kunnen ook gelden voor zonnepanelen en overige technische toepassingen. Het is daarom van belang te beoordelen of woningen of andere gebouwen waarin personen gedurende een langere tijd verblijven in de nabijheid van de stralingveroorzakende objecten worden gerealiseerd. Relatie tot het plan Het elektromagnetisch veld dat zonnepanelen opwekken is erg zwak (laagspanning). Om de laagspanning van zonnepanelen geschikt te maken voor wisselstroom is een omvormer nodig. De omvormer zorgt wel voor een magnetisch veld. Dat veld ligt echter ruim onder de blootstellinglimiet van 100 microtesla (bron: Kennisplatform ElektroMagnetische Velden), zoals vastgesteld door de internationale commissie International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection. Dit betekent dat, zolang ruim onder deze limit gebleven wordt, omwonenden voldoende beschermd zijn tegen de bekende gezondheidsrisico’s. Daarbij wordt opgemerkt dat in de blootstellingslimieten middels een veiligheidsmarge rekening is gehouden met
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 49
de onzekerheden die in het wetenschappelijk onderzoek zitten. Verder geldt dat de sterkte van het elektromagnetisch veld afneemt bij toenemende afstand. Een vuistregel is dat als de afstand twee keer zo groot wordt, de sterkte van het veld ongeveer vier keer zo laag wordt. Conclusie De elektromagnetische straling van het zonnepark vormt geen gezondheidsrisico’s voor de omgeving, omdat de straling ruim onder de blootstellingslimiet ligt. Van gezondheidsrisico’s is dan ook geen sprake.
4.8
Lichtreflectie
Een van de ruimtelijke aspecten die bij de oprichting van zonneparken van belang kan zijn, is de reflectie van zonlicht. Het grootste deel van het zonlicht dat op de panelen terecht komt, wordt geabsorbeerd en omgezet in elektriciteit. De toplaag van zonnepanelen is echter gemaakt van glas. Hierdoor wordt ook een klein deel van het zonlicht gereflecteerd. Voor hinder ten gevolge van reflectie bestaat geen specifiek beleid of regelgeving. Voor hinder voor omwonenden geldt echter dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening en het in standhouden van een goed woonklimaat alle relevante aspecten moeten worden meegenomen. Reflectiehinder kan in dit kader worden beschouwd. Ook met het oog op verkeersveiligheid (met name weg- en luchtvaartverkeer), is lichtreflectie een relevant aspect om in ogenschouw te nemen. Van belang daarbij is in ieder geval dat zonlicht dat op een zonnepaneel schijnt, in verband met het gladde oppervlak van de paneel in één specifieke richting wordt weerkaatst. Dit vermindert het aantal invalshoeken van waaruit mogelijk overlast ervaren kan worden als gevolg van de reflectie. Onderzoek In het verleden zijn in verband met de oprichting van zonneparken diverse onderzoeken uitgevoerd naar lichtreflectie, zowel in Nederland als in andere Europese landen.
Een belangrijk onderzoek waar concrete conclusies uit kunnen worden getrokken betreft een onderzoek in het kader van de oprichting van een zonnepark in het Verenigd Koningrijk. Uit dit onderzoek (Visual Impact Assessment, Capital Solar Farm, december 2010) blijkt dat de panelen tussen de 82-90% zonlicht absorberen. Daaruit komt logischerwijs dat de weerkaatsing 10-18% bedraagt. Een dergelijke reflectie van zonlicht wordt voor de luchtvaart niet als hinderlijk ervaren. Daarnaast is reflectie van 10-18% minder dan typische landelijke gebieden met een reflectie van 15-30%. In onderstaande grafiek wordt de vergelijking getrokken tussen de relflectie afkomstig van panelen ten opzichte van andere materialen. Hieruit blijkt dat alleen asfalt minder lichtreflectie kent.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 50
figuur 26. Lichtreflectie zonnepaneel en andere veel voorkomende materialen (bron: Visual Impact Assessment, VK, Capital Solar Farm, dec. 2010)
Aangezien van de zonnepanelen minder lichtreflectie uitgaat dan van andere veel voorkomende materialen, landschappen of landschapselementen rondom of in de nabijheid van zonneparken in het stedelijk- en buitengebied, kan worden geconcludeerd dat reflectie geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Zowel omwonenden als het verkeer, ondervinden geen significant nadelige hinder als gevolg van lichtreflectie. Uit het onderzoek blijkt dat luchtvaartverkeer eveneens geen hinder ondervindt van de reflectie van zonnepanelen. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat sprake is van minder reflectie dan wanneer de locatie zou (blijven) bestaan uit het huidige grasland. Het aspect lichtreflectie vormt dan ook geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.9
Geluidhinder
Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient, afhankelijk van het soort functie, een beoordeling plaats te vinden in het kader van geluid. Daarvoor zijn de Wet geluidhinder en/of het Activiteitenbesluit milieubeheer van belang. Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen; onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 51
Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen. Activiteitenbesluit milieubeheer Wanneer inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer worden gerealiseerd, dient er zorg voor te worden gedragen dat deze geen onacceptabele hinder richting de omgeving veroorzaken. In het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn daarom normen opgenomen waaraan een inrichting dient te voldoen. Daarbij gelden verschillende normen voor de dag-, avond- en nachtperiode. Relatie tot ontwikkeling Met de realisatie van een zonnepanelenpark wordt geen geluidgevoelige functie gerealiseerd. De zonnepanelen produceren bovendien geen geluid. De Wet geluidhinder is dan ook niet van toepassing op onderhavig project. De transformatoren kunnen wel enigszins geluid produceren. Deze worden echter geplaatst in een afsluitbaar bouwwerk waardoor sprake is van enige geluidsafschermende werking.
Deze technische installaties kunnen bovendien vergeleken kunnen worden met elektriciteitsdistributiebedrijven van, in dit geval, 10 100 MVA. Voor deze activiteit betekent daarom dat voor het aspect geluid 50 meter afstand als richtafstand dient te worden gehouden van woningen in het kader van bedrijven en milieuzonering. Aan deze afstand wordt voldaan (zie ook paragraaf 4.5). Een zonnepark betreft in de regel geen inrichting in de zin van de Wet milieubeheer. Alleen in uitzonderlijke gevallen zouden ze tot een inrichting gerekend kunnen worden. Bijvoorbeeld wanneer de zonnepanelen worden opgericht binnen de grenzen van een bestaande inrichting (zoals een tankstation), of wanneer de omvormers meer dan 200 MVA distribueren. Aangezien daarvan geen sprake is, zijn de algemene regels uit het Activiteitenbesluit eveneens niet van toepassing. Onderzoek in het kader van het Activiteitenbesluit is dan ook niet nodig. Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect geluid geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10
Luchtkwaliteit
In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de lucthkwaliteitseisen opgenomen. Daarnaast zijn er luchtkwaliteitseisen opgenomen in het Besluit niet in betekende mate bijdragen (Besluit NIBM) en de bijbehorende ministeriële Regeling niet in betekende mate bijdragen (Regeling NIBM). AMvB ‘niet in betekenende mate’ In het Besluit NIBM en de bijbehorende ministeriële Regeling NIBM zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 52
De definitie van ‘niet in betekende mate’ is 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De 3% komt overeen met 1,2 microgram/m3 (µg/m3). Als een project voor één stof de 3%-grens overschrijdt, dan verslechtert het project 'in betekenende mate' de luchtkwaliteit. De 3%-norm is in de Regeling niet in betekenende waarde uitgewerkt in concrete voorbeelden, waaronder: woningbouw: 1.500 woningen netto bij één ontsluitende weg en 3.000 woningen bij twee ontsluitende wegen; kantoorlocaties: 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij één ontsluitende weg en 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij twee ontsluitende wegen. Relatie tot ontwikkeling Er vindt geen uitstoot plaats van (schadelijke) stoffen door het park zelf door of het aan het park gerelateerde vervoersbewegingen, omdat het park geen verkeersaantrekkende werking kent (met uitzondering van enkele incidentele vervoersbewegingen voor beheer en onderhoud). Alleen de vervoersbewegingen tijdens de aanleg- en ontmantelingsfase is relevant. Daarbij dient te worden opgemerkt dat het hier gaat om een piekbelasting die uitsluitend tijdens de aanlegfase plaatsvindt, waar vervolgens gedurende 25 jaar de opwekking van duurzame energie tegenover staat. Conclusie Het milieuaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied.
4.11
Natuur
Sinds 1 januari 2017 is één wet van toepassing die de natuurwetgeving in Nederland regelt: de Wet natuurbescherming. De wet ligt in de lijn van Europese wetgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming vervangt de Boswet, de Flora- en Faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Wet natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. Daarnaast kan de provincie ervoor kiezen om een gebied aan te wijzen als bijzonder nationaal natuurgebied- of landschap of als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Welke soorten planten en dieren wettelijke bescherming genieten, is vastgelegd in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Dat houdt in dat, bij planvorming, uitdrukkelijk rekening gehouden moet worden met gevolgen, die ruimtelijke ingrepen hebben, voor instandhouding van de beschermde soort. Natuurnetwerk Nederland Het natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.
Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. NNN is tevens opgenomen in het streekplan van de provincie. Indien het projectgebied in het NNN gelegen is, verlangt de provincie een ‘nee-tenzij-toets’. Afhankelijk van de provincie kan dit ook gelden voor projectgebieden in de nabijheid van het NNN. Relatie tot het plangebied Ten behoeve van de ontwikkeling is door ecologisch adviesbureau een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Daarin zijn de gevolgen ten aanzien van gebiedsbescherming en soortenbescherming onderzocht. Daarbij dient te worden opgemerkt dan in eerste instantie een quickscan was uitgevoerd ter plaatse van de gronden direct aansluitend op Aadijk I. Nadien zijn de plannen in overleg met de gemeente aangepast en zijn de contouren van het projectgebied naar het oosten toe opgeschoven. Naar aanleiding van deze wijziging heeft Van der Goes & Groot een nieuw locatiebezoek afgelegd en zijn ook de overige
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 53
gronden die eerder niet waren onderzocht, in de beoordeling betrokken. De quickscan Wet natuurbescherming is opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. In aanvulling op de quickscan Wnb van de ecologen, is door ingenieursbureau Cauberg-Huygen een berekening uitgevoerd van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die mogelijk optreedt als gevolg van de ontwikkeling. De stikstofdepositieberekening is eveneens opgenomen in de bijlagen bij deze rapportage. De resultaten van de onderzoeken worden hieronder integraal besproken. Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen binnen de begrenzing van een Natura 2000-gebied, inclusief de zogenaamde verbindingszones die verschillende NNN-gebieden kunnen verbinden. De meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden betreffen: de Engbertsdijkvenen (nr. 40) ten noorden, op ca. 6 km afstand; de Wierdense Veld (nr. 43) ten westen, op ca. 6 km afstand. Gezien de afstand en de aard van de werkzaamheden worden geen (significant) negatieve gevolgen verwacht op deze gebieden. Aanvullend daarop is voor de aanlegfase van het project door bureau CaubergHuygen een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. De resultaten zijn opgenomen in de bijlagen bij voorliggende ruimtelijke onderbouwing. De berekeningen laten geen stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar zien.
Een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk. figuur 27. Natura 2000-gebieden omgeving projectgebied, plangebied in rood omlijnd (bron: synbiosys.alterra.nl/natura2000)
Soortenbescherming Het plangebied is potentieel geschikt voor diverse beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming. Of negatieve effecten optreden hangt af van de aard van de werkzaamheden. Soorten waarvan aanwezigheid niet kon worden uitgesloten, zijn vogels, grondgebonden zoogdieren en vleermuizen. Voor vogels wordt een onderscheid gemaakt tussen soort met jaarrond beschermde nesten en soorten met niet jaarrond beschermde nesten. Vogels met jaarrond beschermde nesten kunnen zich nestelen in de bestaande bomen/bosschages in het plangebied. Onderzoek is noodzakelijk indien verstorende werkzaamheden plaatsvinden aan deze bosschages of bomen. Mede in verband met de landschappelijke inpassing en het gewenste behoud van relicten van vroegere erven, blijven bomen binnen het plangebied
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 54
behouden. Ook de bosschages langs de zuidzijde van het projectgebied, blijven onaangetast. Hierdoor is een nader onderzoek naar vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten niet noodzakelijk. Voor vogels met niet-jaarrond beschermde nesten geldt in principe hetzelfde. In aanvulling op het bovenstaande geldt dat verstoring relatief eenvoudig kan worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van nesten van deze soorten is derhalve niet noodzakelijk. Bij het verwijderen van de toplaag en het vergraven van de randzones of de oevers kan schade optreden voor verblijvende beschermde zoogdieren zoals Bunzing, andere marterachtigen en Egel. Ook bij het rooien en kappen van struwelen kunnen verblijfplaatsen van dergelijke beschermde zoogdieren beïnvloed worden. Omdat voornoemde werkzaamheden niet plaatsvinden, kunnen geen negatieve effecten optreden. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Voor de mogelijk aanwezige foeragerende vleermuizen in het plangebied wordt geen negatief effect verwacht van de ingreep omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter foerageergebied en in de naaste omgeving veel vergelijkbaar of beter biotoop aanwezig is. De vleermuizen kunnen derhalve gemakkelijk uitwijken.
Conclusie Er worden geen negatieve effecten verwacht op de nabij gelegen Natura 2000-gebieden in de omgeving. Voor beschermde soorten geldt dat geen werkzaamheden worden uitgevoerd die een negatief effect voor mogelijk aanwezige soorten met zich meebrengen. Een vergunning of ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is naar verwachting niet noodzakelijk.
4.12
M.e.r-beoordeling
Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben ook wel genoemd de 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst deze afweging gemaakt dient te worden. Deze lijst geeft namelijk aan of er voor activiteiten en projecten beoordeeld moet worden of er een MER gemaakt moet worden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r.
De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de potentiële effecten. Relatie tot het plangebied In het besluit m.e.r. is opgenomen voor welke projecten het doorlopen van een m.e.r.-procedure verplicht is. Indien een m.e.r.-procedure niet verplicht is, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vormvrije
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 55
m.e.r.-beoordeling is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen die genoemd worden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., maar die onder de drempelwaarden blijven. De beoogde ontwikkeling staat niet vermeld in bijlage C of D behorende bij het Besluit m.e.r.. Dit heeft als gevolg dat in principe geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Een zonnepark of zonne-energie als zodanige activiteit komt niet voor op de D-lijst. Categorieën waar zonneparken mogelijk onder zouden kunnen vallen zijn: D9: Een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan. D11.2 Een stedelijk ontwikkelingsproject. D22.1: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. In de nota van toelichting op het Besluit mer wordt het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' ook geduid. Hier wordt over gezegd: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. Er kan overigens geen misverstand over bestaan dat ook “dorpen” hieronder vallen. Wat “stedelijke ontwikkeling” inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn.
Indien bijvoorbeeld een woonwijk wordt afgebroken en er komt een nieuwe voor in de plaats, zal dit in de regel per saldo geen of weinig milieugevolgen hebben. Bij een uitbreiding zal er eerder sprake kunnen zijn van aanzienlijke gevolgen.” Het zonneveld betreft gelet op het voorgaande en de aard en omvang van de ontwikkeling geen stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r.. De vraag of voor een zonnepark de vormvrije m.e.r. beoordeling van toepassing is op grond van de categorieën D9 en D22.1, is voorgelegd aan InfoMil. Volgens InfoMil valt een zonnepark, mits het park geen onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject, niet onder categorie D9. Voor de categorie D9 moet vooral worden gedacht aan glastuinbouw of bijvoorbeeld de omzetting van landbouw naar waterberging. Ook categorie D22.1 is niet aan de orde. Volgens de beschrijving gaat het om installaties voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Een zonnepark produceert alleen elektriciteit en voldoet daarmee niet aan de definitie van de activiteit uit D22.1. Het standpunt van InfoMil is dus ook dat voor een zonnepark, mits geen onderdeel van een grotere activiteit, een vormvrije m.e.r. beoordeling niet aan de orde is.
Het bovenstaande wordt bevestigd door een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2019:2770, 14 augustus 2019), waarin voor elk van de categorieën helder uiteen is gezet waarom de oprichting van een zonnepark daar niet onder valt. De motivering van de Raad van State sluit één op één aan op het hiervoor gestelde. De ontwikkeling is dan ook niet m.e.r.(beoordelings)plichtig. Gelet op de kenmerken van het project zullen logischerwijs ook geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Conclusie Voor dit project geldt geen m.e.r.-(beoordelings)plicht. Van nadelige gevolgen voor het milieu is gelet op de aard van de ontwikkeling geen sprake.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 56
5
Beschrijving uitvoerbaarheid
5.1
Economische uitvoerbaarheid Economische haalbaarheid en anterieure overeenkomst
Een doel van de Wet ruimtelijke ordening inclusief de Grondexploitatiewet is dat gemeenten regie en sturing hebben op de ruimtelijke ontwikkelingen in de stad (ook voor gebieden zónder gemeentelijk grondbezit). De wetgeving verplicht om de kosten die de gemeente maakt ten behoeve van die ontwikkeling te koppelen aan de ruimtelijke doelstellingen en te verhalen op diegene die de ontwikkeling tot stand brengt. Het gaat hierbij om zowel fysieke kosten (uitvoeringskosten) als ontwikkelingskosten (planvoorbereidingsen planbegeleidingskosten). Hiertoe dient een exploitatieplan te worden opgesteld. Een exploitatieplan is niet noodzakelijk, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door het sluiten van een anterieure overeenkomst. Ten behoeve van de ontwikkeling van het zonnepark wordt een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Almelo en SolarEnergyWorks. Hierin wordt overeengekomen dat kosten voortvloeiend uit de geplande ontwikkeling, in zijn geheel ten laste komen aan initiatiefnemer. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan het verleggen van eventuele planschade naar de ontwikkelaar. Conclusie Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen.
Aansluiting op het net Of de ontwikkeling van een zonnepark haalbaar is vanuit economisch oogpunt is mede afhankelijk van de aansluiting op het net en de afstand tot dat net. Voor dit park van netto circa 36,2 hectare inclusief het experimentdeel is de afstand tot de netwerkaansluiting op ca. 4.500 meter een afstand waarmee de aansluitkosten tot een acceptabel niveau beperkt blijven. De aansluiting op het net staat de economische haalbaarheid daarom niet in de weg.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Planparticipatie
Het uitgangspunt bij de ontwikkeling van (grootschalige) zonnevelden is de realisatie van een zorgvuldig omgevingsproces door middel van een actieve samenwerking met de betreffende initiatiefnemer en stakeholders. Onder stakeholders wordt verstaan: iedereen die te maken heeft met het zonne-energieproject. Het gaat niet alleen om omwonenden/inwoners, maar ook om bedrijven, natuurorganisaties, belangenorganisaties en energiecoöperaties. SolarEnergyWorks beschouwt het organiseren van participatie als een integraal onderdeel van de ontwikkeling van zonneweiden. Zonneweiden spelen een rol in de energietransitie en de overgang naar een duurzamere energiewinning. Daarbij streeft de initiatiefnemer naar een verdeling van lusten en lasten die passend is bij de lokale situatie. In het kader van de beoogde ontwikkeling hebben in eerste instantie keukentafelgesprekken plaatsgevonden met omwonenden. Daarnaast is op 2 september 2020 een inloopavond georganiseerd, waarna op 20 oktober 2020 een vervolgoverleg heeft plaatsgevonden. 4 december 2020 is een overleg geweest tussen het bewonerscomité en de verantwoordelijk wethouder. Op 21 december 2020 heeft het bewonerscomité te kennen weggegeven akkoord te gaan met de gemaakte afspraken. Deze afspraken zien onder andere
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 57
op het in samenspraak met het invullen van de zuidzone langs de Aadijk en de experimenteerruimte die in het park wordt geboden. Voornoemd traject is vormgegeven aan de hand van een vooraf opgesteld participatieplan. Dit participatieplan is opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Financiële participatie Inwoners van de gemeente Almelo worden in de gelegenheid gesteld financieel te participeren in de opwekking van duurzame energie. De doelgroep van deze vorm van participatie bestaat uit alle inwoners van en bedrijven in Almelo. Mede op basis van de resultaten van de geïnventariseerde behoeften uit de planparticipatie wordt geïnventariseerd welke vormen van financiële participatie gewenst zijn. Voor de financiële participatie denken wij aan een combinatie van crowdfunding en een eenmalige of periodieke bijdrage aan een duurzaamheids- of gebiedsfonds. Bij crowdfunding kunnen omwonenden en inwoners van en bedrijven in de gemeente op diverse wijze voorrang krijgen of extra voordeel krijgen. De details van beide methoden dienen verder uitgewerkt te worden en zijn ook mede afhankelijk van de terugkoppeling vanuit de participatiegesprekken en bijeenkomsten en eisen die vanuit de gemeente worden gesteld op het gebied van leges en OZB.
Om de energietransitie in de gemeente te versnellen, kan ook gedacht worden aan de levering van zonnepanelen tegen kostprijs aan inwoners van de gemeente gedurende de realisatie van het park. In overleg met de gemeente kan deze mogelijkheid worden toegevoegd in het voorstel. Financiële participatie vormt onderdeel van het te voeren participatietraject, zoals besproken in het participatieplan voor Aaboer (zie bijlagen). Van de uitkomsten en het resultaat van het participatietraject wordt nader verslag gedaan. Een afschrift hiervan wordt toegevoegd aan de omgevingsvergunningaanvraag in het Omgevingsloket Online. Afspraken die worden gemaakt, worden daarnaast vastgelegd in de anterieure overeenkomst tussen ontwikkelaar en gemeente. Planologische procedure Het beoogde plan wordt middels een omgevingsvergunning doorlopen. Aangezien geen binnenplanse ontheffingsmogelijkheid van toepassing is, wordt het planologisch traject doorlopen middels een uitgebreide procedure (omgevingsvergunning ‘afwijken regels bestemmingsplan’). Het college van Burgemeester en wethouders is in het kader van de besluitvorming omtrent deze omgevingsvergunning het bevoegd gezag. Het doorlopen van de uitgebreide procedure betekent dat er een moment komt waarop het ontwerpbesluit omgevingsvergunning ter inzage wordt gelegd.
Tijdens de terinzagelegging is het in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van een zienswijze te reageren op het ontwerpbesluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank en daarna de Raad van State open. Met bovenstaande procedures tezamen met de diverse participatiemogelijkheden wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 58
6
Conclusie ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
De initiatiefnemer heeft als doel een zonnepark te realiseren aan de Aadijk te Almelo. Het zonnepark is aansluitend op een reeds gerealiseerd zonnepark, dat zich ten westen van onderhavige projectlocatie bevindt. Voorliggend initiatief omvat de realisatie een zonnepark met een omvang van (bruto) ca. 49,5 ha welke wordt gerealiseerd voor de duur van maximaal 25 jaar. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Waterrijk_Almelo_fase1” is de aanleg van een zonnepark niet mogelijk. Hierdoor is het doorlopen van een planologische procedure noodzakelijk. De procedure wordt doorlopen aan de hand van een omgevingsvergunning ‘planologisch strijdig gebruik’, waarbij op grond van de Wabo een goede ruimtelijke onderbouwing dient te worden opgesteld ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag. Voorliggend document betreft de ruimtelijke onderbouwing, waarin reeds is ingegaan op de verschillende ruimtelijke en milieutechnische aspecten die bij het project een rol spelen. Hieruit blijkt dat geen belemmeringen optreden voor voorgenomen ontwikkeling. De Omgevingsvisie Overijssel 2017 geeft, in lijn met het nationale duurzaamheidsbeleid, aan dat behoefte bestaat aan grootschalige opwekking van hernieuwbare energie. Zij hebben hoge ambities op het gebied van duurzaamheid die alleen door (onder meer) grootschalige projecten kunnen worden gerealiseerd.
Voor dergelijke projecten creëert de provincie onder voorwaarden ruimte binnen de Groene Omgeving. De ontwikkeling is getoetst aan de verschillende voorwaarden en ambities van de provincie. Daarbij gelden kwaliteitsambities voor ontwikkelingen in de Groene Omgeving als geheel, alsmede randvoorwaarden en ambities voor de realisatie van zonneparken in het bijzonder. Uit de behandeling van het provinciale beleid is gebleken dat het beoogde zonnepark past binnen de gestelde kaders. Ook de gemeente heeft hoge ambities ten aanzien van de energietransitie. De beoogde ontwikkeling levert een significante bijdrage aan de duurzaamheidsdoelstellingen met een CO2 reductie van ca. 15.860 ton per jaar als gevolg en levert stroom dat vergelijkbaar is met het energieverbruik van ca. 10.738 huishoudens. Daarnaast past het zonnepark binnen het door de gemeente vastgestelde kader voor de realisatie van dergelijke opstellingen. De ontwikkeling is dan ook in lijn met het gemeentelijk beleid. De ontwikkeling is voorts getoetst aan de hand van de relevante omgevingsaspecten. Uit die toets is gebleken dat er geen ruimtelijke of milieutechnische bezwaren zijn voor de aanleg van een zonnepark op deze locatie. Met voorliggende onderbouwing is de ruimtelijke en functionele inpasbaarheid van het beoogde zonnepark aangetoond.
Mees Ruimte & Milieu | 19067 - Zonnepark Aadijk, Almelo – fase 2
Pagina | 59
Bijlage
Landschappelijk inpassingsplan, Feddes | Olthof, januari 2021
ZONNEPARK AADIJK 2 - ALMELO LANDSCHAPPELIJKE VERKENNING
ZONNEPARK AADIJK 2 - ALMELO LANDSCHAPPELIJKE VERKENNING
datum opdrachtgever door
Januari 2021 SolarEnergyWorks Feddes/Olthof Landschapsarchitecten
INHOUD CONCEPT
1
1 LIGGING PLANGEBIED5 2 HISTORIE 7 3 WAARNEMINGSSTUDIE9 4 BELEIDSCONTEXT13 5 ONTWERPPRINCIPES15 6 INRICHTINGSVOORSTEL, PROFIELEN EN VISUALISATIES23
5/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
1 LIGGING PLANGEBIED De locatie voor zonnepark Aadijk 2 ligt aan de noordkant van Almelo en raakt aan de noordelijke groene long. Het veenontginningsgebied wordt gekenmerkt door sterke landschapsstructuren en door de open- en rechtlijnigheid. De grootschalige opwek van duurzame energie biedt nieuwe kansen voor ontwikkeling en medegebruik van het gebied. Daarom is het gebied aangewezen als clustergebied. De relatie met de noordelijke groene long is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Het plangebied ligt ten noorden van de Aadijk, en bestaat uit twee delen; een deel ten oosten van de Almeloseweg, en een deel tussen Almeloseweg en de Van Rechteren Limpurgsingel. Het oostelijke deel beslaat in totaal circa 37 hectare, het deel tussen de wegen circa 12,5 hectare. Binnen dit plangebied liggen ook de voormalige erven, die nu in eigendom van de gemeente zijn. Dit betreft in totaal circa 4 ha. Ten zuiden van het het plangebied ligt de Bleskok. Deze voormalige stortplaats is afgedekt en heeft daarom een verhoogde ligging in het landschap. Ten zuiden van het plangbied liggen ook de nieuwe woningen en flat, aan de Aaboerlaan. Ten westen van de locatie ligt het reeds uitgevoerde Zonnepark Aadijk. Als onderdeel van dit plan is er een recreatieve verbinding gerealiseerd tussen de groene long en het Lateraalkanaal.
Een zone tussen deze recreatieve verbinding en het nieuwe plangebied blijft gereserveerd als Groene Long.
Schematische tekening van de ligging van het plangebied ten opzichte van de noordelijke groene long
6/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
7/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
2 HISTORIE 1900 De herkenbare opstrekkende verkaveling domineert het open landschap. Op de historische kaart is te zien dat er een eendenkooi lag in het gebied. 1940 De Bleskolk, ten zuiden van het plangebied, is droog. Deze plek heeft voor een lange tijd dienstgedaan als stortplaats. 1980 Het landschap is door de ruilverkaveling in de jaren ‘50 behoorlijk veranderd. De verkavelingsrichting van het plangebied is wel grofweg hetzelfde gebleven. En ook de openheid is behouden gebleven.
circa 1900
circa 1940
circa 1980
circa 2018
2018 Door de aanleg van het Lateraalkanaal heeft het plangebied een duidelijke noordelijke grens gekregen. De erven aan de Aadijk en aan de Almeloseweg zijn verdwenen, alleen de beplanting is blijven staan als relicten in het landschap.
8/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
9/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
3 WAARNEMINGSSTUDIE 6
Zuidzijde:
5
8
7 4
2
3
jk
Aadi
Het plangebied, dat voornamelijk in gebruik is als grasland en voor maisteelt, wordt in het noorden begrenst door het Lateraalkanaal en in het oosten door landbouwgronden. In het zuiden vormt de Aadijk de grens waaraan ook de ten westen gelegen Zonnepark Aadijk is gelegen. Een parkstrook vormt hiertussen de overgang.
1
2
De opgaande beplanting in het gebied bestaat voornamelijk uit overblijfselen van de voormalige erven die langs de Aadijk stonden. Langs de wegen en het Lateraalkanaal staat een gevarieerde boombeplanting. De jonge aanplant op de parkstrook begeleid de nieuwe recreatieve route. Zicht op naastgelegen zonnepark
3
Aa
di
jk
Aadijk
1
Zicht vanaf Aadijk
Zicht op voormalig erf
4
10/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Langs kanaal en wegen:
5
11/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Bleskolkgebied:
9
6
9 11
7
8
10
10
11
12/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
13/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
4 BELEIDSCONTEXT Zoekgebieden grootschalige opwek Het plangebied Aadijk 2 ligt binnen het zoekgebied 1 voor grootschalige opwek van duurzame energie, opgesteld door de gemeente. Hierbij verdient, naast goede inpassingsspelregels, de relatie met de noordelijke groene long specifiek aandacht.
‘Spelregels’ Zonnepark Aadijk 2 Gemeente Almelo heeft in haar Duurzame Energieladder ‘meepakkers’ als randvoorwaarden beschreven. Dit zijn meekoppelkansen die, naast de noodzakelijke landschappelijke inpassing van een zonnepark, worden vereist. Voor Aadijk 2 geldt dat er specifiek wordt ingezet op de volgende meepakkers: - landschapsstructuren - landschapselementen - waterberging - routes en dooradering - biodiversiteit - educatie - bewustwording Om tot een goede landschappelijke inpassing te komen en ook bovengenoemde meepakkers te integreren hanteren we de volgende spelregels:
Kaart zoekgebieden uit Duurzame Energieladder (concept)
- Binnen het totale plangebied (circa 49,5hectare) wordt ca. 25% groen ingericht. - Het grootste deel hiervan zal buiten het hek komen, en krijgt een openbaar karakter. - Bestaande bomen en landschapsstructuren blijven behouden en versterkt, nieuwe bomen worden aangeplant. - Er worden nieuwe openbare routes gecreeerd. - De groeninvulling draagt bij aan het versterken van de noordelijke groene long. - Er wordt ruimte gereserveerd voor experiment; de combinatie van teelt en zonnepanelen.
Waardenkaart uit Duurzame Energieladder (concept)
14/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
5.3 TECHNISCHE INRICHTING VAN ZONNEVELD EN VAN EXPERIMENTRUIMTE
5.2 RECREATIEVE AANVULLINGEN
5.1 GROENBLAUW RAAMWERK
15/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
5 ONTWERPPRINCIPES Bij het maken van een inrichtingsvoorstel wordt rekening gehouden met het landschap waarin het zonnepark is gelegen. Uitgangspunten voor de inrichting zijn het behouden en waar mogelijk versterken van de landschappelijk kwaliteiten in het gebied. Groenblauw raamwerk Rondom het zonnepark wordt veel aandacht besteed aan het opwaardering van een groen raamwerk, waarbinnen de ontwikkeling zo goed mogelijk wordt ingepast. De bestaande sloten die door het park lopen blijven behouden. Hierdoor blijft de opstrekkende verkaveling gehandhaafd. Uitgangspunt voor de inpassing is het behoudt van de waardevolle beplanting in het gebied. Deze beplanting is meestal een relict van de erven die aan de Aadijk hebben gestaan. De erven, in combinatie met een brede strook langs de Aadijk zorgen voor enige afstand van het zonnepark tot de openbare weg. De invulling, met nieuwe bomen en bloemrijke grasmengsels, ondersteunen de bijen en andere insecten in het gebied, en zorgen voor een vergroting van de ecologische waarde. Aan de zijde van de Aadijk wordt een brede groenstrook van 150m breed en bijna 800m lang gerealiseerd, die in nader overleg met de bewoners wordt ingericht. We denken hierbij aan een wilde parkachtige inrichting, met kruidenrijk grasland, bomen, struinpaden, kikkerpoelen, banken of picknicktafels, en eventuele simpele speelaanleidingen.
De beplanting die we toevoegen in de parkstrook bestaat uit verschillende gebiedsspecifieke boom- en struweelsoorten.
Principe groenblauw raamwerk
16/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
17/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
intensief zonneveld intensief zonneveld
Technische inrichting van het zonneveld en van de experimentruimte
Recreatieve toevoegingen De ligging van het plangebied aan de noordelijk groen long van Almelo biedt kansen voor recreatie. Met de komst van het zonnepark kan ook worden geinvesteerd in het opwaarderen van de recreatieve waarde van het gebied. We doen hiervoor een aantal voorstellen: - De nieuwe parkachtige groenstrook direct aan de Aadijk wordt aantrekkelijk ingericht, waardoor een directe waarde ontstaat voor omwonenden, maar ook voor de stad als uitloper van de groene long. Binnen die groenstrook zullen enkele eenvoudige paden worden aangelegd, waarbij ook rekening gehouden wordt met mensen die wat slechter te been zijn. Het padenstelsel wordt aangevuld met enkele picknicktafels of banken, en informatiepanelen. Deze panelen geven info over het zonnepark, maar ook over de gebruikte beplanting, en bijvoorbeeld de flora en fauna in het gebied. De exacte inrichting is nog een uitwerking die wordt gedaan in overleg met de bewoners en de gemeente. • In overleg met de gemeente stellen we voor om ook buiten het directe plangebied recreatieve paden aan te leggen. Gedacht wordt aan enkele routes door het Bleskolkgebied, en een vissteiger aan de kolk zelf. Door deze routes ontstaat de mogelijkheid om ook ommetjes door het gebied te lopen. • Langs de oostelijke zijde van het plangebied kan een eenvoudig struinpad voor een verbinding zorgen met het
experimentruimte
Binnen het plangebied wordt een zone van circa 32,5 hectare ingericht als intensief zonneveld. Daarnaast is er ook nog een gebied van circa 3,5 hectare experimentruimte, waar een combinatie van agrarisch gebruik en opwekking van zonne-energie boven elkaar gerealiseerd zal worden.
Intensief zonneveld De opstelling die hiervoor wordt gebruikt lijkt op de opstelling zoals eerder langs de Aadijk is gerealiseerd, maar dan iets lager. De spelregels hiervoor worden hieronder beschreven.
Principe opstelling zonnepark
• De panelen hebben allemaal dezelfde oriëntatie op het zuiden en staan in strakke rijen. Principe groenblauw raamwerk
• De rijen staan door het hele plan heen in het verlengde van elkaar, zodat er doorzichten tussen de panelen mogelijk blijven,
noordelijk pad langs het Lateraalkanaal. • De bestaande route langs het Lateraalkanaal wordt ter hoogte van het zonnepark begeleid door struweel. Deze route kan worden doorgezet tot aan de Van Rechteren Limpurgsingel.
Rijen staan in het verlengde van elkaar...
en dus niet zo.
18/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
19/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
eentrees aan de Almeloseweg locatie hoofdtrafo hekwerk stelsel beheerpaden
• De entree van het zonnepark wordt gekoppeld aan het voormalig erf aan de oostzijde langs de Almeloseweg, zodat er geen nieuwe wegen het gebied in hoeven te worden gemaakt,
• De omvormers in het park worden steeds in het verlengde van een rij opgesteld, zodat ook deze elementen geen verstoring van de doorzichten tussen de panelenrijen vormen,
• De rijen vormen een rechte rand langs de sloten, zodat er heldere doorzichten tussen Aadijk en Lateraalkanaal mogelijk zijn,dit betekent dat elke rij verspringt ten opzichte van de vorige rij, waardoor de afstand tussen strekkende sloot en panelen continu gelijk is.
Omvormers staan in het verlengde van een rij zodat doorzicht mogelijk blijft.
En dus niet zo.
bestaande bomen behouden
bestaande bomen behouden
• De ruimte voor de hoofdaansluiting, met hoofdtrafo en eventuele andere bebouwing ligt achter bestaande beplanting, en wordt zo ingericht dat het zo min mogelijk in het zicht valt. • De bestaande bomen midden in het plangebied blijven gehandhaafd, • Het hekwerk rond het zonneveld is gelijkvormig aan het hekwerk bij het eerdere zonnepark langs de Aadijk. Dat betekent dat er een staafmathekwerk wordt geplaatst waar het hek in het zicht ligt, en een gaashekwerk waar het hek niet in het zicht ligt.
• De hoogte van de panelen bedraagt 2,4m
Rijen vormen rechte randen langs de sloten
En dus niet zo.
• De kleur van het hekwerk, maar ook van de benodigde bouwwerken, transformatoren dient zo donker mogelijk te zijn, bij voorkeur antraciet(RAL8019). Door een donkere kleurstelling zullen de transformatoren minder opvallen in het landschap.
referentie trafo in donkere kleurstelling
Voorgestelde paneelopstelling met hoogte van 2,4m
referentie staalmathekwerk
20/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Experimentruimte Langs de Aadijk wordt een strook van circa 3,5 hectare ingericht waar agrarisch gebruik en energieopwekking samengaan. Ruimtelijk zou het interessant zijn als dit erf, en het stukje grond ten noorden daarvan onderdeel gaan vormen van een soort nieuw erf, gecombineerd met het zachte fruit, een boomgaard en bijvoorbeeld een winkeltje. De concrete inrichting zal nog nader moeten worden afgestemd met de toekomstige gebruiker van het stuk grond. Hieronder worden wel enkele ontwerpprincipes beschreven. • De ruimte wordt zo ingericht dat er een serieuze combinatie ontstaat tussen teelt en energiewinning.
Experimentruimte
• Indien de panelen dakjes vormen boven bijvoorbeeld zacht fruit, dan dienen de panelen maximaal 3,40m hoog te zijn (1m hoger dan de panelen in het intensieve deel), maar liever lager. • Indien de panelen dakjes vormen boven bijvoorbeeld zacht fruit, dan dienen deze dakjes zo opgesteld te zijn dat ze parallel aan de Almeloseweg staan. • De entree voor dit gebied wordt gevormd door dezelfde bestaande oprit van het voormalige erf aan de Almeloseweg.
haag wordt geschoren (strakke haag), en zal circa 1m breed en 2 m hoog zijn.
• Rondom het experimentgebied wordt een aantrekkelijk bloeiende en gebiedsspecifieke haag aangeplant. Deze referentie frambozenteelt onder zonnepanelen (Zachtfruitbedrijf Albers, Babberich)
21/34
22/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
23/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
6 INRICHTINGSVOORSTEL, PROFIELEN EN VISUALISATIES Zonnepark en hekwerk Teelt (zacht fruit) met daarboven zonnepanelen (invulling nog indicatief) Locatie hoofdtransformator en andere bouwwerken Hoofdentree Beheerspad en transformator Bestaande watergangen Bestaand bos en struweel Nieuwe landschappelijke haag Bloem- en kruidenrijk grasland Bestaande solitaire bomen Nieuwe bomen (invulling nog indicatief) Bestaande recreatieve paden Nieuwe recreatieve paden (invulling nog indicatief)
Het inrichtingsvoorstel voor Zonnepark Aadijk 2 heeft veel gelijkenissen met het naastgelegen Zonnepark Aadijk. Echter er zijn ook verschillen. Wat daarbij als eerste in het oog valt is de ruimte maat van 150m die vrij wordt gehouden vanaf de Aadijk. Dit gebied wordt in overleg met de omwonenden ingericht als ruige parkstrook, met kruidenrijk grasland, nieuwe struwelen, bomen en paden. Deze nieuwe toevoegingen van bomen, struweel en bloemrijkgras dragen bij aan een goede leefomgeving van de bijen en ander insecten uit de omgeving. Zonnepark Aadijk 2 kan worden gezien als extra foerageergebied voor de bijen uit de bijenstal op de parkstrook. Langs het hek wordt een brede groenstrook aangeplant van 15 meter breed. Hierdoor wordt het park volledig uit het zicht ontnomen. Voor deze groenstrook worden soorten geselecteerd die grotendeels tussen de 1,5 en 3,5 meter worden, met hier en daar een grotere boomvormer. Op deze manier blijft het zicht over deze strook mogelijk. Het padenstelsel wordt aangevuld met enkele picknicktafels of banken, en informatiepanelen. Deze panelen geven info over het zonnepark, maar ook over de gebruikte beplanting, en bijvoorbeeld de flora en fauna in het gebied. De exacte inrichting is nog een uitwerking
die wordt gedaan in overleg met de bewoners en de gemeente. In overleg met de gemeente stellen we voor om ook buiten het directe plangebied recreatieve paden aan te leggen. Gedacht wordt aan enkele routes door het Bleskolkgebied, en een vissteiger aan de kolk zelf. Door deze routes ontstaat de mogelijkheid om ook ommetjes door het gebied te lopen. De bestaande route langs het Lateraalkanaal wordt ter hoogte van het zonnepark begeleid door struweel. Deze route kan worden doorgezet tot aan de Van Rechteren Limpurgsingel.
24/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
1
D
1 4 2 C
E
6
3 2
5
B
A
3 E
G Overzicht locatie profielen en impressies
25/34
26/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
4 6
5
27/34
28/34
A Indicatief zicht vanaf de Aadijk (ontwerp in samenspraak met bewoners volgt)
Impressie zicht vanaf de Kooilaan richting het zonnepark met recreatieve uitzichtheuvel
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
B Indicatief zicht vanaf entree parkstrook. (ontwerp in samenspraak met bewoners volgt)
29/34
30/34
C Impressie van het zicht vanaf de Aadijk richting het westen
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
D Impressie van het zicht vanaf de Van Rechteren van Limpurgsingel
31/34
32/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
E Struinpad langs het Lateraalkanaal met een landschappelijke haag op de overgang naar het zonnepark.
Impressie zicht vanaf de Polderweg
33/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
F Struinpad Richting de Bleskolk
G Toevoegen van een recreatieve steiger aan de Bleskolk
34/34
Zonnepark Aadijk 2 - Almelo
ZONNEPARK AADIJK 2 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ZONNEVELD
Bijlage
Quickscan Wet natuurbescherming, Van der Goes & Groot, d.d. 30 juli 2020
G&G-advies QS2020-139
Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo Toetsing in het kader van de natuurwetgeving
J.R. Fokkens
2020
Opdrachtgever Solar Energy Works B.V.
G&G-advies QS2020-139
Datum Versie
30 juli 2020 V3
Gecontroleerd door: T.S. van der Meer De onderstaande toetsing is gebaseerd op de plannen zoals aangegeven door de opdrachtgever. Bij wijziging van plannen, werkperioden, of werkwijzen kunnen andere conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de effecten op beschermde soorten van toepassing zijn.
Bovendijk 35-G
Hazenkoog 35-A
2295 RV Kwintsheul
1822 BS Alkmaar
www.vandergoesengroot.nl
Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo
3
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1
Aanleiding voor het onderzoek ............................................................................... 5
1.2
Doel van het onderzoek........................................................................................... 5
1.3
Het plangebied......................................................................................................... 5
1.4
Werkzaamheden ...................................................................................................... 6
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................ 6
Methode
7
2.1
Soorten .................................................................................................................... 7
2.2
Gebieden.................................................................................................................. 8
Beschermde soorten Wnb
9
3.1
Beschrijving aanwezige biotopen ............................................................................ 9
3.2
Beschermde soorten.............................................................................................. 10 3.2.1 Planten .................................................................................................................... 10 3.2.2 Vissen ...................................................................................................................... 10 3.2.3 Amfibieën ................................................................................................................ 10 3.2.4 Vogels ...................................................................................................................... 10 3.2.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 12 3.2.6 Vleermuizen ............................................................................................................ 13 3.2.7 Overige fauna .......................................................................................................... 14
3.3
4
5
Conclusie beschermde soorten ............................................................................. 16
Effectbeoordeling en maatregelen
17
4.1
Vogels..................................................................................................................... 17
4.2
Grondgebonden zoogdieren.................................................................................. 18
4.3
Vleermuizen ........................................................................................................... 18
4.4
Conclusie effectbeoordeling .................................................................................. 19
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving
20
5.1
Natura 2000 ........................................................................................................... 20
5.2
Natuurnetwerk Nederland .................................................................................... 20
5.3
Houtopstanden ...................................................................................................... 20
5.4
Overige relevante wetgeving................................................................................. 21
5.5
Conclusie gebiedsbeschermende en overige natuurwetgeving ........................... 21
Van der Goes en Groot
ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2020-139
Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo
4
6
7
Conclusies
22
6.1
Beschermde soorten Wnb .....................................................................................22
6.2
Gebiedsbescherming en overige natuurwetgeving ...............................................23
6.3
Zorgplicht ...............................................................................................................23
Natuurwaarden verhogen op zonneparken
24
7.1
Open ruimte tussen en onder de zonnepanelen ...................................................24
7.2
De ruimte direct rondom van het zonnepark. .......................................................25
8
Aanbevolen en geraadpleegde literatuur
26
9
Bijlagen
28
Van der Goes en Groot ecologisch onderzoeks- en adviesbureau
QS2020-139
Zonnepark Aadijk fase 2 te Almelo
1
5
Inleiding 1.1
Aanleiding voor het onderzoek Er bestaan plannen voor een locatie te Almelo (Gemeente Almelo, Provincie Overijssel) her in te richten. Het is mogelijk dat binnen het plangebied soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb) of dat het plan gevolgen heeft voor nabij gelegen beschermde gebieden. Een deel van het gebied is onderzocht in een eerder uitgevoerde quickscan (VAN DER KNAAP, 2020). In opdracht van Solar Energy Works B.V. heeft Ecologisch Onderzoeks- en Adviesbureau Van der Goes en Groot in het kader van de huidige natuurwetgeving een quickscan uitgevoerd om dit nader te onderzoeken. Het onderzoek heeft bestaan uit een bronnenstudie en een veldbezoek. Deze quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de afwezigheid van soorten. Dit onderzoek betreft geen volledige veldinventarisatie. Mochten er door de plannen effecten te verwachten zijn op beschermde soorten die mogelijk aanwezig zijn, dan wordt een nader onderzoek geadviseerd.
De ligging van het aanvullende plangebied (groen omrand).Rood omrand is het zonnepark Aadijk-fase2 dat eerder is onderzocht. Blauw omrand is het reeds bestaande Zonnepark Aadijk-fase1.
1.2
Doel van het onderzoek Doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in het (mogelijke) voorkomen van beschermde soorten in het kader van de Wnb. Tevens wordt onderzocht of de plannen negatieve effecten op dergelijke soorten en/of op beschermde gebieden kunnen Fase 2 veroorzaken. aanvullend Op grond van het onderzoek wordt geadviseerd omtrent te nemen maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten en omtrent de noodzaakFase ontheffing of vergunning aan te vragen. 2 Een uitgebreide beschrijving van de getoetste wetgeving is te vinden in Bijlage 1.