CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

15 Overnemen set regels bij inwerkingtreding van de Omgevingswet genaamd ‘bruidsschat’ - Bijlage 1 - Analyse Bruidsschat in pdf.pdf

Raad 7 december 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W108.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 12

1. Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.42, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i.

voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit. 3. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door

Ja

Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die is aangewezen in de Paragraafen 3.3 tot en met 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

N.V.T.

1. Alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van ten hoogste vijf jaar worden getroffen. 2. Het eerste lid is niet van toepassing: a. als het energieverbruik van de activiteit en andere milieubelastende activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die de activiteit functioneel ondersteunen, in het voorafgaande jaar kleiner is dan 50.000 kWh aan elektriciteit en 25.000 m3 aardgasequivalenten aan brandstoffen; b. als artikel 15.51 of 16.5 van de Wet milieubeheer van toepassing is; of c. op energiebesparende maatregelen aan een gebouw of gedeelte daarvan als bedoeld in artikel 3.84 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. 3. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan door het treffen van de maatregelen die zijn opgenomen in bijlage VII, onderdeel 16, bij de Omgevingsregeling.

Ja

Voor de activiteiten die geen Wet milieubeheer–inrichtingen waren, blijven gedurende de transitieperiode de regels voor hinder uit de APV en Paragraaf 2.2 'Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen' van de bruidsschat gelden.

Specifiekere zorgplicht; Er geldt nu een Ja almgene zorgplicht, een algemeen verbord en een specifieke zorgplicht.. Deze specifieke zorgplicht is concreter. Deze zorgplicht komt grotendeels overeen met de zorgplicht van het Bal. De zorgplicht van de bruidsschat geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal.

N.V.T.

De energiebesparingsplicht is niet meer N.V.T. gekoppeld aan het begrip inrichting. Dit heeft als gevolg dat voor de horeca en supermarkten energiebesparing alleen nog maar geregeld ins in het Bbl en de bruidsschat.

Opmerking

Lokale regelgeving aanwezig?

Lokaal beleid

Bestemmingsplan

Plaatselijke verordening

Toelichting

Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragrafen Geluid, Trillingen en Geur, van het Bkl is ruimer dan het toepassingsbereik zoals in dit artikel geformuleerd Bijvoorbeeld evenementen zijn uitgesloten van het toepassingsbereik, maar in het omgevingsplan moet wel een regeling worden opgenomen over (geluidhinder van) evenementen (zoals bijvoorbeeld in het huidige evenementen beleid of de APV) Het toepassingsbereik moet dan dus aangepast worden zodra de regeling over evenementen in het omgevingsplan is opgenomen.

Voldoet het beleid aan het BKL (versie 25-022021)

Advies

Actie voor juli 2022/inwerkingtreding

Voor dit thema geldt dat de gemeente voorlopig geen andere regels dan de wettelijke zal gaan toepassen. Kortom, de bruidsschat wordt overgenomen.

Het is nog onduidelijk of voor Bruidsschatartikelen opnemen in het inwerkingtreding iets moet gebeuren en zo ja, omgevingsplan wat gewenst is.

Doordat het begrip inrichting uit de Wet milieubeheer verdwijnt, is de energiebesparingsplicht niet meer gekoppeld aan een inrichting maar aan een mba (paragraaf 5.4.1 van het Bal) en aan gebouwen (artikel 3.84 van het Bbl). Dit kan voor sommige bedrijfstakken betekenen dat energiebesparing alleen rechtstreeks in het Bbl geregeld is omdat daarvoor geen regels in het Bal staan. Voorbeelden hiervan zijn horeca en supermarkten. in het Bal staat per milieubelastende activiteit of de energiebesparingsplicht geldt. Het Bbl stelt eisen aan de energiezuinidgheid van nieuwbouw. Dit kan ervoor zorgen dat voor bestaande horeca en supermarkten geen informatieplicht geldt. De informatieplicht en de vernieuwde rekenmethodiek voor de terugverdientijd staan nog niet in het Bal, Bbl of de Omgevingsregeling. Deze onderdelen worden, voordat de Omgevingswet in werking treedt, via een wijzigingsspoor opgenomen.

Voor deze zorgplicht gelden geen instrucieregels van het Bkl. Wel geldt doe instructieregel met betrekking tot 'aanvaardbaarheid'. Met het openemen van deze zorgplicht wordt hier aan voldaan. Het betreft hier de artikelen 5.59, 5.83, 5.89c en artikel 5.92 van het BKL. Deze artikelen van het Bkl bepalen dat de gemeente in haar omgevingsplan rekening houdt met geluid/trillingen/slagschaduw/geur door een activiteit op een gevoelig gebouw en dat het omgevingsplan erin voorziet dat geluid/trillingen/slagschaduw/geur door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. In specifieke gevallen kunnen aanvullende regels noodzakelijk zijn. Met het opnemen van de zorgplicht wordt hier aan voldaan.

Ja

Geen relatie met instructieregels in paragraaf 5.1.4. of artikel 5.165 BKL

Ja

De gemeente zal voorlopig geen andere regels dan de wettelijke gaan toepassen. Kortom, de bruidsschat wordt overgenomen.

Geen relatie met instructieregels in paragraaf 5.1.4. of artikel 5.165 Bkl. Wel staan in Afdelin 8.5 van het Bkl op diverse plaatsen beoordelingsregels voor energieverbruik bij de diverse plaatsen beoordelingsregels voor energieverbruik bij de diverse milieubelastende activiteiten.

Ja

De gemeente zal voorlopig geen andere regels dan de wettelijke gaan toepassen. Kortom, de bruidsschat wordt overgenomen.

Actie voor 2029

Onderwerp

Algemeen milieubelastende activiteiten Toepassingsbereik

Artikel Bruidsschat (Hoofdstuk 7 van het Invoeringsbesluit Omgvingswet zoasl gewijzigd bij Besluit van 16 september 2020 en gepubliceerd in het Staatsblad op 28 oktober 2020 (stb 2020,400)) Paragraaf 22.3.1 Artikel 22.41

Thema

Algemene bepalingen Algemeen toepassingsbereik

Artikel (uitgeschreven)

Verschil met huidige regeling

Toelichting op verschil

Voldoet de bruidsschatregel aan het BKL (versie juli 2020)

Toelichting op BKL (versie juli 2020)

Maatwerk mogelijk

1. Deze Paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. 2. Deze Paragraaf is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1°. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2°. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; en f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is. 3. Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het

N.V.T.

N.V.T.

Nee

De regels van de Paragraaf 2.3 Milieubelastende activiteiten zijn alleen van toepassing op milieubelastende Nee activiteiten zoals genoemd in artikel 2.3.1.1 van de bruidsschat. Het algemene toepassingsbereik van deze Paragraaf van de bruidsschat beoogt het begrip Wet milieubeheer–inrichting te vervangen. De instructieregels van het Bkl voor geluid, trillingen en geur, zijn (kort gezegd) van toepassing op het toelaten van activiteiten, anders dan het wonen en doorgaand verkeer, die geluid, trillingen of geur veroorzaken. Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragrafen Geluid, Trillingen en Geur, van het Bkl is daarmee ruimer dan het begrip inrichting. Deze bepaling houdt milieubelastende activiteiten buiten het toepassingsbereik van de bruidsschat die wel vallen binnen het toepassingsbereik van de instructieregels van het Bkl.

1. Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.42, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i.

voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit. 3. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door 1. Het college van burgemeester en wethouders wordt onverwijld geïnformeerd over een ongewoon voorval. 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en b. ongewone voorvallen bij wonen. 1. Zodra de volgende gegevens en bescheiden bekend zijn, worden ze verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders: a. informatie over de oorzaken van het ongewoon voorval en de omstandigheden waaronder het ongewoon voorval zich heeft voorgedaan; b. informatie over de vrijgekomen stoffen en hun eigenschappen; c. andere gegevens die nodig zijn om de aard en de ernst van de gevolgen voor de fysieke leefomgeving te kunnen inschatten; en d.

informatie over de maatregelen die zijn getroffen of worden overwogen om de nadelige gevolgen van het ongewoon voorval te voorkomen als bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet. 2. Het eerste lid geldt niet voor: a. milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en

Ja

Specifiekere zorgplicht; Er geldt nu een Ja almgene zorgplicht, een algemeen verbod en een specifieke zorgplicht. Deze specifieke zorgplicht is concreter. Deze zorgplicht komt grotendeels overeen met de zorgplicht van het Bal. De zorgplicht van de bruidsschat geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal.

Voor deze zorgplicht gelden geen instrucieregels van het Bkl. Wel geldt de instructieregel met betrekking tot 'aanvaardbaarheid'. Met het openemen van deze zorgplicht wordt hier aan voldaan. Het betreft hier de artikelen 5.59, 5.83, 5.89c en artikel 5.92 van het BKL. Deze artikelen van het Bkl bepalen dat de gemeente in haar omgevingsplan rekening houdt met geluid/trillingen/slagschaduw/geur door een activiteit op een gevoelig gebouw en dat het omgevingsplan erin voorziet dat geluid/trillingen/slagschaduw/geur door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. In specifieke gevallen kunnen aanvullende regels noodzakelijk zijn. Met het opnemen van de zorgplicht wordt hier aan voldaan.

Ja

Nee

Zelfde regeling als in artikel 17.2 van de Wet milieubeheer

N.V.T.

Geen relatie met instructieregels in paragraaf 5.1.4. of artikel 5.165 BKL. Deze regels vloeien voort uit de regels in Paragraaf 19.1 van de Omgevingswet over ongewone voorvallen.

Ja

Nee

Zelfde regeling als in artikel 17.2 van de Wet milieubeheer

N.V.T.

Geen relatie met instructieregels in paragraaf 5.1.4. of artikel 5.165 BKL. Deze regels vloeien voort uit de regels in Paragraaf 19.1 van de Omgevingswet over ongewone voorvallen.

Ja

n.v.t.

Ja

Vergunningplicht ook in het Bal

n.v.t.

Ja

Meldingsplicht opgenomen in het BAL voor propaan ivm externe veiligheid.

Vergunningplicht vanuit de Wabo

n.v.t.

Ja

In Bal opgenomen vanaf artikel 4.472 e.v.

Voor de activiteiten die geen Wet milieubeheer–inrichtingen waren, blijven gedurende de transitieperiode de regels voor hinder uit de APV en Paragraaf 2.2 'Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen' van de bruidsschat gelden.

specifieke zorgplicht milieu

Artikel 22.44

specifieke zorgplicht milieu

Informeren over een ongewoon voorval

artikel 22.49

Ongewoon voorval

Gegevens en bescheiden bij een ongewoon voorval

artikel 22.50

Ongewoon voorval

Vergunningplichten, aanvraagvereisten en beoordelingsregels aanvraag omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten Toepassingsbereik

Paragraaf 22.3.26

Artikel 22.258

Toepassingsbereik

Omgevingsvergunning opslaan propaan of propeen

Artikel 22.262

Externe veiligheid

Omgevingsvergunning tanken met LPG

Artikel 22.263

Externe veiligheid

1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning voertuigen of werktuigen te tanken met LPG. 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks dat aanwezig is; b. de coördinaten van: 1°. het vulpunt; 2°. de bovengrondse vloeistofvoerende leiding; 3°. de aansluitpunten van die leiding en pomp; 4°. de bovengrondse opslagtank; en 5°. de tankzuil; c. het brandaandachtsgebied en explosieaandachtsgebied, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving; d. de hoeveelheid LPG die ten hoogste wordt opgeslagen; en e. een inschatting van de doorzet van LPG in m3 per jaar.

Ja

Beoordelingsregels omgevingsvergunning milieubelastende activiteiten

Artikel 22.270

Regels

Op het verlenen van een omgevingsvergunning voor de activiteiten, bedoeld in de artikelen 22.261 tot en met 22.269, zijn de beoordelingsregels, bedoeld in de artikelen 8.9 tot en met 8.11 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, van overeenkomstige toepassing.

Ja

Deze paragraaf is niet van toepassing op een milieubelastende activiteit die als vergunningplichtig is aangewezen in Ja hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning propaan of propeen op te slaan in meer dan twee opslagtanks. Ja 2. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. het aantal opslagtanks, met voor iedere opslagtank: 1°. de hoeveelheid die ten hoogste wordt opgeslagen in kubieke meters; 2°. de grootte in kubieke meters; en 3°. een aanduiding of het gaat om een bovengrondse of ondergrondse opslagtank; b. als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van ten hoogste 600 m3 : 1°. de jaarlijkse doorzet in kubieke meters; 2°. als het gaat om een bovengrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt en de opslagtank; 3°. als het gaat om een ondergrondse opslagtank: de coördinaten van het vulpunt, de bovengrondse vloeistofvoerende leiding en de aansluitpunten van die leiding en pomp; en 4°. een beschrijving van de ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet, die zich kunnen voordoen en de passende maatregelen die worden getroffen voor het voorkomen daarvan; en c.

als het gaat om het opslaan van ten hoogste 50 m3 propaan of propeen met een jaarlijkse doorzet van meer dan 600 m3 of meer dan 50 m3 propaan of propeen: 1°. de berekende afstand in meters tot waar het plaatsgebonden risico ten hoogste 1 op de 1.000.000, 1 op de 10.000.000 en 1 op de 100.000.000 per jaar is en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden; en 2°. de berekende afstand in meters voor de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 5.12 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, en de aan de berekening ten grondslag liggende rekenbestanden.

n.v.t.

Milieubelastende activiteiten beoordelen volgens het 8.9-8.11 BKL

Ja

Opmerking

Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragrafen Geluid, Trillingen en Geur, van het Bkl is ruimer dan het toepassingsbereik zoals in dit artikel geformuleerd Bijvoorbeeld evenementen zijn uitgesloten van het toepassingsbereik, maar in het omgevingsplan moet wel een regeling worden opgenomen over (geluidhinder van) evenementen (zoals bijvoorbeeld in het huidige evenementen beleid of de APV) Het toepassingsbereik moet dan dus aangepast worden zodra de regeling over evenementen in het omgevingsplan is opgenomen.

Lokale regelgeving aanwezig?

Lokaal beleid

Bestemmingsplan

Plaatselijke verordening

Toelichting

Voldoet het beleid aan het BKL (versie 25-022021)

Advies

Actie voor juli 2022/inwerkingtreding

Actie voor 2029

Voor dit thema geldt dat voorlopig de regels uit de bruidsschat worden aangehouden. Het kan zijn dat dit op termijn nog veranderd.

Geen.

Aanpassen en opnemen in omgevingsplan.

EV wordt na de zomer opgepakt om het bestaande externe veiligheidbeleid te verlengen en ondertussen nieuw Omgevingswetproof beleid te maken. Dat beleid zal dan in het omgevingsplan komen.

Onderwerp

Artikel Bruidsschat (Hoofdstuk 7 van Thema het Invoeringsbesluit Omgvingswet zoasl gewijzigd bij Besluit van 16 september 2020 en gepubliceerd in het Staatsblad op 28 oktober 2020 (stb 2020,400))

Algemeen milieubelastende activiteiten Toepassingsbereik

Paragraaf 22.3.1

Algemene bepalingen

Artikel 22.41

Algemeen toepassingsbereik

Specifieke zorgplicht milieu

Artikel 22.44

specifieke zorgplicht milieu

Geluid Algemene bepalingen Geluid Toepassingsbereik Geluid

Paragraaf 22.3.4 Paragraaf 22.3.4.1 Artikel 22.54

Geluid Geluid Toepassingsbereik

Artikel (uitgeschreven)

Verschil met huidige regeling

Toelichting op verschil

Voldoet de bruidsschatregel aan het BKL (versie juli 2020)

Toelichting op BKL (versie juli 2020)

1. Deze paragraaf is van toepassing op een milieubelastende activiteit als bedoeld in de bijlage bij de Omgevingswet. 2. Deze Paragraaf is niet van toepassing op: a. wonen; b. het feitelijk verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken of het feitelijk verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan een bouwwerk of van een terrein; c. een milieubelastende activiteit die in hoofdzaak in de openbare buitenruimte wordt verricht; d. doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen; e. een evenement: 1°. dat ergens anders plaatsvindt dan op een locatie voor evenementen; 2°. dat geen festiviteit als bedoeld in artikel 5.68 van het Besluit kwaliteit leefomgeving is; of 3°. waarover geluidregels zijn gesteld bij of krachtens een gemeentelijke verordening; en f. het verrichten van werkzaamheden met een mobiele installatie op een weiland, akker of bos die geen verplaatsbaar mijnbouwwerk als bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving is. 3. Het tweede lid geldt niet voor milieubelastende activiteiten die bestaan uit het lozen op of in de bodem of op de riolering, voor zover het gaat om de gevolgen van het lozen voor de bodem, voor de voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater of voor het zuiveringtechnisch werk.

N.V.T.

N.V.T.

Nee

De regels van de paragraaf 2.3 Milieubelastende activiteiten zijn alleen van toepassing op Nee milieubelastende activiteiten zoals genoemd in artikel 2.3.1.1 van de bruidsschat. Het algemene toepassingsbereik van deze paragraaf van de bruidsschat beoogt het begrip Wet milieubeheer–inrichting te vervangen. De instructieregels van het Bkl voor geluid, trillingen en geur, zijn (kort gezegd) van toepassing op het toelaten van activiteiten, anders dan het wonen en doorgaand verkeer, die geluid, trillingen of geur veroorzaken. Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragrafen Geluid, Trillingen en Geur, van het Bkl is daarmee ruimer dan het begrip inrichting. Deze bepaling houdt milieubelastende activiteiten buiten het toepassingsbereik van de bruidsschat die wel vallen binnen het toepassingsbereik van de instructieregels van het Bkl. Voor de activiteiten die geen Wet milieubeheer–inrichtingen waren, blijven gedurende de transitieperiode de regels voor hinder uit de APV en Paragraaf 2.2 'Activiteiten met betrekking tot bouwwerken, open erven en terreinen' van de bruidsschat gelden.

1. Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit Ja nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 22.42, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd. 2. Deze plicht houdt in ieder geval in dat: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen; b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen; c. de beste beschikbare technieken worden toegepast; d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt; e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de Omgevingswet; f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd; g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund; h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd; i.

voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft; en j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit. 3. De plicht, bedoeld in het eerste lid, houdt in ieder geval ook in dat: a. de nadelige gevolgen voor het milieu van het verkeer van personen en goederen van en naar de activiteit zo veel mogelijk worden voorkomen of beperkt; en b. de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden. 4. Het eerste lid, voor zover het ziet op het tweede lid, en het tweede lid, zijn niet van toepassing op

Specifiekere zorgplicht; Er geldt nu een algemene zorgplicht, een algemeen verbod en een specifieke zorgplicht. Deze specifieke zorgplicht is concreter. Deze zorgplicht komt grotendeels overeen met de zorgplicht van het Bal. De zorgplicht van de bruidsschat geldt niet voor milieubelastende activiteiten die zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal.

1. Paragraaf 22.3.4 is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig Nee gebouw die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit 2. In afwijking van het eerste lid is deze paragraaf niet van toepassing op geluid door een activiteit: a. op of in een geluidgevoelig gebouw, die geheel of gedeeltelijk ligt op een gezoneerd industrieterrein of op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; b. op of in een geluidgevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit voor een duur van niet meer dan tien jaar; en c. op een niet-geluidgevoelige gevel. 3. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid van: a. het met een verplaatsbaar mijnbouwwerk aanleggen, aanpassen, testen, onderhouden, repareren en buiten gebruik stellen van een boorgat of stimuleren van een voorkomen via een boorgat, bedoeld in artikel 4.1116 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of b. spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen. 4. Deze paragraaf is alleen van toepassing op het geluid door activiteiten bij detailhandel als: a.

een of meer elektromotoren aanwezig zijn met een gezamenlijk vermogen van meer dan 1,5 kW, met uitzondering van elektromotoren met een vermogen van 0,25 kW of minder; of b. een of meer stookinstallaties aanwezig zijn met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 130 kW.

Ja

Voor deze zorgplicht gelden geen instrucieregels van het Bkl. Wel geldt de instructieregel met betrekking tot 'aanvaardbaarheid'. Met het opnemen van deze zorgplicht wordt hier aan voldaan. Het betreft hier de artikelen 5.59, 5.83, 5.89c en artikel 5.92 van het Bkl. Deze artikelen van het Bkl bepalen dat de gemeente in haar omgevingsplan rekening houdt met geluid/trillingen/slagschaduw/geur door een activiteit op een gevoelig gebouw en dat het omgevingsplan erin voorziet dat geluid/trillingen/slagschaduw/geur door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is. In specifieke gevallen kunnen aanvullende regels noodzakelijk zijn. Met het opnemen van de zorgplicht wordt hier aan voldaan.

Ja

De geluidparagraaf van het Bkl is (kort gezegd) van toepassing op het toelaten van activiteiten, Ja anders dan het wonen en doorgaand verkeer (artikel 5.55 Bkl), die geluid veroorzaken. In artikel 5.63, tweede lid, onder c, van het Bkl wordt vervolgens bepaald dat de standaardwaarden voor geluid en bijbehorende flexibiliteitsbepalingen niet gelden voor (kort gezegd) evenementen en activiteiten in de openbare buitenruimte. Het toepassingsbereik van paragraaf 2.3 'Geluid' in de bruidsschat moet u lezen in samenhang met het algemene toepassingsbereik van Paragraaf 2.3 voor de milieubelastende activiteit in de bruidsschat. Zie ook de toelichting in deze tabel bij artikel 2.3.1.1. Het nieuwe deel van het omgevingsplan moet een samenhangende set regels voor geluid bevatten voor alle activiteiten die onder de instructieregels van het Bkl vallen, inclusief evenementen en activiteiten in de openbare buitenruimte.

n.v.t.

Nee

Geluid: meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit

Artikel 22.56

Geluid

Onverminderd artikel 22.41 worden voor de toepassing van paragraaf 22.3.4 als één activiteit beschouwd, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: a. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan; of b. elkaar functioneel ondersteunen.

Nee

Nee

Ja

Dit komt overeen met artikel 5.58 BKL

Geluid: waar waarden gelden

Artikel 22.57

Geluid

Nee

Ja

Geluid: functionele binding

De waarden voor het geluid door een activiteit gelden: Nee a. als het gaat om een geluidgevoelig gebouw: op de gevel; b. als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw: op de locatie waar een gevel mag komen; c. in afwijking van onder a en b, als het gaat om een woonschip of woonwagen: op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van dat woonschip of die woonwagen; en d. als het gaat om een geluidgevoelige ruimte: in een geluidgevoelige ruimte. De waarden voor geluid zijn niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een Nee geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit. Bij een agrarische activiteit zijn de waarden voor geluid niet van toepassing op of in een Nee geluidgevoelig gebouw dat: a. op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet of een voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet aangevraagde omgevingsvergunning, behoort of heeft behoord tot die agrarische activiteit en door een derde bewoond mag worden; of b. eerder functioneel verbonden was met die agrarische activiteit en waarvoor op grond van artikel 5.62 van het Besluit kwaliteit leefomgeving in dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is bepaald dat de waarden voor geluid niet van toepassing zijn. 1.

In de volgende gevallen wordt er een geluidonderzoek verricht: Nee a. als tussen 19.00 en 7.00 uur per dag meer dan vier transportbewegingen plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer is dan 3.500 kg en binnen een afstand van 50 m van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, tenzij het gaat om het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden of een activiteit waarvan horecaactiviteiten de kern vormen; b. bij het opwekken van elektriciteit met een windturbine met een rotordiameter van meer dan 2 m, bedoeld in artikel 3.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. als in de buitenlucht metalen in bulk worden overgeslagen of in de buitenlucht metalen mechanisch worden bewerkt; d. bij het reinigen van afvalwater door waterstraal- of oppervlaktebeluchters met een capaciteit van 120.000 of meer vervuilingseenheden; e. bij het neutraliseren van airbags of gordelspanners door deze te ontsteken; f. bij het vervaardigen van betonmortel of betonwaren; g. bij een binnenschietbaan als de afstand van de binnenschietbaan tot het dichtstbijzijnde geluidgevoelige gebouw kleiner is dan 50 m; h. bij een buitenschietbaan als bedoeld in artikel 22.79; en i. als het op basis van de aard van de activiteit aannemelijk is dat: 1°.

in enig vertrek op de locatie waarop de activiteit wordt verricht, het equivalente geluidniveau (LAeq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan: i. 70 dB(A), als dit vertrek in- of aanpandig is gelegen met geluidgevoelige gebouwen; of ii. 80 dB(A), in andere gevallen; of 2°. in de buitenlucht of op een open terrein muziek ten gehore zal worden gebracht. 2. Het gemiddelde aantal transportbewegingen is een gemiddelde gemeten over de periode van een jaar. 3. Voor een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, geldt in afwijking van het 1. Ten minste vier weken voor het begin van de activiteit wordt het rapport van het geluidonderzoek, Nee bedoeld in artikel 22.60, verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. 2. Ten minste vier weken voordat de activiteit op een andere manier wordt verricht dan op grond van de gegevens in het rapport van het geluidonderzoek, worden de gewijzigde gegevens verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders.

Nee Nee

Nee

Nee

1. Deze paragraaf is van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, met uitzondering van een activiteit als bedoeld in de paragrafen 22.3.4.3 en 22.3.4.4. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op het geluid dat niet representatief is voor een activiteit.

N.V.T.

Geluid: onderzoek

Geluid

Artikel 22.60

Gegevens en bescheiden: rapport onderzoek

Artikel 22.61

Geluid

Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines en windparken en civiele schietbaneen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen

Paragraaf 22.3.4.2

Geluid

Toepassingsbereik Geluid

Artikel 22.62

Geluid

N.V.T.

Lokaal beleid

Bestemmingsplan

Plaatselijke verordening

Toelichting

Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragrafen Geluid, Trillingen en Geur, van het Bkl is ruimer dan het toepassingsbereik zoals in dit artikel geformuleerd Bijvoorbeeld evenementen zijn uitgesloten van het toepassingsbereik, maar in het omgevingsplan moet wel een regeling worden opgenomen over (geluidhinder van) evenementen (zoals bijvoorbeeld in het huidige evenementen beleid of de APV) Het toepassingsbereik moet dan dus aangepast worden zodra de regeling over evenementen in het omgevingsplan is opgenomen.

Voldoet het beleid aan het BKL (versie Advies 25-02-2021)

Actie voor juli 2022/inwerkingtreding

Actie voor 2029

Geen

Ja, bruidsschatartikel aanpassen en opnemen in Omgevingsplan

Geen aanpassing vereist

Geen

Ja, opnemen in Omgevingsplan

Afstemmen met Bkl

Geen

Ja, bruidsschatartikel aanpassen en opnemen in Omgevingsplan

Afstemmen met Bkl Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragrafen Geluid, Trillingen en Geur, van het Bkl is ruimer dan het toepassingsbereik zoals in dit artikel geformuleerd. Bij het opnemen van bestaand (evenementen) beleid in het omgevingsplan moet het toepassingsbereik van dit bruidsschatartikel aangepast worden.

Ja

Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo, Deel B paragraaf 5.8.

Paragraaf 5.8 (dove gevel) het begrip dove gevel wordt 'niet geluidgevoelig gevel'. Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo moet geactualiseerd worden.

Voor kleine winkels, als bedoeld in lid 4, geldt alleen de specifieke zorgplicht in artikel 22.44 van de bruidsschat. De standaardwaarden in artikel 5.65, eerste lid van het Bkl gelden in beginsel ook voor deze kleine winkels. Artikel 5.70 van het Bkl biedt de flexibiliteit om voor een locatie geheel of gedeeltelijk geen waarde in het omgevingsplan op te nemen. Dit kan alleen als de gemeente De bruidsschat is niet van toepassing op het geluid van een activiteit op of in een geluidgevoelig Ja gebouw, dat is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar. Dit komt overeen met artikel 5.55 lid 2d van het BKL. Bestaande gebouwen waar mensen tijdelijk (maximaal 10 jaar) in mogen wonen (of gebouwen met een andere gebruiksfunctie die bescherming krijgen tegen geluid) vallen wel onder de bruidsschatregels voor geluid. Al vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet geprojecteerde of in aanbouw zijnde woningen (of gebouwen met een andere gebruiksfunctie die bescherming krijgen tegen geluid) vallen niet onder de bruidsschatregels voor geluid. Alleen voor nieuwe gevallen wordt aangesloten bij artikel 5.56, derde lid, van het Bkl dat inhoudt dat gebouwen bescherming krijgen vanaf het moment van toelaten.

1. In afwijking van artikel 22.54, tweede lid, onder b, is deze paragraaf ook van toepassing op het N.v.t. geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw, die op een locatie is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar: a. in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of b. in een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 2. In afwijking van artikel 22.54 is deze paragraaf niet van toepassing op het geluid door een activiteit op of in een geluidgevoelig gebouw die nog niet aanwezig is als: a. de activiteit al werd verricht voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en op een locatie is toegelaten op grond van: 1°. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2°. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet; en b. het geluidgevoelig gebouw mag worden gebouwd op grond van: 1°. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet; of 2°. een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Geluid

Lokale regelgeving aanwezig?

Het nieuwe deel van het omgevingsplan moet een samenhangende set regels voor geluid bevatten voor alle activiteiten die onder de instructieregels van het Bkl vallen, inclusief evenementen en activiteiten in de openbare buitenruimte. Gebiedsgericht geluidbeleid terminologie aanpassen.

Geluid door activiteiten op spoorwegemplacementen wordt in het Bkl geregeld via het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet. Deze bepaling wordt misschien nog gewijzigd in de definitieve versie van het Invoeringsbesluit Omgevingswet of via het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet.

Toepassingsbereik

Geluid

Opmerkingen bestuurlijke afwegingsruimte geluid

Artikel 4.1121a van het Bal stelt geluidwaarden voor werkzaamheden met een verplaatsbaar mijnbouwwerk. Daarmee is het geluid door de activiteit die uitgezonderd is in lid 3 onder a aanvaardbaar.

Artikel 22.55

Artikel 22.58

Opmerking

In het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet wordt het Bkl aangepast en komen gezoneerde industrieterreinen te vervallen. Het Aanvullingsspoor geluid zal voorzien in een overgangsperiode.

Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

Geluid: voormalige functionele binding Artikel 22.59

Maatwerk mogelijk

Dit is overgangsrecht. Geen De bepaling kan worden behouden, maar zal aangepast moeten worden. Ook de bestemmingsplannen die deze betreffende gebouwen toelaten moeten uiteindelijk omgezet worden naar de regels in het nieuwe omgevingsplan. Het Bkl staat er niet aan in de weg om op grond van de aanvaardbaarheid verder gaande bescherming te bieden aan tijdelijke gebouwen, maar deze formulering met een verwijzing naar het tijdelijke deel kan geen stand houden. Kortom de formulering van het artikel zal aangepast moeten worden.

Ja, bruidsschatartikelen aanpassen en opnemen in het omgevingsplan

Ja

Geen aanpassing vereist

Geen

Ja opnemen in Omgevingsplan

Komt overeen met artikel 5.60 BKL

Ja

Geen aanpassing vereist

Geen

Ja opnemen in Omgevingsplan

Ja

Komt overeen met artikel 5.61 BKl

Ja

Geen aanpassing vereist

Geen

Ja

Artikel 5.62 Bkl biedt de mogelijkheid voor het aanwijzen van gebouwen met een voormalige functionele binding. De bruidsschat bevat een bepaling voor de zogenoemde ‘plattelandswoningen’. Dit wordt in het Bkl t.o.v. de Wabo en het Activiteitenbesluit milieubeheer uitgebreid voor de agrarische sector (bijvoorbeeld aquacultuur en mestbehandeling), horecasector en bedrijventerreinen. Het Bkl biedt dus veel ruimere mogelijkheden dan in de bruidsschat staat. In de bepaling van de bruidsschat wordt nog het begrip ‘agrarische activiteit’ gebruikt à la Activiteitenbesluit milieubeheer.

Ja

Ja opnemen in Omgevingsplan Ja, (aanpassen en) opnemen in Omgevingsplan

N.V.T.

geen relatie met instructieregels in paragraaf 5.1.4 of artikel 5.165 Bkl. De instructieregels van het Bkl stellen geen eisen over het wel of niet doen van een een geluidonderzoek. Voor het toetsen aan de instructieregels van het Bkl heeft de gemeente wel gegevens nodig. Bij het opstellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan mag de gemeente zelf bepalen of en in welke gevallen zij een verplichting tot doen van een geluidonderzoek en het overleggen van een rapport oplegt.

Ja

N.V.T.

Geen relatie met instructieregels in paragraaf 5.1.4 of artikel 5.165 Bkl. De instructieregels van het Bkl stellen geen eisen over het wel of niet doen van een een geluidonderzoek.. Voor het toetsen aan de instructieregels van het Bkl heeft de gemeente wel gegevens nodig. Bij het opstellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan mag de gemeente zelf bepalen of en in welke gevallen zij een verplichting tot doen van een geluidonderzoek en het overleggen van een rapport oplegt.

Ja

Nee

Het toepassingsbereik van de instructieregels voor Geluid in het Bkl is ruimer dan het toepassingsbereik zoals in de bruidsschat geformuleerd. Bijvoorbeeld evenementen zijn uitgesloten van het toepassingsbereik, maar in het omgevingsplan moet wel een regeling worden opgenomen over (geluidhinder van) evenementen (zoals bijvoorbeeld in het huidige evenementen beleid of de APV) Het toepassingsbereik moet dan dus aangepast worden zodra de regeling over evenementen in het omgevingsplan is opgenomen. (zie ook artikel 22.39 en 22.52.) --> Artikel 5.63 Bkl

Ja

Hiermee wordt de voormalige "plattelandswoning" bedoeld

Afstemmen met Bkl (het Bkl biedt Geen ruimere mogelijkheden dan het bruidsschatartikel). Voormalig agrarische bedrijfswoningen borgen in omgevingsplan.

-

Geen aanpassing vereist

Geen

Geen actie verplicht volgens Bkl Opnemen in Omgevingsplan kan

Geen aanpassing vereist

Geen

Geen actie verplicht volgens Bkl Opnemen in Omgevingsplan kan

Bruidsschat aanpassen aan lokale regelgeving (gebiedstypen naar wens toevoegen)

Geen

Ja, bruidsschatartikel aanpassen en opnemen in Omgevingsplan

Bij het opstellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan mag de gemeente zelf bepalen of en in welke gevallen zij een verplichting tot het doen van een geluidonderzoek en het overleggen van een rapport oplegt. Het artikel uit het Abm kan daarbij worden overgenomen.

Het geluidbeleid blijft gelden naast de bruidsschat. Voor ruimtelijke procedures en vergunning kan hier in de motivatie naar worden verwezen.

Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo Parapluherziening Geluidzone Industrieterreinen Noord

Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo, Deel A, paragraaf 2.5.

Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo maakt onderscheid in gebiedstypen: 1) Centrum, 2) Wijkcentrum, 3) Wonen, 4) Mengvorm wonen en werken, 5) Agrarisch gebied, 6) Bedrijventerrein, 7) Industrieterrein en 8) Natuur / groene longen. In de bruidsschat wordt enkel een gedeelte geregeld voor de gebiedstypen 'bedrijventerrein' en 'agrarisch'. Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo bevat in bijlage 2 een geluidkaart met gebiedstyperingen en -indeling. Bedrijventerreinen worden in de 'Parapluherziening Geluidzone Industrieterreinen Noord' nader opgedeeld.

Afstemmen met Bkl Het toepassingsbereik van de instructieregels in de paragraaf geluid van het Bkl is ruimer dan het toepassingsbereik zoals in dit artikel geformuleerd.

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen gelegen op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

Artikel 22.63, eerste lid

Artikel 22.63, tweede lid

Geluid

Geluid

Artikel 22.63 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.1. Tabel 22.3.1 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw 07.00–19.00 uur 19.00–23.00 uur 23.00–07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A)

Ja

in dit artikel is niet gedefinieerd dat moet worden gemeten op de gevel

Ja

De standaardwaarde van artikel 5.65 Bkl zijn voor het LAmax anders verdeeld over de bronnen en ruimer dan die in de bruidsschat. De waarde voor LAmax zoals opgenomen in de bruidsschat, past wel binnen de flexibiliteit die artikel 5.66 van het Bkl biedt.

Ja

In het Bkl wordt bedrijventerrein niet meer expliciet gedefinieerd. De bruidsschat bevat waarden voor activiteiten gelegen op Activiteitenbesluit–bedrijventerrein. Gemeenten moeten bij het maken van een omgevingsplan, wanneer zij een bedrijventerrein aanwijzen, concreet een hogere geluidnorm koppelen aan de locatie.

Ja

Geen aanpassing vereist

2. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van het eerste lid, Ja het geluid van een activiteit die wordt verricht op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, op een geluidgevoelig gebouw op dat terrein, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.2. Tabel 22.3.2 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw gelegen op een Activiteitenbesluitbedrijventerrein 07.00–19.00 uur 19.00–23.00 uur 23.00–07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 75 dB(A) 70 dB(A) 60 dB(A)

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen gevoelige gebouwen en aanpandige gebouwen. normen van gevoelige gebouwen blijven hetzelfde

Nee

[...] Het 'gebiedsgericht geluidbeleid [...] Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo, kan als basis dienen voor Deel B paragraaf 4.7 en bijlage 2. gebiedsgerichte standaardwaardes.[...] Sommige bedrijven hebben nu maatwerkvoorschriften of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. Die geluidsvoorschriften dienen in het Omgevingsplan opgenomen te worden.'

Ambitiewaarde: 55 dB(A) Grenswaarde: 65 dB(A)

Parapluherziening Geluidzone Industrieterreinen Noord, par, 2.4 en 3.2.3.

Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo Gebiedsgericht geluidbeleid voldoet maakt onderscheid in gebiedstypen: 1) NIET volledig aan art. 5.65 lid 2 BKL. Centrum, 2) Wijkcentrum, 3) Wonen, 4) - De ambitiewaardes en piekwaardes uit Mengvorm wonen en werken, 5) het beleid voldoen aan het BKL. Agrarisch gebied, 6) Bedrijventerrein, 7) - De bovengrenswaardes uit het beleid Industrieterrein en 8) Natuur / groene voldoet NIET aan het longen. langtijdgemiddelde uit het BKL. De In de bruidsschat wordt enkel een bovengrens voldoet wel aan het gedeelte geregeld voor de gebiedstypen maximaal geluidsniveau van het BKL. 'bedrijventerrein' en 'agrarisch'. Van de standaardwaardes uit het BKL kan afgeweken worden tot de Gebiedsgericht Gebiedsgericht grenswaarden, mits voldaan wordt aan geluidbeleid Almelo bevat in bijlage 2 de gestelde eisen, art. 5.66 BKL. een geluidkaart met gebiedstyperingen en -indeling. Art. 5.65 lid 2 BKL bevat de volgende waardes: Bedrijventerreinen worden in de Langtijdgemiddelde als gevolg van 'Parapluherziening Geluidzone activiteiten Industrieterreinen Noord' nader Dag/avond/nacht: 55/50/45 opgedeeld. Maximaal geluidniveau veroorzaakt door aandrijfgeluid van transport -/75/75 Maximaal geluidniveau veroorzaakt door andere piekgeluiden -/70/70

Beleid: geen geluidgrenswaarden worden gesteld voor eigen bedrijfswoningen, gelegen binnen de grenzen van de inrichting. 'Op een bedrijventerrein waar zich categorie 1 en 2-bedrijven kunnen vestigen, zijn wel nieuwe bedrijfswoningen toegestaan. Een bedrijventerreinen waarop zich categorie 3 en 4-bedrijven kunnen vestigen, zijn geen nieuwe bedrijfswoningen toegestaan. Indien zich op deze laatste terreinen reeds bedrijfswoningen bevinden dan worden deze niet extra beschermd.'

In plaats van de huidige etmaalwaarden wordt straks gerekend met jaargemiddeldes. Voor volcontinubedrijven verandert er niets, maar bij bedrijven die een deel van een etmaal niet in werking zijn ontstaat geluidruimte. Het bevoegd gezag – net als nu in de meeste gevallen de gemeente – wordt verplicht om instructieregels op te stellen voor de bedrijven op het terrein, om zo verdere invulling te geven aan de beschikbare geluidruimte. (p. 6 en 8 Bestuurlijke afwegingsruimte geluid jan2020)

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: Geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw

Artikel 22.63, derde lid

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: Laden en Lossen

Artikel 22.63, vierde lid

Geluid

Geluid

3. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is het geluid door een activiteit, Ja in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.3. Tabel 22.3.3 Waarde voor geluid in een geluidgevoelige ruimte binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw 07.00–19.00 uur 19.00–23.00 uur 23.00–07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LTals gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A)

Aanpandige gebouwen worden nu geregeld in een lid.

4. De in het eerste tot en met derde lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op het laden en lossen in de periodetussen 07.00 en 19.00 uur.

Laden en lossen in ook in het Activiteitenbesluit milieubeheer uitgezonderd.

Nee

Ja

Ja

De standaardwaarde van artikel 5.65 Bkl zijn voor het LAmax anders verdeeld over de bronnen en ruimer dan die in de bruidsschat. De waarde voor LAmax zoals opgenomen in de bruidsschat, past wel binnen de flexibiliteit die artikel 5.66 van het Bkl biedt.

Geen

Ja, (aanpassen en) opnemen in Omgevingsplan

Geen

Ja, bruidsschatartikel aanpassen en opnemen in Omgevingsplan

Geen

Ja, opnemen in Omgevingsplan

Geen

Ja, opnemen in Omgevingsplan

Geen

Ja, opnemen in Omgevingsplan

Geen

Ja, opnemen in Omgevingsplan

Geen

Ja, bruidsschatartikel aanpassen en opnemen in Omgevingsplan

(zie wel kolom H, ruimere mogelijkheden in het Bkl)

(dat op de gevel moet worden gemeten staat wel vermeld in art. 22.57)

Maximaal geluidniveau voor de dagperiode ontbreekt.

Ja

Bruidsschat aanpassen aan lokale regelgeving (met daarbij het Bkl in acht genomen (kolom Q). Toevoegen aan het omgevingsplan: - instructieregels voor 'parttime' bedrijven i.v.m. jaargemiddeldes (kolom K); - bij het aanwijzen van een bedrijventerrein, een hogere geluidnorm koppelen aan de locatie. Overwegen of een maximaal geluidniveau voor piekgeluiden in de dagperiode moet worden toegevoegd. (Voor de geluidsbelastingkaarten geldt overgangsrecht (artikel 3.3 van de aanvullingswet geluid Omgevingswet). Bij de volgende vaststelling kunnen zij aangepast worden aan de Omgevingswet.)

Geen aanpassing vereist (zie wel kolom H, ruimere mogelijkheden in het Bkl)

Het Bkl stelt geen standaardwaarden voor LAmax in de dagperiode, dus ook niet voor laden en Ja lossen. Wel moet de gemeente bij het toelaten van een activiteit op een locatie, op grond van artikel 5.59, eerste lid, Bkl rekening houden met het geluid van laden en lossen op geluidgevoelige gebouwen.

Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo, Deel B, paragraaf 3.2 en 4.8.

Gebiedsgericht geluidbeleid Almelo, Deel B paragraaf 3.2 wordt genoemd het 'stiller maken van voertuigen, bijvoorbeeld door het toepassen van stille banden of 'piekmaatregelen' aan vrachtwagens die winkels bevoorraden (voor deze maatregelen kan de gemeente Almelo alleen stimulerend optreden).'

Indien wenselijk kan de gemeente deze Ja, aan art. 5.59 BKL wordt voldaan. (stimulerende) maatregelen opnemen in het Omgevingsplan.

Bruidsschat aanpassen aan lokale regelgeving Geen verdere aanpassing vereist

Deel B, paragraaf 4.8 bepaalt: 'De gemeente Almelo schenkt bijzondere aandacht aan het geluidontwerp bij laad- en losplaatsen van nieuwe winkels in een woonomgeving. De gemeente Almelo schenkt eveneens bijzondere aandacht aan het geluidontwerp bij nieuwe woningen in een winkelomgeving.'

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: Tankstation

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: Tankstation laden en lossen

Artikel 22.64, eerste lid

Artikel 22.64, tweede lid

Geluid

Geluid

1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste, derde en vierde lid, het geluid door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.4. Tabel 22.3.4 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door het bieden van gelegenheid voor het tanken van motorvoertuigen van derden 07.00 – 21.00 uur 21.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 40 dB(A Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 60 dB(A)

Nee

2. De in het eerste lid opgenomen maximale geluidniveaus LAmax zijn niet van toepassing op laden en lossen in de periode tussen 07.00 en 21.00 uur.

Nee

Ja

Laden en lossen in ook in het Activiteitenbesluit milieubeheer uitgezonderd.

Ja

Artikel 5.65 van het Bkl kent een andere periode–indeling van een etmaal. In de bruidsschat zijn de Ja waarden voor geluid bij tankstations tussen 19.00 en 21.00 uur hoger dan de standaardwaarden van het Bkl. Continueren van die hogere waarden in het nieuwe deel van het omgevingsplan mag alleen als voldaan wordt aan de grenswaarden voor de binnenniveaus voor de avond als bedoeld in artikel 5.66 van het Bkl.

-

-

-

Geen aanpassing vereist Let wel op mogelijk overschrijding van de waardes uit het Bkl (kolom H).

Het Bkl stelt geen standaardwaarden voor LAmax in de dagperiode Wel moet de gemeente op grond Ja van artikel 5.59, eerste lid, Bkl rekening houden met het geluid van activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Voor de avond– en nachtperiode bevat het Bkl standaardwaarden voor LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen en standaardwaarden voor LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden.

Geen aanpassing vereist

De bruidsschat sluit in dit lid voor LAmax het geluid van laden en lossen uit in de periode tussen 7.00 en 21.00 uur. Deze uitzondering voor laden en lossen geldt dus voor de dagperiode en een deel van de avondperiode als bedoeld in het Bkl. Bij het vaststellen van een omgevingsplanregel in het nieuwe deel van het omgevingsplan, moet de gemeente voor de periode tussen 19.00 en 21.00 dus in beginsel toetsen aan deze standaardwaarden van het Bkl. Artikel 5.70 van het Bkl biedt de flexibiliteit om voor LAmax het geluid van laden en lossen uit te sluiten tussen 19.00 – 21.00 uur, als het maximale geluid door een activiteit op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is.

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied

Artikel 22.65, eerste lid

Geluid

Artikel 22.65 Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een Nee glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 1. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, eerste lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, op een geluidgevoelig gebouw, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.5. Tabel 22.3.5 Waarde voor geluid op een geluidgevoelig gebouw door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied 06.00 – 19.00 uur 19.00 – 22.00 uur 22.00 – 06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg van activiteiten 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A)

Nee

Nee

Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer uit van een apart geluidregime voor agrarische activiteiten, maar biedt in artikel 5.65, derde lid, de mogelijkheid om voor agrarische gebieden een gebiedsgericht geluidregime te voeren. Dat regime zou dan gelden voor alle milieubelastende activiteiten in dat gebied, ook als dat geen agrarische activiteiten zijn.

Ja

Gebiedsgericht geluidbeleid, paragraaf 2.5.5. en 4.5

Artikel 5.65 van het Bkl kent een andere periode–indeling van een etmaal dan de bruidsschat. In de bruidsschat zijn de waarden voor geluid bij agrarische activiteiten tussen 6.00 en 7.00 uur hoger dan de standaardwaarden van het Bkl in de nachtperiode. Continueren van die hogere waarden in een omgevingsplanregel in het nieuwe deel van het omgevingsplan mag alleen als voldaan wordt aan de grenswaarden voor de binnenniveaus voor de nachtperiode zoals bedoeld in artikel 5.66 van het Bkl. Artikel 5.65 van het Bkl sluit het geluid veroorzaakt door een mobiele installatie, niet uit voor de beoordeling van de standaardwaarden. Wel biedt artikel 5.70 Bkl de flexibiliteit om voor een deel van een activiteit geen waarden te stellen. De gemeente moet dan motiveren waarom met een uitzondering voor mobiele installaties nog sprake is van een aanvaardbare geluidsituatie.

Beleid: M.b.t. landbouwbedrijven in het buitengebied wordt aangesloten bij de etmaalindeling uit het Besluit landbouw milieubeheer. Voor bedrijven in het buitengebied geldt de basiskwaliteit van 45 dB(A) op referentiepunten op 100m vanaf de inrichtingengrens. Bij woningen van derden binnen de afstand van 100m geldt als norm 45 dB(A).

Beleid Art. 5.65 lid 3 BKL ziet niet enkel op Bruidsschat aanpassen aan lokale Bruidsschat spreekt niet over het 100m agrarische, maar op alle activiteiten in regelgeving gebied. een agrarisch gebied. Beleid en bruidsschat zijn gelijk mbt Afstemmen met Bkl ambitiewaarden/langtijdgemiddelde - Ambitiewaardes beleid voldoen aan (45/40/35). art. 5.65 lid 3 BKL. Bovengrens in beleid (50/45/40) is - Bovengrenswaardes beleid voldoen hoger dan het langtijdgemiddelde uit de NIET aan langtijdgemiddelde van art. bruidsschat, maar valt wel onder de 5.65 lid 3 BKL, maar voldoet wel aan het maximale geluidsniveau. maximaal geluidniveau van art. 5.65 lid 1 BKL. Beleid is strenger dan bruidsschat mbt - Van de standaardwaardes uit het BKL piekgeluiden/max. geluidniveau kan afgeweken worden tot de (55/50/45 tegenover 70/65/60). grenswaarden, mits voldaan wordt aan de gestelde eisen, art. 5.66 BKL. - Piekgeluidwaardes uit het beleid voldoen aan het BKL. - Tijdsperiodes voldoen NIET. Zie ook toelichting in kolom H. Door het opnemen van de standaardwaarden uit artikel 5.65 Bkl in het omgevingsplan voldoet de gemeente in principe aan de eis van aanvaardbaarheid van artikel 5.59, lid 2, Bkl.

Geluid: waarden voor geluidgevoelige Artikel 22.65, tweede lid gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied: inen aanpandig

Geluid: waarden voor geluidgevoelige gebouwen: agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied: uitzonderingen

Artikel 22.65, derde lid

Geluid

Geluid

2. Met het oog op het voorkomen of het beperken van geluidhinder is, in afwijking van artikel 22.63, Nee derde lid, het geluid door een activiteit waarvan agrarische activiteiten de kern vormen, maar dat geen glastuinbouwbedrijf is dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, in geluidgevoelige ruimten binnen een in- of aanpandig geluidgevoelig gebouw, nietoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.6. Tabel 22.3.6 Waarde voor geluid in geluidgevoelige ruimten binnen in- of aanpandigeeluidgevoelige gebouwen, door een agrarische activiteit, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied. 06.00–19.00 uur 19.00–22.00 uur 22.00–06.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveauAr,LTveroorzaakt door de vast opgesteldenstallaties en toestellen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax als gevolg vanctiviteiten 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A)

Nee

3. Bij het bepalen van het maximaal geluidniveau (LAmax), bedoeld in het eerste en tweede lid, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. laden en lossen en het in- en uitrijden van landbouwtractoren of motorvoertuigen met beperkte snelheid, in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur; b. laden en lossen in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur, voor zover dat ten hoogste één keer in die periode plaatsvindt; en c. het wassen van kasdekken in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur.

Nee

Nee

Het Bkl gaat in de instructieregels niet meer uit van een apart geluidregime voor agrarische activiteiten, maar biedt in artikel 5.65, derde lid, de mogelijkheid om voor agrarische gebieden een gebiedsgericht geluidregime te voeren. Dat regime zou dan gelden voor alle milieubelastende activiteiten in dat gebied, ook als dat geen agrarische activiteiten zijn.

Ja

Afstemmen met Bkl

Geen

Ja, bruidsschatartikel aanpassen en opnemen in Omgevingsplan

Ja

Afstemmen met Bkl

Geen

Ja, bruidsschatartikel aanpassen en opnemen in Omgevingsplan

Ja

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=744917ce-1330-47b9-b5c4-a140de23fcae