CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

15.1 Vaststelling bestemmingsplan Stokkelersweg 1 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan Compleet Analoog BP Stokkelersweg 1.pdf

Raad 28 juni 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stokkelersweg 130.016 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.10.6

Waarschuwings- en alarmeringssysteem

5.10.6.1 Sirenedekking algemeen De sirene is een hulpmiddel van de overheid om mensen te kunnen waarschuwen voor acute gevaren. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. Op dat moment is het gevaarlijk om buiten te blijven waar men wordt blootgesteld aan het gevaar. De sirenes kunnen dan worden ingeschakeld. Voldoet het dekkingsgebied van de sirene niet, dan zal rond rondom de diverse risico-objecten middels alternatieven moeten worden gealarmeerd. Hierbij valt onder andere te denken aan: sms berichten; sirenewagens.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

46

NL.IMRO.0141.00123-BP31

5.10.6.2 Beoordeling sirenedekking Het plangebied valt binnen het dekkingsgebied van sirenes.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

47

NL.IMRO.0141.00123-BP31

Hoofdstuk 6 6.1

Waterparagraaf

Vigerend beleid

6.1.1 Rijksbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

6.1.2 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.

6.1.3 Beleid waterschap Vechtstromen Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta, en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober 2015 het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op het: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem. het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

6.1.4 Beleid gemeente Almelo 6.1.4.1 Waterplan Almelo De gidsprincipes voor het waterplan Almelo en de visie zijn gebaseerd op principes uit de Vierde Nota waterhuishouding en de aanbevelingen van de Commissie Waterbeheer 21-ste eeuw, waarbij aanpak van de bron prevaleert boven ‘end-of-pipe’-maatregelen en de afwenteling van lokale problemen op (boven)regionale systemen zoveel mogelijk wordt voorkomen. Het vasthouden van water verdient de voorkeur. Wanneer dit niet meer mogelijk is, wordt zoveel mogelijk water geborgen. Daarbij speelt de waterkwaliteit een belangrijke rol. Water van verschillende kwaliteit wordt zoveel mogelijk gescheiden. Wanneer ook berging niet meer mogelijk is, wordt het water ten slotte afgevoerd. In stedelijke in- of uitbreidingsgebieden dient zoveel mogelijk verhard oppervlak niet aangesloten te worden op de riolering. Een duurzame inrichting van het terrein moet zorgen voor het bewaken van de kwaliteit. Kortom, problemen met waterkwaliteit en –kwantiteit mogen niet worden afgewenteld en de ontwikkelingen mogen geen negatieve beïnvloeding van waterkwaliteit en –kwantiteit met zich meebrengen. Bij nieuwbouw dient grondwaterneutraal gebouwd te worden.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

48

NL.IMRO.0141.00123-BP31

6.1.4.2 Verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2016-2021 Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan 2016 t/m 2021 (vGRP) geeft inzicht in de omvang, het functioneren en de kwaliteitstoestand van de voorzieningen waarmee de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor het afval-, hemel- en grondwater, en de bekostiging hiervan. Daarnaast heeft de gemeente Almelo ook nadrukkelijk oppervlaktewater als onderdeel van het beheer van het stedelijk water gemaakt. Het vGRP beschrijft de beleidskaders en de bekostiging voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval-, hemel- en grondwater en het beheer van het oppervlaktewater in de gemeente Almelo voor de periode 2016 t/m 2021, en geeft de visie op de gemeentelijke watertaken voor de lange termijn. Om een strategie voor de komende planperiode op te kunnen stellen is een visie voor de lange termijn van belang. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat ook de gemeente Almelo moet anticiperen op de financiële omstandigheden en heeft te maken met bezuinigingsdoelstellingen. Eén van de opgaven komt voort uit het Bestuursakkoord Water, dit betreft de opgave te komen tot minder meerkosten en zodoende minder stijging van de rioolheffing. Deze opgave voert de gemeente deels samen uit met Twents waternet en de conclusie is dat Almelo op koers ligt.

Het kwaliteitskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen (stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater). Deze onderdelen corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente, het vierde onderdeel 'oppervlaktewater' ziet de gemeente Almelo als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeente is voor een groot gedeelte vrij op welke wijze en in welk tempo zij invulling wil geven aan haar zorgplichten. Speerpunten voor de planperiode De gekozen ambities voor het totale watersysteem (afval-, hemel- grond- en oppervlaktewater) kunnen in hoofdlijn worden samengevat in de volgende speerpunten: Samen op met burgers en bedrijven. Toekomstgericht en klimaatbestendig. Een doelmatige aanpak. De organisatie en de middelen op orde. Een functionerend watersysteem. 6.1.4.3 Programma Water en Riolering Almelo 2022-2026 Met het programma Wateren Riolering 2022 t/m 2026 sorteert de gemeente voor op de nieuwe Omgevingswet. De gemeentelijke watertaken zijn in dit programma uitgewerkt en verbonden met opgaven uit andere domeinen. De ambities en doelstellingen uit de Almelose Omgevingsvisie en de Almelose Klimaatadaptatiestrategie zijn in dit programma uitgewerkt tot maatregelen. Tot het moment dat de Omgevingswet is ingevoerd fungeert dit programma als Gemeentelijk Rioleringsplan (zie 6.1.4.2).

Afvalwater Vanuit de wettelijke zorgplicht heeft de gemeente de verplichting een voorziening aan te bieden voor het inzamelen en transport van afvalwater. Hiermee wordt voorkomen dat afvalwater in het leefmilieu terechtkomt. Belangrijke aspecten hierbij zijn: In standhouden van de bestaande riolering; Aanleggen van nieuwe riolering bij in- of uitbreiding; Beperken van de vuiluitworp naar oppervlaktewater; Aansluiting en wijze van inzameling. Hemelwater De gemeente is verantwoordelijk voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. De gemeente heeft ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Voor een klimaatrobuuste inrichting houdt de gemeente vast aan de trits vasthouden-bergen-afvoeren. Schoon hemelwater wordt zoveel als mogelijk gescheiden van afvalwatersystemen. Hemelwater wordt zoveel mogelijk bovengronds gescheiden. Bij vervanging en/of uitbreiding zijn de nieuwe systemen

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

49

NL.IMRO.0141.00123-BP31

klimaatrobuust ingericht. Grondwater De gemeente vindt dat structureel hoge grondwaterstanden niet mogen leiden tot schade of gezondheidsrisico’s. De gemeente wil structureel nadelige gevolgen van te hoge grondwaterstanden voorkomen. Er is sprake van structurele grondoverlast als de overlast meerdere aangesloten weken en meerdere aaneengesloten jaren voorkomt en er geen andere (bouwkundige) oorzaken voor de overlast zijn. Aan de hand van gebiedspaspoorten wordende kenmerken en principes per gebied in beeld gebracht zodat gebiedsgericht maatwerk kan worden geleverd. Dit betreft zowel het voorkomen van overlast als het aanpakken van grondwaterverontreinigingen. Oppervlaktewater Voor oppervlaktewater zijn de volgende aspecten van belang: Het benutten van de berging- en afvoercapaciteit Een goede waterbodemkwaliteit Vergroten van de belevings- en gebruikswaarde Relatie oppervlaktewater en grondwater.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.2.2 Watertoetsproces De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'normale procedure' van de watertoets van toepassing is. Dit maakt vooroverleg met het waterschap noodzakelijk. Voorliggende plantoelichting is toegestuurd aan het waterschap Vechtstromen in het kader van vooroverleg. Hierna wordt eerst ingegaan op de waterhuishoudkundige situatie binnen het plangebied. Vervolgens wordt ingegaan op de reactie van het waterschap op dit plan.

6.2.3 Waterhuishoudkundige aspecten in het plangebied 6.2.3.1 Waterbeschermingsgebieden Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied. 6.2.3.2 Grondwater In het verleden is er in het plangebied grondwateroverlast geconstateerd. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden geen activiteiten uitgevoerd die een negatief gevolg hebben voor de grondwatersituatie.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

50

NL.IMRO.0141.00123-BP31

6.2.3.3 Oppervlaktewater Binnen het plangebied bevindt zich geen oppervlaktewater. Er wordt dan ook geen oppervlaktewater gedempt als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast wordt er ook geen nieuw oppervlaktewater gecreëerd. 6.2.3.4 Afvalwater Het afvalwater wordt, net als in de huidige situatie, naar het bestaande drukrioleringssysteem afgevoerd. Hierop mag maximaal 1 m3 per uur aan vuilwater worden geloosd. In Nederland wordt gemiddeld circa 125 liter water (=0,125 m3) per dag verbruikt. Uitgaande van een gezin van vier mensen betekent dit een waterverbruik van circa 500 liter (0,5 m3) per dag. Het grootste deel hiervan wordt als afvalwater afgevoerd. Gelet op het vorenstaande wordt als gevolg van de te realiseren woning ruim minder dan 1 m3 per uur aan vuilwater geloosd. Indien er als gevolg van de hobbymatige agrarische activiteiten meer dan 1 m3 afvalwater geloosd wordt, zal de berging hiervan op eigen terrein plaatsvinden. 6.2.3.5 Hemelwater De hemelwaterafvoer geschiedt conform het geldende waterschapsbeleid. Schoon hemelwater wordt volledig gescheiden van het afvalwater, waarbij het hemelwater op eigen terrein ter plaatse van de onverharde terreindelen wordt geïnfiltreerd. Per saldo is er sprake van een afname van het verharde oppervlak door de sloop van de bedrijfsbebouwing en het saneren van overtollige erfverharding.

Dit heeft een positief effect op de hemelwaterafvoer in het plangebied. Binnen het plangebied worden geen materialen gebruikt die qua uitloogbaarheid een negatief effect hebben op het grond- en oppervlaktewater. 6.2.3.6 Aanleghoogte van de bebouwing Voor de nieuwe gebouwen wordt, conform het advies van het waterschap, een aanleghoogte van minimaal 100 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand aangehouden. Daarnaast wordt een drempelhoogte van 30 centimeter ten opzichte van het straatpeil aangehouden.

6.2.4 Reactie Waterschap Vechtstromen Op 17 juni 2021 heeft Waterschap Vechtstromen als volgt op voorliggend plan gereageerd: “Op 15 juni 2021 heeft waterschap Vechtstromen uw verzoek om een wateradvies, via de website www.dewatertoets.nl, ontvangen. Het plan betreft de sloop van agrarische bedrijfsgebouwen, nieuwbouw en herbouw bestaande woning aan de Stokkelersweg 1 te Almelo. In kader van de watertoets heeft het waterschap de volgende opmerkingen: Wateroverlast Om wateroverlast in gebouwen te voorkomen adviseert het waterschap om de bovenzijde begane-grondvloer tenminste 30 centimeter boven de weg aan te leggen. Drooglegging en waterpeilen Bij het realiseren van bebouwing en het aanleggen van de verharding moet rekening worden gehouden met voldoende drooglegging om bijvoorbeeld opdrijven van verharding en schimmelvorming in kruipruimten te voorkomen. We adviseren voor bebouwing met kruipruimten een drooglegging van 1,00 meter en voor bebouwing zonder k ruipruimte een drooglegging van 0,70 meter. Waterwet Voor alle ingrepen in de waterhuishouding moet tijdig een vergunning worden aangevraagd of een melding worden ingediend in kader van de Waterwet. Onder ingrepen in het watersysteem worden ook het onttrekken- en lozen van grond- en oppervlaktewater verstaan. Op onze website www.vechtstromen.nl treft u meer informatie aan over de Waterwet.”

6.2.5 Conclusie Met inachtneming van de adviezen van Waterschap Vechtstromen vormt het aspect 'water' geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

51

NL.IMRO.0141.00123-BP31

Hoofdstuk 7

Juridisch bestuurlijke aspecten

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

7.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels.

7.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogten, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Nadere eisen: burgemeester en wethouders kunnen nader eisen stellen aan plaats en afmetingen

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

52

NL.IMRO.0141.00123-BP31

van de bebouwing en ten aanzien van aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit; Specifieke gebruiksregels: regels ten aanzien van strijdig gebruik en de voorwaardelijke verplichtingen; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.

7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 7) In deze regels zijn de algemene bouwregels opgenomen. Hierin de bestaande maatvoering en nadere eisen opgenomen. Algemene aanduidingsregels (Artikel 8) In deze regels zijn bepalingen opgenomen als gevolg van de ligging van het plangebied binnen de geluidszone - industrie. Binnen deze zone is bepaald dat de bouw van nieuwe geluidsgevoelige objecten uitsluitend onder voorwaarden is toegestaan. en. Dit is bijvoorbeeld mogelijk indien voor woningen middels akoestisch onderzoek reeds is aangetoond dat de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein ter plaatse van de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde. Darnaast zijn regels opgenomen die waarborgen dat voorafgaand aan de sloop van gebouwen nader ecologisch onderzoek heeft plaatsgevonden.

Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 11) In de algemene wijzigingsregels zijn algemene wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Algemene procedureregels (Artikel 12) In de artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 13) In dit artikel zijn regels ten aanzien van parkeren en laden en lossen opgenomen.

7.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

53

NL.IMRO.0141.00123-BP31

In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. 'Artikel 3 Agrarisch' De westelijke gronden van het plangebied zijn voorzien van een agrarische gebiedsbestemming. Gronden met de bestemming Agrarisch zijn hoofdzakelijk bestemd voor grondgebonden agrarisch gebruik, hobbymatig agrarisch gebruik en wegen en paden. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Artikel 4 Wonen - Stadsrand' De gronden ter plaatse van en rondom de bestaande woning, de compensatiewoning en de te behouden opstallen hebben een woonbestemming gekregen. Gronden met de bestemming 'Wonen - Stadsrand zijn hoofdzakelijk bestemd voor het wonen, met dien verstande dat maximaal twee woningen zijn toegestaan. Daarnaast zijn aan huis verbonden beroepen, bed en breakfast en hobbymatig agrarisch gebruik toegestaan. De woningen mogen een maximale inhoud van 750 m3 hebben. De goot- en bouwhoogte voor woningen bedragen respectievelijk maximaal 5 en 9 meter. Tevens zijn bijbehorende bouwwerken toegestaan. De totaal toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij een woning bedraagt in beginsel 100 m². Voor de bestaande woning is dit oppervlak vergroot naar maximaal 388 m². Hiermee is tevens het te behouden en vergroten bijgebouw bij deze woning planologisch ingepast. Deze werktuigenberging mag eenmalig worden vergroot met maximaal 72 m².

In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming zijn zogenaamde voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Het gaat om voorwaardelijke verplichtingen voor de sloop van bebouwing, de landschappelijke inpassing en de (sanerings)maatregelen die op basis van het uitgevoerde bodemonderzoek noodzakelijk zijn gebleken.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

54

NL.IMRO.0141.00123-BP31

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

55

NL.IMRO.0141.00123-BP31

Hoofdstuk 9 9.1

Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze

Vooroverleg

9.1.1 Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2 Provincie Overijssel Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 Bro heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Overijssel heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een zogenoemde Vooroverleglijst Ruimtelijke Plannen opgesteld. In dit geval valt het plan onder: Plannen voor uitbreiding van agrarische bouwblokken, Rood voor Rood en Vrijkomende Agrarische Bedrijfslocaties (VAB's) mits passend in een gemeentelijk kwaliteitskader dat in lijn is met het Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en de Omgevingsvisie Overijssel. Voor plannen en besluiten die (tevens) andere provinciale belangen raken (zoals NNN en verblijfsrecreatie) blijft vooroverleg noodzakelijk. In dit geval betreft het een Rood voor Rood project, dat is in lijn is met het Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Tevens is er geen sprake van andere provinciale belangen. Daarom is vooroverleg met de provincie Overijssel niet noodzakelijk.

9.1.3 Waterschap Vechtstromen De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in de 'normale procedure'. In dit kader heeft reeds vooroverleg plaatsgevonden met het waterschap. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 6.2.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt er, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Initiatiefnemer heeft de direct omwonenden geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. De direct omwonenden hebben aangegeven akkoord met de planvorming te zijn.

9.3

Omgevingsdialoog

De initiatiefnemer van dit bestemmingsplan heeft het plan voorbesproken met de directe omwonenden. Het betreft de bewoners van de percelen aan de Stokkelersweg 3 en 5, Wendelgoorseweg 3, Jachthavenlaan 4 en 6, Zuidbroekweg 9 en 11, Zuidbroeksweg 12, 14, 16 en 18, Buitenhaven Westzijde ter hoogte van Leemslagenplas. Geen adres/postcode en de Leemslagenweg 52 en 54. De omwonenden hebben positief gereageerd op het plan.

9.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft in de periode van 17 maart 2022 tot en met 27 april 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze inzageperiode is er één zienswijze tegen het plan ingediend. Deze zienswijze heeft geleidt tot enkele aanpassingen in de planregels. Hiermee is dit bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De zienswijzennota is aangehecht aan dit bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

56

NL.IMRO.0141.00123-BP31

Bijlagen bij de toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

57

NL.IMRO.0141.00123-BP31

Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

58

R U I M T E L I J K K W A L I T E I T S P L A N C O M P E N S AT I E WO N I N G •

Stokkelersweg 1 - Almelo •

Tubbergen, 5 juli 2021 - Versie 1 Definitief

Project: Compensatiewoning

2

Afbeelding: Ontwikkeling Stokkelersweg 1, Almelo (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

Ruimtelijk kwaliteitsplan Project:

Compensatiewoning

Locatie: Stokkelersweg 1 - Almelo

Titel rapport

RKP compensatiewoning - Stokkelersweg 1 - Almelo

Opgesteld:

5 juli 2021, Tubbergen

Gewijzigd:

-

Status:

Versie 1 - Definitief

Auteur:

N+L Landschapsontwerpers Ing. NH Oldenzaalseweg 38 7651 KC Tubbergen 06-83337880 info@nl-landschap.nl www.nl-landschap.nl

3

4

1. Aanleiding

05

2. Huidige situatie Stokkelersweg

06

3. Beleid

08

4. Nieuwe situatie Stokkelersweg

14

Aanleiding Het erf aan de Stokkelersweg 1 maakt van oorsprong onderdeel uit van het voormalige kampenlandschap met de overgang naar de ontginning. Aanvankelijk was er sprake van een vrij liggend erf waarbij de (huidige) boerderij nog altijd een herkenning vormt. Het erf was slechts door een veldweg ontsloten en lag aan een meanderende Nieuwe Graven. Achter de boerderij was een schuur gelegen en is later ook de rest van het erf ontstaan. Het landschap werd aan het begin van de voorgaande eeuw bepaald door vele bomenrijen en door de toen al gekanaliseerde Nieuwe Graven. Hoewel het landschap door de jaren al behoorlijk veranderde door onder meer ruilverkaveling, is het landschap in de jaren ‘30 ingrijpend veranderd door de aanleg van een zijtak van het Twente Kanaal. De wegenstructuur was toen al aanzienlijk verbeterd. Het erf lag vanaf dat moment niet langer vrij, maar was onderaan de nieuwe dam gelegen. Daardoor is de ligging van de boerderij zonder verdere uitleg wat merkwaardig te noemen.

varkensstal en een mestsilo. De agrarische activiteiten zijn al enige jaren gestaakt. Door het ontbreken raken de gebouwen in verval. De eigenaren hebben daarom het voornemen opgepakt om de schuren te slopen en daarvoor een tweede woning te realiseren (compensatiewoning). Landschappelijke inpassing De gemeente Almelo eist voor deze ontwikkeling een landschappelijke inpassing. In dit document wordt daarom de landschappelijke inpassing uiteengezet. Er wordt een beschrijving van het plangebied gegeven, het omliggende landschap en het vigerende beleid. Dat resulteert in een beschrijving van de nieuwe situatie die aan het gestelde beleid voldoet.

In de jaren die daarna zijn gekomen zijn er nog meer landschapselementen verdwenen waardoor de herkenning van het landschap verder is afgenomen. Het landschap is veel grootschaliger geworden en heeft wat meer de indruk van een ontginningsgebied verkregen. Zover er sprake is geweest van hoogteverschillen zijn deze door de jaren uitgevlakt. Het erf bestaat in de huidige situatie uit een boerderij met daarom heen diverse gebouwen waaronder een loopstal, kapschuur, werktuigenberging,

5

Huidige situatie Stokkelersweg Het plangebied is te midden van een beekdalgebied gelegen afgewisseld met dekzandvlakten. De hogere plekken in de beekdalgebieden werden ingevuld om te wonen en boeren. In het gebied is er nauwelijks sprake van hoogteverschillen met uitzondering van kunstmatige hoogteverschillen die door de aanleg van het kanaal zijn aangebracht. Eventuele natuurlijke hoogteverschillen zijn ontstaan in de laatste ijstijd waar zandruggen en beekdalen na verloop van tijd veelal zijn geërodeerd. Aanvankelijk door de wind, maar later vooral door de grootschalige ontginning van de heide, ruilverkavelingen en de modernisering van de landbouw. Kampenlandschap Het plangebied ligt in het kampenlandschap. Het erf ligt in een van oorsprong redelijk gevarieerd landschap. Van het voormalige kleinschalige landschap rondom de kampen is maar erg weinig over. Veel landschappelijke elementen zijn verdwenen, in veel gevallen door de schaalvergroting (ruilverkaveling) in de landbouw, maar ook door de aanleg van het kanaal. Dat is goed weer te zien op cultuurhistorische kaarten. Het erf is al wel oud en maakt al ver voor 1900 onderdeel uit van het landschap. Steilranden, die het gebied typeerden zijn afgevlakt en/of verdwenen. Het landschap Het landschap direct rondom de planlocatie is altijd relatief kleinschalig geweest door verschillende bomenrijen.

Ten zuiden, aan de andere kant van de Nieuwe Graven lag het open veld. De kleinschaligheid is door de jaren verder afgenomen waardoor ook het kampenlandschap veel grootschaliger is geworden. Waar voorheen sprake was van kleine kampen al dan niet met bomenrijen is nu sprake van een open landschap. Alleen robuuste elementen 6

en/of landschapselementen met een functie (zoals erfbeplantingen) bepalen het huidige landschap. Nieuwe elementen Het plangebied is gelegen in een landschap dat dusdanig open is geworden dat herstel van het landschap op grotere schaal een onmogelijke opgave is geworden. Nieuwe elementen dragen daarom niet onmiddellijk bij aan de herkenning of het herstel van het landschap. Het is belangrijk om elementen op en rondom het erf te behouden en/of te herstellen. De voorgenomen ontwikkeling zou plaats kunnen vinden mits het erf zorgvuldig ingepast blijft. Huidige erfindeling Het erf heeft een cultuurhistorische en gebruikelijke opzet. Vooral de kern van het erf (boerderij en direct nabij gelegen schuren) is erg oud en vertoond karakteristieke kenmerken. De boerderij is landschapsgericht gelegen wat zonder uitleg wat merkwaardig is. Voor de aanleg van het kanaal was de situatie echter volledig anders en is de ligging logisch. Later is het erf door uitbreiding wat grootschaliger geworden en zijn grotere schuren gebouwd die niet direct een verbinding hebben met de oorspronkelijke situatie.

Planlocatie omstreeks 1910. (Bron: topotijdreis.nl)

Locatie plangebied ten oosten van Albergen. (Bron: geo.overijssel.nl)

Plangebied. (Bron: geo.overijssel.nl)

7

Beleid 3.1 Omgevingsvisie Overijssel Het provinciaal beleid van Overijssel is verwoord en vastgelegd in meerdere plannen. De belangrijkste is de Omgevingsvisie 2017 welke is vastgesteld op 12 april 2017. In de visie bakent de provincie af wat zij voor de fysieke leefomgeving in Overijssel van provinciaal belang vinden. De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In de visie worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur bekeken in samenhang met een duurzame ontwikkeling van onze leefomgeving. Het beleid staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel om het toekomstbestendig te houden.

reserveringen voor integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, ruimtegebruik, waterveiligheid, externe veiligheid, LOG gebieden en begrenzingen als Nationale Landschappen, NNN-gebieden (natuurnetwerk Nederland) en de EHS zijn voorbeelden van generieke beleidskeuzes. Daarnaast zijn er gebied specifieke beleidskeuzes. De beleidskeuzes hebben geen invloed op de voorgenomen ontwikkeling.

Rode draden en beleidsambities De opgaven en kansen zijn vertaald in centrale beleidsambities en negen beleidsthema’s. Deze worden benaderd vanuit de rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit waarvoor thema overstijgende kwaliteitsambities zijn geformuleerd. Vanuit het uitvoeringsmodel (of, waar en hoe) worden generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken beschreven.

Ontwikkelingsperspectieven: In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebieden is aangemerkt als “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste land gebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, “voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen”, voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie indien de kenmerken waar mogelijk behouden blijven.

Generieke beleidskeuzes: Deze keuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of Provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. Vooral

Daarnaast is het plangebied aangemerkt als Stads- en dorpsrandgebieden. Deze gebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene omgeving. Ze zijn de entree van de stad, maar ook de verbinding naar het

8

Ontwikkelingsperspectief het plangebied is aangemerkt als lichtgroen wat betekent “Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap”. Daarnaast is het plangebied aangemerkt als “Stads- en dorpsrandgebieden”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

9

buitengebied. Het vormgeven daarvan is een belangrijk kwaliteitsdoel. Nieuwe woon- en werkmilieus kunnen worden ingezet om de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de stads- en dorpsrandgebieden te verhogen en de landschappelijke structuur in deze gebieden te versterken. De voorgenomen ontwikkeling past uitstekend bij de gestelde ambitie. Er worden landschap ontsierende schuren gesloopt om vervolgens een verzorgd nieuw erf te ontwikkelen dat voldoende wordt ingepast. Gebiedskenmerken Tenslotte wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de gebiedskenmerken. Er zijn vier lagen te onderscheiden (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving). Er gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Er staat omschreven in een catalogus gebiedskenmerken welke kenmerken diverse gebieden en hoe een ontwikkeling invulling dient te krijgen. De gebiedskenmerken zijn richtinggevend op aspecten als landschap, infrastructuur, milieu, bodem en cultuurhistorie. De stedelijke laag is niet opgenomen; deze is niet relevant wat betreft de voorgenomen ontwikkelingen. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water.

De locatie is gelegen in de beekdalgebieden afgewisseld met dekzandvlakten. De locatie heeft reliëf gekend, waarbij nu sprake is van een kunstmatig reliëf (kanaal). In de jaren zijn hoogteverschillen gedeeltelijk

10

geërodeerd door de wind, weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik (essen en eenmansesjes) en weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. Laag van cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. De eerste nederzettingen in Nederland werden gesticht op de rand van de hogere stuwwallen en dekzandruggen naar de overgang met de lagere gronden zoals bij de planlocatie het geval is. De akkers op de hogere gronden werden intensief gebruikt met de verbouw van graansoorten en bemest met heideplaggen vaak uit het voormalige potstal systeem. De lagere gronden werden ingezet als grasland of hooiland. Van oorsprong was er sprake van een relatief kleinschalig landschap met vele bomenrijen op de perceel randen. Daarvan is nauwelijks is van over. Voorkomende beplantingen zijn nu veelal robuust en/of functioneel zoals erfen wegbeplantingen. Laag van de beleving Het plangebied is aangemerkt als Stads- en dorpsrandgebieden. Deze gebieden vormen de overgang tussen de Stedelijke en de Groene omgeving. De voorgenomen ontwikkeling past goed bij de gestelde ambitie. Er worden landschap ontsierende schuren gesloopt om vervolgens een verzorgd nieuw erf te ontwikkelen dat voldoende wordt ingepast.

Links: natuurlijke laag, plangebied is omschreven als “beekdalgebieden” afgewisseld met “dekzandvlakten en -ruggen”. Midden: laag van cultuurlandschap, plangebied is omschreven als: “kampenlandschap”. Rechts: laag van de beleving, plangebied is omschreven als “Stads- en dorpsrandgebieden”. (Bron: overijssel.tercera-ro.nl)

11

3.2 Bestemmingsplan Westelijke Groene Long In het vigerende bestemmingsplan Westelijke Groene Long (vastgesteld 2006-2013) van de gemeente Almelo is onder 3.7.7. een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het bouwen van een extra woning bij sloop van bedrijfsbebouwing. Vanzelfsprekend moet dan voldaan worden aan enkele voorwaarden. - Er wordt tenminste 850 m2 aan voormalige bedrijfsbebouwing gesloopt met een bouwvergunning van voor 1 januari 2004. - De compensatiewoning heeft een inhoud van maximaal 750 m3 en een bijgebouw van maximaal 100 m2. - De bebouwing staat op een kavel van maximaal 1000 m2. - Alle bebouwing dient gesloopt te worden met uitzondering van gebouwen (tot maximaal 300 m2) die hergebruikt worden in het kader van de vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen. - Er sprake is van een landschappelijke inpassing. - Er wordt geïnvesteerd in de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. - De uitvoerbaarheid is gewaarborgd en andere gebruikers niet worden geschaad. Op het erf worden nagenoeg alle gebouwen gesloopt in ruil voor twee woningen. De bestaande woning (7 op tekening rechterpagina) met de daaraan vast gebouwde schuur (6) wordt geheel gesloopt. De woning is bouwtechnisch te slecht om behouden te blijven. Er wordt daarom een nieuwe woning gebouwd waarbij de woning de karakteristiek van de oude boerderij verkrijgt om daarmee ook het hoofdgebouw op het erf te kunnen

12

zijn. Het is wenselijk om daarom ook een grotere inhoud toe te staan dan gebruikelijk om daadwerkelijk de rol als hoofdgebouw te vervullen. De loopstal (4), de varkensstal (5), de jongveestal (2), de oude schuur (3) en de mestsilo (1) worden allen gesloopt. De werktuigenberging (8) blijft wel behouden voor de opslag van machines en wordt uitgebreid voor de huisvesting van vee op hobbymatige basis. De oppervlakte bedraagt nu 216 m2 waarmee behoud is toegestaan. In de nieuwe situatie wordt de oppervlakte van de werktuigenberging vergroot met 72 m2 tot 288 m2. Totaal wordt er 1351 m2 gesloopt (het bestaande woongedeelte van de boerderij is niet meegerekend) wat ruim voldoende is om te kunnen voldoen aan de gestelde voorwaarden. Voor de verdere invulling van de nieuwe erfsituatie is de bestaande situatie omtrent de hoogspanningsleiding belangrijk, zie rechterpagina. Binnen deze zone is het uitgesloten om een nieuwe woning te bouwen. De woningen moeten buiten de zone geprojecteerd worden. Vanzelfsprekend lag het erf er eerder dan de hoogspanningsleiding, maar zal er nu vanzelfsprekend wel rekening mee gehouden moeten worden.

Situatie gebouwen Stokkelersweg 1. (Bron: initiatiefnemer)

Hoogspanningsleiding. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

13

Nieuwe situatie Stokkelersweg Het landschap rondom het erf aan de Stokkelersweg is ingrijpend veranderd. Van oorsprong was het erf gelegen aan de Nieuwe Graven. Om water beter begaanbaar te maken voor schepen werd de Nieuwe Graven gekanaliseerd en lag het erf op dat moment nog aan een rivierarm die al geen binding meer had met de Nieuwe Graven. Toch waren dat slechts speldenprikken. Het landschap is ingrijpend veranderd door de aanleg van een zijtak van het Twente kanaal. In combinatie met het verwijderen van talloze landschapselementen ontstond een nieuw landschap dat meer open is geworden en voornamelijk robuuste, functionele beplanting kent bijvoorbeeld bij erven of langs wegen. Zonder uitleg van de cultuurhistorische situatie ligt de huidige boerderij (A op tekening) daarom wat merkwaardig in het landschap. Het ligt landschapsgericht en is bijvoorbeeld niet georiënteerd op de kruisende wegen waar dat normaal gesproken gebruikelijk is. De twee direct achtergelegen stallen (oranje contouren) zijn in dezelfde richting gebouwd. Pas veel later nam de boerderij in omvang toe en is het erf uitgebreid in zuidelijke richting. De oriëntatie van de bebouwing is licht afwijkend ten opzichte van de oudere bebouwing. In de nieuwe situatie wordt alle bebouwing gesloopt. Een groot gedeelte vanwege het ontbreken van een nieuwe functie.

De schuren zijn landschap ontsierend en niet geschikt voor alternatieve functies anders dan het houden van dieren. De boerderij wordt gesloopt omwille de bouwtechnische staat. Enkel de werktuigenberging blijft behouden voor de opslag van materieel. De werktuigenberging wordt vergroot met 72 m2 om hobbymatig enkele stuks vee te kunnen houden. Ieder erf bestaat uit een hoofdgebouw (de boerderij) en één of meerdere 14

ondergeschikte (bij)gebouwen. Daarbij is een duidelijke relatie tussen het hoofdgebouw en de bijgebouwen. De afstand tussen gebouwen was altijd relatief gering. In deze specifieke situatie is er sprake van een aantal flinke beperkingen. Na de komst van de hoogspanningsleiding zijn bestaande gebouwen onder de leiding toegestaan, maar nieuwe gebouwen niet. Daarom moeten de woningen per definitie buiten deze bestemming gerealiseerd worden. Met het behoud van de werktuigenberging moet er nog wel sprake zijn van één erfensemble. Het verplaatsen/slopen van de werktuigenberging is geen optie. In dat geval moet het gehele erf meer in de oksel van de Buitenhave Westzijde en de Stokkelersweg. Echter, door de milieuafstanden (geluid -> wegverkeerslawaai en geur -> waterzuivering aan de andere kant van het kanaal is dit onmogelijk. De speelruimte is daarom beperkt. Om de kenmerken van het erf in het kampenlandschap te behouden is in de nieuwe situatie opnieuw gekozen voor een landschapsgerichte opzet. Een oriëntatie op de Buitenhaven Westzijde is gebiedsvreemd en een volledige (haakse) oriëntatie op de Stokkelersweg komt meer voor in ontginningsgebieden. Wel is het hoofdgebouw (woning D) iets bijgedraaid ten opzichte van de huidige boerderij om meer aan te sluiten bij de te behouden werktuigenberging.

Aan de noordzijde van de woning wordt het bijgebouw (E) of de bijgebouwen geplaatst voor beide woningen en daarop volgend aan de noordzijde de tweede woning (C). Het bijgebouw en de woning zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw door typologie, hoogte en materialisatie. Door de positionering

A:

Best aande, te slopen boerderij.

B:

Te slopen opst allen (oranje contouren). Betreft diverse st allen en een mestsilo.

K

C:

Nieuw te bouwen (compensatie)woning .

D:

Nieuw te bouwen woning .

E:

Nieuw te bouwen bijgebouw (voor beide woningen).

F:

Te behouden bijgebouw.

G:

Best aande houtopst anden. Houtsingel, enkele fruitbomen en bomen zoals walnoot, beuk, t amme

G

kast anje, zwarte els en zomereik. H:

P

Nieuw aan te planten beeldbepalende solit aire bomen. Soort zomerlinde of walnoot in de maat 14-16 (st amomtrek in centimeters) en elk voor zien van twee

G

boompalen. Totaal 2 bomen.

K

B L

(indicatief). I:

B

Nieuw aan te planten hoogst am fruitboomgaard. Tot aal 8 bomen in de maat 8-10 (st amomtrek in centimeters). Plant wijze informeel en afhankelijk van de soort 5 tot 8

J

G

Q

M H

C

Tuin/gras/gazon.

K:

Gronden met agrarisch gebruik.

L:

Contour hoogspanningsleiding.

M:

Aan te planten gemengde hagen met hondsroos, veldesdoorn, meidoorn, liguster, haagbeuk, beukhaag , Gelderse roos en ribes in een gelijke verhouding . Indien nodig kan er aanvullend of ver vangend geplant

G

H

D

R

worden met inheems soorten. Aanplantmaat 80-10 0 (hoogte in centimeter), plantafst and maximaal 40 cm.

J

Een dubbele haag is ter over weging . Tot ale lengte

I

enkele haag bedraagt 135 meter = 330 stuks.

P

M G

J:

A

G

N

meter uit elkaar.

G

E

F

Fragment uit 1925 (topotijdreis.nl)

N:

Aanvulling best aande houtsingel ter plaatse van de te saneren mestsilo. Aanplant met lijsterbes, Gelderse roos, hondsroos, meidoorn, vuilboom en inlandse

O

vogelkers. Tot ale opper vlakte 250 m2. Aanplant met 8010 0 (hoogte in cm) met een plantafst and van 1 x 1 meter in een driehoeksverband.

B

O:

Best aande knotwilgen (niet in eigendom).

P:

Best aande zomereiken (niet in eigendom).

Q:

Kleine weide voor wat kleinvee.

R:

Erfverharding .

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Rood voor rood

Getekend:

NH

St atus:

DO

Adres:

Stokkelersweg 1

Datum:

02-07-2021

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Almelo

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:10 0 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

15

van de gebouwen ontstaat, samen met de bestaande werktuigenberging een compact erfensemble ondanks de diverse beperkingen. De aanwezige beplantingstructuren blijven behouden (G) en worden versterkt ter plaatse van de te saneren mestsilo (N). Het sortiment bestaat uit inheems bosplantsoen met onder andere lijsterbes, meidoorn en Gelderse roos. Boomvormers ontbreken in verband met de hoogspanningsleiding. Daarmee blijft de uiteindelijke hoogte van de groenstructuur beperkt. Aan de voorzijde van het erf wisselen fruitbomen (I) en inheemse gemengde hagen (M) elkaar af om een fraaie entree te vormen vanaf de Stokkelersweg. Hagen zorgen voor een wat formele structuur terwijl de fruitbomen op informele wijze aangeplant worden en dit doorbreken. Een de noord- en oostzijde wordt het erfgedeelte c.q. tuingedeelte nog wat benadrukt door fragmenten gemengde haag en solitaire bomen (G/H) al dan niet bestaand. Maatregelen ruimtelijke kwaliteit: - Slopen van voormalige agrarische bebouwing (A/B); - Nieuwe aanplant van solitaire bomen (H); - Nieuwe aanplant van hoogstam fruitbomen (I); - NIeuw aan te planten gemengde hagen (M); - Aanvullende aanplant ter plaatse van de te saneren silo (N). Voor aantallen, kwaliteit en sortiment wordt verwezen naar de situatietekening.

16

Met de genoemde inpassing wordt voldaan aan het gestelde beleid.

K

D:

Nieuw te bouwen w

E:

Nieuw te bouwen b

F:

Te behouden bijgeb

G:

Bestaande houtopst

fruitbomen en bome

G

kastanje, zwarte els H:

P

Nieuw aan te plante

Soort zomerlinde of (stamomtrek in cen

G

boompalen. Totaal 2

K

B L

(indicatief). I:

B

Nieuw aan te plante

8 bomen in de maat

Plantwijze informee

J

G

Q

M H

C

Tuin/gras/gazon.

K:

Gronden met agrari

L:

Contour hoogspann

M:

Aan te planten gem

veldesdoorn, meido

Gelderse roos en rib Indien nodig kan er

G

H

D

R

worden met inheem

(hoogte in centimet

J

Een dubbele haag is

I

enkele haag bedraag

P

M G

J:

A

G

N

meter uit elkaar.

G

E

F

Fragment uit 1925 (topotijdreis.nl)

N:

Aanvulling bestaand

te saneren mestsilo roos, hondsroos, m

O

vogelkers. Totale op 10 0 (hoogte in cm)

meter in een drieho

B

O:

Bestaande knotwilg

P:

Bestaande zomereik

Q:

Kleine weide voor w

R:

Erfverharding.

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

andschap.nl

Project:

Rood voor rood

Getekend:

NH

Adres:

Stokkelersweg 1

Datum:

02-07-2021

Woonplaats:

Almelo

Gecontroleerd:

-

Schaal:

1:10 0 0

17

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

NL.IMRO.0141.00123-BP31

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

vastgesteld bestemmingsplan Stokkelersw eg 1

77

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Stokkelersweg 1, Almelo

Mei 2021

Status: Definitief

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stokkelersweg 1, Almelo Definitief

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI STOKKELERSWEG 1, ALMELO

Auteur: Status: Datum: Projectnummer

Dhr. J. Langejans Definitief Mei 2021 2021-031

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stokkelersweg 1, Almelo Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID........................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 8 3.1 3.2

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 8

HOOFDSTUK 4 RESULTATEN .............................................................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4

BEREKENINGEN ......................................................................................................................................... 10 GELUIDSBELASTING .................................................................................................................................... 10 HOGERE WAARDE ...................................................................................................................................... 11 MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING ................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 14 BIJLAGEN BIJ HET AKOESTISCH ONDERZOEK .............................................................. 15 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

ITEMEIGENSCHAPPEN.......................................................................................................................... 16 REKENMODEL.................................................................................................................................... 17 RESULTATENTABELLEN ........................................................................................................................ 18

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stokkelersweg 1, Almelo Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Dit akoestisch onderzoek heeft betrekking op de locatie aan de Stokkelersweg 1 in het buitengebied van Almelo. Ter plaatse is sprake van een voormalig agrarisch bedrijf inclusief bedrijfswoning. Initiatiefnemer is voornemens nagenoeg alle gebouwen, inclusief de voormalige bedrijfswoning, te slopen en in te zetten in het kader van de gemeentelijke Rood-voor-Rood regeling. Hiermee ontstaat een nieuw woonperceel met twee woningen. In afbeelding 1.1 is de locatie van het projectgebied (rode lijn) ten opzichte van de directe omgeving indicatief weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woningen te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In de directe omgeving van het projectgebied bevinden zich meerdere wegen. Voorliggend onderzoek heeft uitsluitend betrekking op het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stokkelersweg 1, Almelo Definitief

HOOFDSTUK 2 2.1

WETTELIJK KADER

Algemeen

Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking, akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.

2.2

Zone langs wegen

Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)

De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg moet akoestisch onderzoek plaatsvinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •

Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.

De berekende geluidsbelasting moet aan de voorkeurswaarde en, indien nodig, aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •

Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.

Het feit dat voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet noodzakelijk is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, moet een akoestisch onderzoek uitgevoerd worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.

2.3

Grenswaarden

In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen als vervangende nieuwbouw die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Stokkelersweg 1, Almelo Definitief Een woning is als volgt gedefinieerd in de Wgh: ‘gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet’. De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke waarde voor nog niet geprojecteerde woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven (artikel 83 Wgh). Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied

Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB 53 dB (58 dB in geval van vervangende nieuwbouw)

Tabel 2 Hoogst mogelijke grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)

Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij dient afgewogen te worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan, zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.

2.4

Berekenen geluidsbelasting

De geluidsbelasting moet per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=b6ed5289-6a31-4d63-98e8-6b66da73e949