CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

14.4.1 Programmabegroting 2025 - Bijlage 1 - Programmabegroting 2025

Raad 7 november 2024, gemeente AlmeloBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2025-202835.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Programmabegroting Gemeente Almelo 2025

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 2. Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 4 3. Financiële keuzes ................................................................................................................................................. 5 3.1 Samenvatting................................................................................................................................................. 5 3.2 Financieel Meerjarenperspectief .................................................................................................................. 5 3.3 Robuuste financiële positie ........................................................................................................................... 6 3.4 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief .................................................................................................

15 3.5 Overzicht lasten en baten per hoofdtaakveld ............................................................................................. 19 4. Beleidsbegroting ................................................................................................................................................ 21 4.1 Programmaplan ........................................................................................................................................... 21 4.2 Basisbegroting ............................................................................................................................................. 60 5. Paragrafen ........................................................................................................................................................ 120 5.1 Lokale heffingen ........................................................................................................................................ 120 5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................................... 126 5.3 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................................

133 5.4 Financiering ............................................................................................................................................... 143 5.5 Bedrijfsvoering .......................................................................................................................................... 147 5.6 Verbonden partijen ................................................................................................................................... 157 5.7 Grondbeleid ............................................................................................................................................... 159 5.8 Dienstverlening ......................................................................................................................................... 163 5.9 Wet open overheid .................................................................................................................................... 165 5.10 Majeure projecten ................................................................................................................................... 184 6. Financiële begroting ........................................................................................................................................

186 6.1 Incidentele baten en lasten ....................................................................................................................... 186 6.2 Uiteenzetting financiële positie................................................................................................................. 188 7. Bijlagen ............................................................................................................................................................ 201 7.1 Verbonden partijen ................................................................................................................................... 201 7.2 Delegatieregister ....................................................................................................................................... 214 7.3 Stand van zaken moties ............................................................................................................................. 217 7.4 Overzicht van baten en lasten ................................................................................................................... 220 7.5 Openbaarheidsparagraaf, informatiewetten ............................................................................................ 227

2

1. Inleiding De programmabegroting 2025 die voor u ligt, is de derde begroting in deze raadsperiode. In de programmabegroting maken we concreet wat we in 2025 willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en wat dat mag kosten. De programmabegroting 2025 is gebaseerd op de perspectiefnota 2025-2028. Dit bouwt voort op de lijn die bij de Perspectiefnota 2024-2027 is uitgezet. De focus ligt hierin enerzijds op het samen doorbouwen aan een aantrekkelijke, toekomstbestendige stad waar onze inwoners prettig wonen en verblijven, waar onze ondernemers voldoende mogelijkheden krijgen en waar bezoekers graag naar toe komen. We investeren in een stad met goede woonmilieus, voorzieningen en ontwikkelkansen voor iedereen. Dit doen we onder andere met de programma's en het plan Leefbare Wijken en Dorpen. De focus ligt anderzijds op de uitwerking van besparingsmaatregelen binnen een achttal zoekrichtingen die uw raad bij de perspectiefnota 2024-2027 heeft vastgesteld. Het financieel meerjarenperspectief Bij de totstandkoming van de Programmabegroting 2024 bleek een maatregelenpakket van 12,5 miljoen euro, onvoldoende. In de aanbiedingsbrief bij de Programmabegroting 2024 is daarom een eerste uitwerking van de zoekrichtingen gepresenteerd, waarin is gekeken naar een besparingspotentieel met een omvang van 30 miljoen euro.

In de raadsbrief (RAAD-7885) is aangegeven dat we ons met maatregelen vooral richten op het verhogen van inkomsten en op besparingen in het sociaal domein. Naar aanleiding hiervan zijn de inkomstenverhogende maatregelen verder uitgewerkt en zijn verschillende onderzoeken gedaan. Zo is er een brede evaluatie in het kader van de zoekrichting sociaal domein uitgevoerd (INT-91840) en is een benchmark uitgevoerd voor de overige zoekrichtingen (onderhoud en beheer openbare ruimte, versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport, versoberen (publieke) dienstverlening, bijdrage aan verbonden partijen en onderwijshuisvesting) vergeleken met referentiegemeenten. Daarnaast zijn de gemeentelijke lasten gespiegeld aan het gemeentefonds. Bij actualisatie van het meerjarenperspectief in de Perspectiefnota 2025-2028 bleek het tekort al vanaf 2025 te ontstaan en het tekort in 2026 verder op te lopen. Om de jaarschijf 2025 financieel sluitend te krijgen zijn er in de perspectiefnota 2025-2028 verschillende maatregelen gepresenteerd. De jaarschijven 2026 tot en met 2028 zijn nog niet financieel sluitend, conform het VNG advies. Bij de behandeling van de perspectiefnota in de raad is door het college toegezegd om bij de meerjarenprogrammabegroting 2025 een raadsbrief te voegen, met daarin duiding hoe het overige financiële tekort wordt dicht gelegd.

Deze brief zal separaat worden nagezonden.

3

2. Leeswijzer Financiële keuzes In hoofdstuk 3 vindt u de financiële keuzes voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Deze keuzes presenteren wij als mutaties op het financieel meerjarenperspectief. Ook geven wij in dit hoofdstuk inzicht in de incidentele en structurele begrotingssaldi. Beleidsbegroting De beleidsbegroting (hoofdstuk 4) bestaat uit een uitwerking van de programma's en de basisbegroting. De programma's vormen de speerpunten in deze raadsperiode. In de basisbegroting wordt vanaf deze begroting meer aandacht besteed aan reguliere taken. Daartoe wordt per taakveld toegelicht wat we in 2025 gaan doen. Verder is de basisbegroting stabiel en verandert het alleen als het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) dat voorschrijft. Paragrafen Hoofdstuk 5 bevat de verplichte paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen, financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid en de additionele paragrafen dienstverlening, Wet open overheid en de majeure projecten. Financiële begroting In de financiële begroting (hoofdstuk 6) geven we de uiteenzetting van de financiële positie weer. Met het meerjarig investeringsplan (MIP) wordt inzicht gegeven in de investeringsprojecten die gepland staan voor het begrotingsjaar 2025 en de drie jaren daarna.

In het overzicht met incidentele baten en lasten geven we een toelichting op de incidentele posten. Bijlagen In de bijlagen presenteren we de wijzigingen in het delegatieregister en bespreken we de stand van zaken van de aangenomen moties. Ook is het overzicht van baten en lasten per taakveld als bijlage opgenomen. Tot slot is detailinformatie over de Openbaarheidsparagraaf opgenomen in de bijlage bij deze begroting.

4

3. Financiële keuzes 3.1 Samenvatting • • • •

Het financiële beeld is sneller en meer verslechterd ten opzichte van de begroting 2024. De jaarschijf 2025 is structureel financieel sluitend. Voor de jaarschijven vanaf 2026 zijn, conform het VNG advies, de grote financiële tekorten zichtbaar gemaakt. De tekorten worden vooral veroorzaakt door een lagere uitkering uit het gemeentefonds.

3.2 Financieel Meerjarenperspectief In onderstaande tabel is het Financieel Meerjarenperspectief (FMP) voor de periode 2025-2028 gepresenteerd. De begroting 2025 is reëel en structureel sluitend. Dit betekent dat de structurele lasten worden afgedekt met structurele baten. Daarmee wordt voldaan aan het belangrijkste criterium voor repressief (regulier) provinciaal toezicht. De meerjarenraming vanaf 2026 laat een fors negatief begrotingssaldo zien. In 2026 is het nadelig structureel begrotingssaldo 12,7 miljoen euro dat verder oploopt naar circa 17 miljoen euro vanaf 2027. Dit wordt vooral veroorzaakt door de lagere uitkering vanuit het gemeentefonds.

Financieel meerjarenperspectief

Begroting N/V 2025

Raming N/V 2026

Raming N/V 2027

Raming N/V 2028

Totaal lasten

383,53

N

378,45

N

381,55

N

387,09

N

Totaal baten

-377,34

V

-365,21

V

-368,90

V

-374,74

V

Saldo van baten en lasten

6,18

N

13,24

N

12,65

N

12,35

N

Stortingen reserves

11,57

N

9,19

N

6,99

N

6,99

N

Onttrekkingen reserves

-11,22

V

-6,82

V

-2,42

V

-2,42

V

Saldo reserve mutaties

0,34

N

2,36

N

4,56

N

4,56

N

Begrotingssaldo

6,52

N

15,60

N

17,21

N

16,92

N

Waarvan: incidentele baten en lasten

6,52

N

2,90

N

0,00

Structureel begrotingssaldo

0,00

N

12,70

N

17,21

Bedragen x 1 miljoen euro

5

0,00

N

16,92

N

3.3 Robuuste financiële positie Inleiding Bij de Perspectiefnota 2024-2027 zijn de volgende zoekrichtingen vastgesteld waarbinnen besparingsmogelijkheden worden uitgewerkt. Het gaat hierbij om de volgende zoekrichtingen: • • •

Sociaal domein Welzijn en preventie Inkomstenverhogende maatregelen

Overige zoekrichtingen • Onderhoud en beheer openbare ruimte • Versoberen cultureel en recreatief aanbod, inclusief sport • Versoberen (publieke) dienstverlening • Bijdrage aan verbonden partijen • Onderwijshuisvesting Bij de Perspectiefnota 2025-2028 zijn voor de eerste drie zoekrichtingen besparingsmaatregelen uitgewerkt en verwerkt in het financieel meerjarenperspectief 2025-2028. De maatregelen voor het sociaal domein waren in de Perspectiefnota 2025-2028 op hoofdlijnen beschreven. Deze maatregelen wordt in dit hoofdstuk verder uitgewerkt op beoogd resultaat en maatschappelijk effect. Voor de overige zoekrichtingen is bij de Perspectiefnota 2025-2028 besloten om drie onderdelen nader uit te werken: Onderhoud en beheer wegen, openbaar groen en de bijdrage verbonden partijen. De raad wordt voorgesteld om deze drie onderdelen in de bredere context van de openbare ruimte te plaatsen. Dit zal nader worden uitgewerkt richting de Perspectiefnota 2026-2029, als onderdeel van de aanvullende besparingsopgave van 15 miljoen euro. Bij de Perspectiefnota 2025-2028 is een structureel aanvullend besparingsbedrag opgenomen van 1,93 miljoen euro zodat de jaarschijf 2025 structureel sluitend is. Hiervan is 0,6 miljoen euro ingevuld door structurele autonome en bestaande beleidsontwikkelingen welke in het geactualiseerde FMP 2025-2028 zijn verwerkt.

De invulling van het resterende besparingsbedrag van 1,33 miljoen euro wordt in dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Monitoring op de effecten bij het doorvoeren van de besparingsmaatregelen is essentieel voor een goede sturing. Dit vergt een goede inrichting van de bedrijfsvoering. De bedrijfsvoering wordt toegelicht in paragraaf 5.5 bedrijfsvoering. Daarnaast zal vanaf de begroting 2026 een aparte paragraaf worden opgenomen met de status en voortgang van alle besparingsmaatregelen. Sociaal Domein Bij de behandeling van de Perspectiefnota 2025-2028 is besloten om bij de uitwerking van het besparingspotentieel in het sociaal domein vast te houden aan de inhoudelijke lijn van het Strategisch beleidsplan en het Actieplan sociaal domein. Er is daarmee, naast het besparingspotentieel dat kan worden gerealiseerd door het verbeteren van efficiëntie en effectiviteit van onze maatwerkvoorzieningen en uitvoeringsorganisatie, gekozen voor scenario 3: een fundamentele herziening van de inrichting van het sociaal domein in Almelo. Met een keuze voor dit scenario blijven de fundamenten van de ambitie in het sociaal domein overeind. Dat wil zeggen een duurzaam, kwalitatief hoogwaardig stelsel van voorzieningen, hetzij in andere vormen dan nu gebruikelijk met een focus op kwetsbare doelgroepen.

Hierbij wordt ingezet op normaliseren, de primaire verantwoordelijkheid van ouders voor hun kinderen en het verminderen van het beroep op de overheid. Op deze manier wil Almelo een stabiele en betrouwbare gemeente en partner zijn, die verantwoord omgaat met de middelen die ze tot haar beschikking heeft.

6

Zoals geschetst in de Perspectiefnota, heeft de opdracht ten aanzien van besparingsmogelijkheden in het sociaal domein zich nadrukkelijk gericht op mogelijkheden die vanaf 2026 kunnen worden verzilverd. Uiteraard is gekeken naar mogelijkheden om maatregelen toch al (deels) in 2025 te verzilveren, gezien de constatering dat er al in 2025 een tekort ontstaat. Dit tekort is (groten)deels terug te voeren op ontwikkelingen in het sociaal domein, waarbij de indexatie van de tarieven voor de voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning wederom hoger is dan de indexatie van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Naast het achterblijven van deze indexatie worden we geconfronteerd met de financiële impact van de regionale inkoop 2025 voor de voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en een, bij ongewijzigd beleid, verwachte volumestijging van 1% van de voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning. Wanneer we op hoofdlijnen kijken naar de variabelen om te sturen op de uitgaven in het sociaal domein, zijn met name tarieven, aantallen cliënten en intensiteit (zwaarte voorziening, frequentie en duur) van belang. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de mogelijkheden om (bij de inkoop) op tarieven van aanbieders te sturen voor gemeenten beperkt zijn.

Dit komt door het Besluit reële prijs dat door het Rijk is vastgesteld. De mogelijkheden om te kunnen sturen op de uitgaven in het sociaal domein zijn dan ook: 1 beperken van het aantal inwoners dat een beroep doet op geïndiceerde voorzieningen en uitkeringen; 2 beperken van de intensiteit van de verstrekte voorzieningen (zowel de zwaarte van de voorziening als het aantal uren of dagdelen per voorziening en de duur van het gebruik van de voorziening). Ad 1 -

Ad 2 -

-

Het beperken van het aantal inwoners dat een beroep doet op geïndiceerde voorzieningen en uitkeringen is mogelijk door onder andere: het uitbouwen van algemene voorzieningen om een noodzakelijk basisniveau van ondersteuning te realiseren; de reikwijdte van het aanbod aan geïndiceerde voorzieningen te beperken (denk aan implementeren Hervormingsagenda waarbij de reikwijdte van de Jeugdwet zal worden beperkt en het verstrekken van maximaal één vervoersvoorziening -of collectief vervoer of een vervoermiddel- per inwoner); het meer als algemeen gebruikelijk aanmerken van voorzieningen; het gebruik van voorliggende voorzieningen optimaal benutten. Het beperken van de intensiteit van de verstrekte voorzieningen kan onder andere gerealiseerd worden door: het opstellen van en werken conform normenkaders en deze verwerken in lokale regelgeving (verordeningen en beleidsregels); het strakker sturen op tijdig afschalen van ondersteuning, omdat de inzet van voorzieningen in principe tijdelijk van aard is (bij aanbieders door strakke regie op de contracten en bij inwoners door systeem van herbeoordelingen beter in te richten); medewerkers meer inzicht te bieden in gemiddelde indicatiestelling bij soortgelijke problematiek alsmede verhogen kostenbewustzijn.

Daarmee gaan deze sturingsmogelijkheden automatisch ook over de belangrijkste lijnen uit het strategisch beleid en actieplan beleid sociaal domein: (de opbrengsten van) preventie en algemene en voorliggende voorzieningen (om aantallen en intensiteit te beperken) en de effectiviteit (helpt de inzet om het gewenste doel te bereiken?) en de efficiëntie (doen we het op de meest optimale manier met het beste gebruik van middelen?) van maatwerkvoorzieningen en onze uitvoeringsorganisatie. Langs bovenstaande lijnen zijn afgelopen periode de besparingsmogelijkheden uitgewerkt. Zoals gesteld in de Perspectiefnota, geldt dat voor het realiseren van deze maatregelen de basis op orde moet zijn: de uitvoeringsorganisatie, de bedrijfsvoering en de bedrijfsprocessen. Hiervoor gebruiken wij de aanbevelingen uit het HHM rapport “Evaluatie sociaal domein”. Het besparingspotentieel zal in 2025 vanwege het op orde brengen van de basis nog beperkt zijn. Hieronder worden, zoals toegezegd bij de behandeling van de Perspectiefnota, allereerst de

7

maatregelen beschreven die al vanaf 2025 financieel effect hebben. In een tweede tabel worden de maatregelen beschreven die vanaf 2026 leiden tot een besparing. Tabel maatregelen met financieel effect in 2025 en verder Financieel effect

Maatregel

2025 2026 2027 2028

OZL (individuele begeleiding) aanbieden in een algemene voorziening binnen centrale punten in de wijk, individueel en collectief 1

2,0

2,0

2,0

Beoogd resultaat Beperken beroep op maatwerkvoorziening met 60 tot 80%. Maatschappelijk Inwoners die nu gewend zijn dat een begeleider thuis komt op vooraf afgesproken effect tijden, gaan begeleiding ontvangen op een centraal punt in de wijk. Een punt van aandacht is het niet vragen van ondersteuning waar hulp wellicht wel nodig is. Inzetten steunouders

2

0,1

0,1

0,2

0,2

0,2

Beoogd resultaat Beperken beroep op geïndiceerde jeugdhulp, met name OZL (individuele begeleiding) en ontlasten van gezinnen om zwaardere vormen van hulp en ondersteuning te vermijden. Maatschappelijk Versterken zelfoplossend vermogen door laagdrempelige ondersteuning door andere effect ouders (waardoor een bijdrage wordt geleverd aan normaliseren). Geen negatieve effecten verwacht, omdat hiermee een extra laagdrempelig ondersteuningsaanbod wordt gecreëerd. Toegang kaders meegeven voor (maximum) inzet maatwerkvoorziening

0,4

0,8

1,6

1,6

Beoogd resultaat Meer specifiek gaat het om het invoeren van normenkaders voor de maatwerkvoorziening OZL (individuele begeleiding) in het kader van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning voor zo ver deze ondersteuning niet geleverd kan worden binnen de algemene voorziening. We beperken de duur van de inzet, het aantal uren per periode en normeren de activiteiten waarvoor ondersteuning wordt ingezet. 3 Stapsgewijs leidt dit tot een beperking van de inzet met 10 tot 20%. Maatschappelijk Hiermee wordt de beoordeling door medewerkers van de inzet van voorzieningen effect geüniformeerd. We constateren dat er op dit moment sprake is van verschillen in de gemiddelde intensiteit van de indicaties tussen de wijkteams. Minder inzet van voorzieningen kan bij inwoners leiden tot onvrede over de geboden ondersteuning. Risico is een toename aan bezwaarschriften door strakker te indiceren. Afschalen in zorgzwaarte

0,4

0,8

1,5

1,5

Beoogd resultaat Beperken intensiteit inzet van voorzieningen door strakker te sturen op eerder afschalen van ondersteuning waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen ondersteuning gericht op ontwikkeling (naar meer zelfredzaamheid) en ondersteuning gericht op stabiliseren van de situatie. Specifiek ten aanzien van behandeling (Jeugdwet) wordt vaker gekozen voor inzet basis ggz in plaats van specialistische ggz. Hiervoor is afstemming vereist met externe verwijzers, met name huisartsen. 4 Maatschappelijk Mogelijk roept deze maatregel weerstand op bij inwoners die gedurende een langere effect periode meer uren en dagdelen ondersteuning hebben gekregen en bij een herbeoordeling minder geïndiceerd krijgen. Weerstand kan worden beperkt door vanaf de eerste contacten met de inwoner de verwachtingen ten aanzien van de inzet van voorzieningen te relativeren waarbij wij als uitgangspunt hanteren “we komen totdat we kunnen gaan”. De inzet van voorzieningen en met nadruk de inzet van zwaardere vormen van ondersteuning is in principe eindig. De tijdelijkheid van de ondersteuning is de basis van de zorg en ondersteuning waarvoor gemeenten verantwoordelijk zijn.

8

Financieel effect

Maatregel

2025 2026 2027 2028 Anders is er sprake van zorg en ondersteuning in het kader van de Wet langdurige zorg. Ook hier geldt een risico van toename van het aantal bezwaarschriften.

Structureel bedrag voor onderzoek alternatieven vervoer (als maatwerkvoorziening) vrij laten vallen

0,1

0,1

0,1

0,1

Beoogd resultaat Realiseren van een besparing door niet aangewende middelen te laten vrijvallen. De middelen waren specifiek bedoeld voor onderzoek naar alternatieven voor 5 maatwerkvervoer. Deze alternatieven zijn echter al gerealiseerd (onder andere vervoer door vrijwilligers via Steunpunt Mantelzorg Almelo en verbeteren toegankelijkheid openbaar vervoer). Maatschappelijk Geen; middelen worden nu ook niet ingezet. effect Structureel bedrag peuteropvang vrij laten vallen 6

0,2

0,2

0,2

0,2

Beoogd resultaat Realiseren van een besparing door niet aangewende middelen te laten vrijvallen.

Maatschappelijk Geen; de hier bedoelde peuteropvang wordt gefinancierd uit de middelen voor effect onderwijsachterstandenbeleid. Bedragen x 1 miljoen euro Met de zes genoemde maatregelen kan in 2025 een besparing worden gerealiseerd van 1,3 miljoen euro. Dit loopt op tot 5,6 miljoen euro in 2028. Ervaringen uit het verleden hebben ons geleerd dat daar waar het uitwerken en voorbereiden van (besparings)maatregelen over het algemeen goed lukt, het realiseren van deze besparingen in de praktijk vervolgens vaak weerbarstiger is. Dat risico is ook bij bovengenoemde maatregelen aanwezig. Om dit risico te beheersen wordt gewerkt met een gestructureerde aanpak (om de PDCA cyclus goed te doorlopen), waarbij de indicatoren om het effect van de maatregel te meten vooraf worden gedefinieerd en zowel de beginsituatie als de gewenste eindsituatie in beeld worden gebracht en worden de maatregelen gemonitord op het beoogde resultaat. Door de monitoring kan flexibel ingespeeld worden op veranderende omstandigheden. Naast deze maatregelen, die hun (eerste) financieel effect sorteren in 2025, zijn hieronder besparingsmogelijkheden opgenomen die vanaf 2026 of later financieel effect hebben. Tabel maatregelen met financieel effect in 2026 en verder Financieel effect

Maatregel

2025 2026 2027 2028

Inzetten poortwachtersfunctie dyslexiezorg; maximaal 2 keer inzetten dyslexiezorg

0,1

0,1

0,1

Beoogd resultaat Beperken beroep op dyslexiezorg met 5% (valt onder voorziening behandeling) 7

Voor een beperkt aantal jeugdigen zal indicatie niet worden verlengd of zal geen Maatschappelijk indicatie meer worden afgegeven. Mogelijk leidt dit op de lange termijn tot meer effect inwoners die moeite hebben met lezen en schrijven (en daarmee kansenongelijkheid). Vraag is of de inzet van dyslexiezorg na twee keer verlengen nog wel effectief is. Onderwijs versterken met begeleiding hoogbegaafdheid en huiswerkbegeleiding

8

0,1

Beoogd resultaat Beperken beroep op OZL 1 (individuele begeleiding Jeugdwet) met 10%. Geen negatieve effecten verwacht: begeleiding hoogbegaafdheid en Maatschappelijk huiswerkbegeleiding vinden plaats binnen de scholen met middelen effect onderwijsachterstandenbeleid.

9

0,1

0,1

Financieel effect

Maatregel

2025 2026 2027 2028

Beperken maatwerkcontracten

9

0,1

0,2

Beperken van “dure” contracten die in een hiaat in het zorglandschap (huidig gecontracteerd aanbod van voorzieningen) voorzien omdat gecontracteerde aanbieders Beoogd resultaat de gevraagde zorg niet kunnen of willen leveren. Het aantal maatwerkcontracten daalt met 10 tot 15. Het beperken van maatwerkcontracten kan betekenen dat een inwoner zorg en ondersteuning door een andere, via de nieuwe inkoop gecontracteerde, aanbieder gaat Maatschappelijk krijgen. Bij de inkoop per 1 januari 2025 zijn de productdefinities op enkele punten effect gewijzigd waardoor een deel van de voorzieningen die nu via een maatwerkcontract wordt geleverd door gecontracteerde aanbieders geleverd kan en zal worden. Thuisbegeleiding zelf uitvoeren, meer specifiek worden de lichtste vormen van ondersteuning opgepakt vanuit de wijkteams en wordt de begeleiding van gezinnen door gezinscoaches uitgebreid

10

0,2

Beoogd resultaat

0

0,3

0,6

Verder beperken beroep op OZL 1 (individuele begeleiding Wmo) en beperken OZL 1 en 2 (individuele begeleiding Jw) met 10%.

Minder ondersteuning wordt geleverd door gecontracteerde aanbieders omdat het Maatschappelijk aantal indicaties wordt beperkt. Inwoners zullen vaker kortdurend ondersteund worden effect vanuit de wijkteams in plaats van zorgaanbieders. Dit is overigens een beweging die naadloos aansluit bij de Hervormingsagenda jeugd.

11

Geen indicatie Wmo of Jw indien recht op Wlz of andere voorliggende voorziening en eerder verwijzen naar Wlz of andere voorliggende voorziening

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

Beoogd resultaat Beperken beroep op voorzieningen Wmo en Jw. Maatschappelijk Geen: voor voorzieningen kan immers een beroep worden gedaan op de Wlz of andere effect voorliggende voorziening. Kansen in werk, meer specifiek het eerder toeleiden van statushouders naar werk en vaker inzetten op trajecten naar werk in plaats van zorgtrajecten

12

0,3

0,3

0,3

Beperken beroep op de Participatiewet en verlagen uitkeringslast per inwoner met een uitkering op grond van de Participatiewet. Bij de besparing is rekening gehouden met Beoogd resultaat ongeveer 20 inwoners die via deze maatregel eerder onafhankelijk van een uitkering worden. Maatschappelijk Mogelijk positief effect (vergroten welzijn) op inwoners die anders langer aangewezen effect zouden zijn op een uitkering op grond van de Participatiewet. Actief sturen op beëindigen jeugdhulp bij bereiken van leeftijd van 18 jaar waaronder het opstellen van een toekomstplan voor 16- en 17-jarigen Beoogd resultaat

13

14

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

Beperken beroep op verlengde jeugdzorg (met uitzondering van pleegzorg en gezinshuizen).

Mogelijk worden hierdoor hulpverleningstrajecten afgesloten die nog niet zijn afgerond, stromen meer jongeren bij het bereiken van de leeftijd van 18 jaar door naar de Wmo Maatschappelijk of raakt een jeugdige aangewezen op de hulp van een andere hulpverlener omdat de effect zorgverzekeraar geen contract heeft met de hulpverlener die in het kader van de Jw hulp en ondersteuning leverde. Meer grip op externe verwijzers

n.n.b. n.n.b. n.n.b.

Beoogd resultaat Beperken beroep op voorziening behandeling (Jw).

10

Financieel effect

Maatregel

2025 2026 2027 2028

Meer grip kan betekenen dat jeugdigen via de huisarts eerder worden doorverwezen Maatschappelijk naar de poh-jeugd of wijkteams waardoor de aanmelding voor en de start van een effect behandeling wordt uitgesteld. Door meer te verwijzen naar wijkteams en poh-jeugd kan de druk op huisartsen verminderen. Inzet specialistische ondersteuner jeugdgezondheidszorg in de toegang

0

0,5

1,0

Beoogd resultaat Beperken beroep op voorziening behandeling (Jw). 15

Jeugdigen kunnen met de inzet van een specialistisch ondersteuner eerder worden Maatschappelijk geholpen bij lichte(re) problematiek. Risico is dat door inzet van een specialistisch effect ondersteuner noodzakelijke specialistische hulp uitgesteld wordt. Adequaat inzetten van het instrument “verklarende analyse” in de uitvoering is hierbij cruciaal. Deventer model: Streng aan de poort

p.m

p.m

p.m

Beoogd resultaat Beperken inzet van voorzieningen Wmo en Jw 16

Het beperken van de inzet van voorzieningen door het realiseren van algemene Maatschappelijk voorzieningen wordt met andere maatregelen ook al gerealiseerd. De meerwaarde van effect de aanpak in Deventer in relatie tot deze maatregelen zal opnieuw worden beoordeeld. Alternatief voor collectieve zorgverzekering

0,2

0,2

0,2

Uitwerken alternatief voor collectieve zorgverzekering waaronder beperken doelgroep Beoogd resultaat of versoberen door het verhogen van de eigen bijdrage of beperken 17 verstrekkingenpakket. Afname gebruik van collectieve zorgverzekering kan leiden tot het mijden van zorg door Maatschappelijk inwoners als gevolg van een laag inkomen. Hogere kosten voor inwoners leidt mogelijk effect tot toename armoede- en schuldenproblematiek. Hulpmiddelen en vervoersvoorzieningen

0,5

0,5

0,5

Met een combinatie van maatregelen beperken beroep op vervoersvoorzieningen en hulpmiddelen door inzet scootmobielpool, meer hulpmiddelen algemeen gebruikelijk verklaren, maximaal één vervoersvoorziening per inwoner, onderzoek naar invoeren Beoogd resultaat systeem van refertebedragen voor vervoer- en hulpmiddelen (waarbij wordt uitgegaan van het vergoeden van het bedrag van het goedkoopste basismodel van een middel) en 18 inzet zorgtechnologie voor vervoer (met hulp gebruik maken van openbaar vervoer). Inwoners schaffen zelf hulpmiddelen aan die algemeen gebruikelijk zijn (denk aan bijvoorbeeld een douchestoel). Risico dat inwoners afzien van de aanschaf van een Maatschappelijk hulpmiddel met als gevolg een toename van valpartijen of door beperkingen te stellen effect aan het verkrijgen van vervoersvoorzieningen minder zelfredzaam worden of vereenzamen. Indiceren door wijkverpleegkundigen Beoogd resultaat 19

0,1

0,1

Wijkverpleegkundigen en casemanagers dementie mogen ook Wmo voorzieningen indiceren, conform regionaal project “Samen indiceren” van de Twentse Koers.

Positief effect omdat de indicatie voor Wmo voorzieningen wordt gesteld door een Maatschappelijk professional die al bekend is met de situatie en de beperkingen van de inwoner. De effect maatregel ontlast daarbij onze medewerkers in de uitvoering. Bedragen x 1 miljoen euro

11

0,1

Toelichting tabel p.m. maatregel leidt vermoedelijk niet tot een besparing omdat met andere maatregelen dit financiële effect wordt bereikt, maar nader onderzoek is nodig om dit met zekerheid te kunnen vaststellen n.n.b. de maatregel leidt met een grote mate van waarschijnlijkheid tot een besparing maar het effect kan nog niet berekend worden aan de hand van afname volume of intensiteit (is nog niet bekend). Het betreft besparingen waarbij we afhankelijk zijn van externe partijen (met name huisartsen en jeugdhulpaanbieders). Voor deze maatregelen gaan we uit van een besparing van 100.000 tot 250.000 euro per maatregel. Dit betekent dus een aanvullend besparingspotentieel van 300.000 tot 750.000 euro vanaf 2026 bovenop de in de tabel genoemde bedragen. Zoals blijkt uit bovenstaande tabel met maatregelen die vanaf 2026 en verder effect sorteren, wordt met de beschreven maatregelen een besparing gerealiseerd van 1,4 miljoen euro in 2026, oplopend tot 3,1 miljoen euro in 2028. Totaaloverzicht Voor de volledigheid zijn in onderstaande tabel de bedragen opgeteld van de maatregelen die in de verschillende jaren hun eerste financieel effect sorteren. Logischerwijs sluiten de totalen aan bij de in de Perspectiefnota en deze Programmabegroting opgenomen besparingsmogelijkheden in het sociaal domein: een besparing van 1,3 miljoen euro in 2025 oplopend tot 8,7 miljoen euro in 2028.

Maatregelen

Bedrag besparing 2025 2026 2027 2028

Subtotaal maatregelen met effect vanaf 2025

1,3

Subtotaal maatregelen met effect vanaf 2026 e.v. Totaal maatregelen

1,3

4,1

5,6

5,6

1,4

2,3

3,1

5,5

7,9

8,7

Bedragen x 1 miljoen euro Verantwoording uitgangspunten financieel effect Van een aantal beschreven maatregelen weten we dat deze een besparing gaat opleveren die relatief gering is. De besparing die met deze maatregelen wordt gerealiseerd, is geschat op 0,1 miljoen euro per maatregel. Voor een aantal maatregelen die ingrijpen op het gebruik van de maatwerkvoorzieningen OZL (individuele begeleiding Jeugdwet en Wmo) en behandeling (Jeugdwet) weten we dat de combinatie van de te nemen maatregelen een forse besparing gaat opleveren, maar dat het financieel effect van een individuele maatregel soms sterk afhankelijk is van het resultaat van een andere maatregel. Dit geldt bijvoorbeeld voor het realiseren van een algemene voorziening voor individuele begeleiding. Hoe meer gebruik wordt gemaakt van deze algemene voorziening, hoe minder er gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorziening individuele begeleiding en daarmee de mogelijkheid om met andere maatregelen te besparen op de maatwerkvoorziening. Hoe maatregelen exact op elkaar ingrijpen, en wat voor financieel effect dit heeft is daarom vooraf lastig te beoordelen Met de combinatie van maatregelen gaan wij er van uit dat vanaf 2028 in totaal een besparing wordt gerealiseerd van 6 miljoen euro (circa 30% van de uitgaven in 2024) op de uitgaven voor OZL (individuele begeleiding Jw en Wmo).

Het bedrag dat bespaard kan worden is gebaseerd op onze ervaringen met het realiseren van de algemene voorzieningen wijkkamers, dagstructurering en de Wasdienst. Bij het omzetten van de maatwerkvoorzieningen naar deze algemene voorzieningen hebben we gezien dat het gebruik van de algemene voorziening lager (door het niet gebruiken van de voorziening of het minder gebruiken van de voorziening) is dan voorheen binnen de maatwerkvoorziening. Ook zijn de kosten van de algemene voorziening lager. Van de in totaal zo’n 1.900 volwassenen en jeugdigen die gebruik maken van individuele begeleiding schatten we in dat op de langere termijn zo’n 60% tot 80% gebruik kan maken van de algemene voorziening. Met name inwoners met complexe(re) problematiek en forse mobiliteitsbeperkingen zullen aangewezen blijven op een maatwerkvoorziening. Deze groep inwoners is vaker aangewezen op meer intensievere en

12

een zwaardere vorm van ondersteuning. De uitgaven voor begeleiding zijn dan ook vaak hoger. We schatten de uitgaven voor deze groep op circa 70% van de huidige uitgaven. Met de combinatie van maatregelen 4, 7 en 15 verwachten wij een besparing te realiseren van 1,1 miljoen euro (ongeveer 15% van het totaal van de uitgaven) op de voorziening behandeling. Door meer gebruik te maken van de basis ggz (in plaats van specialistische ggz), lichtere problematiek sneller zelf op te pakken vanuit de toegang (pohjeugd en specialistische ondersteuner jeugd) en de dyslexiezorg te beperken, gaan we er van uit dat we de uitgaven vanaf 2028 met 15% kunnen verminderen. Monitoring en sturing (sturen op beoogd resultaat op basis van indicatoren) In het kader van het verbeteren van de bedrijfsvoering en bedrijfsprocessen werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van de sturingsinformatie. Deze informatie is nodig om de ontwikkelingen te volgen en verantwoording af te leggen. De effecten van de maatregelen gaan we nauwgezet volgen, zodat indien nodig tijdig kan worden (bij)gestuurd. De effecten van de maatregelen volgen we aan de hand van verschillende indicatoren.

Deze indicatoren zijn per voorziening waarop de maatregel betrekking heeft, onder andere: • Aantal gebruikers van de voorziening (zowel de maatwerkvoorziening als de algemene voorziening) • Gemiddeld gebruik (in aantal uren/dagdelen per week) van een voorziening • Gemiddelde duur van het gebruik van een voorziening • Uitgaven per voorziening • Aantal inwoners dat geen gebruik maakt van algemene voorziening Aanvullende maatregelen Organisatie In de Perspectiefnota 2025-2028 is een besparing op de organisatie opgenomen van per saldo 1,5 miljoen euro. Deze opgave start met een bedrag in 2026 van 500.000 euro, in de jaren 2027 en 2028 komt daar telkens een zelfde bedrag bij. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt toegelicht hoe deze besparing gerealiseerd gaat worden. Overig bij de begroting uit te werken besparingsmaatregelen Bij de Perspectiefnota 2025-2028 is een bij de begroting 2025 nader uit te werken besparingsbedrag opgenomen van 1,93 miljoen euro. Hiervan is 0,6 miljoen euro ingevuld door structurele autonome en bestaande beleidsontwikkelingen welke in het geactualiseerde FMP 2025-2028 zijn verwerkt. Hierdoor resteert een besparingsbedrag van 1,33 miljoen euro. Welke als volgt wordt ingevuld:

Nr Invulling aanvullende besparingsmaatregelen

Bedrag

1 Heroverweging Indexatie subsidiebudgetten

0,20

2 Overhevelen SPUK’s naar gemeentefonds

n.b.

3 Temporiseren van geplande investeringen

0,45

4 Herijken van budgetten

0,68

Invulling taakstelling

1,33

Bedragen x 1 miljoen euro

13

1. Heroverweging indexatie subsidiebudgetten Jaarlijks wordt bij de perspectiefnota of begroting beoordeeld of het financieel mogelijk is om de subsidieindex te baseren op combinatie van een prijs- en loonindex. Bij de perspectiefnota 2025-2028 is besloten om de indexatie van subsidies richting de Begroting 2025 te herijken. Indien de gebruikelijke gecombineerde 1/3 prijs- en 2/3 loonindex wordt gehanteerd, is de subsidieindex voor 2025: Subsidie index

2025

Prijsindex

2,20%

Loonindex

4,40%

Gecombineerd

3,70%

De totale kosten voor de subsidiebudgetten waarop deze index van 3,7% van toepassing zou zijn bedragen 0,5 miljoen euro. Ook de activiteiten welke gesubsidieerd worden, zijn aan kostenstijgingen onderhevig. Anderzijds wordt de gemeente geconfronteerd met een forse besparingsopgave. De raad wordt daarom voorgesteld om voor 2025 de subsidiebudgetten alleen te indexeren op basis van de prijsindex van 2,2%. Dit levert een besparing van 0,2 miljoen euro op. 2. Overhevelen SPUK's naar gemeentefonds Het Rijk heeft na de Perspectiefnota 2025-2028 geen nadere informatie gegeven over welke SPUK's, voor welk bedrag en wanneer worden overgeheveld naar het gemeentefonds. 3. Temporiseren van geplande investeringen Jaarlijks wordt bij de begroting beoordeeld welk investeringsvolume in latere jaren dan oorspronkelijk gepland, gereed komt. Dit betekent dat voor deze investeringen er in 2025 geen of lagere kapitaallasten zijn. Een voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld de bouw van het zwembad. In de mutatie van het FMP 2025-2028 is voor de jaarschijf 2025 een daling van de kapitaallast opgenomen van 2,04 miljoen euro. In het kader van aanvullende besparingen is er vervolgens nog eens kritisch gekeken naar de mogelijkheid om kredieten te “saneren” en om openstaande kredieten af te sluiten, waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen waarvoor de kredieten destijds zijn ingesteld.

Deze actie levert een aanvullende vrijval van kapitaallast op in 2025 van 0,45 miljoen euro. 4. Herijken van budgetten In het verleden is al veel gedaan om de werkbudgetten af te slanken. Daarnaast zijn de werkbudgetten in het kader van offensief begroten bij de Perspectiefnota 2024-2027 nogmaals kritisch beoordeeld. Daardoor hebben wij ons bij het herijken van de budgetten voor de begroting 2025 met name gericht op de stelposten voor reserveringen. Deze analyse heeft geresulteerd in een vrij te vallen bedrag van 0,68 miljoen euro. Hiervan heeft 0,45 miljoen euro betrekking op stelposten met een “financiële buffer” functie. Deze budgetten kunnen in het kader van offensief begroten vrijvallen. Het resterende bedrag van 0,23 miljoen euro heeft betrekking op diverse kleine budgetten die vanuit het gemeentefonds in het verleden zijn gereserveerd, maar waarvan een deel niet is ingezet. Dit wordt meestal veroorzaakt doordat voor deze activiteiten (of een deel daarvan) al in de reguliere begroting budgetten beschikbaar waren.

14

3.4 Mutaties Financieel Meerjarenperspectief Het vertrekpunt voor het financieel meerjarenperspectief (FMP) is de perspectiefnota 2025-2028. Onderstaande tabel geeft inzicht in de mutaties die na de perspectiefnota 2025-2028 zijn verwerkt in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Financieel Meerjarenperspectief (FMP)

2025

2026

2027

2028

A. Perspectiefnota 2025-2028 (structureel)

0,00

15,98 N

16,80 N

15,37 N

Programmabegroting 2024 (incidenteel)

2,57 N

2,50 N

0,00

0,00

B. Perspectiefnota 2025-2028 (incl. incidenteel)

2,57 N

18,48 N

16,80 N

15,37 N

Voorjaarsrapportage 2024 structureel

6,20 N

6,20 N

6,20 N

6,20 N

Waarvan reeds opgenomen in PN2025-2028

-6,01 V

-6,01 V

-6,01 V

-6,01 V

Meircirculaire gemeentefonds (RAAD-8362)

2,94 N

-4,40 V

0,84 N

0,96 N

-1,90 V

-1,90 V

Autonome ontwikkelingen

Circulaires voorgaande jaren, toevoegen jaarschijf Loon- en prijsontwikkeling

-1,69 V

-0,62 V

-0,40 V

-0,80 V

Kapitaallasten

-2,04 V

0,24 N

0,62 N

1,59 N

Treasury

-0,42 V

-0,40 V

-0,38 V

-0,37 V

Sociaal domein

2,10 N

2,05 N

2,40 N

2,10 N

Grondexploitatie

0,30 N

0,00

0,00

0,00

Overig

0,25 N

0,66 N

0,00 N

0,73 N

C. Totaal autonome ontwikkelingen

1,62 N

-2,28 V

1,37 N

2,51 N

Lokale omroep

0,14 N

0,14 N

0,00

0,00

Overige besluitvorming 2024 structureel

0,20 N

0,30 N

0,30 N

0,30 N

Aanvullende besparingsmaatregelen PN2025-2028

0,60 N

0,60 N

0,60 N

0,60 N

ICT

0,63 N

0,63 N

0,63 N

0,63 N

0,03 N

0,21 N

0,21 N

0,40 N

0,00

0,00

-2,70 V

-2,70 V

-2,70 V

Bestaande ontwikkelingen

Verkeersveiligheidsmaatregelen Pilot fietsparkeren

0,76 N

Dekking Verwachte vrijval BTW-compensatiefonds D. Totaal bestaande ontwikkelingen

2,33 N

-0,60 V

-0,96 V

-0,96 V

E. Geactualiseerd perspectief (A + B + C + D)

6,52 N

15,60 N

17,21 N

16,92 N

Waarvan: incidentele baten en lasten

6,52 N

2,90 N

0,00

0,00

Financieel Meerjarenperspectief structureel

0,00 V

12,70 N

17,21 N

16,92 N

Bedragen x 1 miljoen euro

15

Toelichting Autonome ontwikkelingen Voorjaarsrapportage 2024 structureel (RAAD-8291) De structurele effecten van de voorjaarsrapportage 2024 zijn in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 verwerkt. Dit betreft een structureel nadeel van 6,2 miljoen euro. Hiervan heeft 6,01 miljoen euro betrekking op indexatie 2024 en volumeontwikkeling vanuit 2023 voor Wmo en Jeugd. Deze posten waren structureel verwerkt in de Perspectiefnota 2025-2028 en daarom vindt een correctie van het effect van de voorjaarsrapportage 2024 plaats. Meicirculaire 2024 gemeentefonds (RAAD-8362) Het begrotingssaldo verslechtert in 2025 met 2,9 miljoen euro. In 2026 is er een verbetering van 4,4 miljoen euro. Met name door lagere prijscompensatie is de groei van het gemeentefonds vanaf 2027 niet meer voldoende om de reservering voor loon- en prijscompensatie bij te houden. Hierdoor verslechtert het begrotingssaldo met 0,8 miljoen euro in 2027 en 1,0 miljoen euro in 2028. Circulaires voorgaande jaren, toevoegen jaarschijf De effecten van de september- en decembercirculaire 2023 zijn aan de jaarschijven 2027 en 2028 toegevoegd. Loon- en prijsontwikkeling Jaarlijks worden de prijsgevoelige budgetten geïndexeerd en worden de salarissen en sociale lasten opnieuw berekend op basis van de vastgestelde formatie en de verwachte loonontwikkeling.

De uitgangspunten voor de te hanteren indexpercentages zijn vastgesteld bij de Perspectiefnota 2025-2028. De huidige CAO loopt tot en met maart 2025. De effecten van de nog af te sluiten CAO voor gemeenteambtenaren en de ontwikkeling van de pensioenpremies zijn op dit moment nog niet bekend. Hiervoor is een bedrag gereserveerd oplopend van 2,7 miljoen euro in 2025 naar 3,5 miljoen euro structureel vanaf 2026. Het voordelige effect wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat een hoger bedrag voor loonontwikkeling was gereserveerd dan na actualisatie van de salarissen noodzakelijk bleek. Kapitaallasten De kapitaallasten van bestaande investeringen en de stelposten voor kapitaallasten zijn meerjarig doorgerekend. Het voordeel in 2025 wordt met name veroorzaakt doordat een aantal investeringen later gereed zijn dan verwacht. Voor een belangrijk deel betreft dit de vertraging in de nieuwbouw van het zwembad en het later realiseren van een aantal investeringen binnen onderwijshuisvesting en tractie. Treasury De leningenportefeuille van opgenomen en uitgezette gelden is voor deze begroting geactualiseerd. De gemeentelijke liquiditeitspositie is in de afgelopen jaren verbeterd. Dit maakt dat diverse leningen die in de afgelopen tijd zijn afgelost, niet opnieuw gefinancierd hoefden te worden. Ook in 2025 verwachten wij nog geen nieuwe langlopende leningen aan te hoeven trekken.

Vanaf 2026 wordt herfinanciering van bestaande leningen weer noodzakelijk en zal er aanvullende financiering aangetrokken moeten worden. Wij houden daarbij rekening met een jaarlijkse renteparameter van 4,0% over de jaren 2025 t/m 2028. Sociaal domein Het nadelig financieel effect in het sociaal domein wordt veroorzaakt door de verwachte volumestijging voor Wmo en Jeugd. Voor de meeste onderdelen binnen Jeugd en Wmo gaan we uit van een gemiddelde volumestijging van 1% in 2025. Een groot deel van de jeugdzorg wordt opnieuw ingekocht ingaande per 1 januari 2025. Wij verwachten ten gevolge van deze nieuwe inkoop een extra last van structureel 4,7 miljoen euro. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door

16

tariefstijging in het kader van de wettelijke plicht om reële tarieven te hanteren voor zorgaanbieders. Met deze lastenstijging is al rekening gehouden in de perspectiefnota 2025-2028. Binnen de Wmo wordt de begeleiding en dagbesteding opnieuw ingekocht, ingaande per 1 januari 2025. De tarieven zijn hoger dan de tarieven van de producten die Almelo nu kent. De productdefinities wijken echter af van de huidige producten. Hierdoor verwachten wij dat er verschuivingen plaatsvinden tussen producten, en is een vergelijking met de huidige producten lastig te leggen. Het financiële effect van de nieuwe inkoop Wmo is daarom moeilijk in te schatten. Eventuele financiële bijstellingen zullen worden betrokken bij de tussentijdse rapportages. Hervormingsagenda Jeugdzorg De problemen binnen de Jeugdzorg worden door alle betrokken partijen herkend en landelijk is de Hervormingsagenda Jeugd vormgegeven. Binnen deze beweging wordt gekeken naar de inhoudelijke verbetering van de Jeugdzorg om jeugdigen sneller, beter en lichter te ondersteunen. Tegelijkertijd wordt ook gezocht naar mogelijkheden om de Jeugdzorg ook op de langere termijn betaalbaar te houden. Samen met alle andere gemeenten, het Rijk en het brede zorgveld zal de gemeente Almelo meedoen om de lokale (financiële) uitdagingen op te pakken.

Grondexploitaties De grondexploitaties zijn geactualiseerd voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Dit resulteert in beperkte aanpassing van de jaarschijf 2025 van 0,3 miljoen euro nadelig. Overig Dit betreft diverse kleinere mutaties.

Bestaande ontwikkelingen Lokale omroep (RAAD-8134) Tot de vorming van een streekomroep is er een bedrag van 135.000 euro extra per jaar benodigd tot uiterlijk 2026. Overige besluitvorming 2024 structureel Dit betreft diverse mutaties waarover de raad separaat besloten heeft. Aanvullende besparingsmaatregelen PN2025-2028 Bij de Perspectiefnota 2025-2028 is een aanvullende besparingsopgave opgenomen om een structureel sluitende jaarschijf 2025 te realiseren. Hiervan is 0,6 miljoen euro structureel ingevuld door diverse autonome en bestaande ontwikkelingen. ICT Een aantal jaren geleden is er binnen ICT extra inzet gepleegd op informatiebeveiliging. We zien echter dat de autonome kosten voor ICT op een aantal andere onderdelen zijn gestegen. Hiervoor zijn twee belangrijkste oorzaken. Ten eerste zijn er de laatste jaren in de ICT-sector sterke prijsstijgingen. De stijging is substantieel hoger dan de gemiddelde prijsindex waarmee in de begroting rekening wordt gehouden. Daarnaast heeft Microsoft de licentiestructuur aangepast waardoor de prijzen voor licenties sterk zijn verhoogd. Ten tweede zijn de budgetten in de begroting gebaseerd op een lagere personeelsomvang. Verkeersveiligheidsmaatregelen Om de verkeersveiligheid te waarborgen zijn op een aantal trajecten verkeerskundige aanpassingen noodzakelijk.

Op de van Rechteren Limpurgsingel zal de komende jaren de verkeersdrukte verder stijgen. De oorspronkelijke oplossing voor de aanleg van een tunnel blijkt niet mogelijk te zijn. Om de gewenste tunnel voor het autoverkeer te kunnen realiseren zijn daarom aanvullende middelen benodigd, oplopend naar structureel 0,14 miljoen euro vanaf 2027. Tussen Aadorp en de sportvoorzieningen zijn er onvoldoende mogelijkheden voor kinderen om veilig over te kunnen 17

steken. Ter hoogte van de sportvelden dient daarom een fietstunnel gerealiseerd te worden. Hiervoor is een structureel bedrag oplopend naar 0,05 miljoen euro vanaf 2027 benodigd. De kruising Aadorpweg en de op- en afrit van de N36 is onoverzichtelijk. Dit leidt tot onveilige situaties. De benodigde middelen bedragen 0,02 miljoen euro vanaf 2027. Pilot fietsparkeren binnenstad Op 9 november 2023 heeft de raad de motie "Verbetering van fietsenstallingen in Almelo" aangenomen. Daarnaast benadruk het programma "Koers voor de Binnenstad" het belang van goede fietsbereikbaarheid. Daarom wordt voorgesteld om gedurende twee jaar een pilot bewaakt, inpandig fietsparkeren te starten. De pilot biedt gratis bewaakte, inpandige fietsparkeervoorzieningen tijdens winkeluren en uitgaansavonden en -nachten. Daarnaast richt de pilot zich op modernisering en uniformering van fietsparkeervoorzieningen, evenals verbeterde communicatie en handhaving. Verwachte vrijval BTW-compensatiefonds Indien het BTW-compensatiefonds (BCF) niet volledig wordt ingezet, is er sprake van een jaarlijkse vrijval ten gunste van het gemeentefonds. Dit blijft naar verwachting ook de komende jaren zo, omdat gemeenten hun uitgaven waarop de BCF van toepassing is zullen temperen vanwege het financieel ongunstige perspectief. Van de toezichthouder is het toegestaan om de vrijval in het BCF 2023 structureel op te nemen.

Gelet op de, ten opzichte van de Perspectiefnota 2025-2028, verdere verslechtering van het meerjarenperspectief 2026-2028, wordt deze vrijval ingezet vanaf 2026.

18

3.5 Overzicht lasten en baten per hoofdtaakveld Onderstaande tabel presenteert de begrotingssaldi voor de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028. Het begrotingssaldo bestaat uit het saldo van baten en lasten en het saldo van de reservemutaties. De tabel geeft ook inzicht in de hoogte van de lasten en baten per hoofdtaakveld. Lasten

Begroting

Raming

Raming

Raming

2025

2026

2027

2028

0 Bestuur en ondersteuning

64.865

75.690

85.913

92.149

1 Veiligheid

9.114

9.127

9.127

9.127

2 Verkeer en vervoer

16.509

16.892

17.452

17.836

3 Economie

13.248

5.852

4.348

4.348

4 Onderwijs

14.214

14.487

14.644

14.802

5 Sport, cultuur en recreatie

19.793

19.301

18.825

18.970

6 Sociaal domein

201.400

196.516

193.603

192.121

7 Volksgezondheid en milieu

27.841

27.681

27.329

27.129

8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw

12.140

10.701

10.306

10.607

Totaal lasten

379.125

376.247

381.548

387.088

Begroting

Raming

Raming

Raming

2025

2026

2027

2028

-274.588

-273.519

-282.332

-287.913

-45

-45

-45

-45

Bedragen x 1.000 euro

Baten 0 Bestuur en ondersteuning 1 Veiligheid 2 Verkeer en vervoer

-923

-923

-923

-923

3 Economie

-10.414

-3.081

-1.768

-1.768

4 Onderwijs

-4.943

-4.943

-4.943

-4.943

-810

-730

-274

-251

6 Sociaal domein

-48.696

-48.647

-48.230

-48.209

7 Volksgezondheid en milieu

-26.301

-26.155

-25.813

-25.813

8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw

-6.225

-4.966

-4.571

-4.872

-372.944

-363.010

-368.899

-374.737

Saldo van baten en lasten

Begroting

Raming

Raming

Raming

2025

2026

2027

2028

0 Bestuur en ondersteuning

-209.722

-197.829

-196.419

-195.764

1 Veiligheid

9.069

9.082

9.082

9.082

2 Verkeer en vervoer

15.586

15.969

16.529

16.913

3 Economie

2.834

2.771

2.581

2.580

5 Sport, cultuur en recreatie

Totaal baten Bedragen x 1.000 euro

4 Onderwijs

9.271

9.544

9.701

9.859

5 Sport, cultuur en recreatie

18.983

18.571

18.551

18.718

6 Sociaal domein

152.704

147.869

145.373

143.912

1.540

1.526

1.516

1.316

7 Volksgezondheid en milieu 8 Volkshuisvesting-ro-stedelijke vernieuw

5.916

5.735

5.735

5.735

Totaal saldo van baten en lasten

6.180

13.238

12.649

12.351

Bedragen x 1.000 euro

19

Reserves

Begroting

Raming

Raming

Raming

2025

2026

2027

2028

Stortingen reserves

11.568

9.188

6.988

6.988

Onttrekkingen reserves

-11.224

-6.824

-2.424

-2.424

344

2.364

4.564

4.564

Begroting

Raming

Raming

Raming

2025

2026

2027

2028

6.524

15.602

17.213

16.915

Totaal reserves Bedragen x 1.000 euro

Begrotingssaldo Begrotingssaldo Bedragen x 1.000 euro

20

4. Beleidsbegroting 4.1 Programmaplan 4.1.1 Programma Stedelijke ontwikkeling Voor de zomer 2022 is er een nieuw akkoord opgesteld, 'Samen bouwen aan kansen voor iedereen'. De keuze voor een programma stedelijke ontwikkeling kwam destijds niet uit de lucht vallen. Het is een weloverwogen besluit. Almelo is namelijk aan het veranderen. Binnen het programma zijn drie belangrijke strategische doelen opgeschreven: 1. Kwalitatief aantrekkelijke stad 2. Netwerken en positionering 3. Kennis en professionalisering De basis van deze doelen is gelegd in totstandkoming van de eenheid Stedelijke Ontwikkeling in 2023 met bijbehorende personele versterking, die de verschillende activiteiten uit het programma op pakken en tot uitvoering brengen, o.a. de verdere uitwerking en realisatie van de prioritaire gebieden vanuit de uitvoeringsagenda. Daarnaast is de Regionale Stedelijke Investeringsagenda 2030-2040 (RSIA) samen met de gemeente Enschede, Hengelo en de provincie Overijssel opgesteld en is er een position paper opgesteld namens alle 14 gemeenten in Twente en de provincie Overijssel. Deze ontwikkelingen zijn een aanleiding om het programma verder te brengen en een verdiepingsslag te slaan in de strategische doelen die opgesteld zijn.

Borging in de eenheid (lijn) stedelijke ontwikkeling Doordat de eenheid stedelijke ontwikkeling nu staat, zijn een groot deel van de operationele doelen en bijbehorende inspanningen geland in de eenheid. De verantwoording van de werkzaamheden zal ook door de lijn worden gedaan.

4.1.1.1 Meerjarige programmaopgaven 4.1.1.1.1 Kwalitatieve aantrekkelijke stad Strategisch doel: Het realiseren van een veerkrachtigere, gezondere en inclusievere stad voor onze huidige en nieuwe inwoners en bedrijven, waarin we strategische keuzes maken die aansluiten bij de stedelijke, regionale en nationale opgave die we verwerken in de verstedelijkingsstrategie voor Twente. Hiermee versterken we onze regionale en nationale functie en bouwen we verder aan onze toekomst als aantrekkelijke stad voor onze bestaande en toekomstige inwoners, bedrijven en bezoekers. Met het opstellen van de Regionale Stedelijke Investeringsagenda 2030-2050 (RSIA) heeft Almelo samen met gemeente Hengelo, gemeente Enschede en de provincie Overijssel ervoor gezorgd dat Almelo door het Rijk benoemd wordt als een regio waar een schaalsprong mogelijk is. De RSIA heeft als doel om de potentie van Twente optimaal te benutten en daarmee een bijdrage te leveren aan de nationale opgaven waar we voor staan. We geven gehoor aan de wens van het Rijk om de verstedelijking niet alleen in de Randstad te accommoderen. We spelen in op de verhoogde aandacht die “de regio” heeft gekregen na het rapport “Elke regio telt”. De RSIA bevat alle ingrediënten om de ruimtelijke puzzel in Nederland versneld op te lossen. Almelo, Hengelo en Enschede zullen het stadsleven van de toekomst bieden.

De drie Twentse steden bruisen van de energie, bedrijvigheid én nieuwe kansen. Dit gaat hand in hand met de ruimte, groen en kwaliteit van leven. In het netwerk van Europese economische topregio’s is Twente een krachtig vliegwiel. We bedenken niet alleen technologische topinnovaties,

21

maar realiseren deze ook. Vanuit betrokken netwerken, hoogstaande kennis en toonaangevende ondernemingen in een groene omgeving. Oersterk, oplossingsgericht en veerkrachtig, gewoon zoals wij dat doen in Twente. Bij de uitwerking van de RSIA zal de focus liggen op het integraal afwegen en uitwerken van de stedelijke, regionale en nationale opgave, die we gaan verwerken in de verstedelijkingsstrategie* voor Twente (2030-2050). Dit zal ons bod zijn aan het Rijk voor de Nota Ruimte. Om te komen tot een verstedelijkingsstrategie voor Twente zal op strategische niveau een afweging gemaakt moeten worden welke bijdrage Almelo wil leveren en wat uiteindelijk ook kan leveren. Het is belangrijk dat het programma in 2025 de volgende stappen ondernemen: Activiteiten 2025 Omschrijving Activiteit 1: Integrale Samenwerking

We zetten in op een integraal strategisch kernteam (eenheid overstijgend) dat zich bezighoudt met de belangrijkste strategische opgaven voor Almelo, die ook op regionaal en op nationaal niveau van belang zijn. Het kernteam zal de verschillende opgaven integraal afwegen en coördineren. Wij trekken nadrukkelijk op met andere Twentse gemeenten op verschillende thema's om de overkoepelende belangen in relatie tot de verstedelijkingsstrategie op elkaar af te stemmen en afspraken te maken. Daarnaast nemen we deel aan de overlegstructuren met de regio en het Rijk in het kader van de verstedelijkingsstrategie voor Twente. Vanuit het programma zetten we in op een integrale coördinatie van verschillende thema's.

Activiteit 2: Opgave in beeld

Door middel van groeiscenario's zullen mogelijke toekomstbeelden worden geschetst van Almelo. Dit zal helpen om te komen tot een toekomstbestendige en vitale stad en het bepalen van een bijdrage in regionale en nationale samenwerkingen. Door inventarisering van bestaand beleid en bestaande strategische plannen zal in beeld worden gebracht welke direct of indirect invloed hebben op de fysieke leefomgeving en waar de blinde vlekken van onze opgave liggen. In de omgevingsvisie wordt de vertaling van alle langjarige strategische ambities integraal afgewogen en samengebracht. Uiteindelijk zal dit leiden tot concrete beleidsdocumenten, programma’s en acties onder de omgevingsvisie.

Activiteit 3: Verstedelijkingsstrategie

We zullen aansluiten bij overlegstructuren voor en meeschrijven aan verstedelijkingsstrategie waar we samenwerken met verschillende partners (o.a. waterschap, onze regiopartners en het Rijk) om te komen tot een gezamenlijke strategie. We maken afspraken om te komen tot een uitvoering in de toekomst. • •

Voorwaarden afspreken met het Rijk Aanvragen rijksregelingen

22

Activiteiten 2025

Omschrijving • •

Regio specifieke zaken afstemmen met buurgemeenten en andere samenwerkingspartners Door vertaling naar omgevingsvisie, programma's, beleid en/of projecten

Concreet zal het programma in 2025 en 2026 het volgende oppakken: • Een gezamenlijke verstedelijkingsstrategie opstellen voor Twente (Regionale Ontwikkelstrategie Twente - ROS Twente) • De Almelose bijdrage aan de verstedelijkingsstrategie verscherpen en verwerken. Activiteit 4: Brede welvaart**

Bij integrale gebiedsontwikkeling is het belangrijk om vanaf het begin een perspectief vanuit brede welvaart te hanteren. Concreet zal het programma in 2025 dit als afwegingskader opnemen in de omgevingsvisie. Dat betekent dat we aandacht besteden aan: • Kwaliteit van de leefomgeving (zoals aanwezigheid van groen, lage geluidsoverlast, schone lucht, passende kwaliteit van publieke ruimtes en sociale cohesie). • Gevolgen voor toekomstige generaties. • De verdeling van baten en lasten over de relevante betrokken groepen (verdelingseffecten binnen en buiten de regio). • Extra aandacht richten op infrastructuur voor mogelijke knelpunten. • Agglomeratie-effecten en deze op waarde schatten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=a9cb2a00-cad1-4ae3-b056-dee4ab4401c1