13 Verkenning windenergie Almelo, Tubbergen en Twenterand.pdf
Tekst van het document
Gemeente Almelo
Raadsbrief ter informatie
Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage Ruimtelijktechnische verkenning en gebiedsverslag
Doorkiesnummer 1134
Behandeld door L.H. Plant
Datum 1 november 2022
Onderwerp Verkenning windenergie Almelo, Tubbergen en Twenterand
Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren wij u over het besluit om een vervolg te geven aan de verkenning naar windenergie in het gebied tussen Almelo, Tubbergen en Twenterand. Op 9 november 2021 (RAAD-6925) en op 31 mei 2022 (RAAD-7243) hebben wij u geïnformeerd over de samenwerking die wij met de gemeenten Tubbergen en Twenterand en de provincie Overijssel zijn aangegaan inzake de verkenning naar mogelijkheden voor windenergie. Aanleiding voor deze samenwerking is dat zowel de gemeente Almelo als de gemeenten Tubbergen en Twenterand hun bijdrage aan de Regionale Energiestrategie Twente bepaald hebben. Daaruit bleek dat de zoekgebieden voor windenergie van de drie gemeenten op korte afstand van elkaar liggen. Het is evident dat ontwikkelingen in alle drie de gemeenten in dit gebied elkaar raken, zowel ruimtelijk als qua gebiedsproces voor inwoners en andere belanghebbenden. Het doel van de samenwerking is om beter zicht te krijgen op de potentie van het gebied voor windenergie, en samen op te trekken in de eventuele ontwikkeling. De verkenning die in Q1 en Q2 van 2022 uitgevoerd is bestond uit een ruimtelijk technische verkenning naar de potentie voor windenergie in het ATT-gebied en de start van een gebiedsproces om in gesprek te komen met inwoners en andere belanghebbenden en een eerste beeld op te halen van hoe tegen de beoogde ontwikkeling aangekeken wordt.
De verkenning is inmiddels afgerond. Het ruimtelijk-technisch onderzoeksrapport en het gebiedsverslag van het participatietraject treft u aan in de bijlage. De verkenningsfase levert de volgende kernconclusies op:
Ruimtelijk technisch onderzoek: 1. Er is duidelijk potentie voor windenergie in het ATT-gebied
2. 3.
Ook wanneer geluids- en gezondheidsnormen worden aangescherpt ten opzichte van de normen die tot voor kort in Nederland golden – bestaat er in het ATT-gebied een duidelijke potentie voor windturbines.
Die potentie bestaat wanneer locaties zorgvuldig worden gekozen
En bij de keuze van type turbines en hun brongeluid het uitgangspunt van ‘best beschikbare techniek’ als uitgangspunt wordt genomen.
Het ruimtelijk technisch onderzoek geeft niet op alle vragen antwoord
Het gaat om een brede gebiedsverkenning waarin op basis van verschillende variabelen zoals hinder-normen en windturbine types de potentie van het gebied in beeld is gebracht. Er zijn inhoudelijke vragen over het technisch rapport gesteld die in online webinars en schriftelijk zo goed mogelijk zijn beantwoord. Bij concrete planontwikkeling zullen vragen ook steeds concreter beantwoord kunnen worden en zal maatwerk in de planontwikkeling Pagina 1 van 2 Raad - 2207421 DCS - 2175969
nodig zijn om aan specifieke vragen en belangen tegemoet te komen. Met name vragen over gezondheidsaspecten en geluidhinder kunnen pas later beantwoord worden omdat er nu nog geen concrete locaties aangewezen zijn.
Gebiedsproces (participatie trede: informatie delen en ophalen) 4. Er is ook stevige weerstand en er zijn ook vragen en zorgen Met name over geluid en de gezondheidseffecten van windturbines in het gebied, maar ook over horizonvervuiling en lichthinder. Er zijn ook nog veel vragen over de noodzaak van windturbines in de duurzame energiemix, de combinatie van deze ontwikkeling en andere ontwikkelingen die in het gebied spelen en ergernis over het momenteel niet kunnen leveren van zonne-energie aan het elektriciteitsnet in verband met netcongestie.
5. Er is ook nieuwsgierigheid bij inwoners en belanghebbenden naar kansen voor windenergie in het gebied. Inwoners geven aan niet tegen duurzaamheid te zijn en oog te hebben voor de klimaatopgave. Bij een goed doordacht ontwikkelproces krijgt lokaal eigenaarschap een kans en kan de ontwikkeling rendement opleveren voor inwoners en bijdragen aan de specifieke gebiedsdoelen. Het college heeft besloten om deze samenwerking met Tubbergen, Twenterand en de provincie Overijssel te continueren. De ambtelijke projectgroep krijgt de opdracht om samen met inwoners, verenigd in de gebiedsgroep, en met eventuele andere vertegenwoordigers uit het gebied in beeld te brengen welke manieren van ontwikkeling van windenergie in dit gebied mogelijk zijn. Belangrijke uitgangspunten zijn: gezondheid/geluidhinder, participatie, lokaal eigenaarschap en ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast is met de partners afgesproken om eventuele nieuwe grote ruimtelijke ontwikkelingen met elkaar af te stemmen, met als uitgangspunt dat de kansen en ambities voor windenergie behouden blijven.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,
F.W. van Ardenne
Pagina 2 van 2
A.J. Gerritsen
Bosch & van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht 030 – 677 6466
Auteurs Daan Booij Martijn Maan Marlin ter Huurne Steven Velthuijsen
Opdrachtgever Gemeente Almelo Gemeente Tubbergen Gemeente Twenterand Provincie Overijssel
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel Datum 13 september 2022
Versie 0.3
eindrapport
Bosch & Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch & Van Rijn 2022 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch & Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Inhoudsopgave H OOFDSTUK 1
INLEIDING
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Noodzaak windenergie Doel onderzoek en leeswijzer
4 5 6
H OOFDSTUK 2
HUIDIGE BELEIDSKADERS
7
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Almelo Gemeentelijk beleid Tubbergen Gemeentelijk beleid Twenterand
8 8 10 12 14 15 18
RUIMTELIJKE ANALYSE
19
Introductie Windturbineafmetingen Belemmeringen vanuit landelijke wetgeving Belemmeringen vanuit ecologie Belemmeringen vanuit provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid Autonome ontwikkelingen Resultaat belemmeringenanalyse Maximale potentie voor windturbines binnen het ATT-gebied
20 20 21 25 27 31 33 40
CONCLUSIES TECHNISCH / RUIMTELIJKE ANALYSE
41
Conclusies
42
VERDIEPING EN BEANTWOORDING VRAGEN
44
Geluid & gezondheid Slagschaduw Transportcapaciteit en infrastructuur Levenscyclus Energieopwekking & financiële haalbaarheid
45 58 61 64 66
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
H OOFDSTUK 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
H OOFDSTUK 4 4.1
H OOFDSTUK 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
2
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Hoofdstuk 1 Inleiding
3
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
1.1
Aanleiding In de RES1 Twente 1.0 hebben samenwerkende gemeenten, waterschap en provincie regionaal invulling gegeven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord omtrent het opwekken van duurzame energie. Parallel aan de RES is een werkkaart met zoekgebieden openbaar gemaakt waarop het gebied tussen Almelo, Vriezenveen, Oosteinde en Geesteren als zoekgebied voor windturbines en zonnevelden staat aangegeven. Dit energiegebied ATT of ATT-gebied bevindt zich op de grens van de gemeenten Almelo, Tubbergen en Twenterand. Hier werken de drie gemeenten en de provincie Overijssel samen om invulling te geven aan de ambities voor een duurzame elektriciteitsopwekking. De begrenzing van het ATT-gebied is op onderstaande kaart met de blauwe stippellijn indicatief aangegeven. Dat de begrenzing indicatief is wil zeggen dat deze niet als harde grens moet worden beschouwd van het gebied waarbinnen de plaatsing van windturbines in overweging kan worden genomen. Als een geschikte locatie voor een windturbine op korte afstand buiten de indicatieve begrenzing is gelegen, is het mogelijk dat deze ook in overweging wordt genomen.
Figuur 1
Indicatieve begrenzing van het ATT-gebied (deze begrenzing heeft verder geen status)
1
Regionale energiestrategie
4
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
1.2
Noodzaak windenergie Nederland staat voor een grote verduurzamingsopgave. Om de wereldwijde opwarming van de aarde tegen te gaan is in de Klimaatwet het streven vastgelegd de Nederlandse broeikasgasuitstoot in 2030 met 49% te verminderen (ten opzichte van de uitstoot in 1990). Voor 2050 is het streven de broeikasgasuitstoot met 95% te verminderen en een volledig CO2-neutrale elektriciteitsproductie te bereiken. De behoefte aan duurzaam opgewekte elektriciteit zal voor 2030 met name moeten worden ingevuld door windenergie, zonne-energie en bio-energie. Kernenergie kan na 2030 mogelijk een bijdrage aan een CO2-arme energievoorziening leveren. Omdat de bouw van een kerncentrale (en landelijke politieke besluitvorming hierover) lang duurt is de kans echter klein dat nieuwe kerncentrales in Nederland voor 2030 een bijdrage aan de elektriciteitsopgave zullen leveren2. De potentie voor waterkracht is in het vlakke Nederland beperkt. Windenergie op zee zal voor 2030 wel een belangrijke bijdrage leveren, maar niet in de gehele opgave voorzien. Op de korte termijn bestaat daarom een noodzaak voor duurzame elektriciteitsopwekking middels wind op land, zon (op dak of in het veld) en/of bio-energie. Geen van deze vormen van energieopwekking is vrij van nadelen.
Voor bio-energie zijn in Nederland maar beperkt grondstoffen aanwezig en bestaat veel discussie over de duurzaamheid van geïmporteerde brandstoffen. Zonneparken vereisen relatief veel ruimte, wat ten koste kan gaan van landbouwgrond en het landschap. Zon op dak wordt vaak als wenselijker gezien, maar de grootschalige uitrol hiervan blijkt in de praktijk vaak traag en lastig te realiseren. Rondom wind op land bestaan zorgen over nadelige effecten op de gezondheid, ecologie en het landschap. In het Klimaatakkoord uit 2019 is afgesproken in 2030 tenminste 35 TWh hernieuwbare elektriciteit te produceren met grootschalige zonne- en windenergie op land. Deze opgave is neergelegd bij 30 RES-regio’s, waaronder ook de RES-regio Twente. In de RES-regio’s zijn gemeenten, de provincie, waterschappen, netbeheerders en overige stakeholders betrokken. Het is aan de gemeenten en de provincie om de voor- en nadelen van de verschillende vormen van duurzame elektriciteitsopwekking tegen elkaar af te wegen en om binnen de beschikbare ruimte richtlijnen op te stellen waarmee lokaal invulling aan een duurzame energiemix wordt gegeven. Hiervoor zijn door de gemeenten binnen het ATT-gebied al eerder afwegingen gemaakt: ➢
2 3
De gemeente Almelo wil allereerst het plaatsen van zonnepanelen op daken en op braakliggende terreinen stimuleren. Omdat deze ontwikkeling te langzaam gaat zet de gemeente voor 2030 vooralsnog ook in op 100 hectare zonneparken (in veldopstelling) en 3-5 hoge windturbines3.
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/duurzame-energie/opwekking-kernenergie Gemeente Almelo, duurzame energieladder, 14 januari 2020
5
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
1.3
➢
De gemeente Tubbergen heeft gezamenlijk met de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal (als regio Noordoost-Twente) middels de RES 1.0 ingestemd met een doelstelling van 225 GWh / jaar duurzame elektriciteitsproductie in 2030, onderverdeeld in 63 hectare zon op dak, 100 hectare zonnevelden en 9 windturbines.
➢
De gemeente Twenterand heeft in de ontwerp omgevingsvisie Twenterand (vastgesteld op 14 december 2021) een voorkeursvolgorde opgenomen voor de opwek van duurzame energie tot 2030: maximaal zon op daken, boven parkeerterreinen en op (te ontwikkelen) zandwinplassen. 25 hectare zonneveld is reeds gerealiseerd. Daarnaast worden mogelijkheden voor kleine windturbines in het buitengebied gezien en stimuleert de gemeente de productie van duurzaam gas. In het ATT-gebied (Vriezenveen zuidoost) wil de gemeente met participatie van inwoners en ondernemers een nieuw (energie)landschap realiseren. Voor de periode tot 2030 wil de gemeente middels een flexibele energiemix (waaraan alle soorten van duurzame energieopwekking een bijdrage kunnen leveren) maximaal 82 GWh / jaar aan de opwek van hernieuwbare energie bijdragen. Bij vaststelling van de omgevingsvisie is een amendement aangenomen waarmee erfmolens tot 35 meter in het buitengebied mogelijk zijn gemaakt.
Doel onderzoek en leeswijzer Voorliggend onderzoek heeft als doel om de technisch-ruimtelijke mogelijkheden voor grootschalige windturbines in het ATT-gebied verkennend in beeld te brengen. Hiertoe wordt in Hoofdstuk 2 eerst een overzicht gegeven van het beleid dat van invloed is op de mogelijkheden voor windturbines in het ATT-gebied. In Hoofdstuk 3 worden de beperkingen en kansen vanuit beleid en toekomstige ontwikkelingen vertaald naar een kaart waarop de kansrijkheid voor windturbines staat aangegeven. Over bepaalde beperkingen, zoals de maximaal toelaatbare geluidbelasting op woningen, bestaat in deze fase van het traject nog geen duidelijkheid. Om de invloed van deze beperkingen op de ruimtelijke mogelijkheden in kaart te brengen zal daarom soms in scenario’s moeten worden gedacht. Hoofdstuk 4 bevat de conclusies die uit de technisch-ruimtelijke analyse getrokken kunnen worden. In Hoofdstuk 5 van dit onderzoek is een uitgebreide verdieping met achtergrondinformatie over windturbines opgenomen. Hier worden ook aannames uit het technisch-ruimtelijk haalbaarheidsonderzoek onderbouwd. In Hoofdstuk 5 is daarnaast zo goed mogelijk antwoord gegeven op vragen die door inwoners en stakeholders uit het ATT-gebied zijn gesteld.
Hoewel getracht is de effecten van windturbines in het ATT-gebied zoveel mogelijk gebiedsspecifiek te beschrijven, is het vaak ook nodig geweest de vragen in algemene zin te beantwoorden. Dit heeft te maken met de verkennende fase waarin het plan voor windturbines in het ATT-gebied zich bevindt, waarbij bijvoorbeeld nog geen keuze is genomen over de locaties of eigenschappen van beoogde windturbines.
6
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Hoofdstuk 2 Huidige beleidskaders
7
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
2.1
Inleiding In dit hoofdstuk worden de huidige ruimtelijke beleidskaders beschreven die momenteel van invloed zijn op de mogelijkheden voor windturbines binnen het ATTgebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleid dat is vastgesteld door de rijksoverheid, de provincie, de gemeenten en afspraken die zijn vastgelegd in de RES Twente 1.0. Ruimtelijk beleid is in Nederland constant in ontwikkeling. Een initiatief voor windturbines in het ATT-gebied zal altijd getoetst worden aan de beleidskaders die ten tijde van vergunningverlening voor de winturbines van toepassing zijn.
2.2
Rijksbeleid
2.2.1
Novi en Barro Het omgevingsbeleid van het Rijk wordt in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) vormgegeven. Het Barro richt zich op een groot schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor de ontwikkeling van een windpark. In de NOVI schetst het rijk een lange termijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van een duurzame leefomgeving in Nederland. Daarbij wordt een integrale benadering voorgesteld, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het rijk. In de NOVI worden de nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving vertaald naar prioriteiten, waarbij prioriteit 1 van de NOVI luidt: ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’. Ten aanzien van de productie van duurzame energie (door windturbines, eventueel in combinatie met zonnevelden) wordt in het NOVI een voorkeur voor grootschalige clustering van duurzame energieproductie meegegeven. Daarbij is het wel van belang dat er een afweging wordt gemaakt tegenover andere relevante waarden zoals landschap, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water, bodem en draagvlak.
Een natuur inclusief ontwerp en beheer van het windpark is hierbij van belang om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Ook moeten bewoners van een gebied worden betrokken, participeren in het project en waar mogelijk meeprofiteren.
2.2.2
Landelijke normen Landelijk geldende normen voor windparken ten aanzien van geluid, slagschaduw en veiligheid waren voorheen opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Echter, omdat voor het Activiteitenbesluit ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld zijn deze normen door de Raad van State buiten toepassing verklaard 8
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
voor windturbineprojecten die vallen onder bijlage II van de Europese Mer-richtlijn4 (windparken van drie of meer windturbines). Voor één of twee losse windturbines blijven de huidige normen van het Activiteitenbesluit nog wel van kracht. Windparken van 3 of meer windturbines kunnen pas weer aan de hand van landelijke milieunormen worden beoordeeld als de Rijksoverheid nieuwe landelijke milieunormen heeft vastgesteld. Het maken van een milieueffectrapport (planMER), is een voorwaarde om tot de nieuwe landelijke milieunormen te komen. In het planMER zullen verschillende alternatieven voor de nieuwe landelijke milieunormen bij windturbines worden onderzocht. Vervolgens zal een ‘voorkeursvariant’ voor de milieunormen worden beschreven en onderbouwd. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van het planMER Windturbinebepalingen Leefomgeving5 is beschreven welke onderdelen en effecten in het planMER zullen worden onderzocht. Het planMER zal naar verwachting in 2023 worden afgerond. Zolang nog geen nieuwe landelijke milieunormen voor windturbines zijn vastgesteld staat het gemeenten vrij eigen lokale normen op te stellen waaraan windparken van 3 of meer windturbines kunnen worden getoetst. Gemeenten mogen er echter ook voor kiezen hier geen gebruik van te maken en de nieuwe landelijke normen af te wachten.
In afwachting van de nieuwe landelijke milieunormen heeft de Tweede kamer opgeroepen dit voorjaar afspraken te maken met gemeenten, provincies en RES-regio’s over de te hanteren uitgangspunten voor nieuwe windturbines, waaronder strenge minimumafstandsnormen (motie-Erkens/Leijten). Deze normen zouden geen maximaal toelaatbare geluidsbelasting, slagschaduwduur of externe veiligheidsrisico’s door windturbines, maar een minimumafstand tot windturbines voorschrijven. Vanuit overige wetgeving en beleidsregels gelden veiligheidseisen voor windturbines die zich doorgaans vertalen naar minimaal aan te houden adviesafstanden tussen windturbines en objecten zoals wegen, hoogspanningskabels en buisleidingen. Omdat deze wetgeving en beleidsregels niet in het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn opgenomen blijven deze wel in stand. De Handreiking Risicozonering Windturbines geeft een overzicht. Daarnaast kan de luchtvaart hoogtebeperkingen voor windturbines opleveren. De Viewer Bouwhoogtebeperkingen Luchtvaart6 geeft hierin inzicht.
4 5
6
Uitspraak Raad van State: ECLI:NL:RVS:2021:1395. Zie: https://platformparticipatie.nl/windturbinebepalingen/voornemen+windturbinebepalingen/handlerdownloadfiles.ashx?idnv=2121756 Zie https://ez.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=8eaadfac232049849ad9841d35cd7451
9
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Omgevingsvisie en -verordening Het provinciale beleid omtrent windturbines in Overijssel is vastgelegd in de Omgevingsvisie vanaf 2017, en de Verordening vanaf 2017. Zowel de omgevingsvisie als de omgevingsverordening zijn op 15 december 2021 geconsolideerd middels de Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2021 en de Tussentijdse actualisatie omgevingsverordening 2020/2021. In de omgevingsvisie beschrijft de provincie Overijssel een duurzame energiehuishouding als één van haar vier duurzame kwaliteitsambities. De provincie zet in op vergroten van het aandeel energie uit bronnen als zon, wind, biomassa en ondergrond en heeft als ambitie de energiebehoefte in 2030 voor 30% uit hernieuwbare bronnen te voorzien. Omgevingsplannen voorzien niet in de mogelijkheid om windturbines op te richten in gebieden die zijn aangewezen als ‘uitsluitingsgebied windenergie’. In deze uitsluitingsgebieden zijn het Natuurnetwerk Nederland, de Nationale Landschappen en laagvliegroutes en (invlieg)funnels opgenomen. In uitzondering hierop wordt binnen de Nationale Landschappen wel ruimte voor windturbines geboden als deze binnen de ‘zoekgebieden windenergie Noordoost-Twente’ gelegen zijn.
Nationaal landschap en zoekgebieden windenergie De Nationale Landschappen Noordoost-Twente worden gekenmerkt als gebieden met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Het beleid van het nationale landschap is erop gericht om de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied te behouden, duurzaam te beheren en waar mogelijk te versterken. Vanuit de omgevingsvisie en -verordening gold voorheen een verbod op windturbines binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. Echter zijn in de RES 1.0 Twente (door betrokken partijen vastgesteld in de periode mei - juli 2021) zoekgebieden voor windenergie gedefinieerd, die vervolgens zijn opgenomen in de geconsolideerde omgevingsvisie en -verordening. Hieruit volgt dat binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente wel ruimte aan windturbines wordt geboden als deze binnen een zoekgebied voor windenergie uit de RES 1.0 Twente liggen. Daarbij geldt wel als voorwaarde dat sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van de aanwezige gebiedskenmerken. In de omgevingsvisie wordt toegelicht dat, indien gemeenten niet willen meewerken aan initiatieven voor windturbines, de provincie haar instrumenten maximaal zal inzetten.
Natuur Met de Natura2000 gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de weidevogelgebieden zijn in de provincie Overijssel gebieden met bijzondere ecologische waarde aangegeven. De provincie is belast met de bescherming van de natuurwaarden in deze gebieden. Binnen de Natura2000 gebieden en het NNN zijn initiatieven voor windturbines door de provincie uitgesloten. Het plaatsen van windturbines wordt binnen de weidevogelgebieden niet uitgesloten. Wel dient bij het ontwikkelen van initiatieven binnen de weidevogelgebieden de functie van het leefgebied voor weidevogels te worden meegewogen. 10
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Lichthinder Overijssel kent gebieden waar het ’s nachts nog echt donker is. Omdat deze donkerte wordt gezien als een te koesteren kwaliteit zijn in de Omgevingsvisie gebieden aangegeven waarbinnen wordt ingezet op beperking van de lichthinder. In de provinciale Omgevingsvisie en -verordening staat niet expliciet benoemd of de nabijheid van gebieden waar wordt ingezet op beperking van de lichthinder van invloed is op de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines.
2.3.2
Windladder 2021 Provincie Overijssel heeft op verzoek van Provinciale Staten de Windladder 2021 opgesteld en gepubliceerd. Deze is op 9 november 2021 vastgesteld door Gedeputeerde Staten en is gebaseerd op het provinciale beleid uit de Omgevingsvisie en afspraken uit de RESsen van Twente en West Overijssel. De Windladder verduidelijkt de huidige (on)mogelijkheden en provinciale voorkeuren voor windprojecten. In de ladder zijn de volgende voorwaarden samengevat, welke tezamen een ruimtelijk beeld van de voorkeursgebieden en voorkeursopstellingen weergeven: • Voorkeursvolgorde in opstellingen (vastgesteld in RES 1.0) • Uitsluitingsgebieden (uit Omgevingsvisiebeleid) • Gebieden met hoge economische, ecologische of landschappelijke waarden (uit Omgevingsvisie en catalogus gebiedskenmerken) • Opstellingsvoorbeelden die aansluiten bij het landschap (opgenomen in RES 1.0). Figuur 2 geeft de windladder van Overijssel weer. De verschillende treden van de ladder staan hieronder beschreven: 1. Grote clusters: voorkeur wordt gegeven aan grote clusters en energielandschappen in hoogveenontginningen, veenkoloniaal landschap, jonge heide- en broekontginningslandschappen (groene kleur in figuur). 2. Kleinere groepen: gebieden en projecten in jong ontginningslandschap en ‘oud’ land in Twente en Salland.
Hier dienen lijnen en groepen windturbines gebundeld worden met infrastructuur, gecombineerd worden met andere opgaven zoals zon en/of een windbos, nabij het elektriciteitsnet en diens gebruikers (groen en wit in de figuur). 3. Solitaire molens: individuele dorpsmolens die niet interfereren met grote clusteropstellingen en windbakens op bedrijventerreinen (wit in de figuur). 4. Terughoudend met alle opstellingen: gebieden die vanwege economische, ecologische en/of landschappelijke waarden uitgesloten worden (oranje in de figuur).
11
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Figuur 2
Kaartbeeld provincie Overijssel met de verschillende tredes van de Windladder. De blauwe omlijning weergeeft de indicatieve begrenzing van het ATT-gebied. Het ATT-gebied bevindt zich vrijwel volledig binnen de trede 1 van de windladder, waar ruimte voor windturbines in grote clusters wordt geboden.
2.4
Regionaal beleid
2.4.1
RES Twente 1.0 De RES Twente 1.0 beschrijft de regionale energiestrategische koers voor 2030 met een doorkijk naar 2050, gericht op een (economisch) haalbare energietransitie, waarbij verschillende belangen en maatschappelijke opgaven in acht worden genomen. De RES Twente is bedoeld om bij te dragen aan het Nationaal Klimaatakkoord en is opgesteld door de Twentse gemeenten, de provincie Overijssel en de waterschappen Vechtstromen in samenwerking met lokale netbeheerders, Twence, kennisinstellingen, woningcorporaties en belanghebbenden. In de RES 1.0 beschrijven betrokken partijen het doel om in 2030 gezamenlijk minimaal 1,5 TWh aan duurzaam opgewekte elektriciteit in Twente te realiseren. Daarnaast wordt de koers uit de Regionale Structuur Warmte geïmplementeerd om in 2050 uiteindelijk klimaatneutraal te zijn. Om 1,5 TWh duurzaam opgewekte elektriciteit te realiseren, zet de regio voor 2030 in op het realiseren van 39 windturbines, 688 ha. zonnevelden en 382 ha. zon op dak. In de RES is aangegeven dat iedere gemeente zelf het beleid voor duurzame opwek van energie mag samenstellen. Hierbij wordt voorkeur gegeven aan zonne-
12
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
en/of windprojecten langs infrastructuur. Er wordt rekening gehouden met de bebouwde kom en externe veiligheid tot gevoelige objecten, zodat gezondheidseffecten minimaal zijn. Daarnaast wordt rekening gehouden met landschappelijke waarden en natuurgebieden en de leefomgeving van flora en fauna. Om de RES 2.0 te ontwikkelen, wordt gekeken naar zoekgebieden voor wind, zon en een combinatie van beide. Hierbij geldt als voorkeursvolgorde: 1. Zon op dak. 2. Clustergebieden met windturbines en zonneparken in veldopstelling gecombineerd met andere maatschappelijke opgaven. 3. Monofunctioneel wind op land i.c.m. andere maatschappelijke opgaven. 4. Monofunctioneel zon op land en of op water i.c.m. andere maatschappelijke opgaven.
2.4.2
Plan van aanpak: verkenning energie opwek door wind in het ATT-zoekgebied De gemeenten Almelo, Twenterand en Tubbergen hebben in de RES hun bijdrage vastgesteld. De gemeente Almelo heeft de ambitie om in 157 GWh duurzame elektriciteitsproductie bij te dragen aan de RES. Voor de gemeente Twenterand ligt dit doel op 82 GWh. Tubbergen heeft met de gemeente Dinkelland, Losser en Oldenzaal een gezamenlijk bod van 225 GWh duurzame elektriciteitsproductie gedaan. Parallel aan de RES 1.0 is een werkkaart met zoekgebieden openbaar gemaakt waarop het ATT-gebied als zoekgebied voor grootschalige duurzame energieopwekking door middel van wind en zon aangegeven. Omdat ontwikkelingen in alle drie de gemeenten in dit gebied elkaar raken trekken de betrokken gemeenten en provincie samen op om een grensoverschrijdend gebiedsproces te starten. Ten behoeve hiervan is eind 2021 het plan van aanpak: verkenning energie opwek door wind in het ATT-zoekgebied opgesteld. In het plan van aanpak wordt een kernopgave en gezamenlijk proces omschreven waarbij: • de realisatie van een substantieel aantal windturbines mogelijk wordt gemaakt – als onderdeel van een bredere mix van duurzaamheid - en energiemaatregelen van de drie gemeenten. • inwoners en andere stakeholders in het gebied een stevige rol hebben en mede richting geven aan afspraken over verdeling van lusten en lasten.
• sprake is van een gezamenlijke intergemeentelijke aanpak met ruimte voor eigen gemeentelijke accenten. • afgestemd op de doelstellingen van de RES Twente. • bij de inpassing van dit opwekvermogen wordt gebouwd aan een efficiënt en innovatief regionaal energiesysteem waarin vraag, aanbod, transport, opslag en conversie van energie zich optimaal in samenhang ontwikkelen. • gestuurd wordt op een goede ruimtelijke samenhang. • gelet wordt op koppelkansen met andere (ruimtelijke) opgaven. • er ruimte is voor lokale initiatieven. • optimale regionale/lokale opbrengsten ontstaan. 13
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Om bovengenoemde resultaten te behalen, zijn duidelijke afspraken en communicatie benodigd. Belangrijk hiervoor zijn transparante informatievoorziening en een eenduidige duidelijke kernboodschap voor het ATT-gebied. Het gebiedsproces energiebeleid ATT is opgedeeld in een aantal fases met (bestuurlijke) besluitvormingsmomenten: de verkenningsfase (zomer ’22), ontwikkelfase, realisatiefase en exploitatiefase. Na de verkenningsfase is er een besluitvormingsmoment over het al dan niet doorzetten van de ATT-samenwerking voor het zoekgebied. Voor het gehele gebiedsproces wordt rekening gehouden met een doorlooptijd van 5 tot 7 jaar. Randvoorwaarde bij de ontwikkeling van grootschalige opwek door windturbines in het ATT-gebied is dat het uitgangspunt “wind-tenzij” is, aangezien belemmeringen en mogelijkheden over de hoeveelheid en locatie nader moeten worden verkend.
2.5
Gemeentelijk beleid Almelo
2.5.1
Omgevingsvisie Almelo De omgevingsvisie Almelo is onderdeel van de Omgevingswet, die naar verwachting in januari 2023 wordt ingevoerd. In de gemeentelijke omgevingsvisie wordt gefocust op twee pijlers: besparing van energie en verduurzaming van de energievoorziening. Voor 2030 wil de gemeente Almelo, naast zon op dak, 100 hectare aan zonneparken en 3-5 hoge windturbines realiseren.
2.5.2
Duurzame Energieladder Almelo De Duurzame Energieladder ziet toe op de opgave om de opwekking van grootschalige duurzame elektriciteit in Almelo in goede banen te leiden. In 2019 is reeds onderzoek gedaan naar kansen en belemmeringen voor (grootschalige) duurzame energieopwekking. Daarnaast is voor de gemeente een landschapsonderzoek uitgevoerd. De combinatie van deze twee onderzoeken hebben geleid tot een kaart waarop vier zoekgebieden voor grootschalige opwek zijn aangegeven en verkend (Figuur 3). Vanuit de verkenning worden de zoekgebieden 1 en 2 geschikt geacht als clustergebied voor de opwek van duurzame energie. Zoekgebied 1 overlapt met het Almelose deel van het ATT-gebied. Het (noordelijke) gedeelte van de gemeente Almelo dat is aangewezen overlapt met het ATT-gebied en bevindt zich binnen het landschapstype veenontginningslandschap. Dit landschap leent zich voor grootschalige opwek van duurzame energie door de openheid en rechtlijnigheid van het gebied en is derhalve aangewezen als clustergebied. De ontwikkeling van grootschalige duurzame energie heeft impact op de ruimte en dient dus op een goede manier landschappelijk te worden ingepast. Hierbij dient daarnaast rekening te worden gehouden met (cultuur)historie en gebiedskenmerken.
14
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Windenergie dient geclusterd te worden in een lijn of cluster. Een windcluster bestaat uit minimaal 4 windturbines in strak grid of ‘versprongen gridopstelling’. Deze turbines dienen identiek te zijn (dezelfde hoogte en type) om te zorgen dat het cluster een eenheid vormt. Een windlijn bestaat uit minimaal 3 windturbines in een rechtlijnige opstelling. Om een eenheid te vormen dienen de turbines dezelfde hoogte te hebben, van hetzelfde type te zijn en dezelfde afstand van elkaar te hebben. Meerdere lijnen zijn mogelijk, indien ze parallel liggen en er onderling voldoende afstand is. Figuur 3
Zoekgebieden voor grootschalige opwek in de gemeente Almelo (duurzame energieladder). Zoekgebied 1 en 2 zijn geschikt geacht als clustergebied voor de opwek van duurzame energie.
2.6
Gemeentelijk beleid Tubbergen De gemeente Tubbergen geeft haar duurzame energiebeleid als onderdeel van de regio Noordoost-Twente gezamenlijk vorm met de naburige gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal. Middels de RES 1.0 hebben de gezamenlijke gemeenten ingestemd met een doelstelling van 225 GWh duurzame elektriciteitsproductie, onderverdeeld in 63 ha zon op daken, 100 ha zonnevelden en 9 windturbines. 15
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
2.6.1
Concept windbeleid Noordoost-Twente De gemeenten in Noordoost-Twente (Tubbergen, Dinkelland, Losser en Oldenzaal) hebben gezamenlijk een concept windbeleid vormgegeven, waarin voorwaarden aan het plaatsen van windturbines in de regio worden gesteld. In afwachting van meer duidelijkheid over de landelijke milieunormen voor windparken heeft in de gemeenteraad van Tubbergen nog geen besluitvorming over het concept windbeleid Noordoost-Twente plaatsgevonden. Dit betekent dat de hieronder benoemde afspraken uit het concept windbeleid Noordoost-Twente in de gemeente Tubbergen nog niet zijn vastgesteld. In het concept windbeleid Noordoost-Twente is opgenomen dat de locatiekeuze in combinatie met het ontwerp van een windpark dient te passen bij de gebiedskenmerken (gebiedskenmerken beschreven in: Catalogus Gebiedskenmerken en Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving). Daarnaast moeten bewoners en gebruikers actief worden betrokken bij de voorbereiding van de ruimtelijke plannen en besluiten aan de hand van de Participatiecode Overijssel. Initiatiefnemers die windturbines willen plaatsen, dienen (planologische) medewerking te vragen bij de desbetreffende gemeente. De gemeente beoordeeld het initiatief aan de hand van het (concept) windbeleid Noordoost-Twente en de provinciale Omgevingsverordening.
In het concept windbeleid is aangegeven dat de plaatsing van de windturbines afhankelijk is van de grootte. Voor grote windturbines (>100m) gelden de volgende ruimtelijke voorwaarden: • Grote windturbines zijn alleen mogelijk in de rode zoekgebieden in het grensgebied NOT (Figuur 4). • Windturbines moeten op minimaal 1 km van de rand bebouwde kom worden geplaatst. • Windturbines zijn toegestaan in bosgebieden, niet zijde Natura2000-gebieden. • Er is sprake van clustering van minimaal 3 windturbines. Grote windturbines zijn niet toegestaan in de volgende landschappen: • Stuwwalgebieden • Essenlandschappen • Oude Hoevelandschappen met essen • Beschermde Natura2000 gebieden • Historische landgoederen • In lijnopstelling langs de A1 in een landelijke omgeving, zonder aansluiting met stedelijk gebied Grote windturbines kunnen wel worden ingepast in het landschap: • Op de aangegeven zoekgebieden aan de randen van het NOT-gebied (rode stippellijnen in Figuur 4). Dit zijn jonge ontginningslandschappen en/of gebieden met stedelijke invloeden. • In nieuw aan te planten bosgebieden (locatie = maatwerk). • Nabij de A1, aansluitend aan industrieterreinen en/of de bebouwde kom
16
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Figuur 4
Zoekgebieden Noordoost Twente uit bureaustudie H+N+S
De volgende randvoorwaarden dienen meegenomen te worden bij het plaatsen van windturbines in de zoekgebieden: • Bij het ontwerp dient rekening te worden gehouden met de maximale hoogte i.v.m. de radar van vliegveld Twente • Clustering van 3 windturbines, waarbij clustering boven spreiding gaat • De windturbines staan op regelmatige onderlinge afstand • Windturbines binnen een opstelling zijn van hetzelfde windturbinetype, met gelijke (as)hoogte en rotordiameter • Ontwerp van de opstelling en inpassing in de omgeving is maatwerk • Opstellingen met windturbines dienen zoveel mogelijk aan te sluiten bij landschappelijke structuren; • Invloed op regionale en lokale openheid van het landschap dient zoveel mogelijk te worden vermeden • De windturbine opstelling dient een eenheid te vormen. • Er geldt een opruimplicht in de NOT-gemeenten. Dit betekent dat de ondergrondse en bovengrondse delen van de windturbines verwijderd dienen te worden nadat deze niet meer in werking is (gemiddelde levensduur 15-25 jaar). Daarnaast wordt geadviseerd om bestaande en/of nieuwe landschapskenmerken, zoals houtwallen, beplantingsstroken en/of bossen te gebruiken om de windturbines landschappelijk in te passen. Hierbij moet aandacht worden besteed aan de ervaring van de windturbines vanaf openbare gebieden.
Bij gebruik van bestaande landschapselementen kan bepaald worden om de afstand tussen de windturbines tot deze elementen te vergroten of te verkleinen. Bij het toevoegen van nieuwe landschappen kan bepaald worden om de afstand tussen de windturbines en deze elementen te vergroten of te verkleinen, hierbij dient de (uiteindelijke) planthoogte ook betrokken te worden.
17
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
2.7
Gemeentelijk beleid Twenterand
2.7.1
Agenda Twenterand Samen Duurzaam Doen In de Agenda Samen Duurzaam Doen van de gemeente Twenterand zijn de ambities en de lokale uitvoeringsmaatregelen uitgewerkt langs drie lijnen: energieneutraal, circulaire economie en klimaatadaptatie. In aansluiting op de Twentse Energie Strategie heeft de gemeente als tussendoel om in 2030 30% duurzame energie op te wekken en 12% energiebesparing te realiseren. Voor 2050 zet de gemeente in op 100% hernieuwbare energieopwekking. Hiervoor zal een mix van verschillende duurzame energiebronnen nodig zijn.
2.7.2
Ruimtelijk beleidskader Duurzame Energie in Twenterand In het ruimtelijk beleidskader duurzame energie in Twenterand (uit 2017) beschrijft de gemeente Twenterand haar ambitie om enerzijds aan de duurzame energiedoelstellingen te voldoen en anderzijds ruimte te behouden voor de ruimtelijke kwaliteit. Het beleid gaat in op het wat, waar en hoe van de duurzame energieopwekking. De gemeente Twenterand is voor de realisatie van de duurzame energiedoelen afhankelijk van initiatieven en investeringen van de bewoners en bedrijven. De gemeente neemt daarom een faciliterende rol op zich. Om de doelstellingen te behalen zijn combinaties van energiebronnen benodigd. De voorkeur van de gemeente is hierbij: zon, wind en energie uit biomassa. Het huidige ruimtelijk beleidskader duurzame energie uit 2017 geeft geen mogelijkheden voor de realisatie van grote windturbines in de gemeente Twenterand. Door het raadsbesluit over de startnota RES, het collegebesluit over de RES Twente en het raadsbesluit van 6 juli 2021 over de RES Twente 1.0 moet het ruimtelijk beleidskader op dit punt worden aangepast. Een concept van het nieuwe beleidskader (waarover besluitvorming nog moet plaatsvinden) wordt naar verwachting in april 2022 aan de raad gepresenteerd.
In het concept beleidskader zal een motivering worden gegeven voor de keuze van het ATT-gebied als zoekgebied voor de opwek van duurzame energie in de gemeente Twenterand. Het concept beleidskader geeft naast ruimtelijke aandachtspunten ook voorwaarden voor proces- en financiële participatie.
18
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Hoofdstuk 3 Ruimtelijke analyse
19
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
3.1
Introductie In het beleidskader in Hoofdstuk 2 zijn de ruimtelijke voorwaarden beschreven waaraan windturbines in het ATT-gebied moeten voldoen. Voorwaarden die concrete ruimtelijke beperkingen voor het ontwikkelen van windturbines opleveren worden in dit hoofdstuk in kaart gebracht. De ruimtelijke beperkingen voor windturbines in het ATT-gebied zijn een gevolg van het feit dat voldoende afstand tot verschillende objecten (zoals woningen) en bestemmingen (zoals een laagvliegroute) moet worden aangehouden. Omdat deze objecten en bestemmingen een belemmering voor het ontwikkelen van windturbines opleveren, worden zij in dit hoofdstuk belemmeringen genoemd. We onderscheiden belemmeringen die volgen uit landelijk beleid, belemmeringen vanuit de ecologie en belemmeringen vanuit provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Omdat de mogelijke ontwikkeling van windturbines in samenhang met andere ontwikkelingen binnen het ATT-gebied moet worden beschouwd is in dit onderzoek niet alleen de huidige situatie beschreven, maar zijn ook toekomstige ontwikkelingen in het ATT-gebied in overweging meegenomen. Deze toekomstige ontwikkelingen worden hier autonome ontwikkelingen genoemd. Het resultaat van de ruimtelijke analyse is een belemmeringenkaart waarop de gebieden staan aangegeven waarbinnen het ontwikkelen van een windturbine weinig kansrijk zal zijn.
Als we de belemmeringenkaart omkeren volgt hieruit een kansenkaart waarop staat aangegeven in welke gebieden het plaatsen van een windturbine mogelijk wel kansrijk zal zijn. Deze kaarten geven geen laatste oordeel; uit aanvullend onderzoek en nader overleg kunnen soms andere afstanden tot belemmeringen blijken dan in deze verkenning zijn aangehouden. Daarnaast kunnen zich in de toekomst ruimtelijke ontwikkelingen in het ATT-gebied voordoen die op dit moment nog niet zijn voorzien.
3.2
Windturbineafmetingen In de verkennende fase van het traject waarbinnen dit onderzoek wordt uitgevoerd is nog geen beslissing genomen over de afmetingen van eventuele windturbines in het ATT-gebied. De ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines zijn echter wel in beperkte mate afhankelijk van de windturbineafmetingen. Bij het in kaart brengen van de ruimtelijke mogelijkheden is daarom uitgegaan van windturbineafmetingen die, ons inziens, gebruikelijk zullen zijn als een windpark in het ATT-gebied over 5 – 7 jaar zou worden gerealiseerd. Hierbij is een windturbine met een rotordiameter van 160 meter en een ashoogte van 160 meter (waardoor de tiphoogte op 240 meter uitkomt) als uitgangspunt genomen. Het is belangrijk te benadrukken dat dit uitgangspunt geenszins voortkomt uit beleidskeuzes die omtrent het ATT-gebied gemaakt zijn; er is namelijk nog geen keuze gemaakt voor het formaat van eventuele windturbines in het ATT-gebied. De afmetingen zijn in dit onderzoek enkel als uitgangspunt genomen omdat de aan te houden afstand tot sommige belemmeringen hiervan afhankelijk is. 20
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Het uitgangspunt voor deze windturbineafmetingen wordt ingegeven door het feit dat windturbines in Nederland steeds groter worden. In de verdiepende bijlage, paragraaf 5.5.1.6, wordt hierover meer achtergrondinformatie gegeven. De gemiddelde tiphoogte van nieuw gebouwde windturbines lag in 2021 op 187 meter. Windturbines op land met een rotordiameter tot 170 meter zijn op dit moment al commercieel verkrijgbaar. De hoogste gebouwde windturbines op land in Nederland staan op dit moment in windpark Oostpolder (Groningen), met een tiphoogte van 223 meter7. Omdat voor de realisatie van een windpark in het ATT-gebied rekening wordt gehouden met een doorlooptijd van 5 – 7 jaar is uitgegaan van een windturbine waarvan de afmetingen aanzienlijk groter zijn dan nu gebruikelijk is.
3.3
Belemmeringen vanuit landelijke wetgeving Hieronder is een opsomming gegeven van de belemmeringen die volgen uit rijksbeleid en wordt omschreven welke afstand (de bufferafstand) moet worden aangehouden om aan landelijke wet- en regelgeving te voldoen. Alleen de belemmeringen die daadwerkelijk in het ATT-gebied aanwezig zijn worden besproken. Deze landelijke belemmeringen en bufferafstanden in het ATT-gebied en zijn in Figuur 5 in kaart gebracht.
3.3.1
Woningen, zorg- en onderwijsinstellingen Vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer golden tot voor kort landelijke milieunormen t.a.v. geluid en slagschaduw van windturbines bij woningen en andere geluidgevoelige objecten, zoals zorg- en onderwijsinstellingen (zie ook paragraaf 2.2.2). Daarnaast golden vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer normen t.a.v. van externe veiligheid bij woningen en andere (beperkt) kwetsbare objecten. De oude normen uit het Activiteitenbesluit schreven geen minimale afstand voor, maar beschreven een maximaal toelaatbare geluidsbelasting, slagschaduwduur en plaatsgebonden risico. Zie paragraaf 5.3 en paragraaf 5.11 in de verdiepende bijlage voor een toelichting op de oude geluid- en slagschaduwnormen. Om aan de oude normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer te voldoen was het voor een windturbine-opstelling met een gemiddelde geluidsbelasting in de praktijk voldoende als deze op een afstand van circa 400 meter tot geluidgevoelige objecten geplaatst werd. Hierbij gold de geluidsnorm doorgaans als bepalend voor de aan te houden afstand tussen windturbines en woningen. In dit onderzoek is daarom een afstand van 400 meter tot woningen en overige geluidgevoelige objecten aangehouden.
Omdat de toekomstige normen voor windturbines af kunnen wijken van de oude normen uit het Activiteitenbesluit zijn de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines ook in kaart gebracht bij twee strengere geluidnormen (zie de gevoeligheidsanalyse in paragraaf 3.7.1). In paragraaf 5.6 van de verdiepende
7
Bron: windstats.nl. In uitzondering hierop staat in de haven van Rotterdam sinds 2019 een windturbine met een tiphoogte van 260 meter van het type ‘Haliade X’, echter betreft dit een prototype die normaal alleen op zee gebouwd zou worden.
21
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
bijlage is een onderbouwing gegeven van de minimaal aan te houden afstanden die in dit onderzoek aan de verschillende geluidsnormen gekoppeld zijn. Ten tijde van vergunningverlening voor een eventueel windpark in het ATT-gebied zal moeten worden bezien welke normen voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid op dat moment gelden. In dit onderzoek worden enkel 3 scenario’s onderzocht. Aangehouden bufferafstand: 400 meter (of 600 / 800 meter bij strengere geluidsnormen, zie de gevoeligheidsanalyse in paragraaf 3.7.1)
3.3.2
Panden De in het Activiteitenbesluit milieubeheer opgenomen normen voor externe veiligheid waren niet alleen van toepassing op woningen, zorg- en onderwijsinstellingen, maar ook op alle overige panden waarin personen verblijven. Afhankelijk van het aantal personen en de kwetsbaarheid van personen die in een pand verblijven moeten deze panden als kwetsbaar of als beperkt kwetsbaar object worden beschouwd. Voor kwetsbare objecten gold vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer een maximaal door windturbines veroorzaakt plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar. Voor beperkt kwetsbare objecten gold vanuit het Activiteitenbesluit milieubeheer een maximaal door windturbines veroorzaakt plaatsgebonden risico van 10-5 per jaar. Doordat vergelijkbare normen ook in overige externe veiligheidsbesluiten zijn opgenomen is het onwaarschijnlijk dat nieuwe externe veiligheidsnormen voor windturbines bij (beperkt) kwetsbare objecten van de normen uit het Activiteitenbesluit zullen afwijken. De meeste ‘overige’ panden (niet zijnde woon- zorg- of onderwijsinstellingen) zijn beperkt kwetsbare objecten. Om aan een norm voor het plaatsgebonden risico van 10-5 per jaar tot deze panden te voldoen is een minimale afstand van één wieklengte voldoende.
Deze afstand wordt in dit onderzoek als zachte belemmering beschouwd, omdat geen rekening met de externe veiligheidsnorm hoeft worden gehouden als de panden tot dezelfde inrichting als het windpark zouden behoren. Aangehouden bufferafstand: 80 meter (zachte belemmering)
3.3.3
Hoogspanningsinfrastructuur Windturbines kunnen de leveringszekerheid van het elektriciteitsnetwerk in gevaar brengen doordat een kans bestaat dat een falende windturbine (of onderdelen daarvan) hoogspanningsinfrastructuur beschadigt. TenneT zal dan ook bezwaar maken tegen plaatsing van windturbines wanneer naar hun oordeel de leveringszekerheid in gevaar komt. Om het risico van windturbines op hun infrastructuur beperkt te houden adviseert TenneT de grootste afstand aan te houden van: 1) de maximale werpafstand bij nominaal toerental of 2) de tiphoogte8. Voor windturbines van het 8
Rijkswaterstaat, Handreiking Risicozonering Windturbines 2020
22
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
formaat waarmee in dit onderzoek is gerekend is de tiphoogte de grootste afstand (240 meter). Wanneer windturbines op een afstand van hoogspanningsinfrastructuur zijn voorzien die korter is dan de adviesafstand vraagt TenneT om met hen in overleg te treden. Afhankelijk van het toegevoegd risico van de windturbine op de hoogspanningsinfrastructuur en de gevolgen als het betreffende deel van de hoogspanningsinfrastructuur zou uitvallen kan worden besloten dat een windturbine binnen de adviesafstand toch toelaatbaar is. Omdat de hoogspanningslijn die het ATT-gebied doorkruist de enige hoogspanningsverbinding vormt tussen Tubbergen en de rest van het hoogspanningsnet is de adviesafstand tot de hoogspanningslijn in dit onderzoek als harde belemmering beschouwd. Hoewel niet uitgesloten, verwachten wij de kansrijkheid van het plaatsen van een windturbine binnen de adviesafstand beperkt is. Aangehouden bufferafstand: 240 meter
3.3.4
Buisleidingen Binnen het ATT-gebied zijn ondergrondse aardgasleidingen van Gasunie aanwezig waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing is. Om te voldoen aan de eisen uit het Bevb adviseert Gasunie de grootste afstand aan te houden van: 1) de maximale werpafstand bij nominaal toerental of 2) de tiphoogte8. Voor windturbines van het formaat waarmee in dit onderzoek is gerekend is de tiphoogte de grootste afstand (240 meter). Windturbines kunnen in overleg met de Gasunie op kortere afstand van de buisleiding worden geplaatst indien uit een risicoberekening blijkt dat dit voldoende veilig is. Daarbij gaat de Gasunie meestal nog akkoord wanneer de afstand tot de buisleiding ten minste gelijk is aan de ashoogte + 1/3e wieklengte (187 meter). Op nog kortere afstand tot de buisleiding zijn de mogelijkheden voor het plaatsen van een windturbine niet uitgesloten, maar wel erg onzeker. In dit onderzoek is het plaatsen van een windturbine op een afstand kleiner dan 187 meter van de buisleiding daarom als harde belemmering (weinig kansrijk) beschouwd. Aangehouden bufferafstand: 187 meter (harde belemmering) – 240 meter (zachte belemmering)
3.3.5
Rijkswegen Voor het plaatsen van windturbines (groter dan 60 meter) naast rijkswegen hanteert Rijkswaterstaat een afstandseis van ten minste een halve rotordiameter9. Aangehouden bufferafstand: 80 meter 9
Beleidsregel voor het plaatsen van windturbines op, in of over rijkswaterstaatswerken, zie: https://wetten.overheid.nl/BWBR0013685/2015-11-21
23
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
3.3.6
Overige wegen Rondom wegen die niet in beheer zijn van het Rijk gelden geen vastgestelde afstandseisen. Wel gelden eisen op het gebied van verkeersveiligheid en moet voldoende afstand gehouden worden om de fundatie van de windturbine te kunnen plaatsen. In dit onderzoek wordt daarom een bufferafstand van 20 meter tot overige wegen aangehouden. Aangehouden bufferafstand: 20 meter
3.3.7
Luchtvaart In het westelijke gedeelte van het ATT-gebied bevindt zich een laagvliegruimte in beheer van Defensie waarbinnen een maximale bouwhoogte van 40 meter geldt. Grote windturbines zijn in dit gebied dan ook uitgesloten. Om te voorkomen dat de wieken van een windturbine binnen de laagvliegruimte zouden overdraaien wordt hiertoe tevens één wieklengte afstand gehouden. Aangehouden bufferafstand: 80 meter
3.3.8
Resultaten In onderstaande figuur zijn de belemmeringen vanuit landelijke wetgeving en beleid en daaruit volgende bufferafstanden in en rondom het ATT-gebied weergegeven.
Figuur 5
Belemmeringenkaart vanuit landelijke wetgeving
24
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
3.4
Belemmeringen vanuit ecologie Binnen de provincie Overijssel zijn diverse natuurgebieden aangewezen waarbinnen windturbines niet geplaatst mogen worden of waarbinnen windturbines alleen geplaatst mogen worden als voldoende rekening wordt gehouden met de natuurwaarden binnen deze gebieden. Ook als windturbines niet direct in een natuurgebied komen te staan of hierboven overdraaien kunnen effecten op een nabijgelegen natuurgebied plaatsvinden. We spreken dan van externe werking, waarvan bijvoorbeeld sprake is als vogels buiten het natuurgebied foerageren en daarbij met een windturbine in aanraking komen. Als onderdeel van de vergunningverlening zal voor elk initiatief voor een windpark in het ATT-gebied moeten worden getoetst of ontoelaatbare effecten door externe werking te verwachten zijn en of de bescherming van (zeldzame) soorten in gevaar komt. In deze verkennende fase van het traject zijn deze effecten nog niet gedetailleerd in beeld te brengen waardoor vooralsnog alleen de ligging van natuurgebieden als belemmerend wordt gezien.
3.4.1
Natura 2000 Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden die zijn aangewezen op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Overijssel staat alleen projecten toe die geen onaanvaardbare gevolgen hebben voor de natuurwaarden zoals die zijn vastgelegd in de besluiten waarmee Natura 2000-gebieden zijn aangewezen. Windturbines binnen Natura 2000 gebied worden in de provincie Overijssel uitgesloten doordat deze in de ‘uitsluitingsgebieden windturbines’ zijn opgenomen. Aangehouden bufferafstand: 80m (wieklengte)
3.4.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Binnen het NNN zijn activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan, tenzij aan specifieke voorwaarden wordt voldaan of als er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden. Hierbij zal herbegrenzing van het Natuurnetwerk moeten plaatsvinden en compensatie van negatieve effecten. Windturbines binnen NNN worden in de provincie Overijssel uitgesloten doordat het NNN in de ‘uitsluitingsgebieden windturbines’ zijn opgenomen. Aangehouden bufferafstand: 80m (wieklengte)
25
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
3.4.3
Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het NNN Rond het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn er goede kansen de kwaliteit van natuur, landschap en water te versterken door ontwikkeling van bestaande en nieuwe functies. In de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) buiten het NNN zet de provincie in op versterking van de kwaliteit van natuur, landschap en water door initiatieven te verbinden aan deze kwaliteiten. Aangehouden bufferafstand: 80m (wieklengte, zachte belemmering)
3.4.4
Leefgebieden weidevogels De leefgebieden weidevogels zijn aangewezen voor de bescherming van planten, weidevogels en andere dieren. Hierbij worden leefgebieden onderscheiden op basis van voorkomen van soorten kansrijkheid voor beheer. Hieruit volgen de leefgebieden open grasland weidevogelbeheer, leefgebieden open akker en leefgebieden droge dooradering. In een groot gedeelte binnen het ATT-gebied (met name gemeente Twenterand) een leefgebied open grasland weidevogelbeheer - niet-kritische soorten. Bij het ontwikkelen van nieuwe initiatieven moet het belang van de weidevogels hier worden meegewogen. Overigens geldt voor een groot gedeelte van dit gebied al wel dat de bestemming hier sowieso gaat veranderen, vanwege de toekomstige ontwikkeling van een zandwinplas (zie ook paragraaf 3.6, autonome ontwikkelingen). Aangehouden bufferafstand: 80m (wieklengte, zachte belemmering)
3.4.5
Resultaten De hierboven beschreven belemmeringen vanuit ecologische overwegingen zijn in Figuur 6 in kaart gebracht. Alleen de leefgebieden voor weidevogels (leefgebied open grasland niet kritische soorten en leefgebied droge dooradering) en de ‘zone ondernemen met natuur en water buiten de NNN’ bevinden zich binnen het ATTgebied. Deze gebieden leiden allen op voorhand niet tot de uitsluiting van windturbines maar vereisen wel extra aandacht voor eventuele effecten op de in het gebied aanwezige soorten.
26
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Figuur 6
Belemmeringen met betrekking tot ecologie
3.5
Belemmeringen vanuit provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid Het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleidskader beschreven in Hoofdstuk 2 van dit rapport leidt tot enkele aanvullende ruimtelijke beperkingen voor windturbines in het ATT-gebied.
3.5.1
Nationaal landschap De Nationale Landschappen Noordoost-Twente worden gekenmerkt als gebieden met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Zoals genoemd in paragraaf 2.3.1 biedt de provincie in de Nationale Landschappen geen ruimte voor initiatieven voor windparken, tenzij deze binnen de zoekgebieden windenergie uit de RES 1.0 zijn gelegen. In Figuur 7 is te zien dat het Nationaal Landschap in het ATTgebied geheel overlapt met de zoekgebieden windenergie. Het Nationaal Landschap leidt hier dan ook niet tot uitsluiting van windturbines.
3.5.2
Laag van de beleving (donkerte) Overijssel kent gebieden waar het ’s nachts nog echt donker is. Omdat deze donkerte wordt gezien als een te koesteren kwaliteit zijn in de provinciale omgevingsvisie gebieden aangegeven waarbinnen wordt ingezet op beperking van de lichthinder. In de provinciale omgevingsvisie en -verordening staat niet expliciet benoemd of de nabijheid van gebieden waar wordt ingezet op beperking van de lichthinder 27
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
van invloed is op de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines. Echter ligt voor de hand dat de obstakelverlichting van windturbines op de beleving in deze gebieden van invloed kan zijn. Figuur 7
Belemmeringen vanuit provinciaal en regionaal beleid
3.5.3
Woongebied In de gemeenten Tubbergen en Twenterand zijn aanvullende voorwaarden aan windturbines gesteld of in voorbereiding, die een minimale afstand tussen windturbines en woongebied voorschrijven: in het concept windbeleid Noordoost Twente (mede opgesteld door de gemeente Tubbergen) is de voorwaarde opgenomen dat windturbines op ten minste 1 km afstand van de bebouwde kom moeten worden geplaatst; ➢ in de motie “volgordelijke maatregelen RES Twente gemeente Twenterand” (aangenomen 17 december 2019) roept de gemeenteraad van Twenterand op om windturbines op ten minste 1 km afstand tot woningen of woongebied te plaatsen; ➢ in de gemeente Almelo zijn geen aanvullende voorwaarden aan windturbines gesteld die een minimale afstand tot woongebied voorschrijven. ➢
Uit het bovenstaande blijkt dat per gemeente verschilt of een minimumafstand tussen windturbines en woongebied wordt gesteld, dat de ‘hardheid’ van deze voorwaarde niet overal gelijk is en dat niet eenduidig is tot welke gebieden deze minimumafstand gehanteerd zou worden. Vanuit de wens om de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines in het ATT-gebied gemeentegrensoverschrijdend te beschouwen is in dit onderzoek daarom geen minimumafstand tussen windturbines en woongebied als harde belemmering opgenomen (m.u.v. de afstand die volgt uit een geluidsnorm bij woningen, zie paragraaf 3.3.1).
28
Haalbaarheidsonderzoek windenergie Energiegebied ATT Overijssel
Om wel inzicht te geven in de effecten die verschillende minimumafstanden op de ruimtelijke mogelijkheden binnen het ATT-gebied zouden hebben, is in onderstaande figuren met rode vlakken aangegeven waar een windturbine bij verschillende voorwaarden voor een minimumafstand tot uitsluiting van windturbines zou leiden. Figuur 8 laat zien dat, indien een afstandsnorm van 1 km tot de bebouwde kom zou worden aangehouden, de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines met name aan de westkant van het ATT gebied worden ingeperkt. De begrenzing van de bebouwde kom waarop deze analyse gebaseerd is, is afkomstig uit de door het kadaster onderhouden TOP10NL dataset, die tot de Basisregistratie Topografie behoort. Binnen de begrenzing van de bebouwde kom vallen ook bedrijventerreinen. Wanneer een gestelde minimumafstand bedoeld is om negatieve effecten van windturbines op woongebieden te voorkomen, kan het wenselijk worden gevonden deze zelfde minimumafstand niet tot bedrijventerreinen aan te houden. Figuur 9 laat daarom zien binnen welk gebied geen windturbines geplaatst zouden mogen worden als een afstandsnorm van 1 km tot stedelijke gebieden, m.u.v. bedrijventerreinen, zou worden aangehouden. Ten opzichte van een afstandsnorm tot de gehele bebouwde kom worden de ruimtelijke mogelijkheden voor windturbines binnen het ATT-gebied dan iets minder ingeperkt.