CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

13.1 Vaststelling bestemmingsplan Grote Bavenkelsweg nabij 11 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan Compleet Analoog BP Grote Bavenkelsweg nabij 11.pdf

Raad 28 juni 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Grote Bavenkelsweg nabij 1129.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het kwaliteitskader voor de gemeentelijke watertaken bestaat uit vier onderdelen (stedelijk afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater). Deze onderdelen corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente, het vierde onderdeel 'oppervlaktewater' ziet de gemeente Almelo als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeente is voor een groot gedeelte vrij op welke wijze en in welk tempo zij invulling wil geven aan haar zorgplichten. Speerpunten voor de planperiode De gekozen ambities voor het totale watersysteem (afval-, hemel- grond- en oppervlaktewater) kunnen in hoofdlijn worden samengevat in de volgende speerpunten: Samen op met burgers en bedrijven. Toekomstgericht en klimaatbestendig. Een doelmatige aanpak. De organisatie en de middelen op orde. Een functionerend watersysteem.

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

46

NL.IMRO.0141.00128-BP31

6.2

Waterparagraaf

6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

6.2.2 Watertoetsproces De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde 'korte procedure' van de watertoets van toepassing is. De standaardwaterparagraaf behorende bij de korte procedure is opgenomen in Bijlage 7 bij deze toelichting. Afvalwater afkomstig van de nieuwe woning wordt afgevoerd via het gemeentelijk rioleringsstelsel. Het hemelwater wordt niet aangesloten op de gemeentelijke riolering, maar zal ter plaatse worden geïnfiltreerd.

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

47

NL.IMRO.0141.00128-BP31

Hoofdstuk 7

Juridische aspecten en planverantwoording

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

7.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); 4. Overgangs- en slotregels.

7.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.);

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

48

NL.IMRO.0141.00128-BP31

Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.

7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 7) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 8) In de algemene bouwregels staat beschreven op welke wijze moet worden omgegaan met bestaande afwijkende maatvoeringen en op welke wijze burgemeester en wethouders nadere eisen kunnen stellen aan de locatie en afmetingen van bouwwerken. Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van eigenaren en/of gebruikers en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad. Algemene wijzigingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven.

Deze regels maken het voor burgemeester en wethouders mogelijk om het plan onder voorwaarden te wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen. Algemene procedureregels (Artikel 12) In dit artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 13) In dit artikel staat beschreven welke regels er gelden voor het parkeren, laden en lossen.

7.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Ten aanzien van de plansystematiek voor de bestemmingen is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de plansystematiek van het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening" (geconsolideerd).

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

49

NL.IMRO.0141.00128-BP31

'Agrarisch' (Artikel 3) Gronden met de bestemming 'Agrarisch' zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gerealiseerd. Deze bestemming is ter plaatse van het plandeel Kanaalweg 7 opgenomen voor de gronden die in de nieuwe situatie buiten de woonpercelen vallen, maar in de huidige situatie wel waren voorzien van een woonbestemming. 'Wonen' (Artikel 4) De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor wonen in woningen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep. In de bouwregels is onderscheid gemaakt in bouwregels voor hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten op de regels zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied correctieve herziening" (geconsolideerd). In de specifieke gebruiksregels zijn enkele voorwaardelijke verplichtingen opgenomen voor de landschappelijke inpassing van het plangebied, de sloopverplichting en ten behoeve van de realisatie van voldoende waterberging. Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de woonpercelen binnen beide plandelen.

'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' (Artikel 5) De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het beheer en onderhoud van de verbinding, de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding, met de daarbijbehorende overige bouwwerken. 'Waarde – Archeologische verwachting middelhoog' (Artikel 6) De voor 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen (basisbestemmingen) mogen hier in beginsel geen gebouwen of overige gebouwen worden gebouwd. Afwijkingen op dit uitgangspunt zijn onder voorwaarden mogelijk. Deze bestemming is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

50

NL.IMRO.0141.00128-BP31

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

51

NL.IMRO.0141.00128-BP31

Hoofdstuk 9 9.1

Vooroverleg, inspraak en zienswijzen

Vooroverleg

9.1.1 Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat voorliggend initiatief geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2 Provincie Overijssel In dit geval is sprake van een ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt op basis van de gemeentelijke rood voor rood regeling, welke een uitwerking is van het provinciale KGO-beleid. Dergelijke ontwikkelingen zijn op provinciaal niveau uitgezonderd van de noodzaak tot provinciaal vooroverleg.

9.1.3 Waterschap Vechtstromen In het kader van de watertoets heeft er een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt gelet op de aard en omvang van het plan geen voorontwerp bestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3

Omgevingstraject

In de periode 13 augustus tot en met 4 september 2021 heeft initiatiefnemer het plan voorbesproken met verschillende omwonenden. Het betreft vooroverleg met de bewoners van de volgende adressen: Grote Bavenkelsweg 9; Grote Bavenkelsweg 13; Grote Bavenkelsweg 14. Uit het vooroverleg komt naar voren dat de directe omwonenden enthousiast zijn over het planvoornemen en het bijbehorende erfinrichtingsplan. Ter plaatse van Grote Bavenkelsweg 11 wonen de ouders van de initiatiefnemers. Zij zijn uiteraard ook op de hoogte van en enthausiast over het plan. Ten behoeve van het plan heeft reeds overdracht van gronden plaatsgevonden zodat de jongere generatie hier kan gaan wonen nabij de ouders. Er zijn op voorhand dan ook geen bezwaren te verwachten.

9.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan 'Grote Bavenkelsweg nabij 11' heeft met ingang van woensdag 16 februari 2022 tot en met dinsdag 29 maart 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze inzagetermijn zijn er geen zienswijzen ingediend. Dit bestemmingsplan is dan ook ongewijzigd vastgesteld.

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

52

NL.IMRO.0141.00128-BP31

Bijlagen toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

53

NL.IMRO.0141.00128-BP31

Bijlage 1 Ruimtelijk kwaliteitsplan

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

54

ruimtelijk kwaliteitsplan Grote Bavenkelsweg 11 Bornerbroek

Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Telefoonnummer E-mail Internet Project Auteur Datum laatst gewijzigd Bestandsnaam Aantal pagina’s

06 24 88 38 28 herbert@erfontwikkelaar.nl www.erfontwikkelaar.nl 1914 H. Oldehinkel 6 oktober 2021 1914-RKP-001.indd 12

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.

 Ŝǧǧ  ǧ

Ŝ

ŝ ǧ ǧ  ǧ

ş

2.1.

omgevingsvisie overijssel

4

2.2.

bestemmingsplan buitengebied almelo

4

Ş ǧ         ǧ      ǧ

š

3.1.

6

ş ǧ

beeldkwaliteit



ǧ



  ǧ

Ţ

4.1.

ruimtelijk onderbouwing

8

4.2.

kwaliteitsimpuls groene omgeving

10

Š ǧ 

        ǧ

ŜŜ

Ŝǧǧ   dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de Grote Bavenkelsweg 11 te Bornerbroek. Initiatiefnemer en eigenaar wil op een voormalig erf een nieuwe woning bouwen. Aangezien er geen woonbestemming meer aanwezig is zal er een nieuw wijzigingsplan opgesteld moeten worden. De gemeente Almelo wil hier in principe aan meewerken, mits de ruimtelijke kwaliteit versterkt wordt. Op locatie staat 160 m2 aan landschapsontsierende bebouwing. Dit wordt geheel opgeruimd. Daarnaast wordt er aan de Pastoor Ossestraat 44a te Bornerbroek eveneens 636 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Aangezien dit niet voldoet aan de minimale sloopoppervlakte van 850 m2 wordt er middels de kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO) een extra investering in het landschap gevraagd. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt de welstandsnota Almelo. Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.

1

|  s q„ y u ǧ € | q ~ wu r y u t

gebiedsvreemde beplanting te slopen opstallen

zoekgebied compensatiewoning

 †u ‚ Š y s x„ ǧ „uǧ ƒ |  € u ~ ǧ  €ƒ „ q |Ǒ | u ~ ǧ q q ~ ǧ t u ǧ  ‚„uǧ  q†u ~ {u | ƒ ‡uwǧ

oorspr onkelijk

„u ǧ   ‚ ~ u ‚ r ‚ u { Ưǧ

pad

~ ǧ „„ q q | ǧ ‡ ‚t „ǧ x y u ‚ ǧ Ŝ š ś ǧ } ŝ ǧ q q ~ǧ | q ~ t ƒ s x q €ƒ  ~„ ƒ y u Ǒ ‚u ~ t u ǧ r u r  ‡ y ~ wǧ wu ƒ |   €„ Ưǧ ǧ   {ǧ ‡ ‚t u ~ ǧ q | | u ǧ wu Ǒ r y u t ƒ† ‚u u } t u ǧ r u Ǒ € | q ~„ y ~ w ǧ wu ‚  y t Ưǧ  € ǧ t uŠu | vt u ǧ € | u {ǧ ‡ ‚t „ ǧ u u ~ ǧ s }Ǒ € u ~ ƒ q„ y u‡ ~ y ~ wǧ

2

wu ƒ y „ u u ‚t Ư Ư

plangebied en omgeving rond 1900

plangebied en omgeving rond 1950

plangebied en omgeving rond 2020

3

ŝǧ  ǧ  

verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal;

2.1.

OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL

in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar

De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en

en bemesting voor de akkergronden op de essen. Ten opzichte

vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieube-

van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouw-

leidsplan samengevoegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt

ontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd

het provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van

door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg gescha-

Overijssel. De Provincie Overijssel stuurt op ruimtelijke kwali-

keld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het

teit en duurzaamheid. Bestaande kwaliteiten moeten worden

‘inbreidings’landschappen met rommelige driehoekstructuren

beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen

als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische

deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Dat wil

ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud

zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de

en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen,

verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en

bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en

het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële

de kenmerkende ruimtematen.r.

dekzand

gebiedskenmerken het uitgangspunt. 2.2.

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED ALMELO

Gebiedskenmerken

Het bestemmingsplan buitengebied Almelo vormt de uitwer-

Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken

king van de wens om te komen tot een ruimtelijke visie voor

binnen de Omgevingsvisie toegelicht:

het buitengebied van de gemeente Almelo. Het buitengebied

De natuurlijke laag De laag van het agrarisch-cultuur landschap De stedelijke laag De laag van de beleving

van de gemeente Almelo ligt als ware als een schil om de stad

natuurlijke laag

heen. Een deel van het buitengebied bestaat uit enkele groene longen die aan verschillende zijden zijn omsloten door stedelijke uitleggebieden van de stad Almelo. heide- en broekontginningslandschap

Toelichting: Dekzandvlakte en heide- en broekontginningslandschap De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie.

De natuurlijke gesteldheid van Twente wordt in belangrijke mate bepaald door de aanwezigheid van stuwwallen. Deze stuwwallen zijn ontstaan tijdens de derde ijstijd (Riss). Toen de gletsjers ten gevolge van een temperatuurstijging zich naar het

Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel

noorden terugtrokken, bleef een geplooid landschap achter met door het ijs meegevoerde en opgestuwde morenen (zand, grind en steenblokken). In samenhang met deze ruggen of stuwwallen is een aantal beeksystemen ontstaan. Tijdens de vierde en

4

agrarisch cultuurlandschap

laatste ijstijd was er sprake van een toendraklimaat. Het

De heidegebieden ten zuiden van Almelo zijn in een latere

Gebiedskenmerken

was koud, droog en stormachtig en er werd een dik pak-ket

periode ontgonnen. Hier is nu sprake van blokvormige

Landschapstype

dekzand als een deken over het landschap afgezet. De

verkavelingen in een half open landschap, de broekgronden.

Oude Veldontginning

oostflank van Almelo is dooraderd met beekdalen. In grote

Ten noorden van Almelo heeft zich in het lage landschap,

Landschapskenmerken:

lijnen loopt het gebied af van oost naar west en het beken-

met een keileemlaag, veen gevormd. Het hoogveen is het

stelsel watert dan ook naar het westen af op de Regge. De

laatst ontgonnen. Hier is nu sprake van een grootschalig

beekdalen zijn van oudsher laag, nat en begroeid met elzen.

cultuurlandschap. Deze rationele ontginningen van heide

Het dekzand is hoog, droog en begroeid met onder ander

en veen behoren tot de jongere ontginningen die plaats

Openheid/regelmatigheid; vlakke ligging; opstrekkende strokenverkaveling; herkenbare structuur; bebouwing langs ontginningsassen.

iep en linde, veel later kwamen daar beuk en haagbeuk bij.

vonden na 1850. Op grond van het bovenstaande is het huidige buitengebied van de gemeente Almelo globaal

Huidige functie:

Cultivering en landschapstypen

onder te verdelen in de oude en jonge ontginningen. Deze

Hoofdzakelijk landbouw

Almelo is gelegen in een overgangsgebied van hoge gron-

ontginningen kennen verschillende landschapstyperingen

Toekomst:

den (de stuwwallen) en lage gronden (de veen- en heidege-

met gebiedseigen kenmerken.

bieden). Deze overgangen van hoog naar laag en van droog

Functies:

naar nat zijn kenmerkend voor het buitengebied van de

Op een duurzame en efficiënte wijze ruimte scheppen voor de verschillende ruimte vragen de functies; het vergroten van de leefbaarheid van het platteland; het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit.

gemeente Almelo. Het oorspronkelijke beekdalenlandschap is nagenoeg verdwenen. Nu kenmerken met name het agrarisch grondgebruik, recreatieve activiteiten vanuit de stad Almelo en infrastructurele werken het buitengebied. De cultivering bracht en brengt nieuwe landschapsbeelden en landschappelij-ke waarden voort. In de Middeleeuwen zijn op de hoger gelegen delen woeste gronden gecultiveerd wat heeft geleid tot esdorpen met door houtwallen omgeven kleine akkers. Deze situatie is kenmerkend voor het oostelijke deel van Almelo waar, door aansturing van grootgrondbezitters, de ontginningen collectief werden aangepakt. Ten westen van Almelo werden de ontginningen individueel aangepakt. Hierdoor is hier een meer verbrokkeld landschap met eenmansessen ontstaan. Deze collectieve en individuele ontginningen zijn de oude ontginningen. 5

Verwevingsgebied

de ontinnging van het landschap

Ş ǧ         ǧ     

Vanuit de gemeente en provincie wordt onder meer mede-

de oorspronkelijke structuur versterkt worden. Enige jaren

werking aan bovengenoemde ontwikkelingen verleend indien

geleden is hier de Doorbraak heringericht.. Deze nieuwe beek

3.1.

BEELDKWALITEIT

de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd en zo mogelijk versterkt

maakt dat het landschap kleinschaliger is geworden. Met de

Met het initiatief wordt het mogelijk het plangebied en

kan worden. Het belangrijkste doel hierbij is de leefomgeving

aanleg van nieuwe landschapselementen kan de biodiversi-

de directe omgeving een kwaliteitsimpuls te geven. Met

te beschermen. Het initiatief moet leiden tot een kwalitatief

teit versterkt worden.

de rood voor rood aanvraag zal de beeldkwaliteit geborgd

hoogwaardige, ruimtelijke ontwikkeling. De erven kennen

moeten worden. De erven in het gebied presenteren zich

van oorsprong een kenmerkende opbouw, wonen voor en

veelal als groene eilanden waarbij de gebouwen op het erf

werken achter. Dit resulteerde in de sier- en nutstuin aan de

een eenheid vormen.

voorzijde en het veel soberder maar functionele deel werken aan de achterzijde. Ook op dit erf zal deze herkenbare

Analyse landschap

opbouw behouden moeten blijven. De woning met tuin zal

Het plangebied was van oorsprong een relatief kleinschalig

georiënteerd worden op de Grote Bavenkelsweg.

gebied. Met de schaalvergroting in de landbouw zijn met name aan de zuidzijde van het spoor landschapselemen-

Het achtererf met de schuur en enkele fruitbomen kent een

ten verdwenen. De structuur in het gebied is ook na de

sterke relatie met het omliggende land richting de beek. Bij

herinrichting van de beek gelijk gebleven. De erven in het

de uitwerking van het erf zal hier rekening mee gehouden

gebied liggen veelal gelijk aan de Grote Bavenkelsweg. Het

moeten worden.

plangebied daarentegen ligt veel vrijer in het veld. Het was één van de oudste erven in het gebied (zie historische kaart

Er is gekozen om de woning op het bestaande erf te realise-

op pag. 4). Het gebied heeft altijd een oost-west orienta-

ren. Hiermee is de impact op de omgeving beperkt en kan

Belangrijkste ruimtelijke kenmerken: de erven liggen veelal verbonden aan de weg; het plangebied is een oud erf dat solitair in het landschap ligt;; de verkaveling is haaks op de beek en kleinschalig met name aan de noordzijde van het spoor zijn nog oude houtsingels aanwezig; de te slopen opstallen zijn landschapsontsierend door het gebrek aan gebruikswaarde het erf en het landschap dient het landschap aan de beek te versterken; het is echter niet nodig om het gehele erf te verstoppen achter groen; met name beplanting op de randen van de percelen in de vorm van bomen en hakhoutsingels; duidelijk onderscheid in een ‘voor-’ en een ‘achtererf’ dit uit zich in de beplanting en het gebruik van het erf.

tie gehad op de beek. De kenmerkende verkaveling is nu nog goed te herkennen in het landschap. (zie afbeelding hiernaast). Inrichting vanuit het landschap De karakteristiek van het landschap behouden; ontginningsrichting respecteren; zo compact mogelijke erven voorzien; deels zicht op erf behouden; erven moeten aansluiten op bestaande structuren; rekening houden met omliggende erven streekeigen beplanting toepassen.

6

structuren in het landschap

şǧ  



ǧǧǧǧǧǧǧǧǧǧǧǧǧ

  

Uitgangspunten initiatiefnemer: Sloop landschapsontsierende bebouwing; nieuwe compensatiewoning en bijgebouw op het oorspronkelijke erf; ruimte om te keren en te parkeren op het erf. Uitgangspunten gemeente: Sloop aangegeven landschapsontsierende bebouwing; behoud van één erfensemble; landschappelijk goed inpassen van het erf enkel gebruik streekeigen beplanting; aansluiten op de gebiedskenmerken van het ontginningslandschap zoals is omschreven in het de Welstandsnota; Uitgangspunten provincie: het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (heide- en broekontginningslandschap) volgens de Omgevingsvisie Overijssel; de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is van toepassing, deze wordt in hoofdstuk 4.2 nader toegelicht

overzicht ontwikkeling

7

|qq„ǧzuǧu‚vǧw‚uyu~Ƭ

RUIMTELIJK ONDERBOUWING

Nieuwe verharding moet in een gedekte kleurstelling sober

Met de sloop van landschapsontsierende bebouwing

toegepast worden (aansluitend op de bestaande verhar-

bestaat de mogelijkheid om aan de Grote Bavenkelweg

ding). Dit in afstemming met de kleurstelling van de gevels

een compensatiewoning te bouwen. Op het bestaande erf

en overige materialisering van het woonhuis en de overige

heeft altijd een boerderij gestaan. De woonbestemming is

gebouwen. Schuttingen en hoge opgaande exoten moeten

hier echter afgehaald en de resterende bebouwing is niet

in het buitengebied voorkomen worden.

4.1.

meer geschikt om op te knappen. Daarnaast staat er veel gebiedsvreemde beplanting op het erf in de vorm van den-

Het erf langs de Grote Bavenkelweg komt overeen met de

nen. Een belangrijke ruimtelijke voorwaarde is dat het erf

karakteristiek van het ontginningslandschap. De huidige be-

zich als eenheid in het landschap moet blijven presenteren

bouwing staat aan elkaar uitgelijnd en is deels afgeschermd

en de ruimtelijke kwaliteit verbeterd wordt. .

door groen. Over het algemeen zijn de erven half open, al dan niet voorzien van enkele grote bomen en gesloten

Van oorsprong was de verkaveling al haaks op de beek. De

bosjes of singels. Richting de weg zijn de tuinen open en

gebouwen waren hier qua positie een afgeleide van. Het is

er is zicht op de bebouwing. Het erf wordt weer een groen

daarom wenselijk de woning en het bijgebouw in lijn met

eiland in de open ruimte.

de kavelrichting te positioneren. SAMENVATTING MAATREGELEN Door te bouwen op een plek waar altijd wat gestaan heeft blijft de impact beperkt. Daarbij blijft het erf ontsloten door één bestaande inrit met ruimte om op het erf te keren/parkeren. Gekozen is om het erf eenvoudig en half open vorm te geven. Het is niet wenselijk de gebouwen te verstoppen achter groen. Rondom de compensatiewoning zal een sobere tuin voorzien worden met ruimte voor sierbeplanting. De tuin wordt afgeschermd met een geschoren haag. De gebouwen op de erf worden in de omgeving deels zichtbaar. Dit is een kwaliteit van het landschap. Middels bomen worden de volumes verzacht en het geheel ingepast.

8

sloop ca. 160 m2 landschapsontsierende bebouwing rooien gebiedsvreemde beplanting (dennen) aanplant van een houtsingel op de rand van het erf; aanplant bomen op en rondom het erf; aanplant hagen als afscherming tuin; nieuwe woning en nieuwe schuur zullen zich als één erf in het landschap blijven presenteren door de gekozen situering; op het erf is ruimte om te keren/parkeren.

ŜŤŜşǑuy€ǑŜƯ†‡ˆ

ruƒ„q~t

wuu~ǧuywu~t}

ŜŤŜş

ŜƯ uǧƒ|€u~ǧ|q~tƒsxq€ƒ~„ƒyu‚u~tuǧrur ‡y~w

€‚zus„

uwu~tq



ŜŝƯ q~€|q~„ǧ ‡uǧu‚{Ƶ‡q‚„uǧ|ƒǧ|q~wƒǧ€qtǧLJ Lj ŜŞƯ q~€|q~„ǧƒ|y„qy‚uǧru {ǧLJ Lj



Şś











  Šysx„ǧr ‚u~ǧ†‚yzx tu~ǧ †q~ǧtysx„uǧru€|q~„y~w wuu~ǧuywu~t}







P

ŜǧƩǧŠśś

‡‡‡Ưu‚v~„‡y{{u|qq‚Ư~|ǧǧ„u|~‚ƩǧśšǧǧŝşǧţţǧŞţǧŝţ



ŜŜƯ y{u~x „u~ǧ‚qƒ„u‚ǧ„u‚ǧruƒsxu‚}y~wǧqq~€|q~„LJ Lj



ŜƯś



ŜśƯ q|~„



ƒsxqq|





u‚u~ǧu~ǧ€q‚{u‚u~

‚vy~‚ysx„y~wƒ€|q~ǧ‚„uǧq†u~{u|ƒ‡uwǧŜŜǧ‚~u‚r‚u{

ŤƯ

ţŢ



wuu~ǧuywu~t}

ţƯ uy|q~t

†u‚ƒyu

qwuǧxqqwǧq|ƒǧuƒt‚~

qŞ

ŢƯ

v‚}qq„

šƯ  „ƒy~wu|ǧq|ƒǧ 

ŜǧLJŞLj

y~tu

„u{u~y~w~

ŠƯ

xu‚ru‚„

şƯ wƒ„q}ǧv‚ y„r}u~

t‚

tq„ }

ŞƯ yzwur ‡ǧŜśśǧ}ŝ

šǧ{„ƯǧŝśŝŜ

ŝƯ }€u~ƒq„yu‡~y~wǧŢŠśǧ}Ş

|qq„ǧzuǧu‚vǧw‚uyu~Ƭ 9

erfinrichtingplan

Gebiedseigen ontwikkeling

Deze tegenprestatie zal bestaan door het slopen van de

Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provin-

Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet

landschapsontsierende bebouwing op eigen erf en aan de

cie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikke-

primair in het bieden van ruimte aan bedrijven en wonen.

Pastoor Ossestraat 44a te Bornerbroek. Per saldo wordt er

lingen in de groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten

Het ligt net buiten het stedelijk gebied. In voorliggend geval

te weinig gesloopt om een volledige compensatiewoning

mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de

is dan ook sprake van een gebiedseigen functie. Tevens

te genereren. In samenspraak met de gemeente Almelo is

kwaliteit van de leefomgeving. In het buitengebied is ruimte

draagt het initiatief bij aan het sociaal en economisch vitaal

overeengekomen dat er een houtsingel en een bomenrij

voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen

houden van het buitengebied..

langs de inrit wordt aanplant. Beide elementen versterken de

4.2.

KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING

opstrekkende verkaveling richting de beek en verankeren de

mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit.

Schaal en impact op de omgeving

woning. Daarbij is rekening gehouden met zichtlijnen uit de

De resterende bebouwing heeft op deze plek geen func-

omgeving.

Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast

tie meer. Door het opruimen van deze bebouwing zal de

bescherming vooral in te zetten op het verbinden van

leefbaarheid verbeteren. Het totale bebouwde oppervlakte

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)

bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen,

neemt fors af. Daarnaast wordt er een compensatiewoning

waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en ver-

gerealiseerd op een plek waar altijd een woning heeft ge-

sterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.

staan. De impact op de omgeving is per saldo beperkt en kan

saneren ca. 796m2 landschapsontsierende bebouwing. aanleg houtsingel aan de noordzijde langs de kavelgrens van het weiland aanleg losse bomenrij langs de inrit.

zelfs als positief ervaren worden. De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de

Eigen belang en maatschappelijk belang

groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de

Er is sprake van een eigen belang. Het vergroot het woonge-

ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of

not en er kunnen gelden gegenereerd worden voor de sloop

hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit

van de opstallen. Ook is er een maatschappelijk belang. Op

is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van

het erf staan landschapsontsierende bebouwing. Middels

de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties

de sloop van het geheel en het opruimen van veel gebieds-

dan dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreem-

vreemde beplanting zal de ruimtelijke kwaliteit van het

de ontwikkeling van een grote schaal en met een grote

gehele gebied verbeteren. Dit is goed voor de leefomgeving

impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het

en het landschap.

landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het volgende

Tegenprestatie

model gevolgd:

Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken die benoemd zijn in de welstandsnota.

10

Šǧ 

       

ŢƯ q~€|q~„ǧ‚ ‡uǧru‚{ǧǑǧu„ |qǧ€u~t |qǧu~ǧЇq‚„uǧu|ƒǧǑǧ|~ ƒǧ w| „y~ƒqǧ|q~wƒǧ€qtƯǧq~€|q~„}qq„ǧŜŝǑŜşǧ}u„ǧuu~ǧ~tu‚|y~wuǧ qvƒ„q~tǧ†q~ǧţǑŜšǧLJ}Lj y~truu|tǧyƒǧuu~ǧr}u~‚yzǧ†q~ǧŤǧЇq‚„uǧu|Šu~ǧu~ǧŜśǧ‚ ‡uǧ ru‚{u~ ţƯ q~€|q~„ǧru {ǧǑǧqw ƒǧƒ‰|†q„ysq q~€|q~„}qq„ǧŜşǑŜšǧ}u„ǧq|ƒǧuy~truu|tǧuu~ǧƒ|y„qy‚uǧr}











P

t‚ ƒsxqq| †u‚ƒyu

ŜŤŜşǑuy€ǑŜƯ†‡ˆ

ruƒ„q~t

Ŝǧƒu€„ƯǧŝśŝŜ qŞ

xu‚ru‚„

tq„ } v‚}qq„

ŜǧLJŞLj

ŜǧƩǧŠśś ŜƯś

eig end o gee n n( me bo nde



taa









 

 

‡‡‡Ưu‚v~„‡y{{u|qq‚Ư~|ǧǧ„u|~‚ƩǧśšǧǧŝşǧţţǧŞţǧŝţ

šƯ y{u~x „u~ǧ‚qƒ„u‚ǧ„u‚ǧruƒsxu‚}y~wǧqq~€|q~„





q~tƒsxq€ƒ}qq„‚uwu|u~ǧ‚„uǧq†u~{u|ƒ‡uwǧŜŜǧ‚~u‚r‚u{

ŠƯ q~€|q~„ǧ‡q|~„ǧǑǧ w|q~ƒǧ‚uwyq q~€|q~„}qq„ǧŜşǑŜšǧ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧƒ|y„qy‚uǧr}ǧ€ǧtuǧxu{ǧ†q~ǧxu„ǧu‚v

ţŢ

Şś

şƯ q~€|q~„ǧuƒt‚~ǧǑǧqsu‚ǧsq}€uƒ„u‚ q~€|q~„}qq„ǧţśǑŜśśǧ}u„ǧŠǧƒ„Ƶ}Ŝ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧwuƒsx‚u~ǧxqqwǧ†q~ǧ}qˆƯǧŜƪŠǧLJ}Ljǧxw



bes

ŞƯ q~€|q~„ǧx „ƒy~wu|ǧruƒ„qq~tuǧ y„Ʃ |~ ƒǧw| „y~ƒqǧǑǧ‡q‚„uǧ|ƒǧŜśȑ ‚qˆy~ ƒǧuˆsu|ƒy‚ǧǑǧu‡~uǧƒǧŜśȑ u„ |qǧ€ ruƒsu~ƒǧǑǧqsx„uǧru‚{ǧŜśȑ ‚q„uqw ƒǧ}~w‰~qǧǑǧ uyt‚~ǧŜŠȑ ‚ ~ ƒǧƒ€y~ƒqǧǑǧ|uut‚~ǧŝśȑ su‚ǧsq}€uƒ„u‚ǧǑǧu|tuƒt‚~ǧŜŠȑ yr ‚~ }ǧ€ | ƒǧǑǧu|tu‚ƒsxuǧ‚ƒǧŜŠȑ ƒqǧsq~y~qǧǑǧy|tuǧ‚ƒǧŠȑǧLJ|q~wƒǧ‚q~tLj q~€|q~„u~ǧ}u„ǧŜśǧƒ„Ƶ}Ŝǧy~ǧw‚u€u~ǧ†q~ǧŠ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧx „ƒy~wu|ǧ†q~ǧ}y~ƯǧŠǧLJ}Ljǧr‚uut

m)

ŝƯ q~€|q~„ǧ||q~tƒuǧ|y~tuǧǑǧy|yqǧˆǧ† |wq‚yƒ q~€|q~„}qq„ǧŜşǑŜšǧ„qq|ǧŝǧƒ„ {ƒ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧƒ|y„qy‚uǧr}

„u{u~y~w~

€‚zus„

ŜƯ q~€|q~„ǧxwƒ„q}ǧv‚ y„r}u~ǧ q| ƒƵ‰‚ ƒƵ‚ ~ ƒ q~€|q~„}qq„ǧŜŝǑŜşǧ}u„ǧuu~ǧ~tu‚|y~wuǧqvƒ„q~tǧ†q~ǧţǧLJ}Lj „qq|ǧŞǧƒ„ {ƒǧ}u„ǧq|ƒǧuy~truu|tǧuu~ǧr}w‚u€

ŜŤŜş

uwu~tq

landschapsmaatregelen

11

|qq„ǧzuǧu‚vǧw‚uyu~Ƭ

ŜŤŜşǑuy€ǑŜƯ†‡ˆ

ruƒ„q~t

wuu~ǧuywu~t}

ŜŤŜş

ŜƯ uǧƒ|€u~ǧ|q~tƒsxq€ƒ~„ƒyu‚u~tuǧrur ‡y~w

€‚zus„

uwu~tq

ŜǧƩǧŠśś

‡‡‡Ưu‚v~„‡y{{u|qq‚Ư~|ǧǧ„u|~‚ƩǧśšǧǧŝşǧţţǧŞţǧŝţ

 

ŜŝƯ q~€|q~„ǧ ‡uǧu‚{Ƶ‡q‚„uǧ|ƒǧ|q~wƒǧ€qtǧLJ Lj ŜŞƯ q~€|q~„ǧƒ|y„qy‚uǧru {ǧLJ Lj



Şś

ŜŜƯ y{u~x „u~ǧ‚qƒ„u‚ǧ„u‚ǧruƒsxu‚}y~wǧqq~€|q~„LJ Lj











  Šysx„ǧr ‚u~ǧ†‚yzx tu~ǧ †q~ǧtysx„uǧru€|q~„y~w wuu~ǧuywu~t}



ŜƯś



ŜśƯ q|~„



ƒsxqq|





u‚u~ǧu~ǧ€q‚{u‚u~

†u‚ƒyu

ŤƯ

ţŢ



wuu~ǧuywu~t}

ţƯ uy|q~t

‚vy~‚ysx„y~wƒ€|q~ǧ‚„uǧq†u~{u|ƒ‡uwǧŜŜǧ‚~u‚r‚u{

qwuǧxqqwǧq|ƒǧuƒt‚~

qŞ

ŢƯ

v‚}qq„

šƯ  „ƒy~wu|ǧq|ƒǧ 

ŜǧLJŞLj

y~tu

„u{u~y~w~

ŠƯ

xu‚ru‚„

şƯ wƒ„q}ǧv‚ y„r}u~

t‚

tq„ }

ŞƯ yzwur ‡ǧŜśśǧ}ŝ

šǧ{„ƯǧŝśŝŜ

ŝƯ }€u~ƒq„yu‡~y~wǧŢŠśǧ}Ş







P

|qq„ǧzuǧu‚vǧw‚uyu~Ƭ

ŢƯ q~€|q~„ǧ‚ ‡uǧru‚{ǧǑǧu„ |qǧ€u~t |qǧu~ǧЇq‚„uǧu|ƒǧǑǧ|~ ƒǧ w| „y~ƒqǧ|q~wƒǧ€qtƯǧq~€|q~„}qq„ǧŜŝǑŜşǧ}u„ǧuu~ǧ~tu‚|y~wuǧ qvƒ„q~tǧ†q~ǧţǑŜšǧLJ}Lj y~truu|tǧyƒǧuu~ǧr}u~‚yzǧ†q~ǧŤǧЇq‚„uǧu|Šu~ǧu~ǧŜśǧ‚ ‡uǧ ru‚{u~ ţƯ q~€|q~„ǧru {ǧǑǧqw ƒǧƒ‰|†q„ysq q~€|q~„}qq„ǧŜşǑŜšǧ}u„ǧq|ƒǧuy~truu|tǧuu~ǧƒ|y„qy‚uǧr}











P

|qq„ǧzuǧu‚vǧw‚uyu~Ƭ

ŜŤŜşǑuy€ǑŜƯ†‡ˆ

ruƒ„q~t ƒsxqq|

ŜǧƩǧŠśś

†u‚ƒyu

ŜƯś

xu‚ru‚„

qŞ

t‚

€‚zus„ v‚}qq„











 

 

‡‡‡Ưu‚v~„‡y{{u|qq‚Ư~|ǧǧ„u|~‚ƩǧśšǧǧŝşǧţţǧŞţǧŝţ

šƯ y{u~x „u~ǧ‚qƒ„u‚ǧ„u‚ǧruƒsxu‚}y~wǧqq~€|q~„





q~tƒsxq€ƒ}qq„‚uwu|u~ǧ‚„uǧq†u~{u|ƒ‡uwǧŜŜǧ‚~u‚r‚u{

ŠƯ q~€|q~„ǧ‡q|~„ǧǑǧ w|q~ƒǧ‚uwyq q~€|q~„}qq„ǧŜşǑŜšǧ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧƒ|y„qy‚uǧr}ǧ€ǧtuǧxu{ǧ†q~ǧxu„ǧu‚v



Şś

şƯ q~€|q~„ǧuƒt‚~ǧǑǧqsu‚ǧsq}€uƒ„u‚ q~€|q~„}qq„ǧţśǑŜśśǧ}u„ǧŠǧƒ„Ƶ}Ŝ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧwuƒsx‚u~ǧxqqwǧ†q~ǧ}qˆƯǧŜƪŠǧLJ}Ljǧxw

ţŢ

ŜǧLJŞLj

ŞƯ q~€|q~„ǧx „ƒy~wu|ǧruƒ„qq~tuǧ y„Ʃ |~ ƒǧw| „y~ƒqǧǑǧ‡q‚„uǧ|ƒǧŜśȑ ‚qˆy~ ƒǧuˆsu|ƒy‚ǧǑǧu‡~uǧƒǧŜśȑ u„ |qǧ€ ruƒsu~ƒǧǑǧqsx„uǧru‚{ǧŜśȑ ‚q„uqw ƒǧ}~w‰~qǧǑǧ uyt‚~ǧŜŠȑ ‚ ~ ƒǧƒ€y~ƒqǧǑǧ|uut‚~ǧŝśȑ su‚ǧsq}€uƒ„u‚ǧǑǧu|tuƒt‚~ǧŜŠȑ yr ‚~ }ǧ€ | ƒǧǑǧu|tu‚ƒsxuǧ‚ƒǧŜŠȑ ƒqǧsq~y~qǧǑǧy|tuǧ‚ƒǧŠȑǧLJ|q~wƒǧ‚q~tLj q~€|q~„u~ǧ}u„ǧŜśǧƒ„Ƶ}Ŝǧy~ǧw‚u€u~ǧ†q~ǧŠ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧx „ƒy~wu|ǧ†q~ǧ}y~ƯǧŠǧLJ}Ljǧr‚uut

„u{u~y~w~

tq„ }

ŝƯ q~€|q~„ǧ||q~tƒuǧ|y~tuǧǑǧy|yqǧˆǧ† |wq‚yƒ q~€|q~„}qq„ǧŜşǑŜšǧ„qq|ǧŝǧƒ„ {ƒ y~truu|tǧyƒǧuu~ǧƒ|y„qy‚uǧr}

Ŝǧƒu€„ƯǧŝśŝŜ

ŜƯ q~€|q~„ǧxwƒ„q}ǧv‚ y„r}u~ǧ q| ƒƵ‰‚ ƒƵ‚ ~ ƒ q~€|q~„}qq„ǧŜŝǑŜşǧ}u„ǧuu~ǧ~tu‚|y~wuǧqvƒ„q~tǧ†q~ǧţǧLJ}Lj „qq|ǧŞǧƒ„ {ƒǧ}u„ǧq|ƒǧuy~truu|tǧuu~ǧr}w‚u€

ŜŤŜş

uwu~tq

NL.IMRO.0141.00128-BP31

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeers- en spoorweglawaai

vastgesteld bestemmingsplan Grote Bavenkelsw eg nabij 11

72

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai

Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek

Oktober 2021

Status: Definitief

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

AKOESTISCH ONDERZOEK WEG- EN SPOORWEGLAWAAI GROTE BAVENKELSWEG ONG., BORNERBROEK

Status: Datum: Projectnummer

Definitief Oktober 2021 2020-429

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.3 2.4 2.5

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 5 ZONE LANGS SPOORWEGEN ........................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 6 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 7 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID........................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ...................................................................... 10 3.1 3.2 3.3

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................. 10 VERKEERSGEGEVENS ................................................................................................................................... 11 SPOORWEGGEGEVENS ................................................................................................................................ 11

HOOFDSTUK 4 RESULTATEN .............................................................................. 12 4.1 4.2 4.3

BEREKENINGEN ......................................................................................................................................... 12 GELUIDSBELASTING .................................................................................................................................... 12 HOGERE WAARDE ...................................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 15 BIJLAGEN BIJ HET AKOESTISCH ONDERZOEK .............................................................. 16 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

GELUIDSMODEL WEGVERKEERSLAWAAI .................................................................................................. 17 ITEMEIGENSCHAPPEN WEGVERKEERSLAWAAI ........................................................................................... 18 GELUIDSMODEL SPOORWEGLAWAAI ...................................................................................................... 19 ITEMEIGENSCHAPPEN SPOORWEGLAWAAI ............................................................................................... 20 RESULTATENTABEL WEGVERKEERSLAWAAI............................................................................................... 21 RESULTATENTABEL SPOORWEGLAWAAI .................................................................................................. 22

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Aan de Grote Bavenkelsweg in Bornerbroek, achter Grote Bavenkelsweg 11, bevindt zich een voormalig agrarisch erf. Initiatiefnemer is voornemens voormalige agrarische opstallen te slopen en ter plaatse één nieuwe woning te realiseren op basis van het gemeentelijke rood voor rood beleid. In afbeelding 1.1 is de locatie van het projectgebied in Bornerbroek en ten opzichte van de directe omgeving weergegeven.

Afbeelding 1.1

Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient een ruimtelijke procedure te worden doorlopen. In het kader van deze procedure is het benodigd de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. Voorliggend onderzoek heeft betrekking op de aspecten weg- en spoorweglawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

HOOFDSTUK 2 2.1

WETTELIJK KADER

Algemeen

Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg en spoorweg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg of spoorweg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.

2.2

Zone langs wegen

Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)

De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: · · ·

Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.

De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste grenswaarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: · ·

Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.

Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.

2.3

Zone langs spoorwegen

Vanwege een wijziging van de Wet milieubeheer gelden sinds 1 juli 2012 de zogenoemde ‘geluidproductieplafonds’ voor hoofdspoorwegen en rijkswegen. Een geluidproductieplafond geeft de toegestane geluidproductie (geluidwaarde in Lden) vanwege een weg of spoorweg aan. Hiermee wordt een onbelemmerdere groei van geluidshinder tegengegaan. Referentiepunten bevinden zich langs weerszijden van een rijksweg of hoofdspoorweg. Op elke referentiepunt geldt een geluidproductieplafond. De ligging van de referentiepunten (in rijkdriehoekscoördinaten) is

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief opgenomen in het geluidregister. Als vuistregel geldt dat de referentiepunten op circa 50 meter van de buitenste rijstrook c.q. het buitenste spoor en op een onderlinge afstand van circa 100 meter liggen. De hoogte van de referentiepunten bedraagt 4 meter boven het maaiveld. De geluidproductieplafonds zijn, evenals andere van belang zijnde informatie zoals brongegevens en relevante besluitinformatie, opgenomen in het geluidregister. In dit geluidsregister zijn eventuele van toepassing zijnde plafondcorrectie(s) voor spoorwegen al verwerkt. De verantwoordelijkheid voor het vaststellen van en het toezicht op de naleving van de ggp’s op de referentiepunten ligt bij de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. De verantwoordelijkheid voor de naleving rust op de beheerder van de betreffende infrastructuur. Op basis van deze geluidproductieplafonds zijn de breedtes van de geluidzones gedefinieerd (artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder). De geluidzones zijn te beschouwen als aandachtsgebieden of onderzoeksgebieden. In tabel 2 zijn de zonebreedtes op basis van de ggp’s weergegeven Hoogte gpp Gpp lager dan 56 dB Gpp tussen 56 en 61 dB Gpp tussen 61 en 66 dB Gpp tussen 66 een 71 dB Gpp tussen 71 en 74 dB Gpp hoger dan 74 dB

Breedte geluidzone 100 m 200 m 300 m 600 m 900 m 1200 m

Tabel 2 Wettelijke geluidszones spoorwegen (Bron: wetten.overheid.nl

2.3

Grenswaarden

2.3.1

Algemeen

In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen als vervangende nieuwbouw die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’. Een woning is als volgt gedefinieerd in de Wgh: ‘gebouw of gedeelte van een gebouw waar bewoning is toegestaan op grond van het bestemmingsplan, de beheersverordening, bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening, of, indien met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan of de beheersverordening is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van laatstgenoemde wet’. 2.3.2

Wegverkeerslawaai

De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 3 is de hoogst mogelijke waarde voor nog niet geprojecteerde woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven (artikel 83 Wgh). Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied

Maximale grenswaarde 63 dB 53 dB

Tabel 3 Maximale grenswaarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief 2.3.3

Spoorweglawaai

De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting L DEN op de gevels van een woning als gevolg van een spoorweg bedraagt 55 dB. Burgemeester en Wethouders kunnen onder bepaalde voorwaarden echter afwijken van deze voorkeursgrenswaarde en een hogere waarde verlenen van maximaal 68 dB (Besluit geluidhinder art 4.11) voor spoorweglawaai. Deze voorwaarden zijn: 1. 2.

2.3.4

de optredende geluidbelasting moet lager zijn dan de maximaal toelaatbare gevelbelasting; de situatie moet passen in het gemeentelijk geluidsbeleid ten aanzien van vaststelling van de hogere grenswaarden. Vaststellen hogere waarde

Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij dient afgewogen te worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle (spoor)wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde dient bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond te worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.

2.4

Berekenen geluidsbelasting

2.4.1

Wegverkeerslawaai

De geluidsbelasting dient per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst te worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: ·

5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;

Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: · · ·

4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.

Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder. 2.4.2

Spoorweglawaai

De rekenmethode (rekenmethode II) is gebaseerd op het berekenen van de geluidemissie (afhankelijk van het aantal en type treinstellen, het soort onderbouw, de rijsnelheid en enkele correctiefactoren) en de geluidoverdracht tussen de spoorweg en de immissiepunten (geplande gevels). BJZ.nu heeft in samenwerking met Munsterhuis Geluidsadvies het onderzoek naar spoorweglawaai uitgevoerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

2.5

Gemeentelijk geluidsbeleid

2.5.1

Algemeen

De gemeente Almelo beschikt over gemeentelijk geluidbeleid, genaamd “gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo” (december 2014), met een bijbehorende kaart. Hierin heeft de gemeente het beleid ten aanzien van de voorkeurswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting opgenomen. Het geluidbeleid staat ter plaatse van het projectgebied hogere waarden toe. Het projectgebied ligt op de bedoelde kaart binnen het gebiedstype “Agrarisch”. In dit gebiedstype geldt als ambitieniveau ‘redelijk rustig’ (48 dB) en als bovengrens ‘onrustig’ (53 dB wegverkeerslawaai, 58 dB spoorweglawaai). De voorwaarden die in het gemeentelijk beleid worden gesteld aan het vaststellen van een hogere waarde, hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Voor het verkrijgen van een hogere waarde moet voor wegverkeerslawaai de procedure gevolgd te worden. Daarbij hoort de ter visielegging van het akoestisch onderzoek. 2.5.2

Gemeente Almelo - Ontheffingscriteria

Ieder verzoek om een hogere waarde wordt in ieder geval aan de hoofdcriteria, zoals genoemd in artikel 110a lid 5 van de Wgh, getoetst. Daarnaast worden bij de afweging over het toekennen van een verzoek om een hogere waarde ook de locatie specifieke kenmerken (of nadere ontheffingscriteria genoemd) betrokken. De onderstaande locatie specifieke kenmerken worden in de overwegingen als positief aspect meegenomen dan wel als zwaarwegend argument meegenomen. • • • • • •

•

de locatie bevindt zich in de nabijheid van een bus- of treinstation; de nieuwbouw ter plaatse dient ter vervanging van bestaande bebouwing; de nieuwbouw zorgt voor afscherming van het achterliggend gebied; de locatie is opgenomen in herstructureringsplannen (bijvoorbeeld het Indiëterrein en dergelijke); de nieuwbouw vult een open plek op tussen aanwezige bebouwing; de beoogde ontwikkeling vormt een markant punt of een markante lijn, dat dient ter versterking van de stedenbouwkundige structuur (zoals vastgelegd in stedenbouwkundige visie als Hoogbouwvisie, Structuurplan, en dergelijke) en / of met de ontwikkeling van de betreffende locatie worden één of meerdere andere milieuknelpunten (bijv. luchtkwaliteit, bodemsanering, overige hindersituatie) elders opgelost.

2.5.3 Gemeente Almelo – Primair akoestische compensatiemaatregelen Indien aangetoond is dat het verzoek tot een hogere waarde voldoet aan de hoofd- en de nadere ontheffingscriteria kan onder voorwaarden een hogere waarde worden verleend. De gemeente Almelo past hierbij primair de hieronder weergegeven akoestische compensatiemaatregelen toe. Deze zijn namelijk per geluidsklasse verschillend waarbij voor dit project de onderstaande maatregelen voor gebiedstype ‘onrustig’ (49 dB – 53 dB wegverkeerslawaai, 54 – 58 dB spoorweglawaai) van belang zijn. Voorwaarden voor het toekennen van een hogere waarde t/m de geluidsklasse ‘onrustig’ Bij het toekennen van een verzoek om een hogere waarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidsklasse “onrustig” worden de volgende voorwaarden bij de afweging betrokken:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief indien mogelijk bronmaatregelen (bijvoorbeeld stillere asfalttypen) en / of overdrachtsmaatregelen treffen (bijvoorbeeld geluidschermen of -wallen) treffen; 1. 2. 3. 4.

indien mogelijk de afstand tussen de geluidbron en de nieuwe woning(en) vergroten; in ieder geval dient bij woningen/appartementen de buitenruimte (tuin/balkon) te voldoen aan de ambitiewaarde van het betreffende gebied; het stedenbouwkundig ontwerp vormgeven waarbij zoveel mogelijk afscherming voor het achterliggende gebied ontstaat en; vanaf de geluidklasse ‘onrustig’ dient bij een aanvraag om omgevingsvergunning voor een woning en scholen een bouwakoestisch onderzoek te worden gevoegd en wordt getoetst of wordt voldaan aan de binnenwaarde van het Bouwbesluit.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

HOOFDSTUK 3 3.1

UITGANGSPUNTEN

Situatie projectgebied

De voorgenomen ontwikkeling gaat uit van de sloop van voormalige agrarische opstallen en de realisatie van een nieuw woonerf achter Grote Bavenkelsweg 11. In afbeelding 3.1 is een weergave van de gewenste situatie weergegeven.

Afbeelding 3.1

Uitsnede erfinrichtingsplan (Bron: De erfontwikkelaar)

Het projectgebied ligt in de nabijheid van verschillende geluidsbronnen. Het betreft de Grote Bavenkelsweg en de intercitylijn Amersfoort-Deventer-Almelo-Enschede. In tabel 4 is de afstand tot deze geluidsbronnen weergegeven. Geluidsbron Grote Bavenkelsweg Spoorlijn Amersfoort-DeventerAlmelo-Enschede

Afstand tot geluidsbron Circa 170 m Circa 100 m

Wettelijke geluidszone 250 m 600 m (gpp 67,7)

Tabel 4 Afstand tot geluidsbronnen (Bron: BJZ.nu)

Het projectgebied ligt binnen de wettelijke geluidszone van de Grote Bavenkelsweg (60 km/uur weg) en de spoorlijn Amersfoort-Deventer-Almelo-Enschede. Akoestisch onderzoek is dan ook benodigd om de geluidsbelasting op de gevels als gevolg van deze geluidsbronnen te bepalen. In de directe omgeving bevinden zich geen andere wegen of spoorwegen die in het kader van dit onderzoek relevant zijn. In tabel 5 is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai Hoogst mogelijke waarde spoorweglawaai Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting relevante wegen

Buitenstedelijk gebied 53 dB (o.b.v. Wgh en gemeentelijk beleid) 58 dB (o.b.v. gemeentelijk beleid) Ja 5 dB (maximaal 60 km/uur wegen)

Tabel 5 Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai (Bron: BJZ.nu)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

3.2

Verkeersgegevens

De verkeersgegevens zijn afkomstig uit een geprognosticeerd verkeersmodel voor het jaar 2030 van de gemeente Almelo (zie bijlage 1 voor een uitsnede hiervan). In dit model zijn voor alle relevante wegen de verkeersintensiteiten, voertuigverdelingen, snelheid, wegdektype ect. al opgenomen. Om te komen tot geprognosticeerde verkeersintensiteiten voor het maatgevende jaar 2032 is gerekend met een jaarlijkse autonome groei van 1,5%. In het model zijn verder geen wijzigingen gemaakt anders dan de invulling van het projectgebied.

3.3

Spoorweggegevens

De gehanteerde spoorweggegevens zijn afkomstig uit het Geluidsregister (mei 2021).

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Grote Bavenkelsweg ong., Bornerbroek Definitief

HOOFDSTUK 4 4.1

RESULTATEN

Berekeningen

De overdrachtsberekening voor de wegen is uitgevoerd overeenkomstig Standaard Reken Methode 2 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Bij de berekening is uitgegaan van een standaard bodemfactor van 1,0 (akoestisch zacht) zoals opgenomen in het gemeentelijke verkeersmodel. In het model zijn de volgende zaken opgenomen: -

wegen met intensiteiten; spoorlijn met intensiteit; gebouwen inclusief hoogte; geluidsschermen (indien aanwezig); harde bodemgebieden; rekenpunten op de eerste verdieping (1,5 meter), tweede verdieping (4,5 meter) en 7,5 meter (derde verdieping) van de te realiseren woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=552fefea-e8e3-4257-b829-b61423f4e4bc