13.1 Vaststelling bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat - Bijlage - Vast te stellen bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
Tekst van het document
Dit maximumpercentage is van toepassing omdat anders de kleinere percelen (nagenoeg) volgebouwd worden. Dit is ruimtelijk echter onaanvaardbaar. Binnen de woonbestemming is bij recht een aan huis verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteit toegestaan. Het betreft hier een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie. Hier zijn echter wel regels aan verbonden. Deze regels zijn gericht op het voorkomen van hinder en overlast van deze activiteiten. Daar waar specifieke functies binnen de woonbestemming voorkomen is er een aanduiding op de verbeelding opgenomen. 6.3.2 Overige regels Inleidende regels / begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen zijn op alfabetische volgorde weergegeven. Inleidende regels / wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten.
Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond, die betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan, bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Algemene gebruiksregel Voor de redactie van de gebruiksregel is een algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de doeleindenomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregel In dit artikel zijn een aantal voorwaarden opgenomen die het mogelijk maken het plan op ondergeschikte punten aan te passen. Dit evenwel met het voorbehoud dat de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad. Ook kleine afwijkingen (tot 10%) van de in de regels opgenomen maten kunnen op grond van dit artikel mogelijk worden gemaakt. Tevens kunnen krachtens dit artikel
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
46
NL.IMRO.0141.00151-BP31
kleine bouwwerken ten dienste van nutsbedrijven worden toegestaan. Ook de realisatie van erkers bij woningen wordt middels deze bepaling mogelijk gemaakt, alsmede het wijzigen van gebruik van gebouwen (al dan niet bij woningen) ten behoeve van kinderopvang. Algemene procedureregels Hierin zijn de procedurebepalingen opgenomen ten aanzien van het stellen van nadere eisen. Algemene overige regels In de algemene regels wordt ten aanzien van het parkeren geregeld dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt aansluiting gezocht bij de parkeerkencijfers van het CROW. Het benodigde aantal parkeerplaatsen kan worden berekend op basis van parkeerkencijfers of wordt bepaald in parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers. Parkeernormen geven het aantal beleidsmatig vastgestelde parkeerplaatsen bij een bedrijf of voorziening aan. Bij het gebruik van parkeerkencijfers moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid van de locatie, de specifieke kenmerken van de functie, de mobiliteitskenmerken van de gebruikers van het gebouw en met het gemeentelijk beleid. Hierbij wordt gezocht naar een evenwicht tussen zoveel mogelijk tegemoetkomen aan de parkeervraag en de optimale combinatie van leefbaarheid en bereikbaarheid.
Daarnaast is het eveneens van belang dat de parkeerruimte van voldoende omvang is. Een parkeerruimte moet wel zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de hoofdregel dat parkeervoorzieningen in voldoende mate op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd, mits op andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien en de situering van de parkeerplaatsen het ruimtelijk beeld van de omgeving, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden niet onevenredig aantast. Eenzelfde soort redenatie gaat op voor het laden en lossen van goederen. Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in het bestemmingsplan van kracht zijn. Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
47
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond. Het bestemmingsplan wordt gewijzigd om te voorzien in de behoefte aan bouwgrond voor woningbouw. Dit plan voorziet in de bouwmogelijkheden van 10 grondgebonden woningen en de herinrichting van de openbare ruimte. Alle grond binnen het plangebied is in eigendom van de gemeente Almelo. De grond wordt eerst bouwrijp gemaakt en daarna verkocht. In de grondexploitatiebegroting staan kosten en opbrengsten met betrekking tot deze bouwgrondproductie. De verwachte kosten worden volledig gedekt door de begrote grondopbrengsten en daarmee is het plan financieel haalbaar. Omdat het kostenverhaal verzekerd is door middel van het kunnen verkopen van bouwrijpe grond, is het vaststellen van een exploitatieplan (artikel 6.12 Wro) niet nodig.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
48
NL.IMRO.0141.00151-BP31
Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie Via informatiebrieven en een inloopbijeenkomst op 9 november 2022 is uitleg over het plan gegeven, zodat omwonenden zijn geïnformeerd. Een verslag van deze inloop is bijgevoegd als bijlage 6.
8.2 Vooroverleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept-ontwerp van het bestemmingsplan aan de volgende instanties toegezonden: 1. Provincie Overijssel; 2. Waterschap Vechtstromen De Provincie Overijssel heeft in het ruimtelijk overleg met de gemeente op 16 juni 2022 aangegeven dat het plan past in het provinciaal ruimtelijk beleid. Reactie Waterschap Vechtstromen: Er heeft een vooroverleg met de gebiedsadviseur van het waterschap plaatsgevonden. Het besprokene is verwerkt in de waterparagraaf. Daarnaast heeft er in het kader van de watertoets een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'normale procedure'. Het waterschap geeft een positief wateradvies. De beantwoording van de vragen heeft er niet toe geleid dat er nader overleg met het waterschap moet worden gevoerd.
8.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat en de bijbehorende stukken hebben gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Binnen deze termijn zijn geen zienswijzen ingediend.
vastgesteld Bestemmingsplan Gravenstraat-Zwaluwenstraat
49
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1. Vormvrije merbeoordeling Bijlage 2. Bodemonderzoek (asbest) Bijlage 3. AERIUS berekening Bijlage 4. Rapport quickscan flora en fauna Gravenstraat te Almelo Bijlage 5. Waterhuishoudkundig plan Bijlage 6. Verslag inloop over woningbouwplannen Gravenstraat-Zwaluwenstraat 9nov2022
Vormvrije Mer beoordeling bestemmingsplan Gravenstraat/Zwaluwenstraat 11 April 2023
Auteur: M.Hendriks
Blz.
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2
Inleiding
2
Het initiatief Waarom een vormvijre m.e.r.-beoordeling? Toetsing aan de criteria lijst Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling Criteria belangrijke milieugevolgen Gebruikte onderzoeken
2 2 3 3 3 4
Vormvrije m.e.r. voor toets
5
2.1 Plaats van het project 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Kenmerken van het potentieel project Geluid Luchtkwaliteit Bodem Archeologie Flora-fauna Water Verkeer Externe veiligheid 3
Samenvatting
Pagina 1 van 10
5 6 6 6 7 7 7 7 8 8 8 8
1
1
Inleiding
1.1
Het initiatief Het college heeft besloten de locatie Gravenstraat/Zwaluwenstraat te herontwikkelen. Deze stedelijke inbreidingslocatie waar de de bestemming maatschappelijk is toegestaan zal zodanig worden herontwikkeld dat de realisatie van 11 woningen mogelijk is
Figuur: ligging planinitiatief
1.2
Waarom een vormvijre m.e.r.-beoordeling? De milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om bij de voorbereiding en vaststelling van besluiten het milieubelang volwaardig te laten meewegen. Een besluit is direct m.e.r.-plichtig indien de activiteiten behoren tot een categorie die in onderdeel C van de bijlage van het m.e.r.-besluit is opgenomen. In onderdeel D van het m.e.r.-besluit staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden is een m.e.r. niet noodzakelijk. In gevallen dat een besluit betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst maar die onder de drempelwaarden uit kolom 2 van de D-lijst liggen, is een vormvrije m.e.r.beoordeling verplicht. Bij deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Kunnen deze niet worden uitgesloten, dan dient alsnog een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden aangesloten bij de Europese merbeoordelingscriteria zoals neergelegd in artikel 4 lid 3 van de Richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Pagina 2 van 10
2
milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (“Richtlijn”). In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een beperkte inschatting gemaakt van de milieuhygiënische effecten van de plannen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus een globale beoordeling van de milieugevolgen van de plannen op haar omgeving.
1.3
Toetsing aan de criteria lijst Getoetst is of het de activiteit voor deze wijziging van de bestemming -het realiseren zeventien woningen - een initiatief is dat voor komt op de C- of D-lijst behorende bij het m.e.r.-besluit. Activiteit D.11.2: spreekt van “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” In de Nota van Toelichting (Stb. 2011, 102) staat vermeld: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. (….) Wat ‘stedelijke ontwikkeling’ inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Wat van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn”. Uit het voorgaande volgt dat daar waar sprake is van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject waar een m.e.r-plicht of een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht is aangewezen. Onderhavige ontwikkeling is met een pre-scan onderzocht op eventuele negatieve gevolgen. Hoewel het gezien de beperkte omvang van het initiatief de vraag is of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de wet.
Hebben wij gemeend om voor deze ontwikkeling te beschouwen als een “Stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in de D-lijst van het m.e.r.-besluit. Besloten is dan ook om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
1.4
Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling De procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is vorm vrij, wel worden eisen gesteld aan de inhoud van de beoordeling. Deze eisen zijn genoemd in in artikel 4 lid 3 en de bijbehorende Bijlage III van de Richtlijn.
1.5
Criteria belangrijke milieugevolgen De criteria uit artikel 4 lid 3 van de Richtlijn die bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moeten worden betrokken zijn de volgende: 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: — de omvang van het project, Pagina 3 van 10
3
— de cumulatie met andere projecten, — het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, — de productie van afvalstoffen, — verontreiniging en hinder, — risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: — het bestaande grondgebruik, — de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, — het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a) wetlands, b) kustgebieden, c) berg- en bosgebieden, d) reservaten en natuurparken, e) gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG, f) gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, g) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, h) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.
Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: — het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), — het grensoverschrijdende karakter van het effect, — de orde van grootte en de complexiteit van het effect, — de waarschijnlijkheid van het effect, — de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Gebruik dient te worden gemaakt van redelijkerwijs te verkrijgen beschikbare informatie.
1.6
Gebruikte onderzoeken Voor het uitvoeren van de vormvrije m.e.r. voortoets is gebruik gemaakt van de binnen de gemeente Almelo aanwezige specialistische kennis op gebied van verkeer, R&O en bedrijven, verkeer, geluid, lucht, flora en fauna en ruimte.
Pagina 4 van 10
4
2 2.1
Vormvrije m.e.r. voor toets Plaats van het project
De ontwikkeling is gelegen binnen de bebouwde kom en betreft een herontwikkeling van een bestaand woongebied. Rondom het plangebied zijn woningen gelegen ten noorden grenzend aan het plangebied is een cultureel centrum gelegen van relatief beperkte omvang. In de directe omgeving zijn geen hoofd ontsluitingswegen gelegen. Het gebied kan worden aangemerkt als rustig woongebied met een enkele beperkte maatschappelijke voorzieningen. In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwin bieden. Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied dat beschermd wordt vanuit de natuurwaarden en maakt geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied valt niet binnen een Habitatrichtlijn- of Vogelrichtlijngebied en heeft door de afstand geen relatie met de dichtstbijzijnde speciale beschermingszones. Het plangebied is dus niet in of nabij een gevoelig gebied gelegen.
Ligging plangebied tov haar omgeving
Pagina 5 van 10
5
2.2
Kenmerken van het project Het beoogde initiatief bestaat uit de realisatie van 13 woningen
Het betreft hier nieuwbouw er zal in de gebruiksfase geen sprake zijn van relevante emissies. De woningen zullen aardgasloos worden uitgevoerd. Vervoersbewegingen worden ingeschat op maximaal 4,5 per woning per dag. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen projecten van een zodanige omvang dat er sprake zal zijn van relevante cumulatie.
2.3
Kenmerken van het potentieel project Geluid Geluid van de ontwikkeling Het betreft hier een beperkt initiatief. De vervoersbewegingen zijn beperkt de realisatie van deze woningen zal de akoestische leef kwaliteit in de omgeving niet significant aantasten. Geluid tgv de wijziging in de infrastructuur De ontsluiting zal plaatsvinden op de bestaande infrastructuur. Er zal slechts sprake zijn van een zeer beperkte ( minimale) toename van de verkeersintensiteit op deze ontsluitingswegen. De huidige infrastructuur is hiervoor geschikt. De toename van verkeersbewegingen zal niet leiden tot een toename in de geluidsbelasting op de omgeving evenzo is de locatie zodanig gelegen dat er geen sprake is van een hoge geluidsbelasting ten gevolge van omliggende wegen of industrie.
Pagina 6 van 10
6
Luchtkwaliteit Bij elk ruimtelijk plan moet de luchtkwaliteit in acht worden genomen. Daar waar sprake is van een toename van de emissies welke volgens de wet is te beschouwen als “niet in betekenende mate” behoeft geen nadere overweging van de optredende emissies plaats te vinden. Dit initiatief is zodanig beperkt van omvang dat er sprake is van toename van de luchtemissies die als niet “In betekenende mate” kan worden beschouwd. Omdat ook de jaarlijkse rapportage in het kader van de “Wet Luchtkwaliteit” (hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer) geen overschrijding van de grenswaarden in en om het plangebied gebied laat zien mag gesteld worden dat de luchtkwaliteit niet significant is en geen belemmering vormt voor dit plan.
Bodem De locatie is onderzocht. Bodem rapportages zijn aanwezig. De locatie is geschikt voor de geplande bestemming. De vrijkomende grond kan in principe overal in Almelo worden toegepast.
Archeologie De gemeente Almelo heeft een archeologische waardenkaart opgesteld. Er zijn in de directe omgeving geen archeologische vindplaatsen geregistreerd in ARCHIS en geen terreinen van archeologische waarde aanwezig. Er zijn geen boerderijen waarvan de vermeldingen uit de Late Middeleeuwen bekend zijn. Op basis van de archeologische waardenkaart hoeven er geen relevante archeologische vondsten te worden verwacht.
Flora-fauna Ten behoeve van dit initiatief heeft er "Quickscan Natuurtoets “ plaatsgevonden. Op basis van de onderzoeksgegevens kan, vanwege de ligging van het plangebied in het stedelijke gebied van Almelo en de aard van de ingrepen, geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten veroorzaakt worden op de in de omgeving aanwezige Natura 2000 gebieden, beschermde natuurmonumenten of onderdelen van de Ecologische Hoofdstructuur (hierna EHS). Het dichtstbijzijnde gebied dat onder de Natuurbeschermingswet valt is het Natura 2000 gebied Engbertsdijkveen , wat op circa 6 kilometer van het plangebied ligt. Gezien de afstand, de tussenliggende barrières en de aard van de ingrepen in het gebied zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Het dichtstbijzijnde gebied dat valt onder de EHS is de nieuwe natuur in de Natte Doorbraak (ca. 6 km afstand). Externe effecten op dit gebied zijn niet aan de orde gezien de afstand en de ligging. Natuur buiten de EHS met een beschermde status van ganzengebied of weidevogelgebied ligt op grote afstand van het projectgebied. Er zijn barrières van stedelijke bebouwing en infrastructuur aanwezig. Negatieve effecten zijn daarom niet aan de orde. Ook voor stikstof tijdens de bouwfase en gebruiksfase kan worden gesteld dat de depositie van dit initiatief op omliggende Natura2000 gebieden niet siginficant bijdraagt naan de Pagina 7 van 10
7
depositie op deze gebieden. Dit baseren wij op voor deze locatie uitgevoerde Aerius berekening. Gesteld kan worden dat de Flora en Faunawet de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.
Water In het kader van het planinitiatief heeft een watertoets plaats gevonden zoals in het ontwerp Nationaal Waterplan wordt voorgesteld. Het doel van het watertoetsproces is: waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van het watertoetsproces is dat het zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van water in de ruimtelijke ordening. Uit de watertoets volgen reguliere maatregelen. Er is geen sprake van relevante negatieve effecten.
Verkeer Voor de verkeers generatie verwijzen wij naar geluid. Er is sprake van een beperkte en aanvaardbare verkeers generatie. Parkeren Voor het bepalen van de parkeernorm zijn de kencijfers van CROW toegepast. Geconcludeerd kan worden dat het verwachtte autoverkeer en de bijbehorende parkeerdruk de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staan.
Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die personen lopen als gevolg van de aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het gaat daarbij om inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard of bewerkt, transportroutes voor gevaarlijke stoffen (weg/water/spoor) en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. In en nabij het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig of voorzien die met hun invloedscontouren reiken tot in het plangebied.
3
Samenvatting
Het initiatief uit het bestemmingsplan Gravenstraat/Zwaluwenstraat is getoetst en beoordeeld aan de hand van de Europese criteria en relevante wet- en regelgeving. Naar
Pagina 8 van 10
8
aanleiding daarvan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen activiteit niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieu-effecten. Er zijn geen specifieke milieurisco’s. Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding een m.e.r.-beoordeling als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer uit te voeren.
Pagina 9 van 10
9
RAPPORT VERKENNEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN5740 en NEN5707 Gravenstraat - Almelo
Opdrachtgever Gemeente Almelo
Locatie: Gravenstraat (naast nummer 17) 7605 BA Almelo
Juni 2022 (Versie 2)
Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Tel: 0546 - 63 96 63 KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Rapport Verkennend (asbest)Bodemonderzoek conform NEN5740 en NEN5707 Gravenstraat - Almelo
Opdrachtgever Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo
Locatie: Gravenstraat (naast nummer 17) 7605 BA Almelo
Projectcode: BOD-719 (22010815)
Rapportagedatum: 17 juni 2022 (Versie 2)
Auteur: Mevr. E. Koppelman
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
3 3 3 6
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
7 7 8 8 9 10
4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Separate analyses Indicatieve toetsing Besluit Bodemkwaliteit Resultaten asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses
11 11 11 14 15 16 17 17 17
5
Resultaten doorlatendheidonderzoek
18
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
19
7
Literatuur en bronvermelding
22
Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek De Bondt, mei 1999 Boorplan oriënterend bodemonderzoek Tauw, januari 2000 Tekening monitoring peilbuizen Ortageo, april 2022 Boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2022 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses V Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van de gemeente Almelo op een terreindeel aan de Gravenstraat (naast nummer 17) in Almelo door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de verkoop van het terrein, gevolgd door herontwikkeling (nieuwbouw van woningen en de aanleg van wegen en groen). Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de verkoop en dient inzicht te geven in de milieukundige kwaliteit van de bodem ten behoeve van de financiële waardering van het perceel. Het bodemonderzoek is verder noodzakelijk in het kader van de aanvraag van een omgevingsvergunning met betrekking tot de nieuwbouwplannen. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek wordt de bovengrond van de onderzoekslocatie, vanwege de historie en het gebruik, als verdacht beschouwd voor de aanwezigheid van zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht voor de aanwezigheid van chemische componenten uit het NEN5740-standaardpakket. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5725, Bodem.
Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op een verdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig is en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden.
De doelstelling van het onderzoek op een asbestverdachte locatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskern ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig is en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in mei 2022 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van hun persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 1 van 22
In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 2 van 22
2
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen op het plantsoen/speelveld aan de Gravenstraat, binnen de bebouwde kom van Almelo. Het centrale punt binnen het te onderzoeken terreindeel heeft de coördinaten x = 21.217 en y = 485.480 en is kadastraal bekend als: gemeente Ambt-Almelo, sectie H, nummer 14323 (ged.) en nummer 7656. De Gravenstraat bevindt zich ten zuidwesten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is grotendeels onbebouwd en grotendeels onverhard. Op de locatie bevindt zich een grondwaterzuiveringsinstallatie (ten behoeve van een sanering aan de Rohofstraat 2). Een klein deel van de onderzoekslocatie is verhard met klinkers. Verder is de onderzoekslocatie onverhard en begroeid met gras, bomen en groenstroken (plantsoen/speelveld). Onderzoekslocatie Op de onderzoekslocatie bevonden zich in het verleden woningen. Sinds de sloop van deze bebouwing (circa 2003) wordt het terreindeel gebruikt als plantsoen. Het bodemonderzoek is noodzakelijk voor de verkoop van het terrein, gevolgd door de geplande herontwikkeling tot wonen. De onderzoekslocatie is onbebouwd en grotendeels onverhard en omvat circa 2533 m².
In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen en tekeningen opgenomen: - boorplan verkennend bodemonderzoek De Bondt, mei 1999; - boorplan oriënterend bodemonderzoek Tauw, januari 2000; - tekening monitoring peilbuizen Ortageo, april 2022; - boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek Kruse Milieu BV, juni 2022. Vooronderzoek In het vooronderzoek komt, naast informatie uit het huidige gebruik, het vroegere gebruik van het terreindeel aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terreindeel. Het vroegere gebruik van het terreindeel is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. De geraadpleegde bronnen zijn weergegeven in tabel 1. De volgende informatie is verzameld: - de onderzoekslocatie heeft momenteel deels een maatschappelijke en deels een woonbestemming; - de zuidzijde van de onderzoekslocatie was tot circa 2003 bebouwd met woningen. Sinds de sloop van deze bebouwing wordt de locatie als plantsoen/speelveld gebruikt; - voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel; - het te onderzoeken terrein is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn.
Op circa 55 meter ten noordoosten van de onderzoekslocatie bevond zich in het verleden een chemische wasserij. Er is een grootschalige grond(water)sanering uitgevoerd. In het diepe grondwater (vanaf circa 12 mmv) zijn nog sterk verhoogde gehalten aan VOCl aangetoond (bron: Oranjewoud evaluatierapport sanering vaste bodem en aanleg systeem grondwatersanering met projectnummer 149490, d.d. juli 2008). De grondwaterzuiverings-installatie ten behoeve van de sanering, is nog op de onderzoekslocatie aanwezig;
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 3 van 22
- voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. De locatie is niet gelegen aan een asbestweg; - de bovengrond van de onderzoekslocatie wordt op basis van het historisch gebruik en grondverzet beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest; - volgens de Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+Bos, maart 2018) valt de bovengrond in functieklasse wonen en de ondergrond in functieklasse AW2000. Volgens de Nota bodembeheer Regio Twente (Twens beleid veur oale groond) wordt geen correctie toegepast voor minerale olie tot maximaal 100 mg/kg d.s.; - er hebben eerder bodemonderzoeken op en nabij de huidige onderzoekslocatie plaatsgevonden. De meest relevante onderzoeken worden hieronder nader toegelicht. Tauw nader onderzoek Gravenstraat Almelo met rapportnummer 3108384, d.d. juni 1989 Dit onderzoek heeft plaatsgevonden op circa 15 meter ten westen van de huidige onderzoekslocatie. Het nader onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van het in november 1988 door Tauw Infra Consult BV uitgevoerde indikatieve bodemonderzoek (rapportnummer 51782.38, november 1988) en het in februari en maart 1989 uitgevoerde aanvullend onderzoek (rapportnummer 3100014, februari/maart 1989).
Uit deze onderzoeken bleek dat in de zintuiglijke met kooldeeltjes, puin en verbrandingsresten verontreinigde grondlagen (0 0.5 m- mv) verhoogde concentraties aan cadmium, EOX, PAK en lood in de bodem en verhoogde concentraties aan zink in het grondwater gemeten zijn. Uit de analyseresultaten bleek: - de bovengrond is licht verontreinigd met PAK’s en matig tot sterk verontreinigd met PAK’s en lood; - de ondergrond is licht verontreinigd met PAK; - het grondwater is sterk verontreinig met zink. De Bondt raadgevend ingenieursbureau verkennend bodemonderzoek Gravenstraat 5 te Almelo met werknummer 99.2005.03, d.d. 4 mei 1999 Aanleiding voor dit onderzoek, op de huidige onderzoekslocatie was de aankoop van het terrein. Zintuiglijk is er puin aangetroffen. Uit de analyseresultaten bleek: - de bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met cadmium, lood, zink, EOX en minerale olie en matig tot sterk verontreinigd met koper en PAK. Na heranalyse is de bovengrond licht verontreinigd met lood, zink en minerale olie, matig verontreinigd met PAK en sterk verontreinigd met koper; - de ondergrond is niet verontreinigd; - het grondwater is licht verontreinigd met zink Tauw oriënterend onderzoek Gravenstraat 1 tot en met 21 te Almelo met projectnummer 3777189, d.d.
20 januari 2000 Aanleiding voor dit onderzoek, op de huidige onderzoekslocatie, waren de aangetroffen verontreinigingen en eerder uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse van de Gravenstraat 23 tot en met 33 en Gravenstraat 5. Uit de analyseresultaten bleek: - de bovengrond is licht tot sterk verontreinigd met cadmium, koper, lood, zink, minerale olie en PAK; - de ondergrond is licht tot sterk verontreinigd met koper, lood, zink, minerale olie en PAK; - het grondwater is licht tot sterk verontreinigd met cadmium, chroom, nikkel, zink en trichlooreteheen Oranjewoud evaluatierapport sanering vaste bodem voormalige chemische wasserij Rohofstraat 2 te Almelo met projectnummer 149490, d.d. juli 2008 Aanleiding voor dit onderzoek, op circa 55 meter ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie was de evaluatie van het eerste deel van de bodemsanering Uit de analyseresultaten bleek dat er sprake is van een restverontreiniging met VOCl.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 4 van 22
Ortageo grondwatermonitoring VOCl- verontreiniging Rohofstraat (BOD-186) met projectnummer 207447-10, d.d. 28 april 2022 Het rapport van dit onderzoek is niet in het bezit van Kruse Milieu BV.. Ter plaatse van de onderzoekslocatie heeft een grondwatersanering plaatsgevonden. Op 13 en 18 juni 2018 zijn de peilbuizen bemonsterd. De resultaten van de peilbuizen ter plaatse en in de directe omgeving van de huidige onderzoekslocatie (zie tekening monitoring in bijlage I) zijn: - PB 808 (centraal op de huidige onderzoekslocatie): 6.0 - 7.0 m-mv: DCE >T en PER en Vinylchloride > S; 12 - 14 m-mv: PER en DCE > I en TRI en Vinylchloride > S; 19 - 21 m-mv en 28 - 30 m-mv: DCE > I en PER en Vinylchloride > S. - PB 809 (aan de westzijde van de huidige onderzoekslocatie): 4.8 - 6.8 m-mv: PER en DCE > S; 12 - 14 m-mv: DCE > S; 19 - 21 m-mv: DCE > T; 28-30 m-mv: DCE en Vinylchloride > S; - PB 205 (direct ten noordoosten van de huidige onderzoekslocatie): 6.0 - 7.0 m-mv, 12 - 13 m-mv en 21 - 22: niet verontreinigd; 28 - 30 m-mv: DCE > S. Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron
Specificatie
Relevante informatie
Opdrachtgever
Historisch en huidig gebruik
Ja
Gemeente Almelo
Bodeminformatie
Ja
Archief Kruse Milieu BV Bodemonderzoeken omgeving
Ja
Omgevingsrapportage
https://almelo.omgevingsrapportage.nl/
Ja
Google Maps
https://www.google.nl/maps
Ja
Topotijdreis
https://www.topotijdreis.nl/
Ja
BAG-viewer
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ja
Perceelloep
https://perceelloep.nl/
Ja
Ruimtelijke plannen
https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/
Ja
Grondwatertools
https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/
Ja
DINOloket
https://www.dinoloket.nl/
Ja
AHN-viewer
https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/
Ja
Bodemkwaliteitskaart
Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020
Ja
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 5 van 22
Bodemsamenstelling en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - het maaiveld bevindt zich ongeveer 11 meter boven NAP; - de deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket; - tot circa 43 meter diepte is zand aanwezig van de formaties Boxtel, Drente, Peize, Waalre en Oosterhout. Het doorlatend vermogen bedraagt circa 1 - 500 m ² /dag; - de ondoorlatende basis (klei, Formatie van Breda) bevindt zich derhalve op circa 43 m-mv; - de grondwaterspiegel bevindt zich circa 1.5 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in westelijke richting met een gering verhang; - de onderzoekslocatie ligt niet in of in de nabije omgeving van een grondwaterbeschermingsof grondwaterwingebied - op circa 300 meter ten noorden van de onderzoekslocatie stroomt de Almelose Aa, op circa 1.4 kilometer ten noorden stroomt het Kanaal Almelo-Nordhorn, op circa 2.0 kilometer ten oosten stroomt de Loolee en op circa 2.3 kilometer ten westen stroomt het Twenthekanaal (Zijkanaal naar Almelo); - de invloed van de genoemde watergangen op de freatische grondwaterstand en stromingsrichting zijn bij ons bureau niet bekend.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 6 van 22
3
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. In de normen NEN5740 en NEN5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Op basis van de beschikbare informatie omtrent de historie, wordt de bovengrond als heterogeen verdacht beschouwd voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De hypothese "verdachte locatie" uit NEN5740 en NEN5707 (VED-HE-NL: verdachte locatie met een diffuse bodemverontreiniging met een heterogene verspreiding) wordt voor de bovengrond van de locatie gebruikt.
Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN5740 (ONVNL) wordt voor de ongeroerde ondergrond en het grondwater gebruikt. De laatste hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 2533 m² worden in totaal 14 inspectiegaten gegraven met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter. Er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 m-mv. Het opgegraven materiaal wordt gezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. Er worden 3 inspectiegaten met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv of tot de grondwaterspiegel. Conform norm NEN5707 dient er 1 diepe boring te worden afgewerkt tot peilbuis voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van een grondwatermonster. Op verzoek van de gemeente Almelo worden alle 3 de diepe boringen overeenkomstig NEN5766 afgewerkt tot peilbuis. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek.
Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN5897+C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Ter plekke van de toekomstige wadi, aan de zuidzijde van de onderzoekslocatie zal de doorlatendheid van de bodem op 2 punten worden onderzocht (hoofdstuk 5). Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem;
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 7 van 22
- in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden; - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Veldwerkzaamheden Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPR-voorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001,2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Van elk inspectiegat en iedere boring wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN5104.
Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. Analyses De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 7 grond(meng)monsters (waarvan 3 mengmonsters van de fijne fractie) samengesteld en worden er 3 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN5740 en NEN5707 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per (meng) monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof
Bovengrond (3x)
Asbest en droge stof
Grondwater (3x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 8 van 22
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.
Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden.
Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde. De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 9 van 22
Op verzoek van de opdrachtgever worden de resultaten van de grondmonsters tevens indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest.
Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen < 0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 10 van 22
4
Resultaten Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.3, 4.4, 4.5 en 4.6. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven en besproken in paragraaf 4.7 en 4.8. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in mei 2022 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09). De veldwerkers zijn bij hun werkzaamheden geassisteerd door de heer H. Bramer. Voorafgaand aan de werkzaamheden is de onderzoekslocatie met behulp van een mobiele kraan vrijgemaakt. Daarbij zijn struiken en bouwhekken verwijderd. Op 17 mei 2022 zijn er, na maaiveldinspectie, in totaal 14 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Er zijn 3 gaten met behulp van een Edelmanboor en zuigerboor doorgezet in de diepere ondergrond en afgewerkt met een peilbuis. Ter plekke van de grondwaterzuiveringsinstallatie (binnen de bouwhekken) is de onderzoekslocatie sterk begroeid met struiken en brandnetels. Boring 9 en 10 zijn verplaatst (zie boorplan). Op 22 mei 2022 zijn de struiken en bouwhekken met behulp van een mobiele kraan verwijderd.
Er zijn op het vrijgemaakte terrein, rondom de grondwaterzuiveringsinstallatie, aanvullend 3 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop). Deze inspectiegaten zijn gecodeerd als inspectiegat 21, 22 en 23. Er is uit deze boringen een extra mengmonster van de bovengrond samengesteld Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van klinkers, gras en struiken niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (onbewolkt, geen neerslag). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat globaal uit zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus zand. In de ondergrond zijn oer- en roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen (tabel 3). Door de veldwerkers zijn in inspectiegat 1 en inspectiegat 10 asbestverdachte materialen waargenomen.
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 11 van 22
Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen. Boring
Diepte (m-mv)
Waarneming
1
0 - 0.5 0 - 0.8
Sporen puin, sporen glas, sporen asbest (2,3 gram vlakke plaat) Sporen puin
2
0 - 0.5 0.5 - 0.8
Zwak puinhoudend, sporen glas, sporen plastic Zwak puinhoudend
3
0 - 0.5
Sporen puin
4
0.35 - 0.7
Sporen puin
5
0 - 0.4
Sporen puin
6
0 - 0.5
Sporen puin, sporen glas
8
0 - 0.8
Sporen puin, sporen glas
9
0 - 0.3
Sporen puin, sporen glas
10
0 - 0.5 0.5 - 0.7
Sporen puin, sporen asbest (17,1 gram golfplaat) Sporen puin
11
0 - 0.9
Sporen puin
12
0 - 1.35
Zwak puinhoudend
13
0 - 0.2
Sporen puin
14
0 - 0.35
Sporen puin
21
0 - 0.5
Sporen puin, sporen metaal
22
0 - 0.4
Sporen puin, sporen keramiek, sporen glas
23
0 - 0.95
Sporen puin, sporen metaal, sporen plastic
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. Er is uit boring 21, 22 en 23 (ter plaatse van de grondwaterzuiveringsinstallatie), 1 extra mengmonster van de bovengrond samengesteld. Tevens worden er 2 materiaalverzamelmonsters op asbest geanalyseerd. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
BG I (zwak puin)
2 en 12
0 - 0.5
NEN5740standaardpakket
BG II (sporen puin)
1, 3 en 6 4 5
0 - 0.5 0.35 - 0.7 0 - 0.4
NEN5740standaardpakket
BG III (sporen puin)
8, 10 en 11 7 13
0 - 0.5 0 - 0.4 0 - 0.2
NEN5740standaardpakket
BG IV (sporen puin)
21 en 23 22
0 - 0.5 0 - 0.4
NEN5740standaardpakket
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 12 van 22
Vervolg tabel 4: samenstelling mengmonsters) (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
OG (visueel schoon)
1 en 3 1 2 2 3
0.8 - 1.3 1.55 - 2.0 0.8 - 1.1 1.5 - 2.0 1.3 - 1.8
NEN5740standaardpakket
MM FF - 01 (sporen puin)
3 en 6 4 5 en 7
0 - 0.5 0.35 - 0.7 0 - 0.4
Asbest
MM FF - 02 (sporen puin)
2, 8, 11 en 12 9 13 14
0 - 0.5 0 - 0.3 0 - 0.2 0 - 0.35
Asbest
MM FF - 03 (asbestverdacht materiaal)
1 en 10
0 - 0.5
Asbest
MVM - Gat 1
1
0 - 0.5
Asbest
MVM - Gat 10
10
0 - 0.5
Asbest
Boring 1 is doorgezet tot circa 3.5 m-mv, boring 2 is doorgezet tot circa 3.20 m-mv en boring 3 is doorgezet tot circa 3.30 m-mv.. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om de PVC-peilbuizen te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van de filters, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in de boorgaten gestort. Rondom de filters is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in de boorgaten gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van de boorgaten is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 30 mei 2022 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
1
2.50 - 3.50
1.68
6.7
642
41.3
Goed
2
2.20 - 3.20
1.38
6.8
383
19.5
Goed
3
2.30 - 3.30
1.60
6.7
300
330
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde < 10 worden als normaal beschouwd. In de 3 grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week).
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 13 van 22
Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en aben adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden.
Op verzoek van de opdrachtgever worden de resultaten van de grondmonsters tevens indicatief getoetst aan het Besluit Bodemkwaliteit. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III en BG IV) en in het grondwater (PB 1, PB 2 en PB 3) zijn enkele van de onderzochte stoffen in (zeer) licht tot sterk verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de ondergrond (OG) zijn geen verhoogde concentraties gemeten. Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond1of streefwaarde
Interventiewaarde
BG I
Lood PCB PAK
34 0.0059 1.9
53.32 * 0.0268 * 1.906 *
50 0.02 1.5
530 1.0 40
BG II
Lood Zink PCB PAK
66 83 0.014 5.9
100.5 * 187.9 * 0.0364 * 5.865 *
50 140 0.02 1.5
530 720 1.0 40
BG III
Koper Lood Zink PCB PAK
270 72 190 0.0079 4.2
529.4 *** 110.1 * 433.2 ** 0.0219 * 4.225 *
40 50 140 0.02 1.5
190 530 720 1.0 40
BG IV
Koper Lood Zink Minerale olie PCB PAK
50 62 73 66 0.01 5.7
99.01 * 95.3 * 167.3 * 206.3 * 0.0312 * 5.735 *
40 50 140 190 0.02 1.5
190 530 720 5000 1.0 40
Kruse Milieu BV
Project: BOD-719
Pagina 14 van 22
Vervolg tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster Component
1
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond1of streefwaarde
Interventiewaarde
PB 1
Barium Zink
79 110
79 * 110 *
50 65
625 800
PB 2
Barium Cadmium Koper Nikkel Zink Tetrachlooretheen 1,2-Dichloorethenen
77 0.43 19 17 180 0.34 0.24
77 * 0.43 * 19 * 17 * 180 * 0.34 * 0.24 *
50 0.4 15 15 65 0.01 0.01
625 6.0 75 75 800 40 20
PB 3
Barium Zink
140 130
140 * 130 *
50 65
625 800
AW2000
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner dan of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner dan of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner dan of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond BG I, BG II, BG III en BG IV - Koper, lood, zink en PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen en PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Het matig verhoogde zinkgehalte en het sterk verhoogde kopergehalte zijn op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Mengmonster BG III is samengesteld uit de bovengrond van de boringen 7, 8, 10, 11 en 13. Het matig verhoogde zinkgehalte en het sterk verhoogde kopergehalte geven aanleiding voor een nader onderzoek. De deelmonsters in mengmonster BG III zijn separaat geanalyseerd. De resultaten van de separate analyses zijn weergegeven in paragraaf 4.5.