CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Ontwerpbestemmingsplan Rechtbank Almelo - Bijlage 1 - Bestemmingsplan.pdf

Raad 27 september 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W24.552 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Rechtbank Almelo NL.IMRO.0141.00130-

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Inhoudsopgave

T oelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

6 6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Huidige situatie

10 10

Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten 3.1 Randvoorwaarden 3.2 Duurzaamheid

13 13 14

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Inleiding 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid en regionaalbeleid 4.4 Gemeentelijk beleid

16 16 16 17 20

Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten 5.1 Vormvrije mer-beoordeling 5.2 Verkeer en parkeren 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Archeologie en cultuurhistorie 5.5 Ecologie 5.6 Externe veiligheid 5.7 Kabels en leidingen 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Bedrijven en milieuhinder 5.10 Trilling

26 26 26 27 29 30 33 35 35 37 37

Hoofdstuk 6 Waterparagraaf 6.1 Waterbeheer en watertoets 6.2 Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer 6.3 Huidige situatie 6.4 Toekomstige situatie

38 38 38 39 40

Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten 7.1 Inleiding 7.2 Juridische systematiek 7.3 Verantwoording van de planregels

42 42 42 42

Hoofdstuk 8

44

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Procedure 9.1 Inspraak- en vooroverlegprocedure

45 45

Bijlagen toelichting

46

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

3

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Bijlage 1

Situatietekening

47

Bijlage 2

Bodemonderzoek

49

Bijlage 3

Archeologie onderzoek

180

Bijlage 4

Stikstofberekening

219

Bijlage 5

Verkennend natuuronderzoek

226

Bijlage 6

Aanvullend natuuronderzoek

240

Bijlage 7

Verantwoording groepsrisico

250

Bijlage 8

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.- beoordeling

255

Regels

272

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

273 274 277

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Dienstverlening Verkeer - 3 Waarde - Archeologische verwachting middelhoog

278 279 281 283

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

285 286 287 288 289 290 291

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

292 293 294

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

4

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Toelichting

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

5

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het huidige gerechtsgebouw aan de Egbert Gorterstraat 5 voldoet niet meer aan de hedendaagse eisen van het Rijksvastgoedbedrijf, zoals duurzaamheid, beveiliging, bedrijfsvoering enz. In 2016 werd besloten om de Justitiële Informatiedienst (Justid), die zocht naar een andere locatie in Almelo, in hetzelfde pand te huisvesten als de rechtbank, aan de Egbert Gorterstraat. Om het huidige pand geschikt te maken voor de rechtbank én Justid zouden hoge verbouwingskosten moeten worden gemaakt om deze te laten voldoen aan de huidige en toekomstige eisen. Uit een kosten-batenanalyse blijkt dat nieuwbouw exclusief voor de rechtbank een gunstiger alternatief is. De nieuwbouw komt op de plek naast het huidige pand aan de Egbert Gorterstraat. Op deze manier blijft de rechtbank in de buurt van een ov-knoppunt (trein en bus), daarnaast is op basis van het huidige bestemmingsplan, zie paragraaf 1.3, op de nieuwe locatie een gerechtsgebouw toegestaan. Voor de nieuwe locatie is een massastudie uitgevoerd. Deze massastudie is vergeleken met de bouwhoogte die is toegestaan in het geldende bestemmingsplan. Met deze vergelijking is geconstateerd dat de huidige bouwhoogte niet toereikend is en dat de beoogde bouwhoogte strijdig is met het geldende bestemmingsplan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken, is het voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

1.2

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Rechtbank Almelo", met identificatienummer NL.IMRO.0141.00130-BP21 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn bepalingen en voorwaarden opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.3

Ligging van het plangebied

Het plangebied is gelegen in het centrum van Almelo, aan de noordoostzijde van het treinstation Almelo, aan de kruising van de Egbert Gorterstraat en Stationsstraat. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

6

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Figuur 1.1 Ligging plangebied

1.4

Huidige planologische situatie

Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Centrum'. Dit plan is vastgesteld op 17 september 2013. De gronden zijn ter plaatse voorzien van de bestemming 'Dienstverlening'. Gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor dienstverlening. In het bestemmingsplan is dit gedefinieerd als: het bedrijfsmatig verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, onder te verdelen in maatschappelijke, openbare, persoonlijke en zakelijke dienstverlening. Een rechtbank wordt beschouwd als openbare dienstverlening en is dus binnen deze bestemming toegestaan. Binnen het bouwvlak mogen gebouwen worden gebouwd met een variërende maximale bouwhoogte van 5 meter, 10 meter en 15 meter. Voor het noord- en oostelijke deel van het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologische verwachting middelhoog' van toepassing. Deze gronden zijn mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van archeologische waarden. Voor de gronden binnen dit gebied geldt, dat bij graafwerkzaamheden met een oppervlak groter dan 5.000 m2 of dieper dan 0,5 meter onder maaiveld een archeologisch onderzoek nodig is. In figuur 1.2 is een fragment van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan opgenomen. De begrenzing van het plangebied is aangeduid met oranje omlijning.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

7

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Centrum' Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' op 5 juni 2018 vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de functie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Met de beoogde ontwikkeling worden geen woningen mogelijk gemaakt, deze regeling is dan ook niet relevant voor dit bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Huidige situatie Hoofdstuk 4 Beleidskader Hoofdstuk 5 Milieu-aspecten Hoofdstuk 6 Waterparagraaf Hoofdstuk 3 Planuitgangspunten Hoofdstuk 7 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 9 Procedure In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

8

NL.IMRO.0141.00130-BP21

plangebied beschreven. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing, geldt voor de beoogde ontwikkeling (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie behandeld. Hoofdstuk 5 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 worden algemene uitgangspunten voor het bestemmingsplan beschreven. In hoofdstuk 7 staat hoe deze uitgangspunten zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding. In hoofdstuk 8 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 9 beschrijft het proces en de resultaten omtrent de procedure.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

9

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Huidige situatie

Omgeving Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van treinstation Almelo. De Egbert Gorterstraat, waaraan het plangebied is gelegen, is een (grote) verkeersader voor het centrumgebied van Almelo. Het Stationsplein en de Egbert Gorterstraat maken deel uit van de centrumring van Almelo. De verkeersstroom langs het plangebied is dan ook groot. Aan deze straten en in de directe omgeving zijn meerdere dienstverlenende bedrijven aanwezig, zoals aan de overzijde van de Egbert Gorterstraat het gemeentehuis van Almelo, de huidige rechtbank aan de noordoostzijde van het plangebied en de Belastingdienst aan de noordwestzijde. Het trein- en busstation zijn aan de andere zijde van het stationsplein en de Stationsstraat gevestigd.

Figuur 2.1 Luchtfoto huidige ligging plangebied

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

10

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Figuur 2.2 Aanzicht gemeentehuis Almelo

Figuur 2.3 Aanzicht huidige gerechtsgebouw.

Figuur 2.4 Aanzicht gebouw Belastingdienst

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

11

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Huidige situatie plangebied Het plangebied bestaat uit een gebouwenensemble van drie verschillende gebouwen, met daarachter een groot parkeerterrein. In het noordelijke deel van het plangebied staat een deel van het huidige gerechtsgebouw (zittingszaal E). Ten zuiden van dit gebouw is de uitgang voor gehechtentransport ten behoeve van de rechtbank. Dit deel van het gerechtsgebouw en deze uitgang worden onderdeel van het nieuwe het nieuwe gebouw. In figuur 2.3 wordt dit deel weergegeven. De twee andere gebouwen, die in het plangebied zijn gelegen, staan leeg en werden gebruikt voor verschillende (dienstverlenende) bedrijven. De gebouwen hebben de gebouwen geen monumentale status. Op basis van de verschillende bouwhoogte en het bouwvlak is er op basis van het huidige bestemmingsplan circa 19.000 m² aan bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) mogelijk.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

12

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Hoofdstuk 3 3.1

Planuitgangspunten

Randvoorwaarden

In het gebied staan enkele gebouwen. Deze gebouwen hebben geen monumentale status. Vooruitlopend op dit plan is onderzocht of er mogelijkheden zijn om de bestaande gebouwen te behouden en/of te integreren in de nieuwbouw. Echter is gebleken dat dit niet haalbaar was. Daarom wordt uitgegaan van volledige nieuwbouw. Het bouwplan en het ontwerp hiervan wordt pas verder uitgewerkt zodra dit bestemmingsplan in vastgesteld. Om toch enige handvatten te kunnen geven zijn er uitgangspunten opgesteld. Op basis van onderstaande uitgangspunten, de welstandsnota (zie paragraaf 4.4) en de vastgelegde planregels wordt het (bouw)plan verder uitgewerkt. Het ontwerp en de exacte invulling van het gebied is nog onbekend. Voor de nieuwe rechtbank is berekend dat tussen de 12.000 m² en 19.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte nodig is. Op basis van deze behoefte, de huidige bebouwingsstructuur en hoogte zijn door de gemeente Almelo en het Rijksvastgoedbedrijf uitgangspunten geformuleerd: Bebouwingshoogte ter plaatse van de gebouwen van de Belastingdienst: Aan deze zijde wordt de bouwhoogte uitgelijnd met de plinthoogte/ parkeerlagen van de gebouwen van de Belastingdienst. Conform de meetrapportage is de hoogte bovenzijde betonrand 7200+peil. Uitgaande van twee volwaardige bouwlagen en dakisolatie, is aan deze zijde een minimale bouwhoogte van 7,5 meter noodzakelijk.

Basis bouwhoogte met mogelijkheid hoger accent aan Gorterstraat: De dakrand van de gebouwen van de Belastingdienst is 22 meter boven maaiveld, Dat komt neer op 6 lagen van 3,60 meter. Uitgaande van 6 bouwlagen van 3,6 meter blijft er bij een bouwhoogte van 22 meter een dakrand van 40 cm over. Dat is onvoldoende voor de doorvalbeveiliging en eventuele techniek en zonnepanelen komen dan in het zicht. Met een maximale bouwhoogte van 25 meter, kunnen er 6 lagen worden gerealiseerd en de dakrand op voldoende hoogte worden gebracht met een mooie afronding. Daarnaast zorgt deze volwaardige dakrand voor een goede afscherming van installaties op het dak. Rooilijnen: Om ervoor te zorgen dat het nieuwe gebouw (stedenbouwkundig) aansluit op de omgeving, zijn de rooilijnen van de aangrenzende gebouwen lijdend. Aan de Stationsstraat zijde zal het nieuwe gebouw op de rooilijn van het gebouw van de belastingdienst worden gepositioneerd. Ditzelfde geldt voor de zijde aan de Egbert Gortestraat, hier wordt het nieuwe gebouw op de rooilijn van de huidige rechtbank worden gepositioneerd. Voor de hoek, Stationsstraat - Egbert Gorterstraat, gelden deze rooilijnen niet. Hier bestaat de mogelijkheid het gebouw achter de rooilijn te positioneren, zodat er een terugliggende entree en/of brede stoep kan worden gerealiseerd.

De hoek, Stationsstraat - Egbert Gorterstraat: Hier wordt ruimte geboden voor een hoogteaccent. Dit hoogteaccent (max. 30 meter) moet functioneren als een verbijzondering, en niet als een verstoring. Met de basishoogte van 25 meter en aan de randen een bouwhoogte van 7,5 meter ontstaat er een op bouw in bouwhoogte. Zichtbaarheid entree Belastingdienst: Met het ontwerp moet rekening worden gehouden met de zichtbaarheid van de entree van de Belastingdienst aan de Stationsstraat. In het voorliggende bestemmingsplan wordt dit geborgd door de bouwhoogte van maximaal 7,5 meter toe te staan en een tussenliggende afstand tussen beide gebouwen, ook met een hoogte van 7,5 meter. Welstandsnota leidend: Voor het ontwerp van het gebouw is de welstandsnota leidend. Voor de aanbestedingsprocedure die wordt opgesteld voor de realisatie van het nieuwe gerechtsgebouw, wordt een ambitiedocument in samenspraak met de gemeente, de stadbouwmeester en het Rijksvastgoedbedrijf opgesteld. In dit ambitiedocument staan richtlijnen waaraan het ontwerp van het nieuwe gerechtsgebouw moet voldoen. Op basis van de welstandsnota en het ambitiedocument wordt het bouwplan getoetst door de door de stadsbouwmeester en stedenbouwkundige van de gemeente. Inritten verkeer: In het kader van veiligheid krijgt het nieuwe gerechtsgebouw twee in/ uitritten. De hoofdinrit komt aan de stationsstraat zijden.

Aan de Egbert Gorterstraat zijde komt ter plaatste van de huidige in-/uitrit, van de huidige rechtbank, een tweede inrit en uitrit. Water: Tijdens de aanbesteding wordt onder beoordeeld hoe omgegaan wordt met water en de klimaatbestendigheid van het ontwerp van het gebouw en de inrichting van het terrein. Tevens dient

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

13

NL.IMRO.0141.00130-BP21

er een noodoverloop van de waterberging op eigen terrein (=20 mm) te worden gerealiseerd. Deze noodverloop kan worden aangesloten op de regenwaterafvoer die onder het fietspad langs de Egbert Gorterstraat is gelegen. Op basis van voornoemde stedenbouwkundige uitgangspunten is in het voorliggende bestemmingsplan op de verbeelding een bouwvlak met bouwhoogtes vastgelegd. Deze nieuwe regeling maakt, uitgaande van een bouwlaaghoogte van 3,6 meter, in theorie circa 28.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte mogelijk. Het is echter de bedoeling dat binnen de gegeven randvoorwaarden bebouwing mag worden gerealiseerd. Vanwege de hoogte van de plafonds, zoals de zittingszalen en de ontvangstruimte heeft het nieuwe gebouw een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 19.000 m². Dit is in de planregels van dit bestemmingsplan geborgd. Ter verduidelijking zijn de beoogde bouwhoogtes in onderstaand figuur 3.1 weergegeven. Dit figuur is ook opgenomen in bijlage 1 bij de toelichting

Figuur 3.1

3.2

Maximale bouwhoogte.

Duurzaamheid

Het Rijksvastgoedbedrijf heeft haar eigen duurzaamheidsambities die ook gelden voor het nieuwe gerechtsgebouw: 'In 2050 zijn onze gebouwen aardgasvrij, en worden ze verwarmd en verlicht door “groene” bronnen, zoals zonne-energie en windenergie. Onuitputtelijk, niet schadelijk voor het milieu, schoon en duurzaam. Een deel van het vastgoed zal zelfs meer energie leveren dan verbruiken. In de parkeergarages staan elektrische auto’s. Onze kantoren zijn natuurlijk “smart”: ICT-gestuurd en in dienst van de gebruikers. Ook (ver)bouwen en beheren wij ons vastgoed circulair – bijna zonder gebruik van primaire grondstoffen. Om deze ambitie te halen, is het aspect duurzaamheid en klimaatbestendigheid één van de beoordelingscriteria van de aanbestedingsprocedure.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

14

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Hittestresst 1. Werknemers ondervinden tijdens langdurige hitte geen hinder binnen in het gebouw (thermisch binnenklimaat is op orde); 2. Met bouwkundige maatregelen, slim en schaduwrijk ontwerpen wordt installatiearm op duurzame wijze voorkomen dat hoge temperaturen optreden in verblijfsruimten binnen en buiten. Verdroging van groen en natuur 1. Verlies van groen door droogteschade tijdens langdurige droogte wordt voorkomen (bijvoorbeeld door bewatering, keuze in type groen); 2. Bij de keuze voor het type groen in buitenruimte wordt rekening gehouden met de groeiomstandigheden in relatie tot het veranderende klimaat (droogtebestendig groen). Waterkwaliteit 1. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de waterkwaliteit van aanwezig oppervlaktewater (bijvoorbeeld door warmtelozingen door WKO's of de toepassing van uitloogbare materialen). Wateroverlast 1. Schade aan gebouwen en voorzieningen bij hevige neerslag wordt voorkomen. Uitgangspunt is een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 1/100 jaar. Dit is volgens de huidige statistieken een bui van 70 mm/uur; 2. Een groot deel van de neerslag (50 mm) van een korte hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in 1 uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd; 3. Bij de aanleg van waterberging wordt rekening gehouden met multifunctioneel ruimtegebruik (groen, groenblauw dak, waterplein).

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

15

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van het voor het plangebied relevante vigerende ruimtelijke beleidskader.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen0 en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 3. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 4. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 5. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 6. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland wordt een omgevingsagenda opgesteld. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen Rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

16

NL.IMRO.0141.00130-BP21

4.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro) De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat voor onder meer ruimtelijke plannen die nieuwe stedelijke functies mogelijk maken, de treden van deze ladder doorlopen moeten worden. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Onderhavige ontwikkeling wordt niet gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals beschreven in het Bro. Onderhavige ontwikkeling vindt plaats in het stedelijk gebied van Almelo, daarnaast is de functie op basis van het huidige bestemmingsplan reeds toegestaan en zoals in paragraaf 2.1 en 3.1 beschreven, heeft de huidige planologische situatie een bruto-vloeroppervlak circa 19.000 m². Met dit bestemmingsplan wordt geborgd dat het bruto-vloeroppervlak niet mee bedraagt dan 12.000 m², daarmee is er een afname in bruto vloeroppervlak. Een Laddertoets is niet noodzakelijk.

4.3

Provinciaal beleid en regionaalbeleid

4.3.1 Omgevingsvisie en -verordening Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel betreft een integrale visie. De drie grote thema's van de Omgevingsvisie zijn duurzaamheid, sociale kwaliteit en ruimtelijke kwaliteit. Deze thema's zijn in de Omgevingsverordening in definities verankerd. De definitie van duurzaamheid luidt: 'duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien'. Duurzaamheid vraagt om een integrale aanpak en evenwichtige afweging van ecologische, economische en sociaal-culturele belangen. De definitie van ruimtelijke kwaliteit luidt: 'datgene wat ruimte geschikt maakt en houdt wat voor mens, plant en dier belangrijk is'. Ruimtelijke kwaliteit is een optelsom van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van de ruimte. De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Het thema sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. Zaken die daarbij een belangrijke rol spelen zijn gezondheid, vitaliteit, arbeidsparticipatie, sociale uitsluiting en armoede.

Binnen het thema sociale kwaliteit zijn vier categorieën van menselijke behoeften die samenhangen met de inrichting of vormgeving van onze leefomgeving: de behoefte aan geborgenheid en veiligheid, de behoefte aan contact en communicatie, de behoefte aan informatie en variatie en tenslotte de behoefte aan duidelijkheid en herkenning. De provincie heeft een hoofdambitie, zorgen voor een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met daarbij een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Dit is uitgewerkt in 9 centrale beleidsambities in 3 categorieën, namelijk welzijn, welvaart en natuur. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (geconsolideerd vanaf 2017) Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: 1. generieke beleidskeuzes; 2. ontwikkelingsperspectieven; 3. gebiedskenmerken.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

17

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Figuur 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017) 1. Generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkelingen nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor onder andere voorzieningen in het stedelijk gebied hanteert de provincie de SER-ladder. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt (zie paragraaf 4.2). 2. Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met deze perspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven. Het beleid hiervoor is vastgelegd in artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening. In dit artikel is bepaald dat gemotiveerd moet worden dat een voorziene ontwikkeling past binnen de vastgestelde ontwikkelingsperspectieven. Voor het perceel geldt het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' wat zich richt op herstructurering en transformatie om het gebied vitaal en aantrekkelijk te houden en de diversiteit aan milieus te versterken. 3.

Gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: Natuurlijke laag (Dekzandvlakte en ruggen) Het plangebied is gelegen in de natuurlijke laag 'Dekzandvlakte en ruggen'. De ambitie bij ontwikkelingen is om de hoogteverschillen en het watersysteem beter zichtbaar en beleefbaar te maken. De (strekkings-)richting van het landschap is hierbij uitgangspunt.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

18

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Stedelijk e laag (Historische centra binnensteden) Het plangebied is gelegen in de stedelijke laag aangewezen als 'Historische centra binnensteden'. Ruimtelijk kenmerkend zijn de compacte bebouwingsstructuur en veel individuele karakterverschillen op korte afstand. Veel historische centra en binnensteden herbergen bijzondere condities zoals een waterfront of stationsgebied en staan symbool voor de identiteit en eigenheid van de steden en stadjes. Functioneel worden deze gebieden gekenmerkt door een mix van functies waarvan de concentratie van voorzieningen op gebied van detailhandel, horeca, cultuur, onderwijs, gezondheidszorg et cetera een belangrijk deel vormt. Als ontwikkelingen plaatsvinden in historische centra en binnensteden, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren. Laag van de beleving Niet van toepassing Thematische beleidskeuzes Binnen de thematische beleidskeuze 'Woonomgeving' is het plangebied gelegen binnen 'Bestaande woonmilieus binnen de stedelijke netwerken'. Netwerkstad Twente bestaat uit Enschede, Hengelo, Almelo, Borne en Oldenzaal.

Het beleid binnen de stedelijke netwerken is met name gericht op concentratie van de (boven)regionale woningbehoefte. Conclusie beoogde ontwikkeling De beoogde ontwikkelingen passen goed in het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' aangezien sprake is van herontwikkeling van een eerder bebouwde terreinen. De herontwikkelingen vormen geen belemmering voor overige functies in de omgeving. Het stedenbouwkundig ontwerp wordt afgestemd op de bestaande omgeving. Omgevingsverordening De uitgangspunten uit de Omgevingsvisie zijn vertaald naar regels voor ruimtelijke plannen in de Omgevingsvisie Overijssel. De volgende regels zijn op het bestemmingsplan van toepassing: Overijsselse Ladder voor duurzame verstedelijking (titel 2.1 principe van concentratie en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik); concentratie van (boven)regionale voorzieningen in stedelijke netwerken (artikel 2.1.2 principe van concentratie); Conclusie beoogde ontwikkeling Het plan is in overeenstemming met de regels uit de verordening. Het betreft de toevoeging/ behouden van een (boven)regionale voorzieningen. Voor de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 4.2.

4.3.2 Kantorenvisie Netwerkstad Twente De Netwerkstad Twente is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Enschede, Hengelo, Almelo, Oldenzaal en Borne. Gezamenlijk is er in 2012 een kantorenvisie opgesteld met beleidsafspraken. Per stad wordt de nieuwbouw van kantoren geconcentreerd op twee typen kantorenlocaties, namelijk centrum/stationslocaties en stadsrandlocaties. Hiertoe behoort ook het centrum/stationsgebied van Almelo. Daarnaast wordt renovatie en vervangende nieuwbouw op prioritaire locaties gestimuleerd, boven nieuwbouw. Ook wordt gestimuleerd dat bij de bouw aan zodanige bouwkundige eisen wordt voldaan dat de levensduur van een pand vergroot wordt dan wel dat kantoorpanden snel en goedkoop tot een andere functie kunnen worden getransformeerd.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

19

NL.IMRO.0141.00130-BP21

In de kantorenvisie zijn afspraken gemaakt ten aanzien van zowel de ontwikkeling van plancapaciteit als de aanpak van leegstand. Ten aanzien van het centrumgebied en de kantoren die hier zijn gevestigd, zijn de navolgende conclusies en beleidsafspraken relevant: Per stad wordt de nieuwbouw van kantoren geconcentreerd op twee typen kantoorlocaties, namelijk centrum/stationlocaties en stadsrandlocaties. Concreet betekent dit voor Almelo de volgende locaties: Almelo station/centrum Almelo Zuid entree Gemeenten nemen buiten deze prioritaire locaties geen nieuwe kantoorplannen meer in voorbereiding. Binnen de prioritaire locaties is ruimte voor dynamiek. Uitgangspunt is geen nieuwe plancapaciteit (m²) toe te voegen aan de reeds bestaande plancapaciteit. Het accent moet liggen op het stimuleren van vervangende nieuwbouw en het opvullen van de reeds beschikbare plancapaciteit op bestaande (centrum)stationslocaties en stadsrandlocaties. Daarnaast zijn er in de visie nog afspraken benoemd ten aanzien van de fasering van plancapaciteit, accent op renovatie en vervangende nieuwbouw en het bestrijden van leegstand. Conclusie beoogde ontwikkeling Het plan is in overeenstemming met de kantorenvisie. Het plan betreft vervangende nieuwbouw van een (langdurig) leegstand gebouw in het station/ centrumgebied van Almelo. Met het plan wordt gebruik gemaakt van bestaande plancapaciteit (19.000 m²).

Om te voorkomen dat aan het gebied geen extra oppervlakte aan kantoren wordt toegevoegd is het maximum oppervlak geborgd in de planregels.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Almelo 2020-2040 De omgevingsvisie Almelo is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van Almelo vastgesteld. De Omgevingsvisie is een richtinggevend koersdocument binnen de nieuwe Omgevingswet die vanaf 2022 inwerking zal treden. De Omgevingsvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Almelo. In de omgevingsvisie wordt gewerkt met overkoepelende thema's namelijk: We doen het samen; De basis onder ons bestaan; Blauwgroen netwerk; Alle (vaar-, spoor-, snel- en digitale) wegen leiden naar Almelo Voorrang voor de fiets, ruimte voor de auto Dorpen, stad en ommeland zijn ons podium en decor Samen gezond en verzorgd Wendbare woningen Veilig als voorwaarde Omdat het grondgebied van de gemeente Almelo erg verschillend is, wordt in de omgevingsvisie gewerkt met vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen, en de binnenstad. Onderhavig plangebied valt in het gebied Binnenstad.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

20

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Figuur 4.2 Gebieden kaart omgevingsvisie (bron: omgevingsvisie Almelo) Binnenstad De binnenstad van Almelo is aan het veranderen. Op een kleiner oppervlak is steeds meer te beleven en we omarmen deze ontwikkeling. Hierbij is van groot belang dat elk project raak is; duurzaam gebouwd of gerenoveerd. Binnen het thema Binnenstad spelen drie subthema's: Er is altijd wat te doen: De binnenstad is een levendige plek, waar vaak wat te doen is. Het is de ideale locatie voor tal van markten, voorstellingen en evenementen op het gebied van sport, muziek, gastronomie, kunst en cultuur. Deels grootschalig en terugkerend, maar ook vaak genoeg klein, spontaan en vernieuwend. Dit grote aanbod vermaak en gezelligheid draagt bij aan de charme van wonen in de binnenstad. Minder auto's, meer water en groen Een binnenstad moet goed bereikbaar zijn voor alle vormen van verkeer. Vanuit gezondheid en duurzaamheid geeft de gemeente de voorkeur aan fietsen, lopen en het openbaar vervoer. Maar voor een flink deel van het publiek zijn dat geen reële opties. Toch wil de gemeente mensen verleiden om een duurzame vorm van vervoer te kiezen. Zowel de binnenstadbezoekers als de leveranciers van winkels en horeca.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

21

NL.IMRO.0141.00130-BP21

De binnenstad sluit niemand buiten: Een bezoek aan de binnenstad is altijd leuk, voor iedereen. De lucht is schoon, het water kabbelt en de straten zijn vrij van auto’s. Kinderen kunnen naar hartenlust rennen en klimmen. Jongeren kunnen de tijd vergeten aan het water. Wie minder fit of slecht ter been is, heeft genoeg plekken om even uit te rusten. Bekenden groeten elkaar en maken een praatje. De stad is schoon, heel en veilig. Conclusie beoogde ontwikkeling Onderhavige ontwikkeling past binnen de thema's en ambities die in de omgevingsvisie voor de Binnenstad zijn vastgelegd. De beoogde functie past bij de voorzieningen die horen bij de binnenstad. Door de ligging, vlak bij het treinstation en busstation, en het niet stimuleren van autogebruik draagt het plan bij de ambitie van minder auto's in de binnenstad.

4.4.2 Masterplan Almelo Het Masterplan geeft de ontwikkeling van Almelo aan tot het jaar 2030. Almelo wil met het Masterplan onder meer jongeren, hoger opgeleiden en gezinnen aan de stad binden. Daarnaast heeft het plan als doel de regionale positie van Almelo als centrumstad te versterken en de voorzieningen in de stad te verbeteren. Deze ambities krijgen de komende jaren concreet vorm in de verschillende projecten en plannen die voortkomen uit het Masterplan. Een vernieuwing van de binnenstad levert meer sfeer en gezelligheid op en een toename van het winkelbezoek. Met het creëren van verschillende nieuwe woonmilieus wil Almelo tegemoetkomen aan de verschillende wensen op de woningmarkt. Het aanpassen van de wegenstructuur zorgt ervoor dat Almelo beter en makkelijker toegankelijk wordt. Het Masterplan bestaat uit vijf opgaven. Deze opgaven zijn per stadsdeel en per thema verder uitgewerkt. Daarnaast zijn elf kernprojecten benoemd. In figuur 4.3 zijn de verschillende plandelen in het Masterplan weergegeven.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

22

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Figuur 4.3 Uitsnede Masterplan Almelo Het plangebied ligt in het plandeel `Centrum`. Het plandeel Centrum wordt als de belangrijkste pijler van de ruimtelijke visie gezien en daarmee ook als het belangrijkste plandeel. Voor het plandeel Centrum is daarom een uitwerking van het Masterplan opgenomen (Binnenstadplan). De omgeving van het plangebied en de doorbraak Grotestraat en het Centrumplein zijn reeds ontwikkelingen. Voor de omgeving van het gerechtsgebouw is in het masterplan nog niet gerekend op de verhuizing hiervan naar een ' andere locatie'. Met het nieuwe gerechtsgebouw blijft een bovenregionale functie in het centrum van Almelo die past in de regio.

4.4.3 Hoogbouwvisie Op 11 juli 2006 is de Hoogbouwvisie en het hoogbouwbeleid vastgesteld. In het Hoogbouwbeleid wordt het kader en het proces aangegeven waarbinnen hoogbouwprojecten binnen hoogbouwzones kunnen worden gerealiseerd. Volgens het hoogbouwbeleid van Almelo is sprake van hoogbouw bij gebouwen vanaf 9 verdiepingen of een bouwhoogte vanaf 25 meter. Dit bestemmingsplan maakt hoogbouw van 30 meter mogelijk. Deze bouwhoogte kwalificeert als hoogbouw en vormt in vergelijking tot de bouwhoogten in de omgeving een passend accent, zonder overheersend te zijn. Het plangebied is gelegen in hoogbouwzone 1 'Modern, dynamisch centrum'. Dit gebied wordt globaal begrensd door de Wierdensestraat, het denkbeeldig tot in de binnenstad doorgetrokken Overijssels kanaal en het westelijk stationsgebied. Dit gebied kenmerkt zich door de aanwezigheid van een grote concentratie van wonen en werken in grootschalige gebouwen zoals de Javatoren, de rechtbank, de

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

23

NL.IMRO.0141.00130-BP21

belastingdienst, het Twenthecentrum en het ROC. Deze functies dragen in belangrijke mate bij aan vitaliteit van de stad. Hoogbouw in dit gebied kan de vitaliteit vergroten en daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan het imago van de stad. Hoogbouw moet het karakter en de identiteit van dit gebied verder versterken. Hierbij moet worden gedacht aan bebouwing van hoogwaardige architectuur met functies in de voet die daadwerkelijk iets toevoegen aan de dynamiek en de levendigheid in het gebied, hetzij door interessante functies, hetzij door vormgeving zoals reusachtige serre 's die avonds licht uitstralen. Onderhavige ontwikkeling sluit aan bij dit beleid. Met de beoogde ontwikkeling wordt hoogwaardige architectuur beoogd. Om dit te behalen zoals beschreven in paragraaf 3.1 een ambitiedocument in samenspraak met de gemeente, de stadbouwmeester en het Rijksvastgoedbedrijf opgesteld. In dit ambitiedocument staan richtlijnen waaraan het ontwerp van het nieuwe gerechtsgebouw moet voldoen. Op basis van de welstandsnota en het ambitiedocument wordt het bouwplan getoetst door de welstandscommissie.

4.4.4 Parkeerbeleid Almelo Bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' Op grond van artikel 4.1 van het bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' kan een aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit pas worden verleend als bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw en/of gronden in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van motorvoertuigen in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. Hierbij gelden de parkeernormen, zoals vastgelegd in de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Op grond van artikel 4.3 van het bestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' kan (binnenplans) worden afgeweken van artikel 4.1 van dit bestemmingsplan. Het uitgangspunt is dat de parkeercapaciteit zoveel mogelijk op eigen terrein realiseert moet worden (inclusief bezoekersplaatsen). Binnen de gemeente Almelo wordt ten aanzien van parkeren de 'herschreven Beleidsregel Parkeernormen Almelo' (hierna: de beleidsregel) gehanteerd. Deze beleidsregel is vastgesteld op in werking getreden op 2 maar 2021. Met de beleidsregels wordt voorzien in een nadere uitwerking van het vastgestelde parkeerbeleid 'Parkeren Optimaliseren 2013 – 2018' door parkeernormen bij verschillende ruimtelijke ontwikkelingen te benoemen.

In de beleidsregel is opgenomen dat voor de parkeernormering gebruik wordt gemaakt voor de op dat moment geldende CROW publicatie voor de parkeerkencijfers. Voor toepassing van de parkeernormen voor de gemeente Almelo wordt uitgegaan van stedelijkheidsgraad 3, dat staat voor ‘matig stedelijk’. In de beleidsregel is een luchtfoto opgenomen, waarin de begrenzing van het centrumgebied is aangegeven. Dit bestemmingsplan ligt binnen deze begrenzing en valt daarmee binnen het centrum (gebied). In dit gebied geldt de minimum parkeernorm omdat dit aansluit bij het beleid van een auto luwe binnenstad. In het bestemmingsplan “Parapluherziening parkeren” staat het streven om initiatiefnemers 'parkeren op eigen terrein' te laten realiseren (inclusief bezoekersplaatsen). In specifieke gevallen kan een uitzondering gemaakt worden. Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden of er kan op een andere wijze in de nodige parkeerruimte worden voorzien. Voorbeelden van bijzondere omstandigheden zijn: 1. Realiseren op eigen terrein is niet mogelijk. 2. Realiseren op eigen terrein is niet wenselijk.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

24

NL.IMRO.0141.00130-BP21

In paragraaf 5.2 wordt het plan getoetst op het aspect parkeren.

4.4.5 Welstandsnota Op basis van de welstandsnota van de gemeente Almelo valt het plangebied in het welstandsgebied Binnenstad Voor de binnenstad worden de volgende gebiedstypologieën onderscheiden: Historische binnenstad; Nieuw (commercieel) stadscentrum; Oudere stadsbuurten rond het centrum; Linten; Woonbuurten met planmatige bebouwing; Stadse villa’s; Open gebied in de stad en dorp; Vrijstaande complexen en megastores. Het plangebied is gelegen in de typologie 'Nieuw studiecentrum'. De bebouwing in dit gebied vertoont een grote diversiteit aan bouwvormen, architectuurstijlen en materialen. Ook de functies zijn divers. Wat hen bindt is dat ze een hedendaagse verschijningsvorm hebben met een stedelijke uitstraling. Soms werd een gebouw ingepast in de historische context, in andere gevallen moest een gebouw zich juist onderscheiden of zelfs contrasteren. De situering en de relatie van het gebouw met de openbare ruimte is belangrijk. In de welstandsnota wordt onderscheid gemaakt in twee welstandsbeoordeling niveaus, namelijk ‘regulier’ en ‘bijzonder. Welstandsregime Bijzonder geldt voor: Bebouwing langs het kanaal en rond de havenkom en Marktplein, incl. zogenaamde oostwand; Alle monumenten en beschermd stadsgezicht. Voor de overige gebieden geldt welstandsregime regulier. Voor het plangebied geldt dus een regulier welstandsregime.

Op welstandsniveau Regulier wordt getoetst of een bouwwerk passend is op zichzelf en in relatie tot zijn omgeving. Omdat het ontwerp nog niet bekend is. Het bouwplan wordt tijdens de bouwaanvraag beoordeeld door de welstandscommissie.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

25

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Hoofdstuk 5 5.1

Milieu-aspecten

Vormvrije mer-beoordeling

Beleid en Normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is indien (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2); de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat; een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De beoogde ontwikkeling betreft de herontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied van Almelo. In de huidige bestemmingsplan is het mogelijk het gehele gebied te bebouwen met een bedrijfsvloeroppervlak van circa 19.000 m².

De nieuwe situatie biedt ruimte voor een bedrijfsvloeroppervlak van maximaal 19.000 m². Daarmee is er geen toename aan bedrijfsvloeroppervlakte. Dit betekent dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is toegevoegd in bijlage 8. Op basis dit docuement neemt het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbeslissing waarin wordt aangegeven of een volledige m.e.r.-procedure doorlopen dient te worden.

5.2

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie en verkeersafwikkeling Het plan voorziet in de realisatie van een rechtbank. Dit kan een verkeerstoename tot gevolg hebben. Deze verkeerstoename is bepaald op basis van kencijfers van het CROW zoals opgenomen in publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (2018). Uitgangspunt is een ligging in het centrum. Tevens geldt voor de gemeente Almelo de stedelijkheidsgraad 'matig stedelijk'. De kencijfers van het CROW geven een bepaalde bandbreedte. Gezien het gemiddeld autobezit binnen de gemeente Almelo in vergelijking met gemeenten met eenzelfde stedelijkheidsgraad kan worden uitgegaan van het gemiddelde van de gestelde bandbreedte. Een rechtbank is niet opgenomen in de kencijfers van het CROW, daarom wordt uitgegaan van de kencijfers voor een kantoor (zonder baliefunctie). Op basis van deze gegevens geldt een verkeersgeneratie van 5 mvt/etmaal per 100 m2 bruto vloeroppervlak op een gemiddelde weekdag, hiervan is 5% bezoekers. Zoals in paragraaf 2.1 en 3.1 beschreven, heeft de huidige planologische situatie een bedrijfsvloeroppervlakte circa 19.000 m². Met dit bestemmingsplan wordt geborgd dat het bedrijfsvloeroppervlakte niet mee bedraagt dan 19.000 m² daarmee is er planologisch geen toename in bedrijfsvloeroppervlakte. Dit komt neer op 950 verkeersbewegingen per etmaal. Van deze 950 mvt/ etmaal zijn 47,5 bezoekers.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

26

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Het project heeft wel invloed op de verkeersintensiteit in de omgeving.Op basis van de situatie van de huidige rechtbank, zijn van de volgende te verwachten (auto)verkeersbewegingen: Bezoekers 47,5 mvt/etmaal Personeel per auto 40 (80 mvt/etmaal) Dienstvervoer DV&O en Parketpolitie gemiddeld 10 ritten per dag (20 mvt/etmaal) Dienstauto's 7 ritten per dag (14 mvt/etmaal) Het plangebied is goed ontsloten voor autoverkeer goed. Het plangebied wordt via de Egbert Gorterstraat-Brugstraat in noordelijke en oostelijke richting, naar de N36 en de N349 ontsloten en in zuidelijke en westelijke richting via Stationsplein en Burg. Raveslootsingel naar de A1 en de A35. De ontsluiting van het plangebied op de omgeving vindt als volgt plaats: Aan de Stationsstraat komt een reguliere ingang voor het parkeren van personeel, gevangentransport en andere logistieke activiteiten. Deze ingang komt naast de (parkeer)ingang van de belastingdienst. Een tweede ontsluiting wordt gerealiseerd aan de Egbert Gorterstraat tegenover (de uitrit) Twentheplein. Voor de beoogde ontwikkeling wordt mogelijk het straat profiel/ openbare ruimte van de Egbert Gortestraat en Stationsstraat aangepast. De eventuele nieuwe inrichting wordt afgestemd op basis van het nieuwe ontwerp van de rechtbank en in overleg met de gemeentelijke adviseurs.

Parkeren De Staat heeft in het kader van mobiliteitsmanagement bewust gekozen voor het plangebied vanwege de ligging aan het trein en busstation van Almelo. Hierdoor is het plangebied goed bereikbaar. Gemiddeld gezien gaat de Rechtbank uit, op basis van de situatie van de huidige rechtbank, van de volgende te verwachten verkeersbewegingen: Personeel per fiets 70 Personeel per auto 40 Personeel per OV 100 Dienstvervoer DV&O en Parketpolitie gemiddeld 10 ritten per dag Dienstauto's 7 ritten per dag Gemiddeld gezien gaat de Rechtbank uit van 150 bezoekers verspreid over de gehele dag. Van deze 150 bezoekers wordt er bij een piekbelasting op dinsdag en donderdag om 08.30 uur en 12.30 uur gerekend met 20 auto's. Op basis van bovenstaande gemiddelde aantallen zal de Staat voorzien in het volgende: 78 parkeerplaatsen auto 100 plaatsen fietsenstalling

5.3

Bodemkwaliteit

Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

27

NL.IMRO.0141.00130-BP21

Onderzoek en conclusie Voor de beoogde ontwikkeling is een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 2. De aanleiding tot het uitvoeren van het nader bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van de locatie. Tijdens het voorgaande bodemonderzoek zijn sterk verhoogde gehalten aan zink en lood aangetroffen in de grond. Tevens is sprake van een restverontreiniging met olieproduct tegen de zuidwestelijke gevel van het pand Egbert Gorterstraat 3. Voorafgaand aan onderhavig nader bodemonderzoek is het vooronderzoek geactualiseerd in verband met de voorgenomen planontwikkeling op de onderzoekslocatie. Hieruit is geconcludeerd dat de omgevingsrapportage van de gemeente Almelo meer en beter te ontsluiten gegevens bevat, ten opzichte van het eerdere vooronderzoek uit 2018. Deze aanvullende gegevens zijn gescreend. Uit deze screening blijken de volgende relevante rapportages. 1. Nader bodemonderzoek rondom de verwijderde ondergrondse benzinetank langs de Stationsstraat te Almelo, Tebodin B.V., kenmerk 331599, d.d. april 1993; 2. Evaluatie sanering bodemverontreiniging Stationsstraat te Almelo, Royal Ten Cate N.V. te Almelo, KWA Bedrijfsadviseurs B.V., kenmerk 2204490DR01.doc, d.d. 22 mei 2003; 3. Briefrapport gegevens monitoring Stationsstraat te Almelo, KWA Bedrijfsadviseurs B.V., kenmerk 996027/3108870DB01/AL/amv, d.d. 22 november 2011; 4.

Bodemonderzoek stationsomgeving in Almelo BOD-1987, Envita, kenmerk 202808-10/R01, d.d. 8 januari 2013; Op basis van bovenstaande rapportages kan voor de huidige onderzoekslocatie worden geconcludeerd dat er sprake is van: Een diffuse verontreiniging met zware metalen, welke in het verleden ter plaatse van het gehele stationsgebied, alsmede ter plaatse van het hedendaagse gerechtsgebouw is aangetroffen in een puinhoudende (ophoog)laag. Een restverontreiniging met olieproduct onder het gebouw ter plaatse van de Egbert Gorterstraat 3. Het betreft hierbij een verontreiniging welke na sanering van de grond en het grondwater is achtergebleven ter plaatse van de fundering van het pand. Het aanvullend vooronderzoek heeft geleid tot de volgende onderzoeksaspecten voor het nader onderzoek: Onderzoek naar de omvang van de verontreiniging van de bodem van de onderzoekslocatie met zware metalen. Gezien het voornemen tot afvoer van substantiële volumes grond in verband met aanleg kelder wordt de grond aanvullend op PFAS onderzocht. Actualisatie met betrekking tot de aanwezigheid van een verontreiniging met olieproduct, ter plaatse van het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie. Conclusie aanvullende bodemonderzoek Over de gehele onderzoekslocatie zijn, vanaf het maaiveld tot circa 1,5 m-mv overwegend bijmengingen met baksteen, kolengruis en puin aangetroffen.

Daarnaast zijn op het maaiveld of in de opgeboorde grond zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tijdens het nader bodemonderzoek zijn afperkende boringen gezet rondom de drie boorpunten waar in het verkennend bodemonderzoek sterk verhoogde gehalten zijn aangetroffen. Er is op één plek opnieuw een sterk verhoogde gehalte aangetoond (boorpunt 105). Bij de overige boringen zijn maximaal matig tot licht verhoogde gehalten aangetroffen. Gezien de ontbrekende eenduidige relatie tussen bijmenging en verhoogde gehalten in de bodem wordt de verontreiniging beschouwd als en diffuse heterogene verontreiniging, als gevolg van de bijmenging, waar lokaal spots in kunnen voorkomen in gehalten boven de interventiewaarden. De verontreiniging

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

28

NL.IMRO.0141.00130-BP21

wordt desondanks beschouwd als een niet-ernstig geval. Ter plaatse van de zuidwestelijke hoek van de onderzoekslocatie, waar geverifieerd is of een verontreiniging met olie aanwezig is, is een zwak tot matige olie-waterreactie en een zwakke benzinegeur aangetroffen. In de grond zijn rond de verontreiniging met minerale olie geen verhoogde gehalten aangetoond. In het ondiepe grondwater ter plaatse van peilbuis 114 is een sterke verontreiniging aan naftaleen, PAK, xylenen en minerale olie aangetroffen. Het betreft hier een restverontreiniging welke na eerder uitgevoerde sanering is overgebleven. In de overige peilbuizen rondom deze verontreiniging (ook onder het pand) zijn geen verhoogde concentraties aangetoond. De aanwezige verontreiniging is zowel in grond als in grondwater zeer beperkt van omvang. Het gaat hierbij om een restverontreiniging, welke is achtergebleven na een eerder uitgevoerde sanering. De bovengrond van de onderzoekslocatie is zijn tevens onderzocht op PFAS. Hieruit blijkt dat alle drie grondmengmonsters van de bovengrond van de onderzoekslocatie voldoen aan klasse Landbouw/Natuur. Indicatief vormen de PFAS-gehalten geen belemmering voor de afzet van de grond.

5.4

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Regelgeving en beleid Op grond van de Erfgoedwet, het Besluit op de Ruimtelijke Ordening (artikel 3.6.1 lid 1) en het beleid van de gemeente Almelo dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische en cultuurhistorische waarden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient een beschrijving opgenomen te worden van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Er moet een inventarisatie gemaakt worden van alle cultuurhistorische waarden in een bestemmingsplangebied, dus niet alleen van archeologische waarden. Daarnaast moet worden aangegeven welke conclusies daaraan verbonden kunnen worden en op welke wijze deze waarden geborgd worden in het bestemmingsplan. In deze paragraaf wordt ingegaan op de in het plangebied aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. De Erfgoedwet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'. Het deel van de Erfgoedwet dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2021 in werking treedt.

Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort. Onderzoek Op de archeologische waardenkaart van de gemeente zijn meerdere archeologische verwachtingszones te onderscheiden. Uit de archeologische waardenkaart van de gemeente Almelo blijkt dat het westelijke deel een lage archeologische verwachting en oostelijke deel een middelhoge archeologische

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

29

NL.IMRO.0141.00130-BP21

verwachting. Op basis van deze verwachtingswaarde is archeologisch onderzoek noodzakelijk indien er bodemingrepen worden gedaan dieper dan 50 cm en meer dan 5.000 m². De bodemingrepen beslaan een oppervlak groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm. Daarom is voor de beoogde ontwikkeling een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft. Op grond hiervan zijn ten aanzien van de herontwikkeling geen aanvullende maatregelen noodzakelijk voor wat betreft het behoud van archeologische waarden. Wel geldt als er tijdens de graafwerkzaamheden toch zaken aan het licht komen, deze op grond van de Erfgoedwet artikel 5.10 bij de gemeente dienen te worden gemeld. Cultuurhistorie Toetsingskader Vanaf 1 januari 2012 is het verplicht om in ruimtelijke plannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Om een stabiele en meer structurele basis te geven aan de borging van cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, is per 1 januari 2012 aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegevoegd dat gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen niet alleen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden onder de grond (archeologische waarden), maar ook met waarden boven de grond.

Dat betekent dat gemeenten een analyse moeten maken van de cultuurhistorie in een bestemmingsplangebied, en daar conclusies aan moeten verbinden die in het bestemmingsplan verankerd worden. Historische ontwikkeling van het plangebied In het plangebied zelf is geen (beschermde) cultuurhistorie aanwezig. Het treinstation van Almelo dat naast het plangebied ligt is wel aangewezen als monument. Conclusie Op basis van de gemeentelijke archeologische waardenkaart kan worden geconcludeerd dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Daarnaast zijn er geen gemeentelijke of rijksmonumenten in of in de directe omgeving van het plangebied aanwezig. Hierdoor kan worden geconcludeerd dat de archeologische en cultuurhistorische waarden de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg staan.

5.5

Ecologie

Wet natuurbescherming Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante

ontw erp bestemmingsplan Rechtbank Almelo

30

NL.IMRO.0141.00130-BP21

gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=7d953136-dfff-4bdd-817b-a8999388698c