CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Ontwerpbestemmingsplan Dr. Herderscheeschool.pdf

Raad 24 januari 2023, gemeente AlmeloBij agendapunt: raadsbrieven vanuit B&W29.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Almelo

Raadsbrief ter informatie

Postadres: Gemeente Almelo Postbus 5100 7600 GC Almelo

Aan de raad van de gemeente Almelo Bijlage

Doorkiesnummer

Behandeld door Marieke van Essen

Datum 20 december 2022

Onderwerp Ontwerpbestemmingsplan Dr. Herderscheeschool

Geachte leden van de raad, Hierbij willen wij u op de hoogte stellen van ons besluit om het ontwerpbestemmingsplan ‘Dr. Herderscheeschool’ (NL.IMRO.0141.00147-BP21) ter inzage te leggen.

Inleiding De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende huisvesting voor het onderwijs en bewegingsonderwijs (met uitzondering van het beroepsonderwijs). Wij hebben op basis van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2021-2024 op 7 december 2021 het huisvestingsprogramma 2022 vastgesteld. Hierin is de eerste investering voor vervangende huisvesting van speciaal onderwijs Dr. Herderscheeschool opgenomen. Op 12 april 2022 hebben wij de locatie aan de Vriezenveenseweg, naast VSO De Veenelanden en SO De Wissel, aangewezen als locatie voor nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool.

Een herziening van het bestemmingsplanherziening is noodzakelijk voor het realiseren van de school. Het geldende bestemmingsplan Stadsrandgebied Almelo Noord biedt niet de mogelijkheid voor de bouw van het schoolgebouw. Om voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan ‘Dr. Herderscheeschool’ voorziet in het gewenste juridisch planologische kader om de bouw van de school mogelijk te kunnen maken (afbeelding 1.2). Op basis van de geldende bestemming (zie afbeelding 1.1) in het plangebied kan de school niet worden gerealiseerd. Dit omdat ter plaatse van het plangebied de bestemming Agrarisch met waarden geldt. Met de bestemmingsplanherziening wordt een passende maatschappelijke bestemming aan het perceel gegeven.

Afbeelding 1.1 bestemmingsplan Stadsrand Almelo Noord Pagina 1 van 2 Raad - 2207527 DCS - 2280653

Afbeelding 1.2 bestemmingsplan Dr. Herderscheeschool

Het is een passende ruimtelijke ontwikkeling. Om te bepalen of het initiatief voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijke ordening, is het plan beoordeeld aan de hand van de verschillende relevante omgevingsaspecten. Hieruit volgen geen belemmeringen voor realisatie van het bestemmingsplan. Dit geldt ook voor het onderwerp stikstof, uit de stikstofdepositieberekening volgt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Daarnaast worden vanwege de afstand (van circa 6,8 kilometer van het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen) mogelijke negatieve gevolgen op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied op voorhand uitgesloten.

Omwonenden zijn betrokken. De bewoners van de direct tegenovergelegen woningen aan de Aaboerlaan zijn betrokken en geïnformeerd over de nieuwbouw van de school en het ontwerpbestemmingsplan. Op het voornemen is positief gereageerd en enkele wensen met betrekking tot situering van het gebouw en de parkeergelegenheid en een groenvoorziening als afscheiding zijn meegenomen in het ontwerp. De betreffende omwonenden worden van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan eveneens op de hoogte gebracht.

Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Op korte termijn wordt het ontwerpbestemmingsplan ‘Dr. Herderscheeschool’ ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Dit bestemmingsplan is te raadplegen op www.ruimtelijkeplannen.nl Wij informeren u over ons besluit, omdat u op basis van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd bent om het bestemmingsplan vast te stellen. Naar verwachting ontvangt u in het 1 e kwartaal van 2023 een raadsvoorstel om het bestemmingsplan vast te stellen.

Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Almelo, de secretaris, de burgemeester,

F.W. van Ardenne

Pagina 2 van 2

A.J. Gerritsen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling bestemmingsplan Dr. Herderscheeschool 4 november 2022

Auteur: M.Hendriks

Blz.

Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 2

Inleiding

2

Het initiatief Waarom een vormvijre m.e.r.-beoordeling? Toetsing aan de criteria lijst Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling Criteria belangrijke milieugevolgen Gebruikte onderzoeken

2 2 3 3 3 4

Vormvrije m.e.r. voor toets

4

2.1 Plaats van het project 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Kenmerken van het potentieel project Geluid Luchtkwaliteit Bodem Archeologie Flora-fauna Water Verkeer Externe veiligheid 3

Samenvatting

Pagina 1 van 9

4 5 6 6 6 6 6 7 7 7 8 8

1

1

Inleiding

1.1

Het initiatief Op 12 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders de locatie aan de Vriezenveenseweg, nabij VSO de Veenelanden, aangewezen als locatie voor nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool. Het huidige gebouw aan de Schapendijk 3 is aan vervanging toe maar biedt niet voldoende ruimte voor een herontwikkeling

Figuur: ligging planinitiatief

1.2

Waarom een vormvijre m.e.r.-beoordeling? De milieueffectrapportage (m.e.r.) heeft als doel om bij de voorbereiding en vaststelling van besluiten het milieubelang volwaardig te laten meewegen. Een besluit is direct m.e.r.-plichtig indien de activiteiten behoren tot een categorie die in onderdeel C van de bijlage van het m.e.r.-besluit is opgenomen. In onderdeel D van het m.e.r.-besluit staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze belangrijke nadelige milieugevolgen niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden is een m.e.r. niet noodzakelijk. In gevallen dat een besluit betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst maar die onder de drempelwaarden uit kolom 2 van de D-lijst liggen, is een vormvrije m.e.r.beoordeling verplicht. Bij deze vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden beoordeeld of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Kunnen deze niet worden uitgesloten, dan dient alsnog een m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd.

Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden aangesloten bij de Europese merbeoordelingscriteria zoals neergelegd in artikel 4 lid 3 van de Richtlijn 2011/92/EU van 13 december 2011 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (“Richtlijn”). In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt een beperkte inschatting gemaakt van de milieuhygiënische effecten van de plannen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus een globale beoordeling van de milieugevolgen van de plannen op haar omgeving. Pagina 2 van 9

2

1.3

Toetsing aan de criteria lijst Getoetst is of het de activiteit voor deze wijziging van de bestemming -het realiseren van een school - een initiatief is dat voor komt op de C- of D-lijst behorende bij het m.e.r.-besluit. Activiteit D.11.2: spreekt van “de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.” In de Nota van Toelichting (Stb. 2011, 102) staat vermeld: “Bij een stedelijk ontwikkelingsproject kan het gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. (….) Wat ‘stedelijke ontwikkeling’ inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Wat van belang hierbij is of er per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen zijn”. Uit het voorgaande volgt dat daar waar sprake is van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject waar een m.e.r-plicht of een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht is aangewezen. Onderhavige ontwikkeling is met een pre-scan onderzocht op eventuele negatieve gevolgen. Hoewel het gezien de beperkte omvang van het initiatief de vraag is of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in de wet.

Hebben wij gemeend om deze ontwikkeling te beschouwen als een “Stedelijke ontwikkeling” als bedoeld in de D-lijst van het m.e.r.-besluit. Besloten is dan ook om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren.

1.4

Procedure vormvrije m.e.r.-beoordeling De procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling is vormvrij, wel worden eisen gesteld aan de inhoud van de beoordeling. Deze eisen zijn genoemd in in artikel 4 lid 3 en de bijbehorende Bijlage III van de Richtlijn.

1.5

Criteria belangrijke milieugevolgen De criteria uit artikel 4 lid 3 van de Richtlijn die bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moeten worden betrokken zijn de volgende: 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: — de omvang van het project, — de cumulatie met andere projecten, — het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, — de productie van afvalstoffen, — verontreiniging en hinder, — risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. 2. Plaats van de projecten Pagina 3 van 9

3

Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: — het bestaande grondgebruik, — de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, — het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a) wetlands, b) kustgebieden, c) berg- en bosgebieden, d) reservaten en natuurparken, e) gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG, f) gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, g) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, h) landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3.

Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: — het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), — het grensoverschrijdende karakter van het effect, — de orde van grootte en de complexiteit van het effect, — de waarschijnlijkheid van het effect, — de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. Gebruik dient te worden gemaakt van redelijkerwijs te verkrijgen beschikbare informatie.

1.6

Gebruikte onderzoeken Voor het uitvoeren van de vormvrije m.e.r. voortoets is gebruik gemaakt van de binnen de gemeente Almelo aanwezige specialistische kennis op gebied van verkeer, R&O en bedrijven, verkeer, geluid, lucht, flora en fauna en ruimte.

2 2.1

Vormvrije m.e.r. voor toets Plaats van het project

De ontwikkeling is gelegen binnen de randen van de bebouwde kom aan de Noordzijde van de stad. Direct aan het plangebied zijn onderwijs/ maatschappelijke functies aanwezig. Ten Pagina 4 van 9

4

oosten en ten Westen van het plangebied lopen ontsluitingswegen waarbij de ontsluitingsweg aan de oostzijde ( Van Rechteren Limpurgsingel) kan worden aangemerkt als een drukke doorgaande weg. De locatie kan worden beschouwd als een locatie in een gemengd gebied direct gelegen aan openbare infrastructuur. En grenzend aan het buitengebied.

In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Het plangebied ligt niet in of nabij een gebied dat beschermd wordt vanuit de natuurwaarden en maakt geen onderdeel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied valt niet binnen een Habitatrichtlijn- of Vogelrichtlijngebied en heeft door de afstand geen relatie met de dichtstbijzijnde speciale beschermingszones. Het plangebied is dus niet in of nabij een gevoelig gebied gelegen.

2.2

Kenmerken van het project Het beoogde initiatief bestaat uit de realisatie van een (1) onderwijsgebouw met een beperkt oppervlak ( totale kavel oppervlak ca 6500m2 )en een beperkte leerling bezetting

Pagina 5 van 9

5

Het betreft hier nieuwbouw er zal in de gebruiksfase geen sprake zijn van relevante emissies. De gebouwen zullen aardgasloos worden uitgevoerd. Vervoersbewegingen worden ingeschat op maximaal 75 per dag. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen projecten van een zodanige omvang dat er sprake zal zijn van relevante cumulatie.

2.3

Kenmerken van het potentieel project Geluid Geluid van de ontwikkeling Het betreft hier een beperkt initiatief. De vervoersbewegingen maar ook de schoolactiviteiten die het initiatief genereert zal de akoestische leefkwaliteit in de omgeving niet significant aantasten. Geluid tgv de wijziging in de infrastructuur De ontsluiting zal plaatsvinden op de bestaande infrastructuur. Er zal slechts sprake zijn van een zeer beperkte (minimale) toename van de verkeersintensiteit op deze ontsluitingswegen. De huidige infrastructuur is hiervoor geschikt. De toename van verkeersbewegingen zal niet leiden tot een toename in de geluidsbelasting op de omgeving.

Luchtkwaliteit Bij elk ruimtelijk plan moet de luchtkwaliteit in acht worden genomen. Daar waar sprake is van een toename van de emissies welke volgens de wet is te beschouwen als “niet in betekenende mate” behoeft geen nadere overweging van de optredende emissies plaats te vinden. Dit initiatief is zodanig beperkt van omvang dat er sprake is van toename van de luchtemissies die als niet “In betekenende mate” kan worden beschouwd. Omdat ook de jaarlijkse rapportage in het kader van de “Wet Luchtkwaliteit” (hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer) geen overschrijding van de grenswaarden in en om het plangebied laat zien mag gesteld worden dat de luchtkwaliteit niet significant is en geen belemmering vormt voor dit plan.

Bodem De locatie is onderzocht. Bodem rapportages zijn aanwezig. De locatie is geschikt voor de geplande bestemming. De vrijkomende grond kan in principe overal in Almelo worden toegepast.

Archeologie De gemeente Almelo heeft een archeologische waardenkaart opgesteld. Er zijn in de directe omgeving geen archeologische vindplaatsen geregistreerd in ARCHIS en geen terreinen van archeologische waarde aanwezig. Er zijn geen boerderijen waarvan de vermeldingen uit de Late Middeleeuwen bekend zijn. Pagina 6 van 9

6

Op basis van de archeologische waardenkaart hoeven er geen relevante archeologische vondsten te worden verwacht.

Flora-fauna Ten behoeve van dit initiatief heeft er "Quickscan Natuurtoets “ plaatsgevonden. Op basis van de onderzoeksgegevens kan, vanwege de ligging van het plangebied in het stedelijke gebied van Almelo en de aard van de ingrepen, geconcludeerd worden dat er geen negatieve effecten veroorzaakt worden op de in de omgeving aanwezige Natura 2000 gebieden, beschermde natuurmonumenten of onderdelen van de Ecologische Hoofdstructuur (hierna EHS). Het dichtstbijzijnde gebied dat onder de Natuurbeschermingswet valt is het Natura 2000 gebied Engbertsdijkveen , wat op circa 6 kilometer van het plangebied ligt. Gezien de afstand, de tussenliggende barrières en de aard van de ingrepen in het gebied zijn er geen negatieve effecten te verwachten. Het dichtstbijzijnde gebied dat valt onder de EHS is de nieuwe natuur in de Natte Doorbraak (ca. 6 km afstand). Externe effecten op dit gebied zijn niet aan de orde gezien de afstand en de ligging. Natuur buiten de EHS met een beschermde status van ganzengebied of weidevogelgebied ligt op grote afstand van het projectgebied. Er zijn barrières van stedelijke bebouwing en infrastructuur aanwezig. Negatieve effecten zijn daarom niet aan de orde. Ook voor stikstof tijdens de bouwfase en gebruiksfase kan worden gesteld dat de depositie van dit initiatief op omliggende Natura2000 gebieden niet significant bijdraagt aan de depositie op deze gebieden.

Dit baseren wij op de memo van de omgevingsdienst Twente met kenmerk 20200923. Gesteld kan worden dat de Flora en Faunawet de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat.

Water In het kader van het planinitiatief heeft een watertoets plaats gevonden zoals in het ontwerp Nationaal Waterplan wordt voorgesteld. Het doel van het watertoetsproces is: waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van het watertoetsproces is dat het zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van water in de ruimtelijke ordening. Uit de watertoets volgen reguliere maatregelen. Er is geen sprake van relevante negatieve effecten.

Verkeer Voor de verkeersgeneratie verwijzen wij naar geluid. Er is sprake van een beperkte en aanvaardbare verkeersgeneratie. Parkeren Voor het bepalen van de parkeernorm zijn de kencijfers van CROW toegepast. Pagina 7 van 9

7

Geconcludeerd kan worden dat het verwachte autoverkeer en de bijbehorende parkeerdruk de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staan.

Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op de gevaren die personen lopen als gevolg van de aanwezigheid in de directe omgeving van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken. Het gaat daarbij om inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard of bewerkt, transportroutes voor gevaarlijke stoffen (weg/water/spoor) en ondergrondse buisleidingen. De aan deze activiteiten verbonden risico’s moeten tot een aanvaardbaar niveau beperkt blijven. In en nabij het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig of voorzien die met hun invloedscontouren reiken tot in het plangebied.

3

Samenvatting

Het initiatief uit het bestemmingsplan Herderscheeschool is getoetst en beoordeeld aan de hand van de Europese criteria en relevante wet- en regelgeving. Naar aanleiding daarvan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen activiteit niet zal leiden tot belangrijke nadelige milieu-effecten. Er zijn geen specifieke milieurisco’s. Gelet op het voorgaande is er geen aanleiding een m.e.r.-beoordeling als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer uit te voeren.

Pagina 8 van 9

8

Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool NL.IMRO.0141.00147

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Toelichting

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

1

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer

3 3 3 3 4 5

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Planbeschrijving

6 6 6

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

9 9 11 16

Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Besluit milieueffectrapportage 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Geluid 20 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Fysieke veiligheid 4.6 Externe veiligheid 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Bodemkwaliteit 4.10 Flora en fauna 4.11 Archeologie

18 18 19

Hoofdstuk 5 Water 5.1 Beleidskader onderdeel water 5.2 Vigerend beleid 5.3 Waterparagraaf

32 32 32 35

Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 41 6.2 Juridische systematiek 6.3 Beschrijving per bestemming

41

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

45

Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie 8.2 Vooroverleg 8.3 Zienswijzen

46 46 46 46

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

21 22 24 25 26 27 28 30

41 42

2

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor voorliggend bestemmingsplan is de geplande nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool naast de bestaande locatie van de VSO De Veenlanden/SO De Wissel aan de Vriezenveenseweg 229 te Almelo. De Dr. Herderscheeschool is één van de zestien scholen van Stichting SOTOG (Speciaal Onderwijs Twente en Oost Gelderland) dat speciaal onderwijs aan leerlingen in de basisschoolleeftijd (met een verstandelijke- fysieke en/ of sociaal emotionele leer- en begeleidingsvraag) aanbiedt. De VSO De Veenlanden en SO De Wissel vallen eveneens onder de Stichting SOTOG. Het plangebied is gelegen in de noordelijke stadsrand van Almelo. In de noordelijke stadsrand worden de komende jaren diverse ontwikkelingen verwacht. Voorbeelden hiervan zijn de herontwikkeling van Huize Alexandra en de Brandweerpost, beide gelegen aan de Vriezenveenseweg. Het streven is te komen tot een integrale visie voor de stadsranden waarin mogelijke ontwikkelingen een plek krijgen. Vanwege de dringende behoefte aan een nieuw schoolgebouw voor de Dr. Herderscheeschool is nu dit bestemmingsplan opgesteld. Het college heeft namelijk op 7 december 2021 op basis het Integraal Huisvestingsplan onderwijs het jaarlijks huisvestingsprogramma 2022 (HVP) vastgesteld. In het HVP 2022 is de eerste investering voor vervangende huisvesting van speciaal onderwijs Dr. Herderscheeschool opgenomen.

Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het huidige gebouw van Dr. Herderscheeschool, gelegen aan de Schapendijk 3, verouderd en aan vervanging toe is. Op 12 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders de locatie aan de Vriezenveenseweg, nabij VSO de Veenlanden, aangewezen als locatie voor nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool. De bouw van de school past echter niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord' (zie paragraaf 1.4). Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt voorliggend bestemmingsplan opgesteld.

1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan 'Dr Herderscheeschool' bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting; 4. bijlagen bij de regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.

1.3 Ligging van het plangebied De locatie is gelegen ten het noorden van de wijk Haghoek in Almelo. Het plangebied sluit in het zuiden aan op de Vriezenveenseweg 229 waar de VSO De Veenlanden/SO De Wissel is gelegen. Aan de overzijde van de Vriezenveenseweg ten westen van het plangebied zijn het Meulenbelt en woningen gesitueerd. De noordzijde wordt begrensd door de Aadijk waar het zonnepark 'Aadijk fase 2' (voor 25 jaar) is voorzien. Ten oosten zijn sportvoorzienningen/velden gelegen. De ligging van het plangebied waar de nieuwe school gerealiseerd gaat worden, is met een rode contour weergegeven in figuur 1.1.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

3

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Figuur 1.1: Ligging plangebied

1.4 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: <0000> <0000> <0000>

Stadsrandgebied Almelo Noord, vastgesteld 19 november 2013; Parapluherziening Parkeren, vastgesteld 5 juni 2018; Parapluherziening Wonen, vastgesteld 23 maart 2020.

Volgens het geldende bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord' (vastgesteld 19 november 2013) geldt de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Op basis hiervan is de uitoefening van een agrarisch bedrijf toegestaan, met dien verstande dat de uitoefening van zelfstandige niet-grondgebonden agrarische bedrijven en intensieve veehouderijen niet zijn toegestaan. Gebouwen mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Een bouwvlak ontbreekt op deze locatie. Binnen dit geldende planologische kader is de herontwikkeling van het plangebied naar een onderwijsfunctie niet toegestaan.

Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord'

Het bestemmingsplan 'Stadsrandgebied Almelo Noord' voorziet niet in een wijzigings- of uitwerkingsmogelijkheid voor dit gebied. Om voorgenomen ontwikkeling van de bouw van de school mogelijk te maken is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

4

NL.IMRO.0141.00147-BP21

bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch planologische kader om het voornemen mogelijk te kunnen maken. Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' op 5 juni 2018 vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor het parkeren voorzien moet worden in voldoende parkeerplaatsen conform de parkeereis uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' of uitwerkingen en/of rechtsopvolgers daarvan. De parkeerregeling is ook van toepassing op dit bestemmingsplan. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de functie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan.

1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Water Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven, tevens wordt een planbeschrijving met de nieuwe, gewenste situatie toegelicht. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing voor het plangebied, op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau is opgesteld (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofdstuk 5 beschrijft het onderdeel water. In hoofdstuk 6 staat hoe de uitgangspunten voor het plan zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding.

In hoofdstuk 7 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 8 geeft de wijze van en resultaten omtrent het overleg met de omgeving en andere overheden weer.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

5

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in de stadsrand in het noordelijke deel van Almelo, in het gebied tussen de Bleskolksingel en de Aadijk. In het gebied ten noorden van de Bleskolksingel speelt de maatschappelijke functie een grote rol vanwege de aanwezigheid van ondermeer Karakter (het expertisecentrum voor zorg en kennis rond complexe kinder- en jeugdpsychiatrie), Pluryn (biedt hulp aan kinderen en jongeren met complexe problemen), VSO De Veenlanden, SO De Wissel, Het Armeense kerkgenootschap, Het Meulenbelt (biedt verpleeghuiszorg, terminale zorg, dagvoorzieningen en revalidatie). Het plangebied ligt ingeklemd tussen de bestaande school VSO De Veenlanden/SO De Wissel aan de zuidzijde, de Aadijk aan de noordzijde (met het toekomstige zonnepark 'Aadijk fase 2' voor een periode van 25 jaar), sportvelden aan de oostzijde en woningen aan de Aaboerlaan en het Meulenbelt aan de westzijde. Het perceel is nu als agrarisch in gebruik (akkerbouw), waarbij er geen sprake is van ‘waarden’. Het gebied met waarden ligt aan de oostzijde, naast de volkstuinen. Deze gronden maken geen deel uit van deze ontwikkeling. Het gebied is dan ook als stedelijk te beschouwen en is hiermee een inbreidingslocatie, ondanks de agrarische bestemming.

2.1.1 Stedenbouwkundige opzet Door het plangebied loopt de Vriezenveenseweg, welke in het verleden de hoofdroute naar Vriezenveen vormde. Deze functie is jaren geleden al overgenomen door de Van Rechteren Limpurgsingel. In de loop van de tijd hebben verschillende maatschappelijke functies een plek gekregen langs de Vriezenveenseweg. Naar het noorden gaat de Vriezenveenseweg over in de Almeloseweg. Waar aan weerszijden van de weg een nieuw zonnepark, 'Aadijk fase 2’, wordt gerealiseerd. Verder richting het zuiden is langs de Vriezenveenseweg het asielzoekerscentrum aanwezig en leidt de weg naar de woonwijk Haghoek. 2.1.2 Verkeersstructuur De hoofdontsluiting van het plangebied bestaat uit de Vriezenveenseweg. Dit is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met een snelheidslimiet van 50 km/u. Voor fietsers is het plangebied ontsloten door middel van het tweerichtingenfietspad ten westen van de Vriezenveenseweg. Op dit moment is er een oversteekmogelijkheid voor fietsers van deze Vriezenveenseweg ter hoogte van SO De Wissel, deze is op cica 100 meter gelegen van de inrit van de VSO De Veenlanden/SO De Wissel.

2.2 Planbeschrijving De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende huisvesting voor het onderwijs en bewegingsonderwijs (met uitzondering van het beroepsonderwijs). De raad heeft op 15 december 2020 het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2024’ vastgesteld. Met de vaststelling van dit huisvestingsplan is € 22 miljoen beschikbaar gesteld voor de vernieuwing van de onderwijshuisvesting. Het college heeft op basis van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs op 7 december 2021 het jaarlijks een huisvestingsprogramma 2022 vastgesteld. Hierin is de eerste investering voor vervangende huisvesting van speciaal onderwijs Dr. Herderscheeschool opgenomen. De Dr. Herderscheeschool is één van de zestien scholen van Stichting SOTOG dat speciaal onderwijs aan leerlingen in de basisschoolleeftijd (met een verstandelijke- fysieke en/ of sociaal emotionele leeren begeleidingsvraag) aanbiedt. Om uitvoering te kunnen geven aan deze vervangende huisvesting is op ambtelijk niveau onderzoek gedaan naar mogelijke locaties in de omgeving van VSO De Veenlanden/SO De Wissel. Hieruit zijn twee locaties naar voren gekomen welke geschikt zouden zijn voor nieuwbouw van de Dr.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

6

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Herderscheeschool, te weten: de locatie Huize Alexandra en een locatie naast de VSO De Veenlanden/SO De Wissel. De Dr. Herderscheeschool valt evenals VSO De Veenlanden/SO De Wissel onder SOTOG. De Dr. Herderscheeschool is een speciaal onderwijs voorziening voor de basisschoolleeftijd. Kinderen kunnen daarna uitstromen naar de VSO locatie Veenlanden/SO De Wissel. Verder ziet SOTOG voordelen doordat de ondersteuning op al deze voorzieningen vanuit dezelfde aanbieders georganiseerd wordt. Vanwege het centraliseren van de ondersteuning, kan deze efficiënter worden ingezet. Op het terrein van VSO De Veenlanden/SO De Wissel is ook een gymvoorziening met behandelruimten gerealiseerd waar ook de leerlingen van de Dr. Herderscheeschool gebruik van kunnen maken. Deze locatie is vanuit verkeersoogpunt ook positiever beoordeeld dan de locatie Huize Alexandra. Het college heeft dan ook op 12 april 2022 de locatie aan de Vriezenveenseweg aangewezen als locatie voor nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool. Ontwerp De locatie heeft een oppervlakte van circa 6.500 m² en is net als de naastgelegen scholen op enige afstand van de Vriezenveenseweg gelegen. Het schoolgebouw met een oppervlakte van circa 2.000 m² (inclusief gymzaal) en een maximale hoogte van 10 meter biedt ruimte aan ongeveer 130 leerlingen.

Het parkeren en halen en brengen van de leerlingen met busjes is gesitueerd aan de voorzijde op het perceel. De ontsluiting van het plangebied vindt plaats via de bestaande toe- en uitrit van de VSO De Veenlanden/SO De Wissel. Het schoolgebouw en het plein worden centraal op het perceel, in het verlengde van de bestaande naastgelegen school gesitueerd. Aan de achterzijde van de school is groen met mogelijk een dierenverblijf voorzien. De schoollocatie wordt landschappelijk ingepast door een groene wal rondom het plangebied.

Verkeer en parkeren Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Parkeren In het parapluplan 'Parkeren' heeft de gemeente Almelo haar parkeerbeleid vertaald in de geldende bestemmingsplannen. Voor parkeernormen wordt uitgegaan van de vastgestelde beleidsnota Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018'. Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd (herzien, aangevuld of nader uitgewerkt), treedt diens rechtsopvolger hiervoor in de plaats. In voorliggend geval is dit de ‘Herschreven beleidsregel parkeernormen Almelo (2021)’. Hierin wordt uitgegaan van de parkeernormen zoals opgenomen in de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. De CROW geeft een bandbreedte van een minimum en maximum norm. In de gemeente Almelo wordt in principe uitgegaan van de maximum norm.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

7

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Het CROW kent voor basisscholen (van het speciaal onderwijs) geen parkeerkencijfers ten behoeve van het brengen en halen van leerlingen. De parkeerbehoefte is bepaald op basis van de door de school aangereikte gegevens. De voorgenomen ontwikkeling ziet toe op het realiseren van een schoolgebouw voor Dr. Herderscheeschool. Het gaat hierbij om speciaal onderwijs ten behoeve van circa 130 leerlingen. In het plan van de school wordt voorzien in ten minste 22 opstelplaatsen voor taxibussen en 14 parkeerplaatsen (voor het personeel) op eigen terrein. Op het nabijgelegen parkeerterrein dient bij het in- en uitgaan van de school vrije parkeerruimte te zijn voor ten minste 35 auto’s (van ouders die hun kinderen naar school brengen). Verkeer Zie paragraaf 2.1.2.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

8

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 NOVI De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: <0000> dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; <0000> met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; <0000> waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; <0000> met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; <0000> waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

<0000> dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; <0000> waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; <0000> dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: <0000> Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit <0000> Ruimte voor overgang naar een circulaire economie <0000> Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden <0000> Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen 3.1.1.1 Toetsing van initiatief aan de NOVI

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

9

NL.IMRO.0141.00147-BP21

De NOVI laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen. Voorliggend plan betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2 Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven.

Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen of kleiner dan 500 m² bvo niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: "Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan die betreffende ontwikkeling.

De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de bouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat accommodaties voor maatschappelijke functies zoals een school en sportfaciliteiten worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. 3.1.3.1 Toetsing van initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een nieuw schoolgebouw. Gelet op het vorenstaande is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' vereist.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

10

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Het onderhavig plan betreft vervangende nieuwbouw van een schoolgebouw voor speciaal (basis-)onderwijs en is gesitueerd in een omgeving met diverse maatschappelijke functies die gelegen zijn in bestaand stedelijk gebied. Het plangebied ligt in de noordelijke stadsrand van Almelo, waar in het direct ten noorden gelegen agrarische gebied het zonnepark 'Aadijk fase 2’ wordt gerealiseerd. De gemeente heeft de wettelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende huisvesting voor het onderwijs en bewegingsonderwijs (met uitzondering van het beroepsonderwijs). De gemeenteraad heeft op 15 december 2020 het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2024’ (IHP) vastgesteld. Door het IHP hebben zowel de gemeente als de schoolbesturen een meerjarenperspectief waarop zij hun eigen beleid kunnen voeren. De gemeente kan in haar financieel meerjarenbeleid rekening houden met de te verwachten investeringen voor de onderwijshuisvesting, de schoolbesturen kunnen vanuit hun wettelijke verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie van de schoolgebouwen ook een eigen onderhouds- en financieel beleid voeren. Het IHP en de daarin opgenomen huisvestings- en investeringsagenda moet ertoe leiden dat er blijvend sprake is van een stevige en kwalitatief eigentijdse onderwijsvoorzieningenstructuur in Almelo.

Het IHP laat zien dat de ontwikkeling van het leerlingenaantallen in het speciaal basisonderwijs moeilijk te prognosticeren zijn en ook in grote mate afhankelijk zijn van het beleid in het kader van passend onderwijs. Ondanks alle beleidsmaatregelen inzake passend onderwijs groeit het passend onderwijs. De verwachting vanuit het speciaal onderwijs is dat deze groei zal aanhouden. Uit de inventarisatie van de ruimtebehoefte blijkt dat huidige beschikbare capaciteit van de Dr. Herderscheeschool voldoende is om de leerlingen te huisvesten. Echter, er is wel sprake van verouderde huisvesting. Het huidige schoolgebouw van de Dr. Herderscheeschool is technisch en functioneel erg gedateerd. In het IHP is dan ook vastgesteld dat vervangende nieuwbouw noodzakelijk is. Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.

3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. In 2017 is de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld. Beiden zijn inmiddels geactualiseerd. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel.

De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

11

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: <0000> Generieke beleidskeuzes --> of; <0000> Ontwikkelingsperspectieven--> waar; <0000> Gebiedskenmerken --> hoe Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.

Figuur 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017)

Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

12

NL.IMRO.0141.00147-BP21

De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 3.2.4 Toetsing van initiatief aan uitgangspunten visie en verordening Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: Of - generieke beleidskeuzes Op basis van de verordening zijn de onderdelen vastgelegd in titel 2.1, Sturen op ruimtelijke kwaliteit Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit voor dit gebied van toepassing. Waarbij voor dit plan met name artikel 2.1.2 Principe van concentratie, 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit van belang zijn.

Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. In afwijking van het voorafgaande kunnen bestemmingsplannen ook voorzien in een bovenregionale behoefte voor zover deze bestemmingsplannen gebieden betreffen die onderdeel uitmaken van stedelijke netwerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel: In voorliggend geval gaat het om vervangende nieuwbouw van een school voor speciaal onderwijs met een regionale functie direct naast de bestaande scholen VSO De Veenlanden/SO De Wissel van dezelfde stichting (SOTOG). Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'.

Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving. ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

13

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De tweede trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat gemotiveerd moet worden of voor een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte al dan niet ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voorzien in een actuele regionale behoefte, dient op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan te worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied c.q. bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel: De provincie Overijssel kiest voor een tekstuele aanduiding van het bestaand bebouwd gebied en geeft die niet zelf op kaart aan.

Daarmee wordt ruimte geboden voor lokaal maatwerk en wordt voorkomen dat de provinciale verbeelding slechts een momentopname laat zien die geen recht doet aan wijzigingen die voortdurend optreden in de begrenzing van het bestaand bebouwd gebied Hoewel op basis van het geldende bestemmingsplan het plangebied een agrarische bestemming heeft, is de locatie omsloten door diverse stedelijke functies zoals omschreven in de begripsbepaling van de Omgevingsverordening Overijssel. Het plangebied grenst direct aan de twee bestaande scholen (VSO De Veenlanden/SO De Wissel van dezelfde stichting) en wordt omsloten door woningen, het Meulenbelt, sportvelden en het nieuwe zonnepark "Aadijk fade 2'. Dit bestemmingsplan voorziet in vervangende nieuwbouw van de Dr. Herderscheeschool en is gelegen in een omgeving van verschillende stedelijke functies. Met deze ontwikkeling wordt voldaan aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik van gronden in het bestaande stedelijke gebied. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.

Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Ook dient gemotiveerd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel: Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het stedelijk gebied van de gemeente Almelo. Het schoolgebouw is gesitueerd direct naast de bestaande scholen VSO De Veenlanden/SO De Wissel van dezelfde stichting. De school wordt zorgvuldig worden ingepast zodat het in overeenstemming is met de kenmerken van de directe omgeving, zie hiervoor paragraaf 2.2. In de onderstaande subparagrafen is nader toegelicht op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering en het ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie Overijssel. Hier wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.

Artikel 2.1.9: Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.9 van de Omgevingsverordening Overijssel: De bewoners van de tegenovergelegen woningen aan de Aaboerlaan worden regelmatig geïnformeerd door de school en gemeente. Daarnaast zal het ontwerp bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder wordt dan in de gelegenheid gesteld om het plan te lezen en eventueel ook een zienswijze in te dienen.

ontwerp Bestemmingsplan Dr Herderscheeschool

14

NL.IMRO.0141.00147-BP21

Waar - ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met deze perspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven. In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de Groene Omgeving van belang. In de Groene Omgeving gaat het vooral om: behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap, het realiseren van een samenhangend netwerk van gebieden met natuur- en waterkwaliteit, ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, het toerisme en andere economische dragers, realisatie van waterkwaliteitsdoelen, het duurzaam beheer van drinkwatervoorraden én het opwekken van hernieuwbare energie. In de Groene Omgeving onderscheidt de provincie de volgende drie ontwikkelingsperspectieven: <0000> de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW); <0000> agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap; <0000> wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap. Toetsing van het initiatief aan het 'Ontwikkelingsperspectief' Voor het plangebied geldt nog net het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' en biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie.

Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Het is redelijkerwijs niet te verwachten dat ter plaatse van het plangebied in de toekomst nog een agrarisch bedrijf geëxploiteerd zal gaan worden. Met het realiseren van de maatschappelijke bestemming worden geen (omliggende) agrarische bedrijven in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt. De bestaande infrastructuur wordt hiervoor benut en is ook toereikend. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie heeft op de gebiedskenmerkenkaart 'Laag van het agrarisch-cultuurlandschap' geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen buiten beschouwing worden gelaten.

Daarnaast bevat de locatie ook op basis van de 'Laag van de beleving' geen bijzondere eigenschappen. Deze laag wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. Natuurlijke laag - Beekdalen en natte laagtes Het plangebied is gelegen in de natuurlijke laag 'Beeksdalen en natte laagtes''. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Stedelijke laag - Verspreide bebouwing De stedelijke laag 'Verspreide bebouwing gaat in op de gevolgen en kansen van het vrijkomen van erven in het landschap, wat steeds vaker zal gaan gebeuren. De robuuste ensembles kunnen door het bieden van ruimte voor extra (vervangende) bebouwing een alternatief bieden voor een deel van de woningbouw en bedrijvenopgave. Stedelijke laag - Informele trage netwerk Het ‘informele trage netwerk’ is het langzaam verkeernetwerk, zoals wandelpaden, ruiterpaden en vaarroutes. De ambitie is hier een verschuiving te doen plaatsvinden in de verplaatsingsdrang van auto naar fiets.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=3f581786-ea83-40f1-af29-e45776105ea3