CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

12.5 Vaststelling bestemmingsplan Indië Woongebied - Bijlage 5 - Bestemmingsplan Woongebied Indië – Deel 3.pdf

Raad 7 december 2021, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan ‘Indië Woongebied – Deel 3 en Parapluherziening woningaantal en parkeren Indiëterrein33.852 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, alleen bouwwerken, geen gebouwen zijde. De maximale bouwhoogte van de toegestane bouwwerken is aangegeven in de regels. Artikel 5 Verkeer Gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt als verkeers- en verblijfsgebied. Ook bij deze functie behorende elementen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde of ongebouwde parkeervoorzieningen, bermen en voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater zijn toegestaan. Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, alleen bouwwerken, geen gebouwen zijde. De maximale bouwhoogte van de toegestane bouwwerken is aangegeven in de regels. Uitzondering vormt de mogelijkheid om ter plaatse van de aanduiding 'overkraging' bouwwerken ten dienste van de aangrenzende bestemming ('Woongebied - 2) vanaf een bouwhoogte van 5 meter tot de op aangrenzende bestemming toegestane maximale bouwhoogte toe te staan. De voetprint van alle overkragingen samen bedraagt maximaal 500 m2. Artikel 6 Water Binnen deze bestemming zijn waterlopen en oever- en onderhoudsstroken en voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater toegestaan. Ook bij deze functie behorende elementen als groenvoorzieningen zijn toegestaan. Daar waar dat nader is aangeduid zijn tevens ook

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

75

NL.IMRO.0141.00063-BP31

bruggen toegestaan. Het gebruik als ligplaats voor boten is niet toegestaan. Binnen de bestemming zijn geen gebouwen toegestaan, alleen bouwwerken, geen gebouwen zijde. De maximale bouwhoogte van de toegestane bouwwerken is aangegeven in de regels. Artikel 7 Woongebied - 1 Deze gronden zijn bestemd voor woningen, ruimten ten behoeve van uitoefening van aan huis verbonden beroepen, woon-werkwoningen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en verkeersareaal, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, water en voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater. Gebouwen in de bestemming worden binnen de aangegeven bouwvlakken gebouwd. De maximale bouwhoogte voor grondgebonden woningen is 11 meter. Voor gestapelde woningen is de maximaal toegestane bouwhoogte 18 meter. Plaatselijk zijn ook hoogteaccenten met een bouwhoogte van maximaal 25 meter toegestaan. Het maximum aantal grondgebonden en gestapelde woningen is voor het totale plangebied van het bestemmingsplan aangegeven en bedraagt 145. Hierdoor wordt de flexibiliteit verhoogd. Het totaal aantal woningen in het plangebied mag niet worden overschreden.

Artikel 8 Woongebied - 2 Deze gronden zijn bestemd voor gestapelde woningen en waar dat nader is aangeduid ook grondgebonden woningen, ruimten ten behoeve van uitoefening van aan huis verbonden beroepen, parkeervoorzieningen, tuinen, erven en verkeersareaal, groenvoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, water en voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater. Gebouwen in de bestemming worden binnen de aangegeven bouwvlakken gebouwd, waarbij een voetprint van in totaal maximaal 1.000 m2 verdeeld over maximaal twee gebouwen is toegestaan. De maximale bouwhoogte is 30 meter. Het maximum aantal grondgebonden en gestapelde woningen is voor het totale plangebied van het bestemmingsplan aangegeven en bedraagt 145. Hierdoor wordt de flexibiliteit verhoogd. Het totaal aantal woningen in het plangebied mag niet worden overschreden. Artikel 9 Leiding - Riool Deze dubbelbestemming is gericht op de bescherming van een rioolhoofdleidingen. De dubbelbestemming schort de werking van de onderliggende (basis)bestemming in eerste instantie op. Een afwijkingsregeling maakt het echter mogelijk om toch binnen deze dubbelbestemming te bouwen ten behoeve van de onderliggende enkelbestemming. De omgevingsvergunning om af te wijken kan alleen worden verleend, mits het functioneren van de leiding of verbinding niet in het geding komt.

7.3.3 Algemene regels Artikel 10 Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond welke betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. Artikel 11 Algemene gebruiksregels In dit artikel is geregeld welke functies horen bij het stijdig gebruik. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is geregeld dat enige flexibiliteit mogelijk is ten aanzien van de gestelde regels in het plan. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om een omgevingsvergunning te verlenen die afwijkt met de betreffende bepalingen in het bestemmingsplan. Een aantal van de gegeven maxima kunnen op grond van dit artikel in zeer beperkte mate worden overschreden.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

76

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 13 Overige regels In dit artikel is het parkeren geregeld. In dit bestemmingsplan gelden de volgende parkeernormen: 1,6 parkeerplaatsen per gestapelde woning; 1,8 parkeerplaatsen per grondgebonden woning; voor niet-woonfuncties gelden de normen uit het geldende parkeerbeleid van de gemeente Almelo. Het bestemmingsplan voorziet ook in een afwijkingsbevoegdheid (13.3). Op basis hiervan kunnen burgemeester en wethouders afwijken van de parkeernormen, indien het voldoen hieraan door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit of voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien. Hierbij mag het woon- en leefklimaat in de directe omgeving niet onevenredig worden aangetast en mag de parkeersituatie in de openbare ruimte niet onevenredig wordt aangetast.

7.3.4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in dit bestemmingsplan worden gegeven. Het overgangsrecht vindt op deze wijze zijn plaats in dit plan. Het eerste lid regelt de bebouwing, waarbij onder 1 vernieuwing en verandering van bebouwing, die in strijd is met het bestemmingsplan wordt toegestaan, onder voorwaarde dat de afwijking van het bestemmingsplan niet wordt vergroot. Een reeds eerder afgegeven omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden benut, ook al is het bouwen in strijd met het bestemmingsplan. Het hier gestelde geldt niet indien een raadsbesluit tot onteigening is genomen. Onder 2 wordt geregeld dat eenmalig een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het vergroten van het bouwwerk als bedoeld onder 1 met 10 %. Deze omgevingsvergunning kan gelet op het bepaalde onder c niet worden verleend indien het betreffende bouwwerk in strijd is met het daarvoor geldende plan, inclusief de daarin opgenomen overgangsbepaling. Het tweede lid van dit artikel regelt het gebruik.

Onder 1 is geregeld dat gebruik dat volgens eerdere bepalingen was toegestaan maar op basis van dit nieuwe bestemmingsplan wordt verboden mag worden voortgezet. Onder 2 is geregeld dat gebruik als bedoeld onder 1 niet mag worden gewijzigd in een ander strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang afneemt. Indien het strijdig gebruik langer dan een jaar wordt onderbroken is het conform het bepaalde onder 3 niet meer toegestaan om het strijdig gebruik daarna te hervatten. Gelet op het bepaalde onder 4 is het bepaalde onder 1 niet van toepassing indien het betreffende gebruik reeds in strijd is met het daarvoor geldende plan, inclusief de daarin opgenomen overgangsbepaling. Artikel 15 Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

77

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Hoofdstuk 8 8.1

Vooroverleg en zienswijzen

Vooroverleg

In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt het concept-ontwerp van het bestemmingsplan aan de volgende instanties toegezonden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Provincie Overijssel; Waterschap Vechtstromen; ProRail; Veiligheidsregio, Brandweer Twente; Omgevingsdienst Twente; Netwerkstad; Regiogemeenten Enschede, Hengelo, Borne en Oldenzaal.

Er zijn drie reacties/adviezen ontvangen: Reactie Provincie Overijssel De provincie heeft op 29 september 2020 op het toegezonden bestemmingsplan gereageerd. De provincie geeft aan, dat de gemeente Almelo voldoende ruimte heeft in haar woningbouwprogramma qua aantallen. Het voorliggende plan past binnen de regionale woonafspraken. In de onderbouwing van het bestemmingsplan mist men nog een beschrijving van de doelgroepen voor wie op deze locatie gebouwd gaat worden. Vanwege de beoogde woontoren zal het dus met name om appartementen gaan, maar niet duidelijk is in welke prijscategorie deze woningen ontwikkeld worden. Men vraagt ook of er daarbij ook oog is voor levensloopbestendigheid? De provincie geeft aan dat het bestemmingsplan wordt onderbouwt op basis van een verouderde woonvisie. Dit bestemmingsplan gaat over een klein deel van Indië, waar grotendeels gestapelde woningen komen. De andere delen van Indië zijn hoofdzakelijk grondgebonden. Hiermee is een goede balans en afstemming bereikt. De gestapelde woningen zijn per definitie levensloopbestendig vanwege nul treden. Men ziet de vergrijzing als een belangrijke maatschappelijke ontwikkeling, waardoor de behoefte aan geschikte woningen voor de groeiende groep ouderen toe zal nemen. In deze behoefte wordt met deze woningen/appartementen voorzien.

Naast (jonge) senioren worden ook alleenstaande van middelbare en jongere leeftijd als doelgroep gezien. Zeker nu de huishoudens steeds kleiner worden en het aandeel 1-persoons huishoudens stijgt. De prijsklassen worden afgestemd op deze doelgroep, zodat niet alleen vrije sector koop, maar ook (vrije sector) huur een belangrijk uitgangspunt is. Hiermee wordt aangesloten op de Woonvisie van de gemeente Almelo. Deze is op dit moment niet meer actueel, maar omdat de nieuwe nog niet vast is gesteld wél toetsingskader. Voor de volledigheid zijn in dit bestemmingsplan beide beschreven. Reactie Veiligheidsregio, Brandweer Twente Op 21 oktober 2020 heeft de Veiligheidsregio, Brandweer Twente gereageerd op het concept ontwerpt bestemmingsplan. Geadviseerd wordt om voor vaststelling van het bestemmingsplan verantwoording van het groepsrisico af te leggen, waarbij het gehele stationsgebied betrokken wordt en waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijke ontwikkelingen rondom het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Op deze wijze kan volgens de Veiligheidsregio beter afgewogen worden of en welke maatregelen noodzakelijk worden geacht om de kans op incidenten te verkleinen en de effecten te beperken. Indien het bestemmingsplan op voorhand vastgesteld gaat worden, wordt geadviseerd om de mogelijkheid tot het uitwerken van maatregelen in het bestemmingsplan te borgen.

Tevens wordt geadviseerd om te borgen, dat de Veiligheidsregio Twente tijdig wordt betrokken bij de uitwerking van de deelgebieden, zodat zij het advies verder kunnen concretiseren. De Veiligheidsregio zal tijdig betrokken worden.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

78

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Reactie Omgevingsdienst Twente De Omgevingsdienst Twente heeft op 15 oktober 2020 advies uitgebracht over het bestemmingsplan en stelt, dat de ontwikkeling van Indië woongebied 3 met haar woontorens in strijd lijken te zijn met uitgangspunten uit het externe veiligheidsbeleid van de gemeente Almelo. Hierbij wordt verwezen naar bijlage 7 'zoneringen'. Over hoogbouw staat hier, dat hoogbouw 'zover mogelijk' van het spoor af moet worden gerealiseerd. Er staat niet dat het niet mag. Het bestemmingsplan is dan ook niet in strijd met het beleid. Onderzoek heeft aangetoond, dat er geen probleem is. De woontoren is nu op minimaal 100 meter mogelijk (afstand grens bouwvlak tot doorgaande route). Waarschijnlijk nog meer, omdat de woontoren waarschijnlijk niet direct op de bouwgrens geprojecteerd zal worden. Daarnaast speelt de ontwikkeling van de toename van het gevaarlijk transport over het spoor in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen die nog uitgaan van transportbewegingen uit het Basisnet spoor. Dit is op dit moment het actuele toetsingskader en er wordt daarom ook in het kader van dit bestemmingsplan hieraan getoetst. Dit advies geeft geen aanleiding voor het aanpassen van het bestemmingsplan. Wél wordt het het advies gevolgd om bovenstaande situatie bestuurlijk bekend te maken.

8.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan “Bestemmingsplan Woongebied Indië – Deel 3” heeft vanaf 10 februari 2021 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn konden zienswijzen worden ingediend bij de gemeenteraad van Almelo. Tijdens de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen zijn twee zienswijze ingediend. Deze zijn behandeld in een aparte reactienota zienswijzen. Naar aanleiding van een zienswijze zal het geluidsrapport van het spoorwegemplacement (Akoestisch onderzoek emplacement, DPA Cauberg-Huygen, 10 december 2015) in de bijlagen bij de toelichting worden opgenomen (zie Bijlage 4) en zal de conclusie in paragraaf 5.1 van de toelichting worden verwerkt. Om de bewoners tegemoet te komen wordt het bouwvlak van blok 14C verkleind, waardoor de afstand van de nieuwbouw tot de bestaande bebouwing groter wordt. Verder geven de zienswijzen geen aanleiding voor aanpassingen van het bestemmingsplan.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

79

Bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3 NL.IMRO.0141.00063-

Regels

NL.IMRO.0141.00063-BP31

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

3

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Inhoudsopgave

Regels

2

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

5 6 11

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Bestemmingsregels Gemengd Groen Verkeer Water Woongebied - 1 Woongebied - 2 Leiding - Riool

12 13 16 17 18 19 22 24

Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

26 27 28 29 31

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

32 33 34

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

4

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Hoofdstuk 1

Inleidende regels

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

5

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 1

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1

plan:

het bestemmingsplan "Woongebied Indië - Deel 3" met identificatienummer NL.IMRO.0141.00063-BP31 van de gemeente Almelo;

1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aan-huis-verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten:

een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie;

1.6

achtererfgebied:

erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen;

1.7

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.8

bedrijf:

een onderneming waarbij de hoofdactiviteit bestaat uit het vervaardigen, bewerken en installeren van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij in aantal fte's, in omzet en oppervlakte ondergeschikte productiegebonden detailhandel plaats kan vinden;

1.9

bestaand:

a. ten aanzien van bouwwerken: een bouwwerk, dat: 1. ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan bestaat of in uitvoering is; 2. na het in lid 1 genoemde tijdstip is of mag worden gebouwd krachtens een bouwvergunning, waarvoor de bouwaanvraag voor dat tijdstip is ingediend; b. ten aanzien van gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan;

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

6

NL.IMRO.0141.00063-BP31

1.10

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak;

1.11

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.12

bevoegd gezag:

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

1.13

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw, of ander bouwwerk, met een dak;

1.14

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.15

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak;

1.16

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

1.17

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel;

1.18

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.19

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.20

bruto vloeroppervlak (bvo)

het totale gebouwde vloeroppervlak van de ruimte die wordt gebruikt voor de in het plan aangegeven doeleinden, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;

1.21

culturele voorzieningen:

overheidsvoorzieningen en voorzieningen inzake cultuur, zoals een museum of een kunstgalerie;

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

7

NL.IMRO.0141.00063-BP31

1.22

de naar de weg gekeerde bouwgrens:

de bouwgrens aan de zijde van de weg;

1.23

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan voor consumptie ter plaatse en anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.24

dienstverlening:

het bedrijfsmatig verlenen van maatschappelijke diensten aan derden, onder te verdelen in maatschappelijke en persoonlijke dienstverlening, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf, detailhandel, een seksinrichting en (kinder)opvang;

1.25

fte:

fte is een rekeneenheid waarmee de omvang van een functie of de personeelssterkte kan worden uitgedrukt. Eén fte is een volledige werkweek. Een functie van 0,6 fte bijvoorbeeld is – uitgaande van een werkweek van 38 uur – een functie van 0,6 x 38 = 22,8 uur.

1.26

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.27

geluidgevoelige ruimten:

ruimten binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer worden gebruikt of voor een zodanig gebruik zijn bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2;

1.28

hoofdgebouw:

een gebouw dat gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht;

1.29

horecabedrijf:

een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt;

1.30

horeca:

fastfoodzaken (afhaalrestaurant, cafetaria snackbars, e.d.), restaurants, koffiehuizen, ijssalons, tearoom en alle ondergeschikte horeca;

1.31

huishouden:

een verzameling van één of meer personen die een huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid;

1.32

luifel:

een afdak aan een gebouw, al dan niet ondersteund element, bestaande uit een dak dat met de ene horizontale kant aan de buitenzijde van een gebouw is gevestigd, terwijl de tegenoverliggende kant vrijdragend is;

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

8

NL.IMRO.0141.00063-BP31

1.33

maatschappelijke voorzieningen:

educatieve, sociaal en/of medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, niet zijnde een kinderopvang;

1.34

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder, dan wel met ten hoogste een wand;

1.35

overkraging

overstekende, gemetselde steenlagen om een muurverzwaring of uitspringend bouwdeel te ondersteunen.

1.36

peil:

de hoogte van de openbare weg ter plaatse van het bouwvlak, gemeten van de achterkant trottoir en bij het ontbreken daarvan het midden van de weg;

1.37

prostitutiebedrijf:

een bedrijf, waarin het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding als beroep wordt uitgeoefend;

1.38

seksinrichting:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte, waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.39

TNO-norm bezonning

a. lichte norm: aansluitende bezonning gedurende twee uren per etmaal (in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober); b. strenge norm: aansluitende bezonning gedurende drie uren per etmaal (in de periode van 21 januari tot en met 22 november);

1.40

verkeersareaal:

gronden die als verkeersruimte worden gebruikt, bestaande uit rijwegen, gebouwde en ongebouwde (half-/verdiepte) parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden en bermen;

1.41

voorgevelrooilijn:

de naar het openbaar gebied toegekeerde bouwgrens en het verlengde van die grens;

1.42

waterhuishoudkundige voorzieningen:

voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten en andere daarmee gelijk te stellen voorzieningen;

1.43

werk:

een constructie geen gebouw zijnde;

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

9

NL.IMRO.0141.00063-BP31

1.44

woning/wooneenheid:

een (gedeelte van een) gebouw, dat bestaat uit een complex van ruimten, dat uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

1.45

woon-werkwoning:

een woning waar het wonen nevengeschikt is aan het werken en wonen en werken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, doordat de bedrijfsvoerder ook de bewoner is.

1.46

zijdelingse perceelsgrens:

de kadastrale grens van een perceel tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

10

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens

de kortste afstand van enig punt van een gebouw tot de zijdelingse grens van het bouwperceel;

2.2

bebouwde oppervlakte van een bouwperceel

de gezamenlijke oppervlakten van de gebouwen, die op hetzelfde perceel zijn of mogen worden opgericht, daaronder de oppervlakten van kelderruimten onder maaiveld mede begrepen met uitzondering van parkeerkelders;

2.3

bouwhoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.4

dakhelling

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.5

goothoogte van een bouwwerk

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.6

hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde

van het hoogste punt van het bouwwerk tot aan het gemiddelde maaiveldpeil van het aansluitende afgewerkte terrein; hierbij worden niet meegerekend schoorstenen, antennes, balkonafscheidingen en vergelijkbare afschermingen op niveau, alsmede andere ondergeschikte bouwelementen, voor zover geplaatst op of aan gebouwen;

2.7

inhoud van een bouwwerk

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.8

oppervlakte van een bouwwerk

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

11

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

12

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 3 3.1

Gemengd

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ateliers en culturele voorzieningen; b. bedrijven, die voorkomen in milieucategorieën 1 en 2, zoals vermeld in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten; c. maatschappelijke voorzieningen, niet zijnde geluidgevoelige bestemmingen; a. woningen in de vorm van grondgebonden woningen en gestapelde woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat woningen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding “wonen uitgesloten”; b. bijbehorende bergingen en andere nevenruimten; c. horeca uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; d. horeca terrassen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'terras'; e. tuinen en erven; f. groenvoorzieningen; g. verkeersareaal; h. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen; i. voorzieningen ten behoeve van afvoer, tijdelijke berging en infiltratie van hemelwater.

3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen a. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. b. In totaal mogen binnen het bestemmingsplangebied maximaal 145 woningen gerealiseerd worden. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt: a. gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de bouwvlakken; b. bij grondgebonden woningen is per bouwperceel één woning toegestaan; c. maximum bouwhoogte: zoals met de maatvoeringsaanduiding op de verbeelding is aangegeven; d. maximum goot- en bouwhoogte: zoals met de maatvoeringsaanduiding op de verbeelding is aangegeven. 3.2.3 Woningen Voor woningen geldt, dat de oppervlakte van een woning minimaal 75 m2 moet bedragen. 3.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt: a. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, tenzij: 1. gebouwd wordt op een afstand van meer dan 1 meter achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; 2. gebouwd wordt op een afstand van meer dan 1 meter van de weg of het openbaar groen, dan mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 meter bedragen; b. kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting mogen niet meer dan 10 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 4 meter bedragen.

3.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.3 om ook kleinere woningen mogelijk te maken, mits: 1. de oppervlakte van een woning minimaal 55 m2 is en de gemiddelde oppervlakte van alle woningen

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

13

NL.IMRO.0141.00063-BP31

in het gebouw minimaal 75 m2 bedraagt; 2. er per woning wordt voorzien in een buitenruimte danwel in een gezamenlijke buitenruimte.

3.4

Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen die voorzien in de realisering van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien van voorzieningen die verband houden met de geluidbelasting. Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse 'zeer onrustig' (59 t/m 63 dB) kunnen volgende eisen gesteld worden aan bouwplannen: 1. bij gestapelde woningen dient minimaal 1 verblijfsruimte in de woning aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd en bij grondgebonden woningen minimaal 3 verblijfsruimten in de woning aan de geluidluwe zijde; 2. de buitenruimtes (tuin of balkon) worden bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd; 3. wanneer een woning een balkon heeft aan de geluidbelaste zijde moet deze afsluitbaar zijn, zodat men zelf kan kiezen of men zich wil afzonderen van de hoge geluidbelasting.

3.5

Specifieke gebruiksregels

3.5.1 Horeca terrassen Voor horeca terrassen geldt een maximum bruto vloeroppervlak in het bestemmingsplangebied van in totaal 224 m2. 3.5.2 Aan-huis-verbonden beroep Het gebruik van ruimten van de woning en/of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voorzover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft behouden; b. het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale bruto-vloeroppervlakte van 25% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning en de vrijstaande bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; c. het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken mag niet bestaan uit detailhandel (met uitzondering van kapsalons) en/of horeca en/of kinderopvang en/of prostitutie; d. er dient een directe relatie te bestaan tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning; e. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag (naar verwachting) geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving; f.

de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag er niet toe leiden dat er (naar verwachting) een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; g. de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast; h. er wordt geen blijvende onevenredige afbreuk gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; i. er ontstaan geen verkeersonveilige situaties. 3.5.3 Niet-woonfuncties Het maximum bruto vloeroppervlak voor niet-woonfuncties bedraagt in totaal 3.000 m2 bvo, waarvan maximaal 500 m2 bvo ten behoeve van horeca.

3.6

Afwijken van de gebruiksregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van de milieusituatie, met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder b voor het vestigen van

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

14

NL.IMRO.0141.00063-BP31

bedrijfsactiviteiten die één categorie hoger zijn ingeschaald en voor bedrijfsactiviteiten die niet voorkomen op de bij dit plan behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: 1. deze naar hun aard en invloed op de omgeving geacht kunnen worden te behoren tot de categorie die maximaal is toegestaan binnen de betreffende bestemming; 2. het geen risicovolle inrichtingen als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het Vuurwerkbesluit betreft.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

15

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 4 4.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; met de daarbij behorende: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. speelvoorzieningen; c. waterpartijen en waterlopen; d. (fiets en wandel) paden; e. voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater; f. voorzieningen van openbaar nut; g. overige bijbehorende voorzieningen;

4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt: a. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, maximaal 3,00 meter mag bedragen, met uitzondering van bewegwijzering en verlichtingsarmaturen, waarvan de hoogte maximaal 8,00 meter mag bedragen.

4.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden voor het parkeren van voertuigen.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

16

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 5 5.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersareaal; b. horeca terrassen ter plaatse van de aanduiding 'terras'; met de daarbij behorende: c. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde; d. verhardingen; e. gebouwde en ongebouwde parkeervoorzieningen; f. voorzieningen ter wering van het verkeerslawaai; g. bermen en groen- en speelvoorzieningen; h. voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater; i. overige bijbehorende voorzieningen.

5.2

Bouwregels

5.2.1 Algemeen Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. 5.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt: a. gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de bouwvlakken; b. maximum bouwhoogte: zoals met de maatvoeringsaanduiding op de verbeelding is aangegeven. 5.2.3 Overkraging Ter plaatse van de aanduiding 'overkraging' zijn ook bouwwerken ten dienste van de aangrenzende bestemming toegestaan vanaf een bouwhoogte van 4 meter tot de op aangrenzende bestemming toegestane maximale bouwhoogte. 5.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt: a. maximum bouwhoogte verlichtingsarmaturen: 8 meter; b. maximum bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 meter.

5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Horeca terrassen Voor horeca terrassen geldt een maximum bruto vloeroppervlak in het bestemmingsplangebied van in totaal 224 m2.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

17

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 6 6.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterlopen ten dienste van de waterhuishouding; b. waterwoningen ter plaatse van de aanduiding 'wonen', c. oever- en onderhoudsstroken; d. retentievoorzieningen; e. voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater; f. sluizen en waterbouwkundige werken; g. bruggen; met de daarbij behorende: h. groenvoorzieningen; i. verhardingen; j. overige bijbehorende voorzieningen.

6.2

Bouwregels

6.2.1 Algemeen a. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. b. In totaal mogen binnen het bestemmingsplangebied maximaal 145 woningen gerealiseerd worden. 6.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt: a. gebouwen zijn alleen in de vorm van drijvende waterwoningen toegestaan, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; b. maximum bouwhoogte voor waterwoningen: 7 meter. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt: a. maximum bouwhoogte bewegwijzering en verlichtingsarmaturen: 10 meter; b. maximum bouwhoogte overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 meter.

6.3

Specifieke gebruiksregels

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van de gronden als ligplaats voor woonboten, passagiersvaartuigen, bedrijfsvaartuigen en stationerende vaartuigen.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

18

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 7 7.1

Woongebied - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen in de vorm van grondgebonden woningen en gestapelde woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; b. uitsluitend woon-werkwoningen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf'; c. groenvoorzieningen; d. tuinen en erven; e. openbare nutsvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. verkeersareaal; h. water en waterlopen; i. voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater.

7.2

Bouwregels

7.2.1 Algemeen a. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. b. In totaal mogen binnen het bestemmingsplangebied maximaal 145 woningen gerealiseerd worden. 7.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt: a. gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de bouwvlakken; b. bij grondgebonden woningen en woon-werkwoningen is per bouwperceel één woning toegestaan; c. minimum afstand vrijstaande woningen en woon-werkwoningen tot zijdelingse perceelsgrens: 1 meter; d. minimum afstand 2-onder-1-kap woningen tot zijdelingse perceelsgrens: 1 meter aan een zijde; e. maximum bouwdiepte vrijstaande woningen: 15 meter; f. maximum bouwdiepte woon-werk woningen: 20 meter; g. maximum bouwdiepte overige woningen: 10 meter; h. maximum bouwhoogte voor grondgebonden woningen en woon-werkwoningen: 11 meter; i. maximum bouwhoogte voor gestapelde woningen, indien niet anders op de verbeelding is aangegeven: 18 meter. 7.2.3 Woningen Voor woningen geldt, dat de oppervlakte van een woning minimaal 75 m2 moet bedragen. 7.2.4 Bijbehorende bouwwerken a. Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij grondgebonden woningen geldt dat het gezamenlijke oppervlak van alle bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan: 1. 75 m² per bouwperceel bij een perceelsgrootte van 1-200 m²; 2. 100 m² per bouwperceel bij een perceelsgrootte van 200-500 m² 3.

125 m² per bouwperceel bij een perceelsgrootte van meer dan 500 m²; 4. maximum goothoogte: 3 meter; 5. maximum bouwhoogte: 4 meter; b. bijbehorende bouwwerken worden minstens 3 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw gebouwd; met dien verstande dat: c. tenminste 50% van het deel van het bouwperceel, waar geen hoofdgebouw staat, onbebouwd en onoverdekt blijft; d. Voor het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk in achtererfgebied van gestapelde woningen geldt: vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

19

NL.IMRO.0141.00063-BP31

1. per woning is één bijbehorend bouwwerk toegestaan met een maximaal oppervlakte van 12 m²; 2. maximum goothoogte: 3 meter; 3. maximum bouwhoogte: 4 meter. 7.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt: a. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, tenzij: 1. gebouwd wordt op een afstand van meer dan 1 meter achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; 2. gebouwd wordt op een afstand van meer dan 1 meter van de weg of het openbaar groen, dan mag de bouwhoogte van ef- en terreinafscheidingen maximaal 2 meter bedragen; b. kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting mogen niet meer dan 10 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 4 meter bedragen.

7.3

Afwijken van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.3 om ook kleinere woningen mogelijk te maken, mits: 1. de oppervlakte van een woning minimaal 55 m2 is en de gemiddelde oppervlakte van alle woningen in het gebouw minimaal 75 m2 bedraagt; 2. er per woning wordt voorzien in een buitenruimte danwel in een gezamenlijke buitenruimte.

7.4

Nadere eisen

Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan bouwplannen die voorzien in de realisering van woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen ten aanzien van voorzieningen die verband houden met de geluidbelasting. Bij het toekennen van een verzoek om een hogere grenswaarde voor geluidgevoelige bestemmingen tot en met de geluidklasse 'zeer onrustig' (59 t/m 63 dB) kunnen volgende eisen gesteld worden aan bouwplannen: 1. bij gestapelde woningen dient minimaal 1 verblijfsruimte in de woning aan de geluidluwe zijde te worden gesitueerd en bij grondgebonden woningen minimaal 3 verblijfsruimten in de woning aan de geluidluwe zijde; 2. de buitenruimtes (tuin of balkon) worden bij voorkeur aan de geluidluwe zijde gesitueerd; 3. wanneer een woning een balkon heeft aan de geluidbelaste zijde moet deze afsluitbaar zijn, zodat men zelf kan kiezen of men zich wil afzonderen van de hoge geluidbelasting.

7.5

Specifieke gebruiksregels

7.5.1 Aan-huis-verbonden beroep Het gebruik van ruimten van de woning en/of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de uitoefening van een aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit, wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, voorzover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft behouden; b. het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken dient beperkt te blijven tot een ruimte (of ruimten) met een maximum totale bruto-vloeroppervlakte van 25% van de bruto-vloeroppervlakte van de woning en de vrijstaande bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 50 m2; c. het ondergeschikte medegebruik van de woning en/of de bijbehorende bouwwerken mag niet bestaan uit detailhandel (met uitzondering van kapsalons) en/of horeca en/of kinderopvang en/of prostitutie; d. er dient een directe relatie te bestaan tussen het aan huis verbonden (en uit te oefenen) beroep en de (hoofd)bewoner(s) van de woning; e. de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving;

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

20

NL.IMRO.0141.00063-BP31

f.

de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mag er niet toe leiden dat er een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; g. de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast; h. er wordt geen blijvende onevenredige afbreuk gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; i. er ontstaan geen verkeersonveilige situaties. 7.5.2 Woon-werkwoningen Het gebruik van ruimten van de woning en/of de vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van het uitoefenen van bedrijven/bedrijvigheid die voorkomen/voorkomt in milieucategorieën 1 en 2, zoals vermeld in de bij deze regels behorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, met inbegrip van ondergeschikte detailhandel wordt als gebruik overeenkomstig de bestemming aangemerkt, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. de woonfunctie blijft behouden; b. de bedrijvigheden mogen geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren of afbreuk doen aan de beleving van de woonomgeving; c. de bedrijvigheden mogen er niet toe leiden dat er een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte ontstaat; d. de bebouwingskarakteristiek van de straat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken worden niet onevenredig aangetast; e.

er wordt geen blijvende onevenredige afbreuk gedaan aan de stedenbouwkundige structuur en/of de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied; f. er ontstaan geen verkeersonveilige situaties. 7.5.3 Voorwaardelijke verplichting waterberging Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het ingebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig de in lid 7.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder een waterberging van minimaal 20 mm/per m2 verhard oppervlakte en een vertraagde afvoer van 2,4l/s/ha.

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

21

NL.IMRO.0141.00063-BP31

Artikel 8 8.1

Woongebied - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Woongebied - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van gestapelde woningen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten; b. wonen in de vorm van grondgebonden woningen, ter plaatse van de functieaanduiding 'grondgebonden'; c. groenvoorzieningen; d. tuinen en erven; e. openbare nutsvoorzieningen; f. speelvoorzieningen; g. verkeersareaal; h. water en waterlopen; i. voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke) berging en infiltratie van hemelwater.

8.2

Bouwregels

8.2.1 Algemeen a. Binnen deze bestemming mogen alleen bouwwerken ten dienste van deze bestemming worden gebouwd. b. In totaal mogen binnen het bestemmingsplangebied maximaal 145 woningen gerealiseerd worden. 8.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen geldt: a. gebouwen zijn alleen toegestaan binnen de bouwvlakken; b. maximum bouwhoogte: zoals met de maatvoeringsaanduiding is aangegeven; 8.2.3 Woningen Voor woningen geldt, dat de oppervlakte van een woning minimaal 75 m2 moet bedragen. 8.2.4 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van een op de grond staand bijbehorend bouwwerk van gestapelde woningen geldt: 1. per woning is één bijbehorend bouwwerk toegestaan met een maximaal oppervlakte van 12 m²; 2. maximum goothoogte: 3 meter; 3. maximum bouwhoogte: 4 meter. 8.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt: a. de bouwhoogte van erf-en terreinafscheidingen mag niet meer dan 1 meter bedragen, tenzij: 1. gebouwd wordt op een afstand van meer dan 1 meter achter de naar de weg toegekeerde gevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan; 2. gebouwd wordt op een afstand van meer dan 1 meter van de weg of het openbaar groen, dan mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 meter bedragen; b. kunstobjecten en bouwwerken ten behoeve van verlichting mogen niet meer dan 10 meter bedragen; c.

de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 4 meter bedragen. 8.2.6 Onderzoeksplicht hoogbouw Voor gebouwen met een bouwhoogte vanaf 25 meter geldt dat slechts mag worden gebouwd, indien: a. aanvrager van een omgevingsvergunning een windhinderzoek conform de Nederlandse norm NEN 8100: 2006 Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving heeft overgelegd, waarin aangetoond wordt dat minimaal een matig windklimaat ontstaat en de norm voor gevaar niet wordt overschreden;

vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=cf2a061e-16d6-461e-a5cb-03b049d929b7