12.5 Vaststelling bestemmingsplan Indië Woongebied - Bijlage 5 - Bestemmingsplan Woongebied Indië – Deel 3.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3 NL.IMRO.0141.00063-
Toelichting
NL.IMRO.0141.00063-BP31
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
3
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Inhoudsopgave
T oelichting
2
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Plankarakter 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Leeswijzer
6 6 6 6 7
Hoofdstuk 2 Plangebied 2.1 Situering 2.2 Huidige situatie 2.3 Bestaande juridische regeling
8 8 9 11
Hoofdstuk 3 Uitgangspunten 3.1 Inleiding: Indië in meerdere bestemmingsplannen 3.2 Planbeschrijving
12 12 12
Hoofdstuk 4 Beleid 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid 4.4 Samenvatting en motivatie programma
22 22 25 31 42
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Trillingen 5.3 Bodem 5.4 Luchtkwaliteit 5.5 Stikstofdepositie 5.6 Fysieke veiligheid 5.7 Externe veiligheid en technische infrastructuur 5.8 Geur 5.9 Milieuzonering 5.10 Ecologie 5.11 Archeologie 5.12 Monumenten en beschermd stadsgezicht 5.13 Water 5.14 Milieueffectrapportage
44 44 46 46 46 47 47 53 58 59 59 60 61 64 70
Hoofdstuk 6
73
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Juridische planopzet 7.1 Inleiding 7.2 Juridische systematiek 7.3 Beschrijving per bestemming
74 74 74 74
Hoofdstuk 8 Vooroverleg en zienswijzen 8.1 Vooroverleg 8.2 Zienswijzen
78 78 79
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
4
NL.IMRO.0141.00063-BP31
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
5
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Almelo kent een rijke textielhistorie. Al in de 17e en 18e eeuw vond er in Almelo huisweverij plaats. Met de komst van de stoommachine rond 1830 werd de productie van textiel volledig fabrieksmatig. Door de aanleg van onder meer het Overijssels Kanaal en de aanleg van de spoorlijn van Almelo naar Salzbergen kon Almelo uitgroeien tot een textielstad met ondernemers van internationale allure, zoals Koninklijke Ten Cate nv. Vanwege de textielverwerkende industrie trokken veel arbeiders naar Almelo waardoor het bevolkingsaantal toenam. Vanaf 1970 nam de concurrentie van lagelonenlanden echter sterk toe. Dat leidde tot massale bedrijfssluitingen waardoor de meeste textielfabrieken werden gesloten. Het Indiëterrein ten noordwesten van het huidige centrum van Almelo is onderdeel van de textielhistorie van Almelo. Het complex is de afgelopen jaren gefaseerd vrij gekomen voor herontwikkeling tot stedelijk woon- en werkgebied, zoals aangegeven in het Masterplan Almelo. De zone langs de Kolthofsingel wordt daarbij als eerste herontwikkeld. Hier wordt een bedrijventerrein gerealiseerd waarvoor in 2011 bestemmingsplan De Velden is vastgesteld. In het gebied aan de oostkant van het Indiëterrein wordt het eerste deel van de woningbouw gerealiseerd. Hiervoor is in 2013 het bestemmingsplan "Woongebied Indië Deel 1" vastgesteld.
Daarnaast is voor de kunsthal in 2012 een apart bestemmingsplan vastgesteld. Voor het westelijke woondeel van Indië is in 2018 het bestemmingsplan "Woongebied Indië Deel 2" vastgesteld. In 2018 is ook het bestemmingsplan De Sterkerij vastgesteld. Alle plannen zijn inmiddels ook onherroepelijk. Voor de bestemmingsplannen Indië Deel 1 en Deel 2 wordt momenteel een parapluherziening in procedure gebracht. Hierin wordt het maximumaantal woningen van 510 (beide plannen samen) verlaagd naar 455 woningen. Hiervoor is gekozen, omdat er voor die delen uiteindelijk gekozen is voor lagere woningdichtheden dan eerder was voorzien. Dat resulteerde in eerste instantie voor bestemmingsplan "Woongebied Indië Deel 3" in een tekort van 55 woningen. Hier wordt juist voor hogere dichtheden gekozen, vanwege de overgang naar het centrum en de meer stedelijke functies rond de nieuwe havenkom. Door de herziening is er voor dit bestemmingsplan nu nog planologische ruimte voor 145 woningen. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan "Woongebied Indië Deel 3" is dan ook om te voorzien in een planologisch toetsingskader voor de voorgenomen woningbouw en voorzieningen in het resterende gedeelte van het Indiëterrein.
1.2
Plankarakter
Het bestemmingsplan "Woongebied Indië - Deel 3" draagt het karakter van een ontwikkelplan. Dit houdt in, dat het plan ruimte biedt voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals voorzien in het Masterplan Almelo.
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3 bestaat naast deze toelichting uit de volgende stukken: 1. De verbeelding 2. Regels 3. Bijlagen In de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn regels opgenomen die noodzakelijk zijn voor de gewenste ontwikkeling van het plangebied. Deze toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
6
NL.IMRO.0141.00063-BP31
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de uitgangspunten voor het bestemmingsplan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van rijk, provincie en de gemeente Almelo beschreven. In hoofdstuk 5 worden milieu- en omgevingsaspecten verantwoord. Hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de juridische aspecten van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en inspraak.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
7
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Hoofdstuk 2 2.1
Plangebied
Situering
Het Indiëterrein is gelegen ten noordwesten van het huidige centrum van Almelo. Het gehele (inbreidings-)gebied Indië wordt gefaseerd ontwikkeld. Uiteindelijk zal het gebied uit maximaal 600 woningen bestaan. Voor de gefaseerde ontwikkeling worden/zijn meerdere bestemmingsplannen gemaakt. Dit nu voorliggende laatste plan voorziet in maximaal 145 woningen. Het plangebied "Woongebied Indië - Deel 3" ligt voor een groot deel aan de zuidkant van het Indiëterrein, ten noorden van de Haven Noordzijde. De zone omvat voor het grootste deel het restgebied van het Indiëterrein, waarvoor nog geen bestemmingsplan voor de beoogde ontwikkelingen was vastgesteld. Daarnaast ligt een deel in het noorden van het woongebied en maakte eerder deel uit van het bedrijventerrein in het bestemmingsplan "De Velden". Onderstaande illustratie geeft de begrenzing van het plangebied weer.
Figuur 2.1: begrenzing plangebied
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
8
NL.IMRO.0141.00063-BP31
2.2
Huidige situatie
Het Indiëterrein is onderdeel van de textielhistorie van Almelo. Het complex was tot 2001 in handen van Koninklijke Ten Cate nv. Dit bedrijf heeft als één van de weinige bedrijven de in de jaren '70 ingezette neergang van de textielverwerkende industrie overleeft doordat het bedrijf zich in de jaren tachtig en negentig is gaan richten op hoogwaardig textiel, kunststoffen en rubber. Het bedrijf is inmiddels uitgegroeid tot een internationale industriële onderneming. De bedrijfsvoering van Koninklijke Ten Cate nv. is de afgelopen jaren grotendeels naar andere locaties verplaatst. Een deel van het complex was tot voor kort nog in gebruik door Nicolon. Dit bedrijf is onderdeel van Koninklijke Ten Cate nv. en gespecialiseerd in weefsels en gecoate industriële foliën. Ook waren er nog enkele andere bedrijven gevestigd op het Indiëterrein. Ook deze bedrijven zijn inmiddels verplaatst.
Figuur 2.2 en 2.3: Huidige situatie
Figuur 2.4 en 2.5: Huidige situatie
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
9
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Figuur 2.6: Huidige situatie Op het Indiëterrein is inmiddels een groot deel van de bedrijfsgebouwen gesloopt. De uitvoering van fase 1 van de woningbouw is hier in volle gang en ook fase 2 is inmiddels van start gegaan. Tot nu toe zijn rond 200 woningen gerealiseerde en bewoond. Het betreft met name de blokken 5, 7, 8 en 12. Blok 11 is in verkoop. Ook aan de westrand van het Indiëterrein hebben zich al diverse nieuwe bedrijven gevestigd. Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan heeft vooral betrekking op het zuidelijke deel van het Indiëterrein. Daarnaast wordt blok 4 aan de noordrand, grenzend aan het werkgebied De Velden vanwege gewijzigde inzichten herontwikkeld met woningen en woon-werkwoningen.
Figuren 2.7 en 2.8: reeds gerealiseerde woningbouw
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
10
NL.IMRO.0141.00063-BP31
2.3
Bestaande juridische regeling
Tot het moment waarop het nieuwe bestemmingsplan 'Woongebied Indië - Deel 3' in werking treedt, gelden ter plaatse de bestemmingsplannen De Velden (vastgesteld op 19 april 2011), Kunsthal Indië (vastgesteld op 2 oktober 2012), Centrum (vastgesteld op 17 september 2013), Woongebied Indië - Deel 1 (vastgesteld op 17 december 2013), De Sterkerij (vastgesteld op 13 februari 2018) en Woongebied Indië - Deel 2 (vastgesteld op 6 maart 2018). Het onderhavige plangebied is hierin bestemd voor gemengd-3 (De Velden), cultuur en ontspanning (Kunsthal), bedrijven (Centrum), wonen, horeca, groen, water en verkeer (Woongebied Deel 1 en Deel 2) en gemengd-2 (De Sterkerij).
Figuur 2.8: uitsnede verbeeldingen bestemmingsplannen De Velden (1), Kunsthal Indië (2), Centrum (3), Woongebied Indië Deel 1 (4), Woongebied Indië Deel 2 (5) en De Sterkerij (6), plangrens Woongebied Indië Deel 3 (rood)
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
11
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Hoofdstuk 3 3.1
Uitgangspunten
Inleiding: Indië in meerdere bestemmingsplannen
Het Indiëterrein wordt gefaseerd herontwikkeld tot stedelijk woon- en werkgebied. Hiervoor zijn diverse bestemmingsplannen vastgesteld. Het nu voorliggende bestemmingsplan heeft tot doel om de voorgenomen ontwikkelingen uit het stedenbouwkundig plan voor de derde en laatste fase van de woningbouw mogelijk te maken. Daarnaast wordt een deel van het bestemmingsplan De Velden herontwikkeld. Er dient daarbij ook rekening te worden gehouden met de huidige (milieu)regelgeving. Het ontwikkelplan kent een indeling in velden. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de velden 4 en 14 A t/m C, zoals weergegeven in figuur 3.1. In dit hoofdstuk zullen de uitgangspunten die aan het voorliggende bestemmingsplan ten grondslag liggen worden toegelicht.
3.2
Planbeschrijving
In november 2009 is voor het Indiëterrein door Urhahn Urban Design het Ontwikkelplan “Indië” opgesteld. In het ontwikkelplan zijn visie en ambitie van de herontwikkeling van het fabriekscomplex in een binnenstedelijk woonwerkgebied vastgelegd. Aan de hand van een proefverkaveling zijn de grenzen tussen het openbaar en uitgeefbaar gebied vastgelegd. Tevens zijn uitwerkingsregels voor het uitgeefbaar gebied aangegeven, zoals programmatische mogelijkheden, bouwhoogtes, plaats van bebouwing op de kavel, en parkeeroplossingen. De uiteindelijke verkaveling per ontwikkelveld wordt bepaald door de marktontwikkelingen. In 2017 is deze ontwikkelkaart voor de blokken 14 A t/m C en in 2019 voor blok 4 door Breen Stedenbouw geactualiseerd en aangepast. De ontwikkelkaart is op 11 mei 2017 in de stuurgroep van de van de gemeente geaccordeerd.
Figuur 3.1 Ontwikkelplan Indië 2017
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
12
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Figuur 3.2 Ontwikkelplan blok 4 Indië 2019
3.2.1 Openbaar gebied Binnen het geheel van de Indië locatie wordt gezocht naar eenheid en diversiteit van straten en plekken. De verschillende milieutypen geven aanleiding om ook bij de inrichting van de openbare ruimte te thematiseren. Zo zijn alle randen van Indië verschillend van aard om goed aan te kunnen sluiten bij de bestaande omgeving (Noorderpark, binnenstad, kanaal, Turfkade). Bij de inrichtingsvoorstellen wordt rekening gehouden met waardevolle bomen en her te gebruiken bestratingsmateriaal. Het ruimtelijk raamwerk definieert de ruimte voor de interne ontsluiting en ontmoetingsruimtes, maar legt ook de verbinding met de omgeving. Het openbaar gebied zal met name de verkeersruimte en pleintjes inhouden, maar ook het waterplein en de boulevards langs het kanaal. Binnen de uitgeefbare blokken kunnen in de definitieve uitwerking/verkaveling openbare routes (langzaam verkeer en parkeerontsluiting) worden aangegeven.
3.2.2 Pleinen en plekjes Naast de ruimtelijke hoofdstructuur wordt de bereikbaarheid binnen de ontwikkelblokken en informeel tussen de blokken geborgd door een stelsel van wandelroutes die plekken en pleinen met elkaar verbinden. Een bijzonder plein wordt het waterplein. Dit heeft naast een karakteristieke ondersteuning tevens de functie om Indië te verankeren aan de binnenstad. Het waterplein maakt onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
13
NL.IMRO.0141.00063-BP31
3.2.3 Verkeer en parkeren De functionele inrichting van het raamwerk is belangrijk voor de interne verkeersafwikkeling en de aansluiting van de verkeerssystemen op de omgeving. Conform de gemeentelijke wegencategorisering, die een onderscheid in gebiedsontsluitingswegen (50 km/h) en erftoegangswegen (30 km/h) kent, wordt het woongebied Indië volledig ingericht als 30 km/u – zone. Alle wegen worden dus ingericht als erftoegangswegen. De milieutypen (zie paragraaf 3.2.4) van de ontwikkelblokken beschrijven een globale verdeling van functies over het gebied. Bij blok 4 gaat het om vrijstaande woningen een woon-werkwoningen in lage dichtheden. Blok 14 wordt gekenmerkt door een compacte bebouwing in een groene zetting aan het water. De programmatische verdeling wordt bepalend voor de verkeersstromen. Dat betekent dat de verkeersstromen groter zijn bij compactere bebouwing dan bij bebouwing in lagere dichtheden in een groene setting. De profilering van de straten wordt hierop toegesneden.
Figuur 3.3: verkeersontsluiting Indiëterrein Naast infrastructuur voor rijdend verkeer (auto en langzaam verkeer) en voetgangers wordt ook voldoende parkeerruimte voor bewoners, bezoekers en voorzieningen opgenomen. In de meeste straten worden bomen (2e en 3e grootte) opgenomen. Hiertussen is in de meeste gevallen ruimte voor langs en haaks parkeren. De parkeerplaatsen worden niet op de stoep aangelegd. Er zal sprake zijn van een hoogteverschil tussen de parkeervoorziening en trottoirs. In de ontwikkelclusters wordt zo veel mogelijk
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
14
NL.IMRO.0141.00063-BP31
op eigen kavel geparkeerd. Overige benodigde parkeercapaciteit wordt vormgegeven in zogenaamde koffers met haaksparkeren. Voor de niet-woonfuncties in het plangebied gelden de parkeernormen van het geldende parkeerbeleid van Almelo. Voor de woonfuncties gelden aangepaste normen, namelijk 1,8 parkeerplaatsen voor grondgebonden woningen en 1,6 voor gestapelde woningen. Het Indiëterrein is al rond 10 jaar in ontwikkeling. Voor de transformatie van het gebied zijn afspraken gemaakt en er is voor de hele ontwikkeling een parkeerbalans opgesteld. Als onderdeel van de gehele gebiedsontwikkeling wordt het aanvaardbaar geacht om deze lagere normen voor wonen toe te passen, aangezien het plangebied zich op minder dan 1 kilometer afstand van het centrum en treinstation bevindt. In de blokken die tot op heden op basis van de rond 10 jaar geleden aangegeven normen zijn ingericht is de afgelopen jaren niet gebleken dat door het toepassen van die overeengekomen norm er onvoldoende parkeergelegenheid is gerealiseerd. Deze norm is overigens hoger dan de minimale norm van het CROW, waarop het parkeerbeleid is gebaseerd. Het wordt ook aanvaardbaar geacht om een deel van het parkeren in de openbare ruimte binnen het de gebiedsontwikkeling Indië op te lossen. Er is voldoende ruimte en het woon- en leefklimaat wordt hierdoor niet aangetast.
Dat geldt ook voor de parkeersituatie in de openbare ruimte.
3.2.4 Uitgeefbaar gebied 3.2.4.1 Algemeen De overheersende bouwhoogte van het gehele Indiëterrein is 11 meter (grotendeels in twee bouwlagen met een kap). Over het plangebied zijn enkele middelhoge woongebouwen verspreid. Dit kunnen volumineuze grondgebonden complexen zijn of compacte, ranke appartementgebouwen. Deze hebben een oriëntatie functie en zorgen op blokniveau voor afwisseling en overgangen tussen hoog en laag zoals dat vaker in de binnenstad of direct hieromheen voorkomt. De lange lijnen van de wegenstructuur bindt de diverse programma's en gebouwtypologieën met elkaar. Ter bevordering van de ruimtelijke samenhang binnen de diversiteit wordt langs een aantal lijnen of ten minste een significant deel van de lijn een haag als scheiding tussen het openbaar en uitgeefbaar gebied opgenomen. Met het doorontwikkelen van de blokken worden een aantal pleintjes en plekken vrijgehouden. Deze bieden primair de mogelijkheid om spel- en ontmoetingspunten vorm te geven. De mogelijkheid om elkaar op een ongedwongen manier te kunnen ontmoeten bevordert de sociale cohesie in de buurt. Een pleintje of een plek draagt tevens bij aan de lokale identiteit. Door iedere plek een eigen karakter mee te geven (groen, baksteen, spel, etc.) ontstaat de mogelijkheid zich te oriënteren en zich aan te spiegelen.
Het gehele Indiëterrein bestaat uit diverse blokken, die ieder een eigen karakter en programmatische invulling kennen. Het onderhavige plangebied bestaat uit 4 (deel) blokken, namelijk blokken 4, 13 (deels) en 14 A t/m C.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
15
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Figuur 3.4: ontwikkelkaart Indiëterrein 3.2.4.2 Woningen In alle bouwblokken zijn gestapelde woningen toegestaan.Grondgebonden woningen zijn alleen in blokken 4, 13, 14A en 14C toegestaan. In totaal worden hier maximaal 145 woningen gerealiseerd. 3.2.4.3 Niet-woonfuncties Door de vaststelling van het nu voorliggende bestemmingsplan wordt de omvang van het niet-woon programma flink verkleind. Niet-woonfuncties zijn met uitzondering van aan huis gebonden beroepen of bedrijven alleen toegestaan in blok 14B. De omvang is in totaal 3.000 m2 (bvo), waarvan maximaal 500 m2 (bvo) voor horeca. In het bestemmingsplan 'Woongebied Indië - Deel 1' was horeca niet beperkt. Op grond van de bouwmogelijkheden is wel een bvo van circa 1.000 m2 gebouwde horeca af te leiden met een horeca buitenruimte van circa 880 m2 ter plaatse van blok 14C. In het voorliggende bestemmingsplan wordt het Stadslab, wat al jaren op die locatie met een tijdelijke vergunning goed functioneert, permanent planologisch gevestigd. Hierdoor wordt het bvo aan horeca ten opzichte van de huidige planologische vestigingsmogelijkheden meer dan gehalveerd en verplaatst van blok 14C naar blok 14B. In het bestemmingsplan 'Kunsthal Indie' is de realisatie van 26.000 m2 aan niet-woonfuncties mogelijk.
Het gaat hierbij om culturele voorzieningen, maatschappelijke voorzieningen, niet zijnde geluidgevoelige bestemmingen, ateliers, ambachtelijke bedrijfsruimten en horeca uit categorieën 6 en 7. Dat wordt nu teruggebracht naar 3.000 m2. 3.2.4.4 Blok 4: Woon- werkkavels Blok 4 vormt een overgangszone van het werkgebied De Velden naar het woongebied Indië. Grenzend aan De Velden komen woon-werkunits en grenzend aan het woongebied Indië de woonkavels.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
16
NL.IMRO.0141.00063-BP31
3.2.4.5 Blok 13: Aan het kanaal Blok 13 is vanwege zijn ligging langs het kanaal in verhouding lang en smal, maar alleen een smalle strook aan de oostrand valt binnen het plangebied van dit bestemmingsplan. Hier zijn zowel grondgebonden als gestapelde woningen mogelijk. Parkeren gebeurd zowel op straat als op eigen terrein of in een hof aan de binnenkant van het blok. De openbare ruimte is beperkt, maar er is ruimte voor tuinen en dakterrassen. 3.2.4.6 Blok 14A: Nautisch Kwartier Blok 14A is gericht op wonen aan of op het water. Bij een deel van de woningen gaat het dan ook om waterwoningen, die op het water drijven, zoals ook al opgenomen in het Ontwikkelplan uit 2009. Geparkeerd wordt op eigen terrein (drive-in / float-in (drijvende parkeervoorziening)), in de openbare ruimte of in de gebouwde parkeervoorzieningen in de oude hallen. De openbare ruimte bestaat deels uit groen maar voor het grootste deel uit water. Hier kunnen de drijvende waterwoningen gerealiseerd worden. De bouwhoogte bedraagt maximaal 4 meter vanaf het waterpeil.
Figuur 3.5: referentiebeelden waterwoningen 3.2.4.7 Blok 14B: De Waterfabriek met hoogteaccent In dat plan neemt de gebiedsontwikkeling aan de zuidzijde, aan het kanaal, een bijzonder plek in. Hier komen meerdere werelden bij elkaar: industrieel erfgoed, nieuwbouw, wonen, werken, horeca, water, plein en groen. Het is ook de plek waar het transformatiegebied Indië wordt gekoppeld aan de binnenstadstructuur. Blok 14B wordt dan ook gekenmerkt door hogere dichtheden en een hogere bouwhoogte. Een belangrijk element is hier de ligging aan het water en het Waterplein. Aan de noordrand van blok 14B bevindt zich vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
17
NL.IMRO.0141.00063-BP31
de fabriekshal van de oude weverij. De weverij heeft geen monumentale status, maar het is wél de bedoeling om de bestaande fabriekshal zoveel mogelijk te behouden.
Figuur 3.6: vogelvlucht Blok 14B Voor de Weverij, een van de oude shed-gebouwen, zijn in het verleden plannen gemaakt. Er is een initiatief voor een Kunsthal geweest, maar dat heeft geen uitwerking gekregen. Als tijdelijk programma heeft zich het Stadslab gevestigd. De energieke uitbater zorgt voor reuring en een aantrekkelijk adres in het nieuwe stuk binnenstad. Als kwartiermaker is dit erg belangrijk en waardevol. De Weverij wordt een adres in Almelo. De aanwezigheid van het waterbekken met appartementen op de kop creëert een sterk oriëntatiepunt in Indië en de binnenstad van Almelo. Naast het Stadslab en het informatiekantoor van Indië heeft het gebouw en directe omgeving nog geen gebruiksfunctie. Met de sloop van een deel van het complex is aan de noordzijde, de Doedes Breuning Ten Catestraat een nieuwe gevel ontstaan. De noordgevel is momenteel nog niet dicht. Begin 2020 is er een brand in het noordwestelijke deel van het gebouw geweest en heeft schade aan een deel van de dak- en staalconstructie veroorzaakt. Dit bestemmingsplan voorziet hier in de menging van diverse functies. In de fabriekshal ontstaat ruimte voor een stedelijk programma met commerciële voorzieningen, maatschappelijke en culturele voorzieningen, horeca en ambachtelijke bedrijven en een parkeervoorziening.
Naast genoemde niet-woonfuncties, is hier ook ruimte voor woningen om de noordzijde van de hal van een goede afronding te voorzien.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
18
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Afbeelding 3.7: mogelijke afronding van de fabriekshal met (patio)woningen Eventueel bestaat in de toekomst de mogelijkheid om hier (met behouden van de hal) een hoogteaccent, boven op de hal, te realiseren. De hal biedt ook ruimte om zonnepanelen te plaatsen.
Figuur 3.8: zonnepanelen op bedrijfshal Langs de westzijde van het gebouw zal een straat worden aangelegd die de bereikbaarheid van het programma in de bestaande bebouwing en de toekomstige bebouwing gaat verzorgen. Langs deze zijde hoeft de relatie tussen het interieur en de openbare ruimte niet expliciet te worden vormgegeven. Aan de noordzijde grenst het gebouw aan de Doedes Breuning Ten Catestraat. Voor het aanleggen van de straat en toekomstige woningbouw is een deel van het gebouw gesloopt. Momenteel is de gevel open. Hier zal een nieuwe gevel worden aangebracht. Aan de zuidzijde van het gebouw is ruimte voor nieuwbouw en bijzondere openbare ruimte.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
19
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Figuur 3.9: nieuwbouw blok 14B Aan de zuidrand van blok 14B wordt voorzien in nieuwbouw. Naast grondgebonden koopwoningen met een bouwhoogte van maximaal 12 meter worden hier ook twee appartementengebouwen gerealiseerd (huur en koop). Eén gebouw met maximaal 25 meter en het andere met maximaal 30 meter. Het bestemmingsplan voorziet ook in de mogelijkheid van een overkraging. Tussen de gebouwen is ruimte voor parkeren op maaiveld en in een gebouwde parkeervoorziening. Boven op de gebouwde parkeervoorziening ontstaat ruimte voor een binnenplein.
Figuur 3.10: impressie hoogteaccent aan de zuidrand van blok 14B Het hiervoor genoemde programma kent hogere dichtheden dan de rest van het Indiëterrein en dus ook
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
20
NL.IMRO.0141.00063-BP31
een hogere parkeervraag (216 parkeerplaatsen). Een deel van deze parkeervraag zal in de Doedes Breuning Ten Catestraat kunnen worden opgevangen. Een ander deel van die capaciteit kan ook worden gevonden in het gebouw van de voormalige weverij enn aan de zuidzijde van het bestaande gebouw, tussen de toekomstige appartementengebouwen. Tenslotte wordt bij de nieuwbouw onder het verhoogde binnenplein een gebouwde parkeergarage gerealiseerd. In totaal worden in dit deelgebied (14B) 223 parkeerplaatsen gerealiseerd. 3.2.4.8 Blok 14C: Waterplein Blok 14C wordt vooral gekenmerkt door de groene openbare ruimte en de ligging aan het water. Hier bevindt zich ook de monumentale watertoren, die van algemeen belang is vanwege zijn architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarden die tot uitdrukking komen in de typologie en de beeldbepalende betekenis in de wijk. Daarnaast zijn hier woningen gepland. De bouwhoogte bedraagt hier maximaal 25 meter en rond de toren maximaal 8 meter. Voor de toekomstig bestendigheid van de toren is ook woningbouw rondom de toren mogelijk.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
21
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Hoofdstuk 4 4.1
Beleid
Rijksbeleid
In dit hoofdstuk wordt de inhoud van het bestemmingsplan getoetst aan het relevante beleid van alle overheden en afgerond met een samenvatting en motivatie voor de woningbouw.
4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Omgevingswet die volgens de huidige planning in werking zal treden op 1 juli 2022 bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook een Rijksvisie op de leefomgeving, de NOVI. Op 11 september 2020 is de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. Het gaat hierbij om: de bouw van ongeveer 1 miljoen nieuwe woningen; meer duurzame energie gebruiken; aanpassen aan klimaatverandering; de ontwikkeling van een circulaire economie; omschakeling naar kringlooplandbouw. Bij de opgaven wordt altijd rekening gehouden met een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. In de NOVI zijn 21 nationale belangen opgenomen. Het gaat hierbij om voornamelijk het bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland, het zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften, een betrouwbare, betaalbare en veilige CO2-arme energievoorziening, waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid en het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. Samen met de NOVI is ook de Uitvoeringsagenda opgeleverd. De Uitvoeringsagenda beschrijft hoe er concreet uitwerking gegeven gaat worden aan de NOVI als één overheid, samen met de samenleving.
Naast de instrumenten van de Omgevingswet worden een aantal nieuwe instrumenten en (nationale) programma's ingezet. Instrumenten zoals de Omgevingsagenda's, NOVI-gebieden en regionale verstedelijkingsstrategieën zorgen voor een doorvertaling van de NOVI naar een regionale aanpak. Voorbeelden van programma's zijn het Programma Energiehoofdstructuur, Programma Gezonde Leefomgeving en Nationaal Programma Landelijk Gebied. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zijn niet in strijd met de NOVI.
4.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) 4.1.2.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.2.2 Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
22
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen.
Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. 4.1.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
23
NL.IMRO.0141.00063-BP31
4.1.2.4 Toetsing aan uitgangspunten zoals verwoord in het rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke binnenstedelijke ontwikkelingen. De herontwikkeling van de locatie raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de SVIR. Ten aanzien van de ladder van duurzame verstedelijking wordt het volgende geconstateerd. Duidelijk is wel dat met de introductie van de Ladder voor duurzame verstedelijking duurzaam ruimtegebruik wordt nagestreefd waarbij regionale afstemming plaatsvindt. Momenteel is de uitvoering van fases 1 en 2 van Indië nog in volle gang. De in dit bestemmingsplan voorziene woningen zijn gepland voor de periode na 2020. Momenteel wordt een herijking van de Woonvisie en de Twentse Woonafspraken voor deze periode onderzocht. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling van woningen zal vanwege de bindende afspraken tussen gemeente en ontwikkelaar meegenomen worden in deze herijking. Voor de niet-woonfuncties in dit bestemmingsplan geldt, dat deze qua omvang duidelijk afnemen ten opzichte van de momenteel ter plaatse geldende bestemmingsplannen. Voor de kunsthal geldt conform het bestemmingsplan 'Kunsthal Indië' een goot- en bouwhoogte van 9 respectievelijk 12 meter. Binnen de maatvoeringsaanduiding geldt voor maximaal 35% van de gronden een afwijkende maximum bouwhoogte van 24 meter.
Het bestemmingsplan kent verder geen beperkingen in de omvang van de toegestane functies (behalve door de bouwregels). Hier is dus een gebouw met 3 lagen en een kap met voor 35% een bouwhoogte van 24 meter (circa 8 bouwlagen) mogelijk. Dat is ongeveer 26.600 m2. Het bestemmingsplan 'Centrum' maakt in het resterende deel van dit bestemmingsplangebied rond 30.000 m2 aan bedrijven mogelijk. In totaal is dat rond 57.000 m2 bvo. Dit bestemmingsplan maakt nu nog 3.000 m2 (niet woonfuncties) mogelijk. De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen bevinden zich binnen bestaand stedelijk gebied en voldoen op dit punt aan de ladder. Zie verder ook paragraaf 4.2.3.
4.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Het wettelijk kader bestaat uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), het Barro en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In artikel 2.6.10 van de Rarro is bepaald dat bij herziening van een bestemmingsplan, dat betrekking heeft op een laagvliegroute, geen bestemmingen opgenomen mogen worden die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter (gemeten vanaf het maaiveld) mogelijk maken. Het onderhavige bestemmingsplan valt niet binnen een laagvliegroute en maakt bovendien geen objecten hoger dan 40 meter mogelijk.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
24
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Figuur 4.1: laagvliegroutes ten opzicht van plangebied
4.2
Provinciaal beleid
In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Om de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening actueel te houden, zijn er jaarlijks actualisatierondes.
4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
25
NL.IMRO.0141.00063-BP31
doorstroming centraal staan.
4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied.
4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: Of - generieke beleidskeuzes; Waar - ontwikkelingsperspectieven; Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. 4.2.3.1 Of - generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de Ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaande bebouwing en herstructurering worden benut, voordat er uitbreiding kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones etc.
De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. 4.2.3.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
26
NL.IMRO.0141.00063-BP31
4.2.3.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisure-laag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Volgende figuur geeft dit schematisch weer.
Figuur 4.2: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel)
4.2.4 Toetsing van het initiatief aan uitgangspunten visie en verordening Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Ten aanzien van de generieke beleidskeuzes zijn de artikelen 2.1.2 (Principe en concentratie), 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.4 (Toekomstbestendigheid), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en 2.1.9 (Sociale kwaliteit) van toepassing. Op deze artikelen uit de Omgevingsverordening Overijssel zal hierna worden ingegaan. Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. In afwijking van het voorafgaande kunnen bestemmingsplannen ook voorzien in een bovenregionale behoefte voor zover deze bestemmingsplannen gebieden betreffen die onderdeel uitmaken van stedelijke netwerken.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
27
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel: In voorliggend geval gaat het om het bouwen van woningen voor de lokale en regionale behoefte. Dat is ter plaatse mogelijk, omdat Almelo onderdeel uitmaakt van en netwerkstad (Twente). De woningen maken onderdeel uit van de totale herontwikkeling van een voormalig industrieterrein tot woongebied met gemende voorzieningen. Fases 1 en 2 zijn momenteel in uitvoering en fase 3, waar dit bestemmingsplan over gaat, zal na 2020 uitgevoerd worden. De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met artikel 2.1.2. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben.
Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving. Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De tweede trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat gemotiveerd moet worden of voor een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte al dan niet ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voorzien in een actuele regionale behoefte, dient op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan te worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied c.q. bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden.
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel: Dit bestemmingsplan voorziet in de transformatie van een verouderd industrieterrein, naar een gemengde woonwijk. Hierdoor is volop sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik van gronden in het bestaande stedelijke gebieden. Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.3. Artikel 2.1.4: Toekomstbestendigheid In de toelichting op bestemmingsplannen waarin provinciale belangen in geding zijn wordt aannemelijk gemaakt dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt en die niet bedoeld zijn voor tijdelijk gebruik, toekomstbestendig zijn en dus de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen. De ontwikkelingen moeten duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden en moeten ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.4 van de Omgevingsverordening Overijssel: Dit bestemmingsplan voorziet in de transformatie van een verouderd en leegstaand industrieterrein, naar een gemengde woonwijk met duurzame woningen van hoge kwaliteit. Dit is een toekomstbestendige ontwikkeling, die ook in de toekomstige behoefte van mensen in goede woningen in een goede leefomgeving voorziet.
De industriefunctie zorgde voor meer overlast in de omgeving dan de nu voorziene woningen en voorzieningen. Dit heeft dus ook een positief effect voor aansluitende (woon)gebieden. Dit
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
28
NL.IMRO.0141.00063-BP31
bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.4. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Ook dient gemotiveerd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel: Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het binnenstedelijk gebied van de gemeente Almelo. De oude en deels in slechte staat verkerende fabrieksgebouwen worden verbouwd en gerenoveerd of vervangen door nieuwbouw. De nieuwbouw zal zorgvuldig worden ingepast zodat het in overeenstemming is met de kenmerken van de directe omgeving, zie hiervoor paragraaf 3.2. In de onderstaande subparagrafen is nader toegelicht op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering en het ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie Overijssel.
Hier wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.1.9: Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.9 van de Omgevingsverordening Overijssel: Bewoners en gebruikers worden regelmatig geïnformeerd door de ontwikkelaar. Daarnaast zal het ontwerp bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder wordt dan in de gelegenheid gesteld om het plan te lezen en eventueel ook een zienswijze in te dienen. Artikel 2.2: Woningbouw Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien.
In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming. Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. Het onderzoek wordt eens in de 2 jaar geactualiseerd. Momenteel is deze actualisatie nog gaande. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel:
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
29
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Het bestemmingsplan voorziet met name in de realisatie van woningen. Regionale afspraken en woonvisies gelden tot 2020 en worden momenteel herijkt. Het in dit bestemmingsplan voorziene woonprogramma is bedoeld voor uitvoering na 2020. Gezien de gemeente bindende afspraken met de ontwikkelaar heeft gemaakt om in totaal 600 woningen op het Indiëterrein te realiseren, zullen deze ook meegenomen moeten worden in de genoemde herijking en in de afspraken met de regio. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Binnen de Omgevingsvisie worden diverse ontwikkelperspectieven beschreven. Onderhavige locatie valt binnen Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerk . Rond de binnensteden liggen de diverse woon- en werklocaties, elk met hun eigen woon-, werk- of mixmilieu. Herstructurering en transformatie moeten deze vitaal en aantrekkelijk houden en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur of water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico’s op overstroming of wateroverlast.
Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Bij (nieuwe) ontwikkelingen wordt, zoals hiervoor beschreven, ernaar gestreefd om de ruimtelijke kwaliteit te versterken. In de omgevingsvisie worden hiervoor de gebiedskenmerken aan nieuwe ontwikkelingen verbonden. De gebiedskenmerken worden in vier lagen onderscheiden, een natuurlijke laag (in en op de bodem); een laag van het agrarisch-cultuur landschap (grootschalig gebruik en inrichting van de bodem); een stedelijke laag (bebouwing en infrastructuur) en een laag van de beleving (toerisme, recreatie en landgoederen). Voor dit plangebied zijn alleen de eerste en de derde laag benoemd. De natuurlijke laag is gekenmerkt als “dekzandvlakte en ruggen”. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De stedelijke laag wordt gekenmerkt als “bedrijventerrein”. De bedrijventerreinen zijn georganiseerd op basis van uitgegeven kavels aan bedrijven.
Het zijn meestal monofunctionele werkgebieden met een ‘no nonsense’ karakter en vaak krappe openbare ruimtes. De gebieden zijn ingericht en bebouwd op basis van een beperkte set aan kwaliteitsregels. De terreinen zijn veelal volledig gericht op autobereikbaarheid en hermetisch van karakter en liggen los van de woonwijken en het buitengebied. Er zijn veel verschillen in uitstraling en ambitieniveau per terrein. De bebouwing is functioneel, vaak eenvoudig en eenvormig, soms karakteristiek en historisch. Er is een brede range aan verschillende werkmilieus aanwezig. Er is sprake van hoge en lage dichtheden, van herstructurering en nieuwbouw. Er is sprake van diversiteit en menging van functies. Geconcludeerd kan worden dat de gewenste herontwikkeling van het Indiëterrein naar gemengd gebied met wonen en bedrijvigheid (gemengd woongebied fasen 2, 3 en 4, herstructurering van een bedrijventerrein fase 1) uitvoering geven aan het beleid zoals dat is vastgelegd in de Omgevingsvisie van de provincie. Het onderhavige bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van het laatste gedeelte van het bestaande verouderde bedrijventerrein naar een gemengd woon-/werkgebied mogelijk en sluit daarbij aan bij de Omgevingsvisie.
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
30
NL.IMRO.0141.00063-BP31
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020 - 2040 De Omgevingswet, die naar verwachting ingaat op 1 juli 2022, verplicht gemeenten een visie te maken voor de toekomst van de stad. Op 29 september 2020 heeft de gemeente Almelo daarom de omgevingsvisie met als titel ‘Omgevingsvisie voor de ideale gemeente Almelo 2020 – 2040’ vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe men in Almelo ook in de toekomst prettig kan wonen en werken. De Omgevingsvisie beschrijft in grote lijnen wat men belangrijk vindt voor de toekomst van de omgeving. Dat betekent dat de gemeente samen met inwoners en ondernemers keuzes moet maken. Als wij met z’n allen de ideale gemeente Almelo kunnen maken, wat doen we dan wel en wat niet? Dat is de vraag die met deze Omgevingsvisie wordt beantwoord. Een belangrijk punt is het behoud van de grote werkgelegenheid dankzij het aantrekkelijke vestigingsklimaat voor bedrijven. Ook het behoud van het enorme, groene buitengebied, waar volop wordt geboerd en gerecreëerd is een belangrijk punt in de visie. Er wordt ook ingegaan op de beperkt beschikbare ruimte in Nederland, waardoor gebiedsbescherming en omgevingsontwikkeling niet altijd samengaan. Over leegstand in de binnenstad en hittestress, vooral in de bebouwde gebieden en n over de wateroverlast die Almelo extra hard raakt, als laaggelegen gebied.
Deze uitdagingen hangen vaak samen met wereldwijde trends. Denk aan klimaatverandering, digitalisering en (jonge) mensen die wegtrekken naar de steden. Met deze visie zet de gemeente een stip op de horizon: het Almelo waar de gemeente tussen nu en 2040 naartoe willen werken. Voor deze Omgevingsvisie is Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. De gedachte hierachter is dat deze vier gebieden erg verschillend zijn. Voor de binnenstad zijn er natuurlijk andere wensen dan voor het buitengebied en daarom verschilt de visie ook per gebied. Woongebied Indië valt binnen het gebied 'de wijken & dorpen'.
Figuur 4.3: deelgebieden 'wijken & dorpen omgevingsvisie
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
31
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Voor de dorpen Bornerbroek en Aadorp en de wijken van de stad Almelo is een gezamenlijke visie ontwikkeld. Voornamelijk omdat ze hun belangrijkste functie met elkaar gemeen hebben: een fijne woonomgeving bieden. Maar ook omdat elke wijk eigenlijk een dorpje op zich is. Met een eigen sfeer, eigen voorzieningen en een unieke sociale samenhang. En hoeveel de inwoners soms ook van elkaar verschillen – qua leeftijd, cultuur, gezondheid of inkomen – er is één ding dat hen verbindt: de plek die ze thuis noemen. Het is de van de gemeente ambitie om hen allemaal de basisvoorwaarden te bieden voor dat thuisgevoel. Prettig wonen begint natuurlijk met een passende woning. Met de kans om woonwensen te vervullen, doordat er voldoende keuze is. Daarom wil de gemeente wijken creëren met gemengde woonmilieus, waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woningvoorraad heeft relatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering op woningen voor het middensegment in te zetten. Maar Almelo heeft als geheel toch een zeer bescheiden bevolkingsgroei, die tijdens de looptijd van deze visie waarschijnlijk zelfs zal veranderen in krimp. Daarom is het zaak de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk te benutten en daarmee aan te sluiten op de ontwikkeling van onze bevolking.
Dat betekent onder meer: de benodigde verscheidenheid aanbrengen door het herstructureren van panden. de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen ín bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). Dit bestemmingsplan sluit goed aan bij de ambitie van de omgevingsvisie om kwalitatieve wijken te creëren voor verschillende doelgroepen. Door de herstructurering van een verouderd industrieterrein naar een woongebied wordt ook voorzien in de ambitie van inbreiding in plaats van uitbreiding. Hierdoor wordt het buitengebied beschermd tegen verdergaande verstedelijking.
4.3.2 Hoogbouw Op 11 juli 2006 is de Hoogbouwvisie en het hoogbouwbeleid vastgesteld. In het Hoogbouwbeleid wordt het kader en het proces aangegeven waarbinnen hoogbouwprojecten binnen hoogbouwzones kunnen worden gerealiseerd. Volgens het hoogbouwbeleid van Almelo is sprake van hoogbouw bij gebouwen vanaf 9 verdiepingen of een bouwhoogte vanaf 25 meter. Dit bestemmingsplan maakt hoogbouw van 30 meter mogelijk. Deze bouwhoogte kwalificeert als hoogbouw en vormt in vergelijking tot de bouwhoogten in de omgeving een passend accent, zonder overheersend te zijn. Hoogbouw is vanaf het begin onderdeel geweest van het Ontwikkelplan voor Indië. Met de vaststelling van het Ontwikkelplan, waarin wordt voorzien in een hoogbouwaccent op de kop van het Indiëterrein, heeft de raad in 2009 al ingestemd met de nu beoogde hoogbouw op het Indiëterrein. Op pagina 18 van het ontwikkelplan staat: "Een bijzondere toren: De ligging aan het water wordt op stedelijk niveau vormgegeven door een bijzonder ruimtelijk, architectonisch en programmatisch gebouw. Om het bijzondere karakter te onderschrijven krijgt dit gebouw de werktitel Crazy Tower. De toren markeert het scharnierpunt van een (toekomstige) langzaam verkeersroute vanuit het centrum, langs het kanaal, voorlangs de toren, via de Kalverstraat richting het buitengebied, het toekomstige Noorderpark.
Samen met de monumentale watertoren wordt de nieuwe stedelijke ruimte in de vorm van een waterplein omarmd".
vastgesteld bestemmingsplan Woongebied Indië - Deel 3
32
NL.IMRO.0141.00063-BP31
Figuren 4.4 en 4.5: Uitsnede kaart ontwikkelingsplan met crazy tower (links) en maquette met hoogbouw uit Ontwikkelingsplan (rechts) Op pagina 75 van het ontwikkelplan staat verder, dat hier een bijzonder programma op de 'kop', aan het kanaal in de zichtlijn van de route langs het kanaal wordt voorzien. Een hoogbouwaccent op de kop aan kanaal zal als blikvanger vanuit centrum fungeren. Het gaat voornamelijk om wonen in appartementen. De hoogbouw past binnen de visie en het beleid van de gemeente. De hoogbouw is goed inpasbaar op het Indiëterrein en in de stad. Het vormt een bijzonder element van het ontwikkelingsplan voor Indië. Voor de hoogbouw is momenteel alleen een volumestudie gedaan. Voor een architectonische verbeelding is het nu nog te vroeg. Ook kan er nog geen bezonningsstudie of windhinderonderzoek plaatsvinden. Dat zal in het kader van de vergunningverlening plaats vinden. Hiervoor is in de regels een onderzoeksverplichting opgenomen.
4.3.3 Masterplan Almelo Het Masterplan geeft de ontwikkeling van Almelo aan tot het jaar 2030. Almelo wil met het Masterplan onder meer jongeren, hoger opgeleiden en gezinnen aan de stad binden. Daarnaast heeft het plan als doel de regionale positie van Almelo als centrumstad te versterken en de voorzieningen in de stad te verbeteren. Deze ambities krijgen de komende jaren concreet vorm in de verschillende projecten en plannen die voortkomen uit het Masterplan. Een vernieuwing van de binnenstad levert meer sfeer en gezelligheid op en een toename van het winkelbezoek. Met het creëren van verschillende nieuwe woonmilieus wil Almelo tegemoet komen aan de verschillende wensen op de woningmarkt. Het aanpassen van de wegenstructuur zorgt ervoor dat Almelo beter en makkelijker toegankelijk wordt. Het Masterplan bestaat uit vijf opgaven. Deze opgaven zijn per stadsdeel en per thema verder uitgewerkt. Daarnaast zijn elf kernprojecten benoemd. In figuur 5.4 zijn de verschillende plandelen in het Masterplan weergegeven.