12.1 Vaststelling bestemmingsplan Rumerslanden - Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Rumerslanden
Tekst van het document
Bestemmingsplan Rumerslanden NL.IMRO.0141.00152
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Toelichting
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
1
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging van het plangebied 1.4 Huidige planologische situatie 1.5 Leeswijzer
4 4 4 4 5 7
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Planbeschrijving
8 8 9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
12 12 14 18 20
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten 4.1 Vormvrije mer-beoordeling 4.2 Verkeer en parkeren 4.3 Geluid 27 4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.5 Fysieke veiligheid 4.6 Externe veiligheid 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Bodemkwaliteit 4.10 Flora en fauna 4.11 Archeologie en cultuurhistorie
23 23 23
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Waterbeheer en watertoets 5.2 Vigerend beleid 5.3 Watertoets Rumerslanden 5.4 Conclusie
40 40 40 42 44
Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten 6.1 Inleiding 45 6.2 Juridische systematiek 6.3 Beschrijving per bestemming
45
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
49
Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen 8.1 Participatie 8.2 Vooroverleg 8.3 Zienswijzen
50 50 50 50
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
28 29 31 32 33 34 35 37
45 46
2
NL.IMRO.0141.00152-BP31
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
3
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor voorliggend bestemmingsplan is de geplande woningbouw van 129 woningen in de wijk Rumerslanden te Almelo. Tot 2012/2013 stonden hier ook woningen. Het voornemen is om op deze inbreidingslocatie 51 rijwoningen, 26 levensloopbestendige woningen en 52 twee-onder-een-kapwoningen te realiseren. De bouw van de woningen past echter niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan 'Sluitersveld' (zie paragraaf 1.4). Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken wordt voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Rumerslanden" bestaat uit de volgende stukken: 1. regels; 2. verbeelding; 3. bijlagen bij de toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangegeven. In de regels zijn voorschriften opgenomen die noodzakelijk worden geacht voor een juiste ontwikkeling en beheer van het plangebied. De toelichting vergezelt het plan. Hierin zijn de aan het plan ten grondslag liggende uitgangspunten en onderzoeken weergegeven.
1.3 Ligging van het plangebied Rumerslanden ligt ten noordoosten van het centrum van Almelo als deelwijk van de grotere wijk Sluitersveld. Het plangebied wordt aan alle zijden omringd door woningen. Aan de zuidzijde is een bestaand appartementengebouw van Woningstichting Sint Joseph Almelo binnen het plangebied opgenomen. Ten noorden van het plangebied bevindt zich daarnaast nog een voormalige school aan de Verzetslaan 6. De momenteel braak liggende gronden worden doorsneden door de Bevrijdingslaan en zijn gelegen tussen de Dominee De Geusstraat, Verzetslaan, Gebroeders Van Doorenstraat en Frits ten Brinkstraat. Circa 100 tot 150 m westelijk van het plangebied loopt de Ootmarsumsestraat, welke als ontsluitingsweg door de wijk Sluitersveld loopt. De ligging van het plangebied waar de nieuwe woningen gerealiseerd gaan worden, is globaal met een rode contour weergen in figuur 1.1.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
4
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Figuur 1.1 Ligging plangebied
1.4 Huidige planologische situatie Voor het plangebied gelden, tot het van rechtskracht worden van het onderhavige bestemmingsplan, de volgende plannen: · · ·
Sluitersveld, vastgesteld 26 maart 2013; Parapluherziening Parkeren, vastgesteld 5 juni 2018; Parapluherziening Wonen, vastgesteld 23 maart 2020.
Volgens het geldende bestemmingsplan Sluitersveld (vastgesteld op 26 maart 2013 en onherroepelijk geworden op 29 mei 2013) geldt voor het grootste deel van het plangebied de bestemming 'Wonen' met voortuinen bestemd als 'Tuin'. Daarnaast zijn er enkele wegen aangeduid met de bestemming ‘Verkeer' en zijn wat groenstroken met bomen bestemd als 'Groen'. Voor een bestaande hoofdrioolleiding is de dubbelbestemming 'Leiding - Riool' opgenomen. Een deel van het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologische verwachting middelhoog'. Op onderstaande uitsnede van het geldende bestemmingsplan is dit te zien. Binnen de verschillende bouwvlakken van de bestemming 'Wonen' zijn een maximaal aantal wooneenheden toegestaan. Het totaal aantal grondgebonden woningen dat volgens dit geldende bestemmingsplan mag worden gerealiseerd binnen het plangebied bedraagt 166. Daarnaast zijn er 3 bouwvlakken waar de bestemming ‘Wonen – Gestapeld wonen’ geldt. Daarvan is alleen het zuidelijke blok gerealiseerd. Dit is een bestaand gebouw met 11 appartementen en een maximale bouwhoogte van 13 m aan de Frans ten Brinkstraat 14 t/m 34 alleen even nummers. In het geldende bestemmingsplan is de maatvoering qua maximum goot- en bouwhoogte bij alle grondgebonden woningen maximaal 6 respectievelijk 9 m.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
5
NL.IMRO.0141.00152-BP31
De woningen van het schetsontwerp zijn niet passend binnen de geldende bouwvlakken en genoemde maatvoeringen. Daarnaast worden er grondgebonden woningen gerealiseerd op de plekken waar volgens het huidige plan uitsluitend gestapelde woningen mogen worden gerealiseerd.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan Sluitersveld met de globale contour van het plangebied. Het bestemmingsplan Sluitersveld voorziet niet in een wijzigings- of uitwerkingsmogelijkheid voor dit gebied. Om de voorgenomen ontwikkeling met woningbouw mogelijk te maken is daarom een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridisch planologische kader om het voornemen mogelijk te kunnen maken. Paraplubestemmingsplannen Parapluherziening parkeren Voor de gehele gemeente Almelo is een paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening parkeren' op 5 juni 2018 vastgesteld. In dit parapluplan is een parkeerregeling voor de gemeente Almelo opgenomen.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
6
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Hierin is bepaald dat voor het parkeren voorzien moet worden in voldoende parkeerplaatsen conform de parkeereis uit het Parkeerbeleidsplan Gemeente Almelo 'Parkeren Optimaliseren 2013-2018' of uitwerkingen en/of rechtsopvolgers daarvan. Op de doorwerking van deze regelgeving in dit bestemmingsplan wordt nader ingegaan in de paragraaf 4.2 Verkeer en parkeren. Parapluherziening wonen Voor de gehele gemeente Almelo is op 23 maart 2020 het paraplubestemmingsplan 'Parapluherziening Wonen' vastgesteld. In dit parapluplan is voor de funtcie wonen het verbod op woningsplitsen en kamerverhuur voor de gehele gemeente Almelo opgenomen. Deze regeling is als een paraplu over de geldende bestemmingsplannen gelegd. Er is als het ware een laag aan de betreffende bestemmingsplannen toegevoegd. Diverse bepalingen in de regels van deze parapluherziening werken door in dit bestemmingsplan.
1.5 Leeswijzer De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan. De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving Hoofdstuk 3 Beleidskader Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Hoofdstuk 5 Waterparagraaf Hoofdstuk 6 Juridisch bestuurlijke aspecten Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid Hoofdstuk 8 Participatie, vooroverleg en zienswijzen In hoofdstuk 1 wordt ingegaan op de onderdelen waaruit dit bestemmingsplan bestaat, de ligging en begrenzing van het plangebied en de huidige bestemmingsplannen die nu gelden. Hieruit blijkt het kader waarbinnen dit bestemmingsplan is opgesteld. In het tweede hoofdstuk wordt de huidige situatie van het gebied beschreven, tevens wordt een planbeschrijving met de nieuwe, gewenste situatie toegelicht. Dit wordt aangevuld met het beleid dat, voor zover van toepassing voor het plangebied, op rijks, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau is opgesteld (hoofdstuk 3). In hoofdstuk 4 wordt de milieusituatie, inclusief het aspect fysieke veiligheid, besproken. Hoofstuk 5 bevat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 staat hoe de uitgangspunten voor het plan zijn vertaald in de juridisch bindende plantekst en verbeelding.
In hoofdstuk 7 staat de financiële verantwoording van het plan en hoofdstuk 8 geeft de wijze van en resultaten omtrent het overleg met de omgeving en andere overheden weer.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
7
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Hoofdstuk 2 Uitgangspunten en planbeschrijving 2.1 Huidige situatie De wijk Sluitersveld is een afwisselende woonwijk in het noordoosten van de stad Almelo. Het plangebied is gelegen binnen een stedelijk gebied dat geleidelijk is gegroeid vanaf het begin van de jaren ‘30 van de 20e eeuw. Vanaf die periode zijn ook de eerste planmatig aangelegde arbeiderswijken ontstaan en rond de jaren ’'60 is de omgeving van het plangebied grotendeels dichtbebouwd. Het plangebied en directe omgeving bestaat en bestond oorspronkelijk uit arbeiderswoningen. Rumerslanden is planmatig in een zestal blokken ontwikkeld met aaneengebouwde rijwoningen. Deze arbeiderswoningen waren huurwoningen van Woningstichting Sint Joseph Almelo. Sinds de eeuwwisseling is al sprake van mogelijke herontwikkeling van dit deel van de wijk. Omdat deze woningen niet meer aan de eisen voldeden, zijn deze in fasen gesloopt in de periode 2008 tot en met 2013. Het plangebied wordt momenteel gekenmerkt door een braakliggend stuk grond, die om het gebied wat op te vrolijken tijdelijk met bloemenmengsels zijn ingezaaid. 2.1.1 Stedenbouwkundige opzet De centrale historische ontsluiting van de complete wijk Sluitersveld wordt gevormd door de Ootmarsumsestraat.
Deze straat is van oudsher de verbinding geweest tussen Almelo en de dorpen die ten noordoosten van Almelo gelegen zijn, zoals Geesteren, Tubbergen, Albergen en Ootmarsum. De Ootmarsumsestraat kan nog steeds als centrum van de wijk worden gezien, waarbij de kern ligt ter hoogte van het Eskerplein, tussen de St. Josephstraat en Fabrieksstraat. Hier zijn de meeste winkels gevestigd en naarmate de westelijke en oostelijke uiteinden van de Ootmarsumsestraat worden bereikt, domineert de woonfunctie meer. De Ootmarsumsestraat heeft niet meer zozeer een functie voor het doorgaande (auto)verkeer. Deze functie is overgenomen door de later aangelegde Sluitersveldssingel, ten noorden van de Ootmarsumsestraat. De planmatige woningbouw van Rumerslanden lag iets oostelijk van de Ootmarsumsestraat. De woningen zijn gefaseerd in de periode 1955-1965 gerealiseerd. De rijwoningen waren voornamelijk parallel gerealiseerd achter de lintbebouwing van de Ootmarsumsestraat langs de Dominee de Geusstraat/Rappersweg, vervolgens langs de Bevrijdingslaan en de Gebroeders Van Doorenstraat. Om de blokken te scheiden waren groenstroken langs de Bevrijdingslaan, het Rumerspad en de Hoge Brake ontwikkeld. Deze blokindeling met de groene scheidingen is na de sloop van de woningen zichtbaar gebleven.
Gezien de nabije ligging van de (winkel-)voorzieningen aan deze weg ligt herontwikkeling van deze woningbouwlocatie vanuit stedenbouwkundig oogpunt voor de hand. 2.1.2 Verkeersstructuur Auto De hoofdontsluiting van de wijk bestaat tegenwoordig uit de Sluitersveldssingel, onderdeel van de provinciale weg N349, naast de Ootmarsumsestraat. Via deze wegen wordt het verkeer afgewikkeld van of naar het Almelose stadscentrum, de overige stadswijken of bestemmingen buiten Almelo. Rumerslanden wordt via diverse oostwest gelegen erftoegangswegen ontsloten op de Ootmarsumsestraat en vervolgens aangesloten op de hoofdrijbaan van de Sluitersveldssingel. Op zowel de Sluitersveldssingel als de Ootmarsumsestraat mag maximaal 50 km/u gereden worden. De overige wegen binnen de wijk zijn allen erftoegangswegen deeluitmakend van 30 km/u-zones. Fiets Het plangebied ligt aan diverse fietsroutes van het stedelijk fietsnetwerk. Een vrijliggend fietspad langs de Sluitersveldssingel en fietssuggestiestroken langs de Ootmarsumsestraat bieden doorgaande verbindingen van en naar het centrum en het station enerzijds en de wijken Schelfhorst, Kluppelshuizen, Markgraven en Noordoost evenals nabijgelegen dorpen Mariaparochie en Harbrinkhoek. Het plangebied sluit via de Verzetslaan, Rappersweg en de Leeuweriksweg direct aan op het fietsnetwerk op de Ootmarsumsestraat. Openbaar vervoer
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
8
NL.IMRO.0141.00152-BP31
De routes van stadsbuslijnen 23 en 24 (Almelo centrum en station - Schelfhorst v.v.) lopen via de Ootmarsumsestraat door de wijk Sluitersveld. De woningen binnen het plangebied liggen op circa 150 tot 300 m afstand van de dichtsbijzijnde bushalte aan de Ootmarsumsestraat.
2.2 Planbeschrijving 2.2.1 Algemeen Na de sloop van de woningen is het plangebied Rumerslanden braak blijven liggen. Ondanks diverse pogingen om deze locatie te herontwikkelen, is dit tot op heden niet gelukt. De huidige bouwvlakken zijn te klein om woningen van voldoende kwaliteit te realiseren. De woningen moeten immers voldoen aan de huidige (bouwbesluits-)eisen, waardoor onder andere extra isolatiemaatregelen noodzakelijk zijn. De waterhuishoudkundige aspecten en de eigendomssituatie stonden een herontwikkeling van deze woningbouwlocatie in de weg. Nu zijn deze oneffenheden wel geslecht, mede door het in uitvoering zijnde rioleringsplan en de verbeterde marktomstandigheden. Dit komt voort uit de actuele woningbehoefte en de wens voor doorstroming op de woningmarkt in de wijk Sluitersveld. Het voornemen is om op deze inbreidingslocatie 129 grondgebonden woningen te realiseren. 2.2.2 Ontwerp Met het stedenbouwkundig ontwerp zijn 51 rijwoningen, 26 levensloopbestendige woningen en 52 twee-onder-een-kapwoningen opgenomen in een zestal blokken. Deze indeling in blokken blijft met de Bevrijdingslaan en de bomenrij erlangs behouden. Ook de groene plekken tussen de blokken/langs het Rumerspad en de Hoge Brake worden behouden en uitgebreid.
Dit groen wordt gecombineerd met wadi’s, zodat bij een grote regenbui het water in eerste instantie daar naar toe kan stromen en dan de bodem in kan zakken. Voor enkele te kappen bomen langs de Bevrijdingslaan worden meerdere extra bomen opgenomen in deze groenstroken. Naar aanleiding van vragen over het gebrek aan speelvoorzieningen tijdens de inloopbijeenkomst wordt een speelplek in één van de groenstroken ingepast. Op het voorlopig schetsontwerp in figuur 2.1 is de stedenbouwkundige opzet in blokken duidelijk herkenbaar. Voor het ontwerp is gekeken naar de woningbehoefte in de wijk. Dit betreft vooral grondgebonden woningen, waarbij wordt aangesloten op de karakteristieken van de omliggende woningbouw. De nieuwe ontwikkeling zal een kwaliteitsverbetering voor de wijk betekenen doordat de woningen aantrekkelijk zijn voor veel inwoners van de stad en de wijk Sluitersveld die op zoek zijn naar een eengezinswoning, zoals een rijwoning of een wat grotere twee-onder-één-kapwoning. Daarnaast worden levensloopbestendige woningen voor met name senioren gerealiseerd. Maar ook minder valide mensen kunnen hier woonruimte vinden. Deze woningen hebben een groter vloeroppervlak, zodat alle noodzakelijke voorzieningen inclusief slaap- en badkamer zich op de begane grond bevinden en op de verdieping zich slechts een kap bevindt.
Onder deze kap is ruimte voor een extra (logeer-)slaapkamer en/of hobby-/opslagruimte. In de 3 westelijke woonblokken van het plangebied wordt steeds een combinatie van eengezinsrijwoningen en senioren-/levensloopbestendige woningen gerealiseerd. Om de nieuwbouw van met name de rijwoningen niet te eentonig te laten worden, wordt in het schetsontwerp op een aantal locaties een verbijzondering van de hoek voorgestaan. Die verbijzondering is een architectonische ontwerpopgave en die zou eventueel kunnen worden uitgewerkt met het doortrekken van de goot naar de nok, al dan niet over de gehele breedte/diepte van de betreffende hoekwoningen. Op de verbeelding krijgen deze 6 hoeklocaties daarom een bouwaanduiding ‘karakteristiek’. Een dergelijke bouwaanduiding heeft betrekking op de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken. De 3 oostelijke blokken bestaan allen uit twee-onder-een-kapwoningen. Alle grondgebonden woningen zijn energiezuinig en krijgen een ruime tuin tot hun beschikking. De twee-onder-een-kapwoningen in de blokken tussen de Gebroeders van Doorenstraat en de Bevrijdingslaan hebben elk voldoende ruimte voor 2 parkeerplaatsen op de eigen oprit, vóór de garage/berging. Voor de blokken tussen de Ds. de Geusstraat en de Bevrijdingslaan zijn alle parkeerplaatsen voorzien op openbaar terrein.
Grotendeels in een drietal parkeervelden/ parkeerkoffers, die bereikbaar zijn vanaf de Bevrijdingslaan. En deels met langsparkeerplaatsen langs de Bevrijdingslaan en de Ds. de Geusstraat.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
9
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Dit biedt iets minder parkeerplaatsen dan volgens de maximale bandbreedte van de parkeernormen die het CROW hanteert. De projectontwikkelaar richt zich echter op de (milieu-)bewuste koper en gaat dan ook actief stimuleren dat er minder autobezit onder de kopers van de te realiseren woningen zal zijn. Ook hebben oudere stellen, die in aanmerking komen voor de levensloopbestendige of seniorenwoningen vaak slechts 1 auto in bezit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.2 Verkeer en parkeren. Het bestaande gebouw met 11 appartementen aan de Frans ten Brinkstraat 14 t/m 34 is eveneens in het plangebied opgenomen. Hoewel er geen wijzigingen aan dit bestaande appartementengebouw zelf worden voorzien, worden een deel van de omliggende gronden door de woningstichting niet aan de projectontwikkelaar verkocht en ingericht als parkeerplaatsen ten behoeve van dit appartementengebouw. Om deze parkeerplaatsen op eigen terrein mogelijk te maken moet de begrenzing van het bestemmingsvlak 'Wonen - Gestapeld wonen' wat vergroot worden. Hierdoor wordt op eigen terrein voorzien in de parkeerbehoefte van het appartementengebouw, zodat dit niet op openbaar terrein afgewenteld wordt. De nieuwbouw van woningen binnen dit grote plangebied zal gefaseerd worden uitgevoerd.
De 2 zuidelijke blokken zullen als eerste worden ontwikkeld, waarna het middengedeelte zal volgen en tot slot de 2 noordelijke blokken ontwikkeld zullen worden. Op deze wijze wordt bij elke fase voor alle doelgroepen een aantal woningen gebouwd. Op onderstaand schetsontwerp is de indeling van het plangebied te zien. UIteindelijk zal een gemeleerde binnenstedelijke wijk ontstaan met veel groen en ruimte voor fietsen, wandelen en spelen. Ook wordt het betaande groen met veel bomen zoveel mogelijk behouden en verder versterkt.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
10
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Figuur 2.1 Voorlopig stedenbouwkundig ontwerp (bron: IAA Architecten)
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
11
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Hoofdstuk 3 Beleidskader Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 NOVI De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: · dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; · met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; · waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; · met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; · waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.
· dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; · waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; · dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.
Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: · Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit · Ruimte voor overgang naar een circulaire economie · Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden · Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen 3.1.1.1 Toetsing van initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over kleinschalige ontwikkelingen of herontwikkeling van bestaand bebouwd gebied. Voorliggend plan betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
12
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 3.1.2 Barro Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van andere overheden, is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en bevat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. In het gebied gelden geen rechtstreeks doorwerkende belangen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe te borgen is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte in de relevante regio worden beschreven. Voor stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving.
Uit de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking (bron: Infomil) en jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling van minder dan 12 woningen of kleiner dan 500 m2 bvo niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: "Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de woningen die mogelijk worden gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen.
Ligt een plangebied in bestaand stedelijk gebied en voorziet de stedelijke ontwikkeling in een behoefte dan wordt voldaan aan de Ladder. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. 3.1.3.1 Toetsing van initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking Het voorliggende bestemmingsplan voorziet per saldo in een afname van het aantal woningen. In het plangebied zijn immers 166 grondgebonden woningen en een tweetal gebouwen met gestapelde woningbouw gesloopt. Hiervoor in de plaats worden 129 grondgebonden woningen voorzien. De gesloopte appartementen niet meegerekend, is dit in elk geval een afname van 37 woningen. Bovendien is het plangebied gelegen in bestaand stedelijk gebied. Gelet op het vorenstaande is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat geen nadere toetsing aan de 'Ladder voor
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
13
NL.IMRO.0141.00152-BP31
duurzame verstedelijking' hoeft plaats te vinden.Wel dient voor dit binnenstedelijke project de behoefte in de relevante regio te worden beschreven. De woningen worden gerealiseerd binnen een bestaand stedelijk gebied en voorzien in de behoefte aan woningen voor gezinnen binnen Almelo. Door de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied is sprake van zorgvuldig gebruik van de ruimte. Het vezorgingsgebied voor de te bouwen woningen ligt in Almelo. Tevens zorgen de woningen voor een kwaliteitslag in de wijk en bieden de woningen de mogelijkheid voor een wooncarrière voor mensen in de wijk die nu binnen de bestaande woningvoorraad in de wijk "scheefwonen". Uit de laatste afspraken in het kader van de Regionale Woonagenda Twente blijkt dat er in de gemeente Almelo tot 2030 behoefte is aan meer dan 2.000 woningen (zie paragraaf 3.3.2). Met de ontwikkeling wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte in de gemeente Almelo. Bovendien sluit de herstructuering van het plangebied aan op de uitgangspunten van de Woonvisie Almelo 2020-2030, omdat hiermee wordt bijgedragen aan een vitale en aantrekkelijke (binnen)stad, het verbreden en vernieuwen van het bestaande woonaanbod en de vraag naar (grondgebonden) eengezins- en levensloopbestendige woningen. Tevens dragen de woningen bij aan een evenwichtig en gevarieerde woningvoorraad binnen de wijk.
Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'.
3.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. In 2017 zijn de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld, deze worden jaarlijks geactualiseerd. Deze actualisaties hebben enerzijds betrekking op het bij de tijd houden van deze beleidsdocumenten, anderszijds betreft het aanpassingen om te voldoen aan de eisen van de komende Omgevingswet. De laatste actualisatieronde is afgerond op 15 december 2021, waarna de aanpassingen zowel separaat als geïntegreerd in de geconsolideerde versies van de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening zijn verwerkt. 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is.
Op basis van de verordening zijn de onderdelen vastgelegd in titel 2.1, Sturen op ruimtelijke kwaliteit Sturen op ruimtelijke kwaliteit, duurzaamheid en sociale kwaliteit en titel 2.2 Woningbouw voor dit gebied van toepassing. Waarbij voor dit plan met name artikel Artikel 2.1.2: Principe van concentratie, 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit en, artikel 2.2.2 Realisatie nieuwe woningen van belang zijn. Artikel 2.1.2: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
14
NL.IMRO.0141.00152-BP31
In afwijking van het voorafgaande kunnen bestemmingsplannen ook voorzien in een bovenregionale behoefte voor zover deze bestemmingsplannen gebieden betreffen die onderdeel uitmaken van stedelijke netwerken. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.2 van de Omgevingsverordening Overijssel: In voorliggend geval gaat het om het bouwen van woningen voor de lokale behoefte. De woningen maken onderdeel uit van de totale kwaliteitsverbetering van de wijk Sluitersveld. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Om met name het onderscheid tussen de bebouwde stads- en dorpsomgeving en de onbebouwde Groene Omgeving scherp te houden, wordt sterker gestuurd op het principe ‘inbreiding gaat voor uitbreiding'. Door middel van de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik wordt de verplichting opgelegd om voor stedelijke functies eerst de mogelijkheden te benutten binnen gebieden die al een stedelijke functie hebben, voordat een claim mag worden gelegd op gebieden die nu nog een groene functie hebben. Voor de Groene Omgeving geldt een variant op de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik die erop gericht is om eerst zoveel mogelijk bestaande erven en bebouwing te gebruiken voordat meegewerkt mag worden aan nieuw ruimtebeslag op de Groene Omgeving.
Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. De tweede trede van de Ladder voor duurzame verstedelijking houdt in dat gemotiveerd moet worden of voor een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een actuele regionale behoefte al dan niet ruimte gevonden kan worden binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins. Waar het Rijk in de Ladder voor duurzame verstedelijking de vereiste onderbouwing beperkt tot stedelijke functies die voorzien in een actuele regionale behoefte, dient op grond van de principes voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik voor elk claim die gelegd wordt op de Groene Omgeving nagegaan te worden of daarvoor niet het bestaand bebouwd gebied c.q. bestaande erven en bebouwing in de Groene Omgeving benut kan worden. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel: Dit bestemmingsplan voorziet in de herstructurering van binnenstedelijk gebied. Een woningbouwlocatie wordt herontwikkeld met 129 grondgebonden woningen. Met deze inbreiding wordt voldaan aan zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik van gronden in het bestaande stedelijke gebied.
Dit bestemmingsplan is in overeenstemming met artikel 2.1.3. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Hierbij moet inzichtelijk gemaakt worden op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. Ook dient gemotiveerd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel: Met voorgenomen ontwikkeling wordt bijgedragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het binnenstedelijk gebied van de gemeente Almelo. De geruime tijd braak liggende binnenstedelijke locatie, wordt bebouwd met grondgebonden woningen. Deze woningen worden zorgvuldig ingepast zodat het in overeenstemming is met de kenmerken van de directe omgeving, zie hiervoor paragraaf 2.2. In de onderstaande subparagrafen is nader toegelicht op welke wijze toepassing is gegeven aan de vierlagenbenadering en het ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie Overijssel.
Hier wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Artikel 2.1.9: Sociale kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen die voorzien in nieuwe ontwikkelingen waarbij provinciale belangen in geding zijn, wordt aangegeven op welke wijze bewoners en gebruikers betrokken zijn bij de ontwikkeling van de plannen.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
15
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.9 van de Omgevingsverordening Overijssel: Bewoners en gebruikers zijn geïnformeerd met een brief en een inloopbijeenkomst. Daarnaast zal het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd. Een ieder wordt dan in de gelegenheid gesteld om het plan te lezen en eventueel ook een zienswijze in te dienen. Artikel 2.2: Woningbouw Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Hierbij wordt in maximaal 80% van de behoefte aan nieuwe woningen zoals vastgesteld in het kader van actueel onderzoek woningbouw, voorzien. In bestemmingsplannen van gemeenten waarvoor woonafspraken van toepassing zijn, mag in een hoger percentage dan 80% worden voorzien, met een maximum van 100% van de behoefte zoals vastgesteld in het kader van de woonafspraken. De behoefte aan nieuwe woningen wordt in ieder geval geacht te zijn aangetoond als realisatie daarvan past binnen de geldende woonafspraken zoals die zijn gemaakt tussen gemeente en provincie op basis van regionale afstemming.
Wanneer de realisatie van nieuwe woningen niet past binnen geldende woonafspraken of wanneer er voor de gemeente geen woonafspraken gelden, dan moet de behoefte aan nieuwe woningen aangetoond worden door middel van actueel onderzoek woningbouw waarop de instemming is verkregen van zowel de gemeenten in de regio als Gedeputeerde Staten. Het onderzoek wordt eens in de 2 jaar geactualiseerd. Momenteel is deze actualisatie nog gaande. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Overijssel: Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van woningen. De in dit bestemmingsplan voorziene woonprogramma is opgenomen binnen de programmering. 3.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities van de provincie waar te maken bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie verschillende niveaus (zie onderstaande afbeelding). Aan de hand van deze drie niveaus kan worden bepaald of er een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is. De volgende niveaus komen aan de orde: · Generieke beleidskeuzes --> of; · Ontwikkelingsperspectieven--> waar; · Gebiedskenmerken --> hoe Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
16
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Figuur 3.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Omgevingsvisie Overijssel 2017) Of - generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkelingen nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor onder andere voorzieningen in het stedelijk gebied hanteert de provincie de SER-ladder. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven Voor dit perceel geldt dat sprake is van een herontwikkeling van binnenstedelijk gebied. De herontwikkeling richt zicht op het toevoegen van toekomsbestendige woningen. Waarbij de woningen een ander soort woning is dan reeds in de wijk aanwezig, waardoor een meer gedifferentieerd woning aanbod in de wijk ontstaat. Waar - ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene en stedelijke omgeving. Met deze perspectieven wordt de ruimtelijke ontwikkelingsvisie van de provincie vormgegeven.
Voor het plangebied geldt het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties binnen de stedelijke netwerken' wat zich richt op herstructurering en transformatie om het gebied vitaal en aantrekkelijk te houden en de diversiteit aan milieus te versterken. Hoe - gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: Natuurlijke laag (Dekzandvlakte en ruggen) Het plangebied is gelegen in de natuurlijke laag 'Dekzandvlakte en ruggen'. De ambitie bij ontwikkelingen is om de hoogteverschillen en het watersysteem beter zichtbaar en beleefbaar te maken. De (strekkings-)richting van het landschap is hierbij uitgangspunt.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
17
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Stedelijke laag (Woonwijken 1955 - nu) De stedelijke laag wordt gekenmerkt als “woonwijk 1955- nu”, planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collectief idee en grotere bouwstromen. De wederopbouwwijken worden bijvoorbeeld vaak gekenmerkt door een repeterende stempelstructuur in de bouwblokken, de ruime opzet van de groene ruimte en aandacht voor details zoals deuromlijstingen pergola’s boven de entrees, siermetselwerk e.d. De kwaliteit van de oorspronkelijke woningen voldoen vaak niet meer aan hedendaagse kwaliteitseisen. Herstructurering van de naoorlogse wijken is daarom een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijken van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Ook al neemt bij herstructurering het bebouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruimte tussen de bouwblokken. Markante gebouwen zoals leegkomende kerken en winkelstrips worden waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven. In de wijken van de jaren ’70 en ’80 (woonerven) vereisen de kwaliteit van de buitenruimte en de parkeeroplossingen bijzondere aandacht. Als herstructurering, inbreiding en toevoeging van bebouwing plaatsvinden in de naoorlogse woonwijken, dan moet de nieuwe bebouwing zich voegen in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel (patroon van o.a.
wooneenheden en parken), maar is als onderdeel wel zelfstandig herkenbaar. De groenstructuur moet onderdeel uit maken van het wijkontwerp. 3.2.4 Toetsing van initiatief aan uitgangspunten visie en verordening Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld: De beoogde plannen zijn in overeenstemming met de regels uit de verordening. Het plan wordt gerealiseerd binnen bestaand stedelijk gebied op de plek van voormalige arbeiderswoningen. Het stedenbouwkundig ontwerp is afgestemd op de bestaande omgeving door de bestaande blokindeling te behouden en ook het groen in de openbare ruimte wordt mee ontworpen. De herontwikkeling zal zich gaan voegen in de stempel van de wijk. Voor de ladderonderbouwing wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Geconcludeerd wordt dat voorliggende ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Woonvisie Twente 2015-2025 De regionale woonvisie geeft de gezamenlijke uitgangspunten van provincie, gemeenten en corporaties weer: woonafspraken en woonkeuzes op lokaal niveau zijn hiermee in lijn. In 2015 is deze visie vertaald in concrete Woonafspraken tussen provincie en gemeenten, op het niveau van functionerende woningmarkten.De provincie Overijssel heeft met gemeenten nieuwe afspraken vastgelegd over wonen voor de periode 2016-2020 (hierna: woonafspraken). De woonafspraken helpen om te zorgen voor gerichte en wederzijdse inzet van provincie en gemeenten ten aanzien van de woningmarkt. De overeenkomst zijn op 29 januari 2016 door de provincie en gemeenten in Twente ondertekend. De kern van de visie bestaat uit de verwachting dat Twente vanaf circa 2015 niet verder zal groeien qua inwoners, en vanaf circa 2035 ook niet meer qua huishoudens. Dus 'wonen' gebeurt in de toekomst vooral in de woningen, steden, dorpen en buitengebieden die er nu al zijn. Daarom richt de visie zich op het bestaande bebouwde gebied. Naast sloop en vervangende nieuwbouw vindt renovatie plaats om bestaand vastgoed weer toekomstgeschikt te maken.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
18
NL.IMRO.0141.00152-BP31
De netto uitbreidingsopgave in Twente is dus een fractie van de kwalitatieve opgave in de bestaande woningvoorraad. Dit leidt tot de volgende speerpunten van beleid: · · ·
·
Voldoende en gevarieerd aanbod: gemeenten bouwen voor lokale behoefte conform de natuurlijke huishoudensgroei; Kwaliteit boven kwantiteit: leefbare, duurzame en toekomstbestendige wijken met goede voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg; Vernieuwing en inbreiding boven uitbreiding: nieuwe uitbreidingslocaties zijn nauwelijks meer aan de orde. Nieuwbouw vindt conform de Ladder zoveel mogelijk plaats op transformatie- en inbreidingslocaties om onaantrekkelijke woongebieden een kwaliteitsimpuls te geven, te investeren in transformatie en kwalitatieve woningtekorten terug te dringen; Regionale samenwerking: de regionale woonvisie geeft richting aan het gezamenlijke woonbeleid van gemeente en corporaties in de komende jaren. De provincie voelt zich gecommitteerd aan de inhoud van de visie en is op onderdelen partner in de aanpak.
In het Regionaal Woning Programmering Twente (geactualiseerde versie april 2017) zijn afspraken vastgelegd waarin gemeenten in Twente zich moeten houden. Zo zijn vraag en aanbod voor de regio in kaart gebracht op basis van dezelfde uitgangspunten en afspraken gemaakt over programmering en afstemming van woonplannen. Afgesproken is dat gemeenten woningbouwplannen binnen stedelijk gebied waarbij tenminste 25 woningen worden gerealiseerd, afstemmen met gemeenten in de regio. Er is sprake van regionale afstemming indien de gemeenten de mogelijkheid geboden is om mee te denken over het woonplan. Bij het vastleggen van de woonafspraken is geconstateerd dat de woningmarkten in Twente overwegend lokaal zijn. In de gemeente Almelo is sprake van een kwantitatieve actuele behoefte van 1.765 - 2.090 woningen voor de periode 2017 t/m 2026. Hiertoe is, door de vraag op basis van actuele huishoudensprognose te confronteren met het aanbod in harde plannen (directe bouwtitels, uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden), sprake van het onderstaande: · · ·
Woningvraag voor gemeente Almelo bedraagt 1.765 - 2.090 woningen. Aanbod in harde plannen goed voor 1.775 woningen. De resterende actuele behoefte die hieruit volgt is 315 woningen.
3.3.2 Regionale Woonagenda Twente Met de op 18 februari 2021 ondertekende Regionale Woonagenda Twente zijn de meerjarige afspraken over de opgaven en ambities voor de Twentse woningmarkt in de periode 2021-2025 met een doorkijk naar 2030 geactualiseerd. Ten opzichte van de Regionale Woonvisie en de eerder gemaakte afspraken leidt de huidige woningbehoefte in Nederland als geheel, de provincie Overijssel en inzoomend naar Twente tot de wens om tot 2030 20.000 tot 22.000 woningen in de regio toe te voegen. Hiervan zijn circa 14.000 tot ruim 15.000 woningen in de gehele regio bestaande harde en/of zachte plancapaciteit. Dit leidt tot de volgende opgaven voor Almelo: · de harde plancapaciteit van 940 woningen per 1 januari 2020 versneld te realiseren; · de zachte plancapaciteit van 1020 woningen per 1 januari 2020 zo spoedig mogelijk hard te maken en te realiseren tussen nu en 2030; · naast deze plancapaciteit is regionaal de ambitie/opgave afgesproken om tot 2030 5.000 tot 7.000 woningen toe te voegen, waarbij het samen sturen op kwaliteit leidend is. Sowieso betekent dit dus een woningbouwopgave voor de Gemeente Almelo van meer dan 2.000 woningen. De specificatie/verdeling van de extra woningbouwambitie van 5.000 tot 7.000 woningen zal plaatsvinden aan de hand van een op te stellen kwalitatief afwegingskader.
Binnen de gemeenten Enschede, Hengelo en Almelo wordt in deze woonagenda gedacht aan de ruimtelijke strategie van 'Stedelijk wonen', terwijl voor andere delen van Twente de strategieën 'Buiten wonen' en 'Wonen langs radialen' meer van toepassing zijn.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
19
NL.IMRO.0141.00152-BP31
De ruimtelijke strategie 'Stedelijk wonen' wordt als volgt toegelicht: De steden en de uitleglocaties bij de steden bieden een kwalitatief hoogwaardige stedelijkheid met uiteenlopende milieus: van hoogstedelijke en multifunctionele gebieden, groenstedelijke en suburbane wijken, tot dorpse en landelijke woonmilieus in het buitengebied. Het unieke van wonen in deze stedelijke milieus is dat je alle hoogwaardige voorzieningen bij de hand hebt, net als onderwijs en werkgelegenheid en dat je uitstekend verbonden bent met de rest van de regio en Nederland over spoor en via de weg. Stedelijk wonen is erg in trek, en er liggen kansen om meer binnenstedelijk programma te realiseren in deze steden. Deze genoemde opgaven qua woningbouwaantallen staan nog los van de kwalitatieve opgaven met betrekking tot onder andere stedelijke vernieuwing, verduurzaming/kwaliteitsimpuls van de bestaande woningbouwvoorraad, en de toegankelijkheid en doorstroming. 3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het regionale woonbeleid De geactualiseerde afspraken binnen de Regionale Woonagenda leiden tot een nog grotere ambitie voor de Gemeente Almelo dan binnen de Regionale Woonvisie al was vastgelegd. Het plan voorziet in het toevoegen van 129 grondgebonden woningen.
Deze woningen waren reeds enige jaren geprogrammeerd voor deze binnenstedelijke (her)ontwikkelinglocatie, waarmee dit als zachte plancapaciteit valt te kwalificeren. Met dit planinitiatief wordt voorzien in een deel van de vraag naar nieuwe woningen in Almelo.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving De 'Omgevingsvisie Mijn Almelo Onze Omgeving' is op 29 september 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Almelo vastgesteld. In de Omgevingsvisie staat hoe de omgeving binnen de gemeente Almelo zich tot nu toe heeft gevormd en wat de visie is voor de toekomst. Voor de Omgevingsvisie is de gemeente Almelo verdeeld in vier gebieden: het buitengebied, de bedrijventerreinen, de wijken & dorpen en de binnenstad. Daarnaast zijn er onderwerpen die voor alle gebieden hetzelfde zijn, die los van de gebiedsindeling, in algemeenheid zijn beschreven. Het plangebied ligt binnen een wooonwijk van Almelo, waardoor de visie voor het de wijken en dorpen het meest relevant is. De gemeente Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regionale functie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren, heeft de gemeente de volgende drie grote ambities voor de woningvoorraad geformuleerd: · · ·
Flexibel; Evenwichtig & gevarieerd; Toekomstbestendig & duurzaam.
De gemeente wil wijken creëren met gemengde woonmilieus waar genoeg aanbod is voor elke doelgroep. De bestaande woonvoorraad heeft releatief veel sociale woningbouw en koopwoningen in het hoge(re) segment. Dit wordt meer in balans gebracht door bij herstructurering zoveel mogelijk op woningen in het middensegment in te zetten. Verder wil de gemeente de bestaande woningvoorraad zo slim mogelijk benutten en daarmee aansluiten op de ontwikkeling van de bevolking. Dat betekent onder meer: de benodigde verscheidenheid aanbrengen door herstructureren van panden en gebieden; de (minimale hoeveelheid) nieuwbouw ontwikkelen in bestaande wijken (inbreiding, geen uitbreiding). 3.4.2 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke Omgevingsvisie De voorgenomen ontwikkeling resulteert in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Dit vertaalt zich is het herontwikkelen van een terrein waar in het verleden huurwoningen stonden, in een groene setting. De herontwikkeling past binnen de functionele structuur van de omgeving.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
20
NL.IMRO.0141.00152-BP31
De beoogde eengezins- en levensloopbestendige woningen vormen een aanvulling op het bestaande woningaanbod in de wijk, waardoor stellen al dan niet op leeftijd en gezinnen kunnen doorstromen van een appartement naar een eengezinswoning in een rij of twee-aaneen of naar een levensloopbestendige woning. 3.4.3 Woonvisie Almelo 2020-2030 De woonvisie van de gemeente Almelo gaat over wonen in Almelo en de vele onderwerpen die daarmee samenhangen, zoals demografische ontwikkelingen, de bevolkingssamenstelling, de zorgvraag omtrent wonen, de kwaliteit van de woningvoorraad en verduurzaming. Met de visie wordt 15 jaar vooruit gekeken. Op basis van de prognose, historische en huidige woonsituatie zijn de belangrijkse ambities bepaald. Almelo wil een sterke centrumgemeente zijn en blijven, met een regiofunctie voor Noordwest-Twente. Om dat op woongebied te realiseren zijn drie grote ambities geformuleerd. De gemeente streeft naar: 1. Een flexibele woningvoorraad 1.1. De verwachte groei van de gemeente mogelijk maken en alvast voorbereid zijn op de (op termijn) te verwachten krimp. 1.2. Onderscheidende nieuwbouw realiseren en een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn voor jongeren en jonge gezinnen. 1.3. Inbreiding verkiezen boven uitbreiding. 1.4. Een vitale, aantrekkelijke binnenstad creëren. 1.5.
De kernen Aadorp en Bornerbroek de ruimte geven om aan de vraag naar nieuwbouw tegemoet te komen. 2. Een evenwichtige en gevarieerde woningvoorraad. 2.1. Het aandeel koop- en huurwoningen meer in evenwicht brengen, en de sociale woningbouw beter over onze (en omliggende) gemeente(n) verdelen. 2.2. De woonvoorzieningen voor kwetsbare groepen beter over onze (en omliggende) gemeenten verdelen. 3. Een toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. 3.1. Zorgen dat (oudere) inwoners een fijne woonomgeving krijgen/behouden, in nabijheid van anderen en met voorzieningen binnen bereik. 3.2. Bestaande en nieuwe woningen levensloopgeschikt maken. 3.3. Een betaalbare en duurzame energievoorziening bereikbaar maken voor iedereen en bestaande woningen voor 2050 aardgasvrij maken. De woningvoorraad kan tot 2035 nog met ruim 1.600 woningen groeien en die groei zal vooral bestaan uit koopwoningen (figuur 3.2). In dit segment is er meer vraag naar eengezinswoningen dan naar meergezinswoningen (niet grondgebonden/appartementen).In de huursector is het de opgave om meergezinswoningen toe te voegen. Per saldo neemt het sociale huursegment in omvang af. Opgemerkt wordt dat deze gemeentelijke Woonvisie (nog) niet is aangepast aan de bijgestelde ambitie zoals vastgelegd in de Regionale Woonagenda Twente.
Daarin zijn immers afspraken gemaakt dat binnen de gemeente Almelo tot 2030 in een woningbehoefte van meer dan 2.000 woningen extra zal voorzien.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
21
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Figuur 3.2: Ontwikkeling woningbehoefte Almelo naar eigendom en woningtype (Bron: Woonvisie 2020-2030) 3.4.4 Toetsing van het initiatief aan het gemeentelijke woonbeleid De gemeente Almelo richt zich op een flexibele, evenwichtige, gevarieerde, toekomstbestendige en duurzame woningvoorraad. De beoogde ontwikkeling van 51 eengezinswoningen in rijen, 26 levensloopbestendige/seniorenwoningen en 52 twee-onder-een-kapwoningen sluit aan op deze beleidslijnen uit de woonvisie. Met de ontwikkeling is sprake van transformatie op een binnenstedelijke locatie. Dat past bij de keuze voor inbreiding boven uitbreiding. Voorheen stond op deze locatie een planmatige woonwijk uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Deze ontwikkeling is een verbreding van het woningaanbod in de wijk, waardoor binnen de wijk Sluitersveld voorzien kan worden in een gedifferentieerde woonbehoefte.
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
22
NL.IMRO.0141.00152-BP31
Hoofdstuk 4 Milieu-aspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu-aspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar en/of motivering van de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de onder andere de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, het Besluit milieueffectrapportage en fysieke veiligheid.
4.1 Vormvrije mer-beoordeling 4.1.1 Beleid en normstelling In onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. aangegeven welke activiteiten, plannen en besluiten planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: · de kenmerken van de projecten; · de plaats van de projecten; · de kenmerken van de potentiële effecten. 4.1.2 Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat. Het initiatief bestaat uit de realisatie van 129 woningen, maar betreft per saldo een afname van in elk geval 37 woningen. Door deze afname van het aantal woningen is dit initiatief geen stedelijk ontwikkelingsproject. Derhalve kunnen de drempelswaarden ook niet worden overschreden.
Dit betekent dat strikt genomen ook geen 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' hoeft te worden opgesteld. Anderzijds is een dergelijke beoordeling vormvrij, zodat de toelichting van dit bestemmingsplan ook gezien kan worden als 'vormvrije m.e.r.-beoordeling. De kenmerken van het project zijn immers omschreven in paragraaf 2.2 Planbeschrijving en de plaats van het project is omschreven in paragraaf 2.1 Huidige situatie. De kenmerken van de potentiële effecten c.q. het milieubelang wordt in de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk in voldoende mate afgewogen. Er wordt geconcludeerd dat geen sprake is van wezenlijke effecten van het plan op het milieu. Er hoeft geen volledige m.e.r.-procedure doorlopen te worden.
4.2 Verkeer en parkeren 4.2.1 Verkeer Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de parkeerbehoefte. In deze paragraaf wordt de verkeersgeneratie en de -afwikkeling hiervan beschouwd. Het plan voorziet in de realisatie van 52 twee-onder-een-kapwoningen, 51 eengezins rijwoningen en 26 levensloopbestendige/senioren rijwoningen op de inbreidingslocatie Rumerslanden te Almelo. Deze aantallen vormen het woningbouwprogramma voor deze herontwikkeling en dragen daarmee wezenlijk bij aan de Almelose woningbouwopgave. Hoewel het vigerend planologisch regime een veel groter programma op de locatie mogelijk maakte, ca 190 woningen versus 129 woningen, gaan we uit
vastgesteld Bestemmingsplan Rumerslanden
23
NL.IMRO.0141.00152-BP31
van een verkeerstoename als gevolg van deze ontwikkeling aangezien de bebouwing reeds langer dan 5 jaar geleden is gesloopt. Deze verkeerstoename is bepaald op basis van kencijfers van het CROW zoals opgenomen in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (2018). Hoewel de buurt Rumerslanden zich wellicht beter laat typeren als sterk stedelijk, moeten we op grond van Almeloos beleid uitgaan van 'matig stedelijk' karakter en is het plangebied gelegen in 'de rest van de bebouwde kom'. Voor de tussen- en hoekwoningen geldt een verkeersgeneratiecijfer van 6,7 tot 7,5 per woning per dag. Dit betekent dat deze woningen tussen de 516 en 578 verkeersbewegingen per dag genereren. Voor de twee-onder-een-kapwoningen geldt een verkeersgeneratiecijfer van 7,4 tot 8,2. Dit levert tussen 385 en 427 extra verkeersbewegingen per dag op. In totaal betekent dit dat er ergens tussen minimaal 901 en maximaal 1005 verkeersbewegingen per dag c.q. etmaal extra in de wijk optreden als gevolg van uitvoering van dit initiatief. Voor wat betreft de ontsluiting en verkeersstructuur is de buurt uitgerust voor een invulling van een woningbouwprogramma, zoals dit op basis van het geldende bestemmingsplan mogelijk is en in het verleden ook gerealiseerd was. Daarmee kan worden gesteld dat de omgeving de te verwachten verkeersstromen aan kan.
Daarbij komt nog dat een deel van de woningen seniorenwoningen betreft en daarmee sprake is van een afnemend autobezit bij de bewoners. In dat licht is het aannemelijk dat het werkelijk aantal verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkelingen niet op het maximum ligt, maar ergens binnen de bandbreedte. De bestaande ontsluitingsstructuur en het huidige verkeersregime, zoals in paragraaf 2.1.2 beschreven, wijzigt niet door deze planontwikkeling. De verkeersafwikkeling zal via de diverse erftoegangswegen opgaan in het overige verkeer op de Ootmarsumsestraat en de Sluitersveldsingel. Omdat er 4 verschillende rechtstreekse ontsluitingsroutes voor Rumerslanden zijn, is de verwachting dat door de toename van het aantal verkeersbewegingen geen knelpunten ontstaan. De nieuwe woningen liggen in de directe nabijheid van het stedelijk fietsnetwerk, dat zich kenmerkt door een goede fietsinfrastructuur langs de Ootmarsumsestraat en nadrukkelijk ook aan Sluiskade Noord. Ter verdere ontsluiting wordt ook aangesloten op het vrijliggende fietspad langs de Sluitersveldssingel. Tevens bevinden zich op minder dan 200 meter van het plangebied bushaltes aan de Oostmarsumsestraat en de Sluitersveldssingel. Er wordt volop gelegenheid geboden om gebruik te maken van slimme, schone en gezonde mobiliteit.