CConstaterende datAlmelo
Koppel je AI →
Document · PDF

12.1 Vast te stellen bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek - Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan ‘Bornsestraat 36, Bornerbroek’.pdf

Raad 2 november 2022, gemeente AlmeloBij agendapunt: Vast te stellen bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek31.418 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

5.9.6 Waarschuwings- en alarmeringssysteem De sirene is een hulpmiddel van de overheid om mensen te kunnen waarschuwen voor acute gevaren. Dit systeem zal in de komende jaren verdwijnen. Daarna zullen de aanwezige personen in bedreigd gebied worden gewaarschuwd middels NL-Alert. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gevaarlijke stoffen vrijkomen bij een brand of ongeval. In het bericht wordt tevens het handelingsperspectief vermeld, zodat de personen die in het bedreigde gebied bevinden weten hoe te handeling.

5.10 Besluit milieueffectrapportage 5.10.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

49

NL.IMRO.0141.00132-BP31

omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

5.10.2

Situatie plangebied

5.10.2.1 Passende beoordeling Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologische kaders voor het realiseren van drie woningen. In het kader van deze ontwikkeling is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze is als Bijlage 4 bijgevoegd. Uit deze berekening volgt dat er geen sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Er is dan ook geen sprake van aantasting van de instandhoudingsdoelstelingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.10.2.2 Drempelwaarde Besluit m.e.r. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door het partieel herzien van het geldende bestemmingsplan. Dit betekent dat voorliggende ontwikkeling m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig.

Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (onderdeel D 11.2 besluit m.e.r.). De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht. Echter dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling opgesteld, deze is opgenomen in Bijlage 6 bij deze toelichting. Uit deze notitie blijkt dat voorliggend bestemmingsplan geen belangrijke nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maakt.

5.10.3

Conclusie

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig.

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

50

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Hoofdstuk 6 6.1

Waterparagraaf

Vigerend beleid

6.1.1 Europees beleid De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald.

6.1.2 Rijksbeleid Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Water Programma 2022- 2027 (vastgesteld 18 maart 2022). Dit document geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. Het belangrijkste uitgangspunt is het werken aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). In relatie tot de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt de doorwerking geregeld in de Omgevingswet.

6.1.3 Provinciaal beleid In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied.

6.1.4 Beleid waterschap Vechtstromen Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld. Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Daarbij kan gaan om zowel nieuw beleid als staand beleid en maatregelen. Voor het nieuwe beleid, dat nog niet is vastgesteld door dagelijks en/of algemeen bestuur en waarbij het participatieproces nog niet voltooid is, heeft het waterbeheerprogramma een agenderende functie.

6.1.5 Beleid gemeente Almelo 6.1.5.1 Almelose Klimaatadaptatie Strategie Sinds 2018 het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie van kracht. Hierin hebben Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten met elkaar afgesproken dat ons land van af 2050 klimaatrobuust en waterbestendig is ingericht. De verschillende overheden werken hiervoor met elkaar samen in zogenaamde werkregio's. Voor de gemeente Almelo is dit Twents waternet (TWN). Het Deltaprogramma werkt volgens een aantal stappen: WETEN: we brengen de effecten en kwetsbaarheden in beeld

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

51

NL.IMRO.0141.00132-BP31

WILLEN: we gaan met de stad in gesprek om de gezamenlijke ambitie te bepalen WERKEN: we stellen een agenda op met concrete acties die Almelo klimaatrobuust maken De stappen zijn vertaald in 7 ambities: 1. Kwetsbaarheden in beeld brengen 2. Risicodialoog voeren en strategie opstellen 3. Uitvoeringsagenda opstellen 4. Meekoppelkansen benutten 5. Stimuleren en faciliteren 6. Reguleren en borgen 7. Handelen bij calamiteiten In het AKAS zijn de ambities gekoppeld aan de klimaattrends en zoveel mogelijk uitgewerkt in kwalitatieve en getalsmatige uitgangspunten voor nieuwbouw, openbare ruimte en privaat terrein. Het AKAS beperkt zich tot de klimaattrends wateroverlast (inclusief overstromen van beken en kanalen), hitte en droogte. Wateroverlast: Uitgangspunt bij wateroverlast is dat bij extreme regenval hoofd- en gebiedsontsluitingswegen toegankelijk voor hulpdiensten blijven. Ter voorkoming van overlast bij extreme regenval zijn uitgangspunten voor te nemen maatregelen opgesteld. Voor nieuw aan te leggen hoofd- en gebiedsontsluitingswegen geldt dat de waterdiepte (waterplassen op straat) gemiddeld over de breedte van de weg niet groter mag zijn dan 10 cm bij een bui van respectievelijk 70mm (hoofdwegen) en 45mm (gebiedsontsluitingswegen) in één uur.

Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen (inclusief tunnels) met kans op een waterdiepte van meer dan 25 cm bij een bui is het uitgangspunt dat deze voor 2030 worden aangepakt. Voor bestaande hoofd- en gebiedsontsluitingswegen met minder dan 25 cm maar meer dan 10 cm waterdiepte geldt dat de gemeente bij herinrichting streeft de duur van water op straat bij een bui van 45 mm in één uur te beperken tot maximaal 2 uur, voor private wegen geldt een waterdiepte van meer dan 10 cm bij een bui van 70mm of 45mm in één uur. Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen en nutsvoorzieningen geldt dat het vloerpeil minimaal 30 cm boven het wegpeil dient te liggen. Voor stedelijke in- en uitbreidingen geldt bovendien dat water binnen het plangebied op doelmatige wijze geborgen moet worden (40 mm (uitbreidingslocaties) of 20 mm (inbreidingslocaties)). De wijze waarop is ter goedkeuring door de gemeente. Bij de herinrichting van de openbare ruimte streeft de gemeente ernaar dat een bui van 70 mm in één uur, door een gebied/wijk verwerkt kan worden zonder dat er nieuwe onacceptabele situaties ontstaan. De gemeente hanteert hierbij de volgorde: water vasthouden op locatie, berging in het gebied en indien nodig afvoeren. Voor de riolering kan eventueel worden uitgegaan van een afvoercapaciteit van 20 mm per uur; de overige waterberging moet in het gebied worden gecreëerd.

Eigenaren van bestaande percelen worden gestimuleerd af te koppelen en hun tuin te ontstenen / vergroenen. Om overlast van grondwater bij nieuwbouw tegen te gaan geldt een vloerhoogte van minimaal 100 cm en straatpeil van 80 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Voor gebieden in de openbare ruimte waar structureel sprake is van grondwateroverlast neemt de gemeente maatregelen indien dat doelmatig is. Voor bestaande bouw geldt een vloerhoogte van minimaal 90 cm en straatpeil van 70 cm ten opzichte van de GHG (Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand). Eigenaren van privaat terrein zijn zelf verantwoordelijk voor het voorkomen of beperken van schade door grondwater. Hitte en droogte Ten aanzien van hitte en droogte heeft de gemeente de ambitie uitgesproken dat de hitte impact in 2050 niet erger is dan in 2020 en droogte niet mag leiden tot onomkeerbare schade aan openbaar groen en natuur. Om die reden wordt bij nieuwbouwontwikkeling en herinrichting gestreefd naar een zodanige inrichting van het gebied dat er voldoende koelteplekken en schaduw is. Bij het beheer en

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

52

NL.IMRO.0141.00132-BP31

onderhoud van wegen wordt onderzocht op welke manier de opwarming van verharding kan worden teruggedrongen. Inwoners, bedrijven en instellingen zijn zelf verantwoordelijk maatregelen te treffen om schade en gezondheidsimpact van hitte in gebouwen en op privaat terrein te beperken, door het toevoegen van groen, warmte werend of verkoelend dak, schaduw en koele plekken. Ter voorkoming van droogte wordt bij nieuwbouw het gebied neerslag bergend en afvoer vertragend ingericht. Zodanig dat bij droogte bomen, groen, (dak)tuinen of andere voorzieningen van water uit het plangebied worden voorzien. Oppervlaktewater wordt zo ingericht dat droogval zoveel als mogelijk voorkomen kan worden en circulatie mogelijk is. Bij de herinrichting van de openbare ruimte in de bestaande stad treft de gemeente maatregelen om de gevolgen van droogte structureel te beperken. Op privaat terrein zijn eigenaren zelf verantwoordelijk voor het droogtebestendig maken van hun groen of voor het beperken van de gevolgen.

6.1.5.2 Programma Water en Riolering - De verbindende kracht van water (2022-2026) Met de invoering van de Omgevingswet vervalt de verplichting van het opstellen van een (verbreed) Gemeentelijk RioleringsPlan(vGRP). In plaats daarvan kunnen gemeenten een (vrijwillig) Programma opstellen. Met dit Programma Water en Riolering sorteren we voor op komst van de Omgevingswet. In het Programma Water en Riolering –De verbindende kracht van water (2022-2026) worden de ambities en doelstellingen zoals verwoord in de Almelose Omgevingsvisie en de Klimaatadaptatiestrategie(AKAS) uitgewerkt tot maatregelen. Met het programma wordt voorgesorteerd op een meer integrale aanpak en maken we gerichter keuzes om nog doelmatiger en efficiënter te kunnen werken. Hiermee houden we ons watersysteem ondanks extra kosten en de uitdagingen die klimaatverandering met zich meebrengt haalbaar en betaalbaar. Met ons watersysteem streven we daarom naar het integreren van de vier waterstromen: stedelijk afvalwater hemelwater (regenwater) grondwater oppervlaktewater Deze watertaken corresponderen met de drie zorgplichten van de gemeente. Oppervlaktewater zien we als integraal onderdeel van het stedelijk water. De gemeentelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn momenteel opgenomen in de Wet Milieubeheer en de Waterwet.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit opgenomen in artikel 2.16 Ow (lid1a). De maatregelen voor de komende planperiode zijn bepaald door de huidige situatie te toetsen aan de normen die volgen uit de doelstellingen. Maatregelen betreffen onderzoeks-, borgings-en fysieke maatregelen en zijn gericht op het meer datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad inrichten, onderhouden en vervangen van het watersysteem. Datagedreven, gebiedsgericht en samen met de stad vormen dan ook de drie pijlers van onze werkwijze.

6.2

Waterparagraaf

6.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater).

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

53

NL.IMRO.0141.00132-BP31

6.2.2 Watertoetsproces 6.2.2.1 Gemeentelijke randvoorwaarden De gemeente kan akkoord gaan met het ondergrondse infiltratie, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Alle regenwater van dak en verharding moet volledig worden gescheiden van het vuile water. Bij voorkeur wordt er alleen een vuilwaterriool aangelegd. Hemelwater wordt bovengronds naar wadi’s of oppervlaktewater afgevoerd. Er is hier sprake van een inbreidingslocatie en dat betekent dat er binnen het plangebied 20 mm water moet worden geborgen. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar een bovengrondse berging zoals bijvoorbeeld een wadi. Ook voor de regenwaterafvoer van de woningen en de verhardingen naar de wadi gaat de voorkeur uit naar bovengronds. Om water zoveel mogelijk lokaal te infiltreren moet de wadi minimaal 20 mm per uur kunnen infiltreren ten opzicht van het aangesloten oppervlak. Bij extreme regenval zal de berging van de wadi niet voldoende zijn en om wateroverlast bij de woningen te voorkomen en is een overloop nodig naar de watergang achter Het Trivium. Onderzocht moet worden of afvoeren via het hemelwatersysteem van Trivium mogelijk is. Het is belangrijk dat bij toekomstige ontwikkelingen wateroverlast wordt voorkomen.

Bij het ontwerp en de inrichting van nieuwe ontwikkelingen moet daarom rekening worden gehouden met de mogelijkheid om in noodgevallen (bij extreme buien) de straat en de overige openbare ruimte te benutten als tijdelijke berging. Hiervoor moet de infrastructuur waterbewust en klimaatbestendig worden ingericht. Hierbij kan worden gedacht aan niet te lage vloerpeilen, het toepassen van trottoirbanden langs de wegen en het afvoeren van alle dakoppervlak naar de voorzijde van het perceel. Het plan moet klimaatrobuust worden ontworpen. Bij een regenbui van 70 mm in 1 uur mag er geen schade ontstaan aan de woningen. Het water mag dan wel tijdelijk op straat of in groen staan. Dit moet getoetst worden. Bij de uitgevoerde stresstesten zijn er voor de huidige situatie geen kwetsbaarheden geconstateerd.

6.2.2.2 Waterhuishoudkundige situatie plangebied In dit geval is door Roelofs een waterhuishoudkundig plan gemaakt. Het volledige plan is als Bijlage 7 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste aspecten ingegaan. Waterhuishoudkundige situatie nieuwe situatie Verhard oppervlakte In afbeelding 6.1 is het verhard oppervlak binnen het plangebied in de toekomstige situatie weergegeven. Het totale verharde oppervlak bedraagt 751 m2.

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

54

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Afbeelding 6.1: Verhard oppervlakte toekomstige situatie (Bron: Roelofs) Straat- en vloerpeilen Het straatpeil van de Bornsestraat ligt op ca. NAP + 11,05 m. Aangezien de voorgevel van het appartementencomplex nagenoeg aansluit op het trottoir, wordt geadviseerd om een vloerpeil van maximaal NAP + 11,35 m aan te houden. Het pad aan de achterkant van het appartementencomplex ligt in de huidige situatie op ca. NAP + 11,10 m. Geadviseerd wordt om dit straatpeil in de toekomstige situatie te handhaven. De parkeervakken dienen wat hoger gelegd te worden op NAP + 11,20 m. Met deze eisen wordt rekening gehouden in het ontwerp. Bergingsopgave De gemeente Almelo stelt als bergingseis minimaal 20 mm over de nieuwe verharding. Uitgaande van 751 m2 betekent dat dat er minimaal 15 m³ berging aangebracht dient te worden. Hemelwaterafvoer Het hemelwater wordt gescheiden ingezameld. Dat betekent dat er een gescheiden stelsel aangelegd zal worden binnen het plangebied. Aangezien er bovengronds geen ruimte beschikbaar is voor waterberging en de GHG relatief hoog ligt (NAP + 10,30 m) wordt een waterbergende fundering onder de parkeervakken gerealiseerd. De parkeervakken hebben een oppervlakte van 126 m2. Als waterbergende fundering wordt een steenwolfundering toegepast. Het steenwolpakket heeft een effectieve porositeit van 93%.

De steenwolelementen hebben een minimale laagdikte van 0,50 m (bijvoorbeeld Rockflow WM2007). Dat betekent dat het oppervlak waar een steenwolfundering toegepast dient te worden ca. 34 m2 bedraagt. Bij een peil van de parkeervakken van NAP + 11,20 m, een straatlaag van 10 cm en een laag menggranulaat van 30 cm, ligt de onderkant van de steenwolfundering op NAP + 10,30 m. Dit ligt boven de verwachte GHG van NAP + 10,05 m. Daarmee kan het hemelwatervanuit de voorziening infiltreren naar de ondergrond.

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

55

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Bij de aanleg van de steenwolfundering dient het hemelwater door middel van kolken in de rijbaan afgevoerd te worden naar de voorziening. De voorziening dient ontlucht te worden door middel van een kolk of put met roosterdeksel. Deze voorziening ligt uiteraard hoger dan de instroomvoorziening op NAP + 11,20 m. Voor buien zwaarder dan 20 mm dient een overloopmogelijkheid gecreëerd te worden. Dit kan door vanuit de voorziening een hoger gelegen leiding aan te leggen (b.o.b. NAP + 10,80 m) naar een nieuwe inspectieput die tevens als ontluchting fungeert (roosterdeksel). Deze inspectieput wordt door middel van een PVC Ø 250 mm (met minimaal 1,20 m gronddekking) aangesloten op het bestaande hemelwaterriool van TMZ. Geadviseerd wordt om een hol straatprofiel ter plaatse de rijbaan te hanteren. Het laagste punt in de rijbaan bedraagt NAP + 11,10 m. Hiermee wordt wateroverlast voorkomen en kan bij extreme buien de berging op maaiveld tijdelijk benut worden. Aangezien er 20 mm berging gerealiseerd is in de voorziening en de vloerpeilen op NAP + 10,35 m liggen, zal er bij 70 mm in één uur (T=100 in 2050) geen sprake zijn van wateroverlast in de panden. Hemelwater zal in dat geval afgevoerd worden naar de Bornsestraat of naar het aan de noordkant van de weg gelegen groen.

Afvalwaterafvoer Uitgaande van 18 wooneenheden, gemiddeld 2,5 inwoner per woning en een afvalwaterproductie van 12 liter per inwoner per uur kan gerekend worden op een afvalwaterstroom van 0,54 m³/uur (0,15 l/s). Voorgesteld wordt om het afvalwater aan de voorkant van de woningen aan te sluiten op het bestaande gemengde riool in de Bornsestraat. Doordat de bestaande bebouwing wordt gesloopt en zo van het gemengde riool wordt afgekoppeld, is er geen extra belasting voor het gemengde riool.

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

56

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Hoofdstuk 7

Juridisch bestuurlijke aspecten

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe het beleid en de planuitgangspunten zijn verwoord in de planregels. Zo wordt een toelichting gegeven op het juridische systeem en op alle afzonderlijke bestemmingen.

7.1

Inleiding

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2

Opzet van de regels

7.2.1 Algemeen In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels.

7.2.2 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogten, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

7.2.3 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Nadere eisen: regels die de gemeente mogelijkheid geven om nadere eisen te stellen aan bepaalde

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

57

NL.IMRO.0141.00132-BP31

zaken; Specifieke gebruiksregels: regels waarin vormen van een met de bestemming strijdig gebruik staan opgenomen; Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels.

7.2.4 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (artikel 6) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 7) In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels (Artikel 8) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene procedureregels (Artikel 9) In de artikel staat beschreven welke procedureregels in acht moeten worden genomen, wanneer er nadere eisen zijn gesteld die onderdeel uitmaken van de regels in dit bestemmingsplan. Overige regels (Artikel 10) In dit artikel staat beschreven welke regels er gelden voor het parkeren, laden en lossen.

7.2.5 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Algemeen Qua systematiek is in overleg met de gemeente Almelo besloten om aan te sluiten bij de regels die opgenomen staan in het bestemmingsplan 'Hoitink_locatie", aangezien het ging om een vergelijkbaar plan voor onder andere een appartementengebouw in Bornerbroek. Hierna wordt op de afzonderlijke bestemmingen ingegaan. Tuin(Artikel 3) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de voortuin voor het voorste appartementengebouw. Hiermee is aangesloten bij de systematiek van het Hoitink en ook van het bestemmingsplan "Zuid_Bornerbroek", waar in alle gevallen de tuinbestemming voor de voorgevel ligt.

Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor tuinen en erven. Tevens zijn erkers en

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

58

NL.IMRO.0141.00132-BP31

ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen ten behoeve van gebouwen in naastgelegen woonbestemming toegestaan. Tot slot zijn tevens voorzieningen voor waterhuishouding toegestaan. In de bouwregels zijn bepalingen omtrent bijbehorende bouwwerken (hiervoor genoemd: erkers etc) opgenomen. Ook zijn er bepalingen voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, opgenomen. Tot slot kunnen ten aanzien van de bebouwing nadere eisen gesteld worden en zijn er specifieke gebruiksregels (en afwijkingen daarop) opgenomen. Verkeer (Artikel 4) Deze bestemming is, conform geldend bestemmingsplan, opgenomen ter plaatse van de ontsluitingsweg ten westen en noorden (achter) de appartementengebouwen. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor wegen, straten, voet- en fietspaden. In de bouwregels is bepaald dat uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningen toegestaan zijn, waarvoor bouwregels opgenomen zijn. Ook zijn bouwregels voor overige bouwwerken opgenomen. Tot slot kunnen ten aanzien van de bebouwing nadere eisen gesteld worden en zijn er specifieke gebruiksregels (en afwijkingen daarop) opgenomen. Wonen - Gestapeld wonen (Artikel 5) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van de beoogde appartementengebouwen. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met aan huis verbonden beroepen of bedrijven, tuinen en erven en voorzieningen voor water.

In de bouwregels is specifiek bepaald dat uitsluitend gestapelde woningen toegestaan zijn. Ook is specifiek bepaald dat 18 woningen toegestaan zijn en dat de hoofdgebouwen binnen het bouwvlak gebouwd dienen te worden. De maximum goothoogte en bouwhoogte is op de verbeelding vastgelegd. Specifiek is bepaald dat voor 40% van het gebouw de goothoogte niet geldt. Dit is een vorm van maatwerk die nodig is, aangezien in het ontwerp bepaalde delen van het gebouw niet zijn voorzien van een goot, maar plat zijn afgedekt. Ter plaatse geldt alleen een bouwhoogte. Voor de bijbehorende bouwwerken is maatwerk opgenomen. In dit geval bestaan deze namelijk enkel uit de fietsenstalling, gezien de bergingen in het hoofdgebouw (kelder) gerealiseerd worden. Bepaald is dat bijbehorende bouwwerken toegestaan zijn binnen- en buiten het bouwvlak, tot maximaal 50 m2 oppervlakte en een hoogte van 3 m. Tot slot zijn in de bouwregels bepalingen voor overige bouwwerken opgenomen. Ten aanzien van de regels kunnen nadere eisen gesteld worden. In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik en bepalingen omtrent aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten opgenomen. Tot slot zijn er afwijkingsmogelijkheden van de gebruiksregels opgenomen.

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

59

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Hoofdstuk 8

Economische uitvoerbaarheid

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten beperken zich tot de ambtelijke kosten welke verbonden zijn aan het voeren van de planologisch procedure en worden verhaald middels de legesverordening. Eventuele planschade wordt afgewenteld middels een planschadeovereenkomst. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a geen exploitatieplan nodig.

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

60

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Hoofdstuk 9 9.1

Vooroverleg, Inspraak en Zienswijze

Vooroverleg

9.1.1 Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk.

9.1.2 Provincie Overijssel Het plan wordt in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel gezonden.

9.1.3 Waterschap Vechtstromen De watertoets heeft plaats gevonden op de website www.dewatertoets.nl. Deze toets resulteerde in een normale procedure. De procedure in het kader van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Vechtstromen geeft een positief wateradvies. Dit is uitgewerkt in paragraaf 6.2.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt er, gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Wel is het plan uitgebreid besproken met de omwonenden en het plaatselijk belang. Er is een positieve grondhouding tegenover het plan.

9.3

Zienswijzen

Het bestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode is er één zienswijze ingediend. Deze zienswijze heeft geleid tot beperkte wijzigingen in het bestemmingsplan. In de in Bijlage 8 opgenomen zienswijzennota wordt hier uitgebreid op ingegaan. Het vooroverleg is hiermee afgerond.

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

61

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Bijlagen bij toelichting

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

62

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Bijlage 1 Woononderzoek OVKK

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

63

Starters op de woningmarkt in kleine Overijsselse kernen ‘nulmeting Bornerbroek’

Nulmeting Bornerbroek Op maandag 26 november vond de eerste bijeenkomst in Bornerbroek plaats. Thijs Elderink en Neeltje Bleumink-Bults hebben daar namens de OVKK een presentatie gegeven. Door gebruik te maken van het programma Mentimeter waren zij in staat om tegelijkertijd ook een inventarisatie uit te voeren. Bij de bijeenkomst waren 67 mensen aanwezig, waarvan om en nabij 50 jongeren. Een mooie opkomst voor een kern van +/- 1800 inwoners. De stemming was goed, er werd enthousiast gereageerd op de wijze van presenteren/inventariseren. Dit blijkt onder andere uit de vele reacties na afloop van de presentatie. Een eerste avond in het project kan gezien worden als een soort ‘nulmeting’. Vervolgens zullen we met geïnteresseerden verder in gesprek gaan om de wensen en behoeften verder af te pellen. Zodoende willen we toewerken naar een concrete wensen en behoeftebeeld van de jongeren in Bornerbroek.

Reacties op presentatie De reacties op de presentatie/inventarisatie waren goed. We hebben veel positieve reacties mogen ontvangen na afloop van de presentatie als tijdens de presentatie. De aanwezigen hadden de mogelijkheid om gedurende de presentatie aan te geven of zij erg tevreden (hartje), tevreden (duimpje omhoog) of ontevreden (duimpje omlaag) waren. Het aantal reacties per vraag varieert. Gemiddeld gezien hebben van de 67 aanwezigen, 47 personen actief meegedaan aan de inventarisatie. Aan het begin van de presentatie waren 2 personen erg tevreden, 27 personen tevreden en 1 persoon ontevreden. Gedurende de presentatie waren 3 personen erg tevreden en 20 personen tevreden. Een daling van het aantal tevreden personen, net zoals een daling van het aantal ontevreden personen (van 1 naar 0). Aan het einde van de presentatie waren 10 personen erg tevreden, 18 personen tevreden en 1 persoon ontevreden. De groep tevreden personen is met ongeveer 10 personen gedaald, terwijl de groep erg tevreden met 8 personen gestegen is. Het aantal ontevreden personen stond op 1. Hieruit kunnen we vaststellen dat de aanwezigen zeer positief reageren op het project.

Samenstelling van respondenten

LEEFTIJD VAN RESPONDENTEN 6% 15%

21%

28%

20 jaar of jonger

21 t/m 23 jaar

30%

24 t/m 26 jaar

27 t/m 30 jaar

Figuur 1 leeftijdscategorie respondenten Pagina 2 van 7

Starters op de woningmarkt - Bornerbroek

31 jaar of ouder

Van de 47 personen die actief meededen aan de presentatie was 21% 20 jaar of jonger, 30% 21 tot en met 23 jaar, 28% 24 tot en met 26 jaar, 15% 27 tot en met 30 jaar en 6% is ouder dan 30 jaar. Hieruit kunnen we concluderen dat de respondenten een gedegen vertegenwoordiging van de jongeren in Bornerbroek zijn. Op de vraag: wat doe je in het dagelijkse leven hebben 32 personen werkend als antwoord aangegeven en 16 student. Alvorens het stellen van de vraag heeft de presentator, ten behoeve van de validiteit, de definitie ‘werkend’ afgebakend. 32 personen geven aan op dit moment bij hun ouders te wonen. 1 persoon is uitwonend, 15 wonen in hun eigen huis, waarvan 8 in een koopwoning en 7 in een huurwoning. 31 personen geven aan binnen nu en 3 jaar te willen verhuizen. Opmerkelijk is dat 13 van de 15 jongeren die op dit moment een eigen huis hebben aangeven binnen nu en 3 jaar te willen verhuizen. De verdeling koop – huur is daarin nagenoeg gelijk.

WOONWENS OVER 5 JAAR Anders

Elders in Twente

Bornerbroek

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Figuur 2 Waar zie jij jezelf wonen over 5 jaar?

Maar liefst 91% van de respondenten (43) geeft aan dat zij zichzelf over vijf jaar in Bornerbroek zien wonen. De andere respondenten geven voorkeur aan een andere plek in Twente of Nederland. Nagenoeg alle respondenten markeren familie, vrienden en ‘gezelligheid van het dorp’ als meest belangrijke reden om in Bornerbroek te blijven wonen. Werk wordt enkele keren als reden aangegeven.

Afbeelding 1 Redenen om in Bornerbroek te blijven wonen Pagina 3 van 7

Starters op de woningmarkt - Bornerbroek

28 respondenten geven aan dat zij de avond bezoeken om zich voor te bereiden op (toekomstige) toetreding tot de woningmarkt. 8 respondenten willen informatie ophalen, 1 wil er informatie brengen en 5 respondenten geven aan een concrete woningzoekende te zijn.

Woning zoeken Op dit moment staan er 3 respondenten in geschreven bij de woningcorporatie en 2 bij de gemeente (voor een kavel). 41 respondenten geven aan dat zij op dit moment nergens staan ingeschreven als woningzoekende.

INGESCHREVEN ALS WONINGZOEKENDE 2% 6%

4%

87%

Bij woningcorporatie

Bij gemeente

Nergens

Anders

Figuur 3 Woningzoekende respondenten

De respondenten verdiepen zich veelal via het internet in de woningmarkt van Bornerbroek. Zo geeft 87% van de respondenten (40 personen) aan zich middels internet verdiept te hebben in de woningmarkt van Bornerbroek. 1 respondent is op gesprek geweest bij de gemeente. 5 respondenten hebben deze vraagstelling met anders of niet van toepassing beantwoord. 10 respondenten geven aan dat zij al eens gereageerd hebben op een koopwoning. 6 personen hebben gereageerd op een huurwoning, waarvan 1 op sociale huur en 5 op particuliere huur. 31 respondenten geven aan dat dit voor hen nog niet van toepassing is. Bij het zoeken van een woning loopt het gros van de respondenten aan tegen te weinig betaalbaar aanbod. Daarnaast geven zij aan dat woningen die te koop staan, verkocht worden zonder dat deze op Funda, of een soortgelijke website, komen. Het gebrek aan informatie over deze woningen wordt door de jongeren als belemmering aangestipt.

Woningsoort 33 van de respondenten geeft aan op zoek te zijn naar een koopwoning. 11 respondenten zijn op zoek naar een kavel om een woning op te bouwen. 3 respondenten zoeken een particuliere huurwoning. De optie sociale huurwoning is door niemand aangevinkt als mogelijke optie.

Pagina 4 van 7

Starters op de woningmarkt - Bornerbroek

NAAR WELKE WOONVORM BEN JE OPZOEK? 40 30 20 10 0 Koopwoning

Kavel, om op te bouwen

Particuliere huurwoning

Sociale huurwoning

Figuur 4 Woonvormen respondenten

De mening van de respondenten over de woningmarkt in Bornerbroek is nagenoeg uniform. De huidige woningen in Bornerbroek zijn te duur. De respondenten stellen dat er te weinig aanbod is in de categorie ‘goedkope’ starterswoningen. Op de vraag hoeveel ben jij bereid te betalen voor je woning per maand wordt verschillend geantwoord. - 0 respondenten geven aan maximaal €417,- per maand te willen betalen; - 0 respondenten geven aan maximaal €550,- per maand te willen betalen; - 9 respondenten geven aan maximaal €650,- per maand te willen betalen; - 14 respondenten geven aan maximaal €700,- per maand te willen betalen; - 12 respondenten geven aan maximaal €750,- per maand te willen betalen; - 8 respondenten geven aan maximaal €800,- per maand te willen betalen; - 4 respondenten geven aan €800,- of meer per maand te willen betalen; Gemiddeld gezien willen de respondenten +/- €750,- per maand betalen voor een woning.

MAXIMALE WOONLASTEN PER MAAND 15 10 5 0 417 EUR

550 EUR

650 EUR

700 EUR

750 EUR

800 EUR

> 800 EUR

Figuur 5 Maximale woonlasten per maand

De volgende vier woningtypes zijn voorgelegd aan de respondenten: appartement, eengezinswoning, twee-onder-een-kap en een vrijstaande woning. De respondenten hebben de woningtypes een cijfer gegeven op een schaal van 1 t/m 5. Het woningtype appartement scoort het slechtst met een score van 2.2. Daaropvolgend scoort de eengezinswoning een 2.8. Een vrijstaande woning scoort een 3.4 en het woningtype twee-onder-een-kap scoort een 3.8.

Pagina 5 van 7

Starters op de woningmarkt - Bornerbroek

Situatieschets koopkracht woningzoekende Bornerbroek

GEWENSTE WONINGSOORT

appartement

eengezinswoning

twee-onder-een-kap

vrijstaande woning

Figuur 6 In welke woningsoort zie jij jezelf over 5 jaar wonen

Conclusie Het project werd enthousiast ontvangen in Bornerbroek. De aanwezigen zijn nagenoeg allemaal tevreden over de wijze van werken. Zowel tijdens als na afloop van de presentatie werd positief gereageerd.

De gemiddelde prijs van een koopwoning in Bornerbroek is €312.795,- (Weetmeer Buurtkompas, 2018). Het gemiddelde inkomen per inkomensontvanger in Bornerbroek is €29.500,(Bijsterveld, 2018). Meerdere bronnen, waaronder de Rabobank, wijzen uit dat de maximale hypotheek, met een salaris van €29.500,(inclusief partner met soortgelijk inkomen), om en nabij €270.000 ligt. De netto maandlasten in die situatie bedragen +/- €850,-. De koper zal ongeveer €45.000,aan eigen vermogen moeten inbrengen. Een kanttekening bij deze is situatieschets is echter dat het gemiddelde inkomen berekend wordt over alle categorieën inkomensontvangers, dit varieert van starters tot bijna gepensioneerden.

De aankomende drie jaar gaat het grotendeel van de jongeren in Bornerbroek op zoek naar een woning. Zij zijn nagenoeg allemaal op zoek naar een koopwoning. Het liefst in de categorie twee-onder-een-kap of vrijstaande woning. Hiervoor zijn zij bereid om maximaal €750,- per maand te betalen. Kijkende naar de situatieschets van de woningmarkt in Bornerbroek kan gesteld worden dat de jongeren hun mogelijkheden op de lokale woningmarkt op dit moment niet scherp hebben. De wens om in een twee-onder-een-kap of vrijstaande woning te wonen strookt niet met de gewenste maximale maandlasten. Dit staat los van de mogelijkheden met betrekking tot een hypotheek. Het gebrek aan betaalbare woningen voor jongeren maakt de positie van starters extra complex. Het aandeel huurwoningen is beperkt, daarnaast wordt huren veelal in een negatieve context geplaatst. Jongeren zien huren als weggegooid geld. Geld wat ze, in een thuiswonende situatie, kunnen sparen.

Vervolg Allereerst worden de resultaten met zowel het Plaatselijke Belang als de gemeente besproken. Zodoende willen we peilen of de gegevens bij de gemeente overeenkomen met de wensen en behoeften van de jongeren. Vervolgens zullen we een verdiepend gesprek met de jongeren aangaan om bepaalde punten verder te concretiseren. Op dit moment kunnen bepaalde uitkomsten nog niet geduid worden. Taak is om in het vervolgproces te achterhalen welke wensen, behoeften en meningen er ten grondslag liggen aan bepaalde keuzes (denk hierbij bijvoorbeeld aan het woningtype). Daarnaast wordt er een gesprek met jongeren over de huurmarkt gearrangeerd. Zo willen we het gesprek over het imago van de huurmarkt voeren, maar ook over de mogelijkheden en kansen die een huurwoning biedt.

Pagina 6 van 7

Starters op de woningmarkt - Bornerbroek

Nadat de wensen en behoeften van de jongeren geconcretiseerd zijn, wordt de woningvraag geformuleerd. Als er jongeren met een concrete behoefte zijn, die willen meewerken/-denken aan dit project zullen we vervolgens exploreren welke mogelijke opties er zijn. Hiervoor zullen we in gesprek gaan met het Plaatselijke Belang, de gemeente en de woningstichting. Samen gaan we kijken naar mogelijkheden om die vraag te beantwoorden. Ook gaan we het gesprek aan met partijen die het vervolgproject wellicht kunnen trekken. Het resultaat van dit project is een infographic met een beknopt onderbouwend rapport waarin de wensen en behoeften van jongeren, mogelijke opties om de woningvraag te beantwoorden en betrokken partijen die daaraan mee willen werken worden weergegeven.

Pagina 7 van 7

Starters op de woningmarkt - Bornerbroek

NL.IMRO.0141.00132-BP31

Bijlage 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

vastgesteld bestemmingsplan Bornsestraat 36, Bornerbroek

71

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bornsestraat 36, Bornerbroek

September 2021

Status: Definitief

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief

AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI BORNSESTRAAT 36, BORNERBROEK

Auteur: Status: Datum: Projectnummer

BJZ.nu Definitief September 2021 2021-340

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 HOOFDSTUD 2 WETTELIJK KADER ......................................................................... 5 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

ALGEMEEN ................................................................................................................................................. 5 ZONE LANGS WEGEN .................................................................................................................................... 5 GRENSWAARDEN ......................................................................................................................................... 5 BEREKENEN GELUIDSBELASTING ...................................................................................................................... 6 GEMEENTELIJK GELUIDSBELEID........................................................................................................................ 6

HOOFDSTUK 3 UITGANGSPUNTEN ........................................................................ 8 3.1 3.2

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 VERKEERSGEGEVENS ..................................................................................................................................... 9

HOOFDSTUK 4 RESULTATEN .............................................................................. 10 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

BEREKENINGEN ......................................................................................................................................... 10 GELUIDBELASTING...................................................................................................................................... 10 HOGERE WAARDE ...................................................................................................................................... 10 MAATREGELEN REDUCTIE GELUIDBELASTING ................................................................................................... 11 TOETSING AAN HET GEMEENTELIJK GELUIDBELEID ............................................................................................. 12

HOOFDSTUK 5 CONCLUSIE ................................................................................ 14 BIJLAGEN BIJ HET ONDERZOEK .............................................................................. 15 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

ITEMEIGENSCHAPPEN.......................................................................................................................... 16 REKENMODEL.................................................................................................................................... 17 REKENRESULTATEN............................................................................................................................. 18

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief

HOOFDSTUK 1

INLEIDING

Aan de Bornsestraat 36 te Almelo bevindt zich het perceel van een voormalige slagerij. De slagerij is niet meer in gebruik. Initiatiefnemer is daarom voornemens alle bebouwing te slopen en ter plaatse twee appartementengebouwen te bouwen met in totaal ruimte voor 18 appartementen. In afbeelding 1.1. is de locatie van het projectgebied weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging projectgebied (Bron: PDOK)

Woningen worden in de Wet geluidhinder aangemerkt als geluidsgevoelige functies. Ten behoeve van de realisatie moet een ruimtelijke procedure worden doorlopen, waarbij het noodzakelijk is om de geluidbelasting ter plaatse van de te realiseren woning te toetsen aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder. In voorliggend geval betreft het enkel het aspect wegverkeerslawaai. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het vigerende Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief

HOOFDSTUD 2 2.1

WETTELIJK KADER

Algemeen

Artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) bepaalt dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, wijzigingsplan, uitwerkingsplan of bij het voorbereiden van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking, akoestisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Doel van dit onderzoek is de geluidsbelasting aan de gevel van een geluidsgevoelig object als gevolg van de weg te bepalen. Onderzoek is enkel noodzakelijk indien een geluidsgevoelige bestemming zich binnen de wettelijke geluidszone van een weg bevindt. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan op de wettelijke geluidszone van wegen.

2.2

Zone langs wegen

Artikel 74.1 van de Wgh bepaalt dat wegen een wettelijke geluidszone hebben. De breedte van de geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk of in buitenstedelijk gebied is gelegen. In tabel 1 worden de wettelijke geluidszones weergegeven. Aantal rijstroken 1 of 2 3 of 4 5 of meer

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

Tabel 1 Wettelijke geluidszones wegen (Bron: wetten.overheid.nl)

De wettelijke geluidszone bevindt zich aan weerszijde van de weg en begint naast de buitenste rijstrook. Eventuele parkeerstroken, voet- en fietspaden en vluchtstroken behoren niet tot de weg. Binnen de zone van een weg dient akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidsbelasting op de binnen de zone gelegen woning(en). Bij het berekenen van de geluidsbelasting wordt de L den-waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende waarden: • • •

Het geluidsniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur); Het geluidsniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB; Het geluidsniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 7.00 uur) + 10 dB.

De berekende geluidsbelasting dient aan de voorkeurswaarde en indien nodig aan de uiterste waarde van de Wgh worden getoetst. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden de in tabel 1 opgenomen zones niet voor: • •

Wegen die als woonerf zijn aangeduid; Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur.

Het feit dat er voor de hiervoor genoemde gevallen geen wettelijke geluidszone geldt, betekent niet dat een akoestisch onderzoek automatisch niet benodigd is. Indien vooraf aangenomen kan worden dat er niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, dient er een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. De geluidsbelasting van de weg kan hierdoor meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’.

2.3

Grenswaarden

In de Wgh worden eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting op gevels van nog niet geprojecteerde woningen of gebouwen die binnen de geluidszone van een weg liggen. Met niet geprojecteerde woningen of gebouwen worden bedoeld: ‘woningen of gebouwen waarvoor het geldende bestemmingsplan verlening van de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet toelaat’

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief

De voorkeurswaarde voor de geluidsbelasting door wegverkeer bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. Voor een hogere waarde geldt een maximum, afhankelijk van de ligging van een geluidsgevoelig object. In tabel 2 is de hoogst mogelijke waarde voor woningen als gevolg van wegverkeerslawaai weergegeven (artikel 83 Wgh). Locatie woning Stedelijk gebied Buitenstedelijk gebied

Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai 63 dB (art. 83 lid 2 Wgh) 53 dB (art. 83 lid 1 Wgh)

Tabel 2 Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai (Bron: wetten.overheid.nl)

Het vaststellen van een hogere waarde is enkel mogelijk indien maatregelen om de geluidsbelasting te reduceren op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Hierbij dient afgewogen te worden of de cumulatieve geluidsbelasting (het totaal van de geluidsbelasting van alle wegen gezamenlijk) niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Bij het vaststellen van een hogere waarde dient bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond te worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB) wordt voldaan zoals in artikel 3.1 van het bouwbesluit en in artikel 4.4 van het Besluit geluidhinder genoemd wordt.

2.4

Berekenen geluidsbelasting

De geluidsbelasting dient per weg afzonderlijk berekend en aan de voorkeurswaarde getoetst te worden. Voordat de geluidsbelasting aan de voorkeurswaarde van 48 dB getoetst wordt, mag de berekende geluidsbelasting op basis van artikel 110g van de Wgh, aangevuld met artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, worden verminderd. Reden hiervoor is de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen steeds verder af zal nemen. De geluidsbelasting mag in de volgende situaties worden verminderd met: •

5 dB voor wegen met een maximumsnelheid tot 70 km/uur;

Voor wegen met een maximumsnelheid van 70 km/uur of meer mag de geluidsbelasting worden verminderd met: • • •

4 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 57dB bedraagt; 3 dB indien de geluidsbelasting zonder reductie 56 dB bedraagt; 2 dB voor overige geluidsbelasting.

Uit uitspraak 201304862/3/R2 van de Raad van State blijkt dat het voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/uur eveneens is toegestaan de geluidsbelasting met 5 dB te verminderen. Bij lagere snelheden wordt de geluidsemissie voornamelijk door motorgeluid veroorzaakt, bandengeluid speelt een minder grote rol. Toekomstige geluidsreductie is in de toekomst voornamelijk te verwachten door het gebruik van stillere motoren. De aftrek van 5 dB kan daardoor ook toegepast worden bij snelheden van 30 km/uur of minder.

2.5

Gemeentelijk geluidsbeleid

2.5.1 Algemeen De gemeente Almelo beschikt over gemeentelijk geluidbeleid, genaamd “gebiedsgericht geluidbeleid gemeente Almelo” (december 2014), met een hiervan onderdeel uitmakende kaart. Hierin heeft de gemeente het beleid ten aanzien van de voorkeurswaarden en de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting opgenomen. Het geluidbeleid staat op de locatie hogere waarden toe. 2.5.2 Situatie projectgebied Het projectgebied is op de van het beleid onderdeel uitmakende kaart gelegen binnen de zone “Wonen”, hiervoor zijn de ambitie en de bovengrens voor de geluidsklasse respectievelijk “redelijk rustig” (48 dB) en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief “onrustig” (53 dB). Daarnaast geldt voor locaties langs spoorwegen en hoofdverkeersroutes dat de bovengrens “zeer onrustig” (58 dB) toegestaan is. In afbeelding 2.1 is het één en ander weergegeven. Het projectgebied is met de rode omlijning aangegeven.

Afbeelding 2.1: Uitsnede gemeentelijk geluidbeleid (Bron: Gemeente Almelo)

De voorwaarden die in het gemeentelijk beleid worden gesteld hebben betrekking op het onvoldoende doeltreffend zijn van de mogelijke bron- en overdrachtsmaatregelen, dan wel op het ontmoeten van overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Voor het verkrijgen van een hogere waarde moet voor wegverkeerslawaai de procedure gevolgd te worden. Daarbij hoort de ter visielegging van het akoestisch onderzoek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief

HOOFDSTUK 3 3.1

UITGANGSPUNTEN

Situatie projectgebied

In afbeelding is de gewenste ontwikkeling weergegeven. Het gaat om de bouw van twee gebouwen met in totaal ruimte voor 18 appartementen. In het voorste gebouw komen er in totaal 15 appartementen verdeeld over drie lagen. In het achterste gebouw gaat het om drie lagen met op elke laag een appartement. De gebouwen krijgen een bouwhoogte van circa 10 meter.

Afbeelding 2.1 Plattegrond gewenste ontwikkeling (Bron: Ton Kuipers Architectuur)

Afbeelding 2.2: Gevelschetsen gewenste ontwikkeling (Bron: Ton Kuipers Architectuur)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bornsestraat 36, Bornerbroek Definitief Het projectgebied bevindt zich op korte afstand van de volgende straten: • • • •

Bornsestraat; Entersestraat; Lohuisstraat; Pastoor Ossestraat.

Voor al deze wegen geldt een 50 km/uur regime. Tevens liggen een aantal 30 km/uur wegen in de directe omgeving van het projectgebied. Het gaat om de Schapendrift en Theresiahof. Op basis van artikel 74.2 van de Wgh gelden hiervoor geen geluidzones. Echter, indien voor deze wegen vooraf aangenomen kan worden dat niet aan de voorkeurswaarde van 48 dB kan worden voldaan, kan de geluidsbelasting van deze wegen meegenomen worden in de belangenafweging in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’. De genoemde 30 km/uur wegen betreffen dusdanig rustige wegen dat verwacht wordt dat aan de voorkeurwaarde wordt voldaan. De Theresiahof betreft een doodlopende weg die dient als uitrit van het projectgebied. De Schapendrift betreft een rustige weg die door het bestemmingsverkeer gebruikt wordt. Deze wegen zijn niet in het onderzoek meegenomen. Overigens zijn de gegevens ontleend aan het gemeentelijk geluidsmodel. Voor deze beide wegen zijn geen gegevens bekend. In tabel 1 is weergegeven welke uitgangspunten voor het rekenmodel zijn gehanteerd. Locatie projectgebied Hoogst mogelijke waarde wegverkeerslawaai (Wgh) Hoogst mogelijke waarde gemeentelijk geluidbeleid Wgh van toepassing Vermindering geluidsbelasting Bornsestraat Vermindering geluidsbelasting Entersestraat Vermindering geluidsbelasting Lohuisstraat Vermindering geluidsbelasting Pastoor Ossestraat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Almelo&id=fa3e3732-c504-46d4-82ac-4c813d0c8fef