12.1.8 Vaststelling bestemmingsplan Herziening ondergrondse 110kV kabelverbinding - Bijlage 1.8 - NGE.pdf
Tekst van het document
5 april 1945
De Wierdensestraat lag onder het bereik van een 8,8 cm Flak (erdeinsatz) kanon, dat op de kruising midden in Wierden stond. (…) In de dagen die volgden werd de Wierdensestraat veelvuldig, zowel met mitrailleurs als met kanonnen, vanuit de richting van Wierden, onder vuur gelegd.
Nr . FK7
Ja, de grondgevechten en beschietingen in april 1945 worden situationeel afgebakend (WSCS-OCE categorie: artillerie- mortier (raket) beschietingen). Dit wordt verder toegelicht in de conclusie bij hoofdstuk 4.5.4.
37 indicatief
Ja, de grondgevechten en beschietingen in april 1945 worden situationeel afgebakend (WSCS-OCE categorie: artillerie- mortier (raket) beschietingen). Dit wordt verder toegelicht in de conclusie bij hoofdstuk 4.5.4.
2.2.3
C.B. Cornelissen, Almelo frontstad: De bevrijding van Twente
De Duitsers, die zelf nauwelijks artillerie ter beschikking hadden, konden het geallieerde vuur slechts sporadisch beantwoorden. Af en toe schoten ze enkele granaten af in de richting van de weg naar Bornerbroek en naar het Tusveld, waar de Canadese kanonnen stonden opgesteld.
Dit feit staat in het onderzoeksgebied gepositioneerd om aan te geven dat de Wierdensestraat door dit geschut onder vuur is genomen. Het stuk geschut zelf stond elders. Ja, de grondgevechten en beschietingen in april 1945 worden situationeel afgebakend (WSCS-OCE categorie: artillerie- mortier (raket) beschietingen). Dit wordt verder toegelicht in de conclusie bij hoofdstuk 4.5.4. Feit staat weergegeven bij het kanaal. Het Duitse vuur werd afgeven vanaf posities ten westen van het Twentekanaal. Het beperkte tegenvuur was gericht op verschillende locaties ten oosten van het Twente kanaal.
Het 15e artillerie regiment, opgesteld in de omgeving van het Tusveld, schoot met Canadese 25ponder kanonnen op de Duitse stellingen rond het Twentekanaal en op het centrum van Wierden.
1862100-VO-04
Bruikbaar t.b.v. afbakening
Ja, de grondgevechten en beschietingen in april 1945 worden situationeel afgebakend (WSCS-OCE categorie: artillerie- mortier (raket) beschietingen). Dit wordt verder toegelicht in de conclusie bij hoofdstuk 4.5.4.
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Nr . BBK8
B14
38 indicatief
39 indicatief B14
34/38/44 indicatief
Pagina 80 van 105
1940-1945, CE-ruimingen Datum
5 april 1945
6 april 1945
6 april 1945
8 april 1945
9 april 1945
1862100-VO-04
Gebeurtenis
Hoofdstuk
Bron
Bruikbaar t.b.v. afbakening
Via de Wierdensestraat probeerden de South Alberta’s en de Algonquins door te stoten naar de buitenhaven. De aanvallers kregen zwaar tegenvuur en kwamen in hun opmars niet verder dan de Mosterdpot. Ondertussen waren tanks van de South Alberta’s met een aanval begonnen op het gebied rond de Knibbeldijk en de Oude Wierdeseweg. De Knibbeldwarsdijk had onder granaatvuur gelegen. De gehele Wierdensestraat lag onder Duits mitrailleurvuur. De Bellinkshofweg 4 werd beschoten. Alle ruiten eruit, dakpannen kapot enzovoorts. Overal waren granaatinslagen te zien. Heavy Utility Personnel (bij de Leemslagenweg) werd verlaten omdat deze beschoten werd door de vijand, die even voorbij de verwoeste brug, aan de overkant van het kanaal waren ingegraven. De weilanden tussen Wendelgoorseweg en de Wierdensestraat zaten vol granaattrechters. Rond de boerderij aan de Wendelgoorseweg waren honderd granaattrechters!
Nr . FK7
Nr . BBK8
40
38 Wierdensestraat
B14
41 Knibbeldijk 2.2.3
C.B. Cornelissen, Almelo frontstad: De bevrijding van Twente
Ja, de grondgevechten en beschietingen in april 1945 worden situationeel afgebakend (WSCS-OCE categorie: artillerie- mortier (raket) beschietingen). Dit wordt verder toegelicht in de conclusie bij hoofdstuk 4.5.4.
42 Knibbeldwarsdijk 43
44 B14
2.6.1
AVG bedrijfsarchief, internet en Koninklijke Bibliotheek
TenneT Tracé AMLM-HGLW
47 Indicatief 48/49 Indicatief
Pagina 81 van 105
1940-1945, CE-ruimingen Datum
19 juni 1945
Gebeurtenis I.c.m. luchtfoto’s van 20 maart 1945 de crash locatie vastgesteld van FK1 (Spitfire XVI, Serial RR249, 322 Squadron), de verstoring is op de foto’s van 20 maart 1945 niet zichtbaar. Er zijn geen bruikbare luchtfoto’s beschikbaar voor verdere analyse.
Hoofdstuk
2.4.1
Bruikbaar t.b.v. afbakening
Nr . FK7
Nr . BBK8
Historische luchtfoto
Ja, de crashlocatie is vastgesteld aan de hand van de luchtfoto van d.d. 19 juni 1945 (in combinatie met de luchtfoto van d.d. 20 maart 1945 waarop de crashlocatie niet waargenomen is). De crashlocatie wordt afgebakend conform de WSCSOCE, met een marge van 26 meter.
24
B13
--
--
Gemeentearchief Almelo
Nee, de wapenopstellingen bij de Wierdensestraat worden afgebakend aan de hand van de meer nauwkeurige waarnemingen van de luchtfotoanalyse. Nee, de wapenopstellingen bij het TwenteRijnkanaal worden afgebakend aan de hand van de meer nauwkeurige waarnemingen van de luchtfotoanalyse.
--
--
45 indicatief
--
Bron
6 mitrailleursnesten Wierdense- en Oude Wierdensestraat. 29 juni 1945
2.5.1 2 mitrailleurnesten TwentheRijnkanaal.
1 februari 1951
1862100-VO-04
Opslagplaats van Duitse Weermacht voor munitie (pantservuisten) in de Deldensestraat. Bij het verlaten van het gebouw staken zij het in brand.
2.5.1
Gemeentearchief Borne
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Nee, er was tijdens de Tweede Wereldoorlog geen bebouwing binnen de begrenzing van het analysegebied aan de Deldensestraat.
Pagina 82 van 105
4 BEOORDELING BRONNENMATERIAAL 4.1
Indicaties voor explosieven in het analysegebied Er is in de meidagen van 1940 geen sprake geweest van grondgevechten in het analysegebied. Er zijn wel verschillende bruggen opgeblazen. Er is in de meidagen van 1940 geen sprake geweest van beschietingen met geschutmunitie in het analysegebied. Voorafgaand aan de bevrijding door de geallieerden was er sprake van grondgevechten en beschietingen met geschutmunitie in het analysegebied. In het analysegebied waren militaire objecten aanwezig, waaronder stellingen en wapenopstellingen. Er is een militair vliegtuig in het analysegebied gecrasht. Ter plaatse van het analysegebied is sprake geweest van neergekomen afwerpmunitie, raketten en beschietingen met vliegtuigboordwapenmunitie. Het analysegebied heeft geleden onder gevechtshandelingen. Er zijn in het verleden CE in het analysegebied geruimd, waaronder geschutmunitie. Er is na de Tweede Wereldoorlog sprake geweest van naoorlogse bodemingrepen in het analysegebied (contra-indicaties).
Op basis van de beschikbare feiten zijn er voldoende indicaties beschikbaar waaruit blijkt dat er mogelijk CE in het analysegebied aanwezig zijn.
4.2
Leemten in kennis bronnenmateriaal Bij een historisch onderzoek kan nooit een volledig overzicht van alle bronnen worden verkregen. Er is bij dit onderzoek gebruik gemaakt van een bronnenselectie. Getuigen die meer kunnen vertellen over munitiedumpingen, vliegtuigcrashes en bombardementen kunnen ondertussen zijn overleden. Luchtfoto’s van de Royal Air Force geven doorgaans een betrouwbare indicatie betreffende de vraag of er mogelijk CE in het onderzoeksgebied aanwezig zijn. Luchtfoto’s geven altijd een momentopname weer. Er kunnen voor, na en tussen verschillende opnamedata CE in het onderzoeksgebied zijn terechtgekomen. Het is, vanwege getroffen camouflagemaatregelen, maar zeer de vraag of alle geschutopstellingen etc. op luchtfoto’s kunnen worden teruggevonden. Aangezien het analysegebied in de Tweede Wereldoorlog (gedeeltelijk) uit water bestond, kunnen sporen van gevechtshandelingen in het Twentse Rijnkanaal niet op luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog worden waargenomen. De ruimrapporten van de EOD kennen hun beperkingen voor wat betreft de nauwkeurigheid van de vindplaatsbeschrijvingen. Het is niet altijd mogelijk om exact aan te geven waar de CE werden aangetroffen. Deze munitie is bovendien geruimd. Dergelijke beperkingen zijn er ook bij andere geraadpleegde bronnen, zoals bijvoorbeeld documenten uit de gemeentearchieven.
Er kan alleen een CE verdacht gebied worden afgebakend met behulp van concrete locatiebeschrijvingen. De bommenlast van de op 1 april 1945 neergestorte Spitfire is niet te achterhalen aan de hand van de beschikbare gegevens. Mogelijk is dit te achterhalen met behulp van de firma WarDocs. Er zijn geen luchtfoto’s beschikbaar van kort na de bevrijding van Wierden, en dus na het einde van de oorlogshandelingen in het analysegebied. Hierdoor is het mogelijk dat er sporen van gevechtshandelingen tussen maart 1945 en juni 1945 ontstaan zijn die niet meer zichtbaar zijn op de luchtfoto’s van juni 1945.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 83 van 105
4.3
Soort en verschijningsvorm van explosieven
In de lijst van gebeurtenissen (hoofdstuk 3) worden de volgende gevechtshandelingen genoemd: Defensie (geschuts- en wapenopstellingen en een verdedigingswerk) Beschietingen met geschutmunitie en grondgevechten Het neerkomen van afwerpmunitie en raketten Beschietingen met vliegtuigboordwapenmunitie Vliegtuigcrash Voor de genoemde handelingen is beoordeeld of – als gevolg van de handeling – CE in het onderzoeksgebied kunnen worden aangetroffen. Zo ja, dan is tevens beoordeeld welke van de zestien hoofdsoorten CE uit de WSCS-OCE in de bodem aanwezig kunnen zijn. 4.3.1
Locaties militaire defensieve maatregelen
De volgende hoofdsoorten CE zijn mogelijk ter plaatse van de stellingen in het onderzoeksgebied aanwezig: Soort explosief
Nationaliteit
Type / kaliber Steelhandgranaten, Geweergranaten No. 30, eihandgranaten
Verschijningsvorm
Hand- en geweergranaten
Duits
Klein kaliber munitie (KKM)
Duits
9 mm, 7,92 mm
Gedumpt / achtergelaten
Geschutmunitie
Duits
2 cm t/m 8,8 cm
Gedumpt / achtergelaten
Gedumpt / achtergelaten
De volgende hoofdsoorten CE zijn mogelijk ter plaatse van de (voormalige) wapenopstellingen in het onderzoeksgebied aanwezig: Soort explosief
Nationaliteit
Hand- en geweergranaten
Duits
Klein kaliber munitie (KKM)
Duits
4.3.2
Type / kaliber Steelhandgranaten, Geweergranaten No. 30, eihandgranaten
Verschijningsvorm
9 mm, 7,92 mm
Gedumpt / achtergelaten
Gedumpt / achtergelaten
Geschutmunitie en CE afkomstig van grondgevechten
In de geraadpleegde bronnen wordt gesproken over beschietingen met geschutmunitie in 1945. De volgende hoofdsoorten CE zijn mogelijk ter plaatse van de locaties waar strijd werd geleverd aanwezig: Soort explosief
Nationaliteit
Hand- en geweergranaten
Duits, geallieerd
Klein kaliber munitie (KKM)
Duits, geallieerd
Geschutmunitie
Duits, geallieerd
1862100-VO-04
Type / kaliber Steelhandgranaten, Geweergranaten No. 30, eihandgranaten, Mills 36, pineappel handgranaten 9 mm, 7,92 mm, .303 inch, .50 inch 2 cm, 5 cm, 2 inch, 3 inch, 4.2 inch, 8,8 cm, 17 ponder, 25 ponder, 4.5 inch, 5.5. inch
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Verschijningsvorm Gedumpt / achtergelaten Gedumpt / achtergelaten
Verschoten
Pagina 84 van 105
4.3.3
Afwerpmunitie, raketten en vliegtuigboordwapenmunitie
Volgens inschatting van AVG moet er rekening worden gehouden met de volgende CE: geallieerde vliegtuigbommen met een gewicht van vermoedelijk 250 lb., 500 lb. en 1000 lb. Er was sprake van o.a. tactische duikbombardementen. Tevens moet er rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van 3 inch raketten en vliegtuigboordwapenmunitie. De volgende soorten CE zijn als gevolg van de bovengenoemde gevechtshandelingen mogelijk in de bodem aanwezig: Soort explosief
Nationaliteit
Gewicht / kaliber
Verschijningsvorm
Afwerpmunitie
Geallieerd
250 lb., 500 lb., 1000 lb
Afgeworpen
Raketten
Geallieerd
3 inch (vermoedelijk met 60 lb. SAP gevechtskop)
Verschoten
Vliegtuigboordwapenmunitie
Geallieerd
20 mm
Verschoten
4.3.4
Vliegtuigcrash
Ter plaatse van crashlocatie kunnen de volgende CE worden aangetroffen:
4.4
Soort explosief
Nationaliteit
Verschijningsvorm
Vliegtuigboordwapenmunitie
Geallieerd
Onderdeel van vliegtuigwrak
Afwerpmunitie
Geallieerd
Onderdeel van vliegtuigwrak
Aantal mogelijk aan te treffen explosieven
De volgende aantallen CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen. Een en ander is gebaseerd op een inschatting van AVG omdat er in de (historische) bronnen geen exacte aantallen worden genoemd: Soort explosief Afwerpmunitie Geschutmunitie Klein kaliber munitie Hand- en geweergranaten Raketten CE afkomstig van vliegtuigcrash Vliegtuigboordwapenmunitie
4.5
Aantal mogelijk aan te treffen explosieven Eén t/m enkele Enkele t/m tientallen Enkele t/m tientallen Enkele t/m tientallen Eén t/m enkele Enkele t/m tientallen Enkele t/m tientallen
Horizontale en verticale begrenzing verdacht gebied
De verdachte gebieden die in deze paragraaf worden besproken zijn ingetekend op de CE-bodembelastingkaart. In de volgende deelparagraaf wordt de begrenzing van ieder verdacht gebied besproken en gemotiveerd.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 85 van 105
4.5.1
Verdachte locaties gedumpte munitie
Er is sprake de volgende verdachte deelgebieden: Stellingen Wapenopstellingen Verdedigingswerk CE kunnen in en in de omgeving van stellingen en luchtafweerstellingen zijn achtergelaten of gedumpt. Conform de WSCS-OCE wordt de volgende afbakening voor stellingen gehanteerd: Geschutopstelling: een gebied van 25 meter rondom het hart van de geschutsopstelling is verdacht op de mogelijke aanwezigheid van CE. CE kunnen in wapenopstellingen zijn achtergelaten/gedumpt. Conform de WSCS-OCE wordt de volgende afbakening voor wapenopstellingen gehanteerd: Wapenopstelling: opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi)automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk. De locatie van de wapenopstelling is verdacht op CE. CE kunnen in een verdedigingswerk zijn achtergelaten/gedumpt. Conform de WSCS-OCE wordt de volgende afbakening voor verdedigingswerken gehanteerd: Verdedigingswerk: groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt). Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s. De ondergrens van de op gedumpte munitie verdachte gebieden is de toenmalige bodem van het militaire object in de Tweede Wereldoorlog.
De maximale diepte waarop CE kunnen worden aangetroffen is naar onze inschatting 2 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. De op gedumpte munitie verdachte gebieden zijn primair afgebakend op basis van waargenomen sporen op luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog.
4.5.2
Verdachte locatie vliegtuig
Dit betreft de locatie waar in de Tweede Wereldoorlog een militair vliegtuig is gecrasht. De WSCS-OCE schrijft de volgende afbakening voor: Crashlocaties vliegtuigen: Verdacht op aanwezigheid CE vanwege de crashes. Het CE verdachte gebied wordt situationeel bepaald De maximale indringingsdiepte kan niet worden bepaald, omdat de exacte omstandigheden waaronder de crashes plaatsvonden niet bekend zijn. De minimale indringingsdiepte komt overeen met het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. Ter plaatse van crashlocaties kunnen niet alleen CE, maar ook verontreinigde grond, asbest en radioactief materiaal worden aangetroffen. Gecrashte vliegtuigen die in de Tweede Wereldoorlog aan de oppervlakte lagen werden meestal nog tijdens de oorlogsjaren afgevoerd, mede vanwege de mogelijkheid om kostbaar aluminium te kunnen hergebruiken. De meeste crashlocaties zijn op basis van de geraadpleegde bronnen alleen globaal bekend. Zij zijn derhalve enkel indicatief weergegeven op de presentatiekaart van de verzamelde historische feiten en niet op de CE bodembelastingkaart die op basis van concrete feiten wordt vastgesteld.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 86 van 105
4.5.3
Verdachte locaties afwerpmunitie / raketten / vliegtuigboordwapenmunitie
Afwerpmunitie: De WSCS-OCE maakt, voor wat betreft de afbakening van op afwerpmunitie verdachte gebieden, een onderscheid tussen pin point targets en line targets. De elektriciteitscentrale te Hengelo wordt vanwege meerdere tactische luchtaanvallen afgebakend als een pin point target: Duikbombardement op zgn. pin point target, inslagenpatroon onbekend. Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter, gemeten vanuit het hart van het doel als zijnde CE verdacht aan te merken (ingeval raketbeschieting 108 meter). Daarnaast zijn er enkele aanvallen geweest op de spoorlijn. Deze zijn afgebakend als line target: Duikbombardement op zgn. line target, inslagenpatroon onbekend. Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen (bijvoorbeeld omdat zich hier een trein bevond). Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn als zijnde CE verdacht aan te merken . Voor de afwerpmunitie die buiten de line target en pin point target afbakening vallen, wordt de afbakenmethode toegelicht in bijlage 6.7.
Tevens wordt in de feitentabel expliciet beschreven hoe de afbakening ingeval afwerpmunitie is toegepast. Afwerpmunitie van 250, 500 en 1000 lb. kan in de vastgestelde verdachte gebieden worden aangetroffen tot een maximale conusweerstand van 10 MPa met een minimale laagdikte van 1 meter. De bovengrens is het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog. Er zijn op de website van Dinoloket geen sondeergegevens van de op afwerpmunitie verdachte gebieden beschikbaar. Hierdoor kan niet bepaald worden op welke diepte de 10 MPa-laag zich bevindt. De exacte indringingsdiepte kan voorafgaand aan de uitvoeringsfase van een project met behulp van sondeergegevens worden bepaald. Raketten en 20 mm vliegtuigboordwapenmunitie: Er is in één geval conform de WSCS-OCE een pin point target afbakening voor raketten toegepast. Dit op basis van de ruiming van een 3 inch raket bij de centrale die als doelwit is aangemerkt. De 3 inch raketten kunnen tot maximaal 3,5 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen. Het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog is de bovengrens van het CE verdachte gebied. Vliegtuigboordwapenmunitie: De afbakening op 20 mm vliegtuigboordwapenmunitie wordt gemotiveerd in de feitentabel. De 20 mm gra-naten kunnen tot kunnen tot maximaal 0,5 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog worden aangetroffen.
Het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog is de bovengrens van het CE verdachte gebied. 4.5.4
Verdachte locaties geschutmunitie / grondgevechten
Dit betreft de locaties die in de Tweede Wereldoorlog zijn getroffen door (geallieerde) geschutmunitie en/of waar grondgevechten hebben plaatsgevonden. De situationele afbakening is als volgt toegepast: Een deel van het onderzoeksgebied tussen Almelo en Wierden heeft tussen 4 en 9 april 1945 in de frontlinie gelegen. De Canadese troepen trokken met een omtrekkende beweging via Almelo op richting Wierden, over de Wierdensestraat. De Duitse troepen trokken vanuit Almelo terug naar Wierden en positioneerden hun geschut in Wierden. Eén week vonden er beschietingen plaats tussen Wierden en Almelo, over het
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 87 van 105
Twentekanaal. Er zijn geen luchtfoto’s beschikbaar van kort na deze gevechtshandelingen. Op de eerstvolgende beschikbare luchtfoto (d.d. 19 juni 1945) zijn geen inslagen te zien maar deze foto is van twee maanden na de gevechtshandelingen. Aan de hand van vermeldingen uit lokale literatuur en het internet, waarin verschillende locaties genoemd worden die getroffen werden door granaatvuur, is er situationeel een CE verdacht gebied afgebakend tussen de Wierdensestraat en de Leemslagenbrug. De zwaarste categorie geschutmunitie die kan worden aangetroffen is volgens de beschikbare gegevens geschutmunitie van 8,8 cm geschut die tot maximaal 2,5 meter minus het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog kan worden aangetroffen. Het maaiveld uit de Tweede Wereldoorlog is de bovengrens van het CE verdachte gebied.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 88 van 105
5 CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 5.1
Conclusie
AVG heeft in opdracht van Antea Group een vooronderzoek CE uitgevoerd voor het onderzoeksgebied TenneT Tracé AMLM-HGLW. Op basis van de beoordeelde feiten van het vooronderzoek is geconcludeerd dat er indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van CE. De volgende gevechtshandelingen / CE gerelateerde handelingen hebben in en/of nabij het onderzoeksgebied plaatsgevonden: Het neerkomen van afwerpmunitie Het afvuren van raketten Beschietingen met vliegtuigboordwapenmunitie Een vliegtuigcrash Beschietingen met geschutmunitie/grondgevechten De aanleg van stellingen De aanleg van een verdedigingswerk De aanleg van wapenopstellingen De volgende CE kunnen mogelijk in het onderzoeksgebied worden aangetroffen: Afwerpmunitie Raketten CE als onderdeel van een vliegtuigcrash Geschutmunitie CE afkomstig van grondgevechten Vliegtuigboordwapenmunitie Gedumpte munitie Het onderzoeksgebied is gedeeltelijk verdacht op CE. Het CE verdachte gebied is horizontaal afgebakend op de CE-bodembelastingkaart (zie bijlage 6.6). De horizontale en verticale afbakening van de CE verdachte gebieden wordt besproken in hoofdstuk 4.5.
5.2
Advies vervolgtraject
De door AVG voor Antea Group geadviseerde vervolgstappen worden in de hierop volgende paragrafen besproken.
5.2.1
Aanvullend onderzoek
Wij willen Antea Group wijzen op de mogelijkheid van het laten verrichten van aanvullend onderzoek naar specifieke gebeurtenissen (zoals de beschietingen in 1945) die nu alleen globaal bekend zijn. Mogelijk kunnen er met hulp van lokale (amateur-)historici, bewoners uit de omgeving, war diaries e.d. nog meer relevante feiten worden achterhaald. Nieuwe informatie kan vervolgens worden toegevoegd aan de definitieve versie van deze rapportage, alsmede het GIS kaartmateriaal.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 89 van 105
AVG adviseert om aanvullend onderzoek te laten verrichten naar de beschietingen in april 1945. Op dit moment zijn er te weinig gegevens over de beschietingen in het frontgebied tussen Almelo en Wierden beschikbaar om de locaties van de beschietingen te bepalen. Middels het raadplegen van de firma Wardocs en/of het bestellen van Canadese war diaries kan dit mogelijk worden achterhaald. De firma Wardocs kan mogelijk voorzien in bronmateriaal van verschillende buitenlandse archieven. 5.2.2
Verkleinen CE verdachte gebieden
Voor enkele CE verdachte gebieden wordt geadviseerd om een nadere verdiepingsslag te maken en te kijken of deze met behulp van informatie over de huidige en voormalige naoorlogse werkzaamheden kunnen worden verkleind. AVG kan met behulp van gegevens over de toekomstige werkzaamheden in kaart brengen waar onderzoek nodig is en waar de werkzaamheden dieper gaan dan het verdachte gebied. Op de plaatsen waar gebruik zal worden gemaakt van een gestuurde boring die dieper gaat dan het verdachte gebied, hoeft er geen onderzoek plaats te vinden. Voor de gebieden waar open ontgravingen plaatsvinden is onderzoek nodig, mits er naoorlogs geen grondroerende werkzaamheden hebben plaatsgevonden. Als er naoorlogs grondroerende werkzaamheden plaats hebben gevonden kan het verdacht gebied gereduceerd worden door een verdiepingsslag. Denk hierbij aan: Kaartmateriaal/bestekstekeningen waarmee feitelijk kan worden aangetoond dat (delen van) CE verdachte gebieden naoorlogs zijn geroerd. Op basis van deze gegevens kan mogelijk de horizontale en/of de verticale afbakening van het CE verdachte gebied worden gereduceerd. Gegevens betreffende naoorlogse ophogingen in de CE verdachte gebieden. 5.2.3
Opsporing CE
Antea Group kan ook direct tot opsporing van CE overgaan. Het CE onderzoek maakt onderdeel uit van de opsporingsfase die in paragraaf 6.6 van de WSCS-OCE is beschreven. De opsporingsfase omvat het geheel van organisatie en uitvoering, achtereenvolgens: werkvoorbereiding, detecteren, interpreteren, lokaliseren, laagsgewijs ontgraven en identificeren van de vermoede explosieven, tijdelijk veiligstellen van de situatie tot aan overdracht aan de EOD en proces-verbaal van oplevering aan de opdrachtgever en Bevoegd Gezag. Detectie op land: Om een gedegen detectieonderzoek te kunnen uitvoeren dient het opsporingsgebied goed beloopbaar en vrij van obstakels te zijn. Dat wil zeggen dat alle bovengrondse obstakels, zoals hekwerk, begroeiing en gewas voor aanvang van de detectie moet zijn verwijderd. Na het verwijderen van de bovengrondse obstakels kan de locatie worden gedetecteerd. Bomen en begroeiing dienen boven het maaiveld te worden gerooid/gesnoeid. Indien een analoge detectie wordt uitgevoerd dienen alle verdachte objecten die worden gedetecteerd en waarvan de meetwaardenovereenkomsten vertonen met mogelijk aanwezige CE in kaart te worden gebracht door de locatie door middel van GPS in te meten. Bij deze vastlegging dient tevens de vermoedelijke diepte te worden vastgelegd. Bij het uitvoeren van een computerondersteunde detectie wordt de data vastgelegd in een datalogger.
De data wordt na de detectie uitgelezen in een speciaal hiervoor ontworpen softwareprogramma. De hoeveelheid te benaderen objecten kan pas worden bepaald na het uitvoeren van de detectie. De uit de detectie aangemerkte verdachte objecten worden uitgezet in het opsporingsgebied met behulp van GPS. Deze punten worden vervolgens handmatig en indien nodig machinaal benaderd. Aangetroffen objecten worden vervolgens geïdentificeerd en indien nodig veiliggesteld.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 90 van 105
Detectie op waterbodem: Voor opsporing in de waterbodem gelden dezelfde principes als op landbodem. In eerste instantie moet worden nagegaan of de watergang niet naoorlogs is gebaggerd, verbreed en/of verdiept. Wanneer e.e.a. niet kan worden bepaald, dan dient er in CE-verdacht gebied een detectie te worden uitgevoerd. Bij kleinere objecten zou de magnetometersonde op zeer kleine afstand vanaf de waterbodem moet worden afgehangen, wat een lastige opgave is. Als gevolg hiervan dient de noodzaak zich mogelijk aan om óf beveiligd te baggeren óf vooraf met duikers een detectie en benadering uit te voeren.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 91 van 105
6 BIJLAGEN 6.1
Bronnenlijst 6.1.1
Explosieven Opruimings Dienst Defensie te Soesterberg / Semi Statische Archief Diensten te Rijswijk Bedrijfsarchief AVG Gemeentearchieven Hengelo, Almelo, Borne, Ambt-Delden, Hof van Twente Kadaster te Zwolle Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage Luftbilddatenbank te Estenfeld Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie te Amsterdam Nederlands Instituut voor Militaire Historie te ’s-Gravenhage Provinciaal Archief / Historisch Centrum Overijssel Universiteit Wageningen, afdeling Speciale Collecties The National Archives te Londen
6.1.2
Archieven en overige instanties
Literatuur
H. Amersfoort / P. Kamphuis (red.), Mei 1940. De strijd op Nederlands Grondgebied (’s-Gravenhage 2005) H. van Baaren, Een Hengelo's oorlogsboek: Tussen Nordhorn en Norwich (Enschede 1999) G. Beukers-de Jong / J. van Wulfften Palthe-Stulen, Terugblik op Wierden 1940-1945 (Wierden 2000) C.B. Cornelissen, Almelo frontstad: De bevrijding van Twente (Denekamp 2013) C. Cornelissen, Huzaren van de nacht: een kroniek over de geschiedenis van een Duitse nachtjagergroep tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deel 1 (Oldenzaal 2007) C.B. Cornelissen / J. Slettenhaar, In de schaduw van de adelaar: De oorlogsjaren 1940-1945 in de gemeenten Almelo en Wierden (Enschede 1982) C.B. Cornelissen, Twente weer vrij: een chronologisch fotoboek over de aprildagen 1945 (Hengelo 1983) C. Cornelissen, Van grasmat tot Fliegerhorst: een oorlogsdocumentatie over de luchtstrijd boven het oostdelijk deel van Overijssel (Oldenzaal 1998) C. Huurman, Het spoorwegbedrijf in oorlogstijd 1939-1945 (’s-Hertogenbosch 2001) A. A. Jansen, Sporen aan de hemel: kroniek van een luchtoorlog. Deel 1 t/m 3 (Baarn 1979-1981) C. Klep / B. Schoenmaker (red.), De bevrijding van Nederland 1944 – 1945. Oorlog op de flank (Den Haag 1995) G.J.I. Kokhuis, Twente in de Tweede Wereldoorlog (Enschede 1993) A. Korthals Altes, Luchtgevaar: luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984) A. Meijers, Achtung Minen – Danger Mines.
Het ruimen van landmijnen in Nederland 1940-1947 (Soesterberg 2013) F.J. Molenaar, De luchtverdediging in de meidagen van 1940. Deel 1 en deel 2 (’s-Gravenhage 1970) V.E. Nierstrasz, De operatiën van het veldleger en het Oostfront van de Vesting Holland, mei 1940 ('s-Gravenhage 1955) H. Noordhuis / G.P. ter Braak / M.F.S. Kienhuis, "In Verdrukking, Verzet en Vrijheid": 1940-1945. Borne, Bornerbroek, Hertme, Zenderen (Hengelo 1990) B.C. de Pater/ B. Schoenmaker e.a., Grote Atlas van Nederland 1930-1950 (’s-Gravenhage / Utrecht / Zierikzee 2006)
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 92 van 105
J. Stoelhorst / D. Tempelan / H. Sligman, Markelo in de Tweede Wereldoorlog: Een compilatie van eerder gepubliceerde artikelen aangevuld met nieuwe informatie uit recente research (Markelo 2016) J. Stubbe / G.T. Wijnbergen / M. Zweerink, De brandweer in Hengelo tijdens de oorlogsjaren 19401945 (Hengelo 1995) S.L. Veenstra, In de schaduw van de glorie: overzicht van vliegtuigbergingen in Nederland: 19601977 (Zutphen 1992) J. van Vree, Hengelo in oorlogstijd (Hengelo 1985) K. Vos (red.), De Pruus komt!: Overijssel in de Tweede Wereldoorlog (Zwolle 1990) J. van Woensel, Vrij van Explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers 19442004 (Amsterdam 2004) G.J. Zwanenburg, En nooit was het stil….Kroniek van een Luchtoorlog. Deel 1 & 2 (’s-Gravenhage 1990/1992)
6.1.3
http://www.explosievenopsporing.nl https://www.backtonormandy.org/map-search.html# http://www.topotijdreis.nl/ http://www.vergeltungswaffen.nl http://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl
6.1.4
Websites
Overig
T. Eversteijn, Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (2003)
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 93 van 105
6.2
Certificaat WSCS-OCE
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 94 van 105
6.3
Richtlijnen WSCS-OCE afbakening verdachte gebieden
Indicatie
Algemene omschrijving
Uitgangspunt conclusie Verdacht
Verdedigingswerk
Wapenopstelling
Groepering van wapenopstellingen en/of geschutsopstellingen, rondom afgezet met een versperring (bijvoorbeeld weerstandskern of steunpunt). Opstelling van handvuurwapen, machinegeweer of andere (semi-) automatisch wapen, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied
Onverdacht
x
Het grondgebied binnen de grenzen van het verdedigingswerk is verdacht. De grenzen worden bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s.
x
Locatie van de wapenopstelling.
Geschutopstelling (statisch en mobiel)
Locatie van geschut, niet zijnde onderdeel van een verdedigingswerk.
x
25 meter rondom het hart van de geschutopstelling, maar niet verder dan een eventueel aangrenzende watergang.
Munitieopslag in open veld
Locatie van munitievoorraad in het open veld, niet zijnde binnen een verdedigingswerk.
x
Locatie van de veldopslaglocatie.
Loopgraaf
Militaire loopgraaf.
x
Het gebied binnen de contouren van de loopgraaf is verdacht, bij voorkeur bepaald aan de hand van georefereerde luchtfoto’s.
Tankgracht of –geul
Landmijnen verdacht gebied
Landmijnen verdacht gebied
Mijnenveld
Mijnenveld
Mijnenveld
Versperringen
Een diepe (al dan niet droge) gracht of geul met steile wanden, aangebracht om pantservoertuigen tegen te houden. Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD géén landmijnen aangetroffen. Middels een aanwijzing, niet zijnde een mijnenlegrapport, op landmijnen verdacht verklaard gebied. In het verdachte gebied zijn bij de controle door de MMOD, of bij naoorlogse activiteiten landmijnen aangetroffen. Geregistreerd mijnenveld, waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geregistreerd mijnenveld waarvan mijnenlegrapport aanwezig is. Niet alle volgens het mijnenlegrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Geen feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Mijnenlegrapport aanwezig. Niet alle volgens het legrapport gelegde landmijnen zijn geruimd. Feitelijke onderbouwing bekend waarom er landmijnen worden vermist. Versperringen, zoals strandversperringen en Drakentanden.
x
Niet verdacht, tenzij er aanwijzingen zijn dat er mogelijk munitie in gedumpt is.
x
n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het ruimrapport.
x
x
n.v.t.
De grenzen zoals aangegeven in het mijnenlegrapport en/of ruimrapport.
x
x
n.v.t.
x
Tenzij er indicaties zijn dat CE onderdeel uitmaken van de versperring.
Infrastructuur zonder geschutsopstelling of munitievoorraad
Militaire werken zoals woononderkomen of werken met een burgerdoel zoals schuilbunker.
x
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van nabijverdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen.
Schuilloopgraaf
Loopgraaf voor burgerbevolking om in te schuilen.
x
n.v.t.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 95 van 105
Indicatie
Algemene omschrijving
Uitgangspunt conclusie Verdacht
Kampementen Mangat Vernielingslading Artillerie-, mortierof raketbeschieting
Onverdacht
Grondgebied met onderkomens zoals tenten. Gat in grond met schuilfunctie, niet in gebruik genomen als schuttersput. Locatie van aangebrachte vernielingslading. Gebied dat is beschoten door mobiel of vast geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudig) raketwerpersysteem.
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied
x
Tenzij er indicaties zijn op CE vanwege de aanwezigheid van munitieopslag of nabijverdediging in de vorm van bijvoorbeeld wapenopstellingen.
x
n.v.t.
x
Locatie van de vernielingslading.
x
Situationeel te bepalen. Op basis van een analyse van het inslagenpatroon wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslag-patroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon. Te bepalen volgens rekenmethode waarin ten minste rekening wordt gehouden met de volgende parameters: de afwerphoogte, de afwerpsnelheid, het gewicht van de bom, de diameter van de bom en de weerstand van de bodem. Op basis van in ieder geval deze vijf parameters wordt berekend tot welke diepte CE theoretisch kunnen indringen en hoe ver de maximale horizontale verplaatsing is.
Raketbeschieting inslagenpatroon bekend
Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers.
Inslagpunt blindganger, zijnde een vliegtuigbom
Vliegtuigbom die niet in werking is getreden.
Crashlocatie vliegtuig Krater van gedetoneerde incidentele luchtafweergranaat
Aanwezigheid van CE vanwege de crash. Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een incidentele luchtafweergranaat bevindt.
Inslagpunt van een V-1 wapen
Gebied dat is getroffen door de inslag van een V-1 wapen.
x
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V-1 wapen bevindt.
x
Gebied waarin zich de krater van de detonatie van een V-2 wapen bevindt.
x
Situationeel te bepalen.
Dumplocatie van CE en/of toebehoren in landbodem of op waterbodem.
x
Locatie van de dump en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld dumping in stilstaand of stromend water.
x
Situationeel te bepalen.
Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerd V-1 wapen Krater van een (gedeeltelijk) gedetoneerd V-2 wapen Dumplocatie van munitie en/of toebehoren Ongecontroleerde (massa)explosie
(Sympathische) detonatie van een explosieven voorraad zoals ontploffing munitieopslag of munitie trein.
x
x
Situationeel te bepalen. x
Tenzij er indicaties zijn dat het geen incidentele luchtafweergranaat betreft. 15 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke horizontale verplaatsing onder de grond. 50 meter rondom een inslagpunt vanwege de mogelijke aanwezigheid van explosieve componenten.
Vernietigingslocatie voor CE
Eén of meerdere springputten.
x
De contour(en) van de springput(ten) en afbakening verder situationeel te bepalen, bijvoorbeeld gelet op de afstand van eventuele uitgeworpen CE buiten deze contour(en).
Vernielingslading (in werking gesteld)
Locatie van in werking gestelde vernielingslading, waarbij de mogelijkheid bestaat op het aantreffen van niet (geheel) gedetoneerde springlading(en).
x
Locatie waar de vernielingslading in werking is gesteld en afbakening verder situationeel te bepalen.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 96 van 105
Indicatie
Algemene omschrijving
Uitgangspunt conclusie Verdacht
Tapijtbombardement
Duikbombardement op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Duikbombardement op zgn. ‘Line Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Pin Point Target’, inslagenpatroon onbekend Raketbeschieting op zgn. ‘Line Target, inslagenpatroon onbekend
Gebied dat is getroffen door een bombardement met middelzware en/of zware bommenwerpers, met als doel om schade aan te richten over een groot gebied.
Gebied dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een bombardement met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn te treffen. Gebied dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om een vooraf bepaald specifiek object te treffen. Lineair gebied, nabij een spoorlijn, dat is getroffen door een raketbeschieting met jachtbommenwerpers, met als doel om de spoorlijn of treinstel op deze spoorlijn te treffen.
Uitgangspunten voor afbakening verdacht gebied
Onverdacht
x
Op basis van een analyse van het inslagenpatroon (1) wordt de maximale afstand tussen twee opeenvolgende inslagen binnen een inslagpatroon bepaald. Het verdachte gebied wordt afgebakend door deze afstand te projecteren op de buitenste inslagen van het inslagenpatroon. Dat is exclusief de eventuele horizontale verplaatsing van de buitenste blindganger binnen het inslagenpatroon.
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 181 meter gemeten vanuit het hart van het doel. (2/3)
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 91 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn. (2/4)
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 108 meter gemeten vanuit het hart van het doel. (2/5)
x
Het verdachte gebied wordt bepaald door een afstand van 80 meter gemeten vanuit het hart van de spoorlijn. (2/6) 3
1. Verzameling van de locaties van inslagen van één bepaald toestel of één bepaald bombardement. 2. Afstanden zijn afkomstig van een Britse studie (empirisch onderzoek) naar de accuratesse bij aanvallen door eenmotorige duikbommenwerpers gedurende de periode oktober 1944 – april 1945 (AIR 55/322). Eventueel effect van vijandelijk luchtafweer tijdens deze duikbombardementen is niet in de studie meegenomen. 3. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50% van de vliegtuigbommen binnen 119 meter neer is gekomen en de maximaal gemeten afstand t.o.v. het doel 181 meter was. 4. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel waarbij opgemerkt moet worden dat 50 % van de vliegtuigbommen binnen 46 meter neer is gekomen en de maximaal afstand t.o.v. het doel 91 meter was. 5. De genoemde afstand is de gemiddelde afstand t.o.v. het doel (gebouwen) waarbij opgemerkt moet worden dat de gemiddelde spreiding van de raketten t.o.v. het middelpunt van een salvo 69 meter was, en dat de gemiddelde afstand van het middelpunt van een salvo t.o.v. het doel 39 meter was. 6. De genoemde afstand is de maximale afstand gemeten n.a.v. luchtfoto-interpretatie.
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 97 van 105
6.4
Geallieerde stafkaart
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 98 van 105
V2118
V2218
V2117
V2116
V2115
V2114
V2113
V2112
V2111
V2110
V2109
V2217
V2216
V2215
V2214
V2213
V2212
V2211
V2210
V2209
V2318
V2317
V2316
V2315
V2314
V2313
V2312
V2311
V2310
V2309
V2418
V2417
V2416
V2415
V2414
V2413
V2412
V2411
V2410
V2409
V2518
V2517
V2516
V2515
V2514
V2513
V2512
V2511
V2510
V2509
V2618
V2617
V2616
V2615
V2614
V2613
V2612
V2611
V2610
V2609
V2718
V2717
V2818
V2817
Analysegebied
Tracélijn AMLM-HGLW110
V3018
V3118
V3219
V3319
V3419
V3519
V3619
V2917
V3017
V3117
V3218
V3318
V3418
V3518
V3618
V3116
V3217
V3317
V3417
V3517
V3617
V2716
V2816
V2916
V3016
V2915
V3015
V3115
V3216
V3316
V3416
V3516
V3616
V2715
V2815
V2814
V2914
V3014
V3114
V3215
V3315
V3415
V3515
V3615
V2813
V2913
V3013
V3113
V3214
V3314
V3414
V3514
V3614
V2912
V3012
V3112
V3213
V3313
V3413
V3513
V3613
V3111
V3212
V3312
V3412
V3512
V3612
V2714
V2713
V2712
V2812
V2711
V2811
V2911
V3011
V2910
V3010
V3110
V3211
V3311
V3411
V3511
V3611
V2710
V2810
V2809
V2909
V3009
V3109
V3210
V3310
V3410
V3510
V3610
V2808
V2908
V3008
V3108
V3209
V3309
V3409
V3509
V3609
V2709
V2708
Onderzoeksgebied
V2918
0
1.000
2.000
4.000
6.000
8.000 METER
±
6.5
Presentatiekaart verzamelde historische feiten
1862100-VO-04
TenneT Tracé AMLM-HGLW
Pagina 100 van 105